18-06-17

To Summer (William Blake)

 

Dolce far niente

 

 
Summer Landscape II door William Brymner, 1910

 

 

To Summer

O thou who passest thro' our valleys in
Thy strength, curb thy fierce steeds, allay the heat
That flames from their large nostrils! thou, O Summer,
Oft pitched'st here thy goldent tent, and oft
Beneath our oaks hast slept, while we beheld
With joy thy ruddy limbs and flourishing hair.

Beneath our thickest shades we oft have heard
Thy voice, when noon upon his fervid car
Rode o'er the deep of heaven; beside our springs
Sit down, and in our mossy valleys, on
Some bank beside a river clear, throw thy
Silk draperies off, and rush into the stream:
Our valleys love the Summer in his pride.

Our bards are fam'd who strike the silver wire:
Our youth are bolder than the southern swains:
Our maidens fairer in the sprightly dance:
We lack not songs, nor instruments of joy,
Nor echoes sweet, nor waters clear as heaven,
Nor laurel wreaths against the sultry heat.

 

 

 
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)
Londen. William Blake werd in Londen geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

11:32 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: william blake, dolce far niente, romenu |  Facebook |

28-11-16

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, Philippe Sollers, William Blake, Alexander Blok

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: De spiegelingen

“Onze wereld is niet vredig, het platteland niet lieflijker dan de stad, de stad niet verfijnder dan het land. De stad zuigt het omliggende land uit, de vruchten en het vee, zoals zijn fabrieken mensen eten, en de boeren krommen hun rug boven de voren van hun ploegschaar. Ik zou willen terugkeren, in mijn huls van modder en bloed, in mijn eierschaal van gebakken aarde, in mijn doorweekte laarzen. Ik zou de jongens die achterbleven uit de bodem waarin ze zijn weggeteerd willen oproepen: beplak je roestkleurige ribben en schedels met de aarde die je resten heeft opgezogen - en met hen de stad in marcheren, en de hardvochtige muziek van de orde met ons zompig gemodder bekladden.
Ik zou zeggen: alles is gemodder. Hier onze darmen, wanneer onze vrede? Graaf ons niet op, laat ons rotten. Wij zijn de smerige, stinkende aarde waaraan al wat op poten loopt zijn voer onttrekt, zijn trog met wormen, en alle goud dat in kluizen rust of om delicate damespolsjes flonkert. De buik van de aarde breekt, ze schept haar ingewanden op propere borden, ze dampt in de schalen.
De ene oorlog wil de andere rechtzetten en brengt slechts nieuwe oorlog voort. Schep nog eens vol. We lopen de dijk af, Charles, Arthur en ik. Ik duizel van de pijn, onze volkomen pijn omdat niemand, ook ikzelf niet, ze opmerkt die avond. We dalen af naar de rustige rivierarm, er komt onweer, want de kruinen barsten met tussenpozen uit in gedruis, hevig gedruis. Charles trekt zijn schoenen uit, dan zijn sokken, hinkend op zijn ene been, dan op het andere, en Arthur knoopt zijn broeksriem los. Ze roepen me toe. Arthur is ook nog eens de mooiste jongen van het noordelijk halfrond - o de pijn.
Ze roepen me toe. Ze weten dat ik niet helemaal dol ben op water, ze plagen me. Ik hoor onze stemmen, het heeft geen zin hun woorden te herhalen. Hoe nabij ook, ze komen van ver, verzwakt door de immense afstand. Mijn tepels verstrakken nu ik mijn hemd van mijn schouders haal, mijn ballen krimpen. Ik blijf staan en laat hem, die jongen die ik ben, bijna zeventien, verder naar de waterkant toe struikelen. De pijn.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Lees meer...

28-11-15

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: Les dix doigts des jour (Alle dagen samen. vertaald door Marie Hooghe)

Car les mots ne se montrent pas encore à lui. Il ne peut boire qu’à petites gorgées à leurs coupes. 
« On ne peut pas dire qu’il a la langue bien pendue, dit, maman. S’il tient quelque chose de son père... Mais Dieu sait tout ce qui mijote dans cette petite caboche. » 
Sa voix tourne en rond et se rembobine d’elle-même quand elle est au bout de la chanson, elle tapote des touches et frappe des cymbales. Elles croient qu’elles parlent, maman, grand-maman, tante Cactus, mais elles sont seulement, comme dit parfois papa, des grandes machines à trompette où il n’y a pas de bouton pour couper le son quand la mélodie ne vous plaît plus.
(…)

Quand papa vient m’éveiller, je rêve de grands papillons de nuit dans la haie de troènes. Ils frétillent sur le drap quand je m’assieds et frotte les fils de mes yeux. 
Il me soulève et me prend dans ses bras. Je pose mon cou sur l’arrondi de sa nuque et me laisse retomber par-dessus ses épaules pour compter le bord de chaque marche pendant que nous descendons. Il y en a dix et sept. 
Quand nous arrivons en bas, je crie « Bravo ». Je veux taper dans mes mains, mais papa attrape mes doigts dans son poing. 
Autour du lit en bas, les gens rient dans leur barbe. 
Arrière-grand-père réfléchit sérieusement, les couvertures sont tirées jusque sous son menton. Ses fausses dents, il les a mises dans un verre sur la tablette de la fenêtre, ainsi il peut rire sans se fatiguer pendant qu’il meurt. 
« Chuut », dit papa. 
Arrière-grand-père se redresse. Regarde autour de lui avec des yeux qui n’ont encore jamais été aussi grands. 
« Tous ces gens, dit-il. Tous ces gens », et il retombe sur les draps. 
Les gens hoquètent de rire. 
Toi aussi, maman.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

28-11-14

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake, Alexander Blok

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: De spiegelingen

“Die avond in mei moet alles nog gebeuren. Ik voel de verrukking die door mijn ribben trekt nu ik de lucht van de aarde ruik aan de waterkant. De aarde, eindelijk ontwaakt na de wintermaanden, al ruik ik nu iets anders in die lucht: de lijfgeur van mijn eigen onbevangenheid. Onze wereld is niet vredig, dat begrijp ik, nu ik naar die zomerse meiavond terugkeer en mezelf in mijn jonge romp laat glijden, die me omknelt als een nauwsluitend vest. Ik geloof dat het me die avond voor het eerst echt daagt, niet alleen maar met mijn verstand, dat heeft waarschijnlijk al langer zijn conclusies getrokken, maar fundamenteler, in mijn beenmerg, dat ik nimmer in de geijkte levenspatronen een thuishaven zal vinden. Ik zie mezelf lol maken met mijn maten. We lopen over het jaagpad, de soepelheid van onze lichamen bevangt me, tot een eind buiten de stad, tot de plek waar de rivier in een van zijn oude armen achter een dijk beplant met ratelpopulieren ligt te verzanden - wie weet hoe lang al. We hebben niet zoveel tijd, de dralende zomeravonden van juni zijn nog niet gearriveerd en we moeten voor het donker weer thuis zijn. Maar we willen zwemmen, ons van onze kleren ontdoen en een duik nemen in het stille groene water.
Opwinding klopt in mijn aders, en ook pijn, zacht knagend in mijn borst, jankend in mijn kruis. Een pijn die ik nu scherper gewaarword dan op het ogenblik zelf. Ons geheugen wordt pas herinnering wanneer de toekomst het bezoekt en met haar ontgoochelingen besmet. Er bestaat geen geschiedenis die niet geïnfecteerd is. Het is werkelijk een prachtige avond. Ik weet niet of ik opmerk hoe de ondergaande zon de kruinen van de populieren verkopert, hoe ze op wolken lijken, groengele wolken van lover aan de aarde verankerd met de kabels van hun takken en stammen, onder een hemel blauwgrijs als gesmolten tin. Daarachter de weiden, runderen die hun lange schaduw voor zich uit rollen, de daken, torens en donkerrode fabrieksschouwen van de stad. Misschien is er onweer op komst, de lucht voelt plakkerig aan. Ik zie dikke druppels regen de kalme spiegel van water waarin we gezwommen perforeren met ringen en rimpelingen.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

28-11-13

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

Vrede zij met U

Zo zal geschieden, aldus, zoals beschreven:
Glorie nadert zonder vleugelslag.

Bazuingeschal ontbreekt. De poort van het Paradijs
staat op een kier, ook ongeolied kniert zij niet.

Daarachter: Eeuwigheid.

Het heet daar immer vrijdag, alleen het licht
lijkt anders (voor wie het ziet; een permanente

dinsdag halfweg maart – bijwijlen sneeuw,
een schuinse zon zonder de moeheid
van september) .

Een engel bleek als lamsleer –
bij nader inzien staat zijn rok vol uitgewiste tekens –

keert de dividenden uit en doopt de hemel Winst

(St. James’ Park rond lunchtijd: klerken en scholieren,
koperblazers, narcissen, broodjes tonijn
en sluimerende eenden).

Toch slaat men ginds nog dweilen uit,
giet emmers loog leeg,

hangt daar lucht van bier op de puien

(wat enigszins verbaast gezien er vrede heerst
en nergens vuil).

Ook zijn daar nog journaals met wisselkoersen
en de index, en zelfs oorlog:

stormen van lieflijkheid boven de ijskap.

Wat dood is herrijst dan spoorslags uit de puinen
– slaat sterven uit plooien,

schudt hoofden,
haalt schouders op.

 

Ik was de schikgodin

Ik was de schikgodin van serge en katoen.
Een stiefzus van de tijd. Ik vlocht netten
voor een ziel van vlees en bloed.
Genadig zond het lot mij spoken
voor mijn rokken. Mijn dames
waren schepen. ik sneed zeilen
voor hun mast. Hoe jankte niet
de kast, alsof haar vliezen braken
toen ze gingen. Wie schept,
baart sterven. Ik knipte
navelstrengen door, ik leerde
zonder zakdoek wuiven.

 


Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

28-11-11

Dennis Brutus, Alexander Blok, William Blake, Carl Jonas Love Almqvist, Yves Thériault

 

De Zuidafrikaanse dichter en (oud-)verzetsstijder Dennis Brutus werd geboren op 28 november 1924 in Harare in Zimbabwe. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009 en ook mijn blog van 28 november 2010.

 

 

Akhenaton’s Song/ Prayer/ Psalm

 

Light gleaming through trees

light above sunset hills

light glowing golden

Rhodesian-Zimbabweau red

light pink-grey on Africa’s desert wastes

light on lifted psalms in adoration

psalms lifting in thanksgiving

receiving light in gratitude.

 

light, source of being

light glowing over, everywhere, forever

light glowing over all, over all.

 

light at the center of all things

light at the origin of all things

light reaching across distances of the cosmos

light without which all that is is nothing.

light the seed of our being

 

light that inserts, asserts, establishes being

light that defines us as divinity

light that unifies us with divinity.

 

 

 

Seattle

 

We all have our causes

dear to our hearts

that we work and sacrifice for:

the freedom of these,

justice for those,

the struggle against their oppressor:

but let there be one cause

that we all unite to serve

that we all resolve to serve—

the cause of the Native Americans.

 

 

Dennis Brutus (28 november 1924 – 26 december 2009)

Lees meer...

28-11-10

Dennis Brutus, Alexander Blok, William Blake, Carl Jonas Love Almqvist, Yves Thériault

 

De Zuidafrikaanse dichter en (oud-)verzetsstijder Dennis Brutus werd geboren op 28 november 1924 in Harare in Zimbabwe. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009. 

 

 

Prayer

O let me soar on steadfast wing
that those who know me for a pitiable thing
may see me inerasably clear:

grant that their faith that I might hood
some potent thrust to freedom, humanhood
under drab fluff may still be justified.

Protect me from the slightest deviant swoop
to pretty bush or hedgerow lest I droop
ruffled or trifled, snared or power misspent.

Uphold—frustrate me if need be
so that I mould my energy
for that one swift inenarrable soar

hurling myself swordbeaked to lunge
for lodgement in my life’s sun-targe—
a land and people just and free.

 

 

 

 

Sequence for South Africa

1.

Golden oaks and jacarandas
flowering:
exquisite images
to wrench my heart.

2.

Each day, each hour
is not painful,
exile is not amputation,
there is no bleeding wound
no torn flesh and severed nerves;
the secret is clamping down
holding the lid of awareness tight shut—
sealing in the acrid searing stench
that scalds the eyes,
swallows up the breath
and fixes the brain in a wail—
until some thoughtless questioner
pries the sealed lid loose;

I can exclude awareness of exile
until someone calls me one.


 

 

 

Dennis Brutus (28 november 1924 – 26 december 2009)

Lees meer...

28-11-09

Nancy Mitford, Stefan Zweig, Dawn Powell, Dennis Brutus, Alexander Blok, William Blake, Carl Jonas Love Almqvist, Yves Thériault


De Engelse schrijfster Nancy Mitford werd geboren op 28 november 1904 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: The Pursuit of Love

 

The result was guerrilla warfare at its most exciting. Housemaids are notoriously early risers, and can usually count upon three clear hours when a house belongs to them alone. But not at Alconleigh. Uncle Matthew was always, winter and summer alike, out of his bed by five a.m., and it was then his habit to wander about, looking like Great Agrippa in his dressing-gown, and drinking endless cups of tea out of a thermos flask, until about seven, when he would have his bath. Breakfast for my uncle, my aunt, family and guests alike, was sharp at eight, and unpunctuality was not tolerated. Uncle Matthew was no respecter of other people's early morning sleep, and, after five o'clock one could not count on any, for he raged round the house, clanking cups of tea, shouting at his dogs, roaring at the housemaids, cracking the stock whips which he had brought back from Canada on the lawn with a noise greater than gun-fire, and all to the accompaniment of Galli Curci on his gramophone, an abnormally loud one with an enormous horn, through which would be shrieked "Una voce poco fa"—"The Mad Song" from Lucia—"Lo, here the gen-tel lar-ha-hark"—and so on, played at top speed, thus rendering them even higher and more screeching than they ought to be.

Nothing reminds me of my childhood days at Alconleigh so much as those songs. Uncle Matthew played them incessantly for years, until the spell was broken when he went all the way to Liverpool to hear Galli Curci in person. The disillusionment caused by her appearance was so great that the records remained ever after silent, and were replaced by the deepest bass voices that money could buy.

"Fearful the death of the diver must be,

Walking alone in the de-he-he-he-he-depths of the sea"

or "Drake is going West, lads."

These were, on the whole, welcomed by the family, as rather less piercing at early dawn.

"Why should she want to be married?"

"It's not as though she could be in love. She's forty."

Like all the very young we took it for granted that making love is child's play.

"How old do you suppose he is?"

"Fifty or sixty I guess. Perhaps she thinks it would be nice to be a widow. Weeds, you know."

"Perhaps she thinks Fanny ought to have a man's influence."

"Man's influence!" said Louisa. "I foresee trouble. Supposing he falls in love with Fanny, that'll be a pretty kettle of fish, like Somerset and Princess Elizabeth—he'll be playing rough games and pinching you in bed, see if he doesn't."

"Surely not, at his age."

"Old men love little girls."

"And little boys," said Bob.

"It looks as if Aunt Sadie isn't going to say anything about it before they come," I said.

"There's nearly a week to go—she may be deciding. She'll talk it over with Fa. Might be worth listening next time she has a bath. You can, Bob."

 

 

 

 

nancy_mitford
Nancy Mitford (28 november 1904 – 30 juni 1973)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: Clarissa

 

„Wenn Clarissa in späteren Jahren sich bemühte, ihr Leben zu besinnen, wurde es ihr mühsam, den Zusammenhang zu finden. Breite Flächen schienen wie von Sand überweht und völlig undeutlich in ihren Formen, die Zeit selbst darüberhinschwebend, unbestimmt wie Wolken und ohne richtiges Maß. Von ganzen Jahren wußte sie sich kaum Rechenschaft zu geben, indes einzelne Wochen, ja sogar Tage und Stunden gleichsam wie gestern geschehen noch Gefühl und inneren Blick beschäftigten, manchmal war ihr, mutete es sie an, als hätte sie nur einen geringen Teil mit wachem und beteiligtem Gefühl hingebracht und den andern verdämmert in Müdigkeit oder leerer Pflicht.

Am wenigsten wußte sie im Gegensatz zu den meisten Menschen von ihrer Kindheit. Durch besondere Umstände hatte sie nie ein richtiges Heim und familiäre Umwelt gekannt. Ihre Geburt hatte in dem kleinen galizischen Garnisonstädtchen, dem ihr Vater, damals nur Hauptmann des Generalstabs, zugeteilt war, zufolge einer unglücklichen Verkettung von Umständen der Mutter das Leben gekostet; der Regimentsarzt hatte an der Grippe niedergelegen, durch Schneeverwehung kam der von der Nachbarstadt telegrafisch berufene zu spät, um die dazugetretene Lungenentzündung noch erfolgreich bekämpfen zu können. Mit ihrem um zwei Jahre älteren Bruder wurde Clarissa gleich nach der Taufe in der Garnison zur Großmutter gebracht, einer selbst schon hinfälligen Frau, die mehr Pflege forderte, als sie geben konnte;...“

 

 

 

 

stefan_zweig
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Dawn Powell werd geboren op 28 november 1896 in Mount Gilead, Ohio. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: Dance Night

 

Lamptown hummed from dawn to dusk with the mysterious humming of the Works, the monotonous switching of engines and coupling of cars at the Yard. The freight cars rumbled back and forth across the heart of town. They slid out past the factory windows and brakemen swinging lanterns on top the cars would shout to whatever girls they saw working at the windows. Later, in the factory washroom one girl might whisper to another, "Kelly's in the Yard to-day. Said be sure and be at Fischer's Thursday night."

"Who was firing?" the other would ask, mindful of a beau of her own.

"Fritz was in the cab but I couldn't see who was firing. Looked like that Swede of Ella's used to be on Number 10."

The humming of this town was jagged from time to time by the shriek of an engine whistle or the bellow of a factory siren or the clang-clang of a red street car on its way from one village to the next. The car jangled through the town flapping doors open and shut, admitting and discharging old ladies on their way to a D.A.R. picnic in Norwalk, section workers or linesmen in overalls, giggling girls on their way to the Street Carnival in Chicago Junction. As if hunting for something very important the car rattled past the long row of Lamptown's factory boarding houses, past the Lots, then on into long stretches of low, level hay-fields where farm girls pitched hay, stopping to wave their huge straw hats at the gay world passing by in a street car.

There was grey train smoke over the town most days, it smelled of travel, of transcontinental trains about to flash by, of important things about to happen. The train smell sounded the 'A' for Lamptown and then a treble chord of frying hamburger and onions and boiling coffee was struck by Hermann Bauer's kitchen, with a sostenuto of stale beer from Delaney's back door. These were all busy smells and seemed a 6 to 6 smell, a working town's smell, to be exchanged at the last factory whistle for the festival night odors of popcorn, Spearmint chewing gum, barbershop pomades, and the faint smell of far-off damp cloverfields. Mornings the cloverfields retreated when the first Columbus local roared through the town. Bauer's coffee pot boiled over again, and the factory's night watchmen filed into Delaney's for their morning beer.“

 

 

 

 

Powell
Dawn Powell (28 november 1896 – 14 november 1965)

 

 

 

De Zuidafrikaanse dichter en (oud-)verzetsstijder Dennis Brutus werd geboren op 28 november 1924 in Harare in Zimbabwe. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

 

No Banyan, Only

 

 The quiet wisdom of the body’s peace:

Carnality, in this our carnal world, is all

Bamboo and iron having sealed

Our mundane eyes to views of time and peace.

Now I am strong as stones or trees are strong,

Insensible, or ignorant with vibrant life;

Streams or the air may wash or pass me by

My mind breathes quiet, lying yours along.

(Upon what meat is this man fed

That he is grown so great?

Diet of eloquent delectable accolades

Warm, soft, kindly, sweet and red.)

 

Under no banyan tree I strip no onion skin

To find a néant kernel at the still center:

“A little winter love in a dark corner?”

No, Love (for Chrissake, no) no love, no sin.

 

Sublunary no more, yet more acutely mundane

        now

Man’s fingers claw the cosmos in gestures of

        despair,

Our souls, since Hersey, seek the helix of

        unknowing

Save mine, you-saved, now leafing like a bough.

 

Breaking through theory-thickets I thrust

To this one corpus, one more self

That gives Content and content to an earth

Littered and sterile with ideas and rust.

 

Let alphabetic electrons bloat on Freudian

       excrement,

Our golden bodies, dross-indifferent, count no

       gain,

Finding Gaugin’s eternal island afternoon

And you hibiscus and my continent.

 

Most kindly you and what indeed can be

More most-required than kindliness

In this our shared world? And thus

My thanks for heartsease balm you render me.

 

Animals, perhaps, without merit of their own

—Forgive me Poverello, Paduan, my conceit—

Attain at last such steady ecstasy

As this you give, a gift to make us both your

       own.

 

 

 

 

Brutus
Dennis Brutus (Harare,  28 november 1924)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008.

 

 

 

The Death of Grandfather

 

We waited commonly for sleep or even death.
The instances were wearisome as ages.
But suddenly the wind's refreshing breath
Touched through the window the Holy Bible's pages:

An old man goes there - who's now all white-haired -
With rapid steps and merry eyes, alone,
He smiles to us, and often calls with hand,
And leaves us with a gait, that is well-known.

And suddenly we all, who watched the old man's track,
Well recognized just him who now lay before us,
And turning in a sudden rapture back,
Beheld a corpse with eyes forever closed ...

And it was good for us the soul's way to trace,
And, in the leaving one, to find the glee it's forming.
The time had come. Recall and love in grace,
And celebrate another house-warming!

 

 

 

 

Don't fear death

 

Don't fear death in earthly travels.
Don't fear enemies or friends.
Just listen to the words of prayers,
To pass the facets of the dreads.

Your death will come to you, and never
You shall be, else, a slave of life,
Just waiting for a dawn's favor,
From nights of poverty and strife.

She'll build with you a common law,
One will of the Eternal Reign.
And you are not condemned to slow
And everlasting deadly pain.

 

 

 

 

 

blok
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)

Portret door Konstantin Somov

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008.

 

 

 

JERUSALEM (from 'Milton')

 

AND did those feet in ancient time

Walk upon England's mountains green?

And was the holy Lamb of God

On England's pleasant pastures seen?

 

And did the Countenance Divine

Shine forth upon our clouded hills?

And was Jerusalem builded here

Among these dark Satanic Mills?

 

Bring me my bow of burning gold!

Bring me my arrows of desire!

Bring me my spear! O clouds, unfold!

Bring me my chariot of fire!

 

I will not cease from mental fight,

Nor shall my sword sleep in my hand,

Till we have built Jerusalem

In England's green and pleasant land.

 

 

 

 

 

Blake
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)

Portret door Thomas Phillips

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 november 2008.

 

De Canadese schrijver Yves Thériault werd geboren op 28 november 1915 in Quebec.

 

De Zweedese dichter, schrijver, criticus en reiziger Carl Jonas Love Almqvist werd geboren in Stockholm op 28 november 1793.

28-11-08

Alberto Moravia, Hugo Pos, Carl Jonas Love Almqvist, Julian Randolph Stow, Yves Thériault, Nancy Mitford, Dawn Powell, William Blake


De laatste twee dagen was het aantal literaire geboortedagen beperkt. De 28e november is echter een zeer vruchtbare gebleken voor schrijvers. Vandaar dat er na deze posting nog een tweede volgt. Kom gerust nog eens kijken later vandaag...

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Zie ook mijn blog van 28 november 2006.

 

Uit: Der Dickschädel (Vertaald door Jutta Eckes)

 

Eines Morgens im Juli machte ich gerade ein Nickerchen auf der Piazza Melozzo da Forlì, im Schatten der Eukalyptusbäume in der Nähe des ausgetrockneten Brunnens, als zwei Männer und eine Frau auf mich zukamen und mich baten, sie an den Lido di Lavinio zu bringen. Während sie sich überlegten, was sie zahlen wollten, sah ich sie mir genauer an: Blond, groß und dick der eine, ein farbloses, fast graues Gesicht und Augen wie aus himmelblauem Porzellan, die tief in dunklen Höhlen lagen, ein Mann um die Fünfunddreißig; der andere jünger, dunkle, zerzauste Haare, Schildpattbrille, schlaksig, mager, ein Student vielleicht. Die Frau schließlich war geradezu spindeldürr, sie hatte ein langes, schmales Gesicht zwischen zwei Wogen lose herabfallender Haare und wirkte mit ihrem schlanken Körper und dem grünen Kleidchen wie eine Schlange. Doch ihr roter und voller Mund glich einer Frucht, und ihre schönen, schwarzen und leuchtenden Augen waren wie nasse Kohle; sie sah

mich auf eine Weise an, daß ich Lust bekam, mich auf das Geschäft einzulassen. Tatsächlich akzeptierte ich den ersten Preis, den sie mir vorschlugen; darauf stiegen sie ein, der Blonde neben

mir, die beiden anderen hinten, und los ging’s“.

 

 

 

 

Moravia
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)

 

 

 

 

 

De Surinaamse schrijver, dichter en jurist Hugo Pos werd geboren in Paramaribo op 28 november 1913.  Pos ging in 1925 naar Nederland om in Leiden en later ook Parijs rechten te studeren. In de oorlogsjaren verbleef hij in Engeland, in Indonesië met zijn ontluikende onafhankelijkheidsstrijd en in Japan ter berechting van oorlogsmisdadigers. Pos was later in Suriname en in Nederland werkzaam als rechter.  In zijn naoorlogse, Surinaamse tijd schreef hij onder de schuilnaam Ernesto Albin gedichten in het tijdschrift Soela (1963-1964) en een aantal toneelstukken, onder meer het door hemzelf geregisseerde Vive la Vida (1957). Zijn hoorspel Black and White uit deze tijd werd bekroond. Hij begon pas laat met het schrijven van proza, wel liet hij enkele bibliofiele bundeltjes kwatrijnen het licht zien en verschillende andere bundels. In zijn eerste verhalenbundel Het doosje van Toeti (1985) kijkt hij terug op zijn jeugdjaren in Paramaribo en zijn overtocht naar Holland. De verhalen uit zijn tweede bundel, De ziekte van Anna Printemps (1987) spelen zich overal op de aardbol af. Datzelfde kosmopolitisme is te vinden in de bundel essays en reisverslagen Reizen en stilstaan (1988).

 

Uit: Creool

 

„In 1943, terwijl het oorlogsbedrijf nog in volle gang was, gebeurde er iets dat er ogenschijnlijk niets mee te maken had. Meneer Waller, boer Thomas in de wandeling, een oud koffieplanter, had in Paramaribo een Suriname-avond georganiseerd, die uitsluitend voor Surinamers toegankelijk was. Zoiets aparts, exclusiefs, had bij mijn weten in Suriname nog nooit plaatsgevonden. De buitensociëteit Het Park, de geliefde ontmoetingsplaats van de beter gesitueerden, zou op die bewuste avond haar terrein afschermen en alleen Surinamers toelaten. Restte de vraag, Surinamers, wie zijn dat? Om die vraag te beantwoorden dook het eenhoofdig Waller-comité niet in moeilijke antropologische of etnische begripsomschrijvingen, maar liet het aan ieder over om zelf uit te maken of hij/zij er al dan niet toe behoorde. Ik herinner mij die avond nog goed. Op het terrein stonden talrijke tenten waar van alles te doen en te krijgen was, terwijl op de dansvloer een onvermoeibare band voor een opgewekte calypsostemming zorgde. De bezoekers van de fancy-fair, want dat was het, moesten wel diep in hun zak tasten, want achter al dit opgeruimde gedoe school de werkelijke diep-serieuze bedoeling van het Waller-initiatief. De opbrengst van de avond zou dienen om de Surinamer terug te brengen naar de landbouw, die hij na de afschaffing van de slavernij de rug had toegekeerd.

 

Suriname, de kolonie waarmee volgens Colijn niets mee te beginnen was en waar niets te halen viel, was door de oorlog als het ware uit een diepe slaap ontwaakt. Amerikaanse troepen en een detachement van de Prinses Irenebrigade uit Engeland waren er gelegerd om de voor de oorlog vitale bauxietmijnen te beschermen, waardoor de bedrijvigheid was toegenomen.“

 

 

 

 

hugopos
Hugo Pos (28 november 1913  - 11 november 2000)

 

 

 

 

 

De Zweedese dichter, schrijver, criticus en reiziger Carl Jonas Love Almqvist werd geboren in Stockholm op 28 november 1793. Almqvist schreeft een groot aantal boeken en gedichten. Hierin verkondigde hij vaak zijn radicale meningen over de maatschappij en politiek. Dit leverde hem veel weerstand op van mensen en instellingen die hem als een gevaarlijke revolutionair beschouwden. Hij werd ervan beschuldigd een vage bedrijfskennis met arsenicum geprobeerd te hebben te vermoorden. Of hij schuldig was is nooit bekend geworden, maar in paniek vluchtte hij naar de Verenigde Staten. Daar nam hij een nieuwe identiteit aan en trouwde. In 1865 keerde hij naar Europa terug. Een jaar later stierf hij  in Duitsland het jaar daarna. Hij wordt gezien als één van de belangrijkste Zweedse sociale hervormers van de 19e eeuw.

 

Uit: Die Woche mit Sara (Vertaald door Anne Storm)

 

Das Mädchen sah ihn mit - wie er fand - recht hübschen Augen an. Den Ring, den er ihr hinhielt, nahm sie zwar in der ersten Verblüffung - und er vermutete, sie würde ihn auf den Finger streifen, was sie ursprünglich ja wohl beabsichtigt hatte -, doch dann ging sie, ohne ein Wort zu sagen, langsam zur Reling und warf den Ring ins Wasser. Prosit, Sergeant!, sagte er zu sich selbst, als er diese Bewegung wahrnahm. Das heißt so viel wie: Ich bin ordentlich abgeblitzt. Bravo, Junker!

  Er ging an die gegenüberliegende Reling und warf den anderen Rosshaarring, den er sich schon an den Finger gesteckt hatte, auch ins Wasser. Danach spuckte er auf die Salutkanone, die gerade in Reichweite war. Dann spazierte er ein Stück über das Deck nach achtern, und als er sich wieder dem Vorderdeck näherte, geschah es, dass er direkt auf die rosiger Unbekannte stieß, die dort stand und zusah, wie die Maschinerie arbeitete.

  "Siehst du", sagte er und hielt seine Hände hin, "ich habe meinen Ring auch ins Wasser geworfen. Das war das beste, was wir tun konnten." Erst ein scharfes Mustern von Kopf bis Fuß, dann ein kaum merkliches, doch nicht unfreundliches Lächeln, eine leicht belustigte Miene, die aber sofort verschwand - das war ihre Antwort: "Ist der Ring im Wasser? So, so!", fügte sie hinzu.

"Siehst du", sagte er und hielt seine Hände hin, "ich habe meinen Ring auch ins Wasser geworfen. Das war das beste, was wir tun konnten." Erst ein scharfes Mustern von Kopf bis Fuß, dann ein kaum merkliches, doch nicht unfreundliches Lächeln, eine leicht belustigte Miene, die aber sofort verschwand - das war ihre Antwort: "Ist der Ring im Wasser? So, so!", fügte sie hinzu.

 

 

 

almqvistny
Carl Jonas Love Almqvist (28 november 1793 - 26 september 1866)

 

 

 

 

 

De Australische dichter en schrijver Julian Randolph Stow werd geboren in Geraldton in het westen van Australië op 28 november 1935. Hij volgde een studie aan de University of Western Australia en doceerde daarna Engels aan de University of Adelaide, de University of Western Australia en de University of Leeds. Ook werkte hij als anthropoloog onder de aborginals. Deze ervaringen verwerkte hij in de roman To the Islands, waarmee hij in 1958 de Miles Franklin Award won. Stow woonde ook lang in Suffolk in Engeland. Traditionele verhalen uit de regio verwerkte hij in The Girl Green as Elderflower.

 

 

On a Favourite Cat

 

Your house was a palace, full of arcane nooks

to discover and rediscover; all your life

 

a long imperialist adventure, where

kingdoms bowed down to your triumphal tail.

 

How can a little marble dish, abraded

by a rough tongue, so shake the heart? The fall

 

of sparrows is not man's concern: I took

no thought of what must leave me for your grave.

 

Under the mirabelle tree in my godson's garden,

be earth's pet now. What can I do?--but wish you

 

a matriarchy of blackbirds to teach you peaceable manners

and a Malplaquet of a mansion, to stalk and explore for ever.

 

 

 

 

RandolphStowL
Julian Randolph Stow (Geraldton,
28 november 1935)

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver Yves Thériault werd geboren op 28 november 1915 in Quebec. Toen hij 15 was verliet hij de school om te gaan werken. Hij had zeer verschillende baantjes totdat hij als schrijver slaagde. Zijn bekendste werk is Agaguk, een verhaal over culturele conflicten tussen de Inuit en de blanke man uit 1958. In 1975 werd hij wegens zijn verdiensten benoemd tot Officer of the Order of Canada.

 

Uit: Agaguk

 

„Dix pas. C'était alors le temps ou jamais. Tout dépendait d'un geste, la pression rapide sur la gâchette, le coup, la balle... L'instant d'une seconde, et moins encore. Un destin fixé. La mort du loup? La mort de l'homme?

Agaguk pressa la détente.

La balle fut un ouragan qui jaillit du canon. Mais elle ne tua pas le loup. Elle ne fit que l'égratigner au passage. Il roula par terre et se retrouva dix pas plus loin. Il fut aussitôt sur ses pattes.

Agaguk était debout aussi, son couteau au poing.

Le loup bondit.

Une masse fantomatique, sorte de bolide lancé des airs, s'abattait sur Agaguk. L'homme et la bête basculaient dans le noir. La gueule du loup s'ouvrait, baveuse de rage, et mordait avec un grondement diabolique l'être qui se débattait furieusement entre ses pattes.

C'était entre les deux une lutte horrible, une gymnastique macabre. À chaque gueulée de la bête, le cri de l'homme s'enflait en vrille et crevait la nuit. Le loup en furie l'agrippait, le labourant à grands coups de griffes, puis l'homme saisissant la seconde propice - celle où l'animal s'arc-boutait pour foncer à nouveau - repliait son bras pour plonger le couteau dans le cuir de la bête. Alors celle-ci s'esquivait, mais pour bondir de nouveau sur l'homme qui se raidissait contre la torture.

De grands lambeaux de chair pendaient entre les dents de l'animal.“

 

 

 

 

 

theriault
Yves Thériault (28 november 1915 – 20 oktober 1983)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Nancy Mitford werd geboren op 28 november 1904 in Londen. Zij stamde uit een aristocratische familie en was een van de exentrieke Mitford Sisters. Tijdens WO II leerde zij in Londen  de Franse politicus Gaston Palewski. Een medewerker van De Gaulle, kennen, wiens minnares zij werd. Mitford schreef biografische werken en vier zeer succesvolle romans: The Pursuit of Love, Love in a Cold Climate, The Blessing en Don't Tell Alfred.

 

Uit: The Pursuit of Love

 

„But why?" I said, for the hundredth time. Linda, Louisa and I were packed into Louisa's bed, with Bob sitting on the end of it, chatting in whispers. These midnight talks were most strictly forbidden, but it was safer, at Alconleigh, to disobey rules during the early part of the night than at any other time in the twenty-four hours. Uncle Matthew fell asleep practically at the dinner-table. He would then doze in his business-room for an hour or so before dragging himself, in a somnambulist trance, to bed, where he slept the profound sleep of one who has been out of doors all day until cockcrow the following morning, when he became very much awake. This was the time for his never-ending warfare with the housemaids over wood-ash. The rooms at Alconleigh were heated by wood fires, and Uncle Matthew maintained, rightly, that if these were to function properly, all the ash ought to be left in the fireplaces in a great hot smouldering heap. Every housemaid, however, for some reason (an early training with coal fires probably) was bent on removing this ash altogether. When shakings, imprecations, and being pounced out at by Uncle Matthew in his paisley dressing-gown at six a.m., had convinced them that this was really not feasible, they became absolutely determined to remove, by hook or by crook, just a little, a shovelful or so, every morning. I can only suppose they felt that like this they were asserting their personalities.“

 

 

 

mitford
Nancy Mitford (28 november 1904 – 30 juni 1973)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Dawn Powell werd geboren op 28 november 1896 in Mount Gilead, Ohio. Toen zij zeven jaar was stierf haar moeder en vanaf toen leefde zij op verschillende plaatsen bij familie. Na haar schoolopleiding verhuisde zij naar Manhattan. Veel van haar werk zou gaan over het leven in de kleine stadjes vande Midwest of van mensen uit die stadjes die in New York terecht kwamen. Haar roman Whither verscheen in 1925, maar zij zelf gaf altijd She Walks In Beauty uit 1928 als haar debuut aan. In 1942 behaalde zij met A Time to Be Born haar eerste echte succes. In de jaren negentig beleefde haar veelal satirische romans en verhalen door heruitgaves een ware revival.

 

Uit: Angels on Toast

 

„The Spinning Top was not one of Chicago's better spots; its chief charm for its customers was that it was not popular and was no place to take a wife. It was a jolly combination of seedy Hollywood glitter and old-time honkytonk. It was near enough to the station so that a busy man could nip over for a drink and the show between trains, say hello to the girls, maybe, and then, after he missed his train, could even be put up in the little adjoining hotel. The girls were good-natured, not bad-looking graduates of various exclusive burlesque wheels, and they sat around at the bar in little fig-leaf costumes, fluttering their blue-greased eyelids at strangers, and on dull nights at least keeping up a semblance of gayety by their perpetual squeals and chatter. It was said, with authority, that a favored customer could toss his coat to Marie, the hat-check girl, for repairs while he drank, and he could even send her out to do his wife's shopping, if necessary, while he downed a few at the bar. Homey, that was the way a traveller described the Spinning Top, and it was fine dropping in a place where they didn't snub you, a place where the waiters all called you by your first name, and the girls kidded and scolded you and took care of you, and took every nickel you had. All right, it was a clip-joint, but if you passed out the manager himself took all your valuables out of your pocket to look after till you came to, so that at least nobody else would steal them. It was your own fault if you forgot next day where you'd been“.

 

 

 

Dawnpowell_1914
Dawn Powell (28 november 1896 – 14 november 1965)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 november 2006.

 

THE LITTLE BLACK BOY

 

MY mother bore me in the southern wild,

And I am black, but O, my soul is white!

White as an angel is the English child,

But I am black, as if bereaved of light.

 

My mother taught me underneath a tree,

And, sitting down before the heat of day,

She took me on her lap and kissèd me,

And, pointing to the East, began to say:

 

'Look at the rising sun: there God does live,

And gives His light, and gives His heat away,

And flowers and trees and beasts and men receive

Comfort in morning, joy in the noonday.

 

'And we are put on earth a little space,

That we may learn to bear the beams of love;

And these black bodies and this sunburnt face

Are but a cloud, and like a shady grove.

 

'For when our souls have learn'd the heat to bear,

The cloud will vanish, we shall hear His voice,

Saying, "Come out from the grove, my love and care,

And round my golden tent like lambs rejoice."'

 

Thus did my mother say, and kissèd me,

And thus I say to little English boy.

When I from black and he from white cloud free,

And round the tent of God like lambs we joy,

 

I'll shade him from the heat till he can bear

To lean in joy upon our Father's knee;

And then I'll stand and stroke his silver hair,

And be like him, and he will then love me.



 

 

blake
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)

 

 

28-11-07

Erwin Mortier, Stefan Zweig, Alexander Blok, William Blake, Alberto Moravia


De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook mijn blog van 28 november 2006.

 

 

 

Uit: Les Femmes de Barbe-bleue

(Maeterlinck – variaties)

 

3.

Vroeg of laat zal Hij komen.
Zijn tred wakkert de onrust
en de toortsen aan.

Ons kuiken in Zijn stalen ei.
Ons kind in zilveren vliezen.

Hij die elders knapen onthoofdt
en zich tooit met hun bloed
en hun kreten drinkt.

Ons zanikende embryo.

U weet niet hoe zoet,
Mevrouw, het wachten uitvalt
tot Hij komt, vroeg of laat

als een geslagen hond hier
door Zijn ridderzalen dwaalt.

Hoe zoet het is Zijn wonden
af te binden, Zijn schrammen
schoon te spoelen,

Hem te omzwachtelen – onze Getergde
Zoon. Hij daalt de trap af,

Snuift onze lucht op, gromt, begraaft
Zijn hoofd in onze vacht

en jankt zich in slaap in onze rokken.


4.

Op een dag zal Hij zacht en glad
in onze handpalm rusten

-- een kiezel, een opaal, een door
de golven gepolijste drenkeling,

doorzichtig als barnsteen
waarin Zijn doden roerloos grijnzen.

Hoop is alles, Mevrouw.
Ochtendzon en sterrennacht.

Aurora Borealis.

Hoop schittert. De dofheid
van de Hoop is nergens doffer

dan in het land van de Hoop.

Hoop grasgroene Hoop.
Hoop van zilver. Gouden Hoop.

De Nacht van de Hoop straalt
in zijn donker even triomfant

als een middag in juni.

Wat komt u ons hier verlokken,
Mevrouw, met uw stalen wilskracht,
het al bij al vulgaire metaal

van uw Trots?


5.

Hoop kent geen taal.
Zwijg ons over uw landerijen,
de dorst van de zee, de grote groene
weiden, het stralende land, de virulente
lente, het rijpende koren, de roestige
herfst, de jonge boerenknechten,
de talloze de talloze de talloze sterren

en de al te lieflijk kwinkelerende diertjes,
de vogeltjes de vlindertjes, de talloze de talloze
de talloze mieren.

U heeft niets gezien als u niet eerst
onze doodstille binnentuinen betreedt

-- hun roerloze vegetatie,
waar het lover druipt van bloed
of dauw.

 

 

 

erwin_mortier
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 november 2006.

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen.


De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg.

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen.


De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907.

 

 

28-11-06

Stefan Zweig, Erwin Mortier, Alexander Blok, William Blake, Alberto Moravia


Stefan Zweig werd (precies 125 jaar geleden) op 28 november 1881 in Wenen in een welgestelde joodse familie geboren. De familie was niet religieus en Stefan Zweig noemde zich later een "jood door toeval". Al tijdens zijn studie gaf hij gedichten uit die invloed van Rainer Maria Rilke en Hugo von Hofmannsthal laten zien. In 1904 verscheen zijn eerste novelle, waarmee hij zijn grootste roem zou krijgen. Stefan Zweig meldde zich bij het begin van WO I vrijwillig bij de oorlogspers. Het verloop van de oorlog maakte hem echter steeds meer een oorlogstegenstander, wat nog eens versterkt werd door de invloed van zijn vriend, de Franse pacifist Romain Rolland. In 1917 werd Zweig bij zijn dienst bij de oorlogspers vrijgegeven, later helemaal ontslagen. Hij verhuisde naar Zürich, in het neutrale Zwitserland en werkte daar als correspondent voor de Weense Neue Freie Presse en publiceerde ook in de Hongaarse Duitstalige krant Prester Lloyd. Deze bezigheden gebruikte hij om o.a. zijn partijloze mening te uiten.

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog keerde Zweig terug naar Oostenrijk en woonde in Salzburg. Als geëngageerde intellectueel trad Zweig tegen het nationalisme en revanchisme op en bracht zijn idee voor een geestelijk verenigd Europa naar voren. Hij schreef veel in zijn Salzburger tijd: verhalen, drama's en novellen. De historische momentopname "Sternstunden der Menschheit" uit 1927 telt nog steeds als zijn succesvolste boek. Nadat de Nationaal-socialisten in 1933 in Duitsland de macht hadden gegrepen en ook hun invloed in Oostenrijk voelbaar werd, emigreerde Stefan Zweig naar Londen. Bij zijn uitgever in Leipzig mocht Zweig niet meer publiceren. Hij vond echter nog een uitgever in Wenen. In 1936 werden Zwiegs boeken verboden in Duitsland. Zijn eerste huwelijk eindigde in 1938 en in 1939 trouwde hij voor de tweede keer met Charlotte Altmann. Na het uitbreken van WO II nam hij de Engelse nationaliteit aan. Hij verliet Londen en kwam via New York, Argentinië en Paraguay in 1940 in Brazilie terecht. Samen met zijn tweede vrouw koos Zweig op 22 februari 1942 er voor om vrijwillig een einde te maken aan hun leven. Of zoals hij zelf schreef: "aus freiem Willen und mit klaren Sinnen" vanwege zijn treurigheid over de vernietiging van zijn "geistige Heimat Europa".

Uit: Die Schachnovelle

 

„In dieser äußersten Not ereignete sich nun etwas Unvorhergesehenes, was Rettung bot, Rettung zum mindesten für eine gewisse Zeit. Es war Ende Juli, ein dunkler, verhangener, regnerischer Tag: ich erinnere mich an diese Einzelheit deshalb ganz genau, weil der Regen gegen die Scheiben im Gang trommelte, durch den ich zur Vernehmung geführt wurde. Im Vorzimmer des Untersuchungsrichters musste ich warten. Immer musste man bei jeder Vorführung warten: auch dieses Wartenlassen gehörte zur Technik. Erst riss man einem die Nerven auf durch den Anruf, durch das plötzliche Abholen aus der Zelle mitten in der Nacht, und dann, wenn man schon eingestellt war auf die Vernehmung, schon Verstand und Willen gespannt hatte zum Widerstand, ließen sie einen warten, sinnlos-sinnvoll warten, eine Stunde, zwei Stunden, drei Stunden vor der Vernehmung, um die Seele mürbe zu machen. Und man ließ mich besonders lange warten an diesem Donnerstag, dem 27. Juli, zwei geschlagene Stunden im Vorzimmer stehend warten; ich erinnere mich auch an dieses Datum aus einem bestimmten Grunde so genau, denn in diesem Vorzimmer, wo ich - selbstverständlich, ohne mich niedersetzen zu dürfen - zwei Stunden mir die Beine in den Leib stehen musste, hning ein Kalender, und ich vermag Ihnen nicht zu erklären, wie in meinem Hunger nach Gedrucktem, nach geschriebenem ich diese eine Zahl, diese wenigen Worte 27. Juli an der Wand anstarrte und anstarrte; ich fraß sie gleichsam in mein Gehirn hinein. Und dann wartete ich wieder und wartete und starrte auf die Tür, wann sie sich endlich öffnen würde, und überlegte zugleich, was die Inquisitoren mich diesmal fragen könnten, und wusste doch, dass sie mich etwas ganz anderes fragen könnten, als worauf ich mich vorbereitete.“

 

 

 

zweig_B
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)

 

Erwin Mortier werd geboren op 28 november 1965. Hij groeide op in Hansbeke, een dorpje aan de zuidergrens van het Meetjesland en deelgemeente van Nevele. Mortier studeerde kunstgeschiedenis in Gent en behaalde daarnaast het diploma van psychiatrisch verpleegkundige. Van 1991 tot 1999 was hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Dr. Guislain Museum, waar hij werkte aan de geschiedenis van de psychiatrie. In deze periode publiceerde hij in diverse tijdschriften als De Gids, De Revisor, Het nieuwe Wereldtijdschrift en Optima. Vanaf 1999 leeft hij uitsluitend van zijn pen. Hij debuteerde met de roman Marcel (1999), ondermeer bekroond met de Gerard Walschapprijs, de Van Der Hoogtprijs en het Gouden Ezelsoor voor het beste debuut. In 2000 verscheen zijn tweede roman, Mijn tweede huid, genomineerd voor onder andere de Libris Literatuurprijs en De Gouden Uil. De dichtbundel Vergeten licht (2001) ontving de C. Buddingh’-prijs. In 2002 volgde de derde roman Sluitertijd, genomineerd voor de AKO-literatuurprijs, en de essaybundel Pleidooi voor de zonde. Zijn werk verschijnt in vertaling in Duitsland, Frankrijk, Engeland en Bulgarije. Begin 2004 werd Mortier voor een periode van twee jaar als stadsdichter benoemd van de stad Gent. Hij geldt als een “postmodernist”.

Algemene Mobilisatie

Geef ten laatste maandag al uw namen af
bij de ambtenaar der ongeboorten.

Vergeet uw koosnaam niet, noch de naam
waarmee men u bespotte.

Meld de namen van uw zonen. De namen
op uw vaders graf. De namen die uw moeder

gaf aan dingen die niet werkten.

Tel de namen van de dagen, de namen
die in lagen de vergane mantels maken

van de doden slapend in uw vel.

Vergeet de namen niet voor morgen,
schrijf ze over en verbrand ze. Tel de namen

die nog resten op uw vingers,
tel uw vingers af.

De naam van God, de naam die het lot
u verschafte. De naam van de hel

en van de hemel. De naam van uw armen.
Neus lippen buikvlies pancreas.

Sta al uw namen af.
Wacht dan, uitgeteld.

U krijgt van ons wat wisselgeld
en passend schoeisel.

 

 

ERWIN_MORTIER
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Alexander Blok behoorde tot de dichters die zich ten tijde van het symbolisme meer toelegden op de eigen gevoelens. Hun poëzie kenmerkte zich door veel aandacht voor stemmingen, ‘beschrijvingen’ van gevoelens en indrukken en waren tegelijkertijd lyrisch en associatief van aard. Door deze benadrukking van het gevoel behoorden zij tot de voorlopers van het expressionisme, wat pas enkele jaren later (h)erkend werd. Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg in een academisch en literair milieu, studeerde rechten en letteren, en publiceerde regelmatig. Hij stierf in 1921.

Nacht

Nacht, straten, apotheek, lantaren, 

Een zinloos schijnsel in de mist.

Al leef je nog eens twintig jaren -  

Geen uitweg - alles is beslist.

 

Je sterft en wordt opnieuw geboren,

Alles herhaalt zich vroeg of laat:

Rimpels in het kanaal bevroren,

Nacht, apotheek, lantaren, straat

Vert. Marja Wiebes en Margriet Berg

 

Herfstelegie

 

Traag komt ook deze herfstdag weer ten einde,

Traag dwarrelen de gele blaren neer,

De dag is helder, fris, de hemel wonderteer –

De ziel ontkomt niet aan ‘t onzichtbare verkwijnen.

 

Zo wordt ze steeds wat ouder, elke dag,

En elk jaar met het vallen van de blaren

Komt het je voor alsof in vroeger jaren

Je nooit zo’n diep mistroostig najaar zag.

 

 

 

ABLOK~1
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)

 

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Blake groeide op in een warm en onconventioneel middenstandsgezin in Londen. Zijn vader James was van Ierse afkomst en heette eigenlijk O'Neill. De jonge William was een obstinate jongen; hij ging niet naar school en ontving zijn opleiding grotendeels van zijn moeder. Hij las alles wat los en vast zat, waaronder Shakespeare, Milton, Ben Jonson en de bijbel en deed ook de nodige kennis op van Frans, Italiaans, Latijn, Grieks en Hebreeuws. Als spoedig werd zijn artistieke talent herkend en aangemoedigd. Ook bleek hij een mystieke inslag te hebben en zag visioenen, waardoor hij zich in zijn latere leven ook zou laten leiden. Hoewel zijn mystieke inslag leidde tot met veel symboliek beladen en vaak duister werk, waarin hij een eigen mythologie ontwikkelde, verscheen in 1789 zijn Songs of Innocence met eenvoudige lyrische gedichten. In 1794 werd hier in een heruitgave Songs of Experience aan toegevoegd. Zijn belangrijkste prozawerk, met gravures, The Marriage of Heaven and Hell ontstond in 1790. In dit werk uit zich zijn verlangen naar vrijheid. De erin opgenomen Proverbs of Hell bevatten een beknopte weergave van zijn levens- en kunstbeschouwing; zijn revolutionaire ideeën verwoordde hij in The French Revolution (1791), America (1793) en Visions of the Daughters of Albion (1793). In zijn latere werken als Milton (1804-1808) en Jerusalem (1804-1820) maakte zijn wanhoop plaats voor een filosofie waarin de redding wordt gezien in liefde en vergeving.

 

The Divine Image

 

To Mercy, Pity, Peace, and Love,
All pray in their distress,
And to these virtues of delight
Return their thankfulness.

 

For Mercy, Pity, Peace, and Love,
Is God our Father dear;
And Mercy, Pity, Peace, and Love,
Is man, His child and care.

 

For Mercy has a human heart;
Pity, a human face;
And Love, the human form divine:
And Peace the human dress.

 

Then every man, of every clime,
That prays in his distress,
Prays to the human form divine:
Love, Mercy, Pity, Peace.

 

And all must love the human form,
In heathen, Turk, or Jew.
Where Mercy, Love, and Pity dwell,
There God is dwelling too.

 

 

 

blake
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)

 

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Hij kwam uit een welgestelde familie. Moravia slaagde er niet in zich regelmatig met school bezig te houden omdat hij op negenjarige leeftijd werd getroffen door een ernstige vorm van bottuberculose. Hierdoor was hij gedwongen zich meer dan vijf jaar lang roerloos en in bed te houden. Hij was een slimme jongen, en omdat hij niet het normale leven van jongens van zijn leeftijd kon leiden, had hij veel tijd om te lezen. Hij las met zeer veel toewijding en diepgewortelde passie en bouwde zo voor zichzelf aan een sterke literaire basis. Enkele van zijn favoriete auteurs waren Fjodor Dostojevski, James Joyce, Carlo Goldoni, Shakespeare, J.-B.P. de Molière en Mallarmé. Hij leerde zeer makkelijk Frans en Duits en begon met het schrijven van poëzie in het Frans en in het Italiaans. In 1929 is Moravia er zonder veel moeite in geslaagd zijn eerste roman uit te geven op zijn eigen kosten bij de Milanese uitgever Alpes. Deze roman heette Gli indifferenti (De onverschilligen). De roman werd direct goed ontvangen en kreeg goede recensies. Hij werd beschouwd als één van de meest interessante experimenten van het Italiaans verhalend proza van die tijd. Tijdens WO II schreef Moravia uit lijfsbehoud met name surrealistische en allegorische verhalen. Desalniettemin verviel hij in ongenade bij het fascistische regime. Na de val van Mussolini, in de roerige jaren 1943-1945, woonde hij met zijn vrouw in het dorpje Ciociaria, waarover hij later de roman La ciociara schreef.

 

Uit: De Onverschilligen (1929)

 

“Een ogenblik zat ze zo onbeweeglijk, met haar ogen naar de grond. 'Nu begint er werkelijk een nieuw leven,' dacht ze ten slotte, ze hief haar hoofd op, en het was of die rustige, nietsvermoedende kamer, die oude, domme gewoontes een levende, bijna menselijke aanwezigheid vormden, iets duidelijk omlijnds, dat ze nu op een ongehoorde manier ging verraden. 'Binnenkort... nemen we afscheid, voorgoed,' zei ze tegen zichzelf, met een droevige, zenuwachtige vreugde, en wuifde van haar bed af de dingen toe, als van een uitvarend schip. Wilde, onbestemde, dreigende fantasieen gingen door haar hoofd, een noodlotsketen scheen de gebeurtenissen te verbinden. 'Is dat niet vreemd?' dacht ze, 'morgen zal ik me aan Leo geven en een nieuw leven beginnen, en morgen is de dag waarop ik geboren ben;' Ze dacht aan haar moeder: 'En het is met jouw man, mama, met jouw man dat ik dat zal doen.' Ook dit verwerpelijke gegeven, de rivaliteit met haar moeder, was haar naar de zin. Alles moest gemeen, laag, smerig zijn, zonder liefde of sympathie, niets dan doem en ondergang: 'Een onhoudbaar schandaal van mijn leven maken,' dacht ze, 'mezelf kapot maken, eens voor al...'

 

 

 

Moravia
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)