21-03-13
Willem de Mérode, 250 Jaar Jean Paul, Hamid Skif, Hubert Fichte, Peter Hacks, Michel Bartosik
Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies zeven jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en voor het overige de Willem de Mérode tags op dit blog bij Skynet.
Stil dorp
De molen heft zijn armen stil
In de blauwe zonnige najaarslucht
En laat ze vallen met een zucht,
Als een moe man, tegen zijn wil.
De huizen slapen, het gordijn
Is neergelaten voor elk raam
Alleen met den blinkende koopren naam
Speelt op de deuren de zonneschijn.
Het dorp is nooit zó stil geweest.
En nergens zweeft een zweem van gerucht:
Een lege zaal waar 't geruis is gevlucht
Met het sterven van 't roezelig feest.
Geen mens durft gaan langs 't zandig pad,
Wijl 't rustend dorp dan wakker schrikt,
En verwijtend de wandelaar tegenblikt
Die treedt op takken en krakend blad.
Ik kom niet vóór de avond thuis,
Dat elk geluid als een dreigend woord
Niet roept hoe ik de stilte vermoord.
Vóór 't donker is kom ik niet thuis.

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
21:41 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: willem de mérode, 250 jaar jean paul, hamid skif, hubert fichte, peter hacks, michel bartosik, romenu |
Facebook |
02-09-12
100 Jaar Johan Daisne, Willem de Mérode, Chris Kuzneski, Joseph Roth, Pierre Huyskens
De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.
Klacht om Abisag
Hoe zult gij hier kunnen rusten?
Al de onnut gespaarde lusten
Stromen nog met zacht geruis
Door uw ongerepte leden,
Die nu met hun heerlijkheden
Zijn besloten in dees kluis.
Altijd hebt gij u onthouden
Aan onmachtigen; ach, de oude
Koning, die gij bijstand bood,
Had geen kracht meer in zijn lenden
Om op jeugds reeds lang ontwende
Wijs te dansen in uw schoot.
Als zijn hart uw boezem voelde,
Gij uw jeugd aan hem verkoelde,
Gloeide hij alsof een steen
Hitte aan het vuur ontleende.
Maar koud tot 't verkalkt gebeente
Werd hij als hij lag alleen.
Toen een jonge prins u minde,
Werd als vlieg hij van eens blinde
Aangezicht fluks weggevaagd.
Uwer borsten rode toppen
Werden hard als rozenknoppen
Waar geen bloeien meer in daagt.
En toen kwam de harde donkre
Met zijn oog u tegenfonklen,
En, niet wetend wat gij deed,
Hebt, vreesachtige en wankle,
Ge u verborgen in zijn mantel
Als een graf- en bruiloftskleed.
Onberoerde en versmachte,
In de helle sterrenachten
Fluistren wij en zuchten: slaap!
Troost u dit, dat op hun sponde
In verrukkelijke zonde
Om u wenen man en knaap?
De gekrenkte jongen
Meen niet, dat hij te schreien stond,
Toen hem het giftige antwoord stak.
Hij voelde, dat iets in hem brak,
Maar hield de glimlach om zijn mond.
Even vertroebelde zijn oog,
Maar daadlijk keek hij strak en koel.
En sterk hield hij het lauw gevoel
Ten onder, dat zijn hart bewoog.
Hij zal de eerste stap niet doen.
Zijn fierheid, ten begeerde zoen,
Weigert het goede woord te spreken,
Al zou zijn hunkrend hart ook breken.
Maar toen hij zich vol stugheid wendde,
Snikte hij zachtjes van ellende.
Job
De dag verga, waarin ik werd geboren,
Der donderbuien dikke duisternis
Trekke zich samen waar zijn luister is,
Hij zij verschriklijker als geen te voren.
Was ‘t mij bij de eerste oogopslag beschoren
Te sterven..., waar zelfs geen gefluister is
Van leed, men vrij van elke kluster is,
Zou mij de rust van koningen behoren.
Ik rustte met wie liefde hield gebonden,
De groten die in glorierijke stonden
De dood zich mengelden met minnens wijn.
Maar ik moet levend duizend doden sterven,
En nimmer kan ik ‘t duizlend heil verwerven
Van stil en donker en mét u te zijn.
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
20:03 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: willem de mérode, chris kuzneski, johan daisne, joseph roth, pierre huyskens, romenu |
Facebook |
21-03-12
Willem de Mérode, Hamid Skif, Hubert Fichte, Peter Hacks, Michel Bartosik
Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies zes jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en voor het overige de Willem de Mérode tags op dit blog bij Skynet.
De appelboom
Na warme dagen volgen koude nachten.
Als lakens ligt de dauw op bleek en haag
Versteven naar wat zonneschijn te wachten
En slaat in wolken op en regent traag.
De struiken tinkelen met haarfijn ijzel.
En in de hof, de dragende appelaar
Komt uit de damp reusachtig te verrijzen,
Met ronde konen en veel grijzend haar.
O eedle boom, die, boven alle bomen
Een ogenlust, vanouds de mens verleidt.
Wie, als een vlinder op uw geur gekomen,
Wenst niet een weinig van uw zaligheid!
Men plukt, en gretig slaan de grage tanden
Zich in uw blanke sappig knappend vlees.
Zó overvalt ons onverhoeds de schande,
Als wij genieten wat Gods wet verwees.
Niet gij, maar ons geweten schuldbeladen
Hangt als een boom van kwade vruchten zwaar.
Gij zijt een beeld der hemelse genade,
Die alle mensen weldoet, appelaar.
Uw helder bloeien was ons duistrende ogen
Zo schoon, dat wij gekweld door hoop en vrees,
Ons daaglijks om uw rozenhoed bewogen,
En treurden als uw sneeuw ten gronde rees.
Uw dracht begon, reeds negen uwe toppen.
Wij zagen toe met stijgend ongeduld.
De droge tongen in uw sap te soppen
Was ons begeren, en gij hebt 't vervuld.
't Is plukkenstijd; reeds met de tenen manden
Komt men gezeuld, met ladder en met sloof.
En wij? wij voelen zoekend Vaders handen
De vrucht betasten in ons trillend loof.

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
19:08 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: willem de mérode, hamid skif, hubert fichte, peter hacks, michel bartosik, romenu |
Facebook |
18-03-12
Dolce far niente 4
Romenu had even vrij vandaag. Morgen weer de gebruikelijke berichten en ook de schrijvers van de 18e maart.
Trijntjes dolce far niente.
't Zit in de Golf van Napels niet,
Van Napels of Tarente;
Ook 't Zandvoortsch kind heeft, als gij ziet,
Zijn dolce far niente.
‘'t Is lui, 't is heet, 't is brandend weer;
Hoe kan die meeuw nog vliegen?
'k Lag liever plat op 't water neer,
En liet mij zachtjes wiegen.’
Zoo spreekt zij, en ligt plat op 't zand,
En laat het zonlicht spelen;
Of 't bruine vel wat meer verbrandt
Kan haar geen oortje scheelen.

Dolce far niente door John Singer Sargent, 1907
Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)
Dolce far niente
De tv uit, lees geen kranten.
Geluk ligt binnen handbereik.
Kijk rustig hoe het gras groeit.
Drink een glas en zing een lied.
Tel sterren tot je dromen.
Ga vooral bij jezelf te rade.
Ga niet weg want je bent er al.

Dolce far niente door Daniel Ridgway Knight(1839 - 1924)
Rense Sinkgraven (Sint Jacobiparochie, 17 maart 1965)
Luieren
Ik lig de hele dag zalig languit
Te dromen en gerust op u te wachten.
Verlangen heeft mijn denken iets gekruid,
Precies genoeg om met plezier te smachten.
Ik luier feestlijk, mijn lichte gedachten
Bewegen zich om fris en geurig fruit
En bloemen, en ik luister of 'k het zachte
donkere lokken hoor der diepe fluit.
Alle avonds fluit bij dat klein huisje ginder
Een jongen de vermoeide wereld stil.
En zoals aan een grote bloem een vlinder
Zich vastklemt met behaaglijk wiekgetril,
Weet ik van ver uw stralende ogen wenken
En kan nog maar alleen aan u gedenken.

Dolce far niente door Franz Xaver Winterhalter, 1836
Willem de Mérode (2 september 1887 - 22 mei 1939)
15:29 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: nicolaas beets, rense sinkgraven, willem de mérode, romenu |
Facebook |
02-09-11
Willem de Mérode, Chris Kuzneski, Johann Georg Jacobi, Manfred Böckl
De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.
Zijn ziel en adem was doorgeurd van wijn
Zijn ziel en adem was doorgeurd van wijn.
Hij leunde in zijn verscheurde kaftan tegen
De deur der kroeg en stamelde verwegen
Van God en wereld en zijn eigen pijn.
'Gunt Gij de mens alleen rampzalig zijn?
Waarom wordt 't leven ongevraagd verkregen?
Maak ons als 't stof waaraan wij zijn ontstegen!
Wees ééns barmhartig en beveel: verdwijn!'
Hemels onwrikbaarheid en menslijk dwalen
Hoonde hij en prees 't dronken ademhalen
Tussen 'nog niet' en 'niet meer' 't hoogst genot.
Maar in de roes en enkle stille dromen
Werd al zijn wrevel van hem weggenomen
En schreeuwde hij beschaamd als kind om God!
Finis
Wij weten niet wat komen zal.
Het hart gedenkt wat is geweest:
De vrede van een stille geest,
Vervreemding, duister, overal.
Maar smart en onrecht zijn voorbij.
Wij keerden weer tot liefdes wijk.
Als kind'ren van Gods koninkrijk
Zijn wij herboren, sterk en vrij.
God boog de rechte lijn; ‘t begin
Raakt aan het eind, de cirkel sluit.
De hemel heeft zijn zaalge buit.
En - harts verlies blijkt harts gewin.
Wintermorgen
De tuin is toegesneeuwd; 't gazon
Ligt onder 't hoge witte duin bedolven.
Maar veilig in hun warme strooien kolven
Wachten de rozen (en mijn hart wacht ook) de Zon!
't Is late nacht, de lamp brandt laag,
De ruiten glinstren van de blauwe koude,
En koel is 't hart, dat gaarne branden zoude
Van ongeduld naar Uwe komst. Vandaag?
O, nacht en morgen vloeien traag tezamen,
Ontberen en genieten smelt ineen,
Maar nòg heerst over ziel en de verbleekte ramen
Het grijzen van de schemering alleen.
Dan doet een licht de schaduw zwarten en versnellen.
Warmer en driftiger golft 't ongeduldig bloed.
Door de gestrekte stilte tinkelen de bellen.
Bij 't ijle dagen ijlt Ge ons tegemoet.

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
20:04 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: willem de mérode, chris kuzneski, johann georg jacobi, manfred böckl, romenu |
Facebook |
12-06-11
Pinksteren (Willem de Mérode)
Prettige Pinksterdagen!

Jean II Restout, La Pentecôte , 1732
Pinksteren
O Geest, toen Gij ternederkwaamt
En voor hun oog gestalte naamt,
Doorzonk de hemel ademloos
Een stille witte vlammenhoos.
Boven hun lichaams donkre zuil
Verscheen een zacht bewogen tuil
Van licht, en glinsterende gleed
Het neder langs hun schamel kleed.
Hun mengelmoes van woorden vaal
Klonk ieder als zijn moedertaal.
In mensenwoord, op mensenwijs
Geeft God zijn heilgeheimen prijs.
Geen is zo druk, geen leeft zo snel,
Of hij hoort Uw vermaning wel:
De storm steekt op, de noodklok luidt,
De wereld wijkt, o mens, trek uit!
Die U in vlammen openbaart,
Wiens adem door de wereld vaart,
Die 't al bezielt, doordringt ons 't meest,
Ken ons, dat wij U kennen, Geest!

Willem de Mérode (2 september 1887 - 22 mei 1939)
Zie voor de schrijvers van de 12e juni ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
20:06 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: pinksteren, willem de mérode, romenu |
Facebook |
25-04-11
Willem de Mérode, James Fenton, Walter de la Mare, Ted Kooser, Ross Franklin Lockridge Jr., Richard Anders
Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen!

Jezus verschijnt aan Maria Magdalena, Aleksandr Ivanov (16 juli 1806 – 3 juli 1858)
Paasmorgen
Hij was het graf al uitgegaan
Vóór ik Zijn dood bezoeken kon.
Een zwarte leegte in de zon
Gaapt de spelonk mij aan.
O wát ik hoopte in mijn verdriet,
Hij kwam mijn ongeduld nog vóór.
Maar, Die ik door de dood verloor
Vind ik ook levend niet.
De olijven met de lichte wind
Verzilvren in de zonneschijn,
Waar 't hart niets dan zijn oude pijn
langs alle paden vindt.
Maar om de donkre nauwe bocht
Wappert een oogwenk zijn gewaad.
Mij blindt de glans van zijn gelaat.
Hij had MIJ lang gezocht.

Willem de Mérode (2 september 1887 - 22 mei 1939)
11:32 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: willem de mérode, james fenton, walter de la mare, ted kooser, ross franklin lockridge jr., richard anders, pasen, romenu |
Facebook |
21-03-11
Romenu 1e Lustrum, Willem de Mérode
Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies vijf jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, ook nu weer een gedicht van hem. Vanwege dit lustrum en voor uw en mijn gemak zet ik echter op deze pagina ook alle eerder geplaatste gedichten nog eens op een rij. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en voor het overige de Willem de Mérode tags op dit blog bij Skynet.
Zijn ziel en adem was doorgeurd van wijn
Zijn ziel en adem was doorgeurd van wijn.
Hij leunde in zijn verscheurde kaftan tegen
De deur der kroeg en stamelde verwegen
Van God en wereld en zijn eigen pijn.
'Gunt Gij de mens alleen rampzalig zijn?
Waarom wordt 't leven ongevraagd verkregen?
Maak ons als 't stof waaraan wij zijn ontstegen!
Wees ééns barmhartig en beveel: verdwijn!'
Hemels onwrikbaarheid en menslijk dwalen
Hoonde hij en prees 't dronken ademhalen
Tussen 'nog niet' en 'niet meer' 't hoogst genot.
Maar in de roes en enkle stille dromen
Werd al zijn wrevel van hem weggenomen
En schreeuwde hij beschaamd als kind om God!
Eenzamen
Is er een nood, die meerder nijpen kan
dan deze:
In liefde lusthof zijn een eenzaam man
En een bevreesde?
En mogen niet de martelende pijn
Aan andren toonen,
Maar moeten trotsch van hart en hoog van oogen zijn,
Als liefdes blijdste zonen.
En krimpend van de nooitgenezen wond,
Die staag blijft bloeden,
Gaan zij met monden mild en minlijk rond,
Andren ten goede.
Geen kruid geplukt in blanken dageraad
met hopend vreezen,
Geen bloeisel uit nachts gouden sterregaard
Kan hen genezen.
Geen balsem en geen donkre toverspreuk
Hun leed verzachten
De laafnis voor de doodelijke breuk
In smartlijk smachten.
O liefde! red uit dit onlijdbaar leed,
Of dood door uwen donder!
Uw heil, ach éens, uw heil, wie daarvan weet,
Gaat juichend onder.
BRUSSEL - I
Groote Markt
Gul en kunstzinnig is het volk geweest,
Statig van bouw en prachtig blauw van oogen,
Die gretig-wijd het gouden zonlicht zogen,
Geestig van zin en zinnelijke van geest
Hun huizen zijn als vrouwen op een feest,
Voornaam en moe, iets tot elkaar gebogen,
Met rag van kanten beeldhouwwerk omtogen,
En blank verguld, de burgerlijkste 't meest.
Hun ouderdom volmaakte tooi en luister,
Zij droomen in een schemering van duister
Verheven boven het moderne grauw.
In de weerspiegelingen hunner ramen
Vloeien de beelden van 't verleden samen
En flonkeren als zonneschijn in dauw
LENTE
De hemel luwt, de lente staat te komen.
De visch spat als een vonkenzwerm omhoog.
De vogel tooit zich met den regenboog.
En eensklaps bloeien de verstokte boomen.
Een roode bliksem slaat dwars door het bloeien.
Een rood gewaad heeft mijn bestaan verschrikt.
Verbleekt heb ik den chaos ingeblikt.
Boven den oergrond hang ik ijl te bloeien.
De Gedroomde Zoon -
O droom, die in een slapeloozen nacht
Verschenen zijt voor wakkre brandende oogen.
Gij naamt uit mij vorm en bestaansvermogen.
'k Heb u verwekt en smartlijk voortgebracht.
Eindelijk zie ik, bang, de late pracht
Van uw gelaat, o zoon, mij toegebogen:
Trillende wimpers over tintlende oogen,
Zoo warm en diep en donker als de nacht.
Er moet veel eenzaamheid en lijden komen,
Eer wij ons troosten mogen met de droomen,
Die als een lichten uit ons molm ontstaan.
Wij liggen machtloos in het rustig duister,
En, moede, zien wij moedig naar den luister
Die uit ons opglanst ..., maar wij zijn vergaan.
EERSTE LIEFDE
De jongen schrijft; 'over 't papier gebogen
Heb ik hier nu al haast een uur gezeten
Te denken wat ik zeggen zal; wij weten
Vaak maar alleen wat wij niet zeggen mogen
Ik heb zoo dikwijls door de schuttingreten,
Die ik verwijdde, je bespied; je oogen
Verwilderden mijn fantasie; met droge
Handen van hartstocht heb ik daar gezeten.
Maar jij hebt koelnieuwsgierig mij bekeken,
Als ik waanzinnig lachend met je schertste
Op school, terwijl mij polsen bijna berstten
van 't dringend bloed; dan kon ik niet meer spreken.
Je weet misschien niet dat een jongenshart
Teeder is en heel lang gekwetst zal blijven.
Ik heb je lief, ik wil het eenmaal schrijven.
Morgen ben ik weer stom als jij mij tart.
Maar 'k wil mijn leven bouwen en verheffen
En als een toren in de vlakte zijn.
Waarom moeten oogen zoo machtig zijn?
Ik wou wel weenen om dit te beseffen'.
In vriendenkring drink ik de gouden wijn
In vriendenkring drink ik de gouden wijn.
In eenzaamheid ben ik bedroefd en ween.
O arm aards dal, waar 't onbestendige standhoudt.
Het beste is hier: altijd dronken zijn.
De brief
Toen de avond de kamer innam,
Werd de spiegel met licht gevuld.
De brief, die ik niet meer lezen kon,
Glansde koel als het zachte gezicht
Van een kalm gestorvene,
Wiens lippen een vleug warmte vasthouden
Om onze laatste kus niet te verschrikken.
De samenvouwing der handen
Wil ons naderen reeds niet meer kennen,
Hun verstrengeling weert ons.
Onder de zoete woorden staat een naam gekrabbeld.
Liefkozend spreek ik die uit.
Aan mijn tanden tintelt ijs.
Strofe
Bloemen en jeugd zijn opgenomen
In een wit glanzen; ons hart is ontdaan.
Zij moeten tot het grote rijpen komen,
In wijde stilte wezen, en voortaan
Zwaarder leven, en schielijk verloren
Gaan aan zichzelf, aan alles vergaan.
Bloemen en jeugd ... een kort rood gloren
Zien wij langs onze tranen slaan.
God, als zij U niet toebehoren,
Waarom blaast Gij hun lichten aan?
Waanzin
Ik leef niet meer als ik u niet aanschouw.
Mijn denken is in leegte weggezonken.
’k Zie ’t licht niet meer, maar ballen vuur en vonken
En dan duikt alles in een nacht van rouw.
Er is een luide suizing in mijn oor,
Waar alle stemmen effen in vervloeien,
Tot klanken, schoon als bloemen, open bloeien,
En met een schok is ’t dat ‘k u noemen hoor.
Dit is beminnens waanzin, zeer gevreesd,
Wijl niemand uit haar weerloosheid geneest,
Of van haar laten wil, dan om te sterven.
Daar is geen leven buiten uw verband.
Blindelings tast ik langs de wereldwand
En stoot mijzelf gelijk een vaas aan scherven.
Wachten
Nu komt het donker met zijn zoet
Berouw en met zijn week verdriet.
Nu stijgt verlangens lauwe vloed
Ter lippen... en gij zijt er niet.
Gij zijt hier niet... ik luister stil
Naar 't suien van de wind der nacht,
Die stadig uit het duister wil
Verschijnen... waar ik op u wacht.
Maar 't ondoorgrondelijke zwart
Kiert nimmer open voor uw voet.
En 't jagend bonzen van mijn hart
Draagt niet tot u, die kòmen moet,
Die mòet en die niet komen zult,
Niet komen zult, hòe lang ik wacht.
En mijn wanhopig ongeduld
Verschrei 'k ellendig in de nacht.
Geluk
Toen zagen wij de wolken kruien
En wachtten door de zwoele dag
Het breken van de donderbuien
In regenvlaag en hagelslag.
En de avond daalde en geen vertroosten
Van koelte en geen verkwikken kwam.
Toen barstte ’s nachts het grommend oosten
In blauwe gloed en rode vlam.
Wij haalden onze adem ruimer
En zonken uit de lauwe druk
Tot Uwe grondeloze sluimer
En waakten klaar – is dát geluk?
Erkenning
Er is geen leed, er zijn geen tranen meer.
't Is al door Uwe liefdebrand verslonden..
De dood is als een schaûw voor u verzwonden.
Wij zien slechts licht, wij zien alleen de Heer!
Sledevaart
Herinnering aan vrijdagmorgen
28 december 1923Dit is het laatst geluk gweest,Dat u en mij op aard'verbindt:Een sledevaart door sneeuw en wind,En dit geluk gedenk ik 't meest.Er was geen leven en geen tijd.onder een hemel van ivoorGleden wij stil de stilte doorDer smettelooze oneindigheid.Peilde onze diepe veiligheid,Aan 't tuig 't gelui der zuivre klok?Opeens doorvoer 't mij met een schok:Dit is des Heeren heiligheid.Want roerloos, boven en beneê,Stond 't ijle licht, dat schrikt noch blindt,En 'k werd zoo rustig, of 'k weer, kind,Op moeders schoot den slaap in gleê.Wij spraken weinig en verstrooid.Geluid drong tot geluk niet door.De wereld ging voor mij teloor,Maar uw gelaat vergeet ik nooit.'t Was of Gods niet te naken gloed,Die helder oplaait in uw ziel,Door blinkend prisma tot mij vielMet al de warmte van uw bloed.Even voor dit juweelen lichtHeeft duizels donker mij bedekt.Toen heeft uw lach mij opgewekt
En zag 'k uw glanzend aardsch gezicht
GANYMEDES (fragment)
Zijn schoonheid had haar rijkste bloei bereikt,
Nog éne dag, de schuchterheid der jeugd
Zou groeien tot de donkre durf des mans,
En hunkrend gloeien door zijn straffer lêen.
Maar nog niet : bevende was daar een glans,
Nu zilvren en dan even goudgetint,
Dan klaar en blank, dan diep- en purperrood,
Al naar hij wendde en ging, of danste of lag,
Al naar het siddrend rhythme van zijn aêm
Verdeinde rustig, of gejaagd en kort
En hijgend ging, wanneer begeerte heet
Met pijnigende slag zijn bevend hart
Deed bonzen hoorbaar, en het ziedend bloed
De polsen zwol ter suizelende slaap.
En al de heerlijkheid ontwaakter jeugd
Die schoon en veeg is als de morgendauw
Als haar de zon verheerlijkend verderft,
Straalde verblindend in Zeus' felle licht.
De goden minnen zeer het schoon geslacht
Der sterfelijke knapen, en hun glans
Huwt gaarne zich aan blode donkerheid.
Zo Zeus. - Hij zag de zoete heimlijkhêen
Waarmee zich Ganymedes iedre dag
Naar ziel en lijf, één enig offer, bood,
Als hij der haren donkre overvloed
Streek van het klare voorhoofd; als hij 't oog
Verdroomd liet dwalen langs het helle blauw
Des hemels, of, (de dauwen avondlucht
Was zijner lichte leden wazen kleed)
Ging, vleesgeworden smachten, gans alleen,
De weedom door van 't scheemrig geurend veld.
Zeus zag, en peinsde aan de aanminnigheid
Der ogen en de zoete prille mond,
Wiens kuise lieflijkheid was onberoerd,
En aan de schelpen zijner oren, waar
Het fluisteren der goddelijke stem
Zou wonen als 't geruis der eeuwige zee;
En aan de bleke blauw doorâerde hals,
Even gebogen, vloeiend wederzijds
Uit in de breekbre pracht der schouderen :
En peinsde aan zijn handen, smal en rap,
Die prijkten aan der armen kostlijkheid;
En aan de matte glans der nagelen,
Die droegen op hun flauw gebogen vlak
De bleke sikkel van Selenes beeld
Boven der vingren zongebronsde huid;
En peinsde aan zijn jonge ranke lijf,
En aan de huiverende zuiverheid
Der dijen en der knieën blank gewricht;
En peinsde aan de lichte statigheid
Der benen en d'aanbiddelijke dans
Der voeten, als zij gingen over de aard.
En heel dit broze en sterfelijke schoon
Beminde hij, wanneer het gouden licht
Van Helios de knaap deed glanze' als god,
En als Selenes zilveren gewaad
Hem kleedde boven gods onwelkbre pracht.
En Zeus beminde hem dees laatste dag
Van zijne jeugd ...

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Portret door Alfred Löb, 1936
18:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: romenu, lustrum, willem de mérode |
Facebook |
02-09-10
Willem de Mérode, Chris Kuzneski, Johann Georg Jacobi, Manfred Böckl, Johan Daisne, Joseph Roth, Paul Bourget, Pierre Huyskens, Paul Déroulède, Giovanni Verga, Richard Voß
Zie voor de volgende schrijvers van de 2e september mijn blog bij seniorennet.be
Willem de Mérode, Chris Kuzneski, Johann Georg Jacobi, Manfred Böckl
Zie voor de volgende schrijvers van de 2e september ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag
Johan Daisne, Joseph Roth, Paul Bourget, Pierre Huyskens
Zie voor de volgende schrijvers van de 2e september ook bij seniorennet.be mijn eerste blog van vandaag.
Paul Déroulède, Giovanni Verga, Richard Voß
19:27 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: willem de mérode, chris kuzneski, johann georg jacobi, manfred böckl, johan daisne, joseph roth, paul bourget, pierre huyskens, paul déroulède, giovanni verga, richard voß, romenu |
Facebook |
21-03-10
Willem de Mérode, Hamid Skif, Hubert Fichte, Michel Bartosik, Peter Hacks
Dit Blog bestaat vandaag precies vier jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, hier weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blogs van 21 maart 2006, 2 september 2006, 21 maart 2007 en 2 september 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008 en ook mijn blog van 21 maart 2009.
Sledevaart
Herinnering aan vrijdagmorgen
28 december 1923
Dit is het laatst geluk gweest,
Dat u en mij op aard'verbindt:
Een sledevaart door sneeuw en wind,
En dit geluk gedenk ik 't meest.
Er was geen leven en geen tijd.
onder een hemel van ivoor
Gleden wij stil de stilte door
Der smettelooze oneindigheid.
Peilde onze diepe veiligheid,
Aan 't tuig 't gelui der zuivre klok?
Opeens doorvoer 't mij met een schok:
Dit is des Heeren heiligheid.
Want roerloos, boven en beneê,
Stond 't ijle licht, dat schrikt noch blindt,
En 'k werd zoo rustig, of 'k weer, kind,
Op moeders schoot den slaap in gleê.
Wij spraken weinig en verstrooid.
Geluid drong tot geluk niet door.
De wereld ging voor mij teloor,
Maar uw gelaat vergeet ik nooit.
't Was of Gods niet te naken gloed,
Die helder oplaait in uw ziel,
Door blinkend prisma tot mij viel
Met al de warmte van uw bloed.
Even voor dit juweelen licht
Heeft duizels donker mij bedekt.
Toen heeft uw lach mij opgewekt
En zag 'k uw glanzend aardsch gezicht

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
De Algerijnse schrijver en journalist Hamid Skif werd geboren op 21 maart 1951 in Oran. Zie ook mijn blog van 21 maart 2009.
Uit: Sehr geehrter Herr Präsident (Vertaald door Linde Birk)
„Sehr geehrter Herr Präsident, gestatten Sie mir, Sie zu Ihrer triumphalen Wahl ins höchste Staatsamt zu beglückwünschen. Sie sind ohne Zweifel der Mann, der unser Land aus der Gefahr führen wird. Die Frage ist übrigens, warum es so lange gedauert hat, bis man Sie rief. Die Stimmen, die sich da und dort erheben, um die Legitimität Ihrer Wahl anzufechten, kommen von Neidern und Versagern. Von ihnen haben Sie nichts zu fürchten. Das Heer jener, die darum beten, dass die Sonne über unserem unglücklichen Land aufgehen möge, steht hinter Ihnen. Ich bin einer seiner getreuen Soldaten, auch wenn mein Ältester mich dafür kritisiert. Er ist wie so viele von den verderblichen Ideen der Saboteure angesteckt worden, die die Moral Ihrer Anhänger zu untergraben suchen. Wie Sie wissen, habe ich an Ihre Vorgänger zahlreiche Schreiben gerichtet, die unbeantwortet geblieben sind. Ich schicke Ihnen diese Briefe in Kopie und hoffe, daß Sie sie lesen werden.
Ich bin von vornherein mit allen Verfügungen einverstanden, die Sie zu treffen gedenken, um die Probleme zu bewältigen, von denen dort die Rede ist. Von ihrer Lösung hängt unsere Zukunft ab. Ich habe in den letzten Tagen mit einem Bericht begonnen, in dem ich meine Vorschläge wieder aufnehme. Ein Kapitel ist der Kultur gewidmet. Dieser Bereich hat unter so zahlreichen Wechselfällen gelitten, dass er rasche und, wenn Sie den Ausdruck erlauben, revolutionäre Initiativen erfordert. Ich bin überzeugt, dass Sie diesen Beitrag mit kühlem Kopf prüfen und so den Kurs einer wagemutigen Politik erkennen, die schon bald Früchte tragen wird.“

Hamid Skif (Oran, 21 maart 1951)
De Duitse schrijver Hubert Fichte werd geboren op 21 maart 1935 in Perleberg, Brandenburg. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008 en ook mijn blog van 21 maart 2009.
Uit: Versuch über die Pubertät
“Ich trenne die Lämmer von den Muttertieren, weiche dem Widder aus, führe die Herde, hacke das Unkraut, während ich darauf achte, dass die Schafe in weiten Bögen angeordnet gleichmäßig fressen, dass die Schafe schnell, ohne sich festzubeißen, die Wintersaat kürzen, sie dürfen nicht stehen bleiben, die Pflanzen nicht mit der Wurzel ausreißen, nur eben die Spitzen abbeißen, sonst ist eine Ernte vernichtet, dass die Schafe nicht in die Felder des Nachbarn einbrechen, dass die Schafe nicht ohne zu fressen stehen bleiben und mit luftigen Flanken, abmagernd, abends in den Stall zurückkehren. Ich schmeiße Steine, kommandiere den Hund.
Fett sollen sie sich fressen für den Schlachter.
Ich esse das wenige aus dem Knappsack.
Ich treibe die Herde in den Stall zurück, gebe Kraftnahrung, lasse die Lämmer zu den Muttertieren, verteile Salzblöcke, miste die Kuh aus, melke, füttre, pumpe Wasser, decke den Tisch und schäle nach dem Abendbrot Mandeln zum Verkauf an die Großhändler in Aix, baue mir aus alten Mänteln unter der Treppe das Bett, neben dem Rucksack, in dem alles ist, was ich besitze, darf schnell die Toilette mit Wasserspülung benützen, wasche mich schnell.
Ich gehe schlafen.”

Hubert Fichte (21 maart 1935 – 8 maart 1986)
Photo:Christian von Alvensleben
De Vlaamse dichter, dichter, essayist en docent poëzie Michel Bartosik werd geboren in Antwerpen op 21 maart 1948. Zie ook mijn blog van 21 maart 2009.
Wohltemperiertes
voor Wiske
'Mijn ogen zijn mooier dan de jouwe' -
onder dromerig losknopen van haar
argeloos opgehoeste fonkelende beuzeling!
Ongedwongener dan op je trouwdag klink
je, dagdagelijks naakt nog steeds als
onder ede staand, in de verwelking
die je toekomt zo terloops natuurlijk als kleding
die van schouders glijdt een voor de lang te gane
liefde verlossend woord zeggend: verstrooide aanhef,
voor die niet onwelwilend toekoort, tot een ter ere van
niemand in het bijzonder, verlegen voor zich
uit geneuried aanzoekje.

Michel Bartosik (21 maart 1948 – 1 februari 2008)
De Duitse schrijver en dichter Peter Hacks werd geboren op 21 maart 1928 in Breslau. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008 en ook mijn blog van 21 maart 2009.
Die Hydra
Der Trick, der mit den Köpfen, der ist gut.
Je mehr du abhaust, desto mehr entspringen,
Wo einer schon genügt, dich zu verschlingen.
Von Schlappe schwillt zu Schlappe ihr der Mut.
Das findet Zulauf, dehnt sich, zischt und bellt,
Das knospt und sprießt in unbegrenzter Reihe.
Für einen toten Dummkopf treten zweie.
So steht sie längst als Gleichnis für die Welt.
Zwei sagenhaften Männern fiel das Amt,
Sie zu erlegen, zu, ungleichen Brüdern,
Gleich schnaufend jetzt, gleich blutig, gleich verschlammt.
Es ist ein alter Ärger mit den Hydern
Obsiegen aber wird der Heldenzwilling.
Das ist mein Wahlspruch. Sei er selffullfilling.
Lass mir deiner Blumen eine
Lass mir deiner Blumen eine,
Eine nur aus deinem Strauß,
Oder ich fall um und weine
Mir vor Gram die Augen aus.
Schenk mir einen Blick beim Scheiden,
Wenn ich geh in fremdes Land,
Oder sprich: ich mag dich leiden,
Oder nimm mich bei der Hand.
Gib mir einen Kuß zum Scheine,
Eine einzge Silbe sprich.
Laß mir deiner Blumen eine
Und den Wahn, du liebtest mich.

Peter Hacks (21 maart 1928 – 28 augustus 2003)
Peter Hacks in 1963
Zie voor nog meer schrijvers van de 21e maart ook mijn vorige blog van van vandaag.
19:59 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: peter hacks, hubert fichte, romenu, willem de merode, michel bartosik, hamid skif |
Facebook |
02-09-09
Willem de Mérode, Chris Kuzneski, Johann Georg Jacobi, Manfred Böckl
De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blogs van mijn blog van 21 maart 2006, en ook mijn blog van 2 september 2006, eveeens mijn blog van 21 maart 2007 en mijn blog van 2 september 2007 en eveneens mijn blog van 21 maart 2008. en ook mijn blog van 2 september 2008.
Wachten
Nu komt het donker met zijn zoet
Berouw en met zijn week verdriet.
Nu stijgt verlangens lauwe vloed
Ter lippen... en gij zijt er niet.
Gij zijt hier niet... ik luister stil
Naar 't suien van de wind der nacht,
Die stadig uit het duister wil
Verschijnen... waar ik op u wacht.
Maar 't ondoorgrondelijke zwart
Kiert nimmer open voor uw voet.
En 't jagend bonzen van mijn hart
Draagt niet tot u, die kòmen moet,
Die mòet en die niet komen zult,
Niet komen zult, hòe lang ik wacht.
En mijn wanhopig ongeduld
Verschrei 'k ellendig in de nacht.
Geluk
Toen zagen wij de wolken kruien
En wachtten door de zwoele dag
Het breken van de donderbuien
In regenvlaag en hagelslag.
En de avond daalde en geen vertroosten
Van koelte en geen verkwikken kwam.
Toen barstte ’s nachts het grommend oosten
In blauwe gloed en rode vlam.
Wij haalden onze adem ruimer
En zonken uit de lauwe druk
Tot Uwe grondeloze sluimer
En waakten klaar – is dát geluk?
Erkenning
Er is geen leed, er zijn geen tranen meer.
't Is al door Uwe liefdebrand verslonden..
De dood is als een schaûw voor u verzwonden.
Wij zien slechts licht, wij zien alleen de Heer!

Portret door oor Alfred Löb, 1936
De Amerikaanse schrijver Chris Kuzneski werd geboren op 2 september 1969 in Indiana, Pennsylvania en verhuisde later naar Pittsburg, waar hij literatuur studeerde en op hoog niveau American football speelde. Na zijn studie doceerde hij Engels en coachte een aantal footballteams. In 2002 debuteerde hij met The Plantation, dat zeer positief werd ontvangen.
Uit: Sign Of The Cross
„Erik Jansen was about to die. He just didn’t know how. Or why.
After saying a short prayer, he lifted his head and tried to regain his bearings but couldn’t see a thing. Saltwater burned his eyes and blurred his vision. He tried to wipe his face, but his hands were bound behind him, wrapped in thick layers of rope and attached to the frame of the boat. His legs were secured as well, tied even tighter than his arms, which meant there was no hope for escape. He was at their mercy. Whoever they were.
They had grabbed him as he left his apartment and forced him into the back of a van. Very quiet, very professional. No time for him to make a scene. Within seconds they had knocked him out with a narcotic. He awakened hours later, no longer in the bustling city but on the open sea. Day was now night. His freedom was now gone. His life was nearly over.
Jansen was tempted to scream but knew that would only make things worse. These weren’t the type of men who made mistakes. He could tell. If help was nearby, they would’ve gagged him. Or cut out his tongue. Or both. No way they would’ve risked getting caught. He had known them for less than a day but knew that much. These men were professionals, hired to kill him for some ungodly reason. Now it was just a matter of time.“

De Duitse dichter en schrijver Johann Georg Jacobi werd geboren op 2 september 1740 op Gut Pempelfort bij Düsseldorf. Tegenwoordig is hij minder bekend dan zijn broer, de filosoof Friedrich Heinrich Jacobi, maar in zijn eigen tijd was hij een beroemd en zeer succesvol schrijver. Samen met Christoph Martin Wieland gaf hij in 1773 de „Teutsche Merkur“ en later met Johann Jacob Wilhelm Heinse „Iris“, een literair blad voor „Frauenzimmer.“ Dit bood ook een podium voor de jeugdgedichten van Goethe, die later overigens niet veel op had met de lyriek van Jacobi zelf. Jacobi bekleedde als eerste protestant aan de universiteiot van het katholieke bolwerk Freiburg.
Trauer der Liebe
Wo die Taub' in stillen Buchen
Ihren Tauber sich erwählt,
Wo sich Nachtigallen suchen,
Und die Rebe sich vermählt;
Wo die Bäche sich vereinen,
Ging ich oft mit leichtem Scherz,
Ging ich oft mit bangem Weinen,
Suchte mir ein liebend Herz.
O, da gab die finstre Laube
Leisen Trost im Abendschein;
O, da kam ein süßer Glaube
Mit dem Morgenglanz im Hain;
Da vernahm ich's in dem Winden,
Ihr Geflüster lehrte mich:
Daß ich suchen sollt und finden,
Finden, holde Liebe, dich!
Aber ach! wo blieb auf Erden,
Holde Liebe, deine Spur?
Lieben, um geliebt zu werden,
Ist das Los der Engel nur.
Statt der Wonne fand ich Schmerzen,
Hing an dem, was mich verließ;
Frieden gibt den treuen Herzen
Nur ein künftig Paradies.

Karl Wingender maakte deze kopie naar een portret van een onbekende schilder
De Duitse schrijver Manfred Böckl werd geboren op 2 september 1948 in Landau an der Isar. Na zijn studie aan de universiteit van Regensburg was hij van 1973 tot 1976 redacteur bij de Passauer Neuen Presse. Sinds 1976 werkt hij als zelfstandig schrijver. Böckl begon met het schrijven van jeigdboeken. Sinds 1986 volgde een hele serie over de geschiedenis van Beieren, daarna ook historische romans en non-fictie boeken over de Duitse en Europese geschiedenis.
Uit : Šumava - Die Saga des Böhmerwaldes
“Der Aufstieg hatte sie erschöpft, hatte ihnen die letzten Kräfte abverlangt. Dennoch hatte der Berg sie wie mit magischer Gewalt angezogen, hatte sie durch Filze und Urwald, über vereiste Hochmoore hinweg immer weiter nach oben gesaugt. Gelullt hatte sie sein Rauschen, während das Blut ihnen in den Ohren brauste. An eiszapfenüberkrusteten Granit- und Gneisschrunden waren sie vorübergezogen, hatten von Kristallwülsten überwucherte Bäche im Sprung überwunden. Bis zu den Gürteln waren sie in Schneefelder eingebrochen, dann wieder auf Händen und Füßen vom Wind abgefegte Hänge empor gekrochen. Jetzt, gegen Mittag des zweiten Wandertages, war ihnen der Gipfel greifbar nahe. Der immer noch weich von Süden einstreichende Föhnwind schien aufzufrischen; dann, nach den letzten Tannen-, Ahorn- und Fichten- Stämmen schweiften ihre Blicke plötzlich frei. Boleslav und Birg verharrten, als hätte ein Traumbild sie jäh in seinen Bann geschlagen.
Unendlich, grenzenlos breitete sich nach allen Seiten das Meer der Šumava aus. Ein pelziger, schneebepuderter Bergrücken reihte sich an den nächsten, weiter und weiter, bis die Konturen in der Ferne im weichen Wabern des Horizonts verschwammen. Braun- und dunkelgrünfleckig war dieses Meer an manchen Stellen; an anderen wiederum schien sich Himmelslicht auf gleißenden Flächen zu spiegeln. Wipfelbärte von Nadelbäumen stachen da und dort wie erstarrte Spritzer aus dieser fast bewegungslosen ozeanischen Landschaft heraus; manchmal aber waren Einbrüche und Windwüstungen zu erkennen, und dort lag dann grau und schrundig das Gerippe des traumgebannten Meeres bloß; das Gestein, welches all dies aus seinem eigenen Zerfall hervorgebracht hatte. Licht- und Schattenbahnen zogen über die wie Walbuckel aufgleitenden und wieder abstreichenden Hügelflanken hin; während da beklemmende Schwärze aufzubrodeln schien, verflossen die Wogen dort zu pastellfarbener Weichheit. Unaufhaltsam, den ureigenen Gesetzen der Natur folgend, irrlichterte es über die verzauberte Šumava hin, und lange, sehr lange dauerte es, bis die beiden Waldläufer wieder Worte fanden.”

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
20:38 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: romenu, willem de merode, johann georg jacobi, manfred bockl, chris kuzneski |
Facebook |
21-03-09
Willem de Mérode, Michel Bartosik, Hamid Skif, Hubert Fichte, Jean Paul, Peter Hacks, Youssef Rzouga, Günter Vallaster, Siegfried Kapper
Dit Blog bestaat vandaag precies drie jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Niet omdat dit zijn geboortedag was, maar omdat hij aan de wieg stond van dit Blog hier weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blogs van 21 maart 2006, 2 september 2006, 21 maart 2007 en 2 september 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008.
Waanzin
Ik leef niet meer als ik u niet aanschouw.
Mijn denken is in leegte weggezonken.
’k Zie ’t licht niet meer, maar ballen vuur en vonken
En dan duikt alles in een nacht van rouw.
Er is een luide suizing in mijn oor,
Waar alle stemmen effen in vervloeien,
Tot klanken, schoon als bloemen, open bloeien,
En met een schok is ’t dat ‘k u noemen hoor.
Dit is beminnens waanzin, zeer gevreesd,
Wijl niemand uit haar weerloosheid geneest,
Of van haar laten wil, dan om te sterven.
Daar is geen leven buiten uw verband.
Blindelings tast ik langs de wereldwand
En stoot mijzelf gelijk een vaas aan scherven.

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Willem de Mérode, september 1921
De Vlaamse dichter, dichter, essayist en docent poëzie Michel Bartosik werd geboren in Antwerpen op 21 maart 1948 als zoon van een Poolse vader en Vlaamse moeder. In 1970 beëindigde Bartosik zijn studie Germaanse Filologie aan de VUB met een verhandeling over de poëzie van Hans Lodeizen. Twee jaar later begon hij aan dezelfde universiteit poëzie te doceren. In 1978 promoveerde hij tot doctor in de Letteren en Wijsbegeerte met een proefschrift over de poëzie van Jacques Hamelink. Sedert de jaren 1990 doceerde Bartosik ook aan de ULB, en gaf hij gastcolleges aan de Sorbonne (Parijs) en de Kàroli Gàspàr universiteit (Boedapest). In de jaren 1970 publiceerde Bartosik zijn eerste bundels, waarvan twee als lid van de Pink Poets, een dichtersgenootschap dat in 1972 was opgericht door Patrick Conrad en Nic van Bruggen, en zich met taalgerichte, neoromantische en experimentele poëzie afzette tegen het nieuw-realisme.
Na de jaren 1970 ging Bartosik met opzet trager schrijven. Daardoor publiceerde hij in de loop van bijna drie decennia slechts twee bundels. Geschreven familie was zijn laatse bundel, waarvoor hij in 2007 de Poëzieprijs van de Provincie Antwerpen in ontvangst mocht nemen. Michel Bartosiks werk heeft een metafysische en mystieke inslag en is beïnvloed door Georg Trakl en Paul Celan. Terugkerende thema's zijn de dood en de ontwortelde Poolse vader van de dichter.
Floraliënlaan
Teruggevonden, kale, onvast
neergekribbelde afnemende cijferreeks,
angstvallig genotuleerde afgelegde weg
verklapt ten slotte toch hoe iemand
het komen van zijn sterven verbergt, stiekem
zijn stappen telt, hoop
aftrekt, zijn laan in-
slaat, paniek
beaamt
met mijn ogen dicht:
verlegen verloren heer
aan de kant gewankeld
van zijn private kruisweg,
bescheiden discreet graaiend
naar de dichtstbije lucht -
Ik kon haar vervloeken,
de buurvouw die je zag.
'Meneer leek zich te schamen'.
Moeder probleemloos ondood
Dat gehuurde bed lijkt je vanmorgen
vroeg te willen gaan passen, je
ligt voorbeeldig doodsstil
gekrompen, arm over de vederlichte oktober
deken open en bloot streelbaar, maar
meteen geschrokken schuw
terugdeinzend de doorluchte hand misschien
aanstotend die bij de arm hoort welke
je moeder probleemloos ondood
je offreert

Michel Bartosik (21 maart 1948 – 1 februari 2008)
De Algerijnse schrijver en journalist Hamid Skif werd geboren op 21 maart 1951 in Oran. Hij was in 1992 mede-oprichter van de Algerijnse journalistenvereniging. Na verscherpte censuurmaatregelen door de regering en een moordaanslag kreeg hij in 1997 van de Hamburger Stiftung für politisch Verfolgte en in 1999 van de PEN club in het kader van schrijvers in ballingschap een verblijfsbeurs in Hamburg. Voor zijn roman Geografie der Angst ontving hij in 2007 de Prix de l’association des écrivains de langue française.
Uit: Geografie der Angst (Vertaald door Andreas Münzner)
„Nichts mehr zu essen. Was ist mit Michel passiert? Er hat vergessen zu kommen.
Gestern bin ich trotz meiner Probleme beim Gehen zwischen ein und zwei Uhr nachts auf meinen wöchentlichen Spaziergang gegangen. Ich habe in Mülleimern gewühlt. Kommt er heute noch oder ist er der Last überdrüssig geworden?
Schlechte Neuigkeiten. In den Hangars beim Flughafen haben sie Tausende von Illegalen eingesperrt. Über das Radio werden die Leute aufgefordert, der Polizei, deren Belegschaft durch Truppen verstärkt wurde, tatkräftig zur Hand zu gehen. Die kleine Alte ist wieder am Fenster aufgetaucht. Sie schiebt ganz offensichtlich Wache. Meine Angst ist um eine Stufe gestiegen. Ich habe alle Bücher außer eines, das ich in Reserve halte, verschlungen und die Zeitungslektüre wieder aufgenommen. Jeden Tag lese ich einen alten Bericht noch einmal und erfinde eine Fortsetzung. Katastrophe, Unfall, Mord, der ganze Katalog der Vermischten Meldungen wird durch-exerziert. Ich liebe es, Dialoge zwischen Gefangenen zu erfinden – ob das ein Zufall ist?“

Hamid Skif (Oran, 21 maart 1951)
De Duitse schrijver Hubert Fichte werd geboren op 21 maart 1935 in Perleberg, Brandenburg. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008.
Uit: Versuch über die Pubertät
„Bumms! Bi! Und Schicksalssinfonie! Ich bin fiftyfifty! Bumms! Bi! Tüten! Fünfte Sinfonie!
Fiftyfifty – das heißt homosexuell. Fiftyfifty. Fünfe gerade sein lassen. Wenn schon fünfzig, dann auch das ganze Hundert.
Bumms! Schwul! Gong! Posaunen von Jericho! Die Mäuse scheißen in die Orgel – der Schwule orgelt in die Scheiße! Tabu! Terrorangriff! Atombombe!
Fiftyfifty! Eine Tunte! Eine Tunte! Eine Tunte! Ein Warmer! Ein Lauwarmer! Ein warmer Bruder! Ein Huch-Nein! Eine Töhle [...] Eine Triene! Eine Schwuchtel! Ein Arschficker!
Ich bin ein Mischling ersten Grades, ein uneheliches Kind und nun auch noch schwul – das ist übertrieben.“

Hubert Fichte (21 maart 1935 – 8 maart 1986)
Photo:Christian von Alvensleben
De Duitse dichter en schrijver Jean Paul werd op 21 maart 1763 in Wunsiedel. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008.
Uit: Dr. Katzenbergers Badereise
“Daß sich niemand als Wagen-Mitbelehnter meldete, war ihm als Mittelmanne herzlich einerlei, da er mit der Anzeige schon genug dadurch erreichte, daß mit ihm kein Bekannter von Rang umsonst mitfahren konnte. Er hatte nämlich eine besondere Kälte gegen Leute von höherem oder seinem Range und lud sie deshalb höchst ungern zu Diners, Gouters, Soupers ein und gab lieber keine; leichter besucht' er die ihrigen zur Strafe und ironisch; – denn er denke (sagte er) wohl von nichts gleichgültiger als von Ehren-Gastereien, und er wolle ebensogern à la Fourchette des Bajonetts gespeiset sein, als feurig wetteifern mit den Großen seiner Stadt im Gastieren, und er lege das Tischtuch lieber auf den Katzentisch. Nur einmal – und dies aus halbem Scherz – gab er ein Gouter oder Degouter, indem er um 5 Uhr einer Gesellschaft seiner verstorbnen Frau seinen Tee einnötigte, der Kamillen-Tee war. Man gebe ihm aber, sagte er, Lumpenpack, Aschenbrödel, Kotsassen, Soldaten auf Stelzfüßen: so wüßt' er, wem er gern zu geben habe; denn die Niedrigkeit und Armut sei eine hartnäckige Krankheit, zu deren Heilung Jahre gehören, eine Töpfer- oder Topf-Kolik, ein nachlassender Puls, eine fallende und galoppierende Schwindsucht, ein tägliches Fieber; – venienti aber, sage man, currite morbo, d.h. man gehe doch dem herkommenden Lumpen entgegen und schenk' ihm einen Heller, das treueste Geld, das kein Fürst sehr herabsetzen könne.”

Jean Paul (21 maart 1763 – 14 november 1825)
Standbeeld in Bayreuth
De Duitse schrijver en dichter Peter Hacks werd geboren op 21 maart 1928 in Breslau. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008.
Der Herbst steht auf der Leiter
Der Herbst steht auf der Leiter
Und malt die Blätter an,
Ein lustiger Waldarbeiter,
Ein froher Malersmann.
Er kleckst und pinselt fleißig
Auf jedes Blattgewächs,
Und kommt ein frecher Zeisig,
Schwupp, kriegt der auch ´nen Klecks.
Die Tanne spricht zum Herbste:
Das ist ja fürchterlich,
die anderen Bäume färbste,
Was färbste nicht mal mich?
Die Blätter flattern munter
Und finden sich so schön.
Sie werden immer bunter.
Am Ende falln sie runter.
Was träumt der Teufel
Was träumt der Teufel, wenn die Schatten nahn?
Was rührt den Braven, der in Chaos‘ Nacht
Die Öfen fährt und seine Arbeit macht,
Was, wenn gelehnet er an einen Zahn
Des Höllenmauls nach fünfe, pechumschäumt,
Ins Feuer starrt, wo sich die Sünder drängeln,
Ich wüsste Namen. Doch zurück: was träumt
Des Abgrunds Werkmeister? Er träumt von Engeln.
Höchst unvermittelt in der maledeiten
Stirn blüht ein Bild von jener Wesen Reizen
Und schönen Unzurechnungsfähigkeiten,
Die noch so frei nicht sind, gleich ihm zu heizen.
Auch ich an Halbheit krank. Wie der Geschwänzte
Träum ich dem Engel nach, der mich ergänzte.

Peter Hacks (21 maart 1928 – 28 augustus 2003)
De Tunesische dichter Youssef Rzouga werd geboren op 21 maart 1957 in Mahdia. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008.
Rêve
Mon défi multiple d’enfant
Est le suivant :
Parvenir un jour à concentrer
Le chant du cygne
Au fond de ma paume
Ou à contourner l’atome
Et agir contre le corbeau.
Mon défi multiple d’enfant
Est le suivant :
Parvenir un jour à tout faire /
A tout dire :
Le secret,l’âpre goût bizarre
D’un bombardement fortuit et massif.
Mon défi multiple d’enfant
Est le suivant :
Parvenir un jour à gommer l’or
Et l’orgueil.
Mon défi multiple d’enfant
Est le suivant :
Parvenir un jour à gagner mon petit village
Où je pourrai danser librement
« with my poem ».
Point d’attouchement
Deux mains se lovent
A un petit point ové d’attouchement
L’oersted, déluge de l’œuf magique,
Ejecte l’incendie de deux mains chaudes, chaudes..
Et rive l’âme à l’âme..
Deux mains s’enchevêtrent farouchement
A un petit point ové d’attouchement
Après le feu,
Le déluge.

Youssef Rzouga (Mahdia 21, maart 1957)
De Oostenrijkse dichter en schrijver Günter Vallaster werd geboren op 21 maart 1968 in Schruns (Vorarlberg). Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008.
Uit: Hinter dem Buchstabenzaun
kissen ein
ist kopf der
vor ecken
den zu mich fühle
über leintuch das mir
ich streife mühe mit
decken den von oder
sind matratze
der von kratzen
mir in die federn die ob
unklar
gestell ein bett
samt zu gesteigert
anker der röhre durch
gekappt knoten für knoten
nur verloren nicht
faden den hinterlassen
schiffchen vom film
wohlig allzu wohlig
gewebe ein teppich

Günter Vallaster (Schruns, 21 maart 1968)
De Tsjechische schrijver en vertaler Siegfried Kapper werd op 21 maart 1820 geboren in Smichov. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007
Uit: Christen und Türken
„Es ist ein herrlicher Maitag, so blau und warm, so sonnig und frisch, wie er nur unter diesem Himmelsstriche, der die Nähe italienischer Zonen bereits lebhaft ahnen läßt, zu Hause zu sein anfängt. Die Straße haben wir abseits gelassen, und als ging es über Federn hin rollt unser Karren — denn so müssen wir das Fahrzeug, in welchem wir auf einer bequemen Strohunterlage sitzen, nennen, wenn wir den Leser nicht verleiten sollen, sich von dem Luxus eines Grenzoffiziers irrigen Vorstellungen hinzugeben, lautlos über Hutweiden und Brachgrund dahin, um den Stabsort, nach welchem unser Weg uns zunächst führt, zu erreichen.
Die Pferde, zwei dürre, braune Wesen von wenig ansehnlichem Wuchse und langen wirren Mähnen, deren Schirrzeug in höchst einfacher Weise zum Theil aus alten Lederstücken, zum Theil aus zusammengeknüpften Stricken besteht, trotten so unverdrossen darauf los, als hätten sie — woran wir jedoch sehr zweifeln — Hafer im Leibe, und der Kutscher, auf einem Bund Heu vor uns thronend, hält mit ihnen, ohne auch nur einen Augenblick auszusetzen, seine bald schmeichelnden, bald drohenden, bald auch fluchenden Zwiegespräche.
Ein sonderbarer Kauz, dieser Rosselenker! Blind auf einem Auge, zernarbt im Gesichte von den Blattern, daß es den Anschein hat, als würde seine zerrissene Physiognomie lediglich durch Kleister zusammengehalten und könne jeden Augenblick wieder auseinandergehen; trotz der brennenden Hitze des Mittags fest in einen zottigen Schafpelz gehüllt, wie er da hockt und mit der knotigen Peitsche bald durch die Lüfte spielt, bald die beiden Gäule an ihren Flanken kitzelt, scheint er für nichts Anderes auf Erden, als für diese letztern, irgend einen Sinn zu haben. Die plötzliche Umwandlung, die mit dem Herrn, den er fährt, vorgegangen, hat ihn nur im Augenblicke des Einsteigens einen Moment stutzen gemacht.”

Siegfried Kapper (21 maart 1820 – 7 juni 1879)
Lithografie van Eduard Kaiser, 1848
20:04 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: jean paul, siegfried kapper, peter hacks, hubert fichte, youssef rzouga, gunter vallaster, romenu, willem de merode, michel bartosik, hamid skif |
Facebook |
02-09-08
Johan Daisne, Joseph Roth, Paul Bourget, Willem de Mérode
De Belgische schrijver Johan Daisne werd op 2 september 1912 in Gent geboren als Hermanus Thiery. Zie ook mijn blog van 2 september 2006 en ook mijn blog van 2 september 2007.
Uit: De Man die zijn Haar kort liet knippen
“‘Ik ben toen dadelijk naar de directeur gesneld, om hem te smeken, mij te willen verzekeren, dat hier toch geen vergissing mee gemoeid kon zijn; dat het alles wel zo was, en geen mededeling uit een oude krant, van vóór de vreselijke gebeurtenis, die me hierheen heeft gebracht. De directeur heeft me, vrij lang, peinzend aangezien, en toen heeft hij voorzichtig, glimlachend, gezegd: “Het is geen vergissing”. - “Dus, heb ik haar niét vermoord?” heb ik, ijlend van blijdschap, nog gevraagd, “of, in elk geval, heeft het schot haar niet gedood, en is ze tans hersteld?” De directeur heeft me nogmaals, vriendelijk nadenkend, aangekeken; en toen, na een poos, toén heeft hij het bevrijdende woord losgelaten: “Inderdaad, Godfried...” heeft hij gezegd! Eén woord, één doodschamel, doordeweeks woord maar, dat ik duizenden keren had gehoord, en zelf had gebruikt, maar dat tans, hoe zacht het ook over die rustige, welbesneden lippen is gekomen, als een gouden bazuinstoot in mijn suizeloren heeft geklonken! Eén woord, maar waardoor de gruwelijke vracht van tien, van twintig jaren, gelijk een nachtmerrie van mijn stikkende ziel af is gevallen; waardoor de ellende, de angst, de vergissingen van een hopeloos mislukt mensebestaan, weer ongedaan werden gemaakt, zoals een hatelijke bladzijde in een boek door zijn schepper wordt doorgehaald, uitgescheurd, verbrand, en, als een snuifje asse en een krulle rooks, aan de werveling der twee en dertig luchtstreken op de windroos prijs wordt gegeven; één woord, waarbij de benarrendste spoken gaan verschimmen, door de rose ramen der Dageraad tuimelen, en in het verfrissende water van grachten, waarin de stille zijgevels van schone hotels baden, gaan rusten, bij de modderige bezinkingen van natuur en samenleving, in de slijkerige neerslag van alle leven van steen, plant, of dier, onder rottende bloeiwijzen van platanus occidentalis, krengjes van verdwaalde huisdieren, bezoedelde schoenen, en verroeste dienstpistolen! Eén toverwoord, “inderdaad”, waarvan, in-der-daad, de luisterrijke daad is geweest, de schoonste der slaapsters, de aanbiddelijkste der vrouwen, het goudenste aller blonde hoofden, weer tot het leven te wekken! “Godfried”, heeft de directeur me toen ook genoemd; “Godfried”, zoals zij me in haar bloederige afscheidskus heeft geheten! Maar 't wàs dus geen afscheid; het was wel een totweerziens, gelijk ik haar haastig nog heb kunnen toefluisteren, aangezien die naam, dat laatste woord van mijn vroegere bestaan, nu het eerste van mijn nieuwe leven is geworden! “Godfried” - ja, almachtige, altoos verrassende en hoogheerlijke Heer, in die vrede met U, vàn U, ben ik sedert gaan leven.’

De Oostenrijks – Hongaarse schrijver en journalist Joseph Roth werd geboren op 2 september 1894 in Brody in Galicië. Zie ook mijn blog van 2 september 2006 en ook mijn blog van 2 september 2007.
Uit: Die Filiale der Hölle auf Erden
“An Stefan Zweig
Hotel Foyot, Paris, 6. April 1933
Lieber verehrter Freund,
ich hoffe, Sie sind schon einigermaßen beruhigt. Es ist natürlich bitter, was Ihnen zugestoßen ist. Aber Sie müssen Sich endlich fassen und anfangen, klar zu sehen: daß Sie überhaupt für alle Sünden der Juden büßen, nicht nur für die der Namensvettern. Ob Herr Goebbels Sie verwechselt, ist für ihn gleichgültig. Sie sind für ihn nicht besser und nicht anders, als die er im Augenblick Gelegenheit hat, anzugreifen. Was ich Ihnen schon geschrieben habe, ist wahr: unsere Bücher sind im Dritten Reich unmöglich. Nicht einmal inserieren wird man uns. Auch nicht im Buchhändler-Börsenblatt. Die Buchhändler werden uns ablehnen. Die SA Sturmtruppen werden die Schaufenster einschlagen. Beim Rassentheoretiker Günther findet sich IHR Bild als das des typischen Semiten. Es gibt keinen Kompromiß mit diesen Leuten. (...) Man kann nur still abwarten. Lassen Sie es Sich, bitte, nicht zufällig einfallen, an diese Leute in irgend einer Form zu schreiben. Sie veröffentlichen es sofort oder später. Es gibt keine guten Sitten bei diesen Affen. Geben Sie nichts aus der Hand. Protestieren Sie in keiner Form!!! Schweigen Sie - oder kämpfen Sie: was Sie für klüger halten.
Immer herzlich Ihr alter
Joseph Roth “

De Franse schrijver Paul Charles Joseph Bourget werd geboren op 2 september 1852 in Amiens. Zie ook mijn blog van 2 september 2007.
Uit: Flaubert
« On se tromperait, me semble-t-il, en apercevant dans ce romantisme de Flaubert un simple fait de rhétorique. D’ailleurs, quand il s’agit d’un homme qui a vécu pour les lettres, uniquement, les faits de rhétorique sont aussi des faits de psychologie, tant les théories d’art se mêlent intimement à la personne, et la façon d’écrire à la façon de sentir. Pour bien comprendre les origines de beaucoup d’idées et de beaucoup de sensations chez Flaubert, il faut donc décomposer ce mot de romantisme et le résoudre dans quelques-uns des éléments qu’il représente. La tâche est moins aisée qu’on ne le croirait, car ce mot, comme tous les termes à la fois synthétiques et vagues où se résument des sentiments en voie de formation, a fait boule de neige depuis son origine. Il s’est tour à tour grossi des significations les plus contradictoires. Il paraît avoir désigné d’abord l’impression des paysages vaporeux et de la poésie songeuse du Nord, par contraste avec les paysages à vives arêtes et la poésie à ligne précise de nos contrées latines. On disait communément, au commencement du siècle, que l’Ecosse abonde en sites romantiques. Aux environs de 1830, le mot traduisait, en même temps qu’une révolution dans les formes littéraires, un rêve particulier de la vie, à la fois très arbitraire et très exalté, surtout sublime ; au lieu qu’aujourd’hui, et sous l’influence inévitable d’une réaction prévue, ce cri de ralliement des novateurs d’il y a cinquante ans est devenue le synonyme d’enthousiasme factice et de poésie conventionnelle. L’histoire, qui ne se soucie ni des ferveurs ni des dénigrements, gardera le mot, et très vraisemblablement elle adoptera, avec une faible variante, la définition que Stendhal en donnait dans son pamphlet sur Racine et Shakespeare : « Le Romanticisme (sic) est l’art de présenter aux peuples les oeuvres littéraires qui, dans l’état actuel de leurs habitudes et de leurs croyances, sont susceptibles de leur donner le plus de plaisir possible... » Actuel ? Stendhal écrit vers 1820. Les jeunes Français de cette époque s’inventèrent des raisonnements et des sentiments si peu analogues aux raisonnements et aux sentiments de leurs pères du XVIIIe siècle, qu’une étiquette nouvelle devint nécessaire. Un Idéal s’élabora, aujourd’hui disparu avec la génération qui le conçut à son image. Cet Idéal enveloppe l’essence de ce que fut le Romantisme : c’est lui dont Flaubert subit la fascination lorsque, du fond de sa province, il lut et relut les poètes nouveaux et s’intoxiqua pour toujours de leurs imaginations extraordinaires et dangereuses.»

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blogs van 21 maart 2006, 2 september 2006, 21 maart 2007 en 2 september 2007 en mijn blog van 21 maart 2008.
In vriendenkring drink ik de gouden wijn
In vriendenkring drink ik de gouden wijn.
In eenzaamheid ben ik bedroefd en ween.
O arm aards dal, waar 't onbestendige standhoudt.
Het beste is hier: altijd dronken zijn.
De brief
Toen de avond de kamer innam,
Werd de spiegel met licht gevuld.
De brief, die ik niet meer lezen kon,
Glansde koel als het zachte gezicht
Van een kalm gestorvene,
Wiens lippen een vleug warmte vasthouden
Om onze laatste kus niet te verschrikken.
De samenvouwing der handen
Wil ons naderen reeds niet meer kennen,
Hun verstrengeling weert ons.
Onder de zoete woorden staat een naam gekrabbeld.
Liefkozend spreek ik die uit.
Aan mijn tanden tintelt ijs.
Strofe
Bloemen en jeugd zijn opgenomen
In een wit glanzen; ons hart is ontdaan.
Zij moeten tot het grote rijpen komen,
In wijde stilte wezen, en voortaan
Zwaarder leven, en schielijk verloren
Gaan aan zichzelf, aan alles vergaan.
Bloemen en jeugd ... een kort rood gloren
Zien wij langs onze tranen slaan.
God, als zij U niet toebehoren,
Waarom blaast Gij hun lichten aan?

20:11 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: johan daisne, joseph roth, paul bourget, romenu, willem de merode |
Facebook |
21-03-08
Willem de Mérode, Jean Paul, Peter Hacks, Youssef Rzouga, Günter Vallaster, Hubert Fichte, Siegfried Kapper
Dit Blog bestaat vandaag precies twee jaar. Dank aan het nog steeds groeiende aantal bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Niet omdat dit zijn geboortedag was, maar omdat hij aan de wieg stond van dit Blog hier weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blogs van 21 maart 2006, 2 september 2006, 21 maart 2007 en 2 september 2007.
EERSTE LIEFDE
De jongen schrijft; 'over 't papier gebogen
Heb ik hier nu al haast een uur gezeten
Te denken wat ik zeggen zal; wij weten
Vaak maar alleen wat wij niet zeggen mogen
Ik heb zoo dikwijls door de schuttingreten,
Die ik verwijdde, je bespied; je oogen
Verwilderden mijn fantasie; met droge
Handen van hartstocht heb ik daar gezeten.
Maar jij hebt koelnieuwsgierig mij bekeken,
Als ik waanzinnig lachend met je schertste
Op school, terwijl mij polsen bijna berstten
van 't dringend bloed; dan kon ik niet meer spreken.
Je weet misschien niet dat een jongenshart
Teeder is en heel lang gekwetst zal blijven.
Ik heb je lief, ik wil het eenmaal schrijven.
Morgen ben ik weer stom als jij mij tart.
Maar 'k wil mijn leven bouwen en verheffen
En als een toren in de vlakte zijn.
Waarom moeten oogen zoo machtig zijn?
Ik wou wel weenen om dit te beseffen'.

Staande bij een van zijn schoolklassen
De Duitse dichter en schrijver Jean Paul werd op 21 maart 1763 in Wunsiedel. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007.
Uit: Flegeljahre (Bleiglanz)
“Solange Haßlau eine Residenz ist, wußte man sich nicht zu erinnern, daß man darin auf etwas mit solcher Neugier gewartet hätte - die Geburt des Erbprinzen ausgenommen - als auf die Eröffnung des Van der Kabelschen Testaments. - Van der Kabel konnte der Haßlauer Krösus - und sein Leben eine Münzbelustigung heißen, oder eine Goldwäsche unter einem goldnen Regen, oder wie sonst der Witz wollte. Sieben noch lebende weitläuftige Anverwandten von sieben verstorbenen weitläuftigen Anverwandten Kabels machten sich zwar einige Hoffnung auf Plätze im Vermächtnis, weil der Krösus ihnen geschworen, ihrer da zu gedenken; aber die Hoffnungen blieben zu matt, weil man ihm nicht sonderlich trauen wollte, da er nicht nur so mürrisch-sittlich und uneigennützig überall wirtschaftete - in der Sittlichkeit aber waren die sieben Anverwandten noch Anfänger -, sondern auch immer so spöttisch dareingriff und mit einem solchen Herzen voll Streiche und Fallstricke, daß sich auf ihn nicht fußen ließ. Das fortstrahlende Lächeln um seine Schläfe und Wulstlippen und die höhnische Fistel-Stimme schwächten den guten Eindruck, den sein edel gebautes Gesicht und ein Paar große Hände, aus denen jeden Tag Neujahrsgeschenke und Benefiz-Komödien und Gratiale fielen, hätten machen können; deswegen gab das Zug-Gevögel den Mann, diesen lebendigen Vogelbeerbaum, worauf es aß und nistete, für eine heimliche Schneuß aus und konnte die sichtbaren Beere vor unsichtbaren Haarschlingen kaum sehen.
Zwischen zwei Schlagflüssen hatt' er sein Testament aufgesetzt und dem Magistrate anvertraut. Noch als er den Depositionsschein den sieben Präsumtiv-Erben halbsterbend übergab: sagt' er mit altem Tone, er wolle nicht hoffen, daß dieses Zeichen seines Ablebens gesetzte Männer niederschlage, die er sich viel lieber als lachende Erben denke denn als weinende; und nur einer davon, der kalte Ironiker, der Polizei-Inspektor Harprecht, erwiderte dem warmen: ihr sämtlicher Anteil an einem solchen Verluste stehe wohl nicht in ihrer Gewalt.”

De Duitse schrijver en dichter Peter Hacks werd geboren op 21 maart 1928 in Breslau. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007.
Der Winter
Im Winter geht die Sonn'
Erst mittags auf die Straße
Und friert in höchstem Maße
Und macht sich schnell davon.
Ein Rabe stelzt im Schnee
Mit graugeschneitem Rücken,
In seinen Fußabdrücken
Sieht man jeden Zeh.
Der Winter ist voll Grimm.
Doch wenn die Mutter Geld hat
Und viel Briketts bestellt hat,
Dann ist er nicht so schlimm.
Sehnsucht
Nachts hör ich die Brunnen rauschen,
Wie sie rinnen in dem Gras.
Meine Ruhe muss ich tauschen.
Wenn ich wüsste, gegen was.
Zu dem Anlass meiner Leiden
Ziehts mich immer wieder hin.
Einer nur liebt von uns beiden.
Und es scheint, dass ich der bin.
Wenn ich ihn liebe, will ich ihn sehen,
Will ihm immer nahe sein.
Wenn ich ihn sehe, will ich ihn halten,
Will spüren, er ist mein.
Wenn ich ihn halte, will ich ihn küssen
Mit den Lippen allezeit.
Wenn ich ihn von Herzen küsse
Und in dem Kuss sein Herz vermisse,
Schmeck ich meine Einsamkeit.

De Tunesische dichter Youssef Rzouga werd geboren op 21 maart 1957 in Mahdia. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007.
Love at first sight
I leave the door half-open
Come
The are a few chocolates left
On my left?
Anyone
To my right?
Too
Open the door, please
Never fear
Life isn't a bad of roses
I love you, my rose
I love to be The unborn child
Likewise
I don't like
You ageing like those
LOVE
It's 42 degrees
But
It's raining
I love her, Hera...
She's very feminine
She's my ant
Me?
I'm her cicada
Z z z z z z z z z
I'm mad about her
It's time
To live love's dream
Inspired
By her sheer madness
All the time
(At no time)
She infecte me
With her cheefulness
Now
Me?
The same child
The little devil
I love her
With
The passing days
I look high and low
For her
In all corners of the earth
On every street corner
Even
In the nooks and crannies of her dream
Where can she be?
She's distant
Up there
In the high mountains
About me
But what for?
It looks
As if it's raining
It looks
As if when I was a teenager
It's her
(I tell you)
She's very feminine
I love her
One way or another
It's difficult for me
To avoid her
All this
Leaves me time
Subconsciously
To be seen the ineffable cicada
In all corners of the earth
I'm singing
Z z z z z z z
Just to please her
I love her
I love her
I love her.

De Oostenrijkse dichter en schrijver Günter Vallaster werd geboren op 21 maart 1968 in Schruns (Vorarlberg). Zie ook mijn blog van 21 maart 2007.
Uit: Das fröhliche Wohnzimmer
„wir betonen
daß durch die überbrückung der talsohle jedämm der einwände erhebt eine gerechte straße widerfahren wird wir werden nach reiflicher überlegung wagen diejenigen die bequem befördern zu-lassen anstadt zu bemauern daß bei einer breiten basis kein um-denken stadtfindet haben wir natürlich als katalysatoren aus eigenem antrieb den öffentlichen verkehrt angekurbelt und die verhüttung von schadstoffen bewerkstelligt dadurch jedämm einwohnär aussicht auf 1st. natur verschafft wir wollen nur noch deponieren daß wir vermüllungen mit großer entsorgnis entgegentreten die übelsten gerüchte haben wir bereiz zementiert“

De Duitse schrijver Hubert Fichte werd geboren op 21 maart 1935 in Perleberg, Brandenburg. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007.
Uit: St. Pauli Interviews
Fichte: Was tust du am liebsten?
Wolli: Am liebsten mache ich Liebe, Haschisch rauchen und Musik hören.
Fichte: Mehr nicht?
Wolli: Ich lese auch gerne, aber am liebsten mache ich Liebe, wenn du mich fragst.
Fichte: Proust antwortet: la lecture, la rêverie, les vers, l’histoire, le théâtre - Lektüre, Träumerei, Verse, Geschichte und Theater.
Wolli: Ja, das ist auch schön, aber Proust war vierzehn Jahre, stell dir mal vor, der hätte gesagt, am liebsten mache ich die Liebe, da hätte man gesagt, was ist denn das für ein verkommenes Bürschchen...

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 21 maart 2007.
De Tsjechische schrijver en vertaler Siegfried Kapper werd op 21 maart 1820 geboren in Smichov.
20:13 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: hubert fichte, jean paul, willem de merode, siegfried kapper, romenu, peter hacks, youssef rzouga, gunter vallaster |
Facebook |













