08-07-17

Thijs Zonneveld, Micha Hamel, Maria van Daalen, Peter Orlovsky, Walter Hasenclever

 

Bij de Tour de France

 

 
De Franse wielrenner Thomas Voeckler pakt een flesje water in de Tour van 2016

 

Uit: De Ereronde van de Eland

“De vluchter oogt onrustig. Hij kijkt om, minder dan voorheen, maar met evenveel wanhoop in zijn ogen. Achter zich ziet hij slechts een weg met platanen aan weerszijden. De schaduwen van de bomen worden korter. De zon klimt. Het is lunchtijd. Toeschouwers langs de kant van de weg halen stokbroden uit rugzakken en openen de koelboxen.
Dit is zomer in Frankrijk. Zon, eindeloze rijen platanen, baguettes met smeltende La vache qui rit en de Tour. De Tour is meer dan een wielerwedstrijd. De Tour, dat is chaos, hectiek en publiek. Dat is drie weken feest in ieder dorp dat wordt aangedaan. Dat is de burgemeester in zijn beste pak, de vrouw van de slager in haar mooiste bloemetjesjurk en gratis pastis in het café op de hoek. En hordes toeristen uiteraard. De Tour is van Frankrijk, maar ook een beetje van de rest van de wereld. Behalve de Franse driekleur wapperen er Duitse vlaggen, Vlaamse Leeuwen, Friese pompeblêdden, Noorse rood-blauwe kruizen, Amerikaanse stars and stripes en Kazakstaanse zonnen. Drie weken lang heeft de wereld twee wielen.
De vluchter steekt zijn hand op naar de wedstrijdjury en wijst naar zijn bidon. Een motor met drinkbussen op de bagagedrager komt naast hem rijden. De koploper vist een bidon uit het rekje. Hij schudt de drinkbus even voordat hij hem aan zijn mond zet. Neemt een slok en trekt een vies gezicht. Spuugt en gooit de bidon in de berm. Een paar kinderen en een volwassen man duiken erbovenop.”

 
Thijs Zonneveld (Sassenheim, 28 september 1980)

Lees meer...

08-07-16

Micha Hamel, Maria van Daalen, Peter Orlovsky, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Jean de La Fontaine

 

De Nederlandse dichter, componist en dirigent Micha Hamel werd geboren in Amsterdam op 8 juli 1970. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog.

 

Iedereen

weet dat lelijke mensen ook gevoelens
hebben zoals er ook in de allerknapste
vrouwen mensen zitten zeg ik op een
verjaardag om te kijken of ik iemand
uit de rimboe zijner gedachten los kan
lokken om een robbertje uitmiddelpuntig
te speculeren over dit type wetmatigheden
in ons persistent onbenullige universum.

Ik lieg niet als ik zeg dat er een zestal seconden
voorbijgaat voordat er iemand reageert: ze ademt
in 7,8 en of ik even warme melk kan gaan kloppen.

Naast mijn voltijds baan als burgerman heb ik
tegenwoordig een leven als mens probeer ik dan
op joviale toon tegen een kalend voorhoofd dat
ik vagelijk herken van de haastige minuten
tijdens het zonen halen en brengen. Hij zegt

ik ken u niet maar u mij denk ik wel want ik
werk bij de televisie. Ik zeg ik zou nooit rijk
en beroemd willen zijn maar wel alleen maar
rijk. Weet je dat er op de zeebodem een kabel
ligt die de continenten met elkaar verbindt?
Dan doorkruist een snater ons gesprek: Arend?
Arend Kaaks? Van het journaal? Wat ontzettend -

Vlug waad ik door het gekrioel van kleuters
naar de tafel met taarten en kom langszij bij
een weelderig opgedofte moeder die vraagt hoe
ik het bolwerk als kunstenaar terwijl de geefwet
in belastingtechnisch opzicht nog niet behoorlijk
is afgedicht. Nog geen acht minuten later stokt
mijn pleidooi voor schooluniformen als een
luizenmoeder zegt sinds ik de gymspullen
op de hand was blijven alle kleuren goed.

Ik haal adem en zeg trek vooral geen broeken uit van
rugbehaarde heren die grager in verstandshuwelijken
blijven zitten. Schilder uw slaapkamer in geborgen kleurstelling,
keer het hoofdeinde richting raam en zet de voordeur open, dan
komt het goed. Normaliter drukken wij hier onze Havana's uit
in de aardbeien met slagroom, rijen tegen de serveersters op
en kotsen brullend van ambivalentie in de champagnekoelers
om onze lediggang te vieren. Buiten staat de stoet limousines
te wachten op de komst van de allesverpletterende gram
des Heren maar tot die tijd draaien de chauffeurs hun
schoenpunten kaal in het grind van onze oprit. En

kun je tegen die bloemkool in mijn kop zeggen dat wij
allebei zo snel mogelijk afgehaald moeten worden?

 

 
Micha Hamel (Amsterdam, 8 juli 1970)

Lees meer...

08-07-15

Micha Hamel, Maria van Daalen, Peter Orlovsky, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Jean de La Fontaine

 

De Nederlandse dichter, componist en dirigent Micha Hamel werd geboren in Amsterdam op 8 juli 1970. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog.

 

Nullen en enen

Ik kan poëzie waarderen.
Wanneer ik een gedicht gelezen heb
zet ik beneden aan de pagina
ernstig
een nul of een één.

Bij twijfel cijfer ik per strofe.
Hun gemiddelde wordt afgerond en
eveneens onderaan genoteerd.

Als ik de bundel
uit heb, tel ik alle enen
op en deel de uitkomst
door het aantal gedichten.

 

 

Restaurant

De visstand zegt geen zeeduivel
dus kies ik biefstuk van de struis.

Een lieveheersbeestje banjert naar
het uiteinde van een oranje rietje.

Een muisje schiet onder de klapdeuren
door naar de wittig dampende keuken.

Popelend liggen mes en vork naast
een ivoorkleurig vierkanten bord.

Bromvlieg legt een onnavolgbaar
parcours af langs lampen en tafels.

‘Gebraden dodo, meneer?’ vraagt de
ober bevreemd. De kreeften in het

aquarium halen opgelucht adem.
Mijn drankje doet een ananas na.

 

 
Micha Hamel (Amsterdam, 8 juli 1970)

Lees meer...

08-07-14

Micha Hamel, Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Julius Mosen, Jean de La Fontaine

 

De Nederlandse dichter, componist en dirigent Micha Hamel werd geboren in Amsterdam op 8 juli 1970. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog.

 

Konterfeitsel

Ontbijt met krantenfoto
van de onontkoombare oogopslag van een loensende blondine
die besloot de paarse kringen van slaaptekort aan het glasdeeg
van de huid rond haar ogen toe te staan

daar ze droomt als ze werkt en werkt als ze praat en
praat als ze slaapt en slaapt als ze reist als ze
denkt en denkt als ze droomt. Goedemorgen passagier

door een span hoogwaardige chronosomen vervoerd, wat
bent u mooi boven de dertig en wat schonk de Schepper
half rijmend op uw verwekker u een prachtig stel

rechte enkels, een scheve hoektand en 'Jij
vindt Patricia Arquette alleen maar aantrekkelijk
omdat ze op Ireentje lijkt.'

zegt mijn voruw. Ireentje is niet mijn vrouw
maar een liefde van vroeger, van school

'Dit is niet Patricia, dit is Noreena Hertz.'

'Wie?'

'Die komt in Nederland werken, en wordt er doodmoe van
dat mannen haar altijd complimenteren met haar intelligentie.'

'Je aapt gigantisch Tonnus Oosterhoff na als je dit
allemaal zo letterlijk gaat zitten opschrijven, hoor.'

 

 
Micha Hamel (Amsterdam, 8 juli 1970)

Lees meer...

08-07-13

Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Julius Mosen, Jean de La Fontaine

 

De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook alle tags voor Maria van Daalen op dit blog.

 

 

Lucifer

 

Schroevend als een buizerd naar grote hoogte

daal ik af in het denkend licht.

 

Wat is niets zien anders dan kreng

en nergens steun voor de glijvlucht

 

opent de dood. Aaseter

 

die zich haakt in de vacht, klauwend

rolt om en om in het stof.

 

 

 

Beeldend

 

Geblinddoekt stap ik uit de rots

die mijn vernietiging bevat. Breekbaar

linnen dat mij standhoudt,

 

het zijn mijn handen die hij schetst,

het is mijn mond die in zijn naam

verandert, tot een zwaluw

 

de zeeëngte kan oversteken. Duizeling-

wekkend herken ik mijzelf

in de stilte die mijn stap besluit.

 

Aan de rand brengen is beginnen

door te breken: de dag als een

opening scheert langs mij heen, leidt mij in.

 

 

 

 

In nova fert animus

 

Zijn ogen ontmoeten zijn ogen.

Achter mij staat hij. Peinzend

streelt het lemmet de oorschelp.

Mijn polsslag drupt in zijn hand.

 

Alleen in de spiegel is uitzicht

waarin ik opspring. Voorover

 

valt alles in zijn mes

naar een bestaan zonder schaduw.

 

 

 

 

Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

 

Lees meer...

08-07-12

Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Julius Mosen, Jean de La Fontaine

 

De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook alle tags voor Maria van Daalen op dit blog.

 

 

Wie een mens streelt met een mes
om scherper te verwachten

hoe het geluid van de liefde verstrijkt

en cirkelend en dieper

 

verschuift de pijngrens ingehouden
tussen lippen en doorbijten,

raakt aan elkaar, onderhuids.

 

'Ik open je als eerste, liefste
beweging die in mijn leegbloedt –

 

neem mij terug tot het heft.

 

 

 

 

@N.I.A.S.

 

Hoe de boomschaduwen over de grasmat
wandelen, rondom, onophoudelijk. Stil
staan als een beuk in het struikgewas. De wil
om te groeien is wet: van leven, maar wat

weten we van de vogels die tussen blad
en takken in ons nestelen? Is er pril
geluk dat nog uitgebroed moet? Het wil
hier aan de dag waar het strijklicht ons omvat.

Tussen ons allen vallen eierschalen
op de aarde. Het jaargetijde kennen
is zo onmogelijk als de kruin dragen:

voel je hoe ons hart buigt in de windvlagen?
Elke ochtend aan het hernieuwde wennen.
Doorstaan. Er is zwaar weer op til. Niet falen.

 

 

 

 

Moeders en dochters

voor mijn dochter Cat van Daalen

Het spoor van de taal vind ik terug in de tijd.
Mijn moeder. Mijn Omoe. Opoe Kragt. En dan
mijn dochter. Luister: wie zingt, en breien kan
en koken, weeft taal. Smakelijke waarheid

wordt gewoon op alledag lopend, bereid
gevonden tot dansen, vol als knopen van
wol in warme sokken, is het boodschappen-
briefje een lied voor de eenzame man. ‘Meid…’

‘…wat een heerlijk recept. Heeft Oma dat nog
aan jou gegeven? Heeft ze opgeschreven
hoe ze dat deed in de oorlog, vertel je

alles van vroeger, waren jullie arm? Me
vernoemen is leuk, maar bloedlijn is leven.’
Dat liefhebben geven we door in het zog.

 

 

 

Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

Lees meer...

08-07-11

Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Julius Mosen

 

De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook mijn blog van 8 juli 2010 en eveneens alle tags voor Maria van Daalen op dit blog.

 

 

Rozen

 

voor je verjaardag koop ik 42 rozen
ik zet ze op mijn altaar neer ik geef ze water
en dan laat ik ze drinken en verwelken later
nog wacht ik tot de cirkel van verdorde loze

blaadjes bruin en knisperend is ik tel hun broze
stiltes dat weet je niet je viert het niet je gaat er-
van uit dat ik er niet meer ben de waarheid staat er
te lezen blad na rozenblad tijd die gekozen

is nu ga ik weg ga jij weg als ik dood kus ken
ik verlangen het blijft over in krullend rood en
geur het verwelkt nog niet het is ingehouden meer

van mij als alle stelen kaal zijn leg ik ze neer
in een vuilniszak in een krant voorzichtig dorens
niet scheuren ik mag vergeten ik ben geboren.

 

 

 

 

Nieuwsdienst

 

Hij staat met een plastic tas in zijn hand
en weet niet welke kant hij uit moet.
Linksonder loopt de klok met grote snelheid door.

Later zie ik hem met geopende mond
achterover liggen: een paardebloem
bloeit tot pluis toe tussen zijn lippen.

Het is diep geworteld: werkelijkheid,
verval, eierdoppen die krakend
barsten onder schoenzolen.

Van karton ben ik, bespat aan twee kanten,
met druppels die kleurstof achterlaten.
Ik kan nat worden, en zachtjes gaan liggen.

 

 

 

 

Knekel

 

hoofd dat mijn beenderas bevat voor later
spreek met een mond vol aarde van het leven
ik voel de zon en ja, ik blijf nog even
mijn ogen tranen maar ook dat is water

woorden bewogen door de wind - dat staat er
in elke beendervel volop geschreven -
vormen de liefste zin aan mij gegeven
zolang mijn schedelmond nog praat - ik schater

mij schuimend, bottend, brandend, stormend naar de
vier elementen die zich zingend mengen
met mij, de lichtste, aether, als hun hemel

die schedeldak mag vullen met gewemel
van wormen, rijmend kronkelend in strengen
ten slotte is mijn vruchtbaarheid mijn waarde

 

 

Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

Lees meer...

08-07-10

Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Jean de La Fontaine, Julius Mosen, Martin Jankowski, Eva Roman, Hanns Johst


De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook mijn blog van 25 augustus 2006.

 

 

In een nacht toen het volle maan was

 

iemand opent het venster

iemand houdt de nacht over ons heen als een nieuw tentdoek

iemand kent de weg

 

iemand legt mij zijn oude tweedjasje over de schouders

iemand zegt honing, iemand zingt honing, iemand proeft

 

iemand gaat met mij de rivier in

iemand zoekt tussen de schelpen

naar de allerkleinste

geopende schelp

iemand zoekt naar een waterdruppel

 

in een open hand, in een handpalm, 1 geopende schelp

daarin

1 druppel

in 1 druppel is mijn wereld

iemand herkent mijn wereld

 

iemand legt 1 waterdruppel naast 1 waterdruppel

en het is samen 1 waterdruppel

 

iemand tilt alles zolang op totdat het niet zwaar meer is

 

iemand is vergeten dat het gisteren was

omdat het er nu is.

 

 

 

 

De moeder de dichter

Voor Gerrit Kouwenaar

 

Ik ging naar Gerrit om het paradijs te zien.

Ik dronk er koffie en at er appeltaart

met het zicht op dieren en bloemen. Bedaard

luisterde ik, en zag. Na een minuut of tien

 

begon buiten een merel luid te zingen.

Hij wees me op Adam en Eva in de tuin,

hoe rond en zacht haar buik was, roze, bijna bruin

gekleurd na zoveel eeuwig zonlicht: dingen

 

ontstaan in stilte, dragen namen, getwijnd

als wol, geborduurd op hun werkelijkheid

en vol van eigen ongedwongen schoonheid.

 

Zo las hij mij de aarde voor en ongerijmd

begreep ik voor het eerst waarom de laatste tijd

de eenhoorn mij natuurlijk opvalt in gewoonheid.

 

 

 

 

 

VanDaalenSanders
Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

Hier met schrijver Stephan Sanders (links) 

 

 

 

 

 

De expressionistische Duitse schrijver en dichter Walter Hasenclever werd op 8 juli 1890 in Aken geboren.

 

 

Die Mörder sitzen in der Oper

 

Zum Andenken an Karl Liebknecht

Der Zug entgleist. Zwanzig Kinder krepieren.

Die Fliegerbomben töten Mensch und Tier.

Darüber ist kein Wort zu verlieren.

Die Mörder sitzen im Rosenkavalier.

 

Soldaten verachtet durch die Straßen ziehen.

Generäle prangen im Ordensstern.

Deserteure, die vor dem Angriff fliehen,

Erschießt man im Namen des obersten Herrn.

 

Auf, Dirigent, von deinem Orchesterstuhle!

Du hast Menschen getötet. Wie war dir zu Mut?

Waren es viel? Die Mörder machen Schule.

Was dachtest du beim ersten spritzenden Blut?

 

Der Mensch ist billig, und das Brot wird teuer.

Die Offiziere schreiten auf und ab.

Zwei große Städte sind verkohlt im Feuer.

Ich werde langsam wach im Massengrab.

 

Ein gelber Leutnant brüllt an meiner Seite:

„Sei still, du Schwein!“ Ich gehe stramm vorbei:

Im Schein der ungeheuren Todesweite

Vor Kälte grau in alter Leichen Brei.

 

Das Feld der Ehre hat mich ausgespieen;

Ich trete in die Königsloge ein.

Schreiende Schwärme schwarzer Vögel ziehen

Durch goldene Tore ins Foyer hinein.

 

Sie halten blutige Därme in den Krallen,

Entrissen einem armen Grenadier.

Zweitausend sind in dieser Nacht gefallen!

Die Mörder sitzen im Rosenkavalier.

 

Verlauste Krüppel sehen aus den Fenstern.

Der Mob schreit: „Sieg!“ Die Betten sind verwaist.

Stabsärzte halten Musterung bei Gespenstern;

Der dicke König ist zur Front gereist.

 

„Hier, Majestät, fand statt das große Ringen!“

Es naht der Feldmarschall mit Eichenlaub.

Die Tafel klirrt. Champagnergläser klingen.

Ein silbernes Tablett ist Kirchenraub.

 

Noch strafen Kriegsgerichte das Verbrechen

Und hängen den Gerechten in der Welt.

Geh hin, mein Freund, du kannst dich an mir rächen!

Ich bin der Feind. Wer mich verrät, kriegt Geld.

 

Der Unteroffizier mir Herrscherfratze

Steigt aus geschundenem Fleisch ins Morgenrot.

Noch immer ruft Karl Liebknecht auf dem Platze:

„Nieder der Krieg!“ Sie hungern ihn zu Tod.

 

Wir alle hungern hinter Zuchthaussteinen,

Indes die Opfer tönt im Kriegsgewinn.

Mißhandelte Gefangene stehn und weinen

Am Gittertor der ewigen Knechtschaft hin.

 

Die Länder sind verteilt. Die Knochen bleichen.

Der Geist spinnt Hanf und leistet Zwangsarbeit.

Ein Denkmal steht im Meilenfeld der Leichen

Und macht Reklame für die Ewigkeit.

 

Man rührt die Trommel. Sie zerspringt im Klange.

Brot wird Ersatz und Blut wird Bier.

MeinVaterland, mir ist nicht bange!

Die Mörder sitzen im Rosenkavalier.

 

 

 

 

toller_hasenclever
Walter Hasenclever (8 juli 1890 – 21 juni 1940)

Hier met de schrijver Ernst Toller (rechts)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver en dichter Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth.

 

 

Prelude 

 

How could I love you more?

I would give up

Even that beauty I have loved too well

That I might love you better.

Alas, how poor the gifts that lovers give

I can but give you of my flesh and strength,

I can but give you these few passing days

And passionate words that, since our speech began,

All lovers whisper in all ladies' ears.

 

I try to think of some one lovely gift

No lover yet in all the world has found;

I think: If the cold sombre gods

Were hot with love as I am

Could they not endow you with a star

And fix bright youth for ever in your limbs?

Could they not give you all things that I lack?

 

You should have loved a god; I am but dust.

Yet no god loves as loves this poor frail dust. 

 

 

 

Epilogue 

Che son contenti nel fuoco

 

We are of those that Dante saw

Glad, for love's sake, among the flames of hell,

Outdaring with a kiss all-powerful wrath;

For we have passed athwart a fiercer hell,

Through gloomier, more desperate circles

Than ever Dante dreamed:

And yet love kept us glad

 

 

 

 

Aldington
Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)

 

 

 

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008 en ook mijn blog van 8 juli 2009.

 

 

 

 

De Frans- en Nederlandstalige Belgische schrijver Jean Ray (bekendste pseudoniem van Raymond de Kremer) werd geboren op 8 juli 1887 in Gent. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2009.

 

Uit: Malpertuis

 

Le notaire se pencha sur ses papiers et prononça lentement un chiffre. C'était si énorme, si formidable, si fantastique, que le vertige s'empara un moment de tous les esprits.
Ce fut tante Sylvie qui rompit le charme du nombre d'or, en s'écriant :
- Charles, tu démissionneras !
- Bien entendu ! ricana l'oncle Cassave. Il ne pourrait faire autrement.
-
Cette fortune, déclara le notaire, ne sera pas, partagée.
Un murmure de déception terrifiée s'éleva, mais le notaire y coupa court en continuant :
-
Quand Quentin-Moretus Cassave sera, décédé, tout le monde ici présent, sous peine de se voir exclure immédiatement de l'héritage et de perdre tout avantage à venir, habitera et continuera de vivre sous ce toit.

- Mais nous avons une maison, notre propriété ! gémit Eléonore Cormélon.
- Ne m'interrompez pas, dit sévèrement le notaire.
Ils y vivront jusqu'à leur mort, mais chacun touchera une rente annuelle, donc viagère, de...
Ce fut de nouveau un chiffre prodigieux qui tomba des lèvres minces de l'officier ministériel.
- On vendra la maison, entendis-je marmotter l'aînée des dames Cormélon.
-
Tous y auront droit au gîte et au couvert, pour lesquels le testateur exige la perfection. Les époux Griboin, tout en ayant les mêmes avantages que les autres, resteront des serviteurs et ne l'oublieront jamais.
Le notaire fit une pause.
-
Il ne sera apporté à la maison Malpertuis aucun changement et au dernier vivant sera dévolue la fortune entière.
Le magasin de couleurs sera traité comme la maison même et Mathias Krook en restera le commis, ses gages triplés et maintenus à vie. Seul le dernier vivant sera en droit de fermer ledit magasin.
Eisengott, qui n'aura aucun avantage, à qui rien n'échoit, et qui ne voudrait rien, sera témoin de la parfaite exécution de ces volontés. »

 

 

 

ray-briot
Jean Ray (8 juli 1887 – 17 september 1964)

Tekening door Muriel Briot

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean de La Fontaine werd op 8 juli 1621 geboren in Château-Thierry in Champagne. Zie ook mijn blog van 8 juli 2006 en ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008 en ook mijn blog van 8 juli 2009.

 

 

De leeuw en de rat

 

Wil wien gij kunt een dienst bewijzen,

Daar toch uw mindere u zeer noodig wezen kan!

'k Weet daar een tweetal faablen van:

Zoo zeker is de leer, die ik u aan wil prijzen.

 

Een rat, die uit zijn gaatjen sloop,

Viel in de klauw eens leeuws. De sukkel had geen hoop.

Maar aller dieren Vorst, geneigd eens blijk te geven

Van 'tgeen hij waarlijk was, schonk d'armen drommel 't leven.

Een weldaad vindt haar loon. Wat leeuw die ooit een rat,

-Zoo denkt men licht- van nooden had?

En toch, te midden van zijn koninklijke gangen

Vond onverwachts de leeuw zich in een net gevangen:

En of hij woelde en of hij dreet,

Het web des jagers hield hem beet.

Maar meester rat snelde aan, doorknabbelde de mazen:

En gaf den leeuw zijn vrijheid weer!

 

Geduld en Tijd vermogen méér

Dan woeste Kracht en grimmig razen!

 

 

 

 

Jean_de_la_Fontaine
Jean de La Fontaine (8 juli 1621 – 13 april 1695)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Julius Mosen (eig. Julius Moses) werd geboren op 8 juli 1803 in Marieney in het Vogtland. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2009.

 

 

 

Der erste Kuß

 

Das Röslein war verborgen

In seiner Knospe sitzt,

Der neue Frühlingsmorgen

Zum Kuß das Mäulchen spitzt;

Doch Röslein mag nichts wissen

Vom Blühen und vom Küssen.

 

Das Röslein sitzt gar spröde

In seinem engen Haus,

Der Mittag ist nicht blöde,

Strahlt Glut und Flammen aus;

Doch Röslein mag nichts wissen

Vom Blühen und vom Küssen.

 

In seiner Zelle drinnen

Das Röslein heimlich steht,

Der Abend kommt zu minnen,

Der Abend weint und sieht:

Ach alle Blumen müssen

Am Ende blühn und küssen!

 

Das Röslein steht in Bangen,

Es steht in Liebesnoth,

Roth werden seine Wangen,

Vor Liebe purpurroth,

Und seine Lippen müssen

Zum ersten Male küssen.

 

Zum ersten Male blühen

Mit allererstem Kuß,

Zum ersten Male glühen

Das holde Röschen muß;

Denn alle Blumen müssen

Um Ende blühn und küssen.

 

 

 

 

mosen_gedenktafel
Julius Mosen (8 juli 1803 – 10 oktober 1867)

Gedenkplaat in Innsbruck

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Duitse dichter en schrijver Martin Jankowski werd in 1965 in Greifswald geboren. Zie ook mijn blog van 8 juli 2009.

 

 

im schatten

 

wir streichen in rudeln um bröckelnde häuser

und schießen den nächtlichen müll vor uns her

der krieg läuft im fernseher unserer eltern

wir lächeln gelassen und warten auf mehr

der blitz in den augen hinter dem lächeln

ist nichts als der schritt aus dem brütenden nest

ihr habt uns zu wenig übrig gelassen

die rechnung dafür steht schon fest

der kasper im frack geht in zeitlupe unter

der kasper im hirn explodiert in der luft

selbst gott das placebo hat uns niemals geholfen

all die prüden paroln sind wie popcorn verpufft

lasst den pastor im kaufhaus gebete lallen

wir kreischen vor glück wenn jetzt tödlich getroffen

die engel auf die dächern knallen

es reicht uns nicht mehr nur geduldig zu hoffen

wir entfesseln das grauen der gierigen gaffer

die schreie der menge machen uns mut

uns hilft nur noch eins wenn hier nichts mehr was wert ist

wir brüllen die bitte um brennendes blut

es gibt wenig chancen in diesem casino

legal an ein haus und den benz zu kommen

vielleicht sollten wir uns was anderes wünschen

wir haben euch zu lange ernst genommen

am ende der sackgasse sammeln sich ratten

betäubt von dem freien fall in den schacht

wir planen den ausbruch in euerem schatten

und warten darauf dass ihr noch einmal lacht

wir zücken den stahlblanken hass um zu töten

und grüßen den kasper der ordnung per funk

wir mustern wie wölfe das ziel unserer wut

und treffen exakt den schwächsten punkt

 

 

 

 

jankowski
Martin Jankowski (Greifswald, 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Eva Roman werd in 1980 geboren in Aken en groeide op in Augsburg. Zij studeerde nieuwe Duitse literatuur en romanistiek in Berlijn en communicatiedesign in Trier, Berlijn en Parijs. Vanaf 2007 studeerde zij aan het Deutsche Literaturinstitut in Leipzig.

 

Uit: Zwischen den Heidelbeeren

 

In der Schwimmhalle-Ost sind wir uns das erste Mal begegnet, als wir die grünen Turnschuhe aus dem Regal nahmen. Den Linken und den Rechten. Wir rochen gut und das Chlorwasser verlieh unseren Augen jenen seltsamen, kränklichen Glanz, der uns bewog, uns ewige Liebe zu schwören. Am späten Nachmittag, wir waren bereits nicht länger wir, erhielt ich eine Einladung, sie lag unter dem Farngestrüpp in einem Kuvert, zwischen Unmengen von Hintergedanken. Ich bemerkte nichts und begab mich ohne Misstrauen zur angegebenen Adresse, einem Neubau, neben dem ein kleiner Jahrmarkt aufgebaut war, mehrere Buden, ein buntes Riesenrad, das sich haltlos in den blauschwarzen Nachthimmel wand, ein einzelner Stern, aufdringlich hell. Der Fahrstuhl brachte mich in die oberste Etage, durch Vorhänge betrat ich einen dunklen Raum, in dessen Mitte drei Roulettetische standen. Menschen in Anzug und Abendkleid, die französisch sprachen, flanierten umher. An einer langen Tafel wurden Variationen von Wachtel serviert. Es gab ein bläuliches Getränk, das nach Heidelbeeren schmeckte und barocke Musik.
Ich erwachte am Morgen zuhause vom Klingeln des Telefons, wobei mir eine Stimme mitteilte, ich solle zum Arzt gehen. Die Sprechstundenhilfen trugen unter ihren weißen Kitteln Kleider mit Kirschenmotiv, gaben vor, mein Anliegen nicht zu verstehen und ließen mich ewig warten. Zu lesen lagen einzig dreisprachige Urlaubsprospekte des Kantons Graubünden aus. Unter Schmerzen war ich erleichtert, ich vergaß niemals ganz.

 

 

 

 

eva_roman
Eva Roman (Aken, 1980)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 8 juli 2007.

 

De Duitse schrijver en nationaalsocialist Hanns Johst werd geboren op 8 juli 1890 in Seerhausen.

08-07-09

Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Jean de La Fontaine, Julius Mosen, Christopher Kloeble, Martin Jankowski, Hanns Johst


De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook mijn blog van 25 augustus 2006 en ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008.

 

 

 

Het sonnet met opzet

 

Als ik je niet in je gezicht geslagen
had, als je niet had teruggeslagen , zo hard
dat er na drie maanden nog steeds een zwarte,
een onderhuidse bloeduitstorting lagen

 

diep, een dove plek onder de huid van mijn
gezicht zit, en mijn ribben opnieuw gekneusd,
nu met splinters die rondwandelen en leuk-
weg nog eens in mijn hart steken: zou je zijn

 

klaargekomen met minder geweld dan je
meedraagt, kracht die je gericht, en kort, gebruikt
en niet verspilt, ook al lijkt je lachen soms

 

snik ken, is het uitlokken ervan echt stom
of, zoals je later aan je vingers ruikt,
die blik, die hardheid, daarom houd ik van je.

 

 

 

 

 

Onderweg naar Egypte

 

We zaten samen op mijn lange waxcoat.
Het was oktober in een bos in Drenthe,
de zon warm op het gras, het leek wel lente.
Zij had de picknicktas met kaas, fruit en brood.

We keken naar de letters in de beuk, groot
gegroeid sinds onze geboorte, we prentten
ons de stilte in, de taal die niet went en
'op jouw jas ben ik altijd veilig' besloot ze

ze, de muze danste in haar lichaam, ving
me het licht van haar ogen op in een kom,
schraapte het beenmerg uit haar botten, ontbloot

een mes dat ik later van haar leende om
de kurk uit de wijnfles te wippen, zingend
liet een druppel los. De aarde kleurde rood.

 

 

 

 

 

Sea View

 

He feeds me salmon as if it’s fish, breaks the

too thin, too white toast, and the salty scent of

sea view, beach catch, somersaulting seagulls hangs

in the wake of the fisherman, gives me the

 

bedewed glass of gold-glowing, sparking champagne

from the windowsill. I’m a young that cries out

and with his hand he presents me as devout 

as ever eternity. Eat, for you may

 

need that if you want to accompany me

on my way. The road is long, beyond the sea,

we are going to walk, do you want to wear

 

my dark blue coat which is warm and light, I hold

on to your hand, will you always stay close

to me? When we two are together we’re home.

 

 

 

 

Vertaald door Renée Delhez

 

 

 

 

MariavanDaalen
Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

 

 

 

 

 

De expressionistische Duitse schrijver en dichter Walter Hasenclever werd op 8 juli 1890 in Aken geboren. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008.

 

 

Begegnung

 

Sag aus meer- und wolkenhaftem Munde,

Schon verirrt in deines Bettes Nacht,

Wo du mit dem andern schliefst im Bunde:

Welche Stunde bist du aufgewacht?

 

Wann begannen dunkel dir zu tönen

Uhr und Glas auf deines Tisches Rand;

Wann erhobst du dich aus dumpfem Stöhnen,

Schauernd unter einer fremden Hand?

 

In derselben ängstlichen Sekunde

Schloß mir jene auf ihr Gartentor,

Wo ich stand verloren in der Runde

Schwarzer Bäume und dem Sternenchor.

 

Plötzlich allen nächtlichen Verbannten

War ich nahe in der gleichen Zeit -

Und da fühlt ich, daß wir uns erkannten

Tief in Treue aus der Wirklichkeit.

 

 

 

 

 

Die rote Laterne

Auf einmal wird es menschenleer,
Als blieb die Straße stehn
Im Dunkeln, und man hört nichts mehr
Als immer nur sein eignes Gehn.

Aus dieser abgeschiedenen Welt
Hebt sich in grauem Ton ein Haus.
Halb offen ist das Tor, es fällt
Ein matter Glanz aus ihm heraus.

Und nur der Glanz - sonst tot und leer.
Wie eigentümlich diese Angst,
Mit der Du plötzlich immer mehr
Herein und nach der Klinke langst.

Wie eigentümlich dieser Mut,
Mit dem Du nun an nichts mehr denkst,
Auf einmal drin bist und den Hut
An irgend einen Nagel hängst.

 

 

 

 

 

Hasenclever

Walter Hasenclever (8 juli 1890 – 21 juni 1940)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver en dichter Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008.

 

 

Images 

 

I

 

Like a gondola of green scented fruits

Drifting along the dark canals of Venice,

You, O exquisite one,

Have entered into my desolate city.

 

II

 

The blue smoke leaps

Like swirling clouds of birds vanishing.

So my love leaps forth toward you,

Vanishes and is renewed.

 

III

 

A rose-yellow moon in a pale sky

When the sunset is faint vermilion

In the mist among the tree-boughs

Art thou to me, my beloved.

 

 

 

 

 

 

 

aldington
Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)

 

 

 

 

 

De Frans- en Nederlandstalige Belgische schrijver Jean Ray (bekendste pseudoniem van Raymond de Kremer) werd geboren op 8 juli 1887 in Gent. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008.

 

Uit: Rues

 

« Un lustre à  pendeloques de cristal jetait l'arc-en-ciel par poignées sur un comptoir blanc où trônaient les vastes pièces montées d'antan, aux remblais de nougat brun. Sur les étagères s'alignaient les théories des bocaux en casque à  mèche, bourrés de croquignoles, de darioles au beurre, de meringues amandines. Une pyramide de petits fours au massepain m'attira. Je poussai la porte et un carillon japonais aux notes sautillantes annonça le client. Personne ne vint.

J'appelai: "Quelqu'un?" Mais mon appel resta sans réponse.

Une draperie de peluche grenatés parait le magasin de l'arrière-boutique. Je la soulevai et découvris un petit salon de consommation très coquet, un véritable nid de blancheurs irisées. La fenètre était obturée par de beaux vitraux de couleur; ils étaient éclairés de derrière par le reflet de ce que je crus être un grand feu fort agité.

Je lançai un deuxième et vain appel.

Une porte latérale devait donner sur un couloir intérieur: elle était fermée et je ne pus l'ouvrir.

Au-dehors la pluie faisait toujours rage et l'obscurité s'épaississait. Je pris une soudaine résolution devant tant d'indifférence.

Je raflai la pyramide et en bourrai deux grands sacs de papier, en disant: "Je reviendrai payer cela demain".

Les petits fours furent déclarés excellents; tous ceux qui en goùtèrent durent avouer n'en avoir jamais mangé de meilleurs, et c'était vrai.

Je ne retournai pas le lendemain à  la pâtisserie, mais quelques jours plus tard. Elle n'y était pas ou plus, mais je me trouvai devant la petite maison bourgeoise que j'y avais toujours vue!

J'allai aux informations chez un coiffeur voisin.

- Une pâtisserie? Il n'y en a jamais eu, s'écria le brave homme, et il y a plus de vingt ans que je suis établi ici. »

 

 

 

 

RAY
Jean Ray (8 juli 1887 – 17 september 1964)

 

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean de La Fontaine werd op 8 juli 1621 geboren in Château-Thierry in Champagne. Zie ook mijn blog van 8 juli 2006 en ook mijn blog van 8 juli 2007 en ook mijn blog van 8 juli 2008.

 

 

De wolf en het lam

 

't Gebeurde eens, dat een lam in 't koele water plaschte,
Aan d'afloop van een heldre beek,
Toen hem op eens een wolf verraste,
Die, nuchter uitgevast, rondsnuffelde in de streek.
"Wat!" riep hij met vergramde kaken:
"Het water dat ik drink komt gij hier troebel maken?
Gestraft moet die vermetelheid!"
"Maar, Sire!" sprak het lam, "ik bid Uw Majesteit
Wel allerneedrigst om genade,
En smeek haar niet voorbij te zien
Dat ik nog wel een pas of tien
Van 't plekjen waar Zij staat, beneden strooms, mij baadde,
Zoodat ik 't water van Haar bron
Onmooglijk troebel maken kon."
"Dat hebt gij toch gedaan!" riep Grimbaard in zijn toren,
"Maar 'k ben door u, verleden jaar,
Bebabbeld bovendien! Of is dat ook niet waar?"
"Hoe kan dat?" zuchtte 't lam, "Ik was nog niet geboren:
Mijn moeder zoogt mij nog." - "Dan is 't uw broer geweest."
"Ik heb geen broer." - "Dan toch het een of ander beest
Van uw famielje! Ik heb steeds boosheid ondervonden
Van u, uw herders, en uw honden!
Dat eischt in 't eind een goede les."
En zonder vorm zelfs van proces
Heeft Grimbaard, één, twee, drie het arme schaap verslonden.

 

Helaas, zóó gaat het maar in 't ondermaansche slijk:
De sterkste heeft altijd gelijk!

 

 

 

 

 

Fontaine
Jean de La Fontaine (8 juli 1621 – 13 april 1695)

Portret door Hyacinthe Rigaud

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Julius Mosen (eig. Julius Moses) werd geboren op 8 juli 1803 in Marieney in het Vogtland. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007.

 

Uit: Georg Venlot

 

Der Tag des blumigen Johannisfestes neigte sich dem Ende zu. Der letzte Strahl der untergehenden Sonne blitzte noch einmal über die Hügel hinüber, und schien sich nur ungern von der bräutlich geschmückten Erde zu trennen. Ueber die Thäler legte sich ein bläulicher Nebelflor, während ein linder Luftzug das blühende Getraide auf den langhingestreckten Feldflächen, und die duftenden Blumen auf den Rainen und Wiesen flüsternd bewegte. Das Geläute aus den umherliegenden Ortschaften tönte in der Luft mit dem Summen der Käfer zusammen.

An diesem Abende, der in Blumen und Blättergesäusel, mit allen seinen Blüthenwonnen und Düften zu Träumen und lieblichem Sehnen das Herz lockte, ergingen sich zwei Jungfrauen, still und freundlich, wie die sie umgebende Natur, auf einem rasigen Feldwege, welcher sich hinter dem Städtchen R....r durch die üppigste Flur hinzog. Kaum möchte ein glückliches Auge irgendwo zwei schönere Frauengestalten beisammen sehen.

Blühte auch die Eine von ihnen lieblich in frischer rosiger Gesundheit, in schöner Fülle schlanker Glieder, und hob sich auch zu unsäglicher Anmuth ihr dunkelumlocktes Haupt frei und edel im lieblichen jungfräulichen Trotze empor, so daß sich fast kaum ein höherer Liebreiz denken ließ, so möchte dennoch ihre Gefährtin neben ihr nicht mißfallen haben. – Es war eine hohe, königliche Gestalt, zart und etwas bleich ihr Antlitz, nichtsdestoweniger aber ihr Mund in heller frischer Röthe ausgewoben. In ihren klaren, blauen Augen, welche sie aus Gewohnheit fast immer niederschlug, schien ein geheimes, wonniges Träumen zu schweben. So leicht hinwandelnd im bläulichen Gewande, schien sie wie eine Feenerscheinung in der Luft zerfließen zu wollen.“

 

 

 

 

Mosen
Julius Mosen (8 juli 1803 – 10 oktober 1867)

Standbeeld in Marieney

 

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

 

De Duitse schrijver Christopher Kloeble werd in 1982 geboren in München. Hij groeide op in Königsdorf / Oberbayern. Hij kreeg een zangopleiding bij het Tölzer Knabenchor. Hij studeerde in München (o.a. creatief schrijven), Dublin en aan het Deutsche Literaturinstitut in Leipzig, Hij werkte o.a. voor de Süddeutsche Zeitung. In 2008 verscheen zijn romandebuut Unter Einzelgängern. Dit jaar verscheen zijn verhalenbundel Wenn es klopft.

 

Uit: Unter Einzelgängern

 

„Eben wollte sie den Schlüssel abziehen, als es an der Tür läutete. Das konnten unmöglich schon Simon und Katrin sein; ein Blick auf die Wanduhr neben dem Sekretär verriet ihr, dass es erst elf Uhr war. Während sie den Einkaufskorb auf einem Bein balancierte, versuchte sie, den Hörer der Sprechanlage abzunehmen. Gerade als sie ihn zwischen Schulter und Kopf geklemmt hatte, rutschte der Fußabtreter unter ihrem Standbein weg, sie verlor das Gleichgewicht, die Einkäufe verteilten sich auf dem Parkett und zwei Tomatendosen rollten klackernd über die Treppenstufe, die vom Eingangsflur ins Wohnzimmer führte. Im letzten Moment bekam sie den Hörer zu fassen, das Kabel spannte sich, knackste dort, wo es in der Sprechanlage verschwand, und dehnte sich noch etwas mehr. Sie griff mit der zweiten Hand zu und zog, um ihr Gleichgewicht wiederzuerlangen; es kostete sie unnatürlich viel Kraft, als wehrte sich ihr Körper dagegen. Sie stöhnte leise und wollte mit der anderen Hand übergreifen, da riss das Kabel mit einem trockenen, flüchtigen Laut aus der Wand, sie streckte sich, verlagerte ihr Gewicht nach hinten, um dem gläsernen Abstelltisch auszuweichen, und prallte seitlich aufs Parkett.

Als sie die Augen öffnete, war es dunkler. Hatte sie geschlafen? Neben dem geöffneten Fenster, am anderen Ende des Zimmers, winkte ihr müde der Vorhang zu. Draußen hörte sie den Wind und stellte sich vor, wie er mit Blättern jonglierte und Bäume sich gegen ihn stemmten. Hitze überfiel ihr Gesicht und Kribbeln breitete sich auf ihrem Kopf aus. Es läutete ein weiteres Mal. Sie wollte einen Arm heben, um sich aufzustützen - nichts rührte sich“.

 

 

 

 

Kloeble
Christopher Kloeble (München, 1982)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Martin Jankowski werd in 1965 in Greifswald geboren. In de jaren tachtig hoorde hij als dichter en zanger tot de kringen van de oppositie in Leipzig. Tegenwoordig woont hij als zelfstandig schrijver in Berlijn, Van 2001 tot 2004 was hij mede-organisator van het internationale literatuurfestival in Berlijn. Behalve gedichten en liederen publiceerde hij ook toneelteksten, verhalen en essays. In 1999 verscheen zijn roman over „die Wende“, Rabet oder Das Verschwinden einer Himmelsrichtung

 

 

 

 sängerkrieg

 

                             sklaven, lasst uns des lebens nicht fluchen (zech)

 

 

im sommer wenn die feste

steigen an den ufern der

städte kommen die sänger

und machen mich stumm

 

lächelnd huldigen

sie dem hornissennest

mit arabesken des geistes

im elend des steins

 

vor meinen fenstern hebt

der nussbaum seine siegeräste

in seinen zweigen verglüht

feierlich breit der abend

 

in mir ein kuckuck

den es gar nicht gibt

und die blicke der mädchen

mit den nackten händen

 

berühren mich

 

schmerzlich

wie das lachen

der andern

 

 

 

 

 

Jankowski
Martin Jankowski (Greifswald, 1965)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 8 juli 2007.

 

De Duitse schrijver en nationaalsocialist Hanns Johst werd geboren op 8 juli 1890 in Seerhausen.

 

 

08-07-08

Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Jean de La Fontaine,


De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook mijn blog van 25 augustus 2006 en ook mijn blog van 8 juli 2007.

 

Uit: De rozenkrans

 

Mijn tranen tellen, langs mijn wangen,
mijn lichaam af in hun afstand:
van mijn kiemcel tot de uit mij volgende.

Hoezo is de tijd lineair?
Een snoer sluit vast om de hals,
een krans bevat zelfs mijn hartslag.

Het
zicht volgt de schedeldelen
-over elkaar heen geschoven schotsen-
als het water breekt en de naam opengaat.

 

                      

                             *

 

Eén is de samensmelting, twee de deling,
drie de onophoudelijke herhaling
die weglegt wat materie wordt en opnieuw maakt.

Het eerste woord is een naamwoord.
Zo groei ik van celkern tot aarde,
zo word ik geteld en bij leven genoemd.

Wees gegroet, noemer, met bloed.
Ik ben net zo eindig als deze dag
waarin ik de naam verzamel en zeg.

Lieve naamwoorden, het veelgeprezen enzovoorts
rijgt tikkend het polysyndeton
tot het lichaam dat ik gemaakt is,

dat mij vasthoudt in angst en pijn,
dat mijn richel is langs een veld waar het niets dreigt,
dat ik in mijn ademtocht
verpulvert.

 

 

                    

PASSION

 

Would the king himself ever bite on his tongue,

I think, facing the mirror, slavering blood

like a vampire, warm-red, where band-aid  cannot

be applied, my own language: leaves me undone,

 

from my other me mute reproaches are flung

which must remain wordless and can’t stem the flood.

For a saviour now, urgently please, oh god

who, bleeding for me, rights the wrongs I have done 

 

or blesses them. I want off. As for choosing:

I chose to keep mum, hold my tongue. Until death,

an intellectual. That’s great, such self-control

 

but it became better and redder, a whole

glass of wine, no, two or three, sunset blood red

and there was no more help for me save losing.

 

 

Vertaald door  Renée Delhez

 

 

 

 

 

mariavandaalen
Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

 

 

 

 

 

De expressionistische Duitse schrijver en dichter Walter Hasenclever werd op 8 juli 1890 in Aken geboren. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007.

 

Uit: Der Sohn

 

„DER VATER (geht zum Bücherschrank und wirft höhnisch die Bücher um): Anstatt diesen Unsinn zu lesen, solltest du lieber deine Vokabeln lernen. Aber ich weiß schon - Ausflüchte haben dir nie gefehlt. Immer sind andere schuld. Was tust du den ganzen Tag? Du singst und deklamierst - sogar im Garten und noch abends im Bett. Wie lange willst du auf der Schulbank sitzen? All deine Freunde sind längst fort. Nur du bist der Tagedieb in meinem Haus.

 

DER SOHN (geht hin zum Schrank und stellt die Bücher wieder au]): Dein Zorn galt Heinrich von Kleist (er berührt das Buch zärtlich); der hat dir nichts getan. - Welchen Maßstab legst du an!

 

DER VATER: Bist du schon Schiller oder Matkowsky? Meinst du, ich hörte dich nicht? Aber diese Bücher und Bilder werden verschwinden. Auch auf deine Freunde werde ich ein Auge werfen. Das geht nicht so weiter. Ich habe kein Geld gespart, um dir vorwärtszuhelfen; ich habe dir Lehrer gehalten und Stunden geben lassen. Du bist eine Schande für mich!

 

DER SOHN: Was hab ich verbrochen? Hab ich Wechsel gefälscht?

 

DER VATER: Laß diese Phrasen. Du wirst meine Strenge fühlen, da du auf meine Güte nicht hörst.

 

DER SOHN: Papa, ich hatte anders gedacht, heute vor dir zu stehn. Fern von Güte und Strenge, auf jener Waage mit Männern, wo der Unterschied unseres Alters nicht mehr wiegt. Bitte, nimm mich ernst, denn ich weiß wohl, was ich sage! Du hast über meine Zukunft bestimmt. Ein Sessel blüht mir in Ehren auf einem Amtsgericht. Ich muß dir meine Ausgaben aufschreiben - ich weiß. Und die ewige Scheibe dieses Horizontes wird mich weiterkreisen, bis ich mich eines Tages versammeln darf zu meinen Vätern.

Ich gestehe, ich habe bis heute darüber nicht nachgedacht, denn die Spanne bis zum Ende meiner Schule erschien mir weiter als das ganze Leben. Nun aber bin ich durchgefallen - und ich begann zu sehn. Ich sah mehr als du, Papa, verzeih.

 

DER VATER: Welche Sprache!

 

DER SOHN: Eh du mich prügelst, bitte, hör mich zu Ende. Ich erinnre mich gut der Zeit, als du mich mit der Peitsche die griechische Grammatik gelehrt hast. Vor dem Schlaf im Nachthemd, da war mein Körper den Striemen näher! Ich weiß noch, wie du mich morgens überhörtest, kurz vor der Schule; in Angst und Verzweiflung mußt ich zu Hause lernen, wenn sie längst schon begonnen hatte. Wie oft hab ich mein Frühstück erbrochen, wenn ich blutig den langen Weg gerannt bin! Selbst die Lehrer hatten Mitleid und bestraften mich nicht mehr. Papa - ich habe alle Scham und Not ausgekostet. Und jetzt nimmst du mir meine Bücher und meine Freunde, und in kein Theater darf ich gehn, zu keinem Menschen und in keine Stadt. Jetzt nimmst du mir von meinem Leben das Letzte und Ärmste, was ich noch habe.

 

DER VATER: Wer nicht arbeitet, soll auch nicht essen. Sei froh, daß ich dich nicht längst aus dem Hause gejagt.

 

DER SOHN: Hättest du es getan, ich wäre ein Stück mehr Mensch, als ich bin.

 

DER VATER: Du bist noch mein Sohn, und ich muß die Verantwortung tragen. Was du später mit deinem Leben tust, geht mich nichts an. Heute habe ich zu sorgen, daß ein Mensch aus dir wird, der sein Brot verdient, der etwas leistet. [...]

 

 

 

 

hasenclever
Walter Hasenclever (8 juli 1890 – 21 juni 1940)

 

 

 

De Engelse schrijver en dichter Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007.

 

At the British Museum

 

I turn the page and read:
"I dream of silent verses where the rhyme
Glides noiseless as an oar."
The heavy musty air, the black desks,
The bent heads and the rustling noises
In the great dome
Vanish ...
And
The sun hangs in the cobalt-blue sky,
The boat drifts over the lake shallows,
The fishes skim like umber shades through the undulating weeds,
The oleanders drop their rosy petals on the lawns,
And the swallows dive and swirl and whistle
About the cleft battlements of Can Grande's castle...

 

 

 

 

 

Round-Pond

 

Water ruffled and speckled by galloping wind
Which puffs and spurts it into tiny pashing breaks
Dashed with lemon-yellow afternoon sunlight.
The shining of the sun upon the water
Is like a scattering of gold crocus-petals
In a long wavering irregular flight.

The water is cold to the eye
As the wind to the cheek.

In the budding chestnuts
Whose sticky buds glimmer and are half-burst open
The starlings make their clitter-clatter;
And the blackbirds in the grass
Are getting as fat as the pigeons.

Too-hoo, this is brave;
Even the cold wind is seeking a new mistress.

 

 

 

 

 

aldington
Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)

 

 

 

 

 

 

De Frans- en Nederlandstalige Belgische schrijver Jean Ray (bekendste pseudoniem van Raymond de Kremer) werd geboren op 8 juli 1887 in Gent. Zie ook mijn blog van 8 juli 2007.

 

Uit: Les noces de mademoiselle Bonvoisin

 

Et puis, le hasard se mettant du côté de l'enfer, la vieille fille fit la connaissance de Constantin Hannedouche, une créature dévoyée, immonde: un prêtre défroqué courant salement le guilledou, mendiant la goutte et qui disait des messes noires pour quinze sous. 

Sur le minuit, il la fit regarder dans une sphère de verre à moitié voilée de drap noir. Elle y vit un vague visage d'homme.
- Il est beau comme Lucifer lui-même, dit Hannedouche, si vous voulez sacrifier trois pièces d'or, je vous dirai son nom.
- Martin Canivet, dit-il en s'emparant avidement des jaunets. Sacrifiez-en trois autres et je vous unirai à lui, car c'est l'incarnation de votre perroquet.
Elle accepta, folle d'un étrange amour pour l'être qui lui avait dit un jour, et l'avait depuis répété sans se lasser: Je vous aime!
Par une nuit de tempête, Constantin Hannedouche lui donna rendez-vous avec le perroquet sur le parvis de l'église Saint-Jacques.
Elle apporta la cage couverte d'un voile de soie noire, à travers vent et averse.
Le défroqué fractura le portillon de la tour des sonneurs, la conduisit à travers l'église ténébreuse o
veillait le rubis de la lampe du sanctuaire, la fit s'agenouiller sur les dalles et alluma un cierge de cire noire.
- Voulez-vous prendre Martin Canivet comme époux? demanda-t-il.
- Oui, bégaya la malheureuse complètement éperdue de tendresse et d'effroi.
Chose mystérieuse, à la question posée, l'oiseau répéta en croassant:
- Oui!
- Vous êtes unis! déclara Hannedouche.
Il glissa un petit anneau d'or à la patte du perroquet et un autre à l'annulaire mutilé de Mlle Bonvoisin. »

 

 

 

 

Ray
Jean Ray (8 juli 1887 – 17 september 1964)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean de La Fontaine werd op 8 juli 1621 geboren in Château-Thierry in Champagne. Zie ook mijn blog van 8 juli 2006 en ook mijn blog van 8 juli 2007.

 

 

LE COQ ET LA PERLE

 

Un jour un Coq détourna
Une perle qu'il donna
Au beau premier Lapidaire :
Je la crois fine, dit-il ;
Mais le moindre grain de mil
Serait bien mieux mon affaire.

 

Un ignorant hérita
D'un manuscrit qu'il porta
Chez son voisin le Libraire.
Je crois, dit-il qu'il est bon ;
Mais le moindre ducaton
Serait bien mieux mon affaire.

 

 

 

De raaf en de vos

 

Meester raaf zat in een eikenboom.
Hij klemde in zijn bek een heerlijk brokje kaas uit Gouda.
Meester vos, gelokt door deze droom
Van geur, keek op en sprak: "Doctor honoris causa,
U met uw wijs en alziend oog
En met uw glanzend zwarte toog,
Als ook uw stemorgaan zo mooi is als uw veren
dan moet toch ieder dier u als een feniks eren!"

Meester raaf, ontroerd door zoveel eer,
Wipte van tak tot tak en boog zich wat naar voren,
Keek toen trots over zijn snavel neer
Op meester vos en om zijn stem te laten horen
Gaapte hij met zijn bek héél wijd.
Maar ja, de kaas was hij toen kwijt.
Hij hapte er nog naar, keek treurig naar beneden.
De vos pakte zijn prooi en fleemde toen tevreden:

"Denk eraan, mijn waarde heer,
Elke vleier schenkt zijn eer
Aan door 't lot verwende vrinden
Die zichzelf belangrijk vinden.
Deze wijze les, helaas,
Kost u wel dit brokje kaas!"
Beschaamd verborg de raaf zich in de eikentakken
En kraste toen wat laat: "Mij zul je niet meer pakken!"

 

 

 

 

Jean-De-La-Fontaine-
Jean de La Fontaine (8 juli 1621 – 13 april 1695)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en nationaalsocialist Hanns Johst werd geboren op 8 juli 1890 in Seerhausen.

 

De Duitse dichter en schrijver Julius Mosen (eig. Julius Moses) werd geboren op 8 juli 1803 in Marieney in het Vogtland.

 

 

08-07-07

Maria van Daalen, Richard Aldington, Walter Hasenclever, Hanns Johst, Jean Ray, Jean de La Fontaine, Julius Mosen


De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg.Zie ook mijn blog van 25 augustus 2006.

 

 

HOTEL NEW YORK, ROTTERDAM
Bruidssuite
kamer 207

 

Langs de lambrisering kruipt de nacht, de dag,
tussen de lakens, bruidswit, ingeweven
motieven: een schip, 'HNY'. Gegeven:
de zijne, en waarom. Samen slapen mag

 

zonder getuigen, ik deel hem mijn leven
mee, dat de waterweg diep om ons heen lag
en de zee trok. In het zilverig licht zag
ik zijn ogen, de stroming, het was zeven/

 

acht juli, ik was vijftig geworden
en hij hield mij voorzichtig tegen zich aan,
streelde mij totdat ik insliep en droomde

 

van een ver land waarheen het schip opstoomde.
Zou er straks in gouden letters The End staan?
Een reis zonder script, dus voor gevorderden.

 

 

 

De getijden van de eeuwige wijsheid

 

Voorafgaand aan het denken is aanwezigheid;

voordat de schedel zijn naam draagt groeit hij dicht.

 

Ik zie in de verte een wolk aankomen,

boven de grond een grijze draaiende kolom.

Alles wordt opgezogen: graszoden, net gelegd,

marmerblokken, brieven, verlepte bloemen.

Iemand vaart schreeuwend omhoog.

 

Waar vind ik je als je bent uitgesproken,

man die ik liefheb? Misschien tussen de wijnranken,

hard en geknot, op een te heldere dag in februari,

of op de bodem van lauw zeewater;

schaduw kruipt over de schelpen, dicht, open.

 

Voorafgaand aan het lichaam is de adem

die de eerste cel vooruitblaast naar zijn deling.

 

Er loopt een straaltje bloed langs mijn bovenbenen;

het is de kleur rood van het genot.

Je veegt het uit met een vinger, je zegt

dat het zoet is en ik leg mijn hoofd opzij

om te zien hoe je gaat staan, hoe je gaat liggen.

 

Waarom kan ik niets maken van zand

dat geen leem bevat, dat niet nat is,

waarom zakt elke lijn die ik trek met mijn vinger

weg in zichzelf? Scherpe randen van zand

ritselen weg in zand, vullen ondieptes.

 

 

 

VanDaalen
Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

 

De Engelse schrijver en dichter Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth. Na zijn studie leefde hij als zelfstandig schrijver in Londen, waar hij in 1913 trouwde met de Amerikaanse schrijfster Hilda Doolittle. In 1912 sloot hij zich aan bij de beweging van de Imagisten en was hij uitgever van het avantgardistische tijdschrift The egoist. Aldington nam deel aan WO I. Zijn ervaringen werden natuurlijk ook in zijn literaire werk weerspiegeld, dat maatschappijkritischer en pessimistischer werd.

 

 

Bombardment

 

 

Four days the earth was rent and torn
By bursting steel,
The houses fell about us;
Three nights we dared not sleep,
Sweating, and listening for the imminent crash
Which meant our death.

The fourth night every man,
Nerve-tortured, racked to exhaustion,
Slept, muttering and twitching,
While the shells crashed overhead.

The fifth day there came a hush;
We left our holes
And looked above the wreckage of the earth
To where the white clouds moved in silent lines
Across the untroubled blue.

 

 

 

Goodbye!

 

Come, thrust your hands in the warm earth
And feel her strength through all your veins;
Breathe her full odors, taste her mouth,
Which laughs away imagined pains;
Touch her life's womb, yet know
This substance makes your grave also.

Shrink not; your flesh is no more sweet
Than flowers which daily blow and die;
Nor are your mein and dress so neat,
Nor half so pure your lucid eye;
And, yet, by flowers and earth I swear
You're neat and pure and sweet and fair.

 

 

 

aldington
Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)

 

De expressionistische Duitse schrijver en dichter Walter Hasenclever werd op 8 juli 1890 in Aken geboren. Zijn lyrisch werk en zijn in 1916 voor het eerst opgevoerde drama Der Sohn maakten van hem een exponent van het literair expressionisme. In 1917 werd Walter Hasenclever met de Kleistprijs onderscheiden. Van 1924 tot 1930 leefde en werkte hij als journalist in Parijs. In deze tijd schreef hij een reeks toneelstukken (Ein besserer Herr, Ehen werden im Himmel geschlossen, Napoleon greift ein e.a.), die hem destijds tot een van de meest gespeelde toneelschrijvers in het Duitstalige gebied maakten. In 1930 werkte Hasenclever als filmscriptschrijver voor Greta Garbo in Hollywood. In 1933 werden zijn stukken in Duitsland verboden. Omdat hij als tegenstander van het Nazi-regime voor zijn leven vreesde, vluchtte hij naar het buitenland, waar hij - na de Duitse militaire successen - zelfmoord pleegde.

1917

 

Halte wach den Haß. Halte wach das Leid.
Brenne weiter am Stahl der Einsamkeit.

 

Glaub nicht, wenn du liest auf deinem Papier,
Ein Mensch ist getötet, er gleicht nicht dir.

 

Glaub nicht, wenn du siehst den entsetzlichen Zug
Einer Mutter, die ihre Kleinen trug

 

Aus dem rauschenden Kessel der brüllenden Schlacht,
Das Unglück ist nicht von dir gemacht.

 

Heran zu dem elenden Leichenschrein,
Wo aus Fetzen starrt eines Toten Bein.

 

Bei dem fremden Mann, vom Wurm zernagt,
Falle nieder, du, sei angeklagt.

 

Empfange die ungeliebte Qual
Aller Verstoßnen in diesem Mal.

 

Ein letztes Aug, das am äther trinkt,
Den Ruf, der in Verdammnis sinkt;

 

Die brennende Wildnis der schreienden Luft,
Den rohen Stoß in die kalte Gruft.

 

Wenn etwas in deiner Seele bebt
Das dies Grauen noch überlebt

 

So laß es wachsen, auferstehn
Zum Sturm, wenn die Zeiten untergehn.

 

Tritt mit der Posaune des Jüngsten Gerichts
Hervor, o Mensch, aus tobendem Nichts!

 

Wenn die Schergen dich schleppen aufs Schafott,
Halte fest die Macht! Vertrau auf Gott;

 

Daß in der Menschen Mord, Verrat
Einst wieder leuchte die gute Tat,

 

Des Herzens Kraft, der Edlen Sinn
Schweb am gestirnten Himmel hin.

 

Daß die Sonn, die auf Gute und Böse scheint,
Durch soviel Ströme der Welt geweint,

 

Gepulst durch unser aller Schlag,
Einst wieder strahle gerechtem Tag.

 

Halte wach den Haß. Halte wach das Leid.
Brenne weiter, Flamme! Es naht die Zeit.

 

 

 

hasenclever
Walter Hasenclever (8 juli 1890 – 21 juni 1940)

 

De Duitse schrijver en nationaalsocialist Hanns Johst werd geboren op 8 juli 1890 in Seerhausen. Sinds 1935 was hij president van de Reichsschrifttumskammer. Met zijn aan Hitler opgedragen drama Schlageter vierde hij zijn grootste successen. Hij had er van 1929 tot 1932 aan gewerkt en het werd voor het eerst gespeeld op Hitlers verjaardag, 20 april 1933. Daarna werd het in meer dan duizend plaatsten opgevoerd. Johst verdiende er zo 50.000 Reichsmark mee. Het stuk gaat over een strijder van het vrijwilligerskorps die tijdens de bezetting van het Ruhrgebied in 1923 door het Franse militaire gerecht ter dood werd veroordeeld omdat hij aanslagen gepleegd had op militaire verkeersverbindingen. Johst proclameerde hem tot eerste soldaat van het Duitse Rijk.

 

Uit: Schlageter

 

„Ich kiecke mit meinem Feldstecher in die Gegend, und was sehe ich da...? Ein magerer kleiner Waffenstillstand! Und fünf vor dreizehn platzt dieser Friede [...] wie eine Bombe.“

„Brüderlichkeit, Gleichheit... Freiheit... Schönheit und Würde! [...] Nein, zehn Schritt vom Leibe mit dem ganzen Weltanschauungssalat... Hier wird scharf geschossen!

Wenn ich Kultur höre... entsichere ich meinen Browning!“

 

 

De laatste uitspraak over de Browning stamt dus niet van Hermann Göring, maar komt uit dit stuk van Hanns Johst.

 

 

 

johst-hanns-2
Hanns Johst (8 juli 1890 – 23 november 1978)

 

De Frans- en Nederlandstalige Belgische schrijver Jean Ray (bekendste pseudoniem van Raymond de Kremer) werd geboren op 8 juli 1887 in Gent. Ray was een schrijver van (meestal fantastische) romans en verhalen, detectives, sprookjes, scenario’s voor stripverhalen, gedichten en liederen. Bovendien schreef hij teksten voor revues en honderden columns en journalistieke bijdragen over folklore. Als Jean Ray schreef hij in het Frans voor volwassenen; voor zijn Nederlandse jeugdverhalen gebruikte hij meestal de naam John Flanders. Voorts hanteerde hij talrijke andere pseudoniemen (Tiger Jack, R.M. Temple, John Sailor, Kapitein Bill...) en publiceerde hij veelvuldig anoniem (o.m. zijn Harry Dickson-verhalen). Qua vorm gaat zijn oeuvre van het superkorte verhaal (tien regels en alles is gezegd) tot lijvige romans.

Uit: Rues

 

Mais je sais des rues où jamais rien ne se passa de pareil, qui jamais ne se sont départies de calme et de vertu, et qui ont pour moi le visage vert de la peur. Mes nerfs n'y sont pour rien; c'est mon subconscient qui est entré en jeu; c'est l'autre plan, le terrible plan hypergéométrique, quadri-dimensionnel, qui est en cause.
C'est ce que j'appellerai le potentiel de la rue qui, en partie, crée mon épouvante. Enfant, je suppliais mes parents de ne pas me faire passer, au cours de nos promenades, par une certaine rue, proche de la cathédrale Saint-Bavon de Gand.
Une petite rue provinciale aux maisons basses et paisibles, sentant l'encens et les aigres parfums des pieux carêmes.
Mes parents haussaient les épaules et, comme ils n'encourageaient guère mes caprices, me giflaient et me faisaient marcher devant eux par la rue abhorrée. J'en étais littéralement malade.
Plus tard, cette crainte se dissipa; mais néanmoins j'évitais la rue. Un jour, j'avais quelque vingt ans à  cette époque, entre chien et loup, en longeant le vieux séminaire, une furieuse averse me surprit. C'était, je crois, par une soirée de fête et j'avais hâte de rentrer chez moi, où bien des plaisirs m'attendaient. Je pris au plus court: par ladite rue.
Or, voici qu'une des petites maisons bourgeoises avait été transformée en une pâtisserie de bonne mine. Ah! quel amour d'officine sucrée!»

 

 

Ray
Jean Ray (8 juli 1887 – 17 september 1964)

 

De Franse schrijver Jean de La Fontaine werd op 8 juli 1621 geboren in Château-Thierry in Champagne. Zie ook mijn blog van 8 juli 2006.

 

 

Le Corbeau et le Renard

 

Maître Corbeau, sur un arbre perché,
Tenait en son bec un fromage.
Maître Renard, par l'odeur alléché,
Lui tint à peu près ce langage :
"Hé ! bonjour, Monsieur du Corbeau.
Que vous êtes joli ! que vous me semblez beau !
Sans mentir, si votre ramage
Se rapporte à votre plumage,
Vous êtes le Phénix des hôtes de ces bois."
A ces mots le Corbeau ne se sent pas de joie ;
Et pour montrer sa belle voix,
Il ouvre un large bec, laisse tomber sa proie.
Le Renard s'en saisit, et dit : "Mon bon Monsieur,
Apprenez que tout flatteur
Vit aux dépens de celui qui l'écoute :
Cette leçon vaut bien un fromage, sans doute. "
Le Corbeau, honteux et confus,
Jura, mais un peu tard, qu'on ne l'y prendrait plus.

 

 

 

La_Fontaine
Jean de La Fontaine (8 juli 1621 – 13 april 1695)

 

De Duitse dichter en schrijver Julius Mosen (eig. Julius Moses) werd geboren op 8 juli 1803 in Marieney in het Vogtland. Hij bezocht het gymnasium in Plauen en studeerde daarna rechten in Jena. In 1835 vestigde hij zich als advocaat in Dresden. In 1844 verhuisde hij naar Oldenburg waar hij dramaturg werd aan het hoftheater. Zijn bekendste gedicht is het "Andreas-Hofer-Lied“ ("Zu Mantua in Banden"), dat tegenwoordig de hymne is van het bondsland Tirol. Tot zijn belangrijkste werken behoren verder Ritter Wahn, Cola Rienzi en Der Kongreß von Verona.

 

 

Zu Mantua in Banden

 

In Mantua in Banden der treue Hofer war.

In Mantua zum Tode führt ihn der Feinde Schar.

Es blutet der Brüder Herz: Ganz Deutschland,

ach in Schmach und Schmerz.

 

Mit ihm das Land Tirol, mit ihm das Land Tirol,

mit ihm das Land Tirol, mit ihm das Land Tirol.

Die Hände auf dem Rücken der Sandwirt Hofer ging

mit ruhig festen Schritten. Ihm schien der Tod gering,

den er so manchesmal

vom Iselberg geschickt ins Tal

Im heil'gen Land Tirol.

Doch als aus Kerkergittern im festen Mantua

die treuen Waffenbrüder die Händ'er strecken sah,

da rief er laut: "Gott sei mit euch,

mit dem verrat'nen Deutschen Reich

und mit dem Land Tirol!"

Dem Tambour will der Wirbel nicht unterm Schlegel vor,

als nun der Sandwirt Hofer schritt durch das finst're Tor.

Der Sandwirt, noch in Banden frei,

dort stand er fest auf der Bastei.

Der Mann vom Land Tirol.

Dort sollt' er niederknien. Er sprach: "Das tu' ich nit!

Will sterben, wie ich stehe, will sterben, wie ich stritt.

So wie ich steh' auf dieser Schanz;

Es leb' mein guter Kaiser Franz,

mit ihm das Land Tirol!"

Und von der Hand die Binde nimmt ihm der Korporal,

und Sandwirt Hofer betet allhier zum letzten Mal.

Dann ruft er: "Nun, so trefft mich recht!

Gebt Feuer! - Ach, wie schießt ihr schlecht!

Ade, mein Land Tirol!"

 

 

 

Julius_Mosen
Julius Mosen (8 juli 1803 – 10 oktober 1867)