17-10-16

Simon Vestdijk, Pieter Waterdrinker, Georg Büchner, Mark Gatiss, Arthur Miller, Miguel Delibes, Tom Rachman

 

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

Uit: Terug tot Ina Damman

“De jongens smeekten, beloofden knikkers, - hij zei niets. Maar toen maakte Anton gebruik van een gunstig moment. Juist had hij zich afgevraagd, of Jan Breedevoort, die met zijn donkerroode hanglip in het eerste gelid naast hem stond, altijd Jan Klaassen had geïmiteerd of dat Jan Klaassen nu Jan Breedevoort nadeed, toen achter de poppenkast de acrobate voorbijliep, wiegelend en somber, gevolgd door drie schunnige gasten die het karpet droegen en het centenbakje.
‘Ik ben de dood - van potlood - en ik kom je hale!’
‘Wát, kom je me betale?’ gierde de echte Jan Klaassen, en bluschte meteen zijn eigen overmoed in een schuddende lachbui binnen zijn puntige houten handen. Jan Breedevoort keek beschermend toe.
‘Dat vloekwoord van die meid, hoe was dat nou?’ fluisterde Anton.
Jan Breedevoort loerde om zich heen, zijn mond toeknijpend alsof hij het geheim liever nog een week langer bewaard had, en fluisterde toen terug, met groote, bolle, blauwe schrikoogen:
‘Als je je vreet houdt... Jezus bliksem!’
Maar de jaren gingen voorbij, en Jan Breedevoort, die langzamerhand vond dat het liegen niet genoeg meer opleverde, begon naar een ruimer veld van werkzaamheid uit te zien. Zijn trotsche, pralende onderlip was verdwenen; meer en meer accentueerden zich de strengere lijnen van een gloedvol Romeinsch profiel. En opeens bleek, dat hij zich tot een sportsman aan het ontwikkelen was, hij droeg witte truien! Hij trapte, mepte, sprong, zweefde, kantelde, en, verblijdend gevolg van dit alles: de hoera's van zijn vrienden op kaatsland of voetbalveld stonden hem toe zich eindelijk weer op den bodem der werkelijkheid te plaatsen: geen leugen kwam er meer over zijn lippen. Trouwens, voor zijn heele leven had hij genoeg gelogen. Bij het overgaan op de H.B.S. kwam Kees Vlaming hem te ontvallen, die nog maar in de zesde klas hing, en nu was hij wel genoodzaakt uitsluitend bij de sport steun te zoeken, en bij de oude vleitaal van zijn omarmingen en aanhalige rukjes. Maar ook de Jan Klaassen-imitatie was niet geheel-verloren gegaan: het geoefende oog ontdekte nog steeds een rest van deze pantomime in de wijze waarop Jan Breedevoort niesde. Hij was namelijk de eenige van de heele school (en, wie weet, van heel Lahringen) die dat in zijn zakdoek deed, die hij dan met twee handen vasthield, zijn heele hoofd er indompelend en drie of vier maal op en neer schuddend.”

 

 
Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)
Simon Vestdijk met zijn ouders in 1915

Lees meer...

17-10-15

Arthur Miller, Nel Noordzij, Ernst Hinterberger, Anatoli Pristavkin, Alfred Polgar, Jupiter Hammon, Nathanael West, Tom Rachman

 

De Amerikaanse toneelschrijver Arthur Miller werd geboren in New York op 17 oktober 1915. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arthur Miller op dit blog.

Uit: Death of a Salesman

„WILLY: No, I see everything. I came back ten miles an hour. It took me nearly four hours from Yonkers.
LINDA (resigned):Well, you’ll just have to take a rest, Willy, you can’t continue this way.
WILLY: I just got back from Florida.
LINDA: But you didn’t rest your mind. Your mind is overactive, and the mind is what counts, dear.
WILLY: I’ll start out in the morning. Maybe I’ll feel better in the morning. (She is taking off his shoes.)
These goddam arch sup-ports are killing me.
LINDA: Take an aspirin. Should I get you an aspirin? It’ll soothe you.
WILLY (with wonder): I was driving along, you understand? And I was fine. I was even observing the scenery. You can imagine, me looking at scenery, on the road every week of my life. But it’s so beautiful up there, Linda, the trees are so thick, and the sun is warm. I opened the windshield and just let the warm air bathe over me. And then all of a sudden I’m goin’ off the road! I’m tellin’ya, I absolutely forgot  I was driving. If I’d’ve gone the other way over the white line I might’ve killed somebody. So I went on again — and five minutes later I’m dreamin’ again, and I nearly... (He presses two fingers against his eyes.)  I have such thoughts, I have such strange thoughts.
LINDA: Willy, dear. Talk to them again. There’s no reason why you can’t work in New York.
WILLY: They don’t need me in New York. I’m the New England man. I’m vital in New England.
LINDA: But you’re sixty years old. They can’t expect you to keep travelling every week.
WILLY: I’ll have to send a wire to Portland. I’m supposed to see Brown and Morrison tomorrow morning at ten o’clock to show the line. Goddammit, I could sell them! (He starts putting on his jacket.“

 

 
Arthur Miller (17 oktober 1915 – 10 februari 2005)
Dustin Hoffmann (Willy) en John Malkovich (Biff) in de film van Volker Schlöndorff uit 1985

Lees meer...

17-10-14

Tom Rachman

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Engelse schrijver Tom Rachman werd geboren in Londen in 1974 en groeide op in Vancouver, Rachman studeerde film aan de Universiteit van Toronto, daarna journalistiek aan Columbia University in New York. In 1998 trad hij toe tot de Associated Press als een desk editor buitenland in New York, werd toen correspondent in Rome in 2002. Hij schreef artikelen vanuit o.a. India, Turkije, Japan, Zuid-Korea, Sri Lanka, Egypte, België, Groot-Brittannië. Van 2006 tot 2008 was hij redacteur bij de International Herald Tribune in Parijs. Zijn artikelen verschenen in The New York Times, The Wall Street Journal, The Guardian, Slate en en The New Statesman. Hij woont in Londen. Tom Rachman publiceerde twee romans, "The Rise & Fall of Great Powers" (2014) en "The Imperfectionists" (2010), een internationale bestseller, die is vertaald in 25 talen.

Uit:The Imperfectionists

“Lloyd shoves off the bedcovers and hurries to the front door in white underwear and black socks. He steadies himself on the knob and shuts his eyes. Chill air rushes under the door; he curls his toes. But the hallway is silent. Only high-heeled clicks from the floor above. A shutter squeaking on the other side of the courtyard. His own breath, whistling in his nostrils, whistling out.
Faintly, a woman's voice drifts in. He clenches his eyelids tighter, as if to drive up the volume, but makes out only murmurs, a breakfast exchange between the woman and the man in the apartment across the hall. Until, abruptly, their door opens: her voice grows louder, the hallway floorboards creak - she is approaching. Lloyd hustles back, unlatches the window above the courtyard, and takes up a position there, gazing out over his corner of Paris. She taps on his front door.
"Come in," he says. "No need to knock." And his wife enters their apartment for the first time since the night before. He does not turn from the window to face Eileen, only presses his bald knees harder into the iron guardrail. She smoothes down the back of his gray hair. He flinches, surprised to be touched.
"Only me," she says.
He smiles, eyes crinkling, lips parting, inhaling as if to speak. But he has no reply. She lets go.
He turns finally to find her seated before the drawer where they keep old photographs. A kitchen towel hangs from her shoulder and she wipes off her fingers, damp from peeled potatoes, dishwashing liquid, diced onions, scented from mothballed blankets, soil from the window boxes - Eileen is a woman who touches everything, tastes all, digs in. She slips on her reading glasses.
"What are you hunting for in there?" he asks.
"Just a picture of me in Vermont when I was little. To show Didier." She rises, taking a photo album with her, and stands by the front door. "You have plans for dinner, right?"

 

 
Tom Rachman (Londen, oktober 1974)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tom rachman, romenu |  Facebook |