14-09-16

Dolce far niente, Algernon Swinburne, Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty, Ivan Klíma

 

Dolce far niente

 

 
Hot Day door Sergej Sovkov, 2014

 

 

A Swimmer's Dream

V.
A dream, a dream is it all — the season,
The sky, the water, the wind, the shore?
A day-born dream of divine unreason,
A marvel moulded of sleep — no more?
For the cloudlike wave that my limbs while cleaving
Feel as in slumber beneath them heaving
Soothes the sense as to slumber, leaving
Sense of nought that was known of yore.

A purer passion, a lordlier leisure,
A peace more happy than lives on land,
Fulfils with pulse of diviner pleasure
The dreaming head and the steering hand.
I lean my cheek to the cold grey pillow,
The deep soft swell of the full broad pillow,
And close mine eyes for delight past measure,
And wish the wheel of the world would stand.

The wild-winged hour that we fain would capture
Falls as from heaven that its light feet clomb,
So brief, so soft, and so full the rapture
Was felt that soothed me with sense of home.
To sleep, to swim, and to dream, for ever —
Such joy the vision of man saw never;
For here too soon will a dark day sever
The sea-bird's wing from the sea-wave's foam.

A dream, and more than a dream, and dimmer
At once and brighter than dreams that flee,
The moment's joy of the seaward swimmer
Abides, remembered as truth may be.
Not all the joy and not all the glory
Must fade as leaves when the woods wax hoary;
For there the downs and the sea-banks glimmer,
And here to south of them swells the sea.

 

 
Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)
Een zomers Londen. Swinburne werd geboren in Londen.

Lees meer...

14-09-15

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty, Ivan Klíma

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

Zonder begeerte, zonder hoop

Zonder begeerte, zonder hoop
op beloning, ook niet uit angst voor straf,
de roekeloze, de meedogenloze schoonheid

te fixeren waarin leegte zich meedeelt,
zich uitspreekt in het bestaande.

Laat de god die zich in mij verborgen houdt
mij willen aanhoren, mij laten uitspreken,
voor hij mij met stomheid slaat en mij
doodt waar ik bij sta, waar jij bij staat.

 

 

Bij herhaling blijkt het zelfs…

Bij herhaling blijkt het zelfs goed
om te zijn in de werkelijkheid;

maar voor een gedicht is het meestal

niks. Bronmos markeert wel de plaats
waar zich de bron bevindt, maar tevens
talloze andere plaatsen waar van
een bron allang geen sprake meer is,

laat staan van mos. Zo gaat het ook
met bronnymfen en vinders van bronnen,
met makers van verzen en met slagen
van wieken langs de hemeltergende
knechtende hemel.

 

 

Waar stil toen

Waar stil toen
de abrikozenboom stond,
sta ik nu stil.

Tussen de gladiolen
weet ik de plek waar
zij toen stond: zij
wierp mij de abrikoos
toe - toen. Nu,

terwijl herinnering met zich
doet wat zij wil, beginnen
wij opnieuw met bijten,
haast tegelijk, tussen

de maïsplanten: zij in haar
abrikoos, ik in mijn abrikoos;

terwijl de kleine vossen nog door
de wijngaard sluipen, en de zee,
fluisterend: bij mij is zij niet;
nee, hier vind je het niet;
in mij is zij niet.

 

 
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)
Portret door Hedwig van der Heiden

Lees meer...

14-09-14

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

De boot, waarin zich

De boot, waarin zich
moet laten schommelen
een man. Een vrouw
aan wie wordt gedacht, door de man,

tot op het laatst misschien.
En dan de ogen te moeten sluiten
om te zien hoe, bij kalme zee
en bij helder zicht, de boot keer

op keer, steeds indringender,
dezelfde rotspunt raakt.

 

 

Zo eenvoudig

Zo eenvoudig als een waterdruppel,
zo helder als een splinter berkenhout,

Omdat het veulen geduldig en voorzichtig
uit het paard valt en kan staan,

De vis als een metalen traan ontluikt
en kan vliegen, de mens after all

Moeizaam leert zwijgen en wegzijn
tussen zijn gewapend steenslag,

Zo eenvoudig, zo helder is het niet
wat ik overhoud wanneer ik
mijn pen heb neergelegd.

 

 

Een witte raaf

op een witte walvis;
een waarnemend subject,
(gepostuleerd); geen water,

laat staan zout water -. Elkaar

voortdurend bijsturend, feed-
back, moeten zij maar zien
hoe zich uit deze tekst

te verwijderen

 

 

 
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

Lees meer...

27-04-14

O süßes Nichtstun (Theodor Storm)

 

Dolce far niente

 

 

 
Bergdorp aan de ligurische kust door Hermann Corrodi, 19e eeuw

 

 

O süßes Nichtstun

O süßes Nichtstun, an der Liebsten Seite
Zu ruhen auf des Bergs besonnter Kuppe;
Bald abwärts zu des Städtchens Häusergruppe
Den Blick zu senden, bald in ferne Weite!

O süßes Nichtstun, lieblich so gebannt
Zu atmen in den neubefreiten Düften;
Sich locken lassen von den Frühlingslüften,
Hinabzuziehn in das beglänzte Land;
Rückkehren dann aus aller Wunderferne
In deiner Augen heimatliche Sterne.

 

 

 
Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)
 Husum, haven (Storm werd geboren in Husum)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april ook mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

20:18 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: theodor storm, dolce far niente, romenu |  Facebook |

26-01-14

Bhai, Rudolf Alexander Schröder, François Coppée, Eugène Sue, Jochen Missfeldt

 

De Surinaamse dichter Bhai (eig.James Ramlall) werd geboren op 26 januari 1935 in het toenmalige district Suriname. Zie ook alle tags voor Bhai op dit blog.

 

ma-beta
(Moeder en Zoon)

Blank
is het rijstveld.
Een slanke vrouw
met bibit in d'r hand

Mááaaa............!

De stilte verbroken;
brokstukken vallen uiteen.
De echo weergalmt,
De luchtzee resoneert,
De blanke watermassa rimpelt,
De bladeren aan de bomen ritselen.
Dan richt de vrouw zich op,
kijkt,
legt de jonge plantjes neer
en glimlacht:
Mijn zoon is thuisgekomen!

 

 

chiriya aur naiya
(Vogel en Schip)

Ik ben een kleine, niet'ge koyal,
gezeten op een amrud-twijg.
De baren van de luchtzee
doen deinen mijn tere weke boot....
Schommel maar mijn scheepje,
dein maar op en neer.
Je lading zal nimmer kantelen,
noch zinken zal ze ooit:
Weet dat jouw lading vleugels heeft!

 

 
Bhai (District Suriname, 26 januari 1935)

Lees meer...

01-12-13

Bij de eerste zondag van de Advent (Knecht Ruprecht, Theodor Storm)

 

 Bij de eerste zondag van de Advent

 


 Guido Philipp Schmitt, "Knecht Rupprecht beschenkt Kinder", tekening, 1907

 

Knecht Ruprecht

Von drauss' vom Walde komm ich her;
Ich muss euch sagen, es weihnachtet sehr!
Allüberall auf den Tannenspitzen
Sah ich goldene Lichtlein sitzen;
Und droben aus dem Himmelstor
Sah mit großen Augen das Christkind hervor;

Und wie ich so strolcht' durch den finstern Tann,
Da rief's mich mit heller Stimme an:
"Knecht Ruprecht", rief es, "alter Gesell,
Hebe die Beine und spute dich schnell!
Die Kerzen fangen zu brennen an,
Das Himmelstor ist aufgetan,

Alt' und Junge sollen nun
Von der Jagd des Lebens einmal ruhn;
Und morgen flieg ich hinab zur Erden,
Denn es soll wieder Weihnachten werden!"
Ich sprach: "O lieber Herre Christ,
Meine Reise fast zu Ende ist;

Ich soll nur noch in diese Stadt,
Wo's eitel gute Kinder hat."
- "Hast denn das Säcklein auch bei dir?"
Ich sprach: "Das Säcklein, das ist hier:
Denn Äpfel, Nuss und Mandelkern
Fressen fromme Kinder gern."

- "Hast denn die Rute auch bei dir?"
Ich sprach: "Die Rute, die ist hier;
Doch für die Kinder nur, die schlechten,
Die trifft sie auf den Teil, den rechten."
Christkindlein sprach:" So ist es recht;
So geh mit Gott, mein treuer Knecht!"

Von drauss' vom Walde komm ich her;
Ich muss euch sagen, es weihnachtet sehr!
Nun sprecht, wie ich's hier innen find!
Sind's gute Kind, sind's böse Kind?

 

 
Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)
Storm-Museum, Husum, woonkamer

 

Zie voor de schrijvers van de 1e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

13:18 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: advent, theodor storm, romenu |  Facebook |

14-09-13

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

 

Plotseling vliegt er een smak

 

Plotseling vliegt er een smak
water door de kamer; en is
in de zijmuur verdwenen.

Voor mijn ogen voltrekt zich het wonder,
zoals ik mij herinner, opnieuw. Voordat
de kamer wordt volgestort met herte-
geweien, sta ik al op de gang; indachtig
het alarm. Nu het veilig is, kijk ik
het trapgat in, en luister

hoe beneden op de deurmat
de Echo ritselend
en knisperend verpulvert.

 

 

 

Waar ik op heb gewacht

 

Waar ik op heb gewacht
maakt zich van mij meester;

en laat mij kort daarop los

ik ben gehuld in mijzelf

en dezelfde dingen zijn nog
van kracht: het ene doet niet
onder voor het andere.
Nadat ik zo geweest ben

wordt aarzeling betracht.

Het restant doorstaat zich, schijnt
weer terug te willen; wordt ontzet
tenslotte, desondanks, door
vergetelheid. Zo ontbloot zich

het wiel en lokt mij tot zich;
suggereert duur: duren.

 

 

 

 

Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

Lees meer...

14-09-12

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

 

 

Aan zijn zeer netelige draad

 

Aan zijn zeer netelige draad
daalt neer in de afgrond

een kleine soevereine spin en schuift
mijn lichaam terzijde. Het is een spin,

die zijn landing opschort tot ik mij
uit zijn kloof heb verwijderd. Zodra hij

de bodem heeft bereikt, is dat het teken
dat de rivier zijn bron heeft bestormd.



 

 

Zodra de steen er ligt herneemt

 

Zodra de steen er ligt herneemt
zijn lot haar loop. De steen weet niet
van opgeven: hij herhaalt zich;

zijn blinde hoort hem. Deze weet
vooreerst nog niet wat te doen met wat

hem vreemd is. Hij legt beide handen
op de toetsen, hij herhaalt wat hem
is geleerd. Hij brengt wijzigingen aan;
hij herneemt zich, raakt ontroerd.


 

 

Chrysanten

 

De chrysanten,
die in de vaas op de tafel
bij het raam staan: dat

zijn niet de chrysanten
die bij het raam
op de tafel
in de vaas staan

De wind die je zo hindert
en je haar door de war maakt,

dat is de wind die je haar verwart;
het is de wind waardoor je niet
meer gehinderd wilt worden
als je haar in de war is.

 

 

 

 

Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

Hans Faverey, C. Buddingh' en Remco Campert

Lees meer...

14-09-11

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Bernard MacLaverty, Martyn Burke, Ivan Klima

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

 

Rozenmond ligt languit in haar bad

 

en wil er niet uit. Zij rekt zich uit
en maakt met haar handen van die
schokkende bewegingkjes boven haar hoofd.

De wind is intussen gaan liggen.
Het riet beweegt niet meer en op
de plavuizen vloer is ook
mijn schaduw vervluchtigd.

Rozenmond in haar denken is leeg.
Gedachtenloos strijkt zij de kleine
luchtbelletjes uit haar schaamhaar,
van haar dijen. Rozenmond ligt

in bad, wil niet uit bad, komt ook
niet uit bad. Zij draait de mengkranen
open, duwt het hefboompje omhoog
en laat het nog uren en uren
regenen op haar schouders,
op haar zo mooie hoofd.

 

 

 

Zodat ik uitzie

 

Zodat ik uitzie
door het oog
van mijn naald

en sneeuwblind herken
de zwerfsteen,
sterfsteen onder

mijn tong: splinter
voor spinter

slaagt hij erin
niets te wegen,
niets voor te stellen.

 

 

 


Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

Lees meer...

14-09-10

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Martyn Burke, Bernard MacLaverty, Ivan Klima, Eckhard Henscheid, Corly Verlooghen, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 14e september mijn blog bij seniorennet.be 

 

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Martyn Burke, Bernard MacLaverty, Ivan Klima

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 14e september ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag 

 

Eckhard Henscheid, Corly Verlooghen, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker

14-09-09

Hans Faverey, Theodor Storm, Ivan Klima


De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2006.

 

 

 

[Staande op een rots]

 

Staande op een rots,

die het begin is

van een berg,

 

en die zich niettemin

voor mijn ogen

in zee stort,

 

heb ik soms

zo kunnen verlangen

naar de binnenzee in mij,

dat ik mij haast een zich

verstotende was geworden.

 

 

 

 

[Ik zit in mijn cirkel]

 

Ik zit in mijn cirkel

en stel mij een oneindig

aantal veelhoeken voor:

 

ik zie het me al doen.

De boot, op het land

 

getrokken, is niet meer

van mij; hoeft niet meer

van mij te zijn. Ik ben

haast waar ik wezen moet:

al was ik het zelf

 

die op de oever zit, of

liever: op de oever ligt,

 

onder geoorde, zilver- of

amandelwilgen, daaraan al

zo lang zijn hangende

de harpen; de gewurgden.

 

 

 

 

[Eerst was er niets]

 

 Eerst was er niets.

 

 Daarna was er meer dan iets.

 Toen bleek er te veel over;

 

 tenslotte hield ik niets

 meer over. Het begin

 van het einde;

 het houdt niet over.

 

 Wat er aan deze dingen bestaan

 zou kunnen hebben, heeft bestaan,

 of zou bestaan kunnen hebben.

 

 Of heeft zich dood gezwegen;

 of heeft nooit bestaan.

 

 

 

 

 

Favery
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817.

 

 

Oktoberlied

 

Der Nebel steigt, es fällt das Laub;

Schenk ein den Wein, den holden!

Wir wollen uns den grauen Tag

Vergolden, ja vergolden!

Und geht es draußen noch so toll,

Unchristlich oder christlich,

Ist doch die Welt, die schöne Welt,

So gänzlich unverwüstlich!

 

Und wimmert auch einmal das Herz -

Stoß an und laß es klingen!

Wir wissen's doch, ein rechtes Herz

Ist gar nicht umzubringen.

 

Der Nebel steigt, es fällt das Laub;

Schenk ein den Wein, den holden!

Wir wollen uns den grauen Tag

Vergolden, ja vergolden!

 

Wohl ist es Herbst; doch warte nur,

Doch warte nur ein Weilchen!

Der Frühling kommt, der Himmel lacht,

Es steht die Welt in Veilchen.

 

Die blauen Tage brechen an,

Und ehe sie verfließen,

Wir wollen sie, mein wackrer Freund,

Genießen, ja genießen!

 

 

 

 

 

Wohl fühl ich, wie das Leben rinnt

 

Wohl fühl ich, wie das Leben rinnt,

Und daß ich endlich scheiden muß,

Daß endlich doch das letzte Lied

Und endlich kommt der letzte Kuß.

Noch häng ich fest an deinem Mund

In schmerzlich bangender Begier;

Du gibst der Jugend letzten Kuß,

Die letzte Rose gibst du mir.

 

Du schenkst aus jenem Zauberkelch

Den letzten goldnen Trunk mir ein;

Du bist aus jener Märchenwelt

Mein allerletzter Abendschein.

 

Am Himmel steht der letzte Stern,

O halte nicht dein Herz zurück;

Zu deinen Füßen sink ich hin,

O fühl's, du bist mein letztes Glück!

 

Laß einmal noch durch meine Brust

Des vollsten Lebens Schauer wehn,

Eh seufzend in die große Nacht

Auch meine Sterne untergehn.

 

 

 

 

 

Theodor_Storm_Denkmal_Husum_1
Theodor Storm (14 september 1817 -  4 juli 1888)

Standbeeld in Husum

 

 

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 14 september 2007 en ook mijn blog van 14 september 2008.

 

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag. Zie ook mijn blog van 14 september 2006 en ook mijn blog van 14 september 2008.

 

Uit: The Spirit of Prague (Vertaald door Paul Wilson)

 

Totalitarianism correctly understood the threat this cultural resistance posed, but the nature of that power ruled out any accommodation or compromise. It continued to battle against literature. It raided private flats and detained people who had gathered there to listen to lectures or the reading of a play or something as innocent as lyric poetry. It confiscated manuscripts from poets, prose writers and philosophers, both local and translated works, just as it did documents from Charter 77. From time to time it held trials in which judgement was passed on those who copied texts or organized other kinds of cultural activitiy. Because these people were clearly innocent, even according to the laws in force, the outcome of these trials were the opposite of what the authorities intended. They were meant to intimidate, but they succeeded only in unmasking power, in revealing it for the unprincipled, prejudiced and philistine force it was. This merely stiffened people's resistance. Early samizdat publications came out in tiny editions of tens of copies; by the eighties, books were being reproduced in many workshops, the technology of reproduction was modernized, and the number of titles mushroomed. (The literary samizdat enterprise Padlock Editions published three hundred titles.) In the seventies, there were practically no samizdat cultural journals; by the eighties, there were more than a hundred unofficial magazines. (At the same time, there were only five official magazines dealing with culture.)

Sasmizdat literature was only one of the ways in which the repressed culture expressed itself. There were seminars in philosophy, and lecture series were held on different areas of the humanities. Young people frequently tried to distance themselves entirely from the pseudo-culture offered to them by the authorities. They founded small theatres, and from the seventies on, the most authentic expression of their relationship to the ruling system was the protest song. Singers who were closest to them in age and attitude became their idols. The authorities reacted predictably, and one generation of protest singers was essentially driven into exile, but as usual, the results were the opposite of what was intended.“

 

 

 

 

ivan-klima5
Ivan Klíma (Praag, 14 september 1931)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn vorige blog van vandaag.

20:20 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hans faverey, ivan klima, romenu, theodor storm |  Facebook |

12-04-09

Theodor Storm, Alan Ayckbourn, Antje Rávic Strubel, Scott Turow, Tom Clancy, Alexander Ostrovski, Agnes Sapper, Edward de Vere, José Gautier Benítez, Guillaume-Thomas Raynal



Alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen!

 

 

 

 

Auferstehung3

Piero della Francesca: Verrijzenis van Christus, 1463 - 65,
Fresco en Tempera, in de Pinacoteca Comunale in Sansepolcro.

 

 

 

Ostern

 

Es war daheim auf unserm Meeresdeich;
ich ließ den Blick am Horizonte gleiten,
zu mir herüber scholl verheißungsreich
mit vollem Klang das Osterglockenläuten.

 

Wie brennend Silber funkelte das Meer,
die Inseln schwammen auf dem hohen Spiegel,
die Möwen schossen blendend hin und her,
eintauchend in die Flut der weißen Flügel.

 

Im tiefen Kooge bis zum Deichesrand
war sammetgrün die Wiese aufgegangen;
der Frühling zog prophetisch über Land,
die Lerchen jauchzen, und die Knospen sprangen.

 

Enfesselt ist die urgewalt'ge Kraft,
die Erde quillt, die jungen Säfte tropfen,
und alles treibt, und alles webt und schafft,
des Lebens vollste Pulse hör ich klopfen.

 

 

 

 

 

 

Theodor_Storm
Theodor Storm (14 september 1817 -  4 juli 1888)

 

 

 

 

 

De Britse blijspelauteur Alan Ayckbourn werd geboren op 12 april 1939 in Londen. Zie ook mijn blog van 12 april 2007 en ook mijn blog van 12 april 2008.

 

 

Uit: A Guided Tour Through Ayckbourn Country door Albert-Reiner Glaap

 

„My Very Own Story, I'm barely dealing with anything I wouldn't be dealing with in an adult play. The whole thing has become adult plays edited very slightly. They are not really children plays at all; they are family plays. Because I began to see very clearly that what was really fascinating was not a children's audience but an audience in which parents could bring their children. Parents could enjoy the play as well, the children could enjoy the play equally maybe on slightly different levels, occasionally, but generally much the same, but enjoy it in the company of their parents which seemed to me a very positive and a much more satisfying audience for an actor to play to. He was getting all those levels of laughter. Children don't laugh that much in theatre, they watch, they enjoy, they comment occasionally, they empathise tremendously but laughter is something adults do and children just nod like they've seen it and when they do laugh it is not a frightening noise, it has not to do with real laughter at all, I mean, they smile. I've noticed they're rather serious viewers and that is fine. You give them serious work, you give them genuine problems and really, it's me discovering it for myself. Teachers will probably tell me they knew this already, but there are really no dilemmas that children don't appreciate: family problems, dilemmas about honesty and all the things that adults deal with they deal with. The only thing is they get a little bored with the highly complex sexual relationships which puzzle them, I don't think they are disturbed by them, l censor certain things because I think they are had - such as excessive violence - because I think it is something they get so much of and it would be very nice in the theatre somehow to give them alternatives to that. But good and evil - which occupy all traditional plays - I think are very important."

 

 

 

alan_aykbourne
Alan Ayckbourn (Londen, 12 april 1939)

Portret door June Mendoza

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Antje Rávic Strubel werd geboren op 12 april 1974 in Potsdam. Zie ook mijn blog van 12 april 2007 en ook mijn blog van 12 april 2008.

 

Uit: Unter Schnee

 

Achte auf nichts meinetwegen

Es macht mich nervös, den Körper in einer Decke zu haben. Man kann nicht vor und zurück darin.

Unter der kratzenden Decke hervor sieht das Ende der Terrasse aus wie ein steil abfallender Berghang. Als könnte man sich in das weit geschwungene Tal stürzen, nur den Wind hören und das scharfe Zischen der Laufsohlen auf den verharschten Stellen, wo man sich weit vorlehnen muß, um das Gewicht zu halten.

Für heute haben sie Schneefall in den Nachrichten gemeldet, starken Schneefall, und die Lifte sind geschlossen. Der Himmel ist grau, undurchlässig, aber nicht von diesem diffusen Grau, das Schnee verspricht. Dann müßte sich auch der Geruch der Luft verändern. Die Luft müßte dichter werden oder graupelig, wie Evy dazu sagt. Wenn man dann noch im Wald unterwegs ist, stehen die Bäume unnatürlich still da.

Den Topf mit dem Glühwein haben wir vorsorglich drinnen gelassen. Unter der Felldecke ist es hier draußen auch so heiß genug.

"Und wenn es nun nicht schneit? Es schneit heute bestimmt nicht. Das versaut uns einen ganzen Tag!"

Evy antwortet nicht. Sie ist bis zum Hals verpackt und sieht aus, als würde sie schlafen. Sie hat so was im Gesicht, das sie dazu macht, so auszusehen. Nur die Augen machen das wieder wett, und manchmal ihre Art zu sprechen.

Aber ihr Glas ist zur Hälfte leer. Also schläft sie nicht. Vielleicht denkt sie auch an die versäumten Abfahrten, die Pisten, von denen wir nur die schwarzen nehmen, die direkt ins Tal schießen, ohne Umwege und mit eingebauten Bukkeln. Die Pisten sind lächerlich kurz, selbst die schwarze hat kaum noch Schwierigkeitsgrade, wenn man an Dreitausender gewöhnt ist. Oben muß man sich abstoßen, um überhaupt loszukommen, dann steht man da und wartet, daß was passiert, und bevor es richtig abgeht, ist man schon wieder unten. Evy stört das alles nicht. Sie fährt hierher, seit sie drei ist, und ich wette, sie wird es noch ewig tun.“

 

 

 

Strubel
Antje Rávic Strubel (Potsdam,  12 april 1974)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en jurist Scott Turow werd geboren op 12 april 1949 in Chicago. Zie ook mijn blog van 12 april 2008.

 

Uit: Personal Injuries

 

„He knew they had been stupid, he told me--worse, greedy. He said he knew he should have stopped. But somehow, each time he thought they'd quit, he'd ask himself how once more could make it any worse. Now he knew he was in trouble.

I recognized the tune. Over twenty-some years, the folks sitting in that leather club chair in front of my desk have found only a few old standards in the jukebox. I Didn't Do It. The Other One Did It. Why Are They Picking on Me. His selection, I'm Sorry, made the easiest listening. But they all wanted to hear the same song from me: Maybe I Can Get You Out of This. I said it usually, although I knew it would often prove untrue. But it's a complicated business being somebody's only hope.

This is a lawyer's story, the kind attorneys like to hear and tell. About a case. About a client. His name was Robert Feaver. Everyone knew him as Robbie, although he was getting old for that kind of thing, forty-three, he'd said, when I asked his age. The time was 1992, the second week in September. The pundits had finally stopped predicting that Ross Perot was going to be the next President of the United States, and the terms "dot" and "com" had not yet been introduced to one another. I recall the period precisely because the week before I had returned to Virginia to lay my father to rest. His passing, which over the years I'd assumed I would take as being in the natural order of things, had instead imbued all my waking moments with the remote quality of dreams, so that even my hand, when I considered it, seemed disconnected from my body.“

 

 

 

Turow
Scott Turow (Chicago, 12 april 1949)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Tom Clancy werd geboren op 12 april 1947 in Baltimore County, Maryland. Zie ook mijn blog van 12 april 2007 en ook mijn blog van 12 april 2008.

 

Uit: Every Man A Tiger

 

“On Friday morning of the August week in 1990 when Iraq invaded Kuwait, Lieutenant General Chuck Horner was at 27,000 feet, cruising at .9 Mach (540 knots), and nearing the North Carolina coast. He was headed out to sea in the Lady Ashley, a recent-model Block 25 F-16C, tail number 216, that had been named after the daughter of his crew chief, Technical Sergeant José Santos. Horner's aide, Lieutenant Colonel Jim Hartinger, Jr., known as "Little Grr," was on Horner's left side, a mile out, slightly high. Horner and Hartinger were en route to a mock combat with a pair of F-15Cs out of the 1st Tactical Fighter Wing (TFW) at Langley Air Force Base in Tidewater Hampton, Virginia: a winner-take-all contest that would match wits and flying skills. After that, they were all scheduled to form up and return to Langley AFB as a flight of four aircraft.

It was a bright, clear day-a good day to be in the air. Horner felt the joy he always did when flying thousands of feet above the earth in a fast and nimble aircraft, an emotion that few others ever had the opportunity to experience. Part of it was the feeling of unity with his aircraft - the fighter was like an extension of his mind and body. The brain commanded and the aircraft responded, with no other conscious motions. In an air battle, a pilot had no time for unnecessary thoughts. He evaluated angle, range, and closure with his target, while keeping track of all the fast, nimble aircraft that were trying to drive him in flames out of the sky. He thought and the jet reacted.”

 

 

 

 

tom-clancy
Tom Clancy (Baltimore County, 12 april 1947)

 

 

 

 

 

De Russische toneelschrijver Alexander Nikolajewitsj Ostrovski werd geboren op 12 april 1823 in Moskou. Zie ook mijn blog van 12 april 2007 en ook mijn blog van 12 april 2008.

 

Uit: A PROTÉGÉE OF THE MISTRESS

 

„NÁDYA. No, Líza, don't say that: what comparison could there be between

country and city life!

LÍZA. What is there so specially fine about city life?

NÁDYA. Well, everything is different there; the people themselves, and

even the whole social order are entirely different. [_She sits down on a

bench_.] When I was in Petersburg with the mistress, one had only to take

a look at the sort of people who came to see us, and at the way our rooms

were decorated; besides, the mistress took me with her everywhere; we even

went on the steamer to Peterhof, and to Tsarskoe Selo.

LÍZA. That was pretty fine, I suppose.

NÁDYA. Yes indeed, it was so splendid that words can't describe it!

Because, no matter how much I may tell you about it, if you haven't seen it

yourself, you'll never understand. And when a young lady, the mistress's

niece, was visiting us, I used to chat with her the whole evening, and

sometimes we even sat through the night.

LÍZA. What in the world did you talk about with her?

NÁDYA. Well, naturally, for the most part about the ways of high society,

about her dancing partners, and about the officers of the guard. And as she

was often at balls, she told me what they talked about there, and whom she

had liked best. Only how fine those young ladies are!

 

 

 

Alexander_Ostrovsky_Maliy_theater
Alexander Ostrovski (12 april 1823 – 14 juni 1886)

Standbeeld in Moskou

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Agnes Sapper werd geboren op 12 april 1852 in München. Zie ook mijn blog van 12 april 2007.

 

Uit: Das kleine Dummerle

 

„Am 1. Juli, mittags um 12 Uhr, kam Herr Musiklehrer Pfäffling in bester Laune aus der Musikschule. Er hatte heute seinen Gehalt eingenommen und außerdem noch eine ganz nette Summe für Hausunterricht. Ja, er hatte sich mit allerlei fleißigen und faulen Schülern redlich geplagt, das ganze Jahr hindurch, hatte Violin- und Flöten-, Klavier- und Zitherstunden gegeben von frühmorgens bis spät abends. Nun winkte die Ferienzeit; in 14 Tagen sollte sie beginnen, und zum erstenmal seit vielen Jahren hatte Herr Pfäffling so viel erspart, daß er eine Ferienreise unternehmen konnte. Fast unerlaubt kam es ihm vor, sich solchen Aufwand zu gestatten, denn er war Familienvater und hatte sieben Kinder. Aber seine Frau war vor Jahren auch einmal verreist gewesen, seitdem galt es für ausgemacht, daß nun er an der Reihe sei. So wollte er denn fort; nicht weit, nur nach Bayreuth, wo so herrliche Musik zu hören war, und von dort noch ein wenig ins Fichtelgebirge, um Wald- und Bergluft zu genießen, solange eben das Geld reichte. So ging Herr Pfäffling gleich von der Schule aus in die Buchhandlung, erwarb sich dort eine Karte vom Fichtelgebirge, und weil er sie schon auf dem Weg nach Hause studierte, so kam er später heim als sonst und fand die ganze Familie um den gedeckten Tisch versammelt. Da war seine getreue Hausfrau, die einstweilen die Suppe ausschöpfte; auf der einen Seite des Tisches saßen die ältesten, drei große Lateinschüler, und ihnen gegenüber die Zwillingsschwestern, zwei zehnjährige Mädchen. Neben der Mutter hatte das Jüngste seinen Platz, das dreijährige Töchterchen. Diese sechs saßen schon um den Tisch. Der siebente aber, der Frieder, ein kleiner Abcschütz mit einem gutmütigen Gesichtchen, stand am Fenster und spielte auf einer Ziehharmonika.“

 

 

 

Sapper
Agnes Sapper (12 april 1852 – 19 maart 1929)

 

 

 

 

 

De Engelse hoveling, dichter en toneelschrijver Edward de Vere, 17e graaf van Oxford, werd geboren op 12 april 1550  in Castle Hedingham, een dorp in Essex, als Lord Bulbeck, zoon van John de Vere, de 16e graaf en Margery Golding. Zijn vader overleed in 1562, waarbij hij diens titels erfde. In 1575 reisde hij naar Frankrijk, Duitsland en Italië en bleef daarbij ongeveer 15 maanden van huis. Bij zijn terugkeer bleek zijn vrouw bevallen van een dochter, waarop een schandaal ontstond en hij haar verliet. In 1585 kreeg de Vere een militair commando onder zijn hoede in de Nederlanden en in 1588 was hij betrokken bij de slag om de Spaanse Armada. In 1591 hertrouwde hij met de hofdame Elizabeth Trentham. Uit dit huwelijk werd zijn erfgenaam geboren, Henry Lord Vere, de latere 18e graaf van Oxford. De Vere wist overigens slecht met zijn financiële middelen om te gaan. In het literaire circuit gaf hij grote sommen geld uit als begunstiger van verschillende schrijvers, onder wie Edmund Spenser, Arthur Golding, Robert Greene, Thomas Churchyard, Thomas Watson, John Lyly en Anthony Munday, en als sponsor van de toneelgezelschappen Oxford's Men en 'Oxford's Boys. Dit laatste gezelschap trad op in het Blackfriars Theatre, dat hij ook financierde en onder het beheer plaatste van zijn secretaris John Lyly. Een en ander bracht hem tot armoede, waarop Elizabeth hem in 1586 een jaargeld schonk van £1.000, wat door haar opvolger Jacobus I werd voortgezet.

 

 

Were I a king I might command content

Were I a king I might command content;
Were I obscure unknown should be my cares,
And were I dead no thoughts should me torment,
Nor words, nor wrongs, nor love, nor hate, nor fears
A doubtful choice for me of
three things one to crave,
A kingdom or a cottage or a grave.  

 

 

 

DeVerePort
Edward de Vere (12 april 1550 – 24 juni 1604)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 12 april 2007.

 

De Puertoricaanse dichter José Gautier Benítez werd geboren op 12 april 1848 in Caguas.

 

De Franse schrijver Guillaume-Thomas Raynal (Abbé Raynal ) werd geboren op 12 april 1713 in Lapanouse de Séverac.

 

 

14-09-08

Hans Faverey, Theodor Storm, Ivan Klima, Corly Verlooghen, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker


De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2006 en ook mijn blog van 14 september 2007.

 

 

Ik sla een hoek om.

Ik sla een hoek om.
Zo bijt een beitel.

Ik tref een hand aan.
Zo verschrompelt een roos.

Ik leer jagen op liefde.
Zo hijgt een zaag

en ik zie de zee.
Zo word ik oud.

Houd ik mijn hart vast?
Denk ik aan wierook?

Zo huivert een hamer,
kantelt een stad.

 

 

 

 

 

[Mataron una paloma]

 

Mataron una paloma:

zij slachten een duif.

Niet loslaten, ga

kijken wie het is.

 

Misschien is het iemand.

Misschien is het het.

Niet loslaten. Ga

 

kijken of het de duif is.

Doe niet alsof het daarom is.

Nu je het zelf zou kunnen zijn,

kan het je opeens niets meer

schelen en keer je halsoverkop

jankend in ons terug.

 

 

 

 

 

[Stilte is niet iets]

 

Stilte is niet iets

dat ik omgord als een riem,

of waardoor ik omgord word

als door gordelroos.

 

Iemand droomt eeuwen terug, hurkt

in wolken van pijlen, bontgevederde:

 

fout. Landmijn waarop getrapt:

betrapt. O. kon wel die boog spannen,

maar zijn leven rekken tot hij Sindbad

was geworden, en Sindbad weer de Frei-

herr v. Münchhausen, dat kon hij niet.

 

 

 

 

 

 

Faverey
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook mijn blog van 14 september 2007.

 

Uit: Immensee

 

An einem Spätherbstnachmittage ging ein alter, wohlgekleideter Mann langsam die Straße hinab. Er schien von einem Spaziergang nach Hause zurückzukehren; denn seine Schnallenschuhe, die einer vorübergegangenen Mode angehörten, waren bestäubt. Den langen Rohrstock mit goldenem Knopf trug er unter dem Arm; mit seinen dunkeln Augen, in welche sich die ganze verlorene Jugend gerettet zu haben schien und welche eigentümlich von den schneeweißen Haaren abstachen, sah er ruhig umher oder in die Stadt hinab, welche im Abendsonnendufte vor ihm lag. - Er schien fast ein Fremder; denn von den Vorübergehenden grüßten ihn nur wenige, obgleich mancher unwillkürlich in diese ernsten Augen zu sehen gezwungen wurde. Endlich stand er vor einem hohen Giebelhause still, sah noch einmal in die Stadt hinaus und trat dann in die Hausdiele. Bei dem Schall der Türglocke wurde drinnen in der Stube von einem Guckfenster, welches nach der Diele hinausging, der grüne Vorhang weggeschoben und das Gesicht einer alten Frau dahinter sichtbar. Der Mann winkte ihr mit seinem Rohrstock. "Noch kein Licht!" sagte er in einem etwas südlichem Akzent; und die Haushälterin ließ den Vorhang wieder fallen. Der Alte ging nun über die weite Hausdiele, dann durch einen Pesel, wo große Eichschränke mit Porzelanvasen an den Wänden standen; durch die gegenüberstehende Tür trat er in einen kleinen Flur, von wo aus eine enge Treppe zu den oberen Zimmern des Hinterhauses führte. Er stieg sie langsam hinauf, schloß oben eine Tür auf und trat dann in ein mäßig großes Zimmer. Hier war es heimlich und still; die eine Wand war fast mit Repositorien und Bücherschränken bedeckt; an der anderen hingen Bilder von Menschen und Gegenden; vor einem Tische mit grüner Decke; auf dem einzelne aufgeschlagene Bücher umherlagen, stand ein schwerfälliger Lehnstuhl mit rotem Sammetkissen. - Nachdem der Alte Hut und Stock in die Ecke gestellt hatte, setzte er sich in den Lehnstuhl und schien mit gefalteten Händen von seinem Spaziergange auszuruhen. - Wie er so saß, wurde es allmählich dunkler; endlich fiel ein Mondstrahl durch die Fensterscheiben auf die Gemälde an der Wand, und wie der helle Streif langsam weiter rückte, folgten die Augen des Mannes unwillkürlich. Nun trat er über ein kleines Bild in schlichtem, schwarzen Rahmen. "Elisabeth!" sagte der Alte leise; und wie er das Wort gesprochen, war die Zeit verwandelt - er war in seiner Jugend.”

 

 

 

 

Theodor_Storm
Theodor Storm (14 september 1817 -  4 juli 1888)

 

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag. Zie ook mijn blog van 14 september 2006.

 

Uit: No Saints or Angels (Vertaald door Gerald Turner)

 

“ I killed my husband last night. I used a dental drill to bore a hole in his skull. I waited to see if a dove would fly out but out came a big black crow instead.

    I woke up tired, or more exactly without any appetite for life. My will to live diminishes as I get older. Did I ever have a great lust for life? I'm not sure, but I certainly used to have more energy. And expectations too. And you live so long as you have something to expect.

    It's Saturday. I have time to dream and grieve.

    I crawl off my lonely divan. Jana and I carried its twin down to the cellar ages ago. The cellar is still full of junk belonging to my ex-husband, Karel: bright red skis, a bag of worn-out tennis balls, and a bundle of old school textbooks. I should have thrown it all out long ago, but I couldn't bring myself to. I stood a rubber plant where the other divan used to be. You can't hug a rubber plant and it won't caress you, but it won't two-time you either.

    It's half past seven. I ought to spend a bit of time with my teenage daughter. She needs me. Then I must dash off to my Mum's. I promised to help her sort out Dad's things. The things don't matter, but she's all on her own and spends her time fretting. She needs to talk about Dad but has no one to talk about him with. You'd think he was a saint, the way she talks about him, but from what I remember, he only ordered her around or ignored her.

    As my friend Lucie says, you even miss tyranny once you're used to it. And that doesn't only apply to private life.

    I don't miss tyranny. I killed my ex-husband with a dental drill last night even though I feel no hatred towards him. I'm sorry for him more than anything else. He's lonelier than I am and his body is riddled with a fatal disease. But then, aren't we all being gnawed at inside? Life is sad apart from the odd moments when love turns up.

    I always used to ask why I was alive. Mum and Dad would never give me a straight answer. I expect they didn't know themselves. But who does?

    You have to live once you've been born. No, that's not true. You can take your life any time, like my grandfather Antonín, or my Aunt Venda, or Virginia Woolf or Marilyn Monroe. Marilyn didn't kill herself, though; they only said she did in order to cover the tracks of her killer. She apparently took fifty pills of some barbiturate or other even though a quarter of that amount would have been enough. Her murderers were thorough. I myself carry a tube of painkillers; not to kill myself with though, but in case I get a migraine. I'd be capable of taking my life, except that I hate corpses. It was always an awful strain for me in the autopsy room, and I preferred not to eat the day before.

    Why should I make the people I love deal with my corpse?

    They'll have to one day anyway. Who will it be? Janinka, most likely, poor thing.

    I oughtn't to call her Janinka, she doesn't like it. It sounds too childish to her ears. I called my ex-husband Kajnek when I visited him recently on the oncology ward. I thought it might be a comfort to him in his pain to hear the name I used to call him years ago. But he objected, saying it was the name of a hired killer who recently got a life sentence.

 

 

 

 

klima
Ivan Klíma (Praag, 14 september 1931)

 

 

 

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2006.

 

 

Kans op Onweer

 

De durf te schrijven bliksemt

het slapend volk op de been

het krijst ziet onweers

oproerkraaier is geboren

noemt onze best geklede

kinderen bij de naam

armoe de oudste chaos

de jongste het stiefkind

hoop ons petekind verdriet

 

dan zal ik moedig op het forum

het witboek offer opendoen

en woord voor woord

zijn nieuwe spelling geven.

 

 

 

 

 

Het Dichterskoninkrijk I

 

Eens zullen de dichters regeren

de atoomgeleerden onttroond

zwalken als spoetnikvogels

in het radioaktief heelal

de mist van aftandse formules

maakt hun elk spoor bijster

er is geen hoop meer

in melkwitte retorten

paarsgele giftvlammen

bakteriezwangere laboratoria

worden heilige burchten

van een triomfantelijk gedicht

 

dan zullen de kinderen

de tinnen soldaten vergeten

poppen van schaaldieren

in hun schooltassen

door het vlechtwerk

van hun kledij

waait de wind

van de nieuwe toekomst

een man komt voorbij

en lacht tegen de kinderen

en aait zijn schouderpapegaai

wij betalen met gedichten

de zorgen van de winter

gedichten zijn warme maaltijden

voor schizofrene intellektuelen

 

eens zullen de dichters regeren

wij worden vogelmensen

op de nachtzee

paspoortloze vogelmensen in

parijs lissabon stockholm

maar genève hoort er niet bij

 

 

 

 

 

verloogen
Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Eric van der Steen (pseudoniem van Dick Zijlstra) werd op 14 september 1907 in Alkmaar geboren, als zoon van een tandarts. Hij groeide op in Alkmaar, en studeerde rechten in Leiden. Na zijn afstuderen werd Van der Steen secretaris van de Noord-Hollandse Voetbalbond. In 1946, trad hij in dienst van Het Parool, waar hij tot zijn pensioen als journalist aan verbonden bleef. De grootste periode van zijn tijd bij Het Parool bracht hij door als redacteur onderwijs.
Naast Het Parool schreef van der Steen o.a. ook voor het reclamevakblad Ariadne.

In 1932 verscheen de eerste dichtbundel Gemengde Berichten, onder het pseudoniem Eric van der Steen. Vlot daarop volgden Nederlandsche Liedjes, en Droesem. In 1938 verschenen Voorwaardelijke Wijs, Kortom, en Controversen, kort daarop gevolgd door Paaltjens Sr. en Cadans. Na de oorlog kwam Vice Versa uit (samen met Max Schuchart), en Grote Vacantie .In 1955 verscheen een uitgebreide bloemlezing uit zes van deze bundels onder de titel Gemengde Berichten. Behalve poëzie heeft Eric van der Steen ook proza geschreven. In 1946 verscheen Loosdrecht, gevolgd door Zeepbellen en Handgranaten (1947),  Finishing Touch (1947), en Vuurwater (1956). De roman Finishing Touch werd later opnieuw uitgegeven als De Beesten de Baas (1957). Genoemd moet ook worden Alfabetises, ook wel genaamd maraginalia dat in 1955 verscheen, en diverse keren werd herdrukt. Eric van der Steen wordt wel gerekend tot de groep van de zogenaamde veertigers, waar ook Adriaan van der Veen, Ed Hoornik, Vasalis, Han G. Hoekstra, Cola Debrot, Pierre H. Dubois, H.A. Gomperts, Adriaan Morriën en A. Marja deel van uit maken

 

 

Soms zou men zich in Nice ...

 

soms zou men zich in nice
te parijs kunnen wanen
ik doe het wel wanneer
ik langs de kade loop
want in de schaduw van
de bloeiende platanen
zijn oude boeken en
kostbaar antiek te koop
zo zoek ik onder 't groen
tussen de bruine boeken
de enkele oude verzen
die ik nimmer vind
en denk zal na een eeuw
een vrouw zo naar mij zoeken
vergeefs omdat men niet
verkoopt wat men bemint

 

 

 

De Journalist

 

Zijn stijl is staal of allerteerst:
van beursbericht tot kinderrover.

 

Hij weet het laatste nieuws het eerst
en schreef daar gisteren reeds over.

 

 

 

 

VanDerSteen
Eric van der Steen (14 september 1907 -
3 november 1985)

 

 

De Uruguayaanse dichter, schrijver, criticus en journalist Mario Benedetti Farugia werd geboren op 14 september 1920 in Paso de los Toros in het department Tacuarembó. Toen hij vier jaar oud was verhuisde het gezin om economische redenen van Paso de los Toros naar Montevideo. In 1928 begon Benedetti zijn schoolloopbaan aan het Colegio Alemán de Montevideo (Duitse school). Vervolgens zat hij een jaar op het Liceo Miranda. In 1934 begon hij aan Escuela Raumsólica de Logosofía. Om economische redenen verliet Benedetti in 1935 het voortgezet onderwijs voortijdig. Op veertienjarige leeftijd ging hij werken bij de firma Will L. Smith, S.A., die in auto-onderdelen deed. In 1945 sloot hij zich aan bij de redactie van het weekblad Marcha, en zou daar tot 1974 aan verbonden blijven. In dat jaar werd het weekblad verboden door de regering van de Juan María Bordaberry. In 1954 werd Benedetti benoemd tot literair directeur van Marcha. In 1949 was Benedetti lid van de redactieraad van Número, een van de meest vooraanstaande literaire tijdschriften van die tijd. Hij doet actief mee met de beweging tegen het militaire verdrag met de Verenigde Staten. Dit is was eerste militante daad. In datzelfde jaar kreeg hij een prijs van het Ministerie van Onderwijs voor zijn eerste verhalenbundel, Esta mañana. Bij verschillende gelegenheden zou hij deze prijs nog een aantal malen ontvangen. Vanaf 1958 zou hij hem systematisch weigeren vanwege onenigheid over het reglement.

Samen met leden van de Beweging voor Nationale Bevrijding (Movimiento de Liberación Nacional - Tupamaros), startte hij in 1971 de "Beweging van de 26e Mei (Movimiento de Independientes 26 de Marzo), een groepering die vanaf het begin deel zou uitmaken van de linkse coalitie (Frente Amplio). Benedetti was de leider van deze beweging. In 1973, door de militaire staatsgreep en in het licht van zijn actieve steun aan het marxistisch verzet, moest Benedetti Uruguay verlaten. Hij gaf zijn post aan de universiteit op en ging in ballingschap in Buenos Aires. In maart 1983 keerde Benedetti terug naar Uruquay. In 1986 ontving hij de Bulgaarse Jristo Botev prijs voor zijn poëzie en essays. In 1997 verleende de universiteit van Alicante hem een eredoctoraat. In 1999 verwierf de Spaanse VIII Premio Reina Sofía de Poesía Iberoamericanaen in het jaar 2000 de Premio Iberoamericano José Martí.  In 2005 ontving Benedetti de XIX Premio Internacional Menéndez Pelayo, bestaande uit 48.000 € en de Medalla de Honor de la Universidad Internacional Menéndez Pelayo.

.

 

Little Stones at My Window

 

Once in a while

joy throws little stones at my window

it wants to let me know that it’s waiting for me

but today I’m calm

I’d almost say even-tempered

I’m going to keep anxiety locked up

and then lie flat on my back

which is an elegant and comfortable position

for receiving and believing news

 

who knows where I’ll be next

or when my story will be taken into account

who knows what advice I still might come up with

and what easy way out I’ll take not to follow it

 

don’t worry I won’t gamble with an eviction

I won’t tattoo remembering with forgetting

there are many things left to say and suppress

and many grapes left to fill our mouths

 

don’t worry I’m convinced

joy doesn’t need to throw any more little stones

I’ll open the window

I’ll open the window.

 

 

 

 

Vertaald door Charles Dean Hatfield

 

 

 

 

Mario_Benedetti
Mario Benedetti  (Paso de los Toros
, 14 september 1920)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Uli Becker werd geboren op 14 september 1953 in Hagen. Na zijn gymnasiumopleiding studeerde hij germanistiek en amerikanistiek. Sinds 1979 woont en werkt hij als zelfstandig schrijver in Berlijn. Beckers eerste teksten verschenen in kleine tijdschriften die behoorden tot de zogeheten Alternativpresse. Hij zette met zijn gedichten, overwegend in zeer korte vormen, de ondogmatische en libetaire traditie voort van de popliteratuur. Zijn toch al beknopte dichtwijze liep uit op het schrijven van haiku’s, door hem zelf Siebzehnsilber genoemd.

 

 

Uit: Dr. Dolittles Dolcefarniente. In achtzig Haiku aus der Welt

      Siebzehnsilber

 

 

Oha, ein Täubchen,

das träg auf dem Ölzweig hockt:

Der Frieden ist faul.

 

 

 

Als Asphaltpflanze

macht man sich keinen Begriff,

was da kreucht und fleucht!

 

 

 

Sperr ein letztes Mal

Augen, Mund und Nase auf –

mitnehmen geht nicht!

 

 

 

 

 

uli becker_boekomslag
Uli Becker (Hagen, 14 september 1953)

Geen foto beschikbaar

 

 

14-09-07

Theodor Storm, Hans Faverey, Ivan Klima, Corly Verlooghen


De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Hij studeerde recht te Kiel en vervolgens Berlijn, en in 1843 was hij zelf advocaat. In dat jaar keerde hij naar huis terug en publiceerde met Theodor Mommsen een gedichtenbundel. Hij begon verhalen te schrijven; in 1846 huwde hij. Daar hij echter gekant was tegen de Deense bezetting van Holstein ging hij in 1843 in vrijwillige ballingschap naar Pruisen. In Potsdam ontmoette hij Eichendorff, Heyse en Fontane, en ook Mörike en later vooral Keller behoorden tot zijn vriendenkring. Hij bleef eenentwintig jaar in ballingschap; zijn reputatie als novellist en dichter was aanzienlijk. Storm behoort als schrijver tot de post-Romantiek: Zijn eerste en laatste novelle, Immensee en Der Schimmelreiter, zijn het bekendst. Hauke, de dijkgraaf, koopt een oud ros, waarmee hij bij nachte over zijn dijk gaat rijden. Uiteindelijk stort de dijk in, verdrinkt zijn nakroost en stort Hauke zich met zijn schimmel in de zee; waarom hij überhaupt 's nachts uit rijden gaat, blijft een mysterie.

 

Uit: Der Schimmelreiter

 

“Es war im dritten Jahrzehnt unseres Jahrhunderts, an einem Oktobernachmittag - so begann der damalige Erzähler -, als ich bei starkem Unwetter auf einem nordfriesischen Deich entlangritt. Zur Linken hatte ich jetzt schon seit über einer Stunde die öde, bereits von allem Vieh geleerte Marsch, zur Rechten, und zwar in unbehaglichster Nähe, das Wattenmeer der Nordsee; zwar sollte man vom Deiche aus auf Halligen und Inseln sehen können; aber ich sah nichts als die gelbgrauen Wellen, die unaufhörlich wie mit Wutgebrüll an den Deich hinaufschlugen und mitunter mich und das Pferd mit schmutzigem Schaum bespritzten; dahinter wüste Dämmerung, die Himmel und Erde nicht unterscheiden ließ; denn auch der halbe Mond, der jetzt in der Höhe stand, war meist von treibendem Wolkendunkel überzogen. Es war eiskalt; meine verklommenen Hände konnten kaum den Zügel halten, und ich verdachte es nicht den Krähen und Möwen, die sich fortwährend krächzend und gackernd vom Sturm ins Land hineintreiben ließen. Die Nachtdämmerung hatte begonnen, und schon konnte ich nicht mehr mit Sicherheit die Hufen meines Pferdes erkennen; keine Menschenseele war mir begegnet, ich hörte nichts als das Geschrei der Vögel, wenn sie mich oder meine treue Stute fast mit den langen Flügeln streiften, und das Toben von Wind und Wasser. Ich leugne nicht, ich wünschte mich mitunter in sicheres Quartier.”

 

Das Wetter dauerte jetzt in den dritten Tag, und ich hatte mich schon über Gebühr von einem mir besonders lieben Verwandten auf seinem Hofe halten lassen, den er in einer der nördlicheren Harden besaß. Heute aber ging es nicht länger; ich hatte Geschäfte in der Stadt, die auch jetzt wohl noch ein paar Stunden weit nach Süden vor mir lag, und trotz aller Überredungskünste des Vetters und seiner lieben Frau, trotz der schönen selbstgezogenen Perinette- und Grand-Richard-Äpfel, die noch zu probieren waren, am Nachmittag war ich davongeritten. »Wart nur, bis du ans Meer kommst«, hatte er noch an seiner Haustür mir nachgerufen; »du kehrst noch wieder um; dein Zimmer wird dir vorbehalten!«

 

 

 

 

storm
Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2006.

 

 

[De tijd die even]

 

De tijd die even

een oorlel aanraakt,

heeft die terug van de tijd

die de wijzers aanstaart?

 

Geen schaduw is duidelijker;

 

en goedschiks bloeden doet het

nooit. Alleen verschwarzte zwanen

zijn echter. Soms lijkt het wel

een eiland waar erg mooi witblond

snachts ook mooi kan zijn, moest

 

elk moment zich voor immer op

zulke lippen bestorven zijn

 

 

 

 

[Wie niet wacht op het onverhoopte]

 

Wie niet wacht op het onverhoopte,

die houdt het nooit zo lang vol

tot hij uitroept: genoeg.

 

Elk eiland bewaart

 

het beste boek: zichzelf.

Het paard trapte niet:

 

een hoefsmid stierf.

 

Van Sapfo ben ik gaan houden

sinds de vernietiging

haar teksten heeft ingekort.

 

 

 

 

[Zodra het leed is geleden]

 

Zodra het leed is geleden,

mag kalfje de put delven

en kunnen de kippen op stok.

 

Niemand verdrinkt tweemaal,

 

bij dezelfde rode steen,

in dezelfde rode rivier.

 

Zelfs iemand die over meerdere

paraplu's beschikt, wacht zelden

met ongeduld op de herfstregens.

Met het andere touw moest ik iets

 

zien vast te binden waar rook uit

komt, en dat nooit meer los mag.

 

 

 

 

Faverey
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

 

 

 

Voor onderstaande schrijvers zie ook mijn blog van 14 september 2006.

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag.

 

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo.