25-04-17

Erik Menkveld, Ted Kooser, James Fenton, Walter de la Mare, Richard Anders, William Temple, John Keble

 

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Hartegrond

Zie ons hier succesvol staan: door alle netten
gevlogen draagster van petrolblauwe rok
en lila lijfje dat haar borsten als een openstaande
bloemenkelk omhult, schijnkindermondig
in gesprek met sprankelend scherp stuk
in deux-pièce, cape'je van changéant roze-oranje organza,
verantwoord geile zijsplit, trots op haar tong -
twee kakelgrage, fraai op de kwetsbare buikzijde
uitgelichte braniekarkassen, onzelfinzichtig klaar
om tor-achtig danwel voormalig jumbolog
door te taxiën naar het gemoedelijk gekraak
van openbrekende oesterschelpen of ander gepraat.
O zelden geherbergde hartegrond! O langvervlogen
carrièrebegin met zelfverkozen damescolbert
over bureaustoel en uitzicht op kleine
door glas omgeven binnenplaats, Japanse
naaldbomen, witte keien, fonteintje...

 

 

Goede tips voor dieper zwijgen

Nuttig een maaltijd samen aan zee.
Leg de Tractatus gesloten op tafel.

Laat de intieme ovalen van jullie
longen zich enkele malen vullen

met avond en onverrichterzake
leeglopen door keel en mond.

Overdenk uitvoerig kwesties als
waarom zijn wij niet vierkant

of stom? Of: wat is, op dit
moment, de langzaamste vis?

En: moet je water dat hem bevat
maar niet kan tonen beklagen?

Beantwoord dan alle door de ander
niet gestelde vragen.

 

 
Erik Menkveld (25 april 1959 - 30 maart 2014)

Lees meer...

25-04-16

Erik Menkveld, Ted Kooser, James Fenton, Walter de la Mare, Ross Franklin Lockridge Jr., Richard Anders

 

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Koor van ongehoorde waaibomen

Nu we kozijnen zijn
in deze keuken, kijken
ze wel naar de leuke
overbuurvrouw op haar
balkon of een bescheiden
lijnvlucht die over komt,
maar niet naar ons,
die alles omlijsten.

En nu we planken zijn
in deze vloer, horen ze
ons voor geen meter,
terwijl we bij de minste
beroering vervaarlijk
kraken en zij tijdens
koken of woorden tal
van voeten verplaatsen.

Zelfs nu we tafel zijn
waar ze aan eten met onze
poten tussen hun benen
en onder hun blote handen
ons hout, zijn we vergeten:
gesprekken voeren ze aan ons
en kinderen die van geen
witlof willen weten.

Maar allemaal hebben we
blad gedragen, tegen
wilde luchten de wind
in ons tekeer voelen
gaan. En onder sommige
van ons is daar naar
geluisterd en diep
in gedachten gestaan.

 

 
Erik Menkveld (25 april 1959 - 30 maart 2014)

Lees meer...

25-04-15

Erik Menkveld, Ted Kooser, James Fenton, Walter de la Mare, Ross Franklin Lockridge Jr.,

 

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Te Emmen

Evenzeer als wij het nauwgezette
zwemmen en metallic blauwe
van een kleine Afrikaanse vis
te Emmen vanmiddag, waterlelieblad
dat zich met rode kop optrekt
tot waterschildpadschild,
een dagpauwoog in de vlindertuin
die mijn hand voor wilde orchis
aanziet en heel Drenthe buiten
evenzeer.

 

 

Boerenbui

Hevige aandrang te eggen of te gieren?
Een tractor te kopen? Nuchtere
kalveren voor de mesterij?

Red één ongeschoren schaap
bij nacht en ontij uit de sloot, bekijk
het liefste varken op worstkwaliteit, eet

twaalf sneeën zelfverbouwd roggebrood.
En vergeet niet bij rooien of poten
op klompen te lopen en overal bij.

Meestal waait het dan wel over.
En anders ben je onherroepelijk
geboren voor de boerderij.

 

 
Erik Menkveld (25 april 1959 - 30 maart 2014)

Lees meer...

25-04-14

Erik Menkveld, Ted Kooser, James Fenton, Walter de la Mare, Ross Franklin Lockridge Jr., Julius Grosse

 

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Goed koeren

Eerst klapwiek je recht omhoog
om overzicht te krijgen

en indruk te maken. Laat je niet
afleiden door zilvergroen wiegende

duivinnen aan de einder (knotwilgen)
of door de boer met voer bij het hok:

houd je symboolwaarde steeds in het oog.
Cirkel vervolgens traag weer omlaag

tot op je poten en begin te koeren.
Goed koeren scheelt veel vechten,

wie goed koert, koert tien tegen een
zijn mededuif het gevecht uit de kop.

 

 

Een vreedzaam volkje

's Winters vechten we cactussen om
(uit speelse verveling en bij verbod
op tegenstand): volgens overlevering
levensgevaarlijk, maar onder begeleiding
een belevenis. In het voorjaar denken we
niet aan vechten. En sinds de planten
uit hun wortels springen van de droogte
's zomers, heeft een karpersimulator
de smaak van de beproefde vissen
doen vergeten. Een enkeling van ons
klaagt na de schrale bonenmaaltijd
in het najaar zachtjes met zijn kont.
Maar zolang we nog bonen hebben
hoeven we niet te doden.

 

 
Erik Menkveld (25 april 1959 - 30 maart 2014)

Lees meer...

25-04-13

Ted Kooser, James Fenton, Walter de la Mare, Ross Franklin Lockridge Jr., Richard Anders

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook alle tags voor Ted Kooser op dit blog.

 

 

In the Basement of the Goodwill Store

 

In musty light, in the thin brown air   

of damp carpet, doll heads and rust,   

beneath long rows of sharp footfalls   

like nails in a lid, an old man stands   

trying on glasses, lifting each pair

from the box like a glittering fish   

and holding it up to the light

of a dirty bulb. Near him, a heap   

of enameled pans as white as skulls   

looms in the catacomb shadows,   

and old toilets with dry red throats   

cough up bouquets of curtain rods.

 

You’ve seen him somewhere before.   

He’s wearing the green leisure suit   

you threw out with the garbage,   

and the Christmas tie you hated,   

and the ventilated wingtip shoes   

you found in your father’s closet   

and wore as a joke. And the glasses   

which finally fit him, through which   

he looks to see you looking back—

two mirrors which flash and glance—

are those through which one day

you too will look down over the years,   

when you have grown old and thin   

and no longer particular,

and the things you once thought   

you were rid of forever

have taken you back in their arms.

 

 

 

 

Untitled [Each time I go outside]

 

Each time I go outside

the world is different.

This has happened all my life.

 

*

 

The clock stopped at 5:30

for three months. Now it's always time to quit work,

have a drink, cook dinner.

 

*

 

"What I would do for wisdom,"

I cried out as a young man.

Evidently not much. Or so it seems.

Even on walks I follow the dog.

 

*

 

Old friend,

perhaps we work too hard

at being remembered.

 

 

 


Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

Lees meer...

25-04-12

Walter de la Mare, James Fenton, Ted Kooser, Ross Franklin Lockridge Jr., Richard Anders

 

De Engelse dichter Walter John de la Mare werd geboren op 25 april 1873 in Charlton, Kent. Zie ook alle tags voor Walter John de la Mare op dit blog.

 

 

John Mouldy

 

I spied John Mouldy in his celler,
Deep down twenty steps of stone;
In the dusk he sat a-smiling
Smiling there all alone.

He read no book, he snuffed no candle;
The rats ran in, the rats ran out,
And far and near, the drip of water
Went whisp'ring about.

The dusk was still, with dew a-falling,
I saw the Dog-star bleak and grim,
I saw a slim brown rat of Norway
Creep over him.

I spied John Mouldy in his celler,
Deep down twenty steps of stone;
In the dusk he sat a-smiling
Smiling there all alone.

 

 

 

Brueghel's Winter

 

Jagg'd mountain peaks and skies ice-green
Wall in the wild, cold scene below.
Churches, farms, bare copse, the sea
In freezing quiet of winter show;
Where ink-black shapes on fields in flood
Curling, skating, and sliding go.
To left, a gabled tavern; a blaze;
Peasants; a watching child; and lo,
Muffled, mute--beneath naked trees
In sharp perspective set a-row--
Trudge huntsmen, sinister spears aslant,
Dogs snuffling behind them in the snow;
And arrowlike, lean, athwart the air
Swoops into space a crow.

But flame, nor ice, nor piercing rock,
Nor silence, as of a frozen sea,
Nor that slant inward infinite line
Of signboard, bird, and hill, and tree,
Give more than subtle hint of him
Who squandered here life's mystery.

 

 

Walter John de la Mare (25 april 1873 – 22 juni 1956)

 

Lees meer...

25-04-11

Willem de Mérode, James Fenton, Walter de la Mare, Ted Kooser, Ross Franklin Lockridge Jr., Richard Anders

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

  

 

 

Jezus verschijnt aan Maria Magdalena, Aleksandr Ivanov (16 juli 1806 – 3 juli 1858)

 

 

 

 

Paasmorgen

 

Hij was het graf al uitgegaan
Vóór ik Zijn dood bezoeken kon.
Een zwarte leegte in de zon
Gaapt de spelonk mij aan.

O wát ik hoopte in mijn verdriet,
Hij kwam mijn ongeduld nog vóór.
Maar, Die ik door de dood verloor
Vind ik ook levend niet.
 
De olijven met de lichte wind
Verzilvren in de zonneschijn,
Waar 't hart niets dan zijn oude pijn
langs alle paden vindt.

Maar om de donkre nauwe bocht
Wappert een oogwenk zijn gewaad.
Mij blindt de glans van zijn gelaat.
Hij had MIJ lang gezocht.

 

 

 

 

Willem de Mérode (2 september 1887 - 22 mei 1939)

 

 

Lees meer...

25-04-10

James Fenton, Walter de la Mare, Ted Kooser, Ross Franklin Lockridge Jr., Richard Anders


De Engelse dichter, schrijver, criticus en letterkundige James Fenton werd geboren op 25 april 1949 in  Lincoln. Zie ook mijn blog van 25 april 2009.

 

 

God, A Poem 

 

A nasty surprise in a sandwich,

A drawing-pin caught in your sock,

The limpest of shakes from a hand which

You'd thought would be firm as a rock,

 

A serious mistake in a nightie,

A grave disappointment all round

Is all that you'll get from th'Almighty,

Is all that you'll get underground.

 

Oh he said: 'If you lay off the crumpet

I'll see you alright in the end.

Just hang on until the last trumpet.

Have faith in me, chum-I'm your friend.'

 

But if you remind him, he'll tell you:

'I'm sorry, I must have been pissed-

Though your name rings a sort of a bell. You

Should have guessed that I do not exist.

 

'I didn't exist at Creation,

I didn't exist at the Flood,

And I won't be around for Salvation

To sort out the sheep from the cud-

 

'Or whatever the phrase is. The fact is

In soteriological terms

I'm a crude existential malpractice

And you are a diet of worms.

 

'You're a nasty surprise in a sandwich.

You're a drawing-pin caught in my sock.

You're the limpest of shakes from a hand which

I'd have thought would be firm as a rock,

 

'You're a serious mistake in a nightie,

You're a grave disappointment all round-

That's all you are, ' says th'Almighty,

'And that's all that you'll be underground.'

 

 

 

 

Voor wie het gedicht wil horen: Fenton leest dit gedicht op You Tube voor.

 

 

 

 

Fenton
James Fenton (Lincoln, 25 april 1949)

 

 

 

 

De Engelse dichter Walter John de la Mare werd geboren op 25 april 1873 in Charlton, Kent. Zie ook mijn blog van 25 april 2007 en ook mijn blog van 25 april 2008 en ook mijn blog van 25 april 2009.

 

 

 

As I was walking 

 

As I was walking,

Thyme sweet to my nose,

Green grasshoppers talking,

Rose rivalling rose:

And wing, like amber,

Dispread in light,

As from bush to bush

Linnet took flight:

Master Rabbit I saw

In the shadow-rimmed mouth

Of his sandy cavern,

Looking out to the South.

'Twas dew-tide coming;

The turf was sweet

To nostril, curved tooth,

And wool-soft feet.

Sun was in West;

Crystal in beam

Of its golden shower

Did his round eye gleam.

Lank human was I,

And a foe, poor soul—

Snowy flit of a scut,

He was into his hole,

And—stamp, stamp, stamp!

Through dim labyrinths clear,

The whole world darkened,

A murderer near.

 

 

 

 

November 

 

There is wind where the rose was,

Cold rain where sweet grass was,

And clouds like sheep

Stream o'er the steep

Grey skies where the lark was.

 

Nought warm where your hand was,

Nought gold where your hair was,

But phantom, forlorn,

Beneath the thorn,

Your ghost where your face was.

 

Cold wind where your voice was,

Tears, tears where my heart was,

And ever with me,

Child, ever with me,

Silence where hope was.

 

 

 

 

delamarewalter
Walter John de la Mare (25 april 1873 – 22 juni 1956)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook mijn blog van 25 april 2007 en ook mijn blog van 25 april 2008 en ook mijn blog van 25 april 2009.

 

 

In January 

 

Only one cell in the frozen hive of night

is lit, or so it seems to us:

this Vietnamese café, with its oily light,

its odors whose colorful shapes are like flowers.

Laughter and talking, the tick of chopsticks.

Beyond the glass, the wintry city

creaks like an ancient wooden bridge.

A great wind rushes under all of us.

The bigger the window, the more it trembles.

 

 

 

 

Tattoo


What once was meant to be a statement—
a dripping dagger held in the fist
of a shuddering heart—is now just a bruise
on a bony old shoulder, the spot
where vanity once punched him hard
and the ache lingered on. He looks like
someone you had to reckon with,
strong as a stallion, fast and ornery,
but on this chilly morning, as he walks
between the tables at a yard sale
with the sleeves of his tight black T-shirt
rolled up to show us who he was,
he is only another old man, picking up
broken tools and putting them back,
his heart gone soft and blue with stories.

 

 

 

kooser
Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Ross Franklin Lockridge Jr. werd geboren op 25 april 1914 in Bloomington, Indiana. Zie ook mijn blog van 25 april 2009.

 

Uit: Raintree County

 

 --SEVEN TIMES, the Senator said. Laugh if you will, gentlemen, but back in those days I was a brute of a boy.
     Somewhere down the street a boy touched off a cannoncracker. Mr. Shawnessy jumped, felt unhappy. The Senator was approached by delegates of the Sitting and Sewing Society, whose hands he pumped for a while.
     --I used to pull a pretty mean oar myself, the Perfessor said. By the way, John, what is that godawful yelling over there?
     For some time, a great voice had been booming over the trees, getting louder and angrier. Now and then a stentorian shout soared above the rest, grating hoarsely like a horn blown too high and too hard.
     --That's God, Mr. Shawnessy said.
     --What? said the Perfessor, crossing himself. Is he here today too?
     --It's the Revival preacher, fellow named Jarvey. One of these Kentucky evangelists. He confuses himself with the Deity--and understandably, too, if you saw him. From June to August, he's the most powerful man in Raintree County. The ladies come back every year to get converted all over again. He's been pitching his tabernacle on the National Road here for the last three summers. No one knows just why. When I first came to Waycross in the summer of 1890, he was already here. Your little friend, Mrs. Evelina Brown, has been very friendly with him. She considers him a magnificent primitive personality, which in a way he is.
     --That's just like Evelina, the Perfessor said. Like all thoroughly erotic women, she begins by falsifying an aesthetic type. I hope it didn't go any farther than that. Where does he go for the winter?
     --Nobody knows. Back to the Kentucky mountains, I suppose, after restoring heaven to the local souls.
     --I suppose like all these Southern ranters he's a goat in shepherd's clothing.
     --So far he's escaped criticism of that kind, even though he's a bachelor. But he's a brutal converter. Built like a blacksmith, he brandishes his great arms and beats the ladies prone. He has a great shout that scares everybody into the arms of Jesus. You ought to hear him.
     --I do hear him, goddamn him, the Perfessor said.
     --Still he's a man of God, Mr. Shawnessy said resignedly. My own wife regularly attends his revival meetings. She's over there now. ....“

 

 

 

 

LockridgeJr
Ross Franklin Lockridge Jr.
(25 april 1914 – 6 maart 1948)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Richard Anders werd geboren op 25 april 1928 in Ortelsburg, tegenwoordig Szczytno, Polen. Zie ook mijn blog van 25 april 2007 en ook mijn blog van 25 april 2008 en ook mijn blog van 25 april 2009.

 

 

Sacre du printemps

 

für Fred Apke

Kurz wie ein Rock ist der Rausch

eine Zunge ohne Gesicht

ein Rätsel das sein Gedächtnis sucht

die Mitternacht zwischen zwei Engeln

 

wo man Rosen jagt

im Hinterkopf

und lange Blicke

geworfen werden

 

 

 

Du bist hinuntergesprungen

 

zwischen die Augen

und dein schwarzer Anzug

folgt dir auf dem Fuß

 

Die Laternen schielen

mit großen Ohren

zu den bewimperten Perlen

die aus der Haut fahren

 

wie ein Schrei der lautlos

über die Lippen kommt

wenn es im Hitzkopf

von Einfällen hagelt

 

die im buttrigen Körper

stecken bleiben

der auf flacher

Pfanne schmilzt

 

Die Spitze einer Flamme

berührt dein Herz

das bis zum zerspringen

in lauter Blutstropfen hämmert

 

So viel du auch kochst

es wird Spitze sein

landläufig jedenfalls

wie die Esser behaupten

 

denen die Zungen

auf den Strich gehen

wie geschürte Mädchen

die es in sich haben

 

Im Frühling wenn Liebe stinkt

 

 

 

 

Anders
Richard Anders (Ortelsburg, 25 april 1928)


Zie voor nog meer schrijvers van de 25e april ook
mijn vorige blog van vandaag.

25-04-09

James Fenton, Walter de la Mare, Ted Kooser, Ross Franklin Lockridge Jr., Richard Anders, Leopoldo Alas, Julius Grosse, Sigmund von Birken, Jindrich Horejsi


De Engelse dichter, schrijver, criticus en letterkundige James Fenton werd geboren op 25 april 1949 in  Lincoln. Fenton verwierf reeds als student in Oxford zijn eerste literaire prijs met een bundel van 23 sonnetten  “Our Western Future” (1968).  Hij was politiek en literair medewerker van de New  Statesman, free lance reporter in Vietnam en verslaggever van The Guardian in de  Bondsrepubliek Duitsland.  Als journalist werd hij vooral bekend door zijn verslagen  uit Vietnam en Cambodja. In 1982 brak hij door naar een breder publiek met de bundel “The Memory of War and Children of  Exile” . Voordien publiceerde hij nog: “Terminal Moraine” (1972), “A  vacant Possession” (1978), en “A German Requiem” (1978).

 

 

In Paris With You

  

Don't talk to me of love. I've had an earful

And I get tearful when I've downed a drink or two.

I'm one of your talking wounded.

I'm a hostage. I'm maroonded.

But I'm in Paris with you.

 

Yes I'm angry at the way I've been bamboozled

And resentful at the mess I've been through.

I admit I'm on the rebound

And I don't care where are we bound.

I'm in Paris with you.

 

Do you mind if we do not go to the Louvre

If we say sod off to sodding Notre Dame,

If we skip the Champs Elysées

And remain here in this sleazy

 

Old hotel room

Doing this and that

To what and whom

Learning who you are,

Learning what I am.

 

Don't talk to me of love. Let's talk of Paris,

The little bit of Paris in our view.

There's that crack across the ceiling

And the hotel walls are peeling

And I'm in Paris with you.

 

Don't talk to me of love. Let's talk of Paris.

I'm in Paris with the slightest thing you do.

I'm in Paris with your eyes, your mouth,

I'm in Paris with... all points south.

Am I embarrassing you?

I'm in Paris with you.

 

 

 

 

 

Wind

  

This is the wind, the wind in a field of corn.

Great crowds are fleeing from a major disaster

Down the green valleys, the long swaying wadis,

Down through the beautiful catastrophe of wind.

 

Families, tribes, nations, and their livestock

Have heard something, seen something. An expectation

Or a gigantic misunderstanding has swept over the hilltop

Bending the ear of the hedgerow with stories of fire and sword.

 

I saw a thousand years pass in two seconds.

Land was lost, languages rose and divided.

This lord went east and found safety.

His brother sought Africa and a dish of aloes.

 

Centuries, minutes later, one might ask

How the hilt of a sword wandered so far from the smithy.

And somewhere they will sing: 'Like chaff we were borne

In the wind. ' This is the wind in a field of corn.

 

 

 

 

fenton
James Fenton (Lincoln, 25 april 1949)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Walter John de la Mare werd geboren op 25 april 1873 in Charlton, Kent. Zie ook mijn blog van 25 april 2007 en ook mijn blog van 25 april 2008.

 

 

All That's Past

  

Very old are the woods;

And the buds that break

Out of the brier's boughs,

When March winds wake,

So old with their beauty are--

Oh, no man knows

Through what wild centuries

Roves back the rose.

Very old are the brooks;

And the rills that rise

Where snow sleeps cold beneath

The azure skies

Sing such a history

Of come and gone,

Their every drop is as wise

As Solomon.

 

Very old are we men;

Our dreams are tales

Told in dim Eden

By Eve's nightingales;

We wake and whisper awhile,

But, the day gone by,

Silence and sleep like fields

Of amaranth lie.

 

 

 

 

Wanderers

  

Wide are the meadows of night,

And daisies are shinng there,

Tossing their lovely dews,

Lustrous and fair;

 

And through these sweet fields go,

Wanderers amid the stars --

Venus, Mercury, Uranus, Neptune,

Saturn, Jupiter, Mars.

 

'Tired in their silver, they move,

And circling, whisper and say,

Fair are the blossoming meads of delight

Through which we stray.

 

 

 

 

 

WalterDeLaMare
Walter John de la Mare (25 april 1873 – 22 juni 1956)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook mijn blog van 25 april 2007 en ook mijn blog van 25 april 2008. 

 

Father

Today you would be ninety-seven
if you had lived, and we would all be
miserable, you and your children,
driving from clinic to clinic,
an ancient fearful hypochondriac
and his fretful son and daughter,
asking directions, trying to read
the complicated, fading map of cures.
But with your dignity intact
you have been gone for twenty years,
and I am glad for all of us, although
I miss you every day—the heartbeat
under your necktie, the hand cupped
on the back of my neck, Old Spice
in the air, your voice delighted with stories.
On this day each year you loved to relate
that the moment of your birth
your mother glanced out the window
and saw lilacs in bloom. Well, today
lilacs are blooming in side yards
all over Iowa, still welcoming you.

 

 

 

 

 

At the Cancer Clinic

She is being helped toward the open door
that leads to the examining rooms
by two young women I take to be her sisters.
Each bends to the weight of an arm
and steps with the straight, tough bearing
of courage. At what must seem to be
a great distance, a nurse holds the door,
smiling and calling encouragement.
How patient she is in the crisp white sails
of her clothes. The sick woman
peers from under her funny knit cap
to watch each foot swing scuffing forward
and take its turn under her weight.
There is no restlessness or impatience
or anger anywhere in sight. Grace
fills the clean mold of this moment
and all the shuffling magazines grow still.

 

 

 

 

 

kooser1
Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Ross Franklin Lockridge Jr. werd geboren op 25 april 1914 in Bloomington, Indiana. Hij studeerde af aan de Indiana University in 1935 met het hoogste gemiddelde in de geschiedenis van de universiteit. Zijn hoofdwerk, de roman Raintree County, verscheen in 1948. Het boek beschrijft de geschiedenis van het midwesten door de ogen van het hoofdpersonage John.  Wickliff Shawnessy en werd door de kritiek zeer gunstig ontvangen. Lockridge echter leed aan zware depressies en pleegde kort na het verschijnen van de roman zelfmoord.

 

Uit: Raintree County

 

“--Everything but truth, wisdom, beauty, goodness, Mr. Shawnessy said. And love, he added, feeling a little embarrassed as he said it.

     But Cash Carney went on smoking, his eyes staring, his left hand fondling the gold watch.

     --John, the Perfessor said, you're clinging to a way of life that's doomed. Go and look at the modern City. How can anyone look at it and believe in love? Or morality? Or the Eternal Ideas? Or the Inalienable Rights? How can anyone believe in the real existence of Raintree County, which you, dear boy and endlessly courageous dreamer, have taken as your image of the enduring values of human life? Yes, go and look at the City, and then look at your little Raintree County, child. Shed a nostalgic tear for it, because the City's going to eat it up. The God of the City is going to kill the ancient God of Raintree County, who has nothing but a couple of stone tablets and a golden rule for weapons.

     --Still corrupting the youth, I see, Cash Carney said. Don't believe him, John. He's the same old Perfessor and hasn't changed a bit.

     --What is this? Mr. Shawnessy said. A contest for my soul?

     The Perfessor laughed.

     --I don't know why it is, he said, but everybody was always trying to corrupt you, John.

     Mr. Shawnessy slowly lit a cigar and watched the smoke ascend.

     Good-by to Raintree County, incorrigible enthusiast of ideas. Good-by to the good small roads of Raintree County, the horse-and-buggy roads. Hard roads and wide will run through Raintree County, and its ancient boundaries will dissolve. People will hunt it on the map, and it won't be there.

     For America will become the City. America will hunt for a tree of life whose fruit is gold. And that man shall be the Hero of the County who plucks from the high branches the heaviest dividends. And he shall get the most beautiful woman of the City, and he shall lie all night betwixt her breasts. And she will cheat him too, and cheat you too, because she is the City.”

    

 

 

 

Lockridge
Ross Franklin Lockridge Jr.
(25 april 1914 – 6 maart 1948)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Richard Anders werd geboren op 25 april 1928 in Ortelsburg, tegenwoordig Szczytno, Polen. Zie ook mijn blog van 25 april 2007 en ook mijn blog van 25 april 2008.

 

 

Aus der Traum

 

Leere Mauern

falsche Spiegel

graue Tränen

 

Man versucht mit den Flügeln

der Statuen zu fliegen

aber der Wind kommt nicht

schläft irgendwo faul

 

Bevor sie diese trostlose

Gegend erreicht haben

stürzen Wolken vom Himmel

 

Ihre unförmigen Trümmer

liegen auf den Plätzen umher

 

Die Pendeluhren haben Ausgangssperre

 

 

 

 

 

 

Sprache

Hommage á André Breton

 

 

Aus grünem Schnee äugt der Salpetervogel

und seine Garderobe

leuchtet wie alle sieben vergoldeten Samen

auf ihren Kerzen unter der Nacht

 

Im gänzlich erblindeten Wind

segelte Sprache

Korvette auf blauer Zunge

die Taub aus den Felsen hing

 

 

 

 

 

Anders
Richard Anders (Ortelsburg, 25 april 1928)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Leopoldo Alas (eig. Leopoldo Enrique García Alas y Ureña) werd geboren op 25 april 1852 in Zamora. In 1869 schreef hij zich in aan de rechtenfaculteit van de universiteit van Oviedo en drie jaar later haalde hij er zijn diploma. Zijn literaire en vooral journalistieke drang deden hem in 1871 besluiten naar Madrid te verhuizen om daar te doctoreren en tezelfdertijd letteren te studeren. Het Madrileense dagblad El solfeo gaf hem zijn eerste kans als journalist en verhalenschrijver en op 11 april 1875 verscheen voor het eerst een artikel van hem onder het pseudoniem ‘Clarín’. Het jaar daarop publiceerde hij zijn eerste verhaal, Estilicón. Het jaar 1884 was een beslissend jaar voor Alas, zowel op professioneel als op persoonlijk vlak: hij begon La Regenta te schrijven en zijn eerste zoon werd geboren. Deze laatste gebeurtenis compenseerde het verdriet voor de dood van zijn vader even daarna. Het jaar daarop publiceerde hij twee volumes van zijn grote roman. In 1893 verscheen zijn eerste collectie verhalen, El Señor y los demás son cuentos, en in 1895 ging zijn drama Teresa in première in het Teatro Español in Madrid.

Uit: Socrates' Rooster (El gallo de Sócrates)

 

“ After closing his master’s eyes and mouth Crito left the rest of the disciples around the dead body and left the jail, prepared to make good, as soon as possible, on the last errand that Socrates had given him. Maybe it was in jest, but doubting whether it was in earnest or not, he interpreted it literally,

For upon dying and showing his disciples the sad, vulgar spectacle of his death, Socrates had said:

“Crito, we owe rooster to Esculapius, don’t forget to pay this debt,” and he spoke no more, these being his last words.

That request was sacred for Crito. He didn’t wish to analyze it, didn’t wish to examine if it were more realistic that Socrates has only told a slightly ironic joke. Or if it were the last will of his master, his last desire. Hadn’t Socrates, contrary to Antitus’ and Melitus’ calumny, always been respectful toward the popular cult and the official religion? Of he course he gave myths (which Crito didn’t refer to in this way, of course) a symbolic, philosophical as well as a very sublime and idealistic interpretation but, amidst his poetic and transcendental paraphrases, he still respected the faith of the Greeks including the positive religion and state cult.

A beautiful episode from his last speech demonstrated this well (Crito noted that sometimes Socrates, in spite of his philosophical system of questions and answers, he would forget about his listeners and speak at length in a very flowery manner). He had depicted the marvels of the other world with topographic detail which contained more traditional imagination than rigorous dialectic and austere philosophy. And Socrates hadn’t said he didn’t believe in all that. Although, neither did he affirm the reality of what he described with the absolute certitude of a fanatic.”

 

 

 

 

alas
Leopoldo Alas (25 april 1852 – 13 juni 1901)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Julius Waldemar Grosse werd geboren op 25 april 1828 in Erfurt.Vanaf 1849 studeerde hij rechten in Halle. In 1851 werden zijn eerste stukken opgevoerd en die hadden zo’n succes dat hij met de studie besloot te stoppen. In 1852 trok hij naar München, waar hij een tijdje schilderkunst studeerde. Samen met Paul Heyse richtte hij in 1854 de schrijversgroep  "Die Krokodile" op. Van 1855 tot 1861 was hijn theatercriticus bij de Neue Münchner Zeitung. Vanaf 1869 leefde hij afwisselend in Dresden en Weimar, waar hij secretaris-generaal van de Schillerstiftung was.

 

 

 

Sehnsucht, auf den Knien...

 

Sehnsucht, auf den Knien

Schautest du himmelwärts –

Einzelne Wolken ziehen,

Kommen und entfliehen,

Ewig hofft das Herz.

 

Liebe – himmlisch Wallen

Goldener Jugendzeit –

Einzelne Strahlen fallen

Wie durch Pfeilerhallen

In das Leben weit.

 

Einsam in alten Tagen

Lächelt Erinnerung;

Einzelne Wellen schlagen

Rauschen herauf wie Sagen:

Herz, auch du warst jung!

 

 

 

 

 

Lebensüberfluß

 

Rauschende Bäche quellenden Lebens,

Tönet wie Lieder in meine Ruh!

Sehet, erfüllt ist's: nimmer vergebens

Schau' ich in Sehnsucht den Wellen zu.

Draußen in sommerdämmernder Laube

Wiegt die holde Geliebte mein Kind,

Hoch an dem Dache reift mir die Traube,

Goldne Fäden die Parze spinnt.

Schwellende Segel auf ruhigen Wogen

Bringen mir Gäste, Früchte und Fracht;

Meine Auen sind bienenumflogen,

Nachtigallen singen bei Nacht.

Rauschende Bäche quellenden Lebens,

Spült ihr mich fort einst in Wogenschaum,

Singen dann will ich: nicht vergebens

Hab' ich geträumt den irdischen Traum!

 

 

 

 

 

erfurt_dom_und_severi_410
Julius Grosse (25 april 1828 – 9 mei 1902)

Erfurt (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Sigmund von Birken werd geboren op 25 april 1626 in Wildstein nabij Eger. Hij was de enig echt vrije schrijver uit de tijd van de Barok. In 1645 werd hij benoemd tot opvoeder van de prinsen aan het hof van hertog August d. J. von Braunschweig-Lüneburg. In 1646 verliet hij het hof al weer om door het noorden van Duitsland te trekken. Vanaf 1662 blies hij de literaire vereniging “Der Pegnesische Blumenorden” in Neurenberg weer nieuw leven in die na het overlijden van de oprichter Harsdörffer inactief geworden was. Hij vergrootte het aanzien van de orde en daarmee het belang van de literauur.

 

 

Leben Tod, Tod Leben

 

Nur ein Tod ist dieses Leben,

Nichts als eine Grabesbahn.

Wann zu leben wir anheben,

Fahen wir zu sterben an.

Unser Tod ist jede Noth,

Die uns wünschen macht den Tod.

Von des Leibes Knochenwagen

Wird die Seele fortgetragen.

 

Tod, du giebst das rechte Leben,

Dies hier ist der wahre Tod.

Himmelauf, dahin wir streben,

Holst du uns, du lieber Both'!

Den du führest bald zur Ruh',

Dessen bester Freund bist du.

Schneller Tod ist kein Verderben,

Gottgeliebte fertig sterben.

 

Christen wie der Phönix sterben,

Werden lebend in dem Grab.

Wer im Sternenhaus will erben,

Muß die Erde legen ab.

Wann die Sonne eilt der Ruh'

In den Wintertagen zu,

Sie läßt nach dem Untergehen

In der andern Welt sich sehen.

 

Jesus hier mit seinen Lieben

Aus dem todten Leben eilt,

Und mit ihnen, ohn' Verschieben,

Seine Himmelsfreude theilt.

Fahre, spricht er, hin, mein Boot!

Führ' mir diese aus dem Tod!

Laßt den todten Leib verderben!

Hört er doch nur auf zu sterben.

 

 

 

 

 

 

birken
Sigmund von Birken (25 april 1626 – 21 juni 1681)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 25 april 2008.

 

De Tsjechische dichter en vertaler Jindřich Hořejší werd geboren op 25 april 1886 in Praag.

 

 

25-04-08

Walter de la Mare, Ted Kooser, Richard Anders, Jindřich Hořejší


De Engelse dichter Walter John de la Mare werd geboren op 25 april 1873 in Charlton, Kent. Zie ook mijn blog van 25 april 2007.

 

 

Alexander

 

It was the Great Alexander,
Capped with a golden helm,
Sate in the ages, in his floating ship,
In a dead calm.

Voices of sea-maids singing
Wandered across the deep:
The sailors labouring on their oars
Rowed as in sleep.

All the high pomp of Asia,
Charmed by that siren lay,
Out of their weary and dreaming minds
Faded away.

Like a bold boy sate their Captain,
His glamour withered and gone,
In the souls of his brooding mariners,
While the song pined on.

Time like a falling dew,
Life like the scene of a dream
Laid between slumber and slumber
Only did seem. . . .

O Alexander, then,
In all us mortals too,
Wax not so overbold
On the wave dark-blue!

Come the calm starry night,
Who then will hear
Aught save the singing
Of the sea-maids clear?

 

 

 

 

The Spirit of Air

 

Coral and clear emerald,
And amber from the sea,
Lilac-coloured amethyst,
Chalcedony;
The lovely Spirit of Air
Floats on a cloud and doth ride,
Clad in the beauties of earth
Like a bride.

So doth she haunt me; and words
Tell but a tithe of the tale.
Sings all the sweetness of Spring
Even in the nightengale?
Nay, but with echoes she cries
Of the valley of love;
Dews on the thorns of her feet,
And darkness above.

 

 

 

 

When the Rose is Faded

 

When the rose is faded,
Memory may still dwell on
Her beauty shadowed,
And the sweet smell gone.

That vanishing loveliness,
That burdening breath,
No bond of life hath then,
Nor grief of death.

'Tis the immortal thought
Whose passion still
Makes the changing
The unchangeable.

Oh, thus thy beauty,
Loveliest on earth to me,
Dark with no sorrow, shines
And burns, with thee.

 

 

 

 

 

 

walter_de_la_mare
Walter John de la Mare
(25 april 1873 – 22 juni 1956)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook mijn blog van 25 april 2007.

 

 

Flying at Night

 

Above us, stars. Beneath us, constellations.
Five billion miles away, a galaxy dies
like a snowflake falling on water. Below us,
some farmer, feeling the chill of that distant death,
snaps on his yard light, drawing his sheds and barn
back into the little system of his care.
All night, the cities, like shimmering novas,
tug with bright streets at lonely lights like his.

 

 

 

 

A Birthday Poem
 

Just past dawn, the sun stands
with its heavy red head
in a black stanchion of trees,
waiting for someone to come
with his bucket
for the foamy white light,
and then a long day in the pasture.
I too spend my days grazing,
feasting on every green moment
till darkness calls,
and with the others
I walk away into the night,
swinging the little tin bell

of my name.

 

 

 

 

ted_kooser450
Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Richard Anders werd geboren op 25 april 1928 in Ortelsburg, tegenwoordig Szczytno, Polen. Zie ook mijn blog van 25 april 2007.

 

Uit: Ich heiße Hase

 

Ein Gedicht von R. wurde von der „athena“ angenommen, erschien aber nie, da diese Zeitschrift mit der Währungsreform ihr Erscheinen einstellen mußte:

 

Wenn das Maul der Luft
eine Möve speit
fallen die Marmorlaken des Himmels
donnernd in die Brüste der See

Schon raucht ein kupferner Wind
im Abteil einer Muschel
und schiebt
unsichtbare Gestänge aus Sand

Auf Sonnenflammen
tanzen weiße gestrandete Knochen
vor wütenden Wolkenhunden am Horizont.

 

Die Existenz der Burschen Lesegemeinde nutzte R. aus, um in ihrem Namen direkt bei den Verlagen die sonst unerreichbaren Neuerscheinungen zu bestellen. Auf diese Weise kam R. in den Besitz von Kasacks „Stadt hinter dem Strom“, Hans Henny Jahnns „Holzschiff“, Elias Canettis „Blendung“. Nach der Währungsreform am 20. Juni waren die Buchhandlungen, in denen bisher fast nur Zeitschriften zu haben waren, über Nacht wieder mit Büchern versehen und R. konnte sich endlich einen Band Kafka kaufen: „Beim Bau der chinesischen Mauer“. Auch sonst bedeutete die Währungsreform einen Einschnitt in R.s Leben: Von einem Versuch, auf der Heimschule Spiekeroog wieder Fuß zu fassen, war er zu diesem Zeitpunkt wieder in das Dorf E. zurückgekehrt. Hatte er frühere Ferien damit verbracht, zusammen mit seiner Mutter und seiner Schwester auf den Feldern des gastgebenden Bauern Kartoffeln oder Zuckerrüben nachzulesen, damit der gröbste Hunger mit Kaffeeersatz-Bratkartoffeln und Sirup-Maisbroten gestillt werden konnte - im Spätherbst sammelte man säckeweise im Wald Bucheckern für Bratöl - so beschränkte sich jetzt R.s Tätigkeit für die Familie aufs Holzhacken, denn Kohlen waren noch immer knapp. Für die fernere Zukunft wurde der Beruf des Verlagsbuchhändlers in Aussicht genommen. Da aber keine Lehrstelle zu bekommen war, meldete R.s Mutter ihren Sohn für den April 1949 bei der einjährigen Höheren Handelsschule in Osnabrück an, man legte ihm nahe, bis dahin irgendeine Arbeit zu übernehmen, denn die neue Mark war in der Familie etwas knapp. So wurde er im Frühjahr 1949 Lagerarbeiter auf dem Holzplatz eines Meller Sägewerks, stapelte Bretter, löffelte mittags Suppe aus seinem Henkelmann, rauchte Pfeife und ließ sich von einem jungen Arbeitskollegen dessen erotische Abenteuer erzählen.”

 

 

 

 

anders1
Richard Anders (Ortelsburg, 25 april 1928)

 

 

 

 

 

De Tsjechische dichter en vertaler Jindřich Hořejší werd geboren op 25 april 1886 in Praag. Daar bezocht hij de hbs en al in zijn eindexamenjaar in 1904 publiceerde hij zijn eerste gedichten in de almanak van de examinandi. In 1905 bezocht hij Parijs, werkte er in verschillende beroepen en studeerde er aan de Sorbonne filosofie. In Dijon studeerde hij ook nog economie. Tijdens WO I vocht hij in Rusland. Na de oorlog werkte hij als redacteur en als ambtenaar op een bureau voor de statistiek. In de jaren twintig was hij lid van de Devětsil (Nieuwe krachten). Aanvankelijk schreef hij proletarische gedichten en in tegenstelling tot andere dichters van zijn generatie bleef hij ook later trouw aan dat genre. Hij vertaalde o.a. werk van Appolinaire en Corbiere.

Lied

 

Gestern hat er meine Hände geküßt, ihr Mädchen.

Meine Finger sind noch von den Küssen erfüflt,
als hätte er sie mit schönen Ringen umhüllt;
und immer wieder lächelt sie mich an
wie eine Gemme aus roter Koralle,
die kleine Wunde, die ich vom Tippen habe;
als er den Mund darauflegte,
ätzte er sie mit seinem lebendigen Herzen.

 

Gestern hat er meine Hände geküßt, ihr Mädchen.

 

Meine Finger haben gezittert,
meine Finger waren verwirrt,
wer ihnen wohl die süßen Küsse zurückgab,
mit denen sie stets die Schreibmaschine liebkosen,
ihre tagtägliche Arbeit,
um den Hunger von Mutter und Schwestern zu stillen.

 

Mädchen, ihr Mädchen,
nehmt Geliebte,
die eure Hände küssen, Hände, nicht weiße, gezähmte.
Das sind Geliebte mit goldenem Herzen.

 

 

Vertaald door  Roland Erb

 

 

 

 

Horejsi
Jindřich Hořejší (25 april 1886 – 30 mei 1941)

Boekomslag (geen portret beschikbaar)

 

 

25-04-07

Walter de la Mare, Ted Kooser, Richard Anders

 

De Engelse dichter Walter John de la Mare werd geboren op 25 april 1873 in Charlton, Kent. Zijn familie stamde af van Franse Hugenoten. Zijn eerste baan bij een oliemaatschappij  liet hem voldowende vrije tijd om te schrijven. Later werkte hij achttien jaar lang als boekhouder.. Een beurs van de regering maakte het hem mogelijk om zich vanaf 1908 gehel aan het schrijven te wijden. Naast poëzie schreef hij korte verhalen, romans en kinderboeken.

 

 

A Song of Enchantment

 

A song of Enchantment I sang me there,
In a green-green wood, by waters fair,
Just as the words came up to me
I sang it under the wild wood tree.

Widdershins turned I, singing it low,
Watching the wild birds come and go;
No cloud in the deep dark blue to be seen
Under the thick-thatched branches green.

Twilight came: silence came:
The planet of Evening's silver flame;
By darkening paths I wandered through
Thickets trembling with drops of dew.

But the music is lost and the words are gone
Of the song I sang as I sat alone,
Ages and ages have fallen on me -
On the wood and the pool and the elder tree.

 

 

 

 

Arabia

 

Far are the shades of Arabia,
Where the Princes ride at noon,
'Mid the verdurous vales and thickets,
Under the ghost of the moon;
And so dark is that vaulted purple
Flowers in the forest rise
And toss into blossom 'gainst the phantom stars
Pale in the noonday skies.

Sweet is the music of Arabia
In my heart, when out of dreams
I still in the thin clear mirk of dawn
Descry her gliding streams;
Hear her strange lutes on the green banks
Ring loud with the grief and delight
Of the dim-silked, dark-haired Musicians
In the brooding silence of night.

They haunt me -- her lutes and her forests;
No beauty on earth I see
But shadowed with that dream recalls
Her loveliness to me:
Still eyes look coldly upon me,
Cold voices whisper and say --
'He is crazed with the spell of far Arabia,
They have stolen his wits away.'

 

 

 

delaMareWalter
Walter John de la Mare
(25 april 1873 – 22 juni 1956)

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Hij werd de dertiende Poet Laureate van de VS in 2004 en nog eens herbenoemd in 2005. Kooser schreef tien dichtbundels.

 

Selecting A Reader

 

First, I would have her be beautiful,
and walking carefully up on my poetry
at the loneliest moment of an afternoon,
her hair still damp at the neck
from washing it. She should be wearing
a raincoat, an old one, dirty
from not having money enough for the cleaners.
She will take out her glasses, and there
in the bookstore, she will thumb
over my poems, then put the book back
up on its shelf. She will say to herself,
"For that kind of money, I can get
my raincoat cleaned."
And she will.

 

 

After Years

 

Today, from a distance, I saw you
walking away, and without a sound
the glittering face of a glacier
slid into the sea. An ancient oak
fell in the Cumberlands, holding only
a handful of leaves, and an old woman
scattering corn to her chickens looked up
for an instant. At the other side
of the galaxy, a star thirty-five times
the size of our own sun exploded
and vanished, leaving a small green spot
on the astronomer's retina
as he stood on the great open dome
of my heart with no one to tell.

 

 

 

 

tedkooser_large
Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

De Duitse schrijver Richard Anders werd geboren op 25 april 1928 in Ortelsburg, tegenwoordig Szczytno, Polen. Anders studeerde germanistiek en geografie in Münster en Hamburg.Hij heeft o.a. als leraar Duits gewerkt in Athene en leeft tegenwoordig als zelfstandig schrijver in Berlijn. In 1998 kreeg hij als eerste de Wolfgang-Koeppen-Preis van de stad Greifswald.

 

Uit: Ich erfahre, daß sich jetzt in der Dichtung nichts mehr reimt

Ich grüße den Kreisjugendführer von Ortelsburg nicht. Er tritt auf mich zu und befiehlt mir, am Nachmittag des nächsten Tages in sein Arbeitszimmer  zu kommen. Ich tue es. Er fragt warum ich ihn nicht gegrüßt habe. Ich sage, ich hätte ihn wahrscheinlich nicht gesehen. Er fragt mich, was ich einmal werden wolle. Ich sage: Dichter. Er sagt mir, ich träumte wohl zuviel. Dichter sollten aber nicht in der Dachkammer sitzen und träumen, sondern für die Volksgemeinschaft dasein.

Während des Rußlandfeldzuges Party in der Villa meiner verstorbenen Großeltern. Weil ich eingesegnet bin, darf ich an dieser Erwachsenenveranstaltung teilnehmen. Junge Offiziere von der kurländischen Front. Meine Tante Ella sitzt auf dem rosa Seidensofa des Musikzimmers und zündet die Kerzen an. Sie liest aus Hölderlins Gesammelten Werken. Anschließend zieht sie das Grammophon auf und setzt eine neue Stahlnadel ein. Wir lauschen Mozarts Kleiner Nachtmusik und unterhalten uns gedämpft in kleinen Gruppen. Serviererinnen in Schwarz und mit weiß gerüschelten Häubchen auf dem Kopf reichen in geschliffenen Kelchgläsern Mosel. Ein junger sympathischer Leutnant erzählt, wie er einem nach einem Angriff schwerverwundet am Boden liegenden Russen mit dem Knobelbecherabsatz den Schädel zertrümmert habe. „Es hat mich zuerst Überwindung gekostet“, sagt er, „aber wer Gefühlen nachgibt, bricht den Fahneneid.“

 

anders
Richard Anders (Ortelsburg, 25 april 1928)

 

 

13:53 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ted kooser, walter de la mare, richard anders |  Facebook |