09-04-17

Palmsonntag (Stefan Zweig)

 

Bij Palmzondag

 

 
De intocht van Christus in Jeruzalem door Peter Paul Rubens, 1632

 

 

Palmsonntag

Du Tag, der jedem Pilger Seligkeit verkündet,
Der jedem Leidensweg ein Morgenrot entzündet,
Du schöner Tag der Kinder, die mit grünen Zweigen
Die Straßen auf und ab sich sehr geschäftig zeigen
Und unterwegs den duftigen Reichtum gerne mehren,
Um Armevoll von frischem Glück nach Haus zu kehren

An jenem Tage sucht auch ich den jungen Ast,
Als Halt für meines Schicksals wintermüde Last.
Ich ging, ich schritt voran, auf trauervollen Wegen
Durch Sonne bald und bald durch grauen Regen,
Von Kerzenglanz verlockt, der unsre Andacht weiht
Und unserm Gottesdienst so holde Anmut leiht.
Die Chöre waren voll von hellem Kindersingen,
Das durch die Kirche zog auf unschuldsfrohen Schwingen;
Und Gott allein vernahm durch diesen lauten Sang
Ein Beten und ein Lied, das weinend aufwärts rang:

»Von einer Verbannung zur anderen ruhlos vertrieben,
Wahrhaftig, ich weiß keine Heimat, die je mir geblieben!
Die Bäume zumindest, sie haben doch Zeit, um zu blühn,
Um Früchte zu tragen, zu wachsen, zu Tode zu glühn,
Mir, mir ward nicht Zeit! Meine Pflicht will nicht warten und weilen,
Gott! Zwing mich nicht immer, aus Frieden in Fremde zu eilen;
Gott! Gönn mir im Schatten am Wegrand ein wenig Bestand,
Meine Kinder im Arm, meine Stirne gestützt in die Hand!

Ich kann nicht mehr gehn. Ich komme ... ich sah ... und ich falle,
Ich holte dort droben vom Berg eine Blume; ich walle
An rosenkranztragenden Gräbern vorbei wie gehetzt,
Die Füße vom steinigen Bergpfad erlahmt und verletzt.
Gott! bin ich der Vogel mit ewig gebreiteten Schwingen,
So laß mich noch einmal das Haupt meines Sohnes umschlingen;

Des blondfrohen Knaben, der ohne mich wandert und strebt,
Die ich sein Gemüt doch mit Seele und Sehnsucht durchwebt!
Du Gott der Bedrückten, — Gott! bist du wirklich mein Vater,
So sei du den Meinen ein Retter, sei mir ein Berater,
Laß nicht meine Sorgen die Boten des Kommenden sein,
Nein, zeig uns den Hafen und führ uns in Frieden hinein;
In Nacht, in verfrühte, laß endlich ein Morgenrot dringen,
Verbiete den Wegen, mich weiter und weiter zu zwingen,
Bezeichne für uns einen Ort, eine Heimat, die Ruh,
Und führe den knieenden Kindern den Vater zu!« —

Die Orgel schwieg; der Glanz erlosch, mein heißes Sinnen
Ward still, um tief im Herzen heimlich fortzuspinnen;
Im Herzen, das nun doch die neue Hoffnung trank,
Die aus dem Lied der vielen in mich niedersank.
Ein Greis beglückte mich mit einem schlanken Zweige,
Weihwasser tropfte durch das Grün in meinen Händen,
Und froh betrat ich meine winterkalten Steige,
Mit festem Schritt den Erdenweg zu enden ...

 


Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942) 
Wenen. Stefan Zweig werd geboren in Wenen

 

 

Zie voor de schrijvers van de 9e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

 

14:16 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: palmzondag, stefan zweig, romenu |  Facebook |

28-11-16

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, Philippe Sollers, William Blake, Alexander Blok

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: De spiegelingen

“Onze wereld is niet vredig, het platteland niet lieflijker dan de stad, de stad niet verfijnder dan het land. De stad zuigt het omliggende land uit, de vruchten en het vee, zoals zijn fabrieken mensen eten, en de boeren krommen hun rug boven de voren van hun ploegschaar. Ik zou willen terugkeren, in mijn huls van modder en bloed, in mijn eierschaal van gebakken aarde, in mijn doorweekte laarzen. Ik zou de jongens die achterbleven uit de bodem waarin ze zijn weggeteerd willen oproepen: beplak je roestkleurige ribben en schedels met de aarde die je resten heeft opgezogen - en met hen de stad in marcheren, en de hardvochtige muziek van de orde met ons zompig gemodder bekladden.
Ik zou zeggen: alles is gemodder. Hier onze darmen, wanneer onze vrede? Graaf ons niet op, laat ons rotten. Wij zijn de smerige, stinkende aarde waaraan al wat op poten loopt zijn voer onttrekt, zijn trog met wormen, en alle goud dat in kluizen rust of om delicate damespolsjes flonkert. De buik van de aarde breekt, ze schept haar ingewanden op propere borden, ze dampt in de schalen.
De ene oorlog wil de andere rechtzetten en brengt slechts nieuwe oorlog voort. Schep nog eens vol. We lopen de dijk af, Charles, Arthur en ik. Ik duizel van de pijn, onze volkomen pijn omdat niemand, ook ikzelf niet, ze opmerkt die avond. We dalen af naar de rustige rivierarm, er komt onweer, want de kruinen barsten met tussenpozen uit in gedruis, hevig gedruis. Charles trekt zijn schoenen uit, dan zijn sokken, hinkend op zijn ene been, dan op het andere, en Arthur knoopt zijn broeksriem los. Ze roepen me toe. Arthur is ook nog eens de mooiste jongen van het noordelijk halfrond - o de pijn.
Ze roepen me toe. Ze weten dat ik niet helemaal dol ben op water, ze plagen me. Ik hoor onze stemmen, het heeft geen zin hun woorden te herhalen. Hoe nabij ook, ze komen van ver, verzwakt door de immense afstand. Mijn tepels verstrakken nu ik mijn hemd van mijn schouders haal, mijn ballen krimpen. Ik blijf staan en laat hem, die jongen die ik ben, bijna zeventien, verder naar de waterkant toe struikelen. De pijn.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Lees meer...

28-11-15

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: Les dix doigts des jour (Alle dagen samen. vertaald door Marie Hooghe)

Car les mots ne se montrent pas encore à lui. Il ne peut boire qu’à petites gorgées à leurs coupes. 
« On ne peut pas dire qu’il a la langue bien pendue, dit, maman. S’il tient quelque chose de son père... Mais Dieu sait tout ce qui mijote dans cette petite caboche. » 
Sa voix tourne en rond et se rembobine d’elle-même quand elle est au bout de la chanson, elle tapote des touches et frappe des cymbales. Elles croient qu’elles parlent, maman, grand-maman, tante Cactus, mais elles sont seulement, comme dit parfois papa, des grandes machines à trompette où il n’y a pas de bouton pour couper le son quand la mélodie ne vous plaît plus.
(…)

Quand papa vient m’éveiller, je rêve de grands papillons de nuit dans la haie de troènes. Ils frétillent sur le drap quand je m’assieds et frotte les fils de mes yeux. 
Il me soulève et me prend dans ses bras. Je pose mon cou sur l’arrondi de sa nuque et me laisse retomber par-dessus ses épaules pour compter le bord de chaque marche pendant que nous descendons. Il y en a dix et sept. 
Quand nous arrivons en bas, je crie « Bravo ». Je veux taper dans mes mains, mais papa attrape mes doigts dans son poing. 
Autour du lit en bas, les gens rient dans leur barbe. 
Arrière-grand-père réfléchit sérieusement, les couvertures sont tirées jusque sous son menton. Ses fausses dents, il les a mises dans un verre sur la tablette de la fenêtre, ainsi il peut rire sans se fatiguer pendant qu’il meurt. 
« Chuut », dit papa. 
Arrière-grand-père se redresse. Regarde autour de lui avec des yeux qui n’ont encore jamais été aussi grands. 
« Tous ces gens, dit-il. Tous ces gens », et il retombe sur les draps. 
Les gens hoquètent de rire. 
Toi aussi, maman.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

28-11-14

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake, Alexander Blok

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: De spiegelingen

“Die avond in mei moet alles nog gebeuren. Ik voel de verrukking die door mijn ribben trekt nu ik de lucht van de aarde ruik aan de waterkant. De aarde, eindelijk ontwaakt na de wintermaanden, al ruik ik nu iets anders in die lucht: de lijfgeur van mijn eigen onbevangenheid. Onze wereld is niet vredig, dat begrijp ik, nu ik naar die zomerse meiavond terugkeer en mezelf in mijn jonge romp laat glijden, die me omknelt als een nauwsluitend vest. Ik geloof dat het me die avond voor het eerst echt daagt, niet alleen maar met mijn verstand, dat heeft waarschijnlijk al langer zijn conclusies getrokken, maar fundamenteler, in mijn beenmerg, dat ik nimmer in de geijkte levenspatronen een thuishaven zal vinden. Ik zie mezelf lol maken met mijn maten. We lopen over het jaagpad, de soepelheid van onze lichamen bevangt me, tot een eind buiten de stad, tot de plek waar de rivier in een van zijn oude armen achter een dijk beplant met ratelpopulieren ligt te verzanden - wie weet hoe lang al. We hebben niet zoveel tijd, de dralende zomeravonden van juni zijn nog niet gearriveerd en we moeten voor het donker weer thuis zijn. Maar we willen zwemmen, ons van onze kleren ontdoen en een duik nemen in het stille groene water.
Opwinding klopt in mijn aders, en ook pijn, zacht knagend in mijn borst, jankend in mijn kruis. Een pijn die ik nu scherper gewaarword dan op het ogenblik zelf. Ons geheugen wordt pas herinnering wanneer de toekomst het bezoekt en met haar ontgoochelingen besmet. Er bestaat geen geschiedenis die niet geïnfecteerd is. Het is werkelijk een prachtige avond. Ik weet niet of ik opmerk hoe de ondergaande zon de kruinen van de populieren verkopert, hoe ze op wolken lijken, groengele wolken van lover aan de aarde verankerd met de kabels van hun takken en stammen, onder een hemel blauwgrijs als gesmolten tin. Daarachter de weiden, runderen die hun lange schaduw voor zich uit rollen, de daken, torens en donkerrode fabrieksschouwen van de stad. Misschien is er onweer op komst, de lucht voelt plakkerig aan. Ik zie dikke druppels regen de kalme spiegel van water waarin we gezwommen perforeren met ringen en rimpelingen.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

28-11-13

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

Vrede zij met U

Zo zal geschieden, aldus, zoals beschreven:
Glorie nadert zonder vleugelslag.

Bazuingeschal ontbreekt. De poort van het Paradijs
staat op een kier, ook ongeolied kniert zij niet.

Daarachter: Eeuwigheid.

Het heet daar immer vrijdag, alleen het licht
lijkt anders (voor wie het ziet; een permanente

dinsdag halfweg maart – bijwijlen sneeuw,
een schuinse zon zonder de moeheid
van september) .

Een engel bleek als lamsleer –
bij nader inzien staat zijn rok vol uitgewiste tekens –

keert de dividenden uit en doopt de hemel Winst

(St. James’ Park rond lunchtijd: klerken en scholieren,
koperblazers, narcissen, broodjes tonijn
en sluimerende eenden).

Toch slaat men ginds nog dweilen uit,
giet emmers loog leeg,

hangt daar lucht van bier op de puien

(wat enigszins verbaast gezien er vrede heerst
en nergens vuil).

Ook zijn daar nog journaals met wisselkoersen
en de index, en zelfs oorlog:

stormen van lieflijkheid boven de ijskap.

Wat dood is herrijst dan spoorslags uit de puinen
– slaat sterven uit plooien,

schudt hoofden,
haalt schouders op.

 

Ik was de schikgodin

Ik was de schikgodin van serge en katoen.
Een stiefzus van de tijd. Ik vlocht netten
voor een ziel van vlees en bloed.
Genadig zond het lot mij spoken
voor mijn rokken. Mijn dames
waren schepen. ik sneed zeilen
voor hun mast. Hoe jankte niet
de kast, alsof haar vliezen braken
toen ze gingen. Wie schept,
baart sterven. Ik knipte
navelstrengen door, ik leerde
zonder zakdoek wuiven.

 


Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

28-11-12

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

 

Als straks de wereld

 

Als straks de wereld dichtgeschreven is,
de plooien gladgestreken,
al de monden volgestort met zand,

waar zal hij schreeuwen? Waar scheurt de naad
en ettert de wonde?

Mens, vleesgeworden ladder
in gods panty,

vergeet de lange nacht niet die wij zijn.

 

 

 

 

Wijziging van uitzenduur

 

Doodstil wordt het, maar wees gerust,
genoegzaam voorzien wij in ademnood.

 

Ons streven blijft maatschappelijk: nergens nood
aan brillen waar de inkt verdampt.

 

Het vege lijf draagt onze grootste zorg.
Het slot van de amputatieshow

 

volgt om twintig over, iets later
dan gewoonlijk met die brand in dat warenhuis

 

en een massale sterfte van clowns
door wodka in Kazachstan – toevallig

 

in de armen van een man ter plaatse.

 

Ook werd een vijfling zonder navel gebaard,
mogelijk door straling ergens.

 

China schaft de lucht af en in Kiev
verdrinkt bij het legen van haar visbokaal

 

een kind in twee vingers water.

 

Dan een streep muziek en reclame
voor strakkere tepels. Demp zelf uw oren

 

mocht het vacuüm te snerpend
in uw vliezen zwijgen.

 

Blauw blijven wel de nacht en de kachels

 

meldt de weerman, en het blikkerend
messenspel onder de torens, de ivoren

 

torens van de lach van de laatste minister.

 

 

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

28-11-11

Philippe Sollers, Hugo Pos, Nancy Mitford, Stefan Zweig, Dawn Powell

 

De Franse schrijver Philippe Sollers werd geboren op 28 november 1936 in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009 en ook mijn blog van 28 november 2010.

 

Uit: Un vrai roman. Mémoires

 

(Francis Ponge)
Je vais voir Ponge chez lui, rue Lhomond, près du Panthéon, au moins une fois par semaine. Sa solitude est alors terrible, sa pauvreté matérielle visible. Là-dessus, une fierté et une ténacité radieuse, quelque chose de radical et d’aristocratique, dans le genre « tout le monde a tort sauf moi, on s’en rendra compte un jour ». J’arrivais, je m’asseyais en face de lui dans son petit bureau décoré par Dubuffet, j’avais des questions, il parlait, je le relançais. J’ai fait ce que j’ai pu pour lui par la suite : invitation d’un mois à l’île de Ré, conférence à la Sorbonne, envoi de caisses de vin de Bordeaux, obtention d’un maigre salaire dans le budget de la revue « Tel Quel » (il figure en tête du premier numéro), livre d’entretiens d’abord diffusés à la radio, etc. J’apporte un électrophone et on écoute du Rameau, et encore du Rameau (c’est son musicien préféré). Ponge, à ce moment-là, est très isolé : mal vu par Aragon en tant qu’ancien communiste non stalinien, tenu en lisière par Paulhan (malgré leur grande proximité), laissé de côté par Sartre, après son essai retentissant sur lui dans « Situations I ». Il est donc encore loin de l’édition de ses œuvres complètes et de la Pléiade, mais le temps fait tout, on le sait. Jusqu’en 1968, idylle. Ensuite, on s’énerve, moi surtout. Raisons apparemment politiques, mais en réalité littéraires (Malherbe, sans doute, mais n’exagérons rien) et métaphysiques (le matérialisme de Lucrèce, pourquoi pas, mais pas sur fond de puritanisme protestant). De façon pénible et cocasse, la rupture se produit apparemment sur Braque (texte critique de Marcelin Pleynet, privilégiant Freud), mais aussi (rebonjour Freud) à cause de mon mariage (sa propre fille est alors à remarier). Il y a, de part et d’autre, des insultes idiotes. A mon avis, à oublier.“

 

 

Philippe Sollers (Bordeaux, 28 november 1936)

Lees meer...

28-11-10

Philippe Sollers, Hugo Pos, Nancy Mitford, Stefan Zweig, Dawn Powell

 

De Franse schrijver Philippe Sollers werd geboren op 28 november 1936 in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Un vrai roman. Mémoires

 

„(François Mauriac)

Il écrit son «Bloc-Notes» assis sur un petit lit, Mauriac, papier sur ses genoux, à l'écoute. Il est incroyablement insulté à longueur de temps, et il y répond par des fulgurations et des sarcasmes (ressemblance avec Voltaire, après tout). Il est très drôle. Méchant? Mais non, exact. Sa voix cassée surgit, très jeune, la flèche part, il se fait rire lui-même, il met sa main gauche devant sa bouche. Homosexuel embusqué ? On l'a dit, en me demandant souvent, une lueur dans l'œil, si à mon égard, etc. Faribole. Mauriac était très intelligent et généreux, voilà tout. Fondamentalement bon. Beaucoup d'oreille (Mozart), une sainte horreur de la violence et de sa justification, quelle qu'elle soit. Les sujets abordés, après les manipulations, les mensonges et les hypocrisies de l'actualité? Proust, encore lui, et puis Pascal, Chateaubriand, Rimbaud. Les écrivains sont étranges: avec Ponge, je suis brusquement contemporain de Démocrite, d'Epicure, de Lautréamont, de Mallarmé. Avec Mauriac, de saint Augustin, des «Pensées», d'«Une saison en enfer».

(...)

 

(Alain Robbe-Grillet)

Dans les péripéties malheureuses et confuses entre cinéma et littérature, l'échec le plus révélateur est quand même celui de Robbe-Grillet. Au début du «nouveau roman», il écrit contre toute image «la Jalousie», ascèse ennuyeuse mais intéressante. Ensuite, il veut filmer ses fantasmes érotiques, et c'est le kitsch. Une telle bouffée de laideur méritait bien une élection à l'Académie française.“

 

 

 

 

Philippe Sollers (Bordeaux, 28 november 1936)

 

Lees meer...

28-11-09

Nancy Mitford, Stefan Zweig, Dawn Powell, Dennis Brutus, Alexander Blok, William Blake, Carl Jonas Love Almqvist, Yves Thériault


De Engelse schrijfster Nancy Mitford werd geboren op 28 november 1904 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: The Pursuit of Love

 

The result was guerrilla warfare at its most exciting. Housemaids are notoriously early risers, and can usually count upon three clear hours when a house belongs to them alone. But not at Alconleigh. Uncle Matthew was always, winter and summer alike, out of his bed by five a.m., and it was then his habit to wander about, looking like Great Agrippa in his dressing-gown, and drinking endless cups of tea out of a thermos flask, until about seven, when he would have his bath. Breakfast for my uncle, my aunt, family and guests alike, was sharp at eight, and unpunctuality was not tolerated. Uncle Matthew was no respecter of other people's early morning sleep, and, after five o'clock one could not count on any, for he raged round the house, clanking cups of tea, shouting at his dogs, roaring at the housemaids, cracking the stock whips which he had brought back from Canada on the lawn with a noise greater than gun-fire, and all to the accompaniment of Galli Curci on his gramophone, an abnormally loud one with an enormous horn, through which would be shrieked "Una voce poco fa"—"The Mad Song" from Lucia—"Lo, here the gen-tel lar-ha-hark"—and so on, played at top speed, thus rendering them even higher and more screeching than they ought to be.

Nothing reminds me of my childhood days at Alconleigh so much as those songs. Uncle Matthew played them incessantly for years, until the spell was broken when he went all the way to Liverpool to hear Galli Curci in person. The disillusionment caused by her appearance was so great that the records remained ever after silent, and were replaced by the deepest bass voices that money could buy.

"Fearful the death of the diver must be,

Walking alone in the de-he-he-he-he-depths of the sea"

or "Drake is going West, lads."

These were, on the whole, welcomed by the family, as rather less piercing at early dawn.

"Why should she want to be married?"

"It's not as though she could be in love. She's forty."

Like all the very young we took it for granted that making love is child's play.

"How old do you suppose he is?"

"Fifty or sixty I guess. Perhaps she thinks it would be nice to be a widow. Weeds, you know."

"Perhaps she thinks Fanny ought to have a man's influence."

"Man's influence!" said Louisa. "I foresee trouble. Supposing he falls in love with Fanny, that'll be a pretty kettle of fish, like Somerset and Princess Elizabeth—he'll be playing rough games and pinching you in bed, see if he doesn't."

"Surely not, at his age."

"Old men love little girls."

"And little boys," said Bob.

"It looks as if Aunt Sadie isn't going to say anything about it before they come," I said.

"There's nearly a week to go—she may be deciding. She'll talk it over with Fa. Might be worth listening next time she has a bath. You can, Bob."

 

 

 

 

nancy_mitford
Nancy Mitford (28 november 1904 – 30 juni 1973)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: Clarissa

 

„Wenn Clarissa in späteren Jahren sich bemühte, ihr Leben zu besinnen, wurde es ihr mühsam, den Zusammenhang zu finden. Breite Flächen schienen wie von Sand überweht und völlig undeutlich in ihren Formen, die Zeit selbst darüberhinschwebend, unbestimmt wie Wolken und ohne richtiges Maß. Von ganzen Jahren wußte sie sich kaum Rechenschaft zu geben, indes einzelne Wochen, ja sogar Tage und Stunden gleichsam wie gestern geschehen noch Gefühl und inneren Blick beschäftigten, manchmal war ihr, mutete es sie an, als hätte sie nur einen geringen Teil mit wachem und beteiligtem Gefühl hingebracht und den andern verdämmert in Müdigkeit oder leerer Pflicht.

Am wenigsten wußte sie im Gegensatz zu den meisten Menschen von ihrer Kindheit. Durch besondere Umstände hatte sie nie ein richtiges Heim und familiäre Umwelt gekannt. Ihre Geburt hatte in dem kleinen galizischen Garnisonstädtchen, dem ihr Vater, damals nur Hauptmann des Generalstabs, zugeteilt war, zufolge einer unglücklichen Verkettung von Umständen der Mutter das Leben gekostet; der Regimentsarzt hatte an der Grippe niedergelegen, durch Schneeverwehung kam der von der Nachbarstadt telegrafisch berufene zu spät, um die dazugetretene Lungenentzündung noch erfolgreich bekämpfen zu können. Mit ihrem um zwei Jahre älteren Bruder wurde Clarissa gleich nach der Taufe in der Garnison zur Großmutter gebracht, einer selbst schon hinfälligen Frau, die mehr Pflege forderte, als sie geben konnte;...“

 

 

 

 

stefan_zweig
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Dawn Powell werd geboren op 28 november 1896 in Mount Gilead, Ohio. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: Dance Night

 

Lamptown hummed from dawn to dusk with the mysterious humming of the Works, the monotonous switching of engines and coupling of cars at the Yard. The freight cars rumbled back and forth across the heart of town. They slid out past the factory windows and brakemen swinging lanterns on top the cars would shout to whatever girls they saw working at the windows. Later, in the factory washroom one girl might whisper to another, "Kelly's in the Yard to-day. Said be sure and be at Fischer's Thursday night."

"Who was firing?" the other would ask, mindful of a beau of her own.

"Fritz was in the cab but I couldn't see who was firing. Looked like that Swede of Ella's used to be on Number 10."

The humming of this town was jagged from time to time by the shriek of an engine whistle or the bellow of a factory siren or the clang-clang of a red street car on its way from one village to the next. The car jangled through the town flapping doors open and shut, admitting and discharging old ladies on their way to a D.A.R. picnic in Norwalk, section workers or linesmen in overalls, giggling girls on their way to the Street Carnival in Chicago Junction. As if hunting for something very important the car rattled past the long row of Lamptown's factory boarding houses, past the Lots, then on into long stretches of low, level hay-fields where farm girls pitched hay, stopping to wave their huge straw hats at the gay world passing by in a street car.

There was grey train smoke over the town most days, it smelled of travel, of transcontinental trains about to flash by, of important things about to happen. The train smell sounded the 'A' for Lamptown and then a treble chord of frying hamburger and onions and boiling coffee was struck by Hermann Bauer's kitchen, with a sostenuto of stale beer from Delaney's back door. These were all busy smells and seemed a 6 to 6 smell, a working town's smell, to be exchanged at the last factory whistle for the festival night odors of popcorn, Spearmint chewing gum, barbershop pomades, and the faint smell of far-off damp cloverfields. Mornings the cloverfields retreated when the first Columbus local roared through the town. Bauer's coffee pot boiled over again, and the factory's night watchmen filed into Delaney's for their morning beer.“

 

 

 

 

Powell
Dawn Powell (28 november 1896 – 14 november 1965)

 

 

 

De Zuidafrikaanse dichter en (oud-)verzetsstijder Dennis Brutus werd geboren op 28 november 1924 in Harare in Zimbabwe. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

 

No Banyan, Only

 

 The quiet wisdom of the body’s peace:

Carnality, in this our carnal world, is all

Bamboo and iron having sealed

Our mundane eyes to views of time and peace.

Now I am strong as stones or trees are strong,

Insensible, or ignorant with vibrant life;

Streams or the air may wash or pass me by

My mind breathes quiet, lying yours along.

(Upon what meat is this man fed

That he is grown so great?

Diet of eloquent delectable accolades

Warm, soft, kindly, sweet and red.)

 

Under no banyan tree I strip no onion skin

To find a néant kernel at the still center:

“A little winter love in a dark corner?”

No, Love (for Chrissake, no) no love, no sin.

 

Sublunary no more, yet more acutely mundane

        now

Man’s fingers claw the cosmos in gestures of

        despair,

Our souls, since Hersey, seek the helix of

        unknowing

Save mine, you-saved, now leafing like a bough.

 

Breaking through theory-thickets I thrust

To this one corpus, one more self

That gives Content and content to an earth

Littered and sterile with ideas and rust.

 

Let alphabetic electrons bloat on Freudian

       excrement,

Our golden bodies, dross-indifferent, count no

       gain,

Finding Gaugin’s eternal island afternoon

And you hibiscus and my continent.

 

Most kindly you and what indeed can be

More most-required than kindliness

In this our shared world? And thus

My thanks for heartsease balm you render me.

 

Animals, perhaps, without merit of their own

—Forgive me Poverello, Paduan, my conceit—

Attain at last such steady ecstasy

As this you give, a gift to make us both your

       own.

 

 

 

 

Brutus
Dennis Brutus (Harare,  28 november 1924)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008.

 

 

 

The Death of Grandfather

 

We waited commonly for sleep or even death.
The instances were wearisome as ages.
But suddenly the wind's refreshing breath
Touched through the window the Holy Bible's pages:

An old man goes there - who's now all white-haired -
With rapid steps and merry eyes, alone,
He smiles to us, and often calls with hand,
And leaves us with a gait, that is well-known.

And suddenly we all, who watched the old man's track,
Well recognized just him who now lay before us,
And turning in a sudden rapture back,
Beheld a corpse with eyes forever closed ...

And it was good for us the soul's way to trace,
And, in the leaving one, to find the glee it's forming.
The time had come. Recall and love in grace,
And celebrate another house-warming!

 

 

 

 

Don't fear death

 

Don't fear death in earthly travels.
Don't fear enemies or friends.
Just listen to the words of prayers,
To pass the facets of the dreads.

Your death will come to you, and never
You shall be, else, a slave of life,
Just waiting for a dawn's favor,
From nights of poverty and strife.

She'll build with you a common law,
One will of the Eternal Reign.
And you are not condemned to slow
And everlasting deadly pain.

 

 

 

 

 

blok
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)

Portret door Konstantin Somov

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008.

 

 

 

JERUSALEM (from 'Milton')

 

AND did those feet in ancient time

Walk upon England's mountains green?

And was the holy Lamb of God

On England's pleasant pastures seen?

 

And did the Countenance Divine

Shine forth upon our clouded hills?

And was Jerusalem builded here

Among these dark Satanic Mills?

 

Bring me my bow of burning gold!

Bring me my arrows of desire!

Bring me my spear! O clouds, unfold!

Bring me my chariot of fire!

 

I will not cease from mental fight,

Nor shall my sword sleep in my hand,

Till we have built Jerusalem

In England's green and pleasant land.

 

 

 

 

 

Blake
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)

Portret door Thomas Phillips

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 november 2008.

 

De Canadese schrijver Yves Thériault werd geboren op 28 november 1915 in Quebec.

 

De Zweedese dichter, schrijver, criticus en reiziger Carl Jonas Love Almqvist werd geboren in Stockholm op 28 november 1793.

28-11-08

Erwin Mortier, Philippe Sollers, Dennis Brutus, Sherko Fatah, Rita Mae Brown, Stefan Zweig, Alexander Blok


De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2007.

 

Uit: Godenslaap

 

'Een deur ging open, van de speelzaal die ik me vaag herinnerde uit vroeger jaren. Het rook er beslapen. De hoge ramen wierpen schuine balken van maanlicht op de vloeren, haalden uit de duisternis het plooienspel van dekens, een mouw, een hand, een hoofd tevoorschijn. Her en der lagen soldaten te slapen, alleen of tegen elkaar aan gekropen. Uit hun schoeisel, dat tegen de speeltafels aan lag waarop hun rugzakken rustten, steeg de lucht op van aarde, zomerse aarde, van tentzeil, geolied staan en gras op naar de zoldering met haar frivole stucwerk, dat sureëel boven de slapende gestalten hing.'

 

 

Aan de dichters

 

Hangen wij nog aan zijden draden
aan een wereld zonder graden vast
en flakkert de lamp van taal

 

in onze knuisten nog altijd zwakke magie?

 

Zijn wij nog immer spreeuwen
die het vlees van krieken klieven
en onverantwoord kleurrijk

 

de bril dichtschijten van het journaille en al
wat maliënkolders of mijters draagt?

 

Wegen wij nog altijd de wereld af
tegen plukken wol, één vrouwenhaar,
gevederte, en noemen wij,

 

onverbeterbaar, de wereld het lichtste?

 

Al zijn tijd en al zijn slachtingen ten spijt:
schateren wij in kieren? Laten wij scharnieren
janken? Vouwen wij vliegers,

 

puntige vliegers uit formulieren?

 

 

 

 

 

Mortier
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

 

 

 

De Franse schrijver Philippe Sollers werd geboren op 28 november 1936 in Bordeaux. In 1959 debuteerde hij met de ontwikkelingsroman Une curieuse solitude die enthousiast werd ontvangen. In de jaren tussen 1960 en 1982 experimenteerde hij zowel op politiek als op literair gebied. (Maoïsme). In 1983 lukte hem met Femmes een bestseller, waardoor hij weer terugkeerde naar het meer traditionele vertellen.

 

Uit: Une vie divine

 

„Ludi est une merveilleuse menteuse. C’est d’ailleurs la phrase que je me suis murmurée au bout de trois ou quatre rencontres : "merveilleuse menteuse". Mère en veilleuse, très bonne menteuse. Il suffit de la voir, là, bien blonde épanouie aux yeux noirs, cheveux courts, avec sa robe noire moulante, sur la terrasse de cet hôtel, en été. Elle est fraîche, bronzée, elle sait qu’elle se montre, elle laisse venir les regards vers elle, elle s’en enveloppe comme d’une soie. Oui, je sais, elle vous dira qu’elle a pris deux kilos et que c’est dramatique, mais non, justement, elle est parfaite comme ça, rebondie, ferme, ses seins, son ventre, ses cuisses évoquent aussitôt de grands lits ouverts. Ah, ce croisement de jambes, ses fesses lorsqu’elle va au bar, sa façon de sortir et de rentrer et de ressortir et de rerentrer son pied de son soulier gauche - la cheville, là, en éclair -, et puis de rester cinq secondes sur sa jambe droite, et de recommencer, rentrer-sortir, rentrer-sortir, comme pour dire j’ai trouvé chaussure à mon pied, et c’est moi, rien que moi, venez vous y frotter si vous croyez le contraire. Son corps se suffit à lui-même et elle n’a pas à s’en rendre compte. Il dit tout ce qu’il y a à dire, mais elle ne pourrait pas le parler“.

 

 

 

 

Philippe_Sollers
Philippe Sollers (Bordeaux, 28 november 1936)

 

 

 

 

 

De Zuidafrikaanse dichter en (oud-)verzetsstijder Dennis Brutus werd geboren op 28 november 1924 in Harare in Zimbabwe. Hij studeerde Engels en pedagogie aan de universiteit van Witwatersrand. Van 1947 tot 1961 was hij leraar Engels en Afrikaans in Port Elizabeth. Vanwege zijn verzetswerk kreeg hij een publicatieverbod en mocht hij ook geen les meer geven. In 1963 werd hij veroordeeld tot 18 maanden dwangarbeid op Robben Island. In 1966 kon hij naar Engeland en later naar de VS emigteren, waar hij aan verschillende universiteiten doceerde.

 

 

On The Beach

 

Seablue sky and steelblue sea

surge in cubist turbulence,

dissolve, reform in fluid light

and cadences of sandsharp breeze;

 

spindrift from sand-dunes tresses down

to inlets where rock-fragments shoal,

seaspray and statice distil the mood

salt-sweet, foamwhite, seaweed-brown.

 

All in this jagged afternoon

where rock, light, sand and sea-air sing,

brown hair and air-live skin complete

this transitory plenitude.

 

 

 

Their Behavior

 

Their guilt

is not so very different from ours:

— who has not joyed in the arbitrary exercise of

        power

or grasped for himself what might have been

        another’s

and who has not used superior force in the

moment when he could,

(and who of us has not been tempted to these

        things?) —

so, in their guilt,

the bare ferocity of teeth,

chest-thumping challenge and defiance,

the deafening clamor of their prayers

to a deity made in the image of their prejudice

which drowns the voice of conscience,

is mirrored our predicament

but on a social, massive, organized scale

which magnifies enormously

as the private dehabille of love

becomes obscene in orgies.

 

 

 

 

 

Brutus
Dennis Brutus (Harare,  28 november 1924)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Sherko Fatah werd geboren op 28 november 1964 in Oost-Berlijn. Zijn vader kwam uit het Iraakse Koerdistan, zijn moeder is Duitse. Zijn jeugd bracht hij door in de DDR, maar hij verbleef ook vaker in het land van zijn vader. In 1975 verhuisde hij naar Wenen, later naar West-Berlijn. Ftah studeerde filosofie en kunstgeschiedenis.Voor zijn roman „Im Grenzland“ ontving hij in 2001 de Aspekte-Literaturpreis. In 2002 kreeg hij de „Ehrenpreis zum Deutschen Kritikerpreis“.

 

Uit: Das Dunkle Schiff

 

Es war ein Sommertag, heiß, aber doch so windig, dass man es nicht wirklich spürte. Wolkenschatten eilten dunkel über die Ebenen und Hänge, als schwebten Luftschiffe durch den tiefblauen Himmel. Vielleicht war es der schönste Tag seines Lebens, nicht des leichten Lichtes und des sanften Windes wegen, nein, an diesem späten, saumselig vergehenden Tag verspürte er ein erstes Mal die tiefe Ruhe, welche die Schönheit gewährt, und erfuhr zugleich ihre Vergeblichkeit.

Um diese Jahreszeit zogen die alten Frauen hinaus, um Heilkräuter zu sammeln. Sie wussten, wann sie für welches Gewächs an einen bestimmten Ort zu gehen hatten. Weit mußten sie nicht hinaufsteigen, nur auf die Hügel. Dort sah er sie, eine kleine Kolonne, die wie so oft schon den nie ganz überwucherten Pfaden folgte. Sie sprachen und lachten laut, hier draußen waren sie endlich ganz unter sich, für ein paar Stunden fern von Räumen und Regeln. Hätten sie umhergeschaut, auch ihnen wäre die Unberührbarkeit der wilden Gräser, der Dolden und der warmen Steine aufgefallen. Doch sie schwenkten ihre Körbe, und ihre farbenfrohen Gewänder wehten im Wind, sie waren zu sehr miteinander beschäftigt. Fast beneidete er sie darum, so selbstvergessen hineingestellt zu sein in den Tag, der wie ein riesiges, geöffnetes Fenster um sie stand. Er lief ihnen nach, als sie hinter den Hügeln verschwanden, nur einfach um sie weiterhin zu sehen, winzig, doch nicht verloren, und blieb auf dem Hügel stehen. Er fühlte nicht mehr die Abgeschiedenheit hier draußen, nicht mehr die rauhe Einöde, er sah die Landschaft wie eine geöffnete Hand. Er atmete schwer. Ich bin noch ein Kind, dachte er kurz, meine Lungen sind nicht weit genug für diesen Tag. Und selbst wenn sie es wären, so ahnte er, dann könnte ich doch niemals weit genug in ihn hineingehen.

 

 

 

Sherko_Fatah
Sherko Fatah (Oost-Berlijn, 28 november 1964)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Rita Mae Brown werd geboren in Hanover, Pennsylvania op 28 november 1944 als dochter van een ongehuwde tienermoeder die haar ter adoptie opgaf aan Ralph en Julia Brown. Rita Mae was leergierig en kon op haar derde al lezen. Op haar elfde verhuisde het gezin naar Fort Lauderdale, Florida, waar Rita Mae de middelbare school bezocht.Na het behalen van haar diploma ging ze in 1962 naar de Universiteit van Florida waar ze politiek actief werd en gedreven campagne voerde voor gelijke rechten en tegen maatschappelijke segregatie van Afro-Amerikanen. Haar sympathie voor figuren als Martin Luther King werd haar niet in dank afgenomen en haar beurs werd ingetrokken. Dit had tot gevolg dat ze de universiteit moest verlaten. Ze vertrok naar New York City waar ze enige jaren in armoede doorbracht, maar uiteindelijk ging studeren aan de New York University.  Ze was actief in de beweging tegen de Vietnamoorlog en richtte in 1967 de Student Homophile League op. Dit was de eerste homoseksuele studentenvereniging in heel Amerika. Ze was bovendien als een van de weinige vrouwen betrokken bij de Stonewall-rellen op 27 juni 1969 in Greenwich Village in New York.  In 1973 publiceert ze haar eerste roman, het semi-autobiografische Rubyfruit Jungle. Het boek werd een groot succes. Het werd een wereldwijde bestseller en een klassieker, waardoor ze een belangrijke rol binnen de homobeweging kon gaan spelen. Nu er was bewezen dat lesbische romans goed konden verkopen, ging Rita Mae zich volledig op het schrijven richten.

 

Uit: Rubyfruit Jungle

 

No one remembers her beginnings. Mothers and aunts tell us about infancy and early childhood, hoping we won't forget the past when they had total control over our lives and secretly praying that because of it, we'll include them in our future.

I didn't know anything about my own beginnings until I was seven years old, living in Coffee Hollow, a rural dot outside of York, Pennsylvania. A dirt road connected tarpapered houses filled with smear-faced kids and the air was always thick with the smell of coffee beans freshly ground in the small shop that gave the place its name. One of those smear-faced kids was Brockhurst Detwiler, Broccoli for short. It was through him that I learned I was a bastard. Broccoli didn't know I was a bastard but he and I struck a bargain that cost me my ignorance.

One crisp September day Broccoli and I were on our way home from Violet Hill Elementary School.

"Hey, Molly, I gotta take a leak, wanna see me?.

"Sure, Broc."

He stepped behind the bushes and pulled down his zipper with a flourish.

"Broccoli, what's all that skin hanging around your dick?"

"My mom says I haven't had it cut up yet."

"Whaddaya mean, cut up?"

"She says that some people get this operation and the skin comes off and it has somethin' to do with Jesus."

"Well, I'm glad no one's gonna cut up on me."

"That's what you think. My Aunt Louise got her tit cut off."

"I ain't got tits."

"You will. You'll get big floppy ones just like my mom. They hang down below her waist and wobble when she walks."

"Notme, I ain't gonna look like that."

"Oh yes you are. All girls look like that."

 

 

 

 

ritamaeBrown
Rita Mae Brown (Hanover, 28 november 1944)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen. Zie ook mijn blog van 28 november 2006.

 

Uit: Verwirrung der Gefühle

 

Ich weiß nicht, wie diese Geschichte zu mir kam. Ich bin nur, dessen entsinne ich mich, am frühen Nachmittage hier lang gesessen, habe in einem Buche gelesen und es dann sinken lassen, hindämmernd in Träumerei, vielleicht auch in leisen Schlaf Und plötzlich sah ich Gestalten hier, und sie glitten die Wand entlang, und ich konnte ihre Worte hören und in ihr Leben sehen.
Doch als ich den Entschwindenden nachblicken wollte, war ich schon wieder wach und allein. Zu meinen Füßen gesunken, lag das Buch. Nun ich es aufhob und nach den Gestalten frug, fand ich darin die Geschichte nicht mehr; es war, als sei sie aus den Blättern in meine Hände gefallen, oder sie war nie darin gewesen.
(...)
Wie soll ich beginnen? Ich fühle, ich muss einen Augenblick aus dem Dunkel herausheben, ein Bild und eine Gestalt, denn so beginnen auch in mir diese seltsamen Träume. Nun entsinne ich mich schon. Ich sehe einen schlanken Knaben, der die breitstufige Treppe eines Schlosses niedersteigt. Es ist Nacht und eine Nacht mit nur mattem Mondlicht, aber ich umfasse wie mit einem erhellten Spiegel jede Kontur seines geschmeidigen Körpers, sehe genau in seine Züge. Er ist außerordentlich schön. Kindhaft gekämmt fallen die schwarzen Haare glatt über die fast überhohe Stirne, und die Hände, die er im Dunkel verbreitet, um die Wärme der durchsonnten Luft tastend zu fühlen, sind sehr zart und edel. Sein Schritt zögert. Verträumt steigt er nieder zu dem großen, mit vielen runden Bäumen rauschenden Garten, durch den wie ein weißer Steg eine einzige breite Chaussee strahlt.

 

 

 

stefanzweig
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg. Zie ook mijn blog van 28 november 2006.

 

 

De blauwe cape

 

Ik heb naar grootheid, naar succes, naar glorie
op deze bitt're aarde niet getaald,
zolang mij jouw gelaat op tafel voor me
in 't simpel lijstje maar heeft toegestraald.

 

't Uur kwam, en jij ging heen, het huis ontstolen.
In nacht wierp ik de ring van goed en kwaad.
In and'rer hand heb jij je lot bevolen,
en ik vergat het wonderschoon gelaat.

 

De dagen vluchtten, één vloek na de ander...
Van drank en hartstocht is mijn leven moe...
En plotseling zag ik jou weer bij het altaar,
en, evenals mijn jeugd, riep ik je toe.

 

Ik riep je, maar je hebt niet omgekeken,
ik huilde, maar je bleef onaangedaan. T
Terneergedrukt sloeg jij je blauwe cape om,
in kille nacht ben jij uit huis gegaan.

Ik weet niet waar je voor je trotse wezen,
jij liefste, tederste, een rustpunt vond...
In droom zie ik de blauwe cape herrezen,
waarin jij in de kille nacht verzwond.

 

Het is te laat voor tederheid, voor glorie,
voorbij is alles, jeugd is heengegaan!
'k Heb jouw gelaat, in 't simpel lijstje voor me
van tafel eigenhandig weggedaan.

 

 

 

 

Vertaald door Frans-Joseph van Agt

 

 

 

 

 

Those born in obscure times

 

Those born in obscure times

Do not remember their way.

We, children of Russia's frightful years

Cannot forget a thing.

 

Incinerating years!, do you bring tidings

of madness or of hope?

The days of war, the days of freedom

Have left a bloody sheen on our faces.

 

There is a muteness - the tocsin bell

Has made us close our lips.

In our hearts, once so ardent,

There is a fateful emptiness.

 

Let the croaking ravens

Take flight above our deathbed -

O Lord, O Lord, may those more worthy than us,

Behold Thy kingdom!

 

September 8, 1914

 

 

 

 

 

 

Blok
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)

 

 

Zie voor meer schrijvers die geboren werden op 28 november ook mijn vorige bericht.

 

 

28-11-07

Erwin Mortier, Stefan Zweig, Alexander Blok, William Blake, Alberto Moravia


De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook mijn blog van 28 november 2006.

 

 

 

Uit: Les Femmes de Barbe-bleue

(Maeterlinck – variaties)

 

3.

Vroeg of laat zal Hij komen.
Zijn tred wakkert de onrust
en de toortsen aan.

Ons kuiken in Zijn stalen ei.
Ons kind in zilveren vliezen.

Hij die elders knapen onthoofdt
en zich tooit met hun bloed
en hun kreten drinkt.

Ons zanikende embryo.

U weet niet hoe zoet,
Mevrouw, het wachten uitvalt
tot Hij komt, vroeg of laat

als een geslagen hond hier
door Zijn ridderzalen dwaalt.

Hoe zoet het is Zijn wonden
af te binden, Zijn schrammen
schoon te spoelen,

Hem te omzwachtelen – onze Getergde
Zoon. Hij daalt de trap af,

Snuift onze lucht op, gromt, begraaft
Zijn hoofd in onze vacht

en jankt zich in slaap in onze rokken.


4.

Op een dag zal Hij zacht en glad
in onze handpalm rusten

-- een kiezel, een opaal, een door
de golven gepolijste drenkeling,

doorzichtig als barnsteen
waarin Zijn doden roerloos grijnzen.

Hoop is alles, Mevrouw.
Ochtendzon en sterrennacht.

Aurora Borealis.

Hoop schittert. De dofheid
van de Hoop is nergens doffer

dan in het land van de Hoop.

Hoop grasgroene Hoop.
Hoop van zilver. Gouden Hoop.

De Nacht van de Hoop straalt
in zijn donker even triomfant

als een middag in juni.

Wat komt u ons hier verlokken,
Mevrouw, met uw stalen wilskracht,
het al bij al vulgaire metaal

van uw Trots?


5.

Hoop kent geen taal.
Zwijg ons over uw landerijen,
de dorst van de zee, de grote groene
weiden, het stralende land, de virulente
lente, het rijpende koren, de roestige
herfst, de jonge boerenknechten,
de talloze de talloze de talloze sterren

en de al te lieflijk kwinkelerende diertjes,
de vogeltjes de vlindertjes, de talloze de talloze
de talloze mieren.

U heeft niets gezien als u niet eerst
onze doodstille binnentuinen betreedt

-- hun roerloze vegetatie,
waar het lover druipt van bloed
of dauw.

 

 

 

erwin_mortier
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 november 2006.

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen.


De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg.

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen.


De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907.

 

 

28-11-06

Stefan Zweig, Erwin Mortier, Alexander Blok, William Blake, Alberto Moravia


Stefan Zweig werd (precies 125 jaar geleden) op 28 november 1881 in Wenen in een welgestelde joodse familie geboren. De familie was niet religieus en Stefan Zweig noemde zich later een "jood door toeval". Al tijdens zijn studie gaf hij gedichten uit die invloed van Rainer Maria Rilke en Hugo von Hofmannsthal laten zien. In 1904 verscheen zijn eerste novelle, waarmee hij zijn grootste roem zou krijgen. Stefan Zweig meldde zich bij het begin van WO I vrijwillig bij de oorlogspers. Het verloop van de oorlog maakte hem echter steeds meer een oorlogstegenstander, wat nog eens versterkt werd door de invloed van zijn vriend, de Franse pacifist Romain Rolland. In 1917 werd Zweig bij zijn dienst bij de oorlogspers vrijgegeven, later helemaal ontslagen. Hij verhuisde naar Zürich, in het neutrale Zwitserland en werkte daar als correspondent voor de Weense Neue Freie Presse en publiceerde ook in de Hongaarse Duitstalige krant Prester Lloyd. Deze bezigheden gebruikte hij om o.a. zijn partijloze mening te uiten.

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog keerde Zweig terug naar Oostenrijk en woonde in Salzburg. Als geëngageerde intellectueel trad Zweig tegen het nationalisme en revanchisme op en bracht zijn idee voor een geestelijk verenigd Europa naar voren. Hij schreef veel in zijn Salzburger tijd: verhalen, drama's en novellen. De historische momentopname "Sternstunden der Menschheit" uit 1927 telt nog steeds als zijn succesvolste boek. Nadat de Nationaal-socialisten in 1933 in Duitsland de macht hadden gegrepen en ook hun invloed in Oostenrijk voelbaar werd, emigreerde Stefan Zweig naar Londen. Bij zijn uitgever in Leipzig mocht Zweig niet meer publiceren. Hij vond echter nog een uitgever in Wenen. In 1936 werden Zwiegs boeken verboden in Duitsland. Zijn eerste huwelijk eindigde in 1938 en in 1939 trouwde hij voor de tweede keer met Charlotte Altmann. Na het uitbreken van WO II nam hij de Engelse nationaliteit aan. Hij verliet Londen en kwam via New York, Argentinië en Paraguay in 1940 in Brazilie terecht. Samen met zijn tweede vrouw koos Zweig op 22 februari 1942 er voor om vrijwillig een einde te maken aan hun leven. Of zoals hij zelf schreef: "aus freiem Willen und mit klaren Sinnen" vanwege zijn treurigheid over de vernietiging van zijn "geistige Heimat Europa".

Uit: Die Schachnovelle

 

„In dieser äußersten Not ereignete sich nun etwas Unvorhergesehenes, was Rettung bot, Rettung zum mindesten für eine gewisse Zeit. Es war Ende Juli, ein dunkler, verhangener, regnerischer Tag: ich erinnere mich an diese Einzelheit deshalb ganz genau, weil der Regen gegen die Scheiben im Gang trommelte, durch den ich zur Vernehmung geführt wurde. Im Vorzimmer des Untersuchungsrichters musste ich warten. Immer musste man bei jeder Vorführung warten: auch dieses Wartenlassen gehörte zur Technik. Erst riss man einem die Nerven auf durch den Anruf, durch das plötzliche Abholen aus der Zelle mitten in der Nacht, und dann, wenn man schon eingestellt war auf die Vernehmung, schon Verstand und Willen gespannt hatte zum Widerstand, ließen sie einen warten, sinnlos-sinnvoll warten, eine Stunde, zwei Stunden, drei Stunden vor der Vernehmung, um die Seele mürbe zu machen. Und man ließ mich besonders lange warten an diesem Donnerstag, dem 27. Juli, zwei geschlagene Stunden im Vorzimmer stehend warten; ich erinnere mich auch an dieses Datum aus einem bestimmten Grunde so genau, denn in diesem Vorzimmer, wo ich - selbstverständlich, ohne mich niedersetzen zu dürfen - zwei Stunden mir die Beine in den Leib stehen musste, hning ein Kalender, und ich vermag Ihnen nicht zu erklären, wie in meinem Hunger nach Gedrucktem, nach geschriebenem ich diese eine Zahl, diese wenigen Worte 27. Juli an der Wand anstarrte und anstarrte; ich fraß sie gleichsam in mein Gehirn hinein. Und dann wartete ich wieder und wartete und starrte auf die Tür, wann sie sich endlich öffnen würde, und überlegte zugleich, was die Inquisitoren mich diesmal fragen könnten, und wusste doch, dass sie mich etwas ganz anderes fragen könnten, als worauf ich mich vorbereitete.“

 

 

 

zweig_B
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)

 

Erwin Mortier werd geboren op 28 november 1965. Hij groeide op in Hansbeke, een dorpje aan de zuidergrens van het Meetjesland en deelgemeente van Nevele. Mortier studeerde kunstgeschiedenis in Gent en behaalde daarnaast het diploma van psychiatrisch verpleegkundige. Van 1991 tot 1999 was hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Dr. Guislain Museum, waar hij werkte aan de geschiedenis van de psychiatrie. In deze periode publiceerde hij in diverse tijdschriften als De Gids, De Revisor, Het nieuwe Wereldtijdschrift en Optima. Vanaf 1999 leeft hij uitsluitend van zijn pen. Hij debuteerde met de roman Marcel (1999), ondermeer bekroond met de Gerard Walschapprijs, de Van Der Hoogtprijs en het Gouden Ezelsoor voor het beste debuut. In 2000 verscheen zijn tweede roman, Mijn tweede huid, genomineerd voor onder andere de Libris Literatuurprijs en De Gouden Uil. De dichtbundel Vergeten licht (2001) ontving de C. Buddingh’-prijs. In 2002 volgde de derde roman Sluitertijd, genomineerd voor de AKO-literatuurprijs, en de essaybundel Pleidooi voor de zonde. Zijn werk verschijnt in vertaling in Duitsland, Frankrijk, Engeland en Bulgarije. Begin 2004 werd Mortier voor een periode van twee jaar als stadsdichter benoemd van de stad Gent. Hij geldt als een “postmodernist”.

Algemene Mobilisatie

Geef ten laatste maandag al uw namen af
bij de ambtenaar der ongeboorten.

Vergeet uw koosnaam niet, noch de naam
waarmee men u bespotte.

Meld de namen van uw zonen. De namen
op uw vaders graf. De namen die uw moeder

gaf aan dingen die niet werkten.

Tel de namen van de dagen, de namen
die in lagen de vergane mantels maken

van de doden slapend in uw vel.

Vergeet de namen niet voor morgen,
schrijf ze over en verbrand ze. Tel de namen

die nog resten op uw vingers,
tel uw vingers af.

De naam van God, de naam die het lot
u verschafte. De naam van de hel

en van de hemel. De naam van uw armen.
Neus lippen buikvlies pancreas.

Sta al uw namen af.
Wacht dan, uitgeteld.

U krijgt van ons wat wisselgeld
en passend schoeisel.

 

 

ERWIN_MORTIER
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Alexander Blok behoorde tot de dichters die zich ten tijde van het symbolisme meer toelegden op de eigen gevoelens. Hun poëzie kenmerkte zich door veel aandacht voor stemmingen, ‘beschrijvingen’ van gevoelens en indrukken en waren tegelijkertijd lyrisch en associatief van aard. Door deze benadrukking van het gevoel behoorden zij tot de voorlopers van het expressionisme, wat pas enkele jaren later (h)erkend werd. Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg in een academisch en literair milieu, studeerde rechten en letteren, en publiceerde regelmatig. Hij stierf in 1921.

Nacht

Nacht, straten, apotheek, lantaren, 

Een zinloos schijnsel in de mist.

Al leef je nog eens twintig jaren -  

Geen uitweg - alles is beslist.

 

Je sterft en wordt opnieuw geboren,

Alles herhaalt zich vroeg of laat:

Rimpels in het kanaal bevroren,

Nacht, apotheek, lantaren, straat

Vert. Marja Wiebes en Margriet Berg

 

Herfstelegie

 

Traag komt ook deze herfstdag weer ten einde,

Traag dwarrelen de gele blaren neer,

De dag is helder, fris, de hemel wonderteer –

De ziel ontkomt niet aan ‘t onzichtbare verkwijnen.

 

Zo wordt ze steeds wat ouder, elke dag,

En elk jaar met het vallen van de blaren

Komt het je voor alsof in vroeger jaren

Je nooit zo’n diep mistroostig najaar zag.

 

 

 

ABLOK~1
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)

 

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Blake groeide op in een warm en onconventioneel middenstandsgezin in Londen. Zijn vader James was van Ierse afkomst en heette eigenlijk O'Neill. De jonge William was een obstinate jongen; hij ging niet naar school en ontving zijn opleiding grotendeels van zijn moeder. Hij las alles wat los en vast zat, waaronder Shakespeare, Milton, Ben Jonson en de bijbel en deed ook de nodige kennis op van Frans, Italiaans, Latijn, Grieks en Hebreeuws. Als spoedig werd zijn artistieke talent herkend en aangemoedigd. Ook bleek hij een mystieke inslag te hebben en zag visioenen, waardoor hij zich in zijn latere leven ook zou laten leiden. Hoewel zijn mystieke inslag leidde tot met veel symboliek beladen en vaak duister werk, waarin hij een eigen mythologie ontwikkelde, verscheen in 1789 zijn Songs of Innocence met eenvoudige lyrische gedichten. In 1794 werd hier in een heruitgave Songs of Experience aan toegevoegd. Zijn belangrijkste prozawerk, met gravures, The Marriage of Heaven and Hell ontstond in 1790. In dit werk uit zich zijn verlangen naar vrijheid. De erin opgenomen Proverbs of Hell bevatten een beknopte weergave van zijn levens- en kunstbeschouwing; zijn revolutionaire ideeën verwoordde hij in The French Revolution (1791), America (1793) en Visions of the Daughters of Albion (1793). In zijn latere werken als Milton (1804-1808) en Jerusalem (1804-1820) maakte zijn wanhoop plaats voor een filosofie waarin de redding wordt gezien in liefde en vergeving.

 

The Divine Image

 

To Mercy, Pity, Peace, and Love,
All pray in their distress,
And to these virtues of delight
Return their thankfulness.

 

For Mercy, Pity, Peace, and Love,
Is God our Father dear;
And Mercy, Pity, Peace, and Love,
Is man, His child and care.

 

For Mercy has a human heart;
Pity, a human face;
And Love, the human form divine:
And Peace the human dress.

 

Then every man, of every clime,
That prays in his distress,
Prays to the human form divine:
Love, Mercy, Pity, Peace.

 

And all must love the human form,
In heathen, Turk, or Jew.
Where Mercy, Love, and Pity dwell,
There God is dwelling too.

 

 

 

blake
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)

 

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Hij kwam uit een welgestelde familie. Moravia slaagde er niet in zich regelmatig met school bezig te houden omdat hij op negenjarige leeftijd werd getroffen door een ernstige vorm van bottuberculose. Hierdoor was hij gedwongen zich meer dan vijf jaar lang roerloos en in bed te houden. Hij was een slimme jongen, en omdat hij niet het normale leven van jongens van zijn leeftijd kon leiden, had hij veel tijd om te lezen. Hij las met zeer veel toewijding en diepgewortelde passie en bouwde zo voor zichzelf aan een sterke literaire basis. Enkele van zijn favoriete auteurs waren Fjodor Dostojevski, James Joyce, Carlo Goldoni, Shakespeare, J.-B.P. de Molière en Mallarmé. Hij leerde zeer makkelijk Frans en Duits en begon met het schrijven van poëzie in het Frans en in het Italiaans. In 1929 is Moravia er zonder veel moeite in geslaagd zijn eerste roman uit te geven op zijn eigen kosten bij de Milanese uitgever Alpes. Deze roman heette Gli indifferenti (De onverschilligen). De roman werd direct goed ontvangen en kreeg goede recensies. Hij werd beschouwd als één van de meest interessante experimenten van het Italiaans verhalend proza van die tijd. Tijdens WO II schreef Moravia uit lijfsbehoud met name surrealistische en allegorische verhalen. Desalniettemin verviel hij in ongenade bij het fascistische regime. Na de val van Mussolini, in de roerige jaren 1943-1945, woonde hij met zijn vrouw in het dorpje Ciociaria, waarover hij later de roman La ciociara schreef.

 

Uit: De Onverschilligen (1929)

 

“Een ogenblik zat ze zo onbeweeglijk, met haar ogen naar de grond. 'Nu begint er werkelijk een nieuw leven,' dacht ze ten slotte, ze hief haar hoofd op, en het was of die rustige, nietsvermoedende kamer, die oude, domme gewoontes een levende, bijna menselijke aanwezigheid vormden, iets duidelijk omlijnds, dat ze nu op een ongehoorde manier ging verraden. 'Binnenkort... nemen we afscheid, voorgoed,' zei ze tegen zichzelf, met een droevige, zenuwachtige vreugde, en wuifde van haar bed af de dingen toe, als van een uitvarend schip. Wilde, onbestemde, dreigende fantasieen gingen door haar hoofd, een noodlotsketen scheen de gebeurtenissen te verbinden. 'Is dat niet vreemd?' dacht ze, 'morgen zal ik me aan Leo geven en een nieuw leven beginnen, en morgen is de dag waarop ik geboren ben;' Ze dacht aan haar moeder: 'En het is met jouw man, mama, met jouw man dat ik dat zal doen.' Ook dit verwerpelijke gegeven, de rivaliteit met haar moeder, was haar naar de zin. Alles moest gemeen, laag, smerig zijn, zonder liefde of sympathie, niets dan doem en ondergang: 'Een onhoudbaar schandaal van mijn leven maken,' dacht ze, 'mezelf kapot maken, eens voor al...'

 

 

 

Moravia
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)