12-09-15

Werner Dürrson, Gust Van Brussel, Marya Zaturenska, Stanislaw Lem, Elsa Triolet

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog en ook mijn blog van 12 september 2010.

 

Zweiter Psalm (Entwurf)
Jauchzet frohlocket ihr Wasser


Höret die Klärschlammverordnung / ihr
Schwestern Brüder / die tröstliche
Schadstoffpunktebewertungstabelle
mit ihren Sanierungsgrenzwerten

Nämlich bloß Scheiße zu sagen / da
macht ihr es euch / verehrte Ver-
schmutzer / zu leicht / und wenig
getan damit ist sie hinunterzuspülen

Hört her / wir haben die Grundstücks-
entwässerungsanlagen mit Anschluß
und Abfluß der Abwässer / haben die
Anschlußkanäle bei Tag und Nacht
das Klärwasserwerk mit seinen Schlamm-
behandlungsanlagen (nicht nur für den
Blähschlamm) seinen Schlammbeseitigungs-
und -verwertungsstätten

Beachtet die Vorfluter / wißt um die
Schlammzentrifugen die Absetz- Aus-
gleichs- Umwälzbecken samt Schwapp-
schutz / bedenkt die Erdfaulbecken
mit ihrer Oberflächenbeschickung
samt Ölabstreife / vertraut den
Kletterrechen den Käfigwalzen und
Kessener-Bürsten den Sandfiltern
Sickerschächten / der Adsorbierung
durch Aktivkohle liebe Verschmutzer

Seht / wir haben die Adsorptions-
kinetik den Rutschbettadsorber
die Algen-Phosphor-Elimination
die Aluminium-Phosphat-Fällung
desgleichen die Ammoniak-Desorption
wir haben die Hyperfiltrationen
samt den Verdünnungsverfahren radio-
aktiver Wässer die Naßverbrennung
haben die Aufbereitungsanlagen
zur Wiederverwertung von Detergentien
Emulgatoren und Dispergatoren

Und seht / wir haben das Wieder-
belebungsverfahren / so die Beatmung
des Wassers mit Oxigenium durch
Unterwassermaschinen (Ozon!) der
Rotatorien / der Flotation
Und so erhebt euch / ihr Brüder
Schwestern aus eurer Trübnis / ent-
steigt euren Sümpfen / wenig getan
wäre bloß von Scheiße zu reden und
vom Gestank getrübter Gewässer

bedenkt die Becken zur kombinierten
Sedimentation / zur biologisch-
physikalischen wie auch chemischen
Fällung und Flockung und / nicht zu
vergessen / das Drei-Schlamm-Belebungs-
verfahren sowie den Festbettadsorber
des Ionenaustauschverfahrens

schließlich
hört von den Wachstumskurven der
stoffumwandelnden Bakterienkulturen
die Abwasserfischteiche seht mit
ihren Erträgen und nicht zuletzt die
effektive Verregnung der Becken

Steigt auf aus euren Sümpfen verehrte
Verbraucher / Brüder Schwestern / und

ihr Wasser jauchzet frohlocket.

 

 
Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

Lees meer...

12-09-11

Hannes Meinkema, Gust Van Brussel, Stanislaw Lem, Marya Zaturenska, Elsa Triolet

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hannes Meinkema werd op 12 september 1943 geboren in Tiel. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Hannes Meinkemaop dit blog.

 

Uit: En dan is er koffie

 

„Ze steekt haar hand uit, ze is niet nerveus, ze drukt op de bel.
‘Dag’, zegt ze als juffrouw Bussemaker opendoet. ‘Ik moest maar eens langskomen, en hier ben ik. Kom ik gelegen?’
Juffrouw Bussemaker heeft een spijkerbroek aan, met een blauwgeruite blouse erop en een leren riem om haar taille. Ze ziet er jong uit.
‘Natuurlijk kom je gelegen. Kom binnen, Arja,’ zegt ze vriendelijk. Het staat haar goed, een spijkerbroek. Ze heeft mooie benen, ziet Arja als ze achter haar aan naar de kamer loopt.
‘Wat een mooie kamer.’
Juffrouw Bussemaker kijkt haar even aan.
‘Je mag wel je zeggen. Ik heet Marion.’
Een golf van blijdschap gaat door Arja heen. Dat had ze al gehoopt, dat Marion dat zou aanbieden.“

 

 

Hannes Meinkema (Tiel, 12 september 1943)

Cover

Lees meer...

12-09-10

Michael Ondaatje, Werner Dürrson, James Frey, Louis MacNeice, Eduard Elias, Hannes Meinkema, Gust Van Brussel, Stanislaw Lem, Marya Zaturenska, Elsa Triolet

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 12e september mijn blog bij seniorennet.be 

  

Michael Ondaatje, Werner Dürrson, James Frey, Louis MacNeice, Eduard Elias

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 12e september ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag.  

 

Hannes Meinkema, Gust Van Brussel, Stanislaw Lem, Marya Zaturenska, Elsa Triolet

 

12-09-09

Michael Ondaatje, Werner Dürrson, James Frey, Gust Van Brussel, Hannes Meinkema, Stanislaw Lem


De Canadese schrijver Philip Michael Ondaatje werd op 12 september 1943 geboren in Colombo, Ceylon (nu Sri Lanka). Toen zijn ouders op zijn negende scheidden, verhuisde hij samen met zijn moeder, broer en zus naar Londen. In Engeland ging hij naar het Dulwich College. Op negentienjarige leeftijd verhuisde hij naar Canada. Zijn broer Christopher leefde toen al enkele jaren in Montreal. Hij haalde een licentie in Engels en geschiedenis aan de Bishop's University in Lennoxville, enkele jaren later zou hij zelf professor worden. Hij las grote dichters als Browning, Elliot en Yeats en kwam in contact met hedendaagse Engelse dichters als D.G. Jones. Het waren zijn ideeën dat Canada geen literaire traditie had, dat Ondaatje aanzette om te schrijven. In 1967 verscheen zijn eerste gedichtenbundel The Dainty Monsters, waarvan de titel afkomstig is van een gedicht van Baudelaire. In 1978 reisde Michael Ondaatje naar Sri Lanka om vijf maanden bij zijn familie te verblijven. De impressies die hij hieraan overhield vinden deels hun weerslag in Ondaatje's dichtbundel There's A Trick With A Knife I'm Learning To Do, maar vooral in Running In The Family, zijn enige autobiografische roman.Tien jaar later publiceerde hij In The Skin Of A Lion, waarin een gedetailleerd beeld wordt gegeven van het Toronto van de vroege jaren '20. In vele opzichten vormt dit werk één geheel met zijn volgende en tevens bekendste roman The English Patient.

 

Uit: Anil's Ghost

 

“She arrived in early March, the plane landing at Katunayake airport before the dawn. They had raced it ever since coming over the west coast of India, so that now passengers stepped onto the tarmac in the dark.

By the time she was out of the terminal the sun had risen. In the West she'd read, The dawn comes up like thunder, and she knew she was the only one in the classroom to recognize the phrase physically. Though it was never abrupt thunder to her. It was first of all the noise of chickens and carts and modest morning rain or a man squeakily cleaning the windows with newspaper in another part of the house.

As soon as her passport with the light-blue UN bar was processed, a young official approached and moved alongside her. She struggled with her suitcases but he offered no help.

'How long has it been? You were born here, no?'

'Fifteen years.'

'You still speak Sinhala?'

'A little. Look, do you mind if I don't talk in the car on the way into Colombo -- I'm jet-lagged. I just want to look. Maybe drink some toddy before it gets too late. Is Gabriel's Saloon still there for head massages?'

'In Kollupitiya, yes. I knew his father.'

'My father knew his father too.'

Without touching a single suitcase he organized the loading of the bags into the car. 'Toddy!' He laughed, continuing his conversation. 'First thing after fifteen years. The return of the prodigal.'

'I'm not a prodigal.'

An hour later he shook hands energetically with her at the door of the small house they had rented for her.

'There's a meeting tomorrow with Mr. Diyasena.'

'Thank you.'

'You have friends here, no?'

'Not really.'

Anil was glad to be alone. There was a scattering of relatives in Colombo, but she had not contacted them to let them know she was returning. She unearthed a sleeping pill from her purse, turned on the fan, chose a sarong and climbed into bed. The thing she had missed most of all were the fans. After she had left Sri Lanka at eighteen, her only real connection was the new sarong her parents sent her every Christmas (which she dutifully wore), and news clippings of swim meets. Anil had been an exceptional swimmer as a teenager, and the family never got over it; the talent was locked to her for life. As far as Sri Lankan families were concerned, if you were a well-known cricketer you could breeze into a career in business on the strength of your spin bowling or one famous inning at the Royal-Thomian match. Anil at sixteen had won the two-mile swim race that was held by the Mount Lavinia Hotel.”

 

 

 

ondaatje
Michael Ondaatje (Colombo, 12 september 1943)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Van 1953 tot 1955 volgde hij een opleiding tot muziekleraar in Trossingen. In 1957  behaalde hij alsnog zijn gymnasiumdiploma en aansluitend studeerde hij germanistiek, romanistiek en muziekwetenschappen in München und Tübingen. In 1962 promoveerde hij in Tübingen. Van 1962 tot 1968 was hij docent Duitse Taal– en Literatuur aan de universiteit van Poitiers en van 1968 tot 1978 aan een privé-instituut in Zürich. Daarna werkte hij als zelfstandig schrijver en vertaler in Oberschwaben en Parijs. Hij schreefgedichten, verhalen en essays. In Frankrijk onderging hij de invloed van surrealisten als Max Ernst en René Char

 

 

 

Unter Bäumen

 

 

Tröstlich die Fichten.

In ihrem Lidschatten zu

ichten, zu dichten

 

Anders die Buchen

blaudurchleuchteter Wald: wie

da Wörter suchen –

 

Im Park die Eiben

lassen mir Zeit, Verse um-

und umzuschreiben

 

Unter der Eiche

ein Gedankenblitz, den ich

fasse, dann streiche

 

Die echten Tannen

windverschwistert, schicken mich

schweigsam von dannen

 

Unter den Linden:

wie bei soviel Blätterschwall

noch Worte finden –

 

Am Fluß die Erlen

ließen zu guter Stunde

die Zeilen perlen

 

Holunder im Mai:

Zur Stunde des Strauchelns ein

Verszeilenwunder

 

Am Apfelbaum kaum,

auch am Birn-, am Kirschbaum nicht

gedeiht mein Gedicht

 

Schrieb A-Horn, B-Horn,

C-Horn, suchte nach Deinem,

triebs wieder von vorn

 

Daß ich die Weide

meide, wen wunderts, wenn ich

ohne sie leide –

 

Höre mich, Föhre:

Als harzige Kiefer reimt

sich`s tiefer, schiefer

 

Ach der Wacholder!

Stichhaltiges Wort macht das

Haiku nicht holder

 

Jaja, die Espe

alias Zwitterpappel,

mir fremd, die Lesbe

 

Frankreichs Platanen

wie´s im Herbst ihre Blätter

treiben, beschreiben

 

Sterbende Ulme,

wie fang ich dich auf mit wurm-

stichigen Silben –

 

Tut mir leid, lichte

Birke, wenn ich für dich kein

Dunkel bewirke

 

Was soll mir, kühle

Akazie, sag, deine

Pseudo-Grazie

 

Am Bach, ihr Eschen

Wolframs. Vielblättrig auch ich.

Wortdreschen im Wind.

 

Lärche, verballhornt

meinem Tirili lausche,

genannt Poesie

 

Nicht jeder Zeder

entlocke ich Daktylen

(eigentlich keiner)

 

Doch Roms Pinien-

hochmut ließ mich (vorüber-

gehend) verstummen

 

Unvergessen vor

Arles das Windharfenspiel van

Goghscher Zypressen.

 

 

 

 

 

 

duerrson
Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Frey werd geboren op 12 september 1969 in Cleveland.

 

Uit: A Million Little Pieces

 

„I wake to the drone of an airplane engine and the feeling of something warm dripping down my chin. I lift my hand to feel my face. My front four teeth are gone, I have a hole in my cheek, my nose is broken and my eyes are swollen nearly shut. I open them and I look around and I'm in the back of a plane and there's no one near me. I look at my clothes and my clothes are covered with a colorful mixture of spit, snot, urine, vomit and blood. I reach for the call button and I find it and I push it and I wait and thirty seconds later an

Attendant arrives.

How can I help you?

Where am I going?

You don't know?

No.

You're going to Chicago, Sir.

How did I get here?

A Doctor and two men brought you on.

They say anything?

They talked to the Captain, Sir. We were told to let you sleep.

How long till we land?

About twenty minutes.

Thank you.

Although I never look up, I know she smiles and feels sorry for me. She shouldn't.

A short while later we touch down. I look around for anything I might have with me, but there's nothing. No ticket, no bags, no clothes, no wallet. I sit and I wait and I try to figure out what happened. Nothing comes.

Once the rest of the Passengers are gone I stand and start to make my way to the door. After about five steps I sit back down. Walking is out of the question.

I see my Attendant friend and I raise a hand.

Are you okay?

No.

What's wrong?

I can't really walk.

If you make it to the door I can get you a chair.

How far is the door?

Not far.

I stand. I wobble. I sit back down. I stare at the floor and take a deep breath.

You'll be all right.

I look up and she's smiling.“

 

 

 

 

james-frey
James Frey (Cleveland, 12 september 1969)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster  Hannes Meinkema werd op 12 september 1943 geboren in Tiel. Zie ook mijn blog van 12 september 2006.

 

Uit: Het binnenste ei

 

"Joost zit daar zijn krant te lezen en ik ben blij met hem. Zijn haar is aan de lange kant, zijn krullen steken horizontaal uit zijn hoofd. Ik ben trots als ik met hem op straat loop: alle meisjes kijken, Joost is een knappe jongen. Waarom heb je mij getrouwd, vroeg ik, ik ben zo onopvallend. Om de kuiltjes in je wangen als je lacht, zei hij - en ik lach veel als hij er is, ik lach nu hoewel hij niet naar me kijkt, ik lach omdat Joost me door met me te trouwen, de kans gegeven heeft een echt volwassenmensen-leven te leiden."

(...)

"Ik weet het niet met Max. Soms denk ik hij is aardig, maar dan weer lijkt het of ik alleen de oppervlakte zie, dat hij daar onder al die tijd zijn eigen dingen denkt. Ik ken hem niet. [...] Zijn manier van spreken is precieus. Ja, zegt hij dan, nu word ik wel heel persoonlijk - en komt met iets gewoons. Of: ik weet niet waarom ik er lust in heb je dit te vertellen - en ik denk: lust. Maar hij is niet iemand om in vertrouwen te nemen, dat zie ik wel."

 

 

 

 

Meinkema
Hannes Meinkema (Tiel, 12 september 1943)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Gust Van Brussel werd geboren in Antwerpen op 12 september 1924.

 

Uit: De helm van Parsival

 

De jonge Oostenrijkse soldaat Johan Marthaler had geen greep meer op de realiteit. Zijn leven sijpelde weg, terwijl de boot op en neer ging in de golven. De storm gierde. De planken van de kajuit kraakten. Hij lag vast- gebonden op een brits. In Polen was hij haast een held geweest. Het bleef in zijn kop rondspoken. Wat in die kleine Poolse kerk gebeurd was, had niemand kunnen voorzien. Omdat het allemaal zo vlug gebeurde. Uit de deur van de sacristie viel een schot. In een flits zag hij hoe de polak aanlegde. Hansel viel achterover met een kogel in zijn kop. Wat kon je meer doen dan zorgen datje niet bij Hansel op de vloer terechtkwam? Kerk of geen kerk. Toen hij vuurde, zag hij de Pool neervallen en bloed spuwen! Op enkele meters voor hem! Zeg me watje doen moet, als het om je vel gaat! Dat moet de Pfarrer dan maar eens verklaren! Een Pfarrer weet niet wat er in je omgaat op dat moment. Het gebeurt in je buik, in je borst, in je armen en benen. Het heeft niks te maken met je vaderland. Dat is je reinste larie. Als hij het zo op de hoeve vertelde, zou zijn vader voorzeker knorren ach- ter zijn pijp. Met zijn kleine ogen. Daar bleef je beter onderuit. Hij zou nooit een echte zoon zijn voor hem. Gott mit Uns! Enkele jaren terug spuwde hij Hitier nog uit. Toen verdachten vele Oostenrijkers Hîtler ervan de hand te hebben gehad in de moord op Dollfuss. Dat herinnerde hij zich nog heel precies. Na de Anschluss werd het anders. Toen stond zijn vader met zijn grote bek open, stil voor dat tieren van die man. Dat was zijn leider.“

 

 

 

 

VanBrussel
Gust Van Brussel (Antwerpen, 12 september 1924)

 

 

 

 

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 12 september 2007 en ook mijn blog van 12 september 2008.

 

 

 

De Poolse schrijver Stanislaw Lem werd geboren op 12 september 1921 in Lwów. Zie ook mijn blog van 12 september 2006.  

 

12-09-08

James Frey, Gust Van Brussel, Mary Stewart, Hannes Meinkema, Stanislaw Lem


De Amerikaanse schrijver James Frey werd geboren op 12 september 1969 in Cleveland. Zie ook mijn blog van 12 september 2007.

 

Uit: My Friend Leonard

 

On my first day in jail, a three hundred pound man named Porterhouse hit me in the back of the head with a metal tray. I was standing in line for lunch and I didn't see it coming. I went down. When I got up, I turned around and I started throwing punches. I landed two or three before I got hit again, this time in the face. I went down again. I wiped blood away from my nose and my mouth and I got up I started throwing punches again. Porterhouse put me in a headlock and started choking me. He leaned towards my ear and said I'm gonna let you go. If you keep fighting me I will fucking hurt you bad. Stay down and I will leave you alone. He let go of me, and I stayed down.

I have been here for sixty-seven days. I live in Men's Module B, which is for violent and felonious offenders. There are thirty-two cells in my module, thirty-two inmates. At any given time, there are between five and seven deputies watching us. All of us wear blue and yellow striped jumpsuits and black, rubber-soled slippers that do not have laces. When we move between rooms we walk through barred doors and metal detectors. My cell is seven feet wide and ten feet long. The walls are cement and the floor is cement and the bed is cement, the bars iron, the toilet steel. The mattress on the bed is thin, the sheets covered with grit. There is a window in my cell it is a small window that looks out onto a brick wall. The window is made of bulletproof glass and there are bars on both sides of it. It affords me the proper amount of State required sunlight. Sunlight does not help pass time, and the State is not required to provide me anything that helps pass time.

My life is routine. I wake up early in the morning. I brush my teeth. I sit on the floor of the cell I do not go to breakfast. I stare at a gray cement wall. I keep my legs crossed my back straight my eyes forward. I take deep breaths in and out, in and out, and I try not to move. I sit for as long as I can I sit until everything hurts I sit until everything stops hurting I sit until I lose myself in the gray wall I sit until my mind becomes as blank as the gray wall. I sit and I stare and I breathe. I sit and I stare.
I breathe.”

 

 

 

 

james_frey
James Frey (Cleveland, 12 september 1969)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Gust Van Brussel werd geboren in Antwerpen op 12 september 1924. Van Brussel volgde Grieks-Latijnse humaniora, maar moest vanwege de Tweede Wereldoorlog zijn studie stopzetten. Hij werd bediende en klom op tot hoofd van de Public Relations van een bekende bank in Antwerpen. Hij organiseerde talloze belangrijke evenementen, tentoonstellingen, concerten en prijskampen en realiseerde de uitgave van verschillende unieke boeken. In 1957 debuteerde hij met maar liefst zes dichtbundels tegelijk. Sindsdien publiceerde hij talrijke andere boeken waaronder een tiental romans en drie science-fictionboeken.

 

Uit: Keizer Sus den eerste

 

“Er zat een stijve bries. Zo noemen ze dat in de zeemanstaal aan de jachthaven. Vroeger was dat een oord waar uitsluitende rijke boggers kwamen, mensen met poen, die zich een boot konden permitteren.
Daar ziet ge nog de relikwieën van de sjieke chalet van de jachthaven. Want de Antwerpse jachthaven heeft haar helden, die als een baron de Gerlache vroeger alle zeeën bevaren hebben, tot in het ijs van Nova Zembla toe. Dat was de tijd van de aristocratie, van de zeemanskunst grote klasse. Als ge alleen maar met een kromme rug aan een paar roeispanen kon trekken, had ge niet de minste kans om er binnen te geraken.
Ge waart daar vroeger trouwens niet zo graag gezien als ge niet tot de clan behoorde.
Nu is dat ondertussen veel democratischer geworden. Hoewel er toch een elite van waternoblesse gebleven is. Als ge ze mocht geloven zijn die met hun dure zeilboten, zelfs met zware wind,
tot in't Kattegat geraakt. 't zal wel meer Sluis zijn geweest, maar kom ge moet die mensen maar hunne stoef gunnen.
De top van de zeemanskunde werd natuurlijk gevormd door de allerlaatste kapiteins, die nog rond Kaap Hoorn gevaren hadden met een zeilboot. De Cape Horners, die van orkanen en ijsbergen nogal wat meer wisten dan een sjamfoeter, die het over een straffe storm had met baren van zo hoog! Maar de Cape Horners, dat waren nog eens mannen met baarden geweest! Voor zo'n kastaars waart ge toch maar een triestige Tist als ge niet tussen donder en bliksem over huizenhoge golven had gevaren. Met zo'n zeebonken moest ge 't minstens over windkracht 12 hebben, of ge mocht niet meespreken. Van de top van een tsunami naar de diepten waar alleen bathyscafen durven komen, naar beneden duiken, dat was weinig zeebonken gegeven. Meestal hadden ze het in die heldenverhalen over een onverschrokken kapitein, die ze vroeger gekend hadden, want van die hele echte, schoten ze niet veel meer over.”

 

 

 

 

vanbrussel
Gust Van Brussel (Antwerpen, 12 september 1924)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Mary Stewart werd geboren op 12 september 1916 in Sunderland als Mary Florence Elinor Rainbow . Nadat zij haar Master of Arts Degree van de universiteit van Durnham behaald had onderwees zij daar Engels tot 1945 totdat zij trouwde met Sir Frederick Stewart. Tien jaar later verscheen haar eerste roman „Madam, will you talk?“. Sindsdien schreef zij meer dan twintig romans, hoorspelen en kinderboeken. Veel van haar werk werd verfilmd. In 1961 won zij voor „My Brother Michael“ de Crime Writers Association Silver Dagger. Haar drie beroemdste boeken „The Crystal Cave“ (1970), „The Hollow Hills“ (1973) en The Last Enchantment“ (1979) draaien om koning Arthur en de tovenaar Merlijn.

 

Uit: Madam, Will You Talk?

 

“The whole affair began so very quietly. When I wrote, that summer, and asked my friend Louise if she would come with me on a car trip to Provence, I had no idea that I might be issuing an invitation to danger. And when we arrived one afternoon, after a hot but leisurely journey, at the enchanting little walled city of Avignon, we felt in that mood of pleasant weariness mingled with anticipation which marks, I believe, the beginning of every normal holiday.

No cloud in the sky; no sombre shadow on the machiolated walls; no piercing glance from an enigmatic stranger as we drove in at the Porte de la Republique and up the sun-dappled Cours Jean-Jaures. And certainly no involuntary shiver of apprehension as we drew up at last in front of the Hotel Tistet-Vedene, where we had booked rooms for the greater part of our stay.

I even sang to myself as I put the car away, and when I found they had given me a room with a balcony overlooking the shaded courtyard, I was pleased.

And when, later on, the cat jumped on to my balcony, there was still nothing to indicate that this was the beginning of the whole strange, uneasy, tangled business. Or rather, not the beginning, but my own cue, the point where I came in. And though the part I was to play in the tragedy was to break and re-form the pattern of my whole life, yet it was a very minor part, little more than a walk-on in the last act. For most of the play had been played already; there had been love and lust and revenge and fear and murder--all the blood-tragedy bric-a-brac except the Ghost--and now the killer, with blood enough on his hands, was waiting in the wings for the lights to go up again, on the last kill that would bring the final curtain down.

How was I to know, that lovely quiet afternoon, that most of the actors in the tragedy were at that moment assembled in this neat, unpretentious little Provencal hotel? All but one, that is, and he, with murder in his mind, was not so very far away, moving, under that blazing southern sun, in the dark circle of his own personal hell. A circle that narrowed, gradually, upon the Hotel Tistet-Vedene, Avignon.”

 

 

 

 

stewart_writing_07
Mary Stewart (Sunderland, 12 september 1916)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster  Hannes Meinkema werd op 12 september 1943 geboren in Tiel. Zie ook mijn blog van 12 september 2007.

 

 

Eventjes

 

- voor Maja -

ik ga eventjes werken zegt ze tegen de kinderen
eventjes
moeten jullie me niet storen

en de precieze beelden die ze maakt
zijn de schrijnende en
levenslange
bronsgeworden veelheid van gevoel
van iemand die als ze het niet langer uithoudt
eventjes
in de auto voor de deur alleen moet zitten zijn.

 

 

 

 

Meinkema
Hannes Meinkema (Tiel, 12 september 1943)

 

 

 

 

 

 

 

De Poolse schrijver Stanislaw Lem werd geboren op 12 september 1921 in Lwów. Zie ook mijn blog van 12 september 2006.

 

 

12-09-07

James Frey, Hannes Meinkema, Stanislaw Lem


De Amerikaanse schrijver James Frey werd geboren op 12 september 1969 in Cleveland. In 1993 werd hij in een kliniek opgenomen om van zijn verslaving aan alcohol en drugs af te komen. In 1996 trok hij naar Los Angeles om als draaiboek auteur zijn brood te verdienen. Ook begon hij toen aan zijn roman A Million Little Pieces. Als roman kon hij het echter niet gepubliceerd krijgen. IA Million Little Pieces verscheen toen in april 2003 als autobiografie en was een klein, maar geen overdonderend succes. Tot 26 oktober 2005. Op die dag werd James Frey als held ontvangen door Oprah Winfrey in een show getiteld The Man Who Kept Oprah Awake At Night. Oprah had zijn boek geselecteerd voor haar invloedrijke boekenclub, waarin ze eerder auteurs als Faulkner, Steinbeck en Tolstoj bejubelde. Een paar weken later was James Frey multimiljonair. Dankzij Oprah kochten twee miljoen Amerikanen het boek; een ongekend succes. Frey voerde vijftien weken lang de non-fictie bestsellerlijst van de New York Times aan. En er verscheen een vervolg: My Friend Leonard, dat begint waar A Million Little Pieces ophield. Frey heeft zijn straf uitgezeten en spoedt zich naar zijn vriendin Lily in Chicago. Als hij daar aankomt, blijkt dat zij zich net de vorige dag heeft opgehangen. In januari 2006 publiceerden de schrijvers van de internetsite The Smoking Gun een omvangrijk artikel onder de titel „A Million Little Lies“ waarin aangetoond werd dat er voor de meeste belevenissen waar Frey over bericht geen bewijzen te vinden zijn. Inmidels heeft Frey toegegeven bepaalde dingen verzonnen te hebben vanwege de dramatiek.

 

Uit: A Million Little Pieces

 

“I wake to the drone of an airplane engine and the feeling of something warm dripping down my chin. I lift my hand to feel my face. My front four teeth are gone, I have a hole in my cheek, my nose is broken and my eyes are swollen nearly shut. I open them and I look around and I'm in the back of a plane and there's no one near me. I look at my clothes and my clothes are covered with a colorful mixture of spit, snot, urine, vomit and blood. I reach for the call button and I find it and I push it and I wait and thirty seconds later an
Attendant arrives.
How can I help you?
Where am I going?
You don't know?
No.
You're going to Chicago, Sir.
How did I get here?
A Doctor and two men brought you on.
They say anything?
They talked to the Captain, Sir. We were told to let you sleep.
How long till we land?
About twenty minutes.
Thank you.
Although I never look up, I know she smiles and feels sorry for me. She shouldn't.
A short while later we touch down. I look around for anything I might have with me, but there's nothing. No ticket, no bags, no clothes, no wallet. I sit and I wait and I try to figure out what happened. Nothing comes.
Once the rest of the Passengers are gone I stand and start to make my way to the door. After about five steps I sit back down. Walking is out of the question.
I see my Attendant friend and I raise a hand.
Are you okay?
No.
What's wrong?
I can't really walk.
If you make it to the door I can get you a chair.
How far is the door?
Not far.
I stand. I wobble. I sit back down. I stare at the floor and take a deep breath.
You'll be all right.
I look up and she's smiling.
Here.
She holds out her hand and I take it. I stand and I lean against her and she helps me down the Aisle. We get to the door.
I'll be right back.
I let go of her hand and I sit down on the steel bridge of the Jetway that connects the Plane to the Gate.
I'm not going anywhere.
She laughs and I watch her walk away and I close my eyes. My head hurts, my mouth hurts, my eyes hurt, my hands hurt. Things without names hurt.
I rub my stomach. I can feel it coming. Fast and strong and burning. No way to stop it, just close your eyes and let it ride. It comes and I recoil from the stench and the pain. There's nothing I can do.”

 

 

 

Frey
James Frey (Cleveland, 12 september 1969)

 

De Nederlandse schrijfster Hannemieke Stamperius - beter bekend als Hannes Meinkema - werd op 12 september 1943 geboren in Tiel als dochter van ouders die in het verzet zaten en derhalve niet konden trouwen. Na het gymnasium haalde ze cum laude in Utrecht haar doctoraal Nederlands en daarna idem Algemene Literatuurwetenschap, en in 1977 promoveerde ze als literatuurtheoretica cum laude op een later bekroond proefschrift op het gebied van de poëzietheorie, met de titel Marsmans 'Verzen': toetsing van een ergocentrisch interpretatiemodel.

In 1974 verscheen onder het pseudoniem Hannes Meinkema (min of meer een anagram van 'Hannemieke') haar literaire debuut De maaneter en met haar tweede roman en derde boek En dan is er koffie uit 1976 was haar naam gevestigd. Nog steeds is dit hèt boek over de tijdgeest van de roemruchte jaren zeventig. Zie ook
mijn blog van 12 september 2006.

 

Uit: En dan is er koffie

 

“De badkamer, de wc. Waarom hebben mensen zoveel bloed in hun lichaam, ze verbaast zich erover, ze voelt geen pijn. Alsof het niet van haar is, dat warme vocht, zo voelt het.
Maar het komt. Het komt terwijl haar moeder staat te bonzen op de badkamerdeur.
Sta daar niet te gillen op de gang, moeder. Ik zal heus straks alles opruimen. Ondertussen schijn ik hier een abortus te hebben op de wc. Er is hier tenminste iets groots, dat ik eruit moet trekken. Ik moet het breken anders krijg ik het er niet uit. Het is zo groot als mijn onderarm.
Het heeft al beentjes.
Als het maar doorspoelt. Als de wc maar niet verstopt raakt. Het is van kraakbeen zeggen ze, dat lost gauwer op, zeggen ze.
Ik moet niet vergeten er loog achteraan te gooien, en veel water.
Ze is verstandig. ‘Bel de dokter maar op, moeder,’ zegt ze van achter de deur.
Ze heeft alles opgedweild als hij komt.
Hij maakt haar schoon, en nu doet het pijn. ‘Je weet maar nooit of er niet iets is blijven zitten.’
‘Uw dochter heeft nierbekkenontsteking, mevrouw. Niet ernstig, veertien dagen in bed en ze is weer als nieuw.’
Ze is weer als nieuw. En hoe.
Maar die duizend gulden heeft ze niet hoeven te betalen.
Die niet.”

 

 

 

Meinkema
Hannes Meinkema (Tiel, 12 september 1943)

 

 

 

De Poolse schrijver Stanislaw Lem werd geboren op 12 september 1921 in Lwów. Zie ook mijn blog van 12 september 2006.

 

 

20:36 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: stanislaw lem, james frey, hannes meinkema, romenu |  Facebook |