07-10-17

Georg Hermann, James Whitcomb Riley, Wilhelm Müller, Sohrab Sepehri, Chigozie Obioma

 

De Duitse schrijver Georg Hermann (oorspronkelijk Georg Hermann Borchardt) werd op 7 oktober 1871 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Georg Hermann op dit blog.

Uit: Eine Zeit stirbt

„Doch das ist eine durchaus falsche Annahme gewesen. Weder blieb das Geld Geld. Noch die Ware Ware. Noch die Menschen Menschen. Der Staat hat nur die Zauberformel »Inflation« gemurmelt, hat nur seinen Zauberstab geschwungen: Hokus Pokus Trallala! Und alles ist anders geworden: das Geld ist kein Geld mehr. Die Ware Ersatzware. Und was aus den Menschen geworden ist, ist schwer zu sagen. Doch eines kann man mit Bestimmtheit feststellen: keine Menschen.
Genug davon. Nur soviel: die Siedlung hier ist damals, als man noch gar nicht ahnte, was werden würde, begonnen worden, und hat deshalb lange halbfertig gestanden, und ist endlich noch so gerade notdürftig aus allerhand unerprobten Surrogaten von Baumaterialien zusammengeleimt und unter Dach gebracht und dann ganz schnell bezogen worden.
Der Hauptvorzug dieser Ersatzstoffe besteht darin, daß sie durchweg vorzügliche Schalleiter sind.
Wenn z. B. jemand jetzt in der Nebenwohnung oder zwei Wohnungen weiter Klavier spielt und dazu singt, von der Oma ihrem kleinen Häuschen, das versoffen werden muß, oder wenn er auch nur seiner Frau ein Geheimnis anvertraut, hört man es fünfzehn Meter höher oder tiefer oder weiter, im Waschkeller und auf dem Trockenboden, im Schlafzimmer oder auf der Diele, genau so gut wie im Kleinviehstall. Jedes Ei, das dort gelegt wird, erleben alle Parteien ringsum. Und all das hört man dank der Vorzüglichkeit der neuen Baustoffe fast noch deutlicher und reiner und ohne Nebengeräusche als an Ort und Stelle selbst.
Die anderen Eigenschaften dieser Bausurrogate sind jedoch weniger angenehm. Sie machen es z. B., daß im Spätherbst und mehr noch im Vorfrühling die Wände schwitzen, als hätten sie Aspirin genommen. Daß im Winter kein Ofen, ganz gleich welcher Konstruktion, je ein Zimmer warm und mollig kriegt.“

 

 
Georg Hermann (7 oktober 1871 - 19 november 1943)
Portret door Hermann Struck, ca. 1920 – 1930

Lees meer...

07-10-16

Simon Carmiggelt, Rachel Kushner, James Whitcomb Riley, Thomas Keneally, Dirkje Kuik, Steven Erikson, Wilhelm Müller, Sohrab Sepehri, Chigozie Obioma

 

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

 

Louter droefheid

Ik voel mij somber. Ei, wat zal ik doen?
Een platte geest dronk nu een glaasje.
Maar ik ben een poëtisch baasje
en ga mijn weemoed in een versje doen.

Dat is het voordeel van mijn gave.
De burger kan zijn ei niet kwijt,
terwijl ik, rustig mijn neerslachtigheid
gelijk een paardje voor mijn kar laat draven.

Is het volbracht, dan ben ik opgelucht.
'k Heb schoonheid uit mijn pijn gewrongen.
Mijn lieve pen heeft mooi gezongen.
Ik stap in bed. Ik geeuw en zucht.

En staan mijn verzen later soms te kijk
in 'Gouden Aren' of in 'Dichterschat',
dan zegt de leraar bij deez' pennespat:
'Kijk jongens, hier had hij het moejelijk.'

 

 

In de trein

Bij Vught dacht ik: 'Hier is broer Jan gestorven.'
En 'k zag mijn vader, met zijn oud gezicht
rood opgezwollen, toen het doodsbericht
zijn late leven toch nog had bedorven.

Voor moeder kwam een eind aan haar pakketten.
Zij streed, zolang Jan zat, met eigen wapen,
stond aan 't fornuis haar moed bijeen te rapen,
zond zeven broden, zeven tegenzetten.

En ook het reizen was achter de rug.
Ze gingen met de trein. Daar ligt het kamp.
Daar zit hij in. Daar woont die ramp.
Dan zuchtten ze en gingen maar weer terug.

Ziet ge de boer de vredesakker ploegen?
Mijn moeder heeft Jans foto op de kast gezet.
Mijn vader geeft in 't graf 'n antwoord aan die vroegen:
'En de oude man, hoe draagt hij het?'

 

 

De vader

Dit kleine prinsje, kraaiend, blij en rap,
is 't enig wezen in het aardse tranendal
voor wie hij in een afgrond springen zal.
Nu ja, maar stellig van een hoge trap.

Van vadertrots zwelt hem de weke krop,
want dit is nu toch 's levens suikerstang.
Hij sabbelt, maar het duurt niet lang.
Het zoet slinkt weg, de knaap groeit op.

En geen notaris wordt er uit die stek.
Daaraan werd vaders geld bepaald vermorst.
Toch is de jongen wel een flinke borst.
Als krachtig fietsenmaker lang niet gek.

Maar vrolijk kraaien valt hem niet meer in
wanneer hij, eens per jaar, pa's krot betreedt.
De oude kijkt hem aan. Als jongeling gekleed,
staat hij daar zelve, doch met Anna's kin.

 

 
Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

Lees meer...

07-10-15

Sohrab Sepehri

 

De Iraanse dichter en schilder Sohrab Sepehri werd geboren op 7 oktober 1928 in Kashan in het eerste decennium van het bewind van Reza Shah Pahlavi, een periode van snelle modernisering van Iran, In 1953 voltooide hij zijn studie aan de Faculteit der Schone Kunsten van de Universiteit van Teheran en werkte vervolgens in verschillende overheidsinstellingen. Tegelijkertijd volgde hij zijn poëtische en schilderachtige interesses. Sepehri heeft veel en graag gereisd. Hij maakte talrijke reizen naar Europa, Azië (Japan, India, Afghanistan en Pakistan), Afrika (Egypte) en in de Verenigde Staten. In 1955 vertaalde hij verschillende Japanse gedichten in het Perzisch en publiceerde ze in het tijdschrift Sokhan. In 1957 reisde hij naar Parijs, waar hij lithografie studeerde aan de École des Beaux-Arts. In 1960 won hij de eerste prijs van de Teheran Biënnale. In hetzelfde jaar reisde hij naar Japan waar hij zich bezighoudt met houtsnijkunst. In 1961 volgde een reis naar India en de studie van het boeddhisme. Vanaf 1964 wijdde hij zich uitsluitendaan poëzie en schilderkunst. In 1979 werd bloedkanker geconstateerd bij hem. Hij stierf in 1980 in Teheran en werd begraven op de binnenplaats van het belangrijkste sjiitische mausoleum van Mashhad-e Ardehal in de buurt van zijn geboorteplaats Kashan. Naast Nima Yooshij, Forough Farokhzad, Mehdi Akhavan-Sales, Manouchehr Atashi en Ahmad Shamlu vertegenwoordigt Sohrab Sepehri de literaire beweging van het nieuwe gedicht (She'r-e Nou) van Iraanse moderniteit. Zijn schilderijen zijn wereldwijd tentoongesteld. In 1976 publiceerde Sepehri de bloemlezing “Hascht Ketāb” ( (acht boeken), een van de meest succesvolle werk van de Iraanse moderniteit. Zie ook alle tags voor Sohrab Sepehri op dit blog.

 

Friend

She was great
And belonged to the present time
And had affinity with all bright horizons.
And fathomed the language of the earth and water.

Her voice
Sounded like the sad tone of truth.
Her eyelids
Pointed
To the heartbeats of elements.
Her fingers
Leafed through
The generous air.
And she directed kindness
Towards our hearts.

She was the image of her solitude.
And for the mirror she interpreted
The most amorous moments of her own Time.
Like rain, she was full of fresh repetitions.
And like the trees
She grew with the blessing of light.

She called out the wind's childhood.
And tied the strings of words
To the latch of water.
And one night she enunciated
The Green Message of Love
So vividly
That we touched the emotion of the earth
And felt fresh like a bucket of murmuring water.

Again and again we saw her
Basket in hand
Going to pluck a cluster of glad tidings.

Alas,
She failed to sit in full view of the pigeons
And walked to the brink of Nil
And stretched out beyond the patient Lights.
And she did not mind at all
How lonely we would feel
To eat apples
At the intervals of the distressing closing of doors!

 

Vertaald door Ismail Salami

 

 
Sohrab Sepehri (7 oktober 1928 - 21 april 1980)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sohrab sepehri, romenu |  Facebook |

19-06-06

Rushdie, Ahmadi en Sepehri

 

De Indiase schrijver Ahmed Salman Rushdie werd op 19 juni 1947 geboren in Bombay. Op vroege leeftijd verliet hij India en hij woont nu al meer dan dertig jaar buiten zijn geboorteland. De rode draad in zijn werk is zijn haat-liefdeverhouding met India en zijn vertrek naar het Westen. Rushdie zegt door zijn schrijven zijn geboorteland te willen beschrijven en doorgronden. Rushdie groeide op in een anglofiel Indiaas middle-class milieu. Zijn vader was een in Cambridge geschoolde islamitische zakenman die de Britse beschaving als superieur beschouwde. Rushdie begon zijn opleiding aan Bombay's Cathedral School en ging vooral om met kinderen van verschillende nationaliteiten. De goede herinneringen die hij heeft aan Bombay komen terug in het beeld dat hij van de stad schetst in zijn werk. Zijn vierde boek, De duivelsverzen (The Satanic Verses), won The Whitbread Novel Award in 1988. Dit boek was aanleiding voor Ayatollah Khomeini van Iran een fatwa uit te roepen over Rushdie in 1989. Hij werd beticht van het beledigen van de islam, de profeet en de koran. De Ayatollah loofde een bedrag uit van drie miljoen dollar voor zijn leven en Rushdie moest zich een aantal jaren terugtrekken uit het publieke leven.

 

Citaten: 

 

“The idea of the sacred is quite simply one of the most conservative notions in any culture, because it seeks to turn other ideas -- uncertainty, progress, change -- into crimes.”

 

(Herbert Reade Memorial Lecture (February 6, 1990)

 

“I've been worrying about God a little bit lately. It seems as if he's been lashing out, you know, destroying cities, annihilating places. It seems like he's been in a bad mood. And I think it has to do with the quality of lovers he's been getting. If you look at the people who love God now, you know, if I was God, I'd need to destroy something.”

 

(Real Time with Bill Maher TV show (October 7, 2005)

 

 

 


Salman Rushdie (19 juni 1947)

 

 

Om tegenwicht te bieden tegen het beeld van Iran dat dankzij maatregelen als die tegen Salman Rushdie in het Westen bestaat presenteer ik op Rusdies verjaardag maar eens twee Iraanse dichters. De eerste, Pegah Ahmadi, is deze dagen ook op Poetry International te gast.

Pegah Ahmadi werd op 28 juni 1974 in Teheran (Iran) geboren en studeerde Perzische taal- en letterkunde aan de universiteit van Teheran. Haar laatste bundel 'Mijn deze dagen is de keel' (2004) bevat historische elementen die als metafoor dienen voor maatschappelijke ontwikkelingen. Zij heeft in haar laatste gedichten bewust afstand genomen van een vrouwelijke taal en toont een volwassen en rijpe taalgebruik. Daarover zegt Ahmadi: ’Er komt een moment in je leven dat het sentimentalisme geen antwoord kan geven op de dagelijkse vragen. Je wordt geconfronteerd met de zwaarte van je cultuur en de diepte van je geschiedenis en wordt gedwongen aandacht te schenken aan de verantwoordelijkheid die de maatschappij met zich meebrengt. Daar kunnen persoonlijke ervaringen of abstracte spelletjes niet meer tegenop.’  Ahmadi schrijft poëzierecensies, vertaalt Amerikaanse poëzie, onder andere de gedichten van Sylvia Plath, en is momenteel eindredacteur van het poëzietijdschrift Paperik.   

 

 

I'm neither a satellite nor an Internet

 

A poem always
moves up to the wall opposite my room
makes a circle in the middle of the kitchen
roams in the veranda
turns into a brook
and says:
"I'm neither a satellite nor an Internet
I'm not the loudspeaker of the world
nothing makes me glad
except when leaves grow again in this withered flowerpot
and thinking about a rendezvous
I am only a poem
to comb my hairs
and to walk inside you!...

 


Pegah Ahmadi (28 juni 1974)

 

 

Een dezer dagen kreeg ik een Iraanse felicitatiekaart waarop een gedicht stond van Sohrab Sepehri. Reden om daar eens nader mee kennis te maken.

Sohrab Sepehri werd 1928 in Kashan, Iran geboren en studeerde schilderkunst. Na zijn studies was hij enige tijd in dienst van de staat maar gaf in 1964 zijn betrekking op om zich uitsluitend aan de poëzie en de schilderkunst te wijden. Sepehri reisde veel en verbleef ook enige tijd in the Verenigde Staden en in Parijs. In 1979 werd vastgesteld dat hij kanker had. Zijn reis naar Engeland voor behandeling was tevergeefs. Hij stierf een jaar later in Teheran en werd in Kashan, zijn geliefde geboortestad, begraven.

 

 

 

Adres

 

Waar is de woning van de Vriend?
vroeg de ruiter bij het opgaan van de zon.
Even verwijlde de hemel toen
en een voorbijganger die een takje licht tussen zijn lippen had
schonk het aan het duistere zand,
wees met zijn vinger naar een populier en sprak:

”Op enkele passen van de boom
is er een paadje met bomen
groener dan de droom van God,
en de liefde is daar zo blauw
als de veren van de rechtschapenheid.
Als je het paadje ten einde loopt
ben je de puberteit voorbij.
Wat verder kom je bij de bloem van de eenzaamheid,
op twee stappen van de bloem blijf je staan,
aan de voet van de eeuwige bron,
waaruit de legenden van de aarde ontstaan.
Een doorzichtige, panische angst zal je daar overvallen
en in de intieme vloeibaarheid van de ruimte
zal je een geritsel vernemen:
je zal een kind zien dat in een hoge pijnboom klom
en uit het nest van het licht een jong neemt
vraag dan het kind:
”Waar is de woning van de Vriend?”    

 

 

 

Op de denkwijze van een Vriend

 

                                                        voor K. Tuna

 

De maan
bootste de kleur van koper na
en kwam op als droefheid om een verklaring.
De cipres
was als een duidelijk gehinnik van de aarde.
Zoals een welwillend begrip
beschaduwde de gesnoeide pijnboom
de eenvoudige pagina van het seizoen
en las van de hagendoorn het Koefisch schrift.
Uit de duistere gronden
steeg van de kosmos de geur op van het begrip.
De Vriend
raakte de dingen aan,
de sluier van het verstand
ervoer de zin van de stromende rivier
en alsof hij tot zichzelf sprak zei hij:
er bestaat geen duidelijker woord.
Aan de oever van het stroompje
dacht ik:
Hoe onverhinderd is deze nacht de weg
naar de opgang der dingen.

 

 

 


Sohrab Sepehri (7 oktober 1928 – 20 april 1980)

Zelfportret