24-02-18

August Derleth, Keto von Waberer, Yüksel Pazarkaya, Erich Pawlu, Irène Némirovsky, Vincent Voiture, Rosalía de Castro, Paul Alfred Kleinert, Stanisł,aw Witkiewicz

 

De Amerikaanse schrijver en uitgever August William Derleth werd geboren op 24 februari 1909 in Sauk City, Wisconsin. Zie ook alle tags voor August Derleth op dit blog.

Uit: The Shuttered Room

“At dusk, the wild, lonely country guarding the approaches to the village of Dunwich in north central Massachusetts seems more desolate and forbidding than it ever does by day. Twilight lends the barren fields and domed hills a strangeness that sets them apart from the country around that area; it brings to every-thing a kind of sentient, watchful animosity—to the ancient trees, to the brier-bordered stone walls pressing close upon the dusty road, to the low marshes with their myriads of fireflies and their incessantly calling whippoorwills vying with the muttering of frogs and the shrill songs of toads, to the sinuous windings of the upper reaches of the Miskatonic flowing among the dark hills seaward, all of which seem to close in upon the traveller as if intent upon holding him fast, be-yond all escape. On his way to Dunwich, Abner Whateley felt all this again, as once in childhood he had felt it and run screaming in terror to beg his mother to take him away from Dunwich and Grandfather Luther Whateley. So many years ago! He had lost count of them. It was cu-rious that the country should affect him so, pushing through all the years he had lived since then—the years at the Sorbonne, in Cairo, in London—pushing through all the learning he had assimilated since those early visits to grim old Grandfather Whateley in his ancient house attached to the mill along the Miskatonic, the country of his childhood, coming back now out of the mists of time as were it but yesterday that he had visited his kinfolk. They were all gone now—Mother, Grandfather Whateley, Aunt Sarey, whom he had never seen but only knew to be living some-where in that old house—the loathsome cousin Wilbur and his terri-ble twin brother few had ever known before his frightful death on top of Sentinel Hill.”

 

 
August Derleth (24 februari 1909 – 4 juli 1971)

Lees meer...

24-02-13

George Moore, Irène Némirovsky, Vincent Voiture, Rosalía de Castro, Paul Alfred Kleinert, Stanisław Witkiewicz

 

De Ierse schrijver en kunstcriticus George Augustus Moore werd geboren op 24 februari 1852 in Ballyglass. Zie ook alle tags voor George Moore op dit blog.

 

Uit: Confessions of a Young Man

 

“My soul, so far as I understand it, has very kindly taken colour and form from the many various modes of life that self-will and an impetuous temperament have forced me to indulge in. Therefore I may say that I am free from original qualities, defects, tastes, etc. What I have I acquire, or, to speak more exactly, chance bestowed, and still bestows, upon me. I came into the world apparently with a nature like a smooth sheet of wax, bearing no impress, but capable of receiving any; of being moulded into all shapes. Nor am I exaggerating when I say I think that I might equally have been a Pharaoh, an ostler, a pimp, an archbishop, and that in the fulfilment of the duties of each a certain measure of success would have been mine. I have felt the goad of many impulses, I have hunted many a trail; when one scent failed another was taken up, and pursued with the pertinacity of an instinct, rather than the fervour of a reasoned conviction. Sometimes, it is true, there came moments of weariness, of despondency, but they were not enduring: a word spoken, a book read, or yielding to the attraction of environment, I was soon off in another direction, forgetful of past failures. Intricate, indeed, was the labyrinth of my desires; all lights were followed with the same ardour, all cries were eagerly responded to: they came from the right, they came from the left, from every side. But one cry was more persistent, and as the years passed I learned to follow it with increasing vigour, and my strayings grew

fewer and the way wider.”

 

 

George Moore (24 februari 1852 – 20 januari 1933)

Portret door Jacques-Emile Blanche, 1903

Lees meer...

24-02-11

Erich Pawlu, Vincent Voiture, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Rosalía de Castro, Paul Alfred Kleinert, Stanisław Witkiewicz

 

De Duitse schrijver Erich Pawlu werd geboren op 24 februari 1934 in Frankstadt, Mähren. Zie ook mijn blog van 24 februari 2009 en ook mijn blog van 24 februari 2010.

 

Uit: Gestörte Spiele

 

„Natürlich sammelten sich immer Kinder um das seltsame Gefährt. Sie stießen an die leeren Konservendosen und ließen sie an den Schnüren baumeln, daß sie zusammenstießen und klapperten. Oder sie unterstützten das Männchen, das oben auf einem quergelegten Brett in seinem Wagen saß, indem sie mit ihm nach jedem Trompetensignal aus Leibeskräften im Chor schrien: 
»Kooolich!« 
Dann verschoben sich die Runzeln und die Kalkflecken im Gesicht des Kolich-Manns, weil er sich freute. Und selbst, als einmal ein Halbwüchsiger dem Pony eine Knallerbse unter den Bauch warf, daß das Tier seine Gutmütigkeit vergaß und plötzlich zur Seite hin ausbrechen wollte, da drohte der alte Mann auf dem Fuhrwerk nach der Beruhigung seines Pferdchens nur mit dem Finger und lachte dabei. 
Er redete niemals viel, weil er unsere Sprache nicht beherrschte. Ein paar Zahlen, viel Handbewegungen und das Wort Kolich genügten ihm bei seiner Freundlichkeit, jedes Geschäft abzuwickeln. Und er war bekannt dafür, daß er immer dann, wenn er die gewünschte Menge Kalk bereits von seinem Wagen abgeladen hatte, noch dreimal mit der Schaufel in seine Ware stach und Zugaben austeilte. - 
In einem Jahr war es aber schon sehr heiß geworden, und der Kolich-Mann hatte sich noch nicht blicken lassen. Den meisten Leuten wird das nicht weiter aufgefallen sein, weil der Frühling jetzt ohnehin eine nebensächliche Angelegenheit war, nachdem sich so viel Entscheidendes verändert hatte und man allgemein von einem politischen Frühling sprach, der über alle Jahreszeiten hinweg anhalten sollte.“


 


Erich Pawlu (Frankstadt, 24 februari 1934)

 

 

Lees meer...

24-02-10

Jacques Presser, Erich Pawlu, Vincent Voiture, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Rosalía de Castro


De Nederlandse historicus, schrijver en dichter Jacques (Jacob) Presser werd geboren in Amsterdam op 24 februari 1899. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008.

 

Uit: Ondergang

 

 “In de nacht van 9 op 10 mei 1940 overschreed het Duitse leger de Nederlandse grens. Dit feit, een nieuwe periode in de geschiedenis van ons volk inluidend, betekende zeker ook een wending in de geschiedenis van de Nederlandse Joden.

Een wending ten kwade; daaraan zal, toen reeds, in die meidagen, wel geen enkele Jood hebben getwijfeld, al stond hij nog maar pas aan het begin van een reeks gebeurtenissen, die wij, overlevenden, thans in hun geheel kunnen overzien. Men kan aannemen, dat vrijwel allerwegen grote angst en verslagenheid hebben geheerst onder de Joden, hier en daar oplopend tot radeloosheid, ja, tot paniek. Deze bij het gehele Nederlandse volk optredende reacties deden zich bij hen eveneens voor, niet zelden in verhevigde mate - men vergelijke daarvoor slechts aard en omvang van ontsnappingspogingen met die van het Nederlandse volk in zijn geheel, van hun vlucht op de twee opengebleven uitwegen, de uitweg in den vreemde, de uitweg in de dood.

In den vreemde, dat was de grenzen over. In de zuidelijke provincies hier en daar in evacuaties mee, waaruit men een paar dagen later meestal weer met de anderen terugkeerde, net als die anderen de ramen opengooide, de klok opwond, de straat opging. En precies als voor die anderen leek er niets veranderd:

‘En jullie nu?’ zei de buurman. Hij kwam wat dichterbij.

‘Wat doen jullie?’

‘Wij?’ zei mijn vader, ‘wij doen niets. Waarom zouden we?’ En wanneer diezelfde vader met zijn dochter de soldaten van het bezettingsleger op straat ziet passeren:

‘Zie je wel’, zei mijn vader, toen we al bijna thuis waren, ‘ze doen ons niets’. En terwijl we voorbij het hekje van de buurman liepen, mompelde hij nog eens: ‘Ze doen ons niets’. (De lezer heeft opgemerkt: de eerste maal sprak deze vader, de tweede maal mompelde hij).

Niet allen echter keerden terug. Dat geldt zeker van een aantal Nederlandse Joden, in België woonachtig, die via Frankrijk, Spanje en Portugal uit Europa ontsnapten: enkelen hunner kwamen zelfs in Amerika en nog verder terecht en bouwden daar een nieuw bestaan op. Van hun lotgevallen, niet passend in het kader van dit boek, hebben wij geen verdere studie gemaakt.

 

 

 

 

Presser
Jacques Presser (24 februari 1899 - 30 april 1970)

Boekomslag 

 

 

 

De Duitse schrijver Erich Pawlu werd geboren op 24 februari 1934 in Frankstadt, Mähren. Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.

 

Uit: Ein kleines bißchen Reife

 

Vater Rubikon, ein schwarzmähniger, etwas ölig wirkender Mann, unterschied sich in Aussehen und Auftreten von seinem Sohn in jeder Hinsicht. Wortreich war Herr Rubikon, gewandt und freundlich - ein Mensch also, der, abgesehen von seiner öligen Frisur und seinen stets eingefetteten Händen, gut ins zwanzigste Jahrhundert paßte. Allerdings trieb ihn eine unerklärliche Abneigung gegen jede Form der Seßhaftigkeit dazu an, in einem teuren Auto über Land zu fahren. Um seinen Traum von einem vagierenden Dasein verwirklichen zu können, erfand er die unglaublichsten Begründungen für weite Reisen. Die permanente Abwesenheit Herrn Rubikons hatte offenbar seinen Sohn Philipp weniger getroffen als seine Frau Emilie. Diese hatte sich nach einigen einsamen Ehejahren in die Arme ihrer in Stuttgart lebenden Mutter geflüchtet und ihrem Gatten das Erziehungsrecht für Philipp widerspruchslos überlassen. 
Herr Rubikon hätte am liebsten das Söhnchen schon als Wickelkind auf seine zeitraubenden Ausflüge mitgenommen. Aber zunächst ließ das Frau Emilie Rubikon nicht zu, und später verhinderte die lästige Schulpflicht allzu lange gemeinsame Reisen von Vater und Sohn. Allerdings scheute sich Herr Rubikon nicht, den heranwachsenden Jungen wenigstens an seinen strahlenförmig ins ganze Land führenden Kurzfahrten teilhaben zu lassen, wobei er nicht selten die Ausfertigung einer korrekten Entschuldigung vergaß oder aufgrund seiner fröhlichen Lebenshaltung verweigerte.” 

 

 

 

Pawlu_Frankstadt

Erich Pawlu (Frankstadt, 24 februari 1934)

Frankstadt (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Vincent Voiture werd geboren op 24 februari 1598 in Amiens. Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.

 

 

Pour vos beaux yeux et vostre beau visage

 

Pour vos beaux yeux et vostre beau visage,
Et la douceur de ce divin langage
Dont vous tenez tout le monde enchanté,
Cloris, on doit souffrir vostre fierté,
Et prés de vous avoir moins de courage.

Il est donc vray, que je ne fus pas sage,
De ne pouvoir endurer un outrage,
Moy que l'Amour tient si bien arresté
Pour vos beaux yeux.

A tout souffrir desormais je m'engage,
Et dans les fers d'un eternel servage,
Et les rigueurs de vostre cruauté,
Je chanteray vostre extrême beauté,
Et je ferois mille fois davantage
Pour vos beaux yeux.

 

 

 

 

Voiture
Vincent Voiture (24 februari 1598 – 26 mei 1648)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008 en ook mijn blog van 24 februari 2009.

 

 

 

Het wordt weer mei, Maria.

 

Het wordt weer mei, Maria.Witte bloemen bloeien
eenzaam, omheen de zuiverheid van Uw gelaat.
Het donker vuur, dat in de nacht ons kwam doorgloeien
is uitgedoofd. We worden als het rustig  zaad,

dat in de voren kiemt. Laat weer Uw licht ontwaken
in de verlaten tuinen van ons wachtend hart,
nu we de aardse kluisters om de polsen braken
en ' t ranke hert, sinds lang in ' t struikgewas verward

zich losmaakt met één ruk. O Moeder, zie we keren
- Uw roekeloze kinderen - eindelijk naar U weer
en naar de onberoerde rust van zuivere meren,
die vaak ons wild en stormend hart niet vond weleer.

Geef dan, dat deze vreê - o rijkdom dezer dagen -
ons eeuwig blijve nu, en wek in ons de kracht
om als een fiere toorts Uw zuiver licht te dragen
doorheen de duisternis van de volgroeide nacht.

 

 

 

 

Verbeke
Luc Verbeke (Wakken, 24 februari 1924)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.en ook  Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.

 

Uit: Sechse kommen durch die ganze Welt

 

“Es war einmal ein Mann, der verstand allerlei Künste, er diente im Krieg und hielt sich brav und tapfer, aber als der Krieg zu Ende war, bekam er den Abschied und drei Heller Zehrgeld auf den Weg. „ Wart, sprach er, mit mir geht man nicht so um! find ich die rechten Leute, so soll mir der König noch den Reichthum des ganzen Landes herausgeben.“ Da ging er voll Zorn in den Wald und sah einen darin stehen, der hatte sechs Bäume ausgerupft, als wärens Kornhalme. Sprach er zu ihm: [379] „willst du mein Diener seyn und mit mir ziehn?“ Ja, antwortete er, aber erst will ich meiner Mutter das Wellchen Holz heimbringen, und nahm einen von den Bäumen und wickelte ihn um die fünf andern, hob die Welle auf die Schulter und trug sie fort. Dann kam er wieder und ging mit seinem Herrn, der sprach: „wir zwei sollten wohl durch die ganze Welt kommen.“ Und als sie ein Weilchen gegangen waren, fanden sie einen Jäger, der lag auf den Knien, hatte die Büchse angelegt und zielte. Sprach der Herr zu ihm: „Jäger, was willst du schießen?“ Er antwortete: „zwei Meilen von hier sitzt eine Fliege auf einem Eichenästchen, der will ich das linke Auge herausschießen.“ „O, geh mit mir, sprach der Mann, wenn wir drei zusammen sind, sollten wir wohl durch die ganze Welt kommen.“

 

 

 

grimm
Wilhelm Grimm (24 februari 1786 – 16 december 1859)

Jakob (l) en Wilhelm Grimm

 

 

 

 

De Spaanse dichteres Rosalía de Castro werd geboren op 24 februari 1837 in  Santiago de Compostela. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008 en Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.

 

 

Black Shadow
 
When I think that you have left me,
Once again you rise and haunt me,
Overpowering black shadow
Prowling toward my bed to taunt me.

When again I dream you've vanished,
In the bare sun you astound me.
You're the shine of stars above me.
You're the howl of wind around me.

If they sing, I hear your singing.
If they mourn, I hear your mourning.
You're the murmur of the river
And the evening and the dawning.

You are all and all becomes you,
All about me, leaving never,
Living in me, living for me,
Shadow over me forever.

 

 

 

Vertaald door Sasha Foreman

 

 

 

 

Rosalio
Rosalía de Castro (24 februari 1837 – 15 juli 1885)

 

24-02-09

Paul Alfred Kleinert, Keto von Waberer, Erich Pawlu, Friedrich Spielhagen, Vincent Voiture, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Rosalía de Castro, Jacques Presser


De Duitse dichter en schrijver Paul Alfred Kleinert werd geboren op 24 februari 1960 in Leipzig. Hij studeerde Theologie en Kelologie in Oost en West Berlijn, Edinburgh en Dublin. Vanaf 1994 was hij werkzaam als uitgever.o.a. van de „Nordischen Reihe“. Kleinert publiceert voornamelijk edichten en vertalingen uit de klassieke talen.

 

tristia moderna, Budapest 1978

 

zurück von Constanţa, dem alten Tomi – erfrischt nun im Bad

auf der Insel der heiligen Margit mit einem Band

der tristiae Ovids – zu dieser unversehens geraten

in ein Gespräch mit einem von Leid gezeichneten Mann

jetzt ein Wärter des hiesigen Bades – einst doch ein Lehrer

für die Sprache Ovids an einem Gymnásion der Stadt;

im Anschluß ging das Gespräch über die Briefe ex ponto

(von dem ich gerade geschieden) und kam auf das Jahr  ´56;

er wies seine Zähne, die meisten verschandelt von billigen Plomben

´angebohrt jene für unbotmäßiges Tun: die Strafe

der Mächtigen in jenem düsteren Jahr´ – wie er erklärte

 

Aus Liebe zu diesem wollte er nicht verlassen das Land

(blando patriae retinebar amore klang auf die Sentenz)

ertrug so lieber Verbannung und Absatz vom lehrenden Amt

ward kundig denn wiederholt der nicht versiegenden Trauer

und dann, wie einer, der auch die Zeiten also überdauert

sprach er von Ovids Verbannung in seinem Wiener Deutsch

und: das Schreiben von Briefen sei heute wie damals gefährlich

vor allem, wenn sie dergleichen aufnehmen und sei’s im Gedicht...

 

Nach Jahren nun denk ich zurück an die Gestalt des Mannes

Was wohl geworden aus ihm und welcher Anteil am Geist

Seines Volkes ihm noch beschieden – tristia moderna

zurück, ex ponto, im Budapest des Jahres 1978

 

 

 

 

Paul_Kleinert
Paul Kleinert (Leipzig, 24 februari 1960)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en architekte Keto von Waberer werd geboren op 24 februari 1942 in Augsburg. Zij studeerde na het gymnasium kunst en architectuur in München en Mexiko-Stad. Na  haar terugkeer naar Duitsland werkte zij als architekte, galeriehoudster en journaliste. Sinds 1998 doceert zij aan de Hoge School voor Televisie en Film Creative Writing. Tegenwoordig is daarnaast zij zelfstandig schrijfster.

 

Uit: Umarmungen

 

“In der Nacht war Schnee gefallen, und wie immer, wenn Enno an dem Laden vorbeikam, blieb er vor dem schmalen Schaufenster stehen und sah sie sitzen, den Kopf über irgendeine Näharbeit gebeugt. Enno sah keine Kunden im Laden, da waren die Ständer, auf denen die Kleider hingen wie schlaffe Blüten, da waren die Hüte auf dem Tischchen, aufgerichtet wie Pilze, und natürlich stand im Fenster die kopf- und armlose Braut in ihrem glänzenden, mit winzigen Perlen bestickten Kleid. Ein kostbares Kleid, das konnte Enno sehen. Und er glaubte zu wissen, wie es der Frau zumute war, die dort im gelben Licht des schmalen Raumes saß und auf Leute wartete, die hereinkamen, in ihre Kleider schlüpften und sie kauften.

Im Frühling hatte sie den Laden eröffnet, und nun war es tiefer Winter und Schnee lag auf der Girlande über der Tür. Der Laden hatte lange Zeit leer gestanden nach Frau Bertas Tod: Zeitungen und Papier. Er lag zwischen der Fahrradwerkstatt und dem chinesischen Imbiss. »Alta Moda« stand in geschwungenen Goldbuchstaben an die Tür geschrieben und darunter klein »Raissa«. Sonst nichts.”

 

 

 

 

VonWaberer
Keto von Waberer (Augsburg, 24 februari 1942)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Erich Pawlu werd geboren op 24 februari 1934 in Frankstadt, Mähren. Van 1953 tot 1957 studeerde hij germanistiek, geschiedenis en geografie in München.Van 1959 tot 1996 was hij leraar in Dillingen a.d. Donau. Pawlu publiceerde satires, verhalen en short stories in verschillende kranten en tijdschriften als de Süddeutsche Zeitung, de Welt, de Neuen Zürcher Zeitung en de Frankfurter Rundschau.

 

Uit: Gestörte Spiele

 

“Daß es Frühling wurde, merkte man am Nachlassen des Schnupfens, an Schwellungen infolge erster Bienenstiche und an lehmverkrusteten Schuhen. Aber man merkte es alljährlich auch daran, daß der Kolich-Mann durchs Dorf fuhr.

Kaum standen die ersten Blumen in den Gärten, da kam es die Gasse herauf und näherte sich mit Glöckchengebimmel und Blechbüchsengeschepper, und auf einen meist verunglückten Trompetenstoß erfolgte der durchdringende Ruf: »Kooolich!« Das hieß nichts anderes, als daß hier ein reklamekundiger Geschäftsmann Kalk verkaufen wollte.

Ein schwarzes Pony, geschmückt wie ein Zirkusgaul, schüttelte im Eifer des Vorwärtsstrebens wohl ein Dutzend Glöckchen, die überall dort angebracht waren, wo an einem so kleinen Pferd ein Glöckchen zu befestigen war. Und selbst wenn es stehenzubleiben hatte, weil ein Käufer gefunden war, klingelte es noch am zuckenden Ohr oder im schlagenden Schweif des Tieres. Bunte Bänder wehten an beiden Flanken im Märzwind, und wer am Wegrand stand, freute sich über den farbigen, sichtbaren Einzug des Frühlings.

Am meisten lachte der Mann auf dem Wägelchen, der Kolich-Mann, selbst. Seine Freundlichkeit hatte ihm eine Stammkundschaft gesichert, so daß mancher Hausherr schon vorzeitig vor den abblätternden Kalkwänden seines Anwesens stand , in die Richtung blickte, aus der es klingelte und trompetete, und mit dem Geld in seiner Tasche dazu klimperte. Aber auch für den, der sich vergewissert hatte, daß der Hausputz noch ein Jahr aushalten würde, hatte der Kolich-Mann eine freundliche Geste, er winkte herüber und lachte wie jedes Jahr.”

 

 

 

boekomslagPawlu
Erich Pawlu (Frankstadt, 24 februari 1934)

Boekomslag (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Spielhagen werd geboren op 24 februari 1829 in Magdeburg. Van 1847 tot 1851 studeerde hij in Berlijn, Bonn en Greifswald rechten en filologie. Aaansluitend werkte hij als huisleraar, acteur, soldaat en redacteur en uitgever. Zijn literaire doorbraak kwam in 1861 met zijn roman Problematische Naturen.

 

Uit: Problematische Naturen

 

Es war an einem warmen Juniabend des Jahres 184*, als ein mit zwei schwerfälligen Braunen bespannter Stuhlwagen mühsam in dem tiefen Sandwege eines Tannenforstes dahinfuhr.

Wird dieser Wald denn nie ein Ende nehmen! rief der junge Mann, der allein in dem Hintersitze des Fuhrwerks saß, und richtete sich ungeduldig in die Höhe.

Der schweigsame Kutscher vor ihm klatschte statt aller Antwort mit der Peitsche. Die schwerfälligen Braunen machten einen verzweifelten Versuch, in Trab zu fallen, standen aber alsbald von einem Vorsatze ab, den ihr Temperament und der tiefe Sand so wenig begünstigten. Der junge Mann legte sich mit einem Seufzer in seine Ecke zurück und fing wieder an, auf die einförmige Musik des mühsam gleisenden Fuhrwerks zu horchen, und ließ wieder die dunklen Stämme der Tannen an sich vorübergleiten, auf die hier und da ein Streifen von dem Licht des Mondes fiel, der so eben über den Forst heraufstieg. Er begann von neuem, sich den Empfang, der seiner auf dem Schlosse harrte, und die so neue Situation, in die er treten sollte, auszumalen; aber die überdies verschwommenen Bilder einer unbekannten Zukunft wurden dunkler und dunkler; die schlummermüden Augen schlossen sich, und der erste Ton, den sein Ohr wieder vernahm, war der dumpfe Hufschlag der Pferde auf einer hölzernen Brücke, die zu einem mächtigen steinernen Thorweg führte. Endlich, rief der junge Mann, sich emporrichtend und neugierig um sich schauend, als der Wagen rascher durch eine dunkle Allee riesiger Bäume fuhr auf einem mit Kies bestreuten offenen Platze einen halben Bogen machte und jetzt vor dem Portale des Schlosses hielt, auf dessen dunklen Fenstern die Mondstrahlen glitzerten.”

 

 

 

 

spielhagen
Friedrich Spielhagen  (
24 februari 1829 – 25 februari 1911)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Vincent Voiture werd geboren op 24 februari 1598 in Amiens. Hij kreeg een opleiding in Parijs en maakte kennis met de oudere dichters François de Malherbe en Jean-Louis Guez de Balzac. In 1634 werd hij lid van de Académie française. Zijn lichtvoetige verzen en zijn geestige brieven spraken de leden van de Salon de Rambouillet zeer aan. In 1645 was hij een van de protagonisten in een literair duel van sonnetten. De strijd ging tussen de bewonderaars van Isaac de Benserade’s “Sonnet sur Job” en Voiture’s sonnet “L’Amour d’Uranie avec Philis. Voiture won maar de burgeroorlog van 1648-53 maakte kort daarop een einde aan de samenkonsten van Rambouillet.

 

 

Il faut finir mes jours en l'amour d'Uranie

 

Il faut finir mes jours en l'amour d'Uranie,

L'absence ni le temps ne m'en sauraient guérir,

Et je ne vois plus rien qui me pût secourir,

Ni qui sût r'appeler ma liberté bannie.

 

Dès long-temps je connais sa rigueur infinie,

Mais pensant aux beautés pour qui je dois périr,

Je bénis mon martyre, et content de mourir,

Je n'ose murmurer contre sa tyrannie.

 

Quelquefois ma raison, par de faibles discours,

M'incite à la révolte, et me promet secours,

Mais lors qu'à mon besoin je me veux servir d'elle ;

 

Après beaucoup de peine, et d'efforts impuissants,

Elle dit qu'Uranie est seule aimable et belle,

Et m'y r'engage plus que ne font tous mes sens.

 

 

 

 

Vincent_Voiture
Vincent Voiture (24 februari1598 – 26 mei 1648)

Portret door Philippe de Champaigne

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008.

 

 

Oktoberwolken

 

Oktoberwolken vluchten naar het noorden
en in de bomen klaagt en kreunt de wind
zijn dodenlied. Wat mij nog toebehoorde
aan schoonheid, weelde en wat ik heb bemind,

wat in de zomer oog en oor bekoorde,
de vogels en de bloemen, 't blozend ooft,
de witte zon die in de luchten gloorde,
het wassend groen, ' t wordt alles mij ontroofd.

Zo sta ik naakt, ontbladerd als de bomen,
verzoend met alles wat mijn lot mij bood,
het wentelen der seizoenen, ' t gaan en 't komen,
de eeuwige wet van leven en van dood;

van waan ontdaan, onware glans en logen,
zie ik gehard het wee van eeuwen aan,
wijl staag de wolken vluchten voor mijn ogen
en ook in mij het leven moet vergaan.

 

 

 

 

 

Verbeke
Luc Verbeke (Wakken, 24 februari 1924)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

Uit: Dornröschen

 

“Ein König u. eine Königin kriegten gar keine Kinder. Eines Tags war die Königin im Bad, da kroch ein Krebs aus dem Wasser ans Land u. sprach: du wirst bald eine Tochter bekommen. Und so geschah es auch und der König in der Freude hielt ein grosses Fest u. im Lande waren dreizehn Feen, er hatte aber nur zwölf goldne Teller und konnte also die dreizehnte nicht einladen. Die Feen begabten sie mit allen Tugenden und Schönheiten. Wie nun das Fest zu Ende ging, so kam die dreizehnte Fee u. sprach: ihr habt mich nicht gebeten u. ich verkündige euch, dass eure Tochter in ihrem funfzehnten Jahr sich an einer Spindel in den Finger stechen u. daran sterben wird. Die andern Feen wollten dies so gut noch machen, als sie konnten u. sagten: sie sollte nur hundert Jahre in Schlaf fallen.”

 

 

 

grimm_w
Wilhelm Grimm (24 februari 1786 – 16 december 1859)

 

 

 

 

 

Rectificatie: De Spaanse dichteres Rosalía de Castro werd geboren op 24 (en niet 21) februari 1837 in  Santiago de Compostela. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008.

 

 

Schwarzer Schatten

  

Als ich dachte, du wärst fort,

schwarzer Schatten, der mir folgt,

kehrtest spottend du zurück,

holtest mich aus meinem Schlaf.

 

Als ich glaubte, du wärst gegangen,

zeigst du dich im selben Schein,

wie ein strahlend' Stern,

wie des Windes wehender Hauch.

 

Und höre ich Gesang, so singst du,

und höre ich ein Weinen, so weinst doch du,

und du bist des Flusses Rauschen,

bist tiefe Nacht und Morgengrauen.

 

Du bist in Allem und bist alles für ich! -

Denn du wohnst in mir und niemals

wirst du mich verlassen. Du!

Schatten, der mir ständig folgt.

 

 

 

 

Castro
Rosalía de Castro (24 februari 1837 – 15 juli 1885)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008.

 

De Nederlandse historicus, schrijver en dichter Jacques (Jacob) Presser werd geboren in Amsterdam op 24 februari 1899.

 

 

 

24-02-08

Rosalia de Castro, Leon de Winter, Jacques Presser, Luc Verbeke, Yüksel Pazarkaya, Erich Loest, Wilhelm Karl Grimm


De Spaanse dichteres Rosalia de Castro werd geboren op 24 februari 1837 in Santiago de Compostela. Zij was dochter van een ongehuwde moeder (María Teresa de la Cruz de Castro) en behoorde tot de lagere adel. Haar vader was de pastoor en kapelaan Jose Martínez Viojo, die tot haar 10e levensjaar voor haar zorgde. Haar eerste verzen schreef Rosalía toen ze 12 jaar oud was, en op haar 17e was haar literaire talent al in verschillende kringen erkend. In 1856 verhuisde ze van Santiago de Compostela naar Madrid. In 1857 debuteerde ze met haar eerste dichtbundel in het Spaans, “La Flor” (De Bloem). Rosalía trouwde in 1858 met de schrijver en historicus Manuel Murguia, die zij in Madrid had leren kennen. In 1863 verscheen haar werk “Cantares Gallegos”, hetgeen in de literatuurgeschiedenis van het Galicisch zeer belangrijk is, omdat het wordt beschouwd als de basis van de Rexuridimento, de renaissance van de cultuur en taal van Galicië. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007. 

 

I was born with nuts and bussoms,

 

In a mouth when gardens grew,

In a dawn so very gentle,

In a dawn of April dew.

That’s the reason why I’m Rosa,

Smiling lips made red by rue,

Bristling thorns for everybody

(Never, though, a thorn for you)

Since I fell in love (a thankless

Thing I did) life’s gone askew

And I let it go, believing

You my life and glory too.

Why then this complaining Mauro?

Why the rage? You know it’s true-

If my dying made you happy,

Happily I’d die for you.

Still you stab me with a dagger

Spiked with curses. Not a clue

What it was you really wanted,

Crazy deeds you made me do!

All I had to give I gave you

In my hungering for you.

Now at last my heart I send you,

You'll unlock it with this key.

I’ve got nothing left to give you,

You’ve no more to ask of me.

 

 

 

Vertaald door Sasha Foreman

 

 

 

 

Castro
Rosalia de Castro (24 februari 1837 – 15 juli 1885)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

Uit: De hemel van Hollywood

 

Je gelooft er niet in?” vroeg Jimmy Kage, bang voor Greens antwoord.
Green zag hem slikken en naar de verste verten van de boulevard staren. Gelukkig had Jimmy zijn sigaret, die hem een houding kon geven.
“Jij wel dan?”
“Ja,” antwoordde Jimmy droog.
Green zei: “Het spijt me dat ik je zo teleurstel.”
Het was even stil, Kage draaide zijn rug naar Green, zwaar ademend, en zei toen: “Je kunt er niks aan doen. Je bent gewoon een zak.”
“He is onzin, Jimmy. Tienduizend dollar? Echt niet. Niet op de manier die wij gewend waren. Jimmy, we zijn geen jonge honden van tweeëntwintig meer! Jij bent een senior citizen en ik ben een verdwaasde zak die zijn leeftijd ontkent en nog net genoeg geld heeft om een paar dagen te overleven! Dan moet ik gaan stelen.”
“We kunnen een film maken. Zelfs met maar tien mille.”
“Jimmy, ik geloof er niet in.”
Kage draaide zich naar hem toe, met betraande ogen: “Dit is je laatste kans, man! Er komt geen werk meer naar ons toe! We liggen eruit! Ik heb mijn fouten gemaakt en jij minstens zoveel! Voor ons zijn er honderden, duizenden anderen, want wij zijn een bedrijfsrisico dat niemand wil dragen! Ze vreten ons niet meer! En daarom vreten wij niet meer als dit nog langer duurt!”

 

 

 

DeWinter
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

 

 

 

 

De Nederlandse historicus, schrijver en dichter Jacques (Jacob) Presser werd geboren in Amsterdam op 24 februari 1899. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

De Achterblijver

 

Zo ver, zo laat en zo verloren:

Wie taalt naar aalmoes of beklag?

De doden kunnen 't niet meer horen,

De levenden staan om de vlag.

 

Zij hebben d'exodus verkozen,

Want heeft een Jood zichzelf verstaan,

Dan hunkert hij naar Saron's rozen

En boven Askalon de maan.

 

Dan weigert hij gedwee te wachten

Van oud pogrom tot nieuw pogrom

En slaat in, zonder wrok of klachten,

De weg naar huis en ziet niet om.

 

En ik blijf hier, alleen, gevangen,

Tot in de stilte dooft de stem,

Die vraagt naar 't doel van míjn verlangen:

Naar welk, naar wèlk Jeruzalem?

 

 

 

PresserOndergang
Jacques Presser (24 februari 1899 - 30 april 1970)

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

 

Noodkreet

                 Geschreven kort na de tweede wereldoorlog
                 in de blijvende sfeer van dood, vernieling en durend leed

Wild sloeg men de blinden dicht
en het werd ontzettend duister.
Hoop verzwond.Geen eeuwig Licht
spreidde nog zijn glans en luister

over afgrond en ravijnen,
over 's werelds diepe schoot
en des levens stage deinen
naar de monding van de dood.

Blijft er nog een toeverlaat,
waar de sterren nedervielen,
waar barbaar en waar piraat
werk van eeuwen weer vernielen

en voor afgoden gaan knielen?
Ach, lawinen storten neer
over lichamen en zielen.
Christus, keer op aarde weer.

 

 

 

 

Verbeke
Luc Verbeke (Wakken, 24 februari 1924)

 

 

 

 

 

De Turkse dichter, schrijver en vertaler Yüksel Pazarkaya werd geboren op 24 februari 1940 in Izmir. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

 

MEINE ZUNGE VEHEDDERT SICH BEI DEINEM NAMEN

 

Du bist der letzte Name meiner Heimat
Der Sehnsüchte Halde
Der Verbannungen Umkehr
Das Leid: die Verbannung von dir
Nur ein Ziel bleibt dem Verbannten
Fremd das Wort fremd die Luft
Richtet den in der Verbannung zu
Durchs Netz der Kränkungen
Durchs Sieb der Peinigungen
Hindurch Seihen ist Verbannung
Verschleppt verzerrt vernichtet
Zu ertragen nur mit deinem Namen
Meine Zunge verheddert um deinen Namen

 

Du bist das letzte Asyl dieses Seins
Kann es je ertragen die Verbannung von dir
Der Verbannung Folter
Wenn es keine Ankunft gäbe bei dir
Die Verbannung zieht sich hin endlos das Sehnen
Geballt der Brand des Verbannten
Die schlimmste aller Prüfungen
Der schmalste aller Pfade
Die Sehnsucht zieht sich hin endlos die Verbannung
Geballt das Leid geballt die Wehmut
Schrickt dennoch nicht zurück vom Weg zum letzten Heim
Möchte Ruhe finden bei dir
Meine Augen trübe, unsichtbar dein Heim

 

Du bist der letzte Halt der Hoffnungen
Endlos an Haltestellen des Trübsinns
Gestürzt in eine einzige Hoffnung
So fern wie schwarze Löcher
So wahr wie schwarze Löcher
So fern wie erloschene Sterne
So wahr wie ihre Strahlen die noch kommen
Wahr jedoch nicht selbst
Fern jedoch nicht entschwunden
Selbst und zugleich nichts
Des Trübsinns Lawine der Hoffnung Bündel
Des Seins erster und letzter Halt
Meine Füße schlingern, aussteigen kann ich nicht

 

 

 

 

 

pazarkaya
Yüksel Pazarkaya (Izmir,  24 februari 1940)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida.

 
De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786.

 

 

21-02-08

Herman de Coninck, Hans Andreus, W. H. Auden, Raymond Queneau, Anaïs Nin, Rosalía de Castro, Justus van Effen


De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

 

Nog een geluk dat

Zoals met de gek uit het grapje
die zich voortdurend met een hamer
op het hoofd sloeg, en naar de reden gevraagd, zei:
"Omdat het zo prettig is, als ik ermee ophou"-
zo is het een beetje met mij. Ik ben ermee opgehouden
je te verliezen. Ik ben je kwijt.

Misschien is dat geluk: een geluk bij een ongeluk.
Misschien is geluk: Nog een geluk dat.
Dat ik aan jou kan terugdenken, bv.,
in plaats van aan een ander.

 

 

 

 

Sneeuwstorm

 

In mijn streek zegt men 'ver' in de zin van 
'bijna'. Het is al 'ver' winter. 
En zo ver is het inderdaad. Sneeuw is eeuwig leven 
op een wit blad zonder letters geschreven, 

niets is nog hier, alles is ginder. 
Zoals dat boerderijtje, tien vadem 
onder de sneeuw. Sneeuw doet het landschap 
wat longen doen bij het inhouden van adem, 

wat ik doe door niet te zeggen 
hoe ik me tastend op alle plaatsen 
en duizend keer per minuut en amechtig 

en toch zoekend en bijna plechtig, 
en lief en definitief, op jou wil neerleggen 
als sneeuw, van de eerste vlok tot de laatste.

 

 

 

 

Vingerafdrukken op het venster

 

Ik denk dat poëzie iets is als vingerafdrukken
op het venster, waarachter een kind dat niet kan slapen
te wachten staat op de dag. Uit aarde komt nevel,

uit verdriet een soort ach. Wolken
zorgen voor vijfentwintig soorten licht.
Eigenlijk houden ze het tegen. Tegenlicht.

Het is nog te vroeg om nu te zijn. Maar de rivieren
vertrekken alvast. Ze hebben het geruis
uit de zilverfabriek van de zee gehoord.

Dochter naast me voor het raam. Van haar houden
is de gemakkelijkste manier om dit alles te onthouden.
Vogels vinden in de smidse van hun geluid

 

 

 

 

coninck
Herman de Coninck  (21 februari 1944 - 22 mei 1997)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en prozaschrijver Hans Andreus werd geboren in Amsterdam op 21 februari 1926. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

 

Liggen in de zon

 

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato

de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht

ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo

ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

 

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen

lig zacht te zingen antwoord op het licht

lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen

te zingen van het licht dat om en op mij ligt.

 

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder

te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil

ik weet alleen het licht van wonder boven wonder

ik weet alleen maar alles  wat ik weten wil.

 

 

 

Liedje

 

Alle roekoemeisjes
van vanavond
alle toedoemeisjes
van vannacht
wat zeggen we daar nu wel van?

 

Niets.
We laten ze maar zitten
maar zitten maar liggen maar slapen
maar dromen van jaja.

 

 

 

 

Laatste gedicht

 

Dit wordt het laatste gedicht wat ik schrijf,

nu het met mijn leven bijna is gedaan,

de scheppingsdrift me ook wat is vergaan

met letterlijk de kanker in mijn lijf,

 

en, Heer (ik spreek je toch maar weer zo aan,

ofschoon ik me nauwelijks daar iets bij voorstel,

maar ik praat liever tegen iemand aan

dan in de ruimte en zo is dit wel

 

de makkelijkste manier om wat te zeggen),-

hoe moet het nu, waar blijf ik met dat licht

van mij, van jou, wanneer het vallen, weg in

 

het onverhoeds onnoemelijke begint ?

Of is het dat jij me er een onverdicht

woord dat niet uitgesproken hoeft voor vindt ? 

 

 

 

 

andreus
Hans Andreus (21 februari 1926 – 9 juni 1977)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Wystan Hugh Auden werd geboren in York op 21 februari 1907. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

 

'Op het feestje'

Het kletsen kent geen ritme, rijm of maat;
en toch hoort niemand proza in zijn praat.
De grondtoon onder al wat wordt ontvouwd
Zeurt monotoon dat men geen mens vertrouwt.
De namen van wie in de mode zijn
Blijken, ontcijferd, boodschappen van pijn.
Ik ben geen open boek waar je in kijkt.
Ik ben meer mij dan jij op iemand lijkt.
Is er geen hond die luistert naar mijn lied?
Ik ben wel bij je, maar daar blijf ik niet.
Een schril en angstig huilen om gehoor
Snijdt door het volle penthouse, maar in koor
Praat iedereen slechts in zijn eigen oor.

 

 

 

Zet stil die klokken

 

Zet stil die klokken. Telefoon eruit.
Verbied de honden hun banaal geluid.
Sluit de piano's, roep met stille trom
de laatste tocht van deze dode om.

Laat een klein vliegtuig boven 't avondrood
de witte boodschap krassen: Hij is Dood.
Doe crêpepapier om elke duivenkraag
en hul de landmacht in het zwart, vandaag.

Hij was mijn Noord, mijn Zuid, mijn West en Oost,
hij was al mijn verdriet en al mijn troost,
mijn nacht, mijn middag, mijn gesprek, mijn lied,
voor altijd, dacht ik. Maar zo was het niet.

Laat in de sterren kortsluiting ontstaan,
maak ook de zon onklaar. Begraaf de maan.
Giet leeg die oceaan en kap het woud:
niets deugt meer, nu hij niet meer van mij houdt.



Vertaling door Willem Wilmink

 

 

 

 

 

auden
Wystan Hugh Auden
(21 februari 1907 – 29 september 1973)

 

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Raymond Queneau werd geboren op 21 februari 1903 in Le Havre. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

 

Uit: L'instand fatal

 

Si tu t'imagines
si tu t'imagines
fillette fillette
si tu t'imagines
xa va xa va xa
va durer toujours
la saison des za
la saison des za
saison des amours
ce que tu te goures
fillette fillette
ce que tu te goures

Si tu crois petite
si tu crois ah ah
que ton teint de rose
ta taille de guêpe
tes mignons biceps
tes ongles d'émail
ta cuisse de nymphe
et ton pied léger
si tu crois petite
xa va xa va xa va
va durer toujours
ce que tu te goures
fillette fillette
ce que tu te goures

les beaux jours s'en vont
les beaux jours de fête
soleils et planètes
tournent tous en rond
mais toi ma petite
tu marches tout droit
vers sque tu vois pas
très sournois s'approchent
la ride véloce
la pesante graisse
le menton triplé
le muscle avachi
allons cueille cueille
les roses les roses
roses de la vie
et que leurs pétales
soient la mer étale
de tous les bonheurs
allons cueille cueille
si tu le fais pas
ce que tu te goures
fillette fillette
ce que tu te goures

 

 

 

 

Queneau
Raymond Queneau (21 februari 1903 – 25 oktober 1976)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Anaïs Nin werd geboren op 21 februari 1903 in Neuilly. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

Uit: The Diaries

 

December 31 1919 *New Years Eve*

What a quiet way to await the beginning of another year! There must be many other things to think about that are more important than the passage of time, since so many other things stir our enthusiasm and drive us to act. That proves that Time doesn't rule through the power of the Inevitable, and that the Inevitable isn't Life.
There are the bells, the whistles. Happy New Year! Happy New Year!
JANUARY 16 1920
I am almost at the end of another notebook. But oh! how few adventures I will have written if nothing else happens before the last page! To be sure Maman is definately leaving for Cuba, but that is rather sad, and I always feel gloomy when she is going away.

Also, if I write so much everyday, I will not be able to tell you in here about my 17th birthday! I ought to shorten my chats, but I was born with a terribly long pen instead of a long tongue, and the dozens of letters I write seem like a drop in the water--I always want to write more!

If only you had a tongue, my little diary! You know that there was a sculptor who created a statue that came to life, and people made a snow-child that also came to life! From one moment to the next, I expect a little movement, a smile. I created you. Oh, become somebody!

 

 

 

nin
Anaïs Nin (21 februari 1903 – 14 januari 1977)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 21 februari 2007.

 

De Spaanse dichteres Rosalía de Castro werd geboren op 21 februari 1837 in  Santiago de Compostela.

 
De Nederlandse schrijver Justus van Effen werd geboren in Utrecht op 21 februari 1684.

 

 

21-02-07

Herman de Coninck, Hans Andreus, W.S. Auden, Rosalía de Castro, Raymond Queneau, Anaïs Nin, Justus van Effen


De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zijn ouders hadden er een katholieke boekhandel, wat hem (en zijn zus) in staat stelde al op jonge leeftijd van de wereldliteratuur te snoepen. Hij doorliep de humaniora aan het Sint-Romboutscollege in zijn geboortestad en schreef toen al voor het schoolkrantje. Hij was al op zijn 15de vastberaden om schrijver te worden. Hij studeerde daarom Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven waar hij meewerkte aan het studentenblad Universitas. In 1966 werd hij licentiaat in de Letteren. Hij woonde daarna 5 jaar in Heverlee. Uiteindelijk vestigde hij zich in de wijk Zurenborg te Berchem bij Antwerpen. Van 1966 tot 1970 was Herman de Coninck actief als leraar, deze periode werd echter onderbroken door zijn legerdienst in 1967. In 1970 nog werd hij redacteur bij het Vlaamse weekblad Humo, waar hij tevens, samen met Piet Piryns, interviews maakte.

 

Februari

De berken staan grauwwit 
als dunne aspergeachtige damesbenen 
voor het eerst zonder nylons. 
Het kreupelhout schuurt knisperig 
als een huig-r langs onze kleren; 
het kreupelhout waaraan als nevel 
de sluiers van door en door luchtig geklede 
voor te lompe liefde voortvluchtige, 
altijd een beetje te licht lachende minnaressen 
zijn blijven hangen. 

Het is niet meteen duidelijk of we mekaar 
zo stevig vastpakken uit kou of uit liefde 
maar misschien is dat hetzelfde. 
Want koud is het hier 
als in een soort kathedraal, het soort, 
diepvriesreligie dat 2000 jaar lang Christus 
koel heeft bewaard. En de zon schijnt 
als het lichtje in een koelkast. 

En de mist 's avonds lijkt op het soort vaagheid 
dat ontstaat in het hoofd van een seniele god 
die niets meer, laat staan een landschap, 
kan onthouden. Kijk maar waar ie nou weer 
Leuven anno 1975 heeft verloren gelegd.

 

Ter ere van de goedertieren maan
(Vrij, respectievelijk zeer vrij, naar Edna St. Vincent Millay)

8

Nee, liefde is niet blind. Ik zie ook met één oog
je lelijkheid en andermans verfijnde charme.
Ik ken zelfs alle sproeten op je armen
en hoe je ogen veel te ver uiteenstaan, en je wenkbrauwen te hoog

om mooi te zijn. Nee, liefde is niet doof,
ik hoor ook met één oor je domme conversatie
en voel met handen, huid en haar je povere bibberatie
die grote passie moet verbeelden, hier in mijn alkoof.

En toch hou ik van jou veel meer dan omgekeerd.
En dat dit liefde zijn zou, heb ik nooit beweerd.
Dit is veeleer een soort eenrichtingsverkeer

waarin steeds ik het wijf ben, jij de heer.
En dat de wereld daarmee lacht, kan mij niet raken.
En als ik al te lijden heb, zijn dat mijn eigen zaken.

 

 

 

coninck
Herman de Coninck  (21 februari 1944 - 22 mei 1997)
 

 

 

De Nederlandse dichter en prozaschrijver Hans Andreus (Ps. van Johan Wilhelm van der Zant)werd geboren in Amsterdam op 21 februari 1926. Na hbs en toneelschool enkele maanden werkzaam als corrector. In 1950 vertrok hij voor vijf jaar naar het buitenland: Parijs, Rome en een reis door Italië. Teruggekeerd verkoos hij de vrijheid van het schrijverschap - dat voor hem als elk ander vak een métier betekende - boven een vast beroep. Zijn werk is zeer gevarieerd: gedichten, hoorspelen, televisie- en reclameteksten, chansons, romans, een novelle en tal van kinderboeken.

 

De verste grenzen en onbegrensd hierin een mens,
dat is mijn basiliek.
Ik snijd de profielen der doden;
ik verstoor het evenwicht en ik herstel het;
ik weet dat degeen die een pijl is van mildheid,
doel treft. In grove trekken
is dit mijn erfenis. Ik schuw de secte
en zie de anderen. Uit noodzaak

onderzoek ik het heelal.

Maar moeilijker dan dit te verstaan
is te verstaan de stem die men altijd opnieuw moet kiezen.
En moeilijker dan leven
is niet af te wijken van die stem
en het geduld te leren.

 

VOOR EEN DAG VAN MORGEN

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man alleen maar een vrouw,
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

 

 

Andreus
Hans Andreus (21 februari 1926 – 9 juni 1977)

 

 

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Wystan Hugh Auden werd geboren in York op 21 februari 1907. Auden groeide op in Birmingham en studeerde aan Gresham's School en de Universiteit van Oxford, waar hij tweemaal redacteur was van de bloemlezingen onder de titel Oxford Poetry en zich ontwikkelde tot een van de linksgeoriënteerde dichters van die tijd. Zijn eerste bundel, Poems (1928), werd gedrukt door zijn vriend en collega-dichter Stephen Spender. Na zijn jaren in Oxford woonde hij een jaar in Berlijn, waar hij in de tijd van de Weimar Republiek meer ruimte vond voor het tonen van zijn homoseksualiteit.
Na zijn terugkeer naar Engeland gaf hij les aan twee jongensscholen (1930-1935). Hij vestigde zijn naam als scherp, geestig en maatschappijkritisch dichter met The Orators (1932) en groeide verder in die rol tijdens zijn werk als leraar.

In 1935 trouwde Auden onverwacht met Erika Mann, de dochter van de Duitse schrijver Thomas Mann. Dit huwelijk was bedoeld om Erika van een Engels paspoort te voorzien. Het echtpaar woonde niet samen, maar bleef wel levenslang bevriend en ze zijn nooit gescheiden. In 1939 emigreerde Auden samen met zijn vriend Christopher Isherwood naar de Verenigde Staten. In 1945 werd hij Amerikaans staatsburger.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verschoof Audens belangstelling van het marxisme naar het protestantisme, zoals met name duidelijk wordt in zijn New Year Letter (1941). Dit had grote invloed op zijn werk. Voor The Age of Anxiety (1947) ontving hij de Pulitzerprijs.

Van 1956 tot 1961 was Auden professor in de poëzie in Oxford. Voor deze baan was zijn aanwezigheid in Oxford slechts voor een korte periode per jaar nodig. In zijn laatste levensjaar verhuisde hij terug naar Oxford. Hij stierf in Wenen in 1973 en is ook begraven in Oostenrijk.

 

As I Walked Out One Evening

As I walked out one evening,

  Walking down Bristol Street,

The crowds upon the pavement

  Were fields of harvest wheat.

 

And down by the brimming river

  I heard a lover sing

Under an arch of the railway:

  “Love has no ending.

 

“I’ll love you, dear, I’ll love you

  Till China and Africa meet,

And the river jumps over the mountain

  And the salmon sing in the street,

 

“I’ll love you till the ocean

  Is folded and hung up to dry

And the seven stars go squawking

  Like geese about the sky.

 

“The years shall run like rabbits,

  For in my arms I hold

The Flower of the Ages,

  And the first love of the world.”

 

But all the clocks in the city

  Began to whirr and chime:

“O let not Time deceive you,

  You cannot conquer Time.

 

“In the burrows of the Nightmare

  Where Justice naked is,

Time watches from the shadow

  And coughs when you would kiss.

 

“In headaches and in worry

  Vaguely life leaks away,

And Time will have his fancy

  To-morrow or to-day.

 

“Into many a green valley

  Drifts the appalling snow;

Time breaks the threaded dances

  And the diver’s brilliant bow.

 

“O plunge your hands in water,

  Plunge them in up to the wrist;

Stare, stare in the basin

  And wonder what you’ve missed.

 

“The glacier knocks in the cupboard,

  The desert sighs in the bed,

And the crack in the tea-cup opens

  A lane to the land of the dead.

 

“Where the beggars raffle the banknotes

  And the Giant is enchanting to Jack,

And the Lily-white Boy is a Roarer,

  And Jill goes down on her back.

 

“O look, look in the mirror?

  O look in your distress:

Life remains a blessing

  Although you cannot bless.

 

“O stand, stand at the window

  As the tears scald and start;

You shall love your crooked neighbour

  With your crooked heart.”

 

It was late, late in the evening,

  The lovers they were gone;

The clocks had ceased their chiming,

  And the deep river ran on.

 

 

 

 

auden2
Wystan Hugh Auden
(21 februari 1907 – 29 september 1973)

 

 

 

De Spaanse dichteres Rosalía de Castro werd geboren op 21 februari 1837 in  Santiago de Compostela. Zij woonde afwisselend in Madris en Simancas. Castro had een wankele gezondheid. Zij was zeer huiselijk en wijdde zich vol overgave aan haar kinderen en haar man. Vanuit zichzelf streefde zij niet naar bekendheid of roem. Haar man overtuigde haar ervan haar gedichten te publiceren. Zij debuteerde met de bundel La Flor. Haar laatste werk was  Follas novas uit 1880.

De volgende twee gedichten komen uit de bundel ‘En las orillas del Sar’. De vertaling is van Elly de Vries.

Ik weet niet wat ik eeuwig zoek

op de aarde, in de lucht en in de hemel;

ik weet niet wat ik zoek, maar het is iets

wat ik verloor, ik weet niet wanneer, en wat ik niet vind,

ook al droom ik dat het onzichtbaar woont

in alles wat ik maar aanraak en zie.

Geluk, ik zal je niet weervinden

op de aarde, in de lucht en in de hemel,

hoewel ik weet dat je bestaat

en geen ijdele droom bent!

 

*

 

Asgrauw de wateren, de naakte

bomen en de asgrauwe bergen,

vaalgrijs de mist die ze versluiert en vaalgrijs

de wolken die langs de hemel drijven;

triest heerst op de aarde het grijs,

de kleur van de ouden.

Van tijd tot tijd weerklinkt het doffe

geruis van de regen, en de wind

die waait door het woud,

die fluit of klinkt als gekreun,

zo vreemd, zo diep, zo vol van smart,

dat het lijkt op een roep om de doden.

Gevolgd door de hofhond, die huivert van kou,

loopt de boer, gebukt

onder zijn juk, door het bergland;

het veld ligt verlaten,

en slechts in de zwarte plassen

van het weidse weiland strijkt

in het intense groen een witte meeuw

neer terwijl de raven krassen.

En vanuit mijn venster,

onder de geseling van de elementen,

luister ik verheugd en verzonken

naar dit valsgestemd concert,

eenstemmig met mijn ziel...

O winter, o mijn vriend!

Wees welkom, welkom, honderdvoudig!

Mijn sombere en strenge metgezel.

Ben je dan niet de gelukkig voorbode

van de milde maart en de vrolijke april?

O, mocht de trieste winter van mijn leven

net als jij van bloemen en van zefiers,

een voorbode van de prachtige,

eeuwige lente van mijn dromen zijn!...

 

 

 

DeCastro
Rosalía de Castro (21 februari 1837 – 15 juli 1885)

 

 

 

De Franse schrijver Raymond Queneau werd geboren op 21 februari 1903 in Le Havre. Hij begon zijn schrijverscarrière als surrealist, was met Georges Perec na de Tweede Wereldoorlog de drijvende kracht achter de 'werkplaats van potentiële literatuur' OuLiPo; hij zou zijn hele leven de vrijheid, de gecontroleerde waanzin en de (formele) vernieuwing in de literatuur praktiseren. Raymond Queneau publiceerde in 1937 de satirische sleutelroman Odile, over zijn breuk met de surrealisten-voorman André Breton, en werkte jarenlang aan een encyclopedie over literaire gekken waarvan gedeelten terechtkwamen in de autobiografische 'roman in verzen' Chène et chien en in de roman Les enfants du limon. In Nederland is hij vooral bekend dankzij Rudy Kousbroeks vertaling van Exercices de style (1947), waarin hij op 99 manieren een simpel verhaaltje over een dubbele ontmoeting vertelt; in de rest van de wereld berust zijn faam in de eerste plaats op Zazie dans le métro (1959), over een eigenwijs provinciemeisje dat met haar oom als toerist door Parijs zwerft en commentaar levert op de pretenties van de volwassen wereld.

 

Uit: Zazie dans le métro

 

« Doukipudonktan, se demanda Gabriel excédé. Pas possible, ils se nettoient jamais. Dans le journal, on dit qu'il y a pas onze pour cent des appartements à Paris qui ont des salles de bain, ça m'étonne pas, mais on peut se laver sans.

Tous ceux-là qui m'entourent, ils doivent pas faire de grands efforts. D'un autre côté, c'est tout de même pas un choix parmi les plus crasseux de Paris. Y a pas de raison. C'est le hasard qui les a réunis. On peut pas supposer que les gens qui  attendent à la gare d'Austerlitz sentent plus mauvais que ceux qu'attendent à la gare de Lyon. Non vraiment, y a pas de raison. Tout de même quelle odeur.

Gabriel extirpa de sa manche une pochette de soie couleur mauve et s'en tamponna le tarin.

"Qu'est-ce qui pue comme ça ?" dit une bonne femme à haute voix. Elle pensait pas à elle en disant ça, elle était pas égoïste, elle voulait parler du  parfum qui émanait de ce meussieu.

"Ça, ptite mère, répondit Gabriel qui avait de la vitesse dans la repartie, c'est  Barbouze, un parfum de chez Fior.

– Ça devrait pas être permis d'empester le monde comme ça, continua la rombière sûre de son bon droit.

– Si je comprends bien, ptite mère, tu crois que ton parfum naturel fait la pige à celui des rosiers. Eh bien, tu te trompes, ptite mère, tu te trompes.

– T'entends ça ?" dit la bonne femme à un ptit type à côté d'elle, probablement  celui qu'avait le droit de la grimper légalement. "T'entends comme il me manque de respect, ce gros cochon ?"

Le ptit type examina le gabarit de Gabriel et se dit c'est un malabar, mais les  malabars c'est toujours bon, ça profite jamais de leur force, ça serait lâche de leur part. Tout faraud, il cria :

"Tu pues, eh gorille."

 

 

 

queneau1
Raymond Queneau (21 februari 1903 – 25 oktober 1976)

 

 

 

De Franse schrijfster Anaïs Nin werd geboren op 21 februari 1903 in Neuilly. Zij werd voornamelijk bekend om haar dagboeken die een periode van veertig jaar beslaan, beginnend op haar twaalfde. Nin verhuisde met haar moeder naar New York. Ze werkte onder andere als model. In 1923 trouwde ze met Hugh Parker Guiler en ze verhuisden naar Parijs waar ze als schrijfster onder andere werkte met D.H. Lawrence.

Nin was bevriend met veel bekende personen, zoals Henry Miller, Gore Vidal en Lawrence Durrell. De stukken in haar dagboek 'The Journal of Love' uit 1931-1932 over haar gepassioneerde affaire en vriendschap met de Amerikaanse schrijver Henry Miller en diens vrouw werden in 1990 door Philip Kaufman verfilmd onder de titel Henry & June.

Nin was een van de meer bekende literaire schrijvers van Erotica. Zij schreef een groot aantal erotische werken, waarvan The Delta of Venus het bekendst is.

 

Uit: Little Birds

 

“Manuel and his wife were poor, and when they first looked for an apartment in Paris, they found only two dark rooms below the street level, giving on to a small stifling courtyard. Manuel was sad. He was an artist, and there was no light in which he could work. His wife did not care. She would go off each day to do her trapeze act for the circus.

In that dark under-the-earth place, his whole life assumed the character of an imprisonment. The concierges were extremely old, and the tenants who lived in the house seemed to have agreed to make it an old people's home.

So Manuel wandered through the streets until he came to a sign: For Rent. He was led to two attic rooms that looked like a hovel, but one of the rooms led to a terrace, and as Manuel stepped out onto this terrace he was greeted with the shouts of schoolgirls on recess. There was school across the way, and the girls were playing in the yard under the terrace.

Manuel watched them for a few moments, his face glowing and expanding in a smile. He was taken with a slight trembling like that of a man anticipating great pleasures. He wanted to move into the apartment immediately, but when evening came and he persuaded Therese to come and inspect it, she saw nothing but two inhabitable rooms, dirty and neglected. Manuel repeated, "But there is light, there is light for painting, and there is a terrace." Therese shrugged her shoulders and said, "I wouldn't live here."

 

 

 

Anais2
Anaïs Nin (21 februari 1903 – 14 januari 1977)

 

 

 

De Nederlandse schrijver Justus van Effen werd geboren in Utrecht op 21 februari 1684. Samen met Willem Jacob 's Gravesande en Prosper Marchand richtte hij in 1713 het tijdschrift Journal littéraire de la Haye op. Hij was meerdere malen huisleraar en in 1715 maakte hij deel uit van een gezantschap naar London om de kroning van George I van Engeland bij te wonen. Daar maakte hij kennis met de Engelse auteurs. Hij vertaalde Jonathan Swift en Daniel Defoe naar het Nederlands. Omstreeks 1720 reisde hij naar Zweden. In 1727 promoveerde Van Effen in de Rechten. Van Effen was in 1731 de oprichter van het weekblad Hollandsche Spectator, dit in navolging van het Engelse blad The Spectator. Hierin schreef hij aanschouwelijke en moraliserende schetsen over de meest uiteenlopende onderwerpen van het Hollandse leven van zijn tijd.

 

Uit: De Hollandsche Spectator

 

“Onder de menschen die hun werk schynen te maken, van zich een eeuwige gelukzaligheid te bezorgen, vind ik driederley slag. Zommige zyn fyn, en niet godvrugtig; andere fyn, en godvrugtig teffens; andere wederom godvrugtig, en niet fyn. Hoewel het woord fyn, hier ter plaatze niet zeer dubbelzinnig is, vind ik egter raadzaam omstandiglyk de betekenis welke ik aan het zelve hegte, uit te leggen. De Fynigheid openbaard zich, met de zelfde natuur, dog, onder verscheidene gedaantens in alle bekende Religien, zo wel de Heidensche, en Mahometaansche, als in alle de takken des Christelyke Godsdienst. Wat onze Gereformeerde aangaat ik verstaa door een fyn perzoon iemand, die zich van de gemeene hoop zyner medeburgeren afzonderd, onder voorgeven van zich van alles, dat niet direct tot uitwerking zyner zaligheid diend, volmaakt te ontledigen.”

 

 

effen
Justus van Effen (21 februari 1684 - 18 september 1735)