21-08-17

Dolce far niente, Martin Bril, Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Robert Stone, Aubrey Beardsley, Frédéric Mitterrand

 

Dolce far niente

 

 
Amsterdam: Kruising Tollensstraat – Kinkerstraat begin jaren zeventig

 

Uit: De Tollensstraat

“De eerste Amsterdamse straat die echt iets voor mij betekende was de Tollensstraat, een zijstraat van de Kinkerstraat in Oud-West. Het was zo'n volksstraat met etagewoningen gevestigd in hoge, grimmige, bakstenen panden met hijsbalken, een café op de hoek met vitrages voor de ramen en oude auto's langs de scheve stoepen. Ik kwam de straat binnen op een herfstige avond in 1980. De tram had me vanaf het Centraal Station naar de hoek Bilderdijkstraat en Kinkerstraat gebracht. Het laatste stuk liep ik, langs onder andere een oliebollenkraam die er nog steeds staat in dit jaargetijde. Toen sloeg ik linksaf, de Tollensstraat in. Ik moest me halverwege die straat melden bij een jongen die ik niet kende — Walter Carpay. Hij woonde op driehoog-achter. We gingen een tijdschrift beginnen. Ik schelde aan. Er gebeurde lange tijd niets, en ik keek om me heen. Ik was nog nooit eerder in een straat als deze geweest. Ik kwam uit Groningen, daar had je zulke straten niet. Ik was wel eerder in Amsterdam geweest, maar meer dan het Rokin, het Spui, de Nes en een paar grachten had ik niet gezien. Dit was de eerste keer dat ik diep in Amsterdam was. 21 was ik. De deur ging open en ik begon de lange klim naar Carpays verdieping. Ik kwam langs deuren, overlopen, kratten met lege flessen, bakken met kattenkorrels, wasgoed dat in het trapgat hing. Ik rook eten en hoorde stemmen achter dunne muren. Uiteindelijk was ik boven. Aanwezig waren die avond Dirk van Weelden, Rob Scholte en de al genoemde Carpay, die later begrafenisondernemer zou worden, maar nu nog op de Rietveld Academie zat. Scholte zat op dezelfde school, en Van Weelden kende ik uit Groningen. Daar studeerden we allebei filosofie. Hij was de schakel tussen mij en de anderen: hij had met hen op de middelbare school in Alkmaar gezeten. Goed. We smeedden plannen, zoals die dingen gaan, en daarna hadden we honger. Ik herinner me dat Carpay en Scholte de deur uit gingen om boodschappen te doen. Ze kwamen terug met een zak aardappelen, een kilo wortelen en uien, twee rookworsten en een paar flessen Grolsch, halve liters. In het kleine, smalle keukentje van Carpay, met een granieten aanrecht en een geiser met een weigerachtige vlam en zo'n plastic slangetje eronder, schilden we de aardappels, sneden we de uien en wasten we vier borden en het nodige bestek af. Toen aten we hutspot:”

 

 
Martin Bril (21 oktober 1959 - 22 april 2009)
Utrecht, Oude Gracht. Martin Bril werd geboren in Utrecht.

Lees meer...

21-08-16

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Robert Stone, Aubrey Beardsley

 

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

Het rode leven regent

Aan de ene kant is er nog een kant.
Aan de andere kant is er geen kant meer.
Ik kan niet heen en weer, al zou tijd mij
dat wel toestaan. De schepping wil het niet.

De dood is de langste hoogte, voor- en zijkant
van het hout. Driedimensionaal niets waarin
ik liggen zal. Ik schrijf toch weer een vers over
wat er komen gaat. Komt dit door het weer vandaag?

Er valt rode regen* op de wereld. Het regent leven.
Misschien zonder DNA. Onwereldlijke maat die niet
naar niets toegaat als ik, maar komt vanuit het universum,
slingert door Het Al. Rode regen valt uit rode ogen
die wenen om de staat van zijn van lijf en stof.

En niets is een oud verhaal dat met lege handen
rooddoorweekt door de regen nooit meer thuiskomt.

Dit niets spoelt ook de rode regen niet naar huis
en niet meer weg. Zie: ik ben het, ik ben het maar.

 

 

In de ochtend

Verwondering over de matte lichtval
van deze ochtend, vol kersen en kleine regen.
Aangekleed, gekamd, maar wat ik doen zal
is mij nog niet gezegd. Dan zacht bewegen;

muziek die neerdaalt uit een instrument
waarop ik lang geleden heb gespeeld.
De klank verstoort mijn evenwicht. Het is mij onbekend
wat men hier speelt, de compositie lijkt verdeeld

in toen en nu; mijn vingervlugheid is gelijk.
De vleugel glanst, haar draagkracht even sterk,
zoals de lichte Arabesque die ik ontwijk
als ik mij tot herinnering beperk.

Zie, mijn vader prijst mijn spel,
geeft richtlijnen, streelt nu mijn moeders hand.
Tijd valt uit elkaar in onverdraaglijk getel.

 

 

Een verleden

Werkelijk voorbij kan niets ooit zijn;
de pijn waait voort als lucht tussen
de steden, draagt de lussen
van de tijd waarbinnen ik verschijn

in een ander zelf. Ik ben pas zesentwintig
maar meervoudig in mijn wezen,
in elke lus een ander leven,
een andere kus om mee weg te gaan.

En alleen de pijn gaat voort; zij stapt
zomaar, zij leeft voor zo weinig, hapt
nog naar vrede, maar wordt dan mij.

Misschien is er langzaam iets gebleven:
de lucht tussen de steden
neemt al mijn lussen op uit een verleden.

 

 
Rogi Wieg (21 augustus 1962 – 15 juli 2015)
In 1988

Lees meer...

21-08-15

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Robert Stone, Aubrey Beardsley, Gennadi Ajgi, Lukas Holliger

 

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Wieg overleed vorige maand op 53-jarige leeftijd. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

U bent

Toen U wegging brak U mijn hart.
Als U terug kon keren zou ik Uw nek breken.

Maar U heeft geen nek, alleen een onsterfelijke,
denkbeeldige lange hals, als van een fles van
dun glas die zich uitrekt over het water van de zee,
glas met daarin de geschiedenis van alles.

Als U terug kon keren zou ik de tafel dekken,
het brood breken en de wijn drinken. Ik zou
mijzelf aan het kruis slaan voor Uw bestaan.

U bent niet meer De Zoon en niet meer De Vader.
U bent het onbezielde veld en de ruimtetijd.

U bent de onbezielde zwaartekracht en het verloop
van de lichtstraal bij nacht, U bent de wiskunde
zonder zachte geest, U bent er nu en bent er
altijd al geweest. U bent de symbolen die men leest.

Maar niet De Zoon en niet De Vader. Niet De Geest.

Toen U wegging brak U mijn hart.
Als U terug kon keren zou ik U hardhandig wurgen.

U bent ooit toen ik kind was in mijn huis geweest.

 

 

Een huilend, sidderend blad

De fysicus zegt dat ik niet echt ben,
een hologram.Toch zoekt God
mijn gezelschap om niet alleen te zijn.

God zoeken is een ding, maar door God
worden gezocht is heel iets anders. Het is groter.

De natuurkunde sluit Hem uit het universum,
multiversum, uit het holisme en het veld van
quantumwaarschijnlijkheden.

Het hiernamaals is zo een huilend, sidderend blad
aan een boom, het valt tussen de bladen
van een woordenboek.

 

 

Iets anders

Hier is het verhaal uit,
het was geen oefening
in doodmaken, maar
iets anders. Ik wacht op
haar, eet dan iets met haar
en slaap, later in de nacht,
met haar. Ze leest op bed, in
de woonkamer doe ik Taak.

Zij wacht daar op mij, is bij mij,
zoals haar en mijn uitgestrekte
God op ons wacht en bij ons is,
hoog en laag. Ik schrijf vandaag

al 32 jaar mijn verzen. Dat is
64% van tijd die ik tot aan deze
avond toe besta. Zij weet hiervan,
kent procenten, volgemaakt getal.

En ik heb geen verbrijzeld, gekapt,
of afgebroken werk gemaakt.
Niet over haar, of onze God.
En ook niet over al dat andere.

 

 
Rogi Wieg (21 augustus 1962) – 15 juli 2015)

Lees meer...

16-07-15

In Memoriam Rogi Wieg

 

In Memoriam Rogi Wieg

In zijn woonplaats Amsterdam is woensdagavond de Nederlandse dichter en schrijver Rogi Wieg overleden. Dat heeft zijn vrouw laten weten via Wiegs uitgeverij In de Knipscheer. Rogi Wieg was 52 jaar oud. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

Poëzie

Nu is het dus dat ik niet meer weet
hoe bang zijn was. Ik zal niet langer vijand
zijn van zoveel vormen goedheid. Maar vergeet
niet wat je was: ogen, haar, een hand

om mee te schrijven. En wat moet ik zeggen,
de stadsweg waarover je naar huis toe gaat,
mijn huis zelfs is zo liefdevol voor mij. Verleggen
van dit leven is gewichtig. dat je hier bestaat

alsof je altijd zal bestaan lijkt eigenaardig
- en al die mooie dingen dan -
om alles weg te gooien voor wat poëzie is te lichtvaardig.

Er is te weinig taal in mij om zaken
te omschrijven zoals dit gebrek aan angst;
dus noem ik maar wat afgebroken wordt, om nog iets goed te maken.

 

 

Als een sonnet van verveling

Vroeger wist ik al dat trage tijd
in mijn leven komen zou, dadenloos omlijnd.
Geboren in een sterrendoek zijn alle dingen toen verleid
tot maan die opkomt, maan die niet verdwijnt.
 
De stad legt zich in straten aan mij uit;
de nachtlamp brandt, gekletter van bestek.
Hier is men thuis in dat wat sluit
en nooit meer opengaat. Ik weet alleen oneigenlijk vertrek.
 
Ik deed de tijd af of ik niet bedacht
dat wat voorbij is nooit meer wijkt
en bij me blijft tot kindszijn toe.
 
Men kleedt zich uit, de klacht is moe
dat tijd veel trager lijkt
en einde weer tot herkomst bracht.

 

 

I WANT TO TALK ABOUT YOU

God, geef mij nog een laatste
gedicht. In Uw metaforen beveel
ik mijn lichaam en geest.

Laat mijn dood een bloemlezing
zijn van iemand en iets. God,
maak van mijn pijn een bloementrompet
en maak van mij een vuurzee van water.

Zo zal ik niet sterven, maar ga ik
alleen een beetje dood. In mijn
ruggenmerg strooit U confetti
en daaruit zullen vleugels groeien.

Zo zal ik gezelschap voor U zijn
en U vliegensvlug voorlezen uit
oude boeken. Mijn God, ik zal
U niet verlaten.

 

 

 
Rogi Wieg (21 augustus 1962) – 15 juli 2015)

21-08-14

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Robert Stone, Aubrey Beardsley, Gennadi Ajgi, Pete Smith

 

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

Giant Steps

‘Voor geluk ben jij niet geboren,’
zei de oude man tegen mij.
Hij was het ook niet, maar speelde
goed. Dat kon hij al duizenden jaren.
Mijn verzen schrijf ik, als ik al
iets opschrijf. Hoe kan iemand
van zoveel materie niets maken?
Luchtgoochelaar met regenachtige
wolkjes lucht, strakke lucht, blauwe lucht.
Nee, niets is iets bij mij, niet niets, en
iets is aan het einde toch iets. Weinig.
Ik bezit twee cd’s van Buddy Rich
en ze zijn haast hetzelfde.
Opname: oktober 19, 1977, New York City.
Maar twee nummers verschillen.
Ik ben voor weinig verschil geboren,
laat ik het daar maar op houden.

 

 

Datering 2013

Eind april, of aan het begin van (pijnloos?) mei,
is het na meer dan dertig jaar niet voldoende.
Het zal nooit genoeg zijn, zoals de zwarte moorden
en de witte handkussen doorgaan in de werelden.

Het is het meest echt als het ’t minst echt is,
op het hoogste punt van de abstractie, zoals vandaag
wanneer ik een Heilige Geest ben die niets lijkt
te betekenen, maar alles vertelt met vleesloze lippen.

Op een lege tafel ligt een stuk brood en staat
Een beker rode wijn.
Dit is allemaal niet concreet,
geen voedsel en drank, geen goedheid,
geen brandwonden, geen gekromde, vuile vinger
die wijst naar een kruis.

Op een lege tafel ligt de hele wereld die
mij zo bekend en onbekend is.

 

 

Het schijnt dat ik de tijd verteken

Het schijnt dat ik de tijd verteken
maar vandaag maakt zoveel uit. Toch valt boomblad
ergens anders neer dan ik bereken
en vormt mij, in alle engten van de stad.
 
En deze stad, met in haar soberheid
de kleine openingen naar wat is
en wat geweest is, maakt mij wijd. Ik benijd
mijn uitvergrote voorgeschiedenis.
 
De autobruggen zijn verlicht.
Een binnenplaats met weggeschoven sneeuw
laat niemand toe. Het voetspoor
 
van ouders dat ik opnieuw hoor
als dove slagen uit een oude eeuw
bestaat niet meer. Ik ben tot eigen hart verdicht.

 

 
Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962)
Cover

Lees meer...

21-08-13

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Robert Stone, Aubrey Beardsley, Lukas Holliger

 

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

 

Titanic

 

Zij was ooit mijn toverdraad, ik was jong,
een halve meter literatuur verder
ben ik al jarenlang niet meer de herder
van schaap poëzie. Men zegt dat ik echt zong.

Het zingen is mij goed vergaan door niets;
louter dagtaken, scheren, ouder worden.
De blauwe stad hangt als een baard aan iets
dat ik 'ik' noem. Ben half-veertig geworden.

Een blauwe namiddag maakt niet meer een barst
- uit- in mij. De taal is wit en mistig.
Ik ben door bijna niets tot bot geharst.

Zij was ooit mijn dagverdrijf, maar verging
als de Titanic en later de kleurenfilm.
Het is in scheef proza waarin ik zing.

 

 

 

Zonder Twijfel

Eerst vond men het wiel uit en toen het zwaard van Damocles
en de hoed en de appel van het kwaad tot erger, en daarna

drong de punt van het genoemde zwaard naar binnen door
mijn schedeldak: ik trouwde. De wereld is techniek, het trouwen

is belofte, zo had het moeten zijn, maar zo was het niet.
Opstaan, liefhebben, nachtrust, het werd een wiel

dat het oude zwaard liet zakken, dieper, diepst, tot in het hart.
Waarom heb ik je gemaakt? Waarom me niet omgekeerd en weggelopen?

Er zit soms diepte in de wereld van de vlakte, lijnen die elkaar
kruisen op een snijpunt, zwart dat lichter wordt en afneemt

tot wit. Noem het perspectief, of bedrog, een valse
belofte, of techniek. Maar jij bestaat. Jij, zonder twijfel
.

 

 

 

 

Mijn huis is eenvoud

Mijn huis is mijn hoofd,
mijn geslacht en mijn hart.

Nee, mijn huis is een cel
en de jood zonder tafel
of brood, zonder drank, of bed.
Zonder bloed dat ontroert.

Nee, ik lieg. Ik heb zoveel gelogen.
En dit is de waarheid. Tot slot!
Mijn huis is bij jou, in je hoofd!

Ondanks alles bij jou. De laatste
kamer in de natuur, tussen je gelegen
bloemen, je gesloten ogen. Ik zou willen,
de laatste cel in mijn grond.

 

 

 

 

Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962)

Lees meer...

21-08-11

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Robert Stone

 

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

 

Uit: Kameraad Scheermes

 

 

Toen ik eindelijk huilde, barstte er
onweer los boven de stad, het

is bijna te gemakkelijk, zo’n beeld,
maar het is gebeurd; veel was bijna

te gemakkelijk, maar gebeurde eveneens:
vrouwen, een soort liefde die ik voelde.

weggaan bij iemand, alle menselijkheid

vertrappen, snel en zonder al te veel
overwegingen, gedreven door iets dat valt

onder de psychiatrie, of onder de dierlijkheid.
Ik brak het manke been van mijn vader,

nam hem het lopen af, brak het zieke hart
van mijn moeder, nam haar het kloppen af,

en wilde toen plotseling leven en niet meer
hangen aan een gekromde boom langs het water.

 

 

 

Uit: Dagen in Budapest

 

 

Een kettingbrug tussen twee

rivieroevers; aan beide zijden

zonverlichte huizen.

Ik wandel met mijn vader,

maar midden op de brug moet hij

even stilstaan.

Zijn hartslag doet mij schrikken;

wij spreken niet van doodgaan

maar van een afgebroken kinderziekenhuis,

een etherslaap die langer dan het leven

duurde.

 

 

 

Winter

 

De vogels in de stad verkolen:

avondlicht daalt neer over

de tuinen waarin zij geluidloos

zullen overnachten.

 

Vroeger heb ik ook in tuinen willen

slapen, met mijn vader kijken

naar de sterren van een wintermaand.

 

In de stad opent de nacht als

een oude vrouwenmond; lantarens

geven amper licht, mijn vader zwijgt.

De tuinen van de stad vriezen opnieuw

dicht.

 

 

 


Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962)

Lees meer...

21-08-10

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Frédéric Mitterrand, Robert Stone, Gennadi Ajgi, M. M. Kaye, Aubrey Beardsley, Lukas Holliger, Pete Smith

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 21e augustus mijn blog bij seniorennet.be

  

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Frédéric Mitterrand, Robert Stone

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 21e augustus ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag. 

 

Gennadi Ajgi, M. M. Kaye, Aubrey Beardsley, Lukas Holliger, Pete Smith

 

21-08-09

Rogi Wieg, Lukas Holliger, Pete Smith, Aubrey Beardsley


De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2006 en ook mijn blog van 21 augustus 2007 en ook mijn blog van 21 augustus 2008.

 

 

Een stuk taart

 

Je bent maar weinig ouder geworden, geloof ik,
de stap van je metgezel is aarzelend, zo is de gezondheid ook,
de tijd is voorbijgegaan, maar niet als vergelijking,
zij is echt voorbij, als een kleine kop koffie,
een stuk taart, dat men heeft opgegeten,
of misschien weggegooid.

Je bent maar weinig ouder geworden, geloof ik,
je vijfenzestigste verjaardag is geen grap,
maar wel grappig, want de tijd is voorbijgegaan,
als een kleine kop koffie, en we leven nog steeds.
Aarzelend. Maar zo is de gezondheid. Dit heb ik
toch al gezegd.

Ik ben ouder geworden dan jij, in vijfenzestig jaar.
Hoe ben je niet veranderd?
Hoe is je metgezel niet veranderd?

Een gedicht is niet genoeg voor een leven. Maar meer mag je
niet van me verwachten,
het is warm, ik weet niet genoeg. Ik ben veel vergeten.
Laten we het stuk taart opeten, want je bent
weinig ouder geworden.

 

 

 

 

Inktvlekken

 

Dagboeken zijn als leven, data, dag in dag
uit. Blauwe, strakke hemels, regen. Als het aan mij lag
zou ik zeggen: laat men de dagboeken voltooien,
handschriften, thema's doen er niet toe. Gooien

we de mens voor leegoogige, gladgeschoren leeuwen
die om het bestaan van een dagboek slechts geeuwen,
dan zijn we niet die betere verre vriend of goede buur,
al kleden we ons naar de tijd en betalen we zuivere huur.

Er zijn slechte buren geweest. Het theeservies
van de mens wiens dagboek als een raam
werd dichtgeklapt - glasgerinkel, inktvlekken staat vies

op andermans aanrecht. Maak het nu beter, was het af en breng het terug.
Maar alleen de doden mogen vergeven en zij kunnen niet spreken.
Hun buren zijn andere doden, eindelijk veilig, zij hebben geen mond of een
kaarsrechte rug.

 

 

 

 

 

Geen revolver

                                                                                                   Voor Bert Schierbeek

 

Het regent, de laatste bloemen

laten los, maar de mensen bloeien.

 

Hölderlin leest even helder,

verduistert dan; gordijnen worden

 

dichtgetrokken overdag. Deuren sluiten

zonder sleutelgat. Het regent hard.

 

Toch: wezens denken dat de wereld

beter wordt, vrouwen trekken lippenstift

 

en geen revolver. Vrouwen baden kinderen,

maar de hemel maakt hun water zwart.

 

Toch: tijd rolt zich uit om mensen langer

tijd te geven en nu zal Hölderlin wat gniffelen

 

om de laatste peren. Maar hij heeft ongelijk:

het is zijn waanzin die naar de pijpen danst van as.

 

Het regent, de laatste bloemen

strooien kindjes op de oude aarde.

 

En Hölderlin buigt zich over zijn gedicht,

schrapt wat woorden, drinkt en bidt.

 

 

 

 

 

wieg
Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver, dramaturg en redacteur Lukas Holliger werd geboren op 21 augustus 1971 in Basel.

 

Uit: Glas im Bauch – Betrachtungen durch verschluckte Brillen

 

„Der Franzose verliess das Hotel in der Absicht seinen Chef, den Deutschen zu erschiessen. Der Franzose hiess Pierre Maigret, den Deutschen nannten sie „Gott“, weil er sich in Sitzungen gerne von seiner Sekretärin hofieren liess und sämtliche Befehle mit einer Herrschergeste aus dem Musterbuch Michelangelos unterstrich. Gott hiess in Wirklichkeit Andreas Port und verbrachte seinen Sommerurlaub an der spanischen Küste in Begleitung seiner Freundin Katharina.

Der Wind sog die würzige Luft der Pinienwälder über den Felsenstrand und blies den Rauch der Fleisch grillenden Touristen sanft nach Westen. Als auf den roten Felsenkanten Pierre Maigret auftauchte, reparierte Andreas Port gerade mit einem Stück Draht die Sonnenbrille von Christian Dior, die seiner Freundin auf dem Markt heruntergefallen war. Maigret war von Gott in mehreren Sitzungen gedemütigt worden und hatte sich Rache geschworen. Als Pierre im Nachlass seines Vaters, der vergangenen Winter an einer zu spät erkannten Lungenentzündung unerwartet gestorben war, einen Revolver samt Magazin gefunden hatte, war in ihm der Wunsch entstanden, den deutschen Gott abzuknallen. Das Wort„abknallen“ gefiel ihm. Es passte zu Gott wie ein Ei in den Eierbecher. Statt zu kündigen und arbeitslos zu sein, statt alleine in der Junggesellenwohnung zu hocken und darüber nachzudenken, warum er in Darmstadt nie Freunde gefunden hatte, in den ganzen fünfzehn Jahren nicht, hatte Pierre Maigret beschlossen, das Leben von Andreas Port zu beenden und sich anschliessend zu stellen.“

 

 

 

 

Hollinger
Lukas Holliger (Basel, 21 augustus 1971)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Pete Smith werd op 21 augustus 1960 in Soest (Westfalen) geboren als zoon van een Spaanse vader en een Engelse moeder. In Münster studeerde hij germanistiek, filosofie en communicatiewetenschappen. Hij werkt als zelfstandig schrijver en journalist in Frankfurt am Main. Hij schrijft romans, verhalen, hoorspelen en jeugdboeken.

 

Uit: Verschollen im Mittelalter

 

“Er hatte sich unbeobachtet gefühlt, als er mit seinem Sturmfeuerzeug das Lagerfeuer entzündet und später seine Brote verschlungen hatte. Er war allzu sorglos gewesen - und jetzt sollte er dafür büßen. Der Bauer musste ihm die ganze Zeit über zugesehen haben.

Jetzt erst begriff er dessen Bestürzung. Diese Mischung aus grenzenloser Angst und fassungslosem Erstaunen in seinem Gesicht. Für ihn war er ein Zauberer, »aus dessen Händen Feuer wächst«. Zu allem Überfluss hatte er seine Brote auch noch in Frischhaltefolie eingepackt - in »durchsichtige Haut« - und damit sein Schicksal endgültig besiegelt.

Verdammt, so ist es gewesen, dachte er.

Konzentrier dich, befiehlt er sich, während sein Unterbewusstsein wahrnimmt, dass nicht weit von ihm Holz aufgeschichtet wird. Denk nach, verdammt! Du bist...

»Ich bin doch bloß ein Spielmann«, hört er sich sagen, »und komme von weit her. Ich bringe den hohen Herrschaften meine Lieder dar und schenke ihnen die Weisheit der Welt. Im fernen China hat man mir das Handfeuer und in Mesopotamien das durchsichtige Papier verehrt. Ich habe es für Kaiser Friedrich und Papst Gregor ...«

»Schweig!«, schreit der Hagere und augenblicklich senkt sich eine Grabesstille über den Platz. »Schweig, du Ketzer, und wage nicht, den Heiligen Vater zu besudeln, indem du seinen Namen mit deiner giftigen Zunge formst. Ein Spielmann, ha! Ein schöner Spielmann ist das, dessen Laute jault wie eine kranke Katze! Winseln wirst du, wenn die Flammen nach dir lecken!«

 

 

 

Pete_Smith
Pete Smith (Soest, 21 augustus 1960)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter, schrijver en illustrator Aubrey Vincent Beardsley werd geboren op 21 augustus 1872, Brighton. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007 en ook mijn blog van 21 augustus 2008.

 

 

 

The Three Musicians 

 

Along the path that skirts the wood,

            The three musicians wend their way,

Pleased with their thoughts, each other’s mood,

            Franz Himmel’s latest roundelay,

The morning’s work, a new-found theme,

                         their breakfast and the summer day.

 

One’s a soprano, lightly frocked

            In cool, white muslin that just shows

Her brown silk stockings gaily clocked,

            Plump arms and elbows tipped with rose,

And frills of petticoats and things, and outlines

                         as the warm wind blows.

 

Beside her a slim, gracious boy

            Hastens to mend her tresses’ fall,

And dies her favour to enjoy,

            And dies for réclame and recall

At Paris and St. Petersburg, Vienna and St. James’s Hall.

 

The third’s a Polish Pianist

            With big engagements everywhere,

A light heart and an iron wrist,            

            And shocks and shoals of yellow hair,

And fingers that can trill on sixths and fill beginners with despair.

 

 

 

musicians2
Illustratie

 

 

The three musicians stroll along

            And pluck the ears of ripened corn,

Break into odds and ends of song,

            And mock the woods with Siegfried’s horn,

And fill the air with Gluck, and fill the tweeded tourist’s soul with scorn.

 

The Polish genius lags behind,

            And, with some poppies in his hand,

Picks out the strings and wood and wind            

            Of an imaginary band,

Enchanted that for once his men obey

                          his beat and understand.

 

The charming cantatrice reclines

            And rests a moment where she sees

Her chateau’s roof that hotly shines

             Amid the dusky summer trees,

And fans herself, half shuts her eyes, and smoothes

                          the frock about her knees.

 

The gracious boy is at her feet,

            And weighs his courage with his chance;

His fears soon melt in noon-day heat.

            The tourist gives a furious glance,

Red as his guide-book grows, moves on,

                          and offers up a prayer for France.

 

 

 

 

 

Aubrey_Beardsley_4

Aubrey Beardsley (21 augustus 1872 - 16 maart 1898)
Getekend door Walter Richard Sickert

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

21-08-08

Rogi Wieg, Aubrey Beardsley, X.J. Kennedy, Frédéric Mitterrand, Robert Stone, Gennadi Ajgi, Lukas Holliger


De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2006 en ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 

 

Mijn leven

 

Ik doe wat ik doe langzamerhand
zonder innerlijke achtergrond, ja, een jeugd
en veel in koelen bloede daarna, maar het meeste
is ijlte, een strandwandeling met dichtregels
op golftoppen, zomaar, de ijlte, niet
gevuld met ontstaansgeschiedenissen zonder Schepper.
Het is dit of dat, maar nooit dit en dat
tegelijkertijd, mijn leven komt en gaat,
als katoen, druiven, maaltijden,
komt en gaat en blijft dan ineens weg.

 

 

 

 

Brief aan mijn dochter

 

Er is altijd een thema en dat ben jij, deugniet,
simpel gezegd, niet cryptisch, niet met vergelijkingen,
of mystiek, niet met dichterlijke ingrepen, niet met
woorden die met elkaar spelen - spelende woorden

betekenen al iets ingewikkelds, het spijt me - jij bent
voor mij de mogelijkheid tot eenvoud die, in elk geval,
míj ontroert en mij doet werken op papier aan de liefde
van een vader die buiten zijn verzen wil gaan voor jou,

in een gewone brief aan mijn dochter. En elke brief aan jou
wil ik bewaren, korte brieven, zinnen die al het poëtische
ontkrachten en aantonen dat kunst soms waardeloos is. Niet
omdat de kwaliteit ontbreekt, maar om hele andere redenen.

Dit wilde ik je vanavond even zeggen, al ben ik alleen, deugniet.

 

 

 

 

Seizoenen

 

Vandaag van werk naar kamers toe
is er een lichtheid in mijn ledematen.
Ik ben niet onbekend, uit wat ik doe
blijkt onderling verband, ik werk de maten

die niet groot of klein meer lijken.
De tijd bepaalt zich niet tot ongenoegen,
het lichaam is hier niet met angst te vergelijken,
waardoor ik ondervind dat men zich in kan voegen.

Bladeren vallen naar de aarde,
de namiddag is geel en opgemaakt,
lege metro's waarin niemand ooit naar huis toe gaat.

Ik geef aan dit seizoen een waarde
van veel te grote woorden; de stilstand waakt
over het jaargetijde dat mij soms verder laat.

 

 

 

 

Wieg
Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962)

 

 

 

 

De Engelse dichter, schrijver en illustrator Aubrey Vincent Beardsley werd geboren op 21 augustus 1872, Brighton. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 

Uit: The Art of the Hoarding

 

“Advertisement is an absolute necessity of modern life, and if it can be made beautiful as well as obvious, so much the better for the makers of soap and the public who are likely to wash.
     The popular idea of a picture is something told in oil or writ in water to be hung on a room’s wall or in a picture gallery to perplex an artless public. No one expects it to serve a useful purpose or take a part in everyday existence. Our modern painter has merely to give a picture a good name and hang it.
     Now the poster first of all justified its existence on the grounds of utility, and should it further aspire to beauty of line and colour, may not our hoardings claim kinship with the galleries, and the designers of affiches pose proudly in the public eye as the masters of Holland Road or Bond Street Barbizon (and, recollect, no gate money, no catalogue)?
     Still there is a general feeling that the artist who puts his art into the poster is déclassé—on the streets—and consequently of light character. The critics can discover no brush work to prate of, the painter looks askance upon a thing that achieves publicity without a frame, and beauty without modelling, and the public find it hard to take seriously a poor printed thing left to the mercy of sunshine, soot, and shower, like any old fresco over an Italian church door.
     What view the bill-sticker and sandwich man take of the subject I have yet to learn. The first is, at least, no bad substitute for a hanging committee, and the clothes of the second are better company than somebody else’s picture, and less obtrusive than a background of stamped magenta paper.”

 

 

 

 

Beardsly
Aubrey Beardsley (21 augustus 1872 - 16 maart 1898)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, vertaler en bloemlezer X.J. Kennedy werd geboren in Dover, New Jersey op 21 augustus 1929. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 

 

The Devil's Advice to Poets

Molt that skin! Lift that face!—you'll go far. 
Grow like Proteus yet more bizarre. 
In perpetual throes 
Majors metamorphose— 
Only minors remain who they are. 

 

 

 

 

Nothing in Heaven Functions as It Ought


Nothing in Heaven functions as it ought: 
Peter's bifocals, blindly sat on, crack; 
His gates lurch wide with the cackle of a cock, 
Not turn with a hush of gold as Milton had thought; 
Gangs of the slaughtered innocents keep huffing 
The nimbus off the Venerable Bede 
Like that of an old dandelion gone to seed; 
And the beatific choir keep breaking up, coughing.   

But Hell, sleek Hell, hath no freewheeling part: 
None takes his own sweet time, none quickens pace. 
Ask anyone, "How come you here, poor heart?"— 
And he will slot a quarter through his face. 
You'll hear an instant click, a tear will start 
Imprinted with an abstract of his case.

 

 

 

 

 

kennedy
X.J. Kennedy (Dover, 21 augustus 1929)

 

 

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver, documentairemaker en filmer Frédéric Mitterrand werd geboren op 21 augustus 1947 in Parijs. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 

Uit: Le Festival de Cannes

 

Une actrice qui m'aimait bien et qui me faisait souvent des reproches parce qu'elle me devinait parfaitement malgré ma réticence à me confier m'a dit un jour: " Il y a quelque chose de profondément malade dans le désir de payer."Je suis bien d'accord et depuis le temps que je n'arrive pas à m'en guérir, j'ai eu tout le loisir d'y réfléchir; les mensonges qu'on se raconte, les vraies raisons qu'on se dissimule, je suis incollable en la matière. Je sais que c'est un travers que je traine depuis toujours; je faisais déjà trop de cadeaux en classe, l'aventure grecque n'a fait que confirmer. Le truc le plus moche qui est enraciné au coeur de cette histoire c'est le mépris: celui garçon pour le type qui le paye, celui du type qui paye à l'égard du garçon, celui des gens pour ce genre de transaction qui parait déplaisante à presque tout le monde. On peut fanfaronner en rappelant que c'est une pratique qui remonte à la nuit des temps, invoquer légèrement la commodité et le plaisir, ça ne sert à rien de faire le malin, les avantages restent pervers: le mépris protège le garçon qui se croit indemne, il flatte le désir de puissance du client, il permet à chacun de rejouer indéfiniment tous les rôles de l'humiliation et de la honte. Le vieux qui paye, c'est dégoûtant, le jeune qui paye c'est encore pire: il se dérobe à des risques de son âge en usant de l'arme déloyale de l'argent: faussaire en séduction, trafiquant de sentiments, tricheur de l'amour. Mais à quoi bon y revenir, quand on sait comment ça marche et qu'on mesure les dégâts, on ne s'en sort pas pour autant...»

 

 

 

mitterrand_2_280x600
Frédéric Mitterrand (Parijs, 21 augustus 1947)

 

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Stone wed geboren op 21 augustus 1937 in New York. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 

Uit: Damascus Gate

“Jerusalem, 1992

 

That morning Lucas was awakened by bells, sounding across the Shoulder of Hinnom from the Church of the Dormition. At first light there had been a muezzin's call in Silwan, insisting that prayer was better than sleep. The city was well supplied with divine services.

He climbed out of bed and went into the kitchen to brew Turkish coffee. As he stood at the window drinking it, the first train of the day rattled past, bound over the hills for Tel Aviv. It was a slow, decorous colonial train, five cars of nearly empty coaches with dusty windows. Its diminishing rhythms made him aware of his own solitude.

When the train was gone, he saw the old man who lived in one of the Ottoman houses beside the tracks watering a crop of kale in the early morning shade. The kale was deep green and fleshy against the limestone rubble from which it somehow grew. The old man wore a black peaked cap. He had high cheekbones and a ruddy face like a Slavic peasant's. The sight of him made Lucas imagine vast summer fields along which trains ran, long lines of gray boxcars against a far horizon. Once Lucas dreamed of him.

He had grapefruit and toast for breakfast and read the morning's Jerusalem Post. A border policeman had been stabbed in the Nuseirat camp in the Gaza Strip but was expected to recover. Three Palestinians had been shot to death by Shin Bet hit squads, one in Rafah, two in Gaza City. Haredim in Jerusalem had demonstrated against the Hebrew University's archeological dig near the Dung Gate; ancient Jewish burial sites were being uncovered. Jesse Jackson was threatening to organize a boycott against major league baseball. In India, Hindus and Muslims were fighting over a shrine that probably predated both of their religions. And, in a story from Yugoslavia, he saw again the phrase "ethnic cleansing." He had come across the evocative expression once or twice during the winter. “

 

 

 

 

stone2
Robert Stone (New York, 21 augustus 1937)

 

 

 

 

De Russische dichter Gennadi Ajgi werd geboren op 21 augustus 1934 in het dorpje Sjajmoerzjino in de Tsjoewasjische republiek. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 

 

Rivier buiten het dorp

 

en lijkend op een spinnenweb

als stof uit de bodem als op de zolder

opgaand in het veld

en zijde en spinnenweb

worden er door aangetrokken

laten zich meeslepen

en verschijnen als buren net als

schaduw en stof

en lijkend op een spinnenweb

zoals zijde in vervoering niet van hier lijkt te zijn

en het verband met de wolken

uit donzig-wankel gras

de ogen misleidend

 

met een blos op het gezicht.

 

 

 

Vertaald door Lut Seys

 

 

 

 

 

Agni
Gennadi Ajgi (21 augustus 1934 - 21 februari 2006)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 
De Zwitserse schrijver, dramaturg en redacteur Lukas Holliger werd geboren op 21 augustus 1971 in Basel.

 

 

 

21-08-07

Rogi Wieg, Aubrey Beardsley, X.J. Kennedy, Frédéric Mitterrand, Robert Stone, Gennadi Ajgi, Lukas Holliger


Voor meer schrijfsters en schrijvers kunt u nog steeds terecht op mijn alternatieve blog adres en hiernaast bij Romenu II. 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2006.

 

 

DROOM

Er waren een tafel, wat kaarsen
en een brood.
Mijn ouders liepen nader,
herrezen uit de dood.

Er waren twee gezichten,
heel dicht bij elkaar.
Zij lagen op een bed
gemaakt van mensenhaar.

Er sprong iets op,
ik weet niet wat het was.
Ik hoorde hoe mijn vader
een novelle las.

 

 

 

800 jaar

God hebbe mijn ziel,
als God mijn ziel maar
niet heeft.

Laat mij 800 jaar leven,
al zegt men mij: ‘Is dat
een leven, een oude man
die men geen vrouw kan geven?’

Nee, laat mij daarom doodgaan,
juist op tijd, als de mens
moe naar het werk gaat, als God
mijn ziel ooit hebben wil
en voor mij zingen kan:
I Say A Little Prayer.

 

 

 

Het laatste maanlicht

Doodgaan is een vak. Ik heb geen vak geleerd.
In het laatste maanlicht bezing ik mijzelf
als ware ik onvervangbaar groot. Verkeerd
is niet het lijf te zien als gewelf

van de ziel, maar de ziel is slechts as, aarde,
waaroverheen het late maanlicht vaarde
alsof het een dodenschip was, geen romantiek;
mijn hartencellen delen zich tot nieuw ziek

hersenweefsel. Het schip maakt water, zakt schuin
de aarde in. Kapitein zijn is een mooi beroep
als je niet weerkeert in een wrakke sloep,

met daarin lachende, kaartende wormen.
Ook kaarten is een vak, rode hartenaas
is de kaart die mij ontbreekt, zwart is de baas.

 

 

 

 

Rogi Wieg
Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962)

De jonge Rogi Wieg

 

De Engelse schrijver en illustrator Aubrey Vincent Beardsley werd geboren op 21 augustus 1872, Brighton. Zijn werk wordt gerekend tot de stroming van de jugendstil of art nouveau.

Hij werkte mee aan het belangrijke literaire tijdschrift de 'Yellow Book' dat verscheen tussen 1894 en 1897, was er de eerste art director van en publiceerde vele illustraties in het blad. Hij maakte zijn platen gewoonlijk met inkt, waarbij grote donkere vlakken contrasteren met witte of lege vlakken. Beardsley illustreerde Oscar Wildes Salomé en een luxe uitgave van Sir Thomas Malory's Morte d'Arthur. Hij schreef Under the Hill, een onvoltooide erotische vertelling, losjes gebaseerd op de legende Tannhäuser. Beardsley stierf op 25-jarige leeftijd aan tuberculose.

The Ballad of a Barber

Here is the tale of Carrousel,
        The barber of Meridian Street.
He cut, and coiffed, and shaved so well,
        That all the world was at his feet.

The King, the Queen, and all the Court,
        To no one else would trust their hair,
And reigning belles of every sort
        Owed their successes to his care.

 

With carriage and with cabriolet
        Daily Meridian Street was blocked,
Like bees about a bright bouquet
        The beaux about his doorway flocked.

 

Such was his art he could with ease
        Curl wit into the dullest face;
Or to a goddess of old Greece
        Add a new wonder and a grace.

 

All powders, paints, and subtle dyes,
         And costliest scents that men distil,
And rare pomades, forgot their price
        And marvelled at his splendid skill.

 

The curling irons in his hand
        Almost grew quick enough to speak,
The razor was a magic wand
        That understood the softest cheek.

 

Yet with no pride his heart was moved;
        He was so modest in his ways!
His daily task was all he loved,
        And now and then a little praise.

 

An equal care he would bestow
        On problems simple or complex;
And nobody had seen him show
        A preference for either sex.

 

  

 

 

 
BeardsleyBarber
Illustratie van Beardsley

 

 

How came it then one summer day,
         Coiffing the daughter of the King,
He lengthened out the least delay
        And loitered in his hairdressing?

 

The Princess was a pretty child,
        Thirteen years old, or thereabout.
She was as joyous and as wild
        As spring flowers when the sun is out.

 

Her gold hair fell down to her feet
        And hung about her pretty eyes;
She was as lyrical and sweet
        As one of Schubert’s melodies.

 

Three times the barber curled a lock,
        And thrice he straightened it again;
And twice the irons scorched her frock,
        And twice he stumbled in her train.

 

His fingers lost their cunning quite,
        His ivory combs obeyed no more;
Something or other dimmed his sight,
        And moved mysteriously the floor.

 

He leant upon the toilet table,
        His fingers fumbled in his breast;
He felt as foolish as a fable,
        And feeble as a pointless jest.

 

He snatched a bottle of Cologne,
        And broke the neck between his hands;
He felt as if he was alone,
        And mighty as a king’s commands.

 

The Princess gave a little scream,
        Carrousel’s cut was sharp and deep;
He left her softly as a dream
        That leaves a sleeper to his sleep.

 

He left the room on pointed feet;
        Smiling that things had gone so well.
They hanged him in Meridian Street.
        You pray in vain for Carrousel.

 

 

 

 

Aubrey_Beardsley
Aubrey Beardsley (21 augustus 1872 - 16 maart 1898)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, vertaler en bloemlezer X.J. Kennedy werd geboren in Dover, New Jersey op 21 augustus 1929.Kennedy studeerde aan de Cokombia universiteit, Na een periode in de marine studeerde hij in de periode 1955 – 1956 ook nog aan de Sorbonne in Parijs en behaalde daarna zijn graad in Engels aan de universiteit van Michigan. Het bekendst is X.J. Kennedy (hij zette de X voor zijn naam om niet met Joseph Kennedy verward te worden) vanwege zijn light verse. Voor zijn eerste bundel Nude Descending A Staircase kreeg hij in 1961 al meteen de Lamont Poetry Prize van de Academy of American Poets.

 

 

First Confession    

 

Blood thudded in my ears. I scuffed,
Steps stubborn, to the telltale booth
Beyond whose curtained portal coughed
The robed repositor of truth.

 

The slat shot back. The universe
Bowed down his cratered dome to hear
Enumerated my each curse,
The sip snitched from my old man's beer,

 

My sloth pride envy lechery,
The dime heId back from Peter's Pence
with which I'd bribed my girl to pee
That I might spy her instruments.

 

Hovering scale-pans when I'd done
Settled their balance slow as silt
While in the restless dark I burned
Bright as a brimstone in my guilt

 

Until as one feeds birds he doled
Seven our Fathers and a Hail
Which I to double-scrub my soul
Intoned twice at the altar rail

 

Where Sunday in seraphic light
I knelt, as full of grace as most,
And stuck my tongue out at the priest:
A fresh roost for the Holy Ghost.


 

 

Nude Descending a Staircase   

 

Toe upon toe, a snowing flesh,
A gold of lemon, root and rind,
She sifts in sunlight down the stairs
With nothing on. Nor on her mind.

We spy beneath the banister
A constant thresh of thigh on thigh ---
Her lips imprint the swinging air
That parts to let her parts go by.

One-woman waterfall, she wears
Her slow descent like a long cape
And pausing, on the final stair
Collects her motions into shape.


 

 

Little Elegy
for a child who skipped rope   

 

Here lies resting, out of breath,
Out of turns, Elizabeth
Whose quicksilver toes not quite
Cleared the whirring edge of night.

Earth whose circles round us skim
Till they catch the lightest limb,
Shelter now Elizabeth
And for her sake trip up death.

 

 

 

 

Kennedy
X.J. Kennedy (Dover, 21 augustus 1929)

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver, documentairemaker en filmer Frédéric Mitterrand werd geboren op 21 augustus 1947 in Parijs. Hij is een neef van de voormalige Franse president François Mitterrand. Hij studeerde o.a. in Nanterre en aan het Institut d'études politiques de Paris. Daarna doceerde hij drie jaar economie, geschiedenis en aardrijkskunde aan de lÉcole active bilingue de Paris. Hij maakte talrijke documentaires voor de televisie en verschillende bioscoopfilms. Daarnaast schreef hij diverse boeken.

 

Uit: La Mauvaise vie (2005)

 

“J'aimais la méchante, beaucoup moins que ma mère idéale, mais je l'aimais quand même. Elle occupait toute la place, elle faisait écran entre moi et le reste du monde, et elle m'avait brisé depuis le début. Elle était jeune, presque belle, avec de gros seins ronds qui collaient à son corsage quand elle était en nage. Elle était souvent en nage puisqu'elle était presque tout le temps en colère contre moi. Il m'arrivait de la voir nue dans la salle de bains, elle se déshabillait sous mes yeux, sans gêne et sans me regarder ; je ne comptais pas pour elle ou peut-être que je comptais beaucoup ; elle avait un corps ferme de sportive ; je n'avais pas le choix pour me détourner : c'était elle toute nue à ses ablutions sous le lavabo ou bien la sinistre baignoire où je passerai tôt ou tard.”

 

 

 

fmitterrand
Frédéric Mitterrand (Parijs, 21 augustus 1947)

 

De Amerikaanse schrijver Robert Stone wed geboren op 21 augustus 1937 in New York. Hij publiceerde zijn eerste roman A Hall of Mirrors in 1967 en kreeg er gelijk de William Faulkner Foundation Award voor. Het succes van de roman leidde tot een Guggenheim Fellowship waardoor Stones loopbaan als schrijver en leraar echt van de grond kon komen. Zijn tweede roman Dog Soldiers verscheen in 1974. Hij ontving er in 1975 de National Book Award voor en het boek werd in 1978 verfilmd onder de titel Who'll Stop the Rain door Karel Reisz, met Nick Nolte in een hoofdrol.

 

 

Uit: Bay of Souls

 

"By gad, sir, Michael Ahearn said to his son, Paul, you present a distressing spectacle.

A few nights earlier they had watched The Maltese Falcon together. Paul, who had never seen it before, was delighted by his father’s rendering of Sydney Greenstreet. Sometimes he would even try doing Greenstreet himself.

By gad, sir!

Paul’s attempts at movie voices were not subtle but commanded inflections normally beyond the comic repertory of a twelve-year-old boy from a small town on the northern plains. His voice and manner were coming to resemble his father’s.

The boy was lying in bed with a copy of The Hobbit open across his counterpane. This time he was not amused at Michael’s old-movie impressions. He looked up with resentment, his beautiful long-lashed eyes angry. Michael easily met the reproach there. He took any opportunity to look at his son. There was something new every day, a different ray, an unexpected facet reflected in the aspects of this creature enduring his twelvedness.

I want to go, Dad, Paul said evenly, attempting to exercise his powers of persuasion to best effect.

He had been literally praying to go. Michael knew that because he had been spying on Paul while the boy knelt beside the bed to say his evening prayers. He had lurked in the hallway outside the boy’s room, watching and listening to his careful recitation of the Our Father and the Hail Mary and the Gloria ‘ rote prayers, courtesy of the Catholic school to which the Ahearns, with misgivings, regularly dispatched him. Michael and his wife had been raised in religion and they were warily trying it on again as parents.”

 

 

stone5
Robert Stone (New York, 21 augustus 1937)

 

De Russische dichter Gennadi Ajgi werd geboren op 21 augustus 1934 in het dorpje Sjajmoerzjino in de Tsjoewasjische republiek, aan de Wolga, 400 km ten oosten van Moskou. Ajgi studeerde aan het Gorki instituut van Literatuur en werkte in het Majakowski museum in Moskou. Zijn eerste gedicht publiceerde hij in 1949 in het Tsjoewasjisch. Pas in 1960 begon hij, op aanraden van zijn vriend Boris Pasternak, in het Russisch te schrijven. Zijn gedichten verschenen in verschillende talen en werden meermaals bekroond. Hij wordt ook regelmatig op internationale poëziefestivals geïnviteerd. Zo was hij te gast op Poetry International in Rotterdam. Ajgi vertaalt ook poëzie uit het Frans in het Tsjoewasjisch en in het Russisch.

 

 

 

OCHTEND IN AUGUSTUS

 

we houden de dag voor ons verscholen

ontwaren ongewild

zoals in de kamer de bladeren in de tuin

en de dag houdt zich vredig schuil

ergens hier in dit huis waar kinderen spelen - ongeacht ons

wij hebben er niets mee te maken

 

dat dit licht jou mag creëren en uitvoerig tonen

en dat zij die voor altijd voor altijd heengaan

ondertussen de afdruk ontvangen:

 

alle ramen en deuren staan overal voortdurend open

takjes verslinden het licht

van de deining van het integrale tussenlicht

van het lijden in ons

en van wat boven ons is verheven

 

waar achter reeds lang

de weerkaatsing van de beschroomde verschijningsvorm werd

bewaard

in het allerdiepste eerste licht.

 

 

 

DOOD

 

Ze neemt de sjaal niet van het hoofd,

mama sterft,

en voor één enkele keer

ween ik om dit zielige zicht

 

van haar zelf geweven japon.

 

Oh, hoe stil de sneeuw

alsof geëffend door de vleugels

van de demon van gisteren,

 

oh, hoe riant de bergen van sneeuw,

alsof zij de heidense bergen -

bedekken

 

offergave.

Maar de sneeuwvlokken

dragen aldoor met zich naar de aarde

 

het onleesbaar schrift van god.

 

 

 

 

Vertaald door Lut Seys

 

 

 

 

ajgiperugia93mr
Gennadi Ajgi (Sjajmoerzjino, 21 augustus 1934)

 

De Zwitserse schrijver, dramaturg en redacteur Lukas Holliger werd geboren op 21 augustus 1971 in Basel. Daar studeerde hij ook germanistiek, kunstgeschiedenis en geschiedenis. Van 1999 tot 2003 was hij medeleider van „Raum 33“ in Basel. En tot 2007 ook medeleidinggevende van de schrijverswerkplaats van het Theater Basel.  Hij werkte als cultuurredacteur voor de Zwitserse televisie. Sinds 2004 is hij dramaturg bij de Theatertagen Basel. Holliger schreef diverse theaterstukken alsmede enkele libretti, waaronder dat van de opera Der schwarze Mozart van Andreas Pflüger

 

 

Uit: DER SCHWARZE MOZART

 

POLIZIST: Das ist zum Brüllen.

Alle veranstalten Maskeraden,

wenn sie unerkannt bleiben wollen.

Ich mach’s umgekehrt.

Ich zieh mein Polizistenkostüm aus.

Und schon bin ich irgendwer.

Dasitzen wie ein Durchschnittsmensch aber heimlich in der Hosentasche:

Dienstwaffe, Handschellen, Funkgerät.

Das beruhigt dich, hm?

PATRICK: Ja, danke, Herr Polizist.

POLIZIST: Jetzt erzähl mir Witze!

Auftritt Glatzkopf mit Mullbinden um den Kopf und Anglerausrüstung.

GLATZKOPF: Hoppla!

Dachte nicht, dass der Affe noch mal aufkreuzt.

POLIZIST: Lange nicht gesehen.

PATRICK: Ihr kennt euch?

GLATZKOPF: Ich hatte Gehirnerschütterungen.

Zwei Tage vergessen, wo ich wohne.

Welche Staatsbürgerschaft?

Jetzt hab ich’s wieder.

POLIZIST: Das ist mein Glas!

GLATZKOPF: zu Patrick: Einen Doppelten, du schwarzer Bumerang.

Zum Polizisten:

Dachte wirklich, den Kerl siehst du nicht mehr.

Der versteckt sich bei den Affen im Zoo.

Wo er hingehört.

Aber so ist das. Er braucht mich.

PATRICK: Ich brauche den Job.

POLIZIST: Studiert Nationalökonomie.

PATRICK: Studieren ist teuer.

GLATZKOPF: Warum studieren, bist du nicht wichtig genug?

Seine Angst ist, was ihn wichtig macht.

Apropos Angst, du kannst unsere Autos waschen.

Dem Gruppenführer passt es Donnerstags.

PATRICK: Donnerstags?

GLATZKOPF: Donnerstag ist Volkswagentag.

zum Polizisten:

Ich bin dann beim Fischen.

Wie immer.

 

 

 

Holliger
Lukas Holliger (Basel, 21 augustus 1971)

 

 

21-08-06

Rogi Wieg


Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Hij is niet alleen dichter en schrijver, maar ook muzikant en schilder. Zijn ouders zijn in 1956 uit Hongarije gevlucht. Wieg debuteerde als dichter in 1982 met de bundel 'Tijd is als een nekschot' In 1986 verscheen zijn prozadebuut 'Toverdraad van dagverblijf' waarvoor hij de Van der Hoogtprijs ontving. In 2003 kwam bij uitgeverij De Arbeiderspers zijn roman 'Kameraad scheermes' uit waarin Wieg schrijft over zijn ervaringen met een grote depressie en zijn zelfmoordpoging. 

 

Ander werk: O.a  De zee heeft geen manieren (gedichten, 1987), bekroond met het Charlotte Köhler Stipendium; Roze brieven (gedichten, 1989); Beminde onrust (roman, 1990); De moederminnaar (roman, 1992); Spek van mooie zijde (gedichten, 1993); Souffleurs van de duivel (verhalen, 1996); De overval (roman, 1997); Liefde is een zwaar beroep (Privé Domein, 1998); Het boek van de beminnelijkheid (gedichten, 2000); Kameraad Scheermes (roman, 2003); De Ander (gedichten, 2004)

 

 

Regen

                                                                     Voor Hannah

 

 

Laten we het eenvoudig houden; de schepping is

eenvoudiger dan de werking van ons brein.

 

Ik had eens een dochter, zo klein als een bloemknop,

een stukje krijt, ik had haar welgeteld misschien twintig uur.

 

Nog geen dag, maar het was voldoende om een denkbeeld

op te bouwen, een denkbeeld in een lange jas, dat me volgt,

 

of voor me uitloopt in de vroege, natte uren van de morgen.

Ik moet weer dichten over koude blokken lucht,

 

uitgehuild, als ogen na hun regenbui. Want als ik alle ruis

weghaal, blijft een windvlaag over, of een stilstaande wolk,

 

iets, of zoiets, eenvoudig: de schepping die mijn dochter

uit zal laten groeien van een bloemknop tot meer flora.

 

Zij zal worden voltooid zonder mij, nee, er is geen voltooiing

zolang er tijd is en er is nog tijd. Twintig uur hebben mij de keel

 

afgesneden, maar mijn naar adem snakkende luchtpijp is maar

een regenpijp waardoor soms tranen in de richting van de aarde stromen.

 

En mijn brein? Het denkt en leeft en jammert vaak, want niet ik maar de

lange jas hangt kletsnat om te drogen aan de kapstok.

 

 

 

Papermoon

 

Ik zal ooit met haar in een
oude auto, mijn dochter 18 jaar,
met de handen van haar vader, ik 56,
en ergens begint het, de eerste woorden,
de eerste maan die als 'maan' wordt
uitgesproken, het eerste papier met de krassen
'papa, je bent er niet', en ik die als
de maan alles overleefde, ik die op
papier mijn kindje zoek, wie heeft
haar gezien? Ooit met haar in een oude
auto langs de wegen, jaren, jaren, jaren,
bloem na bloem na bloem, wie heeft
mij gezien?

 

 

 

Tien uur

 

Zinloos voor mij die zich te vaak
onbetrouwbaar verhoudt tot een lichaam
is het niet om water te geven,
klokken op te zetten, te denken op een plaats
waar ik gladgeschoren, in pak gehesen
zit in een stoel onder lamplicht,
over datgene wat in mijn hoofd
ongedaan moet worden gemaakt.

De uitgeruimde ijskast is zonder antwoord, de keuken
zonder weerwoord, de oven die tikt en brandt.
En verder zijn er de treurige inzet
van waardepapieren, de metaforen die niets
vergelijken met elkaar en het overbodige
uur van de waarheid: dat het niet zinloos
kan zijn om te vaak een lichaam aan te raken,
te waken met elkaar en dan weer rust te vragen.

Dertig jaar met mijzelf is genoeg geweest
en niet dat ik dood wil, laat staan ouder worden,
houdend van iemand als van een onuitstaanbaar been
dat gaat trekken in de regen, houdend van jou
eventueel en wachtend op klokslag tien uur, terwijl
ik voor de rest van mijn leven aan ons moet denken.

 

 

 

Om iets te weten van de toekomst

Als jongeman is er veel tevredenheid
over wat ik ben. Mijn toverdraad
van dagverblijf waarin ik nooit vermijd
om iets te zijn dat zinvol lijkt, laat

mij nog niet alleen. Ik luister meer
dan ik nog spreek, maar dat uit moeheid
voor de taal, die ik zo langzaamaan verleer.
Mijn woordgebruik is schraal, op tijd onvoorbereid.

En later leer ik anders spreken,
anders; mijn leven
wordt zo in de tijd vergeleken.

Er is dan sprake van een slechte bezigheid,
of van uiteindelijke dingen.
De taal is met verdenking uitgebreid.

 

 

Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962)

 

 

21:11 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rogi wieg |  Facebook |