11-08-17

Dolce far niente, Remco Campert, Hugh MacDiarmid, Ernst Stadler, Yoshikawa Eiji, Fernando Arrabal, Andre Dubus

 

Dolce far niente

 

 
Het Weteringcircuit in Amsterdam

 

Uit: De zwerftocht van Remco Campert (Ons Amsterdam, redactie Jojanneke Claassen en Jochem Brouwer)

“De AJP- puddingfabriek in de Huidekoperstraat, een van die twee straatjes langs Alhambra en uitkomend op de Nicolaas Witsenkade, lag tegenover ons huis op nummer 23. Als ik op mijn twaalfde, denk ik, tussen de middag uit school kwam, zaten de meisjes uit de fabriek altijd op onze stoep te zonnen. Van die brutale meiden met witte mutsjes en witte jassen. En daar moest ik dan tussendoor stappen. Voor de hoek was ik al bang en kwam ik de hoek om, dan zag ik… ja hoor. Mijn moeder had een engagement in Amsterdam en in verband daarmee verliet ik Den Haag, waar ik op 28 juli 1929 ben geboren. We woonden boven een oude paardenstal, die als fietsenstalling werd gebruikt en waar de NSB eenmaal per week liederen kwam zingen, maar het was een fijn buurtje. Schaatsen op de Nicolaas Witsenkade – daar heb ik nog een gedicht over gemaakt; dat ik samen met mijn vriendje een briefje van ƒ 25 op het ijs vind. En dan had je de resten van het Paleis van Volksvlijt op het Frederiksplein, waar de prachtige galerij nog van over was.
Ik heb even op het Frederiksplein op school gezeten, maar dat was echt heel kort. Daarna kwam het Amsterdams Lyceum op het Valeriusplein. Over de Weteringschans liep ik naar lijn 16 op het Weteringcircuit, die me keurig voor school afzette – áls ik instapte. Ik spijbelde nogal. Dan liep ik over de Weteringschans, twijfelend of ik wel of niet. Vaak sloeg ik resoluut rechtsaf, richting binnenstad.
Vooral de laatste maanden ging ik nauwelijks meer. Ik vond die school verschrikkelijk, helemaal toen ze me een klas terugzetten. Ik had er goeie vrienden, zoals Rudy Kousbroek, met wie ik in het Lyceum Café (op de hoek Okeghemstraat, het is nu een restaurant) rondhing. Niet voor pils of zo, want daar waren we nog niet aan toe. Voor de schoolkrant Halo, waar we aan meewerkten. Maar dat hele onderwijs… ik heb het examen niet eens gedaan. Ik heb me op school nooit op mijn gemak gevoeld”

 

 
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)
Remco Campert met zijn moeder in het Haagse Bos

Lees meer...

28-07-17

Remco Campert, Malcolm Lowry, Herman Stevens, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders, Angélica Gorodischer, Shahyar Ghanbari, John Ashbery, Drew Karpyshyn

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

Den Haag

Overal bevuilde daken
groen koper van kerken
brakke lucht uitgebeten huizen
afgegraasd grasland verwaarloosde zee.
O en de trieste trage gele trams
en het kippevel van de verwaaide straten.
Heel Den Haag was één Panorama Mesdag
elke dag een verregende koninginnedag.

Mijn grootvader ongeschoren
dwaalde als Strindberg door het huis
gevangen in zijn eigen kamerjas.

En zo speelziek en verlegen als ik was
met mijn kleine rubberdolk
beheerste dolleman
pleegde ik sluipmoord op een schemerlamp
of op zolder het oude lila kussen.

 

 

Bandrecorder, eenvoudig

Je hoeft niet te praten
ook geknisper van kranten komt duidelijk over
of als je slikt keelschraapt
een schoen uitschopt

het suizen van het gas
de tik van het licht uit
de telefoon buiten de auto's
mijn korte adem

maar als je toch iets zegt
zeg dan liever iets aardigs
iets dat i nog eens af kan draaien
als je weg bent.

 

 

Zo lag ik wel

(Zo lag ik wel
en lig ik nog: liefde
vernieuwt en en verdiept zich.

Steeds meer huiden wierp ik af-
nu eindelijk in mijn eigen
laatste vel,

ben ik kwetsbaarder dan ooit)

 

 
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Lees meer...

28-07-16

Dolce far niente, Hermann Hesse, Remco Campert, Malcolm Lowry, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders

 

Dolce far niente

 

 
Het Damrak te Amsterdam door George Hendrik Breitner, ca. 1903

 

 

Regen

Lauer Regen, Sommerregen
Rauscht von Büschen, rauscht von Bäumen.
O wie gut und voller Segen,
Einmal wieder satt zu träumen!

War so lang im Hellen draussen,
Ungewohnt ist mir dies Wogen:
In der eignen Seele hausen,
Nirgends fremdwärts hingezogen.

Nichts begehr ich, nichts verlang ich,
Summe leise Kindertöne,
Und verwundert heim gelang ich
In der Träume warme Schöne.

Herz, wie bist du wund gerissen
Und wie selig, blind zu wühlen,
Nichts zu denken, nichts zu wissen,
Nur zu atmen und zu fühlen!

 

 
Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Nikolausbrücke in Calw. Hermann Hesse werd in Calw geboren.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

28-07-15

Dolce far niente, Robert Frost, Remco Campert, Malcolm Lowry, Gerard Manley Hopkins

 

Dolce far niente

 

 
Evening After a Storm door Frederic Edwin Church, 1849

 

 

A Line-Storm Song

The line-storm clouds fly tattered and swift,
The road is forlorn all day,
Where a myriad snowy quartz stones lift,
And the hoof-prints vanish away.
The roadside flowers, too wet for the bee,
Expend their bloom in vain.
Come over the hills and far with me,
And be my love in the rain.

The birds have less to say for themselves
In the wood-world’s torn despair
Than now these numberless years the elves,
Although they are no less there:
All song of the woods is crushed like some
Wild, easily shattered rose.
Come, be my love in the wet woods; come,
Where the boughs rain when it blows.

There is the gale to urge behind
And bruit our singing down,
And the shallow waters aflutter with wind
From which to gather your gown.
What matter if we go clear to the west,
And come not through dry-shod?
For wilding brooch shall wet your breast
The rain-fresh goldenrod.

Oh, never this whelming east wind swells
But it seems like the sea’s return
To the ancient lands where it left the shells
Before the age of the fern;
And it seems like the time when after doubt
Our love came back amain.
Oh, come forth into the storm and rout
And be my love in the rain.

 

 
Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963)
San Francisco, Market Street door Thomas Kinkade, z.j.
Robert Frost werd geboren in San Francisco.

Lees meer...

09-02-15

Prijs der Nederlandse Letteren voor Remco Campert

 

De Nederlandse schrijver, dichter en columnist Remco Campert krijgt dit jaar de Prijs der Nederlandse Letteren, een driejaarlijkse oeuvreprijs voor een auteur die een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandstalige literatuur. Dat werd zondag bekendgemaakt in Rotterdam, waar het startschot werd gegeven voor het Vlaams-Nederlandse culturele evenement Beste Buren. Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

Huid en hart

Huid, peau, skin, Haut
je huid ademt in alle talen.
Wat doe je me aan?

Op winternamiddagen
streel ik met voorzichtige vingers
je huid, glanzend in de schemering.

Onder je huid bonst je hart,
brengt mijn hart, fladderend als een vlinder,
tot rust.

In gulzige liefde
verslind ik je
met huid en hart

 

 

Elke dag nog
Remco Campert aan Cees Nooteboom

Elke dag nog
praat ze met zijn grafsteen
op het kleine kerkhof aan de overkant
uitzicht over het dal
met het dunne riviertje
glinsterend als een spinnedraad
in het Noord-Franse licht

sinds hij dood is
doet ze minder aan de tuin
eens haar trots

kreeg er nog een prijs voor
de sénateur kwam er nog voor over
uit het verre Parijs
waar hij een appartement had
en een vriendin
het was vlak voor de verkiezingen
die hij won

de koeien zijn verkocht
de tractor staat te roesten in het hoge gras
het erf is netjes aan kant
en er is nog hout voor één winter

 

 

Sonnet

ik had je bloemen willen zenden
een soort bloemen dat je zou doen begrijpen
hoe ik wandel
onder welke luchten ik wandel
over welke bodem ik wandel

ik had je bloemen willen zenden
een soort van winterbloemen
met de bruine kleuren van de laatste roos
en de geur van nachten lopen
in gevaarlijk terrein
door verwaarloosde heggen omgrensd
waarachter men narcissen kon vermoeden
van de maanden die achter ons liggen
narcissen van een geur die ik waarschijnlijk te liefelijk schat

dat soort bloemen had ik je willen zenden
niet per post en onverpakt
neen ze zouden je worden gebracht
door een zwarte jongen met een Grieks profiel
die Duits studeert aan de universiteit
die zichzelf een choreografie heeft geschreven
op muziek van Mozart

dat soort bloemen
door zo'n soort jongen

maar ik vernam
dat je op reis bent
en wel niet meer terug zult keren

 

 

 
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

28-07-14

Dolce far niente, Ingo Baumgartner, Remco Campert, Malcolm Lowry, Gerard Manley Hopkins

 

Dolce far niente

 

 
De storm door Jan van Goyen, 1641

 

 

Gewitter am See

Ein Delta formt des Blitzes Feuer,
rückt schemenhaft den Berg ins Licht.
Die Wolke wird zum Ungeheuer,
das grollend dunklen Qualm erbricht.

Aus Spielgekräusel wachsen Wogen
die Anmut flieht in Hast den See.
Bedenklich hin zum Nass gebogen,
schwankt Segeltuch in wilder Bö.

Die Möwen schützen sich, sie ducken
sich schweigend in das Uferrohr.
Doch bald verebbt das Himmelszucken
und Blau strahlt kräftig wie zuvor.

 

 

 
Ingo Baumgartner (Oberndorf an der Salzach, 24 december 1944)

 

Lees meer...

26-07-14

Dolce far niente, Remco Campert, Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Yves Petry

 

Dolce far niente

 

 

 
Brug over de Schinkel, de Sluis bij de Overtoom, Amsterdam
door Jan Hermanus Melcher Tilmes, z.j.

 

 

Op de Overtoom

Het dooit op de Overtoom
maar het vriest ook alweer op
melden mijn voeten
die mijn dag verlopen
ik blijf dicht bij huis
steeds dichter
dat is mijn leeftijd
wolken worden zwaarder van onkleur
de geur van gisteren hangt nog aan me
ik at met mijn vriend
we braken het brood
en deelden de doden
we zijn al bijna uit zicht
wij lachen nog
wat moet je anders?
omhelzen elkaar ten afscheid
misschien je weet maar nooit

 

 
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Lees meer...

28-07-13

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

 

 

zilver praten

 

zilver praten in parken
de gele knapenzon
toont zijn gespannen lijf aan
de meisjes op de kiezelpaden
zij draaien hun zinnen
als parasollen om en om

 

 

 

 

Jongeling

 

Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed
naar de duinen naar het feest
met het meisje dat mee moet
naar de villa waar je al eerder bent geweest

naar het feest dat woedt
van de zon die ondergaat
tot de zon die opkomt als je naar bed gaat
met het meisje dat mee moet
en dat drankzuchtig en desolaat op de piano staat
huilend van liefde die vergaat
- een vrijer in Zwitserland en één in een Balkanstaat -
en dat het toch niet baat en dat ze dáárom
maar met jou naar bed gaat.

Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed

vroeg in de morgen vooral
terug naar de stad, naar de asfaltzorgen
langs fietsers, fabriek en schoorsteenroet

naar de stad naar de huizen
in een auto die naar leer ruikt en naar stof
met het meisje dat mee moest
en dat moegedronken en moegekust
uitrust van haar roes
in een auto die rijdt langs benzinepompen
torenspitsen en een straat in aanbouw
richtingborden en spoorwegrails
en op de radio een praatje voor de huisvrouw.

 

 

 

 

KOUD

 

Winter nadert.
Ik voel het aan de lucht
En aan de woorden die ik schrijf.
Alles wordt klaarder: de straat
Is tot aan zijn eind te zien. De woorden
Hebben geen eind.

Ik ben dichter
Bij de waarheid in december
Dan in juli. Ik ben dichter
Bij de gratie van de kalender, lijkt het
Soms wel. Toch, de woorden niet, de steden
Nemen hun eind.

Als er ergens
Zomer en winter, maar een ster
Brandde die een fel wit licht gaf.
Ik zeg een ster, maar het
Mag alles zijn. Als het maar brandt en
Woorden warmte geeft.

Maar ik geloof
Niet, 's winters nog minder, aan
Zo'n ster. In woorden moet ik geloven.
Maar wie kan dat? Ik ben
Een stem, stervend en koud, vol
Winterse woorden.

 

 

 


Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)
Borstbeeld door Patrick Mezas

Lees meer...

28-07-12

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

 

Boerin in Iviers

 

Elke dag nog praat ze
met zijn grafsteen
op het kleine kerkhof aan de overkant
uitzicht over het dal
met het dunne riviertje
glinsterend als een spinnendraad in het Noord-Franse licht

sinds hij dood is
doet ze minder aan de tuin
eens haar trots

ze kreeg er nog een prijs voor
de senator kwam er voor over
helemaal uit Parijs
waar hij een appartement had
en een vriendin
het was vlak voor de verkiezingen
die hij won

de koeien zijn verkocht
de tractor staat te roesten in het hoge gras
het erf is netjes aan kant
en er is nog hout voor één winter

 

 

 

Het Vak

 

Langzaam groeit in mij
de ander die in niets op mij lijkt
en toch alles in zich heeft
van mij die hem baren moet

dan rijst het doek dat me scheidt
van mijn tijd die nu gekomen is
de zaal opent zich veelvuldig
gespiegeld vlees en bloed

even is het alles stilte
wachtend op het eerste woord
dat het schouwtoneel de wereld
tot leven beven doet

côté jardin: de geliefde werpt haar mantel af
côté cour: de moordenaar komt aangezet

 

 

 

Straattheater

 

In de zoele middagwind
zat ik op een bankje
op de Boulevard du Général Leclerc
naast een oude heer
die Indochina nog had meegemaakt
rozet in zijn knoopsgat
witte sjaal om zijn uitgedroogde hals
en een mormel van een hondje
aandachtig aan zijn voet
toen Sophie Marceau actrice
die ik kende uit de bladen
vergezeld van haar fotograaf
uit een limousine stapte
en bij het lichtjes vasthouden
van haar zonnehoed
haar roomblanke oksel toonde

het hondje kefte
en de oude heer en ik
we stonden als één man op
zongen een liedje
maakten kleine pasjes
draaiden met onze kont

maar zij zag ons niet.

 

 

 

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Lees meer...

14-06-12

Dolce far niente 11, Anna Enquist, Remco Campert, Ted van Lieshout, Jan Kal, Henk Spaan

 

Dolce far niente (Voetbal)

 

 

 

 

In het gras

 

Een schema van het leven ligt

op het voetbalveld, een tekening

van de wereld, op zondagmiddag.


Hoe wij in wisselende bezetting

elkaar steunen, stuktrappen, vereren,

verlaten en kwijtraken, rennend.

 

Tussen de krijtlijnen een blauwdruk

van verlangen. Nooit krijgen wat wij

najagen, en als de buit binnenkomt

 

onthand zijn, leeggevreten door vreugde

van een dag, door elkaar bedolven.

En altijd die man, met die fluit.

 

 

 

Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

Lees meer...

28-07-11

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook mijn blog van 28 juli 2010 en eveneens alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

Uit: De Schrijver (Het leven een droom)

 

“Suzie was met haar rug naar me toe gaan liggen en deed er het zwijgen toe. Ik ging achter haar liggen en legde een verkennende hand op haar heup. Ze duwde mijn hand weg en schoof een stukje van me af - niet erg ver, omdat ze anders uit het bed zou vallen.

Opnieuw stuurde ik mijn hand in de richting van haar onwillige lijf. Opnieuw werd hij weggebonjourd. ‘Hou op.’

‘Suzie, het spijt me. Ik geef toe dat ik niet erg aardig was. Het komt door die nachtmerrie. Die zat me dwars, maar het is nu over.’

‘Echt?’

‘Echt.’

Nu liet ze mijn hand toe. Ik kuste haar op haar oor. Ze maakte een knorrend geluidje en draaide zich om. Ik streelde haar rug en haar billen, maar toen haar hand die langs mijn dijen omhoog was gekropen zich om mijn stijve pik sloot, was mijn reactie heftig en tegengesteld aan waar we beiden op uit waren.

Ik trok me met een ruk terug en ging overeind zitten.

‘Wat is er nu weer?’

 

 

Uit: Het leven is vurrukkulluk

 

“Ik heb Etta Zoon versiert’, zei Boelie. ‘Maar ik ben stom geweest. Ik heb gezegd dat ik van haar hou, want ik dacht dat het me anders niet zou lukken.’
‘En hou je van haar?’
‘Misschien nu wel, maar morgen waarschijnlijk niet meer.’
‘Zij waarschijnlijk ook niet.’
‘Ik weet het niet. Ze is erg serieus. Ik schijn haar maanden geleden eens gekust te hebben en dat wist ze nu nog.’
‘Dat is niet zo best.’
‘Wat moet ik nu doen? Ik bedoel, zal ik er mee doorgaan? Voor je het weet komen er scheidingen van en dan zit ik aan haar vast.’
‘Nou, en?’
‘Dat kan toch niet. Dat wil ik niet.’
‘Veel bidden maar.’

 

 

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Lees meer...

02-06-11

In memoriam Willem Duys

 

In memoriam Willem Duys

 


De vandaag overleden radio en tv-presentator
Willem Duys is als media-monument tot ons culturele erfgoed gaan behoren. Hier bij wijze van laatste groet enkele voorbeelden:

 

 

 

Het lied van de kleine man


De waarheid is dat je ziek bent

Eentonig leven, dezelfde tram

's morgens en 's avonds

De Telegraaf in je aktetas


De meisjes van 't kantoor

Onbenaderbaar

 

De zure lucht van regenjassen

Tussen de middag

In de snackbar

 

Met tientallen anderen

Bladeren in obscene boekjes

 

Neem me neem me hijgde ze

En spreidde haar benen

 

Geen vriendin

Niet eens geld voor de hoeren

 

's avonds tv

voetbal je avontuur

willem duys je cultuur

 

boterham met cervelaat

voor je naar bed gaat met je vrouw

die niet van je houdt

en die je niet haat

 

de waarheid is

dat je met je ziekte

dik tevreden bent

 

"het had zoveel erger kunnen zijn…"

 

 

 

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

 

 

 

 

Uit: Doris Day (1982)

 

Bah Bah wat 'n misère
Als Marco staat te blèren
Of 'n documantaire
Kan dan niemand ons bevrijden
Van Willem Duys en Van der Meyden

En hoor ze nou es slissen
In spelletjes en kwissen
'N mens kan zich vergissen
Maar dit is toch al te lullig
Imbeciel en onbenullig

Hé!
Er is geen bal op de tv
Alleen 'n film met Doris Day
En wat dacht je van net twee
Ein Wiener operette
Nee!

 

 

 

Doe Maar (1978 – heden)

 

 

 

 

 

Willem Duys (17 augustus 1928 - 2 juni 2011)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e juni ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
 

28-07-10

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders, Drew Karpyshyn, John Ashbery, Shahyar Ghanbari, Collin Higgins, Józef Ignacy Kraszewski

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 28e juli mijn blog bij seniorennet.be 

   

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins 

             

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 28e juli ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag

 

Stephan Sanders, Drew Karpyshyn, John Ashbery, Shahyar Ghanbari, Collin Higgins, Józef Ignacy Kraszewski

 

18-09-09

Tachtig jaar Armando, Michaël Zeeman, Ton Anbeek


De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Dat is dus vandaag precies tachtig jaar geleden.

Zie ook mijn blog van 18 september 2006 en ook mijn blog van 18 september 2007 en  mijn blog van 18 september 2008.

 

 

wat vader, de lust tot wezen en inkeer, de ver-

nietiging voor mij betekende, de lust tot bewegen

en langzaam sterven, als vóór mij de doden

de stoom van hun vergissing traag lieten verglijden,

de jaren dat wij leefden.

 

de lust tot inkeer, de vader en de vernietiging zij keren

mij om, hoe langzaam, hoe ingetogen is de hand

waarmee zij de zon boetseren om slechts te leven om te doden.

 

 

 

armando%20kelk
Kelk                              

 

 

een bijtende spreuk verlost hem van de duivel

de schepping is voltooid.

hij voelt het zachte gras, een klein gebaar omhoog en bevend

slaapt hij in.

men zoekt hem, een machteloos dier, de vader van een dode.

 

de zoon is gesneuveld, de moeder, begroeid met dromen, bestuift

haar kind moet leven, het wonder wordt gehoond:

de hemel pakt de aarde woedend aan.

 

 

 

 

armando_das_haus_12505
Das Haus

 

 

 

waarom zouden we

 

waarom zouden we wat we gedaan hebben
om vergeving vragen waarom
hebben we gedaan wat we moesten doen

we deden wat we konden om niet
te weten dat we leefden

 

 

 

 

 

Armando_88498a
Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 12 september 1958. Zie ook mijn blog van 18 september 2008. Michaël Zeeman is op 27 juli van dit jaar overleden. Zie ook mijn blog van 28 juli 2009.

 

 

Halverwege, de factor t

 

Giet twee duim zwarte peper in een kolf,

daarna, voorzichtig, twee duim zout erop,

schudt dan de kolf met vaste hand naar grijs.

 

Nooit zal men zo lang kunnen schudden,

dat alle korrels hun plaats hernemen en grijs

weer wit op zwart, of zwart op wit geworden is.

 

Ook valt een beker melk wel in een plas

en scherven op de grond, maar nooit een

plas en scherven in een beker melk bijeen.

 

Er is geen wet die het verbiedt. Als kind

spoelden wij filmpjes terug; herstelden

de toestand, maakten de schade ongedaan.

 

De som te maken is zo simpel als die film te keren:

de factor t hoef ik er niet uit te elimineren,

er is geen reden en geen richting voor de tijd.

 

De weg loopt hellend naar de oever,

schuift rimpelloos het grijze water in.

Hoe ik ook zoek, ik vind geen ommekeer.

 

 

 

 

Halverwege, de factor t

 

Staand voor de spiegel, is alleen

links rechts en omgekeerd. Voor

blijft voor en achter achter -

 

maar is dan de voorwaarts afgelegde weg

niet ook even lang als wat achterwaarts nog rest?

 

Niet over mijn schouder, keek ik,

ik boog en week om achteruit te kijken,

ik kronkelde om te zien wat er nog komen ging.

 

Steeds kleiner de gestalte, steeds smaller de weg.

En onooglijk de verborgen diepte,

het vermoeden van bloed en gevecht -

 

de paling die in de Carriben begint,

de zalm uit de Schotse rivier -

 

zij weten het, ja, zij weten het:

ten halve gekeerd.

 

 

 

 

 

Zeeman
Michaël Zeeman (18 september 1958 - 27 juli 2009)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Ton Anbeek werd geboren in Ede op 18 september 1944. Zie ook mijn blog van 18 september 2008.

 

Uit: Remco Campert, al die dromen al die jaren

 

“Is de titel van Camperts romandebuut Het leven is vurrukkulluk (1961) ironisch? Wie zijn columns kent of denkt aan de rafelige figuur van de schrijver, zal snel geneigd zijn dat zonder meer aan te nemen. Toch geeft het boek wel degelijk aanleiding om de titel zonder grijns te lezen. ‘Het leven is vurrukkulluk’ is een uitspraak van het meisje Panda, dat vederlicht door het leven danst. Haar credo vat zij als volgt samen: ‘Geld is het allerallerbelangrijkste op de wereld. Geld en lichamelijke liefde. Ik ben blij dat ze bestaan.’ Over die lichamelijke liefde doet ze niet moeilijk. Tot ontsteltenis van de andere hoofdpersoon, Mees, vat ze verhoudingen even luchthartig op als hijzelf. Moralisten zullen Panda mogelijk zien als de mannenfantasie van een voor iedereen beschikbare beeldschone vrouw, maar je kan haar ook opvatten als de belichaming van de mentaliteit die later als typerend voor de jaren zestig zal worden beschouwd.

 

En er is meer dat in deze roman die roerige tijd aankondigt. Uitdagend wordt de jeugdcultuur tegenover de wereld van de ouderen gesteld. De grijsaard die in het boek voortdurend opduikt, windt zich buitengewoon op over de jeugd van tegenwoordig: ‘En maar giegullen [...]. Dat komt natuurlijk van het rokkenrollen en het Marie-Johanna roken.’ Zo heeft hij het ook over ‘rokkenrollende zakkenrollers.’ Hij wordt op zijn wenken bediend, want kort daarop wordt hij zonder pardon door Mees neergeslagen en door Panda van zijn centen beroofd. Het conflict tussen de generaties wordt samengevat in de volgende tirade van de retiradejuffrouw:

 

‘Viezerikken vind je overal,’ zei de juffrouw, ‘ook in boeken. Trouwens, wat is er zo mooi aan de werkelijkheid?’

‘Ik heb het niet over mooi,’ antwoordde Panda. ‘Ik zei dat de werkelijkheid levender is. Ik wil geen boeken lezen, ik wil leven.’

Met iets van afschuw in haar oude gezicht keek de retiradejuffrouw Panda aan. ‘Ajakkes, kind,’ zei ze, ‘ik dacht dat dat soort idealisme er in de veertiger jaren uitgebrand was. Moeten we het werkelijk weer allemaal opnieuw meemaken?’

 

Dus een boek dat het feest van de jaren zestig aankondigt? Zo eenvoudig ligt het niet. Panda mag dan wel een vlinder zijn, Mees zit heel wat gecompliceerder in elkaar. Hij krijgt van de schrijver een aantal treurige jeugdherinneringen mee (gescheiden ouders, de vader een Don Juan zonder scrupules) die hem niet bepaald een vrolijke kijk op het leven hebben meegegeven.”

 

 

 

Anbeek
Ton Anbeek (18 september 1944)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn vorige blog van vandaag.