28-07-16

Dolce far niente, Hermann Hesse, Remco Campert, Malcolm Lowry, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders

 

Dolce far niente

 

 
Het Damrak te Amsterdam door George Hendrik Breitner, ca. 1903

 

 

Regen

Lauer Regen, Sommerregen
Rauscht von Büschen, rauscht von Bäumen.
O wie gut und voller Segen,
Einmal wieder satt zu träumen!

War so lang im Hellen draussen,
Ungewohnt ist mir dies Wogen:
In der eignen Seele hausen,
Nirgends fremdwärts hingezogen.

Nichts begehr ich, nichts verlang ich,
Summe leise Kindertöne,
Und verwundert heim gelang ich
In der Träume warme Schöne.

Herz, wie bist du wund gerissen
Und wie selig, blind zu wühlen,
Nichts zu denken, nichts zu wissen,
Nur zu atmen und zu fühlen!

 

 
Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Nikolausbrücke in Calw. Hermann Hesse werd in Calw geboren.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

28-07-15

Dolce far niente, Robert Frost, Remco Campert, Malcolm Lowry, Gerard Manley Hopkins

 

Dolce far niente

 

 
Evening After a Storm door Frederic Edwin Church, 1849

 

 

A Line-Storm Song

The line-storm clouds fly tattered and swift,
The road is forlorn all day,
Where a myriad snowy quartz stones lift,
And the hoof-prints vanish away.
The roadside flowers, too wet for the bee,
Expend their bloom in vain.
Come over the hills and far with me,
And be my love in the rain.

The birds have less to say for themselves
In the wood-world’s torn despair
Than now these numberless years the elves,
Although they are no less there:
All song of the woods is crushed like some
Wild, easily shattered rose.
Come, be my love in the wet woods; come,
Where the boughs rain when it blows.

There is the gale to urge behind
And bruit our singing down,
And the shallow waters aflutter with wind
From which to gather your gown.
What matter if we go clear to the west,
And come not through dry-shod?
For wilding brooch shall wet your breast
The rain-fresh goldenrod.

Oh, never this whelming east wind swells
But it seems like the sea’s return
To the ancient lands where it left the shells
Before the age of the fern;
And it seems like the time when after doubt
Our love came back amain.
Oh, come forth into the storm and rout
And be my love in the rain.

 

 
Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963)
San Francisco, Market Street door Thomas Kinkade, z.j.
Robert Frost werd geboren in San Francisco.

Lees meer...

09-02-15

Prijs der Nederlandse Letteren voor Remco Campert

 

De Nederlandse schrijver, dichter en columnist Remco Campert krijgt dit jaar de Prijs der Nederlandse Letteren, een driejaarlijkse oeuvreprijs voor een auteur die een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandstalige literatuur. Dat werd zondag bekendgemaakt in Rotterdam, waar het startschot werd gegeven voor het Vlaams-Nederlandse culturele evenement Beste Buren. Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

Huid en hart

Huid, peau, skin, Haut
je huid ademt in alle talen.
Wat doe je me aan?

Op winternamiddagen
streel ik met voorzichtige vingers
je huid, glanzend in de schemering.

Onder je huid bonst je hart,
brengt mijn hart, fladderend als een vlinder,
tot rust.

In gulzige liefde
verslind ik je
met huid en hart

 

 

Elke dag nog
Remco Campert aan Cees Nooteboom

Elke dag nog
praat ze met zijn grafsteen
op het kleine kerkhof aan de overkant
uitzicht over het dal
met het dunne riviertje
glinsterend als een spinnedraad
in het Noord-Franse licht

sinds hij dood is
doet ze minder aan de tuin
eens haar trots

kreeg er nog een prijs voor
de sénateur kwam er nog voor over
uit het verre Parijs
waar hij een appartement had
en een vriendin
het was vlak voor de verkiezingen
die hij won

de koeien zijn verkocht
de tractor staat te roesten in het hoge gras
het erf is netjes aan kant
en er is nog hout voor één winter

 

 

Sonnet

ik had je bloemen willen zenden
een soort bloemen dat je zou doen begrijpen
hoe ik wandel
onder welke luchten ik wandel
over welke bodem ik wandel

ik had je bloemen willen zenden
een soort van winterbloemen
met de bruine kleuren van de laatste roos
en de geur van nachten lopen
in gevaarlijk terrein
door verwaarloosde heggen omgrensd
waarachter men narcissen kon vermoeden
van de maanden die achter ons liggen
narcissen van een geur die ik waarschijnlijk te liefelijk schat

dat soort bloemen had ik je willen zenden
niet per post en onverpakt
neen ze zouden je worden gebracht
door een zwarte jongen met een Grieks profiel
die Duits studeert aan de universiteit
die zichzelf een choreografie heeft geschreven
op muziek van Mozart

dat soort bloemen
door zo'n soort jongen

maar ik vernam
dat je op reis bent
en wel niet meer terug zult keren

 

 

 
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

28-07-14

Dolce far niente, Ingo Baumgartner, Remco Campert, Malcolm Lowry, Gerard Manley Hopkins

 

Dolce far niente

 

 
De storm door Jan van Goyen, 1641

 

 

Gewitter am See

Ein Delta formt des Blitzes Feuer,
rückt schemenhaft den Berg ins Licht.
Die Wolke wird zum Ungeheuer,
das grollend dunklen Qualm erbricht.

Aus Spielgekräusel wachsen Wogen
die Anmut flieht in Hast den See.
Bedenklich hin zum Nass gebogen,
schwankt Segeltuch in wilder Bö.

Die Möwen schützen sich, sie ducken
sich schweigend in das Uferrohr.
Doch bald verebbt das Himmelszucken
und Blau strahlt kräftig wie zuvor.

 

 

 
Ingo Baumgartner (Oberndorf an der Salzach, 24 december 1944)

 

Lees meer...

26-07-14

Dolce far niente, Remco Campert, Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Yves Petry

 

Dolce far niente

 

 

 
Brug over de Schinkel, de Sluis bij de Overtoom, Amsterdam
door Jan Hermanus Melcher Tilmes, z.j.

 

 

Op de Overtoom

Het dooit op de Overtoom
maar het vriest ook alweer op
melden mijn voeten
die mijn dag verlopen
ik blijf dicht bij huis
steeds dichter
dat is mijn leeftijd
wolken worden zwaarder van onkleur
de geur van gisteren hangt nog aan me
ik at met mijn vriend
we braken het brood
en deelden de doden
we zijn al bijna uit zicht
wij lachen nog
wat moet je anders?
omhelzen elkaar ten afscheid
misschien je weet maar nooit

 

 
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Lees meer...

28-07-13

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders

 

De Nederlandse dichter schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

 

 

zilver praten

 

zilver praten in parken
de gele knapenzon
toont zijn gespannen lijf aan
de meisjes op de kiezelpaden
zij draaien hun zinnen
als parasollen om en om

 

 

 

 

Jongeling

 

Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed
naar de duinen naar het feest
met het meisje dat mee moet
naar de villa waar je al eerder bent geweest

naar het feest dat woedt
van de zon die ondergaat
tot de zon die opkomt als je naar bed gaat
met het meisje dat mee moet
en dat drankzuchtig en desolaat op de piano staat
huilend van liefde die vergaat
- een vrijer in Zwitserland en één in een Balkanstaat -
en dat het toch niet baat en dat ze dáárom
maar met jou naar bed gaat.

Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed

vroeg in de morgen vooral
terug naar de stad, naar de asfaltzorgen
langs fietsers, fabriek en schoorsteenroet

naar de stad naar de huizen
in een auto die naar leer ruikt en naar stof
met het meisje dat mee moest
en dat moegedronken en moegekust
uitrust van haar roes
in een auto die rijdt langs benzinepompen
torenspitsen en een straat in aanbouw
richtingborden en spoorwegrails
en op de radio een praatje voor de huisvrouw.

 

 

 

 

KOUD

 

Winter nadert.
Ik voel het aan de lucht
En aan de woorden die ik schrijf.
Alles wordt klaarder: de straat
Is tot aan zijn eind te zien. De woorden
Hebben geen eind.

Ik ben dichter
Bij de waarheid in december
Dan in juli. Ik ben dichter
Bij de gratie van de kalender, lijkt het
Soms wel. Toch, de woorden niet, de steden
Nemen hun eind.

Als er ergens
Zomer en winter, maar een ster
Brandde die een fel wit licht gaf.
Ik zeg een ster, maar het
Mag alles zijn. Als het maar brandt en
Woorden warmte geeft.

Maar ik geloof
Niet, 's winters nog minder, aan
Zo'n ster. In woorden moet ik geloven.
Maar wie kan dat? Ik ben
Een stem, stervend en koud, vol
Winterse woorden.

 

 

 


Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)
Borstbeeld door Patrick Mezas

Lees meer...

28-07-12

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders

 

De Nederlandse dichter schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

 

Boerin in Iviers

 

Elke dag nog praat ze
met zijn grafsteen
op het kleine kerkhof aan de overkant
uitzicht over het dal
met het dunne riviertje
glinsterend als een spinnendraad in het Noord-Franse licht

sinds hij dood is
doet ze minder aan de tuin
eens haar trots

ze kreeg er nog een prijs voor
de senator kwam er voor over
helemaal uit Parijs
waar hij een appartement had
en een vriendin
het was vlak voor de verkiezingen
die hij won

de koeien zijn verkocht
de tractor staat te roesten in het hoge gras
het erf is netjes aan kant
en er is nog hout voor één winter

 

 

 

Het Vak

 

Langzaam groeit in mij
de ander die in niets op mij lijkt
en toch alles in zich heeft
van mij die hem baren moet

dan rijst het doek dat me scheidt
van mijn tijd die nu gekomen is
de zaal opent zich veelvuldig
gespiegeld vlees en bloed

even is het alles stilte
wachtend op het eerste woord
dat het schouwtoneel de wereld
tot leven beven doet

côté jardin: de geliefde werpt haar mantel af
côté cour: de moordenaar komt aangezet

 

 

 

Straattheater

 

In de zoele middagwind
zat ik op een bankje
op de Boulevard du Général Leclerc
naast een oude heer
die Indochina nog had meegemaakt
rozet in zijn knoopsgat
witte sjaal om zijn uitgedroogde hals
en een mormel van een hondje
aandachtig aan zijn voet
toen Sophie Marceau actrice
die ik kende uit de bladen
vergezeld van haar fotograaf
uit een limousine stapte
en bij het lichtjes vasthouden
van haar zonnehoed
haar roomblanke oksel toonde

het hondje kefte
en de oude heer en ik
we stonden als één man op
zongen een liedje
maakten kleine pasjes
draaiden met onze kont

maar zij zag ons niet.

 

 

 

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Lees meer...

14-06-12

Dolce far niente 11, Anna Enquist, Remco Campert, Ted van Lieshout, Jan Kal, Henk Spaan

 

Dolce far niente (Voetbal)

 

 

 

 

In het gras

 

Een schema van het leven ligt

op het voetbalveld, een tekening

van de wereld, op zondagmiddag.


Hoe wij in wisselende bezetting

elkaar steunen, stuktrappen, vereren,

verlaten en kwijtraken, rennend.

 

Tussen de krijtlijnen een blauwdruk

van verlangen. Nooit krijgen wat wij

najagen, en als de buit binnenkomt

 

onthand zijn, leeggevreten door vreugde

van een dag, door elkaar bedolven.

En altijd die man, met die fluit.

 

 

 

Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

Lees meer...

28-07-11

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins

 

De Nederlandse dichter schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook mijn blog van 28 juli 2010 en eveneens alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

Uit: De Schrijver (Het leven een droom)

 

“Suzie was met haar rug naar me toe gaan liggen en deed er het zwijgen toe. Ik ging achter haar liggen en legde een verkennende hand op haar heup. Ze duwde mijn hand weg en schoof een stukje van me af - niet erg ver, omdat ze anders uit het bed zou vallen.

Opnieuw stuurde ik mijn hand in de richting van haar onwillige lijf. Opnieuw werd hij weggebonjourd. ‘Hou op.’

‘Suzie, het spijt me. Ik geef toe dat ik niet erg aardig was. Het komt door die nachtmerrie. Die zat me dwars, maar het is nu over.’

‘Echt?’

‘Echt.’

Nu liet ze mijn hand toe. Ik kuste haar op haar oor. Ze maakte een knorrend geluidje en draaide zich om. Ik streelde haar rug en haar billen, maar toen haar hand die langs mijn dijen omhoog was gekropen zich om mijn stijve pik sloot, was mijn reactie heftig en tegengesteld aan waar we beiden op uit waren.

Ik trok me met een ruk terug en ging overeind zitten.

‘Wat is er nu weer?’

 

 

Uit: Het leven is vurrukkulluk

 

“Ik heb Etta Zoon versiert’, zei Boelie. ‘Maar ik ben stom geweest. Ik heb gezegd dat ik van haar hou, want ik dacht dat het me anders niet zou lukken.’
‘En hou je van haar?’
‘Misschien nu wel, maar morgen waarschijnlijk niet meer.’
‘Zij waarschijnlijk ook niet.’
‘Ik weet het niet. Ze is erg serieus. Ik schijn haar maanden geleden eens gekust te hebben en dat wist ze nu nog.’
‘Dat is niet zo best.’
‘Wat moet ik nu doen? Ik bedoel, zal ik er mee doorgaan? Voor je het weet komen er scheidingen van en dan zit ik aan haar vast.’
‘Nou, en?’
‘Dat kan toch niet. Dat wil ik niet.’
‘Veel bidden maar.’

 

 

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Lees meer...

02-06-11

In memoriam Willem Duys

 

In memoriam Willem Duys

 


De vandaag overleden radio en tv-presentator
Willem Duys is als media-monument tot ons culturele erfgoed gaan behoren. Hier bij wijze van laatste groet enkele voorbeelden:

 

 

 

Het lied van de kleine man


De waarheid is dat je ziek bent

Eentonig leven, dezelfde tram

's morgens en 's avonds

De Telegraaf in je aktetas


De meisjes van 't kantoor

Onbenaderbaar

 

De zure lucht van regenjassen

Tussen de middag

In de snackbar

 

Met tientallen anderen

Bladeren in obscene boekjes

 

Neem me neem me hijgde ze

En spreidde haar benen

 

Geen vriendin

Niet eens geld voor de hoeren

 

's avonds tv

voetbal je avontuur

willem duys je cultuur

 

boterham met cervelaat

voor je naar bed gaat met je vrouw

die niet van je houdt

en die je niet haat

 

de waarheid is

dat je met je ziekte

dik tevreden bent

 

"het had zoveel erger kunnen zijn…"

 

 

 

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

 

 

 

 

Uit: Doris Day (1982)

 

Bah Bah wat 'n misère
Als Marco staat te blèren
Of 'n documantaire
Kan dan niemand ons bevrijden
Van Willem Duys en Van der Meyden

En hoor ze nou es slissen
In spelletjes en kwissen
'N mens kan zich vergissen
Maar dit is toch al te lullig
Imbeciel en onbenullig

Hé!
Er is geen bal op de tv
Alleen 'n film met Doris Day
En wat dacht je van net twee
Ein Wiener operette
Nee!

 

 

 

Doe Maar (1978 – heden)

 

 

 

 

 

Willem Duys (17 augustus 1928 - 2 juni 2011)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e juni ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
 

28-07-10

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders, Drew Karpyshyn, John Ashbery, Shahyar Ghanbari, Collin Higgins, Józef Ignacy Kraszewski

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 28e juli mijn blog bij seniorennet.be 

   

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins 

             

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 28e juli ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag

 

Stephan Sanders, Drew Karpyshyn, John Ashbery, Shahyar Ghanbari, Collin Higgins, Józef Ignacy Kraszewski

 

18-09-09

Tachtig jaar Armando, Michaël Zeeman, Ton Anbeek


De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Dat is dus vandaag precies tachtig jaar geleden.

Zie ook mijn blog van 18 september 2006 en ook mijn blog van 18 september 2007 en  mijn blog van 18 september 2008.

 

 

wat vader, de lust tot wezen en inkeer, de ver-

nietiging voor mij betekende, de lust tot bewegen

en langzaam sterven, als vóór mij de doden

de stoom van hun vergissing traag lieten verglijden,

de jaren dat wij leefden.

 

de lust tot inkeer, de vader en de vernietiging zij keren

mij om, hoe langzaam, hoe ingetogen is de hand

waarmee zij de zon boetseren om slechts te leven om te doden.

 

 

 

armando%20kelk
Kelk                              

 

 

een bijtende spreuk verlost hem van de duivel

de schepping is voltooid.

hij voelt het zachte gras, een klein gebaar omhoog en bevend

slaapt hij in.

men zoekt hem, een machteloos dier, de vader van een dode.

 

de zoon is gesneuveld, de moeder, begroeid met dromen, bestuift

haar kind moet leven, het wonder wordt gehoond:

de hemel pakt de aarde woedend aan.

 

 

 

 

armando_das_haus_12505
Das Haus

 

 

 

waarom zouden we

 

waarom zouden we wat we gedaan hebben
om vergeving vragen waarom
hebben we gedaan wat we moesten doen

we deden wat we konden om niet
te weten dat we leefden

 

 

 

 

 

Armando_88498a
Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 12 september 1958. Zie ook mijn blog van 18 september 2008. Michaël Zeeman is op 27 juli van dit jaar overleden. Zie ook mijn blog van 28 juli 2009.

 

 

Halverwege, de factor t

 

Giet twee duim zwarte peper in een kolf,

daarna, voorzichtig, twee duim zout erop,

schudt dan de kolf met vaste hand naar grijs.

 

Nooit zal men zo lang kunnen schudden,

dat alle korrels hun plaats hernemen en grijs

weer wit op zwart, of zwart op wit geworden is.

 

Ook valt een beker melk wel in een plas

en scherven op de grond, maar nooit een

plas en scherven in een beker melk bijeen.

 

Er is geen wet die het verbiedt. Als kind

spoelden wij filmpjes terug; herstelden

de toestand, maakten de schade ongedaan.

 

De som te maken is zo simpel als die film te keren:

de factor t hoef ik er niet uit te elimineren,

er is geen reden en geen richting voor de tijd.

 

De weg loopt hellend naar de oever,

schuift rimpelloos het grijze water in.

Hoe ik ook zoek, ik vind geen ommekeer.

 

 

 

 

Halverwege, de factor t

 

Staand voor de spiegel, is alleen

links rechts en omgekeerd. Voor

blijft voor en achter achter -

 

maar is dan de voorwaarts afgelegde weg

niet ook even lang als wat achterwaarts nog rest?

 

Niet over mijn schouder, keek ik,

ik boog en week om achteruit te kijken,

ik kronkelde om te zien wat er nog komen ging.

 

Steeds kleiner de gestalte, steeds smaller de weg.

En onooglijk de verborgen diepte,

het vermoeden van bloed en gevecht -

 

de paling die in de Carriben begint,

de zalm uit de Schotse rivier -

 

zij weten het, ja, zij weten het:

ten halve gekeerd.

 

 

 

 

 

Zeeman
Michaël Zeeman (18 september 1958 - 27 juli 2009)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Ton Anbeek werd geboren in Ede op 18 september 1944. Zie ook mijn blog van 18 september 2008.

 

Uit: Remco Campert, al die dromen al die jaren

 

“Is de titel van Camperts romandebuut Het leven is vurrukkulluk (1961) ironisch? Wie zijn columns kent of denkt aan de rafelige figuur van de schrijver, zal snel geneigd zijn dat zonder meer aan te nemen. Toch geeft het boek wel degelijk aanleiding om de titel zonder grijns te lezen. ‘Het leven is vurrukkulluk’ is een uitspraak van het meisje Panda, dat vederlicht door het leven danst. Haar credo vat zij als volgt samen: ‘Geld is het allerallerbelangrijkste op de wereld. Geld en lichamelijke liefde. Ik ben blij dat ze bestaan.’ Over die lichamelijke liefde doet ze niet moeilijk. Tot ontsteltenis van de andere hoofdpersoon, Mees, vat ze verhoudingen even luchthartig op als hijzelf. Moralisten zullen Panda mogelijk zien als de mannenfantasie van een voor iedereen beschikbare beeldschone vrouw, maar je kan haar ook opvatten als de belichaming van de mentaliteit die later als typerend voor de jaren zestig zal worden beschouwd.

 

En er is meer dat in deze roman die roerige tijd aankondigt. Uitdagend wordt de jeugdcultuur tegenover de wereld van de ouderen gesteld. De grijsaard die in het boek voortdurend opduikt, windt zich buitengewoon op over de jeugd van tegenwoordig: ‘En maar giegullen [...]. Dat komt natuurlijk van het rokkenrollen en het Marie-Johanna roken.’ Zo heeft hij het ook over ‘rokkenrollende zakkenrollers.’ Hij wordt op zijn wenken bediend, want kort daarop wordt hij zonder pardon door Mees neergeslagen en door Panda van zijn centen beroofd. Het conflict tussen de generaties wordt samengevat in de volgende tirade van de retiradejuffrouw:

 

‘Viezerikken vind je overal,’ zei de juffrouw, ‘ook in boeken. Trouwens, wat is er zo mooi aan de werkelijkheid?’

‘Ik heb het niet over mooi,’ antwoordde Panda. ‘Ik zei dat de werkelijkheid levender is. Ik wil geen boeken lezen, ik wil leven.’

Met iets van afschuw in haar oude gezicht keek de retiradejuffrouw Panda aan. ‘Ajakkes, kind,’ zei ze, ‘ik dacht dat dat soort idealisme er in de veertiger jaren uitgebrand was. Moeten we het werkelijk weer allemaal opnieuw meemaken?’

 

Dus een boek dat het feest van de jaren zestig aankondigt? Zo eenvoudig ligt het niet. Panda mag dan wel een vlinder zijn, Mees zit heel wat gecompliceerder in elkaar. Hij krijgt van de schrijver een aantal treurige jeugdherinneringen mee (gescheiden ouders, de vader een Don Juan zonder scrupules) die hem niet bepaald een vrolijke kijk op het leven hebben meegegeven.”

 

 

 

Anbeek
Ton Anbeek (18 september 1944)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn vorige blog van vandaag.

28-07-09

Tachtig jaar Remco Campert, Malcolm Lowry, Shahyar Ghanbari, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders, Drew Karpyshyn, John Ashbery, Collin Higgins, Józef Ignacy Kraszewski


Remco Campert tachtig jaar

 

De Nederlandse dichter schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Dais is dus vandaag precies tachtig jaar geleden. Zie ook mijn blog van 28 juli 2006 en ook mijn blog van 28 juli 2007 en ook mijn blog van 28 juli 2008.

 

 

 

Antwerps meisje

 

Het was laat in de avond
regen in lamplicht gevangen
sloeg neer op het macadam
van de Mechelsesteenweg
je had een offwhite jurkje aan
ik schatte je op vijftien
je liep langs de straat
waar ook ik overging
auto's passeerden remden af
reden weer verder
je vroeg de weg naar de Muze
café waar Ferre optrad
Ferre Grignard de zanger van jouw lied
zijn stem die op de radio geklonken had
en waarheen je nu op weg was
'volg de tramrails maar
dan vind je hem vanzelf'
en ik onnnozelaar liet je gaan

Antwerps meisje
dat ik in mijn hart draag
wat heb ik toch gedaan
met mijn leven

 

 

 

 

Elementen voor een gedicht

 

As en ijs:
het is dinsdag en winter.
Zalen vol verkouden moeders
bespreken de voordelen van vet.
De dikke man, in tabak of textiel,
kauwt op zijn sigaar, vloekt op een fietser.
De wind, kaal als een geschoren rat,
rent langs de huizen,
knabbelt aan de kranten,
de vuilnisbakken, de rokken
van kleine meisjes.
De stad is gelukkig tezamen,
sneeuwbal in een jongenshand.
Niets hoort bij alles hoort bij niets.
Zeven kraaien vliegen
in de rijpe winterlucht.
In dunne kratten mooie ronde rode appels,
in sleetse mouwen van slag geraakte polshorloges.
As op de stoepen, ijs langs de wegen,
zeven kraaien in de lucht

 

 

 

 

 

Niet te geloven

 

Niet te geloven
dat ik knaap nog
een vers schreef over de
zilverwitheid van een berkestam

en om mij heen
grootse dronkenschap
van de bevrijding:
het water was whisky geworden.

Alles zoop en naaide,
heel Europa was een groot matras
en de hemel het plafond
van een derderangshotel.

En ik bedeesde jongeling
moest nodig
de reine berk bezingen
en zijn bescheiden bladerpracht.

 

 

 

 

 

Remco Campert  1960
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Campert in 1960

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter, verhalen- en romanschrijver Malcolm Lowry werd geboren 28 juli 1909 in Birkenhead Merseyside. Zie ook mijn blog van 28 juli 2007 en ook mijn blog van 28 juli 2008.

 

Uit: Under the Volcano

 

Two mountain chains traverse the republic roughly from north to south, forming between them a number of valleys and plateaus. Overlooking one of these valleys, which is dominated by two volcanoes, lies, six thousand feet above sea level, the town of Quauhnahuac. It is situated well south of the Tropic of Cancer, to be exact on the nineteenth parallel, in about the same latitude as the Revillagigedo Islands to the west in the Pacific, or very much further west, the southernmost tip of Hawaii-and as the port of Tzucox to the east on the Atlantic seaboard of Yucatan near the border of British Honduras, or very much further east, the town of Juggernaut, in India, on the Bay of Bengal.

The walls of the town, which is built on a hill, are high, the streets and lanes tortuous and broken, the roads winding. A fine American-style highway leads in from the north but is lost in its narrow streets and comes out a goat track. Quauhnahuac possesses eighteen churches and fifty-seven cantinas. It also boasts a golf course and no less than four hundred swimming pools, public and private, filled with the water that ceaselessly pours down from the mountains, and many splendid hotels.

The Hotel Casino de la Selva stands on a slightly higher hill just outside the town, near the railway station. It is built far back from the main highway and surrounded by gardens and terraces which command a spacious view in every direction. Palatial, a certain air of desolate splendour pervades it. For it is no longer a Casino. You may not even dice for drinks in the bar. The ghosts of ruined gamblers haunt it. No one ever seems to swim in the magnificent Olympic pool.The springboards stand empty and mournful. Its jai-alai courts are grass-grown and deserted. Two tennis courts only are kept up in the season.

Towards sunset on the Day of the Dead in November, 1939, two men in white flannels sat on the main terrace of the Casino drinking anis. They had been playing tennis, followed by billiards, and their racquets, rainproofed, screwed in their presses-the doctor's triangular, the other's quadrangular-lay on the parapet before them. As the processions winding from the cemetery down the hillside behind the hotel came closer the plangent sounds of their chanting were borne to the two men; they turned to watch the mourners, a little later to be visible only as the melancholy lights of their candles, circling among the distant, trussed cornstalks. Dr. Arturo Diaz Vigil pushed the bottle of Anis del Mono over to M. Jacques Laruelle, who now was leaning forward intently.”

 

 

 

 

 

Lowry-Paris

Malcolm Lowry (28 juli 1909  - 26 juni 1957)

 

 

 

 

 

De Iraanse dichter, songwriter en zanger Shahyar Ghanbari werd geboren op 28 juli 1950 in Teheran. Shahyar is de zoon van de Iraanse acteur en zanger Hamid Ghanbari. Hij schrijft en zingt in het Farsi, het Engels en het Frans. Hij schrijft en componeert ook voor anderen, zoals Farhad Mehrad, Dariush Eghbali, Helen, Leila Forouhar, Googoosh, Ebi and Sattar. Hij woont tegenwoordig in Los Angeles.

 

 

 

Forbidden

 

Blue of the sea is forbidden
The desire to see, is forbidden
The love between two fish is forbidden
Alone and together is forbidden

 

To have a new love, you should not ask permission
To have a new love, you should not ask permission

 

Whispering and murmuring is forbidden
Dancing of the shadows is forbidden
Discovering the stolen kisses,
In the middle of your dream is forbidden

 

To have a new dream, you should not ask permission
To have a new dream, you should not ask permission

 

In this homely exile
Write the simplest poems
Say what you have to say
Say long live life,
Say long live life

 

To write a new poem, you should not ask permission
To write a new poem, you should not ask permission

 

To write about you, is forbidden
Even to complain is forbidden
The fragrance of a woman, is forbidden
You are forbidden, I am forbidden!

 

To start a new day, you should not ask permission
To start a new day, you should not ask permission

 

 

 

 

 

Shahyar Ghanbari
Shahyar Ghanbari (Teheran, 28 juli 1950)

 

 

 

 

 

 

 

De Argentijnse schrijfster Angélica Gorodischer werd geboren in Buenos Aires op 28 juli 1928. Zij bezocht het gymnasium en studeerde daarna aan een studie letteren die zij echter niet afmaakte. In 1988 kreeg zij een beurs waarmee zij aan de University of Iowa kon studeren. In 1998 kreeg zij de prijs van de Sociedad Argentina de Escritores (SADE) voor de beste roman door een vrouw geschreven.

 

Uit: Portrait of the Emperor (Vertaald door Ursula K. Le Guin)

 

“And the play-lover will go off happy, whistling, his hands in his pockets, his heart light, and maybe before he reaches the doors of the great throne room he’ll hear the emperor shouting after him, promising to come in person to the opening of the theater, and the lord counselor clicking his tongue in disapproval of such a transgression of protocol.Well, well, I’ve let words run away with me, something a storyteller should take care to avoid; but I’ve known fear, and sometimes I need to reassure myself that there’s nothing to fear any more, and the only way I have to do that is by the sound of my own words. Now, back to what I was getting at when I began we all now have the right to use as if it were our own house, which it is—in that palace, in the south wing, in a salon that looks out on a very pretty hexagonal garden, there’s a shapeless heap of dusty, dirty old stones. Everywhere else in the building you’ll see carpets, furniture, mirrors, paintings, musical instruments, cushions and porcelains, flowers, books, plants in vases and in pots. There, nothing of the kind. The room’s empty, bare, and the marble flags don’t even cover the whole floor, but leave an area of beaten earth in the middle, where the stones are piled up. There’s nothing secret or forbidden about it, but many of you, looking for the way out, or a quiet place to sit down and rest and eat the sandwich you brought in your backpack, will have opened the door of that room and asked yourself what on earth that heap of grey rocks was doing in such a well-kept, clean, cheerful palace. Well, well, my friends, I’m going to tell you why there are storytellers in the world: not for frivolities, though we may sometimes seem frivolous, but to answer those questions we all ask, and not as the teller, but as the hearer.”

 

 

 

 

Gorodischer
Angélica Gorodischer (Buenos Aires, 28 juli 1928)

 

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en Jezuïet Gerard Manley Hopkins werd geboren op 28 juli 1844 in Stratford, Essex. Zie ook mijn blog van 28 juli 2007 en ook mijn blog van 28 juli 2008.

 

 

At the Wedding March

 

 GOD with honour hang your head, 

Groom, and grace you, bride, your bed 

With lissome scions, sweet scions, 

Out of hallowed bodies bred. 

 

Each be other’s comfort kind:         

Déep, déeper than divined, 

Divine charity, dear charity, 

Fast you ever, fast bind. 

 

Then let the March tread our ears: 

I to him turn with tears         

Who to wedlock, his wonder wedlock, 

Déals tríumph and immortal years

 

 

 

 

 

The Starlight Night

 

LOOK at the stars! look, look up at the skies! 

  O look at all the fire-folk sitting in the air! 

  The bright boroughs, the circle-citadels there! 

Down in dim woods the diamond delves! the elves’-eyes! 

The grey lawns cold where gold, where quickgold lies!        

  Wind-beat whitebeam! airy abeles set on a flare! 

  Flake-doves sent floating forth at a farmyard scare!— 

Ah well! it is all a purchase, all is a prize. 

Buy then! bid then!—What?—Prayer, patience, aims, vows. 

Look, look: a May-mess, like on orchard boughs!         

  Look! March-bloom, like on mealed-with-yellow sallows! 

These are indeed the barn; withindoors house 

The shocks. This piece-bright paling shuts the spouse 

  Christ home, Christ and his mother and all his hallows.

 

 

 

 

 

‘Thee, God, I come from, to thee go’

 

THEE, God, I come from, to thee go, 

All day long I like fountain flow 

From thy hand out, swayed about 

Mote-like in thy mighty glow. 

 

What I know of thee I bless,         

As acknowledging thy stress 

On my being and as seeing 

Something of thy holiness. 

 

Once I turned from thee and hid, 

Bound on what thou hadst forbid;        

Sow the wind I would; I sinned: 

I repent of what I did. 

 

Bad I am, but yet thy child. 

Father, be thou reconciled. 

Spare thou me, since I see        

With thy might that thou art mild. 

 

I have life before me still 

And thy purpose to fulfil; 

Yea a debt to pay thee yet: 

Help me, sir, and so I will.        

 

But thou bidst, and just thou art, 

Me shew mercy from my heart 

Towards my brother, every other 

Man my mate and counterpart.

   .   .   .   .   .   .   .   .

 

 

 

 

 

Manley_Hopkins

Gerard Manley Hopkins (28 juli 1844 – 8 juni 1889)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, presentator en essayist Stephan Sanders werd geboren in Haarlem op 28 juli 1961. Zie ook mijn blog van 28 juli 2008.

 

Uit: Duurzame lust (column)

 

“Maar in alle relaties komt het voor: bij lesbo’s, homo’s en hetero’s. Er is liefde, er is verbondenheid, maar in het aardigste geval wordt de seks plichtmatig en huishoudelijk, in het slechtste een rariteit, iets dat onwezenlijk is en vreemd, juist met degene die je liefhebt.
En ondertussen lezen we in al die flutblaadjes dat het gemiddelde stel het 2,9 maal per week doet, en wordt de schaamte alleen maar groter. Houdt hij wel genoeg van mij? Geef ik wel genoeg om hem?
De rationalisten onder ons zeggen tegen zichzelf: ‘We worden tegenwoordig te oud, we zijn niet gebouwd op zeer langdurige monogamie.’ Mooie analyse, en wat dan? We zijn ook niet gebouwd op een fikse verhouding ernaast, want dan steekt toch de jaloezie de kop op.
Elkaar vrijlaten, seksueel? Homo’s doen het vaak, en helemaal niet slecht. Elkaar loslaten, helemaal? Hetero’s doen het vaak, en noemen het een echtscheiding.
En ik ken mijn eigen kwalen. Zo geconditioneerd, dat seks en lust voor mij met spanning te maken hebben, met onbekende lichamen op de meest onmogelijke plekken. Ik ben daar niet trots op, ik beschouw het als mijn luie Zelf.
Het moet toch mogelijk zijn om lust en opwinding ook langdurig te combineren met degene met wie je de afwasmachine deelt? Ik denk er wel eens over die hele afwasser het huis uit te sodemieteren, als het zou helpen, maar de vraag is natuurlijk: hoe kunnen we een seksuele intimiteit in stand houden, die niet per se acrobatisch hoeft te zijn, maar wel duurzaam?”

 

 

 

 

SandersStephan
Stephan Sanders (Haarlem, 28 juli 1961)

 

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver Drew Karpyshyn werd geboren op 28 juli 1971 in Edmonton. Zie ook mijn blog van 28 juli 2007 en ook mijn blog van 28 juli 2008.

 

Uit: Star Wars: Darth Bane: Rule of Two

 

„Peace is a lie. There is only passion. Through passion, I gain strength. Through strength, I gain power. Through power, I gain victory. Through victory, my chains are broken. The Code of the Sith
Darth Bane, the only Sith Lord to escape the devastation of Kaan’s thought bomb, marched quickly under a pale yellow Ruusan sun, moving steadily across the bleak, war-torn landscape. He was two meters tall, and his black boots covered the ground in long, sweeping strides, propelling his large, powerfully muscled frame with a sense of urgent purpose. There was an air of menace about him, accentuated by his shaved head, his heavy brow, and the dark intensity of his eyes. This, even more than his forbidding black armor or the sinister hook-handled lightsaber dangling from his belt, marked him as a man of fearsome power: a true champion of the dark side of the Force.
His thick jaw was set in grim determination against the pain that flared up every few minutes at the back of his bare skull. He had been many kilometers away from the thought bomb when it detonated, but even at that range he had felt its power reverberating through the Force. The aftereffects lingered, sporadic bursts shooting through his brain like a million tiny knives stabbing at the dark recesses of his mind. He had expected these attacks to fade over time, but in the hours since the blast, their frequency and intensity had steadily increased.

 

 

 

 

Karpyshyn
Drew Karpyshyn (Edmonton, 28 juli 1971)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver John Ashbery werd geboren op 28 juli 1927 in Rochester. Zie ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

 

Just Walking Around 

 

What name do I have for you?

Certainly there is not name for you

In the sense that the stars have names

That somehow fit them. Just walking around,

 

An object of curiosity to some,

But you are too preoccupied

By the secret smudge in the back of your soul

To say much and wander around,

 

Smiling to yourself and others.

It gets to be kind of lonely

But at the same time off-putting.

Counterproductive, as you realize once again

 

That the longest way is the most efficient way,

The one that looped among islands, and

You always seemed to be traveling in a circle.

And now that the end is near

 

The segments of the trip swing open like an orange.

There is light in there and mystery and food.

Come see it.

Come not for me but it.

But if I am still there, grant that we may see each other.

 

 

 

 

Ashberry
John Ashbery (Rochester,  28 juli 1927)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

De Australische schrijver, regisseur en draaiboekauteur Colin Higgins werd geboren op 28 juli 1941 in Nouméa, Nieuw Caledonië.

 

De Poolse schrijver Józef Ignacy Kraszewski werd geboren op 28 juli 1812 in Warschau.

 

 

28-07-08

Remco Campert, Malcolm Lowry, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders, Drew Karpyshyn, John Ashbery, Colin Higgins, Józef Kraszewski


De Nederlandse dichter schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook mijn blog van 28 juli 2006 en ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

 

Zondag

 

Zondag had ik me voorgesteld
in de hangmat door te brengen
tussen de stevige stammen van de bomen
dicht boven de aarde
en van de hemel ver genoeg verwijderd
om me een mens op zijn plaats te voelen.

 

Maar het regende.

 

 

 

 

Nu is er weer dat zomerse godlof

 

Nu is er weer dat zomerse godlof
van meisjes die in korte rokken
door alle straten fietsen
in ons land, ons land gezegend
met pastoors en dominees
die met schuine oogjes kijken
naar dat deksels jonge volkje
dat met naakte knietjes
door hun straten fietst godlof

 

en in de zwoele avondlucht
in hun seringentuin
werken zij verder
de pastoors en dominees
aan het gemengd-zwemverbod

 

 

 

 

Tegen de zomer

 

Niets is vernielender dan de warmte
De kou houdt in stand, is statisch;
de warmte beweegt met de vernieling mee
en wekt een valse schijn
van zon, gezondheid, zinvolle zonde

De warmte vleit, paait, belooft,
maakt stofgoud van stof
liefde van begeerte,
poëzie van leugens
Ik hou niet van de warmte,
broedplaats van muggen en maden
poel van limonade en andere slopende dranken
Schenk mij liever klare
kou en koffie,
destructie bevroren, duidelijk zichtbaar
en aanvaardbaar
Wie in de kou zit schept geen illusies,
Maar schept sneeuw, vrij ongenaakbaar,
in de menselijke
soms bovenmenselijke winter.

 

 

 

 

 

Campert
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

 

 

 

 

De Engelse dichter, verhalen- en romanschrijver Malcolm Lowry werd geboren 28 juli 1909 in Birkenhead Merseyside. Zie ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

Uit: Under the Volcano

 

M. Laruelle finished his drink. He rose and went to the parapet; resting his hands one on each tennis racquet, he gazed down and around him: the abandoned jai-alai courts, their bastions covered with grass, the dead tennis courts, the fountain, quite near in the centre of the hotel avenue, where a cactus farmer had reined up his horse to drink. Two young Americans, a boy and a girl, had started a belated game of ping-pong on the verandah of the annex below. What had happened just a year ago to-day seemed already to belong in a different age. One would have thought the horrors of the present would have swallowed it up like a drop of water. It was not so. Though tragedy was in the process of becoming unreal and meaningless it seemed one was still permitted to remember the days when an individual life held some value and was not a mere misprint in a communique. He lit a cigarette. Far to his left, in the northeast, beyond the valley and the terraced foothills of the Sierra Madre Oriental, the two volcanoes, Popocatepetl and Itaccihuatl, rose clear and magnificent into the sunset. Nearer, perhaps ten miles distant, and on a lower level than the main valley, he made out the village of Tomalin, nestling behind the jungle, from which rose a thin blue scarf of illegal smoke, someone burning wood for carbon. Before him, on the other side of the American highway, spread fields and groves, through which meandered a river, and the Alcpancingo road. The watchtower of a prison rose over a wood between the river and the road which lost itself further on where the purple hills of a Dore Paradise sloped away into the distance. Over in the town the fights of Quauhnahuac's one cinema, built on an incline and standing out sharply, suddenly came on, flickered off, came on again. "No se puede vivir sin amar," Mr. Laruelle said . "As that estupido inscribed on my house."

"Come, amigo, throw away your mind," Dr. Vigil said behind him.

"--But hombre, Yvonne came back! That's whatI shall never understand. She came back to the man!" M. Laruelle returned to the table where he poured himself and drank a glass of Tehuacan mineral water. He said:

"Salud y pesetas."

"Y tiempo Para gastarlas," his friend returned thoughtfully.”

 

 

 

Lowry
Malcolm Lowry (28 juli 1909  - 26 juni 1957)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en Jezuïet Gerard Manley Hopkins werd geboren op 28 juli 1844 in Stratford, Essex. Zie ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

 

AS kingfishers catch fire, dragonflies dráw fláme

 

AS kingfishers catch fire, dragonflies dráw fláme;

As tumbled over rim in roundy wells

Stones ring; like each tucked string tells, each hung bell’s

Bow swung finds tongue to fling out broad its name;

Each mortal thing does one thing and the same:

Deals out that being indoors each one dwells;

Selves—goes itself; myself it speaks and spells,

Crying Whát I do is me: for that I came.

 

Í say móre: the just man justices;

Kéeps gráce: thát keeps all his goings graces;

Acts in God’s eye what in God’s eye he is—

Chríst—for Christ plays in ten thousand places,

Lovely in limbs, and lovely in eyes not his

To the Father through the features of men’s faces.

 

 

 

The Handsome Heart:
at a Gracious Answer


'BUT tell me, child, your choice; what shall I buy
You?' -- 'Father, what you buy me I like best.'
With the sweetest air that said, still plied and pressed,
He swung to his first poised purport of reply.

 

What the heart is! which, like carriers let fly --                        
Doff darkness, homing nature knows the rest --
To its own fine function, wild and self-instressed,
Falls light as ten years long taught how to and why.

 

Mannerly-hearted! more than handsome face --
Beauty's bearing or muse of mounting vein,
All, in this case, bathed in high hallowing grace...

 

Of heaven what boon to buy you, boy, or gain
Not granted? -- Only ... O on that path you pace
Run all your race, O brace sterner that strain!

 

 

 

 

 

TO seem the stranger lies my lot, my life

TO seem the stranger lies my lot, my life
Among strangers. Father and mother dear,
Brothers and sisters are in Christ not near
And he my peace my parting, sword and strife.
  

 

England, whose honour O all my heart woos, wife
To my creating thought, would neither hear
Me, were I pleading, plead nor do I: I wear-
y of idle a being but by where wars are rife.

 

  I am in Ireland now; now I am at a thírd
Remove. Not but in all removes I can
Kind love both give and get. Only what word

Wisest my heart breeds dark heaven's baffling ban
Bars or hell's spell thwarts. This to hoard unheard,
Heard unheeded, leaves me a lonely began.

 

 

 

 

hopkins_small
Gerard Manley Hopkins (28 juli 1844 – 8 juni 1889)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, presentator en essayist Stephan Sanders werd geboren in Haarlem op 28 juli 1961. Sanders studeerde sinds 1979 filosofie en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1986 publiceert hij in onder meer in De Groene Amsterdammer, de Volkskrant en heeft hij zijn eigen vaste column in Vrij Nederland en in onzeWereld. Bij de VARA presenteerde hij onder andere het radioprogramma Ophef en Vertier. Met Anil Ramdas presenteerde Sanders Het Blauwe licht bij de VPRO. Hij is regelmatig gastcolumnist bij Theodor Holmans Desmet live, sinds 2008 OBA Live. Eén keer per week presenteert hij bij de NOS het populaire laatavond-nieuwsprogramma op Radio 1 Met het oog op morgen.

Werk o.a.: Ai Jamaica! (1991), Liefde is voor vrouwen (2002), Zon, Zee, Oorlog (2007)

 

Uit: Heilige homo’s (column)

 

“Er is iets raars gebeurd met homoseksualiteit. Als je mij dertig jaar geleden had verteld dat de christen-democraten een minister voor Landbouw zouden leveren die openlijk lesbisch is, zou ik gewezen hebben op drie onwaarschijnlijkheden. Landbouw, pot, CDA, dat is te veel van het goede.
Enfin, die droom is dus heel gewoontjes uitgekomen, en er is eigenlijk niemand die er nu nog om moet giechelen. De homo is officieel het uithangbord geworden van het goede Nederland, het Nederland waarmee iedereen zich wil vereenzelvigen. Dat heeft de homo voor een belangrijk deel te danken aan de K-Marokkaan, die ervoor heeft gezorgd dat Nederlanders moesten kiezen. Wordt het a. of b. en uitweg c. is afgesloten. Massaal werd er op de homo gestemd, al was het maar om van die K-Marokkanen af te zijn, en zo werd de homo zo’n beetje het geweten van de natie. Gaat het goed met die lui, dan gaat het goed met Nederland. De kanaries in de mijnschacht.
Vandaar ook de ontreddering als er ineens sprake is van slechte homo’s, homo’s die anderen willens en wetens met hiv besmetten: iedereen begint volautomatisch een omslachtig verhaal, dat we moeten oppassen homo’s niet te stigmatiseren. Het is zoals we dertig jaar geleden niet mochten zeggen: die zakkenroller, dat is een Marokkaan. Nee, dat was een jongen die tussen twee culturen viel en daarom wel gedwongen was de portefeuille van die vrouw tot zich te nemen.”

 

 

 

 

sanders1
Stephan Sanders (Haarlem, 28 juli 1961)

 

 

 

 

De Canadese schrijver Drew Karpyshyn werd geboren op 28 juli 1971 in Edmonton. Zie ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

Uit: Mass Effect: Revelation

 

Eight Years Later

Staff Lieutenant David Anderson, executive officer on the SSV Hastings, rolled out of his bunk at the first sound of the alarm. His body moved instinctively, conditioned by years of active service aboard Alliance Systems Space Vessels. By the time his feet hit the floor he was already awake and alert, his mind evaluating the situation.

The alarm rang again, echoing off the hull to rebound throughout the ship. Two short blasts, repeating over and over. A general call to stations. At least they weren’t under immediate attack.

As he pulled his uniform on, Anderson ran through the possible scenarios. The Hastings was a patrol vessel in the Skyllian Verge, an isolated region on the farthest fringes of Alliance space. Their primary purpose was to protect the dozens of human colonies and research outposts scattered across the sector. A general call to stations probably meant they’d spotted an unauthorized vessel in Alliance territory. Either that or they were responding to a distress call. Anderson hoped it was the former.

It wasn’t easy getting dressed in the tight confines of the sleeping quarters he shared with two other crewmen, but he’d had lots of practice. In less than a minute he had his uniform on, his boots secured, and was moving quickly through the narrow corridors toward the bridge, where Captain Belliard would be waiting for him. As the executive officer it fell to Anderson to relay the captain’s orders to the enlisted crew . . . and to make sure those orders were properly carried out.”

 

 

 

 

Karpyshyn
Drew Karpyshyn (Edmonton, 28 juli 1971)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver John Ashbery werd geboren op 28 juli 1927 in Rochester. Zie ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

My Philosophy of Life

 

Just when I thought there wasn't room enough
for another thought in my head, I had this great idea--
call it a philosophy of life, if you will.Briefly,
it involved living the way philosophers live,
according to a set of principles. OK, but which ones?

That was the hardest part, I admit, but I had a
kind of dark foreknowledge of what it would be like.
Everything, from eating watermelon or going to the bathroom
or just standing on a subway platform, lost in thought
for a few minutes, or worrying about rain forests,
would be affected, or more precisely, inflected
by my new attitude.I wouldn't be preachy,
or worry about children and old people, except
in the general way prescribed by our clockwork universe.
Instead I'd sort of let things be what they are
while injecting them with the serum of the new moral climate
I thought I'd stumbled into, as a stranger
accidentally presses against a panel and a bookcase slides back,
revealing a winding staircase with greenish light
somewhere down below, and he automatically steps inside
and the bookcase slides shut, as is customary on such occasions.
At once a fragrance overwhelms him--not saffron, not lavender,
but something in between.He thinks of cushions, like the one
his uncle's Boston bull terrier used to lie on watching him
quizzically, pointed ear-tips folded over. And then the great rush
is on.Not a single idea emerges from it.It's enough
to disgust you with thought.But then you remember something
William James
wrote in some book of his you never read--it was fine, it had the
fineness,
the powder of life dusted over it, by chance, of course, yet
still looking
for evidence of fingerprints. Someone had handled it
even before he formulated it, though the thought was his and
his alone.

It's fine, in summer, to visit the seashore.
There are lots of little trips to be made.
A grove of fledgling aspens welcomes the traveler.Nearby
are the public toilets where weary pilgrims have carved
their names and addresses, and perhaps messages as well,
messages to the world, as they sat
and thought about what they'd do after using the toilet
and washing their hands at the sink, prior to stepping out
into the open again.Had they been coaxed in by principles,
and were their words philosophy, of however crude a sort?
I confess I can move no farther along this train of thought--
something's blocking it.Something I'm
not big enough to see over.Or maybe I'm frankly scared.
What was the matter with how I acted before?
But maybe I can come up with a compromise--I'll let
things be what they are, sort of.In the autumn I'll put up jellies
and preserves, against the winter cold and futility,
and that will be a human thing, and intelligent as well.
I won't be embarrassed by my friends' dumb remarks,
or even my own, though admittedly that's the hardest part,
as when you are in a crowded theater and something you say
riles the spectator in front of you, who doesn't even like the idea
of two people near him talking together. Well he's
got to be flushed out so the hunters can have a crack at him--
this thing works both ways, you know. You can't always
be worrying about others and keeping track of yourself
at the same time.That would be abusive, and about as much fun
as attending the wedding of two people you don't know.
Still, there's a lot of fun to be had in the gaps between ideas.
That's what they're made for!Now I want you to go out there
and enjoy yourself, and yes, enjoy your philosophy of life, too.
They don't come along every day. Look out!There's a big one...

 

 

 

 

John_Ashbery
John Ashbery (Rochester,  28 juli 1927)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 juli 2007.

 

De Australische schrijver, regisseur en draaiboekauteur Colin Higgins werd geboren op 28 juli 1941 in Nouméa, Nieuw Caledonië.

 

De Poolse schrijver Józef Ignacy Kraszewski werd geboren op 28 juli 1812 in Warschau.