25-12-15

Karin Amatmoekrim, David Pefko, Quentin Crisp, Sabine Kuegler, Lisa Kränzler, N.E.M. Pareau. Sheila Heti, Tununa Mercado, Maarten Goethals

 

De Surinaams-Nederlandse schrijfster Karin Amatmoekrim werd geboren in Paramaribo op 25 december 1976. Zie ook alle tags voor Karin Amatmoekrim op dit blog.

Uit: Wanneer wij samen zijn

“En toch, toen de zon twee keer was ondergegaan en toch weer opkwam, liet ze de vrouwen toe haar te baden en merkte dat haar pijn nog steeds levensgroot maar toch opeens draaglijk werd. Ze begroef het kind op de islamitische begraafplaats naast het dorp. Ze koos een koel plekje onder een grote boom, waar vuurrode bloemen opschoten en daarmee het graf markeerden en gaf het kind een naam die ze aan niemand anders, zelfs niet aan Wagiman, vertelde. Dit was háár kind en het had ervoor gekozen geen deel uit te maken van het leven van andere mensen. Zij zou die wens, als het er al een was, respecteren en begroef het kind anoniem, maar riep het bij zijn naam in haar dromen en haar nachtmerries.
Na het verlies van hun kind lette Wagiman extra goed op Soemi. Als ze bij ho e uitzondering vlees of kip aten, zorgde hij ervoor dat ze haar stuk niet onäer de kinderen verdeelde en als de kleintjes druk waren, maande hij ze streng rustig te zijn in de buurt van hun moeder. Deze bezorgdheid om Soemi maakte hem steeds intoleranter tegenover zijn kinderen, die hem op een gegeven moment alleen nog boos kenden. Soemi, die door het verlies van een baby steeds meer besefte hoeveel haar kinderen voor haar betekenden, bedekte elke streek en alle kattenkwaad met de mantel van haar liefde. Wanneer de kinderen Wagimans geduld op de roef gesteld hadden wilde hi', hoe kalm hij meestal ook was, nogal eens een d’riftbui hebben. Dan vlogen cle pannen door het huis en stoven de kinderen, al dan niet schuldig aan hetgeen hem kwaad maakte, de trap af naar buiten. Hij was nooit lang boos, maar zijn straffen waren streng. Soms strenger dan Soemi kon aanzien, waardoor zi' meerdere malen een gestraft kind uit zijn hoek - waar het voor een bepaalde tijd was neergezet - haalde en het troostte zonder te vragen wat er was gebeurd en of het kind ervan geleerd had.”

 

 
Karin Amatmoekrim (Paramaribo, 25 december 1976)

Lees meer...

25-12-14

David Pefko, Karin Amatmoekrim, Quentin Crisp, Tununa Mercado, Sabine Kuegler, Lisa Kränzler, N.E.M. Pareau. Sheila Heti

 

De Nederlandse schrijver David Pefko werd op 25 december 1983 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor David Pefko op dit blog.

Uit: Het Voorseizoen

‘Jullie huwelijk liep stuk om een kapotte goot en regenpijp?’
‘Nee, toen nog niet. Ik belde een loodgieter, of iemand die de goot kon repareren, en toen kwam Peter Bird, de siergootspecialist, in mijn leven. Of eigenlijk in het leven van Susan. Hij kwam de volgende ochtend de schade opnemen, liep rondjes om het huis en maakte aantekeningen op een blocnote. peter bird, siergoten en regenpijpen specialist, stond erop met krulletters. Het leek een aardige man, erg vriendelijk, heel behulpzaam, de klootzak.’ Ik schrik van wat ik zeg. Anca zegt dat het niet geeft, dat ik verder moet gaan met mijn verhaal.
‘Niets van de oude goten zou gered kunnen worden, ze waren allemaal kromgetrokken en daarnaast, ze waren al jaren aan vervanging toe, zei die Peter Bird, dus het moest maar: nieuwe goten, nieuwe regenpijpen. De volgende dag ging ik naar mijn werk, Susan zou hem ontvangen, koffie aanbieden, in de buurt blijven als hij de goten zou installeren. Zo geschiedde. Die middag is Susan dus verliefd geworden op de siergootspecialist, en vanaf dat moment werd alles anders. Ze ging opeens een paar keer per week ’s avonds met vriendinnen kaarten terwijl ze dat eerst nooit deed. Ik wist niet eens dat ze kon kaarten. Tegen het einde van het jaar was het me wel duidelijk. Ik had eigenlijk ook helemaal geen contact meer met haar. De enige communicatie die we hadden, bestond uit boodschappenlijsten, meldingen dat er ergens een lampje vervangen moest worden, of dat ik niet meer mocht vergeten ’s nachts de televisie uit te zetten. Dat als hij op stand-by staat de hele boel in de fik kon vliegen. Ik stond soms perplex, ik kreeg geen normaal woord meer uit haar, ze sprak in korte, onpersoonlijke opdrachten en boodschappen, en op een avond zei ze: “Het gaat niet meer, ik wil ermee stoppen, Steven.” Dat was een stuk duidelijker dan daarvoor, dacht ik nog. Nou, en dat was het dan, toen woonde ik binnen een paar weken alleen, duwde soms een uur lang een karretje door de supermarkt zonder het te vullen met boodschappen, zonder dat ik eigenlijk wist wat ik daar deed, waste me soms dagen niet en bestelde elke avond een lading voedsel om wat minder pijn te lijden.”

 

 
David Pefko (Amsterdam, 25 december 1983)

Lees meer...

25-12-13

David Pefko, Karin Amatmoekrim, Quentin Crisp, Tununa Mercado, Sabine Kuegler, Alfred Kerr


De Nederlandse schrijver David Pefko werd op 25 december 1983 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor David Pefko op dit blog.

Uit: Levi Andreas

“Ik had een afspraak met het 22-jarige meisje gemaakt. We moesten elkaar maar eens in het echt zien.
Ze was veel langer dan ik dacht, in mijn ogen een soort reuzin. Ze droeg een bloemenblouse en een rokje van velours, suède laarzen. Haar lange bruine haar zat in een staart, haar gezicht verstopt onder een dikke laag make-up.
‘Je bent wel klein hè,’ was het eerste wat ze zei. Daar had ze gelijk in, in het echte leven was ik bijna vijf centimeter korter dan op de datingsite.
Ik voelde de moed in de schoenen zakken. Misschien had ik thuis iets moeten drinken, maar nu was het al te laat.
We beklommen de trappen van het Amstelhotel, en liepen door de foyer met zijn vergulde kroonluchters en afzichtelijke Perzische tapijten. Ik had deze plek uitgekozen, omdat ik er in die tijd veel kwam, met vrienden en met mijn broertje en moeder; maar vooral omdat ik op die mensen na, hier niemand tegen zou kunnen komen.
We dronken champagne, die ons regelmatig werd bijgeschonken door een ober die vertelde dat hij nog in opleiding was.
Het gesprek ging nergens over. Ik was zenuwachtig en wilde een aspirine, mijn hoofd tolde. Ook had ik behoorlijke motorische problemen, zelfs aan het tafeltje. De klunzige handelingen van de ober maskeerden de mijne gelukkig een beetje.

Ze vertelde over de reizen die ze had gemaakt, de studie die ze volgde, de scriptie die ze nog steeds moest schrijven, over haar vriendinnen en hun problemen, over haar moeder en jongere broertje, over de rest van haar familie. Eigenlijk vertelde ze over iedereen in haar omgeving, zelfs haar buren kwamen aan bod. Ze sprak met me alsof we elkaar al jaren kenden.”

 

 
David Pefko (Amsterdam, 25 december 1983)

Lees meer...

25-12-12

Quentin Crisp, David Pefko, Tununa Mercado, Sabine Kuegler, Alfred Kerr

 

De Engelse schrijver, acteur en homoactivist Quentin Crisp werd geboren als Denis Charles Pratt op 25 december 1908 in Sutton, Surrey. Zie ook alle tags voor Quentin Crisp op dit blog.

 

Uit: The Alternative Queen’s Message

 

“Mr. Bush, still president in early 1993, being an elder statesman wanted everything to stay the same, the same as it had been in the Hollywood sunshine of Mr. Reagan’s day. Now Mr. and Mrs. Clinton have entered the White House, and by political standards they are a young couple.
They watched many episodes of Sesame Street, and they wish for change. For one thing, they want to transform America into a welfare state. They want everyone however poor, however foreign, however idle, to be eligible for health care. The trouble with this grand notion is that it will cost money. A lot of it!
Americans believe in money. The dollar is not just a currency, it is a passion. This being so, it is difficult to find out how they lost so much of it, especially as they did not have Mr. Lamont to guide them.
In the early Sixties, when the Kennedy’s reigned from the brittle splendor of their fireproof castle in Camelot, almost every country in the world owed money to the United States. In thirty years, this situation has allowed to become reversed.
Just as the country in general is falling part, so is New York in particular. Viewed from a distance it looms up as a magnificent citadel of steel and glass. The Emerald City come to life. But when you live in it, it turns out to be a wreck. If you take a swift taxi drive down Fifth Avenue, your head hits the roof of the taxi cab several times. If Audrey Hepburn, today, wanted to enjoy breakfast at Tiffany’s, she would not choose to arrive at that Mecca of diamonds by taxi cab.”

 

 

Quentin Crisp (25 december 1908 – 21 november 1999)

Richard Louis James als Quentin Crisp in de theatershow “Tea N Crisp” uit 2008

Lees meer...

25-12-11

Quentin Crisp, David Pefko, Tununa Mercado, Sabine Kuegler, Alfred Kerr

 

De Engelse schrijver, acteur en homoactivist Quentin Crisp werd geboren als Denis Charles Pratt op 25 december 1908 in Sutton, Surrey. Zie ook alle tags voor Quentin Crisp op dit blog.

 

Uit: The Alternative Queen’s Message


As you now know, the Queen of England addresses the nation on the afternoon of Christmas Day. And she tells them what has happened and she invites them to be part of the history of England, and to be proud of being English and to go on. Then a Mr. Michael Jones came from England to America and said, “Will you make a speech?” And I said, “Ye-e-e-e-s-s-s-s.” And I was worried about it, but when I had on the table the script which I could read, I told them how to be happy. And in the last bit, Mr. Jones said, “Have you one final speech, one final message to deliver the English?” And I said, “Yes, I have. Tell them to pack tonight and to leave tomorrow, like Portuguese explorers of old, for the islands of the blessed. We are waiting for you.” Here is what I told the English that night:
As Mr Dickens would have said, 1993 has been the best of times and it has been the worst of times. A reginal theme has permeated my year. I have had, as some of you may know, the novel experience of appearing as a Queen of England in a film adaptation of Mrs Wolf's novel Orlando. The film connects the many moments of English history with what, I believe, is called gender bending.
Having worn reginal gowns, I begin to understand why Queen Elizabeth the first was not always in the best of moods. She was much troubled by relatives and in-laws, often Scottish. Many of whom she axed from life, and even more seriously from the social register.
Continuing my honest masquerade, I appear thus to address the entire British nation on Christmas day. I am, of course, in mufti. But departing from tradition, I will not speak mainly of myself, Britain, or the strangely misnamed commonwealth. Instead, I will speak of America. I do this because America is the land where I think, despite its faults, is where the best of you should be.“

 

 

Quentin Crisp (25 december 1908 – 21 november 1999)

Lees meer...

25-12-10

Quentin Crisp, Tununa Mercado, Sabine Kuegler, Ute Erb, Christian Geissler, Alfred Kerr

 

De Engelse schrijver, acteur en homoactivist Quentin Crisp werd geboren als Denis Charles Pratt op 25 december 1908 in Sutton, Surrey. Zie ook mijn blog van 25 december 2006 en ook mijn blog van 25 december 2007 en ook mijn blog van 25 december 2008 en ook mijn blog van 25 december 2009. 

 

Uit: The Bell Diaries (January 1997)

 

„As all New Yorkers know The Native has folded. With it Christopher Street, Theatre Week, and Opera Monthly are also no more. I deeply regret their demise. I used to think it so encouraging that Mr. Steele had become a kinky Lord Beaverbrooke at such an early age. It is not of course from any fault of his that his empire has collapsed, but simply because now that kinkiness has become mainstream the unique appeal of such papers as The Native has become obsolete. The "shocking" things it said can now be read in The New York Times, The Wall Street Journal and other respectable daily papers.
Finding myself an orphan, so to speak, I have been instructed by a Mr. Bell to write my diary on Internet. Mr. Bell is employed by — or possibly owns — the brewery in Perth, Scotland, which has adopted the ruse of producing a whisky with my name and my photograph on the label, in an attempt to win the "gay" liquor market of the world. This new enlarged readership of my humble diary alters irrevocably the rather parochial (if it is possible to think of Manhattan as a parish) nature of my diary. What I asked myself could I possibly write that would amuse and inform the whole world?
To start in a small way, I have seen a play called Making Porn to which I was taken by a young man my agent calls "my millionaire". It contains inevitably a lot of well-endowed young men simulating various sex acts, the sight of which I was prepared to greet with a puritanical yawn when a plot emerged. The hero, a man called "Blue Blake" (I think) has a girlfriend (Joanna Keylock) to whom he has represented the films in which he stars as "educational." She is suspicious and demands to see one of them being made. The experience tells her that her lover and his outstanding equipment are the essential ingredients of the film.“

 

 

 

Quentin Crisp (25 december 1908 – 21 november 1999)

 

Lees meer...

25-12-09

Quentin Crisp, Tununa Mercado, Sabine Kuegler, Ute Erb, Christian Geissler, Alfred Kerr, Carlos Castaneda, Friedrich Wilhelm Weber, Dorothy Wordsworth, William Collins, Gerhard Holtz-Baumert


De Engelse schrijver, acteur en homoactivist Quentin Crisp werd geboren als Denis Charles Pratt op 25 december 1908 in Sutton, Surrey. Zie ook mijn blog van 25 december 2006 en ook mijn blog van 25 december 2007 en ook mijn blog van 25 december 2008.

 

Uit: The Art Of Celibacy

 

„Celibacy is a word most often used in connection with the priesthood. Mr. Webster, in his famous dictionary, gives its meaning as the state of being unmarried, but we have all become much more outspoken and nastier than we were in Mr. Webster's day. We know that the state of being unmarried does not necessarily involve chastity — a more exalted state.
In a film entitled Priest, one prelate was having a shameless affair with his housekeeper and the other, newly arrived, made himself comfortable in the vicarage, took off his turned-around collar and made straight for the nearest notorious gay bar. The film was, of course, absurd. If one arrived in a small town to work for McDonald's, one would not be as indiscreet as that — let alone if one had arrived to work for you-know-who.
Why is God so against all forms of self-gratification? There seems to be no reasonable answer, but we all accept that he is. I would think that if a man were physically satisfied, he could concentrate his attention on "higher" things, whereas if he were not, he would think about nothing but his continual battle with the flesh.
When Mr. Clinton appointed Dr. Joycelyn Elders to the post of surgeon general, she recognized that preoccupation with sex is a particularly onerous problem in the schools. The goodly doctor also said that it wouldn't hurt for adolescents to be taught about masturbation in the classroom. Mr. Clinton was shocked. His surgeon general was sacked.
Upper school was certainly where it all started for me. I spent most of those four miserable years slaving over knowledge that would prove useless, and (like the other boys) indulging in the solitary pastime of masturbation. It was such a dark subject, so surrounded by shame and mystery. We were all terrified of the consequences. How much was too much? Would one go mad? Could other people tell if one indulged? And so on.
No one was there to allay these fears, to say that it was the least complicated, the cheapest form of self-gratification and that, as has already been noted, one doesn't have to look one's best. What more is there to say?
And if you do not enjoy having sex with yourself, why fly to the opposite extreme? Why get married? For human beings, marriage is such an unnatural state. If you want monogamy, it has been said, you should marry a swan.
When Miss Streisand stated that the people who need people are the luckiest people in the world, she was correct to use the plural and thereby avoid the common misconception that people who need only a single person are the luckiest people. If you allow anyone into your life who can claim the dreary role of "best friend" — almost as threatening as "wife" — he will weigh you down with guilt. When you meet him in the street he will say with feigned surprise, "Oh, you are still here. Naturally, I thought you were dead since you didn't telephone me all last week."

 

 

 

Crisp
Quentin Crisp (25 december 1908 – 21 november 1999)

 

 

 

 

De Argentijnse schrijfster Tununa Mercado werd geboren op 25 december 1939 in Córdoba, Argentinië. Haar eigenlijke naam is Nilda maar door haar familie werd zij al snel Tununa genoemd. Van 1958 tot 1964 studeerde zij aan de Universidad Nacional de Córdoba „Filosofía y Letras“. Doordat zij vroeg trouwde en kinderen kreeg maakte zij de studie niet af. Na de militaire putsch van 1966 ging zij met haar familie in ballingschap naar Besançon in Frankrijk. In 1970 keerde zij terug naar Argentinië, vestigde zich in Buenos Aires en werkte zij als journaliste voor La Opinión. In 1974 moest zij wegens anonieme dreigingen opnieuw halsoverkop het land verlaten en ging zij naar Mexico. Pas enkele jaren na het einde van de dictatuur keere zij in 1987 naar Argentinië terug. Haar boek Canon de alcoba, geschreven in ballingschap, verscheen in 1988.

 

Uit: In a State of Memory (Vertaald door Peter Kahn)

 

„The name Cindal, whose spelling escapes me, comes backto me time and again along with a man and the words ofthat man incessantly repeated in the waiting room of apsychiatric clinic. Tell him to do something for me, please! Tell him todo something for me! I have an ulcer! I have an ulcer! he cried, not alittle repetitively. While he begged and pleaded, I imagined afactory in some part of his body, at the pit of his stomach judgingfrom the way he was doubled over, clutching at his waist, insome part of his body where ulcers were bursting without remissionor pity. The patients, assembled in the waiting room forproblems that were quite minor compared to Cindal's terminalsituation, were frozen, gripped by his shrieks and howls. The receptionist,to whom Cindal appealed to see the doctor, had noidea how to deal with the unusual case that had barged into theoffice with no prior phone call, no appointment, and no previousvisits, but that nonetheless did not seem a violent man.She disappeared toward the interior of the clinic and reappearedwith the message that the doctor could not attend to him, thathe was presently in a session, and that he would see the scheduledgroup in the waiting room next. The man then approachedand pleaded with us, in a voice trembling with suffering, togrant him a few minutes of our hour. But the hour was sacred,and although we were willing to surrender some terrain of ourmadness so that he could unburden himself of his own, the psychiatristwas adamant: he would not see him.

    One is so helpless in the hands of psychiatrists asto be incapableof even questioning their dictates; one comes to supposethat, in the presumed transferential submission, the doctor mayhave chosen an effective therapeutic tactic when deciding to set adesperate and unscheduled patient straight. He wanted to setCindal straight, to make him see that he could not simply manipulatehis own madness, nor other people's time; so, finally,Cindal went away, though not without pleading once more to beadmitted to the hospital: Please, commit me! The psychiatrist, oncein his office, maintained a strict silence and would not respondto a single one of our questions; I understand that over timepsychiatrists have perfected this analytical, beyond-the-gravesilence insofar as anyone desperate for immediate answers isconcerned. Cindal hanged himself that very night.“

 

.

 

 

tununa
Tununa Mercado (Córdoba, 25 december 1939)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Sabine Kuegler werd geboren op 25 december 1972 in Patan in Nepal. Toen zij vijf jaar was kwam zij met haar ouders terecht in de jungle van West Papua. Haar ouders waren Duitse taalwetenschappers en missionarissen. In West Papua bracht zij samen met haar familie haar kinder- en jeugdjaren, ver verwijderd van de beschaving. Pas toen zij zeventien was keerde zij naar Europa terug. Het verlangen naar de jungle liet haar echter nooit meer los. In 2005 publiceerde zij haar eerste boek Dschungelkind dat meteen een bestseller werd.

 

Uit: Dschungelkind

 

„Ich möchte eine Geschichte erzählen, die Geschichte eines Mädchens, das in einem anderen Zeitalter aufwuchseine Geschichte von Liebe, Hass, Vergebung, Brutalität, und von der Schönheit des Lebens. Es ist eine wahre Geschichte  es ist meine Geschichte.
Es muss Anfang Oktober gewesen sein. Ich bin 17 Jahre alt, trage eine dunkle Hose, die mir zu groß ist, einen gestreiften Pullover und Halbschuhe, die überall drücken und mir das Gefühl geben, meine Füße werden zerquetscht. Sie tun weh, weil ich bis zu diesem Zeitpunkt in meinem Leben ganz selten Schuhe getragen habe. Meine Jacke sieht aus wie aus dem vorigen Jahrhundert (und das ist sie wahrscheinlich auch). Dunkelblau mit einer Kapuze, die mir, als ich sie aufsetze, über die Augen fällt. Es sind Kleider, die ich geschenkt bekommen habe.
Mir ist eiskalt, ich zittere, meine Hände und Ohren kann ich kaum noch spüren. Ich trage weder ein Unterhemd noch Handschuhe, Schal oder eine Mütze. Ich habe mich nicht mehr daran erinnert, wie man sich im Winter anzieht. Ich kenne den Winter kaum.
Ich stehe auf dem Hauptbahnhof in Hamburg. Eisiger Wind pfeift über den Bahnsteig. Es ist kurz nach neun oder zehn, ich weiß es nicht mehr genau. Man hatte mich am Bahnhof abgesetzt und mir erklärt, wie ich den richtigen Zug finde  alles mit vielen Zahlen verbunden. Nach einiger Zeit bin ich tatsächlich auf dem richtigen Bahnsteig angekommen; es ist die Nummer 14.
Ich trage eine Tasche bei mir, die ich ganz fest an mich drücke, und einen Koffer, der das Wenige enthält, das ich mitnehmen konnte. In meiner Hand der Fahrschein, auf den ich zum hundertsten Mal schaue, um mir noch einmal die Nummer meines Waggons einzuprägen.“

 

 

 

 

kuegler
Sabine Kuegler (Patan, 25 december 1972)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Ute Erb werd geboren op 25 december 1940 in Scherbach nu Rheinbach in de Voreifel. IN 1957 verliet zij de DDR illegaal en zonder medweten van haar ouders en trok zij naar Keulen. In haar autobiografische roman Die Kette an deinem Hals, die in 1960 verscheen, beschreef zij haar beweegredenen. Via de avondschool behaalde zij haar gymnasiumdiploma. In 1976 en 1979 verschenen twee dichtbundels van haar. Later werd zij ook uitgeefster.

 

 

Lob der Pünktlichkeit / im Stile Brechts

 

Vorbemerkung:

Pünktlichkeit ist die Höflichkeit der Könige.

Deutsches Sprichwort.

 

Freilich zu loben ist der, der immer da ist,

auf die Sekunde dort, wo er gebraucht wird -

wozu denn, von wem auch -, egal,

welche Sekunde die Welt gerade zählt

(die Geschichte betrachtet als Zeiger der Uhr).

 

Doch lobt mir, Genossen, auch den, der

zur Arbeit zu spät kommt: und doch kommt!

Er gerade ist der, der gebraucht wird als er -

und das weiß er, überwindet die Schmach,

zuletzt gekommen zu sein, im Interesse

der andern, der Arbeit, in seinem.

 

Fragt nach dem Grund der Verspätung!

Kümmert euch ernsthaft um den,

der noch kommt. Lernt aus den Gründen!

Bewundert den Mut, den der hat,

die Kraft, die er aufbringt.

(Hätt sich auch krank melden können,

Preisfrage: Wer von uns nennt sich gesund?)

Notfalls beherzigt die Einsicht: Wir drehn

das Geschichtsrad zu schnell, dort fehlt ein

Getriebe. Ist es das Rad der Geschichte?

 

Der Sumpf, aus dem wir uns retten,

ist giftiger, als wir geträumt.

Ist jedoch Unberührtheit schon Tugend,

Berührtwordensein - ist"s das Ende?

Sind die Sekundenzähler

denn die Geschichte persönlich?

Sind sie - weil pünktlich - schon Vorbild?

Worin denn?

Vielleicht haben sie (wie der König)

nur zuwenig zu tun.

Pünktlichkeit und Disziplin,

das sind so verschiedene Dinge

wie das Benehmen bei Hof

und einfache menschliche Güte.

Welch schwacher Stolz, nie zu fehlen!

Welch verwegner hingegen,

immer wieder zu kommen. Trotzdem!

Trotz des lahmarschigen Ticktacks.

Wenn"s drauf ankommt,

bleibt eben die Stempeluhr stehen.

 

 

 

 

rheinbach
Ute Erb (Scherbach, 25 december 1940)

Rheinbach, geen portret beschikbaar

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christian Geissler werd geboren op 25 december 1928 in Hamburg. Na het gymnasium begon hij aan een studie theologie, in 1950 was hij leerling koopman en in 1951 landarbeider in Engeland. In 1953 bekeerde hij zich tot het katholicisme en ging hij filosofie en psychologie studeren in München. In 1956 brak hij zijn studies definitief af en werd hij zelfstandig schrijver. In zijn roman Kamalatta uit 1988 reflecteerde hij over de gewapende strijd van de RAF. In 1989 nam hij uit solidariteit met de gevangenen van de RAF deel aan hongerstakingen. Christian Geisslers Werk omvat gedichten, romans, politieke artikelen, hoorspelen en televisiespelen en weerspiegelt de ontwikkeling van een geengageerde linkse katholiek uit de jaren zestig tot een communist en antiimperialist die ook qua taal in de jaren zeventig een eigen weg had ingeslagen.

 

Uit: Wildwechsel mit Gleisanschluß


"Sie drehen, sagt Viet, den Strick bis er ihnen zerknallt als ihr Schrei. Eingefangen gegen den Menschen sind auch die Jäger verloren. Die den Transport bewachen, sind auf Transport. Und nun brennen und bersten die Wälder und Gänseställe und Zeitungshochhäuser und Fußballplätze und Fräsautomaten und Dreschmaschinen und Atomreaktoren und Lokomotiven. Und birst die Puppe im Bett der Enkelin. Und brennt der Rote Stern auf den Gräbern der Partisanen. Das Bersten das Brennen das Heulen der Hunger der Haß. Millionen, noch immer nicht tot, noch immer nicht kleingesprengt einzelhaft Schrott, wandern durch Feuerfluten nach einer der weißen Inseln des Friedens, aus eben welchen die Ursachen sind für all diese Raserei, und der Skin wird jagen den nackten Kurden, der Kurde wird jagen den Neger, der Neger die Negerin. Die wird nichts halten. Da werfen die weißen Zentralen Krankheiten in ihr Haar, auf ihre Haut, in die Leber der Kinder, und rasch wird gehaucht werden die Verätzung hernach der leichernen Flächen, die Löschung gesprüht aus den Mehrkopfdesinfektionsraketen aus Mannheim posthuman zivilitär wälderweit steppenweit städteweit Dorf um Dorf dampfend das Mehl aus den Augen der Macht der Verrückten. Ja vorwärts ja vorwärts! Zustimmung aus den Seniorenstiften und Supermärkten und Flugzeugwerften und Gärtnereien Schankwirtschaften und Urologien und Panzerkasernen und Pastoraten und Quizredaktionen und Küchen und Küchen und Küchen, das lassen wir uns nicht nehmen. Es ist ein Drängen, um die Leere zu zerstören. Es ist ein Drängen um die Leere. Es ist die Leere."

 

 

 

 

christian-geissler
Christian Geissler (25 december 1928 – 26 augustus 2008)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, journalist en theatercriticus Alfred Kerr werd op 25 december 1867 in Breslau geboren. Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 25 december 2006 en ook mijn blog van 25 december 2008.

 

Uit: Der Dichter und die Meerschweinchen

 

Bitte des Dichters Clemens Teck Bin ich krank? Ich glaube nicht. Höchstens bin ich vom Krieg etwas zermürbt. Zermürbt ... Nicht, daß ich ihn mitgemacht hätte - sondern eben weil ich ihn nicht mitgemacht habe. Wahrscheinlich ist es das. Mein Zustand ist nicht der eines Kranken; er ist nur unregelmäßig. Ich komme gegen meinen Willen dazu, mich zu beobachten ... und merke dann Einiges, das ich früher nicht gemerkt habe. (Vielleicht, weil ich früher keinen Grund fühlte, mich zu beobachten.) Unregelmäßig ... Doch bei alledem bin ich in einer entschiedenen Tätigkeitsstimmung ... die mich fast überstark erfüllt. Etwas treibt mich zu seltsam kühnen, neuartigen Unternehmungen. Es rattert in mir. Ich bin zum Platzen voll von diesem Unbestimmten. Alles in allem: ich werde meinen Zustand mir selber darlegen. (Wozu ist man Schriftsteller?) Darlegen ist vielleicht: erkennen ... Doch ist Erkenntnis denn auch Heilung? Aber tut mir Heilung not? Wovon sprech' ich denn? Wovon?
-- -- --
Ich, der Schriftsteller Clemens Teck, suche mir in diesen Blättern klar zu werden über Einiges, das ich tat - oder tun wollte. Ich müßte lieber sagen: über Einiges, das mit mir geschah. Jedenfalls über etwas, das rätselhaft geblieben ist. Ich suche mich nicht zu entschuldigen. Ich will vielmehr aufdecken, was vorliegt. Auch was gegen mich vorliegt. Falls ein merkwürdiger Seelenzustand (im Krieg) nicht jene Vergebung in sich schließt, wofür der Priester das Wort "absolvo te" mit drolliger Sicherheit zu äußern pflegt. Krieg hin, Krieg her. Ich beging Entweihungen gegen eine Tote; vielleicht Rohheiten gegen Lebende. Sonst nichts. Alles war schrecklich zugleich und spannend. Oft sogar ganz lustig. Und es stand im Dienst einer mir immerhin teuren Sache: der dichterischen. Ich kann trotzdem zu mir nicht sagen: "Absolvo te."
-- -- --
Die Erzählung beginnt endlich Ich bin der deutsche Schriftsteller Clemens Teck. Lelia, meine Frau (eigentlich heißt sie Gertrud) trat ins Zimmer; sie sah strahlend-frisch und jung aus, - obschon wir bald große Kinder haben. Ja, sie war jung geblieben, fast selber ein Kind; stupsnasig, von zierlicher Gestalt, handlich. Doch der Glanz ihrer wachen Augen war nicht das Ergebnis einer freudigen Stimmung. Sie schien eher besorgt. Wertvolle Frauen nehmen die Dinge wohl schwerer als wir. "Es ist nur ein halbes Leben in diesem Krieg", sprach sie, - "dazu in einem Land, in dem man nicht geboren ist. Und wenn ich auch Englisch wie eine Engländerin spreche, dazu so Vieles an dem Land liebe: es bleibt ein Maß von Stumpfheit - wenn man doch gewissermaßen am Rande lebt ..."

 

 

 

 

kerr

Alfred Kerr (25 december 1867 - 12 oktober 1948)

 

 

 

 

De Amerikaans-Peruviaanse schrijver Carlos Castaneda werd geboren op 25 december 1925 in São Paulo, Brazilië (volgens hem zelf) of op 25 december 1919 in Cajamarca, Peru (volgens zijn immigratiepapieren). Zie ook mijn blog van 25 december 2006. en ook mijn blog van 25 december 2007 en ook mijn blog van 25 december 2008.

 

Uit: A Separate Reality

 

„You think about yourself too much and that gives you a strange fatigue that makes you shut off the world around you and cling to your arguments.

A light and amenable disposition is needed in order to withstand the impact and the strangeness of the knowledge I am teaching you. Feeling important makes one heavy, clumsy, and vain. To be a man of knowledge one needs to be light and fluid.

One has to reduce to a minimum all that is unnecessary in one's life.

Once you decide something put all your petty fears away. Your decision should vanquish them. I will tell you time and time again, the most effective way to live is as a warrior. Worry and think before you make any decision, but once you make it, be on your way free from worries or thoughts; there will be a million other decisions still awaiting you. That's the warrior's way.

A warrior thinks of his death when things become unclear. The idea of death is the only thing that tempers our spirit.

To be a warrior you have to be crystal clear.

My acts are sincere but they are only the acts of an actor because everything I do is controlled folly. Everything I do in regard to myself and my fellow men is folly, because nothing matters.

Certain things in your life matter to you because they're important; your acts are certainly important to you, but for me, not a single thing is important any longer, neither my acts nor the acts of any of my fellow men. I go on living though, because I have my will. Because I have tempered my will throughout my life until it's neat and wholesome and now it doesn't matter to me that nothing matters. My will controls the folly of my life.

Once a man learns to see he finds himself alone in the world with nothing but folly. Your acts, as well as the acts of your fellow men in general, appear to be important to you because you have learned to think they are important.“

 

 

 

 

Castaneda
Carlos Castaneda (25 december 1925 – 27 april 1998)

Op de cover van het Amerikaanse blad Time, 5 maart 1973

 

 

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Wilhelm Weber werd geboren op 25 december 1813 in Althausen. Zie ook mijn blog van 25 december 2006 en ook mijn blog van 25 december 2008.

 

 

Christbaum


Der Winter ist ein karger Mann,
er hat von Schnee ein Röcklein an;
zwei Schuh von Eis
sind nicht zu heiß;
von rauhem Reif eine Mütze
macht auch nur wenig Hitze.

Er klagt: "Verarmt ist Feld und Flur!"
Den grünen Christbaum hat er nur;
den trägt er aus
in jedes Haus,
in Hütten und Königshallen:
den schönsten Strauß von allen!

 

 

 

 

weber
Friedrich Wilhelm Weber (25 december 1813 – 5 april 1894)

 

 

 

 

De Engelse dichteres en dagboekschrijfster Dorothy Mae Ann Wordsworth werde geboren in Cockermouth, Cumberland, 25 december 1771.

 

Uit: Journals of Dorothy Wordsworth

 

„The monastery of Melrose was founded by a colony from Rievaux Abbey in Yorkshire, which building it happens to resemble in the colour of the stone, and I think partly in the style of architecture, but is much smaller, that is, has been much smaller, for there is not at Rievaux any one single part of the ruin so large as the remains of the church at Melrose, though at Rievaux a far more extensive ruin remains. It is also much grander, and the situation at present much more beautiful, that ruin not having suffered like Melrose Abbey from the encroachments of a town. The architecture at Melrose is, I believe, superior in the exactness and taste of some of the minute ornamental parts; indeed, it is impossible to conceive anything more delicate than the workmanship, especially in the imitations of flowers. We descended to Dryburgh after having gone a considerable way upon high ground. A heavy rain when we reached the village, and there was no public-house. A well-dressed, well-spoken woman courteously—shall I say charitably ?—-invited us into her cottage, and permitted us to make breakfast; she showed us into a neat parlour, furnished with prints, a mahogany table, and other things which I was surprised to see, for her husband was only a day-labourer, but she had been Lady Buchan's waiting-maid, which accounted for these luxuries and for a noticeable urbanity in her manners. All the cottages in this neighbourhood, if I am not mistaken, were covered with red tiles, and had chimneys. After breakfast we set out in the rain to the ruins of Dryburgh Abbey, which are near Lord Buchan's house, and, like Bothwell Castle, appropriated to the pleasure of the owner.“

 

 

 

 

DorothyWord
Dorothy Wordsworth (25 december 1771 – 25 januari 1855)

 

 

 

 

De Engelse dichter William Collins werd geboren in Chichester op 25 december 1721. Samen met dichters als Thomas Gray en James Thomson gaf hij een aanzet tot het ontstaan van de Romantiek in de Engelse literatuur aan het begin van de 19e eeuw. Collins werd opgeleid aan het Winchester College, waar hij bevriend raakte met Joseph Warton, en aan de Universiteit van Oxford. Al op jeugdige leeftijd begon hij met het schrijven van verzen, al is daar niets van bewaard gebleven. Op 17-jarige leeftijd schreef hij Persian Eclogues, waarmee hij bekendheid verwierf. Het werd echter pas in 1742 uitgegeven.  In 1739 stuurde hij gedichten in naar het Gentleman's Magazine, die de aandacht trokken van de schrijver en literatuurcriticus Samuel Johnson, die later een biografie over Collins zou schrijven. In 1744 verhuisde Collins naar Londen om daar zijn schrijverschap voort te zetten. Zijn hoofdwerk, Odes on Several Descriptive and Allegorical Subjects , verscheen in 1747.  Collins was een melancholiek man, fysiek en mentaal niet goed tegen het leven opgewassen. Hij viel regelmatig ten prooi aan wanhoop, enerzijds door financiële tegenslagen, anderzijds door het feit dat zijn gedichten niet altijd goed werden ontvangen. Pas na zijn dood werd hij erkend als een van de grootste lyrische dichters van de eeuw. Zijn oeuvre was klein, maar veelbelovend.

 

 

Ode To Evening

 

If aught of oaten stop, or pastoral song,

May hope, chaste Eve, to soothe thy modest ear,

Like thy own solemn springs,

Thy springs and dying gales;

 

O nymph reserved, while now the bright-hair'd sun

Sits in yon western tent, whose cloudy skirts,

With brede ethereal wove,

O'erhang his wavy bed:

 

Now air is hush'd save where the weak-eyed bat

With short shrill shriek flits by on leathern wing,

Or where the beetle winds

His small but sullen horn,

 

As oft he rises, 'midst the twilight path

Against the pilgrim borne in heedless hum:

Now teach me, maid composed,

To breathe some soften'd strain,

 

Whose numbers, stealing through thy darkening vale,

May not unseemly with its stillness suit,

As, musing slow, I hail

Thy genial loved return!

 

For when thy folding-star arising shows

His paly circlet, at his warning lamp

The fragrant hours, and elves

Who slept in buds the day,

 

And many a nymph who wreathes her brows with sedge,

And sheds the freshening dew, and, lovelier still,

The pensive pleasures sweet,

Prepare thy shadowy car:

 

Then lead, calm votaress, where some sheety lake

Cheers the lone heath, or some time-hallow'd pile,

Or upland fallows grey

Reflects its last cool gleam.

 

Or if chill blustering winds, or driving rain,

Prevent my willing feet, be mine the hut

That from the mountain's side

Views wilds and swelling floods,

 

And hamlets brown, and dim-discovere'd spires,

And hears their simple bell, and marks o'er all

Thy dewy fingers draw

The gradual dusky veil.

 

While Spring shall pour his show'rs, as oft he wont,

And bathe thy breathing tresses, meekest Eve!

While Summer loves to sport

Beneath thy lingering light;

 

While sallow Autumn fills thy lap with leaves,

Or Winter, yelling through the troublous air,

Affrights thy shrinking train,

And rudely rends thy robes:

 

So long, regardful of thy quiet rule,

Shall Fancy, Friendship, Science, rose-lipp'd Health

Thy gentlest influence own,

And hymn thy favourite name!

 

 

 

 

WilliamCollinsPoet
William Collins (25 december 1721    12 juni 1759)

 

 

 

 

De (Oost) Duitse schrijver Gerhard Holtz-Baumert werd geboren op 25 december 1927 in Berlijn. Hij werkte als hoofdredacteur van tijdschriften voor de jeugd en schreef ook theoretische werken over jeugdliteratuur. Van 1961 was hij zelfstandig schrijver. Zijn boeken over de 17-jarige jongen Alfons Zitterbacke behoorden tot de bekendste jeugdboeken uit de DDR.

 

Uit: Alfons Zitterbacke

 

„Guten Tag!
Ich heiße Alfons Zitterbacke und bin so alt wie ihr. Und nun werdet ihr fragen, wie ich dazu gekommen bin, ein Buch zu schreiben; dabei sind meine Aufsätze gar nicht so gut. Aber das kam so: Eines Tages ging ich zum Kinderbuchverlag. Ich hatte die Robinson-Zeitung gelesen und wollte am Preisausschreiben teilnehmen. Damit meine Einsendung nicht verloren geht bei der Post, ging ich selber hin. Unten im Kinderbuchverlag saß ein Mann.
Guten Tag", sagte ich, �ich möchte zu Robinson, etwas abgeben."
Der Mann sah in einer Liste nach. �Arbeitet bei uns nicht."
Natürlich", sagte ich ärgerlich. �Robinson ist hier im Kinderbuchverlag."
Aber der Mann wollte mich nicht durchlassen. Ich wurde rot. Immer wenn ich ärgerlich werde, werde ich rot.
Ich wusste gar nicht, was ich sagen sollte. Zum Glück kam gerade eine schöne junge Dame vorbei.
Kollegin", sagte der Mann unten, �dieser Junge will unbedingt zu Robinson. Arbeitet der Kollege vielleicht in der Buchhaltung? "
Doch die Kollegin lachte nur und nahm mich gleich mit.
Klar gibt's Robinson", sagte sie und blinzelte mir zu, �sitzt im dritten Stock; ich bring dich hin."
Ich freute mich und sagte, ganz wie mir Mama immer gesagt hat, ich soll mich bei fremden Leuten vorstellen:
Ich heiße Alfons Zitterbacke."
 

 

Holz-Baumert
Gerhard Holtz-Baumert (25 december 1927 – 17 oktober 1996)

23-12-09

Tim Fountain, Marcelin Pleynet, Robert Bly, Norman Maclean, J.J.L. ten Kate, Iván Mándy, Harry Shearer, Albert Ehrenstein, G.A. Sainte-Beuve, Giusepe di Lampedusa, Mathilde Wesendonck, Martin Opitz


De Britse schrijver Tim Fountain werd geboren op 23 december 1967 in Dewsbury, West Yorkshire. Zie ook mijn blog van 23 december 2008.

 

Uit: Icons: Quentin Crisp

 

„If Quentin Crisp had not existed, I doubt anyone would have had the nerve to invent him. With his rouged cheeks, painted toenails and vast ‘bird’s nest’ comb-over hair, the self-styled “stately homo” of England looked like a creature from another planet. And it wasn’t just Crisp’s appearance, which he described as “a leaflet thrust into the hands of astonished bystanders”, that marked him out from the rest of society; his views, too, often made him an outsider. Cleaning was a waste of time because “after the first four years the dust doesn’t get any worse”, sex was “the last refuge of the miserable” and Princess Diana was “trash who got what she deserved”. The celebrated writer and raconteur described himself as a man who was merely famous for wearing make-up, and yet when he died in 1999 it was headline news on the BBC and even the Daily Mail devoted two pages to the subject. But who was the real Quentin Crisp, or to use Mail parlance, “the man behind the mascara”, and what made him such an unlikely superstar?

This was the question the actor Bette Bourne and myself attempted to answer when we went to visit Crisp in New York on a freezing March day in 1999 to research Resident Alien, the play I was writing about him. It provided a fascinating insight. Despite being 90 years old at the time and globally famous (the TV version of his book, The Naked Civil Servant, starring John Hurt, played to millions of people all over the world), Crisp was still living in the tiny, filthy, one-room apartment off the Bowery that he had emigrated to in 1980. The electricity in the building was so weak that it wouldn’t power the doorbell, so Bette had to call him from the box on the corner to get him to let us in. When he did so, the ancient icon greeted us at the door in his trademark fedora hat and scarf and stars-and-stripes brooch before leading us up the narrow staircase to perhaps the most famous bedsit in the world.

Nothing, not even a lifetime of quotes about his hatred of domestic chores, could have prepared me for what I saw. The room was tiny and utterly filthy, the curtains were thick with dirt, which obscured the light, and his tiny two-ring stove was utterly coated in grime. When Crisp first moved into this apartment, someone accused him of having the dust shipped in from Fortnum and Mason; if he had, they must have stopped delivering in recent years because this dirt was real. Crisp clearly practised what he preached.“

 

 

 

TimFountain
Tim Fountain (
Dewsbury, 23 december 1967)

 

 

 

 

De Franse dichter, schrijver en essayist Marcelin Pleynet werd geboren op 23 december 1933 in Lyon. Zie ook mijn blog van 23 december 2008.

 

Uit: Le Propre du temps

 

 

Avec cette langue-ci
                               bien avant l'injustice
                                                              à disposition
        comme si c'était possible
                                               je cherche dans l'histoire du temps
        de la vérité dans l'erreur


        J'ai rêvé...
                          la flotte achéenne dans le Golfe
                                                                    les drapeaux tendus
        l'or noir brûlant dans les déserts
                                                           la fumée épaisse sur nous
                                    grassement payés
un océan de pétrole où flottait la navicella del nostro ingenio

Avec les deux yeux
                              j'ai rêvé
                                            le grec et l'hébreu en même temps




Pensée en même temps sauvage et bornée : la fratrie universelle
        cette machine de guerre du refoulement
         "Qui aura le pied assez vif pour en sortir d'un bond ?"
                    Lequel est le chef ?
                    Qui commande l'armée ?
                                                               Nous sommes légion !

 

 

 

Uit: Stanze

 

Chant IV

 

Éclair ou tonnerre
            Lucrèce ami de tout au monde le dit
            ainsi par l'univers s'envolent les pensées de
                                                              la nature
Quant à moi en lisant je suis sans maître et sans
                                                                pensée
                Et je laisse vers moi l'année perdue dans
                                                            la matière
Et ces sages roseaux ceux qui disent la science
Et les éclats de leur vie cachée selon le rythme des
héros lorsque je les rencontre dans l'histoire comme
Dante aux enfers
               toujours luttant contre l'obscurité
               et toujours sans repos
Sans limite là ne sachant plus ce que je peux trouver
                                                               avec joie
Et pourtant comme tant d'autres porteurs d'étincelles
                                                           dans le vide
Après des siècles ce qui n'est plus continue de chanter
dans la saveur brûlante du plaisir et de la poésie
     où il porta l'art-guerre docti furor arduus Lucreti
le premier
                plus proche dans la grande douleur vidée
de l'univers et de l'océan qui l'emporte histoire opéra
de la science logique à la portée de notre histoire
                                                                       ici
comme à la porte des enfers
                                                                     AOI.

 

 

 

 

Pleynet
Marcelin Pleynet (Lyon, 23 december 1933)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Bly werd geboren op 23 december 1926 in Madison, Minnesota. Zie ook mijn blog van 23 december 2008.

 

 

Snowbanks North of the House

 

Those great sweeps of snow that stop suddenly six

feet from the house ...

Thoughts that go so far.

The boy gets out of high school and reads no more

books;

the son stops calling home.

The mother puts down her rolling pin and makes no

more bread.

And the wife looks at her husband one night at a

party, and loves him no more.

The energy leaves the wine, and the minister falls

leaving the church.

It will not come closer

the one inside moves back, and the hands touch

nothing, and are safe.

 

The father grieves for his son, and will not leave the

room where the coffin stands.

He turns away from his wife, and she sleeps alone.

 

And the sea lifts and falls all night, the moon goes on

through the unattached heavens alone.

 

The toe of the shoe pivots

in the dust ...

And the man in the black coat turns, and goes back

down the hill.

No one knows why he came, or why he turned away,

and did not climb the hill.

 

 

 

 

The Cat in the Kitchen

(For Donald Hall)

 

Have you heard about the boy who walked by

The black water? I won't say much more.

Let's wait a few years. It wanted to be entered.

Sometimes a man walks by a pond, and a hand

Reaches out and pulls him in.

 

There was no

Intention, exactly. The pond was lonely, or needed

Calcium, bones would do. What happened then?

 

It was a little like the night wind, which is soft,

And moves slowly, sighing like an old woman

In her kitchen late at night, moving pans

About, lighting a fire, making some food for the cat.

 

 

 

 

bly2
Robert Bly (Madison, 23 december 1926)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Norman Fitzroy Maclean werd geboren op 23 december 1902 in Clarinda, Iowa. Zie ook mijn blog van 23 december 2008.

 

Uit: Young Men and Fire

 

„Then Dodge saw it. Rumsey and Sallee didn’t, and probably none of the rest of the crew did either. Dodge was thirty-three and foreman and was supposed to see; he was in front where he could see. Besides, he hadn’t liked what he had seen when he looked down the canyon after he and Harrison had returned to the landing area to get something to eat, so his seeing powers were doubly on the alert. Rumsey and Sallee were young and they were crew and were carrying tools and rubbernecking at the fire across the gulch. Dodge takes only a few words to say what the “it” was he saw next: “We continued down the canyon for approximately five minutes before I could see that the fire had crossed Mann Gulch and was coming up the ridge toward us.”

Neither Rumsey nor Sallee could see the fire that was now on their side of the gulch, but both could see smoke coming toward them over a hogback directly in front. As for the main fire across the gulch, it still looked about the same to them, “confined to the upper third of the slope.”

At the Review, Dodge estimated they had a 150- to 200-yard head start on the fire coming at them on the north side of the gulch. He immediately reversed direction and started back up the canyon, angling toward the top of the ridge on a steep grade. When asked why he didn’t go straight for the top there and then, he answered that the ground was too rocky and steep and the fire was coming too fast to dare to go at right angles to it.

You may ask yourself how it was that of the crew only Rumsey and Sallee survived. If you had known ahead of time that only two would survive, you probably never would have picked these two—they were first-year jumpers, this was the first fire they had ever jumped on, Sallee was one year younger than the minimum age, and around the base they were known as roommates who had a pretty good time for themselves. They both became big operators in the world of the woods and prairies, and part of this story will be to find them and ask them why they think they alone survived, but even if ultimately your answer or theirs seems incomplete, this seems a good place to start asking the question. In their statements soon after the fire, both say that the moment Dodge reversed the route of the crew they became alarmed, for, even if they couldn’t see the fire, Dodge’s order was to run from one. They reacted in seconds or less. They had been traveling at the end of the line because they were carrying unsheathed saws. When the head of the line started its switchback, Rumsey and Sallee left their positions at the end of the line, put on extra speed, and headed straight uphill, connecting with the front of the line to drop into it right behind Dodge.“

 

 

 

 

MacLean
Norman Maclean (23 december 1902 – 2 augustus 1990)

Portret door Janet Hamlin

 

 

 

 

De Nederlandse dichter-dominee Jan Jakob Lodewijk ten Kate werd geboren op 23 december 1819 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 23 december 2006 en ook mijn blog van 23 december 2007 en ook mijn blog van 23 december 2008.

 

 

Het nachtegaaltje.

Een woord vooraf aan de kleine Lezers.

 

In zijn groene looverzaaltje,

Waar het warme zonnestraaltje

Vriendelijkjes binnenschiet,

Zingt het vrolijk nachtegaaltje

Onvermoeid zijn lentelied.

 

Wat al deuntjes kwinkeleert hij,

Wat al trillertjes schakeert hij,

Zoet en zangrig voor 't gehoor!

En geen ander loon begeert hij

Dan een toegenegen oor.

'k Weet een boekje met gedichtjes,

Vol van prentjes en gezichtjes,

En van buiten marokijn:

Laat dat boekje, zoete wichtjes,

U een nachtegaaltje zijn!

 

Neemt de proef eens, lievelingen!

Kijkt het in, en 't zal u zingen,

Mooije liedjes bij de vleet,

Snaaksche stukjes, wondre dingen,

Die ge zeker nooit vergeet!

 

Mogt ge dat de waarheid vinden,

Lieve kindren, welbeminden!

Grooter vreugde hadt ge niet,

Dan het drietal kindervrinden,

Dat u 't nachtegaaltje biedt!

 

 

 

 

 

TenKate
J.J.L. ten Kate (23 december 1819 -  24 december 1889)

Portret van J.J.L. ten Kate, door H.F.C. Ten Kate / J.P. Lange.

 

 

 

 

De Hongaarse Iván Mándy werd geboren op 23 december 1918 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 23 december 2006 en ook mijn blog van 23 december 2007 en ook mijn blog van 23 december 2008.

 

Uit: Sylvia Plath

 

„Why does she mean so much to me? Maybe the most since Dostoevsky? It would be hard to explain. Besides, like all explanations in general, it's not necessary to do so. So? The Bell Jar is on my shelf. I could never part with it, not even for a day. Actually, I don't have lots of books. I am likely, at any time, to give a book to anyone, and I don't make a fuss if I don't get it back. I'll never lend this book to anybody. Does it give me strength? Encouragement? I hardly think so. It isn't some sort of nutrient. Do I read it every day? Or at least dip into it? I don't take it into my hands for months. I feel its presence, though, its constant presence. Even so, whenever I look up at the shelf, an icy terror grips me.

Let's pause here.

Icy terror.

A drama like hers had never overwhelmed me before. One so sincere and without an ounce of self pity. And yes, so true. A life of torment. And all with such great humor. Once, some time ago, I thought humor was a good protective. Maybe work is. That also kills. But at least it's a worthy death.

It's very significant, too that Sylvia Plath never invents anything. She's not given to speculation. She's not even concerned about where literature stands in her time. All the while, she is fundamentally modern, however. Such a true, opulent, lively modernity. This noble, aloof talent protects her from being fashionable. No, she won't be fashionable. Still, she permeates into our lives.

I doubt anyone had any influence on her. Of course, that in itself isn't a virtue. But what irony and self irony! And so her humor again! For instance, in one of her attempts at suicide. She wants to hang herself, but her body resists. At such a time my body always leaves me in a lurch. We could call this catastrophic humor. But why should we? What's the point of pasting little labels on things? This is certain: this humor is entirely her own, and inimitable.

What could her weekdays have been like?

I received that book of letters put together by her mother. Unfortunately, I don't know English. (This is quite depressing.) And so I gaze at the pictures. I turn the pages, I stare at each picture. Just like an old detective trying to track down something. An old detective who no longer has connections anywhere and now just works on his own.

The endpapers are strewn with childhood pictures. The little girl is smiling in nearly all of them. The smile expectant but still a bit anxious. At times her face clouds over and hardens in an odd way. Behind her a garden, a veranda with white columns, a beach, an ocean. Yes, it would be possible to live. The ocean and the beach are recurring backgrounds. The sandy beach in a blazing sun. This is a considerably later picture. Blonde and apparently bronze-brown, Sylvia Plath lies stretched out on the ocean beach. Again, she's just smiling.“

 

 

 

 

mandy
Iván Mándy (23 december 1918 – 26 oktober 1995)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en komische acteur  Harry Shearer werd geboren op 23 december 1943 in Los Angeles. Zie ook mijn blog van 23 december 2007 en ook mijn blog van 23 december 2008.

 

Uit: The Huffington Post Blog

 

Hey, Tiger, Lack of Privacy Is Part of the Deal

 

„The spectacle of near-celebrities going on Larry King Live to ask for the return of their privacy has been one of the long-running jokes of our era.  Now Tiger Woods puts a new spin on it with his profound-apology-but-give-me-my privacy press release. 

Memo to Tiger: if you really wanted your privacy, maybe you should just have played championship golf, lived on the prize money, and gone home.  Maybe you shouldn't have inked dozens of deals with sponsors who were using your name and image to create a bond with potential consumers, a bond that's implicitly aspirational.  The grandaddy of such advertising in the modern age, of course, is three simple words: "Be Like Mike".  Once you're asking people to be like you, you're inviting them to wonder about the "you" they're supposed to want to be like.  End of privacy.   In case your agents, lawyers, managers, and other handlers didn't mention it, that's the deal.“

 

 

 

Shearer
Harry Shearer (Los Angeles, 23 december 1943)

 

 

 

 

De Oostenrijkse expressionistische dichter en schrijver Albert Ehrenstein werd op 23 december 1886 in Wenen geboren. Zie ook mijn blog van 23 december 2006 en ook mijn blog van 23 december 2008.

 

Uit: Zigeuner

 

“Ich bin schuld. Ich habe der Feuerwehr von Motschidlan die Spritze verschafft. Schon als Kind konnte ich sehr schön schreiben und damals nützte man das aus. Der Onkel entdeckte meine kalligraphischen Fähigkeiten, der Ärger, in der Ferienzeit zu irgend einer Arbeitsleistung gepreßt zu werden, mag in das Konzept gedrungen sein, aber mein Widerstreben und meine Versuche zu entrinnen, nützten mir nicht: ich mußte heran. Während meiner republikanischen Periode betrachtete ich die Affäre als den Schandfleck meines Lebens und später - aus anderen Gründen - ebenfalls. Hätte ich doch damals dem ewigen: »Also geh, Rudolf, sei brav und schreib!« nicht gefolgt!

Es ist nicht zu verhehlen: ich war es, der das Majestätsgesuch abfaßte. Es kam ein günstiger Bescheid und bald darauf das Geld für die Spritze. Zahllose Kataloge, Utensilien und Branduniformen betreffend stellten sich ein. Nun ging es zu Ende mit den Kübeln und Feuerhaken. Unter der Dorfjugend grassierten zwar schon längst kleine Spritzen aus Hollunderholz. Aber die große Spritze der Erwachsenen funktionierte bedeutend besser. Vom Bach aus schoß der Strahl wahrhaftig über die Dorfkirche und dann war er noch so kräftig, daß ein Enterich, der ein wenig abbekam, die Muschel seiner Sehnsucht ungeöffnet liegen ließ und mit einem, die Schlechtigkeit der Welt bloßlegenden »Waat, Waat!« die Flucht ergriff.

 Das Löschgerät also war da, aber woher schnell einen Brand nehmen? Aber noch waren Zigeuner im Orte, Zigeuner, denen nichts Menschliches fremd war: sie eigneten sich alles an. Ihre Hütte stand nahe dem übelriechenden Schlachthaus, hart am Sumpf. Sie nährten sich vom Abfall und den Dingen, die sich gelegentlich zu ihnen fanden. Der Schlachttag war für sie ein Fest. Da durfte der Familienvater, der alte, graulockige Tonek dem Fleischhauer die Kuh hinrichten helfen, kleine Handreichungen fielen für ihn ab, die mit Schimpfwörtern belohnt wurden. Endlich bekam er die ersehnten Kaldaunen an den Kopf geworfen.”

 

 

 

 

ehrenstein
Albert Ehrenstein (23 december 1886 – 8 april 1950)

 

 

 

 

De Franse dichter, schrijver en criticus Charles Augustin Sainte-Beuve werd geboren op 23 december 1804 in Boulogne-sur-Mer. Zie ook mijn blog van 23 december 2006 en ook mijn blog van 23 december 2008.

 

Uit: PORTRAITS LITTÉRAIRES

 

L'ABBÉ PRÉVOST

 

„On a comparé souvent l'impression mélancolique que produisent sur nous les bibliothèques, où sont entassés les travaux de tant de générations défuntes, à l'effet d'un cimetière peuplé de tombes. Cela ne nous a jamais semblé plus vrai que lorsqu'on y entre, non avec une curiosité vague ou un labeur trop empressé, mais guidé par une intention particulière d'honorer quelque nom choisi, et par un acte de piété studieuse à accomplir envers une mémoire. Si pourtant l'objet de notre étude ce jour-là, et en quelque sorte de notre dévotion, est un de ces morts fameux et si rares dont la parole remplit les temps, l'effet ne saurait être ce que nous disons; l'autel alors nous apparaît trop lumineux; il s'en échappe incessamment un puissant éclat qui chasse bien loin la langueur des regrets et ne rappelle que des idées de durée et de vie. La médiocrité, non plus, n'est guère propre à faire naître en nous

un sentiment d'espèce si délicate; l'impression qu'elle cause n'a rien que de stérile, et ressemble à de la fatigue ou à de la pitié. Mais ce qui nous donne à songer plus particulièrement et ce qui suggère à notre esprit mille pensées d'une morale pénétrante, c'est quand il s'agit d'un de ces hommes en partie célèbres et en partie oubliés, dans la mémoire desquels, pour ainsi dire, la lumière et l'ombre se joignent; dont quelque production toujours debout reçoit encore un vif rayon qui semble mieux éclairer la poussière et l'obscurité de tout le reste; c'est quand nous touchons à l'une de ces renommées recommandables et jadis brillantes, comme il s'en est vu beaucoup sur la terre, belles aujourd'hui, dans leur silence, de la beauté d'un cloître qui tombe, et à demi couchées, désertes et en ruine. Or, à part un très-petit nombre de noms grandioses et fortunés qui, par l'à-propos de leur venue, l'étoile constante de leurs destins, et aussi l'immensité des choses humaines et divines qu'ils ont les premiers reproduites glorieusement, conservent ce privilège éternel de ne pas vieillir, ce sort un peu sombre, mais fatal, est commun à tout ce qui porte dans l'ordre des lettres le titre de talent et même celui de génie.“

 

 

 

Sainte-Beuve
G.A. Sainte-Beuve (23 december 1804 – 13 oktober 1869)

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Giuseppe Tomasi di Lampedusa werd geboren in Palermo op 23 december 1896. Zie ook mijn blog van 23 december 2006 en ook mijn blog van 23 december 2008.

 

Uit: The Leopard (Vertaald door Archibald Colquhoun)

 

The daily recital of the Rosary was over. For half an hour the steady voice of the Prince had recalled the Glorious and the Sorrowful Mysteries; for half an hour other voices had interwoven a lilting hum from which, now and again, would chime some unlikely word: love, virginity, death; and during that hum the whole aspect of the rococo drawing room seemed to change; even the parrots spreading iridescent wings over the silken walls appeared abashed; even the Magdalen between the two windows looked a penitent and not just a handsome blonde lost in some dubious daydream, as she usually was.
Now, as the voices fell silent, everything dropped back into its usual order or disorder. Bendicò, the Great Dane, vexed at having been shut out, came barking through the door by which the servants had left. The women rose slowly to their feet, their oscillating skirts as they withdrew baring bit by bit the naked figures from mythology painted all over the milky depths of the tiles. Only an Andromeda remained covered by the soutane of Father Pirrone, still deep in extra prayer, and it was some time before she could sight the silvery Perseus swooping down to her aid and her kiss.
Thedivinities frescoed on the ceiling awoke. The troops of Tritons and Dryads, hurtling across from hill and sea amid clouds of cyclamen pink toward a transfigured Conca d’Oro,* and bent on glorifying the House of Salina, seemed suddenly so overwhelmed with exaltation as to discard the most elementary rules of perspective; meanwhile the major gods and goddesses, the Princes among gods, thunderous Jove and frowning Mars and languid Venus, had already preceded the mob of minor deities and were amiably supporting the blue armorial shield of the Leopard. They knew that for the next twenty-three and a half hours they would be lords of the villa once again. On the walls the monkeys went back to pulling faces at the cockatoos.“

 

 

 

 

GiuseppeTomasidiLampedusa
Giuseppe Tomasi di Lampedusa (23 december 1896 - 23 juli 1957)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Mathilde Wesendonck werd geboren als Agnes Luckemeyer op 23 december 1828 in Elberfeld. Zie ook mijn blog van 23 december 2008.

 

 

Träume

 

Sag', welch' wunderbare Träume

Halten meinen Sinn umfangen,

Daß sie nicht wie leere Schäume

Sind in ödes Nichts vergangen?

 

Träume, die in jeder Stunde,

Jedem Tage schöner blühn,

Und mit ihrer Himmelskunde

Selig durchs Gemüte ziehn?

 

Träume, die wie hehre Strahlen

In die Seele sich versenken,

Dort ein ewig Bild zu malen:

Allvergessen, Eingedenken!

 

Träume, wie wenn Frühlingssonne

Aus dem Schnee die Blüten küßt,

Daß zu nie geahnter Wonne

Sie der neue Tag begrüßt,

 

Daß sie wachsen, daß sie blühen,

Träumed spenden ihren Duft,

Sanft an deiner Brust verglühen,

Und dann sinken in die Gruft.

 

 

 

 

 

wesendonck
Mathilde Wesendonck (23 december 1828 – 31 augustus 1902)

 

 

 

 

De Duitse dichter Martin Opitz von Boberfeld werd geboren op 23 december 1597 in Bunzlau (Silezië). Zie ook mijn blog van 23 december 2008.

 

 

Sonnet XXXV.

 

    Ich wil diß halbe mich / was wir den Cörper nennen /

Diß mein geringstes Theil / verzehren durch die Glut /

Wil wie Alcmenen Sohn mit vnverwandtem Muth'

Hier diese meine Last / den schnöden Leib / verbrennen /

    Den Himmel auff zu gehn: mein Geist beginnt zu rennen

Auff etwas bessers zu. diß Fleisch / die Handvoll Blut /

Muß außgetauschet seyn vor ein viel besser Gut /

Daß sterbliche Vernunfft vnd Fleisch vnd Blut nicht kennen.

    Mein Liecht entzünde mich mit deiner Augen Brunst /

Auff daß ich dieser Haut/ deß finstern Leibes Dunst /

Deß Kerkers voller Wust vnd Grawens / werd entnommen /

    Vnd ledig / frey vnd loß / der Schwachheit abgethan /

Weit vber alle Lufft vnd Himmel fliegen kan

Die Schönheit an zu sehn von der die deine kommen.

 

 

 

 

opitz1
Martin Opitz  (23 december 1597 – 20 augustus 1639)

 

25-12-08

Quentin Crisp, Alfred Kerr, Carlos Castaneda, Friedrich Wilhelm Weber, Dorothy Wordsworth

 


 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

De Engelse schrijver, acteur en homoactivist Quentin Crisp werd geboren als Denis Charles Pratt op 25 december 1908 in Sutton, Surrey. Zie ook mijn blog van 25 december 2006 en ook mijn blog van 25 december 2007

I WILL MAKE MUSIC

I will make endless music—syncopated,
shrill, sad music—out of English speech.
Your ears, to calumny habituated,
more euphonic phrasing might not reach.

I will make endless music till the lonely
limits of our torment have been told
that all may hear and some not only
hearken but be heartened and consoled.

I will make endless music. Say not
that the world’s ears are waxed or numb,
because I will not, dare not, may not,
see you suffer, and be dumb.

 

Crisp
Quentin Crisp (25 december 1908 – 21 november 1999)

 

 

De Duitse schrijver, journalist en theatercriticus Alfred Kerr werd op 25 december 1867 in Breslau geboren. Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 25 december 2006.

Freibad

Havelschwäne, grüne Blätter,
Menschenbeene, Hundstagswetter.
Menschen beiderlei Geschlechts.
Ein Gepaddel; ein Geächz.

Selig, wer ans Ufer sockt
Und bei seiner Gruppe hockt.
Langes Schmoren, langes Sonnen.
Manche Neigung hat begonnen.

Triefend singt ein junges Paar:
»
s war ein Sonntag hell und klar« ...
Havelschwäne, grüne Blätter,
Menschenbeene, Hundstagswetter.

 

 

Kerr2
Alfred Kerr (25 december 1867 - 12 oktober 1948)

 

 

De Amerikaans-Peruviaanse schrijver Carlos Castaneda werd geboren op 25 december 1925 in São Paulo, Brazilië (volgens hem zelf) of op 25 december 1919 in Cajamarca, Peru (volgens zijn immigratiepapieren). Zie ook mijn blog van 25 december 2006. en ook mijn blog van 25 december 2007.

Uit: Active Side of Infinity

"At the time I met don Juan I was a fairly studious anthropology student, and I wanted to begin my career as a professional anthropologist by publishing as much as possible. I was bent on climbing the academic ladder, and in my calculations, I had determined that the first step was to collect data on the uses of medicinal plants by the Indians of the southwestern United States.
I first asked a professor of anthropology who had worked in that area for advice about my project. He was a prominent ethnologist who had published extensively in the late thirties and early forties on the California Indians and the Indians of the Southwest and Sonora, Mexico. He patiently listened to my exposition. My idea was to write a paper, call it "Ethnobotanical Data," and publish it in a journal that dealt exclusively with anthropological issues of the southwestern United States.
I proposed to collect medicinal plants, take the samples to the Botanical Garden at UCLA to be properly identified, and then describe why and how the Indians of the Southwest used them. I envisioned collecting thousands of entries. I even envisioned publishing a small encyclopedia on the subject.
The professor smiled forgivingly at me. "I don't want to dampen your enthusiasm," he said in a tired voice, "but I can't help commenting negatively on your eagerness. Eagerness is welcome in anthropology, but it must be properly channeled. We are still in the golden age of anthropology. It was my luck to study with Alfred Kroeber and Robert Lowie, two pillars of social science. I haven't betrayed their trust. Anthropology is still the master discipline. Every other discipline should stem fromanthropology. The entire field of history, for example, should be called 'historical anthropology,' and the field of philosophy should be called 'philosophical anthropology.' Man should be the measure of everything. Therefore, anthropology, the study of man, should be the core of every other discipline. Someday, it will."

 

Castaneda
Carlos Castaneda (25 december 1925 – 27 april 1998)

 

De Duitse schrijver Friedrich Wilhelm Weber werd geboren op 25 december 1813 in Althausen. Zie ook mijn blog van 25 december 2006.

In der Winternacht

Es wächst viel Brot in der Winternacht,
Weil unter dem Schnee frisch grünet die Saat;
Erst wenn im Lenze die Sonne lacht,
Spürst du, was Gutes der Winter tat. –
Und deucht die Welt dir öd und leer,
Und sind die Tage dir rauh und schwer:
Sei still und habe des Wandels acht:
Es wächst viel Brot in der Winternacht.

 

Weber
Friedrich Wilhelm Weber (25 december 1813 – 5 april 1894)

 

 

De Engelse dichteres en dagboekschrijfster Dorothy Mae Ann Wordsworth werde geboren in Cockermouth, Cumberland, 25 december 1771. Dorothy was de een jaar jongere zus van de dichter William Wordsworth en heeft, zelf ongetrouwd, een groot deel van haar leven bij hem gewoond. Zij ambieerde zelf geen carrière als schrijfster en tijdens haar leven is er niets van haar gepubliceerd. Wel is zij, via haar dagboeken en geschriften over herinneringen van tochten en wandelingen met haar broer, van invloed geweest op Williams werk.

Vanwege de vroege dood van haar ouders (haar moeder stierf toen ze zes was, haar vader toen ze twaalf was) bracht Dorothy haar jeugd door bij verschillende familieleden. In 1799 trok zij in bij haar broer, in 'Dove Cottage' in Grasmere. In 1802 trouwde William met Mary Hutchinson, met wie zij goed bevriend raakte.

In 1829 werd zij ziek en de laatste decennia van haar leven had zij te kampen met lichamelijke en later ook geestelijke ongemakken.

Uit: Journals of Dorothy Wordsworth

"Thursday 15th. It was a threatening misty morning—but mild. We set off after dinner from Eusemere. Mrs Clarkson went a short way with us but turned back. The wind was furious and we thought we must have returned. We first rested in the large Boat-house, then under a furze Bush opposite Mr Clarkson's. Saw the plough going in the field. The wind seized our breath the Lake was rough. There was a Boat by itself floating in the middle of the Bay below Water Millock. We rested again in the Water Millock Lane. The hawthorns are black and green, the birches here and there greenish but there is yet more of purple to be seen on the Twigs. We got over into a field to avoid some cows—people working, a few primroses by the roadside, woodsorrel flower, the anemone, scentless violets, strawberries, and that starry yellow flower which Mrs C. calls pile wort. When we were in the woods beyond Gowbarrow park we saw a few daffodils close to the water side. We fancied that the lake had floated the seeds ashore and that the little colony had so sprung up. But as we went along there were more and yet more and at last under the boughs of the trees, we saw that there was a long belt of them along the shore, about the breadth of a country turnpike road. I never saw daffodils so beautiful they grew among the mossy stones about and about them, some rested their heads upon these stones as on a pillow for weariness and the rest tossed and reeled and danced and seemed as if they verily laughed with the wind that blew upon them over the lake, they looked so gay ever glancing ever changing. This wind blew directly over the lake to them. There was here and there a little knot and a few stragglers a few yards higher up but they were so few as not to disturb the simplicity and unity and life of that one busy highway. We rested again and again. The Bays were stormy, and we heard the waves at different distances and in the middle of the water like the sea. Rain came on—we were wet when we reached Luffs but we called in. Luckily all was chearless and gloomy so we faced the storm—we must have been wet if we had waited—put on dry clothes at Dobson's. I was very kindly treated by a young woman, the Landlady looked sour but it is her way. She gave us a goodish supper."

 

 

Dorothy-wordsworth
Dorothy Wordsworth (25 december 1771 – 25 januari 1855)

 

 

25-12-07

Quentin Crisp, Carlos Castaneda, Alfred Kerr, Friedrich Wilhelm Weber


 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 

 

De Engelse schrijver, acteur en homoactivist Quentin Crisp werd geboren als Denis Charles Pratt op 25 december 1908 in Sutton, Surrey. Zie ook mijn blog van 25 december 2006.

 

 

DO YOU BELIEVE IN GOD

 

Well, now, the last time You-Know-Who was mentioned, I began by saying I wouldn't like to say anything that gave offense. And someone in the audience said, "Why stop now?" But his is still something that worries me, so if at any moment anyone finds anything I say offensive, they have only to jump up and down, make a scene, and we will stop.

I believe, like most people, not that of which logic can convince me but what my nature inclines me to believe. This is so of nearly everybody. I am unable to believe in a God susceptible to prayer as petition. It does not seem to me to be sufficiently humble to imagine that whatever force keeps the planets turning in the heavens is going to stop what it's doing to give me a bicycle with three speeds.

But if God is the universe that encloses the universe, or if God is the cell within the cell, or if God is the cause behind the cause, then this I accept absolutely. And if prayer is a way of aligning your body with the forces that flow through the universe, then prayer I accept. But there is a worrying aspect about the idea of God. Like witchcraft or the science of the zodiac or any of these other things, the burden is placed elsewhere. This is what I don't like.

You see, to me, you are the heroes of this hour. I do not think the earth was ever meant to be your home. I do not see the sky as a canopy held over your head by cherubs or see the earth as a carpet laid at your feet. You used to live an easy lying-down life in the sea. But your curiosity and your courage prompted you to lift your head out of the sea and gasp this fierce element in which we live. They are seated on Mars, with their little green arms folded, saying, "We can be reasonably certain there is no life on Earth because there the atmosphere is oxygen, which is so harsh that it corrupts metal." But you learned to breathe it. Furthermore, you crawled out of the sea, and you walked up and down the beach for centuries until your thighbones were thick enough to walk on land. It was a mistake, but you did it.

Once you have this view of your past—not that it was handed to you but that you did it—then your view of the future will change. This terror you have of the atom bomb will pass. Something will arise which will breathe radiation if you learned to breathe oxygen.

So you don't have to worry. Don't keep looking into the sky to see what is happening. Embrace the future. All you have to do about the future is what you did about the past. Rely on your curiosity and your courage and ride through the night.

 

 

 

 

Crisp
Quentin Crisp (25 december 1908 – 21 november 1999)

 

 

 

De Amerikaans-Peruviaanse schrijver Carlos Castaneda werd geboren op 25 december 1925      in São Paulo, Brazilië (volgens hem zelf) of op 25 december 1919 in Cajamarca, Peru (volgens zijn immigratiepapieren). Zie ook mijn blog van 25 december 2006.

 

 

Uit: The Power of Silence

 

“At various times I've attempted to name my knowledge for your benefit. I've said that the most appropriate name is nagualism, but that that term is too obscure. Calling it simply "knowledge" makes it too vague, and to call it "witchcraft" is debasing. "The mastery of intent " is too abstract, and "the search for total freedom" too long and metaphorical. Finally, because I've been unable to find a more appropriate name, I've called it "sorcery," although I admit it is not really accurate.
      I've given you different definitions of sorcery, but I have always maintained that definitions change as knowledge increases. Now you are in a position to appreciate a clearer definition.

     
From where the average man stands, sorcery is nonsense or an ominous mystery beyond his reach. And he is right--not because this is an absolute fact, but because the average man lacks the energy to deal with sorcery.
      Human beings are born with a finite amount of energy, an energy that is systematically deployed, beginning at the moment of birth, in order that it may be used most advantageously by the modality of the time.
      The modality of the time is the precise bundle of energy fields being perceived. I believe man's perception has changed through the ages. The actual time decides the mode; the time decides which precise bundle of energy fields, out of an incalculable number, are to be used. And handling the modality of the time--those few, selected energy fields--takes all our available energy, leaving us nothing that would help us use any of the other energy fields.
      The average man, if he uses only the energy he has, can't perceive the worlds sorcerers do. To perceive them, sorcerers need to use a cluster of energy fields not ordinarily used. Naturally, if the average man is to perceive those worlds and understand sorcerers' perception he must use the same cluster they have used. And this is just not possible, because all his energy is already deployed.”

 

 

 

 

 

Castaneda
Carlos Castaneda (25 december 1925 – 27 april 1998)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 25 december 2006.

 

De Duitse schrijver, journalist en theatercriticus Alfred Kerr werd op 25 december 1867 in Breslau geboren.

 
De Duitse schrijver Friedrich Wilhelm Weber werd geboren op 25 december 1813 in Althausen.

 

 

25-12-06

Alfred Kerr, Quentin Crisp, Carlos Castaneda, Friedrich Wilhelm Weber


De Duitse schrijver, journalist en theatercriticus Alfred Kerr werd op 25 december 1867 in Breslau geboren als Alfres Kempner. Hij is van joodse afkomst. Kerr maakte naam met zijn onverwisselbare, aggressieve en puntige stijl. Hij propageert de theaterkritiek als een zelfstandig literair genre met eigen structuren en stijlmiddelen. Hij was de invloedrijkste criticus in Berlijn in de tijd van het naturalisme tot 1933. Hij schreef voor Tag, Neue Rundschau en het Berliner Tageblatt. Kerr gaf steun aan het werk van Henrik Ibsen en Gerhart Hauptmann. Het theater van Max Reinhardt wees hij daarentegen aanvankelijk af. Al tijdens zijn studies geschiedenis, filosofie en germanistiek publiceerde Kerr in verschillende kranten en tijdschriften verhalen over het alledaagse leven in Berlijn. In 1909 werd zijn naam officieel veranderd in Alfred Kerr. Toen Hitler in februari 1933 rijkskanselier werd ging hij met zijn familie in ballingschap. Tijdens de boekverbranding werd hij met name genoemd. In 1935 vlucht hij uit Parijs naar Londen. Hij werkte mee aan diverse emigrantentijdschriften. In 1947 werd hij Brits staatsburger. Kerr stierf op 12 oktober 1948 in Hamburg.

 

Uit: Leben Eduards des Zweiten von England (Kritiek op Brechts bewerking van Marlowe)

Nur wer die Gähnsucht kennt,
Weiß, was ich leide.


I.
Die Kritik ist kurz.
Noch ein Auftritt. Noch ein Auftritt. Steigerungslos. Angeklebt. Vier Stunden fast. Wer nicht schläft, wächst aus.
Jemand kann Zitherspieler werden. Jemand kann Möbeltischler werden. Jemand kann Lithograph sein oder im Baugeschäft.
Aber warum Dramatiker, wenn ihm just diese Fähigkeit mangelt?

II.
Diesmal sagt Brecht wenigstens, von wo er's hat. (Marlowes "Eduard II." wurde vor einem Jahr bei uns gespielt.) Modernheit liegt darin, Schriftsteller aus dem sechzehnten Jahrhundert zu verarbeiten.
Zwei Fragen melden sich: warum ist Lion Feuchtwanger, der an dem "Werk" beteiligt sein soll, auf dem Zettel verschwiegen? Zweitens: sind Stellen aus älteren Autoren sonst ent ... verwendet?
O, laßt solche Fragen, alles in allem, zu.

III.
Marlowe ist technisch unbeholfen. Ihn zu modeln hat nur Sinn, wenn man ihn dämmt; ihn steigert.
Brecht macht ihn noch viel ungeschickter. ... Durch dicke, gedehnte, belastende Beitat. Ohne Schimmer von Gliederung. Ohne Schein von Akzent. Das Urbild bleibt ja konzis gegen diese Vierstunden-Wurst.
In der Chausseestraße war Marlowe knapp auszuhalten. Im Staatshaus hat man Brecht bei etlichem Beifall bepfiffen und bezischt. Wie griff er ein? Was tat er zu?

 

 

 

Kerr
Alfred Kerr (25 december 1867 - 12 oktober 1948)

 

 

 

 

De flamboyante schrijver, acteur en homoactivist Quentin Crisp werd geboren op 25 december 1908. Crisp had zijn thuis in Engeland al in de jaren tachtig verlaten om in New York te gaan wonen. Volgens hem was zijn thuisland "een genadeloze plek". Quentin Crisp werd beroemd in 1968 met zijn cultroman 'The Naked Civil Servant', het verhaal van een Britse homo in de jaren dertig. In 1975 werd het boek verfilmd, met    

John Hurt in de hoofdrol. Quentin Crisp acteerde ook zelf. Hij speelde onder andere de rol van Elizabeth I in Sally Potters 'Orlando'. De dag voor hij stierf verscheen een interview waarin hij zijn begrafenis wensen meldde: "Geen bloemen. Geen kaarsen. Gooi me maar gewoon in EEN van die zwarte vuilniszakken en zet me naast de vuilnisbak." 

 

Uit: QUENTIN CRISP by Quentin Crisp

 

“Quentin Crisp was reluctantly born on Christmas Day in 1908. To his dismay, he found himself to be the son of middle-class, middlebrow, middling parents who lived in Sutton, a suburb of London, England. After an uneventful childhood, he was sent, between the ages of fourteen and eighteen, to a school in Derbyshire which was like a cross between a monastery and a prison. There he learned nothing that could ever be useful to him in adulthood except how to bear injustice. His ignorance of everything but this and his ambiguous appearance made a career impossible except in the arts. He therefore became an illustrator and a designer of book covers. When he could no longer bear constantly being given the sack, he tried freelancing. From time to time he wrote books on an assortment of subjects — on lettering (a craft which he had never mastered), on window dressing, on the Ministry of Labor (with which, at the time, he had never had any connection except as an applicant for the dole).

At length, almost by chance, he stood in for a friend who was an art school model, and finding that the effort did not cause him to collapse, he took up posing as a career. With this way of life he struggled on for thirty-five years. In the middle 1960's, on a British radio channel to which no one listens, he uttered a few words that led to his being invited to write his biography. The synopsis of his proposed work caused the man who had commissioned it to faint dead away, but another firm, Jonathon Cape, agreed to publish it in 1968. This was an offer that Mr. Crisp could not refuse, because he was paid in advance.”

 

 

quentin
Quentin Crisp (25 december 1908 – 21 november 1999)

 

 

 

Carlos Castaneda werd geboren op 25 december 1925. Hij was een Amerikaanse schrijver van Peruviaanse afkomst die een aantal boeken heeft geschreven over zijn relatie met en leerschool bij een indiaanse tovenaar genaamd Don Juan Matus. De boeken bevatten veel bovennatuurlijke verschijnselen en toverkunst maar ook uitvoerige uiteenzettingen van de filosofie van deze Don Juan. Ze trokken sterk de aandacht en kregen zelfs een zekere cultstatus. Later kwamen er echter twijfels op, o.a. of Don Juan wel echt bestond.

Carlos Castaneda (veramerikaanste versie van wat eigenlijk Castañeda was) claimde te zijn geboren op 25/12/1931 in São Paulo, Brazilië, maar volgens zijn immigratiepapieren was dat zes jaar eerder in Cajamarca, Peru. Hij studeerde aan de Universiteit van Californië - Los Angeles en haalde zijn B.A. in 1962 en zijn Ph.D. in 1970.

In 1960 ontmoette hij de Yaqui sjamaan Don Juan Matus, ging bij deze in de leer en schreef de gedeeltelijk autobiografische werken waardoor hij vooral bekend is geworden. Aanvankelijk maakten de gesprekken met Don Juan deel uit van zijn afstudeerscriptie in de antropologie, over het gebruik van hallucinogene paddenstoelen en cactussen, maar later ging Castaneda in de leer bij Don Juan om diens wereldbeeld en wijsheid te leren. De boeken, aanvankelijk antropologische getint, veranderden van toon naarmate de serie vorderde en uiteindelijk resulteerde een mengsel van verhaal, religie en filosofie.

 

Uit: The Teachings of Don Juan

 

“I am going to teach you the secrets that make up the lot of a man of knowledge. You will have to make a very deep commitment because the training is long and arduous.
      A man goes to knowledge as he goes to war, wide awake, with fear, with respect, and with absolute assurance. Going to knowledge or going to war in any other manner is a mistake, and whoever makes it will live to regret his steps.
      When a man has fulfilled those four requisites there are no mistakes for which he will have to account; under such conditions his acts lose the blundering quality of a fool's acts. If such a man fails, or suffers a defeat, he will have lost only a battle, and there will be no pitiful regrets over that.
      * * *
      A man of knowledge is one who has followed truthfully the hardships of learning, a man who has, without rushing or without faltering, gone as far as he can in unraveling the secrets of power and knowledge. To become a man of knowledge one must challenge and defeat his four natural enemies.

 

 

CASTANEDA
Carlos Castaneda (25 december 1925 – 27 april 1998)

 

 

 

 

Friedrich Wilhelm Weber werd geboren op 25 decmber 1813 in Althausen als zoon van een boswachter. Als student maakte hij een voetreis door Bohemen, Oostenrijk, Italië en Frankrijk. Hij werkte als arts in verschillende plaatsen van zijn geboortestreek. Van 1861 tot 1893 zat hij in de Pruisische landdag. Zijn epos "Dreizehnlinden" over de invoering van het Christendom bij de oude Saksen behoorde tot aan WO I tot de huisboeken van de Duitse familie. Zijn verzamelde gedichten verschenen in 1902 al in de 26e druk.

 

Uit: Dreizehnlinden (fragment)

 

XXII. Im Klosterchor

 

Hell im Chor der Klosterkirche
Flammten weiße Opferkerzen:
Heller brannten, heißer glühten
Opferfrohe Menschenherzen.

Auf dem Altar frische Sträuße:
Heiliger und reiner blühte
Ros' und Lilie in der Beter
Stillandächtigem Gemüte.

Elmar kniete vor den Staffeln
Im Gewand von weißem Linnen,
Sanft gebückt, geschloßnen Auges,
Wie versenkt in sel'ges Sinnen;

Auf dem Antlitz Fried' und Freude,
Zartes Rot auf Kinn und Wangen,
Gleich als sei ein heil'ges Feuer
Warm im Herzen aufgegangen.

Und ein Strahl der Frühlingssonne
Glitt hinein mit goldnem Glanze
Und umwob des Jünglings Locken
Wie mit einem Glorienkranze.

Denn er siegte, und soeben,
Von des Abtes Hand ergossen,
Hatte das geweihte Wasser
Gnadenreich sein Haupt umflossen,

Dank dem Prior, der dem Ringer
Erst ein Helfer war und Rater,
Jetzt des Überwinders Zeuge,
Jetzt im Geist sein zweiter Vater.

Beide knieten ihm zur Seite,
Markward und Warin, die Greise;
Dankgebete, Segenswünsche
Flüsterten die Lippen leise.

Rechts und links die frommen Mönche
Auf den dunkeln Eichenbänken
In Betrachtung; mancher mochte
Eigner Kämpfe still gedenken.

 

 

 

WEBER
Friedrich Wilhelm Weber (25 december 1813 – 5 april 1894)