15-03-17

Ben Okri, David Albahari, Louis Paul Boon, Kurt Drawert, Gerhard Seyfried, Andreas Okopenko, An Rutgers van der Loeff, Prosper van Langendonck, Paul Heyse

 

De Nigeriaanse dichter en romanschrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook alle tags voor Ben Okri op dit blog.

Uit:The Famished Road

“We longed for an early homecoming, to play by the river, in the grasslands, and in the magic caves. We longed to meditate on sunlight and precious stones, and to be joyful in the eternal dew of the spirit. To be born is to come into the world weighted down with strange gifts of the soul, with enigmas and an inextinguishable sense of exile. So it was with me.
How many times had I come and gone through the dreaded gateway? How many times had I been born and died young? And how often to the same parents? I had no idea.
So much of the dust of living was in me. But this time, somewhere in the inter space between the spirit world and the Living, I chose to stay. This meant breaking my pact and outwitting my companions. It wasn't because of the sacrifices, the burnt offerings of oils and yams and palm-nuts, or the blandishments, the short-lived promises of special treatment, or even because of the grief I had caused. It wasn't because of my horror of recognition either. Apart from a mark on my palm I had managed to avoid being discovered. It may have simply been that I had grown tired of coming and going.
It is terrible to remain forever in-between. It may also have been that I wanted to taste of this world, to feel it, know it, love it, to make a valuable contribution to it, and to have that sublime mood of eternity in me as I live the life to come. But I sometimes think it was a face that made me want to stay. I wanted to make happy the bruised face of the woman who would become my mother.
When the time arrived for the ceremonies of birth to begin, the fields at the crossroads were brilliant with lovely presences and iridescent beings. Our king led us to the first peak of the seven mountains. He spoke to us for a long time in silence. His cryptic words took flame in us. He loved speeches. With great severity, his sapphire eyes glowing, he said to me:"You are a mischievous one. You will cause no end of trouble. You have to travel many roads before you find the river of your destiny. This life of yours will be full of riddles.
You will be protected and you will never be alone."

 

 
Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

Lees meer...

19-07-16

Dolce far niente, Prosper van Langendonck, Anna Enquist, Gottfried Keller

 

Dolce far niente

 

 
Mortlake Terrace door J. M. W. Turner, 1827

 

 

Zomeravond

O zomeravond, smachtend neergevlijd
op 't gele veld, in 't Westen goudgetint...
Teerkreunend ruisen van de avondwind,
die langs de vlakte in zware weemoed glijdt...
O melodie uit lang verleden tijd,
waarvan ik zin noch woorden wedervind...

O rust, o stilte, blauwige avonddoom!
Doorzichtig ligt ge op verre velden neer...
Zo schouwt mijn geest de beelden van weleer
door 't wazig scheemren van een weke droom.
't Verleden rimpelt, onbepaald en loom,
- verzonken stad in 't stilgevallen meer.

Verheerlijkt glinstren! onbereikbre trans!
O vloeiend zilverlicht zo hoog verbreid...
De zwoele nacht doortrilt uw majesteit,
de aarde is een matte weerschijn van uw glans;
zacht om mijn slapen vloeit uw stralenkrans;
mijn zwellend harte vult de onmeetlijkheid.

 

 

 
Prosper van Langendonck (15 maart 1862 – 7 november 1920)
Brussel op een zomeravond. Prosper van Langendonck werd geboren in Brussel

Lees meer...

15-03-16

Prosper van Langendonck

 

De Vlaamse dichter en schrijver Prosper Antoine Joseph Van Langendonck werd geboren in Brussel op 15 maart 1862. Hij begon in Leuven aan de universitaire studies wijsbegeerte en letteren aan, maar kon die door familiale omstandigheden niet afmaken. Zijn vorming volstond wel om als ambtenaar te werken voor het ministerie van justitie. In 1899 kon hij, tot aan WO I aan de slag als vertaler bij de diensten van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Hij ondervond steeds meer last van een (erfelijke) schizofrenie en overleed in 1920 in een Brussels ziekenhuis.In 1893 richtte Van Langendonck samen met August Vermeylen, Emmanuel de Bom en Cyriel Buysse het literaire tijdschrift “Van Nu en Straks” op, het tijdschrift dat de Vlaamse literatuur vernieuwde. Zijn opstel uit 1894 “De herleving van de Vlaamse poëzij” gold als manifest van de literaire vernieuwing. Binnen de redactie van het tijdschrift had hij als enige rooms-katholiek wel meer voeling met de traditionele stijl. Hij publiceerde een honderdtal verzen en sonetten, meestal in “Van Nu en Straks”, maar ook in “Dietsche Warande en Belfort”. Behalve poëzie schreef Van Langendonck ook kritische opstellen en pamfletten ter bevordering van de Vlaamse cultuur en literatuur. Een andere bijdrage tot het verspreiden van de Nederlandstalige literatuur in België en Nederland was zijn bloemlezing “Vlaamse poëzie De Vlaamsche oogst van 1904”. Prosper van Langendonck kwam voor het eerst in 1906 naar Genk nadat een bekende psychiater in Bonn hem aanraadde een rustige plek op te zoeken. Van 10 april 1909 tot 22 oktober 1912 was hij ingeschreven in de Genkse bevolkingsregister. Vaak had hij er nog goede momenten en zocht hij contact met de mensen uit het dorp en de kunstenaars in de hotels. Hij schreef er zijn laatste gedicht “De Zwerver”.

 

De torens

Ze rijzen, rijzen, hier en daar verspreid,
de hoge torens in de vlakke velden, -
als baken van gevoel, die wisheid melden
langsheen die duiz'lingwekkende eeuwigheid ...

Hen ziet de zwerver, tot de zon verscheidt,
opdagen, of ze beurtlings hem verzelden.
Wen nacht en stilte en vreemd geruis hem kwelden,
klinkt nog hun stem, die troostend hem geleidt.

'k Ging door een land van smarte ... Vaak bezweken
mijn krachten ... Immer vond ik, 't pad ontweken,
een richtbaak voor mijn stappen, mank en krank,

en stronkelde ik in wanhoop soms verloren,
dra viel door 't duister, uit een hoge toren,
diep in mijn ziel een verre klokkenklank.

 

 

Gij zegt mij, vriend...

Gij zegt mij, vriend: 'o spreek uw lijdend hart
in schoonheid uit, die licht uw lijden stilt:
de stem der goudgelokte muze trilt
met dubble glorie op de snaar der smart.'

Maar kent gij onrecht, waarbij 't hart verkilt,
zo diep wraakroepend dat men, 't oog verstard
voor immer, wars van troost, in haat verhard,
stom voor het noodlot staat, en zucht noch gilt?

Ik ben niet van diegenen, die men breekt
en dan, als kindren, zoete woordjes spreekt,
ze paaiend met een kaatsbal of een pop.

Mijn stomme smart, zij blijft de waardigheid
mijns levens, en mijn diep verzet, en 'k schrijd
in 't duister voort, en krop mijn tranen op.

 

 

De Zwerver

De heide ontrolt haar bruine vacht
langs de eindloze avondvlakte,
waarop een grauwe wolkenvracht
in klamme neevlen zakte.
De raven gieren krassend rond,
loom zwoegend door de locht,
en stuwen traag ten horizont
haar hongerige tocht.

Waar ligt nu ’t doel? Waarheen de gang
al door die woeste heiden?
Geen jachtroersknal, geen klokkenklank
kan d’oude Zwerver leiden,
die, stijf en stram en moe van ’t àl,
zó hopeloos alleen,
een spoor zoekt dat hem voeren zal
ter uitkomste – of waarheen? …

 

 
Prosper van Langendonck (15 maart 1862 – 7 november 1920)

18:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: prosper van langendonck, romenu |  Facebook |