09-05-18

My Computer Ate My Homework 4, Dolce far niente, Gene Ziegler, Pieter Boskma, Jorie Graham, Luuk Wojcik

 

My Computer Ate My Homework 4, Dolce far niente

 

 
"Parallax Dance" Computer Graphic Painting, 2010, door Alexander Peverett

 

 

If Dr. Zeuss were a Technical Writer

If a packet hits a pocket on a socket on a port,
and the bus is interrupted as a very last resort,
and the address of the memory makes your floppy disk abort
then the socket packet pocket has an error to report!

If your cursor finds a menu item followed by a dash,
and the double-clicking icon puts your window in the trash,
and your data is corrupted cause the index doesn't hash,
then your situation's hopeless, and your system's gunna crash.

You can't say this? What a shame, sir!
We'll find you another game, sir.

If the label on the cable on the table at your house
says the network is connected to the button on your mouse,
but your packets want to tunnel on another protocol,
that's repeatedly rejected by the printer down the hall,
and your screen is all distorted by the side-effects of gauss,
so your icons in the window are as wavy as a souse,
then you may as well reboot and go out with a bang,
cause as sure as I'm a poet, the sucker's gunna hang!

When the copy of your floppy's getting sloppy on the disk,
and the microcode instructions cause unnecessary risc,
then you have to flash your memory
and you'll want to RAM your ROM.
quickly turn off your computer and be sure to tell your mom!

 

 
Geschreven door Gene Ziegler in 1994

Lees meer...

09-05-17

Pieter Boskma, Charles Simic, Jotie T'Hooft, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga, Richard Adams, James Barrie

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

Wenteling

Het jaar begon toen koud. Zelfs de duinen wit
van de tot kant gestolde mist. Het weer
van weinig mensen, die kropen binnen
op elkaar voor een geboortegolf.

In de politieke smidse was de waakvlam al gedoofd.
Het Kamerdebat over netelige kwesties lag huiverend
op straat. Daar warmde bij een vuurtje in een oliedrum
de allerlaatste motie zijn magere motief.

Zo groeide de kloof tussen de enthousiaste burger,
copulerend op het vloerkleed voor de open haard,
en het gezag dat buiten naar zijn eigen adem staart.

Het was gewoon te laat, zelfs het opgefokt klimaat krabde
zichzelf achter de wolken. Maar de dichters stonden klaar,
‘Barre Omstandigheden’ was hun geuzennaam,

het krassen van hun pen dreef het landsbestuur al in het nauw,
en zie: daar werd een van hen op de troon gehesen
waarna de koersen kelderden en vaak de stroom uitviel,

en dat met die bittere koude. Niks te vreten, nog geen dreumes
van de revolutie, zo die er al was. Er verrezen de partijen
die het vers hadden afgeschaft. Massamars, omwenteling,

en toch maar weer het geld.

 

 

De morgen

Het waren de dagen dat de poëzie zich schuilhield.
Voor het staaroog van de grijsaard als een eindeloze dageraad.
Voor het kinderbrein als een voorgoed geschrapt verouderen.
Voor het zwarte als een pirouette van primaire kleuren.

De wegstervende echo van het geïnspireerde woord
werd nog af en toe gehoord door wie de stekkers
uit elk toestel trok, maar de online geblevenen
viel het niet eens op dat ze nooit meer neurieden.

En niemand die nog pleitte voor afschaffing van het parlement,
die hol keffende achterhoede van de samenleving,
of voor het hangen van zes manen aan een stapelwolk
of het oplossen van de frontlijn in een pornografisch hologram.

Er waren geen woorden voor het lang verwachte andere.
Men sprak er op gelijke wijze niet eens schande van.
Men sprak algauw in het geheel nog slechts fragmenten.
En daar ging ook de klank als een ontsnapte heliumballon.

Weinigen bemerkten dat nieuwslezers hard vloekten
bij de aankondiging van elk uiterst schaars bericht.
Nondeju die klotesport en nondeju dat kutweer.
En elk meisje dat wel kussen wilde werd door tachtig man verkracht.

Het waren de dagen die wij heden morgen noemen
of de morgen dat wij reeds ach en heden zuchten.

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)
Cover

Lees meer...

09-05-16

Pieter Boskma, Charles Simic, Jotie T'Hooft, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

Ontwakend zelfportret
Voor Remco Campert

Terwijl ik de tram in stapte dacht ik aan de zee.
Maar al wat er ruiste, wat er aan golven brak
stak aan een draadje in de meeste oren om mij heen.
En laten we ter stede maar niet spreken van de geuren.

Toch was het een prachtdag: de zon verscheen
boven de Herengracht, die licht begon te geven,
de mooiste meisjes fietsten blozend door de
katerloze ochtend, en nergens een hinderlaag.

Ik spoorde rustig voort, ik leefde op omdat ik dacht
dat ik het verplicht was aan mijn omgekomen liefde.
Men zit vast aan iets waarin men ging geloven
al betwijfelt men dat minstens even sterk.

Hoop en vrees, een koppig koppel dat elkaar
nooit loslaat, maar ik spoorde rustig voort
langs regel na stillere regel, hopend op de volgende,
vrezende dat die niet kwam – al hoeveel jaar.

Museumplein, ik moest eruit en alles klopte weer.
Ik stak schuin over het gras naar mijn nieuwe
uitgeefhuis, het vers was bijna af, een merel
zong brutaal op het Amerikaanse consulaat.

Dit was de dag, ik keek omhoog, ja, dit was de dag.

 

 

Uit: Doodsbloei

Ben jij het, liefste, ben je alles nu?
Stem die de diepste tonen zingen kan?
Gras dat koorddanst op een duinrug,
zon die opvlamt uit een vennetje?

Is het de zee waarmee je aanruist nu,
het nauw hoorbaar vallen van een blad?
Knipoog je vliegtuigstrepen aan de lucht
en plaag je me gewoon maar wat?

Naar het waarom zal ik niet langer vragen.
Geen enkel antwoord was bevredigend,
het leidde slechts tot feller onbehagen.

Vlieg dus maar rond en wees het lied
dat wij elkaar nog altijd kunnen geven,
allebei de tekst en allebei de melodie.

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

Lees meer...

09-05-15

Pieter Boskma, Charles Simic, Jotie T'Hooft, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

Nostalgische priëlen

I
‘ga niet ruggelings in nostalgische priëlen.
alles verjongt zich, behalve de ziel,
groter de kloof met wie je al was -
ga niet ruggelings in nostalgische priëlen.
 
de zon zal een onbetrouwbare gloed in het daglicht leggen
en een voorspelde profetie uit de hanen geselen
de doden zullen er slijpen de zeisen en
wankelen naar het vruchtbare veld, en moeders
zullen hoeren zijn als zij dragen de vrucht van je vlees.
 
nee, ga niet ruggelings in nostalgische priëlen.
een kim verheft zich uit het gras en noemt zich
levensdoel; daarachter dansen duizend zwarte
kimmen op een rij. er zal geen vrijgesproken oog
opnieuw details vergulden met een milde tong van binnen.
 
en wat er torent heeft naam en schaduw.
bestrijkt met grote macht de aanzet tot gedachten
die vervagen achter de gestalten van de zo even
nog klinkende dingen, dus nee:
ga niet ruggelings in nostalgische priëlen...’


II
‘... of in de violette winter waar de jeugd patent op heeft,
waar portieken fonkelen van blozende omhelzingen,
achter ouderwetse vensters, in de schemerende serres,
beosnavels glanzen als een bloeddoorlopen oog,
waar lantarenlicht zich uitrekt als een majesteit,
stiller dan de jaren vijftig weer de jonge vrouwen lachen
en zich statig weten in hun drachtige heelal,
waar lopers op de sloten passen met een zucht
van heimwee, houtrook uit een woonboot een moment
een meeuw verbijstert en hem verbrande veren geeft
waar de zolders gloeien voor een redeloze toekomst
en gipsen cherubijnen tegen de beroete gevels
geen wolkjes adem zuchten, maar verdomd: van goud.’

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

Lees meer...

09-05-14

Pieter Boskma, Jotie T'Hooft, Charles Simic, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

De mist vriest aan

De mist vriest aan: het bos is wit.
Vier harige uitheemse ossen,
huiverend, hun kop gebogen,
staren naar de harde mossen.
Ik schrik ervan hoezeer zij lijken
op een mens die al zijn dromen
plots is kwijtgeraakt en weet
er niks voor in de plaats te krijgen.
Goed, nieuwe winter aan de kust,
de gloed van waanzin in mijn ogen
dempt je kou die door mijn leden trekt,
dus ik maak me niet meer druk
om wat oprukt tussen de bomen,
de tanden blinkend in de gesperde bek.

 

 

Onder de lichtboom (Fragment)

Zoals golven, zonder duidelijk begin,
misschien als rimpeling veroorzaakt
door een vis, zich naargelang de wind,
onstuimig of gedwee, verheffen uit de zee
– hun uitwaaierend schuim al zien
  ontbloeien tot bewolking –, en een
moment in evenwicht van gravitatie
en cohesie wachten op het breekpunt
waarvoor zij zich gesteld zien door
de wereld der verschijnselen,

zo raakt ook de mens – geboren uit het weids
gebaar van een korrel zand – op de toppen
van zijn bloei, zijn wil, zijn werk, zijn visie,
er plots van doordrongen dat hij ten hemel
dacht te reiken in een almaar magistraler
expanderend vergezicht, maar in feite slechts
zijn idolen achterna stuift op de rimpelloze stranden
terwijl nieuwe kelen fluisteren van het tegenlicht
dat al in de ogen van de volgelingen openbreekt,
verwonderd hoe virtuoos en hoe viriel dat gaat,

en staat men op een dag – het regent zonder twijfel,
onzekerheid beweegt de lucht –  onder een boom
in juni, telt als voor het eerst de vingers van zijn
hand, leest in de nerven van een blad de vele
namen van de liefdes die men dacht verdrongen,
en huivert, voelt opnieuw de oude kou van
afscheid nemen, het nieuwe schrijnen in de wond
die ons doet wankelen, en die boom in juni, sacraler
dan een kathedraal, breder dan een boulevard,
staat daar maar – al meer dan honderd jaar.

 

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

Lees meer...

09-05-13

Jacques Perk, Pieter Boskma, Jotie T'Hooft, Charles Simic, Jan Drees, Leopold Andrian

 

Bij Hemelvaartsdag

 

 

 

The Ascension door Benjamin West, 1801

 

 

 

Hemelvaart

Est deus in nobis

 

De ronde ruimte blauwt in zonnegloed

En wijkt ver in de verte en hoog naar boven:

Mijn ziel wiekt als een leeuwriklied naar boven

Tot boven ‘t licht haar lichter licht gemoet.

 

”Zij baadt zich in den lauwen aethervloed,

En hoort met hosiannaas ‘t leven loven;

Het floers is wèg van de eeuwigheid geschoven

En goddlijk leven gloeit in mijn gemoed.

 

De hemel is mijn hart en met den voet

Druk ik loodzwaar den schemel mijner aard’,

En, nederblikkend, is mijn glimlach zoet.

 

Ik zie daar onverstand en zielevoosheid…

Genoegen lacht… ik lach… en met een vaart

Stoot ik de wereld weg in de eindeloosheid.-

 

 

 

 

JacquesPerk (10 juni 1859 – 1 november 1881)

Lees meer...

09-05-12

Pieter Boskma, Jotie T'Hooft, Charles Simic, Jan Drees, Bulat Okudzhava, Leopold Andrian


De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

 

Tijding

 

Nu de Grote Nieuwe Laatste Moederlijke Oorlog
slechts drie weken duurde, honderddrieënzeventig
doden snik aan onze kant, enkele tienduizenden
bij nou ja de vijand, en het lentezonnetje schijnt
en op het balkon bloeien de planten allerkleurigst

nu de wapenen gesproken de schedels gespleten
de ledematen bloederig uit de moskeeën trippelen
bovendien de gramstorige lama op een berg in India
zijn glas gekookt water drinkt en het verder wel gelooft

nu de rivieren allemaal zijn omgelegd en van de zee
landinwaarts stromen, de paden op de lanen in,
dorpen bergen lijken allerwegen overstromen

en de vissen ach de vissen zie hen eens vakantie vieren
achter hun vissenogenkleine zonnebrillen want zij kennen
het bestraald geweten van de generaal de kardinaal
de pederast en zelfs de pronograaf in celibaat

als de vissen mensen wisten zouden zij wenen de zee
als de vissen eens wisten dat zij reeds weenden de zee

nu de lange tijd die ons werd gegeven plots nogal verkort
begint te lijken op de droom waar je al half uit ontwaakt
met scherven op je ogen en een suizen in de oren
- het terneergestort lawaai van de gewonnen strijd -

nu ziet het er toch echt naar uit dat de kruik zeer lang
te water ging langer nog dan dorst verdroeg te lang
want statig zinken reeds de barsten in een schotschrift
dat amper opgesteld de vinger alweer op de trekker legt
en die in slow motion met veel tromgeroffel overhaalt.

 

 

Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

 

Lees meer...

09-05-11

Jotie T'Hooft, Charles Simic, Pieter Boskma, Jan Drees, Bulat Okudzhava, Leopold Andrian

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jotie T'Hooft werd geboren in Oudenaarde op 9 mei 1956. Zie ook mijn blog van 9 mei 2009 en ook mijn blog van 9 mei 2010.

 

 

En wat dan?

 

Op een dag zal ik weg zijn en
wat dan? Verdwenen zonder een
teken te geven of te nemen en
het puin dat ik achterlaat is
niet langer lachwekkend.
Want wie als ik nooit heeft
gebouwen laat niets achter dan
verwachting en verwarring en
wat dan?

Wellicht in uw herinnering zal ik
stollen verstijven, niet lang meer
blijven maar verbleken tot verleden
en wat toen? Te doen?
'Het was waar' zult gij zeggen 'hij speelde
met woorden als geen ander maar wat
heeft dat te betekenen.' Zo bleek
zal ik zijn.

In u...

en wat dan...?

 

 

 

Toerisme

 

We zagen de spraakwatervallen van Speed,
hangende tuinen, verre sterrebeelden
die toch nabijer dan medereizigers waren.

In een bus vol naasten bezochten we
en werden we bezocht door nachtmerries,
visioenen van heiligen en engelen
zongen ons doof en we ontwaakten
in hotel Harmonie.

Twee spiegels, tegenover elkaar geplaatst
boden ons een oneindig perspektief.

En toch, dacht ik, er moet meer zijn.

 

 

 

 

Jotie T'Hooft (9 mei 1956 – 6 oktober 1977)

 

 

Lees meer...

09-05-10

Jotie T'Hooft, Charles Simic, Pieter Boskma, Jan Drees, Bulat Okudzhava, Leopold Andrian


De Vlaamse dichter en schrijver Jotie T'Hooft werd geboren in Oudenaarde op 9 mei 1956. Zie ook mijn blog van 9 mei 2009.

 

In het Gedicht

 

De wanden zijn wit en de psychiaters
verdacht vriendelijk. Er is hoop
op genezing, maar ik heb nog niemand
zien weggaan, of hij kwam weer terug.

Dagen dat ik op weg naar mijn eigen kamer
verdwaal wisselen zich met dagen
waarop ik de wereld doorschouw als een kristal.

Soms word ik krijsend wakker.
Soms word ik afgevoerd en verdoofd,
soms vastgebonden.

Er zijn momenten waarop ik eeuwenlang
mijmerend volmaakt gelukkig ben:
wanneer ik mijn handen op de aarde leg
zijn het kleine handen.

 

 

 

O, al de balzalen

 

O, al de balzalen van mijn jeugd
zijn nu bestoft en verlaten.
De vrienden die er bleven zijn mij vreemd,
maken geluid door de barst in hun gelaten.

Onder de slingers en het licht van weleer
zetten zij de polka verder van de dromen,
de quick-step van het verjaarde zeer
cirkels dansend om nooit aan te komen.

Dancings waarin spreken spasme wordt
vriendschap sjacheren met moederkoren
en waar mijn hart toen is verdord
want de zachtheid ging erin verloren

aan mijn dorst naar geilheid en glamour.
Ik ben vrucht en kan slechts vallen;
gij roept mij toe: ‘l’amour, toujours l’amour’
maar ik zie u: likkebaarden, lallen.

 

 

 

 

tHooft
Jotie T'Hooft (9 mei 1956 – 6 oktober 1977)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. Zie ook mijn blog van 9 mei 2009.

 

 

 

Against Winter 

 

The truth is dark under your eyelids.

What are you going to do about it?

The birds are silent; there's no one to ask.

All day long you'll squint at the gray sky.

When the wind blows you'll shiver like straw.

 

A meek little lamb you grew your wool

Till they came after you with huge shears.

Flies hovered over open mouth,

Then they, too, flew off like the leaves,

The bare branches reached after them in vain.

 

Winter coming. Like the last heroic soldier

Of a defeated army, you'll stay at your post,

Head bared to the first snow flake.

Till a neighbor comes to yell at you,

You're crazier than the weather, Charlie.

 

 

 

 

Private Eye 

 

To find clues where there are none,

That's my job now, I said to the

Dictionary on my desk. The world beyond

My window has grown illegible,

And so has the clock on the wall.

I may strike a match to orient myself

 

In the meantime, there's the heart

Stopping hush as the building

Empties, the elevators stop running,

The grains of dust stay put.

Hours of quiescent sleuthing

Before the Madonna with the mop

 

Shuffles down the long corridor

Trying doorknobs, turning mine.

That's just little old me sweating

In the customer's chair, I'll say.

Keep your nose out of it.

I'm not closing up till he breaks. 

 

 

 

 

simic

Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook mijn blog van 9 mei 2009.

 

 

 

In de stralend gouden avondgloed

 

In de stralend gouden avondgloed van Aelbert Cuyp
dromen de koeien als antieke goden. De spiegel
van het bergmeer opent het binnenste zien.
De hemel en de aarde rusten in elkander uit.

Men zou wel willen lopen over het gele water
en zo de wolken raken en nooit meer ontwaken.
Zeilen ruisen uit de verte als een meisjesstem,
of zijn het nevelen, en is de stem van Hem?

Waar na dit landschap nog naar toe te gaan?
en rode boom ontbrandt tegen weidskobalt.

Oranje sterren regenen door de spasmes van
zijn takken. Er is geen rust in het heelal.

slechts in tere deining van blauw en grijs en roze,
verzoent Piet Mondriaan de geest met de natuur.

 

 

 

 

Oude Hamlet

 

De klepgrage cabaretier en de konkelzieke columnist
houzee houzee zij vieren feest in de clicheerfabriek
het feest van wie het dunste woord weet te chiqueren
de neutraalste druppels in chimerische vermommingen

Waren wij een platvis wij zwommen in royale scholen
op naar de burelen van de fopneus en de klapsigaar
maar helaas wij zijn de vierdimensionale ruggengraat
die zich gratis dwars liet zetten tussen as en zode

Er is reeds een hard gelach aan witte rots ontsprongen
voor men raakt gehecht aan een zin die waarlijk bloedt
Slechts het pikachtig bindmiddel sijpelt uit de van mest
en turf geperste briketten der lekkerbekkende letters:

'Een papenkop maakt de grond niet heilig of gewijd'
maar levert een zachte verzilting aan het goedgelovig oog
Laat dromen de diepere tonen laat triomferen de cortex
vannacht zullen keren de kansen morgen de wijzers op hun loop

 

 

 

 

boskma

Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

Hier rechts met kunstenaar Harald Vlugt (l) en schrijver Joost Zwagerman (m)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jan Drees werd geboren op 9 mei 1979 in Haan. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008 en ook mijn blog van 9 mei 2009.

 

Uit: Staring At The Sun

 

Es gibt nur wenige Institutionen in Deutschland, die Menschen wie mir das Gefühl geben, nicht komplett irre und desorientiert zu sein, weil sie, nun ja, wesentlich schwerwiegendere „Problemcluster" (so heißt das heute) sind: natürlich die Deutsche Bahn, die Telekom und, glaubt man den Medienseiten großer Tageszeitungen: auch Thomas Gottschalk.
Momentan funktioniert mein Modem nicht, es hat Aussetzer und meine WLAN-Karte findet das Netz immer seltener, heute beispielsweise: überhaupt nicht. Irgendwo habe ich zwar ein altes Ersatzmodem versteckt, aber ich weiß beim besten Willen nicht, wo es liegen könnte. Anyway.
Wer in einem Telekom-Callcenter anruft, verliert nach wenigen Minuten alle Ängste, man erkennt, wie überschätzt das Thema „Telekommunikation" ist, man taucht in Zen-Wahrheiten ein und deshalb wähle ich oft die 0800-3301000, wo ich im T-Online-Kundendienst lande und alsbald in einen atemraubenden Strudel gerissen werde, der Poseidons mythologischen Wellenwirbeln Hohn spricht.
Zuerst werde ich durch eine affige Ansage geleitet. Immer läuft in diesem Saftladen etwas anderes schief. Momentan ist „wegen Produktionsengpässen das T-Online-Gerät Speedport 200 nicht verfügbar. Wir rechnen mit einer Auslieferung in der 48. Kalenderwoche". Ich denke an die DDR, aber nur wenige Sekunden, denn es folgt ein weiterer Text vom Band: „Herzlich Willkommen im Kundencenter von T-Online. Zur Zeit befinden sich alle Berater in einem Gespräch. Wir bitten sie, zu warten. Um die Wartezeit zu verkürzen, bitten wir Sie, ihre Telefonnummer nach dem Signalton aufs Band zu sprechen." Das verstehe ich ja nie - selbst mein billiges Aldiphone zeigt die Nummer jedes x-beliebigen Gesprächspartners an. Aber egal! Ich tippe, drücke die Raute-Taste, gedulde mich weiter.
Ich habe nun Zeit, um den ersten Schwung meines lästigen Tagesabwaschs zu erledigen (manchmal mit Abtrocknen). Denn erst nach 12 bis 15 Minuten meldet sich eine ungelernte Kraft mit Dresdner Akzent: „Gu-ten Tag, mein Name ist ... Was darf ich für sie tun?"
Wer das bis dahin nicht vergessen hat, kann irgendeinen Fehlercode seines Rechners weitergeben und um Hilfe bitten. Immer, wirklich immer heißt es: „Warten Sie bitte, ich verbinde Sie da mal mit unserer Technikabteilung."

 


 

drees
Jan Drees (Haan, 9 mei 1979)

 

 

 

 

De Russische schrijver, dichter en zanger Bulat Shalvovich Okudzhava werd geboren in Moskou op 9 mei 1924. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008 en Zie ook mijn blog van 9 mei 2009.

 

 

You're not drunkards, you're not vagrants

 

You're not drunkards, you're not vagrants,

round the table of seven seas,

sing the praises, sing the praises

to my woman, if you please!

 

Look at her as if she were

your salvation in sea storms,

you compare her, you compare her

with a shore that's very close.

 

We are earthly, don't you tell us

Tales of gods, they're are not for us!

We just carry on wings of ours

what you carry in your arms.

 

You just ought to put your trust in

the blue lighthouse on the rock,

then the shore, all over sudden,

will emerge out of the fog.

 

 

 

 

Here we stand, in desperation

 

Here we stand, in desperation,

folding our arms in pride,

on the brink of separation,

at the threshold of a plight

 

where clocks with measured paces

stick precisely to their course,

and we keep our smiling faces

under lock and key, like doors.

 

Days of reckoning are close, and

time has driven us to bay...

We are nailed to our crossroads

in a careless, slipshod way.

 

 

 

 

Okudzhava
Bulat Okudzhava (9 mei 1924 – 12 juni 1997)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en diplomaat Leopold Andrian werd op 9 mei 1875 in Berlijn geboren. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008 en Zie ook mijn blog van 9 mei 2009.

 

 

 

Den Brüdern

An Leopold Andrian

 

Als unsre schnelle jugend noch nicht wählte

Im edlen preisen und verwerfen gleich

War unsre liebe für das viel geschmälte

Für unser: euer sieches Oesterreich.

 

Wir – wie ihr – zeigten glücklichen barbaren

Dass höchster stolz ein schönes sterben sei..

Bis wir bemerkt wie sehr wir lebend waren

Da schlossen wir uns stärkern trieben bei.

 

Vernahmen vor uns reiche fülle kreisen

Und frische wünsche traten uns zunächst..

Da wollten wir euch freundlich an uns reissen

Mit dem was auch in euch noch keimt und wächst.

 

Denn dazu lieben wir zu sehr euch brüder

Um zu geniessen nur als spiel und klang

An euch die schwanke schönheit grabes-müder

An euch den farbenvollen untergang.

 

 

 

Stephan George

 

 

 

andrian
Leopold Andrian (9 mei 1875 – 19 november 1951)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

09-05-09

Jotie T'Hooft, Charles Simic, Pieter Boskma, Alan Bennett, Bulat Okudzhava, Leopold Andrian, Lucian Blaga, Jan Drees, Mona Van Duyn, Pitigrilli, Gamal al-Ghitani, Richard Adams, James Barrie


De Vlaamse dichter en schrijver Jotie T'Hooft werd geboren in Oudenaarde op 9 mei 1956. T'Hooft was enig kind, en was als kind een voorbeeldige jongen, maar op de middelbare school kent hij ernstige aanpassingsproblemen: hij werd van verschillende scholen gestuurd. Hij zocht zijn toevlucht in de literatuur (Franz Kafka, Hermann Hesse), poëzie, muziek (David Bowie, Nico, Frank Zappa, Lou Reed) en drugs. Op zijn veertiende was hij al verslaafd. Op 17-jarige leeftijd verliet hij het ouderlijk huis. Hij ging in Gent op kamers wonen om de kunstacademie te volgen. Van de geplande studies kwam niks terecht: in Gent kwam hij in het drugsmilieu terecht, waar hij zijn geldnood trachtte op te lossen door drugs te verkopen en allerlei baantjes aan te nemen. Eind 1973 nam hij slaappillen in en probeerde zelfmoord te plegen door zich te kerven met scheermesjes. Deze zelfmoordpoging mislukte en zijn ouders haalden hem terug naar Bevere. Daar kende hij een periode van relatieve rust.

In 1974 werd T'Hooft voor drugbezit opgepakt door de politie bij een razzia, ter beschikking van de jeugdrechter gesteld en doorverwezen naar de opvoedingsinstellingen in Beernem en Ruiselede. Na deze periode ontmoette hij Ingrid Weverbergh, een dochter van Julien Weverbergh, uit diens eerste huwelijk. Jotie en Ingrid traden op 29 augustus 1974 in het huwelijk. Zijn schoonvader, directeur van uitgeverij Manteau, bezorgde hem niet alleen werk als lector bij uitgeverij Manteau, maar zorgde er ook voor dat zijn eerste bundel Schreeuwlandschap in 1975 gepubliceerd werd. Toch vond T'Hooft geen rust: in juli 1976 trachtte hij voor de tweede maal zelfmoord te plegen: hij dronk een fles whisky leeg en spoot zich valium in de aderen. Ook deze poging mislukte. Zijn tweede dichtbundel Junkieverdriet verscheen in 1976. Voor deze bundel kreeg hij de prestigieuze Reina Prinsen Geerligsprijs. Deze bundel betekende zijn doorbraak binnen de literaire wereld. T'Hooft werd redacteur van verschillende tijdschriften, gaf overal ten lande lezingen en voordrachten en publiceerde in verschillende literaire bladen. Het druggebruik overheerste echter meer en meer zijn leven en de doodsdrift van T'Hooft won het uiteindelijk: in de nacht van 5 op 6 oktober 1977 diende hij zichzelf in een kleine kamer in Brugge een overdosis cocaïne toe en stapte zo uit het leven.

 

 

 

Schuldbekentenis

 

Ja, ik geef het toe, ik beken het openlijk:

mijn lichaam was altijd een toren zonder uitkijk.

Ik heb hem steen voor steen in folianten gepend

ik heb mij geplooid naar de tijd en de trend.

 

De stenen die ik uit de wand verwijderd heb

zijn de woorden waar ik dit gedicht mee schep:

ik kijk naar de wereld waarin gij woont

en al zie ik onscherp en ben ik vreselijk stoned

 

er is iets dat mij niet ontgaan kan

mijn toren is gebouwd in mijn eigen toren.

Ik weerhield mijn lijf niet in de groei tot man

maar ik zaag geduldig aan de pijlers die mij schoren.

 

Het lijkt niet erg duidelijk misschien

mijn keel snoert dicht en mijn tong heb ik gebroken

toen ik spreken leerde. Ik heb niemand ontzien.

Ik ben wereld, in mij is onstuitbaar de doodsbloem

 

ontloken.

 

 

 

 

 

Junkieverdriet

 

Mijn eeuwenoud, mijn levenslang junkieverdriet

Van geboortepijn tot nu mijn eenzaamheid

Die ik deel met duizenden nu ik weet wat ik weet:

Dat de mens een naald is zoekend naar een ader

Zoekend naar de kiespijn van zijn ver verleden.

Junkieverdriet, bass-toon van deze tijd

Waar de verschopte verschaalt in een dode hoek

Van het denkperspectief, in de paranoia

Van de kleine penis en de schizofrenie van schaamte.

 

In deze wereld mijn waansisteem werd liefde

Een misdrijf in het duister en reizen kruipen

Uit de schaduw der ouders naar de schaduw van de dood.

Verdrinken tijdens de armslag naar meer.

 

Licht van alle licht, licht

Dat niet dooft met de dagen en mijn geheugen

Voortdurend doorschijnt, licht licht

Dat niet zinkt in de stof het woord

Dat muis is knagend binnen klein bestek,

Licht dat bomen doorruist en water, licht

Dat leeft op de vloedlijn bij springtij,

Tussen afkick en hit, wit licht, witte hitte.

 

 

 

 

 

jotie
Jotie T'Hooft (9 mei 1956 – 6 oktober 1977)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. In 1953 verliet Simic het toenmalige Joegoslavië en vloog hij met zijn moeder naar de Verenigde Staten om zich te herenigen met zijn vader die er al zes jaar woonde. Na een jaar in New York verhuisde de familie naar Chicago, waar Simic middelbaar onderwijs genoot. In 1958 keerde hij terug naar New York. In 1966 studeerde hij af aan de universiteit van New York en sinds 1973 heeft Simic gedoceerd aan het departement Engels van de universiteit van New Hampshire. Charles Simic publiceerde sinds zijn debuut in 1967 meer dan zestig boeken. Met de bundel prozagedichten The World Doesn’t End (1989) won hij de Pulitzer Prize for Poetry 1990.

 

 

A Book Full of Pictures

  

Father studied theology through the mail

And this was exam time.

Mother knitted. I sat quietly with a book

Full of pictures. Night fell.

My hands grew cold touching the faces

Of dead kings and queens.

 

There was a black raincoat

      in the upstairs bedroom

Swaying from the ceiling,

But what was it doing there?

Mother's long needles made quick crosses.

They were black

Like the inside of my head just then.

 

The pages I turned sounded like wings.

"The soul is a bird," he once said.

In my book full of pictures

A battle raged: lances and swords

Made a kind of wintry forest

With my heart spiked and bleeding in its branches.

 

 

 

 

 

 

The Something

  

Here come my night thoughts

On crutches,

Returning from studying the heavens.

What they thought about

Stayed the same,

Stayed immense and incomprehensible.

 

My mother and father smile at each other

Knowingly above the mantel.

The cat sleeps on, the dog

Growls in his sleep.

The stove is cold and so is the bed.

 

Now there are only these crutches

To contend with.

Go ahead and laugh, while I raise one

With difficulty,

Swaying on the front porch,

While pointing at something

In the gray distance.

 

You see nothing, eh?

Neither do I, Mr. Milkman.

I better hit you once or twice over the head

With this fine old prop,

So you don't go off muttering

 

I saw something!

 

 

 

 

 

simic
Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956.

Boskma studeerde van 1977 tot 1985 culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij debuteerde in 1984 met de in samenwerking met Paul van der Steen in eigen beheer uitgegeven bundel Virus Virus. In hetzelfde jaar richtte hij samen met Van der Steen het tijdschrift Virus op. In 1987 bracht uitgeverij In de Knipscheer zijn bundel Quest uit. Hiervoor werd hij onderscheiden met de Aanmoedigingsprijs voor literair talent van Stichting De Avonden. Eind jaren tachtig is hij betrokken bij de poëziebeweging De Maximalen. Vanaf 1990 werkte hij als poëziedocent aan de Schrijversvakschool 't Colofon. Hij publiceerde onder andere in Playboy en Transfer en werkte voor de VPRO- en NPS-radio. In 1993 verscheen zijn eerste proza: Een foto van God. Inmiddels waren tevens diverse dichtbundels van zijn hand verschenen. Boskma was geruime tijd redacteur van het poëzietijdschrift Awater. In 2003 nam hij zitting in de jury van de P.C. Hooft-prijs.

 

 

Het gele licht van Jan van Goyen

 

Het gele licht van Jan van Goyen
straalt laag over de duinen,
van de opstanding der doden
tot de aanvaring der tijden.

De bast van kale zilverberken
glinstert als met goud beslagen
en de namen op de zerken
wordt weer adem ingeblazen.

Van een ruit spat fel de zon
die in de wolken zakt.

Een gasvlam bij de Hoogovens
slaat over in het dikke hart.

Dan, uit het dolhuis van de nacht,
kwakt Malevitch zijn Zwart Vlak.

 

 

 

 

 

Op het geraamte van de avond 1

 

schemer brak de kleuren af
tot op gelijk gebeente -
het was weer tijd voor kale
echo's van de kale stenen.
je liep wat langs de kade
als zocht je iets van waarde.
een koffer die is blijven staan
waaraan een label met haar naam.
een hoed misschien, een handschoen,
alles wat maar passen kon
om degeen die voor je stond
steeds als je daaraan dacht.
een schip voer de haven uit
met lampjes op de schoorsteen
in de vorm van een komeet.
Bethlehem op zee.
en steeds vroeger nacht.

 

 

 

boskma

Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008.

 

Uit: The Uncommon Reader

 

“At Windsor it was the evening of the state banquet and as the president of France took his place beside Her Majesty, the royal family formed up behind and the procession slowly moved off and through into the Waterloo Chamber.

'Now that I have you to myself,' said the Queen, smiling to left and right as they glided through the glittering throng, 'I've been longing to ask you about the writer Jean Genet.'

'Ah,' said the president. 'Oui.'

The 'Marseillaise' and the national anthem made for a pause in the proceedings, but when they had taken their seats Her Majesty turned to the president and resumed.

'Homosexual and jailbird, was he nevertheless as bad as he was painted? Or, more to the point,' and she took up her soup spoon, 'was he as good?'

Unbriefed on the subject of the glabrous playwright and novelist, the president looked wildly about for his minister of culture. But she was being addressed by the Archbishop of Canterbury.

'Jean Genet,' said the Queen again, helpfully. 'Vous le connaissez?'

'Bien sûr,' said the president.

'Il m'intéresse,' said the Queen.

'Vraiment?' The president put down his spoon. It was going to be a long evening.

It was the dogs' fault. They were snobs and ordinarily, having been in the garden, would have gone up the front steps, where a footman generally opened them the door.

Today, though, for some reason they careered along the terrace, barking their heads off, and scampered down the steps again and round the end along the side of the house, where she could hear them yapping at something in one of the yards.”

 

 

 

 

alan-bennett-1
Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver, dichter en zanger Bulat Shalvovich Okudzhava werd geboren in Moskou op 9 mei 1924. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008.

 

 

The Last Trolley Bus 

  

When I'm in trouble and totally done

and when all my hope I abandon

I get on the blue trolley bus on the run,

the last one,

at random.

    

Night trolley, roll on sliding down the street,

around the boulevards keep moving

to pick up all those who are wrecked and in need

of rescue

from ruin.

    

Night trolley bus will you please open your doors !

On wretched cold nights, I can instance,

your sailors would come, as a matter of course,

to render

assistance.

So many a time they have lent me a hand

to help me get out of grievance...

Imagine, there is so much kindness behind

this silence

and stillness.

    

Last trolley rolls round the greenery belt

and Moscow, like river, dies down...

the hammering blood in my temples I felt

calms down

calms down.

 

 

 

 

 

The Paper Soldier 

  

Once there lived a soldier-boy,

quite brave, one can't be braver,

but he was merely a toy

for he was made of paper.

    

He wished to alter everything,

and be the whole world's helper,

but he was puppet on a string,

a soldier made of paper.

    

He'd bravely go through fire and smoke,

he'd die for you. No vapour.

But he was just a laughing-stock,

a soldier made of paper.

    

You would mistrust him and deny

your secrets and your favour.

Why should you do it, really, why?

`cause he was made of paper.

    

He dreads the fire? Not at all!

One day he cut a caper

and died for nothing; after all,

he was a piece of paper.

 

 

 

 

Vertaald door Alec Vagapov

 

 

 

 

okudzhava
Bulat Okudzhava (9 mei 1924 – 12 juni 1997)

 

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en diplomaat Leopold Andrian werd op 9 mei 1875 in Berlijn geboren. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008.

 

Uit: Le Jardin de la connaissance (Der Garten der Erkenntnis, vertaald door Jean-Yves Masson)

 

Souvent, il était rempli d’ivresse par la sensation que Vienne lui réservait encore tant et tant de plaisirs, et par la pensée que le mystère qui était cause de leur charme se trouvait caché au fond de ces plaisirs. Cette pensée lui permettait aussi d’apaiser ce désir « d’autre chose » qui s’emparait de lui plus fortement et plus souvent qu’à Bozen ; car il avait maintenant à portée de la main tout ce qui pouvait lui offrir cette « autre chose » qu’il appelait autrefois de ses vœux : les bals de l’Opéra, et les salles du Sofienbad, et le cabaret Ronacher, et l’Orpheum, et le cirque, et les fiacres. Il disait : « autre chose », et en prononçant ces mots, il avait le sentiment que, quelque part, il ne savait dans quelle direction, s’étendait un monde où tout était à la fois interdit et secret, aussi grand que celui qu’il connaissait. C’étaient surtout les cochers qu’il regardait avec une excitation singulière, mêlée d’effroi. Un grand nombre d’entre eux ressemblaient étrangement à de jeunes messieurs ; mais que le contraste se dissimulât précisément au cœur de cette similitude devait avoir un rapport avec la nature de cette « autre chose » qu’il recherchait. L’un d’entre eux surtout lui plaisait, lorsque son fiacre traversait le Prater au printemps ; ses chevaux portaient des bouquets de violettes glissés dans leur harnais, et il était assis au-dessus d’eux, le buste légèrement incliné vers l’avant, tenant haut et largement écartées les rênes avec ses bras, dans une attitude pleine de recherche, roide comme une statue et pourtant étrangement vivant, comme une estampe pleine de grâce et quelque peu maniérée dans l’élégance maniérée de son cadre. »

 

 

 

 

Andrian
Leopold Andrian (9 mei 1875 – 19 november 1951)

 

 

 

 

 

De Roemeense dichter, schrijver en filosoof Lucian Blaga werd geboren op 9 mei 1895 in Lancrăm, bij Alba Iulia. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008.

 

 

MAY GIVES ITSELF WITH SWEET ABANDON

We shall remember once, too late,
This simple happening, so fine,
This very bench where we are seated,
Your burning temple next to mine.

From hazel stamens, cinders fall
White as the poplars that they land on,
Beginnings want to be fecund,
May gives itself with sweet abandon.

The pollen falls on both of us,
Small mountains made of golden ashes
It forms around us, and it falls
On our shoulders and our lashes.

It falls into our mouths when speaking,
On eyes, when we are mute with wonder
And there’s regret, but we don’t know
Why it would tear us both asunder.

We shall remember once, too late,
This simple happening, so fine,
This very bench where we are seated
Your burning temple next to mine.

In dreams, through longings, we can see—
All latent in the dust of gold
These forests that perhaps could be—
But that will never, ever, grow.

 

 

 

Vertaald door Cristina Hanganu-Bresch

 

 

 

 

Blaga
Lucian Blaga (9 mei 1895 – 6 mei 1961)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jan Drees werd geboren op 9 mei 1979 in Haan. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008.

 

Uit: Letzte Tage, jetzt

 

Später, um Viertel nach drei, duschten Nebil und ic hNachthitze aus unseren verliebt erwärmten Teeniekörpern, siriusgeleitet, während Sonnenwindfeuer, Elfen, Kobolde vor dem Bleiglas-Badfenster tanzten. Danach lagen wir  perlschaumweinsüchtig erschöpft, verschwitzt, im moskitonetzgefälschten
Himmelbett. Über uns funkelten angeklebte Plastiksterne mit Phosphorschimmer.
Inzwischen geht alles vorbei, im Junimond. Wenn Mond ist und keine Regenwolken  durch die kühlkalten Nächte ziehen und unsere Sternenbilder verhängen,wenn Schauer schon morgens auf das Giebeldach schlagen und Wasser durch die Holzdecke in unsere Zimmer tropft, von Ziegeln gewaschenen Ruß übereilig aufgestellte Suppenterrinen, Putzeimer, Bonbonnieren spült.
Wir verleben (abschließend) Tage, die wie ein Schlüssellochbild an uns vorüber nebeln. João Gilberto singt "The Girl from Ipanema". Während sporadischer Off-Theater-Besuche wird deutlich, daß ein zeitgeistiges  Bühnenkreischen ehe rEdvard-Munch-Pop sein will (im Gegensatz zu  klassischen Pornographiefilmschreien). - Wenn wir uns streiten, werde ich Großstadt-Actrice und imitiere moderne René-Pollesch-Szenen.“

 

 

 

 

jandrees
Jan Drees (Haan, 9 mei 1979)

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Mona Van Duyn werd geboren op 9 mei 1921 in Waterloo, Iowa. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008.

 

 

The Gentle Snorer

When summer came, we locked up our lives and fled
to the woods in Maine, and pulled up over our heads
a comforter filled with batts of piney dark,
tied with crickets' chirretings and the bork
of frogs; we hid in a sleep of strangeness from
the human humdrum.

A pleasant noise the unordered world makes wove
around us. Burrowed, we heard the scud of waves,
wrack of bending branch, or plop of a fish
on his heavy home; the little beasts rummaged the brush.
We dimmed to silence, slipped from the angry pull
of wishes and will.

And then we had a three-week cabin guest
who snored; he broke the wilderness of our rest.
As all night long he sipped the succulent air,
that rhythm we shared made visible to the ear
a rich refreshment of the blood. We fed in
unison with him.

A sound we dreamed and woke to, over the snuff
of wind, not loud enough to scare off the roof
the early morning chipmunks. Under our skins
we heard, as after disease, the bright, thin
tick of our time. Sleeping, he mentioned death
and celebrated breath.

He went back home. The water flapped the shore.
A thousand bugs drilled at the darkness. Over
the lake a loon howled. Nothing spoke up for us,
salvagers always of what we have always lost;
and we thought what the night needed was more of man,
he left us so partisan.

 

 

 

 

 

VanDuyn
Mona Van Duyn (Waterloo, 9 mei 1921)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Pitigrilli (pseudoniem voor Dino Serge) werd geboren te Turijn op 9 mei 1893. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007.

 

Uit: Kokain (Vertaald door Maria Gagliardi)

 

Von der Knabenzeit an haben sie mir Benehmen beigebracht. Benehmen ist nichts anderes als lügen. So tun als wüssten wir von einer Sache nichts, weil es einem andern peinlich wäre, wenn wir etwas darüber wüssten; einer Person zulächeln, der wir am liebsten ins Gesicht spucken möchten; danke sagen, wenn wir 'hol dich der Henker' sagen möchten. Ein paar Jahre später habe ich mich gegen die Erziehung aufgelehnt und habe die Flagge der Aufrichtigkeit gehisst. Wieder später habe ich erkannt, dass die Aufrichtigkeit mir nur zum Schaden gereichte. Und so bin ich wieder zum Lügen zurückgekehrt."

 

 

 

pitigrilli
Pitigrilli (9 mei 1893 – 8 mei 1975)

 

 

 

 

 

De Egyptische schrijver Gamal al-Ghitani werd geboren op 9 mei 1945 in Guhaina, maar groeide op in Caïro. Na zijn opleiding tot tapijtontwerper werkte hij als zodanig. Vanaf 1968 begon hij een loopbaan als journalist. Sindsdien publiceerde hij ook talrijke verhalen en romans. Ook was hij chef van de kunstredactie bij het dagblad al-Achbar. In zijn werk bekritiseert hij de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen in Egypte sinds de opening naar het westen.

 

 

Uit: Das Buch der Schicksale (Vertaald door Doris Kilias)

 

"Er und in einem Hotel arbeiten? Hätte man ihm diese Frage als Student gestellt, wäre ein verächtlicher Blick die Antwort gewesen. Er war Jahrgang 1956, und als während der Sueskrise die Dreieraggression auf die Stadt Port Said stattfand, die in jener, nunmehr in Vergessenheit geratenen Zeit die 'Ewige' oder 'Standhafte' genannt wurde, da ruhte er, unser junger Mann, noch drei Wochen im Mutterleib, bevor er ins Leben eintreten durfte. Seine Mutter konnte sich noch gut an diese Zeit erinnern. Ihr Mann verbrachte aufgrund des Ausnahmezustands die Nächte im Büro, und so war sie allein mit dem Glück, das Kind zu spüren. Es drehte und streckte sich, gerade so, als strebte es danach, vorzeitig das Licht der Welt zu erblicken. In jenen Nächten, in denen Ausgangssperre verhängt worden war, saß sie aufrecht im Bett, den Rücken an ein Kissen gelehnt, und fragte sich, was es wohl werden würde: ein Junge oder ein Mädchen?" ...”

 

 

 

gamal_alghitani
Gamal al-Ghitani (Guhaina, 9 mei 1945)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 mei 2007.

 

De Engelse schrijver Richard Adams werd geboren in Newbury op 9 mei 1920.

 

De Schotse schrijver James Barrie werd op 9 mei 1860 in Kirriemuir nabij Dundee geboren.