22-04-17

Giorgio Fontana, Jan de Hartog, Björn Kern, Vladimir Nabokov, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes, Thommie Bayer, Madame de Staël

 

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Het geweten van Roberto Doni (Vertaald door Philip Supèr)

‘Dat heb ik altijd wel gedaan, ja, hard werken.’
‘Ja, maar je gaat nog steeds door, je zakt niet in. Begrijp je wat ik bedoel?’
Doni schudde heel kort zijn hoofd.
‘Binnenkort geven ze je natuurlijk een mooi parketje ergens in de provincie, en dan kun je je gemak ervan nemen,’
ging Salvatori verder. ‘Ja toch?’
‘Dat hoop ik wel, inderdaad. Ik zou naar Varese gaan, maar uiteindelijk hebben ze de voorkeur gegeven aan Riccardi.’ Doni sneed het laatste stukje tong in twee gelijke delen. ‘Die is jonger en slimmer dan ik, schijnt het.’
‘En hij ligt wat beter bij bepaalde mensen.’
‘En hij ligt wat beter bij bepaalde mensen.’
‘Maar dat ga je nu dan toch goedmaken? Pavia, Piacenza... Of misschien meer naar het noorden, Como... Jezus, hoe heten al die plaatsen daar ook allemaal weer?’
‘Geen idee. Como? Lecco?’
‘Ja, precies, zo’n soort stad.’
‘We zullen zien.’
‘Je hebt het hier wel gehad, toch?’
Doni haalde zijn schouders op en nam een slokje water.
Het meisje van de bediening bracht de rekening.
‘Ikzelf heb er anders méér dan genoeg van,’ zei Salvatori.
‘Ik walg van Milaan. Ik werk hier vier jaar en ik kan er nu al niet meer tegen. Het is toch ook niet te doen? Ja, ik weet het, je moet proberen je erdoorheen te slaan. Maar dat is nou juist het probleem. Milaan is een stad die je alleen maar doorkruist. Ik begrijp er nog steeds niks van hier, en ik kén hier vooral ook niks. Ik zie alleen maar de onderkant van deze helse stad. Ik woon in Piola, daar neem ik de groene metrolijn, ik stap over op de rode en stap uit op San Babila.”

 

 
Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

Lees meer...

22-04-16

Giorgio Fontana, Jan de Hartog, Björn Kern, Vladimir Nabokov, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes, Thommie Bayer

 

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Het geweten van Roberto Doni (Vertaald door Philip Supèr)

“De weinige vrienden die hij nog had, zijn zwager in het bijzonder, benijdden Doni om de locatie van zijn Paleis. Het mocht dan een ruimtevijandig ding zijn, wat dan ook, maar het bevond zich wel mooi op een steenworp van de dom. Vandaar dat iedereen dacht dat hij lunchte in kleine, verfijnde brasserietjes in Franse stijl, of in deftige grand cafés uit de jaren twintig – risotto met saffraan, biefstuk, en dan een kopje koffie aan de bar, met je sjaal om de kraag van je jas geslagen.
In werkelijkheid aten Doni en zijn collega’s bijna uitsluitend broodjes. Velen van hen hadden een volwaardige aversie tegen dat hele lunchritueel ontwikkeld, en sommigen koersten meteen af op een aperitiefje, of op de avondmaaltijd, en haalden dan alles in.
Maar met Salvatori lag het anders. Het was de moeite waard om een uurtje op te offeren voor hem, omdat hij zowel ordinair als wanhopig was. Allebei eigenschappen waaraan Doni een hekel had, maar die verenigd in een dikzak uit Zuid-Italië van midden veertig en met de nodige zelfspot, een vermakelijk mengsel vormden.
Ze gingen naar een restaurant in de Via Corridoni. Doni bestelde zeetong à la meunière en wilde daarbij een ambachtelijk gebrouwen biertje proberen. De hele maaltijd lang voerden ze het bekende toneelstukje op waarin Salvatori het hoogste woord voerde en Doni de rol had van de acteur met teksten in telegramstijl.
‘Jij hebt niet echt te klagen, hè,’ zei Salvatori.
‘Nou, ik ben anders behoorlijk oud aan het worden.’
‘Ja, dat wel. Maar je zit er toch maar mooi, bij het ressortsparket.’
‘O, daar kom jij ook nog wel ’s. Gewoon geduld hebben.’
‘Maar jij bent een echte bikkel. Je werkt keihard, dat weet iedereen.’

 

 
Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

Lees meer...

22-04-15

Giorgio Fontana, Jan de Hartog, Vladimir Nabokov, Björn Kern, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes

 

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Het geweten van Roberto Doni (Vertaald door Philip Supèr)

“De bouten. Daarmee was het allemaal begonnen. Elke dag, als hij op het werk kwam, naar buiten liep om te lunchen of weer naar huis ging, bleef Doni even staan om ze te bekijken.
Van een afstand leken het gewoon slijtplekken, of vlekjes die altijd al in de tegels hadden gezeten, maar het waren bouten, grote metalen bouten, die het marmer op zijn plaats moesten houden. Het oorspronkelijk aangebrachte cement was namelijk aan het loslaten, waardoor het hele gebouw gevaar liep.
Die dingen hadden natuurlijk iets van een morele boodschap. Het huis van het Recht dat zich moet voegen naar de hogere wetten van de materie. Maar Doni zag er niets anders in dan de idiotie van de mensen, en misschien een vage waarschuwing: nooit bouwen op zand.
Op de dag dat zij hem schreef, bedacht Doni dat het Paleis van Justitie dat lot had moeten ondergaan omdat het de omringende ruimte van zich af stootte. Het was ermee in gevecht, het was niet in staat er deel van uit te maken, zoals het dat trouwens ook niet zou kunnen in een willekeurige andere wijk van de stad. En het kon niet alleen maar een kwestie zijn van bouten en scheuren en lelijkheid. Net zo min als de architectuur uit de tijd van het fascisme of de overwinning van de breedte op de hoogte voldoende waren om het Paleis te vonnissen. Nee, het Paleis had één bepaalde, unieke eigenschap.
Het was iets wat te maken had met ballingschap, een moeilijk te vatten gevoel.
Als hij daar binnen was, voelde Doni zich verbannen uit de rest van de stad, uit het land, uit de wereld. De kracht van honderden bouten moest hem overeind houden, zand gebouwd op zand.
Op de dag dat zij hem schreef, bestond Doni’s lunch niet uit de gebruikelijke mueslireep, maar at hij samen met Salvatori, een officier van justitie, in een restaurant. Dat was niet de gewoonte. Als magistraten hadden ze altijd haast, hoogstens kwamen ze wel eens in een of andere vreselijke selfservice in de buurt.”

 

 
Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

Lees meer...

22-04-14

100 Jaar Jan de Hartog, Vladimir Nabokov, Björn Kern, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes, Madame de Staël

 

100 Jaar Jan de Hartog

De Nederlandse schrijver Jan de Hartog werd geboren in Haarlem op 22 april 1914. Dat is vandaag precies 100 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Jan de Hartog op dit blog.

Uit: Hollands Glorie

“Eén en twintig December komt hij voor mijnheer van Munster met vuurrode oren en een grijnslach die zijn lippen laat beven, ook al bijt hij er op dat het bloedt; hij krijgt een pluim en loopt in het portaal een parapluiestander omver, gelukkig maar, want dat is beter dan onder de paardentram, al vloekt de boekhouder zó, dat zelfs een zeeman van twee en twintig jaar, die op zijn eentje een heel schip gered heeft, ervan verbleken moet.
Eén en dertig December drinkt hij een ijskoud biertje in de pronkkamer van Dijkmans, den sluiswachter, onder de ijskoude oogjes van moeder Dijkmans, die hij die nacht dreigend boven zijn bed zal zien zweven, met in iedere hand een hoedenspeld; hij schaamt zich, omdat hij steeds boertjes moet laten door de neus en hij heeft het ellendig vermoeden dat zijn kruinharen tòch overeind staan, ondanks al dat vet. Om twaalf uur morst hij, bij het klinken, met rode wijn op iets wits en is zo verschrikt en verward door het onheil, dat het niet eens tot hem doordringt, dat hij Nellie's hand niet vast heeft kunnen houden bij het loeien van de stoomfluiten en het beieren van de klokken, en daar was het toch om begonnen geweest.
Op vijftien April krijgt hij zijn tweede rapport en gaat 's avonds dansen; maar hij kan niet aan de driekwartsmaat denken, want zijn hoofd zit vol kruispeilingen en logarithmen, hij kan de naam ‘Ko!’ niet horen roepen, of hij denkt aan cosinus en zelfs Nellie's hand in de zijne vergeet hij, omdat hij de variatie van het kompas tracht te berekenen voor het jaar negentienhonderd vijf en vijftig, terwijl zij, naast hem, over meubels en gordijntjes babbelt voor het jaar negentienhonderd en acht. Hij komt eerst weer bij, wanneer hij in de wind en de duisternis staat, met de warmte van haar mond dicht bij de zijne, en dan zinkt hij in een andere droom, verward, verschrikkelijk, verrukkelijk, met een werveling van gedachten, die geen gedachten zijn, en een wankel makende kracht, die uit de grond in zijn benen omhoogschiet; tot mannen in de omtrek lachen en iets roepen, dat zijn vuisten wakker maakt, hij wil vechten maar dan moet hij Nellie loslaten en dan valt ze zeker.”

 

 
Jan de Hartog (22 april 1914 – 22 september 2002)

Lees meer...

22-04-13

Vladimir Nabokov, Jan de Hartog, Björn Kern, Chetan Bhagat, Peter Weber, Gert W. Knop, Madame de Staël

 

De Rüssisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Vladimirovic Nabokov werd geboren in St. Petersbürg, op 22 april 1899. Zie ook alle tags voor Vladimir Nabokov op dit blog.

 

Üit: Lolita

 

“I attended an English day school a few miles from home, and there I played rackets and fives, and got excellent marks, and was on perfect terms with schoolmates and teachers alike. The only definite sexual events that I can remember as having occurred before my thirteenth birthday (that is, before I first saw my little Annabel) were: a solemn, decorous and purely theoretical talk about pubertal surprises in the rose garden of the school with an American kid, the son of a then celebrated motion-picture actress whom he seldom saw in the three-dimensional world; and some interesting reactions on the part of my organism to certain photographs, pearl and umbra, with infinitely soft partings, in Pichon's sumptuous La Beauté Humaine that I had filched from under a mountain of marble-bound Graphics in the hotel library. Later, in his delightful debonair manner, my father gave me all the information he thought I needed about sex; this was just before sending me, in the autumn of 1923, to a lycée in Lyon (where we were to spend three winters); but alas, in the summer of that year, he was touring Italy with Mme. de R. and her daughter, and I had nobody to complain to, nobody to consult.

Annabel was, like the writer, of mixed parentage: half-English, half-Dutch, in her case. I remember her features far less distinctly today than I did a few years ago, before I knew Lolita. There are two kinds of visual memory: one when you skillfully recreate an image in the laboratory of your mind, with your eyes open (and then I see Annabel in such general terms as: "honey-colored skin," "thin arms," "brown bobbed hair," "long lashes," "big bright mouth"); and the other when you instantly evoke, with shut eyes, on the dark innerside of your eyelids, the objective, absolutely optical replica of a beloved face, a little ghost in natural colors (and this is how I see Lolita).”

 

 

 

Vladimir Nabokov (22 april 1899 - 2 jüli 1977)

Standbeeld in Montreux

Lees meer...

22-04-12

Vladimir Nabokov, Jan de Hartog, Björn Kern, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes

 

De Rüssisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Vladimirovic Nabokov werd geboren in St. Petersbürg, op 22 april 1899. Zie ook alle tags voor Vladimir Nabokov op dit blog.

 

Üit: Lolita

 

“I was extremely fond of her, despite the rigidity--the fatal rigidity--of some of her rules. Perhaps she wanted to make of me, in the fullness of time, a better widower than my father. Aunt Sybil had pink-rimmed azure eyes and a waxen complexion. She wrote poetry. She was poetically superstitious. She said she knew she would die soon after my sixteenth birthday, and did. Her husband, a great traveler in perfumes, spent most of his time in America, where eventually he founded a firm and acquired a bit of real estate.

I grew, a happy, healthy child in a bright world of illustrated books, clean sand, orange trees, friendly dogs, sea vistas and smiling faces. Around me the splendid Hotel Mirana revolved as a kind of private universe, a whitewashed cosmos within the blue greater one that blazed outside. From the aproned pot-scrubber to the flanneled potentate, everybody liked me, everybody petted me. Elderly American ladies leaning on their canes listed toward me like towers of Pisa. Ruined Russian princesses who could not pay my father, bought me expensive bonbons. He, mon cher petit papa, took me out boating and biking, taught me to swim and dive and water-ski, read to me Don Quixote and Les Misérables, and I adored and respected him and felt glad for him whenever I overheard the servants discuss his various lady-friends, beautiful and kind beings who made much of me and cooed and shed precious tears over my cheerful motherlessness.”

 

 


Vladimir Nabokov (22 april 1899 - 2 jüli 1977)

 

Lees meer...

22-04-11

A. Marja, Vladimir Nabokov, Jan de Hartog, Jos de Haes, Chetan Bhagat, Peter Weber

 

Bij Goede Vrijdag

 

 

 

 

Kruisiging, Lucas Cranach de Oude (1472-1553)

 

Neo-golgotiek

Dat kruis kun je elke dag
van me kado krijgen
maar de vent die eraan hing
hángt –

kijk al die vette
magere papen
die protestanten
joviaal uitgestreken
die dichters schilders
estetisch ontroerd
daarvan kakelend
in de doodsslaap die
ze leven noemen –

een nieuwe beeldenstorm
hoe zindelijk ook
is niet per se nodig
we kunnen er gelukkig
om lachen –

zwaai met een strop
een stengun
een gaskamerhandle
alles gaat nu eenmaal
vlugger tegenwoordig –

zie die vent hangen
zie met pascal
die mens in doodsstrijd
tot het einde der dagen –

we kunnen niet maffen
we kunnen niet kakelen
we kunnen er niet diepzinnig
over doen –

we moeten gewoon
opstaan
wat dood is dood laten
doen wat we kunnen –

god weet is het niet
voor eeuwig te laat.

   

  

A. Marja (8 maart 1917 – 10 janüari 1964)

Lees meer...

22-04-10

Toon Hermans, Vladimir Nabokov, Jan de Hartog, Jos de Haes, Chetan Bhagat, Peter Weber, Thommie Bayer


Herinnering aan Toon Hermans

 

Het is vandaag precies 10 jaar geleden dat de Nederlandse cabaretier, zanger, kunstschilder en dichter Toon Hermans is overleden. Veel van zijn kleine gedichten (door hem versjes genoemd) zitten in het collectief geheugen en staan op wandtegeltjes. Ter herinnering hier een minder bekend gedicht.

 

 

Verzinnen

 

Ik heb in de zomer bomen verzonnen

van goud met zilveren belletjes

en kronen op hun kruin met diamanten

die schitterden in de zon. 

 

In de winter heb ik prachtige paarden gemaakt

van vers gevallen sneeuw

en zij draafden over de bergtoppen

en dansten in het dal met wapperende sneeuwmanen

en zwierige staartguirlandes.

 

Ik heb in de herfst vuur aangestoken

in vlammend vermiljoen blad -

en zilveren regens joeg ik over het platteland -

en de zotte pijpenstelen

braken in goddelijke gruzelementen

en rolden door polders en winkelstraten

 

en in de lente heb ik licht opgericht

van het lichtblauw van kinderogen -

zó helder... zó nieuw -

dat iets zo nieuw kon zijn

heb ik nooit geweten

en tòch bleef de leegte...

omdat ik haar niet verzinnen kon.

 

 

 

 

Toon-Hermans
Toon Hermans (17 december 1916 - 22 april 2000)

 

 

 

 

De Russisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Vladimirovic Nabokov werd geboren in St. Petersburg, op 22 april 1899. Zie ook mijn blog van 22 april 2007 en ook mijn blog van 22 april 2008 en ook mijn blog van 22 april 2009.

 

Uit: Vintage Nabokov

 

“The Return Of Chorb

The Kellers left the opera house at a late hour. In that pacific German city, where the very air seemed a little lusterless and where a transverse row of ripples had kept shading gently the reflected cathedral for well over seven centuries, Wagner was a leisurely affair presented with relish so as to overgorge one with music. After the opera Keller took his wife to a smart nightclub renowned for its white wine. It was past one in the morning when their car, flippantly lit on the inside, sped through lifeless streets to deposit them at the iron wicket of their small but dignified private house. Keller, a thickset old German, closely resembling Oom Paul Kruger, was the first to step down on the sidewalk, across which the loopy shadows of leaves stirred in the streetlamp's gray glimmer. For an instant his starched shirtfront and the droplets of bugles trimming his wife's dress caught the light as she disengaged a stout leg and climbed out of the car in her turn. The maid met them in the vestibule and, still carried by the momentum of the news, told them in a frightened whisper about Chorb's having called. Frau Keller's chubby face, whose everlasting freshness somehow agreed with her Russian merchant-class parentage, quivered and reddened with agitation.

"He said she was ill?"

The maid whispered still faster. Keller stroked his gray brush of hair with his fat palm, and an old man's frown overcast his large, somewhat simian face, with its long upper lip and deep furrows.

"I simply refuse to wait till tomorrow," muttered Frau Keller, shaking her head as she gyrated heavily on one spot, trying to catch the end of the veil that covered her auburn wig. "We'll go there at once. Oh dear, oh dear! No wonder there's been no letters for quite a month."

Keller punched his gibus open and said in his precise, slightly guttural Russian: "The man is insane. How dare he, if she's ill, take her a second time to that vile hotel?"

 

 

 

Nabokov
Vladimir Nabokov (22 april 1899 -  2 juli 1977)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Jan de Hartog werd geboren in Haarlem op 22 april 1914. Zie ook mijn blog van 22 april 2007 en ook mijn blog van 22 april 2008 en ook mijn blog van 22 april 2009.

 

Uit: De oorlog van het lam

 

“Toen het Duitse leger Westerdam binnentrok, in mei 1940, stond een blond meisje van een jaar of zestien met een fiets onder de toeschouwers op de markt.

De legertros bestond uit tanks, transportvoertuigen en kanonnen; hij reed de markt op met een oorverdovend lawaai van ratelende rupsbanden en ronkende motoren. Een aantal toeschouwers wendde zich af en liep weg, sommige met tranen in de ogen, maar het meisje bleef kijken. De kudde stalen monsters stelde zich op voor het raadhuis. Het ronken van de motoren hield op, het getinkel van het carillon van de hervormde kerk werd hoorbaar. Toen hield het carillon ook op; de soldaten die uit de tanks en de transportvoertuigen te voorschijn waren gekomen stonden in het gelid voor hun machines. In een stilte die dieper werd door het zoeven van een vlucht duiven werd de Nederlandse driekleur op het raadhuis omlaag gehaald, en een rode vlag met een hakenkruis ervoor in de plaats gehesen.

Dat was het ogenblik waarop het blonde meisje haar fiets uitdagend langs de stramme soldaten duwde naar een bloemenverkoopster op de hoek van de markt. ‘Goeiemiddag,’ zei ze, luid. ‘Prachtige dag, hè?’

De oude vrouw op haar krukje achter de bloemen keek met betraande ogen naar het meisje op en zei: ‘Nee, juffrouw, 't is helemaal, geen prachtige dag.’ Zij snoot haar neus; achter de rug van het meisje bevestigden twee soldaten een bord aan een lantaarnpaal dat naar het raadhuis wees, met het opschrift kommandantur.”

 

 

 

DeHartog
Jan de Hartog (22 april 1914 – 22 september 2002)

Hier met Adriaan Viruly (r) in 1975

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en essayist Jos de Haes werd geboren in Leuven op 22 april 1920.  Zie ook mijn blog van 22 april 2007 en ook mijn blog van 22 april 2008 en ook mijn blog van 22 april 2009.

 

 

Schrijven

voor M.B.

 

 Bloed verdunnen, weefsels schiften,

 lijm bereiden uit de vis,

 door een stalen wanne ziften

 korreling van dode driften,

 't spinselvocht der ergernis

 stolt erover tot vernis.

 In die glaslaag over asse

 dat de vingernagel krasse,

 dat hij als een sprinkhaan kriepe,

 doende alsof een vogel zong.

 Dat de boosheid zich verdiepe:

 schrijven met des vogels tong.

 

 

 

 

Delphi 

 

I

 Navel der aarde Gods. Wij zitten

 en horen sperwers water drinken.

 Dat is alsof metalen klinken

 en smelten in een blauwe hitte.

 

 Een slang, een goddelijke schaamte,

 schuift over schilferende muren,

 of ligt te blijven en te duren

 bij kleibaksels en geraamten.

 

 De droge tepels der kamille

 verpulveren tussen onze lippen.

 Het laatst zal ons de smaak ontglippen

 uit de verzadigde papillen.

 

 En dan, uw linker in mijn rechter,

 twee laatste stofveredelingen,

 zijn wij zelf eetbare dingen

 in Gods vuurvaste trechter.

 

 

 

 

DeHaes
Jos de Haes (22 april 1920 – 1 maart 1974)

 

 

 

 

De Indiase schrijver Chetan Bhagat werd geboren op 22 april 1974 in New Dehli. Zie ook mijn blog van 22 april 2009.

 

Uit: Two States

 

“Why am I referred here? I don’t have a problem,” I said.
She didn’t react. Just gestured that I remove my shoes and take the couch. She had an office like any other doctor’s, minus the smells and cold, dangerous instruments.
She waited for me to talk more. I hesitated and spoke again.
“I’m sure people come here with big, insurmountable problems. Girlfriends dump their boyfriends everyday. Hardly the reason to see a shrink, right? What am I, a psycho?”
“No, I am the psycho. Psychotherapist to be precise. If you don’t mind, I prefer that to shrink,” she said.
”Sorry,” I said.
“It’s OK,” she said and reclined on her chair. No more than thirty, she seemed young for a shrink, sorry, psychotherapist. Certificates from top US universities adorned the walls like tiger heads in a hunter’s home. Yes, another South Indian had conquered the world of academics. Dr. Neeta Iyer, Valedictorian, Vassar College.
“I charge five hundred rupees per hour,” she said. “Stare at the walls or talk. I’m cool either way.”
I had spent twelve minutes, or a hundred bucks, without getting anywhere. I wondered if she would accept a partial payment and let me leave.”

 

 

 

Chetan Bhagat
Chetan Bhagat (New Dehli, 22 april 1974)

 

 

 

 

De Zwitstserse schrijver en musicus Peter Weber werd geboren op 22 april 1968 in Wattwil / Toggenburg. Zie ook mijn blog van 22 april 2009.

 

Uit: Der Wettermacher

 

"Ich blieb allein im Tal zurück, schlug mich in die Wälder. Ich verfiel der unsäglichen Churfirstensucht, bald hielt ich es keine fünf Minuten mehr aus, ohne die Churfirsten vor Augen zu haben. Der Blick talaufwärts, meine Lieben, ist der einzigmögliche Blick im Lande Toggenburg. Ich betete die Churfirsten an, stieg himmelwärts, errichtete Kalktempel, Kalkaltare, siedelte mich am Fusse des Frümsels und des Brisis an, bewegte mich nur noch auf Magerwiesen, wohnte in Höhlen, ernährte mich von Datteln, Kokosnüssen, Sauerampfern und Beeren, die auf den alpinen Urwiesen massenhaft gediehen, schlief zwischen Kühen und Kamelen, war Bindeglied zwischen jener Welt unterhalb der Nebel- oder Schamwaldgrenze, in der du gespurt hattest, und jener unsäglichen Welt darüber, in der ich barfuss gehen konnte. Mein Vater kommt aus Unterwasser, mein Bruder tauchte unter, meine Mutter kommt aus Berlin."

 

 

 

PeterWeber

Peter Weber (Wattwil, 22 april 1968)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, musicus en schilder Thommie Bayer werd geboren op 22 april 1953 in Esslingen am Neckar. Zie ook ook mijn blog van 22 april 2009.

 

Uit: Fallers große Liebe

 

„Als ich am Morgen den Laden aufschloss, fühlte ich mich wie nach einer langen Reise, aber es war nur eine kurze Nacht, die hinter mir lag. Mich empfing der liebenswürdige Mief gebrauchter Bücher,

die stolz, geknickt oder gleichgültig auf ein zweites Leben warteten. Die wollten was von mir. Ich sollte für sie da sein. Mir war ein wenig übel und schwindlig, aber das würde sich geben. Ich musste dazu nur die Brille absetzen, das unterwegs gekaufte Sandwich essen und ein bisschen Luft hereinlassen.

Es gibt Tage, da sollte man nicht vor die Tür gehen, nicht mit der S-Bahn fahren, sich nicht vom eigenen Spiegelbild in Schaufenstern erwischen lassen und vor allem nicht mit einer neuen Brille experimentieren: Nieselregen verwandelt das Sommerjackett in einen Lappen, mürrische Lehrlinge mit blondierten Haarspitzen drängen einem unschöne Musik auf, die blechern aus ihren Handys gellt, sondern grelle Gerüche ab und glotzen wie Fische durchs Glas des Aquariums unverständig in die ihnen offenbar rätselhafte Welt; im Fenster der Dessous-Boutique sah ich aus wie ein nur zufällig noch nicht ergrauter Sechzigjähriger, und das auch noch verzerrt, weil mein Gehirn noch nicht mit den stärkeren Brillengläsern zurechtkam, an die ich mich erst noch gewöhnen musste.

Mit der S-Bahn war ich gefahren, weil ich nicht zu Hause übernachtet hatte, sondern bei einer Frau, mit der mich wohl nicht mehr verband als der Wille, sich einander schönzureden, um dem Abend unter allen Umständen ein Quantum an Zärtlichkeit abzutrotzen – sie wohnte auf dem Land, und ich musste zur Arbeit in die Stadt. Ich war nicht sechzig, sondern vierunddreißig und nicht mehr weit entfernt von der Erkenntnis, dass ich ohne höhere Berufung oder verborgene Größe durchs Leben ging, dem Eingeständnis, dass ich nichts Besonderes war, trotz meines leidlichen IQ und umgänglichen Wesens, ich war nur, was die meisten sind: irgendwie am Leben, ohne Hunger, ohne Not und ohne Ziel. Aber noch war es nicht so weit, noch hielt ich mich für ein Unikat, nur eben eines mit nicht allzu viel Fortüne.“

 

 

 

ThommieBayer
Thommie Bayer (Esslingen am Neckar, 22 april 1953)

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e april ook mijn vorige blog van vandaag.

22-04-09

Vladimir Nabokov, Jan de Hartog, Jos de Haes, Chetan Bhagat, Peter Weber, Thommie Bayer, Ana María Shua, Louise Glück, Michael Schulte, Cabrera Infante, Ludwig Renn, James Philip Bailey, Robert Choquette, Madame de Staël, Henry Fielding


De Russisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Vladimirovic Nabokov werd geboren in St. Petersburg, op 22 april 1899. Zie ook mijn blog van 22 april 2007 en ook mijn blog van 22 april 2008.

 

Uit: Speak Memory

 

“The cradle rocks above an abyss, and common sense tells us that our existence is but a brief crack of light between two eternities of darkness. Although the two are identical twins, man, as a rule, views the prenatal abyss with more calm than the one he is heading for (at some forty-five hundred heartbeats an hour). I know, however, of a young chronophobiac who experienced something like panic when looking for the first time at homemade movies that had been taken a few weeks before his birth. He saw a world that was practically unchanged—the same house, the same people—and then realized that he did not exist there at all and that nobody mourned his absence. He caught a glimpse of his mother waving from an upstairs, and that unfamiliar gesture disturbed him, as if it were some mysterious farewell. But what  particularly frightened him was the sight of a brand-new baby carriage standing there on the porch, with the smug, encroaching air of a coffin; even that was empty, as if, in the reverse course of events, his very bones had  disintegrated.

Such fancies are not foreign to young lives. Or, to put it otherwise, first and last things often tend to have an adolscent note—unless, possible, they are directed by some venerable and rigid religion. Nature expects a full-grown man to accept the two black voids, fore and aft, as solidly as he accepts the extraordinary visions in between. Imagination, the supreme delight of the immortal and the immature, should be limited. In order to enjoy life, we should not enjoy it too much.

I rebel against this state of affairs. I feel the urge to take my rebellion outside and picket nature. Over and over again, my mind has made colossal efforts to distinguish the faintest of personal glimmers in the impersonal darkness on both sides of my life. That this darkness is caused merely by the walls of time separating me and my bruised fists from the free world of timelessness is a belief I gladly share with the most gaudily painted savage. I have journeyed back in thought—with thought hopelessly tapering off as I went—to remote regions where I groped for some secret outlet only to discover that the prison of time is spherical and without exists.”

 

 

 

 

WladimirNabokov
Vladimir Nabokov (22 april 1899 -  2 juli 1977)

Standbeeld in Montreux

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Jan de Hartog werd geboren in Haarlem op 22 april 1914. Zie ook mijn blog van 22 april 2007 en ook mijn blog van 22 april 2008.

 

Uit: De kinderen van het licht

 

“De eersten die de ruiters het drijfzand van Morecambe Bay zagen oversteken waren Harry Martin en Bonifacius Baker, staljongens van Swarthmoor Hall. Het was de eerste echt warme dag na Sinte Margriet; de rijknechts, de tuinlieden, zelfs sinjeur Woodhouse, de huismeester, waren na het middagmaal naar bed gegaan om een dutje te doen, allemaal zo loom van de ongewone hitte dat niemand eraan gedacht had de jongens een karweitje op te dragen. Ze hadden van de gelegenheid geprofiteerd door op hun kouse-voeten naar buiten te sluipen, klompschoenen in de hand, en snel en geluidloos langs de muren van de binnenplaats te rennen, langs de duiven die in de schaduw opeengedromd zaten, te doezelig om op te fladderen of zelfs maar te koeren. Ze riskeerden de roede, afgezien van de straf die hen voor spijbelen zou worden opgelegd, toen zij dwars door de verboden rozentuin met de weelderige bloembedden van mevrouw Fell de boomgaard inholden, waar ze als jonge honden met grote sprongen door het tot de heupen reikende, met johannesbloemen bezaaide gras naar het hoge booghek van de ingangspoort snelden en naar buiten, de verlaten, woeste heide op.

Ze gingen naar meikevers zoeken, waar het in juni van wemelde en die een hoop geld waard waren als je ze had afgericht om wagentjes te trekken of tredmolentjes aan het draaien te brengen; ze vormden een van de attracties van iedere dorpsjaarmarkt. De jongens dartelden over de heide, zonder iets te merken van de zich snel opstapelende donderwolken die van de bergen in het noorden kwamen aandrijven. Er waren volop meikevers te zien, die met snorrende vleugeltjes van bremstruik naar bremstruik fladderden, maar zo vroeg in het jaar waren ze nog te kwiek om zich te laten vangen. Dus begonnen de jongens naar vogelnestjes te zoeken, vooral die van de heidehupper, want als je de kuikentjes eruit haalde en een paar weken met kleine insekten voedde en ze dan met een roodgloeiende naald blind maakte, gingen ze zingen en dan kon je ze op de markt verkopen.“

 

 

 

 

Jan_de_Hartog
Jan de Hartog (22 april 1914 – 22 september 2002)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en essayist Jos de Haes werd geboren in Leuven op 22 april 1920.  Zie ook mijn blog van 22 april 2007 en ook mijn blog van 22 april 2008.

 

 

Elyseum

Hier vloeien aarde en hemel samen
in 't smelten der verblinde zon.

Hier bij de sprankelende bron
gaf God de dingen namen.

Hier is de sappenstroom, hier is het bloed
der aarde en geurt de lucht zoo zoet.

Maar wiegend in een smalle boot
vaart wit en peinzende de dood.

 

 

 

 

La noue

I

 

Nabij kuitetende neusvis en barbeel

ligt zij op slib van de rivier,

de handen in water en bloeiend wier.

 

Zijzelf iets tussen slijmvis en plateel,

een dun en ademend ovaal

van verend vlees in een verlicht foedraal.

 

De losgeraakte geur van geiteblad

opent haar dieper dan mijn woord vermag

terwijl ik haar van bloem en twijg gerief.

 

Ik zeg haar wel hoe op een ochtend ik hier zat

en voor mijn neus een rosse muishond zag,

maar niet dat op zo'n uur mijn moeder stierf.

 

 

 

 

 

DeHaes
Jos de Haes (22 april 1920 – 1 maart 1974)

 

 

 

 

 

De Indiase schrijver Chetan Bhagat werd geboren op 22 april 1974 in New Dehli. Bhagat werkt voor een grote bank. Van zijn hand verscheen het boek One Night @ The Call Center dat inmiddels verfilmd is in Bollywood, met louter sterren in de hoofdrol.  Na 11 jaar in Hong Kong gewoond te hebben, verhuisde Bhagat naar Mumbai. Daar woont hij nu sinds 2008, waar hij werk heeft gevonden bij een investeringsmaatschappij. Bhagat is getrouwd en vader van een tweeling.

 

Uit: One Night @ The Call Center

 

„The night train ride from Kanpur to Delhi was the most memorable journey of my life. For one, it gave me my second book. And two, it is not everyday you sit in an empty compartment and a young, pretty girl walks in.

Yes, you see it in the movies, you hear about it from friends' friends but it never happens to you. When I was younger, I used to check the reservation chart stuck outside a train bogie to see all the female passengers near my seat (F-17 to F-25 is what I'd look for most). Yet, it never happened. In most cases, I shared my compartment with talkative women, snoring men and wailing infants.

But this night was different. Firstly, my compartment was empty. The railways had just started this new summer train and nobody knew about it. Secondly, I was unable to sleep.

I had come to IIT Kanpur for a talk. Before leaving, I drank four cups of coffee in the canteen chatting with the students. Bad idea, given it was going to be boring to spend eight insomniac hours in an empty compartment. I had no magazines or books to read. I could hardly see anything out of the window in the darkness. I prepared myself for a silent and dull night. Of course, it was anything but that.

She walked in five minutes after the train had left the station. She opened the curtains of my enclosure and looked puzzled.

"Is coach A4, seat 63 here?” she said.

The yellow lightbulb in my compartment had a mood of its own. It flickered as I looked up to see her.

"Huh..,” I said as I saw her face. It was difficult to withdraw from the gaze of her eyes.

"Actually it is. My seat is right in front of you,” she said and heaved her heavy suitcase on the upper berth . She sat down on the lower berth opposite to me, and gave out a sigh of relief.“

 

 

 

 

chetan-n
Chetan Bhagat (New Dehli, 22 april 1974)

 

 

 

 

 

De Zwitstserse schrijver en musicus Peter Weber werd geboren op 22 april 1968 in Wattwil / Toggenburg. Na zijn schooltijd woonde hij in Zürich. Daar werkte hij aan verschillende projekten met musici uit verschillende genres samen. In 1993 verscheen zijn eerste roman Der Wettermacher. In 2008 ontving hij de Alemannischer Literaturpreis voor Die melodielosen Jahre.

 

Uit: Bahnhofsprosa

 

„Ich sitze in der Bahnhofshalle im üppig aufwachsenden Gerede, das zum Gebrabbel wird, die Decke entlang ufert. Wieder und wieder hatte ich festgestellt, daß es im Hauptbahnhof Orte gibt, an denen das Gerede aufwächst wie in der Sixtinischen Kapelle, wo es ein einmaliges Gerede gibt, zusammengesetzt aus Sprachen aller Welt. Laute der unterschiedlichsten Formung verbinden sich zu einem Brei, der Blasen treibt, steigt, als würde er hochgekocht werden von geheimem Feuer, bald an der Decke anschwappt, Wellen wirft, die zu Winden werden, die man Sprechwinde nennt. In diesen Sprechwinden, die stark variieren, bei hohem Anteil Deutschsprechender oder Englischsprechender zu Turbulenzen werden, bleibt einiges an Feuchtigkeit, teils des Atems, teils des Speichels wegen. Die Feuchtigkeit in den Sprechwinden ist Gift für die Farben der Fresken und wird ursächlich in Verbindung gebracht mit dem Gilb, der sich, von der Decke her, die Wände hinabgefressen hat. Sprechwinde sind dem Gilb günstige Nahrung, ja je mehr geredet wird in der Sixtinischen Kapelle, desto eifriger frißt er sich herab, als würde er sich nähren von den Staunlauten, den Steigerungsformen, den sich wiederholenden Ausrufen des Kaum-zu-Glaubens, die zur Decke geschickt werden. Das geheime Feuer, das dieses Gerede aufheizt, ist die freigewordene Hitze der Sprechladungen der Reisenden aus aller Welt, je größer die Worte, die ihnen aus größer werdenden Mündern kommen, desto heftiger werden die Sprechwinde, und zu immer gröberen Verallgemeinerungen lassen sich die Menschen aus aller Welt hinreißen, nur Großes, Wichtiges, Bedeutsames hört man, die Hälse leeren sich, immer neues Sprechholz lagert sich ab, woraus sich das Feuer selbstredend speist. Benommene sitzen die Wände entlang auf den immervollen Bänken im Hall und starren in die Höhe, sie sind gefahren, geflogen, durch unzählige Säle und Gänge geeilt, vor ihren Augen beginnen sich die gemalten Figuren zu regen.“

 

 

 

WEBER
Peter Weber (Wattwil, 22 april 1968)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, musicus en schilder Thommie Bayer werd geboren op 22 april 1953 in Esslingen am Neckar. Van 1972 tot 1978 studeerde hij schilderkunst aan de Staatlichen Akademie der Bildenden Künste Stuttgart. Vanaf 1974 trad hij ook op als zanger. In 1979 had de Thommie Bayer Band met de song Der letzte Cowboy kommt aus Gütersloh het grootste succes. Na de scheiding van zijn eerste vrouw trok hij in de jaren tachtig naar Freiburg im Breisgau waar hij zich op het schrijven toelegde. Als zijn hoofdwerk wordt wel zijn roman uit 1991 Das Herz ist eine miese Gegend beschouwd. In 1992 ontving hij de 1992 de Thaddäus-Troll-Preis

 

Uit: Eine kurze Geschichte vom Glück

 

Der Anruf kam kurz nach elf. Ich hatte bis dahin schon sieben Zigaretten geraucht, trank eben den vierten Espresso und dachte darüber nach, ob ich ein Aspirin schlucken sollte. Falls mein Kopfweh von dem billigen Wein herrührte, den ich am Abend zuvor getrunken hatte, dann würde es auch so weggehen - aber wenn es am Wetter lag, der bleigrauen Wolkenwand, die sich von Westen, von Frankreich her, langsam näher schob, aber partout nicht ankommen wollte, dann nähme es zu und überschritte bald den Punkt, an dem keine Tablette mehr hilft. In diesem Fall musste ich rechtzeitig gegensteuern. Schmerzmittel sind Drogen, ich gehe sparsam damit um, weil ich nicht in Abhängigkeit geraten will. Nicht auch noch davon. Alkohol, Zigaretten und Kaffee, das ist genug. Laster braucht der Mensch, die unterscheiden ihn vom Roboter, aber man muss auch seine Grenzen kennen.

Ich konnte es nicht lassen, immer wieder Weine vom Discounter zu probieren, obwohl ich nur alle Schaltjahre mal einen anständigen fand - fast immer war es gefärbtes Wasser mit Fusel, Kirschsaft mit Bitterstoff oder anderer flüssiger Müll. Und ich trank diesen Müll, anstatt ihn wegzuschütten, weil ich so viel Soße nicht kochen konnte und der Überzeugung war, Wein sollte nur auf dem Umweg durch den menschlichen Körper in den Wasserkreislauf zurückgelangen. Immer nach solchen Selbstversuchseskapaden kehrte ich eine Zeit lang reumütig zu meinem Sechs-Euro-Cabernet aus dem Bioladen zurück, bis mich wieder die Sparwut juckte und ich dachte, die Regale sind voll, da muss doch einer trinkbar sein.“

 

 

 

 

TommyBayer
Thommie Bayer (Esslingen am Neckar, 22 april 1953)

 

 

 

 

 

De Argentijnse dichteres en schrijfster Ana María Shua werd geboren op 22 april 1951 in Buenos Aires. Haar eerste bundel El sol y yo publiceerde zij toen zij 16 jaar was. In Buenos Aires studeerde zij kunstgeschiedenis en literatuur. Tijdens de militaire dictatuur leefde zij in ballingschap in Frankrijk. Terug in Argentinië in 1980 publiceerde zij haar eerste roman Soy paciente. In 1984 verscheen La sueñera, een verzameling mini-verhaaltjes. Dit genre bleef zij de daaropvolgende jaren beoefenen.

 

Uit: Microfictions

 

 

Matches

 

Matches are nothing like ants. Their ways are flickery and nocturnal, hardly gregarious, and they refuse to be part of a collective society in which every member’s life is of little importance. Every time one lights up, it’s an individual per-sonality that goes out. They will only accept you if you’re willing to have your head explode in an instant that’s abso-lute, orgasmic, final, whose presumed ecstasy it’s impossi-ble to be sure of beforehand.

 

 

Flattery

 

This isn’t the work of a human being, says the gentleman in the frock coat, looking closely at the deep and bloody marks left buried in the flesh. Come on, what a flatterer, you’re exaggerating, I tell him, modest, my claws buried in my pockets.

 

 

 

Vertaald door Steven J. Stewart

 

 

 

anamshua
Ana María Shua (Buenos Aires, 22 april 1951)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. In 1961 deed ze haar eindexamen aan de George W. Hewlett High School, in Hewlett, New York. Daarna studeerde zij o.a. aan de Columbia University. Glück won de Pulitzer Prize for Poetry in 1993 voor The Wild Iris. Zij doceerde o.a. aan het Williams College in Williamstown en aan Yale University. In 2008 ontving zij de Wallace Stevens Award.

 

 

A Fantasy

  

I'll tell you something: every day

people are dying. And that's just the beginning.

Every day, in funeral homes, new widows are born,

new orphans. They sit with their hands folded,

trying to decide about this new life.

 

Then they're in the cemetery, some of them

for the first time. They're frightened of crying,

sometimes of not crying. Someone leans over,

tells them what to do next, which might mean

saying a few words, sometimes

throwing dirt in the open grave.

 

And after that, everyone goes back to the house,

which is suddenly full of visitors.

The widow sits on the couch, very stately,

so people line up to approach her,

sometimes take her hand, sometimes embrace her.

She finds something to say to everbody,

thanks them, thanks them for coming.

 

In her heart, she wants them to go away.

She wants to be back in the cemetery,

back in the sickroom, the hospital. She knows

it isn't possible. But it's her only hope,

the wish to move backward. And just a little,

not so far as the marriage, the first kiss.

 

 

 

 

Glueck
Louise Glück (New York, 22 april 1943)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Michael Schulte werd geboren op 22 april 1941 in München. In zijn jeugd verbleef hij een tijd in Damascus. Ook was hij een jaar lang als uitwisselingsstudent in de VS. Hij studeerde germanistiek, geschiedenis en filosofie in Göttingen en Frankfurt am Main. Hij brak die studies af en leefde toen als zelfstandig schrijver in Duitsland. In 1982 trok hij weer voor een jaar naar de VS (New York en Santa Fe). Na weer een tijd Duitsland vertrok hij begin jaren negentig opnieuw voor vier jaar Naar de VS.

 

Uit: Ich freu mich schon auf die Hölle

 

„Das Fach Turnen gab es nicht in der Schule, auf die ich schließlich geschickt wurde, die übrigens keine französische oder arabische war, wo ich noch mühelos ein oder zwei Fremdsprachen hätte erlernen können, sondern eine Zwergschule, die von einer österreichischen Volksschullehrerin, einer gewissen Frau Mariani, und ihrem bemerkenswert vertrottelten Schwiegervater Bobby, Nervenarzt seines Zeichens, eigens für die Kinder der in Damaskus lebenden Deutschen ins Leben gerufen worden war. Meinem Stiefvater war ein gutes Dutzend anderer Deutscher beigesellt, ehemalige Offiziere vorwiegend, die nicht mit der Ausbildung der Soldaten, sondern mit Verwaltungs- und Organisationsaufgaben befasst waren. Und all diese Offizierskinder trippelten Morgen für Morgen in das Institut der Wiener Pädagogin.

Frau Mariani unterrichtete Deutsch und Englisch. Nach zwei Jahren konnten wir folgenden Satz hersagen: 'A polite little boy always says: Good morning mother, good morning father.' Der Bobby, Haarbüschel in de nOhren, schiefe Absätze, den Hosenbund kurz unter den Brustwarzen, unterrichtete Rechnen und Erdkunde. Alle anderen Fächer waren entweder für die Zukunft vorgesehen oder Frau Mariani und ihrem Bobby unbekannt.“

 

 

 

muenchen_1
Michael Schulte (München, 22 april 1941)

München (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

 

De Cubaanse schrijver Guillermo Cabrera Infante werd geboren op 22 april 1929 in Gibara, Cuba. Als enthousiast cineast richtte hij in 1951 op Cuba de cinemateek op. In 1952 zat hij een tijd in de gevangenis omdat hij verhalen had gepubliceerd die het regime niet bevielen. Aanvankelijk was hij een aanhanger van Castro. Toen bleek dat hij tegen een verbod op boeken was zond Castro hem als cultureel attachée naar Brussel. In 1965 liepen de spanningen op en Cabrera Infante in ballingschap, eerst naar Madrid, later naar Londen. Zijn eerste roman Tres tristes tigres verscheen in 1967. In 1997 ontving hij de belangrijke Premio Cervantes.

 

Uit: View of Dawn in the Tropics (Vertaald door Suzanne Jill Levine)

 

„The comandante gave him a story to read. In it a man would go into the bathroom and spend hours locked inside it. The wife worried about what her husband was doing in the bathroom for such a long time. One day she decided to find out. She climbed out the window and walked along the narrow ledge that went around the house. She slid up to the bathroom window and looked in. What she saw stunned her: her husband was sitting on the toilet and had a revolver in his hand with the barrel in his mouth. From time to time he took the barrel of the gun out of his mouth to lick it slowly like a lollipop.

He read the story and gave it back to its author without further comment or perhaps with an offhand comment. What makes the story particularly moving is the fact that its author, the comandante, committed suicide seven years later by shooting himself in the head. So as not to wake his wife, he wrapped the gun in a towel.“

 

 

 

 

Infante
Guillermo Cabrera Infante (22 april 1929 – 21 februari 2005)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Ludwig Renn (eig. Arnold Friedrich Vieth von Golßenau) werd geboren op 22 april 1889 in Dresden. Tijdens WO I vocht hij aan het Westers front. Zijn ervaringen verwerkte hij in zijn roman Krieg uit 1928. Renn studeerde rechten, economie, kunstgeschiedenis en filosofie in Göttingen en München. Toen hij door de nazi’s werd aangevallen legde hij zijn adelijke titels neer, noemde hij zich naar de held van zijn roman en sloot hij zich bij de communisten aan. In 1936 ging hij naar Spanje waar hij aan de kant van de republikeinen streed als lid van de 11e Internationale Brigade. Na de nederlaag ging hij naar Mexico in ballingschap. In 1947 vestigde hij zich in de DDR.

 

Uit: Krieg

 

“Von meinen Leuten hatten zwei die Sohlen von den Schnürschuhen geschnitten und nach der Heimat geschickt, weil es dort kein Leder mehr gab. Ich meldete das Lamm. Er befahl eine Durchsicht des ganzen Schuhwerks. Bei den anderen Zügen, bei denen ältere Leute und mehr Familienväter waren als bei mir, fehlte noch viel mehr. ...

 

Besser sprach auch immer von dem unsinnigen Krieg, und man müsste einfach streiken und nicht mitmachen. Ich sagte einmal dem Hartenstein: "Weshalb verkehrst Du nur mit dem?" Hartenstein lachte: "Weil das der beste Mensch von der Welt ist. Der redet nur so, aber wenn´s drauf ankommt, da sollst Du mal sehen, wie der mitmacht!" Aber auch mir wurde der Krieg immer verdächtiger”.

 

 

 

Renn
Ludwig Renn (22 april 1889 – 21 juli 1979)

Joris Ivens, Ernest Hemingway en Ludwig Renn 1936 tijdens de Spaanse Burgeroorlog.

 

 

 

 

 

De Engelse dichter James Philip Bailey werd geboren op 22 april 1816 in Nottingham. Hij studeerde in Glasgow rechten en werd in 1840 advocaat. Hij besteedde zijn tijd echter hoofdzakelijk aan dichten en had succes met zijn 1839 uitgegeven „Festus“, een bewerking van de Faustsage, en met "The angel world" (1850).

 

 

We live in deeds . . .

 

WE live in deeds, not years; in thoughts, not breaths;

In feelings, not in figures on a dial.

We should count time by heart-throbs. He most lives

Who thinks most, feels the noblest, acts the best.

And he whose heart beats quickest lives the longest:

Lives in one hour more than in years do some

Whose fat blood sleeps as it slips along their veins.

Life's but a means unto an end; that end,

Beginning, mean, and end to all things -- God.

The dead have all the glory of the world.

 

 

 

 

bailey_philip
James Philip Bailey (22 april 1816 – 6 september 1902)

 

 

 

 

 

De Canadese dichter, schrijver en diplomaat Robert Choquette werd geboren op 22 april 1905 in Manchester, New Hampshire. Zijn familie verhuisde naar Montreal in 1914. In 1925 publiceerde hij de bundel À travers les vents, waar hij een jaar later de Prix David voor ontving. Deze prijs sleepte hij in 1932 opnieuw in de wacht, toen voor de bundel Metropolitan museum. In 1935 schreef hij zijn eerste radiofeuilleton Le Curé du village (1935-1938). In 1964 werd hij consul-generaal in Bordeaux. Van 1968 tot 1970 was hij ambassadeur voor Argentinië, Uruguay en Paraguay.

 

 

 

VIVRE ET CRÉER

 

Ah ! le mal de créer obsède ma jeunesse !

Je voudrais me refaire, afin d'être plus fort

Et meilleur et plus pur, et pour que je renaisse

Et que je vive encor lorsque je serai mort

 

Vivre ! baigner mon coeur dans l'aurore ineffable !

Chanter la mer profonde et les arbres épais

Jusqu'à ce que la voix de mon corps périssable

Invente un cri d'amour qui ne mourra jamais !

 

Vivre ! Vivre ! éclater les chaînons de la chaîne !

D'un grand coup d'aile atteindre au flamboiement de Dieu,

Y ravir l'étincelle et faire une oeuvre humaine

Qui soit presque divine et pareille au ciel bleu !

 

Oh ! l'infini du ciel m'étreint. Mon coeur avide

Tel l'éponge des mers se gonfle et se remplit.

Mais ma bouche qui s'ouvre est comme un antre vide

Où la morne impuissance habite et fait son lit;

 

Et ma langue se meut comme l'algue marine

Que retient par les pieds le rocher triomphant ;

Et quand mon coeur ému se heurte à ma poitrine

Ma langue balbutie un murmure d'enfant.

 

 

 

 

robert_choquette_1930
Robert Choquette (22 april 1905 – 22 januari 1991)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Madame de Staël werd in Parijs geboren op 22 april 1766. Zie ook mijn blog van 22 april 2007 en ook mijn blog van 22 april 2008.

 

Uit : Corinne ou l'Italie

 

« Corinne, à Lord Nelvil

Ce 15 décembre 1794

 

Je ne sais, mylord, si vous me trouverez trop de confiance en moi-même, ou si vous rendrez justice aux motifs qui peuvent excuser cette confiance. Hier je vous ai entendu dire que vous n’aviez point encore voyagé dans Rome, que vous ne connaissiez ni les chefs d’œuvres de nos beaux arts, ni les ruines antiques qui nous apprennent l’histoire par l’imagination et le sentiment ; et j’ai conçu l’idée d’oser me proposer pour guide dans ces courses à travers les siècles.

Sans doute Rome présenterait aisément un grand nombre de savants dont l’érudition profonde pourrait vous être bien plus utile ; mais si je puis réussir à vous faire aimer ce séjour, vers lequel je me suis toujours sentie si impérieusement attirée, vos propres études achèveront ce que mon imparfaite esquisse aura commencé.

Beaucoup d’étrangers viennent à Rome, comme ils iraient à Londres, comme ils iraient à Paris, pour chercher les distractions d’une grande ville ; et si l’on osait avouer qu’on s’est ennuyé à Rome, je crois que la plupart l’avoueraient ; mais il est également vrai qu’on peut y découvrir un charme dont on ne se lasse jamais. Me pardonnerez-vous, mylord, de souhaiter que ce charme vous soit connu ?

Sans doute il faut oublier ici tous les intérêts politiques du monde ; mais lorsque ces intérêts ne sont pas unis à des devoirs ou à des sentiments sacrés, ils refroidissent le cœur. Il faut aussi renoncer à ce qu’on appellerait ailleurs les plaisirs de la société ; mais ces plaisirs, presque toujours, flétrissent l’imagination. L’on jouit à Rome d’une existence tout à la fois solitaire et animée, qui développe librement en nous-mêmes tout ce que le ciel y a mis . Je le répète, mylord, pardonnez-moi cet amour pour ma patrie, qui me fait désirer de la faire aimer d’un homme tel que vous ; et ne jugez point avec la sévérité anglaise les témoignages de bienveillance qu’une italienne croit pouvoir donner, sans rien perdre à ses yeux, ni aux vôtres. »

 

 

 

 

staelGerard
Madame de Staël (22 april 1766 – Parijs, 14 juli 1817)

Portret door François Gérard

 

 

 

 

De Engelse schrijver Henry Fielding in Glastonbury op 22 april. Fielding bezocht de public school in Eton en studeerde klassieke talen in Leiden. Na zijn terugkeer begon hij te schrijven voor het theater. De blijspelen die hij produceerde (Tom Thumb, 1730 en Pasquin, 1736) waren satirisch van karakter. Hij zette zich in zijn werk af tegen de regering van Sir Robert Walpole. Toen, mede als gevolg hiervan, het Haymarket Theatre (waar Fieldings stukken werden opgevoerd) in 1737 werd gesloten, stopte hij met het schrijven voor het toneel. Hij hervatte zijn rechtenstudie en werd in 1740 advocaat en in 1748 vrederechter. Hij stopte echter niet met het schrijven van satirisch werk. Zijn Tragedy of Tragedies over het leven van Tom Thumb had als gedrukt toneelstuk veel succes. Ook publiceerde hij bijdragen in tijdschriften. Zijn doorbraak kwam er in 1741 met Shamela, een parodie op het melodramatische 'Pamela' van Samuel Richardson.  In 1743 trouwde hij met Charlotte Cradock en verscheen zijn eerste roman, The History of the Life of the Late Mr Jonathan Wild the Great, ook weer een satirisch werk over Robert Walpole. Fieldings bekendste werk is Tom Jones (1749), een schelmenroman over een vondeling die het ver weet te schoppen.

 

Uit: The History of Tom Jones, a Foundling

 

„THAT propense inclination which is for very wise purposes implanted in the one sex for the other, is not only necessary for the continuance of the human species; but is, at the same time, when governed and directed by virtue and religion, productive not only of corporeal delight, but of the most rational felicity.

But if once our carnal appetites are let loose, without those prudent and secure guides, there is no excess and disorder which they are not liable to commit, even while they pursue their natural satisfaction; and, which may seem still more strange, there is nothing monstrous and unnatural, which they are not capable of inventing, nothing so brutal and shocking which they have not actually committed.

Of these unnatural lusts, all ages and countries have afforded us too many instances; but none I think more surprising than what will be found in the history of Mrs. Mary, otherwise Mr. George Hamilton.“

 

 

 

 

fielding
Henry Fielding (22 april 1707 - 8 oktober 1754)