07-05-15

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Robert Browning, Peter Carey

 

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

Uit: Villa des Roses

“De „Villa des Roses”, waarin het echtpaar Brulot te eten gaf en kamers verhuurde, stond in de rue d’Armaillé, een straat van weinig aanzien in het overigens breed aangelegde „Quartier des Ternes”.
En zooals de straat was, zoo was ook het huis, dat slechts één enkele verdieping had, terwijl de buurt heinde en verre volgebouwd was met huizen van vijf en zes verdiepingen, welke aan weerszijden torenhoog boven de „Villa” uitstaken. Hierdoor deed het pension wel eenigszins aan een gewezen landhuis denken, belegerd en ingesloten door den stuwenden vloed der groote stad, doch voor de nadere omschrijving welke opgesloten lag in de toevoeging „des Roses” had nooit iemand een gangbare verklaring weten op te duiken. Wel was er een tuin aan het huis, wat in Parijs toch reeds een zeldzaamheid is, doch sedert mijnheer en mevrouw Brulot de woning betrokken hadden — en zij woonden er nual meer dan zestien jaar — was er geen zorgzame hand meer naar uitgestoken, zoodat alle rozen en andere bloemen reeds lang tot het verleden behoorden. Ook kwam er maar weinig zon, omdat de naburige huizen met hunne reusachtige schaduwen het gansche terrein der Villa bestreken. Alleen het gras had het onder die omstandigheden weten uit te houden, het gras dat weliger tiert naar gelang men er minder naar omkijkt en dat een vriend is van vergeten steenen en bouwvallen in wording.
In verband met den toestand zooals die nu eenmaal was, had madame Brulot spoedig besloten kippen te houden, waarvan er een dertigtal in het „park” der Villa rondscharrelden. En alsof Parijs niet bestond en de zon in hun rijk niet onderging, legden die beestjes daar waarachtig eieren, welke door mevrouw in de stad verkocht werden à 20 centimes per stuk. Voor het garnizoen der Villa kocht zij er dan Italiaansche voor de helft van dien prijs, legde die ’s morgens hier en daar in den tuin te vinden, waarna zij overdag in triomf naar de keuken werden gebracht. Werd er dan ook al eens geklaagd over vleeschschotels of koffie, omtrent de eieren waren alle dames en heeren het eens: de weerga ervan was kort en goed in de heele stad niet te vinden.”

 

 
Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

Lees meer...

07-02-15

Charles Dickens, Christine Angot, Peter Carey, Emma McLaughlin, A. den Doolaard, Gay Talese, Rhijnvis Feith

 

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

Uit:The Pickwick Papers

 „The first ray of light which illumines the gloom, and converts into a dazzling brilliancy that obscurity in which the earlier history of the public career of the immortal Pickwick would appear to be involved, is derived from the perusal of the following entry in the Transactions of the Pickwick Club, which the editor of these papers feels the highest pleasure in laying before his readers, as a proof of the careful attention, indefatigable assiduity, and nice discrimination, with which his search among the multifarious documents confided to him has been conducted.
'May 12, 1827. Joseph Smiggers, Esq., P.V.P.M.P.C. [Perpetual Vice-President--Member Pickwick Club], presiding. The following resolutions unanimously agreed to:-- 'That this Association has heard read, with feelings of unmingled satisfaction, and unqualified approval, the paper communicated by Samuel Pickwick, Esq., G.C.M.P.C. [General Chairman--Member Pickwick Club], entitled "Speculations on the Source of the Hampstead Ponds, with some Observations on the Theory of Tittlebats;" and that this Association does hereby return its warmest thanks to the said Samuel Pickwick, Esq., G.C.M.P.C., for the same.
'That while this Association is deeply sensible of the advantages which must accrue to the cause of science, from the production to which they have just adverted--no less than from the unwearied researches of Samuel Pickwick, Esq., G.C.M.P.C., in Hornsey, Highgate, Brixton, and Camberwell--they cannot but entertain a lively sense of the inestimable benefits which must inevitably result from carrying the speculations of that learned man into a wider field, from extending his travels, and, consequently, enlarging his sphere of observation, to the advancement of knowledge, and the diffusion of learning.“

 

 
Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)
Portret door William Powell Frith, 1859

Lees meer...

07-05-14

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Robert Browning, Peter Carey

 

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

Uit: Kaas

“Eindelijk schrijf ik je weer omdat er groote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke.
Je moet weten dat mijn moeder gestorven is.
Een nare geschiedenis natuurlijk, niet alleen voor haar maar ook voor mijn zusters, die er zich bijna dood aan gewaakt hebben.
Zij was oud, zeer oud. Op een paar jaar na weet ik niet hoe oud zij precies was. Ziek was zij eigenlijk niet, maar grondig versleten.
Mijn oudste zuster, waar ze bij inwoonde, was goed voor haar. Zij weekte haar brood, zorgde voor stoelgang en gaf haar aardappelen te schillen om ze bezig te houden. Zij schilde, schilde, als voor een leger. Wij brachten allemaal onze aardappelen bij mijn zuster en dan kreeg zij die van madame van boven en van een paar buren óók nog, want toen ze eens geprobeerd hadden haar een emmer reeds geschilde aardappelen nog eens te doen overschillen, wegens gebrek aan voorraad, toen had zij 't gemerkt en warempel gezegd ‘die zijn al geschild’.
Toen zij niet meer schillen kon, omdat handen en oogen niet goed meer samenwerkten, toen gaf mijn zuster haar wol en kapok te pluizen dat door het beslapen tot harde nopjes verworden was. Het maakte veel stof, en moeder zelf was een en al pluis, van kop tot teen.
Zoo ging het maar steeds door, bij nacht zoowel als bij dag: dommelen, pluizen, dommelen, pluizen. En daar af en toe een glimlach doorheen, God weet tot wie.
Van mijn vader, die pas een jaar of vijf dood was, wist zij niets meer af. Die had nooit bestaan, al hadden zij negen kinderen gehad.
Wanneer ik haar kwam bezoeken sprak ik wel eens over hem om te probeeren zoodoende hare levensgeesten weer aan te wakkeren.
Ik vroeg haar dan of zij waarachtig Krist niet meer kende, want zoo had hij geheeten.
Zij deed zich vreeselijk geweld aan om mij te volgen. Zij scheen te begrijpen dat zij iets begrijpen moest, kwam voorover in haren zetel en staarde mij aan met een gespannen gezicht en zwellende slaapaders: een uitgaande lamp die dreigt te ontploffen bij wijze van afscheid.”

 

 
Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)
Laarmans (Willem Elsschots alter ego) op de stripmuur in de Antwerpse beeldverhaalroute.

Lees meer...

07-02-14

Charles Dickens, Christine Angot, Peter Carey, Emma McLaughlin, A. den Doolaard, Gay Talese, Rhijnvis Feith

 

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

Uit: Oliver Twist

“The surgeon had been sitting with his face turned towards the fire: giving the palms of his hands a warm and a rub alternately. As the young woman spoke, he rose, and advancing to the bed's head, said, with more kindness than might have been expected of him:
"Oh, you must not talk about dying yet."
"Lor bless her heart, no!" interposed the nurse, hastily depositing in her pocket a green glass bottle, the contents of which she had been tasting in a corner with evident satisfaction. "Lor bless her dear heart, when she has lived as long as I have, sir, and had thirteen children of her own, and all on 'em dead except two, and them in the wurkus with me, she'll know better than to take on in that way, bless her dear heart! Think what it is to be a mother, there's a dear young lamb, do."
Apparently this consolatory perspective of a mother's prospects failed in producing its due effect. The patient shook her head, and stretched out her hand towards the child."

 


Scene uit de film van Roman Polanski, 2005

 

The surgeon deposited it in her arms. She imprinted her cold white lips passionately on its forehead; passed her hands over her face; gazed wildly round; shuddered; fell back- and died. They chafed her breast, hands, and temples; but the blood had stopped for ever. They talked of hope and comfort. They had been strangers too long.
"It's all over, Mrs. Thingummy!" said the surgeon at last.
"Ah, poor dear, so it is!" said the nurse, picking up the cork of the green bottle, which had fallen out on the pillow, as she stooped to take up the child. "Poor dear!"
"You needn't mind sending up to me, if the child cries, nurse," said the surgeon, putting on his gloves with great deliberation. "It's very likely it (r)will¯ * be troublesome. Give it a little gruel if it is." He put on his hat, and, pausing by the bed-side on his way to the door, added, "She was a good-looking girl, too; where did she come from?"

 

 
Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)
Standbeeld in Clark Park, Philadelphia

Lees meer...

07-02-13

Charles Dickens, Christine Angot, Peter Carey, Emma McLaughlin, A. den Doolaard, Gay Talese

 

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

 

Uit: Bleak House

 

Mrs. Pardiggle, leading the way with a great show of moral determination, and talking with much volubility about the untidy habits of the people (though I doubted if the best of us could have been tidy in such a place), conducted us into a cottage at the farthest corner, the ground floor room of which we nearly filled. Besides ourselves, there were in this damp offensive room a woman with a black eye, nursing a poor little gasping baby by the fire; a man, stained with clay and mud, and looking very dissipated, lying at full length on the ground, smoking a pipe; a powerful young man, fastening a collar on a dog; and a bold girl, doing some kind of washing in very dirty water. They all looked up at us as we came in, and the woman seemed to turn her face toward the fire, as if to hide her bruised eye; nobody gave us any welcome. . . .

"Well, my friends," said Mrs. Pardiggle; but her voice had not a friendly sound, I thought; it was much too business-like and systematic. "How do you do, all of you? I am here again. I told you, you couldn't tire of me, you know. I am fond of hard work, and am true to my word."

"There ain't," growled the man on the floor, whose head rested on his hand as he stared at us, "any more of you to come in, is there?"

 

 

Patrick Kennedy als Richard en Carey Mulligan als Ada in de BBC-serie “Bleak House”, 2005.

 

 

 

"No, my friend," said Mrs. Pardiggle, seating herself on one stool and knocking down another. "We are all here."

"Because I thought there warn't enough of you, perhaps?" said the man, with his pipe between his lips as he looked round upon us.

The young man and the girl both laughed. Two friends of the young man, whom we had attracted to the doorway and who stood there with their hands in their pockets, echoed the laugh noisily.

"You can't tire me, good people," said Mrs. Pardiggle to these latter. "I enjoy hard work, and harder you make mine, the better I like it."

"Then make it easy for her!" growled the man upon the floor. "I wants it done, and over. I wants a end of these liberties took with my place. I wants a end of being frawed like a badger. Now you're a-going to pollpry and question according to custom I know what you're a-going to be up to.”

 

 

Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)

Lees meer...

07-05-12

Robert Browning, Archibald MacLeish, Peter Carey, Rabindranath Tagore, Horst Bienek


De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook alle tags voor Robert Browning op dit blog.

 

 

Earth's Immortalities

 

FAME.

See, as the prettiest graves will do in time,
Our poet's wants the freshness of its prime;
Spite of the sexton's browsing horse, the sods
Have struggled through its binding osier rods;
Headstone and half-sunk footstone lean awry,
Wanting the brick-work promised by-and-by;
How the minute grey lichens, plate o'er plate,
Have softened down the crisp-cut name and date!

LOVE.

So, the year's done with
(_Love me for ever!_)
All March begun with,
April's endeavour;
May-wreaths that bound me
June needs must sever;
Now snows fall round me,
Quenching June's fever---
(_Love me for ever!_)

 

 

 

Robert Browning (7 mei 1812 – 12 december 1889)

Portret in brons door Thomas Woolner, 1856

Lees meer...

07-02-12

200 Jaar Charles Dickens

 

200 Jaar Charles Dickens

 

 

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Dat is vandaag precies 200 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

 

Uit:: David Copperfield

 

„I was present myself, and I remember to have felt quite uncomfortable and confused, at a part of myself being disposed of in that way. The caul was won, I recollect, by an old lady with a hand-basket, who, very reluctantly, produced from it the stipulated five shillings, all in halfpence, and twopence halfpenny short - as it took an immense time and a great waste of arithmetic, to endeavour without any effect to prove to her. It is a fact which will be long remembered as remarkable down there, that she was never drowned, but died triumphantly in bed, at ninety-two. I have understood that it was, to the last, her proudest boast, that she never had been on the water in her life, except upon a bridge; and that over her tea (to which she was extremely partial) she, to the last, expressed her indignation at the impiety of mariners and others, who had the presumption to go 'meandering' about the world. It was in vain to represent to her that some conveniences, tea perhaps included, resulted from this objectionable practice. She always returned, with greater emphasis and with an instinctive knowledge of the strength of her objection, 'Let us have no meandering.'

Not to meander myself, at present, I will go back to my birth.

I was born at Blunderstone, in Suffolk, or 'there by', as they say in Scotland. I was a posthumous child. My father's eyes had closed upon the light of this world six months, when mine opened on it. There is something strange to me, even now, in the reflection that he never saw me; and something stranger yet in the shadowy remembrance that I have of my first childish associations with his white grave-stone in the churchyard, and of the indefinable compassion I used to feel for it lying out alone there in the dark night, when our little parlour was warm and bright with fire and candle, and the doors of our house were - almost cruelly, it seemed to me sometimes - bolted and locked against it.

 

 

W. C. Fields als Mr. Micawberen Freddie Bartholomew
als de jonge David Copperfield in de film van
George Cukor uit 1935

 

 

 

An aunt of my father's, and consequently a great-aunt of mine, of whom I shall have more to relate by and by, was the principal magnate of our family. Miss Trotwood, or Miss Betsey, as my poor mother always called her, when she sufficiently overcame her dread of this formidable personage to mention her at all (which was seldom), had been married to a husband younger than herself, who was very handsome, except in the sense of the homely adage, 'handsome is, that handsome does' - for he was strongly suspected of having beaten Miss Betsey, and even of having once, on a disputed question of supplies, made some hasty but determined arrangements to throw her out of a two pair of stairs' window. These evidences of an incompatibility of temper induced Miss Betsey to pay him off, and effect a separation by mutual consent. He went to India with his capital, and there, according to a wild legend in our family, he was once seen riding on an elephant, in company with a Baboon; but I think it must have been a Baboo - or a Begum. Anyhow, from India tidings of his death reached home, within ten years. How they affected my aunt, nobody knew; for immediately upon the separation, she took her maiden name again, bought a cottage in a hamlet on the sea-coast a long way off, established herself there as a single woman with one servant, and was understood to live secluded, ever afterwards, in an inflexible retirement.“

 

 

Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)

 

 

 

In verband met een internetstoring vandaag slechts een beperkt bericht. Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 7 februari 2011.

07-05-11

Robert Browning, Archibald MacLeish, Peter Carey, Rabindranath Tagore, Joseph Joubert

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009 en ook mijn blog van 7 mei 2010.

 

 

Two in the Campagna    

 

I

 

I wonder do you feel to-day

        As I have felt since, hand in hand,

We sat down on the grass, to stray

        In spirit better through the land,

This morn of Rome and May?

 

 

II

 

For me, I touched a thought, I know,

        Has tantalized me many times,

(Like turns of thread the spiders throw

        Mocking across our path) for rhymes

To catch at and let go.

 

 

III

 

Help me to hold it! First it left

        The yellowing fennel, run to seed

There, branching from the brickwork’s cleft,

        Some old tomb’s ruin: yonder weed

Took up the floating weft,

 

 

IV

 

Where one small orange cup amassed

        Five beetles,—blind and green they grope

Among the honey-meal: and last,

        Everywhere on the grassy slope

I traced it. Hold it fast!

 

 

V

 

The champaign with its endless fleece

        Of feathery grasses everywhere!

Silence and passion, joy and peace,

        An everlasting wash of air—

Rome’s ghost since her decease.

 

 

VI

 

Such life here, through such lengths of hours,

        Such miracles performed in play,

Such primal naked forms of flowers,

        Such letting nature have her way

While heaven looks from its towers!

 

 

 

 

Robert Browning (7 mei 1812 – 12 december 1889)

Portret door Dante Gabriel Rossetti, 1855

 

 

Lees meer...

07-02-11

Charles Dickens, Christine Angot, Peter Carey, Emma McLaughlin, A. den Doolaard, Gay Talese

 

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook mijn blog van 7 februari 2007 en ook mijn blog van 7 februari 2008 en ook mijn blog van 7 februari 2009 en ook mijn blog van 7 februari 2010.

 

Uit: Hard Times

 

„Coketown, to which Messrs. Bounderby and Gradgrind now walked, was a triumph of fact; it had no greater taint of fancy in it than Mrs. Gradgrind herself. Let us strike the key-note, Coketown, before pursuing our tune.

It was a town of red brick, or of brick that would have been red if the smoke and ashes had allowed it; but as matters stood, it was a town of unnatural red and black like the painted face of a savage. It was a town of machinery and tall chimneys, out of which interminable serpents of smoke trailed themselves for ever and ever, and never got uncoiled. It had a black canal in it, and a river that ran purple with ill-smelling dye, and vast piles of building full of windows where there was a rattling and a trembling all day long, and where the piston of the steam-engine worked monotonously up and down, like the head of an elephant in a state of melancholy madness. It contained several large streets all very like one another, and many small streets still more like one another, inhabited by people equally like one another, who all went in and out at the same hours, with the same sound upon the same pavements, to do the same work, and to whom every day was the same as yesterday and to-morrow, and every year the counterpart of the last and the next.

These attributes of Coketown were in the main inseparable from the work by which it was sustained; against them were to be set off comforts of life which found their way all over the world, and elegancies of life which made, we will not ask how much of the fine lady, who could scarcely bear to hear the place mentioned. The rest of its features were voluntary, and they were these.

You saw nothing in Coketown but what was severely workful. If the members of a religious persuasion built a chapel there — as the members of eighteen religious persuasions had done — they made it a pious warehouse of red brick, with sometimes (but this is only in highly ornamental examples) a bell in a birdcage on the top of it.“

 

 

 

Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)

Buste door Henry Dexter, 1842

 

 

Lees meer...

07-02-10

Charles Dickens, Emma McLaughlin, Christine Angot, Peter Carey, A. den Doolaard, Gay Talese


De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook mijn blog van 7 februari 2007 en ook mijn blog van 7 februari 2008 en ook mijn blog van 7 februari 2009.

 

Uit: David Copperfield

 

Whether I shall turn out to be the hero of my own life, or whether that station will be held by anybody else, these pages must show. To begin my life with the beginning of my life, I record that I was born (as I have been informed and believe) on a Friday, at twelve o'clock at night. It was remarked that the clock began to strike, and I began to cry, simultaneously.
In consideration of the day and hour of my birth, it was declared by the nurse, and by some sage women in the neighbourhood who had taken a lively interest in me several months before there was any possibility of our becoming personally acquainted, first, that I was destined to be unlucky in life; and secondly, that I was privileged to see ghosts and spirits; both these gifts inevitably attaching, as they believed, to all unlucky infants of either gender, born towards the small hours on a Friday night.
I need say nothing here, on the first head, because nothing can show better than my history whether that prediction was verified or falsified by the result. On the second branch of the question, I will only remark, that unless I ran through that part of my inheritance while I was still a baby, I have not come into it yet. But I do not at all complain of having been kept out of this property; and if anybody else should be in the present enjoyment of it, he is heartily welcome to keep it.
I was born with a caul, which was advertised for sale, in the newspapers, at the low price of fifteen guineas. Whether sea-going people were short of money about that time, or were short of faith and preferred cork jackets, I don't know; all I know is, that there was but one solitary bidding, and that was from an attorney connected with the bill-broking business, who offered two pounds in cash, and the balance in sherry, but declined to be guaranteed from drowning on any higher bargain. Consequently the advertisement was withdrawn at a dead loss - for as to sherry, my poor dear mother's own sherry was in the market then - and ten years afterwards, the caul was put up in a raffle down in our part of the country, to fifty members at half-a-crown a head, the winner to spend five shillings.”

 

 

 

dickens
Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Emma Lanier McLaughlin werd geboren op 7 februari 1974 in  Elmira, New York. Zie ook mijn blog van 7 februari 2009.

 

Uit: Nanny Returns

 

"Fuck," I hear from the front stoop. I stare at the door's peeling paint with an intensity rivaling Grace's. "Look, just open up," he speaks in a plaintive slur. "I left my wallet in the cab...and I just...I heard you...I know you're — fuck." I hear a thump and then something sliding heavily down the other side of the door.

Grace drops her head to sniff the jamb. I take a tentative step and ever so slightly lift the curtain. The streetlamp illuminates splayed khaki pants ending in shiny loafers. I make out slender fingers drifting open, releasing their grip on a black iPhone. My well-attired assailant is now slipping into unconsciousness? Death?

"Hey." My voice surprises me and sets Grace barking. "Stop." I put my hands around her muzzle to listen...Nothing. "Hey!" I slap the door.

"Yeah?" he coughs. "You're home."

"Who are you looking for?" I step around where Grace sits, ears squarely perked.

"Um..." I hear a scuffle; he's attempting to stand up. "I'm looking for a...Nanny?"

My throat goes dry. I peer back out through the frayed lace covering the pane between us. "What?"

"Yeah, Nanny. Are you — "

"Stand in front of the glass. On your right."...Nothing. "Hey!"

"Yeah."

"Your other right."

Suddenly my view of the stoop is filled with a swerving face — a man — boy — somewhere in between. Beneath the mussed blond hair, atop the faintly freckled nose are two bloodshot blue eyes. They look out at me from the striking bone structure that unmistakably conjures his mother. I push my forehead into the cold glass, feeling at once a hundred years old and twenty-one. "Grayer?"

 

 

 

EmmaMcLaughlinNicola Kraus
Emma McLaughlin (Elmira, 7 februari 1974)

Emma McLaughlin (r) en medeschrijfster Nicola Kraus (l)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Christine Angot werd geboren op 7 februari 1959 in Châteauroux. Zie ook mijn blog van 7 februari 2009.

 

Uit: Rendez-vous

 

Je connaissais Eric depuis un mois. Je l'avais déjà croisé, dans des bars de théâtre à la fin des spectacles, mais nous n'avions pas parlé, presque pas, rien. Je l'avais vu jouer deux ou trois fois. C'était un acteur génial. Je le connaissais depuis un mois, mais j'avais commencé à entendre parler de lui six ans plus tôt. A l'époque, son nom ne circulait pas comme maintenant, je ne le connaissais pas. Mais sur cinq ou six ans, des gens différents, dans des villes différentes, m'avaient rapporté avec des anecdotes toutes différentes : ah, tu sais il y a un acteur qui t'adore : Eric Estenoza. Ça me faisait plaisir, mais je n'y prêtais pas attention. Ça m'arrivait tout de même de temps en temps d'avoir des retours agréables, ce n'était pas le seul. Surtout avec des acteurs. Souvent les acteurs aimaient mes livres. La particularité était que ce même nom revenait tout le temps, par des sources différentes, et sur une période de temps longue. Et avec intensité. Avec insistance. Comme un encerclement. Et puis toujours ce mot : il y a un acteur qui t'adore. Toujours la même phrase. Avec l'air étonné de la personne qui me le racontait. La première fois c'était en 99, puis six mois plus tard, et puis ça s'était égrené comme ça. Des gens me rapportaient qu'il m'adorait, avec ce mot-là, le message me revenait régulièrement aux oreilles, et ce qui était surtout étrange, par des sources vraiment différentes, sur plusieurs années. Et ce qui était encore plus étrange c'est qu'il m'avait à peine adressé la parole le jour où il m'avait vue, une ou deux fois au cours de ces six années quand j'avais eu l'occasion de le croiser. En 99, je ne l'avais pas encore vu jouer. Et puis je l'avais vu quelques mois plus tard dans une pièce de Sarah Kane. J'étais avec un ami, acteur aussi, qui nous présentait, je n'avais pas du tout l'impression de rencontrer quelqu'un qui m'adorait. Son comportement était tout à fait ordinaire avec moi, tout à fait banal, d'ailleurs je ne m'en souvenais même pas. Lui se souvenait bien de ce qu'il m'avait dit mais moi j'avais oublié.“

 

 

 

christine-angot

Christine Angot (Châteauroux, 7 februari 1959)

 

 

 

 

De Australische schrijver Peter Carey werd geboren op 7 februari 1943 in Bacchus Marsh (Victoria). Zie ook mijn blog van 7 februari 2007 en ook mijn blog van 7 februari 2008 en ook mijn blog van 7 februari 2009.

 

Uit: My Life as a Fake

 

I have known John Slater all my life. Perhaps you remember the public brawl with Dylan Thomas, or even have a copy of his famous book of 'dirty' poems. If it's an American edition you'll discover, on the inside flap, a photograph of the handsome, fair-haired author in cricket whites. Dewsong was published in 1930. Slater was twenty at the time, very nearly a prodigy.

That same year I was born Sarah Elizabeth Jane to a beautiful, impatient Australian mother and a no less handsome but rather posh English father, Lord William Wode-Douglass, generally known as Boofy.

Slater's own class background was rather ambiguous, though my mother, a dreadful snob, had a tin ear, and I know she thought Slater very grand and therefore permitted him excesses she would not have tolerated from the Chester grammar-school boy he really was.

It was Slater who carved my father's thirtieth birthday cake with his bare hands, who rode a horse into the kitchen, who brought Unity Mitford to dinner during the period she was stealing stationery from Buckingham Palace and carrying that nasty little ferret around in her handbag.

I cannot say that I understood his role in my parents' marriage, and only when my mother killed herself — in a spectacularly awful style — did I suspect anything was amiss. In the last minutes of her life I saw John Slater put his arms around her and finally I understood, or thought I did.

From that moment I hated everything about him: his self-absorption, his intense angry good looks, but most of all those electric blue eyes which inhabited my imagination as the incarnation of deceit.

When my mother died, poorBoofy fell apart completely. He drank and wept and roared, and after falling down the stairs the second time he packed me off to St Mary's Wantage in Berkshire, which I did not like at all.“

 

 

 

 

peter_carey
Peter Carey (Bacchus Marsh, 7 februari 1943)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver A. den Doolaard werd geboren op 7 febrauri 1901 in Hoenderloo. Zie ook mijn blog van 7 februari 2007 en ook mijn blog van 7 februari 2008 en ook mijn blog van 7 februari 2009.

 

Uit: D.H. Lawrence. De gepijnigde polygraaf

 

“Zijn tweede, en eerste goede, roman: ‘Sons and Lovers’ was normaal wat methode betrof: uit karakteren milieu-beschrijving bleek een donker en krachtig realisme, toegespitst op het sexueele. Hij was een kind dat opgroeide in de mijnwerkerswereld, en de deugden en gebreken van een dergelijke afstamming blijven in zijn werk zuiver behouden: hij is oorspronkelijk en fel, schamper en trotsch, zwaar van somberheid en smartelijk bewust van zijn onbedwingbare scheppingsdrift. Deze leefdrift en voortplantingsdrang is hem door haar heftigheid een ziekte, waarvan hij zich tevergeefs zoekt te bevrijden. Dit is geen warmte meer, maar schroeien en zengen, dit is geen liefde meer, maar een gevecht. Afstand kent hij niet; stelling nemen doet hij niet; dag en nacht strijdt hij met de werkelijkheid op den korten afstand, lijf aan lijf; een oneindig aantal malen raakt hij verward en moet zich uit die ‘clinch’ gehavend loswringen. Door het gewelddadig zoeken naar het hart van de werkelijkheid werden zijn handen donker van geronnen bloed en zijn stem schamper en uitdagend. Hij wilde de werkelijkheid overmeesteren van vlakbij, met doorborenden blik en harde knoken. Elk van zijn liefkoozingen wordt door zijn overmatige heftigheid een kneuzing en met elke wonde die hij toebrengt, wondt hij zichzelf.

De bekentenis hiervan zijn z'n verzen, laaiend en verbrokkeld als smeulende lava. Hij weet, dat zijn verzen slecht zijn, en zijn proza soms onbeholpen van heftigheid; hij zoekt en zoekt naar een synthese, een intooming, een kleinste gemeene veelvoud van zijn kunnen; en vindt het van buiten af. Via een landschap en een ras, die de weerspiegeling zijn van zijn ziel. Dat landschap is Mexico, zwavelgeel, ziedend van zonnedrift en overwoekerd door cacteeën; het ras dat hij, sombere Angelsaks, zoekt is eerst het Latijnsche, lachend uitkomend voor het phallische ‘geheim’; en later de Mexicaansche Indiaan, wiens voortplantingsdrift een stage gloed is, verborgen brandend achter glasharde oogen.”

 

 

 

 

DenDoolaard
A. den Doolaard (7 februari 1901 –  26 juni 1994)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Gay Talese werd geboren op 7 februari 1932 in Ocean City. Zie ook mijn blog van 7 februari 2008 en ook mijn blog van 7 februari 2009.

 

Uit: Thy Neighbor's Wife

 

She was completely nude, lying on her stomach in the desert sand, her legs spread wide, her long hair flowing in the wind, her head tilted back with her eyes closed. She seemed lost in private thoughts, remote from the world, reclining on this windswept dune in California near the Mexican border, adorned by nothing but her natural beauty. She wore no jewelry, no flowers in her hair; there were no footprints in the sand, nothing dated the day or spoiled the perfection of this photograph except the moist fingers of the seventeen-year-old schoolboy who held it and looked at it with adolescent longing and lust.

The picture was in a photographic art magazine that he had just bought at a newsstand on the corner of Cerinak Road in suburban Chicago. It was an early evening in 1957, cold and windy, but Harold Rubin could feel the warmth rising within him as he studied the photograph under the streetlamp near the curb behind the stand, oblivious to the sounds of traffic and the people passing on their way home.

He flipped through the pages to look at the other nude women, seeing to what degree he could respond to them. There had been times in the past when, after buying one of these magazines hastily, because they were sold under the counter and were therefore unavailable for adequate erotic preview, he was greatly disappointed. Either the volleyball-playing nudists in Sunshine & Health, the only magazine showing pubic hair in the 1950S, were too hefty; or the smiling show girls in Modern Man were trying too hard to entice; or the models in Classic Photography were merely objects of the camera, lost inartistic shadows.“

 

 

 

 

talese
Gay Talese (Ocean City, 7 februari 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e februari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

07-05-09

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Horst Bienek, Dorit Zinn, Angela Carter, Peter Carey, André du Bouchet


De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008.

 

 

Moeder

 

Mijn moederken, ik kan het niet verkroppen,

dat gij gekromd, verdroogd zijt en versleten,

zooals een pop waarin een hart zou kloppen,

door 't volk bij 't heengaan in een huis vergeten.

 

Ik zie uw knoken door uw kaken steken

en uwe oogen diep in 't hoofd gedrongen.

En ik ben gansch ontroerd en kan niet spreken,

wanneer gij zegt: ‘kom zit aan tafel, jongen’.

 

Ik hoor u 's avonds aan de muren vragen

of gij de vensters wel hebt toegesloten.

Gij kunt de schemering niet uit uw hersens jagen.

Uw lied is uit, gij kreunt de laatste noten.

 

Daar in de verte wordt een put gegraven;

ik hoor zoo goed het ploffen van de kluiten.

En achter 't huis zie ik een schimme draven:

hij staat waarachtig reeds op haar te fluiten.

- Kom in, Mijnheer, ik stel u voor aan Moeder.

- Vrees niets, kindlief, al heeft hij naakte beenen:

 ij is een vriend, een goede vriend, een broeder:

hij is niet ruw, hij wandelt op de teenen.

 

Tot weerziens dan. Ik kom vannacht of morgen.

Gij kunt gerust een onze-vader lezen,

en zet uw muts wat recht. Hij zal wel zorgen

dat gij geen kou vat en tevreê zult wezen.

 

 

 

 

De Klacht van den Oude

 

Ik word aan 't oud zijn niet gewend.

De lichtelaaie die 'k heb gekend

zit nog te diep in mijne knoken

en blijft mij dag en nacht bestoken.

 

Mij beetren heb ik steeds gewild,

en menig, menig uur verspild

aan op te zien naar ginder boven,

aan bidden leeren en gelooven.

 

Helaas, ik schaam mij en beken

dat ik wel diep verdorven ben.

Want God en Ziel en andere dingen

waarvoor de menschen psalmen zingen,

 

Geweten, Vaderland in nood,

de Sterrenhemel en de Dood,

het wil, het wil tot mij niet spreken,

wat ik ook tracht het ijs te breken.

 

Maar waar ik wèl toe ben bereid,

dat is voor elke jonge meid

zooals er honderdduizend loopen,

de kleeren van mijn lijf verkoopen

 

 

 

 

 

Willem_Elsschot
Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008.

 

Uit: The Wind from the East (Vertaald door Samantha Schnee)

 

„When the Olmedo family arrived at their new home a strong easterly wind, the Levanter, was blowing. It blew the house's canvas awnings so high it appeared they would come free of their aluminum frames, then let them drop for a moment before inflating them again, producing a monotonous sound, muffled and heavy, like the beating wings of a flock of monstrously large birds. A rhythmic sound, metallic, much sharper, conveying the roughness of rust, could be heard now and again when the wind ceased. The neighbors were rolling up their own awnings, all green, all the same, as quickly as possible. Juan Olmedo immediately recognized the echo of the steel rings which spun on the awnings' rods and thought to himself that he'd had rotten luck. The contrast between the blue sky-its brilliant sun reflected off the facades of identical white houses like a balloon of light-and the hostility of that wild wind had something sinister about it. A few times, during the trip from Jerez while they were isolated in the car, the windows closed, the air conditioner blowing, Juan had promised Tamara that he would go swimming with her before dinner, but the perfect beach day that had beckoned to them through glass had suddenly turned into a nightmare of a hurricane. Now she walked a step behind him, looking at everything suspiciously with her new, cold eyes, but without venturing a word. Alfonso hadn't followed him, but Juan didn't notice till he had unlocked the door, marked Number 37, and entered the house that was his despite the fact that he'd never seen it. Then, while the distinct odor of recently completed construction assaulted him like a cat that has been dipped in paint and varnish, a yellowed old sports paper, stiff with age, rustled before it was swept out the door and into the open air. Juan's eyes followed the dance of the loose pages, which ascended suddenly in spirals or fell dramatically toward the ground, and in the distance made out the figure of his brother, standing stock-still in the middle of an intersection paved with red stones. Alfonso's arms hung at his sides, his legs apart, very still, but he rocked his head slowly from right to left, his face lifted toward the Levanter, brow furrowed, mouth ajar.“

 

 

 

 

Almudena_Grandes
Almudena Grandes (Madrid, 7 mei 1960 )

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Christoph Marzi werd geboren op 7 mei 1970 in Mayen. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008.

 

Uit: Fabula

 

„Die meisten Lügen sind wahr und spinnen sich von ganz allein, kaum jemand kannte diese Wahrheit besser als Colin Darcy. Wenn man erst einmal der Melodie der Worte zu lauschen beginnt, dann pfeift man sie bald selbst. Und wenn Lügen wie kunstvolle Lieder sind, dann gehörte Helen Darcy, Colins Mutter, zu jenem seltenen Menschenschlag, der allzeit eine beschwingte Melodie auf den Lippen trägt. Dessen eingedenk hatte Colin Darcy seinen Heimatort und alles, was ihn mit Vergangenheit, Familie und den Liedern von einst verband, hinter sich gelassen. Nicht ein einziges Mal hatte er zurückgeschaut, nein, nicht wirklich.Seit sieben Jahren schon war er nicht mehr in Ravenscraig gewesen, dem Anwesen nahe Portpatrick, eine Ewigkeit und mindestens drei neue Leben lang. Danny, sein kleiner Bruder, lebte irgendwo jenseits des Atlantiks, rief nie an, schrieb weder Briefe noch Mails, nichts. Am Ende hatten sie alle das Haus ihrer Kindheit verlassen, weil Helen Darcy noch immer dort lebte. Die beiden Jungs hätten auch jeden anderen Ort auf der Welt verlassen, wenn Helen Darcy an jedem anderen Ort der Welt gelebt hätte, da war sich Colin Darcy sicher.Jetzt lebte Darcy, wie ihn seine wenigen Freunde nannten (oder Mr. Darcy, wie er von seinen Kollegen und Studenten gerufen wurde – was er, nebenbei bemerkt, überdies gar nicht mochte, weil es klang, als sei er ein alter Mann), in London.»Bist du sicher, dass du wirklich dorthin ziehen willst?« Eigentlich war es keine Frage gewesen. »Du wirst allein in London leben«, hatte Helen Darcy ihn gewarnt, als sie ihm einen Besuch in Cambridge abgestattet hatte.

 »Du wirst kaum mehr zu Hause sein.«

»London wird mein Zuhause sein.« Colin hatte seine Mutter weder eingeladen noch um ihre Meinung gebeten. Sie war einfach vor der Tür seiner Studentenbude aufgetaucht, als er gerade dabei war, sein Hab und Gut in Umzugskisten zu verpacken.“

 

 

 

 

Marzi
Christoph Marzi (Mayen, 7 mei 1970)

 

 

 

 

 

De Surinaamse schrijver Edgar Eduard Cairo werd geboren in Paramaribo op 7 mei 1948. Zijn ouders waren afkomstig van een voormalige plantage in het district Para. Hij volgde de lagere school bij de fraters, en haalde het diploma aan de Algemene Middelbare School (AMS). Vervolgens vertrok hij in 1968 naar Amsterdam waar hij Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap studeerde. In zijn laatste boeken openbaarde zich een ernstige psychose. Cairo debuteerde in 1969 met Temekoe, een sterk autobiografische novelle in het Sranan over een vader-zoonrelatie, later herschreven in het Surinaams-Nederlands aIs Temekoe/Kopzorg (1979) en nogmaals in het Algemeen Nederlands als Kopzorg (1988). Hij hanteert in veel van zijn werken een Surinaams-Nederlands dat hij met zijn eigen vondsten heeft verrijkt tot het "Cairojaans". Vooral uit Surinaamse hoek werd dit nogal bekritiseerd. In Suriname is zijn meest gelezen boek Kollektieve schuld (1976) over winti-perikelen in een familie.

Cairo was sterk beïnvloed door de orale tradities van stads- en Para-negers en was zelf een bekend voordrachtskunstenaar. Hij publiceerde in totaal een tiental dichtbundels, zeven toneelstukken, een tiental forse romans, twee bundels columns en voorts verspreide verhalen en essays. Zijn hele werk draait om het negerschap in al zijn facetten.

 

Uit: De Negerhaan

 

« Het erf waarop wij als gezin woonden was, zoals in die tijd met de vele woonerven te Paramaribo het geval was, breed, en diep naar achteren gelegen, met een lange rij erfhuizen in de vorm van een in stukken verdeelde loods die zich van voor tot achter uitstrekte. Het maakte deel uit van een familiecomplex van de Baas Eigenaar, van wie ik de naam niet noemen zal, hij en de zijnen, die een drietal aaneengesloten erven bezaten, met een klein weggetje ertussen dat achter de houtopslagplaats achter ons huis liep. Een klein stuk erf hoorde niet bij het familiebezit, althans niet eerst. Een ingeklemd stuk terrein, waar de houtopslag, piepklein voordien, zich later naar voren uitbreidde, tot bijna aan de straat. Maar eerst stonden er op die plek ook huizen, op sommige bewoners waarvan mijn verhaal betrekking heeft.

Die woonloods op ons eigen erf was keurig opgedeeld in hokjes en die droegen bijna sarcastisch de edele benaming van ‘huisjes’. In feite waren dat niet meer dan primitieve huiskamer-keukencombinaties, volgestouwd met armenaren, van wie een meer dan hoge en moeilijk op te brengen huur werd vereist. Aangezien de huizenrij een naar beide zijden nogal schuin aflopend dak had, kreeg de ‘woonkamer’ - doorgaans niet groter dan zo'n vier bij drie meter en volgestouwd met een stuk of zes, acht kinderen plus nog hun ouders en permanente logées als opa en oma - er een krapeerzolder bij. Deze zolder, de uitspaarruimte onder het schuine dak, was zeker niet groter dan een ruim uitgevallen kippenhokje, waar een volwassene alleen gebukt doorheen kon gaan.“

 

 

 

 

cairo
Edgar Cairo (7 mei 1948 – 16 november 2000)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007.



O Chicago! O Widerspruch!

 

O CHICAGO! O WIDERSPRUCH!

Brecht, ist Ihnen die Zigarre ausgegangen?

Bei den Erdbeben, die wir hervorriefen

In den auf Sand gebauten Staaten.

Der Sozialismus geht, und Johnny Walker kommt.

Ich kann ihn nicht an den Gedanken festhalten

Die ohnehin ausfallen. Die warmen Straßen

Des Oktobers sind die kalten Wege

Der Wirtschaft, Horatio. Ich schiebe den Gum in die Backe

Es ist gekommen, das nicht Nennenswerte.

 

 

 

 

Das Eigentum

 

Da bin ich noch: mein Land geht in den Westen.

KRIEG DEN HÜTTEN FRIEDE DEN PALÄSTEN

Ich selber habe ihm den Tritt versetzt.

Es wirft sich weg und seine magre Zierde.

Dem Winter folgt der Sommer der Begierde.

Und ich kann bleiben wo der Pfeffer wächst.

Und unverständlich wird mein ganzer Text.

Was ich niemals besaß, wird mir entrissen.

Was ich nicht lebte, werd ich ewig missen.

Die Hoffnung lag im Weg wie eine Falle.

Mein Eigentum, jetzt habt ihrs auf der Kralle.

Wann sag ich wieder mein und meine alle.

 

 

 

 

braun
Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Horst Bienek werd geboren op 7 mei 1930 in Gleiwitz. Zijn beroemdste werk is de vierdelige romancyclus Gleiwitz, Eine oberschlesische Chronik in vier Romanen, die handelt over de tijd voorafgaand aan WO II. Bienek ontving talrijke prijzen waaronder de Nelly-Sachs-Preis (1981). Bienek moest na de intocht van de Russische troepen dwangarbeid verrichten. In 1951 werd hij wegens spionage en samenzwering tegen de DDR tot 25 jaar dwangarbeid veroordeeld. In 1955 kreeg hij amnestie en kon hij naar de BRD vertrekken.

 

Uit: Gleiwitz (Die erste Polka)

 

"Valeska war in einer kleinen Stadt an den Ufern eines Flusses aufgewachsen, in deren östlichem Teil polnisch gesprochen wurde, über den Fluss hinweg auf der westlichen Seite, wo sie zu Hause war, hauptsächlich deutsch, jenes breite, die Konsonanten rollende und die Lippen nach unten ziehende Deutsch, das mit vielen polnischen Wörtern durchsetzt war, aber sich nach dem deutschen Satzbau richtete, worauf man gerade in ihrer Familie stolz war, denn die meisten Leute dieser Gegend balancierten ihre Sätze halb in der deutschen, halb in der polnischen Syntax, und denen gegenüber fühlten sie eine gewisse Überlegenheit, die sie freilich nicht hervorkehrten - denn der Vater, als Tuchhändler, war auf sie als Kunden angewiesen -, oder jedenfalls nur ganz selten, bei besonderen Gelegenheiten, in amtlichen Gesprächen, bei Behörden etwa oder am Sedanstag, oder wenn Besuch aus dem Reich da war. Dann spitzten sie ihren Mund, befeuchteten ununterbrochen die Lippen, aus Nervosität: später würde man die Kinder für ein oder zwei Jahre nach Breslau schicken oder nach Berlin, und dort würden sie schon ihre falschen Betonungen verlieren.
In der Schule wurde der Unterricht deutsch abgehalten, aber wenn ein Schüler auf die Fragen eines Lehrers polnisch antwortete, so wurde das ohne Aufhebens akzeptiert, die Lehrer waren mit der eigenen Sprache ebensogut vertraut wie mit der andern, und der Hauptlehrer Grabowski war es, der immer sagte: Mir ist es wschistko jedno, ob ihr ein polska ksiazka oder ein deutsches Buch lest, Hauptsache dzieci ist es, dass ihr überhaupt lest. Aber nach 1900 wurde das anders, da kamen strengere Vorschriften aus Berlin, und als sogar der Religionsunterricht nicht mehr in polnisch abgehalten werden durfte, gab es in Posen Schülerstreiks, und auch in ihrer Stadt waren die Kinder von rein polnischen Eltern wochenlang nicht mehr in die Schule gegangen. In der Kirche wurde mehr polnisch als deutsch gesprochen, das hing auch von der Zusammensetzung der Gläubigen ab, die da gekommen waren, der Pfarrer Starczewski übersah das mit einem Blick, wenn er aus der Sakristei in seine kleine Kirche eintrat, und richtete sich danach.““

 

 

 

 

Bienek
Horst Bienek (7 mei 1930 – 7 december 1990)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Dorit Zinn werd geboren in Dessau op 7 mei 1940. In 1958 werd zij, kort voor het eindexamen, om politieke redenen, van school gestuurd. Om zich opnieuw te bewijzen moest zij produktiewerk gaan doen. Daarna volgde zij een opleiding tot medisch-technisch assistente. In 1964 vluchtte zij naar West-Berlijn. Sinds 1979 werkt zij als zelfstandig schrijfster. Tegenwoordig woont zij in Darmstadt. Werk o.a.: Mit fünfzig küssen Männer anders, 1995, Küß keinen am Canale Grande, 1997, Ostzeitstory, 2003.

 

Uit: Mein Sohn liebt Männer (1992)

 

“Als er es sagt, will ich es nicht glauben. Er sagt es einfach in die Küche hinein, steht da in seinen weißen Shorts, braungebrannt, lächelt und sagt: Du, Dorit, ich bin schwul.

Nein! Ich lache. Doch, sagt er und hält mir ein Buch entgegen, Pasolini. Mein Sohn nicht, will ich und beginne zu betteln: Eine fixe Idee! Das passiert in deinem Alter vielen! Ich nehme ihn bei den Schultern, schüttele, küsse ihn, stammle irgendwas Beschwörendes. Er steht da, sanft, und sagt das Unglaubliche noch einmal: Dont, ich bin schwul!

Ich bin in den glühenden Augustnachmittag hinausgefahren, über die Autobahn geirrt und irgendwann in Frankfurt angekommen. Ich bin durch die Straßen gerannt und wollte an der Sommerluft ersticken. In einem Spielwarengeschäft habe ich Puppen aus Regalen gegriffen, einer jungen Verkäuferin vor die Nase gehalten und sie gefragt: Finden Sie es richtig, einem Jungen eine Puppe zu schenken?

Im Cafe auf dem Opernplatz die ersten argwöhnischen Blicke. Welcher von diesen Männern ist wohl schwul? Der Ober? Klar, der ist es bestimmt, die Haartolle, das blasse Gesicht, die blauschwarzen  Ringe um die Augen und dieses Schmuckgeklimper an  Hals und Handgelenken. Der Campari schmeckt bitter. Ich spiele das Spiel des Zuordnens: Schwul, nicht schwul, lesbisch, vielleicht bi... Als ich zahle,  ertappe ich mich bei einem viel zu hohen Trinkgeld. Und der Ober hat nichts Eiligeres zu tun, als ein  schwarzmähniges Weib zungenküssend zu bedienen.”

 

 

 

Zinn
Dorit Zinn (Dessau, 7 mei 1940)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster en journaliste Angela Carter werd geboren in Eastbourne op 7 mei 1940. Zij begon haar carrière als journaliste bij de Croydon Advertiser. Ze is twee keer getrouwd geweest. Met haar eerst man, Paul Carter, huwde zij in 1960, maar in 1969 vertrok zij naar Japan, daartoe in staat gesteld door het geld dat ze won met de William Somerset Maugham-Award voor literatuur. Zij woonde twee jaar in Tokio, en trok vervolgens door de Verenigde Staten, Azië en Europa. Na twaalf jaar huwelijk scheidde zij officieel van haar eerste echtgenoot. Het grootste deel van de jaren 1970 en 1980 verdiende zij haar brood als schrijfster verbonden aan universiteiten, waaronder de Universiteit van Sheffield en de Universiteit van East Anglia in het Verenigd Koninkrijk. Carter schreef ook artikelen voor de Britse kranten The Guardian en The Independent en voor het tijdschrift New Statesman. Tot dusver zijn er twee verfilmingen van haar werk verschenen, namelijk The Company of Wolves (1984) en The Magic Toyshop (1987).

 

Uit: The Company of Wolves

 

„It is midwinter and the robin, friend of man, sits on the handle of the gardener's spade and sings. It is the worst time in all the year for wolves, but this strong-minded child insists she will go off through the wood. She is quite sure that wild beast cannot harm her although, well warned, she lays a carving knife in the basket her mother has packed with cheeses. There is a bottle of harsh liquor distilled from brambles; a batch of flat oak cakes baked on the hearthstone; a pot or two of jam. The flaxen-haired girl will take these delicious gifts to a reclusive grandmother so old the burden of her years is crushing her to death. Granny lives two hours' trudge through the winter woods; the child wraps herself up in her thick shawl, draws it over her head. She steps into her stout wooden shoes; she is dressed and ready and it is Christmas Eve. The malign door of the solstice still swings upon its hinges, but she has been too much loved to ever feel scared.

Children do not stay young for long in this savage country. There are no toys for them to play with, so they work hard and grow wise, but this one, so pretty and the youngest of her family, a little latecomer, had been indulged by her mother and the grandmother who'd knitted the red shawl that, today has the ominous if brilliant look of blood on snow. Her breasts have just begun to swell, her hair is like lint, so fair it hardly makes a shadow on her pale forehead; her cheeks are an emblematic scarlet and white and she has just started her woman's bleeding, the clock inside her that will strike, henceforth, once a month.“

 

 

 

 

Carter
Angela Carter (7 mei 1940 - 16 februari 1992)

 

 

 

 

 

De Australische schrijver Peter Carey werd geboren in Bacchus Marsh, Victoria, op 7 februari 1943. Hij woonde in Melbourne, Londen en Sydney, maar woont en werkt nu in New York waar hij verbonden is aan Hunter College, een onderdeel van de City University of New York. Aan het begin van zijn literaire carrière schreef hij copy voor reclamebureaus. Zijn boeken zijn vele malen bekroond, onder meer met de Booker Prize. Carey heeft ook meegewerkt aan de screenplay voor de film Until the end of the world van Wim Wenders.

 

Uit: Theft

 

„I don't know if my story is grand enough to be a tragedy, although a lot of shitty stuff did happen. It is certainly a love story but that did not begin until midway through the shitty stuff, by which time I had not only lost my eight-year-old son, but also my house and studio in Sydney where I had once been about as famous as a painter could expect in his own backyard. It was the year I should have got the Order of Australia--why not!--look at who they give them to. Instead my child was stolen from me and I was eviscerated by divorce lawyers and gaoled for attempting to retrieve my own best work which had been declared Marital Assets.

Emerging from Long Bay Prison in the bleak spring of 1980, I learned I was to be rushed immediately to northern New South Wales where, although I would have almost no money to spend on myself, it was thought that I might, if I could only cut down on my drinking, afford to paint small works and care for Hugh, my damaged two-hundred-and-twenty-pound brother.

My lawyers, dealers, collectors had all come together to save me. They were so kind, so generous. I could hardly admit that I was fucking sick of caring for Hugh, that I didn't want to leave Sydney or cut down on drinking. Lacking the character to tell the truth I permitted myself to set off on the road they had chosen for me. Two hundred miles north of Sydney, at Taree, I began to cough blood into a motel basin. Thank Christ, I thought, they can't make me do it now.

But it was only pneumonia and I did not die after all.“

 

 

 

 

Peter_Carey
Peter Carey (Bacchus Marsh, 7 mei 1943)

 

 

 

 

 

De Franse dichter André du Bouchet werd op 7 mei 1924 geboren in Parijs. Hij studeerde o.a. aan het Amherst Collge en aan Harvard in de VS. In zijn eerste bundels Air {Lucht, 1951) en Sans couvercle {Zonder deksel, 1953) overheerst nog duidelijk de bekommernis om de notities tot gedichten om te smeden; de teksten zien er ook uit als gewone prozagedichten of gedichten waarvan de verzen aan de linkerkant mooi op een lijn zijn gezet. Maar in Défets (1981) werden de aantekeningen als aantekeningen overgenomen.

 

 

- Loin du souffle

 

  M'étant heurté, sans l'avoir reconnu, à l'air,

je sais, maintenant, descendre vers le jour.

Comme une voix, qui, sur ses lèvres même,

assécherait l'éclat.

Les tenailles de cette étendue,

                                        perdue pour nous,

mais jusqu 'ici.

 

J'accède à ce sol qui ne parvient pas à notre

bouche, le sol qui étreint la rosée.

Ce que je foule ne se déplace pas,

                                           l'étendue grandit. 

 

 

 

 

 

Bouchet
André du Bouchet (7 mei 1924 – 19 april 2001)

 

De 7e mei bleek een vruchtbare dag voor schrijvers. Zie ook mijn vorige blog van vandaag.

 

 

07-02-09

Charles Dickens, Emma McLaughlin, Christine Angot, Anna Świrszczyńska, Peter Carey, Gay Talese, Alban Nikolai Herbst, A. den Doolaard, Harry Sinclair Lewis


De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook mijn blog van 7 februari 2007 en ook mijn blog van 7 februari 2008.

 

Uit: A Tale of Two Cities

 

The stone faces on the outer walls stared blindly at the black night for three heavy hours; for three heavy hours the horses in the stables rattled at their racks, the dogs barked, and the owl made a noise with very little resemblance in it to the noise conventionally assigned to the owl by men-poets. But it is the obstinate custom of such creatures hardly ever to say what is set down for them.

For three heavy hours, the stone faces of the chateau, lion and human, stared blindly at the night. Dead darkness lay on all the landscape, dead darkness added its own hush to the hushing dust on all the roads. The burial-place had got to the pass that its little heaps of poor grass were undistinguishable from one another; the figure on the Cross might have come down, for anything that could be seen of it. In the village, taxers and taxed were fast asleep. Dreaming, perhaps, of banquets, as the starved usually do, and of ease and rest, as the driven slave and the yoked ox may, its lean inhabitants slept soundly, and were fed and freed.

The fountain in the village flowed unseen and unheard, and the fountain at the chateau dropped unseen and unheard - both melting away, like the minutes that were falling from the spring of Time - through three dark hours. Then, the grey water of both began to be ghostly in the light, and the eyes of the stone faces of the chateau were opened.

Lighter and lighter, until at last the sun touched the tops of the still trees, and poured its radiance over the hill. In the glow, the water of the chateau fountain seemed to turn to blood, and the stone faces crimsoned. The carol of the birds was loud and high, and, on the weather-beaten sill of the great window of the bedchamber of Monsieur the Marquis, one little bird sang its sweetest song with all its might. At this, the nearest stone face seemed to stare amazed, and, with opened mouth and dropped under-jaw, looked awe-stricken.“

 

 

 

 

dickens-drummond
Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)

Portret door Samuel Drummond

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Emma Lanier McLaughlin werd geboren op 7 februari 1974 in  Elmira, New York. Op de universiteit raakte zij bevriend met Nicola Kraus en samen schreven zij he Nanny Diaries. In Amerika was Dagboek van een nanny een enorm succes: er werden binnen vier maanden meer dan 500.000 exemplaren verkocht en het boek prijkte maandenlang op de bestsellerlijsten van The New York Times en Publishers Weekly. In 2004 verscheen Citizen Girl, in 2007 Dedication.

 

Uit: The Nanny Diaries

 

„The dark vestibule, wallpapered in some gloomy Colefax and Fowler floral, always contains a brass umbrella stand, a horse print, and a mirror, wherein I do one last swift check of my appearance. I seem to have grown stains on my skirt during the train ride from school, but otherwise I'm pulled together--twin set, floral skirt, and some Gucci-knockoff sandals I bought in the Village. She is always tiny. Her hair is always straight and thin; she always seems to be inhaling and never exhaling. She is always wearing expensive khaki pants, Chanel ballet flats, a French striped Tshirt, and a white cardigan. Possibly some discreet pearls. In seven years and umpteen interviews the I'm-mom-casual-in-my-khakis-but-intimidating-in-my-
$400-shoes outfit never changes. And it is simply impossible to imagine her doing anything so undignified as what was required to get her pregnant in the first place.
Her eyes go directly to the splot on my skirt. I blush. I haven't even opened my mouth and already I'm behind.
She ushers me into the front hall, an open space with a gleaming marble floor and mushroom-gray walls. In the middle is a round table with“

 

 

 

 

McLaughlin
Emma McLaughlin (Elmira, 7 februari 1974)

Emma McLaughlin and Nicola Kraus

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Christine Angot werd geboren op 7 februari 1959 in Châteauroux. Zij is er om bekend dat zij in haar boeken op soms schokkende en niets ontziende wijze persoonlijke ervaringen verwerkt. De kritiek is dan ook verdeeld: de een prijst haar directheid, de ander verwijt haar exibitionisme.

 

Uit: Le Marché des Amants

 

Marc était chaleureux et sympathique, il avait envie de rapports intimes, tout en étant réservé il aimait parler. C'était un intellectuel de la rive gauche, décontracté, rieur, pas très grand, petites lunettes pour lire qu'il posait sur le bout du nez au lieu de les mettre et de les enlever, il lisait la carte au restaurant puis levait les yeux par-dessus pour vous parler. Il avait une voiture pour les longues distances, un scooter pour aller d'un rendez-vous à un autre en évitant les encombrements, un vélo parce qu'il aimait ça: sa pensée restait active, pendant qu'il se déplaçait à un rythme tranquille, en silence, il réfléchissait. Il aimait faire le marché, la cuisine aussi. Les cèpes. De temps en temps un très bon restaurant. Il aimait bien. Il s'occupait de ses enfants, même s'il les voyait peu, il était séparé de leur mère depuis trois ans. Il travaillait beaucoup. Il avait toujours beaucoup travaillé. Il faisait une belle carrière, il avait un bon salaire. Il habitait dans le quartier de Paris qui correspondait à ses centres d'intérêt, et lui permettait en même temps d'avoir une vie de famille. Le quatorzième. Le travail, l'école, les lieux de rendez-vous étaient proches les uns des autres. Il lisait beaucoup, allait au cinéma une fois par semaine, de temps en temps au spectacle. Il recevait les invitations mais évitait les premières, il était rédacteur en chef d'un journal culturel, si parfois il y allait, c'était pour gagner du temps, ça évitait d'avoir à réserver soi-même, c'était tout. D'un point de vue social ce genre de sortie lui déplaisait. Il critiquait ce milieu, cette ambiance tout en disant «m'enfin on va pas parler de ça». Il préférait voir sa vie en dehors de «cette espèce de zoo», il était contraint de s'y mêler, de très loin et en observateur, mais ne se sentait pas sali, pas touché. »

 

 

 

Angot
Christine Angot (Châteauroux, 7 februari 1959)

 

 

 

 

 

De Poolse dichteres Anna Świrszczyńska werd geboren op 7 februari 1909 in Warszawa. Zij begon met het publiceren van gedichten in de jaren dertig. Tijdens de bezetting van Polen gedurende WO II zat zij in het verzet, tijdens de opstand van Warschau was zij militair verpleegster. De beroemde dichter en vertaler Czesław Miłosz vertaalde later werk van haar naar het Engels.

 

The Second Madrigal

  

A night of love

exquisite as a

concert from old Venice

played on exquisite instruments.

Healthy as a

buttock of a little angel.

Wise as an

anthill.

Garish as air

blown into a trumpet.

Abundant as the reign

of a royal Negro couple

seated on two thrones

cast in gold.

 

A night of love with you,

a big baroque battle

and two victories.

 

 

 

 

In een blauwe pyjama

Ik slaap in een blauwe pyjama,
rechts van mij slaapt mijn kind.
Ik heb nooit gehuild,
ik zal nooit sterven.

Ik slaap in een blauwe pyjama,
links van mij slaapt mijn man.
Ik heb mijn hoofd nooit tegen de muur geslagen,
ik heb het nooit uitgegild van angst.

Hoe breed is dit bed niet
dat er plaats is
voor zoveel geluk.

 

 

Vertaald door Jo Govaerts en Karol Lesman

 

 

 

 

swirszczynska
Anna Świrszczyńska (7 februari 1909 – 14 augustus 2004)

 

 

 

 

 

De Australische schrijver Peter Carey werd geboren op 7 februari 1943 in Bacchus Marsh (Victoria). Zie ook mijn blog van 7 februari 2007 en ook mijn blog van 7 februari 2008.

 

Uit: His Illegal Self

 

There were no photographs of the boy's father in the house upstate. He had been persona non grata since Christmas 1964, six months before the boy was born. There were plenty of pictures of his mom. There she was with short blond hair, her eyes so white against her tan. And that was her also, with black hair, not even a sister to the blonde girl, although maybe they shared a kind of bright attention.
She was an actress like her grandma, it was said. She could change herself into anyone. The boy had no reason to disbelieve this, not having seen his mother since the age of two. She was the prodigal daughter, the damaged saint, like the icon that Grandpa once brought back from Athens—shining silver, musky incense—although no one had ever told the boy how his mother smelled.
Then, when the boy was almost eight, a woman stepped out of the elevator into the apartment on East Sixty-second Street and he recognized her straightaway. No one had told him to expect it.
That was pretty typical of growing up with Grandma Selkirk. You were some kind of lovely insect, expected to know things through your feelers, by the kaleidoscope patterns in the others' eyes. No one would dream of saying, Here is your mother returned to you. Instead his grandma told him to put on his sweater. She collected her purse, found her keys and then all three of them walked down to Bloomingdale's as if it were a deli.“

 

 

 

 

Peter_Carey
Peter Carey (Bacchus Marsh, 7 februari 1943)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Gay Talese werd geboren op 7 februari 1932 in Ocean City. Zie ook mijn blog van 7 februari 2008.

 

Uit: A writer’s life

 

I am not now, nor have I ever been, fond of the game of soccer. Part of the reason is probably attributable to my age and the fact that when I was growing up along the southern shore of New Jersey a half century ago, the sport was virtually unknown to Americans, except to those of foreign birth. And even though my father was foreign-born—he was a dandified but dour custom tailor from a Calabrian village in southern Italy who became a United States citizen in the mid-1920s—his references to me about soccer were associated with his boyhood conflicts over the game, and his desire to play it in the afternoons with his school friends in an Italian courtyard instead of merely watching it being played as he sat sewing at the rear window of the nearby shop to which he was apprenticed; yet, as he often reminded me, he knew even then that these young male performers (including his less dutiful brothers and cousins) were wasting their time and their future lives as they kicked the ball back and forth when they should have been learning a worthy craft and anticipating the high cost of a ticket to immigrant prosperity in America! But no, he continued in his tireless way of warning me, they idled away their afternoons playing soccer in the courtyard as they would later play it behind the barbed wire of the Allied prisoner of war camp in North Africa to which they were sent (they who were not killed or crippled in combat) following their surrender in 1942 as infantrymen in Mussolini's losing army. Occasionally they sent letters to my father describing their confinement; and one day near the end of World War II he put aside the mail and told me in a tone of voice that I prefer to believe was more sad than sarcastic, "They're still playing soccer!"

 

 

 

Talese
Gay Talese (Ocean City, 7 februari 1932)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Alban Nikolai Herbst (pseudoniem van Alexander Michael v. Ribbentrop) werd geboren op 7 februari 1955 in Refrath. Zie ook mijn blog van 7 februari 2007 en ook mijn blog van 7 februari 2008.

 

Uit: Meere

 

"Irenes Stolz. Der glühte wie eine Grundierung in ihrem ägyptischen Blick. Der gab ihr die Haltung, wenn sie sich schminkte. Immer saß er gerne dabei, saß auf dem Toilettendeckel und schaute ihr bewundernd zu. Was sie gar nicht schätzte. Bitte, Fichte, laß mich allein. Sie war so intim dann, so grenzenlos selbstbewußt, selbstverliebt; selbst wenn sie masturbierte, war sie nicht inniger mit sich als in solchen Momenten ..."

 

 

 

 

alban_nikolai_herbst
Alban Nikolai Herbst (Refrath, 7 februari 1955)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver A. den Doolaard werd geboren op 7 febrauri 1901 in Hoenderloo. Zie ook mijn blog van 7 februari 2007 en ook mijn blog van 7 februari 2008.

 

Uit: Wampie. De roman van een zorgeloze zomer

 

Wampie werd wakker.

Er zijn mensen wier ogen opengaan net zo snel als een deur wanneer er hard aan getrokken wordt: zo zie je niets, en dan opeens het hele binnenste van het huis. Hun hoofd lijkt het kastje van een kiektoestel: eerst is er niets dan het gladde rustige slapen, altoos eender, net als het gladde doffe overtrek van het kiekkastje. Maar dan wordt er plotseling op een geheimzinnig veertje gedrukt, en het glanzende oog, dat diep binnenin sliep, schiet met een ruk naar voren en kijkt je groot aan.

Maar zo ontwaakte Wampie nooit. Haar wakkerworden leek meer op het langzame neerdwarrelen van een blaadje van tak tot tak en dan in glijvlucht naar de grond. Want opstaan deed Wampie nooit: ze viel altijd uit bed. Wanneer ze voelde dat ze wakker moest worden, omdat de wekker twee keer afgelopen en er drie keer op haar deur gebonsd was (een keer door haar zusje, een keer door moeder en een slotbons van vader, die bonst zoals alleen een man bonzen kan, die haastig naar kantoor moet, en dan zijn ganse ergernis over de afgelopen en komende vier en twintig uur, plus over het feit, dat hij een geliefde maar ogenschijnlijk luie dochter heeft, in één machtige bons ontlaadt) - dan, door die slag wanhopig losgeschud uit de boom harer dromen, die nog tussen de sterren doorgroeide hoewel het allang dag was, dwarrelde ze naar omlaag“.

 

 

 

doolaard
A. den Doolaard (7 februari 1901 –  26 juni 1994)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Harry Sinclair Lewis werd geboren in Sauk Centre op 7 februari 1885. Zie ook mijn blog van 7 februari 2007.

 

Uit: Main Street

 

"Carol was discovering that the one thing that can be more disconcerting than intelligent hatred is demanding love. "She supposed that she was being gracefully dull and standardized in the Smails' presence, but they scented the heretic, and with forward-stooping delight they sat and tried to drag out her ludicrous concepts for their amusement. They were like the Sunday-afternoon mob starting [sic] at monkeys in the Zoo, poking fingers and making faces and giggling at the resentment of he more dignified race.... They were staggered to learn that a real tangible person, living in Minnesota, and married to their own flesh-and-blood relation, could apparently believe that divorce may not always be immoral; thatÊ illegitimate children do not bear any special and guaranteed form of curse; that there are ethical authorities outside of the Hebrew Bible; that men have drunk wine yet not died in the gutter; that the capitalistic system of distribution and the Baptist wedding-ceremony were not known in the Garden of Eden; ... that there are Ministers of the Gospel who accept evolution; that some persons of intelligence and business ability do not always vote the Republican ticket straight; ... that a violin is not inherently more immoral than a chapel organ... 'Where does she get all them the'ries?' marveled Uncle Whittier Smail..."

 

 

 

Lewis-Sinclair-LOC
Harry Sinclair Lewis (7 februari 1885 - 10 januari 1951)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

 

07-02-08

Charles Dickens, Peter Carey, Gay Talese, Alban Nikolai Herbst, A. den Doolaard, Harry Sinclair Lewis, Paul Nizan, Rhijnvis Feith


De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook mijn blog van 7 februari 2007.

 

Uit: Oliver Twist

 

Although I am not disposed to maintain that the being born in a workhouse, is in itself the most fortunate and enviable circumstance that can possibly befal a human being, I do mean to say that in this particular instance, it was the best thing for Oliver Twist that could by possibility have occurred. The fact is, that there was considerable difficulty in inducing Oliver to take upon himself the office of respiration,-a troublesome practice, but one which custom has rendered necessary to our easy existence; and for some time he lay gasping on a little flock mattress, rather unequally poised between this world and the next: the balance being decidedly in favour of the latter. Now, if, during this brief period, Oliver had been surrounded by careful grandmothers, anxious aunts, experienced nurses, and doctors of profound wisdom, he would most inevitably and indubitably have been killed in no time. There being nobody by, however, but a pauper old woman, who was rendered rather misty by an unwonted allowance of beer; and a parish surgeon who did such matters by contract; Oliver and Nature fought out the point between them. The result was, that, after a few struggles, Oliver breathed, sneezed, and proceeded to advertise to the inmates of the workhouse the fact of a new burden having been imposed upon the parish, by setting up as loud a cry as could reasonably have been expected from a male infant who had not been possessed of that very useful appendage, a voice, for a much longer space of time than three minutes and a quarter.

As Oliver gave this first proof of the free and proper action of his lungs, the patchwork coverlet which was carelessly flung over the iron bedstead, rustled; the pale face of a young woman was raised feebly from the pillow; and a faint voice imperfectly articulated the words, "Let me see the child, and die."

 

 

 

Charles_Dickens
Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)

 

 

 

De Australische schrijver Peter Carey werd geboren op 7 februari 1943 in Bacchus Marsh (Victoria). Zie ook mijn blog van 7 februari 2007.

 

 

Uit: True History of the Kelly Gang

 

MY first memory is of Mother breaking eggs into a bowl and crying that Jimmy Quinn my 15 yr. old uncle were arrested by the traps. I don't know where my daddy were that day nor my older sister Annie. I were 3 yr. old. While my mother cried I scraped the sweet yellow batter onto a spoon and ate it the roof were leaking above the camp oven each drop hissing as it hit.

My mother tipped the cake onto the muslin cloth and knotted it.

Your Aunt Maggie were a baby so my mother wrapped her also then she carried both cake and baby out into the rain. I had no choice but follow up the hill how could I forget them puddles the colour of mustard the rain like needles in my eyes.

We arrived at the Beveridge Police Camp drenched to the bone and doubtless stank of poverty a strong odour about us like wet dogs and for this or other reasons we was excluded from the Sergeant's room. I remember sitting with my chillblained hands wedged beneath the door I could feel the lovely warmth of the fire on my fingertips. Yet when we was finally permitted entry all my attention were taken not by the blazing fire but by a huge red jowled creature the Englishman who sat behind the desk. I knew not his name only that he were the most powerful man I ever saw and he might destroy my mother if he so desired.

Approach says he as if he was an altar.

My mother approached and I hurried beside her. She told the Englishman she had baked a cake for his prisoner Quinn and would be most obliged to deliver it because her husband were absent and she had butter to churn and pigs to feed.

No cake shall go to the prisoner said the trap I could smell his foreign spicy smell he had a handlebar moustache and his scalp were shining through his hair.”

 

 

 

Carey
Peter Carey (Bacchus Marsh, 7 februari 1943)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Gay Talese werd geboren op 7 februari 1932 als kind van een Rooms-katholieke familie in Ocean City. Zijn vader was kleermaker. Hij volgde een studie aan de universiteit van Alabama, waar hij voor het eerst literaire technieken in de journalistiek toepaste. Talese stond aan de wieg van wat later New Journalism zou gaan heten. Talese vatte zijn bedoelingen samen met: “New Journalism leest als fictie, maar is het niet. Het is zo waarheidsgetrouw als de meest waarheidsgetrouwe reportage, maar het zoekt naar de diepere waarheid dan je bereiken kunt door het opstapelen van feiten, het gebruiken van quotes, en de traditionele journalistieke vormgeving. New Journalism vraagt, nee eist, een vorm van schrijven die tot de verbeelding spreekt.”

Hij beleefde het hoogtepunt van zijn carrière in 1966, toen hij voor Esquire artikelen schreef over Joe DiMaggio en Frank Sinatra: "The Silent Season of a Hero" en "Frank Sinatra Has a Cold".

 

Uit: Frank Sinatra Has a Cold

 

“November, a month before his fiftieth birthday. Sinatra had been working in a film that he now disliked, could not wait to finish; he was tired of all the publicity attached to his dating the twenty-year-old Mia Farrow, who was not in sight tonight; he was angry that a CBS television documentary of his life, to be shown in two weeks, was reportedly prying into his privacy, even speculating on his possible friendship with Mafia leaders; he was worried about his starring role in an hour-long NBC show entitled Sinatra—A Man And His Music, which would require that he sing eighteen songs with a voice that at this particular moment, just a few nights before the taping was to begin, was weak and sore and uncertain. Sinatra was ill. He was the victim of an ailment so common that most people would consider it trivial. But when it gets to Sinatra it can plunge him into a state of anguish, deep depression, panic, even rage. Frank Sinatra had a cold.

Sinatra with a cold is Picasso without paint, Ferrari without fuel—only worse. For the common cold robs Sinatra of that uninsurable jewel, his voice, cutting into the core of his confidence, and it affects not only his own psyche but also seems to cause a kind of psychosomatic nasal drip within dozens of people who work for him, drink with him, love him, depend on him for their own welfare and stability. A Sinatra with a cold can, in a small way, send vibrations through the entertainment industry and beyond as surely as a President of the United States, suddenly sick, can shake the national economy.

For Frank Sinatra was now involved with many things involving many people—his own film company, his record company, his private airline, his missile-parts firm, his real-estate holdings across the nation, his personal staff of seventy-five—which are only a portion of the power he is and has come to represent. He seemed now to be also the embodiment of the fully emancipated male, perhaps the only one in America, the man who can do anything he wants, anything, can do it because he has the money, the energy, and no apparent guilt. In an age when the very young seem to be taking over, protesting and picketing and demanding change, Frank Sinatra survives as a national phenomenon, one of the few prewar products to withstand the test of time.”

 

 

talese
Gay Talese (Ocean City, 7 februari 1932)

 

 

De Duitse schrijver Alban Nikolai Herbst (pseudoniem van Alexander Michael v. Ribbentrop) werd geboren op 7 februari 1955 in Refrath. Zie ook mijn blog van 7 februari 2007.

 

 

Uit: Roses Triumph

 

Niemals wäre Erwin Rose Gegenstand literarischer Würdigung geworden, hätte sich nicht in seinem 51. Lebensjahr ein sonderbarer Umbruch vollzogen. Doch bekam ihn kaum jemand mit. Er erstaunte den distanzierten Bürovorsteher selbst – einen seit über dreißig Jahren völlig erregungslosen, dem Kanzleileben dienenden Charakter. Nicht daß der Mann devot gewesen wäre, doch ein Gleichmut, der ihm innere Ruhe und auch Abstand gewährte, hatte ihn die politischen Nervositäten unterschlafen lassen, von denen vor allem die späten Siebziger durchwühlt worden waren. Und ihm bis heute erlaubt, jederlei Lehrlingsprotest, wenn er tradierte Abläufe störte, gleichsam instinktiv in eine Art Urvertrauen zurückzuleiten. Ohnedies ist die Kanzlei, in der Erwin Rose seit Jünglingszeiten beschäftigt und seit über drei Jahrzehnten ins Vertrauen des Chef-Sozius’ Dörrbecker gewachsen war, von politisch grellem Belang niemals bewegt gewesen. Scheidungen, Mietstreitigkeiten, Bußgeld- und Asylverfahren bestimmten den kleinen Betrieb; die auch in juridischer Hinsicht recht wechselvolle Historie rührte in ihm kaum einen Wellenring auf. Die Protestzwiebeln, die, selten genug, der Büronachwuchs warf, klatschten in den Schlick einer lehrväterlichen Umarmung. Nur in ganz seltenen Fällen zogen sie Wurzeln, so daß Erwin Rose ihre Triebe kupieren mußte.

An diesem Sommernachmittag stülpte den Mann jedoch etwas um. Möglicherweise hätte ein guter Beobachter die Veränderung registrieren können: ungewisser Blicke wegen, die der Bürovorsteher seither seinem Chef hinterherwarf, oder aufgrund der einen oder anderen scheinbar motivlosen Geste. Oder weil sich Rose seltsam schneuzte und danach qualitativ neu mit den Nasenflügeln zuckte. Marginalien also nur. Doch den Beobachter gab es ohnedies nicht.”

 

 

 

Herbst
Alban Nikolai Herbst (Refrath, 7 februari 1955)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver A. den Doolaard werd geboren op 7 febrauri 1901 in Hoenderloo. Zie ook mijn blog van 7 februari 2007.

 

 

Februari-staking

 

Zij staakten niet om goed of geld,

Niet om der wille van den brode;

Zij staakten tegen bruut geweld;

Zij staakten om geslagen Joden.

 

Helden, die in de oorden zijt

Die geen tiran ooit zal betreden,

Verlicht gij de verlorenheid

Van hen in ’t donker hier beneden.

 

Daal naar hun cellen, voor de nacht

Zich kleurt tot roden stervensmorgen;

Vertel hun van het slapen zacht

In ongebluste kalk geborgen;

 

Vertel hun, hoeveel beter ’t is

Om zonder kruis en zonder botten

Te wachten op de herrijzenis

Dan laf en levend te verrotten.

 

Tussen de blinddoek en de dood

Is enkel maar het korte knallen.

Grijp dan hun hand, opdat zij groot

En zwijgend voorovervallen.

 

Ga met Uw mond tot bij hun oor

En zeg: ‘Dit is de laatste wonde’,

En fluister hun de woorden voor:

‘Mijn God, vergeef ons onze zonden.

 

‘Wij staakten niet om goed of geld,

‘Niet om der wille van den brode;

‘Wij staakten tegen ’t beulsgeweld:

‘Wij staakten om geslagen Joden.’

 

 

 

 

Doolaard
A. den Doolaard (7 februari 1901 –  26 juni 1994)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 7 februari 2007.

 

De Amerikaanse schrijver Harry Sinclair Lewis werd geboren in Sauk Centre op 7 februari 1885.

 

De Franse filosoof en schrijver Paul Nizan werd geboren op 7 februari 1905 in Tours.

 
De Nederlandse schrijver Rhijnvis Feith werd geboren in Zwolle  en daar op 7 februari 1753 gedoopt.

 

 

07-02-07

Charles Dickens, Harry Sinclair Lewis, Peter Carey, Alban Nikolai Herbst, Paul Nizan, A. den Doolaard, Rhijnvis Feith


Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport als zoon van John Dickens en Elizabeth Barrow. Toen hij tien was, verhuisde de familie naar Londen. Door financiële moeilijkheden van zijn vader (hij werd wegens schulden in de gevangenis gezet) moest de jonge Charles enkele malen zijn school verlaten om te gaan werken. Zo belandde hij op twaalfjarige leeftijd in een schoensmeerfabriek waar hij 10 uur per dag moest werken. De omstandigheden waaronder arbeiders moesten leven werden een belangrijk onderwerp in zijn latere werk. Veel van zijn werken verschenen in eerste instantie in de vorm van feuilletons in diverse bladen en werden pas later als boek uitgegeven. Grote bekendheid verwierf hij met The Pickwick Papers (The posthumous papers of the Pickwick Club), dat vanaf 1836 in maandelijkse afleveringen verscheen. Na het succes hiervan verschenen snel achtereen Oliver Twist (1837-1838), Nicholas Nickleby (1838-1839), The Old Curiosity Shop (1841) en Barnaby Rudge (1841).

 

Uit: Great Expectations

 

“My father's family name being Pirrip, and my Christian name Philip, my infant tongue could make of both names nothing longer or more explicit than Pip. So, I called myself Pip, and came to be called Pip.

I give Pirrip as my father's family name, on the authority of his tombstone and my sister - Mrs. Joe Gargery, who married the blacksmith. As I never saw my father or my mother, and never saw any likeness of either of them (for their days were long before the days of photographs), my first fancies regarding what they were like, were unreasonably derived from their tombstones. The shape of the letters on my father's, gave me an odd idea that he was a square, stout, dark man, with curly black hair. From the character and turn of the inscription, "Also Georgiana Wife of the Above," I drew a childish conclusion that my mother was freckled and sickly. To five little stone lozenges, each about a foot and a half long, which were arranged in a neat row beside their grave, and were sacred to the memory of five little brothers of mine - who gave up trying to get a living, exceedingly early in that universal struggle - I am indebted for a belief I religiously entertained that they had all been born on their backs with their hands in their trousers-pockets, and had never taken them out in this state of existence.

Ours was the marsh country, down by the river, within, as the river wound, twenty miles of the sea. My first most vivid and broad impression of the identity of things, seems to me to have been gained on a memorable raw afternoon towards evening. At such a time I found out for certain, that this bleak place overgrown with nettles was the churchyard; and that Philip Pirrip, late of this parish, and also Georgiana wife of the above, were dead and buried; and that Alexander, Bartholomew, Abraham, Tobias, and Roger, infant children of the aforesaid, were also dead and buried; and that the dark flat wilderness beyond the churchyard, intersected with dykes and mounds and gates, with scattered cattle feeding on it, was the marshes; and that the low leaden line beyond, was the river; and that the distant savage lair from which the wind was rushing, was the sea; and that the small bundle of shivers growing afraid of it all and beginning to cry, was Pip.

 

 

dickens
Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)

 

De Amerikaanse schrijver Harry Sinclair Lewis werd geboren in Sauk Centre op 7 februari 1885. Op jonge leeftijd leerde hij lezen en hield hij een dagboek bij. Op 13-jarige leeftijd probeerde hij zonder succes van huis weg te lopen om mee te vechten in de Spaans-Amerikaanse Oorlog. In 1908 studeerde hij af aan Yale University. Lewis begon zijn schrijverscarrière met romantische gedichten en verhalen. In 1912 publiceerde hij zijn eerste boek, Hike and the Aeroplane onder het pseudoniem Tom Graham. In 1926 won hij de Pulitzerprijs, die hij weigerde, voor Arrowsmith. Elmer Gantry, een boek over een opportunistische priester, werd verboden in Boston en andere Amerikaanse steden, wat ook al eens het geval was geweest bij eerdere boeken en wat later ook nog zou gebeuren. Bij zijn ontvangsttoespraak na het verkrijgen van de Nobelprijs klaagde hij dat veel Amerikanen nog steeds bang waren voor literatuur waarin niet slechts alles wat Amerikaans is verheerlijkt wordt. Zijn laatste grote werk was It Can't Happen Here waarin de Verenigde Staten na de verkiezingsoverwinning van Berzelius "Buzz" Windrip omgevormd worden tot een fascistische dictatuur. Een poging dit boek te verfilmen werd tegengehouden.

Alcohol speelde een belangrijke rol in zijn leven. Hij overleed in 1951 in Rome aan een hartkwaal die was ontstaan door zijn alcoholisme.In 1930 was hij de eerste Amerikaan die de Nobelprijs voor de Literatuur won.

 

Uit: Arrowsmith

 

"She had called Martin a 'lie-hunter,' a 'truth-seeker.' They decided now that most people who call themselves 'truth-seekers' — persons who scurry about chattering of Truth as though it were a tangible separable thing, like houses or salt or bread — did not so much desire to find Truth as to cure their mental itch. In novels, these truth-seekers quested the 'secret of life' in laboratories which did not seem to be provided with Bunsen flames or reagents; or they went, at great expense and much discomfort from hot trains and undesirable snakes, to Himalayan monasteries, to learn from unaseptic sages that the Mind can do all sort of edifying things if one will but spend thirty or forty years in eating rice and gazing on one's navel. To these high matters Martin responded, 'Rot!' He insisted that there is no Truth but only many truths; that Truth is not a colored bird to be chased among the rocks and captured by its tail, but a skeptical attitude toward life. He insisted that no one could expect more than, by stubbornness or luck, to have the kind of work he enjoyed and an ability to become better acquainted with the facts of that work than the average job-holder."

 

 

lewiss
Harry Sinclair Lewis (7 februari 1885 - 10 januari 1951)

 

De Australische schrijver Peter Carey werd geboren op 7 februari 1943 in Bacchus Marsh (Victoria). Hij woonde in Melbourne, Londen en Sydney, maar woont en werkt nu in New York waar hij verbonden is aan Hunter College, een onderdeel van de City University of New York. Aan het begin van zijn literaire carrière schreef hij copy voor reclamebureaus. Zijn boeken zijn vele malen bekroond, onder meer met de Booker Prize. Carey heeft ook meegewerkt aan de screenplay voor de film Until the end of the world van Wim Wenders.

 

Uit: Theft. A love story (2006)

 

“I don't know if my story is grand enough to be a tragedy, although a lot of shitty stuff did happen. It is certainly a love story but that did not begin until midway through the shitty stuff, by which time I had not only lost my eight-year-old son, but also my house and studio in Sydney where I had once been about as famous as a painter could expect in his own backyard. It was the year I should have got the Order of Australia--why not!--look at who they give them to. Instead my child was stolen from me and I was eviscerated by divorce lawyers and gaoled for attempting to retrieve my own best work which had been declared Marital Assets.

Emerging from Long Bay Prison in the bleak spring of 1980, I learned I was to be rushed immediately to northern New South Wales where, although I would have almost no money to spend on myself, it was thought that I might, if I could only cut down on my drinking, afford to paint small works and care for Hugh, my damaged two-hundred-and-twenty-pound brother.”


Carey
Peter Carey (Bacchus Marsh, 7 februari 1943)

 

De Duitse schrijver Alban Nikolai Herbst (pseudoniem van Alexander Michael v. Ribbentrop) werd geboren op 7 februari 1955 in Refrath. Hij studeerde filosofie en werkte ook als effectenmakelaar. In 1981 debuteerde hij met een verzameling prozateksten onder de titel Marlboro. Daarvoor kreeg hij het Niedersächsiche Nachwuchsstipendium für Literatur. Naast zijn talrijke romans en verhalenbundels publiceerde hij ook toneelstukken, hoorspelen en libretti. Van 1986 tot 1991 was hij uitgever van "Dschungelblätter - Zeitschrift für die deutschsprachige Kulturintelligenz. Tot zijn bekendste werken behoren Thetis. Anderswelt en Wolpertinger oder Das Blau, waarvoor hij de gerenommeerde Grimmelshausen-Preis ontving. Publicatie van zijn roman Meere werd in 2003 verboden, omdat er een sleutelroman in werd gezien. Bestaande personen voert hij vaker in zijn werk op. Zo bijvoorbeeld Hanna Schygulla en Klaus Kinski in "Wolpertinger oder Das Blau". Sinds midden 2004 publiceert Herbst ook een weblog, waarop hij zijn actuele werk documenteert en experimenteert met theoretische fragnenten en het praktische schrijfproces van alledag.

 

Uit: Wolpertinger oder Das Blau

 

“...Muß seichen, der Lauscher: Er erhob sich, schlenderte an der jungen Frau vorbei, deren Kostüm er flüchtig strich. Sie nahm das nicht wahr oder verstellte sich. Er schob die Tür das Waggons auf, trat auf die rappelnde Metallplatte, in den Lamellenschlauch. Durch die schweren Gummifalten zog es. Deters bog nach links um die Ecke, stand vor der Toilettentür. BESETZT. Vielleicht, dachte er, brauche er nur ein paar Minuten zu warten, dann trete eine Frau heraus, die nichts anderes als einen Leopardenmantel trage. Die Sekunden vertickten. Deters wandte sich vom Bestarren der Abortstür fort, dem kleinen Fenster zu, das er hinabziehen wollte. Die Mechanik sperrte sich. Man mußte schon heftig daran rütteln, um den Glasrahmen wenigstens ein Stückchen herunterzubekommen. Ne se pencher pas au dehors, da kriegt sowieso keiner den Kopf durch. It's not twenty-eight. Die Spülung gurgelt. Aber wenn nun doch... Guillotine: Kopf raus - Pfahl - Kopf ab...”

 

 

Herbst
Alban Nikolai Herbst (Refrath, 7 februari 1955)

 

De Franse filosoof en schrijver Paul Nizan werd geboren op 7 februari 1905 in Tours. Hij studeerde in Parijs waar hij bevriend raakte met J.P. Sartre op het Lycée Henri IV. Hij werd lid van de Franse communistische partij en veel van zijn werk weerspiegelt zijn politieke opvattingen, hoewel hij uit de partij trad toen hij hoorde van het Molotov-Ribbentrop Pact in 1939. Hij sneuvelde in de slag om Duinkerken. Zijn werk bestaat o.a. uit de romans Antoine Bloye (1933), Le Cheval de Troie en La Conspiration (1938) en de essays "Les Chiens de garde" (1932) and "Aden, Arabie" (1931), die in 1960 met een voorwoord van Sarte opnieuw gepubliceerd werden en hem bij een nieuw puliek introduceerden.

 

Uit: Les Chiens de garde

 

« Que font les penseurs de métier au milieu de ces ébranlements ? Ils gardent encore leur silence. Ils n’avertissent pas. Ils ne dénoncent pas. Ils ne sont pas transformés. Ils ne sont pas retournés. L’écart entre leur pensée et l’univers en proie aux catastrophes grandit chaque semaine, chaque jour, et ils ne sont pas alertés. Et ils n’alertent pas. L’écart entre leurs promesses et la situation des hommes est plus scandaleux qu’il ne fut jamais. Et ils ne bougent point. Ils restent du même côté de la barricade. Ils tiennent les mêmes assemblées, publient les mêmes livres. Tous ceux qui avaient la simplicité d’attendre leurs paroles commencent à se révolter, ou à rire. »

 

 

nizan
Paul Nizan (7 februari 1905 – 23 mei 1940)

 

De Nederlandse schrijver A. den Doolaard (pseudoniem van Cornelis Johannes George (Bob) Spoelstra jr.) werd geboren op 7 febrauri 1901 in Hoenderloo. Zijn vader was Nederlands-hervormd predikant. Op zijn zeventiende brak Cornelis met de kerk. Hij ging naar de HBS in Den Haag en na het overlijden van zijn vader werd hij boekhouder bij de Bataafse Petroleum Maatschappij (van 1920 tot 1928). In 1926 debuteerde hij met 'de verliefde betonwerker', een bundel vitalistische gedichten. In 1928 zegde hij zijn baan op en begon hij met een aantal zwerftochten door de Balkan en Frankrijk, waar hij diverse baantjes had zoals steenhouwer, druivenplukker, landarbeider en dokwerker. De ervaringen die hij tijdens deze zwerftochten opdeed, verwerkte hij in romans en krantenartikelen. Al vroeg waarschuwde Den Doolaard tegen het opkomende fascisme. Zijn onverbloemde artikelen leverden hem een uitwijzing op uit Oostenrijk, terwijl ook de toegang tot Duitsland en Italië hem ontzegd werd.

 

Uit: De herberg met het hoefijzer

 

“Vaarwel Piccadilly! Na een werkzaamheid van zes maanden op het Londensche hoofdkantoor van de Trepca Mining Company moest Erwin Raine, geoloog en explorateur, plotseling zijn paspoort inleveren, en toen hij twee dagen later bij de Directie geroepen werd wist hij reeds wat hem te wachten stond. ‘U kent wat Italiaansch, nietwaar? En Duitsch, van moederswege? U werkte ook drie jaar in de kopermijnen van Bor, en u spreekt dus goed Servisch? Uitstekend. Ziehier uw opdracht. In de Noordalbaneesche Alpen, het gebied tegen de Yougoslavische grens, moeten loonende koperlagen aanwezig zijn. U gaat er heen en zoekt de zaak uit. Hier zijn uw aanbevelingen: voor de regeering in Rome, want u weet waarschijnlijk dat Albanië een Italiaansch protectoraat is; voor het Albaneesche gouvernement, en voor de Yougoslavische autoriteiten, voor geval u over de grens mocht geraken. Het gebied heeft de roep niet geheel veilig te zijn, en u krijgt vanuit Scutari een gendarmerie-escorte; wapen u niettemin. Over drie weken uiterlijk verwacht ik uw berichten. Indien de exploratie gunstig uitvalt, komen Uw vier assistenten na. Dit is slechts een verkenningsreis. Telegrafeer “ill” of “good health” al naar de uitslag is, en neem met het oog op de concurrenten zwijgzaamheid in acht. Hier is de tegenwaarde van 500 pond, in lires en dollarbiljetten. Ik wensch u goede reis.’
Tegen alle verwachtingen in had Raine geen enkele bedenking laten hooren. Hij had goedmoedig geglimlacht, zooals gewoonlijk, en den directeur zelfs warm de hand gedrukt, alsof hij hem bedankte voor deze verbanning naar de wildernis. Toen hij weg was mompelde de directeur: ‘Een opofferende ziel, en een arbeidsezel...’ Hij wist niet dat Raine drie dagen geleden zijn verloving verbroken had.”
 

 

DENDOOLAARD
A. den Doolaard (7 februari 1901 –  26 juni 1994)

 

De Nederlandse schrijver Rhijnvis Feith werd geboren in Zwolle  en daar op 7 februari 1753 gedoopt. Rhijnvis Feith behoorde tot de literaire stroming het sentimentalisme en stond onder anderen onder invloed van Edward Young, Friedrich Gottlieb Klopstock en Baculard d'Arnaud.  Hij studeerde rechten in Leiden (1769-1770) en promoveerde hierop na één jaar.
Zo rond 1780 sloot Feith zich aan bij de patriotten. Waarschijnlijk werd hij beïnvloed door Joan Derk van der Capellen tot den Pol t. Hierdoor werd hij in 1787, na een patriotse revolutie in Zwolle, tot magistraat gekozen. Deze functie bekleedde hij zeven maanden: toen vond er een tegenrevolutie plaats die het gezag van Willem V van Oranje-Nassau herstelde. Feith was van 1780 tot 1814 ontvanger van de belastingen op het belastingkantoor van zijn vader.

 

Uit: Raad aan eenen jongen dichter (Brieven)

 

“Van hier ook dat het eerste vernuft in Nederland - zo hij niets bezat dan zijne gaven - met alle die gaven gevaar lopen zou om van gebrek te stevren, en 't ware onmogelijk, dat een Voltaire hier ooit met zijn vernuft schatten kon overgewonnen, of een Newton drie en een halve tonne gouds aan zijne erfgenaamen nagelaten hebben.

Maar mooglijk zult gij denken dat de Dichters zeer gemaklijk het goud voor de eer vergeten kunnen. De ondervinding van alle tijden strijkt het zegel aan uwe gedachten. Vergeet ondertusschen niet, dat het lot der Nederlandsche Dichters tot hier toe geweest is, en waarschijnlijk altijd zijn moet, om slechts door Nederlanders gelezen te worden. - Welk een doodsteek voor de Eerzucht! Doe wat gij wilt, uw roem blijft binnen den kleenen omtrek van ons Gemeenebest gekluisterd - niet om dat wij altijd in alles minder voortreffelijk geweest zijn - dan hadden Hoofd en Vondel zeker in Duitsland gelezen moeten worden, eer Gellert den smaak zijner Landgenooten verbeterd had. Neen! wat men ook praten moge, men leert geen taal (over 't algemeen, en daar komt het hier op aan) enkel om werken van vernuft te kunnen lezen, maar uit noodzaaklijkheid.“

 

 

FEITH
Rhijnvis Feith (7 februari 1753 - 8 februari 1824)