30-03-16

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterer, Uwe Timm

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

Terribilità

De jongen is een grijze filosoof.
De knieën zijn de zetel van de wijsheid.
De Noordpool herbergt menige korenschoof.
In de Sahara heerst de grote ijstijd.

Een padvinder beheert het labyrint.
De sfinx kijkt vol begrip de wereld in.
De hemelgod is een driejarig kind.
De wereldondergang is het begin.

De olifant danst op het slappe koord.
De stier is meer dan zeven maanden drachtig.
De veldmuis heeft een tijgerkat vermoord.
De seksualiteit is mooi en prachtig.

 

 

In dit ondermaanse

Ik ben nog jong. Een ijsbaan is het leven.
De benen zweven en de zinnen zweven.
Vioolmuziek klinkt uit een megafoon.

De sneeuw maakt van de wereld een stilleven.
Ik tintel en ik draag een koningskroon.
Door eigen krachten word ik aangedreven

En vrienden zeilen schaterend voorbij.
Het is in hartje winter volop mei.
We schaatsen op een vloer van porselein

En slaan de dagen stuk om aan het end
Te stoppen bij de koek- en zopietent
Waar zure melk en bitterkoekjes zijn.

 

 

De monumenten 4

Gebouwen zijn aandoenlijk als ruïne,
Hun ziel ligt bloot. Paleizen, kerken, banken,
Geen sterveling die weet waartoe ze dienen.
Je hoort dus overal de luide klanken

Van tuba en trompet en mandoline
En ziet er mensen langs de straten trekken
Met feestgetoeter en plezier voor tienen.
Dit is een stad van louter lachebekken.

Hun meester is de Dood. Wat kan ze deren?
Wie maakt zich druk om eer en geld verdienen?
Ze dansen tot de ochtend, en verteren
Veel spijs en rijnwijn, waarna aspirine.

 

 
Gerrit Komrij (30 maart 1944 - 5 juli 2012)
In Vila Pouca da Beira, Portugal, 1994

Lees meer...

30-03-15

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterer, Uwe Timm

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

De monumenten 2

Daar wordt een dode nooit meteen begraven,
Geen stof geveegd. Geen asfalteermachine
Dicht gaten in de straat. Daar zijn geen brave
Aartstegenstanders van het onvoorziene,

Geen bedden, rij aan rij, als serpentine,
Waarin ze zieken aan het oog onttrekken.
Elk huis vervalt er doodkalm tot ruïne.
Elk mens kan er vrijuit op straat verrekken.

Elk monument zakt ongestoord ineen
En op een zomaar wandelende dame
Stort zich de pest. Dáár ligt haar grote teen.
Het is een echte stad, en geen reclame.

 

 

Ellebogenwerk

Hij ziet de toekomst voor zich als mals gras.
Hoor hem zijn kaken roeren. Hij heeft trek.
Omzien geeft voor een zakenman geen pas.
Maar morgen is er altijd tijdgebrek.

Agenda's heeft hij en zijn aktetas
Zit vol prognoses, tot de jongste dag,
Van opwinding beslaat zijn brillenglas
Als hij naar nog een gaatje zoeken mag.

Hij graast de toekomst leeg om haar meteen
Opnieuw met hoop te vullen. In een tijd
Die niet te ruimen valt ziet hij geen been.

De toekomst is een ruif waaruit hij eet.
Daar ligt het leven, denkt hij en vergeet
Het nu - zijn enige gelegenheid.

 

 

Een gedicht

De eerste regel is om te beginnen.
De tweede is de elfde van beneden,
De derde is om wat terrein te winnen.
De vierde moet weer rijmen op de tweede.

De vijfde draait u plotseling een loer.
De zesde heeft het twaalftal gehalveerd.
De zevende schijnt zwaar geouwehoer,
De achtste bloedserieus. Of omgekeerd.

De negende vertelt nog eens hetzelfde.
De tiende is misschien een desillusie.
De elfde is niets anders dan de elfde.
De twaalfde is van niets de eindconclusie.

 

 
Gerrit Komrij (30 maart 1944 - 5 juli 2012)
In 1994

Lees meer...

30-03-14

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterem

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

Antipode

Bewaar me voor de helderheid der dingen,
Het schone hemd, de reidans en de zon.
Geef mij het spiegelbeeld, herinneringen,
De vale schutskleur van het kameleon.

Ik ben er niet. Geen bloedbaan ruist in mij.
Ik leef in schaduwen, ben nameloos.
Laat me verdorren in het wintertij,
Ver van de zomers met hun hels gehoos.

Ik kan de lichte stormen niet verdragen.
Kijk niet naar me. Behoed me voor die pijn.
O camera. O beeld van welbehagen.
Laat me van dit de antipode zijn.

 

 

Dodenpark

We wandelden des avonds door de tuinen
Van het crematorium; achter heg en hazelaar
Stond laag de vroege maan; ik at wat kruimels
Van mijn vest en jij genoot van een sigaar.

Je dacht wellicht aan zeer bezwete negers
Op hete plantages in de weer. Ook aan
Je gezicht meende ik zoiets af te lezen.
Ikzelf keek door de heg naar de maan.

We spraken niet. Wat viel er ook te zeggen?
We dachten maar aan een maan en aan zweet.
O, nergens heerste er ooit zo'n rust. Slechts
Af en toe klonk uit een urn een kreet.

 

 

Invitatie

Ik lig hier als een hoer tentoon. Je kunt
Me aaien, in me kruipen en bespringen,
Me tot een bal opblazen, tot een punt
Verkleinen, me bewenen of bezingen:

Ik ben je materiaal. Besnuffel me.
Loer in mijn keel, mijn hart, mijn reet, mijn maag.
Vervloek me duizend maal of knuffel me.
Ik vind het best. Ik heb je lief vandaag.

Proef van mijn bloed. Kom sabbel aan mijn tiet.
Geloof volop in mijn bekentenis.
Ik ben er echt. En toch ben ik er niet,
Zoals je wollen trui het schaap niet is.

 

 
Gerrit Komrij (30 maart 1944 - 5 juli 2012)
In 1979

Lees meer...

29-07-13

Rainer Maria Rilke, Paul Verlaine, Harry Mulisch, Chang-Rae, Marja Brouwers

 

Dolce far niente

 

 

Das ist die Sehnsucht: Wohnen im Gewoge

 

Das ist die Sehnsucht: Wohnen im Gewoge

und keine Heimat haben in der Zeit.

Und das sind Wünsche: Leise Dialoge

täglicher Stunden mit der Ewigkeit.

 

Und das ist Leben. Bis aus einem Gestern

die Einsamste von allen Stunden steigt,

die, anders lächelnd als die andern Schwestern,

dem Ewigen entgegenschweigt.

 

 

 


Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Herensteeg, Leiden

 

 

 

 

Chanson d'automne

 

Les sanglots longs

Des violons

De l'automne

Blessent mon coeur

D'une langueur

Monotone.

 

Tout suffocant

Et blême, quand

Sonne l'heure,

Je me souviens

Des jours anciens

Et je pleure;

 

Et je m'en vais

Au vent mauvais

Qui m'emporte

Deçà, delà

Pareil à la

Feuille morte.

 

 

 


Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896)

Pieterskerkhof, Leiden

Lees meer...

30-03-13

Gerrit Komrij, Uwe Timm, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterem

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

 

De eenhoorn

 

Wreed schrijdt de eenhoorn in zijn glazen huis
Op de flamingo af, die sneeuwwit rilt.
De vogel weet: er is hier iets niet pluis.
Dan steekt de eenhoorn toe. Er klinkt een gil.

Wel gaat door heel de koepel het gesuis
Van bloed dat lekt en ritselt uit de zij
Van de flamingo, die nu grauw als gruis
Is, sterft met zacht, ontwapenend geschrei.

De eenhoorn, die het bloed gedronken heeft,
Komt in verrukking overeind, verschiet
Van kleur, verkeert, terwijl hij schokt en beeft,
In een helblauwige hermafrodiet.

 

 

 

Harmonie

 

Je hebt een tuin. Daar loop je 's avonds in.
Nu ja, niet elke avond. Af en toe.
Vaak ben je voor dat groeien zonder zin,
En toch zo grondig, na de dag te moe.

Een bloem geeft alles. Maar zij is al dood.
Jij bent gespleten. Maar jou wacht het leven.
Zo ben je vaak in niets een lotgenoot.
Een wig lijkt tussen haar en jou gedreven.

Zij wil zich haasten. Jij moet blijven duren.
Jij waakt en fragmenteert. Zij bloeit en slaapt.
Soms strookt het. Op zo'n avond, dat je uren
Door een wijd open kelk wordt aangegaapt.

 

 

 

Solidariteit

 

Op zekere dag zag je een groenteboer,
Een wondermooie Maniak, hij was gewoon
Om alle vrouwen in zijn zaak een loer
Te draaien: hij verkocht ze groente, schoon
Van buiten, maar van binnen enkel schimmel.
O, niet alleen die vrouwen gaf hij dat
Maar ook de doetjes en de boerenpummels,
Kortom, aan wie hij maar een hekel had.

Je lachte. Hij bemerkte je plezier
En knipoogde. Hij zag een kameraad
In je, zoveel was zeker. Een kwartier
Daarna stond je met rotte lof op straat.

 

 

 

Gerrit Komrij (30 maart 1944 -5 juli 2012)

Lees meer...

30-03-12

100e Sterfdag Karl May, Gerrit Komrij, Uwe Timm, Paul Verlaine, Milton Acorn

 

Vandaag precies 100 jaar geleden overleed de Duitse schrijver Karl May. Karl May werd geboren op 25 februari 1842 in Hohenstein-Ernstthal. Zie ook alle tags voor Karl May op dit blog.

 

Uit: Winnetou

 

„Winnetou zeigte schon jetzt, trotz seiner Jugend, die Umsicht, welche ich später so oft an ihm bewundert habe. Er sagte sich, daß wir uns noch in der Nähe befinden müßten und die an dem Feuer stehenden, also beleuchteten Apachen im Nachteile seien, weil sie uns für unsere Gewehre ein sicheres Zielen gestatteten. Darum rief er:

»Tatischa, tatischa!«

Dieses Wort heißt, sich entfernen. Er setzte auch schon zum Sprunge an, doch ich kam ihm zuvor. Vier, fünf schnelle Schritte hatten mich an den Kreis gebracht, welcher ihn umgab. Rechts und links die mir im Wege stehenden Apachen auseinander werfend, drang ich hindurch, und Hawkens, Stone und Parker folgten mir auf dem Fuße. Eben als Winnetou sein lautes "Tatischa, tatischa!" gerufen hatte und sich zum Fortspringen umwendete, stand er vor mir und wir sahen uns einen Moment lang in die Gesichter. Seine Hand fuhr blitzschnell in den Gürtel, um das Messer zu ziehen, da aber traf ihn schon mein Faustschlag gegen die Schläfe. Er wankte und brach auf die Erde nieder. Zugleich sah ich, daß Sam, Will und Dick seinen Vater gepackt hatten.

Die Apachen heulten vor Wut auf; aber ihr Geheul war nicht zu hören, denn es wurde übertönt von dem schrecklichen Brüllen der Kiowas, welche sich nun auf sie warfen.

Ich stand, da ich den Kreis der Apachen durchbrochen hatte, mitten in dem kämpfenden und heulenden Knäuel von Menschen, welche miteinander rangen. Zweihundert Kiowas gegen vielleicht fünfzig Apachen, also vier gegen einen! Aber die braven Krieger Winnetous wehrten sich aus allen Kräften. Ich hatte zunächst alles aufzubieten, mehrere von ihnen von mir abzuhalten, und mußte mich darum, da ich mich in ihrer Mitte befand, wie ein Kreisel im Kreise drehen. Dabei gebrauchte ich nur meine Fäuste, denn ich wollte keinen verwunden oder gar töten. Als ich noch vier oder fünf niedergeschlagen hatte, bekam ich Luft, und zu gleicher Zeit wurde der allgemeine Widerstand schwächer. Nach fünf Minuten seit unserm Angriffe war der Kampf zu Ende. Fünf Minuten nur! Aber in einem solchen Falle bedeuten sie doch eine lange Zeit!“

 

 


Karl May
(25 februari 1842 – 30 maart 1912)

Winnetou (Pierre Brice) op zijn paard Iltschi

 

Lees meer...

30-03-11

Gerrit Komrij, Uwe Timm, Paul Verlaine, Milton Acorn, Christine Wolter, Tom Sharpe, Gert Heidenreich

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.en ook mijn blog van 30 maart 2009 en ookmijn blog van 30 maart 2010.

 

 

De droom van een dorpsjongen

 

Nu ken ik alle kaden, alle stegen,
En de Palazzo's. En ik voel me warm.
Ik liet mijn hart hier achter, allerwegen.
(En op de Academie-brug mijn arm,
Mijn nier op de Rialto. En mijn lever,
Die liet ik achter op het Arsenaal.)
O, deze stad is boven spot verheven...
Maar zelf een rarekiek en toverzaal.

Hier kan men zeer voornaam de pijp uitgaan
In een van die gesloten, hoge panden,
Zelfs als een oplichter nog niet banaal.

O, bij mijn uitvaart, hoop ik, zal je staan
Op een der bruggen van het Canal Grande
En mij voorbij zien glijden als een aal.

 

 

 

Beschaving

 

Er was onder mijn hersenpan
Geen schuld die me bezwaarde -
Ik kende niet de fado van
De laatste mens op aarde -

Ik was een doodgelukkig kind -
Er waren kinderen als ik -
Ik waaide mee op elke wind
En had dezelfde schrik.

In dromen martelde ik verwoed,
Maar had van niets berouw -
Nu ben ik menselijk en goed
En heb het Spaans benauwd -

 

 

 

De werkster spreekt

 

Mijn doodsvijanden heten stof en pluis.
Ik ben de gesel van de spinnenwebben.
Zie hoe ik keer en ruim en poets en kuis -
De oude spinsels zullen mij niet hebben.

In een aan kant gemaakt en helder huis
Kan het bestaan altijd opnieuw beginnen.
Mijn broodheer noemt mij - hij is nooit abuis -
'De Mondriaan van haard en tafellinnen.'

Ik had maar weinig schik in zijn fauteuils.
Zijn staande schemerlamp werd neonbuis.
Ik ben tenslotte bezemkunstenaar.

Ik gaf zijn bed mee aan een scharrelaar -
Zijn dikke, donzen dekens ook. Gezond
Maar prachtig zal hij dromen op de grond.

 

 

 

Gerrit Komrij (Winterswijk, 30 maart 1944)

 

 

Lees meer...

30-03-10

70 Jaar Uwe Timm, Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Christine Wolter


De Duitse schrijver Uwe Timm werd geboren op 30 maart 1940 in Hamburg. Hij viert vandaag dus zijn 70e verjaardag. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.en ook mijn blog van 30 maart 2009.

 

Uit: Halbschatten

 

„Ein Gebirge, aufgetürmt, schroffe Felsen, blaugrau, der eingeschnittene, zum Gipfel führende Weg, ein helles Braun, auf dem Weg ein Büffel, den ein Mann reitet, die Beine seitlich herabhängend. Alt ist der Mann, mit einem grauen langen Bart. Beide, der Mann und der Büffel, blicken in das Tal. Auf mittlerer Höhe Bäume, Kiefern, die Kronen heben sich von dem abendroten Himmel ab. Dort die Wolken, zarte, den Himmel verschleiernde Wolken. Es ist ein Bild der Ruhe, ein wenig bewegt von einem Licht, das von außen hereindringt.

Wie kompakt das Weiß von hier aus wirkt, und wie das Weiß, je näher es kommt, zerfasert, durchsichtiger wird. Und jedes Mal wieder stellt sich diese Unruhe ein, beim Eintauchen in das ziellose Grau, in dem sich schnell das Gefühl für Höhe und Tiefe, für oben und unten verliert. Feuchtigkeit, sichtlose Kühle, dann, langsam, wird das Grau heller, und plötzlich dieses Blau der Tiefe.

Der Kanal, die Steinböschung, zertretenes Gras, ein Weg, asphaltiert, dahinter der kleine, gärtnerisch gepflegte Bereich, alte Grabsteine, viele durch Einschüsse und Bombensplitter beschädigt, weiter

hinten Wildnis, Unkraut, hohes Gras, Disteln. Frü8 her war der Friedhof militärisches Sperrgebiet. Die

Mauer, die Ost und West teilte, verlief am Ufer des Kanals. Hinter der Mauer waren die Grabsteine für

ein freies Schussfeld entfernt und ein Sandstreifen aufgeschüttet worden, sorgfältig geharkt wie in einer japanischen Tempelanlage. Die Spuren sollten Flüchtende verraten. Einige der umgeworfenen Grabplatten waren mit Holzplanken bedeckt worden, hier patrouillierten die Grenzsoldaten, Kommandorufe, graue Uniformen, Stahlhelme, Karabinerhaken, ein leises metallisches Klappern, Schäferhunde, keine Blumen, keine Büsche, hinter denen sich jemand hätte verstecken können, so sah es aus, zerstört und wüst, als wäre der Krieg erst vor Tagen zu Ende gegangen. Dann fiel die Mauer, sagt der Stadtführer, und nach der Vereinigung von Ost und West war auch dieser Friedhof wieder zugänglich.“

 

 

 

 

Timm,-Uwe-Koeln-literaturhaus
Uwe Timm (Hamburg, 30 maart 1940)

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.en ook mijn blog van 30 maart 2009.

 

 

Woordenschat

 

't Is wonderlijk om als een omnivoor
De woorden op te kunnen vissen uit
Een zelden aangesproken reservoir
van taal, een zwarte bron die zich ontsluit

Zodra je in haar mijnengang afdaalt.
Daar sluimert alles wat je moeder zei,
Daar zijn de woorden uit je jeugd verdwaald,
Daar is de taal nog nieuw en vogelvrij.

Wat wordt omhooggehaald gaat zich verbinden
Tot zinnen die zo helder zijn als glas.
Ik zou er van geluk om moeten wenen -

Dat ik iets in mijn eigen hoofd kan vinden
Wat ik niet wist dat daar te vinden was -
Fluor en mica in de dode stenen.

 

 

 

 

De Taalsmid

 

De klinker en de medeklinker zijn
De weke onderbuik en het korset
Dichter is hij die, schijnbaar zonder pijn,
Het vormeloze in de steigers zet.

Zijn woorden, corpulent of slank van lijn,
Verenigen zich vloeiend tot couplet.
De moeiteloosheid, niet het rookgordijn,
Is zijn geheim. Met taal gaat hij naar bed.

De taal, van A tot Z, is zijn fles wijn.
Halfdronken wordt er, zomaar voor de pret,
Een kind verwekt, een epos of kwatrijn,

Of iets daartussenin, zeg een sonnet,
Terwijl de lezer onbekend blijft met
Zijn worsteling met spekvet en balein.

 

 

 

 

Solo

 

Geen mythe of wildwestverhaal
is het wat ik ditmaal opschrijf.
Ik klauter uit een krater, kaal -
de zon brandt op mijn dunne lijf.

Ik roep een zin. Het klinkt te schraal
in het omringende gewelf -
ik heb geen schim of filiaal -
ik ben vandaag alleen mezelf.

Ik kan mij niet beroepen op
een stand-in of een stijlfiguur,
een schuilnaam of een ledenpop.
Er is geen spoor van literatuur.

 

 

 

 

Komrij
Gerrit Komrij (Winterswijk, 30 maart 1944)

 

 

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.en ook mijn blog van 30 maart 2009.

 

 

A poor young shepherd

 

J'ai peur d'un baiser
Comme d'une abeille.
Je souffre et je veille
Sans me reposer :
J'ai peur d'un baiser !

Pourtant j'aime Kate
Et ses yeux jolis.
Elle est délicate,
Aux longs traits pâlis.
Oh ! que j'aime Kate !

C'est Saint-Valentin !
Je dois et je n'ose
Lui dire au matin...
La terrible chose
Que Saint-Valentin !

Elle m'est promise,
Fort heureusement !
Mais quelle entreprise
Que d'être un amant
Près d'une promise !

J'ai peur d'un baiser
Comme d'une abeille.
Je souffre et je veille
Sans me reposer :
J'ai peur d'un baiser !

 

 

 

 

Beams

 

Elle voulut aller sur les bords de la mer,
Et comme un vent bénin soufflait une embellie,
Nous nous prêtâmes tous à sa belle folie,
Et nous voilà marchant par le chemin amer.

Le soleil luisait haut dans le ciel calme et lisse,
Et dans ses cheveux blonds c'étaient des rayons d'or,
Si bien que nous suivions son pas plus calme encor
Que le déroulement des vagues, ô délice !

Des oiseaux blancs volaient alentour mollement
Et des voiles au loin s'inclinaient toutes blanches.
Parfois de grands varechs filaient en longues branches,
Nos pieds glissaient d'un pur et large mouvement.

Elle se retourna, doucement inquiète
De ne nous croire pas pleinement rassurés,
Mais nous voyant joyeux d'être ses préférés,
Elle reprit sa route et portait haut la tête.

 

 

 

 

Effet de nuit

 

La nuit. La pluie. Un ciel blafard que déchiquette
De flèches et de tours à jour la silhouette
D'une ville gothique éteinte au lointain gris.
La plaine. Un gibet plein de pendus rabougris
Secoués par le bec avide des corneilles
Et dansant dans l'air noir des gigues nonpareilles,
Tandis, que leurs pieds sont la pâture des loups.
Quelques buissons d'épine épars, et quelques houx
Dressant l'horreur de leur feuillage à droite, à gauche,
Sur le fuligineux fouillis d'un fond d'ébauche.
Et puis, autour de trois livides prisonniers
Qui vont pieds nus, un gros de hauts pertuisaniers
En marche, et leurs fers droits, comme des fers de herse,
Luisent à contresens des lances de l'averse.

 

 

 

 

Verlaine

Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896)

Portret door Edmond Aman-Jean, 1892.

 

 

 

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.en ook mijn blog van 30 maart 2009.

 

 

Hummingbird

 

One day in a lifetime

I saw one with wings

a pipesmoke blur

shaped like half a kiss

and its raspberry-stone

heart winked fast

in a thumbnail of a breast.

 

In that blink it

was around a briar

and out of sight, but

I caught a flash

of its brain

where flowers swing

udders of sweet cider;

and we pass as thunderclouds or,

dangers like death, earthquake, and war,

ignored because it's no use worrying ....

 

By him I mean. Responsibility

Against the threat of termination

by war or other things

is given us as by a deity.

 

 

 

 

MiltonAcorn
Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986
)

Omslag biografie door Chris Gudgeon

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Christine Wolter werd geboren op 30 maart 1939 in Königsberg. Zie ook mijn blog van 30 maart 2009.

 

 

Der Garten

 

Das Kind kannte ihn. Er lag am Ende der Straße,

wo das Pflaster aufgehört hatte und Sand

und Wagenspuren und Pfützen ironisch den Weg wiesen,

und sein Ende war, was das Kind grad noch erreichte.

Dort der Zaun, niedergesunken, von Jasmin überwuchert,

darin die Höhle, das heimliche Reich und Versteck,

aus dem man die leere Straße ganz überblickte.

Später ging es hinein, der Zaun verbot nichts,

ging das Kind mit tastende Schritten durch Melde, Löwenzahn, Gras,

das buschig und gelb war vom trockenen Sommer,

Bäume grüßten mit krummen freundlichen Armen,

voll Äpfelchen Birnchen, hart und sauer, doch süß, weil gestohlen,

und Büsche, triefend von Beeren, aus Rot und aus Weiß und aus Rosa,

Stachelbeeren und Bienen und Wespen, aus dem Grün

tauchte die Laube herauf, unter der Birke. Auf einer weißen Terrasse

klang Musik, der alte Plattenspieler drehte dreiunddreißigeindrittel,

schon reicht das Kind bis ans Dach, es tanzt oder umarmt

einen Tänzer, es singt, flüstert, schluchzt, weint, warum ach warum,

in den Ästen der Birke schaukelt ein Lampion rot wie Himbeersaft

rot wie die Wangen des großen Kinds, rot wie der dunkle Wein,

wie die dunkle Nacht, die Gartennacht, sommerwarm und so kurz.

In der Früh gehts in die Erdbeern, die Bohnenreihn wollen gehackt sein,

Sonnenblumen am Zaun nicken und drehen sich schneller,

unter dem braunen Flaum wachsen die Kernchen,

hinter Gladiolen, Rittersporn, Margeriten, Astern

mußt du dich bücken, Kind, da stehn Kartoffeln und Rüben,

die letzten Zwiebeln, der Lauch, und vom Kohl, was die

Raupen dir ließen, jetzt hack und grabe.

Und dunkler wirds, obwohl die Blätter jetzt gelb sind

und langsam sich lösen, und die Äste den Himmel durchlassen, Kind,

geh weiter, stapf durch Gestrüpp, durch den üblichen Gartenabfall,

Brennesseln, Quecke, Kraut, Kompost, Laubhaufen, Mist,

geh weiter, stapf durch das Brombeergeschling,

das sich dornig und schwarz an dir festhält,

bis zum niedersinkenden Zaun, dahinter erreichst du den Wald vielleicht,

das Fließ, vielleicht, neue Wege, vielleicht, Jasminhecken.

 

 

 

christine_wolter
Christine Wolter (Königsberg, 30 maart 1939)


Zie voor nog meer schrijvers van de 30e maart ook
mijn vorige twee blogs van vandaag.

30-03-09

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Uwe Timm, Christine Wolter, Erika Mitterer, Tom Sharpe, Gert Heidenreich, Theo Breuer, Jean Giono, Sean O'Casey, Herbert Asmodi, Gabriela Zapolska, Luise Hensel, Anna Sewell


De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.

 

 

30 maart 2044

 

Onder mijn voeten krimpen honderd jaar:

Niets dan een halte in een wandeling

Van pool naar pool, via de evenaar,

En weer terug, een eendere handeling.

 

Ik kijk opzij, ik zie mijn trouwe hond.

Er zit geen wollen vacht meer om zijn romp en

Een beslagen tong hangt uit zijn mond.

Zijn oog is dof. Maar hij is niet gekrompen.

 

Hij kan niet krimpen, want hij kent geen tijd.

Hij wil de tijd niet eens. Hij vreest de zweep.

Hij vreest de klok die tikkend spot en bijt,

Terwijl ik mij van noord- naar zuidpool sleep.

 

Hij is bereid om iedereen te likken.

Er is al honderd jaar geen vraag naar hem.

Wat zoek ik? Vaag -van voor het grote tikken-

Hoor ik nog zijn bedauwde godenstem.

 

 

 

 

 

Vooravond

 

Dood is mijn vriend. Nog altijd schijnt de maan

Naar binnen, uit zijn asbak kringelt rook,

er ligt een boek, de radio staat aan.

 

De rozen die hij kocht zijn nog bedauwd.

Een scheermesje, een spiegel en wat coke

Staan op tafel klaar voor zo meteen.

 

De kachel doet haar best, maar hij blijft koud.

Alles is nog precies zo om hem heen -

Maar hij is uit de symfonie verdwenen.

 

Het boek, de maan, de kachel en de rook -

Eens, op een dag, verdwijnt dat alles ook.

Dat is de dag waarop de dood zal wenen.

 

 

 

 

Zondagskind

 

Anderen knippen met hun vingers, zie:
Er valt vanzelf een wonder uit hun hand.
Ik zwoeg gestaag, verbrand mijn energie,
Maar wat ik opdelf is wat grint en zand.

Anderen eten graag, ik kauw met pijn.
Fazant! en ik verslik met in een luis.
De hele kosmos smaakt ze zoet, op mijn
Verhemelte proef ik slechts as en gruis.

Anderen hebben ritme, ik loop mank.
Ze ademen, mijn hals hangt in een strop.
Ze geuren, ik verspreid een helse stank.
Toch kan ik mijn geluk bijna niet op.

 

 

 

 

 

Komrij
Gerrit Komrij (Winterswijk, 30 maart 1944)

 

 

 

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.

 

 

Cythère

 

Un papillon à claires-voies

Abrite doucement nos joies

Qu'éventent des rosiers amis ;

 

L'odeur des roses, faible, grâce

Au vent léger d'été qui passe,

Se mêle aux parfums qu'elle a mis ;

 

Comme ses yeux l'avaient promis

Son courage est grand et sa lèvre ;

Communique une exquise fièvre ;

 

Et, l'Amour comblant tout, hormis

La faim, sorbets et confitures

Nous préservent des courbatures.

 

 

 

 

Green

 

Voici des fruits, des fleurs, des feuilles et des branches,

Et puis voici mon coeur, qui ne bat que pour vous.

Ne le déchirez pas avec vos deux mains blanches

Et qu'à vos yeux si beaux l'humble présent soit doux.

 

J'arrive tout couvert encore de rosée

Que le vent du matin vient glacer à mon front.

Souffrez que ma fatigue, à vos pieds reposée,

Rêve des chers instants qui la délasseront.

 

Sur votre jeune sein laissez rouler ma tête

Toute sonore encor de vos derniers baisers ;

Laissez-la s'apaiser de la bonne tempête,

Et que je dorme un peu puisque vous reposez.

 

 

 

 

 

Streets - II

 

Ô la rivière dans la rue !

Fantastiquement apparue

Derrière un mur haut de cinq pieds,

Elle roule dans un murmure

Son onde opaque et pourtant pure,

Par les faubourgs pacifiés.

 

La chaussée est très large, en sorte

Que l'eau jaune comme une morte

Dévale ample et sans nuls espoirs

De rien refléter que la brume,

Même alors que l'aurore allume

Les cottages jaunes et noirs.

 

 

 

 

Verlaine_k_t
Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896)

Portret door Frédéric Bazille, 1868

 

 

 

 

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.

 

 

I Shout Love

 

I shout love in a blizzard's

scarf of curling cold,

for my heart's a furred sharp-toothed thing

that rushes out whimpering

when pain cries the sign writ on it.

 

I shout love into your pain

when skies crack and fall

like slivers of mirrors,

and rounded fingers, blued as a great rake,

pluck the balled yarn of your brain.

 

I shout love at petals peeled open

by stern nurse fusion-bomb sun,

terribly like an adhesive bandage,

for love and pain, love and pain

are companions in this age.

 

 

 

 

acorn
Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986
)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Uwe Timm werd geboren op 30 maart 1940 in Hamburg. Zie ook Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.

 

Uit: Der Freund und der Fremde

 

Dieser erste Blick. Unten der Fluß, der ruhig und grün dahinfließt, die Steinbrücke, auf deren Mauer er sitzt, ein Bein über das andere geschlagen, so schaut er zum anderen Ufer, ein paar Büsche und Weiden stehen dort, dahinter öffnen sich die Wiesen und Felder. Ein Tag im Juni, frühmorgens, noch mit der Frische der Nacht, der Himmel ist wolkenlos und wird wieder die trockene Hitze des gestrigen Tages bringen.

     So, versunken in sich, sah ich ihn sitzen, als ich den Weg durch den Park des Kollegs hinunter zur Oker ging und zögerte, ob ich nicht umkehren sollte, dachte dann aber, er könnte mich schon bemerkt haben und vermuten, ich wolle ihm aus dem Weg gehen. Am Abend zuvor hatte ich auf ihn eingeredet, mit uns nach Hannover zu fahren. Dort, so hieß es, gebe es samstags Partys, in Villen, exzessiv werde da gefeiert, sogar das Wort Orgie war gefallen. Er war, trotz der phantastischen Erzählungen und obwohl er sonst oft nach Hannover fuhr, nicht mitgekommen.

     Ein wenig überrascht, ja erschrocken blickte er hoch, als ich zu ihm trat. Ich erzählte ihm von dieser Nacht und dem Gelage bis in den Morgen und der Fahrt im Auto, das mich eben zurückgebracht hatte. Ich sagte ihm, er habe etwas versäumt, denn ich glaubte, mein Erlebnishunger müsse auch der seine sein. Noch lebten und lernten wir erst wenige Wochen zusammen in dem Kolleg.

     Aufgefallen war er mir, als wir zum ersten Mal im Klassenraum zusammenkamen und unsere Plätze an den Tischen suchten. Lärmende Erwachsene, die nach Jahren der Berufstätigkeit wieder Schüler geworden waren. Sechzehn junge Männer und zwei Frauen. Er war, glaube ich, der Jüngste, zwanzig Jahre alt, sah aber noch jünger aus. Er hielt sich in den ersten Tagen ein wenig, doch jeden demonstrativen Gestus vermeidend, von den sich bildenden Gruppen fern. Aus diesem Insichgekehrten sprach nichts Verdrucktes, Zaghaftes, sondern etwas selbstverständlich Unabhängiges. Das weckte meine Neugier, und so suchte ich seine Nähe.”

 

 

 

 

uwe-timm
Uwe Timm (Hamburg, 30 maart 1940)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Christine Wolter werd geboren op 30 maart 1939 in Königsberg. Zij is de dochter van de architekt Hanns Hopp die in Oost-Berlijn aan de bouw van de Stalinallee meewerkte. Christine Wolter studeerde romanistiek aan de Humboldt-Universität. Van 1962 tot 1976 was zij werkzaam als lectrice bij de Aufbau-Verlag. Sinds 1976 is zij zelfstandig schrijfster. Haar grootste succes was wellicht de roman Die Alleinseglerin uit 1982, in 1986 verfolmd door Herrmann Zschoche bij de DEFA.

 

Uit: Das Herz, diese rastlose Zuneigungs- und Abneigungsmaschine

 

„Der blinde  Augenblick am Morgen,  das  Gleiten mit geschlossenen Augen zwischen Schlaf und  Aufwachen ist plötzlich ein Bild. Eine Station. Drei, vier Sekunden: ein überfüllter Bahnhof, Schatten von Reisenden.  Seit ich  hier bin, kommt es wieder, ich warte darauf.

Im Augenblick des Emportauchens erscheint es, hinter Schleiern, Nebel: kein Traum. Von Mal zu Mal wird das Bild deutlicher. Jemand steht da, auf einem Bahnsteig.

Ein  Morgen wie heute. September. So soll es anfangen.  Dampf, Streifen von Morgenlicht. Ein gewölbtes Dach aus  Stahl und Glas. Ein Zug steht abfahrbereit. Erster, zweiter, dritter Klasse. Er ist lang, auch der Bahnhof ist lang. Im Gedränge auf dem Bahnsteig eine Person, eine weibliche Person, unbeweglich, allein. Vielleicht fällt sie nur deswegen auf.  Sie steht aufrecht, schmal in diesem Bild, das sich in die Zukunft projiziert, bis zu mir in diesen Morgen. Ein Mädchen in einem grauen Kostüm, das die Gestalt eng umschließt. Um den Hals schlingt sich ein kleiner Pelzkragen und verrät, daß  das Kleidungsstück bis in den Winter dauern soll. Ein paar Zentimeter Blond unter einem Pelzkäppchen. Schön ist sie, denkt der Beobachter am Abteilfenster, und sieht sie doch nur von hinten. Das einzige 

Stück Körper, das sichtbar ist, sind die Beine, allerdings unter einem langen Rock, wie ihn die Krisen-Mode vorschreibt, Beine in hellen grauen Seidenstrümpfen. Blick-Fang. Sie sind kindlich und sportlich, als gehörten sie einer Schlittschuläuferin oder Tennisspielerin, dabei haben sie jenen leichten und geraden Schwung, der sie  weiblich macht,  lockend.“

 

 

 

Wolter
Christine Wolter (Königsberg, 30 maart 1939)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Erika Mitterer werd geboren op 30 maart 1906 in Wenen. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007 en ook mijn blog van 30 maart 2008.

 

 

Warnungen

 

‚Tu dir nur weh!’

sagte man dem Kind,

das zu hoch kletterte,

zu weit sprang.

Es ließ davon ab,

Tränen der Wut in den Augen.

‚Das kann nur schlecht ausgehn!’

les ich, gealtert,

in den Mienen der Freunde.

Gewiß!

Alles, was überhaupt Wert hat im Leben,

könnte schlecht ausgehn, und meistens

geht es schlecht aus.

Und hat sich dennoch gelohnt.

Was ohne Gefahr ist,

ödet mich an!“

 

 

 

 

Erika_Mitterer
Erika Mitterer (30 maart 1906 – 14 oktober 2001)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Tom Sharpe werd geboren op 30 maart 1928 in Londen. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.

 

Uit: Henry dreht auf (Wilt om High, vertaald door Irene Rumler)

 

»Ich denk an euch, ihr himmlisch schönen Tage«, murmelte Wilt vor sich hin. Zugegeben, eine recht belanglose Bemerkung, aber wenn man im Ausschuss für Finanzen und Allgemeine Belange in der Berufsschule hockte, brauchte man dergleichen ab und zu als eine Art Ventil. Wie schon so oft in den vergangenen fünf Jahren war Dr. Mayfield aufgestanden, um dadurch seinen Worten mehr Gewicht zu verleihen: »Wir müssen der Berufsschule für Geisteswissenschaften und Gewerbekunde von Fenland den ihr zustehenden Platz auf der Landkarte verschaffen«, verkündete er.

»Ich dachte immer, den habe sie bereits«, meinte Dr. Board, der sich zwecks Erhaltung seiner geistigen Gesundheit wie üblich hinter der wörtlichen Bedeutung des Gesagten verschanzte.

»Meines Wissens existiert sie dort sogar schon seit 1895, als …«

»Sie wissen ganz genau, was ich meine«, unterbrach ihn Dr. Mayfield. »Tatsache ist, dass es für die Berufsschule kein Zurück mehr gibt.«

»Von wo?«, fragte Dr. Board.

Dr. Mayfield wandte sich hilfesuchend an den Direktor.

»Worauf ich hinauswill …«, setzte er an, aber Dr. Board war noch nicht fertig.

»Offenbar sind wir entweder ein Flugzeug auf halbem Weg zu seinem Bestimmungsort oder ein kartografisches Phänomen.

Vielleicht sogar beides.«

 

 

 

Sharpe
Tom Sharpe (Londen, 30 maart 1928)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en (radio)journalist Gert Heidenreich werd geboren op 30 maart 1944 in Eberswald. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.

 

 

Ammersee bei Schondorf

 

I

 

Aussaufen ihn und in den Himmel spucken!

Frech ruht der Mörder, lügt mir Unschuld vor und

nimmt den Himmel sich zur Maske. Der mir

den Sohn ermordet hat, der See, wie

still er morgens vor den Bergen glänzt, als

wüßt er nichts vom Tod, von Todesnacht,

kalt, neumondschwarz, die meinen Sohn

entriß. Der helle Spiegel lügt mir

Demut vor und macht mich blind vor Zorn. Wie

tötet man ein Meer?

 

II

 

Wo warst du, Gott, wo waren deine Engel?

Warum hast du die Allmacht widerrufen?

Ich speie dir den See ins Paradies,

der Vater, Mutter, Bruder einsam ließ,

der See, der ihn hinabzog, löschte, fraß,

ertränkt jetzt deiner Engel Hoffnung,

an die ich glaubte, bis sie mich vergaß.

 

 

 

 

 

Heidenreich
Gert Heidenreich (Eberswald, 30 maart 1944)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en dichter Theo Breuer werd geboren op 30 maart 1956 in Zülpich. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.

 

 

alle neune

 

wörterkegel (sacht) gepackt
grobe silben sieben sieben

sechsmal klein & kurz gehackt
fünfmal her & hin getrieben

doppelversig viergeteilt
drei bilder verschoben

mit zwei linsen angepeilt
eins in eins verwoben

 

 

 

 

land stadt flucht

 

biberschwanzpfannen

spiegel voll nachmittagsschweiß

aus schwärzlichem rot

 

bienen im kurpark

flatternd fallende schirme

zahnlose männer

 

autobahnbrücke

geschwungener landschaftsstrich

letzter finsterblick

 

 

 

 

 

Breuer
Theo Breuer (Zülpich, 30 maart 1956)

 

 

 

 

De Franse schrijver Jean Giono werd geboren op 30 maart 1895 Manosque in het Département Alpes-de-Haute-Provence. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.

 

 Uit: Naissance de l'odyssée

 

„Aplati sur le sable humide, Ulysse ouvrit les yeux et vit le ciel. - Rien que le ciel! Sous lui, la chair exsangue de cette terre qui participe encore à la cautèle des eaux.

La mer perfide hululait doucement: ses molles lèvres vertes baisaient sans relâche, à féroces baisers, la dure mâchoire des roches.

Il essaya de se dresser: ses jambes, des algues! Ses bras, des fumées d'embruns! Il ne commandait plus qu'à ses paupières et, elles étaient ouvertes sur la désolation du ciel! Il ferma les yeux. - Le désespoir se mit à lui manger le foie.

Des claquements de petits pieds battirent, puis des exclamations, si humaines qu'elles étaient comme fleuries.

Les voix voletaient au-dessus de son corps. Sa peau entendait la tiédeur de ce souffle que pétrissait la langue. Il releva un peu ses paupières: il était entouré par un cercle de jambes nues. Son regard fit le tour puis monta au long d'elles. Les jarrets sculptés par l'effort derrière l'araire, les cuisses... Deux montaient sans poils sous la tunique, deux cuisses ombrées de bleu!

Son regard échela: des seins! C'était une femme!

Comme on le soulevait, il aperçut un peu plus loin des gens qui s'empressaient autour d'une autre épave.“

 

 

 

Giono
Jean Giono (30 maart 1895 – 9 oktober 1970)

 

 

 

 

De Ierse dichter en toneelschrijver Sean O'Casey werd geboren in Dublin op 30 maart 1880. Zijn vader overleed in 1886, en zijn moeder zorgde voor de grote familie. Sean O'Casey leed aan een pijnlijke oogaandoening, maar zijn liefde voor leren en lezen zorgden ervoor dat hij veel boeken las om zijn gemis aan opleiding goed te maken. Nadat het Abbey Theatre in Dublin een aantal toneelstukken had afgekeurd, werd The Shadow of a Gunman, het eerste deel van een trilogie, er in 1923 opgevoerd. Het toneelstuk is gebaseerd op zijn ervaring van het leven onder Britse druk. De karakters die erin voorkomen zijn mensen uit de sloppenwijken die door hun rijke conversaties en kijk op het leven hun lot te boven kwamen. Het stuk bleek onmiddellijk populair. Het tweede deel in de trilogie was Juno and the Paycock (1924), het derde deel The Plough and the Stars (1926) is een stuk dat speelt tijdens de Paasopstand (een Ierse revolutie tegen de Britten).  O'Casey verhuisde naar Engeland na 1926, en brak met het Abbey Theatre toen de directeur, dichter William Butler Yeats, een anti-oorlogstuk The Silver Tassie (1928) afwees. In Engeland schreef hij een aantal andere toneelstukken, essays en theaterkritieken, maar zijn faam komt hoofdzakelijk voort uit de eerste toneelstukken - en dan met name Juno en Plough.

 

 

Thoughts of thee  (Fragment)

 

A thought came to me like a full-blown rose.

 

THRO' all the hours that life shall go,

Sweet hours or sad, hours swift or slow,

Each passing moment brings to me

Full blooming rose-like thoughts of thee.

 

The shaded woods where linnets throng,

The rich notes of the thrush's song,

The blackbird piping on a tree,

Are all sweet murmuring thoughts of thee.

 

The brook that kisses as it flows

Each flower that on its border grows,

Babbling its love, is — love to me —

A limpid, lovely thought of thee.

 

The dawn, casting night's robes away,

To wanton in the arms of day,

Blushing, her own fair charms to see,

Is morning's tender thought of thee.

 

 

 

 

OCasey
Sean O'Casey (30 maart 1880 – 18 september 1964)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en draaiboekauteur Herbert Asmodi werd geboren op 30 maart 1923 in Heilbronn als Herbert Kaiser. Hij studeerde na WO II germanistiek, kunstgeschiedenis en filosofie in Heidelberg. Daarna werkte hij als theatercriticus en zelfstandig schrijver. Hij begon zijn loopbaan als toneelschrijver, maar schreef later vooral draaiboeken en verhalen.

 

Uit: Die Dame aus den Tuilerien

 

"Ich bin oft geliebt worden, oder eben so oft oder so wenig, wie die meisten Männer auch; mit dem Unterschied vielleicht, dass ich mich nie davon überzeugen konnte, die Liebe gelte mir, und dass ich sie darum für ein Missverständnis hielt, das dem allgemeinen menschlichen Liebesbedürfnis entsprang, für das ich zufällig zur Stelle war. Im übrigen, und das habe ich bald erkannt, ging es mir nicht ums Geliebtwerden. Ich wollte lieben. Lieben zu können, sich für jemand zu entflammen, der meinen Träumen entsprach und auf den ich meine Träume übertragen konnte, war für mich die Liebe.

Diese Liebe habe ich nur einmal erlebt."

 

 

 

 

Asmodi
Herbert Asmodi (30 maart 1923 – 3 maart 2007)

 

 

 

 

De Poolse schrijfster Gabriela Zapolska werd geboren op 30 maart 1857 in Podhajce bij Łuck. Tegen de wil van haar welgestelde oudewrs sloot zij zich in 1879 bij een rondtrekkend toneelgezelschap aan. Zij trad overal in Polen op en tussen 1890 en 1895 in Parijs. In 1902 richtte ze een eigen toneelschool op in Krakau. In haar werk is zij beïnvloed door het naturalisme van Émile Zola. Haar tragikomedie De moraal van mevrouw Dulski uit 1906 wordt nog steeds gespeeld.

 

Uit: Sommerliebe (Vertaald door Karin Wolff)

 

„Ins Hotel zurückgekehrt, zählte Frau Tuska noch einmal das Geld. Ganze vierhundert Rubel hatte sie, war sie doch bemüht gewesen, für sich und Pita in Krakau nur das Allernotwendigste zu kaufen: drei Hüte, zwei Sonnenschirme, vier Meter Bordüre zum Applizieren, etliche Paar weißer und grauer Stiefelchen (diese Karlsbader), für die sie in Warschau drei- bis viermal soviel bezahlen müßte ... Dafür hatten weder sie noch Pita in den vergangenen zwei Tagen zu Mittag gegessen. Sie hatten Kaffee getrunken, Kuchen gegessen, sogar Schinken - den sie klammheimlich unter der Pelerine ins Hotel schmuggelte.

Sparsamkeit war jetzt das wichtigste! - Tuska nahm sogar den Affront des Zimmermädchens hin, das, nachdem es neben dem Waschbecken fettiges Papier mit Schinkenabfällen gefunden hatte, aufhörte, sie "gnädige Frau" zu nennen. Tuska trug diesen Schicksalsschlag mit Gleichmut.

Aus dem Fenster gebeugt, lauschte sie der schmerzerfüllten Weise des hejnal von St. Marien und gab vor, zutiefst ergriffen zu sein. Doch im Grunde litt sie unter dem Schwund ihres Ansehens bei der steifgestärkten Hotelbediensteten, und aus diesem Leiden erwuchs (wie üblich in solchen Fällen) Groll - gegen den Ehemann. "Bloß seinetwegen", dachte sie, "und weil ich mich schonen muß und wenig Geld habe."

 

 

 

 

GabrieliZapolskiej
Gabriela Zapolska (30 maart 1857 – 17 december 1921)

Portret door Julian Falat

 

 

 

 

De Duitse dichteres Luise Hensel werd geboren op 30 maart 1798 in Linum nabij Fehrbellin (Brandenburg). Na de dood van haar vader trok zij met haar familie naar Berlijn. In 1816 ontmoette zij Clemens Brentano die naar haar hand dong, maar die zij afwees. In 1818 bekeerde zij zich tot het katholicisme. Zij werkte lange tijd als gezelschapsdame en lerares.

 

 

 

Müde bin ich

 

Müde bin ich, geh' zur Ruh',

Schließe beide Äuglein zu;

Vater, laß die Augen dein

Über meinem Bette sein!

 

Hab' ich Unrecht heut' gethan,

Sieh' es, lieber Gott, nicht an!

Deine Gnad' und Jesu Blut

Macht ja allen Schaden gut.

 

Alle, die mir sind verwandt,

Gott, laß ruhn in deiner Hand!

Alle Menschen, groß und klein,

Sollen dir befohlen sein.

 

Kranken Herzen sende Ruh',

Nasse Augen schließe zu;

Laß den Mond am Himmel stehn

Und die stille Welt besehn!

 

 

 

 

 

Hensel-400
Luise Hensel (30 maart 1798 – 18 december 1878)
Portret door Josse Goossens

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 30 maart 2007.

 

De Engelse schrijfster
Anna Sewell werd geboren op 30 maart 1820 in Great Yarmouth, Norfolk.

 

30-03-08

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Uwe Timm, Erika Mitterer, Gert Heidenreich, Anna Sewell, Theo Breuer, Jean Giono, Tom Sharpe


De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.

 

STILLE LIEFDE

 

Als ik jou van mijn liefde zou vertellen
Zou ik je, vrees ik, helemaal verliezen.
Ik moet mij met haast niets tevreden stellen
Of je ontberen – er valt niet te kiezen.

 

Ik voel – als ik een blik op je mag werpen –
Geen vlinders in mijn buik maar haaientanden
En tor en wesp en kever doen een scherpe,
Massieve aanval op mijn ingewanden.

 

Ik voel de darmen in mijn lijf wegbranden.
Ik voel mijn lichaam duizelen en draaien.
Ik tol – en sta compleet in lichterlaaie.

 

Toch kan ik je niets zeggen, want één woord
En al jouw achting voor me is vermoord.
Ik gluur maar naar je hals en naar je handen.

 

 

 

Begin

 

De tijd is op. Wat onder was werd boven
En het glazuur sprong van de eeuwigheid.
De bodem trilt. We leven in een oven.
Nog even en we zijn het vuur ook kwijt.

Platvissen zwemmen nog door stilstaand water.
Ze drinken alles leeg en vallen om.
De wereld droogt en krimpt. Een laatste krater
Haalt adem en lanceert haar als een bom.

Een heel eind verder zal, in een heelal
Waar vlinders dansen en waar bijen gonzen,
De aarde die van ons was als een bal
Geruisloos op een verend grasveld plonzen.

 

 

 

Angst

 

Heel argeloos begin je een gedicht.
Een aantal letters, aangenaam van vorm.
Het gaat vanzelf. Er slibben regels dicht.
Ze zwijgen nog. Ze wachten op de storm.

 

Uit dode krullen, schreven, lijnen, halen
Ontstaan - geen mens die weet waaraan het ligt -
Schermutselingen tussen de vocalen.
De consonanten brommen mee, ontsticht.

 

Pas dan ontpopt zich iets als een bericht.
Een S.O.S uit een ver paradijs.
De voorhang scheurt. Je schrikt van het gezicht.

 

Doe dicht je ogen. Raak niet van de wijs.
Tart niet de woordeloze bliksemschicht.
Bepaal je tot je e’s en o’s en ij’s.

 

 

 

 

 

Gerrit_Komrij
Gerrit Komrij (Winterswijk, 30 maart 1944)

 

 

 

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.

 

A Charles Baudelaire

 

Je ne t'ai pas connu, je ne t'ai pas aimé,
Je ne te connais point et je t'aime encor moins :
Je me chargerais mal de ton nom diffamé,
Et si j'ai quelque droit d'être entre tes témoins,

C'est que, d'abord, et c'est qu'ailleurs, vers les Pieds joints
D'abord par les clous froids, puis par l'élan pâmé
Des femmes de péché - desquelles ô tant oints,
Tant baisés, chrême fol et baiser affamé ! -

Tu tombas, tu prias, comme moi, comme toutes
Les âmes que la faim et la soif sur les routes
Poussaient belles d'espoir au Calvaire touché !

- Calvaire juste et vrai, Calvaire où, donc, ces doutes,
Ci, çà, grimaces, art, pleurent de leurs déroutes.
Hein ? mourir simplement, nous, hommes de péché.

 

 

 

 

Dernier espoir

 

Il est un arbre au cimetière
Poussant en pleine liberté,
Non planté par un deuil dicté, -
Qui flotte au long d'une humble pierre.

Sur cet arbre, été comme hiver,
Un oiseau vient qui chante clair
Sa chanson tristement fidèle.
Cet arbre et cet oiseau c'est nous :

Toi le souvenir, moi l'absence
Que le temps - qui passe - recense...
Ah, vivre encore à tes genoux !

Ah, vivre encor ! Mais quoi, ma belle,
Le néant est mon froid vainqueur...
Du moins, dis, je vis dans ton coeur ?

 

 

 

 

Il pleure dans mon coeur

 

Il pleure dans mon coeur
Comme il pleut sur la ville ;
Quelle est cette langueur
Qui pénètre mon coeur ?

Ô bruit doux de la pluie
Par terre et sur les toits !
Pour un coeur qui s'ennuie,
Ô le chant de la pluie !

Il pleure sans raison
Dans ce coeur qui s'écoeure.
Quoi ! nulle trahison ?...
Ce deuil est sans raison.

C'est bien la pire peine
De ne savoir pourquoi
Sans amour et sans haine
Mon coeur a tant de peine !

 

 

 

 

verlaine
Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896)

Portrait de Paul Verlaine, Eugène Carrière, 1891

 

 

 

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.

 

 

What I know of God is this

 

What I know of God is this:
That He has hands, for He touches me.
I can testify to nothing else;
Living among many unseen beings
Like the whippoorwill I'm constantly hearing
But was pointed out to me just once.

 

Last of our hopes when all hope's past
God, never let me call on Thee
Distracting myself from a last chance
Which goes just as quick as it comes;
And I have doubts of Your omnipotence.
All I ask is... Keep on existing
Keeping Your hands. Continue to touch me.

 

 

 

 

 

milton_acorn2
Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986
)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Uwe Timm werd geboren op 30 maart 1940 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.

 

Uit: Am Beispiel meines Bruders

 

Abwesend und doch anwesend hat er mich durch meine Kindheit begleitet, in der Trauer der Mutter, den Zweifeln des Vaters, den Andeutungen zwischen den Eltern. Von ihm wurde erzählt, das waren kleine, immer ähnliche Situationen, die ihn als mutig und anständig auswiesen. Auch wenn nicht von ihm die Rede war, war er doch gegenwärtig, gegenwärtiger als andere Tote, durch Erzählungen, Fotos und in den Vergleichen des Vaters, die mich, den Nachkömmling, einbezogen. 

Mehrmals habe ich den Versuch gemacht, über den Bruder zu schreiben. Aber es blieb jedes Mal bei dem Versuch. Ich las in seinen Feldpostbriefen und in dem Tagebuch, das er während seines Einsatzes in Rußland geführt hat. Ein kleines Heft in einem hellbraunen Einband mit der Aufschrift
Notizen.
     Ich wollte die Eintragungen des Bruders mit dem Kriegstagebuch seiner Division, der SS-Totenkopfdivision, vergleichen, um so Genaueres und über seine Stichworte Hinausgehendes zu erfahren. Aber jedesmal, wenn ich in das Tagebuch oder in die Briefe hineinlas, brach ich die Lektüre schon bald wieder ab.
     Ein ängstliches Zurückweichen, wie ich es als Kind von einem Märchen her kannte, der Geschichte von Ritter Blaubart. Die Mutter las mir abends die Märchen der Gebrüder Grimm vor, viele mehrmals, auch das Märchen von Blaubart, doch nur bei diesem mochte ich den Schluß nie hören. So unheimlich war es, wenn Blaubarts Frau nach dessen Abreise, trotz des Verbots, in das verschlossene Zimmer eindringen will. An der Stelle bat ich die Mutter, nicht weiterzulesen. Erst Jahre später, ich war schon erwachsen, habe ich das Märchen zu Ende gelesen.” 

 

 

 

uwe_timm
Uwe Timm (Hamburg, 30 maart 1940)

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Erika Mitterer werd geboren op 30 maart 1906 in Wenen. Zie ook mijn blog van 30 maart 2007.

 

 

Erster Brief
 

"Einzig das Lied überm Land
heiligt und feiert"



Siehe, das Buch schlägt sich auf! O Du großer Erlöster,
durchs Leben Erlöster, Dir kann nichts geschehn!
Hinter Dir schlossen sich dunkelnde Klöster,
stießen hinaus Dich in blühnde Alleen.

Haben wir Maße für unsere Freude?
- Alles was froh ist, ist ganz. Doch es wird,
wie ein in sich schon bewegtes Getreide,
weht es im Winde, herrlich beirrt

durch immer wachsender Lüfte Bewegung.
Dankbar giebt es den Winden sich hin.
Dank Dir, danke, für jegliche Regung
meines Gemütes, das ahnet: Ich bin.

Du warst in mir. Da nahm Dich einer her
im Alltagslicht, und war mit Dir vertraut.
Und vieles war nun nie erträumbar mehr,
das ich in stillen Stunden auferbaut.

Da ging ich aus, um die Brücke zu finden,
die wieder mit Dir mich vereint.
Ich kann nicht fassen, daß die Blinden
die Sonne besitzen, die mir nicht scheint.

Ich fasse nicht, daß irgendwo
gestern ein Fremder Dir sprach,
während ich ahne: Du lächelst so -
und wann Dir ein Lächeln gebrach.

Versteh: bis heut warst Du nicht in der Zeit,
und nie und durch nichts zu erkunden.
Ich wünschte, Du wärest Vergangenheit,
durch nichts und niemand verbunden....

Doch da Du bist, jetzt im Leben verfußt,
gönn mir ein Lächeln, ein kleines,
lenzhaft sich freuendes, wenn Du ruhst
im herbstlichen Schatten des Haines...

 

 

 

 

Mitterer
Erika Mitterer (30 maart 1906 – 14 oktober 2001)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 30 maart 2007.

 

De Duitse schrijver en (radio)journalist Gert Heidenreich werd geboren op 30 maart 1944 in Eberswald.

 

De Engelse schrijfster Anna Sewell werd geboren op 30 maart 1820 in Great Yarmouth, Norfolk.

 

De Duitse schrijver en dichter Theo Breuer werd geboren op 30 maart 1956 in Zülpich.

 

De Franse schrijver Jean Giono werd geboren op 30 maart 1895 Manosque in het Département Alpes-de-Haute-Provence.

 
De Engelse schrijver Tom Sharpe werd geboren op 30 maart 1928 in Londen.

 

 

30-03-07

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Gert Heidenreich, Anna Sewell, Uwe Timm, Theo Breuer, Jean Giono, Erika Mitterer, Tom Sharpe


De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Komrij werd geboren in een kippenhok waar zijn ouders bescherming hadden gezocht tegen luchtaanvallen. In 1968 debuteerde hij als dichter met de bundel Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten. In 1976 schreef hij samen met Boudewijn de Groot het nummer de Kinderballade dat een jaar later op single verscheen. In 1979 publiceerde hij de bloemlezing De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten. Komrij emigreerde in 1984 naar Vila Pouca da Beira (Portugal). In 1990 hield hij de Huizingalezing aan de Universiteit Leiden. Drie jaar later ontving hij de P.C. Hooftprijs voor zijn proza. In 2000 werd Komrij door Nederlandse lezers uitgeroepen tot Dichter des Vaderlands, voor een periode van vijf jaar. In januari 2004 deed hij afstand van zijn functie.

 

Hoog op de gele wagen

Je hebt goddank twee goede longen, want als je
Rookt dan piep je niet. Je hebt ook een goed hart
Daarbij, want dans je voor je bed een walsje,
Dan voel je je, dolgesprongen, niet benard.

Je hebt immers een zeer fijne neus voor vuile
Lucht, en slinks bespoten snijbonen en sla.
Om het zemelloze kadetje kan je huilen,
En je grijpt zesmaal 's daags naar de tandpasta.

Doch iedere avond laat hoor je, als verlamd
Weer die stem die je zegt dat je in alles faalde,
En: 'Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp
Dan tien jaar maf tussen de dennennaalden.'

 

Alles blijft

Daar stond een muur die ik heb aangeraakt.
De muur werd afgebroken. Van het puin
Werd verderop een fundament gemaakt.
Ik plantte een fruitboom in mijn oude tuin.

Die werd geasfalteerd. Vijf meter diep
Houdt zich een wortelstronk nog grommend koest.
Vijf eeuwen lang desnoods. De Spaanse griep
landt ooit op Mars omdat ik heb gehoest.

Er was een vriend aan wie ik heb geschreven,
Een rots waar ik mijn naam heb in gekerfd.
Je bent een deel van alles bij je leven
En alles blijft bestaan wanneer je sterft.

 

 

 

Komrij
Gerrit Komrij (Winterswijk, 30 maart 1944)

Portret van Gerrit Komrij door Theo Daamen

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zijn vader was kapitein in het leger. Zijn familie trok naar Parijs, nadat de vader zijn legercarrière beëindigd had. Paul Verlaine studeerde rechten in Parijs, maar de literatuur trok aan hem en hij stopte met zijn studie. Hij ging werken op het gemeentehuis en besteedde de rest van de tijd aan de poëzie. Hij trouwde in 1870 met Mathilde Mauté, aan wie hij de bundel la bonne chanson opdroeg. Verlaine werd alcoholist. Hierdoor kwam het steeds opnieuw tot uitbarstingen van geweld tegen zijn moeder en zijn vrouw. Ruim een jaar later kreeg hij een homoseksuele relatie met de 17-jarige dichter Arthur Rimbaud, die vlak na zijn huwelijk bij hem introk. Paul Verlaine verliet zijn vrouw in 1873 om naar België en Engeland te gaan met Rimbaud. Beiden verdienden geld als leraar Frans.

In 1873 probeerde Verlaine (in een staat van dronkenschap onder invloed van absint) Rimbaud te vermoorden. Deze laatste verliet hem. Als gevolg hiervan werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden. Vanaf 1875 probeerde Verlaine terug te gaan naar een burgerlijk leven. Hij verdiende zijn levensonderhoud als leraar Frans in Engeland. Nadat hij terugkeerde naar Frankrijk, gaf hij les in de Engelse taal. Met een van zijn leerlingen (Lucien Létinois, die hij zijn adoptiefzoon noemde) probeerde hij zonder succes een boerenbestaan op te bouwen. In 1880 trok Verlaine naar Parijs en begon opnieuw zijn tijd in café's en bordelen door te brengen. Hij woonde bij prostituees en vrienden in armzalige omstandigheden. Hij bereikte in die tijd enige bekendheid door zijn literaire publicaties, maar stierf desondanks verarmd en eenzaam.

Verlaine werd met zijn werk een van de leidende Franse dichters van het symbolisme en decadentisme en beïnvloedde vele anderen. Zie ook mijn Blog van week 26, 2006. 

Clair de lune

Votre âme est un paysage choisi
Que vont charmant masques et bergamasques
Jouant du luth et dansant et quasi
Tristes sous leurs déguisements fantasques.

Tout en chantant sur le mode mineur
L'amour vainqueur et la vie opportune,
Ils n'ont pas l'air de croire à leur bonheur
Et leur chanson se mêle au clair de lune,

Au calme clair de lune triste et beau,
Qui fait rêver les oiseaux dans les arbres
Et sangloter d'extase les jets d'eau,
Les grands jets d'eau sveltes parmi les marbres.

 

 

Croquis parisien

La lune plaquait ses teintes de zinc
Par angles obtus.
Des bouts de fumée en forme de cinq
Sortaient drus et noirs des hauts toits pointus.

Le ciel était gris. La bise pleurait
Ainsi qu'un basson.
Au loin, un matou frileux et discret
Miaulait d'étrange et grêle façon.

Moi, j'allais, rêvant du divin Platon
Et de Phidias,
Et de Salamine et de Marathon,
Sous l'oeil clignotant des bleus becs de gaz.

 

 

Spleen

Les roses étaient toutes rouges
Et les lierres étaient tout noirs.

Chère, pour peu que tu ne bouges,
Renaissent tous mes désespoirs.

Le ciel était trop bleu, trop tendre,
La mer trop verte et l'air trop doux.

Je crains toujours, - ce qu'est d'attendre !
Quelque fuite atroce de vous.

Du houx à la feuille vernie
Et du luisant buis je suis las,

Et de la campagne infinie
Et de tout, fors de vous, hélas !

 

 

 

 

Verlaine
Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896)

Portret van Gustave Courbet

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island. Hij was een oorlogsveteraan uit WO II die het grootste deel van zijn leven van zijn pensioen moest leven. In 1956 verhuisde hij naar Montreal waar hij zijn eerste gedichten publiceerde. De bundel In Love and Anger gaf hij nog zelf uit. In 1967 was hij betrokken bij de oprichting van de “underground" krant The Georgia Straight. Acorn ontving de  Canadian Poets Award in 1970 en de Governor General's Award in 1976 voor de bundel The Island Means Minago

The Island

Since I'm Island-born home's as precise
as if a mumbly old carpenter,
shoulder-straps crossed wrong,
laid it out, refigured
to the last three-eighths of shingle.

Nowhere that plowcut worms
heal themselves in red loam;
spruces squat, skirts in sand
or the stones of a river rattle its dark
tunnel under the elms,
is there a spot not measured by hands;
no direction I couldn't walk
to the wave-lined edge of home.

Quiet shores -- beaches that roar
but walk two thousand paces and the sea
becomes an odd shining
glimpse among the jeweled
zigzag low hills. Any wonder
your eyelashes are wings
to fly your look both in and out?
In the coves of the land all things are discussed.

In the ranged jaws of the Gulf,
a red tongue.
Indians say a musical God
took up his brush and painted it,
named it in His own language
"The Island".

 

 

Acorn
Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986
)

 

De Duitse schrijver en (radio)journalist Gert Heidenreich werd geboren op 30 maart 1944 in Eberswald. Na zijn eindexamen en zijn dienstweigering studeerde hij in München. Sinds 1967 is hij zelfstandig schrijver. In 1970 richtte hij samen met anderen het Theater in der Kreide (TiK) in München op. Hij schreef o.a. voor Die Zeit en Merian. Ook vertaalde hij werk uit de Engelse en Amerikaanse literatuur.

 

 

Von Geburt an

Eberswalde 1944 ff.

(fragment uit „Augenlicht“t)

 

 

Als ich ans Licht kam, wurde

verdunkelt. Schwesterlein erhielt Brüderlein,

keiner trägt Schuld, ich schrie nicht, alles ging gut

im Nichtsgewußtland, wo Rauch, willkürlich, in

Schwaden damals die Blicke gebeizt hat. Widder

wollt ich wohl werden im Eberswalder Forst.

 

Schwesterlein, fünf Jahre hoch, lief, umsprungen

von Flammen, die Hebe zu holen, daß sie

mich hob ans granatrote Licht. Den Arsch lag ich

voran. Die Amme drehte mich schwungvoll, ich kroch

und roch ihre Fahne: Weinbrand verdarb mir die

Lust auf die Milchbrust. Luftminen, Phosphor

gaben das Wiegenlied ab. Ich wurde verzweifelt

geliebt.

 

 

 

 

HEIDENREICH
Gert Heidenreich (Eberswald, 30 maart 1944)

 

De Engelse schrijfster Anna Sewell werd geboren op 30 maart 1820 in Great Yarmouth, Norfolk. In de laatste tien jaar van haar leven was zij door ziekte aan huis gebonden en schreef toen haar enige boek, Black Beauty – het autobiografische verhaal van een mishandeld paard dat echter een happy end heeft. Het boek werd een wereldsucces en diende later als stof voor film- en televisieproducties.

 

Uit: Black Beauty

 

“ I was now very ill; a strong inflammation had attacked my lungs, and I could not draw my breath without pain. John nursed me night and day; he would get up two or three times in the night to come to me. My master, too, often came to see me. "My poor Beauty," he said one day, "my good horse, you saved your mistress' life, Beauty; yes, you saved her life." I was very glad to hear that, for it seems the doctor had said if we had been a little longer it would have been too late. John told my master he never saw a horse go so fast in his life. It seemed as if the horse knew what was the matter. Of course I did, though John thought not; at least I knew as much as this—that John and I must go at the top of our speed, and that it was for the sake of the mistress.”

 

 

Sewell
Anna Sewell (30 maart 1820 – 25 april 1878)

 

De Duitse schrijver Uwe Timm werd geboren op 30 maart 1940 in Hamburg. Hij studeerde filosofie en germanistiek in München en Parijs. 1967/1968 was hij actief binnen de Sozialistischen Deutschen Studentenbund (SDS). In 1971 promoveerde hij op een studie over Albert Camus. Daarna studeerde hij nog economie en sociologie in München.  In 1971/1972 richtte hij de »Wortgruppe München«  en was hij medeuitgever van de »Literarische Hefte«. Van 1972 tot 1983 was hij uitgever van de „AutorenEdition“. Timmkreeg voor zijn talrijke romans en verhalen verschillende prijzen, waaronder de Italiaanse Literaturpreise Premio Napoli en Premio Mondello.

 

 

Uit:  Die Entdeckung der Currywurst

 

„Vor gut zwölf Jahren habe ich zum letzten Mal eine Currywurst an der Bude von Frau Brücker gegessen. Die Imbißbude stand auf dem Großneumarkt - ein Platz im Hafenviertel: windig, schmutzig, kopfsteingepflastert. Ein paar borstige Bäume stehen auf dem Platz, ein Pissoir und drei Verkaufsbuden, an denen sich die Penner treffen und aus Plastikkanistern algerischen Rotwein trinken. Im Westen graugrün die verglaste Fassade einer Versicherungsgesellschaft und dahinter die Michaeliskirche; deren Turm nachmittags einen Schatten auf den Platz wirft: Das Viertel war während des Krieges durch Bomben stark zerstört worden. Nur einige Straßen blieben verschont, und in einer, der Brüderstraße, wohnte eine Tante von mir, die ich als Kind oft besuchte, allerdings heimlich. Mein Vater hatte es mir verboten. Klein-Moskau wurde die Gegend genannt, und der Kiez war nicht weit.

Später, wenn ich auf Besuch nach Hamburg kam, bin ich jedesmal in dieses Viertel gefahren; durch die Straßen , gegangen, vorbei an dem Haus meiner Tante, die schon vor Jahren gestorben war, um schließlich - und das war der eigentliche Grund - an der Imbißbude von Frau Brücker eine Currywurst zu essen.

Hallo, sagte Frau Brücker, als sei ich erst gestern dagewesen. Einmal wie immer?“

 

 

UweTimm
Uwe Timm (Hamburg, 30 maart 1940)

 

De Duitse schrijver en dichter Theo Breuer werd geboren op 30 maart 1956 in Zülpich. Hij studeerde Duit en Engels in Keulen. Zijn gedichten hebben een speels en experimenteel karakter. Zo maakt hij bijvoorbeeld gebruik van de mogelijkheid gedichten als collage, CopyArt of met de computer als visuele poëzie vorm te geven. Breuer is uitgever van de lyrischen Reihe edition bauwagen en en van de door hem in 1993 opgerichte Edition YE. Hij woont in Sistig in het nationale park Eifel.

sistig texas april

n a c h diesem tag
in der großstadt
in die stille hinein ... &
nichts - - -
sagen
bloß dann & wann ein paar
wörter
auf das papier schlagen:
erinnerung wagen - er-
innerung an mich selbst?
hier sitze ich
allein
& es taut
in meinem kopf
in meinem zimmer- das ist
keineswegs
eng oder klein! -
& ich wollte …
dann & wann
ging die tür auf
& ein lied wehte
nach

d r a u ß e n

 

 

 

Breuer
Theo Breuer (Zülpich, 30 maart 1956)

 

De Franse schrijver Jean Giono werd geboren op 30 maart 1895 Manosque in het Département Alpes-de-Haute-Provence. Tijdens zijn schooltijd werd zijn vader zwaar ziek en moest hij van school om te gaan werken. Uit WO I kwam hij, diep onder de indruk van de dood van een vriend, als pacifist terug. Ondanks zijn werk bij een bank vond hij tijd om te schrijven.  De romans Naissance de l'Odyssée en Colline maakten hem zo bekend dat hij een eigen huis kon kopen in Manosque en dat hij zich geheel aan het schrijven kon wijden.

 

Uit :  Le Grand troupeau

 

« Ce matin-là, la bouchère vint, comme d'habitude, sur le pas de sa porte pour balayer le ruisseau; le cordonnier était déjà là, les mains dans sa poche de ventre à regarder, à renifler, il bougeait la tête de temps en temps comme quand on chasse une mouche.

- Rose, il lui dit, tu as su l'affaire ?

- Quelle affaire, dit Rose ? Et elle resta, le balai en l'air.

L'atelier du cordonnier, la boucherie, c'est du même côté de la rue et porte à porte. Le cordonnier fit un petit pas de côté comme pour la danse, et rien que ça il vint, tout près de Rose.

- Tu as vu le Boromé, il dit ?

- Lequel ?

- Comment lequel ? Pas le jeune, sûr, tu sais bien qu'il est parti avec les autres; le vieux, mon collègue.

- Non.

- Moi, il vient de venir, c'est de ça que j'en suis sorti; il a poussé ma porte, il a fait : « Oh ! » J'ai dit : « Oh Boromé. » Il m'a dit : « Tu as fait ce café ? » Alors il a pris le café avec moi. Il paraît que du côté du plan des Hougues (le Boromé n'a pas pu dormir de ce que son fils est parti et il est allé marché en colline toute la nuit), il paraît que du côté du plan des Hougues il a vu au ras de la terre une roche toute fraîchement délitée. « Elle est comme neuve, il m'a dit; dessus cette roche on a l'air d'avoir affouillé la terre, par exprès, mais en passant dessus à beaucoup; pas des hommes, des bêtes, comme un grand troupeau, avec des pieds durs et une fois la terre usée la pierre s'est montrée. » Il m'a dit ça. Et sur cette pierre, on lit, gravé dessus, un triangle avec des pointes et puis un rond avec une flèche collée. »

 

 

 

Giono
Jean Giono (30 maart 1895 – 9 oktober 1970)

 

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Erika Mitterer werd geboren op 30 maart 1906 in Wenen. Zij geldt als een van de belangrijke vertegenwoordigers van de Innere Emigration. In 1938 had zij wel plannen om te emigreren naar Brazilië, maar haar man kon er geen werk vinden en zij besloot in Wenen te blijven. In hetzelfde jaar voltooide zij haar roman Der Fürst der Welt die verscheen in 1940 en waarin zij op bedekte wijze kritiek uit op het NS-regime. In 1965 bekeerde Mitterer zich van het protestante tot het katholieke geloof, een ontwikkeling die weerspiegeld werd in drie dichtbundels die volgend op deze bekering verschenen.

 

Ich war dir nah

 

Ich war dir nah, dein Atem ging mit meinem,

ich glaubte, daß ich ganz geborgen sei;

Doch ich erfuhr: die Liebe schenkt sich keinem,

der nicht die Last des Leides trägt für zwei.

 

Nicht nüchtern wollte ich mein Herz dir bringen,

so kams, daß es von deinen Qualen trank.

Ich war gewillt, sie strahlend zu bezwingen,

- ich selber war es, die der Schmerz bezwang.

 

Das Leiden, das ich hinnahm fromm und gern,

bemächtigte sich meiner, ward zum Herrn,

so, daß ich nichts mehr wußte, als: Ich leide.

 

0 Aufschrei, daß er nie dein Ohr erreichte!

0 wehes Wissen, aufgeschluchzte Beichte:

"Auch ich bin müde. Wir versagten beide."

 

 

In zehn Jahren

 

In zehn Jahren

werde ich vielleicht,

eine alte zahnlose Bettlerin,

vor einer Kirche sitzen in Rom

- denn dort ist es wärmer -

und triumphieren:

So hab ich es doch

endlich vermocht,

in der Wahrheit zu leben!

 

In zehn Jahren

werde ich vielleicht

Enkel im Arm halten

und denken: sie haben

zuwenig Schlaf!

Aber ich darf es nicht sagen.

So murmle ich weiter

freundliche Lügen.

Und fühle sie wieder,

die ätzenden Qualen der Liebe!

 

In zehn Jahren

werde ich denken:

Hätte ich früher

zu wirken begonnen,

als ich noch kräftig war!

Hätte ich früher

die Wahrheit erkannt,

die wir doch alle

wissen seit immer.

 

Denn in zehn Jahren

werde ich tot sein.

 

 

Mitterer
Erika Mitterer (30 maart 1906 – 14 oktober 2001)

 

De Engelse schrijver Tom Sharpe werd geboren op 30 maart 1928 in Londen. Hij verhuisde in 1951 naar Zuid-Afrika. Veel van zijn ervaringen uit dat land verwerkte hij in zijn romans. De apartheidspolitiek moest het ontgelden in de eerste satirisch getinte verhalen Riotous Assembly uit 1971 en Indecent Exposure uit 1973.In 1961 keerde hij als universitair docent aan de Universiteit van Cambridge terug naar Engeland. het universiteitsleven werd onsterfelijk gemaakt in de Wilt-romans. Naast satire is ook platte humor en seksisme (alles wel ten dienste van de satire) een gegeven. Fijnzinnigheid kan Sharpe niet worden verweten.

 

Uit: Wilt keert terug

 

“ De boot dreef omlaag en de twee oude mannen op het bankje staarden naar Sally. Ze zette haar zonnebril af en keek hen nijdig aan. 'He, ouwe lullen, scheur niet uit je broek', zei ze. 'Hebben jullie nooit eerder een vagina gezien?'
'Ik heb een keer eerder zo eentje als de jouwe gezien.' 'Een keer? Dat geloof ik graag', zei Sally. 'Waar?' 'Bij een koe die pas gekalfd had', zei de man en hij spuwde in een bed met geraniums” .

 

 

 

Sharpe
Tom Sharpe (Londen, 30 maart 1928)

 

 

14-07-06

Verlaine 3 en Natalia Ginzburg


Op veler verzoek, om het zo te zeggen, en omdat het de Franse nationale feestdag is nog een keer Paul Verlaine. Het Engelse woord ‘spleen’ is een begrip in de Franse Romantiek en duidt een vorm van levensmoeheid aan.

 

Spleen

 

Les roses étaient toutes rouges
Et les lierres étaient tout noirs.

Chère, pour peu que tu ne bouges,
Renaissent tous mes désespoirs.

Le ciel était trop bleu, trop tendre,
La mer trop verte et l'air trop doux.

Je crains toujours, - ce qu'est d'attendre !
Quelque fuite atroce de vous.

Du houx à la feuille vernie
Et du luisant buis je suis las,

Et de la campagne infinie
Et de tout, fors de vous, hélas !

 

 

Paul Verlaine

 

 

Spleen          

 

Zo bloedrood als de rozen waren,

Zo nachtzwart was mij de klimop.

 

Ach liefste, je verroert je maar en

Mijn wanhoop steekt de kop weer op.

 

De hemel was te blauw, te teer,

Te groen de zee, te zacht de lucht.

 

Ik vrees – en ik verwacht! – steeds weer

Dat jij me jammerlijk ontvlucht.

 

De hulst met zijn gelakte blad

En ’t glanzend palmhout ben ik zat.

 

Ook ’t weidse land: alles is mij

Teveel, helaas, behalve jij?

 

 

Vertaling: Peter Verstegen

Uit: Paul Verlaine: Een droom vreemd en indringend,

Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 2002 

 

 

 

 

Paul Verlaine

 

 

De Italiaanse schrijfster Natalia Ginzburg (eigenlijk Natalia Levi) werd geboren op 14 juli 1916. Natalia Levi trouwde in 1938 met Leone Ginzburg, die samen met Giulio Einaudi en Cesare Pavese een uitgeverij oprichtte. Opgepakt als verzetsstrijder, werd haar man in 1944 doodgemarteld. Haar werk heeft een sterk autobiografische inslag en is geschreven in een geserreerde stijl. Daartoe behoren o.a. de romans 'E stato cosi' (1947), 'Valentino' (1957), 'Le voci della sera' (1964) en 'Caro Michele' (1973), de verhalenbundels 'La stada che va in città' (1942) en 'Tutti i nostri ieri' (1962) en de herinneringen 'Lessico famigliare' (1963). Na de oorlog werd zij lid van de communistische partij en zat zij vele jaren in het Italiaanse parlement.

 

Citaten:

 

“Er is een bepaalde eentonige eenvormigheid in het lot van de mensen. Onze levens verlopen volgens oude, onveranderlijke wetten, volgens een eenvormig en oeroude ritme. Dromen komen nooit uit, en zodra we zien dat ze verbrijzeld zijn, begrijpen we opeens dat de grootste vreugden van ons leven buiten de werkelijkheid liggen. Zodra we zien dat onze dromen verbrijzeld zijn, worden we verscheurd door heimwee naar de tijd dat ze nog in ons gloeiden. Ons levenslot bestaat uit deze wisselwerking tussen hoop en heimwee.”

Winter in Abruzzo, Natalia Ginzburg   

 

 

“Eigenlijk zou voor het kind de school van het begin af het eerste gevecht moeten zijn die het zonder ons, alleen, moet leveren; van het begin af zou duidelijk moeten zijn dat dit zijn eigen strijd is, waarin wij niet meer dan incidentele en minimale hulp kunnen bieden. En als het kind aldus onrechtvaardigheden ondergaat of niet begrepen wordt, is het nodig, hem te doen begrijpen dat daar niets vreemds aan is, want in het leven moeten wij verwachten dat wij voortdurend niet begrepen worden, misverstaan worden, en slachtoffers van onrechtvaardigheid zullen zijn; het enige wat er toe doet, is geen onrechtvaardigheden begaan. Met onze kinderen delen wij hun successen en mislukkingen omdat wij erg veel van ze houden, maar net zo en in gelijke mate zullen zij, naarmate zij eenmaal wat ouder worden, onze successen en mislukkingen delen, onze vreugden en zorgen delen. Het is niet waar dat zij jegens ons de plicht hebben, hun best te doen op school en er het beste van hun talent voor aan te wenden. Aangezien wij hun in staat hebben gesteld naar school te gaan, is hun plicht jegens ons niet meer dan hun vorming te voltooien. Als zij het beste van hun talent niet aan school willen wijden, maar aan iets anders van hun belangstelling, zij het hun insectenverzameling of het bestuderen van de Turkse taal, is dat hun zaak en hebben wij niet het recht om het hun aan te rekenen, noch om ons in onze trots gekrenkt of gefrustreerd in onze verwachtingen te voelen.”

 

 

 

 

 

Natalia Ginzburg
(14 juli 1916 – 7 oktober 1991)

 

21:15 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: natalia ginzburg, paul verlaine |  Facebook |

01-07-06

Paul Velaine 2


Nog maar een gedicht uit de bundel van Peter Verstegen die ik donderdag al besprak.

Dit is een van de eerste gedichten die Verlaine schreef op reis met Rimbaud. Het markeert de terugkeer van zijn dichterschap, want sinds zijn huwelijk ( met Mathilde Mauté) had hij niet veel geschreven. Overigens is er geen tekst van Rimbaud bekend, waaruit dit motto afkomstig is.

 

 

Il pleut doucement dans la ville.

Arthur Rimbaud

 

 

Il pleure dans mon coeur
Comme il pleut sur la ville ;
Quelle est cette langueur
Qui pénètre mon coeur ?

Ô bruit doux de la pluie
Par terre et sur les toits !
Pour un coeur qui s'ennuie,
Ô le chant de la pluie !

Il pleure sans raison
Dans ce coeur qui s'écoeure.
Quoi ! nulle trahison ?...
Ce deuil est sans raison.

C'est bien la pire peine
De ne savoir pourquoi
Sans amour et sans haine
Mon coeur a tant de peine ! 

 

 

Paul Verlaine

 

 

 

 

Het regent zachtjes op de stad.

Arthur Rimbaud

 

 

Weer huilt het in mijn hart.

Zoals het buiten regent;

Wat voor gevoel zo zwart

Dringt binnen in mijn hart?

 

O zacht regengeluid

Op straat en op de daken!

Voor mijn landerigheid

O dat zingend geluid!

 

’t Huilt zomaar in mijn hart

Dat zich zelf niet kan harden.

Wat! Geen die jou verraadt?...

Dit hart huilt zomaar wat.

 

Dat is het ergste lijden,

Dat ik niet weet waarom –

Liefde of haat, geen van beide –

Mijn hart toch zo moet lijden!

 

 

 

Vertaling: Peter Verstegen

 

 

 

Paul Verlaine

 

 

 

18:25 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: paul verlaine |  Facebook |

29-06-06

Paul Verlaine en de Saint-Exupéry


In 2002 publiceerde Peter Verstegen een selectie van door hem zelf vertaalde gedichten van Paul Verlaine, door hem ook zorgvuldig in een biografische context geplaatst. Daar lees ik op deze lange zomeravond met veel plezier in.

 

Rond 1888 ging het gerucht dat Arthur Rimbaud dood was. De jonge garde Decadenten had toen geëist dat zijn stoffelijk overschot zou worden opgespoord en overgebracht naar Parijs, om bijgezet te worden in het Panthéon. Hierna was het tot Parijs doorgedrongen dat Rimbaud zich als handelaar gevestigd had in het Oostafrikaanse Harar. Het volgende gedicht van Verlaine is dus eigenlijk een – prachtig – In Memoriam.

 

 

À Arthur Rimbaud

 

Mortel, ange et démon, autant dire Rimbaud,

Tu mérites la prime place en ce mien livre,

Bien que tel sot grimaud t’ait traité de ribaud

Imberbe et de monstre en herbe et de potache ivre.

 

Les spirales d’encens et les accords de luth

Signalent ton entrée au temple de mémoire

Et ton nom radieux chantera dans la gloire,

Parce que tu m’aimas ainsi qu’il le fallut.

 

Les femmes te verront grand jeune homme très fort,

Très beau d’une beauté paysanne et rusée,

Très désirable, d’une indolence qu’osée !

 

L’histoire t’a sculpté triomphant de la mort

Et jusqu’aux purs excès jouissant de la vie,

Tes pieds blancs posés sur la tête de l’Envie !

 

 

Paul Verlaine

 

 

 

Voor Arthur Rimbaud

 

Mens, engel duivel ook is Rimbaud onbetwist ;

De ereplaats in dit mijn boek staat voor jou open,

Al moest een zotte frik je afdoen als verlopen

Sujet, baardeloos monster, dronken lyceïst

 

Opkringelende wierook, rijke luitakkoorden

Groeten jou in de tempel der gedachtenis,

Je naam zingt luisterrijk van wat jouw glorie is,

Omdat je mij hebt liefgehad zoals het hoorde.

 

De vrouwen zien je als een jonge sterke vent,

Van boerse schoonheid, boerenslim ook op zijn tijd,

Begeerlijk en daarbij gevaarlijk indolent.

 

Je overwon de dood, is al van jou geschreven,

En dat je mateloos maar puur genoot van ’t leven,

Je blanke voeten rustend op de kop van Nijd!

 

 

 

 

Vertaling Peter Verstegen

 

 

Uit: Paul Verlaine: Een droom vreemd en indringend,

Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 2002

 

 

 

 

Paul Verlaine en Arthur Rimbaud

 

De Franse beroepspiloot en schrijver Antoine de Saint-Exupéry werd geboren in St. Maurice de Remens op 29 juni 1900. Wereldberoemd werd hij met het boekje Le Petit Prince (De Kleine Prins). In 1931 trouwde hij met Consuelo Suncin Sandoval (San Salvador 1901). Hun huwelijk bleef kinderloos. Consuelo stierf in 1979 te Parijs.

Ook door zijn allerlaatste 'daad' bleef zijn naam voortleven: op 31 juli 1944 keerde hij niet terug na een vlucht met een Lockheed Lightning P38J, waarmee hij vanaf Corsica verkenningen had uitgevoerd boven het Rhônedal, een onderdeel van de geallieerde voorbereidingen voor de invasie in Zuid-Frankrijk. Lang bleef zijn verdwijning een mysterie, omdat zijn lichaam noch zijn vliegtuig werden teruggevonden. Op 7 april 2004 vond men echter voor de kust van Marseille op 60 meter diepte de wrakstukken van zijn toestel, waarmee officieel is komen vast te staan dat hij daar is beschoten, neergestort en omgekomen.

 

 

Citaten:

 

 

« Adieu, dit le renard. Voici mon secret. Il est très simple : on ne voit bien qu'avec le cœur, l'essentiel est invisible pour les yeux. »  

 

 

« Je ne te dirai point les raisons que tu as de m'aimer. Car tu n'en as point. La raison d'aimer, c'est l'amour. »   

 

 

« Que m'importe que Dieu n'existe pas. Dieu donne à l'homme de la divinité. »

 

 

 

 

Antoine de Saint-Exupéry (29 juni 1900 - 31 juli 1944)

 

 

 

22:32 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: paul verlaine, antoine de saint-exupery |  Facebook |