15-09-16

Dolce far niente, Alfred Tomlinson, Lucebert, Jan Slauerhoff, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Orhan Kemal, Gunnar Ekelöf

 

Dolce far niente

 

 
Gustavo Silva Nuñez poseert voor een door hem geschilderde zwemmer, 2015.

 

 

Swimming Chenango Lake

Winter will bar the swimmer soon.
   He reads the water’s autumnal hestitations
A wealth of ways: it is jarred,
    It is astir already despite its steadiness,
Where the first leaves at the first
    Tremor of the morning air have dropped
Anticipating him, launching their imprints
    Outwards in eccentric, overlapping circles.
There is a geometry of water, for this
    Squares off the clouds’ redundances
And sets them floating in a nether atmosphere
    All angles and elongations: every tree
Appears a cypress as it stretches there
    And every bush that shows the season,
A shaft of fire. It is a geometry and not
    A fantasia of distorting forms, but each
Liquid variation answerable to the theme
    It makes away from, plays before:
It is a consistency, the grain of the pulsating flow.
    But he has looked long enough, and now
Body must recall the eye to its dependence
    As he scissors the waterscape apart
And sways it to tatters. Its coldness
    Holding him to itself, he grants the grasp,
For to swim is also to take hold
    On water’s meaning, to move in its embrace
And to be, between grasp and grasping, free.
    He reaches in-and-through to that space
The body is heir to, making a where
    In water, a possession to be relinquished
Willingly at each stroke. The image he has torn
    Flows-to behind him, healing itself,
Lifting and lengthening, splayed like the feathers
    Down an immense wing whose darkening spread
Shadows his solitariness: alone, he is unnamed
    By this baptism, where only Chenango bears a name
In a lost language he begins to construe —
    A speech of densities and derisions, of half-
Replies to the questions his body must frame
    Frogwise across the all but penetrable element.
Human, he fronts it and, human, he draws back
    From the interior cold, the mercilessness
That yet shows a kind of mercy sustaining him.
    The last sun of the year is drying his skin
Above a surface a mere mosaic of tiny shatterings,
    Where a wind is unscaping all images in the flowing obsidian,
The going-elsewhere of ripples incessantly shaping.

 

 
Alfred Tomlinson (8 januari 1927 – 22 augustus 2015)
Stoke-on-Trent, Old Town Hall. Alfred Tomlinson werd geboren in Stoke-on-Trent.

Lees meer...

15-09-15

Lucebert, Jan Slauerhoff, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Claude McKay, Orhan Kemal, Karl Philipp Moritz

 

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

gedicht

I
van vaste duisternissen ik laat mij een lied zingen
van hoe de mensen webben spinnen en sterven
van savonds versierde hyenaas en cocons in de ochtend
van zwaar slapen aanblazen en van de vraatzucht

II
hoe in de heldere natuur eender werken de dingen en wezens
bruisend zich rekken de takken en huilende vallen de stenen
een denkende mier of een denkende ster en een slang
zacht vertrekt uit zijn zwangere staart als de beken
uit hun drabbig foedraal zoals de leliën ook en
van verdriet of van vrede blauw zijn de bloemende bergen

III
altijd en overal anders zijn de mensen want anders
dragen zij de aarde: vaak door de slaafse spreekbuis
hinkend zij dragen de aarde of vallend van de statietrap
zij torsen de aarde maar nooit en te nimmer zij nemen
de aarde aan als een wind in ’t gezicht in het web

IV
door donkerte nader zij komen met allen en alles
en daar gelijk is het oor aan de mond het hoofd aan het hart
aan alles aan allen gelijk het licht zij vloeien het toe

 

 
Lucebert, Het geschenk, 1986

 

V
maar daaraan terstond zij maken bodemloze fotoos van de almacht
als was de nacht hun moeder niet de avond niet hun vader
zij steken de zon in de mond verorberen de wolken
zij beduimlen de bliksem met hun smeulende tongen
en bootsen de maan na met hun pluimstrijkende ogen
of gaan wonen in hoge wisselstromen onttronend de diepte

VI
spook en talisman zij trouwen en bouwen hun huizen daarom
maar buiten zij breken graag de glazen derwisch van het water
en gehaast zij plukken de magnetische springveren
die van het vuur en de maandragende paarden der zee
blazen zij op en het steen het steen zij besmetten het met
rokende rivieren of sluizen en aldus ook hun mummies
zij sluimren of mijmren niet maar zij stomen zij bonzen

VII
oh de moede man die de sleutels der dubbelzinnigheid smolt
of wegwierp dat hij staat voor de zo vaak vertoonde kasten en laden
die zo gehoond gelijk zij geloofd zijn dat hij er staat en vraagt
naar een deur om daar door te gaan

VIII
zie dan voor zijn vetgemeste spiegel wil hij vliegen en zweven
hoor dan door zijn mulle microfonen wil hij van vrede lachen en zingen
deze die eens de sleutels der dubbelzinnigheid smeedde
hem opent geen vrede

 

 
Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)

Lees meer...

15-09-14

Lucebert, Jan Slauerhoff, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Claude McKay, Orhan Kemal

 

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

Vrede is eten met muziek

Vredig eten is goed eten
Want lekker eten doet men alleen in rust en vrede
Voor een goede spijsvertering is het een vereiste
Dat men elk hapje minstens vijftienmaal kauwt
Daarom eet men met muziek ook beter
Want onder vrolijke tonen bewegen de kaken vanzelf
Harmonieus en met de kaken ook de slokdarm
En later zelfs de overige dertig meter
Lange darmen in de buik

Vrede is goed eten met goede muziek
Met marsmuziek kan men beter lopen dan eten
Als men dan ook maar vredig loopt
En niet meemarcheert met een troep soldaten
Tegen andere soldaten
Dan is marsmuziek net zo bedorven
Als besmet voedsel

Maar bij dansmuziek is het zeker goed eten
Want dansen is geen vechten
Wie danst houdt rekening met andere dansers
Zoals men onder het eten niet alle
Lekkere hapjes alleen verorbert maar die deelt
Met overig disgenoten.

 

 
Lucebert, En zij wendden zich af van het kruis, 1985

 

 

Van de econoom

onverschrokken bij braindrain de schoonprater
springt van nest naar vogel en blijft opgetogen
in de spaghetti van glossolalie lepelen

bepaalde aspecten moeten worden meegenomen
als je niet bepaalde effecten voorkomt
maar kunnen ook blijven liggen als vorm van antwoord
zoals de schepping ook is bepaald die met mensen in de supermarkt
al te toevallige offers heeft afgewend daar komen we onszelf tegen
in de ethiek van het economisch leven

zorgvuldig produceren en consumeren
er is een omslag ontstaan in de omgang
een kwestie van gewenning
invulling van verantwoordelijkheden meer vulsel
dat uitspruit tot vullus
toegevoegde waarde
strijkstok van strijkages

 

 
Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)
Lucebert, verkleed als Keizer der Vijftigers, 1954

Lees meer...

15-09-13

Orhan Kemal, Gunnar Ekelöf, Jim Curtiss, Ina Seidel

 

De Turkse schrijver Orhan Kemal (eig. Mehmet Raşit Öğütçü) werd geboren op 15 september 1914 in Ceyhan. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Orhan Kemal op dit blog.

 

Uit: The Idle Years (Vertaald door Cengiz Lugal)

 

“Off we went. We eventually found the docks and walked around all the tobacco warehouses there. And, sure enough, by lunchtime, there was Nejip, standing in front of us, covered in a filthy brown layer of muck. He stank of tobacco. He could not believe his eyes. He hugged me, hugged Gazi, then hugged me again. Then he went inside a warehouse and asked for a short break. He shoved us into the restaurant next door and told us to have ourselves a good meal.
   ‘I’ve got to get back now,’ he said, ‘but when you’re finished here you can wait for me at the café. I’ll have a word, so don’t you pay for anything!’
   Gazi had already sat down. ‘Don’t just stand there,’ he said to me. ‘Sit down, and let’s tuck in!’ He impatiently tapped his fork on his plate.
   ‘Let’s not get too carried away,’ I warned, ‘because…’
   ‘Leave me alone. I’m so hungry I can’t see straight. Waiter, excuse me, over here…. These waiters are a bit dozy… Hey, waiter, over here’
   The waiter came over.
   ‘First,’ said Gazi, ‘bring me some cold dolma… Or, no, wait. I’ll have hot dolma, but make sure the chef gives me some big ones!’
   The waiter chuckled as he went off.
   ‘What are you staring at?’ Gazi asked me. ‘I’m going to eat a week’s worth. What’s it to you? But how did Nejip know we were hungry? Do we look that starved, I wonder? That’s what you call a friend. One look at us, and he could tell we were hungry. Good on him!’

 

 

 

Orhan Kemal (15 september 1914 – 2 juni 1970)
Cover

Lees meer...

15-09-11

Jan Slauerhoff, Lucebert, Chimamanda Ngozi Adichie, Orhan Kemal

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

 

 

De zee

 

De zee, het enige leven dat strekt
Van begin tot einde
- Terwijl alle andre, voor kort gewekt,
Gedwee en weerloos verdwijnen -
Geeft in eeuwige breking
De grote, zachte verzekering
Dat, wanneer allen versterven, verstijven,
Zij bevallig zal blijven.

En als ik ga gehaast,
Genaderd en genaast
Door de jagende dood,
Hoor ik de troost
Van 't eendre golfgeruis,
Dat is als het vermengd gejuich
Van al haar schipbreuklingen, al haar meeuwen,
Aanbreken over de eeuwen,
Die mij verzwijgen en verteren.

Zij heeft geen andre vormen
Dan de borsten van haar golven,
En geen andre woorden dan de volle
Koren van haar branding en haar stormen.
Maar sidderend belijdt
Elk leven, hoe verfijnd
En schoon 't in 't licht verschijnt,
De wankele kortstondigheid
Van zijn bekoorlijkheid
Voor de geweldige eentonigheid van 't grootse
En de onsterflijke lieflijkheid van 't doodse.

 

 

 

Sterrenkind

 

Een sterrennacht op de wereld geworpen,
In sneeuw begraven door de wind,
Houthakkers brachten naar hun verre dorpen
Als een gevonden schat het sterrenkind.

Zij dachten hun vrouwen gelukkig te maken
Omdat zijn mantel van zilver was,
Maar zij moesten hem voeden en bij hem waken
Als was hij een kind van hun eigen ras.

De mantel konden zij niet verkopen,
Geen zilversmid geloofde er aan;
De pope wou de vondeling niet dopen,
Dat heidenkind gevallen van de maan.

Geen timmerman wilde hem laten werken,
Die tere prins, wat had men er aan?
De kosters joegen hem uit hun kerken,
Het heidenkind dat peinzend stil bleef staan.

En op een nacht is hij weer verdwenen;
Het dorp telde vele kindren minder,
Terwijl opeens veel meer sterren schenen.
Het was zeven jaar geleden. En weer winter.



 

Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936)

Lees meer...

15-09-10

Jan Slauerhoff, Lucebert, Orhan Kemal, Gunnar Ekelöf, Agatha Christie, Ina Seidel, Jim Curtiss

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 15e september mijn blog bij seniorennet.be  

 

Jan Slauerhoff, Lucebert, Orhan Kemal 

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 15e september ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag  

 

Gunnar Ekelöf, Agatha Christie, Ina Seidel, Jim Curtiss

 

15-09-09

Jan Slauerhoff, Lucebert, Orhan Kemal


De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook mijn blog van 15 september 2006.

  

Uit: Such is life in China

 

“Het is nog vroeg, voor vieren, de dag is nog in den hemel. Misschien was het beter dat hij er bleef en de wereld voortaan overliet aan den nacht, goedgunstig voor de minnaars en misdadigers, de avonturiers, de eenigsten die aan de lotgevallen dezer wereld nog iets nieuws geven, al is het dan niet onder de zon. Waarom houdt deze laatste toch het doffe dagelijksche leven in gang, overal hetzelfde, in China, in Europa?

Wat zou er gemist worden als de zon eens niet meer kwam? Maar hij komt toch, en daarmee ook dit verhaal te voorschijn. Nu is het nog niet zoo ver, een oogenblik verademing. Lucht en wereld zijn nog even grijs, raken elkaar aan met laaghangende wolken en zacht naar de hoogte zwellende bergen. Daartusschen zijn gaten waardoor een groen verschiet als een hoogerliggende zee glooit. De zon komt op, ergens achter de Tai Sjan, de stad ligt nog in diepe schaduw, het eiland Lappa, waarop de huizen en tuinen van de Westerlingen, yamen en rijke kooplieden liggen, drijft al in rozig licht.

Langs de landtongen meren de sampans in groote zwermen, de gespleten achterstevens omhoog, groen en rood als van watervogels met dubbele staarten. De vrachtschepen liggen roerloos op den stroom, op enkele brandt schaarsch en bleek licht, in de verte wordt bij een kustvaarder, uit een langszijliggenden lichter, geladen, telkens, hoor, de kleine donder van een kraan.

Dan komt er ook beweging in deze wereld. Een groote driemastjonk zeilt dwars door de baai.

Dichtbij ziet men talrijke mannen op het dek; vrouwen met kinderen op den arm tusschen manden met groenten en kippenkooien op den achtersteven. Van den boeg steken vier koperen kanonnen den tromp op. De piraten zijn nog niet uitgeroeid. De jonk is vol lading, leven en beweging. Een poos later drijft hij in de verte als een hol bruin blad op het water en de baai is weer stil en leeg.

Dan schieten plotseling, bijna gelijktijdig, alsof twee kustkanonnen tegen elkaar waren afgevuurd, snelronkend, twee motorbootjes de baai in, één van het eiland, één van de stad. Zij naderen elkaar. Welk van beide is de torpedo? Ze zullen elkaar rammen! Neen, op een paar meter afstand een scherpe zwenking. ‘Stockfish!’ ‘Wooden Shoe!’ Zijn dit oorlogskreten?

De twee aan het roer schijnen dubbelgangers, beiden stokmager, de kleeren fladderend om het lijf. Van dichtbij verschillen ze als engel en duivel: drankduivel en doodsengel. Talman is manager van de South China Bank en honorair consul van Letland, Holland, Oostenrijk en nog een paar kleinere naties.”

 

 

 

 

slauerhoff
Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2006.

 

 

gij zult rondtasten in de middaghitte

 

de slaper door een sloopwerktuig ontworpen

eens genummerd als kind is door willekeur omringd

hij gaat tenslotte op zijn tenen staan zijn ogen

zullen eenzaam opklimmen naar een schitterend lichaam in de lucht

dit is mijn geluk dit is mijn ellende

 

deze dag zal zijn als alle dagen

gedachten worden gedaan rondom de dingen

deels duidelijk deels aangeduid

maar geen zal er daadwerkelijk winnen

 

slechts even door handoplegging

zal zich losmaken het pakijs van het verdriet

te zijn gebonden een last logge onderdelen

een loopmachine smekend om respijt

om rust in de rage

de dwingende bronnendorst

 

bah hoe slaat in de goedgesmeerde steden

keer op keer de bliksem in

juist daar waar ik drinken wil

 

 

 

 

Sachsen

 

ik a classic

ik dronk de deur open

de deur het rode water

waarvan wij zo vaak samen droomden

ook jij maoni

met 30 dolzinnige ogen onder een voorhoofd

pauwogen pijnlijk open

jij hield niet van beeldhouwershanden onthouden

heuvels en dalen nee en zelfs geen schaduwen

 

toen wij een rode oto kogten

en naar gross magdenburg reden

daarna in de elmerstrasse ontvouwde jij je kaarten

een staalkaart van stenen appelen

en op de platz de morello-kapelle speelde

weisse schatten ja en sehr reizvoll

wei yes studentensnelle blikken over alle gebreken

globale van de Globe

afwisslend en waar als heuvels en dalen

 

is het niet waar fredrich?

 

 

 

 

sonnet

 

ik

mij

ik

mij

 

mij

ik

mij

ik

 

ik

ik

mijn

 

mijn

mijn

ik

 

 

 

 

 

lucebert
Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)

 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 september 2007. en ook mijn blog van 16 september 2008.

 

 

 

De Turkse schrijver Orhan Kemal (eig. Mehmet Raşit Öğütçü) werd geboren op 15 september 1914 in Ceyhan. Nog tijdens zijn schooltijd moest hij met zijn vader om politieke redenen naar Syrië vluchten. Hij keerde in 1932 terug naar Adana waar hij als arbeider zijn brood verdiende. Tijdens zijn diensttijd werd hij weer om politieke redenen tot een gevangenisstraf van vijf jaar veroordeeld. In die tijd leerde hij de schrijver Nazım Hikmet kennen. Na zijn vrijlating trok hij naar Istanbul waar hij vanaf 1951 als zelfstandig schrijver werkte. Onder het pseudoniem Ekmek Kavgası publiceerde hij in 1949 zijn eerste verhalenbundel en eveneens zijn roman Baba Evi. Later schreef hijook draaiboeken en toneelstukken.

 

Uit: Schokolade

 

„Sie waren vor dem riesigen Schaufenster des Süssigkeitengeschäfts. Im Schaufenster waren verschieden grosse Bonbons, Süssigkeiten in Schachteln und Schokolade. Sie schauten zu den Schokoladen. Rechts des dicken und runden Knaben war seine Schwester und links die Tochter des Joghurtverkäufers. Die Tochter des Joghurtverkäufers war etwa so alt wie die Schwester. Die Schwester hatte gerade vorhin den dicken und runden Bruder zum Coiffeure gebracht, mit grosser Mühe. Der Coiffeure hatte einen grossen Spiegel, einen Käfig mit blauem Gitter, im Käfig einen gelben Vogel.

Er war ein Freund des Vaters. Der hauchdünne, pechschwarze Schnurrbart oberhalb seiner Lippe lächelte ständig durch den Spiegel dem Mädchen mit den grossen Busen des gegenüberliegenden Hauses. Auch das Mädchen mit den grossen Busen lächelte, sie lächelten sich gegenseitig an. Ab und zu winkten sie sich gegenseitig. Der dicke und runde Knabe hatte es auch gesehen, als seine Haare rasiert wurden, er hatte auch den gelben Vogel gesehen. Fingergross, es zwitscherte ununterbrochen.

Wenn bloss die Maschine des Coiffeurs sein Haar nicht ab und zu rupfen würde. Das tat ihm so weh. Er wollte aufstehen und fliehen und den Laden von draussen mit Steinen bombardieren. Desshalb mochte er es nicht, zum Coiffeur zu gehen. Sein Stampfen und seine Fusstritte gegen die Schwester waren desshalb. Wenn seine Schwester nach der Rasur nicht:" Komm, lass unser Geld zusammenmischen und uns Schokolade für einen fünfziger kaufen!" Gesagt hätte, hätte er schon gewusst, was er machen würde.“

 

 

 

 

Kemal
Orhan Kemal (15 september 1914 – 2 juni 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn vorige blog van vandaag.

20:23 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: lucebert, jan slauerhoff, romenu, orhan kemal |  Facebook |