01-01-16

Neujahrslied (Johann Peter Hebel)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Wandelaars op de Witte Brug te Den Haag in de winter
door Willem Bastiaan Tholen, rond 1926

 

 

Neujahrslied

Mit der Freude zieht der Schmerz
traulich durch die Zeiten.
Schwere Stürme, milde Weste,
bange Sorgen, frohe Feste
wandeln sich zu Zeiten.

Und wo eine Träne fällt,
blüht auch eine Rose.
Schon gemischt, noch e wir's bitten,
ist für Throne und für Hütten
Schmerz und Lust im Lose.

War's nicht so im alten Jahr?
Wird's im neuen enden?
Sonnen wallen auf und nieder,
Wolken gehn und kommen wieder
und kein Mensch wird's wenden.

Gebe denn, der über uns
wägt mit rechter Waage,
jedem Sinn für seine Freuden,
jedem Mut für seine Leiden
in die neuen Tage,

jedem auf dem Lebenspfad
einen Freund zur Seite,
ein zufriedenes Gemüte
und zu stiller Herzensgüte
Hoffnung ins Geleite!

 

 

 
Johann Peter Hebel (10 mei 1760 – 22 september 1826)
Basel. Johann Peter Hebel werd geboren in Basel

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

15:51 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nieuwjaar, johann peter hebel, romenu |  Facebook |

31-12-15

A Song for New Year’s Eve (William Cullen Bryant)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Lingerzijde en de Speeltoren in Edam door Oene Romkes de Jongh, rond 1650

 

 

A Song for New Year’s Eve

Stay yet, my friends, a moment stay—
Stay till the good old year,
So long companion of our way,
Shakes hands, and leaves us here.
Oh stay, oh stay,
One little hour, and then away.

The year, whose hopes were high and strong,
Has now no hopes to wake;
Yet one hour more of jest and song
For his familiar sake.
Oh stay, oh stay,
One mirthful hour, and then away.

The kindly year, his liberal hands
Have lavished all his store.
And shall we turn from where he stands,
Because he gives no more?
Oh stay, oh stay,
One grateful hour, and then away.

Days brightly came and calmly went,
While yet he was our guest;
How cheerfully the week was spent!
How sweet the seventh day’s rest!
Oh stay, oh stay,
One golden hour, and then away.

Dear friends were with us, some who sleep
Beneath the coffin-lid:
What pleasant memories we keep
Of all they said and did!
Oh stay, oh stay,
One tender hour, and then away.

 

 
William Cullen Bryant (3 november 1794 – 12 juni 1878)
De kerk in Cummington, Massachusetts. William Cullen Bryant werd geboren in Cummington.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

01-01-15

Een nieuwe dag (Alexis de Roode)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Winterlandschap door Salomon van Ruysdael, jaren 1650

 

 

Een nieuwe dag

Kyrie eleison
Kyrie eleison
deze treurigheid gaat nooit meer weg.

Het is nieuwjaarsdag
en de wereld is wit, wit,
maar met sneeuw heeft het niks te maken,
het is meer een verbleken
nu de seizoenen ongescheiden zijn geworden.

Het is nieuwjaarsdag
en de plannen zijn goed,
maar de wereld is slecht,
we zijn trouwens allemaal klootzakken
(zo mijn vader sprak in vervlogen dagen)

We wagen het erop, jazeker.
Er gaan hier vele dagen om
waarin niets doordringt van de droefheid
die niet beperkt tot mensen is.
Ik wil gaan zoals het oude liedje ging:
naar een hoogmis en geboren worden
in een orgelpijp.
En dan maar stijgen als een dolle.

Maar ik mag niet zomaar weg.
Er loopt een vrouw door mijn huis
op zeer dunne vogelbenen,
een baltsende vogel die op leven wacht,
niet voor mij,
slechts voor het Ware en het Goede,
daarvoor strekt ze zich
en neigt.

Het Goede en het Ware.
Kyrie eleison.

Deze treurigheid gaat nooit meer weg,
nooit meer.

 

 

 
Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)
De Willibrordus-basiliek in Hulst.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

12:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nieuwjaar, alexis de roode, romenu |  Facebook |

31-12-14

Ghosts Of The Old Year (James Weldon Johnson)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Delft door Hendrik Gerrit ten Cate, 1818

 

 

Ghosts Of The Old Year

The snow has ceased its fluttering flight,
The wind sunk to a whisper light,
An ominous stillness fills the night,
A pause — a hush.
At last, a sound that breaks the spell,
Loud, clanging mouthings of a bell,
That through the silence peal and swell,
And roll, and rush.

What does this brazen tongue declare,
That falling on the midnight air
Brings to my heart a sense of care
Akin to fright?
'Tis telling that the year is dead,
The New Year come, the Old Year fled,
Another leaf before me spread
On which to write.

It tells the deeds that were not done,
It tells of races never run,
Of victories that were not won,
Barriers unleaped.
It tells of many a squandered day,
Of slighted gems and treasured clay,
Of precious stores not laid away,
Of fields unreaped.

And so the years go swiftly by,
Each, coming, brings ambitions high,
And each, departing, leaves a sigh
Linked to the past.
Large resolutions, little deeds;
Thus, filled with aims unreached, life speeds
Until the blotted record reads,
'Failure!' at last.

 

 

 
James Weldon Johnson (17 juni 1871 – 26 juni 1938)
Jacksonville, Kersttijd downtown. James Weldon Johnson werd geboren in Jacksonville.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

01-01-14

The Garden Year (Sara Coleridge)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Stadsgezicht van Haarlem bij winter door Adrianus Eversen, 19e eeuw

 

 

The Garden Year

January brings the snow,
Makes our feet and fingers glow.

February brings the rain,
Thaws the frozen lake again.

March brings breezes, loud and shrill,
To stir the dancing daffodil.

April brings the primrose sweet,
Scatters daisies at our feet.

May brings flocks of pretty lambs
Skipping by their fleecy dams.

June brings tulips, lilies, roses,
Fills the children's hands with posies.

Hot July brings cooling showers,
Apricots, and gillyflowers.

August brings the sheaves of corn,
Then the harvest home is borne.

Warm September brings the fruit;
Sportsmen then begin to shoot.

Fresh October brings the pheasant;
Then to gather nuts is pleasant.

Dull November brings the blast;
Then the leaves are whirling fast.

Chill December brings the sleet,
Blazing fire, and Christmas treat.

 

 
Sara Coleridge (23 december 1802 - 3 mei 1852)
Greta Hall, waar Coleridge werd geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

11:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nieuwjaar, sara coleridge, romenu |  Facebook |

31-12-13

Silvesternacht (Ludwig Thoma)


Alle bezoekers en mede-bloggers een aangename jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Winterlandschap met schaatsers door Adam van Breen, 1611

 

 

Silvesternacht

Und nun, wenn alle Uhren schlagen,
So haben wir uns was zu sagen,
Was feierlich und hoffnungsvoll
Die ernste Stunde weihen soll.

Zuerst ein Prosit in der Runde!
Ein helles, und aus frohem Munde!
Ward nicht erreicht ein jedes Ziel,
Wir leben doch, und das ist viel.

Noch einen Blick dem alten Jahre,
Dann legt es auf die Totenbahre!
Ein neues grünt im vollen Saft!
Ihm gelte unsre ganze Kraft!

Wir fragen nicht: Was wird es bringen?
Viel lieber wollen wir es zwingen,
Daß es mit uns nach vorne treibt,
Nicht rückwärts geht, nicht stehen bleibt.

Nicht schwächlich, was sie bringt, zu tragen,
Die Zeit zu lenken, laßt uns wagen!
Dann hat es weiter nicht Gefahr.
In diesem Sinne: Prost Neujahr!

 

 

 
Ludwig Thoma (21 januari 1867 – 26 augustus 1921)
Oberammergau. Thoma werd geboren in Oberammergau

 

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

01-01-13

Zum Neuen Jahr (Rainer Maria Rilke)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 

 

Dorp in de winter door Joos de Momper II (1564-1635)

 

 

 

Zum Neuen Jahr

Wir
wollen
glauben
an
ein langes Jahr,
das uns gegeben ist,
neu,
unberührt, voll nie gewesener Dinge,
voll nie getaner Arbeit,
voll Aufgabe,
Anspruch und Zumutung.
Wir wollen sehen,
dass wir's nehmen lernen, ohne allzu viel fallen zu lassen
von dem
was es zu vergeben hat, an die, die Notwendiges, Ernstes und
Großes von ihm verlangen.

 

 

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Rilke werd geboren in Praag

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

01-01-12

Nieuwjaar (Leonard Nolens, Leo Vroman, Annette von Droste-Hülshoff)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 

 

 

De Waag, Nieuwmarkt te Amsterdam, Willem Koekoek(1839-1895)

 

 

 

Nieuwjaarsbrief

 

Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Mijn jaren duren lang en die van ons zijn kort.
Je kerstboom staat zijn groen nog in het rond te neuriën
Van de bossen ginder, allemaal zijn zij gekomen
Naar de Daenenstraat om ons hier toe te geuren.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.

 

Die dag in maart dat jij mij langzaam overkwam
Is ook vandaag mijn zon. Het sneeuwt de kamer onder
Met herinneringen die wij worden, warm en koud
Zijn wij voortaan elkaars geheugen en vergetelheid.
Ook straks gaan wij gearmd en stil dit wit in daar.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.

 

 

 


Leonard Nolens(Bree, 11 april 1947)

Lees meer...

01-01-11

Nieuwjaarsboudate (Jan Jacob Slauerhoff), Nieuwjaar (J. C. Bloem)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 

 

 

Cornelis Springer (25. Mai 1817 - 1891)

Gezicht op de Heerengracht bij de Amstel

 

 

 

 

Nieuwjaarsboudate

 

Wie in deze tijd nog gedichten schrijft
En zich richten wil tot een volk dat kijft,
Tot een volk dat niets dan welvaart wil
En bewilliging van iedre modegril,
Hij is meer dan rijp voor het gekkenhuis
En de gekken vinden hem ook niet pluis,
En dus moet hij naar een ballingsoord,
Waar papier en pennen zijn behekst,
Waar de kale muur siert de bijbeltekst:
(Slechts) In den beginne was het Woord.

 

 

 

 

Jan Jacob Slauerhoff (15 september 1898 - 5 oktober 1936)

 

 

 

 

 

Nieuwjaar

 

De nieuwjaarsklokken luiden door de radio.
Stortregen valt. De dag is onbeschrijflijk goor.
Men is alleen gelaten en aanvaardt het zo.
Men vraagt zich zelfs niet af: waarom is 't en waardoor ?

 

Tegen het leven is toch immers niets te doen;
de wereld heeft geen oorden meer om heen te gaan,
en 't hart wordt niet, gelijk de landen, jaarlijks groen:
er is geen vlucht uit een voorgoed mislukt bestaan.

 

 

 


J.C. Bloem (
10 mei 1887 - 10 augustus 1966)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn tweede en mijn eerste blog van vandaag.

 

31-12-10

The Old Year (John Clare)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een aangename jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

  

 

 

Petrus Gerardus Vertin (1819-1893)

Een drukke winteravond in een Hollandse stad, 1849  

 

 

 

The Old Year    

 

The Old Year's gone away

     To nothingness and night:

We cannot find him all the day

     Nor hear him in the night:

He left no footstep, mark or place

     In either shade or sun:

The last year he'd a neighbour's face,

     In this he's known by none.

 

All nothing everywhere:

     Mists we on mornings see

Have more of substance when they're here

     And more of form than he.

He was a friend by every fire,

     In every cot and hall--

A guest to every heart's desire,

     And now he's nought at all.

 

Old papers thrown away,

     Old garments cast aside,

The talk of yesterday,

     Are things identified;

But time once torn away

     No voices can recall:

The eve of New Year's Day

     Left the Old Year lost to all.

 

 

 


John Clare
(13 juli 1793 – 20 mei 1864)

 Portret door William Hilton, 1820



Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn derde, mijn tweede en mijn eerste blog van vandaag.

 

 

01-01-10

Und wieder hier draußen ein neues Jahr (Theodor Fontane)


 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 

 

 

 

winter-landscape-rembrandt-harmenszoon-van-rijn

Winterlandschap, Rembrandt, 1646

 

 

 

 

Und wieder hier draußen...

 

Und wieder hier draußen ein neues Jahr -
Was werden die Tage bringen?!
Wird's werden, wie es immer war,
Halb scheitern, halb gelingen?

 

Wird's fördern das, worauf ich gebaut,
Oder vollends es verderben?
Gleichviel, was es im Kessel braut,
Nur wünsch' ich nicht zu sterben.

 

Ich möchte noch wieder im Vaterland
Die Gläser klingen lassen
Und wieder noch des Freundes Hand
Im Einverständnis fassen.

 

Ich möchte noch wirken und schaffen und tun
Und atmen eine Weile,
Denn um im Grabe auszuruhn,
Hat's nimmer Not noch Eile.

 

Ich möchte leben, bis all dies Glühn
Rücklässt einen leuchtenden Funken
Und nicht vergeht wie die Flamm' im Kamin,
Die eben zu Asche gesunken.

 

 

 

 

 

Fontane
Theodor Fontane (30 december 1819 – 20 september 1898)

 

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari mijn vorige blog van vandaag.

12:02 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nieuwjaar, romenu, theodor fontane, nieuwjaarsdag |  Facebook |

01-01-09

E. M. Forster, J.D. Salinger, Sven Regener, Rüdiger Safranski, Anne Duden, Carry van Bruggen, Joe Orton, Kristijonas Donelaitis, Johannes Kinker, Sándor Petőfi, H.H. ter Balkt


Aan alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

Nieuwjaarskaarten in de vijftiger jaren

 

Voor het laatst vertoonde zich de goudkleur
van ikonen en middeleeuwse schilderijen op
wenskaarten uit de vijftiger jaren: laatste
opleving van de beslotenheid en het geluk.

Nog eenmaal spanden mensen als een rendier
natuur voor hun ar: breng ons verder! Breng
ons door de poort van het stervende jaar! Ja
hoefijzers en klavertjesvier, zilverglitter,

reikten postbodes aan in de sneeuw. Eeuwig
stormden klokken aan in de lucht, schijnsel
viel uit kerkjes. Zoete landschappen ademden

geur van vanille uit. In de zandwegen hoog-
stens karresporen; blijde vinkjes laag op hun
tak. Ongeloof stortte neer op 't ganzenbord.

 

 

 

 

Balkt
H.H. ter Balkt (Usselo, 17 september 1938)

 

 

 

 

 

 

De Engelse romanschrijver en essayist Edward Morgan Forster werd geboren op 1 januari 1879. Zie ook mijn blog van 1 januari 2007 en ook mijn blog van 1 januari 2008.

 

Uit: Where Angels Fear to Tread

 

They were all at Charing Cross to see Lilia off--Philip, Harriet, Irma, Mrs. Herriton herself. Even Mrs. Theobald, squired by Mr. Kingcroft, had braved the journey from Yorkshire to bid her only daughter good-bye. Miss Abbott was likewise attended by numerous relatives, and the sight of so many people talking at once and saying such different things caused Lilia to break into ungovernable peals of laughter.
"Quite an ovation," she cried, sprawling out of her first-class carriage. "They'll take us for royalty. Oh, Mr. Kingcroft, get us foot-warmers."
The good-natured young man hurried away, and Philip, taking his place, flooded her with a final stream of advice and injunctions--where to stop, how to learn Italian, when to use mosquito-nets, what pictures to look at. "Remember," he concluded, "that it is only by going off the track that you get to know the country. See the little towns--Gubbio, Pienza, Cortona, San Gemignano, Monteriano. And don't, let me beg you, go with that awful tourist idea that Italy's only a museum of antiquities and art. Love and understand the Italians, for the people are more marvellous than the land."
"How I wish you were coming, Philip," she said, flattered at the unwonted notice her brother-in-law was
giving her.
"I wish I were." He could have managed it without great difficulty, for his career at the Bar was not so intense as to prevent occasional holidays. But his family disliked his continual visits to the Continent, and he himself often found pleasure in the idea that he was too busy to leave town.

 

 

 

Forster
Edward Morgan Forster (1 januari 1879 - 7 juni 1970)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jerome David Salinger werd in New York geboren op 1 januari 1919. Zie ook mijn blog van 1 januari 2007 en ook mijn blog van 1 januari 2008.

 

Uit: The Laughing Man

 

“When we got out of the bus, Mary Hudson stuck right with us. I'm sure that by the time we reached the baseball field there was on every Comanche's face a some-girls-just-don't-know-when-to-go-home look. And to really top things off, when another Comanche and I were flipping a coin to decide which team would take the field first, Mary Hudson wistfully expressed a desire to join the game. The response to this couldn't have been more clean-cut Where before we Comanches had simply stared at her femaleness, we now glared at it. She smiled back at us. It was a shade disconcerting. Then the Chief took over, revealing what had formerly been a well-concealed flair for incompetence. He took Mary Hudson aside, just out of earshot of the Comanches, and seemed to address her solemnly, rationally. At length, Mary Hudson interrupted him, and her voice was perfectly audible to the Comanches. "But I do," she said. "I do, too, want to play!" The Chief nodded and tried again. He pointed in the direction of the infield, which was soggy and pitted. He picked up a regulation bat and demonstrated its weight. "I don't care," Mary Hudson said distinctly, "I came all the way to New York - to the dentist and everything - and I'm gonna play." The Chief nodded again but gave up. He walked cautiously over to home plate, where the Braves and the Warriors, the two Comanche teams, were waiting, and looked at me. I was captain of the Warriors. He mentioned the name of my regular center fielder, who was home sick, and suggested that Mary Hudson take his place. I said I didn't need a center fielder. The Chief asked me what the hell did I mean I didn't need a center fielder. I was shocked. It was the first time I had heard the Chief swear. What's more, I could feel Mary Hudson smiling at me. For poise, I picked up a stone and threw it at a tree.

We took the field first. No business went out to center field the first inning. From my position on first base, I glanced behind me now and then. Each time I did, Mary Hudson waved gaily at me. She was wearing a catcher's mitt, her own adamant choice. It was a horrible sight.

Mary Hudson batted ninth on the Warriors' lineup. When I informed her of this arrangement, she made a little face and said, "Well, hurry up, then." And as a matter of fact we did seem to hurry up. She got to bat in the first inning. She took off her beaver coat - and her catcher's mitt - for the occasion and advanced to the plate in a dark-brown dress. When I gave her a bat, she asked me why it was so heavy. The Chief left his umpire's position behind the pitcher and came forward anxiously.“

 

 

 

salinger2
J.D. Salinger (New York, 1 januari 1919)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en musicus Sven Regener werd geboren op 1 januari 1961 in Bremen. Zie ook mijn blog van 1 januari 2008.

 

Uit: Der kleine Bruder

 

„Kein besonders ausgefeilter Plan, dachte er gerade, als Wolli aufhörte zu reden und sie gemeinsam schweigend in das sehr dunkle Dunkel der Transitstrecke durch die DDR starrten, hat ein paar Schönheitsfehler, der Plan, dachte er, aber dann fiel ihm auf, daß Wolli nicht mehr redete, und die Stille hatte, zusammen mit der sie umgebenden Finsternis, eine beruhigende, einlullende Wirkung, der er sich gerne hingab. Scheiß drauf, ob der Plan Schönheitsfehler hat, dachte er, Hauptsache, es ist mal Ruhe im Schiff, und dann sah er nur noch der Straße dabei zu, wie sie sich in das funzlige Licht seiner Scheinwerfer schob wie ein alter, harter Teppich. Leider hatte er keinen Vordermann mehr, dem er folgen konnte, der letzte war vor einer Viertelstunde abgebogen in das Land um sie herum, von dem man nichts sah oder hörte, und Wolli hatte sich danach noch eine Weile darüber ausgelassen, daß das ein Trabant gewesen sei und was das zu bedeuten habe und so weiter und so fort, aber wenigstens war dieser Trabant, wenn es denn einer gewesen war, nicht so schnell gewesen, daß Frank ihn hatte ziehen lassen müssen wie all die anderen Autos, die sie in der Zwischenzeit überholt hatten, der Trabant hatte genau die richtige, risikoarme, von Wolli dringend empfohlene Geschwindigkeit gehabt, und er hatte sie sicher durch die Finsternis geführt. Nun war er fort, aber dafür hielt Wolli mal die Klappe, und das war doch auch schon was, fand Frank.

Das ging etwa fünf Minuten so, draußen war alles dunkel und drinnen war es still, wenn man vom gleichmäßigen Röhren von Franks altem Kadett einmal absah.“

 

 

 

 

Regener
Sven Regener (Bremen, 1 januari 1961)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en filosoof Rüdiger Safranski werd geboren op 1 januari 1945 in Rottweil. Safranski promoveerde in de germanistiek en de filosofie. Hij  schreef een boek over Heidegger: Heidegger en zijn tijd. Daarnaast publiceerde hij o.a. 'Het Kwaad, Het drama van de vrijheid', de essaybundel 'Hoeveel globalisering kan een mens verdragen?' en biografiën van Schiller en Nietzsche. Ook schreef Safranski het nawoord ('Literatur als Lebensmacht' ) in de nieuwe uitgave van 'Philip en de anderen' van Cees Nooteboom (1955). Sinds 2002 presenteert hij met Peter Sloterdijk voor de Duitse zender ZDF het programma "das Philosophischen Quartett".

 

Uit: Schiller oder Die Erfindung des Deutschen Idealismus

 

„Aus der Perspektive Schillers gewinnt der Idealismus wieder Glanz. Idealismus - daran ist nichts Veraltetes, wenn man ihn so versteht, wie ihn Schiller verstanden hat: der Freiheit eine Gasse; der Geist, der sich den Körper baut. So war Schiller auch ein großer Anreger der Philosophie am Ende des 18. Jahrhunderts. Er ist maßgeblich beteiligt an den epochalen philosophischen Ereignissen zwischen Kant und Hegel. Es wird davon zu erzählen sein, wie Schiller mitwirkte bei der Erfindung des Deutschen Idealismus; wie er zusammen mit Goethe zum Zentralgestirn des deutschen Geisteslebens werden konnte. Schiller - ein Kraftwerk der Anregungen auch für seine Gegner. Die Romantiker haben die Abgrenzung von ihm gebraucht, um sich selbst zu finden. Indem sie von ihm loskommen wollen, werden sie ihn nicht los.

So kommt es zur großen Oper des Geistes: in einem historischen Augenblick beispielloser schöpferischer Dichte stehen sie alle auf derselben Bühne, Goethe, Herder, Wieland, Moritz, Novalis, Hölderlin, Schelling, die Schlegels, Fichte, Hegel, Tieck - in ihrer Mitte Schiller, der Meister des Glasperlenspiels.

Schiller hat Epoche gemacht und deshalb gelangt man auf seiner Spur in die Biographie der Epoche von Klassik und Romantik. Im Hintergrund das politische Drama, das mit der Französischen Revolution beginnt.

Die Deutschen, sagte Heinrich Heine einmal, hätten nur im »Luftreich des Traumes« ihre Revolution gemacht.

Vielleicht war der Idealismus ein Traum. Und die wirkliche Revolution? Vielleicht war sie ein schlechter Traum. Schiller, als er mit fünf Jahren Verspätung 1798 das Diplom der französischen Ehrenbürgerschaft in die Hände bekam mit den Unterschriften von Danton und all den anderen, die schon längst enthauptet waren, verständigte sich mit Goethe auf die Formel, man habe ihm ein Bürgerrecht zugesandt »aus dem Reiche der Toten« (3. März 1798).

Mit Schiller gelangt man in das andere Schattenreich der Vergangenheit: in das unvergeßliche goldene Zeitalter des deutschen Geistes. Es sind Wunderjahre, die einem helfen, den Sinn für die wirklich wichtigen, für die geistvollen Dinge des Lebens zu bewahren.

 

 

 

 

safranski_freiheit_140
Rüdiger Safranski (Rottweil, 1 januari 1945)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Anne Duden werd geboren op 1 januari 1942 in Oldenburg. Zij groeide op in Berlijn en Ilsenburg. Vanaf 1964 studeerde zij germanistiek, sociologie en filosofie in Berlijn. In 1972 werd zij medewerkster van de uitgeverij Wagenbach en was een jaar later medeoprichtster van de Rotbuch uitgeverij. Sinds 1978 woont en werkt zij als zelfstandig schrijfster in Berlijn en in Londen. Zij schrijft zowel gedichten als proza en ontving voor haar werk o.a. de Berliner Literaturpreis, de Kunstpreis des Landes Niedersachsen für Literatur, de Große Literaturpreis der Bayerischen Akademie der Schönen Künste en de Heinrich-Böll-Preis.

 

Uit: Zungengewahrsam

 

"Die Sprache selbst hat sozusagen als Potenz, meines Errachtens, nach wie vor dieses: in eine Unbegrenztheit, oder man kann auch sagen: Freiheit zu gelangen. Für mich ist damit der Punkt verbunden, in meiner eigenen Schreibgeschichte, wo ich überhaupt angefangen habe zu schreiben, darüber nachzudenken, jetzt ist es so weit, jetzt kann ich alles das, was ich sagen möchte, das kann ich sagen, wenn ich dahin komme. Das heißt nicht, daß ich dahin komme, aber als Potenz habe ich einmal sozusagen diesen Durchbruch in diese Freiheit erlebt. Und das war für mich auch genau dieser Punkt, wo ich gesagt habe, jetzt kann man daran denken zu veröffentlichen. Ich hätte vorher nie daran gedacht, etwas zu veröffentlichen, weil die Texte in der Sprache für mich nie weit genug gegangen sind. Man ist mal nah dran, mal weniger nah. Das hat ja auch etwas mit der Arbeitsmöglichkeit zu tun. Auch damit, wie sehr ich mich konzentrieren kann, auch damit, wie die Zeitläufte sind. Wenn sich hier

keine Sau außer mir für sowas interessiert, dann bin ich natürlich auch ziemlich damit alleine und kann auch nicht mal mit jemandem darüber sprechen, das weiter entwickeln und so weiter und muß das ganz alleine machen. Das heißt, ich brauche eine ganz lange Anlaufzeit, um wieder in diese Intensität oder zu dieser Intensität zu kommen, die mir dann wiederum auch ermöglicht, diesen Freiheitsraum zu betreten - Also ich weiß, das klingt jetzt alles auch leicht ideologisch, aber das meine ich gar nicht, ich meine das wirklich ganz sachlich, fast könnte man sagen: materialistisch."

 

 

 

 

Duden
Anne Duden (Oldenburg, 1 januari 1942)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Carry van Bruggen (eig. Caroline Lea de Haan) werd geboren in Smilde op 1 januari 1881. Ze was de bijna een jaar oudere zus van de Nederlandse schrijver, jurist en politicus Jacob Israël de Haan, die geboren werd op 31 december van hetzelfde jaar. Van Bruggen bracht haar jeugd door in Zaandam en was een van de zestien kinderen van een streng joods-orthodoxe godsdienstleraar. In 1900 werd ze onderwijzeres in Amsterdam en in 1904 trouwde ze met de journalist en schrijver Kees van Bruggen. Met hem ging ze in Nederlands-Indië wonen. In 1907 kwamen Carry en Kees van Bruggen terug naar Nederland, toen ook haar eerste boek werd gepubliceerd, In de schaduw. In 1914 verhuisde het echtpaar van Amsterdam naar Laren, maar het was geen goed huwelijk en ze scheidden in 1917. Ze hertrouwde in 1920 met dr. Adriaan Pit, een kunsthistoricus, maar bleef schrijven onder de naam Carry van Bruggen. In deze periode schreef ze onder andere Prometheus (1919), Eva (1927) en haar bekendste werk Het huisje aan de sloot (1921). Het laatste is een verhalenbundel met 25 korte episodes uit het leven van "een meisje en haar tweelingbroertje", ofwel herinneringen van haar jeugd in Zaandam. Haar 'taalboek' Hedendaagsch Fetischisme (1925) bevat een kritische beschouwing over taal en taalkunde.

 

Uit: Het al te volle leven (Het huisje aan de sloot)

 

Er zijn dagen dat het leven, door zijn volheid, bijkans niet te dragen is.

Meestal verschijnen die dagen tusschen het einde van den herfst en den aanvang van den winter -, het loof is dan dood, de zomerbloei vergaan, maar nog niet is de wereld reukloos en kleurloos geworden, een laatste zweem van bitter-zoeten mijmergeur waart in het donkere onder de boomen rond. Het vreemde van die dagen nu is dit: wat anders geluid is, wordt dan stem. Er is de waterstem, die onvermoed tot je opfluistert uit de diepte, wanneer je eenzaam staat op den hoogen dijk en over het vlakke rietland kijkt en over de witbeschuimde plassen - zacht heen en weer strijkt je haar langs de slapen, ver-weg zijn de geelgrijze vegen van bewolkten zonsondergang -, en daar heelemaal schijnt de waterstem vandaan te komen, over de witte golvenkopjes nadert hij vliegensvlug en fluistert naar je op en je deinst achteruit, alsof er ineens een onzichtbaar mensch naast je was komen staan en vlak aan je oor had gefluisterd, zoodat je zijn adem voelde, iets dat je niet verstond en dat je toch, tot diep binnen in je lijf, doet rillen!

Dat is de waterstem; dan is er ook de windstem. Die ijlt je achterop onder de boomen als je uit school naar huis gaat, en achterhaalt je en lispelt in het voorbij gaan iets aan je oor, vliegensvlug, en is weer weg, een heel eind je vóór, maar schijnt dan achter langs je heen of hoog over je hoofd terug te keeren, want is even later weer achter je, komt je weer achter-op, zoodat je het duidelijk voelt in de holte tusschen de schouderbladen, alsof je daar werd aangeraakt, fluistert weer, bij het langs je gaan, vlak en vlak aan je oor, suist opnieuw voorbij en is al een heel stuk verder, terwijl je nog narilt van schrik.“

 

 

 

Bruggen
Carry van Bruggen (1 januari 1881 - 16 november 1932)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Joe Kingsley Orton werd geboren in Leicester op 1 januari 1933. Na een aanvankelijk onsuccesvolle schrijverscarrière brak hij in de jaren '60 door als schrijver van zwarte komedies die de heersende zeden op de hak namen en alle taboes doorbraken. Daarmee werd hij de opvolger van John Osborne en de Angry Young Men. Zijn opkomst werd ruw onderbroken toen hij door zijn partner Kenneth Halliwell werd vermoord. Joe Orton was de eerste zoon uit een arbeidersgezin. Rond zijn 16de werd hij actief in het amateurtoneel. Hij vroeg een beurs aan voor de Royal Academy of Dramatic Art en ging in 1951 naar Londen. Daar ontmoette hij Halliwell en ging met hem samenwonen; ze kregen een relatie. Geen van beiden was succesvol als acteur; in plaats daarvan schreven ze gezamenlijk enkele romans die het niet haalden, en leefden van Halliwell's niet onaanzienlijke erfenis Begin jaren '60 ging Orton over op theater; zijn stukken waren direct controversieel, ontvingen zowel bijval als geweldige kritiek, maar stimuleerden hem tot een koortsachtige productie. Hij schreef zowel voor radio (hoorspel), theater als film. Ondertussen leed zijn partner Halliwell (zeven jaar ouder) aan depressies en werd psychiatrisch behandeld. In augustus 1967 vermoordde Halliwell Orton met een hamer, waarna hijzelf een overdosis slaaptabletten innam.

Ortons eerste volwaardige toneelwerk was Entertaining Mr. Sloane.  Loot, gezien als zijn tweede toneelstuk, begint al met een krankzinnige situatie: een verpleegster die zeven moorden op haar geweten heeft, verleidt de man van haar achtste slachtoffer tot een huwelijk. Tegelijk pleegt zijn zoon een bankroof. De buit wordt verborgen in de doodskist, en het gemummificeerde lijk in een kast. De enige die niets gedaan heeft (de echtgenoot), wordt gevangen genomen en vermoord.

 

Uit: Loot

 

Act I

Fay: You've been a widower for three days. Have you considered a second marriage yet?
McLeavy: No.
Fay: Why not?
McLeavy: I've been so busy with the funeral.

 

Fay: The priest at St Kilda's has asked me to speak to you. He's very worried. He says you spend your time thieving from slot machines and deflowering the daughters of better men than yourself. Is this a fact?
Hal: Yes.
Fay: And even the sex you were born into isn't safe from your marauding. Father Mac is popular for the remission of sins, as you know. But clearing up after you is a full-time job. He simply cannot be in the confessional twenty-four hours a day. That's reasonable, isn't it? You do see his point?

 

Fay: Have you known him long?
Hal: We shared the same cradle.
Fay: Was that economy or malpractice?
Hal: We were too young then to practice and economics still defeat us.

 

Fay: What will you do when you're old?
Hal: I shall die.
Fay: I see you're determined to run the gamut of all experience.

 

Hal: Bury her naked? My own mum? It's a Freudian nightmare.
Dennis: I won't disagree.
Hal: Aren't we committing some kind of unforgivable sin?
Dennis: Only if you're a Catholic.
Hal: I am a Catholic. I can't undress her. She's a relative. I can go to Hell for it.
Dennis: I'll undress her then. I don't believe in Hell.
Hal: That's typical of your upbringing, baby. Every luxury was lavished on you - atheism, breast-feeding, circumcision. I had to make my own way.

 

 

 

 

orton
Joe Orton (1 januari 1933 - 9 augustus 1967)

 

 

 

 

 

De Pruisische-Litouwse dichter Kristijonas Donelaitis werd geboren op 1 januari 1714 in Lasdinehlen bij Gumbinnen in het oostelijk deel van Oost-Pruisen. Zie ook mijn blog van 1 januari 2007.

 

 

Winter Cares (Fragment)

 

 

„And so, dear fellow-men, make haste to learn in time
How in the winter days you'll have to get along.
For when the blizzards come, you'll need a heated house -
And you'll not like to sip a cold crumbled bread soup.
Many a time you'll have to make a glowing fire
To place your dusky pots within the blazing hearth.
So, friends, be on the watch. When you light up your stove,
To cook your groats and stew, or bake a cake or bread,
Pray, do not harm yourselves or harm your fellow-men.
I've told you how Docys, that reckless jackanapes,
Ruined honest Krizas so that he must beg his bread.
So do not fail each day to look into your stove;
See that your chimney is devoid of clotted soot,
And keep no twigs or chips heaped up on your fireplace,
Nor pile on it dry wood or things that can ignite.
Henceforth you must observe these salutary rules,
Or else the government will hang each one of you
Who dares to scorn the word of the just chief commune.
Besides 'tis bad when you, having mislaid something,
At night with a lit torch you search in dusty nooks,
And do not mind your brats as a good father should."

 

 

 

Donelaitis
Kristijonas Donelaitis (1 januari 1714 – 18 februari 1780)

Standbeeld in Vilnius

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, filosoof en advocaat Johannes Kinker werd geboren in Nieuwer-Amstel op 1 januari 1764. Zie ook mijn blog van 1 januari 2007.

 

 

De Dichtkunst (Fragment)

 

Natuur wordt taal, elk beeld wordt teeken! -

Maar slechts de Dichter kan die spreken:

Hij weet haar kracht, beteekenis

En samenvoeging te bepalen:

Hij denkt in haar zijne idealen,

Waar voor zijn onuitputbre beeldspraak

Alleen bekwaam, berekend is!

 

Natuur! - in uw verscheidenheden,

Weet gij elk denkbeeld schoon te omkleeden;

Ja! - 't weinig', dat ons brein ontdekt

Van 't groot, voor ons onkenbaar, wezen,

Is in uw leerzaam boek te lezen. -

Uw schoon geheel toont ons een scheemring

Van 't licht, dat zich ons oog onttrekt! -

 

Ja, 't is der menschheid waard, verheven

En schoon - gestaâg daar heen te streven,

Waar zich der zinnen doel verliest;

Waar vindingskracht, op stoute vlerken,

Door zaamgepakte nevelzwerken,

Onwederstaanbaar opwaards steigerend,

Zich zelf een spoor zoekt, vindt en kiest.

 

 

 

 

Johannes_Kinker
Johannes Kinker (1 januari 1764 – 16 september 1845)

 

 

 

 

De Hongaarse dichter Sándor Petőfi werd geboren in Kiskőrös op 1 januari 1823. Petőfi was een sleutelfiguur in de Hongaarse revolutie van 1848 die werd geboren als Alexander Petrovics. Zijn eerste gedicht verscheen in 1842. Nadat hij twee jaar later een baan als hulpredacteur in Pest had bemachtigd publiceerde hij zijn eerste dichtbundel. In zijn werk eiste hij vanaf het begin al een onafhankelijke staat. Talloze straten in Hongaarse steden zijn naar hem vernoemd, evenals één van de bruggen in Boedapest, Petőfi hid.

 

National Song

 

Rise up, Magyar, the country calls!
It's 'now or never' what fate befalls...
Shall we live as slaves or free men?
That's the question - choose your 'Amen"!
God of Hungarians, we swear unto Thee,
We swear unto Thee - that slaves we shall no longer be!

 

For up till now we lived like slaves,
Damned lie our forefathers in their graves - 
They who lived and died in freedom
Cannot rest in dusts of thraldom.
God of Hungarians, we swear unto Thee,
We swear unto Thee - that slaves we shall no longer be!

 

A coward and a lowly bastard
Is he, who dares not raise the standard - 
He whose wretched life is dearer
Than the country's sacred honor.
God of Hungarians, we swear unto Thee,
We swear unto Thee - that slaves we shall no longer be!

 

Sabers outshine chaine and fetters,
It's the sword that one's arm betters.
Yet we wear grim chains and shackles.
Swords, slash through damned manacles!
God of Hungarians, we swear unto Thee,
We swear unto Thee - that slaves we shall no longer be!

 

Magyar's name will tell the story
Worthy of our erstwhile glory
we must wash off - fiercely cleansing
Centuries of shame and condensing.
God of Hungarians, we swear unto Thee,
We swear unto Thee - that slaves we shall no longer be!

 

Where our grave-mounds bulge and huddle
Our grandson will kneel and cuddle,
While in grateful prayer they mention
All our sainted names' ascension.
God of Hungarians, we swear unto Thee,
We swear unto Thee - that slaves we shall no longer be!

 

(13 maart 1848)

 

 

Vertaald door Adam Makkai

 

 

 

 

petofi
Sándor Petőfi (1 januari 1823 - 31 juli 1849)

 

 

 

31-12-08

Zum neuen Jahr (Johann Wolfgang von Goethe)


Alle bezoekers en mede-bloggers een aangename jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

Zum neuen Jahr

Zwischen dem Alten
Zwischen dem Neuen,
Hier uns zu freuen
Schenkt uns das Glück,
Und das Vergangne
Heißt mit Vertrauen
Vorwärts zu schauen,
Schauen zurück.

Stunden der Plage,
Leider, sie scheiden
Treue von Leiden,
Liebe von Lust;
Bessere Tage
Sammeln uns wieder,
Heitere Lieder
Stärken die Brust.

Leiden und Freuden,
Jener verschwundnen,
Sind die Verbundnen
Fröhlich gedenk.
O des Geschickes
Seltsamer Windung!
Alte Verbindung,
Neues Geschenk!

Dankt es dem regen,
Wogenden Glücke,
Dankt dem Geschicke
Männiglich Gut;
Freut euch des Wechsels
Heiterer Triebe,
Offener Liebe,
Heimlicher Glut!

Andere schauen
Deckende Falten
Über dem Alten
Traurig und scheu;
Aber uns leuchtet
Freundliche Treue;
Sehet, das Neue
Findet uns neu.

So wie im Tanze
Bald sich verschwindet,
Wieder sich findet
Liebendes Paar,
So durch des Lebens
Wirrende Beugung
Führe die Neigung
Uns in das Jahr.

 

 

goethe_1831
Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)

Johann Joseph Schmeller, Goethe seinem Schreiber John diktierend

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van 31 december mijn andere blog van vandaag.

 

 

01-01-08

New Year's Morning (Helen Maria Hunt)



Aan alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 

NYEve

 

 

 

New Year's Morning

Only a night from old to new!
Only a night, and so much wrought!
The Old Year's heart all weary grew,
But said: "The New Year rest has brought
The Old Year's hopes its heart laid down,
As in a grave; but trusting, said:"
The blossoms of the New Year's crown
Bloom from the ashes of the dead."
The Old Year's heart was full of greed;
With selfishness it longed and ached,
And cried: "I have not half I need.
My thirst is bitter and unslaked.
But to the New Year's generous hand
All gifts in plenty shall return;
True love it shall understand;
By all y failures it shall learn.
I have been reckless; it shall be
Quiet and calm and pure of life.
I was a slave; it shall go free,
And find sweet pace where I leave strife."
Only a night from old to new!
Never a night such changes brought.
The Old Year had its work to do;
No New Year miracles are wrought.

Always a night from old to new!
Night and the healing balm of sleep!
Each morn is New Year's morn come true,
Morn of a festival to keep.
All nights are sacnavy nights to make
Confession and resolve and prayer;
All days are sacnavy days to wake
New gladness in the sunny air.
Only a night from old to new;
Only a sleep from night to morn.
The new is but the old come true;
Each sunrise sees a new year born.

 

 

 

 Helen Maria Hunt

 

 

helen-hunt-jackson-2
Helen Maria Hunt Jackson
(18 oktober 1830 – 12 augustus 1885)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van 1 januari mijn andere blog van vandaag.