27-04-16

Koning (Nachoem Wijnberg)

 

Bij Koningsdag

 

 
Koningsdag in Eindhoven, 2015

 

 

Koning

(Waar is de vorige koning?’

Vandaag is hij bij mij weggegaan, zei de koningin.

Hoeveel koningen waren er voor hem, of was hij de eerste die niemand
durfde na te doen?

Hij zei dat hij mij alles had zien doen wat andere vrouwen ook doen.

Liet de vorige koning met een dier spelen als met een bal die niet op de
grond mag vallen?

Ik vroeg hem of hij mij iets wilde zien doen wat geen andere vrouw doet.)

Deze bewegingen moeten ook een koningin hebben:

de armen uitstrekken, een verre sprong maken, kort blijven liggen.

Wat voor dier kan dit doen zodat zij het niet hoeft te doen

(een dier dat niet kan springen kan gegooid worden)

als van wat de koning zou kunnen leven zonder haar te zien?

 

 
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april ook mijn vorige blog van vandaag.

14:03 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nachoem wijnberg, koningsdag, romenu |  Facebook |

13-04-16

Nachoem Wijnberg, Alexander Münninghoff, Michael Faber, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett, Seamus Heaney, Tim Krabbé, Eudora Welty

 

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

Naar de markt kijken als naar de sterren en naar de staat als de maan in de herfst

Je staat op een leeg toneel
en moet uitleggen wat je ziet.

Zoals: Ik sta nu in een hoek
van een drukke markt.

Nu kun je tot vertegenwoordiger
van de staat op deze markt benoemd worden.

De opzichter die kan zeggen of de gewichten juist zijn
door ze in zijn handen te nemen.

Want je hebt je nooit vergist
in van wie een gedicht was.

 

 

Afspraak

Ach jij, jij
kunt midden op een warme dag
een bad nemen.

Je bent vroeg opgestaan
om op tijd te komen
en je bent alweer terug.

Je hebt geluisterd,
soms met je ogen dicht,
maar niet in slaap.

In alle kleren die je aanhad
was het zo warm
en je wilde zo weinig mogelijk bewegen.

En straks, als
het avond is
drink je thee met wie je
dat afgesproken hebt,
half in de tuin, half ergens anders.

 

 
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

Lees meer...

13-04-15

Nachoem Wijnberg, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett, Seamus Heaney, Tim Krabbé

 

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

Te dom voor de handel

Als ik zou hebben wat nodig was
om een ander graag van mij over te laten nemen
wat zo afgesloten werd,

ik zou weer terug willen kopen
en verkopen, met wie zo is met wat afgesloten is,
want het is voor de handel, niet om te eten.

Wie van mij afgenomen heeft,
en niet wil kopen en verkopen ,
kan hij iets daarvan (ik kan het niet vervangen)
laten liggen waar ik het zal vinden.

Niemand hoeft te weten wie hij is
en het overige mag hij vrij houden.

 

 

Bergen rondom het meer, en zelfs golven in het water

Als je in je eentje
nog niet ver weg kunt gaan
kun je voor iemand gaan staan
en bewegen zonder van
je plaats te komen.

Ziet het eruit
als wie seks heeft? Niet echt,
maar misschien als wie nog net
niet wordt bekeken, en dan is
het nog niet altijd seks.

 

 
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

Lees meer...

13-04-14

Nachoem Wijnberg, Saskia Noort, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett

 

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

Gedicht

Een gedicht maken
dat groter is dan past

tussen wat ik nu zie en wat ik zie
als ik stil ben.

Zeggen: dit is zo,
zonder te zeggen: dit is dit.

Met een gedicht proberen.
Als ik het niet groter kan maken is het af.

 

 

Komedie

Elke keer dat zij de echtgenoot ziet valt zij flauw.
De echtgenoot slaat de minnaar steeds met een slag neer.
's Nachts zit de echtgenoot slapeloos aan een tafel,
in een gestreepte pyjama, met een bijna leeg glas cognac voor zich.
Zij ontmoet de minnaar op hard gras, tegen een heuvel aan,
dicht bij een verwaarloosde dierentuin; apen tussen uitwerpselen
en lege ijsbakjes, beren met hun vel vol met stof,
op hun zij liggende en langzaam ademende herten en wilde paarden.

 

 

Het leger van rechters

Daar lopen de rechters
die alvast alle beslissingen
waarom ze gevraagd zijn
aan het begin van de dag
voorlopig nemen.
Ver genoeg van elkaar
dat zij om kunnen vallen
zonder elkaar te raken.
Het bevel was: probeer maar eens
door een bos te lopen
als over een veld.

 

 

 
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

Lees meer...

13-04-13

Nachoem Wijnberg, Saskia Noort, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett

 

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

 

Huis bij de rivier

 

Kinderen mogen van hem spelen
op de begraafplaats naast zijn huis

of mogen daar stil zijn
en bloemen neerleggen op de graven

en mogen de volgende dag op school zeggen: 'Luister,
gisteren legde ik bloemen neer op het graf van je oma.'

Huis bij de rivier.
Vissen in de rivier.

 

 

 

Wat ik hoor

 

Dat is wat ik gehoord heb,
het is mij verteld,
maar niet als iets
wat ik niet moet vergeten.

Iets horen
van lang geleden,
alsof voor alles geldt
dat het altijd nog kan komen.

Wat begint met
een langzame golf,
een deur die opengaat,
wil iemand naar binnen?

Wat ik mij herinner
is wat mij verteld is,
langzaam overeind komen
en golven komen door de schemering, van wat?

 

 

 

 

Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

Lees meer...

13-04-12

Nachoem Wijnberg, Saskia Noort, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett

 

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

 

Parijsliedje

 

Het is koud en oud,
als een park in Parijs,
de hoofdstad van Frankrijk.

Ik wil in bed liggen
met iemand die lange tijd
over hetzelfde na kan denken.

Wat er bijna is,
de maan boven een veld,
een liedje ver weg.

Tegenovergesteld
aan wat beloftes terugneemt
die niet gedaan zijn.

Waarom ik vraag,
wat te veel is laten zijn
alsof het er bijna is.

 

 

 

 

Vogelmeisje

 

Vroeg in de ochtend
ontmoette ik het vogelmeisje.

‘Waarom ben je zo bedroefd?’
vroeg ik aan haar of zij aan mij.

‘Omdat wie mij zoekt
komt als ik er niet ben

en schreeuwt en huilt
omdat ik niet te vinden ben;

ik kan het niet horen
en het maakt mij bedroefd.’

Neergelegd
staat het meisje op
(laat mij maar eerst
opstaan, ik ken de weg).

 

 

 

Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

Met kamervoorzitter Gerdi Verbeet bij de uitreiking van de VSB Poezieprijs 2009

 

Lees meer...

13-04-11

Nachoem Wijnberg, Saskia Noort, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett

 

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook mijn blog van 13 april 2008. en ook mijn blog van 10 april 2009. en ookmijn blog van 13 april 2009 en ook mijn blog van 13 april 2010.

 

De dubbelganger

 

Hij begint niet als eerste
te vechten maar wacht af en laat de ander
de regels kiezen en hij vertelt
niemand zijn oordeel als hij iemand beoordeeld heeft
en evenmin maakt hij het openbaar
en hij troost niemand die door de troost te ontvangen
zich bij hem in de schuld gebracht zou kunnen voelen.

Bekenden omgeven hem
en uit datgene wat zij voor hem over hebben
bouwt hij zich een dubbelganger om hen te verwarren.
Maar hun vrijgevigheid maakt dat deze dubbelganger
groter dan hij is en daarom anders gebouwd
(bredere beenderen om meer gewicht te dragen)
en voor hem wordt hij een toegevoegde bekende
die doet alsof hij bij hem in de schuld staat.

Er zijn ook vanzelf ontstane dubbelgangers
die elkaar pas later in hun leven ontmoeten
of die elkaar nooit ontmoeten en zich daarom verlaten voelen.

 

 

 

 

Mijn hart volgen zonder de regels te overtreden

 

Mij aan de regels houden zonder mij aan de regels te houden
door daarheen te gaan waar de regels niet meer van toepassing zijn.
Ik zou mij ook daar aan de regels kunnen houden door ze toe te passen op wat van grote afstand kan lijken op waar de regels over gaan
Maar waarom zou ik dat doen, om iemand die mij van grote afstand ziet niet in de war te brengen?
Achter vanochtend maakt de ochtend zich klaar wanneer de regels
alles zijn wat ik heb.

 

 

 

Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

 

Lees meer...

13-04-10

Nachoem Wijnberg, Saskia Noort, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett


De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook mijn blog van 13 april 2008. en ook mijn blog van 10 april 2009. en ook mijn blog van 13 april 2009.

 

 

Ik leer schrijven

 

Ik leer schrijven door met mijn vinger de vorm van de letters na te voelen,
ik ken die letters al, maar wil zo nog wel een keer leren schrijven.

Ik sta op een bed en schrijf op de muur,
spring op het bed op en neer om de woorden waarmee
ik wil beginnen zo hoog mogelijk op de muur te schrijven

De maan in de lucht als een letter uit een doos letters,
als ik misschien geen tijd meer heb om te leren schrijven.

Als het te donker is om het papier te zien en ik geen licht wil maken
schrijf ik steeds grotere letters, ver uit elkaar.

 

 

 

 

Geen eten op tafel

 

Geen eten op tafel
geen schoenen aan zijn voeten.

Een arme man,
hij ondertekent verdragen zonder ze te lezen.

Hij ondertekent een contract zonder het te lezen,
hij ondertekent brieven zonder ze te lezen.

Hij ondertekent het uitroepen
van het einde van slavernij en armoede.

Zonder te lezen wat de briefschrijver,
een arme man, geschreven heeft.

 

 

 

 

Wijnberg
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster, freelance journaliste en columniste Saskia Noort werd geboren in Bergen op 13 april 1967. Zie ook mijn blog van 13 april 2008 en ook mijn blog van 13 april 2009.

 

Uit: De eetclub

 

Hij schonk zichzelf nog een glas rode wijn in en morste, waarna hij vloekte en met de mouw van zijn jasje de wijn wegveegde, iets wat eigenlijk helemaal niet bij hem paste. Doorgaans was hij zeer netjes, maar nu maakte het niet meer uit of er vlekken op zijn grijze jasje zaten, of op de eikenhouten tafel. Zijn leven, hun leven was toch kapot. Hij kon net zo goed met volle vaart tegen een betonnen muur aan rijden. Iedereen verlossen van zijn overbodige aanwezigheid op deze wereld. Ergens had hij altijd al geweten dat het zo met hem zou aflopen. Dat hij ooit alles kwijt zou raken, maar hij had het risico genomen.
Hij probeerde zich te herinneren wie hij was voordat zij zijn leven was binnengestormd. Hij wist het niet meer. Een eenzame, hardwerkende zombie. Zoiets. Zuinig en sober levend. Op zoek ook. Totdat het meisje met de blonde paardenstaart zijn winkel was in gezweefd, hem had overrompeld met haar charme, verblind met haar passie en binnen een maand bij hem was ingetrokken, het meisje dat ooit angstig en huilend bij hem op schoot kroop, dat hij wilde beschermen, dat hij alles wilde geven en bereid bleek de zijne te zijn, moeder te willen worden van zijn kinderen, wilde hem nu alles afnemen dat hij bezat.
Zijn oogleden drukten zwaar op zijn ogen, zo zwaar dat hij al zijn kracht nodig had om ze open te houden, maar hij wilde niet naar bed, al was hij nog zo verschrikkelijk moe. Niet weer alleen slapen, op de stoffige zolder, wakker liggen, verlangend naar haar warme lijf. Zijn lichaam gloeide van de slaap, maar hij zou hier blijven zitten, aan de keukentafel, rokend en drinkend, totdat hij had bedacht hoe het verder moest. Hij kon niet leven zonder de jongens.“

 

 

 

SaskiaNoort
Saskia Noort (Bergen, 13 april 1967)

 

 

 

 

De Franse schrijver Jean-Marie Gustave Le Clézio werd geboren op 13 april 1940 in Nice. Zie ook mijn blog van 13 april 2008.en ook mijn blog van 13 april 2009.

 

Uit: La Ronde

 

Martine roule devant Titi, elle fonce à travers les rues vides, elle penche tellement son vélomoteur dans les virages que le pédalier racle le sol en envoyant des gerbes d'étincelles. L'air chaud met des larmes dans ses yeux, appuie sur sa bouche et sur ses narines, et elle doit tourner un peu la tête pour respirer. Titi suit à quelques mètres, ses cheveux rouges tirés par le vent, ivre, elle aussi, de vitesse et de l'odeur des gaz. La ronde les emmène loin à travers la ville, puis les ramène lentement, rue par rue, vers l'arrêt d'autobus où attend la dame au sac noir. C'est le mouvement circulaire qui les enivre aussi, le mouvement qui se fait contre le vide des rues, contre le silence des immeubles blancs, contre la lumière cruelle qui les éblouit. La ronde des vélomoteurs creuse un sillon dans le sol indifférent, creuse un appel, et c'est pour cela aussi, pour combler ce vertige, que roulent le long des rues le camion bleu et l'autobus vert, afin que s'achève le cercle. Dans les immeubles neufs, de l'autre côté des fenêtres pareilles à des yeux éteints, les gens inconnus vivent à peine, cachés par les membranes de leurs rideaux, aveuglés par l'écran perlé de leurs postes de télévision. Ils ne voient pas la lumière cruelle, ni le ciel, ils n'entendent pas l'appel strident des vélomoteurs qui font comme un cri. Peut-être qu'ils ignorent même que ce sont leurs enfants qui tournent ainsi dans cette ronde, leurs filles au visage encore doux de l'enfance, aux cheveux emmêlés par le vent. Dans les cellules de leurs appartements fermés, les adultes ne savent pas ce qui se passe au-dehors, ils ne veulent pas savoir qui tourne dans les rues vides, sur les vélomoteurs fous. Comment pourraient-ils le savoir ? Ils sont prisonniers du plâtre et de la pierre, le ciment a envahi leur chair, a obstrué leurs artères. Sur le gris de l'écran de télévision, il y a des visages, des paysages, des personnages. Les images s'allument, s'éteignent, font vaciller la lueur bleue sur les visages immobiles. Au-dehors, dans la lumière du soleil, il n'y a de place que pour les rêves. »

 

 

 

Le_Clezio
Jean-Marie Gustave Le Clézio (Nice, 13 april 1940)

 

 

 

 

De Ierse (toneel)schrijver en dichter Samuel Barclay Beckett werd geboren in Foxrock, Dublin op 13 april 1906. Zie ook mijn blog van 13 april 2007 en mijn blog van 13 april 2006 en ook mijn blog van 13 april 2008.en ook mijn blog van 13 april 2009.

 

 

Was würde ich tun ohne diese Welt

was würde ich tun ohne diese Welt ohne Gesicht ohne Fragen
wo Sein nur einen Augenblick dauert wo jeder Augenblick
ins Leere fließt und ins Vergessen gewesen zu sein
ohne diese Welle wo am Ende
Körper und Schatten zusammen verschlungen werden
was würde ich tun ohne diese Stille Schlund der Seufzer
die wütend nach Hilfe nach Liebe lechzen
ohne diesen Himmel der sich erhebt
über dem Staub seines Ballasts
was würde ich tun ich würde wie gestern wie heute tun
durch mein Bullauge schauend ob ich nicht allein bin
beim Irren und Schweifen fern von allem Leben
in einem Puppenraum
ohne Stimme inmitten der Stimmen
die mit mir eingesperrt

 

 

 

Cascando

 

1.

why not merely the despaired of

occasion of

wordshed

 

is it not better abort than be barren

 

the hours after you are gone are so leaden

they will always start dragging too soon

the grapples clawing blindly the bed of want

bringing up the bones the old loves

sockets filled once with eyes like yours

all always is it better too soon than never

the black want splashing their faces

saying again nine days never floated the loved

nor nine months

nor nine lives

 

 

 

 

young-beckett
Samuel Beckett (13 april 1906 - 22 december 1989)

Beckett als student, eind jaren 1920

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 13e april ook
mijn vorige blog van vandaag.

28-01-10

Gedichtendag 2010, Nationale Gedichten Wedstrijd



Gedichtendag 2010

 

 

De eerste prijs in de Turing Nationale Gedichten Wedstrijd ging gisteren naar het gedicht Misbruik van Gerwin van der Werf. Dat werd in Amsterdam bekendgemaakt.

 

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter, componist en arrangeur Gerwin van der Werf werd geboren in Elburg op 30 juni 1969.  Van der Werf studeerde van 1989 tot 1994 muziekwetenschap in Utrecht en kreeg een aanstelling als muziekdocent aan de internationale school in Oegstgeest. Hij schreef liedteksten, verhalen en een roman die begin 2010 uitgegeven wordt bij Uitgeverij Contact. Met vijf korte verhalen won hij prijzen bij Trouw, Volkskrant, 1000 woorden en Schrijven Magazine. Van der Werf woont in Leiden.

 

 

Misbruik

 

Met de pen roer ik mijn koffie

met de schaar krab ik mijn kop

met een mouw veeg ik mijn snot weg

dweil met mijn sok een melkvlek op

 

Mijn nagel drukt in ’t tafelblad

een diepe kloof groeit daar gestaag

woorden weeg ik met het vreten

dat retour komt uit mijn maag

 

Met mijn tanden bijt ik splinters

uit de poten van mijn stoel

uit mijn tenen vloek ik psalmen

tot ik er niets meer bij voel

 

Zelfhaat weeg ik bij het opstaan

in jouw levenloze blik

woede meet ik met mijn knokkels

en mijn schaamte met mijn pik

 

Licht verpulver ik met vuurwerk

herrie met een spijkerboor

waanzin smoor ik in mijn verzen

waar zijn die dingen anders voor?

 

 

 

 

Hieronder een fragment uit een van Van der Werfs verhalen.

 

Uit: De verdwijning van Jonathan Prins

 

Motregen danst op de wind, ragfijne druppels die niet vallen maar zweven, ze strelen het mos, dringen in de poriën van het gesteente. Er is geen hemel, alleen aarde, zij heeft zich gehuld in grijze sluiers waar de wind mee speelt.

De eenzame loper draagt zwartleren motorkleding en legerkisten, zijn bagage bestaat uit een kleine rugzak en een slaapzak in een hoes ter grootte van een rol beschuit. Hij heeft zelfs een opvouwbare damesparaplu van oranje nylon opgestoken, er schuilen plukjes muggen onder. De paar hikers die hij tegenkomt op het wandelspoor dragen balen van groteske omvang op hun rug, gore-tex jassen, bergschoenen en hoedjes met gaas tegen de muggen. Hij leest verbazing in hun ogen, verontwaardiging zelfs, omdat hij met zijn verschijning lijkt te zeggen: kijk, zo kan het ook, jullie zijn enorme aanstellers met je dure uitrusting. Misschien houden ze hem voor krankzinnig. Want niets wijst er op dat de voetganger in het zwart alles tot in de puntjes heeft voorbereid. Alles is volgens plan verlopen, op een paar kleine rimpelingen na. Hij heeft ze eenvoudig kunnen gladstrijken. Ze zijn hem niet komen zoeken. Ze hebben het begrepen. Hij moet niet teveel aan ze denken, hij heeft zijn twee vrienden achtergelaten, net als zijn motor en zijn twijfel.

Voordat hij aan de laatste klim begint raadpleegt hij zijn horloge. Half acht. Het is zondagmorgen, de derde dag sinds hij alleen is. Een bewolkte zomerdag boven de poolcirkel is een dag zonder begin of einde, een dag, even contourloos als de zompige bodem in het dal. Een reiziger zonder uurwerk is in deze wildernis een drenkeling in een zee van tijd.

 

 

 

 

VanDerWerf
Gerwin van der Werf (Elburg, 30 juni 1969) 

 

 

 

 

 

De dichters Arjen Duinker, Hester Knibbe en Nachoem M. Wijnberg zijn de winnaars van de Gedichtendagprijzen 2010, de prijs die jaarlijks op Gedichtendag wordt uitgereikt aan de beste drie gedichten van het voorgaande jaar. Arjen Duinker krijgt de prijs voor zijn gedicht ‘Leve de camouflage!’ uit de bundel Buurtkinderen, Hester Knibbe voor het gedicht ‘Oogsteen’ uit haar gelijknamige bundel en Nachoem M. Wijnberg voor ‘En wat gaan we dan doen? Zou ik dat op de muur kunnen schrijven?’ uit de bundel Divan van Ghalib. Hier het gedicht van Nachoem M. Wijnberg

 

 

 

En wat gaan we dan doen? Zou ik dat op de muur kunnen
schrijven?

 

Ik leer schrijven door met mijn vinger de vorm van de letters na te
voelen,
_____
ik ken die letters al, maar wil zo nog wel een keer leren
schrijven.

 

Ik sta op een bed en schrijf op de muur,
_____
spring op het bed op en neer om de woorden waarmee ik wil
beginnen zo hoog mogelijk op de muur te schrijven.

 

De maan in de lucht als een letter uit een doos letters,
_____ als ik misschien geen tijd meer heb om te leren schrijven.

 

Als het te donker is om het papier te zien en ik geen licht wil maken
_____ schrijf ik steeds grotere letters, ver uit elkaar

 

 

 

 

 

Print_Nachoen_Wijnberg
Nachoem M. Wijnberg  (Amsterdam, 13 april 1961)

13-04-09

Ferdinand von Saar, Nachoem Wijnberg, Saskia Noort, Tim Krabbé, Samuel Beckett, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Seamus Heaney, Stephan Hermlin, Orhan Veli



Alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen!

 

 

 

 

jezus_opstand
De opstanding van Jezus, Rembrandt (detail)

1635/39, Alte Pinakothek, München

 

 

 

 

Fröhliche Ostern

 

Ja, der Winter ging zur Neige,

holder Frühling kommt herbei,

Lieblich schwanken Birkenzweige,

und es glänzt das rote Ei.

Schimmernd wehn die Kirchenfahnen

bei der Glocken Feierklang,

und auf oft betretnen Bahnen

nimmt der Umzug seinen Gang.

 

Nach dem dumpfen Grabchorale

tönt das Auferstehungslied,

und empor im Himmelsstrahle schwebt er,

der am Kreuz verschied.

 

So zum schönsten der Symbole

wird das frohe Osterfest,

daß der Mensch sich Glauben hole,

wenn ihn Mut und Kraft verläßt.

 

Jedes Herz, das Leid getroffen,

fühlt von Anfang sich durchweht,

daß sein Sehnen und sein Hoffen

immer wieder aufersteht.

 

 

 

 

 

ferdinand_von_saar
Ferdinand von Saar (30 september 1833 – 24 juli 1906)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook mijn blog van 13 april 2008. en ook mijn blog van 10 april 2009.

 

 

Krokussen, hyacinten

 

De groep meisjes, wedijverend

zacht rijk haar, uitgeleide

van de afgezant (aan haar terugkeer te denken

is misselijk-makend):

 

Een enkele adem parfum

om haar enkels en hals. Ver weg

brengt de bruidegom zijn

gezicht in de adem.

 

 

 

 

 

SU DONGPO

Een gedicht moet over iets gaan; anders kan iemand niet zeggen
of het gedicht overbodig is als hij kan zijn waar het gedicht over gaat.

Wat hij kan zeggen, wat in zijn hart is: een gedicht als het een groter is dan het ander,
teleurgesteld als het geen goed gedicht is.

Een ander kan de woorden die te groot en te klein zijn
vergeten als ballen die hij kort na elkaar hoog in de lucht gegooid heeft,

maar neem hem zijn gedichten af en wat houdt hij over?
Hij wil nog meer gedichten schrijven, genoeg om de halve wereld te vullen.

 

 

 

 

 

Wijnberg_2
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster, freelance journaliste en columniste Saskia Noort werd geboren in Bergen op 13 april 1967. Zie ook mijn blog van 13 april 2008.

 

Uit: De Verbouwing

 

Ik weet niet wat erger is. Alleen eten in een restaurant vol stellen, of samen maar dan stilzwijgend. Vroeger keek ik vol afgrijzen naar ze. Een man en een vrouw die elkaar niets meer te vertellen hadden. Hoe ze zich, de ogen van elkaar afgewend, door de maaltijd heen werkten, met de fles wijn als reddingsboei. Dat aura van verveling en wanhoop. Twee mensen gevangen in traditie, comfort en rituelen. Waarom zouden ze nog bij elkaar zitten, als de liefde en de interesse voor elkaar zo overduidelijk waren verdwenen?  Ik kon ze er uitpikken, de uitgeblusten. Ik zag de dodelijke, geërgerde blikken, het ontwijken van iedere aanraking, ik hoorde ze spreken over elkaar in de derde persoon, het in de rede vallen en publiekelijk vernederen. Daar ben ik trots op, dat ik de pijn en verlangens van andere mensen feilloos herken. Ik zie ze hunkeren, lijden en stralen. Hun onzekerheid  en geheimen zijn niet afgeschermd voor mij, hoezeer ze ook hun best doen. Ik weet het, vaak eerder dan ze het zelf weten.
En nu zit ik hier, in het restaurant waar we wekelijks zitten, en ontwijk ik de blikken van mijn zoon Tom en mijn man Rogier.

 

 

 

 

 

noort3
Saskia Noort (Bergen, 13 april 1967)

 

 

 

 

 

De Nederlands schrijver en schaker Tim Krabbé werd geboren in Amsterdam op 13 april 1943.  Hij voltooide in 1960 de HBS-B aan het Spinoza Lyceum in Amsterdam en studeerde enige tijd psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Krabbé was aanvankelijk vooral actief als journalist (onder andere voor Vrij Nederland). Na enige inspanningen werd hij redacteur van het studentenweekblad Propria Cures, waarvan hij ook al gastredacteur was geweest. Al snel werd hij schrijver van beroep. Sinds 1967 leeft hij van de pen. In dat jaar debuteerde hij met De werkelijke moord op Kitty Duisenberg. Zijn romans zijn in zestien talen vertaald. Vier boeken zijn verfilmd. Zijn grootste succes is Het Gouden Ei, dat handelt over de zoektocht van een man naar het lot van zijn vriendin die spoorloos verdwijnt bij een Frans benzinestation. Het boek werd verfilmd door George Sluizer. Spoorloos, naar Het gouden ei won het Gouden Kalf 1988 voor de beste Nederlandse film.  Krabbé' schrijft poëzie, romans, novellen, korte verhalen, columns, essays en biografieën. Van 1967 tot 1972 behoorde hij tot de beste twintig schakers van Nederland. Hij heeft een aantal schaakproblemen geanalyseerd en studies daarover gepubliceerd.

 

Uit:  Het gouden ei

 

„Als ze mochten blijven zouden ze morgenochtend zo vroeg mogelijk weggaan. ‘Jawel, dat zal wel gaan,’ zei Lemorne. Hij ging in zijn auto zitten en dacht na. Door de voorruit keken de jongens hem met nog niet helemaal durvende glimlachen aan. Lemorne pakte het pistool uit het dashboardkastje en stapte uit. Hij koos een van de jongens als eerste, en schoot hem dood. Hij had de ander ook onmiddellijk dood willen schieten, maar de langzame manier waarop de onderlip van die jongen van zijn snorretje vandaan zakte sloeg hem met stomheid, en het duurde een paar seconden voordat hij weer schoot. Hij laadde de lichamen in zijn auto en brak de tent af. Hij vervloekte die jongens dat hij nu al hun haringen weer uit de grond moest trekken.“

 

 

 

 

krabbe
Tim Krabbé (Amsterdam, 13 april 1943)

 

 

 

 

 

De Ierse (toneel)schrijver en dichter Samuel Barclay Beckett werd geboren in Foxrock, Dublin op 13 april 1906. Zie ook mijn blog van 13 april 2007 en mijn Blog van 13 april 2006 en ook mijn blog van 13 april 2008.

 

Uit: Texts For Nothing

 

"Where would I go, if I could go, who would I be, if I could be, what would I say, if I had a voice, who says this, saying it's me? Answer simply, someone answer simply. It's the same old stranger as ever, for whom alone accusative I exist, in the pit of my inexistence, of his, of ours, there's a simple answer. It's not with thinking he'll find me, but what is he to do, living and bewildered, yes, living, say what he may. Forget me, know me not, yes, that would be the wisest, none better able than he. Why this sudden affability after such desertion, it's easy to understand, that's what he says, but he doesn't understand. I'm not in his head, nowhere in his old body, and yet I'm there, for him I'm there, with him, hence all the confusion. That should have been enough for him, to have found me absent, but it's not, he wants me there, with a form and a world, like him, in spite of him, me who am everything, like him who is nothing. And when he feels me void of existence it's of his he would have me void, and vice versa, mad, mad, he's mad. The truth is he's looking for me to kill me, to have me dead like him, dead like the living. He knows all that, but it's no help his knowing it, I don't know it, I know nothing. He protests he doesn't reason and does nothing but reason, crooked, as if that could improve matters. He thinks words fail him, he thinks because words fail him he's on his way to my speechlessness, to being speechless with my speechlessness, he would like it to be my fault that words fail him, of course words fail him. He tells his story every five minutes, saying it is not his, there's cleverness for you. He would like it to be my fault that he has no story, of course he has no story, that's no reason for trying to foist one on me."

 

 

 

 

 

Beckett
Samuel Beckett (13 april 1906 - 22 december 1989)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Jean-Marie Gustave Le Clézio werd geboren op 13 april 1940 in Nice. Zie ook mijn blog van 13 april 2008.

 

Uit: Ourania

 

Nous avons marché dans les allées du marché aux légumes, elle me tenait par la main. A cause de sa haute stature, elle avançait un peu courbée, une main en avant pour écarter les pans de toile. Nous respirions une odeur puissante de coriandre, de goyave, de piment grillé. Une odeur d'eau noire, qui sortait des caniveaux recouverts de grilles en ciment. Par instant, nous débouchions en plein soleil, au milieu d'un vol de fausses guêpes rouge et noir. C'était enivrant. Nous avons terminé notre reconnaissance par les rues adjacentes à la gare des cars, où les Indiens de Capacuaro vendent leur cargaison de meubles mal équarris en bois de pin encore vert, qui sentent bon. L'esprit du quartier, nous l'avons rencontré sous les traits d'un homme cul-de-jatte, sans âge, qui se faufilait en ramant sur son petit chariot, un fer à repasser dans chaque main, comme dans le film de Buñuel. Je lui ai donné un billet, il m'a fait un clin d'œil. Après midi, nous avons rapporté des sacs de fruits à l'hôtel Peter Pan. Nous nous sommes gorgés de pastèques douces, de mangues, de bananes primitives. Nous avons fait l'amour sur le matelas posé à même le sol, pour éviter le sommier défoncé. Puis nous avons somnolé en regardant la lumière changer sur les rideaux de la fenêtre, au fur et à mesure que les nuages emplissaient le ciel. C'était une façon de faire connaissance avec cette ville, de ressentir ses toits de tuiles et ses rues encombrées d'autos, ses places archaïques et ses grands centres commerciaux. C'était pour ne pas trop se sentir de passage. Pour croire qu'on allait rester, un certain temps, peut-être même longtemps.

 

 

 

Clezio
Jean-Marie Gustave Le Clézio (Nice, 13 april 1940)

 

 

 

 

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook mijn blog van 13 april 2007 en ook mijn blog van 13 april 2008.

 

 

From The Frontier Of Writing

  

The tightness and the nilness round that space

when the car stops in the road, the troops inspect

its make and number and, as one bends his face

 

towards your window, you catch sight of more

on a hill beyond, eyeing with intent

down cradled guns that hold you under cover

 

and everything is pure interrogation

until a rifle motions and you move

with guarded unconcerned acceleration—

 

a little emptier, a little spent

as always by that quiver in the self,

subjugated, yes, and obedient.

 

So you drive on to the frontier of writing

where it happens again. The guns on tripods;

the sergeant with his on-off mike repeating

 

data about you, waiting for the squawk

of clearance; the marksman training down

out of the sun upon you like a hawk.

 

And suddenly you're through, arraigned yet freed,

as if you'd passed from behind a waterfall

on the black current of a tarmac road

 

past armor-plated vehicles, out between

the posted soldiers flowing and receding

like tree shadows into the polished windscreen.

 

 

 

 

Song

  

A rowan like a lipsticked girl.

Between the by-road and the main road

Alder trees at a wet and dripping distance

Stand off among the rushes.

 

There are the mud-flowers of dialect

And the immortelles of perfect pitch

And that moment when the bird sings very close

To the music of what happens.

 

 

 

 

Heany
Seamus Heaney (County Derry, 13 april 1939)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Stephan Hermlin werd als zoon van joodse immigranten geboren op 13 april 1915 in Chemnitz. Zie ook mijn blog van 13 april 2007 en ook mijn blog van 13 april 2008.

 

Uit: Ein Gruß für Aragon. Zum 60. Geburtstag

 

„Aragons ungeheures Talent hätte für zehn bedeutende Dichter gereicht. Aber dieses Übermaß an Begabung konzentrierte sich gerade in ihm, gleichermaßen verfügte er über den Ausdruck von Zärtlichkeit und Hohn, von Verzweiflung und Zuversicht, er geht im gleichen Augenblick über die Sprache des Alltags und die der höchsten Kunst, er konnte von den Verletzungen aller und seinen eigenen reden, er stellte sich zur Schau und wahrte sein Geheimnis, er trug Masken; er war brillant und dunkel, er war das, was man nicht erwartet hatte, nämlich immer der gleiche, er besaß die schreckliche Kraft der Verführung, auch hielt er Treue der Sache, der er sich vor langer Zeit verschrieben hatte. Eigentlich war es zuviel. Ich kannte viele, die ihn bewunderten. Geliebt haben ihn wahrscheinlich nicht so viele. Liebt man denn, was man nicht sein kann?

 

 

 

 

StephanHermlin
Stephan Hermlin (13 april 1915 – 6 april 1997)

 

 

 

 

 

De Turkse dichter Orhan Veli (eig. Orhan Veli Kanık) werd geboren op 13 april 1914 in Izmir. Zie ook mijn blog van 13 april 2007 en ook mijn blog van 13 april 2008.

 

 

Fine Days

 

These fine days have been my ruin.

On this kind of day I resigned

My job in ``Pious Foundations.''

On this kind of day I started to smoke

On this kind of day I fell in love

On this kind of day I forgot

To bring home bread and salt

On this kind of day I had a relapse

In my versifying disease.

These fine days have been my ruin.

 

 

 

 

If only I could set sail

 

How pleasant, oh dear God, how pleasant

To journey on the blue sea

To cast off from shore

Aimless as thought.

 

I would set sail to the wind

And wander from sea to sea

To find myself one morning

In some deserted bay.

 

In a harbor large and clean

A harbor in coral isles

Where in the wake of clouds

A golden summer trails.

 

The languid scent of oleasters

Would fill me there

And the taste of sorrow

Never find that place.

 

Sparrows would nest in the flowered

Eaves of my dream castla

The evenings would unravel with colors

The days pass in pomengrate gardens.

 

 

 

 

 

Veli
Orhan Veli (13 april 1914 – 14 november 1950)

 

10-04-09

VSB Poëzieprijs voor Nachoem Wijnberg


VSB Poëzieprijs voor Nachoem Wijnberg

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem M. Wijnberg heeft de VSB Poëzieprijs 2009 gewonnen voor de vorig jaar verschenen bundel Het leven van.

 

De VSB Poëzieprijs is de belangrijkste poezieprijs in het Nederlandse taalgebied en bestaat uit een geldbedrag van 25.000 euro en een bronzen sculptuur van Linda Verkaaik. Zie ook mijn blog van 13 april 2008.

 

 

Niet als een vogel

 

In vrouwen zijn

kleinere vrouwen,

soms grotere vrouwen

en nog grotere vrouwen in die vrouwen.

 

De mannen

laten zien aan wie het niet kan

door te doen alsof zij bijna niet kunnen:

tussen schaduwen stil zitten.

 

Zij laten het zien aan wie kan vliegen,

niet als een vogel

maar als een vogel die uit een vogel

gehaald wordt en weer teruggezet.

 

 

 

 

 

Eerst dit dan dat

 

Allebei de schoenen?
Een schoen doe je uit
als een vrouw bij je op bezoek komt
en je niet met haar wilt trouwen.

Eerst stilte, dan uitleg;
eerst duidelijk, dan verbazend;
eerst de rechterschoen, dan de linkerschoen,
dan de linkersok, dan de rechtersok.

Is er iemand die daarover geen gedicht zou willen schrijven?
Er is nog iets wat ik niet moet vergeten te doen, maar ik hoef er nu niet aan te denken.

 

 

 

 

 

Tweede man

 

Als een man met een tweede man

in een trein gereisd heeft en die

tweede man sterft dan neemt de ander

de rest van zijn leven in ontvangst.

 

Hij stapt uit nadat de trein aangekomen

is en loopt met openhangende jas door

de koude nachtlucht naar de uiterste

en verboden zijkant van het station.

 

Van daaruit kijkt hij naar de rails

en de lichten en een locomotief die

los op de rails geparkeerd staat.

 

Groot en ondoorzichtig. Een man die

met een andere man, die stierf, samen

gereisd heeft is hem dit schuldig.

 

 

 

 

 

NachoemWijnberg
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

13-04-08

Saskia Noort, Samuel Beckett, Stephan Hermlin,Orhan Veli, Seamus Heaney, Nachoem Wijnberg, Jean-Marie Gustave Le Clézio


De Nederlandse schrijfster, freelance journaliste en columniste Saskia Noort werd geboren in Bergen op 13 april 1967. Na de havo in Utrecht journalistiek en theaterwetenschap te hebben gestudeerd is zij sinds begin jaren negentig actief als journaliste voor een groot aantal bladen waaronder Viva en Marie Claire. Noort debuteerde in 2003 als auteur met de literaire thriller Terug naar de kust. Haar tweede thriller, De eetclub, verscheen in 2004. Voor beide boeken werd zij genomineerd voor de Gouden Strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige misdaadboek. In Duitsland, Rusland, Denemarken en Noorwegen verschenen vertalingen van De eetclub en Terug naar de kust. In mei 2006 verscheen Nieuwe buren.

 

Uit: Nieuwe buren

 

Hij werkte al ruim twee jaar op het park De Kempervennen en het kwam wel vaker voor dat de gasten hun broodjes 's morgens gewoon aan de deur lieten hangen. Doorgaans duidde dit erop dat zij het huisje voortijdig hadden verlaten en dat de receptie was vergeten dit aan hem door te geven. Dus toen hij de broodjeszak nog aan de klink van vipcottage Eekhoorn 1553 zag bungelen, begon hij onmiddellijk in zichzelf te mopperen op de meiden achter de balie, die zich klaarblijkelijk liever bezighielden met roddelen en nagels lakken dan met de organisatie. Hij stapte uit zijn groene Kempervennenbus, smeet de deur chagrijnig achter zich dicht en liep naar de grijze, betonnen bungalow, om de broodjes en de krant van gisteren weg te halen. Hij griste de witte plastic zak van de deurklink terwijl hij met zijn rechterhand zijn mobilofoon van zijn riem nam, en gluurde door het zijraam naar binnen. Hij zag jassen aan de kapstok hangen. Het leek erop dat de gasten er nog waren. Hij keek op zijn horloge. Zeven uur. Hij pakte de krant uit de zak. Het was de krant van de vorige dag. Hij stapte opzij en drukte zijn neus nogmaals tegen het zijraam. Jassen. Openhaardhout. Een paar damesschoenen onder de kapstok. Hij haalde zijn schouders op, besloot zich er verder niet mee te bemoeien en liep terug naar zijn busje, waar hij de oude zak op de passagiersstoel wierp en een verse broodzak meepakte. Hij haastte zich, struikelde bijna over zijn eigen voeten, hield de zak voor zich uit alsof die vol braaksel zat. Hij wilde hier zo snel mogelijk weg.

 

 

Noort
Saskia Noort (Bergen, 13 april 1967)

 

 

 

 

 

De Ierse (toneel)schrijver en dichter Samuel Barclay Beckett werd geboren in Foxrock, Dublin op 13 april 1906. Zie ook mijn blog van 13 april 2007 en mijn Blog van 13 april 2006.

 

Uit: The Unnamable: A Novel

 

They say I suffer, perhaps they're right, and that I'd feel better if I did this, said that, if my body stirred, if my head understood, if they went silent and departed, perhaps they're right, how would I know about these things, how would I understand what they're talking about, I'll never stir, never speak, they'll never go silent, never depart, they'll never catch me, never stop trying, that's that, I'm listening. Well I prefer that, I must say I prefer that, that what, oh you know, who you, oh I suppose the audience, well well, so there's an audience, it's a public show, you buy your seat and wait, perhaps it's free, a free show, you take your seat and you wait for it to begin, or perhaps it's compulsory, a compulsory show, you wait for the compulsory show to begin, it takes time, you hear a voice, perhaps it's a recitation, that's the show, someone reciting, selected passages, old favourites, a poetry matinée, or someone improvising, you can barely hear him, that's the show, you can't leave, you're afraid to leave, it might be worse elsewhere, you make the best of it, you try and be reasonable, you came too early, here we'd need Latin, it's only beginning, it hasn't begun, he's only preluding, clearing his throat, alone in his dressing-room, he'll appear any moment, he'll begin any moment, or it's the stage-manager, giving his instructions, his last recommendations, before the curtain rises, that's the show, waiting for the show.”

 

 

 

beckett
Samuel Beckett (13 april 1906 - 22 december 1989)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Stephan Hermlin werd als zoon van joodse immigranten geboren op 13 april 1915 in Chemnitz. Zie ook mijn blog van 13 april 2007.

 

Die Vögel und der Test

Zeitungen melden, daß unter dem Einfluß der
Wasserstoffbombenversuche die Zugvögel über
der Südsee ihre herkömmlichen Routen ändern.

Von den Savannen übers Tropenmeer
Trieb sie des Leibes Notdurft mit den Winden,
Wie taub und blind, von weit- und altersher,
Um Nahrung und um ein Geäst zu finden.

Nicht Donner hielt sie auf, Taifun nicht, auch
Kein Netz, wenn sie was rief zu großen Flügen,
Strebend nach gleichem Ziel, ein schreiender Rauch,
Auf gleicher Bahn und stets in gleichen Zügen.

Die nicht vor Wasser zagten noch Gewittern
Sahn eines Tags im hohen Mittagslicht
Ein höhres Licht Das schreckliche Gesicht

Zwang sie von nun an ihren Flug zu ändern.
Da suchten sie nach neuen sanfteren Ländern.
Laßt diese Änderung euer Herz erschüttern...

 

 

 

 

 

Hermlin
Stephan Hermlin (13 april 1915 – 6 april 1997)

 

 

 

 

De Turkse dichter Orhan Veli (eig. Orhan Veli Kanık) werd geboren op 13 april 1914 in Izmir. Zie ook mijn blog van 13 april 2007.

 

 

ALL OF A SUDDEN

 

Everything happened all of a sudden.

All of a sudden daylight beat down on the earth;

There was the sky all of a sudden;

All of a sudden steam began to rise from the soil.

There were tendrils all of a sudden, buds all of a sudden.

And there were fruits all of a sudden.

All of a sudden,

All of a sudden,

Girls all of a sudden, boys all of a sudden.

Roads, moors, cats, people...

And there was love all of a sudden,

Happiness all of a sudden.

 

 

 

AS DEATH APPROACHES

 

Toward the coming on of evening, in winter time,

At the window of a sick man's bedroom-

I'm not the only one to be so alone;

It's dark on the sea, the sky is dark, too.

Funny, how the birds are behaving tonight!

Don't mind that I'm poor, that I'm alone in the world;

-Toward the coming on of evening in winter time-

I too in my time have had my love affairs.

To be famous, to have women, to make money-

In time one gets to know the world as it is.

 

Is it because we're to die that we have these regrets?

What were we, what happened to us in this world,

In this mortal old world, except evil?

We shall be rid of our dirt at our death,

With death we'll get to be good men at last.

Being famous, having women, making money, and all-

We'll forget all that when we die.

 

 

 

SADNESS

 

I might have got angry

With those I love

If love

Hadn't taught me

To be sad. 

 

 

Vertaald door Anil Mericelli

 

 

 

 

OrhanVeli
Orhan Veli (13 april 1914 – 14 november 1950)

 

 

 

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook mijn blog van 13 april 2007.

 

 

Exposure

 

It is December in Wicklow:
Alders dripping, birches
Inheriting the last light,
The ash tree cold to look at.

A comet that was lost
Should be visible at sunset,
Those million tons of light
Like a glimmer of haws and rose-hips,

And I sometimes see a falling star.
If I could come on meteorite!
Instead I walk through damp leaves,
Husks, the spent flukes of autumn,

Imagining a hero
On some muddy compound,
His gift like a slingstone
Whirled for the desperate.

How did I end up like this?
I often think of my friends'
Beautiful prismatic counselling
And the anvil brains of some who hate me

As I sit weighing and weighing
My responsible tristia.
For what? For the ear? For the people?
For what is said behind-backs?

Rain comes down through the alders,
Its low conductive voices
Mutter about let-downs and erosions
And yet each drop recalls

The diamond absolutes.
I am neither internee nor informer;
An inner émigré, grown long-haired
And thoughtful; a wood-kerne

Escaped from the massacre,
Taking protective colouring
From bole and bark, feeling
Every wind that blows;

Who, blowing up these sparks
For their meagre heat, have missed
The once-in-a-lifetime portent,
The comet's pulsing rose.

 

 

 

 

Rite of Spring

 

So winter closed its fist
And got it stuck in the pump.
The plunger froze up a lump

In its throat, ice founding itself
Upon iron. The handle
Paralysed at an angle.

Then the twisting of wheat straw
into ropes, lapping them tight
Round stem and snout, then a light

That sent the pump up in a flame
It cooled, we lifted her latch,
Her entrance was wet, and she came.

 

 

 

 

Lovers on Aran

 

The timeless waves, bright, sifting, broken glass,
Came dazzling around, into the rocks,
Came glinting, sifting from the Americas

To posess Aran. Or did Aran rush
to throw wide arms of rock around a tide
That yielded with an ebb, with a soft crash?

Did sea define the land or land the sea?
Each drew new meaning from the waves' collision.
Sea broke on land to full identity.

 

 

 

 

seamus_heany
Seamus Heaney (County Derry, 13 april 1939)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Wijnberg studeerde Rechten en Economie aan de Universiteit van Amsterdam. In 1990 promoveerde hij aan de Rotterdam School of Management. Sinds 2005 is hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij debuteerde als dichter in 1989 met de bundel 'De simulatie van de schepping in poëziereeks De Windroos. Sindsdien volgden andere dichtbundels en romans. In 2004 kreeg hij de Jan Campertprijs voor Eerst dit dan dat. In 2008 kreeg hij de Ida Gerhardt Poëzieprijs voor Liedjes.

 

 

Ernstig

 

Hij zegt of hij ernstig is,

als iemand aan wie voor altijd is verdwenen,

of niet ernstig is

te laten willen door wie het meest dichtbij is,

 

nu en steeds weer,

als hij jong is of oud is.

Niemand zegt: 'Dat is niet makkelijk.'

Het is duidelijk dat hij dit niet zomaar zegt.

 

Hij neemt een bad,

droogt zich af, zegt niet doen

wat hij eerder zei.

Niemand zegt: 'Hij weet niet wat hij wil.'

 

 

 

 

Race

 

Mijn formule I-wagen van legostenen.

Mijn banden als draaiende vlammen

 

van een hemelwagen. Mijn benzine is op.

Ik duw mij over de finish als eerste.

 

Mijn doodschip ligt klaar in het riool.

Vergeet je lichtgevend badpak niet als je mee wilt komen.

 

 

 

 

Nachoen_Wijnberg

Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

 

De Franse schrijver Jean-Marie Gustave Le Clézio werd geboren op 13 april 1940 in Nice. Daar studeerde hij aan het Collège littéraire universitaire en promoveerde in de literatuurwetenschappen. Bekend werd hij met zijn roman Procès-verbal uit 1963, waarvoor hij in dat jaar de Prix Renaudot kreeg. Le Clézio heeft intussen meer dan dertig werken op zijn naam staan, waaronder romans, essays, verhalen, novellen en vertalingen. In 1980 kreeg hij als eerste de Prix Paul-Morand voor Désert.

Uit: Les Géants

 

« Bogo le Muet aimait construire des pyramides sur la plage. Quand il revenait, quelques jours plus tard, elles avaient disparu. Le vent les avait fait tomber, ou bien des enfants criards les avaient prises pour cibles. Mais ça n'avait pas d'importance. Bogo le Muet reconstruisait les pyramides. Il faisait aussi des alignements de pierres, et des cercles magiques. Les cercles magiques, ça lui plaisait beaucoup. Il fallait mettre des galets les uns à côté des autres autour de soi, en tournant jusqu'à ce que le cercle soit bouclé. Alors on mettait à l'endroit où on était un gros caillou triangulaire, et c'était comme si on ne s'en allait jamais de la plage. Les alignements et les cercles magiques duraient en général plus longtemps que les pyramides. Bogo le Muet reconnaissait en marchant sur la plage des figures de cailloux qu'il avait tracé depuis presque un an. Quelques fois aussi il apercevait des cercles de pierres qui n'étaient pas de lui, et ça lui plaisait, et en même temps tout ça l'inquiétait un peu, parce qu'il pensait aux inconnus qui étaient passés par là. Bogo le Muet marchait sur la plage, et il regardait tous ces sentiers sur les galets. Il y avait des endroits où les cailloux étaient très gros, comme des pavés ; puis un peu plus loin, il y avait des espèces de flaques de gravier inexplicables. Les galets changeaient de place à cause des tempêtes et des bulldozers. Les montagnes de pierre se déplaçaient, tantôt vers la mer, tantôt vers le haut de la plage, près de la route. On n'était jamais sûr de l'endroit où on était. Quand on marchait comme Bogo le Muet, les yeux plissés par la lumière, on pouvait se perdre. Heureusement il y avait les pyramides Navaho de loin en loin qui servaient de points de repère.

 

Au fond c'était terrible de marcher seul sur la plage, parmi tous ces galets. Les pierres étaient dures, hermétiques, elles n'aimaient pas tellement les corps humains. Elles les repoussaient même, elles frappaient la chair fragile et cherchaient à briser les os. Bogo le Muet s'allongeait sur le dos, de tout son long sur les galets, et à travers sa chemise il sentait les pierres qui s'unissaient et formaient une plate-forme dure. Les pierres avaient de la force, beaucoup de force. Elles n'étaient pas tendres, elles ne s'effritaient pas comme la terre, elles ne flottaient pas le sable. Elles se soudaient les unes aux autres et elles se transformaient en plaque de ciment, une route impénétrable qui chassait le corps du petit garçon au-dehors.“

 

 

 

 

LeClezio_2
Jean-Marie Gustave Le Clézio (Nice, 13 april 1940)