06-01-16

De schriftgeleerden en de wijzen (Muus Jacobse)

 

Bij het feest van Driekoningen

 

 
De aankomst van de Heilige Drie Koningen bij de stal,
toegeschreven aan Gillis Mostaert (1528 – 1598)

 

 

De schriftgeleerden en de wijzen

Zij hebben neergezeten
Bij hun vergeelde boeken,
Zij hebben niet geweten
Dat God geboren was,

Maar uit het oosten kwamen
Drie koningen Hem zoeken,
Die van een ster vernamen
Wat geen in woorden las.

‘Gij meesters der historie,
Zeg ons, waar is zijn woning
Die aller heemlen glorie
In éne sterre meldt?’

Zij spraken: ‘ ’t Is geschreven
Dat aller eeuwen koning
Heeft Bethlehem verheven’,
En waren zeer ontsteld.

Zij deden hen in donker
Als doden uitgeleide.
Er was geen stergeklonker,
De nacht stond om hen heen.

Maar ver van de geleerden,
O wonderlijk verblijden,
Hoe daar de sterre keerde
Die allen overscheen!

‘Komt laten wij aanbidden
God die zich openbaarde,
Want Hij is in ons midden,
Met majesteit omkleed!’

Zij brachten Hem geschenken:
De gouden schat der aarde,
De wierook van hun denken,
De mirre van hun leed.

 

 
Muus Jacobse (13 september 1909 – 21 november 1972)
De Kersthaven van Terschelling. Muus Jacobse werd geboren op Terschelling

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

10:53 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: driekoningen, muus jacobse, romenu |  Facebook |

13-09-15

Eginald Schlattner, Warren Murphy, Miroslav Holub, Johannes Poethen, Francis Yard, Anton Constandse, Muus Jacobse, J. B. Priestley

 

De Duitstalige, Roemeense, schrijver en pastor Eginald Schlattner werd geboren in Arad op 13 september 1933. Zie ook alle tags voor Eginald Schlattner op dit blog en ook mijn blog van 13 september 2010.

Uit: Rote Handschuhe

"Woher wissen Sie das? Sie stehen ja mit dem Rücken zur Tür."
"Ich hab's gehört mit meine Ohren. Du aber, was hast ausgefressen?"
"Nichts, gar nichts!"
"Tja", sagt er, "das glaubt jeder von sich selber, daß er ist unschuldig wie ein Mädchen, bevor sie in den Beichtstuhl kriecht. Auch ein Spion wie ich tut so glauben."
Spion! Bis zur Stunde ein Fabelwesen in Romanen und Filmen, dem unsereiner nie Gefahr lief, leibhaftig zu begegnen. Nun steht er vor mir, zwar unansehnlich und bar jeder Glorie oder Dämonie, aber wirklich und wahr.
Ich beteuere: "Nichts habe ich mir zuschulden kommen lassen! Rein gar nichts. Wenngleich ich ein Siebenbürger Sachse bin, bin ich doch für den Sozialismus." Und sage noch vieles, die Worte überschlagen sich, als wollte ich im Nu Realitäten schaffen.
"So ist es, bei der Securitate sein's alle kommunistischer als der Papst. Hier wirft jeder seine Vergangenheit ab wie die Eidechs ihren Schwanz, wenn man drauf tut treten."
Außerdem sei ich krank, leide an einer Art Entzündung der Seele. Zwangsideen überfielen mich wie Fieberschübe. "Dies hier ist pures Gift für mich, nicht zum Aushalten! Enge und düstere Räume haben die Ärzte ausdrücklich verboten…"
"Keiner tut es hier aushalten", sagt Rosmarin, "es ist Gift für jeden. Auch mir haben die Ärzte verboten, eingesperrt zu gehn. Und seit damals tut meine Seele verbrennen im Feuer."
"Viel Bewegung auf weiten Wiesen", ich starre auf die weiße Wand, "das hat man mir empfohlen. Wiesen mit Gänseblümchen und Himmelschlüssel, mit Tannenwäldern, Höhenrauschen. Ja keine Konfliktsituationen. Und überhaupt, im Grunde genommen hab ich das Leben satt."
"Dann bist hier gerade richtig."
Er fragt, wie es mir beim Verhör ergangen sei. "Was wollten's wissen?"
"Nichts. Nichts Besonderes. Herumgeredet haben sie. Das heißt nur zwei von ihnen, die anderen sind dagehockt wie Ölgötzen. Zuletzt haben sie mich nach einem gefragt, mit dem ich nie was zu tun gehabt habe."

 

 
Eginald Schlattner (Arad, 13 september 1933)

Lees meer...

13-09-14

Eginald Schlattner, Warren Murphy, Johannes Poethen, Francis Yard, Anton Constandse, Muus Jacobse, J. B. Priestley

 

De Duitstalige, Roemeense, schrijver en pastor Eginald Schlattner werd geboren in Arad op 13 september 1933. Zie ook alle tags voor Eginald Schlattnerop dit blog en ook mijn blog van 13 september 2010.

Uit: Das Klavier im Nebel

„Die Gäste durchquerten den Vorraum wie ein Minenfeld. Im venezianischen Salon waren die Perserteppiche mit einer Zellophanfolie geschützt. Schritt man darüber, kräuselte sich das ätherische Gebilde unter den Füßen. „Faites attention! Mon Dieu, mon Dieu! Les tapis, notre seule fortune!“ rief die Tante. Sie schlug die Hände vors Gesicht. Die Rubine an ihren Fingern funkelten. An jedem Finger glänzte ein anderer Ring. Acht Goldringe und einer am Daumen machten die Kollektion aus. Sie selbst schien über den teuren Teppichen zu schweben.
„Er ist zwar der Hausherr. Aber sie ist der Herr im Haus“, flüsterte Clemens Rodica zu. „Der scharlachrote Hausdrache!“
Trotzdem: Clemens war geradezu entzückt, um so mehr ihm Schlimmes geschwant hatte. Ja, sogar eine lange Hose kaufte er, wie doamna Ingrid es wünschte. „Ihr Wunsch ist mir Befehl“, sagte er galant, und sie schlug weit die Augendeckel auf.
Und erläuterte: „Nu poþi face promenadã la Bucureºti, dragã Clemente, în pantaloni scurþi, deasupra din Tirolia.“ Unmöglich, hier in kurzen Tirolerhosen herumzulaufen. Das rufe die Besetzung Bukarests durch die Deutschen 1916 bis 1918 in Erinnerung. Unselig waren im Gedächtnis der Bevölkerung die drakonischen Dekrete der deutschen Militärregierung verwahrt geblieben. „Sogar wie man ein Klosett benützt, wurde vorgeschrieben.“ So galten für die ganze Walachei millimetergenau gezeichnete Pläne von Aborten mit der Innenarchitektur im Detail. „Sogar das Kackloch war angegeben: Durchmesser 240 Millimeter. Die Kinder fielen in die Grube und schrieen jämmerlich, und die dicken Pfarrfrauen und behäbigen Gutsherrinnen schlugen sich mit schlechtem Gewissen in die Büsche. Denn die Deutschen kontrollierten alles mit humorloser Strenge. Seit damals sagt der Rumäne: Sei ein Mensch, kein Deutscher …“

 

 
Eginald Schlattner (Arad, 13 september 1933)

Lees meer...

13-06-11

Pinksteren (Muus Jacobse), Gonzalo Torrente Ballester, Fernando Pessoa, Willem Brakman, Marcel Theroux

 

Prettige Pinksterdagen!

 

 

Pfingsten, Jozseph Ignaz Mildorfer (1719 –1775), rond 1750

 

 

 

Pinksteren

Gij hebt dit graf gebroken nu
En wij kunnen niet blijven staan
Nu Gij daaruit zijt opgestaan,
Maar toch, hoe was het vol van U.

Het hart dat gij geschapen hebt
Werd ledig van Uw hemelvaart,
En 't oog heeft blind omhoog gestaard
Omdat Gij het verlaten hebt.

Het is zo vreemd geworden nu,
Want wij, uw kindren, zijn verweesd
En wachten ledig op Uw Geest,
En toch, wij zijn niet zonder U.

Ach, dat wij op dezelfde tijd
Verweesde zijn en deelgenoot,
Horen aan leven en aan dood,
Verlossing en verlorenheid.




Muus Jacobse (13 september 1909 – 21 november 1972)

Lees meer...

13-09-10

Muus Jacobse

De Nederlandse dichter, schrijver en taalkundige Muus Jacobse werd op 13 september 1909 als Klaas Hanzen Heeroma geboren op het waddeneiland Terschelling. In 1928 ging Heeroma in Leiden Nederlands studeren. In 1935 promoveerde hij bij G. Kloeke. Nadat hij korte tijd in Wassenaar en Leiden leraar was geweest, werd hij in 1936 benoemd tot medewerker aan het Woordenboek der Nederlandsche taal te Leiden, waar hij bleef werken tot zijn benoeming in 1948 tot hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Indonesië te Djakarta. In 1953 werd hij benoemd tot hoogleraar in de Nedersaksische taal- en letterkunde te Groningen. In 1952/1953 was hij een van de dichters die op de Pietersberg in Oosterbeek ging werken aan een nieuwe psalmberijming. Deze dichters gingen ook een groot aantal gezangen vertalen en schrijven om zo tot een nieuw liedboek te komen. Dit resulteerde in Liedboek voor de Kerken dat in 1973 verscheen en in veel kerkgenootschappen en kerken is ingevoerd.

 

 

Sonnet voor de vacantie

De zon is een goed ding op je gezicht,
En als de weg, die naar de droom moet leiden,
Te lang en loom wordt, zijn er dan geen weiden
Waar je kunt liggen met je ogen dicht?

Dan wordt de lucht een lichte zee. De stad
Ligt in de verte achter een paar bomen
Ook stil en heel genoegelijk te dromen:
Een bruinvis op een drooggevallen wad.

En het kan zijn dat jer er stil op zint
Nu in een zuidelijke zee te baden,
Of hoog te klimmmen op een blauwe klip,

Zodat het lichaam feest viert in de wind
Onder de speelse tooi van de gewaden,
Waaiende vlaggen op een zeilend schip.

 

 

Lazarus

 

Toen hij weer thuis tussen zijn zusters zat,
Dacht hij: nu zit ik als een kind te prijken.
Want alle mensen kwamen naar hem kijken,
Of hij het heus wel was, en hoe hij at.

 

En droef zochten zijn ogen God, als vroeger,
Tot in de laatste zon, toen God niet kwam,
Maar in zijn schaduw hem van achtren nam:
Was God geweken tussen nu en vroeger?

 

Wie van de doden keert, wordt als een kind
Herboren: het gelaat der eeuwigheid
Is een vergeten droom bij het ontwaken.

 

Als een stem roept om hem wakker te maken,
Een hand tast die de doeken openwindt,
Is hij verschrikt te leven, en hij schreit.

 

 

Muus Jacobse (13 september 1909 – 21 november 1972)

08:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: muus jacobse, romenu, k. h. heeroma |  Facebook |