02-03-16

Godfried Bomans, Multatuli, John Irving, Thom Wolfe, Michael Salinger, János Arany

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

Uit:Moeder de gans
     Over sprookjes in het algemeen en over Charles Perrault in het bijzonder

“Wie herinnert zich niet haar wonderlijke stem, murmelend in onze verre, verre kinderjaren? Wie heeft niet gezucht van opwinding als de arme vrouw van Blauwbaard (was het zijn tiende? was het zijn twaalfde?) daar hoog op de toren roept: ‘Zuster Anna! Zuster Anna! Ziet gij nog niets komen?’ Nu, zolang zuster Anna nog niets ziet mogen wij opblijven, dat is zeker. Want zelfs uw oudste broer, die geheimzinnige bezigheden heeft op een groot kantoor ergens in de wereld, heeft zijn pijp laten uitgaan en luistert met een vreemde glimlach. Doch als hij zich betrapt ziet, schrikt hij en duikt weg achter zijn krant, want sprookjes vindt hij onzin.
Dat zijn ze ook. Maar we zijn ermee groot geworden en er is iets van die onzin diep in ons zelf blijven zitten. Op sommige zomeravonden komt dat nog wel eens naar boven en dan weten we zelf niet goed hoe we het hebben. Het kan dan gebeuren, dat een ernstig makelaar in effecten plotseling achter het rozenboompje in zijn tuin een kabouter meent te zien; hij wrijft zijn ogen uit en de kabouter is weg. Wat was dat? Het was veel meer van Moeder Gans in ons gebleven dan wij zelf wel weten. [...]
Hoe oud ze precies zijn weet geen sterveling, evenmin als men de plaats kent waar ze vandaan komen. Hierover zijn boeken geschreven, veel dikker dan de sprookjes zelf, maar ik moet mijn lezers waarschuwen: ze zijn niet zo spannend. Het eerst hielden Duitse vorsers zich met deze vraag bezig en zij kwamen na veel nadenken tot de natuurlijke slotsom, dat de sprookjes uit Duitsland stamden. Zo zegt bijvoorbeeld Franz Linnig in zijn Deutsche Mythenmärchen (1883), over Roodkapje sprekend: ‘Das Märchen von der kleinen süssen Dirne, die alle Leute so lieb haben, ist den deutschen Kinderherzen so innig verwachsen, das mann an einen fremden Ursprung kaum zu denken wagt’ Niet treffender kan worden aangetoond dat de wens de vader van gedachte is! Een andere Duits geleerde Theodor Pletscher, tekent tegen deze doorzichtige inbeslagneming dan ook protest aan [en merkt op dat de bekendste sprookjes, ook die in Duitsland het bekendst zijn, al lang in Frankrijk hun definitieve vorm hadden gevonden voor zij in Duitsland als volkssprookjes werden opgeschreven]."

 

 
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Lees meer...

02-03-15

Godfried Bomans, Multatuli, John Irving, Thom Wolfe, Michael Salinger, János Arany

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

Uit: Wandelingen door Rome

“Ja mijne heren, de beste gids van Rome komt uit Sittard. Het is een klein stevig gebouwd mannetje, met borstelige, witte wenkbrauwen, een witte snor en een wit baardje dat aan de stevige kin vol moed begonnen is, maar zich dan plotseling bedenkt en er ineens mee uitscheidt. Hij draagt een wit hemd, dat van voren open is en daar een kettinkje laat zien, vermoedelijk eindigend in een gouden penning of medaille, doch daarover worden geen inlichtingen vertrekt. Opzij van de mond hebben zich twee kuiltjes gegraven, die op een algemene geneigdheid wijzen het leven een prettige instelling te vinden. De ogen zijn blauw en hebben de argeloze uitdrukking van een Walt Disney-kabouter. De schedel is opzij met een vermoeden van haar bekropen, doch in het midden volkomen kaal. Onder deze schedel bevindt zich Rome.’
(…)

“Naar het schoonmaken van de Trevi-fontein ben ik ook gaan kijken, maar om een heel andere reden. De Fontana di Trevi is de fontein, waar alle vreemdelingen, die later in Rome nog eens willen terugkeren, een munt ingooien. (..) Ik ging daar heen om te kijken, wat ze met al die duizenden munten zouden doen. Hoe vindt u die gedachte? Mij dunkt, dit is een typisch burgerlijke gedachte, die alleen door een Hollander kan worden voortgebracht. Niet de poëzie van zo’n munt in ‘t water gooien, met de volle maan boven je hoofd en een meisje aan je zij, nee, niets daarvan. Alleen de vraag: wáár blijven de duiten? Gaan ze naar de fiscus? Pikt de waterleiding ze in? Of verdwijnen ze in het potje der omliggende percelen? Kijk, aan zo’n vraag heb ik, als Hollander, houvast, daar kan ik mij uren in verdiepen.”
(…)

“Met honderden liepen ze in de stoet mee, allemaal als patertjes, nonnetjes, engelen of martelaren verkleed, met grote, oneindig verbaasde ogen, sommigen met hun eigen martelwerktuigjes in de hand en er verzonken op zuigend. Ik zag één engel, wier beide vleugels tot op de billetjes waren afgezakt en die liep nu juist heel ingetogen te bidden, in een brevier, dat zij precies omgekeerd in de beduimelde handjes hield. (..) Zestig Franciscaner paters trokken voorbij, ieder zeven jaar oud, met echte bruine pijtjes en hagelwitte koordjes, onder leiding van een dik gardiaantje, dat bijna omviel van de slaap.”

 

 
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Lees meer...

02-03-14

Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

Uit: Erik of Het klein insectenboek

“De kleine Erik lag, juist op het ogenblik dat dit boekje begint, in het oude bed van grootmoeder Pinksterblom met den troonhemel en -de zijden kwasten, en keek over den rand van het blanke laken de schemerige kamer in.
Het was het uur waarop de kleine mensen naar bed gaan, het uur waar de grote mensen niet van weten: alle vertrouwde dingen van den muur vervagen zoetjes aan in het groeiende duister, en de wereld wordt stil, zo stil dat zij zelfs niet meer ademt... Buiten stapt nog iemand voorbij: stap, stap, zo klinkt het, en in de verte roept een jongetje hoog en fijn naar een ander jongetje. Zijn stem klinkt in den avond en je denkt- daar is toch een jongetje op de wereld dat nog niet in bed ligt...
Erik lag stil te.kijken naar het raam in de verte en naar de schemerende portretten van den muur. "Het is net," dacht hij, "of er iets gebeuren gaat. En misschien gaat er ook wel iets gebeuren?" En hij besloot om nu eens niet, gelijk op andere avonden. in slaap te vallen, maar goed op te letten of er misschien , @iets gebeuren ging". Nu was daar een goed middel voor. Want onder zijn hoofdkussen lag een boekje, "Solrns' Beknopte Natuurlijke Historie" geheten, en Erik moest daar voor morgen alle insecten uit kennen. Hij had er dezen helen Woensdagmiddag uit zitten leren en was tot aan de meikevers gekomen. Morgenochtend, onder het speelkwartier, zou hij de meikevers er bij nemen.
"Laat eens kijken," mompelde Erik, "hoeveel poten heeft een wesp ook al weer? Zes. De ogen zijn apart verstelbaar e 'n staan voor in den kop. Mooi. Zij leven niet in korven, gelijk de bijen, maar - ja, waar leven zij dan? Zij zullen apart leven, denk ik Nu, dat doet er ook niet toe. Zij behoren tot de familie der vliesvleugeligen en hebben geknikte sprieten.
En hoe staat het met de vlinders? De vlinder verbaast den aandachtigen natuurliefhebber door haar fraaie kleurenpracht. (Erik zei dezen zin twee keer, zo mooi vond hij hem.) Wij kunnen hen rekenen onder de zogenaamde nuttige insecten, maar de kinderen die zij krijgen - welke rupsen worden genoemd - kunnen zeer schadelijk zijn.”

 

 
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)
Hier eind jaren 1960 op de basisschool die hij zelf bezocht

Lees meer...

02-03-13

Honderd jaar Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog. Dat is vandaag precies honderd jaar geleden.

 

Uit: Pieter Bas

 

“Dit heb ik voorzeker met vele grote mannen gemeen: dat ik in Dordrecht geboren ben. De inwoners – die ik vanaf deze plaats hartelijk groet – kunnen u het eenvoudige huis aanwijzen: op de hoek van de Jan de Witstraat en het oude Muntplein. Zo van buiten gezien maakt het niet de indruk dat een minister daar geboren is; dit was althans mijn indruk toen ik het jaren later bezocht. Wanneer ge de moeite wilt nemen het Muntplein over te steken en u tegenover de slagerij van Bos op te stellen, krijgt ge een goede kijk op het geheel. Het raam

links, met de ijzeren spijltjes ervoor, is de kamer waar ik geboren ben. De gedenksteen erboven is natuurlijk later aangebracht. De twee ramen daarnaast werpen het licht in een vertrek dat wij gewoonlijk ‘het Kabinet’ noemden, vanwege het kleine eikenhouten bureau waaraan mijn vader te werken placht, wanneer zijn aanwezigheid niet op het stadhuis vereist werd. Hij vervulde daar de plaats van gemeentesecretaris, een woord dat wij moeilijk konden uitspreken. Zozeer waren wij destijds van zijn hoge positie en onmisbaarheid doordrongen, dat, toen hij een keer met verkoudheid in bed lag, wij verbaasd waren het verkeer op straat gewoon te zien doorgaan.

Naast ‘het Kabinet’, dat is dus het laatste raam rechts, bevond zich mijn slaapkamertje, sindsdien geheel verbouwd en veranderd; doch, naar ik hoor, zijn er reeds stappen gedaan alles in de vorige toestand te restaureren.

De dag dat ik het eerste licht zag, was een zeer bewogene. Het ministerie Brouwer-Kortenhoef was juist de vorige avond gevallen op een onderwijswet en ’s ochtends om acht uur kwam de mare hiervan tegelijk met het bericht van mijn geboorte ‘het Kabinet’ binnen, het eerste door de krant, het tweede door de baker.

Mijn vader schijnt een ogenblik in beraad te hebben gestaan aan welke van de twee bronnen hij het eerste zijn nieuwsgierigheid zou bevredigen, doch ten slotte zegevierde de vader in hem over de ambtenaar en kwam hij naar mijn toestand informeren.

‘Het is een gezonde jongen,’ zei hij, zich over het bed van zijn vrouw buigend en haar kussend, ‘het is een gezonde jongen en Kortenhoef is gewipt.’

 

 

Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Lees meer...

02-03-12

Godfried Bomans, Multatuli, John Irving, Thom Wolfe, Michael Salinger

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

 

Uit: De dood van de sprookjesverteller

 

“Er was eens een sprookjesverteller en die ging dood. Hij had zijn hele leven lang over kabouters verteld en nu wilde hij, voor zijn dood, nog een kabouter zien, een werkelijke kabouter. Hij zocht in de provisiekast, in de ontbijttrommel, onder het buffet, maar er was nergens een kabouter te vinden. Nu begon de sprookjesverteller te wenen: 'Ach, lieve God,' sprak hij, 'ze zijn op. Er is er geen eentje meer! Ik heb mijn hele leven vast geloofd dat er kabouters waren, maar nu zie je wat je er van denken moet. Hij heeft toch gelijk gehad, de kruidenier van hiernaast die mij altijd zo uitlachte. Nu heb ik niets meer van het leven te verwachten.'

En de sprookjesverteller kroop in bed, blies de kaars uit en wachtte op de dood.

Doch de dood kwam niet; hij was de verkeerde weg ingeslagen en liep nu te mopperen om het huis heen. 'Woont hier de sprookjesverteller?' riep hij door het raam. 'Ja, Dood!' antwoordde de sprookjesverteller van uit de bedstee, 'kom er maar in! Maak het kort! Alle aar digheid is er toch voor mij af. Pas op voor de drempel, daar zit een plank los.'

'Je bent een rare.' hernam de Dood, zich over het bed buigend, 'verlang je naar mij? De mensen zijn altijd bang als ik binnenkom. Vind je het prettig, dat ik er ben?'

Jawel,' antwoordde de sprookjesverteller glimlachend, 'ik vind het heel prettig, Dood, de kabouter wil niet komen en daarom ben ik blij dat jij komt. Of het een, of het ander.'

'Wat zit je nu toch te praten van een kabouter?' sprak de Dood verbaasd, 'je bent toch een echte sprookjes verteller, waarlijk. Onderzoek liever je geweten, denk eens aan je zonden en aan de eeuwigheid. Dat zijn nuttige gedachten. Ik zal zo lang wat in de tuin rondlopen. Je roept wel als je klaar bent.'

 

 

 

Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Lees meer...

15-05-11

Judith Hermann, Peter Shaffer, Raymond Federman, W.J.M. Bronzwaer, Frits van Oostrom

 

De Duitse schrijfster Judith Hermann werd geboren op 15 mei 1970 in Berlijn-Tempelhof. Zie ook mijn blog van 15 mei 2007 en ook mijn blog van 15 mei 2008 en ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

Uit: Nichts als Gespenster

 

„Ruth sagte »Versprich mir, daß du niemals etwas mit ihm anfangen wirst«. Ich erinnere mich, wie sie aussah dabei. Sie saß auf dem Stuhl am Fenster, die nackten Beine hochgezogen, sie hatte geduscht und sich die Haare gewaschen, sie trug nur ihre Unterwäsche, ein Handtuch um den Kopf geschlungen, ihr Gesicht sehr offen, groß, sie sah mich interessiert an, eher belustigt, nicht ängstlich. Sie sagte »Versprich mir das, ja?«, und ich sah an ihr vorbei aus dem Fenster, auf das Parkhaus auf der anderen Straßenseite, es regnete und wurde schon dunkel, die Parkhausreklame leuchtete blau und schön, ich sagte »Also hör mal, warum sollte ich dir das versprechen, natürlich fange ich nichts mit ihm an«. Ruth sagte »Ich weiß. Versprich es mir trotzdem«, und ich sagte »Ich verspreche es dir«, und dann sah ich sie wieder an, sie hätte es nicht sagen sollen.
Ich kenne Ruth schon mein Leben lang.
Sie kannte Raoul seit zwei oder drei Wochen. Er war für ein Gastspiel an das Schauspielhaus gekommen, an dem sie für zwei Jahre engagiert war, er würde nicht lange bleiben, vielleicht hatte sie es deshalb so eilig. Sie rief mich in Berlin an, wir hatten zusammen gewohnt, bis sie wegen des Engagements umziehen mußte, wir konnten nicht gut damit umgehen, voneinander getrennt zu sein, sie rief mich eigentlich jeden Abend an.

Ich vermißte sie. Ich saß in der Küche, die jetzt leer war bis auf einen Tisch und einen Stuhl, ich starrte auf die Wand, während ich mit ihr telefonierte, an der Wand hing ein kleiner Zettel, den sie dort irgendwann aufgehängt hatte, »tonight, tonight its gonna be the night, the night«. Ich dachte ständig darüber nach, ihn abzureißen, aber dann tat ich es nie.“

 

 

 

Judith Hermann (Berlijn-Tempelhof, 15 mei 1970)

 

 

Lees meer...

02-03-11

Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 ook mijn blog van 2 maart 2008. en ook mijn blog van 5 december 2009 en eveneens mijn blog van 2 maart 2009 en ook mijn blog van 2 maart 2010.

 

Uit: Het zondagskind (Sprookjes) 

 

„Er leefden eens een vader en een moeder en die hadden zes kinderen. Elk kind was op een andere dag van de week geboren. Het oudste kind heette Maandag en het jongste Zaterdag. En de rest heette naar de dagen ertussenin.
Maar een zondagskind was er niet bij en dat wilden die vader en moeder nu juist zo graag hebben. Ze waren wel blij met de zes, die ze hadden, maar ze waren nog meer bedroefd om het ene kind, dat ze misten. Ze liepen verdrietig door het huis en keken telkens naar het lege stoeltje, dat ze hadden klaargezet. En elke dag als ze gingen eten, zetten ze de wieg aan tafel, want je wist het maar nooit.
Dit hoorde de oude grootmoeder. Het was maar een klein mensje, met een geplooid mutsje, een piepstem en een bult. Ook was haar rechterbeen wat korter, ofschoon zij zelf volhield dat alleen haar linkerbeen wat langer was.
Maar zij kon toveren. Vroeger toverde zij de hele dag, maar nu deed zij het alleen 's avonds na tafel en was dan erg moe. "Kalm aan, vrouwtje," had de dokter gezegd, "alleen de kleine kunstjes, dan redden we het wel." Maar ze kon het niet laten en deed de grote ook.
Gelukkig maar, want anders was het zondagskind nooit gekomen. Dat zullen wij nu zien.
Op zekere dag kwam de oude grootmoeder voor een weekje logeren. Dat gebeurde elk jaar en nu was het weer zover. Ze klauterde de trap op naar haar kamertje onder de dakpannen en ging meteen in een dik boek zitten lezen.
"Bemoei je maar niet met me," zei ze met haar piepstem, "ik heb mijn boterhammetjes bij me. En als de week om is, dan kom ik vanzelf naar beneden."
Ze sliep niet, ze dronk niet en ze toverde niet, maar las aan één stuk door, de hele week lang. Elke dag kwam een van de zes kinderen, dat op die dag geboren was, naar boven met een kopje thee, maar ze raakte de kopjes niet aan en zei: "Zet het maar neer bij de andere kopjes." En toen het zondag geworden was, stonden er zes kopjes op een rij en toen kwam ze naar beneden.“

 

 


Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

 

 

Lees meer...

05-04-10

In Memoriam Rudy Kousbroek



In Memoriam Rudy Kousbroek

 

 

De  Nederlandse schrijver en essayist Rudy Kousbroek is zondag 4 april op 80-jarige leeftijd overleden. Rudy Kousbroek werd op 1 november 1929 Pematang Siantar in Indonesië geboren. Zie ook mijn blog van 1 november 2006 en ook mijn blog van 1 november 2008 en eveneens mijn blog van 1 november 2009.

 

Uit: Woutertje Pieterse lezing 2007

« Multatuli's Ideeën over het geloof hebben soms zwakke plekken. Dat is voor een deel het gevolg van de positie van iemand die niet gelooft, in een wereld van gelovigen. Ook daar heeft de al meer geciteerde John Gray de aandacht op gevestigd, zoals "Unbelief is a move in a game whose rules are set by believers" - Niet geloven is zetten doen in een spel waarvan de regels worden bepaald door de gelovigen. 'Atheism', zo luidt een andere uitspraak van John Gray, 'is a late bloom of the Christian passion for truth' - een verlate bloei van de Christelijke toewijding aan de waarheid. Vooral dit geeft inzicht in Multatuli's opvattingen. Au fond heeft hij meer het temperament van een gelovige dan hij toe wil geven en daardoor schieten zijn standpunten soms tekort in strengheid en samenhang. Maar wat Multatuli boven deze tekortkomingen verheft is zijn humor. Die is van tijd tot tijd werkelijk grandioos; ik denk bijvoorbeeld aan hoe hij afrekent met de zwakzinnige begripswillekeur die gangbaar is in de theologie. Dat is in Idee 413:

 "Wat 'n profeet zegt, kan men opnemen als men wil. Een bruid is een kerk, een tempel is 'n lichaam, een vader is 'n zoon, een zoon is 'n geest, een geest is 'n vader, een is drie, drie is een, en een brievenbesteller is niemandal."

Het is deze humor, die naar mijn overtuiging Woutertje Pieterse een van de toppen van de Nederlandse literatuur maakt. In allerlei andere opzichten is dit boek een opmerkelijke schildering van het Hollandse leven, variërend in kwaliteit, maar wat er zo'n uitzonderlijke dimensie aan geeft is dat humoristische ongeloof, die speelse kritiek op de fundamenten van de Christelijke godsdienst. Het is ook daarom dat men de zwakheden en tekortkomingen van Multatuli op de koop toe neemt - want het is waar, hij was megalomaan en had van allerlei dingen waar hij mee schermt een niet meer dan beperkte kennis - maar met betrekking tot het geloof ('de theologie, die hysterische beschouwing van dingen die er niet zijn') had hij een werkelijke esprit, een oorspronkelijkheid die bij niet één andere Nederlandse schrijver wordt gevonden.Dat is tegelijk de verklaring voor wat ik beschouw als onze nationale ramp, de grote gemiste kans van de Nederlandse cultuur: dat er niet een paar generaties Nederlanders intensief met Multatuli zijn grootgebracht, zoals in de ons omringende landen, waar iedereen die lager en middelbaar onderwijs heeft genoten hele lappen van de eigen literatuur uit het hoofd kent en op afroep kan reciteren. »

 

 

 

Kousbroek
Rudy Kousbroek (1 november 1929 – 4 april 2010)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e april mijn vorige blog van vandaag.

02-03-10

Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger


De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 ook mijn blog van 2 maart 2008. en ook mijn blog van 5 december 2009 en eveneens mijn blog van 2 maart 2009.

 

Uit: Spookjes (De bramenplukker)

 

“En zij trokken een donker woud door, zwommen twee rivieren over, sprongen over sloten en heggen, en waren bij de bramenplukker. "Bramenplukker!" riep de reiziger, "hier zijn we!" "Wat aardig!" riep de bramenplukker, "u laat er geen gras over groeien, dat moet ik zeggen. Hemeltje lief, wat hebt u daar een mensen bij u! Het zijn er wel een paar duizend! Wat gaat u daarmee beginnen?" "Wij komen de parels halen," sprak de burgemeester, naar voren tredend, "en wij gaan in het paleis wonen waar de zoldering van beweegbaar mozaïek is en de zuilen van groen smaragd. Wij komen luisteren naar de muziek en de spiegels moeten we ook hebben." "Wel, dat is heerlijk!" riep de bramenplukker, hem omhelzend, "ik ben zo blij dat jullie het ook waarderen! Dat jullie inziet hoe mooi dat alles is! Welkom, welkom! Ontbijtkoek heb ik niet zoveel, maar wel goed brood en fris water."

"Wij moeten geen ontbijtkoek," sprak de burgemeester langzaam, "wij moeten parels." "Die krijgen jullie!" riep de bramenplukker, "zoveel als je dragen kunt. Wacht tot morgen!" "Kan het niet vanavond?" vroeg de burgemeester bezorgd, "tijd is geld!" "Nee," hernam de bramenplukker hoofdschuddend, "nu is het donker. En in het donker ziet men de parels niet. Maar morgenochtend vroeg zult u eens wat zien! Gaan jullie nu wat slapen, we hebben alle tijd." "Goed," sprak de burgemeester, "slapen, mannen! We hebben alle tijd!"
De volgende morgen lagen de velden glinsterend en flikkerend onder de rode hemel; aan elke grashalm, ook de kleinste, hingen prachtige, zilveren diamanten, en toen de zon opging, veranderden deze in topazen, smaragden en blauwe saffieren, stralend van licht, flonkerend van zuiverheid, schitterender dan aardse juwelen. En daartussen stonden de mensen en spraken over de parels die nu weldra gevonden zouden worden, hele grasvelden vol. Werd nu de bramenplukker maar wakker; zij hielden de ogen strak gevestigd op de kleine deur.
Eindelijk ging zij open; de bramenplukker trad naar buiten en schouwde zwijgend over de velden; zijn ogen stonden vol tranen. "Jullie treffen het wel," sprak hij zachtjes. "Wat zegt ie?" mompelde de burgemeester. "Ik zeg: jullie treffen het wel," hernam de bramenplukker glimlachend, "zoveel parels liggen er anders nooit." "Ik zie geen parels," sprak de burgemeester. "Zien jullie geen parels?" vroeg de bramenplukker verbaasd. "Wij zien niets," riepen de mensen, "wij zien helemaal niets."

 

 

 

 

Sculptuur_Godfried_Bomans
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Sculptuur van Wim Jonker in de Janstraat te Haarlem

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker werd geboren in Amsterdam op 2 maart 1820. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007  en ook mijn blog van 2 maart 2008. en eveneens mijn blog van 2 maart 2009.

 

Uit: Ideën I

 

Wees door de Natuur bedeeld met zucht naar kennis... maak van 't streven naar waarheid uw hoofddoel, uw eenig doel... offer alles op aan dat streven... verwaarloos alle belangen om dat ééne belang... betaal de geringe kans op slagen met uw rust, met uwe gezondheid, met uw welvaart, met alles wat een mensch offeren kàn... verlaat vrouw en kind, zeggende: Vrouwe, wat heb ik met u te doen? Kind, wat heb ik met u te doen? Ik zoek de waarheid... ziedaar myne vrouw, ziedaar het kind van m'n hart.

Trek naar de woestyn... sla u een kemelhuid om de lenden... omgord u met lederen riem... voed u met sprinkhanen en wilde honig.

Denk, peins, overweeg... twyfel... overweeg nogmaals, en weder, en nogeens... altyd door, altyd op-nieuw.

Rek uw begrip tot de uiterste grens der mogelykheid van kennen, kunnen, weten, en begrypen.

Schroef uw denkvermogen op tot de hoogste mate van bevatting.

Span uwe gedachten voor de logge vracht van alle onopgeloste vraagstukken... zweep ze voort met de kracht van uwen wil, tot raders en zeelen kraken...

Hebt ge dit alles gedaan?

Als ge dit zult gedaan hebben tot uwe ziel vermoeid is, tot uw vleesch zich afscheidt van 't gebeente...

Als ge dan eindelyk meent iets te hebben geleerd, iets te weten, iets te begrypen...

Keer dan terug uit de woestyn. Volg de inspraak van uw hart dat aandryft tot meedeeling, en zeg:

- Broeders, ik geloof deze zaak is alzoo.

- Dan zal er afscheiding zyn tusschen wie u hooren.

Een gedeelte zal roepen:

- Deze mensch is slecht.

Dit zeggen zy die nadachten over de onderwerpen welke u bezighielden, maar die niet nadachten als gy in de woestyn. Zy noemen u slecht, wyl ze vreezen dat het volk offer zal schatten boven gebrek aan offer, en inspanning nemen tot maatstaf om 't slagen te meten.

Antwoord denzulken door te wyzen op uw versleten kleed van kemelvel.

En een ander gedeelte zal bestaan uit hen die nooit hoorden van de dingen die ge overdacht, uit lieden die zich bezighielden met niets, al den tyd dien gy sleet in zoo zwaren arbeid.

En weder zullen dezen zich verdeelen.

Het eerste deel zal zeggen:

- M'nheer, net m'n idee.”

 

 

 

multatuli
Multatuli (2 maart 1820 - 19 februari 1887)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Thom Wolfe werd geboren op 2 maart 1930 in Richmond, Virginia. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 en eveneens mijn blog van 2 maart 2009.

 

Uit: The Painted Word

 

All these years, along with countless kindred souls, I am certain, I had made my way into the galleries of Upper Madison and Lower Soho and the Art Gildo Midway of Fifty-seventh Street, and into the museums, into the Modern, the Whitney, and the Guggenheim, the Bastard Bauhaus, the New Brutalist, and the Fountainhead Baroque, into the lowliest storefront churches and grandest Robber Baronial temples of Modernism. All these years I, like so many others, had stood in front of a thousand, two thousand, God-knows-how-many thousand Pollocks, de Koonings, Newmans, Nolands, Rothkos, Rauschenbergs, Judds, Johnses, Olitskis, Louises, Stills, Franz Klines, Frankenthalers, Kellys, and Frank Stellas, now squinting, now popping the eye sockets open, now drawing back, now moving closer--waiting, waiting, forever waiting for . . . it . . . for it to come into focus, namely, the visual reward (for so much effort) which must be there, which everyone (tout le monde) knew to be there--waiting for something to radiate directly from the paintings on these invariably pure white walls, in this room, in this moment, into my own optic chiasma. All these years, in short, I had assumed that in art, if nowhere else, seeing is believing. Well--how very shortsighted! Now, at last, on April 28, 1974, I could see. I had gotten it backward all along. Not "seeing is believing," you ninny, but "believing is seeing," for Modern Art has become completely literary: the paintings and other works exist only to illustrate the text.

Like most sudden revelations, this one left me dizzy. How could such a thing be? How could Modern Art be literary? As every art-history student is told, the Modern movement began about 1900 with a complete rejection of the literary nature of academic art, meaning the sort of realistic art which originated in the Renaissance and which the various national academies still held up as the last word.

 

 

 

tomwolfe
Thom Wolfe (Richmond, 2 maart 1930)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver John Irving werd geboren op 2 maart 1942 in Exeter, New Hampshire. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 en ook mijn blog van 2 maart 2008. en eveneens mijn blog van 2 maart 2009.

 

Uit: Last Night in Twisted River

 

„The young canadian, who could not have been more than fifteen, had hesitated too long. For a frozen moment, his feet had stopped moving on the floating logs in the basin above the river bend; he'd slipped entirely underwater before anyone could grab his outstretched hand. One of the loggers had reached for the youth's long hair — the older man's fingers groped around in the frigid water, which was thick, almost soupy, with sloughed-off slabs of bark. Then two logs collided hard on the would-be rescuer's arm, breaking his wrist. The carpet of moving logs had completely closed over the young Canadian, who never surfaced; not even a hand or one of his boots broke out of the brown water.

Out on a logjam, once the key log was pried loose, the river drivers had to move quickly and continually; if they paused for even a second or two, they would be pitched into the torrent. In a river drive, death among moving logs could occur from a crushing injury, before you had a chance to drown — but drowning was more common.

From the riverbank, where the cook and his twelve-year-old son could hear the cursing of the logger whose wrist had been broken, it was immediately apparent that someone was in more serious trouble than the would-be rescuer, who'd freed his injured arm and had managed to regain his footing on the flowing logs. His fellow river drivers ignored him; they moved with small, rapid steps toward shore, calling out the lost boy's name. The loggers ceaselessly prodded with their pike poles, directing the floating logs ahead of them. The rivermen were, for the most part, picking the safest way ashore, but to the cook's hopeful son it seemed that they might have been trying to create a gap of sufficient width for the young Canadian to emerge. In truth, there were now only intermittent gaps between the logs. The boy who'd told them his name was "Angel Pope, from Toronto," was that quickly gone.

"Is it Angel?" the twelve-year-old asked his father. This boy, with his dark-brown eyes and intensely serious expression, could have been mistaken for Angel's younger brother, but there was no mistaking the family resemblance that the twelve-year-old bore to his ever-watchful father. The cook had an aura of controlled apprehension about him, as if he routinely anticipated the most unforeseen disasters, and there was something about his son's seriousness that reflected this; in fact, the boy looked so much like his father that several of the woodsmen had expressed their surprise that the son didn't also walk with his dad's pronounced limp.“

 

 

 

Irving
John Irving (Exeter, 2 maart 1942)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en performer Michael Salinger werd geboren op 2 maart 1962 in Cleveland, Ohio. Zie ook mijn blog van 2 maart 2009.

 

Stingray (Fragment)

 

The young man believed

he had hooked an angel

shark

line ripping from his bait casting real

drag click whizzing away

a New Year's Eve noisemaker

attached to an electric drill

the rest of the anglers

at his end of the pier

grabbing their gear

clearing way

to watch this fight

big fish

big fish

 

big fish on

passes

tide steady

down 600 foot fishing pier

as tackle lay abandoned

on wheather cured panks

so that the owners

could  catch this show

50 pound test line

stretching tight

gutteral cvat howling

like an out of tune violin

while the young man

repels down a mountainside

back leaning with all his weight

gaining three feet

giving up

two

towed from one rough hewn railing

to the other

for three tortuous quarters of an hour

before we even see

the fish

 

 

 

 

Salinger
Michael Salinger (Cleveland, 2 maart 1962)

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

02-03-09

Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger, Pascal Rannou, János Arany, Jevgeni Baratynski, Sholom Aleichem, Olivia Manning, Gerhard von Halem


De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 en ook mijn blog van 2 maart 2008.

 

Uit: Erik of Het klein insectenboek

 

“’Kom, kom, kom,’ sprak de worm, die zich nu werkelijk in de vreemdste bochten begon te kronkelen van ingenomenheid, ‘weest u toch niet beschaamd. Wij kunnen niet allemaal een worm zijn. Nu, wat is het?’ ‘Ik zou graag willen weten hoe u zich zo…’ Erik zocht naar het juiste woord om den worm niet te kwetsen, ‘zo opgeruimd kunt voelen, terwijl u toch eigenlijk – blind bent.’ ‘Ik kan mij uw verlegenheid van zo even wel begrijpen,’ sprak de worm, een hevigen kronkel makend, ‘de vraag is dom. Maar dat hindert niets, want van zijn domheden leert men. De zaak is dat u de rollen omdraait, mijn waarde. Het is juist een groot voorrecht om blind te zijn, een teken van uitverkiezing. Hoeveel dieren zijn er blind? Ik kan ze op mijn ringen natellen, zo weinig zijn het er. Wij, wormen, hebben geen ogen nodig. U wel. Dat is een teken van zwakte.(…) En zo praatte het dier voort, terwijl het zich van louter

vergenoegdheid in steeds ingewikkelder bochten wrong.”

 

 

 

 

bomans
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Portret door Kees Verwey, 1953

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker werd geboren in Amsterdam op 2 maart 1820. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007  en ook mijn blog van 2 maart 2008.

 

Uit: De geschiedenis van Woutertje Pieterse

 

Wouter liep, liep... en wist niet waarheen. Naar huis kon-i niet. Daar toch werd hy te streng bewaakt. Wat niet moeielyk viel, want de ruimte was bekrompen.

Hy koos eenzame straten, en kwam eindelyk aan 'n poort die hy zich herinnerde meer gezien te hebben. Maar den naam wist-i niet, en ik ook niet. 't Was 'n platte lage poort in welks buurt het altyd zoo naar asch rook, en waar-i eens dien sprong had gedaan, toen hy met Fransje Halleman was weggebleven van de katechizatie, die meende dat Wouter niet durfde wegblyven en van de poort springen. Maar Wouter durfde wèl, en deed het, juist omdat Fransje Halleman getwyfeld had aan z'n durven.

Aan dat wegblyven had hy te danken dat-i zoo byzonder goed thuis was in Habakuk, wiens profetiën hy twaalfmaal moest afschryven tot straf. Die sprong bezorgde hem bovondien 'n barometer in z'n verstuikten grooten teen, die uit edele wraak hem later altyd waarschuwde als 't regenen zou.

In zekeren zin was Habakuk te beschouwen als Wouter's overgang van de kinderlektuur tot de boeken waarin van ‘groote menschen’ wordt verteld. Sedert eenigen tyd namelyk voelde hy zich geschokt in z'n eerbied voor brave Hendrikken, en hy walgde van de papieren perzikken der naarstigheid. Andere perzikken kende hy niet, omdat die zoo niet voorkomen in 'n burgerhuishouden.

Niets was natuurlyker dan dat-i vurig verlangde met z'n grootere makkers op de school te kunnen meespreken over de wonderen die er gebeuren in de werkelyke wereld, waar men in 'n koets rydt, steden verwoest, prinsessen trouwt, en 's avonds opblyft na tienen, al is er niemand jarig. Ook bedient men zichzelf aan tafel in die wereld, en heeft maar te kiezen wat men gebruiken wil. Zoo meenen de kinderen.”

 

 

 

Multatuli_statue
Multatuli (2 maart 1820 - 19 februari 1887)

Standbeeld in Amsterdam

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Thom Wolfe werd geboren op 2 maart 1930 in Richmond, Virginia. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007.

 

Uit: The Nanny Maffia

 

“Champagne for your little boy's birthday party?

"You're damned right," she says. "For all the nannies. I'm not kidding! If we ever tried to give a party for Bobby and his little friends without champagne for the nannies, we might was well, you know, forget about it.

"Bobby's nanny is mad enough as it is. All she can do is drop what are supposed to be very subtle hints about the V------'s party for little Sarah. Do you know what Van gave each kid as a party favor? An electric truck. I'm talking about a real electric truck. Of course, they're nothing much really. They're smaller than a Jaguar. By a little bit. The kid can get inside of it and drive it! They cost five hundred dollars, five hundred dollars! Can you imagine that? We had to carry the damn thing home. You should have seen us trying to get it in the cab. Of course, Van is absolutely petrified of the nannies.

"Well, I was damned if we were going to do anything like that. Robert had to take the whole afternoon off Tuesday to go to Schwarz. This was precisely the afternoon the Swedes came in with some bond thing, of course. The Swedes wear the worst clothes. They all look like striped cardboard. They think they're very European. Anyway, Robert got some kind of bird with a tape recorder in it, I don't know. The kids can talk into it and it records it and says it back. Something like that. You know. Well, I don't care, I think it's going to be a perfectly cute party favor, but our Mrs. G--- is not going to be happy with it, I'm sure of that.”

 

 

 

tom_wolfe
Thom Wolfe (Richmond, 2 maart 1930)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver John Irving werd geboren op 2 maart 1942 in Exeter, New Hampshire. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 en ook mijn blog van 2 maart 2008.

 

Uit: The Lion Guy

 

Imagine a young man on his way to a less-than-thirty-second event--the loss of his left hand, long before he reached middle age.
As a schoolboy, he was a promising student, a fair-minded and likable kid, without being terribly original. Those classmates who could remember the future hand recipient from his elementary-school days would never have described him as daring. Later, in high school, his success with girls notwithstanding, he was rarely a bold boy, certainly not a reckless one. While he was irrefutably good-looking, what his former girlfriends would recall as most appealing about him was that he deferred to them.
Throughout college, no one would have predicted that fame was his destiny. "He was so unchallenging," an ex-girlfriend said.
Another young woman, who'd known him briefly in graduate school, agreed. "He didn't have the confidence of someone who was going to do anything special" was how she put it.
He wore a perpetual but dismaying smile--the look of someone who knows he's met you before but can't recall the exact occasion. He might have been in the act of guessing whether the previous meeting was at a funeral or in a brothel, which would explain why, in his smile, there was an unsettling combination of grief and embarrassment.”

 

 

 

Irving
John Irving (Exeter, 2 maart 1942)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en performer Michael Salinger werd geboren op 2 maart 1962 in Cleveland, Ohio. Hij begon met zijn optredens in het midden van de jaren tachtig bij bijeenkomsten als de Pearl Road Auto Wrecking Junkstock festivals. Vijf keer was hij coach en captain van het Cleveland Slam team bij de National Poetry Slam competitie. Zijn gedichten zijn verschenen in talrijke literaire tijdschriften. In 2004 verscheen de bundel They call it Fishing not Catching.

 

 

911
 
hate is extremely flammable
its vapors may cause flash fire
hate is harmful if inhaled
keep hate away from heat, sparks and flame
do not breath the vapors of hate
wash thoroughly after using hate
if you accidentally sallow hate
get medical attention

prejudice is an eye and skin irritant
its vapors too are harmful
do not get prejudice in eyes
or on clothing
prejudice is not recommended for use
by persons with heart conditions
if prejudice is swallowed induce vomiting
if prejudice comes in contact with skin
remove clothing and wash skin
if breathing is affected, get fresh air immediately

violence is harmful if absorbed through the skin
keep violence out of the reach of children
do not remain in enclosed areas
where violence is present
remove pets and birds from the vicinity of violence
cover aquariums to protect from violence
drift and run off from sites of violence
may be hazardous
this product is highly toxic
exposure to violence may cause
injury or death.

 

 

 

 

Salinger
Michael Salinger (Cleveland, 2 maart 1962)

 

 

 

 

De Franse schrijver en letterkundige Pascal Rannou werd geboren op 2 maart 1958 in Laval. Hij doceert aan het Lycée Lavoisier de Mayenne en aan de universiteit van Rennes. Hij schrijft romans, essays, gedichten en kritieken en bijdragen aan o.a. Ar Men en Peuple Breton.

 

Uit: Noire la neige (2008)

 

“Chattanooga... Pitchipoï... Chattanooga... Pitchipoï... J'entends le bruit du train dans ma mémoire. Les pistons, les soupapes et les tuyaux de forge de la locomotive. Chattanooga... Pitchipoï... J'entends le bruit du train qui a rythmé ma vie. Et l'oeil de la locomotive illumine la nuit, traverse les collines, serpente autour des lacs. J'ai six ans. Penchée à la fenêtre, je respire les parfums de la nuit, l'été, dans la montagne. L'odeur des pins, des fleurs et des prairies, odeur de liberté. Ma' passe une main dans mes cheveux crépus. «Il est temps de dormir, tes soeurs dorment déjà. Demain tu danseras, c'est promis. Tu montreras aux gens les pas que tu sais faire.» Chattanooga... Pitchipoï... Je repose la tête sur le bras de Ma'. Je me sens bien, la nuit. La nuit est noire, comme moi, on peut s'y réfugier, se confondre avec elle. La nuit est belle comme Ma', qui est pourtant plus noire qu'elle, plus noire que moi. Chattanooga... Pitchipoï... J'entends le bruit du train qui m'emmène au pays de l'éternel hiver. Quand ils m'ont arrêtée, je n'ai pas su pourquoi, et je suis dans ce train, coincée entre une paroi et des femmes de tous âges, qui gémissent et qui pleurent, qui étreignent leur enfant. Un vent cruel siffle par la lucarne, des barbelés rayent le ciel qu'éclaire une lune froide. Un peu de paille, un seau qui passe et qu'on renverse, on est souillées, comment dire à cette mère que l'enfant qu'elle serre est mort depuis longtemps, elle ne me croirait pas. »

 

 

 

Pascal_Rannou
Pascal Rannou (Laval, 2 maart 1958)

 

 

 

 

De Hongaarse dichter János Arany werd geboren op 2 maart 1817 in Nagyszalonta. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007.

 

 

In fruchtloser Stunde

 

Blick ich in die große Nacht hinein,

Erde schlief in ihrem Schatten ein:

Meteore fallen hier und dort,

Die Gedanken kommen, gehen fort.

 

Seifenblasen scheinen sie zu sein,

glitzernd, wie der fernen Sterne Schein:

Doch nur bruchstückhaft ist beider Bahn,

sie zerplatzen, eh sie ganz sich nahn.

 

 

 

Vertaald door Annemarie Bostroem

 

 

 

Meine Hoffnung

 

Meine Hoffnung ist ein Nachen

ohne Ruder, ohne Mast.

Sturm und Woge jagt den schwachen

Kahn umher, ohn' Ruh und Rast.

 

Muß ins Ungewisse treiben

immer, wie es will der Wind.

Er kann meinen Schmerz betäuben,

wiegt er mich doch wie ein Kind!

 

Bin von Freiheitsluft umfächelt,

wenn ein Regenbogen blinkt,

meiner Phantasie zulächelt

und in ihrem Meer versinkt.

 

Drum voran auf wilder Welle,

treib der Freiheit zu mein Boot,

ob ich auch am Riff zerschelle,

wo sich treffen Traum und Tod!...

 

 

 

 

Vertaald door Martin Remané

 

 

 

 

 

Arany
János Arany (2 maart 1817 – 22 oktober 1882)

Portret door Barabás Miklós



 

 

 

De Russische dichter Jevgeni Baratynski werd geboren op 2 maart 1800 in Sint Petersburg. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007.

 

 

Waterfall

 

Crash, crash from a dizzying height,

Gray torrent, never cease!

Marry your lingering roar

With the lingering echo of a valley.

 

I hear the North wind whistle

Rocking the creaking pines,

And your rebellious thunder

Chimes with the thundering storm.

 

Why do I pay you heed

With such wild expectation?

Why does my breast tremble

With some premonition?

 

As if entranced, I stand

Above your steaming depths,

And my heart seems to comprehend

Your wordless utterance.

 

Crash, crash from a dizzying height,

Gray torrent, never cease!

Marry your lingering roar

With the lingering echo of a valley.

 

 

 

 

Baratynsky
Jevgeni Baratynski (2 maart 1800 – 11 juli 1844)

 

 

 

 

 

De Russisch-joodse schrijver Sholom Aleichem werd geboren in Pereyslav bij Kiev op 2 maart 1859 als Sjalom Jakov Rabinovitsj. Sholems moeder overleed toen hij 13 jaar was. Hij nam het pseudoniem Sholom Aleichem aan, wat een veel gebruikte groet is, die "vrede zij met u"  betekent.Na zijn schoolopleiding, die hij met zeer goede cijfers afrondde, vertrok hij van huis om werk te zoeken. Drie jaar lang was hij de leraar van een rijke koopmansdochter, Olga Loev, met wie hij op 12 mei 1883 trouwde. Het echtpaar kreeg zes kinderen, onder wie de schilder Norman Raeben.  Vanaf 1891 leefde Sholom Aleichem in Odessa, maar vanwege de pogroms die zuidelijk Rusland teisterden in het begin van de twintigste eeuw emigreerde hij met zijn familie in 1905. Eerst vestigde de familie zich in Zwitserland, maar vanaf 1914 in New York City. Daar overleed hij op 57-jarige leeftijd. Het werk van Sjolem Aleichem is veel vertaald. De musical Fiddler on the Roof kwam op Broadway in 1964 en was daar zeer succesvol. In het Nederlands werd de Nederlandse versie Anatevka gespeeld in 1966. Deze musical is gebaseerd op de figuur Tevje de Melkboer (Tewje der Milchiger), die vaak humoristische gesprekken voert met God.

 

Uit: Wandering Stars

 

“It was a beautiful morning. A warm sun bathed Holeneshti in its golden rays. Once she reached the market, Leah was like a fish in water—she was in her element. The sheer size of the Holeneshti market was something to behold. The Moldavian peasants had brought in sheep's milk and cheese, and great quantities of vegetables from their gardens—corn, greens, and cucumbers, all selling for a song, as well as onions, garlic, and bitter herbs. With all these plentiful choices before her, Leah quickly negotiated a basketful. And the fish! A heaven-sent bargain! She had not planned to buy fish, but suddenly there they were. But please imagine what fish—tiny, skinny, scrawny little things, all bone, barely a mouthful, but so cheap it would be a shame to turn them down. No one would believe it! Yes, Leah, was having a lucky day at the market. Of the one ruble she had brought, quite a bit was still left. With so much still unspent, she thought she would surprise the cantor with a gift—ten fresh eggs. Yisroyeli will appreciate that, she thought. It would be enough to make ten throat-soothing honey gogl-mogls. The High Holidays would be here soon—He'll need them to keep his throat in good shape. And how about candies for my Reizel? She loves sweets, confections, snacks—bless her, what a delight that girl is. I only wish I could buy her new shoes. The old ones are worn through and through—useless.”

 

 

 

Aleichem
Sholom Aleichem (2 maart 1859 - 13 mei 1916)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Olivia Manning werd geboren op 2 maart 1908 in Portsmouth – 23 juli 1980. Ze verbleef tussen 1939 en 1945 op de Balkan, het toneel van haar belangrijkste werk, de trilogie The great fortune (1960), The spoilt city (1962) en Friends and heroes (1965). In The rain forest (1974) gaf zij een beeld van de nadagen van een Britse kolonie.

 

Uit: The Balkan Trilogy (The spoilt city)

 

Were you in England recently, sir?” Guy asked.

“Less than a month ago. You’d find it much changed, I think. Changed for the better, I mean.”

While Wheeler, with knotted brows, concentrated on the task of getting the car-key off the ring, Sir Brian talked in a leisurely way of a new sense of comradeship which he said was breaking down class-consciousness in England and drawing people together. “Your secretary calls you ‘Brian’ and the liftman says: ‘We’re all in it together.’ I like it. I like it very much.” Once or twice, while talking, he gave a slightly mischievous side-glance at Wheeler, so the others warmed to him, feeling he was one of them and on their side against the established prejudices of the Legation.

Wheeler, not listening, gave a sigh. The key had come off the ring. He gazed at it, perplexed, then set himself the more difficult task of getting it on again.

“After the war we shall see a new world,” Sir Brian said and smiled at the three young people, each of whom watched him with rapt, nostalgic gaze. “A classless world, I should like to think.”

Harriet thought how odd it was to be standing in this melancholy light, listening to this important person who had flown in that afternoon and would fly out again that night—an unreal visitant to a situation that must seem unreal to him. Yet, real or not, the other men would be left to the risk of imprisonment, torture and death.”

 

 

 

 

Manning
Olivia Manning (2 maart 1908 - 23 juli 1980)

Zelfportret

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gerhard Anton von Halem werd geboren op 2 maart 1752 in Oldenburg. Hij werkte o.a. als jurist en ambtenaar. Von Halem was een vertegenwoordiger van de late Verlichting en stond in contact met o.a. Christoph Martin Wieland, Gottfried August Bürger en Johann Heinrich Voß. Behalve gedichten en essays over allerlei onderwerpen schreef hij een driedelige geschiedenis van het hertogdom Oldenburg.

 

 

Prädestination und freier Wille

 

Was streiten wir denn für und für?

Ihr Herren Streiter, möchten wir

Zur Einigung uns neigen!

Wohl dem, der sich's zu Herzen nimmt!

Wir sind zur Torheit vorbestimmt

Und frei, um sie zu zeigen…

 

 

 

 

Halem
Gerhard Anton von Halem (2 maart 1752 – 4 januari 1819)

 

 

 

02-03-08

Multatuli, Godfried Bomans, John Irving, Thom Wolfe, János Arany, Jevgeni Baratynski


De Nederlandse schrijver Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker werd geboren in Amsterdam op 2 maart 1820. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007.

 

Uit: Max Havelaar

 

Saïdjah, die toen omstreeks zeven jaar oud was, had met den nieuwen buffel spoedig vriendschap gesloten. Ik zeg niet zonder doel: vriendschap, want het is inderdaad treffend te zien hoe de Javasche kerbo zich hecht aan den kleinen jongen die hem bewaakt en verzorgt.

Het sterke dier buigt gewillig den zwaren kop rechts of links of omlaag naar den vingerdruk van 't kind, dat hy kent, dat hy verstaat, waarmede hy is opgegroeid.

 

Zulke vriendschap dan had ook de kleine Saïdjah spoedig weten in te boezemen aan den nieuwen gast, en Saïdjah’s aanmoedigende kinderstem scheen meer kracht nog te geven aan de krachtvolle schoften van 't sterke dier, als het den zwaren kleigrond opscheurde en zyn weg teekende in diepe scherpe voren. De buffel keerde gewillig om als hy aan 't eind was van den akker, en verloor geen duimbreed gronds by het terugploegen van de nieuwe voor, die altyd naast de oude lag als ware de sawah een tuingrond geweest, geharkt door een reus.

 

Daarnaast lagen de sawahs van Adinda 's vader, den vader van ’t kind dat met Saïdjah huwen zou. En als Adinda_'s broertjes aankwamen aan de tusschenliggende grens, juist als ook Saïdjah dáár was met zyn ploeg, dan riepen zy elkander vroolyk toe, en roemden om-stryd de kracht en de gehoorzaamheid hunner buffels. Maar ik geloof dat die van Saïdjah de beste was, misschien wel omdat deze hem beter dan de anderen wist toe te spreken. Want buffels zyn zeer gevoelig voor goede toespraak.”

 

 

 

 

Multatuli
Multatuli (2 maart 1820 - 19 februari 1887)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007.

 

Uit: Memoires of gedenkschriften van minister Pieter Bas

 

En ja, behoef ik het nog te vermelden? Ik geraakte verliefd. Het droevig relaas mijner herhaalde omdolingen op de paden der liefde vormen zeker de meest beschamende bladzijden uit dit boek. Ware ik niet zulk een verknocht dienaar der waarheid, ware ik niet vastbesloten in deze bladzijden niets weg te laten wat wel, en niets toe te voegen wat niet is gebeurd, het zou U nimmer ter oore zijn gekomen.
Doch het besluit is gemaakt, wat de gevolgen ook zijn. De eene helft mijner lezers mag het boek vol walging ter zijde leggen, de andere vol schamper leedvermaak de lezing vervolgen, ik ga door. Men moge zich afvragen aan welken lichtzinnigen schavuit het vaderland gedurende vijf jaar de opvoeding der Jeugd, de beoefening der Wetenschap en de behartiging der Kunsten heeft toevertrouwd, nogmaals, ik ga door. Ik geraakte dan verliefd. Het was geen gewoon meisje. Zij geleek in niets op de babbelachtige, gillende schepsels, die ik tot nu toe gezien had. Afgronden van zielediepte schenen mij achter haar glanzende oogen verborgen: ik schreef in het geheim gedichten, waarin ik mijzelf met een nietswaardigen ellendeling vergeleek die niet waardig was den schoenriem van haar dienstmaagd te ontbinden (om niet te spreken van haar eigen schoenriem). Dat mijn hart een oven was, in stilte brandende. Dat ik mijn leven voor haar veil had. Als zij wenschte dat ik mij zou dooden, dan zou ik mij dooden. Als zij liever wenschte dat ik nog wat bleef leven, welaan, ik zou dit ellendig bestaan rekken. Dat de pen, waarmede ik deze armzalige gedachten neerschreef, in mijn hartebloed gedoopt was. Dat ik het niet waagde mijn blik naar haar op te heffen, noch zelfs haar aan te spreken. Dit laatste was zeker waar.

 

 

 

 

Bomans
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver John Irving werd geboren op 2 maart 1942 in Exeter, New Hampshire. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007.

 

 

Uit: The Fourth Hand

 

t was deeply disconcerting to Patrick that Dr. Zajac--specifically, his face--smelled of sex. This evidence of a private life was not what Wallingford wanted to know about his hand surgeon, even while Zajac was reassuring him that there was nothing wrong with the sensations he was experiencing in the stump of his left forearm.

It turned out there was a word for the feeling that small, unseen insects were crawling over or under his skin. "Formication," Dr. Zajac said.

Naturally Wallingford misheard him. "Excuse me?" he asked.

"It means 'tactile hallucination.' Formication," the doctor repeated, "with an m."

"Oh."

"Think of nerves as having long memories," Zajac told him. "What's triggering those nerves isn't your missing hand. I mentioned your love life because you once mentioned it. As for stress, I can only imagine what a week you have ahead of you. I don't envy you the next few days. You know what I mean."

Wallingford didn't know what Dr. Zajac meant. What did the doctor imagine of the week Wallingford had ahead of him? But Zajac had always struck Wallingford as a little crazy. Maybe everyone in Cambridge was crazy, Patrick considered.

"It's true, I'm a little unhappy in the love-life department," Wallingford confessed, but there he paused--he had no memory of discussing his love life with Zajac. (Had the painkillers been more potent than he'd thought at the time?)

Wallingford was further confused by trying to decide what was different about Dr. Zajac's office. After all, that office was sacred ground; yet it had seemed a very different place when Mrs. Clausen was having her way with him in the exact chair in which he now sat, scanning the surrounding walls.”


 

 

 

johnirving
John Irving (Exeter, 2 maart 1942)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 2 maart 2007.

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Thom Wolfe werd geboren op 2 maart 1930 in Richmond, Virginia.

 

De Hongaarse dichter János Arany werd geboren op 2 maart 1817 in Nagyszalonta.

 
De Russische dichter Jevgeni Baratynski werd geboren op 2 maart 1800 in Sint Petersburg.

 

 

02-03-07

Multatuli, Godfried Bomans, John Irving, Thom Wolfe, János Arany, Jevgeni Baratynski


De Nederlandse schrijver Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker werd geboren in Amsterdam op 2 maart 1820. Eduard Douwes Dekker werkte als ambtenaar in Nederlands-Indië, het tegenwoordige Indonesië waar, toen hij er op 19-jarige leeftijd aankwam, naar eigen zeggen zijn 'ziel ontwaakte', maar waar hij ook de vele misstanden zag door de Nederlandse koloniale overheersing aldaar. Zijn bekendste werk is Max Havelaar, waarin hij de behandeling van de plaatselijke bevolking door Nederlandse en Nederlands-Indische bestuurders aan de kaak stelde. Het pseudoniem Multatuli is Latijn voor 'ik heb veel (leed) gedragen' (multa tuli) en een verwijzing naar een beroemde passage uit de Tristia van Ovidius.

 

Uit: Max Havelaar

 

“Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht No 37. Het is mijn gewoonte niet, romans te schrijven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aan te vangen, dat gij, lieve lezer, zoâven in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffie zijt, of als ge wat anders zijt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelijks te lezen, omdat ik een man van zaken ben. Sedert jaren vraag ik mij af, waartoe zulke dingen dienen, en ik sta verbaasd over de onbeschaamdheid, waarmee een dichter of romanverteller u iets op de mouw durft spelden, dat nooit gebeurd is, en meestal niet gebeuren kan. Als ik in mijn vak -- ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht No 37 -- aan een principaal -- een principaal is iemand die koffie verkoopt -- een opgave deed, waarin maar een klein gedeelte der onwaarheden voorkwam, die in gedichten en romans de hoofdzaak uitmaken, zou hij terstond Busselinck & Waterman nemen. Dat zijn ook makelaars in koffie, doch hun adres behoeft ge niet te weten. Ik pas er dus wel op, dat ik geen romans schrijf, of andere valse opgaven doe. Ik heb dan ook altijd opgemerkt dat mensen die zich met zoiets inlaten, gewoonlijk slecht wegkomen. Ik ben drieënveertig jaar oud, bezoek sedert twintig jaren de beurs, en kan dus voor de dag treden, als men iemand roept die ondervinding heeft. Ik heb al wat huizen zien vallen! En gewoonlijk, wanneer ik de oorzaken naging, kwam het me voor, dat die moesten gezocht worden in de verkeerde richting die aan de meesten gegeven was in hun jeugd.”

 

 

MULTATULI
Multatuli (2 maart 1820 - 19 februari 1887)

 

Godfried Jan Arnold Bomans werd geboren in Den Haag, 2 maart 1913. Bomans was vele jaren de meestgelezen schrijver van Nederland. Hij heeft meer dan 60 boektitels en vele andere geschriften op zijn naam staan. Hij werd bij het grote publiek vooral populair door zijn roman 'Erik of het klein insectenboek' (10 drukken in het verschijningsjaar 1941), en na de oorlog met de strip 'Pa Pinkelman' in de Volkskrant, en weer wat later met zijn columns op de voorpagina van die krant, zijn stukken in Elsevier en zijn radio- en tv-optredens. In oktober 2000 deponeerde de weduwe van Godfried Bomans zijn archief in het Letterkundig Museum. Godfried Bomans was een groot kenner van het werk van Charles Dickens. Hij speelde een belangrijke rol bij het tot stand komen van de vertaling in het Nederlands van het complete werk van Dickens. De lang verwachte biografie van Dickens heeft hij echter nooit geschreven.

 

Uit: De vleugelman

 

“Er was eens een man en die wilde zo graag vliegen. Niet in een luchtballon en niet in een vliegmachien, maar met eigen vleugels. Hij had daar een bedoeling mee, maar die wilde hij niemand zeggen. En zo kocht hij een dode zwaan en sneed er de vleugels af. De vleugels bond hij op zijn rug en toen sprong hij uit het raam naar beneden. In het ziekenhuis had hij veel tijd om na te denken.
'Dokter,' vroeg hij eindelijk, 'zijn er grotere vogels dan zwanen?'
De dokter, die zelf veel had nagedacht, antwoordde: 'Nee. Maar die zijn er wel geweest. Ik weet een museum en daar staat er een.'
Zodra hij beter was, ging de man naar het museum. Er kwam daar niemand, want er werden alleen dieren bewaard die niet meer bestonden. In de laatste zaal vond hij de vogel. Hij stond op een plankje en zijn kop reikte tot aan de zoldering. Die moet ik hebben, dacht de man. Hij sneed er de vleugels af en bond die op zijn rug. Toen schoof hij het raam open en stapte naar buiten.
In de gevangenis had hij veel tijd om na te denken.”

 

 

Bomans
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

 

De Amerikaanse schrijver John Irving werd geboren op 2 maart 1942 in Exeter, New Hampshire. Hij studeerde aanvankelijk literatuur aan de University of New Hampshire en aan de University of Iowa en kreeg in Wenen nog een tijdje les van de latere Nobelprijswinnaar Günter Grass. Hij debuteerde op zesentwintigjarige leeftijd. Zijn grote voorbeeld is Charles Dickens. Zijn doorbraak kwam in 1978 met De wereld volgens Garp, dat, zoals veel van zijn werk, succesvol werd verfilmd. Voor het scenario dat hij schreef naar zijn roman De regels van het ciderhuis won hij in 2001 een Oscar. Irving is getrouwd met Janet Turnbull en heeft drie zoons en een kleinzoon. Hij woont in Toronto en Vermont. Irving kreeg voor zijn werk o.a. de O. Henry Award, de National Book Award (1980) voor De wereld volgens Garp,  Academy Award (Oscar) in 2000 voor het scenario van De regels van het ciderhuis

Uit: The Cider House Rules

 

”In the hospital of the orphanage-the boys’ division at St. Cloud’s, Maine-two nurses were in charge of naming the new babies and checking that their little penises were healing from the obligatory circumcision. In those days (in 192_), all boys born at St. Cloud’s were circumcised because the orphanage physician had experienced some difficulty in treating uncircumcised soldiers, for this and for that, in World War I. The doctor, who was also the doctor of the boys’ division, was not a religious man; circumcision was not a rite with him-it was a strictly medical act, performed for hygienic reasons. His name was Wilbur Larch, which, except for the scent of ether that always accompanied him, reminded one of the nurses of the tough, durable wood of the coniferous tree of that name. She hated, however, the ridiculous name of Wilbur, and took offense at the silliness of combining a word like Wilbur with something as substantial as a tree.

The other nurse imagined herself to be in love with Dr. Larch, and when it was her turn to name a baby, she frequently named him John Larch, or John Wilbur (her father’s name was John), or Wilbur Walsh (her mother’s maiden name had been Walsh). Despite her love for Dr. Larch, she could not imagine Larch as anything but a last name-and when she thought of him, she did not think of trees at all. For its flexibility as a first or as a last name, she loved the name of Wilbur-and when she tired of her use of John, or was criticized by her colleague for overusing it, she could rarely come up with anything more original than a Robert Larch or a Jack Wilbur (she seemed not to know that Jack was often a nickname for John).”

 

 

irving
John Irving (Exeter, 2 maart 1942)

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Thom Wolfe werd geboren op 2 maart 1930 in Richmond, Virginia. Het verwerven of verliezen van sociale status is een belangrijk thema in zijn journalistiek en literair werk. Wolfe is een van de grondleggers van het 'New Journalism’, een vorm van journalistiek die een mengeling is van gebruikelijke journalistieke methoden en de literaire methoden van de Beat Generation-schrijvers. Zijn essaybundel The Kandy-Kolored Tangerine-Flake Streamline Baby uit 1965 wordt gezien als een van de eerste voorbeelden van de New Journalism. Hij schreef over Amerikaanse subculturen zoals de hippie-cultuur en het gebruik van LSD in de hippie-cultuur. In 1987 verschijnt zijn eerste roman The Bonfire of the Vanities (Het vreugdevuur der ijdelheden). Deze roman is een satire op de sociale en raciale spanningen in het New York van de jaren 80. Deze roman is ook verfilmd.

 

Uit: The Bonfire of the Vanities

 

"Sherman McCoy walked out of his apartment building holding his daughter Campbell's hand. Misty days like this created a peculiar ashy-blue light on Park Avenue. But once they stepped out from under the awning over the entrance . . . such radiance! The median strip on Park was a swath of yellow tulips. There were thousands of them, thanks to the dues apartment owners like Sherman paid to the Park Avenue Association and the thousands of dollars the association paid to a gardening service called Wiltshire Country Gardens, run by three Koreans from Maspeth, Long Island. There was something heavenly about the yellow glow of all the tulips. That was appropriate. So long as Sherman held his daughter's hand in his and walked her to her bus stop, he felt himself a part of God's grace. A sublime state, it was, and it didn't cost much. The bus stop was only across the street. There was scarcely a chance for his impatience over Campbell's tiny step to spoil this refreshing nip of fatherhood he took each morning.

Campbell was in the first grade at Taliaferro, which, as everybody, tout le monde, knew, was pronounced Toliver. Each morning the Taliaferro school dispatched its own bus, bus driver, and children's chaperone up Park Avenue. Few, indeed, were the girls at Taliaferro who did not live within walking distance of that bus route."


Wolfe
Thom Wolfe (Richmond, 2 maart 1930)

 

De Hongaarse dichter János Arany werd geboren op 2 maart 1817 in Nagyszalonta. Hij stamde uit een familie van verarmde adel. Eerst werkte hij als leraar, toneelspeler en notaris. Maar al in 1846 kwam met zijn eerste novelle het succes. In hetzelfde jaar verscheen zijn meesterwerk Toldi, dat het verhaal vertelt van een held uit het volk en dat het nationale zelfbewustzijn van de Hongaren versterkte. Tijdens de Hongaarse vrijheidsstrijd van 1848/1849 schreef Arany patriotistische gedichten. Zijn hartstocht sloeg om in pessimisme en in 1877 trok hij zich uit allerlei aktiviteiten terug. Hij bleef wel schrijven en voltooide de Toldi trilogie met Toldi’s avond (1854) en Toldi’s Liefde (1879).

 

 

Auf dem Jahrmarkt

 

Ländliches Fuhrwerk, mit Schilf überdacht,
drei kleine Klepper - was habt ihr gebracht?
Habt ihr vom rötlichen Weizen geladen?
Bringt ihr vom Heu, von der Wiese den Atem?

 

Sagt mir, daheim ist gereift schon die Saat?
Kahl sind die Wiesen, vorbei ist die Mahd...
Putzige Reiher vom Schober hochoben
sehen des Schnittervolks fröhliches Toben.

 

Lange schon sahn sie so froh nicht die Schar,
da jeder Sommer nur Kummer gebar.
Kündet nun endlich dies reiche Gelände
unserem Ungarland glückliche Wende?

 

Daß es gesegnet sei, froh immerdar,
Gottes erwählte Flur, die es einst war,
als ich noch Garben beim Schnitt binden sollte,
und es nicht schaffte, sosehr ich auch wollte.

 

Weil zu der Arbeit ein Schwächling, ein Tropf,
lud ich mit Wissenschaft voll mir den Kopf,
zieh mit der Feder nun Furchen aus Worten -
stolz macht's mich nicht grad, was daraus geworden.

 

Aber seitdem ich vom Dorf weggemußt,
blieb mir für ewig ein Dorn in der Brust.
Heftiger fängt an das Herz mir zu schlagen,
seh ich dich, weizenbeladener Wagen.

 

 

 

Zynismus

 

Zynismus - werte 'Allgemeine' -
dies Wort, wird's falsch gebraucht, beweist,
daß selbst Studierte oft nicht wissen,
daß 'Hund' auf griechisch 'Kyon' heißt.

 

Nur, weil wir Ungarn bleiben wollen,
nennt man uns so?... Das find ich dreist!
Herr Doktor, lassen Sie sich raten:
Reizt diesen Hund nicht, denn er beißt!

 

Ja, dieser Hund ist eine Dogge,
die wilde Stiere schon zerriß!
An Wuchs und Stärke gleicht ihr keiner!
Sie schläft jetzt, zeigt nicht ihr Gebiß...

 

Darf ihn nun jeder Hase hänseln
wie einen Jaghund, der vergreist?...
Herr Doktor, lassen Sie sich raten:
Reizt diese Dogge nicht, sie beißt!

 

 

Vertaald door Géza Engl

 

 

arany
János Arany (2 maart 1817 – 22 oktober 1882)

 

De Russische dichter Jevgeni Baratynski werd geboren op 2 maart 1800 in Sint Petersburg. Na zijn schoolopleiding ging hij in het leger. Hij diende acht jaar in Finland, waar hij zijn eerste gedicht schreef, Eda. In 1827 kreeg hij verlof van de tsaar om zich terug te trekken uit het leger en hij vestigde zich in 1827 in de buurt van Moskou. Daar voltooide hij zijn langste werk, De zigeuner, een gedicht in de stijl van Poesjkin. Hij stierf in Napels, waar hij naar toe was getrokken wegens het mildere klimaat. Jevgeni Baratynski was langere tijd een beetje vergeten, maar kwam opnieuw in de belangstelling door toedoen van Anna Achmatova.

 

 

Confession

 

False tenderness from me do not demand,

I shan't conceal my heart's sad chill.

You're right, the lovely flame

Of my first love, has disappeared.

And when in vain I turn my thoughts

To your dear face and our old dreams:

My memories are lifeless.

I gave my word, but cannot keep it.

 

I'm not enthralled by other beauties,

Those jealous thoughts cast from your heart;

We've simply spent long years apart

My soul's distracted by life's storms.

You've faded to a shadow in my heart;

I conjured you but rarely, and with effort.

And ever weaker grew the flame,

Until it died all on its own.

I am distressed alone, you must believe. My soul craves love,

But I can never love again,

Won't lose myself again: we drink our fill

From our first love alone.

 

I grieve; but grief will pass and mark

Fate's thorough triumph over me;

Who knows? Perhaps I'll join the crowd;

Select a lover - who can tell? - no need of love.

I'll give my hand in a practical match

And she will stand beside me at the altar,

Pure, dreaming better dreams than I.

 

And I will call her mine;

But when you hear the news don't envy us:

Our secret thoughts we will not share,

Nor will our hearts' desires we indulge,

The altar will not join our hearts -

But merely join our destinies.

Farewell! For long we shared a path;

I chose a new one, you choose, too.

 

Your fruitless grief with reason temper

And, pray, do not dispute with me in vain.

We're overweak to guide our lives

And in our youthful years

The hurried vows we tender

Do but amuse omniscient fate.

 

 

De laatste dood

Het leven is er; maar met welke naam
Het te benoemen? Het is slaap noch wake;
Het zit er tussenin, en laat door waan-
zin menig menselijk verstand verzaken.

 

Vertaald door Tom Greuter

 

 

 

BARATYNSKI
Jevgeni Baratynski (2 maart 1800 – 11 juli 1844)