07-09-17

Merijn de Boer, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

 

De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

Uit:'t Jagthuys

“Binnert stond achter het gordijn terwijl ik kennismaakte met zijn moeder. Ze wist niet dat hij daar stond en ik had het aanvankelijk ook niet door.
`Hoelang doe je dit werk al?' vroeg ze.
Door de bizarre situatie duurde het even voordat ik een antwoord kon formuleren.
`Twee jaar,' antwoordde ik afwezig, terwijl ik niet naar haar maar naar het gordijn keek. De zoom kwam tot zijn kuiten: hij droeg een gele broek, rode sokken en bruinrode brogues. Waardoor het leek alsof het gordijn voeten had. Want ook het velours was geel, okerachtig, met een patroon erop van rode bloemen en sierlijke groene bladeren.
Hij had zich zo opgesteld, precies achter de grote, lichtpaarse fauteuil waarin zijn moeder zat, dat ik hem wel kon zien en zij niet.
Ze keek me belangstellend aan en vroeg: 'Mag ik vragen waarom je dit werk doet?'
`Uit idealisme,' antwoordde ik. En uit cynisme, maar dat zei ik er niet bij. Idealisme en cynisme waren een verbond met elkaar aangegaan.
`Ja, het is bijzonder dat zoiets bestaat,' zei de WOUW. Ik had er nog nooit van gehoord. Tot er op het journaal aandacht aan werd besteed. En ik dacht: dat is misschien wel iets voor mijn Binnert.'
Achter het gordijn werd een keel geschraapt maar ze hoorde het niet.
`Kan ik jou nog wat thee inschenken, Vera?' Zonder dat ik iets had geantwoord, stond ze al op.
Ondanks de warmte in de kamer droeg ze een wijde wollen jurk, die de contouren van haar lichaam haast volledig verborg. Ze had grote zware borsten, dat zag ik wel, maar waar haar heupen zich precies bevonden en of er een dikke buik onder die borsten hing, dat kon ik niet uitmaken. Waarschijnlijk wel, want anders droeg je natuurlijk niet zo'n soepjurk.
Ze duwde haar paarse bril tegen haar voorhoofd en kwam, een beetje log, met in haar hand een vergeelde theepot naar me toe. Snel hield ik mijn halfvolle kopje thee omhoog, zodat ze me makkelijker kon bijschenken. 'Ik vrees dat ik een beetje verslaafd ben aan zoethoutthee,' vertelde ze. 'Mijn dokter zegt dat het slecht is voor mijn bloeddruk maar ik drink al decennia meerdere koppen per dag en ik heb nergens last van. Heb ik nou op je mouw gemorst?"

 

 
Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

Lees meer...

07-09-16

Dolce far niente, Jo Govaerts, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

 

Dolce far niente

 

 
Resting by the Riverbank door Richard Emil Miller,1910-11

 

 

Waar ik naar verlang vandaag

Waar ik naar verlang vandaag
een frisse zomerjurk te dragen
met blote schouders, een uitgesneden
hals en rug en vooral goed
los om de heupen

waarmee ik dan de tuin in loop
de zon schijnt warm, maar de wind
houdt het draaglijk en brengt
de jurk in beweging en dan

ben jij er natuurlijk ook die
de jurk al even mooi vindt en samen
trekken we hem uit en hangen hem
aan een tak

en liggen te kijken in het gras naar
zo’n frisse zomerjurk in een boom, daar
verlang ik het meest naar vandaag.

 

 
Jo Govaerts (Leuven, 23 juni 1972)
Leuven

Bewaren

Lees meer...

07-09-15

Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

 

De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Anton Haakman op dit blog.

Uit: Tieck en zijn Runenberg

“Ludwig Tieck schreef Der Runenberg in 1802. In één nacht, lezen we in Was ich erleble van Henrik Steffens, een Noorse natuurkundige en schrijver, die Tieck in 1799 in Berlijn had ontmoet. Zij voerden gesprekken over Jakob Böhme en het dualisme van organische en anorganische natuur. Steffens vertelt hoe bij de aanblik van de bergen in Zuidoost-Noorwegen de tranen in zijn ogen sprongen: ‘Het was alsof het binnenste der aarde zijn geheime werkplaats voor mij had geopend; alsof de vruchtbare aarde met haar bloemen en haar bossen niet meer was dan een bekoorlijke maar dunne deken die geheime schatten verborg, en dat die deken hier was opengeslagen, afgestroopt, om mij omlaag te trekken in de wonderbaarlijke diepte die zich voor mij opende. Het maakte een ronduit fantastische indruk op mij, en het is mogelijk dat mijn levendige beschrijving voor Tieck aanleiding is geweest, zijn novelle* Der Runenberg te schrijven, over iemand die gedreven door een stil verlangen naar de verborgen geheimen van het woeste gebergte, de vruchtbare vlakte verlaat en die, op demonische wijze verlokt en tot waanzin gedreven, denkt dat hij grote schatten heeft ontdekt, terwijl hij moeizaam met een zak vol waardeloze stenen sleept. Tieck heeft toegegeven dat hij bij het schrijven van deze novelle aan mij heeft gedacht.’
Behalve door de gesprekken met Steffens moet Tieck ook zijn beïnvloed door Schellings Ideeen zu einer Philosophie der Natur, 1799 en Von der Weltseele, 1798. De natuur is bij de jonge Tieck een symbool voor, of een afspiegeling van de gemoedsaandoeningen van zijn personages. Hij schildert stemmingen door landschappen te beschrijven. De ruisende beek, de bomen, de stenen, ze leiden een bijna even menselijk leven als degene die ze ervaart. Steffens zag in Tieck een ‘Ästhetiker der Seele’.
De ‘novelle’ begint als een sprookje. Christian, een tuinderszoon, trekt de wijde wereld in omdat de vlakte, het dorp, de omheinde tuin en het huis van zijn vader hem te benepen zijn geworden. Hij trekt als jager het gebergte in en ontmoet, of droomt, daar het Waldweib, een verschijning van een bovenmenselijke en verschrikkelijke schoonheid en gestalte. Zij is een personificatie van het gebergte, Tiecks beschrijving maakt dat duidelijk. Haar lied heeft de klank van het metaal, het gesteente en het kristal dat haar omringt, haar reusachtige lichaam is als marmer. Zij overhandigt Christian plechtig, Antichristelijk zelfs, een wonderlijk stenen tablet met runetekens: ‘Neem dit te mijner gedachtenis’.

 

 
Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)
Carl Christian Vogel von Vogelstein,: De beeldhouwer David D`Angers portretteert Ludwig Tieck, 1834

Bewaren

Lees meer...

07-09-14

Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

 

De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Anton Haakman op dit blog.

Uit: Byron als vampier

“Polidori kende Byron van zeer nabij. Hij had hem, als lijfarts, vergezeld op diens reis door de Nederlanden, Duitsland en Zwitserland, en hij was goed op de hoogte van de uitspattingen van deze elegante verleider. Op verzoek van Byrons uitgever hield hij een dagboek bij van Byrons doen en laten. Het verscheen postuum in gekuiste, verminkte vorm. Polidori was grenzeloos jaloers op Byron. ‘Wat kan jij beter dan ik?’ vroeg hij toen ze door Duitsland reisden, langs de Rijn. Byron antwoordde: ‘Ik kan die rivier zwemmend oversteken, ik kan die kaars op twintig pas afstand snuiten met een pistoolschot, en ik heb een gedicht geschreven waarvan op één dag 14.000 exemplaren zijn verkocht.’ (The Corsair). Daarop wilde Polidori vergif uit zijn medicijnkist innemen, maar Byron verhinderde dat. Toen Byron in Zwitserland had kennisgemaakt met Shelley, was Polidori zo jaloers vanwege hun vriendschap dat hij Shelley uitdaagde voor een duel en Byron sloeg met een pook. Byron schreef later aan Murray: ‘Ik heb nog nooit zo gewalgd van een menselijk produkt als van die eeuwige onzin, die pesterijtjes, die leeghoofdigheid, dat slechte humeur en de ijdelheid van die jongeman.’ Wel gaf hij toe dat Polidori gevoel voor humor had, en talent.
Talloos zijn de overeenkomsten tussen Polidori en zijn personage Aubrey. Zo was Polidori door zijn familie gewaarschuwd voor Byron, die Engeland in 1816 vanwege zijn zeer slechte reputatie en zijn schulden voorgoed verliet. Eén overeenkomst was profetisch: Polidori is op zijn vijfentwintigste krankzinnig gestorven.
Polidori's verhaal, waarin de motieven van de vampier altijd sexueel bepaald zijn, is gemodelleerd naar Byron - de slachtoffers zijn allen vrouwen - maar tegelijk naar de adelstand waar deze toe behoorde, met haar recht op de dochters van onderdanen, en haar belangstelling voor het blauwe bloed, en voor het rode bloed dat werd vergoten in oorlogen. Een stand die in die tijd dood was, maar toch niet dood, ‘ondood’ zoals dat heet in de latere vampierliteratuur, en bijna legendarisch. Een stand die nog over een sexuele macht en privileges beschikte waar de burger tegen opzag en over fantaseerde. Aubrey fantaseert over Ruthven, maakt van hem een droom-object, een vampier, dat wil zeggen een symbool van extreme losbandigheid.”

 

 
Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)
Byron als Don Juan door Alexandre-Marie Colin, 1831

Lees meer...

07-09-13

Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

 

De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Anton Haakman op dit blog.

 

Uit: Herfsttaferelen

 

“Het seizoen is geopend. Sint Maarten hebben we gehad, Sint Nicolaas werpt dreigend zijn schaduw vooruit, en dan krijgen we ook nog het kerstfeest en Oud en Nieuw, dagen van Jamin en wild en gevogelte en bezinning.

Het jachtseizoen is open. De man die in de altijd gure Sint Maartensavond eerst bijna onhoorbaar gezang heeft gehoord en ver weg wiebelende lichtjes heeft gezien, betreedt een huiskamer vol kinderen en hoort het kraken onder zijn lompe, nu al winterse laarzen. Met een schok komt hij tot het besef dat hij op een kinderziel trapt. Pepernoten zijn het die daar kraken - nu al, en een koetjesreep, een bounty. Want de kinderen hebben op kranten op de vloer tableau gemaakt, na de grote jacht op snoep.

Tableau: gerangschikte groep van het op een jachtpartij geschoten wild. Tableau maken, het is altijd een schilderachtige gebeurtenis geweest waarvan het resultaat doorgaans niet werd geschilderd en ook niet noodzakelijk hoeft te worden gefotografeerd.

Het schouwspel heeft iets van een tableau vivant: een groep mensen beeldt, onbeweeglijk als een wassenbeeldengroep, een historisch tafereel uit. Napoleon zet zichzelf de keizerskroon op het hoofd. Yje Wijkstra schiet vier veldwachters neer; roerloos, en toch niet voor de eeuwigheid bedoeld. Wanneer het doek valt maken de spelers snel een paar kniebuigingen om uit hun verstijving te geraken.

Het tableau is een ongeschilderd stilleven, en tegelijk een groepsfoto waar geen camera aan te pas komt. Nature morte, tableau vivant. Leven en dood te zamen niet-vereeuwigd. Herfst. “

 

 

 

Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)

Lees meer...

07-09-12

Edith Sitwell, Michael Guttenbrunner, Anton Haakman, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni

 

De Engelse dichteres en schrijfster Edith Sitwell werd geboren op 7 september 1887 in Scarborough. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Edith Sitwell op dit blog.

 

 

Answers

 

I kept my answers small and kept them near;
Big questions bruised my mind but still I let
Small answers be a bullwark to my fear.

The huge abstractions I kept from the light;
Small things I handled and caressed and loved.
I let the stars assume the whole of night.

But the big answers clamoured to be moved Into my life.

Their great audacity
Shouted to be acknowledged and believed.

Even when all small answers build up to
Protection of my spirit, still I hear
Big answers striving for their overthrow.

And all the great conclusions coming near.

 

 

 

 

Portrait Of A Barmaid

 

Metallic waves of people jar
Through crackling green toward the bar

Where on the tables chattering-white
The sharp drinks quarrel with the light.

Those coloured muslin blinds the smiles,
Shroud wooden faces in their wiles —

Sometimes they splash like water (you
Yourself reflected in their hue).

The conversation loud and bright
Seems spinal bars of shunting light

In firework-spurting greenery.
O complicate machinery

For building Babel, iron crane
Beneath your hair, that blue-ribbed mane

In noise and murder like the sea
Without its mutability!

Outside the bar where jangling heat
Seems out of tune and off the beat —

A concertina's glycerine
Exudes, and mirrors in the green

Your soul: pure glucose edged with hints
Of tentative and half-soiled tints.

 

 

 

Edith Sitwell (7 september 1887 - 9 december 1964)

Lees meer...

07-09-11

Edith Sitwell, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Anton Haakman, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Henry Morton Robinson

 

De Engelse dichteres en schrijfster Edith Sitwell werd geboren op 7 september 1887 in Scarborough. Zie ook mijn blog van 7 september 2008 en ook mijn blog van 7 september 2009 en ook mijn blog van 7 september 2010.

 

 

Clowns' Houses

 

BENEATH the flat and paper sky
The sun, a demon's eye,
Glowed through the air, that mask of glass;
All wand'ring sounds that pass

Seemed out of tune, as if the light
Were fiddle-strings pulled tight.
The market-square with spire and bell
Clanged out the hour in Hell;

The busy chatter of the heat
Shrilled like a parakeet;
And shuddering at the noonday light
The dust lay dead and white

As powder on a mummy's face,
Or fawned with simian grace
Round booths with many a hard bright toy
And wooden brittle joy:

The cap and bells of Time the Clown
That, jangling, whistled down
Young cherubs hidden in the guise
Of every bird that flies;

And star-bright masks for youth to wear,
Lest any dream that fare
--Bright pilgrim--past our ken, should see
Hints of Reality.

Upon the sharp-set grass, shrill-green,
Tall trees like rattles lean,
And jangle sharp and dissily;
But when night falls they sign

Till Pierrot moon steals slyly in,
His face more white than sin,
Black-masked, and with cool touch lays bare
Each cherry, plum, and pear.

Then underneath the veiled eyes
Of houses, darkness lies--
Tall houses; like a hopeless prayer
They cleave the sly dumb air.

Blind are those houses, paper-thin
Old shadows hid therein,
With sly and crazy movements creep
Like marionettes, and weep.

Tall windows show Infinity;
And, hard reality,
The candles weep and pry and dance
Like lives mocked at by Chance.

The rooms are vast as Sleep within;
When once I ventured in,
Chill Silence, like a surging sea,
Slowly enveloped me.

 

 

 

Edith Sitwell (7 september 1887 - 9 december 1964)

Portret door Stanley Lench, 1960

Lees meer...

07-09-10

Edith Sitwell, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Anton Haakman, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Henry Morton Robinson

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 7e september mijn blog bij seniorennet.be

  

Edith Sitwell, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Anton Haakman, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Henry Morton Robinson

07-09-09

Edith Sitwell, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Anton Haakman, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni



De Engelse dichteres en schrijfster Edith Sitwell werd geboren op 7 september 1887 in Scarborough.

 

 

The Fan 

 

LOVELY Semiramis

Closes her slanting eyes:

Dead is she long ago.

From her fan, sliding slow,

Parrot-bright fire's feathers,

Gilded as June weathers,

Plumes bright and shrill as grass

Twinkle down; as they pass

Through the green glooms in Hell

Fruits with a tuneful smell,

Grapes like an emerald rain,

Where the full moon has lain,

Greengages bright as grass,

Melons as cold as glass,

Piled on each gilded booth,

Feel their cheeks growing smooth.

Apes in plumed head-dresses

Whence the bright heat hisses,--

Nubian faces, sly

Pursing mouth, slanting eye,

Feel the Arabian

Winds floating from the fan.

 

 

 

 

 

Four in the Morning 

 

Cried the navy-blue ghost

Of Mr. Belaker

The allegro Negro cocktail-shaker,

"Why did the cock crow,

Why am I lost,

Down the endless road to Infinity toss'd?

The tropical leaves are whispering white

As water; I race the wind in my flight.

The white lace houses are carried away

By the tide; far out they float and sway.

White is the nursemaid on the parade.

Is she real, as she flirts with me unafraid?

I raced through the leaves as white as water...

Ghostly, flowed over the nursemaid, caught her,

Left her...edging the far-off sand

Is the foam of the sirens' Metropole and Grand;

And along the parade I am blown and lost,

Down the endless road to Infinity toss'd.

The guinea-fowl-plumaged houses sleep...

On one, I saw the lone grass weep,

Where only the whimpering greyhound wind

Chased me, raced me, for what it could find."

And there in the black and furry boughs

How slowly, coldly, old Time grows,

Where the pigeons smelling of gingerbread,

And the spectacled owls so deeply read,

And the sweet ring-doves of curded milk

Watch the Infanta's gown of silk

In the ghost-room tall where the governante

Gesticulates lente and walks andante.

'Madam, Princesses must be obedient;

For a medicine now becomes expedient--

Of five ingredients--a diapente,

Said the governante, fading lente...

In at the window then looked he,

The navy-blue ghost of Mr. Belaker,

The allegro Negro cocktail-shaker--

And his flattened face like the moon saw she--

Rhinoceros-black (a flowing sea!).

 

 

 

 

Sitwell
Edith Sitwell (7 september 1887 -  9 december 1964)

Portret door Roger Fry


 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Michael Guttenbrunner werd geboren op 7 september 1919 in Altenhofen.

 

 

In den Abruzzen

 

Wer wandert auf baumlosen Bergen,
über dem Abgrund des Meeres?
Wer sitzt am Fluß
im Tal der Zikaden
und sieht, wie das Licht auf Gipfel
strahlende Füße setzt?
Die Berge rühren sich nicht.
Still wachsen die Schatten der Steine.
Der Saumpfad ist leer, ohne Schritt.
Kein klirrendes Rad rührt den Staub.

 

 

 

 

Bauernmädchen

 

Leicht gebeugt unter schweren Bürden
schreiten sie über die Hügel,
barfüßig, auf bloßen Sohlen.
Schleppende Röcke umrauschen lautlose Schritte.
Auf Schultern und Brüsten
leimt nasses Leinen.
Unter den tropfenvollen Haarflechten
glänzen gezähmte Gesichter im Nebelgrau.
Vorüber wallen sie gleich Bildern,
noch feucht vom Gottesfinger
schon in Schweiß gebadet,
gepeitscht, gestriegelt vom Regengusse.

 

 

 

 

 

guttenbrunner
Michael Guttenbrunner (7 september 1919 – 12 mei  2004)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Margaret Landon werd geboren op 7 september 1903 in Somers, Wisconsin.

 

Uit: Anna and the King of Siam

 

„Louis ran shouting with the news to the circus performers, and the Newfoundland gravely padded after him. "Stay with him, Beebe," the woman directed in Malay.

"Beebe and Bessy take good care of you and Louis, don't they?" asked the captain.

"Yes, they're very faithful." She smiled faintly, her eyes on the hurrying back of the ayah. "Beebe and Moonshee have been with me since before I was married, you know. And good old Bessy is a member of the family, too. She'd guard us with her life."

Captain Orton stood silent a moment. A puff of fresh wind blew the woman's curls back. "Mrs. Leonowens, that ought to be a man's job," he said in a low voice to the pink ear that hardly reached his shoulder. "A maid, a dog, and an old Persian professor aren't enough. I don't like your going in there. For some women, yes. For you, no. People go in there and never come out again." Dark color moved under the clear tan. "Forgive me for saying so much, but you can't even imagine what it will be like."

"You forget that I've lived in the Orient ever since I was fifteen."

"Yes, in British colonies with British soldiers to protect you. This is Siam!"

The woman bit her lip, but did not turn her eyes toward him. "I can't go back now. I've given my word."

"You will not go back now?"

"I cannot!"

He paused, hesitating, then forged ahead. "There's always Mr. Cobb. He's a gentleman and rich!"

She flushed deeply. When she did not speak, he went on in a savage voice, but low. "There is also myself, as you know. Perhaps not a gentleman, and certainly not rich!"

She turned to him then, the deep brown eyes full of tears. "Dear Captain Orton, don't belabor yourself so! To me you are a gentleman, a kind gentleman who has made this difficult trip endurable. But--please try to understand, that for me there has only ever been one man--Leon--and now that he's--gone--there will never be anyone else." She looked out across the water, but her eyes were unseeing. A tear ran down her cheek and she dried it hurriedly with a handkerchief. The man leaned on the rail beside her.

"Mrs. Leonowens, you're too young to bury your heart in a grave." There was a note of pleading in his voice. "Believe me, I would not ask much. Just to take care of you, and Avis, and Louis."

She answered slowly, "But I can't give even that little. I don't know why, but I haven't it left to give." She lifted her face toward his and for a long moment he looked deeply into her eyes, then turned away scowling. Halfway down the deck he wheeled and came back. "I'll be in port every month. If ever you need me, the Chow Phya and I are at your service." And he was gone without waiting for a reply.

The sun was hot now. Sighing, but a little reassured, the slight, graceful woman went below.“

 

 

 

 

MargaretLandon
Margaret Landon (7 september 1903 – 4 december 1993)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum.

 

Uit: Panopticum

 

„De eerste gasten

 

1

 

‘Toen we van het feest terugkwamen, brandde overal de verlichting. Er stond een ladder onder de kamer van de Hollander. De achterdeur was open en een van.de terrasdeuren lag aan scherven. Overal, maar dan ook letterlijk overal lag bloed. De Hollander en zijn dochtertje waren verdwenen. Het arme kind, wat zal ze niet meegemaakt hebben... Gelukkig hadden we hem vooruit laten betalen. Nee, nooit meer Hollanders.’

Dit, of woorden van gelijke strekking, moet de nieuwe eigenaar van het hotel hebben gezegd tegen ieder die het wilde horen. Behalve aan de gendarmes.

Nu ik, veilig thuisgekomen, niet zonder tevredenheid de helder witte zwachtel om mijn opnieuw ontsmette en verbonden voet heb bezien, kan ik een poging wagen om enigszins ordelijk verslag uit te brengen van de dramatische gebeurtenissen die zich hebben afgespeeld in een hotel in Zuid-Frankrijk en die op de Franse nationale feestdag hun climax bereikten.

Omdat mijn dochtertje, dat in augustus leerplichtig wordt, nog gauw uit eigen beweging een en ander wilde leren, waaronder de schoolslag, en omdat ikzelf een glimp wilde opvangen van de zon, waren we vertrokken naar het zuiden van Frankrijk. We waren niet de enigen, haast alle hotels waren vol, en zeker die met een zwembad. Maar we herinnerden ons een erg afgelegen herberg waar we twee jaar eerder een paar dagen rustig hadden kunnen baden en slapen. Vanuit Nîmes belde ik op. Een mannenstem die ik niet kende informeerde bars naar het aantal personen en het aantal nachten. En of we ook in het hotel zouden eten. Dat laatste klonk als voorwaarde, daarom antwoordde ik: ‘Vanavond wel, vanmiddag niet,’ in het midden latend waar we de volgende twee dagen zouden eten. Want ik herinnerde me het restaurant als heel plezierig vanwege het riante, op de verdieping gelegen terras, maar matig van spijzen en naar verhouding nogal duur.“

 

 

 

 

 

Haakman
Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bilderdijk werd geboren op 7 september 1756 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 7 september 2006 en ook mijn blog van 7 september 2007.

 

 

De krekel

 

Voor schatten is uw heil

Niet veil,

Door woorden niet te melden ;

ô Krekel, die, op d'eikenbast,

U met een luttel daauws vergast

En huppelt door de velden !

 

Waar gij, op akkers, graan

Ziet staan,

In voren, zaadtjens schieten

Voor u is 't, dat het koren wast ;

En wat de boer in schuren tast,

Gij moogt het al genieten.

 

De noeste boer besteedt

Zijn zweet

Voor u, voor uw genoegen :

En als uw suizen hem vermaakt,

De vorsch rikkikt, het eendtjen kwaakt,

Vergeet hij al zijn zwoegen.

 

Gij zijt geen haatlijk leed-

profeet,

Als duizend onweêrkraaiers

Maar, zomerboô, maar zongezant,

Bevestigt ge aan 't bezwangerd land

De onzeekre hoop des zaaiers.

 

Gij draagt de gunst der Min

-godin ;

 

Der Heliconiaden ;

Apol verleende u in den snuit

Een zoet en zangerig geluid,

Waar aan geen jaren schaden.

 

En matig, en benij-

dingvrij,

In altijd vroolijk zingen ;

Bereikt ge, ô kleen en bloedloos dier,

Den staat der hooge Goden schier,

En spot met stervelingen.

 

 

 

 

 

Bilderdijk
Willem Bilderdijk (7 september 1756 – 18 december 1831)

Schilderij door Cornelis van Cuylenburg, 1795

 

 

 

 

 

De Duits – Israëlische dichteres en schrijfster Jenny Aloni (eig. Jenny Rosenbaum werd geboren op 7 september 1917 in Paderborn. Zie ook mijn blog van 7 september 2007. 

 

 

Impression, September

 

Äste halten den Himmel vergittert

hinter den Blättern der Sykomore,

der letzten im Brachland der Seelen.

Nestgestrüppe stopfen

schwarze Knoten in das Wolkenlose.

Schwärme schmarotzender Fliegen

schwirren erregt um Gürtel

süß gegorener Feigen.

Ein Telegraphendraht zerschneidet

das endenlose Nichts zu langer Sommer

in zwei leere Ewigkeiten.

In ihnen schillert fremd der blaue Vogel

mit dem krummen Schnabel

fischefangender Jäger.

Sein harter, einsamer Ruf

kämmt lockend die dunklen

Stämme der Zypressen.

 

 

 

 

 

Sommerblumen

 

Du aber irrtest, die du wähntest, der Glutenwind des Sommers habe alle Blumen verbrannt, alle außer den Disteln. Vielleicht glaubtest du es, weil dein bildermüdes Auge zu eilig über die gelbbraunen Ebenen und Berghänge hastete auf rasender Fahrt von einer Stadt zur anderen. Jetzt da du Lärm und grellen Farben entflohst in die Stille deines abgelegenen Hauses, erkanntest du deinen Irrtum. Durch einen Totenacker der Frühlingsblumen führt dich ein schmaler Pfad zum nächsten Dorf. Dürre Blätter auf fahlen Stielen knistern noch immer den eigenen Sterbegesang, wenn dein Fuß an die ineinander verstrickten Stengel stößt oder ein seltener Lufthauch sie bewegt. Zwischen ihnen, wie unter gelben Strohschirmen vor der stechenden Sonne geschützt, öffnen die Blumen des Sommers ihre Kelche, namenlos für dich, die du sie nicht zu benennen weißt. Durch wasserlose Monate tragen sie die winzigen Blüten, ein blasses Rot, ein mattes Blau, ein leises Gelb. Mit dem spärlichen Naß frühen Nebeltaues begnügen sie sich. Sie blühen den ganzen trockenen Sommer hindurch, bis die Pflanzen des Regens, breiter und stämmiger als sie aus der Erde auftreiben und sie in dem Wust des üppigen Grüns ersticken.

 

 

 

 

Aloni
Jenny Aloni (7 september 1917 – 30 september 1993)

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 7 september 2008.

 

07-09-08

Edith Sitwell, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Anton Haakman, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni


De Engelse dichteres en schrijfster Edith Sitwell werd geboren op 7 september 1887 in Scarborough. Haar ouders waren Sir George Sitwell, 4. Baronet of Renishaw Hall en Lady Ida Emily Augusta Denison. Sitwell beweerde later van de Plantagenets af te stammen. Zij had twee jongere broers, Osbert en Sacheverell Sitwell, die zelf ook een succesvolle literaire loopbaan kenden. Met hen werkte zij wel samen, maar de relatie met haar ouders was moeilijk. Toen zij 25 jaar was vertrok Sitwell naar Londen. Haar eerste gedicht The Downed Suns publiceerde zij in 1913 in de Daily Mirror. In 1915 verscheen de bundel The Mother and Other Poems en tussen 1916 en 1921 werkte zij samen met haar broers aan Wheels, een bloemlezing. Sitwells huis werd later een trefpunt van jonge schrijvers waarmee zij bevriend wilde raken en die zij ook steunde. Daaronder waren o.a. Dylan Thomas, Aldous Huxley en Denton Welch. Ook zorgde zij ervoor dat het werk van Wilfred Owen na diens dood kon verschijnen. In de jaren dertig verbleef zij lang in Parijs en raakte wat op de achtergrond, maar de bundels Street Songs (1942), The Song of the Cold (1945) en The Shadow of Cain (1947) kregen weer een goed onthaal. Haar bekendste gedicht is wellicht Still Falls the Rain, dat de Duitse luchtaanvallen beschrijft en dat door Benjamin Britten op muziek werd gezet. In 1954 werd zij Dame Commander of the Order of the British Empire en daarmee in de adelstand verheven.

 

 

 

Still Falls the Rain

 

Still falls the Rain---
Dark as the world of man, black as our loss---
Blind as the nineteen hundred and forty nails
Upon the Cross.

Still falls the Rain
With a sound like the pulse of the heart that is changed to the hammer-beat
In the Potter's Field, and the sound of the impious feet

On the Tomb:
Still falls the Rain

In the Field of Blood where the small hopes breed and the human brain
Nurtures its greed, that worm with the brow of Cain.

Still falls the Rain
At the feet of the Starved Man hung upon the Cross.
Christ that each day, each night, nails there, have mercy on us---
On Dives and on Lazarus:
Under the Rain the sore and the gold are as one.

Still falls the Rain---
Still falls the Blood from the Starved Man's wounded Side:
He bears in His Heart all wounds,---those of the light that died,
The last faint spark
In the self-murdered heart, the wounds of the sad uncomprehending dark,
The wounds of the baited bear---
The blind and weeping bear whom the keepers beat
On his helpless flesh... the tears of the hunted hare.

Still falls the Rain---
Then--- O Ile leape up to my God: who pulles me doune---
See, see where Christ's blood streames in the firmament:
It flows from the Brow we nailed upon the tree

Deep to the dying, to the thirsting heart
That holds the fires of the world,---dark-smirched with pain
As Caesar's laurel crown.

Then sounds the voice of One who like the heart of man
Was once a child who among beasts has lain---
"Still do I love, still shed my innocent light, my Blood, for thee."

 

 

 

 

By The Lake

 

ACROSS the flat and the pastel snow
Two people go . . . . 'And do you remember
When last we wandered this shore?' . . . 'Ah no!
For it is cold-hearted December.'
'Dead, the leaves that like asses's ears hung on the trees
When last we wandered and squandered joy here;
Now Midas your husband will listen for these
Whispers--these tears for joy's bier.'
And as they walk, they seem tall pagodas;
And all the ropes let down from the cloud
Ring the hard cold bell-buds upon the trees--codas
Of overtones, ecstasies, grown for love's shroud

 

 

 

 

 

 

edith_sitwell

Edith Sitwell (7 september 1887 -  9 december 1964)

Roger Eliot Fry "Portrait of Edith Sitwell

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Michael Guttenbrunner werd geboren op 7 september 1919 in Altenhofen. Hij werkte als paardenknecht tot hij in 1937 ging studeren aan de Weense Grafische Lehr- und Versuchsanstalt. Omdat hij weigerde het Horst-Wessel-Lied  te zingen werd hij van school gestuurd. Twee maal werd hij gearresteerd wegens aktiviteiten voor de verboden Sociaaldemocraten. Na WO II bleef hij herinneren aan de verschrikkingen van de oorlog, iets wat hem vaak niet in dank werd afgenomen en tot een omstreden figuur maakte. In 1994 werd hij wel door de universiteit van Klagenfurt gepromoveerd tot doctor honoris causa.

 

Uit: Im Machtgehege IV

 

“Neunzehnhundertdreißig übersiedelten wir von Treibach-Althofen nach Welzenegg bei Klagenfurt, damals noch im Gebiet der Gemeinde St. Peter. Auf der Nordseite eines Waldes, der von Schloß Welzenegg bis zur Pischeldorferstraße reichte und das "Welzenegger Schachtel" hieß, wurde Ackerboden zu Baugrund parzelliert; und alsbald siedelten dort, in meist selbstverfertigten Häusern und Hütten, arme Leute, zu denen auch wir zählten. Wir lebten dort übrigens zum ersten und zum letztenmal unter Slowenen. In den ersten Jahren hörten wir in unserer Umgebung mehr "Windisch" als Deutsch. Für diejenigen, die es noch nicht wissen, sei hier bemerkt, daß Windisch und Slowenisch dasselbe sind. Seit aber der ins Hitlertum gemündete politische Germanismus versucht hat, durch seine Deutung des Worts das Slowenentum politisch zu spalten, wollen die Slowenen die Bezeichnung "Windisch" nicht mehr dulden.

 

(…)

 

Ein Dichter aus Tirol, der mit seinen dramatischen Appellen für das Lebensrecht der Armen, der "Zukurzgekommenen", großen Erfolg gehabt hat und heute in Irland lebt, hat einem Frager geantwortet: Er wolle Kranewitter inszenieren, und zwar "ganz brechtisch". Das war wohl nicht bedacht, aber doch ganz knechtisch, automatisch dem Zeitgeist, der Mode unterworfen. Aber der Frager auch, sonst hätte er den blindlings reagierenden Dichter auch gefragt: Warum und mit welchem Recht wollen Sie Kranewitter nicht authentisch, sondern "ganz brechtisch" spielen? Und er hätte die Frage auf den Punkt gebracht: Ich dachte, Sie sind ein Dichter des Mitleids, der Sozialen Misere, des Naturrechts und des Menschenrechts. Jetzt sehe ich einen Speichellecker der Mächtigen und der Mode vor mir. Sie schlachten ein Menschopfer und zerstören das Eigentum eines Toten. Sie ziehen Kranewitter die Haut ab und werfen ihn dem Götzen der kritischen, dialektisch verzauberten Erfolgsanbeter in den Schlund.”

 

 

 

 

 

michaelguttenbrunner2
Michael Guttenbrunner (7 september 1919 – 12 mei  2004)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Margaret Landon werd geboren op 7 september 1903 in Somers, Wisconsin. Zij was een van de drie dochters uit een streng gezin van Methodisten. Zij voltooide haar opleiding in 1925 aan Wheaton College in Wheaton., Illinois. Zij gaf een jaar lang les en trouwde toen. In 1927 vertrokken zij en haar man naar Thailand om er als missionaris te werken. Ze las veel over het land en verdiepte zich ook in het leven van de Engelse schrijfster en lerares Anna Leonowens. Toen de familie in 1937 naar de VS terugkeerde begon Landon met schrijven. Haar roman over Leonowens, Anna and the King of Siam,  werd meteen bij verschijning in 1944 een bestseller. Een boek over haar eigen ervaringen Never Dies the Dream uit 1949 had al veel minder succes.

 

Uit: Anna and the King of Siam

 

“The Siamese steamer Chow Phya, most modern of the ships plying between Singapore and Bangkok, came to anchor outside the bar at the mouth of the River Chow Phya. A troupe of circus performers were hanging over the rails trying to catch the first glimpse of the country whose king had invited them to entertain his extensive family. Their trained dogs were barking and snarling at the two dogs belonging to the captain of the ship, George Orton, but Jip and Trumpet were disdainful and superior.

Somewhat apart from the rough and laughing group an Englishwoman was leaning against the rail. Her dress of lavender mull had a neat high collar and modest wrist-length sleeves. She was slender and graceful as she stood there with a light breeze ruffling her full skirts. Chestnut curls framed a face that was pretty except for the rather prominent nose. Her dark eyes were turned toward the line on the horizon that was land. She stood almost motionless, fingering a curious brooch on her breast, a gold brooch into which were set two tiger claws. Beside her a Newfoundland dog stood as quiet as she.

The circus dogs came close, sniffed and barked, but the Newfoundland did not return their greeting. She was aloof, reposeful, dignified, not to be cajoled into confidences with strange dogs. She kept her eyes fixed on her mistress' face as it looked across the water to the distant shore.

The sun rose higher. Golden rays danced and sparkled on the slow blue swells of the gulf. The laughter and shouting on deck continued. The dogs raced about. But the woman was as remote from the confusion as if she were separated from it by an invisible wall.

A carefully dressed boy of about six came up from below deck, followed by a Hindustani nurse in a richly patterned sari. He had the same look of good bones, the same delicate air of breeding that distinguished the woman at the rail. His brown hair was curly and his brown eyes danced.

"Mama, Mama," he cried, dashing up to the still figure. "Are we there? Are we there?"

She turned to him with a smile. "Yes, Louis. We are there. In a little while we'll be in Bangkok. Shall we not, Captain Orton?" she inquired of the bronzed young man in an immaculate uniform who had stepped up behind her son.

"We'll go over the bar with the tide," the officer answered, "and you'll sleep on shore tonight."

 

 

 

 

Landon
Margaret Landon (7 september 1903 – 4 december 1993)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Haakman debuteerde in 1979 met ‘Uitvluchten’, een verhalenbundel. Naast schrijver is Haakman ook cineast, filmcriticus en vertaler van vooral Italiaanse literatuur. Hij is vooral gefascineerd door alchemie en uitvinders van bijzondere machines, waarmee illusies kunnen worden opgewekt. Haakman was van 1981 tot en met 1992 redacteur van het literaire tijdschrift De Revisor.
 
Van hem verschenen onder andere Helse Machines (1990), De onderaardse wereld van Athanasius Kircher (1991) en De derde broer (1995).

 

Uit: De onderaardse wereld van Athanasius Kircher

“Via een vertrek met antiek landbouwgereedschap bereiken we de ruimte waar niet meer dan één vitrine aan Kircher is gewijd.
Dit is dus het Kirchermuseum waarvan mijn encyclopedie gewaagt.
In de vitrine hangt een kaart met de tekst:
‘Athanasius Kircher werd in 1602 geboren te Geisa, als zoon van Dr. Johann Kircher, drost van Haselstein. Hij studeerde in Fulda, Paderborn, Keulen, Koblenz en Mainz.
Evenals zijn vader was hij een aanhanger van de Contrareformatie. Als jezuïet werd hij, na leraar te zijn geweest in Würzburg, Koblenz, Heiligenstadt, Lyon en Avignon, door paus Urbanus VIII benoemd tot hoogleraar in de wiskunde aan het Collegium Romanum. Dat bood de jonge, ijverige geleerde ruime mogelijkheden om zijn wetenschappelijke werk te verrichten. Hij werd een van de grootste universele geleerden aller tijden.
Athanasius Kircher stierf in Rome in het jaar 1680. Zijn nalatenschap bestaat uit 44 gedrukte boeken en 114 documentbanden. ‘
Henning vraagt of deze tekst, die hij zelf heeft opgesteld, mijn goedkeuring kan wegdragen. Met die ‘documentbanden‘ wordt kennelijk Kirchers correspondentie bedoeld. Zijn voor de Kerk soms compromitterende, gedeeltelijk gecensureerde brieven worden angstvallig bewaakt in de bibliotheek van de pauselijke universiteit; sinds jaren is die documentatie voor vrijwel niemand toegankelijk. Het vermelde aantal boeken is wat overdreven, maar verder klopt het wel. Ik knik en zeg dat het wezenlijke dat in zo'n korte tekst kan worden aangegeven, er inderdaad in staat.”

 

 

 

 

anton-haakman
Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)

 

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bilderdijk werd geboren op 7 september 1756 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 7 september 2006 en ook mijn blog van 7 september 2007.

 

 

Misbruik.

 

Ziet men aan de dorenstruiken

’t Geurig roosje niet ontluiken,

Lentes uitgezochte roem?

Ook de distel, ook de netel,

Heeft haar plaats om Floraas zetel,

Ieder braamsteng draagt haar bloem.

 

Ach, in alles is genieten;

Slechts het misbruik schept verdrieten.

Waarom grijpt ge woest in ’t rond?

Laat uw ogen dankbaar weiden

Waar de schoonheên zich verspreiden;

’t Is niet al voor hand of mond.

 

Ieder zintuig heeft zijn waarde;

Ieder heeft zijn deel op aarde:

Riek het bloempje; smaak de vrucht;

Zie Natuur haar kleed schakeren;

Hoor het boskoor kwinkeleren;

Voel de zoele kus der lucht!

 

Waan niet, als een God der Goden!

Alles onder uw geboden;

Dienstbaar aan uw grilligheden!

Stervling, stel uw zwelgzucht palen;

Waar Gods weldaân op u dalen,

Wees met wat Hij schenkt tevreden.

 

 

 

 

 

Bilderdijk
Willem Bilderdijk (7 september 1756 – 18 december 1831)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 7 september 2007.

 

De Duits – Israëlische dichteres en schrijfster Jenny Aloni (eig. Jenny Rosenbaum werd geboren op 7 september 1917 in Paderborn.