01-08-17

Gerrit Krol, Frans Pointl, Mehis Heinsaar, Ko Un, Edward van de Vendel, Jim Carroll, Juan Filloy, Anne Hébert, Herman Melville

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol werd geboren op 1 augustus 1943 in Groningen. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

 

Zomer

Het land is warm.
De weg is wit.

Het duin is leeg.
De zee is stil.

De zon is grijs.
De dag is heel.

 

 

Terwijl je loopt

Komt er in de natuur een rechte lijn voor
denk je;
de horizon is er een
en de zgn. pijpestelen als het giet,
spiegelbeelden in een waterplas,
de lijn die ze van de wereld scheidt - alleen
met je oog half
in het water zie je dat precies;
evenwicht is ook zoiets, een vrouw
als ze, de handen gevouwen
om haar knie, met je praat, het tere
streepje dat ze heeft, een paar
stralen van de zon, perspectief geeft dat
aan een wolk, de lijnen die van sterren
beelden maken of van sommige
bloemen vijfhoeken, daarmee bedoel je
dan jezelf, een mol
ben je op de grens van aarde en lucht.

 

 

God

Het laatste nieuws van de theologie
wat niet zo wetenschappelijk is,
tenminste wel leuk, is het geloof
dat op een middag in het verleden
op een bergwei die er niet meer is
een man is neergestreken,
zijn plaid heeft uitgelegd
en daarop heeft gegeten, dat deze man
niemand anders was dan God -
te weten dat aldus uit Zijn Picknick,
nadat hij weer was opgestegen,
uit wat hij achterliet onverhoeds
of verhoeds, dat is ons niet gegeven,
dat uit Zijn Schillen en Zijn Dozen
na eeuwen en eeuwen regen
de eerste Paddestoel, de eerste mens,
en daaruit ons geslacht is voortgekomen.

En daarom zet Hij op ons Zijn claim,
omdat Hij de eerste was, en nu alleen.
Wij groeien op met dovemansoren.

 

 
Gerrit Krol (1 augustus 1934 - 24 november 2013)

Lees meer...

01-08-16

Gerrit Krol, Frans Pointl, Mehis Heinsaar, Ko Un, Edward van de Vendel

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol werd geboren op 1 augustus 1943 in Groningen. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

Uit: Aan de waterkant

“Hoewel de glazen, half volgeschonken, en de flesjes, half leeg, op vier punten het wegwaaien beletten, was het roodgeruite kleedje aan de rand nog vastgezet met een klem aan het tafeltje dat zelf tussen de planken, in een naad zijn poot had gezet, onwrikbaar.
‘We zitten boven de golven’, zei hij en hij greep het glas met de zilveren lettertjes, hield het op ooghoogte in haar richting alsof hij haar op de korrel wilde nemen: ‘gezondheid’, en hij goot de drank, die nog spartelde, achterover in de duisternis van zijn keel. Hij zette het glas neer op het kleedje, daar waar het opbolde. ‘Dood’, zei hij, maar de wind dook naar beneden, over de grond joeg hij, over de planken van de steiger als een zwaluw en zwenkend. De boten die niet gebruikt werden dobberden, kortgehouden, tegen het hout, tegen elkaar, wachtend op gebruikers. De achterste was reeds bezet; het zeil werd gehesen, het sloeg heen en weer en klom langs de mast intussen rustig omhoog. Ook de smalle fok schoot ten hemel, reeds werden de touwen losgegooid en de man die daar aan het zwemmen was, met zijn hoofd boven water, moest oppassen dat hij niet overvaren werd, zo snel liep die boot daar over de golven weg.
‘O, Ronald!’ gilde opeens het meisje, ‘hij gaat er over heen!’ Ze sprong op en wees met de vinger. De jongeman tegenover haar draaide zich om, keek trouwens meer naar haar, want hij wist niet wat ze bedoelde. Ze stond op de tenen, met de vingers gekromd tegen de mond van ontzetting, maar daar kwam hij weer uit het schuim te voorschijn, de zwemmer, lachend, met de kin vooruit alsof hij zelf ook een boot was en het meisje kon gaan zitten.
Ronald keerde zijn flesje met de hals in het glas. ‘En toch snap ik het niet’, zei ze, reikhalzend nog, ‘hij komt geloof ik niet vooruit.’
‘Wat bedoel je?’
‘Die man daar.’
Nog 's weer keek hij, half gedraaid, in de aangewezen richting, en toen lachte hij. Hij keerde zich om. ‘Die zijn van kurk’, zei hij.
‘Neeee’, zei ze, als iemand die het nog niet geloven wil, maar toen zag ze het zelf ook: het was een zwemmer van kurk die daar aan de gang was. Ze lachte. ‘Kijk 'm eens grijnzen’, zei ze, ‘en hij komt niet vooruit. Hij heeft niet eens armen ook. Hebben ze dat expres gedaan?’

 

 
Gerrit Krol (1 augustus 1934 - 24 november 2013)

Bewaren

Lees meer...

01-08-15

Mehis Heinsaar

 

De Estse schrijver Mehis Heinsaar werd geboren op 1 augustus 1973 in Tallinn. Hij bezocht de middelbare school in Tallinn en studeerde van 1992 tot 2000 Estse literatuur aan de universiteit van Tartu. In 1996 richtte hij in Tartu met o.a. Kalju Kruusa, Kristiina Ehin en Timo Maran de groep Erakkond2 die zichzelf echter niet als een literaire groep beschouwt. Heinsaar heeft honderden verhalen geschreven en gepubliceerd in tijdschriften of kranten, verzameld in vijf bundels. Hij waagde zich ook aan een roman en schreef poëzie en theaterstukken. Zijn verzamelde gedichten verschenen in 2009. Zijn roman” Het verhaal van Artur Sandman of de reis naar de andere kant van zichzelf” kende een gemengde ontvangst. Hij zelf zei in 2008 dat hij "misschien te jong was om deze roman te schrijven, maar dat hij wel moest. Zijn stukken zijn opgevoerd in het studententheater in Tartu (2002,2003, 2009).

Uit: Butterfly Man (Vertaald door Tiina Randviir)

“As he touched the door handle, something in Anselm snapped and separated from him in the form of a swarm of butterflies, scattering in all directions around the director’s office. Anselm turned deathly pale and started to flap his arms about, trying to catch the fluttering creatures. In the process he smashed a few vases and an aquarium with a few goldfish in it. The butterflies he caught he stuffed into his mouth, casting wild glances towards the director who was standing petrified, watching the conjurer’s every move.
“I usually have lunch at this time,” was Anselm’s stupid explanation. “And I want to keep to my meal times.” Realising how feeble this sounded, the conjurer fled from the room. As he ran downstairs, he heard someone panting behind him, and ran faster. At the front door, however, the director caught up with the fugitive. “Hey – what’s the big hurry? What you just showed me, all those butterflies – that
was brilliant!”
“... Oh, please, don’t mock my disability,” interrupted Anselm. “I’ve suffered enough already. It’s always the same, every time I experience a strong emotion, these creatures start flying off my body. I was bullied at school for it, and my relatives, even my parents, saw me as some kind of freak although
I’ve always been of perfectly sound mind. Only a maniac biologist once took a perverse interest in my phenomenon, actually she became my mistress in order to examine me more thoroughly. Among my body butterflies she found marsh carpets and bagworm moths, but she took a particular fancy to
the purple emperors who emerged when I experienced physical ecstasy. She counted over five hundred species, each supposedly indicating a particular mood of mine. I finally got fed up with her nonsense and sent her packing. So now you know.”
“But it’s simply fantastic!” exclaimed the director, overjoyed. “Your biologist was a gem and you, my dear young friend, are a great magician. Tomorrow you will be our star attraction – if you’re happy with that, of course – and your salary will be tripled. Come and meet your wonderful colleagues who will
show you your quarters.” The flushed director dragged Anselm to the back rooms and pressed an unexpectedly large sum of money into his hand. “This is an advance. Irmgiird!” he yelled. “Come and show our young magician his new home!” The director made a slight bow and left.”

 

 
Mehis Heinsaar (Tallinn, 1 augustus 1973)

17:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mehis heinsaar, romenu |  Facebook |