11-09-16

Dolce far niente, Martinus Nijhoff, David van Reybrouck, Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III

 

Dolce far niente

 

 
Sunday Morning door Asher Brown Durand, 1839

 

 

Zondagmorgen

In 't stille, bleeke water drijven booten:
Zij wachten in de oneindigheid der grijze
Rivier, maar in hun buik zwelt zwaar het groote
Verlangen naar den horizon te reizen.
 
Ver, in een dorp, begon een klok te luiden,
Een carillon-lied uit den toren kwam -
Een warme wind gaat waaien uit het zuiden,
En ginder rijst het parallellogram
Der ophaalbrug - De klokken luiden, luiden.

 

 
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Den Haag. De Turfmarkt en Nieuwe Kerk rond 1900. Nijhoff werd geboren in Den Haag.

Lees meer...

20-04-16

Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu, Steve Erickson, Arto Paasilinna

 

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

Een traag wolkje, als een eilandje in
de heldere hemel ontplooid,
beduidde het nu of nooit
ophanden zijnd offensief.
Al wie zijn kijker ophief
zag op de zee van azuur
een slagschip, klaar voor vuur.
Was het vriend of vijand?
Niet uit te maken, want
het schip voerde geen vlag.
Zoals ook de man die men zag
het minste niet droeg dat een man
van een man onderscheiden kan.
En ook de muziek zong door,
werd een groot, onzichtbaar koor.
Want sedert water en gas
en het zoemen hoorbaar was
van de elektrische stroom,
hadden ook hartklop, en droom,
en geeuw, en bloedsomloop,
en wanhoop, en stille hoop,
kortom al wat nooit stem werd,
zich gemengd in het ver concert
dat tegen wil en dank
steeds duidelijker van klank
uit de stilte kwam opgeweld.
Verlangen, doodgekneld,
een kind vermoord in een put,
riep, eensklaps wakker geschud,
om speelgoed en speelgenoot.

 

 

Het kind en ik

Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.

Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel,
herkende ik, was van mij.

En toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.

 

 
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
 

Lees meer...

26-10-15

Jan Wolkers, Marja Pruis, Andrew Motion, Maartje Wortel, Stephen L. Carter, Karin Boye

 

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

Uit: Terug naar Oegstgeest

“Met een vies gezicht zei ze dat ik mijn handen moest wassen, maar toen we naast elkaar door een van de kleine raampjes over de omgeving keken was ze dat al vergeten, want toen ik haar hand voorzichtig beetpakte trok ze die niet terug. Ze draaide hem om, omdat ik aan de verkeerde kant mijn vingers tussen de hare had gestoken en ging ineens met haar spitse nagels onder mijn afgebroken nagels. Ik rilde, zodat ze vroeg of ik het koud had. Ik wees haar een reiger die zo vlak langs de grond zweefde dat het leek of hij door zijn eigen schaduw achterna werd gezeten. En we zagen twee priesters in hun zwarte gewaden in het weiland achter het seminarie. Ze gaven elkaar een hand en bleven zo heel Iang staan alsof ze elkaar nooit meer zouden zien. Toen gingen ze allebei een andere kant op met fladderende rokken door het groene gras. Daar lagen we even later samen in aan de slootkant. Zij met mijn zwarte regenjas vol verfklodders onder zich omdat ze bang was dat haar nok vuil zou worden, want daar keken ze thuis altijd meteen naar als ze weg geweest was. Toen ik haar een kleverig zoentje gaf begon ze zo snel te ademen dat ik voorzichtig met mijn hand onder haar rok de warmte binnensloop. Met mijn vingertoppen op het elastiek in haar broekje bleef ik liggen, onhandig toen ik haar niet meer zoende, want toen werd mijn hand ineens een ding dat daar niet thuishoorde. Onwillekeurig keek ik naar het raampje in de toren waar wij net voor gestaan hadden, maar het weerspiegelde alleen de hemel. Ze drukte haar lippen op mijn mond en stak het puntje van haar tong naar binnen. Toen sloot ze haar ogen, zodat ik met mijn hand in haar broekje durfde te gaan. Haar gezicht was zo rood geworden dat je haar sproeten niet duidelijk meer kon zien. Ineens draaide ze wild met haar onderlichaam en deed haar dijen van elkaar, zodat ik met mijn vinger in haar wegzakte. Verschrikt trok ik mijn hand terug en ze keek me aan of ze plotseling wakker werd. En toen kwam de natuur mij te hulp want naast haar hoofd zat een zeldzame rugstreeppad die ik alleen van plaatjes kende.”

 

 
Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)
In 1966

Lees meer...

20-04-15

Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu, Steve Erickson

 

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

Zo ook hier. Toen de man kwam
en met zijn gestrekte pas
voortliep, begon men het gas
in de buizen onder het huis
te horen, en het gesuis
van water onder de straat,
en, in de elektrische draad
naar radio en telefoon,
een vonkende zoemertoon
als waren er bijen in de buurt.
Er werd niet gegluurd.
Gewoonlijk, als iemand passeert,
is men geïnteresseerd:
men vouwt met voorzichtige hand
vitrages terzijde, want
elke voorbijganger is
min of meer een gebeurtenis.
Was er niets te zien
aan hem?—Kwam het misschien
doordat iedereen sliep,
of doordat hij zo zacht liep,
dat geen vitrage bewoog?
Neen, neen, elk raam was oog,
was toegeschoven lid
voor het oog van een uil die zit
te spieden op zijn tak.
De stilte, die niets verbrak,
ging trillen en werd muziek.
Het is een groot woord: paniek,
maar het tekent de stille schrik
die op dit ogenblik
de ledige straat beving.

 

 

Na een jaar

In deze morgen zie ik dat de nachten
Dragend geweest zijn, van extase zwaar -
En onze dagen, lichtend in elkaar,
Ernstig van de bezinning der gedachten.

Boven de warreling van zwarte nachten
En witte dagen, staan wij, boven 't jaar.
En zien de harde oneindigheden naar
Het wentlen onzer wereld zich verzachten.

Ik heb me plat tegen de grond gelegd
En woorden heb ik tot mezelf gesproken,
Die ook een dode tot zichzelve zegt,
Die in zijn donkere eenzaamheid ontwaakt:

Leven was goed al heeft het mij gebroken,
Leven is goed ofschoon het doden maakt.

 

 
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
In 1916

Lees meer...

10-01-15

Antonio Muñoz Molina, Annette von Droste-Hülshoff, Dennis Cooper, Adrian Kasnitz, Mies Bouhuys, Harrie Geelen, Yasmina Khadra

 

De Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina werd geboren op 10 januari 1956 in Úbeda in de provincie Jaén. Zie ook alle tags voor Antonio Muñoz Molina op dit blog.

Uit: Alles wat solide was (Vertaald door Tineke Hillegers-Zijlmans en Frieda Kleinjan-van Braam)

“Tenzij je een cynicus bent of een gewetenloze schurk, geneest het hebben van kinderen je van apocalyptische verleidingen, van die obligate woede waarmee sommige ouderen verbitterd door de gebreken van hun leeftijd en het naderen van de dood zouden willen dat de wereld hen niet overleeft. Wat je graag wil is dat de veranderingen die wellicht komen niet catastrofaal zijn en dat je kinderen een behoorlijk leven hebben, zoals de meeste mensen zich voorstellen en wensen, met uitzondering van psychopaten en visionairs.
Camus zegt dat het geruststellende weten dat de volmaakte septembermiddagen zullen blijven bestaan als wij er niet meer zijn je verzoent met de dood. Ik zou willen dat mijn kinderen en de mensen van wie ze houden geen slechter leven hebben dan dat wat ik heb gehad, dat ze niet minder kansen krijgen, geen giftiger lucht hoeven in te ademen, niet hoeven te werken als slaven of meedogenloos moeten wedijveren of zich verdedigen achter geblindeerde deuren en hoge cementen muren, noch dat ze geplaagd worden door angst voor een ongeneeslijke ziekte of medische behandelingen die ze niet kunnen betalen.
Wat zou het fijn zijn als ze door Europa konden blijven reizen zonder bij de grens te worden aangehouden, of bang te hoeven zijn dat ze hun paspoort of visum moeten laten zien; als ze nooit trouw hoeven te zweren aan een dictator of in een menigte een demagoog hoeven toe te juichen, als ze hun gedachten niet hoeven te verbergen of moeten zeggen wat ze niet denken.”

 

 
Antonio Muñoz Molina (Úbeda, 10 januari 1956)

Lees meer...

20-04-14

Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu, Steve Erickson

 

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

Geen dief overtrof, geen spion,
hetgeen hij moeiteloos kon;
en het gevederd leder waarop
de god Hermes van zijn bergtop
neer te dalen placht
doorkruiste het ruim niet zo zacht
als hij op straat kon gaan,
gewoon lopend, met schoenen aan.
Hij maakte op het trottoir
het onheilspellende maar
onhoorbare gerucht
van het hoog in de lucht
verschoten vliegerbericht:
in een wolkje ploft licht
tot een blinkende ster uiteen,
en langs heel de vuurlinie heen
weet men: dit meldt het uur u,
nu gaat het beginnen, nu
verdwijnt de onzekerheid
van de mij gegunde tijd,
nu is het voor alles te laat.
De stilte die dan ontstaat
is een stilte, niet slechts naar de vorm
een stilte voor de storm,
maar een stilte van het soort
waar dingen in worden gehoord
die nog nimmer het oor vernam.

 

 

Het meisje

Wanneer je ontwaakt, zie je den morgen bleken,
De klokken luiden dat de dag begint.
De tuin geurt zoel van gras en vochtig grint,
Ruisend omhoog de hoge bomen steken.

Meisje dat de innigheid der dingen mint,
Je hebt geen daad te doen, geen woord te spreken:
Je stil-bewegend leven heeft de bleke
Wonderlijkheid der dromen van een kind.

Wij gingen samen ‘s morgens door de stad,
Het licht viel schuin naar binnen in de straten,
Mensen liepen voorbij die samen praatten,

De toren speelde – en ‘t was of alles had
De tere kleur en klank van ‘t vreemd bewogen
Zwijgende leven van je glanzende ogen.

 

 
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

Lees meer...

18-04-14

De soldaat die Jezus kruisigde (Martinus Nijhoff)

 

Bij Goede Vrijdag

 

 

 
Christus aan het kruis door Rembrandt Harmensz. van Rijn, 1631

 

 

De soldaat die Jezus kruisigde


Wij sloegen hem aan 't kruis. Zijn vingers grepen
Wild om den spijker toen 'k den hamer hief -
Maar hij zei zacht mijn naam en: 'Heb mij lief -'
En 't groot geheim had ik voorgoed begrepen.

Ik wrong een lach weg dat mijn tanden knarsten,
En werd een gek die bloed van liefde vroeg:
Ik had hem lief - en sloeg en sloeg en sloeg
Den spijker door zijn hand in 't hout dat barstte.

Nu, als een dwaas, een spijker door mijn hand,
Trek ik een visch - zijn naam, zijn monogram -
In ied'ren muur, in ied'ren balk of stam,
Of in mijn borst of, hurkend, in het zand,

En antwoord als de menschen mij wat vragen:
'Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen.'

 

 

 
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Den Haag, Vredespaleis (Nijhoff werd geboren in Den Haag)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 18e april ook mijn vorige blog van vandaag.

11:38 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: goede vrijdag, martinus nijhoff, romenu |  Facebook |

26-10-13

Jan Wolkers, Marja Pruis, Andrew Motion, Maartje Wortel Stephen L. Carter, Karin Boye

 

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

 

Uit: Kort Amerikaans

 

‘Ik hoef niet langer alleen te zijn. Eindelijk heb ik een vrouw gevonden voor wie ik mijn hoofd niet af hoef te wenden uit angst dat ze mijn geschonden gelaat zal zien, die me niet zal verlaten omdat ik haar van te voren gezegd heb dat het onmogelijk is. Dat je met zo iemand als ik ben niet getrouwd kan zijn.’ En, doelend op het schilderij waarop het litteken was aangebracht, denkt hij verder: ‘Voordat we elkaar gezien hadden hebben ze al geprobeerd het onmogelijk te maken tussen ons. Ze hebben je voor mij gewaarschuwd, je laten zien, hoe ik getekend ben.’

(…)

 

‘Als jij aan je ouders en je broers en je zusters evenveel liefde gaf als aan die koudbloedige dieren, dan zou het nog niet zo slecht met je aflopen. Die beesten zit je maar te knuffelen en te bevingeren en ons doe je niets dan het leven zuur maken. Als jij ooit nog een vrouw krijgt mag ze wel Jobs geduld en Salomo's wijsheid hebben.’ De getekende is de vervloekte. Op bladzijde 50 voegt de vader Erik toe: ‘Jij gaat naar het gesticht, ik zal je morgen weg laten halen! Van de duivel ben je bezeten! Jou wacht het eeuwig vuur. Ontaard kind! Laag en gemeen ben je!’

(…)

 

‘Gesteld dat u zo'n sigaret had en die aan mij verkocht. Goed, ik stop hem bij mij en thuis geef ik hem aan mijn broer. Die is daar heel blij mee en gaat hem meteen op roken. Maar de volgende dag heeft hij een dikke keel. Hij kan zijn mond niet meer opendoen want taaie slijmdraden zitten aan de binnenkant over zijn mond geplakt. Dan moet hij naar het ziekenhuis waar hij op een afschuwelijke manier sterft. Maar voor hij doodgaat zie ik hem voor het laatst. Ik mag niet bij hem komen want het is erg besmettelijk. Ik kan hem alleen achter glas zien als een vis in een aquarium. Voor hij sterft steekt hij zijn arm naar mij omhoog en balt zijn vuist. Dan spreidt hij twee vingers, zoals je doet om er een sigaret tussen te houden en maakt een gebaar van roken. Daarna valt hij terug in het kussen en is dood. Maar ik weet het, ik heb het teken verstaan. Ik ben zijn moordenaar op het spoor.Terwijl hij sprak brak het zweet door zijn huid naar buiten.’

 

 

 

Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)

Lees meer...

20-04-13

Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu,Steve Erickson

 

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

 

 

Het was zomerdag.

De doodstille straat lag

te blakeren in de zon.

Een man kwam de hoek om.

Er speelde in de verte op de stoep

een groep kinderen, maar die groep

betekende niet veel,

maakte, integendeel,

dat de straat nog verlatener scheen.

De zon had het rijk alleen.

Zelfs zij, wier tweede natuur

hen bestemde, hier, op dit uur,

te wandelen: de student,

de dame die niemand kent,

de leraar met pensioen,

waren van hun gewone doen

afgeweken vandaag;

men miste, miste hen vaag.

Sterker: de werkman die

nog tot een uur of drie

voor bomen in 't middenpad

de kuilen gegraven had,

had zijn schop laten staan

en was elders heen gegaan.

Maar vreemder, ja inderdaad

veel vreemder dan dat de straat

leeg was, was het feit

der volstrekte geluidloosheid,

en dat de stap van de man

die zojuist de hoek om kwam

de stilte liet als zij was,

ja, dat zijn gestrekte pas

naarmate hij verder liep

steeds dieper stilte schiep.

 

 

 

De jongen

 

Hij zat in nachtgoed voor het raam en liet
Willoos het hoofd hangen op het kozijn -
Hij zag den landweg langs de heuvels zijn
Kronkel wegtrekken naar het blauw verschiet.

 

Hij dacht weer aan den ouden vreemdeling
Die ‘s middags in het herbergtuintje sliep -
Zij stoeiden om hem heen, en iemand riep
Hem wakker, en hij zat dwaas in hun kring.

 

Zijn verre blik zwierf langs hun ogen weg.
Hij zei: – (zijn baard was om den glimlach grijs)
‘Jongens, het leven is een vreemde reis,
maar wellicht leert een mens wat onderweg.’

 

Toen was het of een deur hem open woei
En hij de verten van een landschap zag,
Hij zag zichzelf daar wand’len in een dag
Zwellend van zomer en van groenen groei.

 

De weg buigt om en men keert nooit terug -
Hij kon zijn hart als voor ‘t eerst horen slaan,
Hij heeft zijn schoenen zacht weer aangedaan
En sloop door ‘t tuinhek naar de kleine brug.

 

 

 

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

Lees meer...

13-05-12

Martinus Nijhoff, Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin


Bij Moederdag

 

 

 

 

Mary Cassat, Young Thomas And His Mother, 1893

 

 

 

Herinnering


Moeder, weet je nog hoe vroeger
Toen ik klein was, wij tesaam
Iedere nacht een liedje, moeder,
Zongen voor het raam?


Moe gespeeld en moe gesprongen
Zat ik op uw schoot en dacht
In mijn nachtgoed, kleine jongen,
Aan 't geheim der nacht.


Want als wij dan gingen zingen
't Oude altijd-eendre lied
Hoe God alle, alle dingen
Die wij doen, beziet,
Hoe zijn eeuwige, grote wondren
Steeds beschermend om ons zijn
- Nimmer zong je moeder, zonder 'n
Beven dat refrein - ,
Dan zag ik de sterren flonkren
En de maan door de wolken gaan,
D' Oude nacht met wijze, donkre
Ogen voor me staan.

 

 

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

Lees meer...

20-04-12

Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu,Steve Erickson

 

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

 

De twee nablijvers

 

- O oude boom in de achtertuin
hoe kaal en lelijk is je kruin,
ik vraag mij af of jij nog leeft,
zo weinig vruchten als je geeft.

- O eenzaam schrijvertje in het raam,
je vrouw en kind zijn heengegaan,
ik vraag mij af of dat jij schrijft
het enige is wat je overblijft.

— Stil! Hoor! De nachtegaal hervat
zijn lied in 't hartje van de stad.
— Men heeft er woningen gebouwd
van nieuwe steen en blinkend hout.

 

 

 

Zwerver en elven

 

Over de duinen
Woei een lied
- Verstoor je mijn tuin en
Stilte om niet?

En langs de stranden
Waar hij ging
- Neem dan mijn handen,
Lieveling -

De stormwind riep en
De regen riep
- Je voeten liepen
Waar ik sliep.

Telkens bedolven
- Ternauwernood -
Kwam een klacht uit de golven
- Was ik dood.

- Waarom tot onaardse
Dromen gewekt
Zonder opwaartse
Ziel die trekt -

Het schreeuwt uit het sneeuwige
Schuim vandaan
- Als jij zal ik eeuwig
Verder gaan.

- Van verbroken beloften
Blijven wij buit
- Niets, niets is op de
Wegen vooruit.

Te zwaar was het water, te
Licht is de wind
- O, Christofoor, waar is het
Kind, het kind -

Alom, toen, geheim en
Weg-stervende
- Blijf bij me, bij me
Zwervende -

En, eindelijk, stijgend de
Maan langs en heen,
Een bijna zwijgende
Wolk verdween.

 

 

 

De kloosterling

 

Als ik de groene luiken openzet,
Zie ik de bloemen om het raam heen trillen
Druipend van tintelende dauw, en kil en
Overzoet waait een geur door mijn gebed.

O wonden, o bloei Gods! Mij is in 't bloed
Eén uwer ranken dringend en uitlopend,
Die, als uw lente eenmaal mijn zijden opent,
In duizend bloemen mij uitbreken doet -

Een vreemdling stond in de tuin en groette.
Hij nam mijn hand en voerde me als een knaap
Over het grasveld naar 't begroeid priëel,

Hij sprak: "Wij zijn een overbloeid geheel,
Ik zie mijn hyacinten om uw slaap
En rozen in uw handen en uw voeten."

 

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

Lees meer...

20-04-11

Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu

 

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook mijn blog van 20 april 2007 en ook mijn blog van 20 april 2008 en mijn blog van 20 april 2009 en ook mijn blog van 20 april 2010.

 

 

De soldaat die Jezus kruisigde

 

Wij sloegen hem aan 't kruis. Zijn vingers grepen
Wild om de spijker toen 'k de hamer hief -
Maar hij zei zacht mijn naam en: 'Heb mij lief -'
En 't groot geheim had ik voorgoed begrepen.

Ik wrong een lach weg dat mijn tanden knarsten,
En werd een gek die bloed van liefde vroeg:
Ik had hem lief - en sloeg en sloeg en sloeg
De spijker door zijn hand in 't hout dat barstte.

Nu, als een dwaas, een spijker door mijn hand,
Trek ik een vis - zijn naam, zijn monogram -
In ied're muur, in ied're balk of stam,
Of in mijn borst of, hurkend, in het zand,

En antwoord als de mensen mij wat vragen:
'Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen.'

 

 

 

 

De wandelaar

 

Mijn eenzaam leven wandelt in de straten,
Langs een landschap of tussen kamerwanden.
Er stroomt geen bloed meer door mijn dode handen,
Stil heeft mijn hart de daden sterven laten.

Kloosterling uit de tijd der Carolingen,
Zit ik met ernstig Vlaams gelaat voor 't raam;
Zie mensen op een zonnig grasveld gaan,
En hoor matrozen langs de kaden zingen.

Kunstenaar uit de tijd der Renaissance,
Teken ik 's nachts de glimlach van een vrouw,
Of buig me over een spiegel en beschouw
Van de eigen ogen het ontzaglijk glanzen.

Een dichter uit de tijd van Baudelaire,
- Daags tussen boeken, 's nachts in een café -
Vloek ik mijn liefde en dans als Salomé.
De wereld heeft haar weelde en haar misère.

Toeschouwer ben ik uit een hoge toren,
Een ruimte scheidt mij van de wereld af,
Die 'k kleiner zie en als van heel ver-af,
En die ik niet aanraken kan en horen.

Toen zich mijn handen tot geen daad meer hieven,
Zagen mijn ogen kalm de dingen aan:
Een stoet van beelden zag ik langs mij gaan,
Stil mozaïekspel zonder perspectieven.

 

 

 

 

De wolken

 

Ik droeg nog kleine kleren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat 'k in de wolken zag.

En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder -
De wond'ren werden woord en dreven verder,
Maar 'k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat 'k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van 't vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

- Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide.

 

 

 

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

Nijhoff in zijn jonge jaren

 

 

Lees meer...

20-04-10

70 Jaar Jan Cremer, Martinus Nijhoff, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu, Steve Erickson, Arto Paasilinna, Michel Leiris, Emmanuel Bove


De Nederlands schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer werd geboren in Enschede op 20 april 1940. Jan Cremer viert vandaag zijn 70e verjaardag.

 

Uit: De Hunnen

 

'Te vuur en te zwaard veroverden zij de aarde, niets dan stof en as, geblakerde steen, kapotte artilleriewapens omwoelde grond achterlatend. Een verkoold maanlandschap met burchten en steden, ontwortelde bomen en verwoeste kerken, vergaan tot as. Wouden met bleke kronkelende boomkruinen -- aan palen gespieste lichamen -- en bergen afgerukte ledematen, dode paarden, ingedeukte pantserplaten en kurassen, gebroken lansen en sabels. Met stormbokken ramden ze de poorten in, staken de kerken in brand waarin de bevolking zijn heil had gezocht, verkrachtten en misbruikten de vrouwen, onthoofdden de priesters en edelen, en voerden de afgeslagen hoofden op lansen gestoken mee als trofee. (..) Blinkende sabels werden tot aan het gevest in weke lijven gedreven, tot aan hun knieën waadde men door de ingewanden van mens en paard, de gal werd uit nog levende mensen gesneden, de vrouwen en kinderen werden gemarteld, zwangere vrouwen aan de benen opgehangen, de buik van onder tot boven opengesneden, en het kind dat op de grond gleed, doorstoken.'

(…)

 

 

 

tulpen_cremer

Jan Cremer: Tulpen, Zeefdruk uit 1998

 

 

'Rochelende mensen die kreunden om hulp, anderen die wezenloos voor zich uitstaarden, zacht snikten. Opengereten lichamen waarvan een zoetige strontlucht opsteeg. De stank vermengde zich met de reuk van verbrand vlees. Stukken ingewanden lagen op de straatstenen, een arm, een been, achtergelaten door de zwerfhonden die met stenen waren verjaagd. Omringd door zware balken, stenen en gruis, lagen verpletterde vrouwen en kinderen ineengekrompen op de stoep. Darmen hingen uit kapotte lichamen. Sommige mensen hielden hun mond wijd open. Gestold bloed kleefde op kinnen en wangen. Die waren al te pakken genomen door de jakhalzen, de geheimzinnige roofdieren die razendsnel opereerden in het duister van een bombardement, gouden kiezen met tangen uit de monden trokken, ringen van de vingers sneden en even snel weer verdwenen'.

 

 

 

Jan_cremer
Jan Cremer (Enschede, 20 april 1940)

 

 

 

 

De Nederlands dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894.

 

 

Con Sordino

Zij zei tot mij: 'Je bent een prins in bed'.
IJsbloemen waren op het raam gesproeid.
Ons lichaam, tot ontbinding toe vermoeid,
Was tusschen koele lakens in-gebed.

De wereld is herboren na dit sneeuwen
En ik ben weer een kind na deze nacht.
Wees goed voor mijn eenvoudigheid, die zacht
Spreekt als een schilderij der middeleeuwen.

Zie achter dennen het kasteel uitsteken,
En aan den einder als een schuine balk
Het zonlicht op het vrome landschap breken!

Door 't weiland draaft een ridder met zijn lief:
Hij fluit de honden, en zij ziet den valk
Stijgen, die van haar handschoen zich verhief.

 

 

 

 

Voor dag en dauw V

Hij was een avond vroeg naar bed gegaan.
Hij kon niet slapen. Het was volle maan.
Uit een café niet ver van 't huis vandaan
klonk dansmuziek. Hij is weer opgestaan.

Hij had niet veel tijd nodig zich te kleden.
Hij liep snel de drie trappen naar beneden.
Nauwlijks op straat, voerde, na een paar schreden,
de mensenmenigte hem met zich mede.

Hij kreeg een tafeltje bij de muziek.
Maar toen hij, door 't rumoer der kleine luiden
geërgerd, acht ging slaan op het publiek,

begonnen de gezichten straatgeluiden,
dromen en kinderliedjes te beduiden
en in de dichte mist alarm te luiden.

 

 

 

 

De Moeder De Vrouw

 

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd -
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

 

 

 

 

nijhoff
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Jean Pierre Rawie werd geboren op 20 april 1951 in Scheveningen.

 

 

Verstokt rondeel

 

Nog nooit getrouwd, maar vaak gescheiden,

een hoop gelazer en getob ;

toch ken ik nog de harteklop

van elke vrouw waar ik mee vrijde.

 

Ik schreef gedichten tussenbeide,

maar loste het probleem niet op:

nog nooit getrouwd, maar vaak gescheiden,

een hoop gelazer en getob.

 

Hoe dikwijls trok ik niet ten strijde

en keerde met bebloede kop

weerom, gesjochtener dan Job ?

- Toch blijf ik mij mijn passie wijden,

nog nooit getrouwd, maar vaak gescheiden.

 

 

 

 

Herfstwandeling

Reeds vroeg ontstegen aan het bed
waarin ook zij wel heeft gelegen
wie doen en laten toen mij tegen-
woordig vaak nog aan het denken zet,

ging ik de herfst in. Allerwegen
stond boomskelet na boomskelet
van alle allerliefsten het
verkoold geraamte in de regen.

Wat is dat toch ontzettend met
relaties die hun einde kregen;
al was je ze ook zeergenegen,

je hebt er jaren van gezwegen
en dan opeens kom je ze tegen
terwijl je op iets anders let.

 

 

 

 

JPrawie

Jean Pierre Rawie (Scheveningen, 20 april 1951)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jozef Hugo Maria Deleu werd geboren in Roeselare op 20 april 1937.

 

Uit: Cultuur als schoudervulling

 

“In het culturele leven van nagenoeg alle westerse landen leidt de tegenstelling tussen intellectuele cultuur en consumptiecultuur tot gelijkaardige fenomenen. Deze worden vertaald in zeer herkenbare slogans die door sommige politici en promotoren van de consumptiecultuur, met alle moderne publicitaire middelen, als alleenzaligmakend worden aangeprezen. Ik denk hierbij aan slogans als: cultuur moet zichzelf bedruipen; cultuur mag niet elitair zijn - en daarmee bedoelt men dat ze oppervlakkig en niet kritisch mag zijn -; cultuur mag de overheid niet veel kosten; enzovoort. U kent die kreten. U kent die slogans die alleen tot doel hebben de culturele prestaties en waarden te reduceren tot consumptieartikelen, die niet belangrijker worden geacht voor de mens en zijn geestelijk avontuur op deze planeet dan een goed ogende minijurk of een paar aardige sportschoenen.

De strijd tussen de consumptiecultuur en de intellectuele cultuur woedt thans in alle hevigheid. Men hoeft slechts te luisteren naar de radio, te kijken naar de televisie, een krant, een weekblad of een tijdschrift open te slaan, of men wordt, in geheel het westen, geconfronteerd met een lichtzinnig geflirt met slogans en holle leuzen. Er gaat een fascistoïde drammerigheid van uit, die herinneringen oproept aan de somberste tijden uit de geschiedenis van onze beschaving. Veel zogenaamde intellectuelen doen er in domme onwetendheid aan mee (collaboreren dus!) en verwaarlozen de uitbouw van een authentiek cultuurbewustzijn dat gebaseerd moet zijn op kennis van het verleden, intense beleving van het heden en een open oog voor de toekomst.”

 

 

 

Deleu

Jozef Deleu (Roeselare, 20 april 1937)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en criticus Steven Michael Erickson werd geboren op 20 april 1950 in Los Angeles.

 

Uit: Zeroville

 

“17.

Across the street, on an island in the middle of the intersection, is a club called the Peppermint Lounge. Another kid with long hair points Vikar north, up the boulevard into the canyon. "Check it out," he advises, staring at Vikar's head, "about half way up you'll come on this old [expletive] house where people crash." The hippie adds, in a manner at once conspiratorial and breezy, "Lots of chicks up there who don't wear anything, man."

 

18.

An hour later, halfway up Laurel Canyon Boulevard, grand stone steps swirl into the trees, to a ruin a little like Gloria Swanson's mansion in Sunset Boulevard. William Holden's role in Sunset Boulevard was written for Montgomery Clift, who turned it down because he was afraid the character of a younger man kept by an older actress was too much like him; at the time Clift was seeing an older actress, one of the rare romantic relationships with a woman he had. Someone at the country store in the belly of the canyon tells Vikar the house is where Harry Houdini lived while trying to become a movie star in the twenties, making movies with titles like The Man From Beyond, Terror Island, The Grim ... The Grim ... The Grim what ...?”

 

 

 

SteveErickson

Steve Erickson (Los Angeles, 20 april 1950)

 

 

 

 

De Finse schrijver Arto Paasilinna werd geboren op 20 april 1942 in Kittilä in Lapland.

 

Uit: Der liebe Gott macht blau (Vertaald door Regine Pirschel)

 

“Gott ist ein gutaussehender Mann. Er ist 178 Zentimeter groß, ein wenig stämmig, aber wohlproportioniert und von aufrechter Haltung. Seine Gesichtszüge sind ebenmäßig, mit gerader Nase und hoher Stirn, der Blick ist von sanfter Bestimmtheit, wenn auch recht müde. Gottes Ohren stehen

nicht ab, und sie sind frei von Ohrenschmalz. Er hat weder Kinn- noch Oberlippenbart. Sein Haar ist brünett, er trägt es glatt und gescheitelt, auf der rechten Seite – von ihm aus betrachtet –, es ist kurz, und an den Schläfen schimmert es grau. Trotzdem wirkt Gott noch nicht sehr alt. Seine Finger sind lang, schmal und unberingt. Gott hat keinen Adamsapfel.

Er trägt einen grauen, gut sitzenden Flanellanzug, dessen Schnitt verrät, dass er aus den 50er Jahren stammt. Das Jackett ist zweireihig und hat schwarze Knöpfe, die Hosen sind mit Aufschlägen gearbeitet. Dazu trägt er schwarze Halbschuhe zum Schnüren aus weichem Leder, Größe 42. Gott bevorzugt kurze Unterhosen. Unter dem Jackett trägt er eine Weste und unter der Weste Hosenträger. Sein Hemd ist aus Baumwolle von guter Qualität, und es hat kein Herstelleretikett, dasselbe gilt auch für seine übrige Kleidung.

Gott benutzt kein Parfüm, und er riecht nicht nach Schweiß. Der Duft, der ihn umgibt, ist sanft männlich, seine Stimmlage ein klangvoller Bariton. Er strahlt ein selbstverständliches Charisma aus und wirkt sehr kultiviert. An seinen Augen sieht man, dass er außerordentlich intelligent ist. Auf seiner edlen Stirn haben sich Furchen gebildet, die von Anstrengung und Müdigkeit zeugen.”

 

 

 

 

Arto_Paasilinna
Arto Paasilinna (
Kittilä, 20 april 1942)

 

 

 

 

Zie voor alle zes bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 20 april 2007 en ook mijn blog van 20 april 2008 en mijn blog van 20 april 2009.

 

 

 

De Britse schrijver en journalist Sebastian Faulks werd geboren op 20 april 1953 in Newbury.

 

Uit: Birdsong

 

“The boulevard du Cange was a broad, quiet street that marked the eastern flank of the city of Amiens. The wagons that rolled in from Lille and Arras to the north drove directly into the tanneries and mills of the Saint Leu quarter without needing to use this rutted, leafy road. The town side of the boulevard backed on to substantial gardens, which were squared off and apportioned with civic precision to the houses they adjoined. On the damp grass were chestnut trees, lilacs, and willows, cultivated to give shade and quietness to their owners. The gardens had a wild, overgrown look and their deep lawns and bursting hedges could conceal small clearings, quiet pools, and areas unvisited even by the inhabitants, where patches of grass and wild flowers lay beneath the branches of overhanging trees.
Behind the gardens the river Somme broke up into small canals that were the picturesque feature of Saint Leu; on the other side of the boulevard these had been made into a series of water gardens, little islands of damp fertility divided by the channels of the split river. Long, flat-bottomed boats propelled by poles took the town dwellers through the waterways on Sunday afternoons. All along the river and its streams sat fishermen, slumped on their rods; in hats and coats beneath the cathedral and in shirtsleeves by the banks of the water gardens, they dipped their lines in search of trout or carp.

The Azaires' house showed a strong, formal front toward the road from behind iron railings. The traffic looping down to the river would have been in no doubt that this was the property of a substantial man. The slate roof plunged in conflicting angles to cover the irregular shape of the house. Beneath one of them a dormer window looked out on to the boulevard. The first floor was dominated by a stone balcony, over whose balustrades the red ivy had crept on its way up to the roof. There was a formidable front door with iron facings on the timber.”

 

 

 

faulks
Sebastian Faulks (Newbury, 20 april 1953)

 

 

 

 

De Franse dichter, schrijver  en etholoog Michel Leiris werd geboren in Parijs op 20 april 1901.

 

Uit: Notes sur la poésie

 

“Moins comme un long bavardage que comme un récit de rêve d’une ampleur démesurée, tel m’apparaît l’ensemble de mes écrits, considéré à cette distance où ce qu’on a vécu et ce qu’on a imaginé ne sont plus qu’une grisaille si indistincte qu’on en vient presque à se demander si même ce qu’il y avait là de plus réel (de plus physiquement ressenti) a jamais existé.

 Attachant essentiellement du prix au jaillissement présent du chant, je manque du goût de relire ce que j’ai publié autrefois ou naguère, et ces pages diverses — visant la plupart à une connaissance de soi que je prétends poursuivre mais qui s’avère illusoire, les fruits de ma quête restant éparpillés dans une foule de morceaux plus ou moins littéraires que le temps me fait oublier alors que ces résultats devraient se rassembler en une formule ou une figure saisissable d’un coup (chimère certaine, car il faudrait que ce portrait, résumé absolu, me montre pris à tous les niveaux sous un angle embrassant les âges différents que j’ai traversés) — j’en laisse le contenu s’engloutir dans les fondrières d’une mémoire inapte par ailleurs à me restituer plus que des bribes de mon passé. Pour un peu, je me dirais que mes années n’ont été que la matière d’une arithmétique follement abstraite (des décennies auxquelles s’ajoutent des décennies) et que tous ces récits, impressions, réflexions ou pures constructions mentales que j’ai couchés sur le papier ne pèsent rien. Pas plus, en tout cas, qu’un songe fait il y a longtemps et qui a perdu toute signification, si tant est qu’il ait vraiment signifié quelque chose à l’époque même où j’étais habité par lui.”

 

 

 

Leiris
Michel Leiris (20 april 1901 – 30 september 1990)

 

 

 

 

De Franse schrijver Emmanuel Bove (eig. Emmanuel Bobovnikoff) werd geboren op 20 april 1898 in Parijs.

 

Uit: Le Pressentiment

 

“Le soir de ce même jour, il écrivit quelques pages sur un de ses camarades de lycée, un certain Louis Geoffroy, qui avait été tué aux Eparges. Puis il écouta la T.S.F. des voisins. Il ne se sentait pas très bien. Il éprouvait une sorte d'oppression, de difficulté à respirer, comme si, le lendemain matin, une démarche pénible l'attendait. Il regrettait d'avoir fait répandre le bruit qu'il donnait des consultations. C'eût été naturel s'il avait été un vieil homme de loi retors. Mais, négligent comme il l'était, ne serait-il pas plus nuisible qu'utile à ses clients ? On ne s'improvise pas avocat de quartier. Il aurait dû réfléchir avant de se lancer dans cette voie. M. Benesteau était d'autant plus peiné de son erreur qu'il semblait en découler qu'il en avait commis une autre en rompant avec sa famille. Ne pouvait-on pas déduire de ses actes qu'il manquait complètement de discernement ?

 

 

 

Bove
Emmanuel Bove (20 april 1898 – 13 juli 1945)

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 20 april 2009.

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e april ook mijn vorige blog van vandaag.

25-12-09

De Kerstboom (Martinus Nijhoff)

 

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 

AltaarVensterBerlijnserDom
De Geboorte van Christus
Altaarstuk in de Berlijnse Dom, ontworpen door Anton Von Werner, 1905

 

 

 

De kerstboom

 

De kaarsen branden tusschen mandarijnen,

Sneeuwsterren, speelgoed en gekleurde noten.

De kind'ren zingen, en de dauw der groote

Oogen beweegt en blinkt in 't trillend schijnen.

 

Hoor hoe ze zingen: ‘Nu zijt wellekome’ -

'k Voel moeders hand weer die de mijne houdt,

En huiver bij den geur van 't schroeiend hout

Als toen ik zong: ‘Gij zijt van ver gekomen -’

 

En daar staat weer de stal van Bethlehem,

Sneeuw op het dak en licht door roode ramen! -

- Moeder, wij waren veel te lang niet samen,

- Ik heb het lied vergeten met uw stem.

 

Zij strijkt weer door mijn haar en zegt: ‘Ach jongen,

Elk jaar dat jij er niet bent bij geweest,

Meende ik je stem te hooren, hier op 't feest,

Vlak naast me en weenend als de kind'ren zongen -’

 

 

 

nijhoff_1913
Martinus Nijhoff  (20 april 1894 – 26 januari 1953)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van 25 december mijn vorige blog van vandaag.

12:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: martinus nijhoff, romenu, kerst, kerstmis |  Facebook |