09-10-17

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva, Elaine Goodale Eastman, Léopold Senghor, Holger Drachmann

 

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: Poppy en Eddie en Manon en Roy Harper

“M’n bril is de mooiste van Gent.  Hij staat op m’n gezicht alsof hij nooit eerder ergens anders gestaan heeft. Hij past zodanig goed bij de kleur van m’n haar dat vrouwen  in zwijm vallen. Soms vallen ze al in zwijm nog voor ze m’n schoenen  gekust hebben. Een van die vrouwen, een bloemenverkoopstertje met het achtereind van een varken, kwam na het in zwijm vallen niet meer bij, hoezeer ik ook water in haar gezicht plensde, en daarna limonade, en vervolgens koffie, thee en urine, die ik betrok uit een aanpalend restaurant.
Nee, die vrouw bleef simpelweg in zwijm. Ik vroeg aan m’n bodyguard, Jerry Nüttbaum, een joodse wereldkampioen in de Japanse vechtsport Bukota, om de ambulance te bellen. Bij Bukota mag je je tegenstander niet raken, behalve met een gifslang. Ik hoorde Jerry zeggen: ‘Een vrouw, in zwijm, en snel wat. Ter hoogte van Graslei nummer twaalf. Of nee, dertien. Ik zat er eentje naast. Of ze nog ademt? Dat zul je haar straks zelf moeten vragen, ik houd me met dat soort dingen niet bezig.’
Ondertussen stond ik een beetje te praten met een man die me had aangesproken en die me vroeg wat ik van de huidige politieke situatie vond. ‘Een situatie zou ik het niet noemen,’ zei ik, ‘en daar houdt het niet bij op. Dus dat komt niet goed. Het anti protestantse fascisme rukt op. Als je een antiprotestant als buur hebt, sla hem dan maar meteen dood, voor het te laat is.’ De man luisterde ademloos naar mij, wat ik gewend ben. Na het bellen van de ambulance stond Jerry z’n haar te kammen. Daarvoor had hij m’n toestemming, ik ben niet het type dat een jood verbiedt om z’n haar te kammen. ‘Baas,’ zei hij tegen mij, ‘ben ik kaal aan het worden?’ ‘Ja,’ zei ik. Jerry pinkte een traantje weg. Hij is gevoelig. De man die met me had gepraat kreeg een inzinking en ging heen. Daar had je de ambulance. Ik wachtte z’n definitieve komst niet af, en samen met Jerry zette ik m’n weg voort naar café De Intrinsiek, ongeveer ter hoogte van de winkel waar je pruimensap kunt bestellen, en dat sap wordt dan twee dagen later per internet aan huis geleverd, als het al geleverd wordt.
In De Intrinsiek zou ik een interview hebben over m’n oeuvre, met de journalist Tanguy De Roovere, van het nieuwe roddelblad Rochel. Er was mij gezegd dat het een van de laatste interviews van De Roovere zou worden, vanwege z’n hersentumor zo groot als een discobol. Naar het schijnt kon je, als je in De Rooveres neusgaten keek, die tumor zien zitten. Ik was niet van plan om in De Rooveres neusgaten te kijken, en ik zou nog liever in de anus van een paard kijken om te zien of zich daar veel bindweefsel bevindt. Als ik het had gewild, ik had dierenarts kunnen worden voor je tot drie kunt tellen. De gaven en talenten die ik heb, die kun je niet in een ruimte krijgen met de afmetingen van Oceanië. Dierenarts werd ik niet, en ook niet econoom, loodgieter, filosoof, trambestuurder, veehandelaar, drummer, piloot, luitenant-generaal, pooier, ontwikkelaar of mathematicus, omdat ik tenslotte al snel de beste schrijver van Vlaanderen wenste te worden, en daarin slaagde voordat bij wijze van spreken de wind ging liggen en vervolgens opnieuw begon te waaien.”

 

 
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

Lees meer...

09-10-16

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva

 

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: De fouten

“Primo, en dat zei ik al, heette m'n vader Gust en niet Maurice. Het was onze overbuurman die Maurice heette en van z’n achternaam niet Brusselmans maar Van Riet. Secundo‚ m’n vader was veehandelaar.Hij had wel professor in de geschiedenis van de Oude Tijden willen worden. naar werd het niet. Omdat hij maar tot z'n dertiende jaar naar school ging. Vanaf dat levensjaar moest hij z‘n eigen vader, Jef Brusselmans, bijstaan in de veehandel die Jef had in Grembergen. Mensen uit die klasse gingen niet langer dan tot hun dertiende of veertiende iaar naar school. Overbuunnan Maurice Van Riet, die nog ouder was dan Jef Brusselmans, was maar tot z’n tiende jaar naar school geweest, waarna hij door z’n ouders naar een aspergelmer gestuurd werd, om daar voor twintig cent per uur de hele dag asperges ofwel te planten ofwel te rooien. Ook hij had gerust professor in de geschiedenis van de Oude Tijden kunnen worden, en als Maurice bij ons op bezoek was zaten hij en m’n vader bij de winterse gloeiende kachel vaak te praten over geschiedkundige onderwerpen. Dan zei Maurice: ‘De Romeinen waren een taai volk, en stonden aan de wieg van vele uitvindingen die ook in deze tijd nog hun nut bewijzen.’
‘Ja, dat weet ik,’ zei m’n vader, ‘zo zijn ze de uitvinders van de fietsbel.’
‘Dat klopt, Gust,’ zei Maurice, ‘maar omdat de fiets nog niet uitgevonden was konden de Romeinen met de fietsbel aanvankelijk weinig uitvreten.’
‘Toen begonnen ze er voor de gein mee te voetballen,’zei m’n vader, ‘en zo konden de blinden er ook mee spelen‚ want als er op de bel getrapt werd klingelde hij en zo wisten de blinden maar de hal was en sc
Michel en Maurice rookte een pijp. In de biografie van Huyghe heet Maurice verkeerdelijk Roger en is hij een niet-roker. De broer van Maurice heette Roger, maar was net als Maurice wel degelijk een roker, in zijn geval Cogetama-sigaren.”

 

 
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

Lees meer...

09-10-15

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva, Ivo Andrić

 

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: Zeik

“Het lijkt iets simpels, dacht inspecteur Zeik, maar dankzij het houten stokje en het kopje van zwavel is het toch een voorwerp dat je niet mag onderschatten. Hij bekeek de lucifer thans van dichterbij en inderdaad, zo oordeelde hij, je moet er toch maar opkomen om dit uit te vinden. Hij vroeg aan z’n collega, inspecteur El Bazaz: ‘Mohamed, weet jij wie de lucifer heeft uitgevonden?’
Inspecteur El Bazaz dacht diep na, en hij zei: ‘Dat moest welhaast een man geweest zijn die z’n aansteker kwijt was en toch de behoefte had om z’n sigaret aan te steken.’ Dat vond inspecteur Zeik zo boeiend aan inspecteur El Bazaz: dat die kerel zoveel wist. Hij had niet alleen veel kennis over de uitvinding van de lucifer, maar net zo goed over pakweg de ingrediënten van appelsap, over het teveel aan bomen in sommige grote bossen, en over het hoe en waarom van het vrouwelijk orgasme, wat vrij uitzonderlijk was, want in 1961, het jaar waarin dit boek zich afspeelt, was het vrouwelijk orgasme een onbeduidend en niet al te lekker ruikend fenomeen waar je maar beter met een boog omheen kon lopen. Zelfs de meeste vrouwen wisten geen snars af van het vrouwelijk orgasme en als je aan een vrouw in die tijd vroeg: ‘Heb jij ooit al een orgasme gehad?’ was de kans negen op tien dat ze antwoordde: ‘Dat kun je maar beter aan m’n man vragen, want die weet veel meer dan ik.’ Zo’n stom antwoord was dat niet, omdat mannen toen inderdaad veel meer wisten dan vrouwen, iets wat in onze huidige tijden gelukkig nog niet veel veranderd is. Met onze huidige tijden wordt bedoeld de periode rond het jaar 2014, overigens het jaar waarin dit boek is geschreven, en voor de zekerheid herhaal ik het nog eens: wat er in het boek staat speelt zich dus af in 1961, en daar moet de lezer van vandaag toch enigszins rekening mee proberen te houden.
Inspecteur Zeik en inspecteur El Bazaz werkten in dienst van de Moordbrigade van Gent, een uitzonderlijke brigade, in die zin dat de brigade van Gent procentueel bekeken de meeste moorden van heel West-Europa oploste, en dat het de eerste brigade ter wereld was die over een allochtoonse inspecteur beschikte, en dat de baas van de brigade, commissaris Alfons Übertrut, maar één arm had. De andere had hij verloren in de oorlog, toen hij tijdens de Slag om de Ardennen, midden in een ijskoude nacht verzuchtte: ‘Ik heb er een arm voor over om nu een lekkere boterham met schapenkaas te kunnen eten.’

 

 
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

Lees meer...

09-10-14

Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Tadeusz Różewicz  is op 24 april van dit jaar op 92-jarige leeftijd overleden. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

Lament
 
I turn to you high priests
teachers judges artists
shoemakers physicians officials
and to you my father
Hear me out.

I am not young
let the slenderness of my body
not deceive you
not the tender whiteness of my neck
nor the fairness of my open brow
nor the down on my sweet lip
nor my cherubic laughter
nor the spring in my step

I am not young
let my innocence
not move you
nor my purity
nor my weakness
fragility and simplicity

I am twenty years old
I am a murderer
I am an instrument
blind as the axe
in the hands of an executioner
I struck a man dead
and with red fingers
stroked the white breats of women.

Maimed I saw
neither heaven nor rose
nor bird nest tree
St. Francis
Achilles nor Hector
For six years
blood gushed steaming from my nostrils
I do not believe in the changing of water into wine
I do not believe in the remission of sins
I do not believe in the resurrection of the body

 

Vertaald door Magnus J. Krynski en Robert A. Maguire

 

 

Deposition of the Burden
 
He came to you
and said
you are not responsible
either for the world or for the end of the world
the burden is taken from your shoulders
you are like birds and children
play

so they play

they forget
that modern poetry
is a struggle for breath

 

Vertaald door Czeslaw Milosz

 

 
Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

Lees meer...

09-10-13

Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

 

The Story of Old Women

 

I like old women
ugly women
mean women

 

they are the salt of the earth

 

they are not disgusted by
human waste

 

they know the flipside
of the coin
of love
of faith

 

dictators clown around
come and go
hands stained
with human blood

 

old women get up at dawn
buy meat fruit bread
clean cook
stand on the street
arms folded silent

 

old women
are immortal

 

Hamlet flails in a snare
Faust plays a base and comic role
Raskolnikov strikes with an axe

 

old women
are indestructible
they smile knowingly

 

god dies
old women get up as usual
at dawn they buy bread wine fish
civilization dies
old women get up at dawn
open the windows
cart away waste
man dies
old women
wash the corpse
bury the dead
plant flowers
on graves

 

I like old women
ugly women
mean women

 

they believe in eternal life
they are the salt of the earth
the bark of a tree
the timid eyes of animals

 

cowardice and bravery
greatness and smallness
they see in their proper proportions
commensurate with the demands
of everyday life
their sons discover America
perish at Thermopylae
die on the cross

 

conquer the cosmos

 

old women leave at dawn
for the city to buy milk bread meat
season the soup
open the windows

 

only fools laugh
at old women
ugly women
mean women

 

because these beautiful women
kind women
old women
are like an ovum
a mystery devoid of mystery
a sphere that rolls on

 

old women
are mummies
of sacred cats

 

they’re either small
withered
dry springs
dried fruit
or fat
round buddhas

 

and when they die
a tear rolls down
a cheek
and joins
a smile on the face
of a young woman

 

 

 

Vertaald door Joanna Trzeciak

 

 

 

 

Tadeusz Różewicz (Radomsko, 9 oktober 1921)

Lees meer...

09-10-12

Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Mário de Andrade, Colin Clark

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

 

Pigtail

 

When all the women in the transport
had their heads shaved
four workmen with brooms made of birch twigs
swept up
and gathered up the hair

Behind clean glass
the stiff hair lies
of those suffocated in gas chambers
there are pins and side combs
in this hair

The hair is not shot through with light
is not parted by the breeze
is not touched by any hand
or rain or lips

In huge chests
clouds of dry hair
of those suffocated
and a faded plait
a pigtail with a ribbon
pulled at school
by naughty boys.



Vertaald door Adam Czerniawski

 

 

 

Transformations

 

My little son enters
the room and says
'you are a vulture
I am a mouse'

 

I put away my book
wings and claws
grow out of me

 

their ominous shadows
race on the walls
I am a vulture
he is a mouse

 

'you are a wolf
I am a goat'
I walked around the table
and am a wolf
windowpanes gleam
like fangs
in the dark

 

while he runs to his mother
safe
his head hidden in the warmth of her dress

 

 

 

Vertaald door Czeslaw Milosz

 

 

 


Tadeusz Różewicz (Radomsko, 9 oktober 1921)

In 1979

Lees meer...

09-10-11

Mário de Andrade, Jens Bjørneboe, Léopold Senghor

 

De Braziliaanse dichter en schrijver Mário de Andradewerd op 9 oktober 1893 in São Paulo in Brazilië geboren. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Mário de Andradeop dit blog.

 

 

 

VARIATION ON THE BAD FRIEND

 

At least, we are no longer friends.

You walk easily, lightly,
In the labyrinth of complications.
What subtlety! what dancing grace!...
It is true that there always remains
Some dust from your wings
On the branches, on the thorns,
Even on the blossoms of that wood…
And I also noticed several times
That your wings are ragged at the edges…
But the essential thing, the important thing,
Is that despite the raggedness you can still fly.

I am not like that.
I am heavy, I am rather clumsy,
I have no wings and not much breeding.
I need a broad and straight road.
If I lack space, I break everything,
I get hurt, I get tired… I finally fall.

In the middle of the wood I stop, unable to go on.
I cannot stand it any longer.

You… you may still call me a friend…
Although you lose a bit of your wing,
You sit on my thorn bush and can still fly.
Yet I, I suffer it is true,
But I am no longer your friend.
You are friend of the sea, you are friend of the river…

 

 

 

Vertaald door John Nist enYolanda Leite

 

 

 


Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)

Borstbeeld door Bruno Giorgi in Sao Paulo

Lees meer...

09-10-10

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva, Mário de Andrade, Jens Bjørneboe, Léopold Senghor, Johannes Theodor Baargeld, Ivo Andrić, Christian Reuter, Holger Drachmann

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 9e oktober mijn blog bij seniorennet.be

  

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 9e oktober ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag. 

 

Mário de Andrade, Jens Bjørneboe, Léopold Senghor

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 9e oktober ook bij seniorennet.be mijn eerste blog van vandaag. 

 

Johannes Theodor Baargeld, Ivo Andrić, Christian Reuter, Holger Drachmann

09-10-09

Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Victor Klemperer, Mário de Andrade, Jens Bjørneboe, Léopold Senghor, Johannes Theodor Baargeld, Marína Tsvetájeva, Ivo Andrić , Christian Reuter, Holger Drachmann


De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

 

A Voice

 

They mutilate they torment each other

with silences with words

as if they had another

life to live

 

they do so

as if they had forgotten

that their bodies

are inclined to death

that the insides of men

easily break down

 

ruthless with each other

they are weaker

than plants and animals

they can be killed by a word

by a smile by a look

 

 

 

Vertaald door Czeslaw Milosz

 

 

 

 

The Survivor

 

I am twenty-four

led to slaughter

I survived.

 

The following are empty synonyms:

man and beast

love and hate

friend and foe

darkness and light.

 

The way of killing men and beasts is the same

I've seen it:

truckfuls of chopped-up men

who will not be saved.

 

Ideas are mere words:

virtue and crime

truth and lies

beauty and ugliness

courage and cowardice.

 

Virtue and crime weigh the same

I've seen it:

in a man who was both

criminal and virtuous.

 

I seek a teacher and a master

may he restore my sight hearing and speech

may he again name objects and ideas

may he separate darkness from light.

 

I am twenty-four

led to slaughter

I survived.

 

 

 

Vertaald door Adam Czerniawski

 

 

 

 

Tadeusz
Tadeusz Różewicz
(Radomsko, 9 oktober 1921)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2007 en ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

Uit: Een dag in Gent

 

„Ik voelde me verplicht om verder te praten over de tumor van Sven Blanco. Die jongen zat daar toch maar mooi mee. ‘er zijn veel mensen,’ zei ik, ‘die zo’n hersentumor kwijtraken alsof het niets is. Sterker nog, die hersentumor gaat vanzelf weg.’

‘Toch ben ik er niet gerust op,’ zei Sven, ‘temeer omdat ik de laatste tijd meer koppijn heb dan vroeger.’

‘Zou dat door de stress komen?’

‘Nee, door die tumor, denk ik.’ Hij zou gelijk kunnen hebben. De kwestie was dat we geen van beiden medisch geschoold waren en in wezen in de ijlte zaten te zwetsen. Wat wisten een lapsteelgitarist en een romancier van hersentumoren? Niet meer dan een normaal mens. ‘Die buurman met die snor,’ zei Sven, ‘is die gestorven aan z’n hersentumor?’

‘Ja, maar hij had net zo goed aan iets anders gestorven kunnen zijn. Hij was niet erg gezond.’

‘Hoe oud was hij toen hij stierf?’‘Een jaar of vijftig.’

‘Dan heb ik zeker nog twintig jaar te gaan.’

‘Je zou zelfs niet zeggen dat je dertig bent. Je lijkt wel een eeuwige puber.’‘Dat zegt m’n stiefmoeder ook.’

‘Hoe gaat het met haar?’

‘Niet zo best. Stress. Daar heeft ze continu koppijn van.’ Ik stak een sigaret op, zo erg was ik aan een dosis tabak toe. We konden moeilijk over Svens hersentumor, Svens stiefmoeder, Svens lapsteel en Svens wie weet wat nog allemaal blijven praten. Soms moet een mens van onderwerp veranderen. Zo’n ander onderwerp, dat vind je niet zo gauw. Ik moest hard nadenken voor ik er een vond. Ik zei: ‘Zou jij een neger willen zijn?’

‘Waarom zou ik in godsnaam een neger willen zijn?’ vroeg Sven.

‘Omdat je dan veel succes zou hebben bij blanke vrouwen.’

‘Ik heb nu ook succes bij blanke vrouwen.’

Met die gast was het moeilijk praten. ‘Nóg meer succes,’ zei ik.

‘Dus jij beweert dat negers veel succes hebben bij blanke vrouwen?’

‘Ja, godverdomme, dat beweer ik. Ik heb de cijfers om dat te staven niet bij me, maar ieder kind weet dat. Het is dat westerse vrouwen niet willen toegeven dat ze op negers vallen. Laten we maar ophouden over negers. Voor je het weet sleep je er andere allochtonen bij en begin je op Marokkanen of Turken te kakken.’

‘Ik kak nooit op Marokkanen of Turken. Ik ben verdraagzaam. Ik ben antiracistisch. Ik ben links.’ Links en toch een hersentumor, dat zou niet mogen. ‘Ik ook,’ zei ik. ‘Ik kak ook nooit op Marokkanen, Turken, negers of om het even welke allochtonen. Of op andere bevolkinsgroepen waarmee je uit moet kijken. Ik houd er m’n handen van af. Van mij mogen ze co-existeren zoveel ze willen. En hun eigen cultuur? Die mogen ze houden tot ze een ons wegen.’

 

 

 

 

herman-brusselmans
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

 

 

 

 

De Joods-Duitse filoloog en schrijver Victor Klemperer werd gebopen in Landsberg an der Warthe (tegenwoordig Gorzów Wielkopolski) op 9 oktober 1881. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008.

Uit: Ich will Zeugnis ablegen bis zum letzten, Tagebücher 1933-1945

 

10. März, Freitag abends

30. Januar: Hitler Kanzler. Was ich bis zum Wahlsonntag, 5.3., Terror nannte, war mildes Prélude. Jetzt wiederholt sich haargenau, nur mit anderem Vorzeichen, mit Hakenkreuz, die Sache von 1918. Wieder ist es erstaunlich, wie wehrlos alles zusammenbricht. Wo ist Bayern, wo ist das Reichsbanner usw. usw.? Acht Tage vor der Wahl die plumpe Sache des Reichstagsbrandes - ich kann mir nicht denken, daß irgend jemand wirklich an kommunistische Täter glaubt statt an bezahlte Arbeit. Dann die wilden Verbote und Gewaltsamkeiten. Und dazu durch Straße, Radio etc. die grenzenlose Propaganda. Am Sonnabend, 4., hörte ich ein Stück der Hitlerrede aus Königsberg. Eine Hotelfront am Bahnhof, erleuchtet, Fackelzug davor, Fackelträger und Hakenkreuz-Fahnenträger auf den Balkons und Lautsprecher. Ich verstand nur einzelne Worte. Aber der Ton! Das salbungsvolle Gebrüll, wirklich Gebrüll, eines Geistlichen. - Am Sonntag wählte ich den Demokraten, Eva Zentrum. Abends gegen neun mit Blumenfelds bei Dembers. Ich hatte zum Scherz, weil ich auf Bayern hoffte, mein bayrisches Verdienstkreuz angesteckt. Dann der ungeheure Wahlsieg der Nationalsozialisten. Die Verdoppelung in Bayern. Dazwischen das Horst-Wessel-Lied. - Eine entrüstete Zurückweisung, loyalen Juden werde nichts Übles geschehen. Gleich darauf Verbot des Zentralvereins jüdischer Bürger in Thüringen, weil er die Regierung »talmudistisch« kritisiert und herabgesetzt habe. Seitdem Tag um Tag Kommissare, zertretene Regierungen, gehißte Fahnen, besetzte Häuser, erschossene Leute, Verbote (heute zum erstenmal auch das ganz zahme »Berliner Tageblatt«) etc. etc. Gestern »im Auftrag der NS-Partei« - nicht einmal mehr dem Namen nach im Regierungsauftrag - der Dramaturg Karl Wollf entlassen, heute das ganze sächsische Ministerium usw. usw. Vollkommene Revolution und Parteidiktatur. Und alle Gegenkräfte wie vom Erdboden verschwunden. Dieser völlige Zusammenbruch einer eben noch vorhandenen Macht, nein, ihr gänzliches Fortsein (genau wie 1918) ist mir so erschütternd. Que sais-je? - Am Montagabend bei Frau Schaps zusammen mit Gerstles. Niemand wagt mehr, etwas zu sagen, alles ist in Angst. Nur ganz unter uns sagte Gerstle: » Der Brandstifter im Reichstag war nur mit Hose und kommunistischem Parteibuch bekleidet und hat nachweislich bei einem NS-Mann gewohnt. «Gerstle humpelte auf Krücken; er hat sich beim Skilaufen in den Alpen ein Bein gebrochen. Seine Frau steuerte ihr Auto, in dem wir ein Stück zurückfuhren.
Wie lange werde ich noch im Amt sein? „


 

 

 

Klemperer
Victor Klemperer (9 oktober 1881 - 11 februari 1960)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse dichter en schrijver Mário de Andrade werd op 9 oktober 1893 in São Paulo in Brazilië geboren. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

 

 

IMPROMPTU OF THE DEAD BOY

Dead, the rests sweetly among the flowers in his coffin.

There are such moments when we living
This life of interests and struggles
Grow tired of plucking desires and worries.
Then we stop a moment, leave the murmur of the body,
The lost head ceases to imagine,
And oblivion comes sweetly.
Who then can enjoy the roses around him?
The beautiful sight that the car cuts through?
The thought that makes him a hero?...
The body is a veil upon the furniture<
A gesture that stopped in the middle of the road,
A gesture we have forgotten.
Dead, he sweetly forgets among the flowers in his coffin.

He doesn´t seem to sleep, nor do I say the dreams happily;
         he is dead.
In a moment of life the spirit forgot and stopped.
Suddenly he was frightened by the noise of tears,
Perhaps he felt a great frustration
For having left life while so strong and so young.

He felt spite and did not move any more.
And how he will not move any more.

Go away! go away, dead boy!
Oh, go away: I do not know you any more.
Do not return at night to flash on my destiny
The light of your presence and your desire to think!
Do  not offer me again your courageous hope,
Nor ask of me the shape of the Earth for your dreams!

The universe bellows with grief at the flaming of fires,
The terrified alarms cross in the air,
And my peace is enormous and unbearable!
My tears fall upon you and you are like a broken Sun.
What freedom in your obilivion!
What firm independence in your death!
Oh, go away: I do not know you any more!

 

 

 

 

 

MOMENT

The wind cuts everything in two.
Only a wish for neatness binds the world…

There is sun. There was rain. And the wind
Scatters trombones of cloud in the blue.

Nobody can be whole in the city.
The doves cling to skyscrapers, it rains.
It is cold. It is heartache… It is this violent wind
That bursts from the caves of human earth
Demanding sky, peace, and a touch of spring.

 

 

Vertaald door John Nist en Yolanda Leite

 

 

 

 

 

mario-de-andrade-2
Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)

 

 

 

 

 

De Noorse schrijver, schilder en essayist Jens Bjørneboe werd geboren op 9 oktober 1920 in Kristiansand. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

Uit: The Caretaker (Vertaald door Esther Greenleaf Müer)

 

For a resident of such a distinguished and well-known madhouse as La Poudrière I must admit that I feel fine, and enjoy a bewildering degree of freedom of thought, expression and movement. At any rate greater than the stars'. And then there's my own highly ambiguous position at the hospital. As caretaker and a kind of jack-of-all-trades (including that of observer) I have at my disposal one of the gardeners' cottages, along with the abovementioned grape and tomato arbor: they lie at the park's outer edge and are surrounded by a high, palisade-like fence with a heavy, lockable gate, so that when I wish I can be wholly isolated in my own world. For example I can get drunk in peace, though that happens very seldom now. And I can smoke hashish with al Assadun, even if we usually do that up in the tower at Lefèvre's, where he has installed a first-class hi-fi set—since music is an almost indispensable part of the hash. Likewise Dr. Lefèvre and I can travel to the sun as often as we wish; this always happens at my house.

But that isn't the most important thing; most important are the mornings and the nights, when I can be utterly undisturbed in my work, and can sit in the garden with my breakfast before proceeding up to the Institute or the clinic to discharge my more routine duties.

The grape and tomato arbor I've described, but the house is just as important; it's old, whitewashed and very simple, like the oldest peasant houses in this district: dirt floor, open fireplace, heavy ceiling beams and a very small sleeping alcove. Outside: the brook, some leafy trees and the plants. Best of all are the mornings, going out barefoot and almost naked right after sunrise, feeling the spicy, fresh scent, the cool morning air, and looking at the light in the treetops or the espaliers. I get a boundless pleasure from these simple things; strictly speaking it's the only happiness I have. I prefer each day to be exactly like the one before.

This has brought me complete clarity of soul, the old man's peace, a quiet heart. Perhaps I miss the sea at times, I don't know.

I said "as caretaker." Of course it's not that simple. It turns out that nothing, absolutely nothing, is simple when you look a bit more closely. Now, for example, there's someone howling up in the clinic again; it's probably the Russian ambassador's wife. She cries like a wolf. In the soundless night this lonely wolf-howl from the ward cuts loose like a stripe on the black night sky, like the trail of a shooting star. The ululating, drawn-out cry is repeated a couple of times. Why do the wolves in the forest also howl thus? For all its wolfishness it's still first and foremost a human howl. She's probably up there hanging onto the window bars while she howls, as she usually does during attacks. If it continues, Dr. Lefèvre will have to leave his desk and his work and go over to the ward to take care of her. al Assadun can't do it because she always tries to rape him.“

.

 

 

 

Bjorneboe
Jens Bjørneboe (9 oktober 1920 – 9 mei 1976)

 

 

 

 

De Senegalese schrijver Léopold Senghor werd geboren op 9 oktober 1906 in het plaatsje Joal aan de Atlantische kust, zo'n 70 kilometer van de Senegalese hoofdstad Dakar. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2007 en ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

 

Noliwe

 

The weakness of the heart is holly...

Ah! You think that I never loved her

My Negress fair with palmoil, slender as a plume

Thighs of a starlet otter, of Kilimanjaro snow

Breasts of mellow rice-fields, hills of acacias under the

East Wind.

Noliwe with her arms of boas, lips of the adder

Noliwe, her eyes were constellations there is no

need of moon or drum

But her voice in my head and the feverous pulse of the

night…

Ah! You think that I never loved her!

But these long years, this breaking on the wheel of the years, this carcan strangling every act

This long night without sleep I wandered like a

mare from the Zambezi, running and rushing at the

stars

Gnawed by a nameless suffering, like the leopards in the

trap.

I would not have killed her if I had loved her less.

I had to escape from doubt

From the intoxication of the milk of her mouth, from

the throbbing drum of the night of my blood

From my bowels of fervent lava, from the uranium

mines of my heart in the depths of my Blackness

From love of Noliwe

From the love of my black skinned People.

 

 

 

 

Senghor
Léopold Sédar Senghor (9 oktober 1906 - 20 december 2001)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, schilder en graficus Johannes Theodor Baargeld werd geboren op 9 oktober 1892 in Stettin. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

 

Der Vogelobre Hornebomm - vulgo dadamax

 

Strüh us strüh us dien Jungfernkorn

Der Vogelobre kommt der Hornebomm

Die hornen Fähnchen uf dien Ei

Dien Sträusschen frei die Fähnchen frei

Der Utterschneck die Scherenbraut

Die stossen ihm die Kufen auf

Die nackten Inseln schlagen an

Die nackten Sträusschen schlagen an

 

Der Vogelobre Hornebomm das grosshell Fisch

das Oberschiff

Nickt die Korallenwürmer auf

Nickt die Otterhöschen auf

Den Wasserhamster nickt er auf den hintendrauf

Kommen schon die 17 Bunteglas

Und Busenzottel die der an sich trägt

Der Zeterfisch der Fischkalb Halbesohn

Zwischen ein und halbe Sohn

Halber Zeter halber Sohn

Was scherts den Obre Hornebomm

Den Leckenmaul im Oberhorn

Ihm staht sein Rogeneuter ob dem Horn

Das staht ihm gefreit

Der Hornsturm drin der Hornsturm drin

Darinnen ist die Paarungszeit

Die tiefe Turm die tiefe Zeit

Die Horne Sträusschen und die Ei

Und immer wied die Paarungszeit

Das Schiffchen auf dem Türmegrund

Das Schiffchen auf dem Sträusschengrund

Die hornen Fähnchen hochgeweiht

Und allerob das Hochgeweih

Des hohe Vogel Hornebomm

Das Obergroßschiff Hornebomm

 

 

 

 

 

Baargeld
Johannes Theodor Baargeld (9 oktober 1982 – 18 augustus 1927)

 

 

 

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Marína Tsvetájeva werd geboren op 9 oktober 1892 in Moskou. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2008.

 

 

In the Winter

 

Bells again break the silence,

Wailing with remorse…

Only several streets divide us,

Only several words!

A silver sickle in the night,

The city sleeps this hour,

The falling snowflakes set alight

The stars upon your collar.

Are the sores of the past still aching?

How long will they abide?

You’re teased by captivating,

New and shimmering eyes.

 

They (blue or brown?) are dearer

Than anything pages hold!

Their lashes are turning clearer,

Out in the freezing cold…

Church bells have faded to silence

Powerless from remorse…

Only several streets divide us,

Only several words!

The silver crescent, at this hour,

Looks at poetic souls in awe,

The winds are gusting and your collar

Is covered with the snow.

 

 

 

 

 

This night, I wander, all alone

 

This night, I wander, all alone outside, -

A sleepless nun, a homeless traveler! -

I have the keys from all the gates tonight

Of this unique, and one and only capital!

 

Insomnia has pushed me into town,

- How stunning you appear, O dusky Kremlin! -

This night, I kiss the boisterous and round,

The hostile, warring planet on the temple!

 

The muggy wind blows straight into the soul.

And not the hair arises, but the fleece!

This night, alone, I pity, one and all, -

Those who are pitied presently and kissed. 

 

 

 

 

Vertaald door Andrey Kneller

 

 

 

 

Marina_Tsvetájeva
Marína Tsvetájeva (9 oktober 1892 – 31 augustus 1941)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 oktober 2006 en mijn blog van 13 oktober 2006.

 

De Servisch-Kroatische schrijver Ivo Andrić werd geboren op 9 oktober 1892 in het dorpje Dolac in de buurt van Travnik, Bosnië.

 

De Duitse schrijver Christian Reuter werd geboren op 9 oktober 1665 in Kütten bei Halle.


De Deense schrijver Holger Drachmann werd geboren op 9 oktober 1846 in Kopenhagen.

 

 

09-10-08

Tadeusz Różewicz, Victor Klemperer, Herman Brusselmans, Mário de Andrade, Jens Bjørneboe, Léopold Senghor, Johannes Theodor Baargeld, Ivo Andrić , Christian Reuter, Holger Drachmann


De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Różewicz behoort tot de eerste generatie Polen die werd geboren en grootgebracht na de Poolse onafhankelijkheid in 1918. Zijn jeugdgedichten werden in 1938 gepubliceerd. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was hij net als zijn broer Janusz (die ook dichtte) lid van de Poolse verzetsbeweging Armia Krajowa. Hoewel zijn broer in 1944 door de Gestapo werd geëxecuteerd, overleefde Różewicz de oorlog. Bij zijn debuut als dramaturg in 1960 had hij reeds twaalf dichtwerken op zijn naam staan. Sindsdien schreef hij het script voor meer dan vijftien theaterstukken. Różewicz wordt gezien als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de naoorlogse Poolse dichtkunst.

A Visit

I couldn't recognize her
when I came in here
just as well it's possible
to take so long arranging these flowers
in this clumsy vase

'Don't look at me like that'
she said
I stroke the cropped hair
with my rough hand
'they cut my hair' she says
'look what they've done to me'
now again that sky-blue spring
begins to pulsate beneath the transparent
skin of her neck as always
when she swallows tears

why does she stare like that
I think I must go
I say a little too loudly

and I leave her,
a lump in my throat

 

 

Vertaald door Adam Czerniawski

 

 

 

In The Middle Of Life

After the end of the world
after my death
I found myself in the middle of life
I created myself
constructed life
people animals landscapes

this is a table I was saying
this is a table
on the table are lying bread a knife
the knife serves to cut the bread
people nourish themselves with bread

one should love man
I was learning by night and day
what one should love
I answered man

this is a window I was saying
this is a window
beyond the window is a garden
in the garden I see an apple tree
the apple tree blossoms
the blossoms fall off
the fruits take form
they ripen my father is picking up an apple
that man who is picking up an apple
is my father
I was sitting on the threshold of the house

that old woman who
is pulling a goat on a rope
is more necessary
and more precious
than the seven wonders of the world
whoever thinks and feels
that she is not necessary
he is guilty of genocide

this is a man
this is a tree this is bread

people nourish themselves in order to live
I was repeating to myself
human life is important
human life has great importance
the value of life
surpasses the value of all the objects
which man has made
man is a great treasure
I was repeating stubbornly

this water I was saying
I was stroking the waves with my hand
and conversing with the river
water I said
good water
this is I

the man talked to the water
talked to the moon
to the flowers to the rain
he talked to the earth
to the birds
to the sky
the sky was silent
the earth was silent
if he heard a voice
which flowed
from the earth from the water from the sky
it was the voice of another man

 

 

 

 

Vertaald door Czeslaw Milosz

 

 

 

 

Rozewicz
Tadeusz Różewicz
(Radomsko, 9 oktober 1921)

 

 

 

 

 

 

De Joods-Duitse filoloog en schrijver Victor Klemperer werd gebopen in Landsberg an der Warthe (tegenwoordig Gorzów Wielkopolski) op 9 oktober 1881. Nadat hij zijn opleiding aan het Französische Gymnasium in Berlijn, op aandrang van zijn ouders had afgebroken om een carrière in de handel te beginnen, haalde hij in 1902 toch zijn Abitur en studeerde Filosofie, Romanistiek en Germanistiek in München, Genève, Parijs en Berlijn. In 1906 trouwde hij met Eva Schlemmer. Hij leefde tot 1912 als vrije publicist in Berlijn en bekeerde zich toen tot het protestantisme. Hij studeerde af in 1912 en ontving in 1914 zijn bul. Van 1914 tot het voorjaar van 1915 doceerde hij als lector universiteit van Napels (stad) en meldde zich toen als vrijwilliger in het Duitse leger waar hij tot 1916 dienst deed als Artillerist aan het Westelijke Front. Later werd hij overgeplaatst naar de militaire censuur en censureerde boeken in Leipzig en Kowno. In 1920 kreeg hij een aanstelling als professor in de romanistiek aan de Technische Hochschule in Dresden.

In 1935 werd hij op grond van het Gesetz zur Wiederherstellung des Berufsbeamtentums, een van de Rassenwetten van Neurenberg ontslagen en richtte zich in eerste instantie op het schrijven van "Geschichte der französischen Literatur im 18. Jahrhundert“, dat in twee banden in 1954 en 1960 verscheen. Toen joden ook de toegang tot bilbliotheken en abonnementen op kranten en tijdschriften werd verboden, richtte hij zich toenemend op zijn dagboek en begin in 1938 aan zijn Vita. De (losse) pagina's van het dagboek werden regelmatig door zijn vrouw bij een vriendin afgeleverd, die ze vervolgens verstopte, want een inval van de Gestapo dreigtde ieder ogenblik.

Tijdens de oorlogsjaren schreef hij op basis van zijn dagboek zijn Lingua Tertii Imperii, waarin hij, om geestelijk te kunnen overleven, de taal van het derde rijk, zoals die tot hem kwam in de vorm van vlugschriften, speeches en het taalgebruik van de mensen om hem heen, systematisch analyseerde.

 

Uit: So sitze ich denn zwischen allen Stühlen, Tagebücher 1945-1959

 

Aber das Märchen ist zuende, und die beruflichen Bitterkeiten der zwanziger und dreißiger Jahre werden sich wiederholen, als sei nicht das Ungeheuerliche inzwischen geschehen. Ich bin furchtbar pessimistisch geworden, and Eva too, im Punkte Änderung des deutschen Sumpfes, des Friedens, der Menschheit überhaupt. All diese schönen Phrasen und Gelöbnisse aus Deutschland, USA und Rußland, alles das habe ich schon 1918 gehört. Und dann kamen die Freicorps und all das andere innen und außen, das schließlich zur Katastrophe führte. Und es wird diesmal nicht anders werden. Und ist der Unterschied zwischen Sprache und Wahrheitsgehalt Stalinice ein so sehr viel anderer als Hitlerice?
11.7.1945

 

Für meine Person bin ich im stetigen Dilemma. Ich möchte an den linkesten Flügel der KPD, ich möchte für Rußland sein. Und andererseits: Freiheit, die ich meine!
8.8.1945

 

Es ist sehr erschütternd für mich, daß alle Intelligenz derart zur anderen Seite übergeht. Aber wir müssen, wir müssen an unserer Stellungsnahme festhalten u. ich glaube nach wie vor – nicht an den reinen Idealismus u. die Sündlosigkeit der Russen, aber daran, daß ihre Sache, idell betrachtet, die bessere, u. praktisch betrachtet, die auf die Dauer siegreiche ist.
15.10.1947

 

Wo ist die Demokratie? Ich glaube nicht an ihren Bestand, wir sitzen – was ist das WIR? eine verhaßte Minorität, eine sehr kleine – sitzen nur auf den russischen Bajonetten. Am Tag des Russenabzugs sind wir – d. h. E. u. ich, tote Leute. Schlimmer: ich glaube nicht an den Wert der Dinge, für die ich eintrete. Gewiß, die Idee des Marxismus ist rein. Aber sind die Russen weniger imperialistisch etc. als die anderen?

Ich suche mir einzureden, an die sowjetische Sache zu glauben, u. im Innersten glaube ich doch an gar nichts u. alles scheint mir gleichermaßen unwesentlich u. gleichermaßen erlogen. Die greuliche Ähnlichkeit mit nazistischen Methoden läßt sich in der Propaganda für die Gesellschaft, in dem Lärm um Stalins Geburtstag nicht verkennen.
16.12.1949

 

Am Sonnabend war Gusti W. bei uns. Ich: Wir sind in einem Irrenhaus. G.:Das ist nur natürlich, es war in Rußland ebenso, man kommt um eine solche Situation nicht herum. Halte dich möglichst zurück, bleibe im Dunklen – in kurzer Zeit wird man die Leute brauchen, die sich jetzt nicht lächerlich gemacht haben.
10.5.1950

 

Bitterer [...] ist mein Auseinanderklaffen in allem Geistigen mit der SED. Ich kann aber nicht nach Westen ausweichen – das ist mir noch zuwiderer. Bei der SED ist es nur die Wissenschaft, nur die momentane Überspanntheit, die 150%keit, drüben aber alles, was mir verhaßt ist. Aber dies »nur die Wissenschaft« verbittert mir den Rest des Lebens u. hält mich nun doch auf meinen alten Platz »zwischen den Stühlen«, vielmehr wirft mich dorthin zurück, nachdem es mir geglückt schien, einen besseren Sitzplatz zu haben.
24.5.1950“

 

 

 

 

Klemperer
Victor Klemperer (9 oktober 1881 - 11 februari 1960)

 

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006en ook mijn blog van 9 oktober 2007.

 

Uit: De Ex-Schrijver

 

'Is dat je thuis?' vroeg ik overbodigerwijs.
'Ja,' zei hij. (…)
Ik was blij dat ik geen schrijver meer was, en deze scène dus nergens voor nodig had, want in het beschrijven van huizen of kastelen, en wel zo dat de lezer zich kan voorstellen hoe ze eruit zien, ben ik altijd een kluns geweest, zowel wat betreft het buitenaanzicht als het interieur. Enfin, het was gewoon zo'n huis dat 20 miljoen of meer waard was van dertien in een dozijn. De oprit was bezaaid met oranje-rood-achtige kiezelsteentjes, dat soort zaaiwerk. Ligusters stonden zich te pletter te bloeien bla bla bla en een tuinman lag op z'n buik het immense grasveld te maaien met een nagelschaartje. Of wel was hij onwel geworden en voorover gestuikt.
'Jullie tuinman is onwel geworden en voorover gestuikt,' zei ik.
'Nee nee,' mompelde mijn biograaf, 'nee nee… Hij ligt op z'n buik het grasveld te maaien met een nagelschaartje."

 

 

 

 

Brusselmans
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

 

 

 

 

 

De Braziliaanse dichter en schrijver Mário de Andrade werd op 9 oktober 1931 in São Paulo in Brazilië geboren. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2006.

 

Drizzle of my São Paulo

 

Drizzle of my São Paulo
– Sad sound of martyrdom –
A black guy is coming, is white!
Only when very close gets black
Passes by and turns to be white


My São Paulo of the drizzles
– London of the thin fogs –
A pour guy is coming, is rich!
Only when very close gets pour,
Passes by and turns to be rich


Drizzle of my São Paulo
– Dressmaker of the cursed –
Comes a rich, comes a white,
They all remain whites and riches…


Drizzles get out of my eyes.

 

 

 

 

 

mario_de_andrade
Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)

 

 

 

 

 

 

 

De Noorse schrijver, schilder en essayist Jens Bjørneboe werd geboren op 9 oktober 1920 in Kristiansand. Hij is in Nederland voornamelijk bekend dankzij zijn boek Het ogenblik van de vrijheid. In Noorwegen was hij soms controversiëel, sommige van zijn boeken werden als pornografisch beschouwd en verboden. In 1943 vluchtte Bjørneboe voor de Duitsers naar Zweden waar hij schilderkunst studeerde. In 1946 exposeerde hij 45 schilderijen in Kristiansand. Tussen 1957 en 1959 reisde hij rond in Italië en Midden Europa. Zijn boek Uten en Tråd werd verboden in 1967 maar in 1968 in Denemarken alsnog uitgegeven. Bjørneboe streed zijn leven lang tegen depressies en alcoholisme. In 1976 pleegde hij zelfmoord.  Zie ook mijn blog van 13 oktober 2007.

 

Uit: Amputation

„FORTINBRAS: Uh-huh! That's it! (Together they hang up the wall-charts. Chart A represents, under a tremendous heading ""Man", ordinary muscleman, with open belly, guts, sinews, eye sockets, etc. etc. Chart B, under the heading "Man—an internal combustion engine", represents a human-looking car engine.) As you see, ladies and gentlemen, one can immediately find the analogies between (Points with a staff) the exhaust pipe and rectum, the muffler and the bowels, the lights and the eyes—even two of each!—Furthermore: cylinders and. muscles, battery and brain, carburetor and spinal cord, wires and nervous system. . . etc. etc. The car engine, however, has far greater adaptability than the human being and the internal combustion engine has no deviant opinions either. Disciplinary surgery—or, if you wish: psycho-surgery—is founded on the principle that man in his present form is of faulty construction—highly subject to subjective patterns of behaviour. Now, it goes without saying that all social problems can be solved only to the extent that we can work on non-deviant humans. This is the basis of both general social surgery as well as my own specialty: psycho- or disciplinary surgery.

NURSE (In): Excuse me, Professor, the subject of the experiment seems to be getting restless.

FORTINBRAS: (Listens with lifted eyebrows, gives a meaningful nod and points to an enormous injection syringe lying on the tea table. While he continues talking, he explains in pantomime to the nurse what she should do: points to the syringe, then to various bottles on the table, suggesting that see take a little here, a little there, and fill the syringe which must be well shaken and finally, used. He demonstrates this in pantomime of using the syringe with great force.) Later, psycho-surgery has proven itself in actual practice to be indispensable far beyond the treatment of the manifestly criminal clientele. Practically any kind of deviant behaviour can be treated in this day and age. (NURSE has filled the syringe, shakes it, squeezes out the air and carries it carefully—with the needle up in the air—out to the polyclinic. A loud, piercing and penetrating, wailing scream of pain is heard.) Psycho-surgery is also made use of as a preventive disciplinary surgery in connection with adultery, with the establishment of law and order . . . on privates or petty officers in our armed forces . . . on school children . . . on rebellious students . . . on people who wish to be alone . . . people who sleep on the stomach can be cured . . . people with warts or regular bad habits. . . . Recently I operated most successfully on a young girl for a particular form of deviant behaviour; she was. . . .

NURSE (Humbly): Excuse me, professor, but your esteemed colleague is waiting; the social surgeon is quite indignant, and says that. . . . (Whispers in FORTINBRAS' ear)

FORTINBRAS (Lifts his eyebrows, smiles and shakes his head): No, no, no, of course not! We shall let him operate immediately. . . . (Waves the whole matter away like a fly) Let Adolf roll in the subject of the experiment, and you can fetch Professor Vivaldi yourself. . . . (Loudly to the audience) Finally, I should just like to emphasize the immense significance of my own brainchild, what is called disciplinary surgery, which is a natural extension of psycho-surgery—it is an invention which can only be compared with the work of Pasteur, and one which not only brought me the rank of general in our armed forces, but also yielded me the Nobel Peace Prize! (Bows. Applause. NURSE in. He points to the suitcases, and she opens them. While he continues talking, she takes out of the suitcases and puts on him: boots of white shiny rubber, a white, shiny operation coat which buttons in the back and has numerous bloodspots, among them an obvious blood-red handprint, and likewise footprint. She fills liquid in a wash basin, to let him sterilize his hands before holding them up in the air for a long time and letting her put rubber gloves on him, as well as a kind of white butcher's cap with gold trim.”

 

 

 

 

jens_bjorneboe
Jens Bjørneboe
(9 oktober 1920 – 9 mei 1976)

 

 

 

 

 

De Senegalese schrijver Léopold Senghor werd geboren op 9 oktober 1906 in het plaatsje Joal aan de Atlantische kust, zo'n 70 kilometer van de Senegalese hoofdstad Dakar. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2007.

 

 

Elegy for Martin Luther King

 

IV

 

It was the fourth of April, nineteen hundred and sixty-eight,
A spring evening in a grey neighborhood, a district smelling
Of garbage mud where children played in the streets in
     spring,
And spring blossomed in the dark courtyards where blue
     murmuring
Streams played, a song of nightingales in the ghetto night of
hearts.
Martin Luther King chose them, the motel, the district,
The garbage and the street sweepers, with the eyes of his heart
     in those
Spring days, those days of passion wherever the mud of flesh
Would have been glorified in the light of Christ.
It was the evening when light is clearest and air sweetest,
Dusk at the heart's hour, and its flowering of secrets
Mouth to mouth, of organ and of hymns and incense.
On the balcony now haloed in crimson where the air
Is more limpid, Martin Luther stands speaking pastor to
     pastor:
"My Brother, do not forget to praise Christ in his
     resurrection
And let his name be praised!"
And now opposite him, in a house of prostitution,
     profanation,
And perdition, yes, in the Lorraine Motel - Ah, Lorraine, ah
Joan, the white and blue woman, let our mouths purify you
Like rising incense!--In that evil house of tomcats and
     pimps
A man stands up, a Remington rifle in his hands.
James Earl Ray sees the Reverend Martin Luther King,
Through his telescopic sight, sees the death of Christ: "My
     brother,
Do not forget to magnify Christ in his resurrection this
     evening!"
Sent by Judas, he watches him, for we have made the poor
     into wolves
Of the poor. He looks through his telescopic sight, sees only
     the tender
Neck so black and beautiful. He hates that golden voice
     modulating
The angels' flutes, the voice of bronze trombone that
     thunders on terrible
Sodom and on Adama. Martin looks ahead at the house in
     front, he sees
The skyscrapers of light and glass, He sees curly, blond heads, dark,
Kinky heads full of dreams like mysterious orchids, and the
     blue lips
And the roses sing in a chorus like a harmonious organ.
The white man looks hard and precise as steel. James Earl
     aims
And hits the mark, shoots Martin, who withers like a
     fragrant flower
And falls. "My brother, praise His Name clearly, may our
     bones
Exult in the Resurrection!"

 

 

 

 

 

Prayer for Peace
to Georges and Claude Pompidou

 

I.

 

Lord Jesus, at the end of this book, which I offer You
As a ciborium of sufferings
At the beginning of the Great Year, in the sunlight
Of Your peace on the snowy roofs of Paris
-- Yet I know that my brothers' blood will once more redden
The yellow Orient on the shores of the Pacific
Ravaged by storms and hatred
I know that this blood is the spring libation
The Great Tax Collectors have used for seventy years
To fatten the Empire's lands
Lord, at the foot of this cross - and it is no longer You
Tree of sorrow but, above the Old and New Worlds,
Crucified Africa,
And her right arm stretches over my land
And her left side shades America
And her heart is precious Haiti, Haiti who dared
Proclaim Man before the Tyrant
At the feet of my Africa, crucified for four hundred years
And still breathing
Let me recite to You, Lord, her prayer of peace and pardon.

 

 

 

 

Vertaald door John Reed and Clive Wake

 

 

 

 

senghor
Léopold Sédar Senghor (9 oktober 1906 - 20 december 2001)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, schilder en graficus Johannes Theodor Baargeld werd geboren op 9 oktober 1892 in Stettin. Naast Max Ernst, met wie hij het tijdschtift "die schammade" uitgaf, was hij de tweede oprichter van de Keulse Dada-groep. Hij studeerde rechten in Oxford en Bonn. Hoewel hij op successen kon bogen trok hij zich rond 1920 helemaal uit de dada beweging terug en begon hij een studie economie.

 

 

Bimbamresonnanz I

 

Stutzflügelalwa schlägt die flügelleder
schlägt alwa stutzuhr bimbamresonnanz
Breschkowska-revolution der grossmütter schlägt die augenleder
und ihren kalzionierten jordanwasserschwanz

 

alwa pissoirgeläute brütet stutzige Landeseier
Länderin herien un hierin alwa
doch verbimmeltes pedal toniert schon alwenweiher
flügeluhr schlägt bim auf ländermalve

 

breschkowskaja schlägt die Lederdrüse
bis die muttermöndchen bimmeln schöpfersalbe
Und des Ewigen scheerenfernrohr überkrebst als alwe
Bimmelnd toten alwa landgemüse

 

 

 

 

 

baargeld
Johannes Theodor Baargeld (9 oktober 1982 – 18 augustus 1927)

 

 

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 oktober 2006 en mijn blog van 13 oktober 2006.

 

De Servisch-Kroatische schrijver Ivo Andrić werd geboren op 9 oktober 1892 in het dorpje Dolac in de buurt van Travnik, Bosnië.

 

De Duitse schrijver Christian Reuter werd geboren op 9 oktober 1665 in Kütten bei Halle.

 

De Deense schrijver Holger Drachmann werd geboren op 9 oktober 1846 in Kopenhagen.

 

 

 

09-10-07

Herman Brusselmans 50 jaar, Ivo Andrić, Mário de Andrade, Marína Tsvetájeva, Christian Reuter, Holger Drachmann, Jens Bjørneboe, Léopold Senghor


De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Hij is vandaag dus 50 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006.

 

Uit: Vrouwen met een IQ

 

"Als ik daar zonder kloppen ben binnengestapt zie ik iemand in een bed liggen, zonder twijfel Ilse - al is ze kaal - en zie ik vier ander personen op stoelen zitten. Wie zal ik eerst aanspreken? De kale? Dat lijkt me het beleefdst. Ik kus haar en zeg: 'Ilse... Je ziet er... Ik bedoel, hoe gaat het?' Ze zegt dat het goed gaat. Ik geloof haar niet, maar ben niet van plan om haar voor leugenaar te gaan uitschelden. Er is wel degelijke een reden waarom ik haar niet geloof: ze ziet er bijzonder slecht uit. Niet allen kaal maar ook, zoals Eva al zei, niet opgemaakt. Bovendien opgezwollen en blauw in het gezicht. Haar neusring is ze ook kwijt. Nee, met Ilse is niet alles in de haak."

 

Uit: Muggepuut

 

Ik heb maar weinig meegemaakt, dacht Danny. Er is nooit iets van grote betekenis voorgevallen. Ik heb geen enkele oorlog overleefd. Ik heb niet genoeg materiaal voor al was het maar één autobiografische roman. Ik ben een schrijver met alleen maar fantasie. Geen herinneringen, geen basis, geen waargebeurde bouwstenen. Is dat een ramp. Bij lange niet. Of je schrijft over een bestaande Danny Muggepuut of over een niet-bestaande Floris Buck, het is om het even. Het is toch allemaal gezever. Noem me één goed boek in de wereldliteratuur. Het bestaat niet. Rommel is het allemaal. Ik raad soms wel een iemand een boek aan, maar dat zou ik evengoed kunnen laten. Toch moet er zoveel mogelijk gelezen worden. Dan hebben mensen wat anders te doen dan elkaar kapot maken.” Een man met een boekje in een hoekje, dat is mogelijk een ongevaarlijke man. Leve de literatuur.

 

 

 

 

brusselmansherman
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 oktober 2006 en mijn blog van 13 oktober 2006.

 

De Servisch-Kroatische schrijver Ivo Andrić werd geboren op 9 oktober 1892 in het dorpje Dolac in de buurt van Travnik, Bosnië.

 

De Braziliaanse schrijver Mário de Andrade werd op 9 oktober 1893 in São Paulo geboren.

 

De Russische schrijfster Marína Tsvetájeva werd geboren op 9 oktober 1892 in Moskou.

 

De Duitse schrijver Christian Reuter werd geboren op 9 oktober 1665 in Kütten bei Halle

 

De Deense schrijver Holger Drachmann werd geboren op 9 oktober 1846 in Kopenhagen.

 

De Noorse schrijver, schilder en essayist Jens Bjørneboe werd geboren op 9 oktober 1920 in Kristiansand.

 

De Senegalese schrijver Léopold Senghor werd geboren op 9 oktober 1906 in het plaatsje Joal aan de Atlantische kust, zo'n 70 kilometer van de Senegalese hoofdstad Dakar.

 

 

09-10-06

Ivo Andrić, Mário de Andrade, Marína Tsvetájeva, Christian Reuter


Ivo Andrić werd geboren op 9 oktober 1892 in het dorpje Dolac in de buurt van Travnik, Bosnië, dat toen deel uitmaakte van Oostenrijk-Hongarije en tegenwoordig van Bosnië-Herzegovina. Zijn ouders, Antun Andrić en Katarina Pejić, waren Kroatische rooms-katholieken. Andrić studeerde aan het gymnasium van Sarajevo en later aan de universiteiten van Zagreb, Wenen, Kraków en Graz. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leefde Andrić in stilte in Belgrado, terwijl hij zijn drie bekendste romans voltooide, die in 1945 zouden verschijnen. Hiertoe behoort ook De brug over de Drina. Na WO II bezette Andrić een aantal ceremoniële posities in de nieuwe communistische regering van Joegoslavië. In 1961 werd hem de Nobelprijs voor Literatuur toegekend.

 

Uit: The Bridge on the Drina ( vertaald door Lovett F. Edwards)

 

"Here, where the Drina flows with the whole force of its green and foaming waters from the apparently closed mass of the dark steep mountains, stands a great clean-cut stone bridge with eleven wide sweeping arches. From this bridge spreads fanlike the whole rolling valley with the little oriental towns of Višegrad and all its surroundings, with hamlets nestling in the folds of the hills, covered with meadows, pastures and plum-orchards, and criss-crossed with walls and fences and dotted with shaws and occasional clumps of evergreens. Looked at from a distance through the broad arches of the white bridge it seems as if one can see not only the green Drina, but all that fertile and cultivated countryside and the southern sky above."

 

 

Andric
Ivo Andrić (9 oktober 1892 – 13 maart 1975)

 

 

 

Mário de Andrade werd op 9 oktober 1931 in São Paulo in Brazilië geboren. Na het gymnasium bezocht hij daar het conservatorium waar hij in 1917 afstudeerde als pianoleraar. Vanaf 1935 hield hij zich als politicus in São Paulo met cultuur bezig. Hij richtte een aantal instituten op waaronder de stadsbibliotheek en de dienst voor cultuur. In 1938 werd hij directeur van het Instituut voor Beeldende Kunst in Rio de Janeiro. In 1939 kreeg hij de leiding over het Instituto Nacional do Livro. Vanaf 1942 leefde hij weer in zijn geboortestad waar hij de leiding had over de Serviço do Patrimônio Histórico, het beheer van het nationale cultuurgoed. Tot zijn bekendste werken behoren de gedichtenbundels Paulicéia Devairada (1922) en Losango Cáqui (1926) en de roman Macunaíma, O Herói Sem Nemhum Caráter (1928), waarmee hij een plaats veroverde in het Braziliaanse modernisme.

 

 

I am ten thousand million guys

I have ten thousand, I have ten thousand million personalities,
My feelings give re-birth to themselves incessantly;
O mirrors, O Pyrenees, O rednecks,
Should a god die, I shall buy another in a convenience store.

The best words I hug in my bed,
And my sighs are other guys’ violins;
And I walk on the land just like the man who secretly finds

his own kisses in the corners, taxis and hotel rooms;

O yeah, I am so many, I am so many guys,
But one day I shall happen onto myself,
Be patient, short minded swallows,
For only the oblivion will provide an explanation,
And only then my soul will work as an abode.

 

Vertaling: Tony Marmo

 

 

 

 

andrade
Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)

 

 

 

Marína Tsvetájeva werd geboren op 9 oktober 1892 in Moskou. Haar vader, die stamde uit het gezin van een dorpspriester, was hoogleraar aan de universiteit van Moskou. Haar moeder was een pianiste van Duits-Poolse afkomst.Tijdens haar middelbare schooltijd verbleef Marina verscheidene malen in Italië, Zwitserland, Duitsland en Frankrijk. In die tijd (1910) verscheen reeds haar eerste dichtbundel Avondalbum. In 1915 maakte ze kennis met de grote dichter Osip Mandelstam en ze bleef enige jaren met hem bevriend. Na drie jaar in Praag te hebben gewoond, vestigde zij zich in 1925 in Parijs. Aanvankelijk werd ze er in de kringen van de Russische emigranten gewaardeerd, maar allengs traden er meer spanningen op. Eenzaamheid, armoede, heimwee en zorgen over de toekomst van haar zoon noodzaakten haar om in 1939 terug te keren naar de Sovjet-Unie. Haar man werd gearresteerd en doodgeschoten. Marina kon zichzelf niet handhaven in Moskou. Zonder vaste verblijfplaats, probeerde ze zich met het maken van vertalingen in leven te houden. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd ze geëvacueerd naar het verre Jelaboega. Na vergeefse pogingen om wat hulp te krijgen van collega-schrijvers (ook Pasternak liet haar in de steek), maakte ze daar door ophanging een einde aan haar leven.

 

Mijn verzen...

Mijn verzen, die ik jong al heb geschreven,

Voordat ik wist een dichteres te zijn,

Als vuurwerk spattend, vonkend en vol leven,

Bruisend als een fontein,

 

En die als kleine duivels binnendrongen

In 't rijk dat vol van droom en wierook was,

Mijn verzen, die de dood, de jeugd bezongen,

 - En niemand die ze las! -

 

Die op bestofte winkelplanken kwijnen

(Waar niemand ze een blik ooit waardig keurt!),

Mijn verzen komen, zoals goede wijnen,

Nog wel eens aan de beurt.

(Vert. Marja Wiebes en Margriet Berg)

 

 

Tsevetajeva
Marína Tsvetájeva (9 oktober 1892 – 31 augustus 1941)

 

 

Christian Reuter was een Duitse schrijver van satirische romans en toneelstukken. Zijn Schelmuffsky is de eerste Duitse schelmenroman. Hij werd geboren op 9 oktober 1665 in Kütten bei Halle en stamde uit een boerenfamilie. Toen hij 23 jaar was ging hij naar Leipzig om rechten te studeren, maar hij kwam er door zijn literaire werk in moeilijkheden en werd uiteindelijk van de universiteit verbannen. Vanaf 1703 werkte hij in Berlijn als gelegenheidsdichter aan het hof van koning Frederik I van Pruisen. Vanaf 1711 zijn er geen feiten uit zijn leven meer te traceren. Vermoedelijk stierf hij in 1712.

Uit: Schelmuffskys Warhafftige Curiöse und sehr gefährliche Reisebeschreibung zu Wasser und zu Lande

An den Curiösen Leser:

Ich bin der Tebel hohlmer ein rechter Bärenhäuter, daß ich meine warhafftige, curiöse und sehr gefährliche Reise-Beschreibung zu Wasser und Lande, welche ich schon eine geraume Zeit verfertiget gehabt, so lange unter der Banck stecken lassen und nicht längstens mit hervor gewischt bin. Warum? Es hat der Tebel hohlmer mancher kaum eine Stadt oder Land nennen hören, so setzt er sich stracks hin und macht eine Reise-Beschreibung zehen Ellen lang davon her! Wenn man denn nun solch Zeug lieset (zumahl wer nun brav gereiset ist als wie ich), so kan einer denn gleich sehen, daß er niemahls vor die Stuben-Thüre gekommen ist, geschweige, daß er fremden und garstigen Wind sich solte haben lassen unter die Nase gehen, als wie ich gethan habe. Ich kan es wohl gestehen, ob ich gleich so viel Jahr in Schweden, so viel Jahr in Holland, so viel Jahr in Engelland, auch 14 gantzer Tage in Indien bey den grossen Mogol und sonst fast in der gantzen Welt weit und breit herum gewesen und so viel gesehen, erfahren und ausgestanden, daß wenn ich solches alles erzehlen solte, einen die Ohren davon weh thun solten.

 

 

IllustratieReuter
Christian Reuter (9 oktober 1665 - ? 1712)

Illustratie uit Schelmuffskys (1696)