10-04-18

Leo Vroman, Jan van Mersbergen, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner, Marcel van Maele, Eric Knight

 

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Veelheden hoe

Een half petje kip,
een popotamus hip,
twee muisjes vleer
vier hanen weer,
acht beelden voor,
zestien kijkjes door,
tweeëndertig vliegjes vuur,
vierenzestig kastjes muur,
honderd achtentwintig fouten druk,
een kippetje tuk?
tweehonderd zesenvijftig stokken tover,
vijfhonderd twaalf tochten over,
en ongeveer,
duizend minnen meer.

 

 

Nacht

Dieper naar voren kan ik mij niet buigen
over de wereldrand, spaarzaam verlicht.
Met het gelaat op blinde duisternis gericht
kan ik mij van Gods glans niet overtuigen.

De verste nadering betracht ik in de vele
gedachten die ik naar dat hol gebied
uitzend; talrijke keren niet,
doch ik verlies mij in dit koppig spelen

en in de pijn die tot een lust verdooft
om hun verminkte wederkomst waaraan
'k een wreed en zeker teken hecht van Gods bestaan:
dat ginds een wand is waar wat in hem gelooft
en tot zijn licht vliegt blindelings op stuit.

Doch wellicht hoort hij in de stilste nachten
het zieke ritselen van mijn gedachten
die zich te pletter fladderen buiten op zijn ruit.

 

 

Een psalm voor het smelten

Nu ik weet dat ijs-hoge
torens die het menselijk woelen
in al die kantoren
van bazen en bazinnen
liefde en onvermogen
van binnen niet voelen of horen,
dat die kunnen smelten
in luttele seconden
de pratende omzetten
in pruttelend vlees
en de haatvolle hitte
die hele lieve bevolking
om kan zetten tot een
dikke witte wolk
die na dagen zout en zacht
vredig neerzinkt als een grijze vacht
zodat de nu overtollige
tafels en stoelen, kopjes en borden
binnen verre huizen
mollige wezentjes worden,
en ver buiten de stad
op het gras, het verlaten speelgoed,
het poeder blijft praten
over wie het zopas nog,
al pratende, was,
nu ik dat weet, Systeem,
nu weet ik niets meer

 

 
Leo Vroman (10 april 1915 - 22 februari 2014)
Beeld van Leo Vroman op het dak van de stadsbibliotheek Gouda.

Lees meer...

10-04-17

Leo Vroman, Jan van Mersbergen, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner, Marcel van Maele, Eric Knight

 

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

De drie zwanen

Die drie zwanen
drijvend op het meer
zag ik niet weggaan en
waren er weer,

en de treurwilg met een
scheef houten been,
haar haar omlaag
en weerkaatsend omhoog
maakte een boog
om de zwanen heen,

door een kind getekend, maar
ik moet om te beginnen
het kind nog verzinnen.
Dan is het waar
maar lang, lang later.
Dan is het najaar
en klotst het water.

 

 

Een stille ontmoeting

Soms moet ik zo verlangen naar
blauwgras, wimperparelgras,
zoals ons tuintje vroeger was,
honderd jaar, duizend jaar,
liesgras, trilgras, liefdegras,
duizend jaar geleden, maar
kweldergras, knolbeemdgras,
kijk daar eens even, daar
scherpgras, hardgras, tandjesgras,
een lege kleine zoogdiervacht,
kamgras, baardgras, borstelgras,

zo onaantastbaar zacht,
en het schedeltje zo onbewoond
kruipertje kromstaart, herderstas,

dat nog zo'n brede grijns vertoont,
raaigras raaigras

 

 

Aan een vriend

Ach, laten wij geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven,
en laten wij ook nimmer praten
van alles wat wij huichelden en haatten.
Zolang een vlerkgespreide leeuwerik blijft zingen
vergeeft zijn God ons al wat wij begingen,
zolang wij kersenbomen zacht in bloei zien staan
dan hebben wij nog niemand kwaad gedaan.
Ach, laten wij het leed dat men ons deed, vergeten,
God zal het allemaal wel weten,
en laten we geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven.

 

 
Leo Vroman (10 april 1915 - 22 februari 2014)

Lees meer...

10-04-16

Marcel van Maele, William Hazlitt, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson

 

De Vlaamse dichter en beeldhouwer Marcel van Maele werd geboren in Brugge op 10 april 1931. Zie ook alle tags voor Marcel van Maele op dit blog.

 

Met mijn dood sterft alles mee

Met mijn dood sterft alles mee
ook wat overblijft:
een vruchteloos debat,
een boek – vol woorden ter verduidelijking-,
een grijns.
Ik ken verduiveld goed de grens tussen drift en durf,
daarom ligt mijn hand op de wekker,
-nee, ik speel niet mee-
ook niet met een nouveau nouveau roman.
Ik,
het resultaat van wat is en wat was,
blijf nooit mezelf
dat is in beweging zijn
terwijl pijn aan de stilte knaagt.
En verder drijven met kristal verbazing,
de rinkeling, de wekker,
de vragen weken of ontwijken, en aanvaarden
hartstochtelijk de klappen van de zweep.
Klappertandend geduld,
ik sla de fles aan scherven.

 

 
 Marcel van Maele (10 april 1931 - 24 juli 2009)

Lees meer...

10-04-15

Leo Vroman, Jan van Mersbergen, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Marcel van Maele

 

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Ik zal wel zien

Ik zal wel zien
in dat rotgebied
van duisternis
of daar nog iets is
of opzettelijk niet;
ja ik zal misschien
nog even pogen
daarheen te kijken
met glazige ogen
net als andere lijken
of als een groeiende kreeft
uit mijn strak huidskelet
naar buiten breken
om wat mij omgeeft
te verlaten, met
wat ik beteken.

 

 

Huis en tuin

Hoe dromerig denk ik de wei
zo'n eerste zomer zonder mij.

Het huis is leeg, de tuin is vol.
De paardenbloemen pluizen bol.

De vogels maken geen geluid.
Het gras groeit boven de rozen uit.

Heel voorzichtig gaan de bomen
liggen om in slaap te komen.

Uit hun rompen rijst een woud.
En het huis wordt niet herbouwd.

MORAAL

Ach wat groeit het leven goed
als het niet van mensen moet.

 

 

Lieve Critici

Lieve critici, ik vrees
dat ik geen doel of doelgerichte
lijn in de loop der jaren lees
van mijn duizenden gedichten.

Ik blijf een ventje dat maar schrijft
en nauwelijks wil weten
of zijn bekladdering beklijft
of gretig wordt vergeten.

Eergisteren zei mijn dermatoloog:
Ik zie een kleine zwarte plek en die
vereist even een biopsie.
Melanoma, vroeg ik droog.

Zo ja, dan leef ik nu nog maar
hoogstens een paar jaar.
Zo nee, dan ook een paar.
Van zijnd naar bijna niet meer zijnde
kijk ik met voldoening naar
het einde van mijn einde.

Hoewel, een enkele keer
denk ik toch
Dit nog. Dat nog.
Dit misschien nooit meer.

 

 
Leo Vroman (10 april 1915 - 22 februari 2014)

Lees meer...

10-04-14

Leo Vroman, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner, Marcel van Maele

 

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Verschiet

Droevig is het mateloos verschiet.
Op vele bedden liggen jonge mensen,
in ademloos verdriet, en staren
zonder wensen, door de ramen, in het niet.

Eeuwen wisselen hun klederen en namen,
eeuwig wachten tranenbad en duister,
zij sparen dromen, en hun moegespaard gefluister
verteert haar tederheden als de nachten
gekomen zijn en het zijn de juiste niet.

Wind, waai de luiken toe voor het lichte raam,
de jonge mensen zijn te zoet geschapen,
laat ze vervloeien of hun lot verslapen,
ze zijn tot sterven nog zo onbekwaam.

 

 

In tederheid

Brood of honingraat wil mij
de slapen niet meer verwarmen;
enkel de zachte binnenzij
in de witte knik van je armen.

Jouw glimlachen deden het zachte
van de vacht van een wezentje,
vaag, maar niet weg te vagen;
en trippelend als je lachte.

Bij de oogleden, wier dichte zoemen
onder de muizen van mijn handen
tranen tot sterren deden verbranden
waren de rozen haast niet meer bloemen.

Ach hoe wilden wij verwelken,
hoe droevig waren wij beiden -
alsof de dood reeds ‘tik’ zeide
tegen de bladerval der kelken.

Doch wat moesten zij zo levend?
Onze rompen, elk het eigen
sterven toegestevend
verkregen iets varends, maar mist
had het water uitgewist.

Mistig was mij te meer
deze kruisvaart van lijven
door de roep van boot naar boot:
eenmaal, – dan niet weer.

 

 

Die boom

Er groeit nog in ons Paradijs
een vreselijke boom.
Zijn stam is grauw, zijn bladgroen grijs:
de boom der kennis van het atoom.

Zijn loverwolk van stof en gas
verduistert onze lucht.
Wij allen ademen de vrucht
van dit verdoemd gewas.

O hadden wij geweten wat
er binnen onze schedel zat
men kroop te elfder stonde

terug over dit levenspad
naar toen de slang nog poten had
en bijbels niet bestonden.

 

 
Leo Vroman (10 april 1915 - 22 februari 2014)

Lees meer...

10-04-12

William Hazlitt, Marcel van Maele, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson

 

De Engelse schrijver en essayist William Hazlitt werd geboren op 10 april 1778 in Maidstone. Zie ook alle tags voor William Hazlitt op dit blog.

 

Uit: On poetry

 

The best general notion which I can give of poetry is, that it is the natural impression of any object or event, by its vividness exciting an involuntary movement of imagination and passion, and producing, by sympathy, a certain modulation of the voice, or sounds, expressing it.

In treating of poetry, I shall speak first of the subject-matter of it, next of the forms of expression to which it gives birth, and afterwards of its connexion with harmony of sound.

Poetry is the language of the imagination and the passions. It relates to whatever gives immediate pleasure or pain to the human mind. It comes home to the bosoms and businesses of men; for nothing but what so comes home to them in the most general and intelligible shape, can be a subject for poetry. Poetry is the universal language which the heart holds with nature and itself. He who has a contempt for poetry, cannot have much respect for himself, or for anything else. It is not a mere frivolous accomplishment (as some persons have been led to imagine), the trifling amusement of a few idle readers or leisure hours -- it has been the study and delight of mankind in all ages. Many people suppose that poetry is something to be found only in books, contained in lines of ten syllables, with like endings: but wherever there is a sense of beauty, or power, or harmony, as in the motion of a wave of the sea, in the growth of a flower that 'spreads its sweet leaves to the air, and dedicates its beauty to the sun', -- there is poetry, in its birth. If history is a grave study, poetry may be said to be a graver: its materials lie deeper, and are spread wider.“

 

 


William Hazlitt (10 april 1778 – 18 september 1830)

Portret door William Bewick, 1889

 

Lees meer...

10-04-11

William Hazlitt, Marcel van Maele, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson

 

De Engelse schrijver en essayist William Hazlitt werd geboren op 10 april 1778 in Maidstone. Zie ookmijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008 en ook mijn blog van 10 april 2009 en ook mijn blog van 10 april 2010.

 

Uit: Notes of a journey through France and Italy

 

Paris is a beast of a city to be in—to those who cannot get out of it. Rousseau said well, that all the time he was in it, he was only trying how he should leave it. It would still bear Rabelais' double etymology of Par-ris and Lutetia *. There is not a place in it where you can set your foot in peace or comfort, unless you can take refuge in one of their hotels, where you are locked up as in an old-fashioned citadel, without any of the dignity of romance. Stir out of it, and you are in danger of being run over every instant. Either you must be looking behind you the whole time, so as to be in perpetual fear of their hackney-coaches and cabriolets; or, if you summon resolution, and put off the evil to the last moment, they come up against you with a sudden acceleration of pace and a thundering noise, that dislocates your nervous system, till you are brought to yourself by having the same startling process repeated. Fancy yourself in London with the footpath taken away, so that you are forced to walk along the middle of the streets with a dirty gutter running through them, fighting your way through coaches, waggons, and handcarts trundled along by large mastiff-dogs, with the houses twice as high, greasy holes for shop-windows, and piles of wood, green-stalls, and wheelbarrows placed at the doors, and the contents of wash-hand basins pouring out of a dozen stories—fancy all this and worse, and, with a change of scene, you are in Paris.

* The fronts of the houses and of many of the finest buildings seem (so to speak) to have been composed in mud, and translated into stone—so little projection, relief, or airiness have they. They have a look of beiDg stuck together.

 

  

 

William Hazlitt (10 april 1778 – 18 september 1830)

Portret door John Hazlitt

 

 

Lees meer...

10-04-10

Marcel van Maele, William Hazlitt, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson


De Vlaamse dichter en beeldhouwer Marcel van Maele werd geboren in Brugge op 10 april  1931. Van Maele was een zwerver en diende onder meer in de Koreaanse Oorlog. Hij werd een van de leidende figuren van het magazine Labris (gesticht in 1962), waarin een experimentele stijl werd gepropageerd. Hij was tevens lid van de schrijversgroep van de Zestigers. Hij werkte - naar eigen zeggen - "in een niemandsland tussen literatuur en plastische kunsten". Van Maele werd in de loop der jaren een cultfiguur en kreeg in 1972 de Arkprijs van het Vrije Woord voor Ik ruik mensenvlees, zei de reus. Als dichter was hij gekend om zijn opgemerkte optredens op poëzieavonden. Door zijn overmatig drank-, medicijnen- en druggebruik had hij het regelmatig aan de stok met politie en gerecht. De laatste twintig jaar van zijn leven was hij volledig blind.

 

 

De pantoffelheld
 
1
 
Amper halfweg,
na een lange tocht met vermolmde spanen,
kroop de zeerover op een verlaten strand
aan land en riep:
'Hoera, hier ben ik!'
 
Maar niemand
wou z'n ooglap
ruilen voor een bedelstaf.
 
Nu zit hij hier als een blinde vink
op een betonnen muur
z'n verleden te bezingen.

 

 

 

 

marcel-van-maele
Marcel van Maele (10 april 1931 - 24 juli 2009)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver en essayist William Hazlitt werd geboren op 10 april 1778 in Maidstone. Zie ook mijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008 en ook mijn blog van 10 april 2009.

 

Uit: Pomp and Ignorance

 

The Spirit of Monarchy is nothing but the craving in the human mind after the sensible and the One. It is not so much a matter of state-necessity or policy, as a natural infirmity, a disease, a false appetite in the popular feeling, which must be gratified. Man is an individual animal with narrow faculties, but infinite desires, which he is anxious to concentrate in some one object within the grasp of his imagination, and where, if he cannot be all that he wishes himself, he may at least contemplate his own pride, vanity, and passions, displayed in their most extravagant dimensions in a being no bigger and no better than himself.

Man is a poetical animal, and delights in fiction. We make kings of men, and gods of stocks and stones: we are not jealous of the creatures of our own hands. We only want a peg or loop to hang our idle fancies on, a puppet to dress up, a lay-figure to paint from. We ask only for the stage effect; we do not go behind the scenes, or it would go hard with many of our prejudices. We see the symbols of majesty, we enjoy the pomp, we crouch before the power, we walk in the procession, and make part of the pageant, and we say in our secret hearts: there is nothing but accident that prevents us from being at the head of it.

From the most absolute despot to the lowest slave there is but one step (no, not one) in point of real merit. As far as truth or reason is concerned, they might change situations tomorrow - they constantly do so without the smallest loss of benefit to mankind. Tyranny, in a word, is a farce got up for the entertainment of poor human nature; and it might pass very well, if it did not so often turn into a tragedy.

The world has been doing little else but playing at make-believe all its lifetime. For several thousand years its chief rage was to paint large pieces of wood and smear them with gore and call them gods and offer victims to them - slaughtered hecatombs, the fat of goats and oxen, or human sacrifices - showing its love of show, of cruelty, and imposture; and woe to him who should peep through the blanket of the dark to cry: hold, hold.“

 

 

 

William_Hazlitt_self-portrait_(1802)

William Hazlitt (10 april 1778 – 18 september 1830)

Zelfportret uit 1802

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Lew Wallace werd geboren in Brookville, Indiana, op 10 april 1827. Zie ook mijn blog van 10 april 2009.

 

Uit: Ben-Hur

 

„The Jebel es Zubleh is a mountain fifty miles and more in length, and so narrow that its tracery on the map gives it a likeness to a caterpillar crawling from the south to the north. Standing on its red–and–white cliffs, and looking off under the path of the rising sun, one sees only the Desert of Arabia, where the east winds, so hateful to vinegrowers of Jericho, have kept their playgrounds since the beginning. Its feet are well covered by sands tossed from the Euphrates, there to lie, for the mountain is a wall to the pasture–lands of Moab and Ammon on the west—lands which else had been of the desert a part.

The Arab has impressed his language upon everything south and east of Judea, so, in his tongue, the old Jebel is the parent of numberless wadies which, intersecting the Roman road—now a dim suggestion of what once it was, a dusty path for Syrian pilgrims to and from Mecca—run their furrows, deepening as they go, to pass the torrents of the rainy season into the Jordan, or their last receptacle, the Dead Sea. Out of one of these wadies—or, more particularly, out of that one which rises at the extreme end of the Jebel, and, extending east of north, becomes at length the bed of the Jabbok River—a traveller passed, going to the table–lands of the desert. To this person the attention of the reader is first besought.

Judged by his appearance, he was quite forty–five years old. His beard, once of the deepest black, flowing broadly over his breast, was streaked with white. His face was brown as a parched coffee–berry, and so hidden by a red kufiyeh (as the kerchief of the head is at this day called by the children of the desert) as to be but in part visible. Now and then he raised his eyes, and they were large and dark. He was clad in the flowing garments so universal in the East; but their style may not be described more particularly, for he sat under a miniature tent, and rode a great white dromedary.“

 

 

 

lew_wallace
Lew Wallace (10 april 1827 – 15 februari 1905)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Eric Knight werd geboren op 10 april 1897 in Menston in Yorkshire, Engeland. Zie ook mijn blog van 10 april 2009.

 

Uit: Lassie Come-Home

 

„Lassie was a well-loved figure in the daily life of the village. Almost everyone knew her. But, most of all, the people of Greenall Bridge were proud of Lassie because she stood for something they could

not have explained readily. It had something to do with their pride. And their pride had something to do with money.

Generally, when a man raised an especially fine dog, some day it would stop being a dog and instead would become something on four legs that was worth money. It was still a dog, of course, but now

it was something else, too, for a rich man might hear of it, or the alert dealers or kennelmen might see it, and then they would want to buy it. While a rich man may love a dog just as truly as a poor man, and there is no difference in them in this, there is a difference between them in the way they must look at money. For the poor man sits and thinks about how much coal he will need for that winter, and how many pairs of shoes will be necessary, and how much food his children ought to have to keep them sturdy– and then he will go home and say: “Now, I had to do it, so don’t plague me! We’ll raise another dog some day, and ye’ll all love it just as much as ye did this one.”

That way, many fine dogs had gone from homes in Greenall Bridge. But not Lassie!

Why, the whole village knew that not even the Duke of Rudling had been able to buy Lassie from Sam Carraclough–the very Duke himself who lived in his great estate a mile beyond the village and who had his kennels full of fine dogs. For three years the Duke had been trying to buy Lassie from Sam Carraclough, and Sam had merely stood his ground.“

 

 

 

Eric_Knight

Eric Knight (10 april 1897 – 14 januari 1943)

 

 

 

De Amerikaanse dichter Byron Forceythe Willson werd geboren op 10 april 1837 in Little Genesee, New York. Zie ook mijn blog van 10 april 2009.

 

The Old Sergeant (Fragment)

 

The Carrier cannot sing to-day the ballads

With which he used to go, Rhyming the glad rounds of the happy New Years

That are now beneath the snow :

For tie same awful and portentous Shadow

 

    That overcast the earth,

And smote the land last year with desolation,

Still darkens every hearth.

 

And the carrier hears Beethoven's mighty deathmarch

 

   Come up from every mart;

And he hears and feels it breathing in his bosom,

And beating in his heart.

 

And to-day, a scarred and weather-beaten veteran,

 

    Again he comes along,

To tell the story of the Old Year's struggles

In another New Year's song.

 

And the song is his, but not so with the story ;

 

    For the story, you must know,

Was told in prose to Assistant-Surgeon Austin,

By a soldier of Shiloh :

 

By Robert Burton, who was brought up on the Adams,

 

With his death-wound in his side ;

And who told the story to the Assistant-Surgeon,

On the same night that he died.

 

But the singer feels it will better suit the ballad,

 

     If all should deem it right,

To tell the story as if what it speaks of

Had happened but last night.

 

 

 

 

Willson_Hotel_Ceres
Forceythe Willson (10 april 1837 – 2 februari 1867)

Hotel en postkantoor in Ceres, rond 1914

Vlakbij Little Genesee (Geen portret beschikbaar)