15-08-17

Dolce far niente, Nescio, Guillaume van der Graft, Mary Jo Salter, Leonie Ossowski, Daan Zonderland, Jan Campert

 

Dolce far niente

 

 
Gezicht op het IJ voor Amsterdam, met de overkapping van het Centraal Station door Hobbe Smith, 1913.

 

Uit: Boven het dal

“We zaten in den avond op ’t terras van ’t Tolhuis en keken over ’t IJ naar de stad. De electrische lampen aan de spoorbaan brandden lila in de hoogte tegen een donkerblauwe lucht. ’t Weerlichtte wat boven de drie spitse torens van de kerk aan de Haarlemmerstraat, onder de kap van ’t Centraalstation hijgde een locomotief, de tram reed brommend over de De Ruyterkade, ’t water golfde verlaten koudblauw met nerveuze, korte en onnoozele golfjes, maakte een zwak geluidje tegen den steenen rand van ’t terras en riekte zwakjes naar dood water. Dicht bij lag, heel stil, het scheepje van visschers, de mast, zonder zeil, stak schraaltjes naar boven tegen de donkere stad, met de punt in een licht stuk licht. ‘k Zag dat ’t scheepje van voren hoog was en van achteren laag en vond ’t aardig, er zoo naar te kijken.
’t Was stillig, er waren weinig menschen. Er was wat geluid van glazen en kopjes, nu en dan, de stad aan den overkant ademde zwakjes en onschuldig en weerkaatste zijn lila engele lichten, die zigzagden in ’t IJ.”

 

 
Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)
Reguliersbreestraat vanaf Rembrandtplein door Henk Alleman. Nescio werd geboren in de Reguliersbreestraat.

Lees meer...

15-08-16

Guillaume van der Graft, Mary Jo Salter, Leonie Ossowski, Daan Zonderland, Jan Campert, Matthias Claudius

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Wanneer het afliep kwam Vasse

Wanneer het afliep kwam Vasse,
kamde zijn vlasbaard en zette een hoge hoed op
en in zijn geklede jas
met zilveren tressen, een marechaussee van de dood,
vestigde Vasse dan onze gewijde aandacht
op de wet van het graan en het gras.
Als een traan biggelend langs de neus van de Voorstraat,
tersluiks weggeslikt om de hoek van het postkantoor,
deed hij de ronde langs onze blozende wangen.
Hoe zout is de dood en hoe zoet
ruikt het hout op de hoek van de Eiermarkt
waar Vasse zijn werkplaats heeft,
waar hij planken schaaft en ineenpast
tot tweepersoonsledikanten,
tot eenpersoons geurende kisten.

 

 

La belle et la bête

Zo is het steeds geweest
en zal het ook zo zijn ?
La belle en het beest,
de bloemen en het zwijn.

Al kijkt het varken rond
om als een pauw te lopen,
al komen uit zijn mond
de parelen gedropen,

al doet hij als een kat
hooghartig en welvarend,
al wappert hij met wat
vleugels zijn bij een arend,

hij heeft een platte snuit.
Ook bij het mooiste weer
poseert hij naast zijn brood
als varken zonder meer.

 

 
Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)
Cover

Lees meer...

15-08-15

Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski, Mary Jo Salter, Daan Zonderland, Jan Campert

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Vragenderwijs

Ik vroeg het aan de vogels
de vogels waren niet thuis

ik vroeg het aan de bomen
hooghartige bomen

ik vroeg aan het water
waarom zeggen ze niets
het water gaf geen antwoord

als zelfs het water geen antwoord geeft
hoewel het zoveel tongen heeft
wat is er dan

wat is er dan
er is alleen een visserman

die draagt het water
onder zijn voeten
die draagt een boom
op zijn rug
die draagt op zijn hoofd een vogel.

 

 

God alleen weet

God alleen weet hoe bang
ik ben. God weet hoe erg
verbroken samenhang
schrijnt, wat het vergt

om uit het stille bin-
nenste van de tijd
geboren tot de winst
van de verlorenheid

mens te zijn in een huid,
leven omdat het moet,
omdat het vonnis luidt:
bestaan, alleen, voorgoed.

De hemel is gescheurd,
ik leef ten einde raad.
Geboren is gebeurd,
voorgoed is veel te laat.

 

 
Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

Lees meer...

15-08-14

Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski. Mary Jo Salter, Daan Zonderland, Jan Campert, Wanda Schmid

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Hazekamps-Hendrik

Hazekamps-Hendrik hield het Boek
in zeer hoge ere. Na den eten
's avonds werd het hem aangegeven
en hij las voor. Hij deed het
op een verhoogde toon
zoals een Grieks priester zou doen,
met een stem die duidelijk maakte
hoezeer wij naar adem snakken
en de adem dat is de Geest.
Wie het Woord Gods hardop leest
komt altijd adem te kort
zodat leven hijgen wordt.
Het is als een rivier
die langs nauwe dijken schuurt,
de kinderen verstaan het niet
maar dat hindert ook niet:
het woord van de hemel is daar
als brood op een altaar,
als een huis in het land gelegd,
men ziet wat God zegt
en de duif koert in de keel
van een koe op de deel.
Alle dingen staan zo omhoog op toon,
niets dat bewoog bij het lezen,
behalve misschien een voet
van de jongste zoon,
maar goed,
laat dat zo wezen.

 

 

Genesis twee

De handen van haar mond heeft zij gevouwen,
de lippen van haar armen in vertrouwen
open gedaan en 't hart van haar gezicht
heeft zij herkennend op mijn hart gericht.

Haar ogen die mij openlijk genegen
zijn, zeggen wat haar lichaam nog verzweeg en
haar stem die mij bij mijn geboorte noemt
heeft mij voortaan tot horigheid gedoemd.

Zij zegt mijn naam en ik herhaal de hare,
wij zullen elkaar voor elkaar bewaren,
maar zij vooral houdt mij voor mij gereed
omdat zij mijn geheim van buiten weet.

 

 

 
Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

15-08-13

Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski. Mary Jo Salter, Daan Zonderland, Jan Campert

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog.

 

 

Schrijvenderwijs

 

Schrijvenderwijs was ik ingeslapen,
schrijvenderwijs werd ik wakker bij nacht
omdat er woorden stonden te blaten
onder het open raam waar ik lag.

Wie had hen daar bijeengedreven,
was het de honger of was het de wind?
Ze stonden in een beginnende regen
doodstil te kleumen op het grind.

Toen heb ik ze mee naar boven genomen,
de grote ruit van de spiegel besloeg.
Ik had voordien nooit geweten hoe men
woorden halfslapend naar boven droeg.

Maar 's morgens vroeg toen ik ontwaakte
waren ze weg en de deur stond los.
De zon scheen hoog en droog, er zaten
vogels te lachen in het bos.

 

 

 

Herfstmiddag

 

Nu het stortregent
en ieder ding verdwijnt,
in ‘t overwegend en onbelijnd
geweld van overvloed,
wordt mij bewuster
wat ik geloven moet:
men kan geruster
zijn als de ramp losbreekt
over het leven,
dan waar de lamp verbleekt
in angst en beven,
want in de overmacht
van ’t reppend oerbegin
zet God weer onverwacht
herscheppend in.

 

 

 

 

Darlington

 

Vijf jaar is Renee. Ze gelooft in kabouters.
Ze stuurt mij een briefkaart omdat ik op reis ben.
Ze ruimde de bladeren in de tuin.

Wanneer de winter voorbij is, de zomer
gekomen als tweemaal twee is vier
wie zal haar verzekeren dat wij leven?

Wij worden niet ouder dan kabouters.
Wij sterven zo ongemerkt als dwergen
aan bomen van kennis, een volk vol ernst.

 

 

 

 

Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

Bewaren

Lees meer...

15-08-11

Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski. Mary Jo Salter, Daan Zonderland, Jan Campert

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2007 en ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 21 november 2010 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

 

Wij speelden op het strand

 

Wij speelden op het strand, wij waren
van voor de oorlog en de zee
was toen nog een uitgestrekte vrede.

Hij had iets behouden van dat voormalige
of het niet ophield, of het niet afliep
of het nooit uitlopen zou

op een landinwaarts dat zich uitrekt
achter ons om
tot het de zee weer tegenkomt.

 

 

 

Van Lieverleed

 

Al wat voorbij is
en nooit voorbij

niet meer van mij is
voorgoed voor mij

van lieverlede
zal het weer komen

een schijn van vrede
over de bomen

van lieverlei

als het weer mei is
maar niet voor mij.

 

 

 

De tijd weet van niets

 

Oud worden is niet moeiijk,
het is onmogelijk, men blijft

het nadenkende kind, de popelende
minnaar, de man, de beschaamde vader,

maar steeds meer afgedane tijd begraaft zich
in huid en lijf en leden tot

alles is eengeworden met de dagen
die zijn voorbijgegaan. Men sterft vanzelf.

 

 

 

 

 

Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

Lees meer...

15-08-09

Heinrich Eichen, Leonie Ossowski, Benedict Kiely, Thomas de Quincey, Matthias Claudius


De Duitse dichter en schrijver Heinrich Eichen werd geboren op 15 augustus 1905 in Bonn

 

 

Abends treten Elche

 

Abends treten Elche aus den Dünen,

ziehen von der Palve an den Strand,

wenn die Nacht wie eine gute Mutter

leise deckt ihr Tuch auf Haff und Land.

 

Ruhig trinken sie vom klaren Wasser,

darin Sterne wie am Himmel steh'n,

und sie heben ihre starken Köpfe

lauschend in des Sommerwindes Weh'n.

 

Langsam schreiten wieder sie von dannen,

Tiere einer längst versunk'nen Zeit.-

Und sie schwinden in der Ferne Nebel

wie im hohen Tor der Ewigkeit.

 

 

 

 

Eichen
Heinrich Eichen (15 augustus 1905 – 30 mei 1986)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Leonie Ossowski werd als Jolanthe von Brandenstein geboren op 15 augustus 1925 in in Röhrsdorf. Aan het eind van WO II vluchtte zij eerst naar Hessen, later naar Beieren. Begin jaren vijfftig  begon zij met het schrijven van kore verhalen. Bij een bezoek aan de DDR kreeg zij de opdracht een draaiboek te schrijven voor een speelfilm. In 1958 verscheen haar roman „Stern ohne Himmel“ in de DDR. In 1968 verscheen haar eerste roman in de BRD.

 

Uit: Espenlaub

 

„Sollte Billi später einmal von Lorenz gefragt werden, auf welche Weise sie Ariel kennengelernt habe, wird sie es mit großer Wahrscheinlichkeit nicht mehr wissen. Ihre Erinnerungen werden sich ineinander verschieben, und das Bild, das sie dann vor Augen hat, wird mit der Wirklichkeit nichts mehr zu tun haben. Jetzt ist das etwas anderes. Billi vergißt nichts, hat nichts vergessen und bringt auch nichts durcheinander.
Zum erstenmal sieht sie ihn auf dem Markt. Er sitzt in der Sonne am Brunnen, die Dreifaltigkeitskirche hinter sich, und hat eine Rose in der Hand. Das sieht ungewöhnlich aus. Billi fällt nicht nur die Rose in der Hand des jungen Mannes auf, sondern auch sein Haar. Schwarz wie Schuhwichse. Locken wie auf einem Puppenkopf hängen unordentlich in das weißhäutige Gesicht, aus dem sie Augen, schwarz wie die Haare, anlächeln. Der Mund, wenn auch etwas schief und mit viel zu roten Lippen, lächelt ebenfalls. Billi muß an Tomaten denken. Auch die Rose ist rot. T-Shirt, Hose, Socken und Schuhe sind wiederum schwarz. Um den Hals trägt er eine froschgrüne Kette, deren Perlen unregelmäßig sind und auf kein Material schließen lassen.
Billi hat den jungen Mann noch nie in Worms gesehen. Ein Typ wie der wäre ihr sofort aufgefallen. Hier kennt jeder jeden. Sie weiß nicht, warum, aber sie bleibt vor ihm stehen und starrt ihn an.
Hast du Rosen gern? fragt er und zeigt Zähne, weiß wie Kreide.
Billi nickt, ohne es zu wollen. Vom Obststand sehen ein paar Frauen neugierig herüber und grinsen sich vielsagend an.
Hier, sagt der junge Mann mit den Puppenjungenlocken, drückt ihr die Blume in die Hand, steht auf und geht weg, ohne sich umzusehen. Billi dreht die Rose zwischen den Fingern, sieht ihm nach und findet seinen Gang affig.“

 

 

 

Leonie_Ossowski
Leonie Ossowski (Röhrsdorf, 15 augustus 1925)

 

 

 

De Ierse schrijver en journalist Benedict Kiely werd geboren in Omagh op 15 augustus 1919.

 

Uit: The Collected Stories Of Benedict Kiely

 

At the age of five, when asked what he wanted to be when he grew up, Isaac said he wanted to be a German. He was then blond and chubby and not at all pugnacious. Because he stuttered, he pronounced the word, German, with three, sometimes with six, initial consonants. He had heard it by his father's bedside where, propped most of the day on high pillows, the old fusilier remembered Givenchy and Messines Ridge in the hearing of his friends: Doherty the undertaker Mickey Fish, who sold fish on Fridays from a flat dray and from door to door, and who stopped young women - even under the courthouse clock - to ask them the time of evening Pat Moses Gavigan who fished pike and cut the world's best blackthorns; and the Cowboy Carson, the only man in our town who lived completely in the imagination. Occasionally the old fusilier read aloud out of one or other of the learned anthropological tomes dealing with the adventures of Tarzan the ape man, but mostly the talk was about Germans. Isaac, quiet on his creepie stool, liked the sound of the word. Bella, the loving wife of the old fusilier, had received her husband home from the war, we were told, in a glass case, the loser by a stomach shot away when - all his superior officers dead - he, the corporal, gallantly led an action to success, carried the kopje or whatever it was they carried in Flanders, and stopped just short of advancing, like the gallant Dublins, into the fire of his own artillery.”

 

 

 

 

Kiely
Benedict Kiely (15 augustus 1919 - 9 februari 2007)

Portret door Stephen McKenna

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Thomas De Quincey werd geboren op 15 augustus 1785 in Manchester.

 

Uit: Confessions of an English Opium-Eater

 

“Arrived at my lodgings, it may be supposed that I lost not a moment in taking the quantity prescribed. I was necessarily ignorant of the whole art and mystery of opium-taking: and, what I took, I took under every disadvantage. But I took it:—and in an hour, oh! heavens! what a revulsion! what an upheaving, from its lowest depths, of the inner spirit! what an apocalypse of the world within me! That my pains had vanished, was now a trifle in my eyes:—this negative effect was swallowed up in the immensity of those positive effects which had opened before me—in the abyss of divine enjoyment thus suddenly revealed. Here was a panacea . . . for all human woes: here was the secret of happiness, about which philosophers had disputed for so many ages, at once discovered: happiness might now be bought for a penny, and carried in the waistcoat pocket: portable ecstasies might be had corked up in a pint bottle: and peace of mind could be sent down in gallons by the mail coach. But, if I talk in this way, the reader will think I am laughing: and I can assure him, that nobody will laugh long who deals much with opium: its pleasures even are of a grave and solemn complexion; and in his happiest state, the opium-eater cannot present himself in the character of l’Allegro: even then, he speaks and thinks as becomes Il Penseroso. Nevertheless, I have a very reprehensible way of jesting at times in the midst of my own misery: and, unless when I am checked by some more powerful feelings, I am afraid I shall be guilty of this indecent practice even in these annals of suffering or enjoyment. The reader must allow a little to my infirm nature in this respect: and with a few indulgences of that sort, I shall endeavour to be as grave, if not drowsy, as fits a theme like opium, so antimercurial as it really is, and so drowsy as it is falsely reputed.”

 

 

 

 

Quincey
Thomas de Quincey (15 August 1785 – 8 December 1859)

Portret door Sir John Watson Gordon

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Matthias Claudius werd op 15 augustus 1740 geboren in het Duitse stadje Reinfeld in de buurt van Lübeck.

 

 

Der Mensch

 

Empfangen und genähret

vom Weibe wunderbar,

kömmt er und sieht und höret

und nimmt des Trugs nicht wahr;

gelüstet und begehret,  

und bringt sein Tränlein dar; 

verachtet und verehret,

hat Freude und Gefahr;

glaubt,  zweifelt,  wähnt und lehret,

hält nichts und alles wahr;

erbauet und zerstöret;

und quält sich immerdar; 

schläft,  wachet, wächst und zehret;

trägt braun und graues Haar;

und alles dieses währet,

wenn'  s hoch kommt,  achtzig Jahr.

Dann legt er sich zu seinen Vätern nieder,

und er kömmt nimmer wieder.

 

 

 

 

Christiane

 

Es stand ein Sternlein am Himmel,

Ein Sternlein guter Art;

Das tät so lieblich scheinen,

So lieblich und so zart!

 

Ich wußte seine Stelle

Am Himmel, wo es stand;

Trat abends vor die Schwelle,

Und suchte, bis ich's fand;

 

Und blieb denn lange stehen,

Hatt große Freud in mir:

Das Sternlein anzusehen;

Und dankte Gott dafür.

 

Das Sternlein ist verschwunden;

Ich suche hin und her

Wo ich es sonst gefunden,

Und find es nun nicht mehr.

 

 

 

 

claudius

Matthias Claudius (15 augustus 1740 - 21 januari 1815)

Portret, vermoedelijk door Friederike Leisching, rond 1797

 

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 augustus 2008.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.