25-08-17

Martin Amis, Kees Stip, Howard Jacobson, Charles Wright, Maxim Biller, Frederick Forsyth, Jògvan Isaksen, Johann Gottfried von Herder, Thea Astley

 

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog en ook mijn blog van 25 augustus 2010.

Uit: Het interessegebied (Vertaald door Janneke van der Meulen)

“Ik was niet onbekend met de bliksemflits; ik was niet onbekend met de donderslag. Benijdenswaardig ervaren in deze zaken, was ik niet onbekend met de wolkbreuk – de wolkbreuk, en daarna de zonneschijn en de regenboog.
Ze kwam terug uit de oude stad met haar twee dochters, en ze bevonden zich al een flink eind binnen het Interessegebied. Een lange laan – haast wel een zuilengang – strekte zich uitnodigend voor hen uit, omzoomd door esdoorns, waarvan de takken en het gelobde loof zich hoog in de lucht met elkaar verstrengelden. Een namiddag hartje zomer, met miniem glinsterende muggen... Mijn notitieboekje lag opengeslagen op een boomstronk, en een lichte bries neusde nieuwsgierig door de bladzijden.
Lang, breedgebouwd, welgevuld en toch lichtvoetig, in een geschulpte, enkellange witte jurk, met een zachtgele strohoed met een zwart lint op en zwaaiend met een strooien tas (de meisjes, eveneens in het wit, droegen ook een strohoed en een strooien tas), bewoog ze zich in en uit vlagen donzige, geelbruine, leeuwachtige warmte. Ze lachte – hoofd in de nek, gespannen hals. Parallel aan haar hield ik gelijke tred, in mijn sobere tweed jasje en gekeperde pantalon, met mijn klembord en vulpen.
Nu stak het drietal de oprit van de manege over. Terwijl haar kinderen plagerig om haar heen dartelden, passeerde ze de decoratieve windmolen, de meiboom, de galg met drie wielen, het trekpaard dat losjes was vastgemaakt aan de ijzeren waterpomp, en liep toen verder.
Het Ka Zet in, Ka Zet I in.
Er gebeurde iets bij die eerste aanblik. Bliksem, donder, wolkbreuk, zonneschijn, regenboog – de meteorologie van de eerste aanblik.
Haar naam was Hannah – mevrouw Hannah Doll.
In de officiersclub, gezeten op een paardenharen sofa, omringd door bronzen paardentuig en paardenprenten en onder het genot van ersatzkoffie (koffie voor paarden) zei ik tegen Boris Eltz, met wie ik al mijn leven lang bevriend was: ‘Heel even was ik weer jong. Het leek wel liefde.’

 

 
Martin Amis (Cardiff, 25 augustus 1949)

Lees meer...

25-08-16

Dolce far niente, Albert Verwey, Kees Stip, Martin Amis, Howard Jacobson, Charles Wright, Maxim Biller

 

Dolce far niente

 

 
The Bathers door John Singer Sargent, 1917

 

 

Baders hartewens

Dwars door de tuinen
Van roos en ranken
Zich
‘t pad te banen,
Dan door de lanen
Van zand en dennen
Vluchtig te rennen
Tot waar de kruinen
Van hoge duinen
In
‘t blauwe blanken
En zo te naderen
Met zwellende aderen
In laatste loop
De harde golven
En, overdolven,
Hun koele doop.


 

 
Albert Verwey (15 mei 1865 - 8 maart 1937)
Amsterdam, 19e eeuw. Albert Verwey werd geboren in Amsterdam

 

Lees meer...

10-07-16

Kees Stip, Marcel Proust, Erik Jan Harmens, J.C. Noordstar, Hermann Burger, Alice Munro

 

Dolce far niente

 

 
Tuinpad in Giverny door Claude Monet, 1902

 

 

De zomers

Klaprozen, korenbloemen, barstenvolle
goudgele aren streelden mijn gezicht.
Groengouden vliegen zoemden een gedicht.
Rood liet het ooft de appelwangen bollen.

Zomernachtdonker is gesmolten licht.
Niet bang zijn voor kabouters en voor trollen.
Ze komen 's nachts het grasveld voor je rollen.
Alleen een dom kind houdt zijn ogen dicht.

Zullen wij dit soort zomers nooit meer zien?
Ging dan het paradijs voorgoed verloren
omdat wij aan de wereld toebehoren?
Huil niet, huil niet, de hemel zal misschien
een zolder in een huis zijn zonder zorgen.
Daar hebben ze die zomers opgeborgen.

 

 
Kees Stip (25 augustus 1913 - 27 juni 2001)
Veenendaal, Oude Kerk. Kees Stip werd geboren in Veenendaal

Lees meer...

25-08-15

Kees Stip

 

De Nederlandse Cornelis Jan (Kees) Stip werd geboren in Veenendaal op 25 augustus 1913. Hij bediende zich van veel pseudoniemen, waaronder Trijntje Fop en Chronos. Stip studeerde klassieke talen aan de Rijksuniversiteit Utrecht en was lid van studentenvereniging Unitas waar hij Albert Alberts, Leo Vroman en Anton Koolhaas leerde kennen. In de Tweede Wereldoorlog werd een gedicht van hem anoniem en illegaal verspreid:Dieuwertje Diekema, een persiflage op het gedicht Mária Lécina (1932) van de dichter J.W.F. Werumeus Buning. Na de oorlog werkte Stip als tekstschrijver bij de Legervoorlichtingsdienst en de Rijksvoorlichtingsdienst. Van 1951 tot 1979 was hij redactielid van het Polygoon-bioscoopjournaal. In 1950 maakte Stip een dichtbundel, “Vijf variaties op een misverstand”, over de noodlottigheden van Pyramus en Thisbe, in de stijl van vijf Nederlandse auteurs: Speenhoff, Jan Prins, Nijhoff, Gorter en Vondel. Vanaf 1951 schreef hij onder het pseudoniem Trijntje Fop (ontleend aan een van de dichtende klasgenoten van Woutertje Pieterse) dierenversjes voor de Volkskrant. In de loop der jaren schreef hij er vele honderden, die in diverse bladen en bundels werden gepubliceerd. Ook leverde hij teksten aan Wim Kan. Een grote verzameling "Trijntje Fops" verscheen in 1988 onder de titel “Het Grote Beestenfeest”. De verzamelde gedichten (inclusief de "Trijntje Fops") van Kees Stip verschenen in 1993 onder de titel “Lachen in een leeuw” Deze laatste titel is ontleend aan het Trijntje Fop-gedicht "Op een spreeuw". De bekendste Trijntje Fop is misschien wel "Op een bok" (uit Het Grote Beestenfeest). Dit versje is bekend geworden doordat het zijn eigen standbeeld heeft. Sinds 1978 staat te Siddeburen een stenen bok met het versje op de sokkel (de Siddebuurster Bok). Aanvankelijk stond het aan de Oudeweg, later is het verplaatst naar de hoek van de Poststraat/Lougpadje in Siddeburen. In 1985 stelde het literaire tijdschrift De tweede ronde de Kees Stip Prijs in voor light verse.

 

 

De bok van Siddeburen

In Siddeburen was een bok
die machtsverhief en worteltrok.
Die bok heeft onlangs onverschrokken
de wortel uit zichzelf getrokken,
waarna hij zonder ongerief
zich weer in het kwadraat verhief.
Maar ‘t feit waardoor hij voort zal leven
is, dat hij achteraf nog even
de massa die hem huldigde
met vijf vermenigvuldigde

 

 

Nog eens Holland

Ik hou van deze veel te lage grauwe
lucht boven dit nog eens zo lage land.
Kom kameraden, klim eens op een krant
en jubel dat we Holland willen houen.

Of ga eens juichen aan het vlakke strand
en waai van Callantsoog naar Westerschouwen.
In vijf minuutjes ben je al verkouwen
met natte voeten en een neus vol zand.

Al scheppend zag God neer uit den hoge
en scheidde toen het natte van het droge.
Dat hoeft hier niet. Bij ons schept Waterstaat
water uit land, en land waar water staat.
We plassen in de plassen met een boogje
en hebben er ons natje en ons droogje.

 

 

Op twee slakken

Twee slakken waren al sinds jaren
op weg van Groningen naar Haren.
Ten slotte kwam geheel ontdaan
de oudste aan het eindpunt aan.
Hij slikte en sprak diep bewogen:
'Mijn broer is uit de bocht gevlogen.'

 

 
Kees Stip (25 augustus 1913 – 27 juni 2001)

19:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kees stip, romenu |  Facebook |

17-08-11

Dolce far niente

 

Romenu had even vrij vandaag. Morgen weer de gebruikelijke berichten en ook de schrijvers van de 17e augustus.

 

 

 

DOLCE FAR NIENTE

 

Ik lig in Hollands dierbaar duin,

Zo zacht in ’t lauwe zand,

En naast mij zit een blozend

kind, Een dochter van het strand.

 

Een zilvren wolkje speelt en drijft

Aan ’s Hemels blauwe boog;

Een zoele vrede straalt en daalt
Op aarde van omhoog.

 

Het zilvren wolkje lacht en lokt,

Als riep het:`o ga mee,

Reis met mij naar een beter land,

Ver over zee bij zee!

 

Zeg knaap, indien ge eens vleuglen hadt,

Zeg vloodt gij de aarde niet?

 ’t Is heerlijk in dees vrije lucht,

In ’t grensloos wolkgebied.’

 

Maar ik – ik lig in Hollands duin,

Zo goed in ’t lauwe zand,

En naast mij zit een blozend

kind, Een aardig kind van ’t strand...

 

Neen, schoon ik, wolkje, met u mee

Mocht vliên naar ’t schoonste land...

’k Ben nu te lui, ’k heb nu te lief, ’

k Bleef liggen hier in’t zand.

 

 

 


P.A. de Génestet (21 november 1829 – 2 juli 1861)

Bernardus Johannes Blommers, Badende jongens in Het Kanaal, 1908

 

 

 


Holland

 

Holland, ze zeggen, je grond is zo dras,

Maar mals zijn je weiden en puik is je gras,

En vet zijn je glanzende koeien.

Fris waait de wind door je wuivende riet,

Groen zijn je dorpjes in 't nevelig verschiet;

Rijk staan je gaarden te bloeien.

Blank is je water en geurig je hooi.

Holland, mijn Holland, ik vind je zo mooi.

 

Holland ze zeggen, je bent maar zo klein,

Maar wijd is je zee en je lucht is zo rein,

En breed zijn je krachtige stromen.

Goud is je graan op je zand en je klei

Purper het kleed van je golvende hei;

Stoer zijn je ruisende bomen.

Holland, ik min je om je heerlijke tooi:

Holland, mijn Holland, ik vind je zo mooi.

 

 

 


S. Abramsz (23 april 1867 - 28 januari 1924)

J. Kelderman, Dorpsgezicht op Edam (s. a.)

 

 

 

 

Holland

 

Grauw is uw hemel en stormig uw strand,

   Naakt zijn uw duinen en effen uw velden,

U schiep natuur met een stiefmoeders hand,

Toch heb ik innig u lief, o mijn Land!

 

Al wat gij zijt, is der Vaderen werk;

   Uit een moeras wrocht de vlijt van die helden,

Beide de zee en den dwing’land te sterk,

Vrijheid een’ tempel en Godsvrucht een kerk.

 

Blijf, wat gij waart, toen ge blonkt als een bloem;

   Zorg, dat Europa den zetel der orde,

Dat de verdrukte zijn wijkplaats u noem’,

Land mijner Vaad’ren, mijn lust en mijn roem.

 

En wat de donkere toekomst bewaart,

   Wat uit haar zwangere wolken ook worde,

Lauw’ren behooren aan ’t vleklooze zwaard,

Land, eens het vrijst’ en gezegendst’ der aard’.

 

 



E.J. Potgieter (27 juni 1808 – 3 februari 1875)

Anthonie Pieter Schotel, Gezicht op het Gele bruggetje, Volendam, (s.a.)

 

 

 

Nog eens Holland

 

Ik hou van deze veel te lage grauwe

lucht boven dit nog eens zo lage land.

Kom kameraden, klim eens op een krant

en jubel dat we Holland willen houen.

 

Of ga eens juichen aan het vlakke strand

en waai van Callantsoog naar Westerschouwen.

In vijf minuutjes ben je al verkouwen

met natte voeten en een neus vol zand.

 

Al scheppend zag God neer uit den hoge

en scheidde toen het natte van het droge.

Dat hoeft hier niet. Bij ons schept Waterstaat

water uit land, en land waar water staat.

We plassen in de plassen met een boogje

en hebben er ons natje en ons droogje.

 

 

 


Kees Stip (25 augustus 1913 - 27 juni 2001)

Gezicht op Hoorn van Hendrick Cornelisz Vroom 1622