25-02-16

Amin Maalouf, Aldo Busi, Gabriël Smit, Anthony Burgess, Robert Rius, Karl May, Lesja Oekrajinka, Vittoria Colonna

 

De Libanese (Franstalige) schrijver Amin Maalouf werd geboren in Beiroet, Libanon, op 25 februari 1949. Zie ook alle tags voor Amin Maalouf op dit blog.

Uit: De ontheemden (Vertaald door Marianne Gossije)

“Mijn voornaam verwijst naar het begin van de mensheid, maar ik hoor tot een groep mensen die uitsterft, zal Adam twee dagen voor de dramatische gebeurtenis in zijn dagboek noteren.
Ik heb nooit geweten waarom mijn ouders mij zo genoemd hebben. In mijn geboorteland kwam die voornaam nauwelijks voor, en vóór mij was er niemand in de familie met die naam. Ik vroeg het een keer aan mijn vader en hij antwoordde simpelweg: ‘Hij is de voorvader van ons allemaal!’, alsof ik dat niet wist. Ik was tien en ik stelde me tevreden met die uitleg. Misschien had ik hem, toen hij nog leefde, moeten vragen of die keuze een bepaalde bedoeling had, ingegeven was door een ideaal.
Het lijkt me wel. Volgens hem hoorde ik bij de grondleggers. Nu, op mijn zevenenveertigste, moet ik erkennen dat mijn missie niet voltooid zal worden. Ik zal niet de eerste van een geslacht zijn, ik zal de laatste zijn, de allerlaatste van mijn familie, de hoeder van al hun treurnis, hun desillusies en ook alles waarvoor ze zich schaamden. Op mij rust de afschuwelijke taak de gezichten te identificeren van degenen van wie ik hield, en dan te knikken zodat het laken er weer overheen getrokken kan worden. [...]
Ik ben degene die het licht moet uitdoen. En wanneer het mijn beurt is, zal ik vallen als een gevelde boom, zonder te hebben gebogen, en tegen ieder die het horen wil zal ik zeggen: ‘Ik heb gelijk, de Geschiedenis heeft het bij het verkeerde eind!’
Die hoogmoedige, absurde kreet klinkt voortdurend in mijn hoofd. Het zou trouwens het motto kunnen zijn voor de zinloze pelgrimstocht waar ik al tien dagen aan bezig ben.
Door terug te keren naar mijn overspoelde land dacht ik nog wat sporen van mijn verleden en van mijn familie te kunnen redden. Maar daar verwacht ik niet veel meer van. Wanneer je probeert de overstroming tegen te houden, loop je het gevaar deze juist te versnellen ... Toch heb ik geen spijt dat ik aan deze reis begonnen ben.”

 

 
Amin Maalouf (Beiroet, 25 februari 1949)

Lees meer...

25-02-15

Aldo Busi, Amin Maalouf, Anthony Burgess, Robert Rius, Karl May, Lesja Oekrajinka

 

De Italiaanse schrijver en vertaler Aldo Busi werd geboren op 25 februari 1948 in Montichiari, Brescia. Zie ook alle tags voor Aldo Busi op dit blog.

Uit: Standard Life of a Temporary Pantyhose Salesman (Vertaald door Ercole Guidi)

"He had called him and now he was telling him he didn't wish to speak with him or know him because it wasn't him. He had returned to his rock; he didn't feel like swimming anymore. He'd have only done it to drown himself.
He felt smothered by that humiliation mixed with the attraction which now, confused, acquired from the refusal an uncontainable acumen that shook his lungs. It was stimulating to be turned down, to be mistaken for another, it had to be admitted. One was forced out of the rite, the brain skidding off the usual tracks of costless renunciations. The sudden hatred, mingled with desire and by now shattered into petty self-justifications, dazed in an unusual way; it called to life.
That afternoon he had been fiddling about what to do, without ever again turning his head toward the place of the offense or turning it elsewhere. The colors plunged into a self-pitying languor, of uncommitted punishments to be given in his mind. He beheld under his fastened eyelids - of himself who had the air of one who's basking in the sun - the death's head: it stripped the flesh from his scalp with his own teeth, stripped the flesh off his skull, spit the gray matter to the frogs.
To be able to tear him to pieces! He put on his trousers very slowly; someone asked him mundane explanations as to his leaving so early, and, as he was out of everyone's view, he started running on the other side of the fence.
He thought he had always been kind and brotherly when he said «no». He knew he wasn't being sincere.
In the evening he received a phone call from Galeazzo, a cop from Naples, an invitation. He had yet to finish the baths; but he thought that after the inhalations he'd have gone back to the Grotte, see him again, perhaps consume himself in that inconclusive hatred for another week."

 

 
Aldo Busi (Montichiari, 25 februari 1948)
Hier links bij de opname van de film “Mutande pazze” , 1992

Lees meer...

15-06-14

Vater! (Karl May)

 

Bij Vaderdag

 

 
De vader-zoon-fontijn van Franz Mikorey in München uit 1957
 

 

»Vater!«

Komm her, und sprich ein einzig Wort,
ein Wort, so kinderleicht zu sagen.
Komm her, und geh nicht wieder fort;
du brauchst vor mir ja nicht zu zagen.
Ich warte schon so lange dein;
o laß es nicht vergeblich sein!

Du sprachst als Kind dies liebe Wort
so oft und gern, wenn du gelitten;
es ward gehört am rechten Ort:
Das Vaterherz ließ sich erbitten.
wie ist dies Wort so klein, so klein,
und doch kann keines größer sein.

Nun bist du längst das Kind nicht mehr,
das du einst warst in jenen Tagen,
und wie so lang ist der nicht mehr,
dem du dein Leiden durftest klagen.
Er ging; doch trat ich für ihn ein;
die Liebe kann nicht sterblich sein.

Drum sprich dies Wort nun auch zu mir;
es kann dir doch so schwer nicht fallen.
O, hörtest du's im Himmel hier
von aller Sel'gen Mund erschallen!
Sprich »Vater«, nur dies Wort allein,
und ich will dir es ewig sein!

 

 

 
Karl May (25 februari 1842 – 30 maart 1912)
Hohenstein-Ernstthal, de geboorteplaats van Karl May

 

 

Zie voor de gedichten van de 15e juni ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

14:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vaderdag, karl may, romenu |  Facebook |

25-02-14

Aldo Busi, Amin Maalouf, Anthony Burgess, Robert Rius, Karl May

 

De Italiaanse schrijver en vertaler Aldo Busi werd geboren op 25 februari 1948 in Montichiari, Brescia. Zie ook alle tags voor Aldo Busi op dit blog.

Uit: Standard Life of a Temporary Pantyhose Salesman (Vertaald door Ercole Guidi)

“Swallowing and by now lost, he had said:
"Why, you too remind me of a childhood   friend of mine. Now he's in the slammer, in Hong Kong, or Bangkok, I'm not sure which. I knew you couldn't be him."
"Cut it out, will you? It happens." And that is all he says. To him the conference is over and it has lasted all too long.
Angelo is standing there, awkward, half-stooped over those jagged implants of osseous death and lineaments dug out of a schoolbag, reduced into a little heap of suppressed yearnings, which from clear and easy now deafen one another into a slush of fury and humiliation wherein he again becomes confused, murky and fetid to himself. Angelo says without drawing breath:
"Well, if I'm not that friend of yours so much the better. A pretext to get to know each other now."
It is incredible this unfortunate capacity of formulating perfect phrases, without the smears of an exhausted or excessive irony, when perhaps something muttered, indistinct, which may elicit sympathy or compassion or a releasing laughter, might prove a better bet.
The other cuts him short:
"But I don't care to know you. You never happened to take somebody for someone else? So beat it, you hear me?"
"It was you who disturbed me, not I."
"Hey, I don't feel like talking anymore, all right?" and he turns the other way, toward a man and a woman to whom he smiles annoyed, as if to say «they always come my way».
Angelo had remained there, gazing at the water, not knowing what fish to catch in it.
Not knowing whether he should say good-bye or leave or just stand there, distended with convoluted breath. To have quicker reflexes, and more spunk: to fling himself onto him and rough him up.”

 

 
Aldo Busi (Montichiari, 25 februari 1948)

Lees meer...

25-02-13

Amin Maalouf, Anthony Burgess, Aldo Busi, Robert Rius, Karl May

 

De Libanese (Franstalige) schrijver Amin Maalouf werd geboren in Beiroet, Libanon, op 25 februari 1949. Zie ook alle tags voor Amin Maalouf op dit blog.

 

Uit: Les croisades vues par les arabes

 

“Il va bientôt devenir le héros d'une épopée célèbre, intitulée précisément la Geste du roi Danishmend, qui décrit la conquête de Malatya, une ville arménienne située au sud-est d'Ankara, et dont la chute est considérée par les auteurs du récit comme le tournant décisif de l'islamisation de la future Turquie. Aux premiers mois de 1097, lorsque l'arrivée à Constantinople d'une nouvelle expédition franque est signalée à Kilij Arslan, la bataille de Malatya est déjà engagée. Danishmend assiège la ville, et le jeune sultan refuse l'idée que ce rival, qui a profité de la mort de son père pour occuper tout le nord-est de l’Anatolie, puisse remporter une victoire aussi prestigieuse. Déterminé à l'en empêcher, il se dirige, à la tête de ses cavaliers, vers les environs de Malatya et installe son camp à proximité de celui de Danishmend pour l'intimider. La tension monte, les escarmouches se multiplient, de plus en plus meurtrières.”

(…)

 

Ensuite, c'est grâce aux conseils des émirs de l'armée qu'il a pu, par la guerre, par le meurtre ou par la ruse, récupérer une partie de l'héritage paternel. Aujourd'hui, il peut se vanter d'avoir passé plus de temps sur la selle de son cheval que dans son palais. Pourtant, à l'arrivée des Franj, rien n'est encore joué. En Asie Mineure, ses rivaux restent puissants, même si, fort heureusement pour lui, ses cousins seldjoukides de Syrie et de Perse sont absorbés par leurs propres querelles.”

 

 

Amin Maalouf (Beiroet, 25 februari 1949)

Lees meer...

24-07-12

Dolce far niente (Das deutsche Münster)


Dolce far niente

 

 

 

Das deutsche Münster

 

Die Menge in den Gassen
Drängt sich vorbei an mir.
Zu wem Vertrauen fassen
Soll ich im Volke hier?

Wie? nach verwandter Seele
Siehst du dich, Wandrer, um,
Als ob dir etwas fehle? –
Betritt dies Heiligtum!

 

 

 

Lambertikirche in Münster



Wie tragen diese Hallen
Und der gewölbte Chor
Aus niedern Erdenwallen
Den
Geist zum Geist empor!

Dies deutsche
Münster baute
Die
Stadt in ihrer Kraft.
Was suchst du erst Vertraute
In ihrer Bürgerschaft?

Ihr ganzes
Volk umfasse,
Das schaffende, mit Lieb‘,
Ob dir auch auf der Gasse
Kein
Freund darunter blieb!

 

 

 


Karl May (25. Februar 1842 - 30. März 1912)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e juli ook mijn blog van 24 juli 2012 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

22:11 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: karl may, dolce far niente, romenu |  Facebook |

25-02-12

Franz Xaver Kroetz, Gérard Bessette, Karl May, Mary Chase

 

De Duitse dichter, schrijver, regisseur en acteur Franz Xaver Kroetz werd geboren op 25 februari 1946 in München. Zie ook mijn blog van 25 februari 2009 en ook mijn blog van 25 januari 2010 en ook mijn blog van 25 februari 2011.

 

 

Tod eines Hundes in Goa

 

Transkript aus dem Reisebüchlein

 

Die Handschrift,

unlöschbar,

fordert vom Gedanken

Reife.

 

Lange Zeit saß

ich hoch über

meinem Fluß.

 

Wohin fließen

meine Wasser jetzt?

Unsichtbar, doch –

fließen sie noch?

 

Wenn mein Tod käme,

er träfe einen Geliebten.

 

Welch sinnlose Angst,

welch eitle.

Wo doch der Hund,

vom Rattengift gelahmt,

neben mir kalt wird.

 

 

Franz Xaver Kroetz (München, 25 februari 1946)

Lees meer...

25-02-11

Franz Xaver Kroetz, Gérard Bessette, Karl May, Mary Chase, Lesja Oekrajinka, Karl Wilhelm Ramler, Carlo Goldoni, Quirinus Kuhlmann

 

De Duitse dichter, schrijver, regisseur en acteur Franz Xaver Kroetz werd geboren op 25 februari 1946 in München. Zie ook mijn blog van 25 februari 2009 en ook mijn blog van 25 januari 2010.

 

 

Grüss Gott!

 

Oft wenn ich

am Morgen

aufwach

 

steckt mir

ein Messer

Angst

im Herzen.

 

 

 

Wahllose Qual

 

Ein anderes Zimmer.

Ein anderer Tisch.

Die alte Fron.

 

Und immer sicherer

wissen was ich

mir abringe

bewegt nichts

mehr und niemand.

 

Nach Not und Tränen

dem alten Leiden

der Versuchung

nicht widerstanden

durch Literatur

Ordnung zu haben.

 

 

 

 

Franz Xaver Kroetz (München, 25 februari 1946)

 

 

Lees meer...

25-02-10

Karl May, Mary Chase, Karl Wilhelm Ramler, Carlo Goldoni, Quirinus Kuhlmann, Lesja Oekrajinka

 

De Duitse schrijver Karl May werd geboren op 25 februari 1842 in Hohenstein-Ernstthal. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007  en ook mijn blog van 25 februari 2008 en ook mijn blog van 25 februari 2009.

 

Uit: Durch die Wüste

 

Halef war ein eigentümliches Kerlchen. Er war so klein, dass er mir kaum bis unter die Arme reichte, und dabei so hager und dünn, dass man hätte behaupten mögen, er habe ein volles Jahrzehnt zwischen den Löschpapierblättern eines Herbariums in fortwährender Pressung gelegen. Dabei verschwand sein Gesichtchen vollständig unter einem Turban, der drei volle Fuß im Durchmesser hatte, und sein einst weiß gewesener Burnus, welcher jetzt in allen möglichen Fett- und Schmutznuancen schimmerte, war jedenfalls für einen weit größeren Mann gefertigt worden, so dass er ihn, sobald er vom Pferde gestiegen war und nun gehen wollte, empor nehmen musste, wie das Reitkleid einer Dame. Aber trotz dieser äußeren Unansehnlichkeit musste man allen Respekt vor ihm haben. Er besaß einen ungemeinen Scharfsinn, viel Muth und Gewandtheit und eine Ausdauer, welche ihn die größten Beschwerden überwinden ließ. Und da er auch außerdem alle Dialekte sprach, welche zwischen dem Wohnsitze der Uëlad Bu Seba und den Nilmündungen erklingen, so kann man sich denken, dass er meine vollste Zufriedenheit besaß, so dass ich ihn mehr als Freund denn als Diener behandelte. Eine Eigenschaft besaß er nun allerdings, welche mir zuweilen recht unbequem werden konnte: er war ein fanatischer Muselmann und hatte aus Liebe zu mir den Entschluss gefasst, mich zum Islam zu bekehren. Eben jetzt hatte er wieder einen seiner fruchtlosen Versuche unternommen, und ich hätte lachen können, so komisch sah er dabei aus.”

 

 

 

May
Karl May (25 februari 1842 – 30 maart 1912)

Hier gekleed als Old Shatterhand

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Mary Chase werd geboren op 25 februari 1907 in Denver, Colorado. Zie ook mijn blog van 25 februari 2009.

 

Uit: The Wicked, Wicked Ladies in the Haunted House

 

„Maureen Swanson was known among the other children in her neighborhood as a hard slapper, ashouter, a loud laugher, a liar, a trickster, and a stay-after-schooler.
Whenever they saw her coming they cried out, “Here comes Old Stinky,” and ran away.
Sometimes she would pretend she hadn’t seen them. She was a good pretender. If she was pretending she was a queen or a movie star or Maureen Messerman, she would not notice. At other times she would chase them, slap the one she caught, then run and hide until the trouble died down.
Her mother often said to her father, “How I wish Maureen could be a little lady: sweet, kind, and nice to everyone.”
He frowned. “She better learn to mind first. She better stop hanging around that Old Messerman Place.”
The Old Messerman Place, which took up half a city block, was walled in, boarded up, deserted. You couldn’t see inside because the brick walls were too high, and the spruce trees growing just inside the walls grew so tall and so close together that even when you threw your head back and looked up, all you could see were four chimneys like four legs on a giant’s table turned upside down.“

 

 

 

Mary_Coyle_Chase

Mary Chase (25 februari 1907 – 20 oktober 1981)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en filosoof Karl Wilhelm Rạmler werd geboren in Kolberg op 25 februari 1725. Zie ook mijn blog van 25 februari 2009.

 

 

 

An den Apoll

Bey Eröffnung des Opernhauses zu Berlin.

 

Apollo! (denn dir hat Friedrich den Tempel

Aus Stufen erhöht, mit Säulen umpflanzet,

Und deinen Spielen eingeweiht:

 

Melpomene singt in Eratons Laute,

Terpsichore tanzt in Waffen, im Schleyer,

Dir menschliche Geschichten vor;)

 

Vergönne doch auch der süssen Cythere

Den Zutritt, und o! dem freundlichen Amor,

Der leichtgerüstet vor ihr hüpft!

 

Den Grazien, die der Gürtel entbehren,

Der Suada, mit hold einladenden Lippen,

Und allem jungen Göttervolk!

 

Komm, munterer Witz, und Muthwill, und Lachen,

Und artiger Trotz, und fröhlicher Leichtsinn,

Und du, schalkhafter kleiner Scherz!

 

 

 

Karl_Wilhelm_Ramler

Karl Wilhelm Rạmler (25 februari 1725 – 11 april 1798)

Portret door Anton Graff

 

 

 

De Italiaanse toneelschrijver Carlo Goldoni werd geboren in Venetië op 25 februari 1707. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007 en ook mijn blog van 25 februari 2009.

 

Uit: The War (La Guerra,vertaald door Alexander Gross)

 

„(Enter three soldiers, carrying a lamb, some chickens, a wineskin, and other looted goods.)

FIRST SOLDIER: Lucky they called a truce when they did.

SECOND SOLDIER: Yeah, we would have killed them.

THIRD SOLDIER: Sure, we were only getting started.

FIRST: It was pretty good for a while—then they all ran back to the camp.

THIRD: I was all set to go after them when they raised that white flag.

SECOND: They're nothing but a bunch of cowards.

FIRST: Anyway, that wasn't a real attack, so I went and assaulted a hen house.

SECOND: Yeah, and I took this lamb prisoner.

THIRD: And I found this wineskin, and I slit its gullet.

SECOND: Boy, if they hadn't surrendered, we'd have ripped them to shreds.

THIRD: All the better for us: at least we can rest up a little during the truce.

FIRST: Let's find some wood and get a fire going.

SECOND: Who's gonna be cook?

FIRST: Hey, that's your job. Today we eat.

ALL THREE: That's right! Yeah, we eat! Yeah, let's eat!

(they are about to go offstage. Enter Lisetta, a pretty peasant girl carrying a basket of food)

THIRD: Hey, look what's coming here.

FIRST: She looks like she has some stuff we can use.

SECOND: Quick, let's hide everything.

(they do so, then lie in wait for Lisetta, pouncing on her when she draws near. They try to take away her basket, but she manages to hold onto it.)

 

 

 

Carlo_Goldoni_01
Carlo Goldoni (25 februari 1707 – 6 februari 1793)
Standbeeld door Antonio Dal Zotto in Venetië.

 

 

 

 

De Duitse dichter en mysticus Quirinus Kuhlmann werd geboren op 25 februari 1651 in Breslau. Zie ook mijn blog van 25 februari 2009.

 

Uit: Der Kühlpsalter

 

Der 1. Gesang

 

3.

Seelenlibster! las mich lodern,

Wi zuvor, in Himmelsglutt!

Las mich deine Libe fodern!

Ach durchhitze Blutt und Mutt!

Nach dem Himmel geht mein schwingen,

Leihe Flügel, Jesus, doch!

Las mich Wolkenhöher dringen!

Ach entjoche mir mein Joch!

 

4.

Komme, Jesus, mich zustärken,

Weg, verdammtes Erdhyän!

Weiche mit den Blendniswerkken,

Angeschminkte Weltsyren!

Ehe wird di Sonn erblassen,

Und ihr Feuer bringen Eis,

Als ich werde Jesum lassen,

Um zugeben dir den Preis.

 

 

 

QuirinusKuhlmann

Quirinus Kuhlmann (25 februari 1651 – 4 oktober 1689)

 

 

 

De Oekraïense dichteres, schrijfster en vertaalster Lesja Oekrajinka werd geboren op 25 februari 1871 in Novograd-Volynsky.Zie ook mijn blog van 25 februari 2009.

 

Uit: The Forest Song

 

“Ancient, thick, primeval forest in Volyn. In the middle of the forest there is vast glade with the weeping birch tree and a big and bushy oak. From the side the lawn is overtaken by marsh and reed and at places by bright-green mire – those are banks of the forest lake that is born from a forest stream. That stream runs from the wildwood into the lake and then on the other side of the lake runs away getting lost in the covert. The lake itself is very quiet, covered with duckweed and pond lilies but with clear surface in the middle. The whole vicinity is savage, mysterious, but not sullen, filled with tender and thoughtful beauty of Podilla. Early spring. On the fringe of the forest and on the glade first green birthwort appears, snowdrops and windflowers are blooming. Trees are still standing bear but covered with young buds that are about to open. The fog over the lake lies like a thick veil, or waves to the wind, or tears itself apart, showing pale blue water.

 

Some noise came through the forest, the stream started growling, jingling, and together with its waters appeared “One That Destroys Flood Walls” – young, extremely blondish, blue-eyed, with tumultuous and yet sliding moves. His clothes change colours from muddily-yellow to serene-blue and flicker with sharp golden sparks. He jumps from the stream into the lake and starts moving around the surface exciting its sleepy water. The fog slips away and water becomes deep blue.”

 

 

Lesja_ukrainka

Lesja Oekrajinka (25 februari 1871 – 1 augustus 1913)

 

 

25-02-09

Anthony Burgess, Amin Maalouf, Robert Rius, Aldo Busi, Gérard Bessette, Franz Xaver Kroetz, Mary Chase, Lesja Oekrajinka, Karl May, Karl Wilhelm Ramler, Friedrich von Spee, Carlo Goldoni, Quirinus Kuhlmann


De Britse dichter en schrijver Anthony Burgess werd geboren op 25 februari 1917 in Manchester, Engeland. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007 en ook mijn blog van 25 februari 2008.

 

 

Uit: Revolutionary Sonnets

 

A dream, yes, but for everyone the same.
The thought that wove it never dropped a stitch.
The absolute was everybody's pitch,
For, when a note was struck, we knew its name.
That dark aborted any wish to tame
Waters that day might prove to be a ditch
But then was endless growling ocean, rich
In fish and heroes till the dredgers came.
Wachet auf! A fretful dunghill cock
Flinted the noisy beacons through the shires.
A martin's nest clogged the cathedral clock,
But it was morning: birds could not be liars.
A key cleft rusty age in lock and lock.
Men shivered by a hundred kitchen fires.

 

 

 

 

Going, Going, Gone

 

i know it is time to go

and go i must

so does it mean i don't care,

questioning did I ever care

or was it fear that made stay so long

fear of starting over

fear on the unknown

but to stay i must to lie

lying is a cowardly trait

and i can not longer wear those shoes

they are much too small for my feet now

so with a kiss on the cheek

i taste the sadness of notorious love

and I'm gone

 

 

 

 

anthony-burgess
Anthony Burgess (25 februari 1917 – 22 november 1993)

 

 

 

 

 

De Franstalige schrijver Amin Maalouf werd geboren in Beiroet, Libanon, op 25 februari 1949. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007 en ook mijn blog van 25 februari 2008.

 

Uit: In the Name of Identity (Vertaald door Barbara Bray)

 

A life spent writing has taught me to be wary of words. Those that seem clearest are often the most treacherous. "Identity" is one of those false friends. We all think we know what the word means and go on trusting it, even when it's slyly starting to say the opposite.

    Far be it from me to want to keep on redefining the idea of identity. It has been the fundamental question of philosophy from Socrates's "Know thyself!" through countless other masters down to Freud. To approach it anew today would call for more qualifications than I possess and for very much greater temerity. The task I set myself is more modest. I want to try to understand why so many people commit crimes nowadays in the name of religious, ethnic, national or some other kind of identity. Has it always been like this since time immemorial, or is the present era influenced by hitherto unknown factors? Sometimes what I say may seem rather simplistic. If so it's because I want to set my argument out as calmly, patiently and fairly as possible, without resorting to jargon or unwarranted shortcuts.

What's known as an identity card carries the holder's family name, given name, date and place of birth, photograph, a list of certain physical features, the holder's signature and sometimes also his fingerprints—a whole array of details designed to prove without a shadow of doubt or confusion that the bearer of the document is so-and-so, and that amongst all the millions of other human beings there isn't one — not even his double or his twin brother — for whom he could be mistaken.”

 

 

 

Malouf
Amin Maalouf (Beiroet, 25 februari 1949)

 

 

 

 

De Franse dichter Robert Rius werd geboren op 25 februari 1914 in Castle-Roussillon. Hij begon als journalist voor Catalan Coq in Perpignan, een satirsche weekblad in Perpignan. In 1937 kwam hij in contact met de groep surrealisten rond André Breton and Benjamin Péret. In die tijd schiep hij samen met Breton, Péret and Remedios Varo het stuk Le Jeu du dessin communiqué. In 1940 verscheen Frappe de l'Écho. Vanaf 1942 zat hij in het Franse verzet en publiceerde nog sporadisch (Essai d'un dictionnaire exact de la langue française, Serrures en friches en Picasso.) Op 4 juli 1944 werd hij gearresteerd, en daarna lang gefolterd. Hij weigerde echter te spreken en werd op 21 juli geëxecuteerd in Fontainebleau.

 

 

 

Œil-de-père

 

L'imagination-poil-de-chat
Mange tout
Rape voyelles

 

L'imagination peinte sang-de-bœuf

 

L'imagination à lorgnons
Qui a la flemme
Elle est dans un œuf
Se mange au couteau
Et se place à responsabilité illimitée

 

L'imagination cheval
Celle qui
Celle que l'on rôtit
Celle que Dominguez appelle petite colombe blanche

 

L'imagination ferme-portes
Décide de rester à croche-pied

 

L'imagination compresse sédative

 

L'imagination rail

 

L'imagination canevas

 

L'imagination croque-mots

 

Chutt

 

L'imagination rêve les bras croisés.

 

 

 

 

rius-1941
Robert Rius (25 februari 1914 - 21 juli 1944)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver en vertaler Aldo Busi werd geboren op 25 februari 1948 in Montichiari, Brescia. Gedurende zijn jonge jaren werkte hij veel buiten Italië. Zodoende leerde hij verschillende vreemde talen. Hij studeerde aan de universiteit van Florence en aan de universiteit van Verona, waar hij afstudeerde op een onderzoek naar de dichter John Ashbery. Busi debuteerde in 1984 met de roman Seminario sull gioventù (Ned: Over de jeugd). Intussen heeft hij al meer dan twintig titels op zijn naam staan. Busi is ook vertaler van werk van o.a. Lewis Caroll en Friedrich Schiller.

 

Uit: Seminario

 

While contemplating the signs of Barbino's first wet dream on his underwear that she has taken to the river, she comments: "Ah, youth, it is a great time for sowing seed." And "sowing seed," besides its sexual meaning, also refers to the seminarists whose underwear Lenta often washed, to the seminar which the grown-up Barbino will conduct on the anxieties of his youth, and to the literal meaning of "throwing seeds" which we may find grown one day.“

 

 

 

 

aldobusi
Aldo Busi (Montichiari, 25 februari 1948)

 

 

 

 

De Canadese schrijver Gérard Bessette werd geboren op 25 februari 1920 in Sainte-Anne-de-Sabrevois, Quebec en bezocht de Université de Montréal waar hij letterkunde studeerde. In die tijd verschenen ook zijn eerste gedichten. Hij brak door met zijn roman Le libraire uit 1960 over een bediende in een boekwinkel in een klein plaatsje in Quebec in de jaren vijftig. Voor zijn roman Le cycle (1971) kreeg hij de Governor General's Award. In 1980 ontving hij de Prix Athanase-David, Quebec's hoogste literaire onderscheiding. Gérard Bessette doceerde ook aan de Royal Military College of Canada en aan Queen's University

 

 

Uit: Le libraire

 

„Ne rien faire
Quand il n'y a pas de chalands dans ma section et que mes rayons sont pleins, c'est le bon temps. Je m'installe sur un tabouret derrière le comptoir, les mains au menton, la visière rabaissée sur le nez, et je ne fais rien. J'attends l'heure de la fermeture, cinq heures et demie. Il est étonnant comme le temps passe vite quand on ne fait rien. Pourvu qu'on ne soit pas libre. Je veux dire : pourvu qu'un "devoir" vous force à rester en place. Autrement, ça ne tient plus. Ainsi moi, si je n'étais pas obligé de travailler à la librairie Léon pour gagner ma vie et qu'on me demandât de passer des heures d'affilée perché sur un tabouret, j'en serais complètement incapable.“

 

 

 

Besette
Gérard Bessette (25 februari 1920 – 21 februari 2005)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, regisseur en acteur Franz Xaver Kroetz werd geboren op 25 februari 1946 in München. Daar bezocht hij de toneelschool en vervolgens het Max-Reinhardt-Seminar in Wenen. Bekend werd hij toen in 1971 de opvoeringen van zijn stukken Heimarbeit en Hartnäckig door neofascisten werden verstoord. In zijn rol van Baby Schimmerlos in de televisieserie Kir Royal werd Kroetz bij een groot publiek bekend. Kroetz ontving o.a. de Bertolt-Brecht-Literaturpreis, het Bundesverdienstkreuz en de Marieluise-Fleißer-Preis.

 

 

November

 

Tröste mich.

Dir hab ich mich

anvertraut.

 

Dir hab ich

meine Frauen geopfert.

Und meine Kinder

die kennen mich nicht.

 

Du hast meine Gesundheit.

Du hast meine Kraft.

Du hast meine Freunde.

 

Du hast vom Besten

von mir

alles.

 

Tröste mich

denn ich hasse dich.

Literatur.

 

 

 

 

Kroetz
Franz Xaver Kroetz (München, 25 februari 1946)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Mary Chase werd geboren op 25 februari 1907 in Denver, Colorado. Na de universiteit werkte zij een tijd als journaliste tot zij in 1928 trouwde met de journalist Robert Lamont Chase. Als huisvrouw begon zij toneelstukken te schrijven.  In 1944 kwam met Harvey de doorbraak. In 1945 kreeg zij er de Pulitzer Prijs voor. Het stuk werd alleen al in New York 1775 keer opgevoerd. Zij zelf schreef ook voor twee verfilmingen het draaiboek.

 

Uit: Harvey

 

(ELWOOD enters. MRS. CHAUVENET turns back to pick up her

scarf from chair, and sees him.)

MRS. CHAUVENET. (Rushing forward.) Elwood! Elwood Dowd! Bless your heart.

ELWOOD. (Coming forward and bowing as he takes her hand.)

Aunt Ethel! What a pleasure to come in and find a beautiful woman waiting for me!

MRS. CHAUVENET. (Looking at him fondly.) Elwood—you haven't changed.

VETA. (Moves forward quickly, takes hold of her.) Come along, Aunt Ethel—you mustn't miss the party.

MYRTLE. There's punch if you don't like tea.

MRS. CHAUVENET. But I do like tea. Stop pulling at me, you two. Elwood, what night next week can you come to dinner?

ELWOOD. Any night. Any night at all. Aunt Ethel—I would be delighted.

VETA. Elwood, there's some mail for you today. I took it up to your room.

ELWOOD. Did you, Veta? That was nice of you. Aunt Ethel- I want you to meet Harvey. As you can see he's a Pooka. (Turn toward air beside him.) Harvey, you've heard me speak of Mrs. Chauvenet? We always called her Aunt Ethel. She is one of my oldest and dearest friends. (Inclines head toward space and goes "Hmm!" and then listens as though. not hearing first time. Nods as though having heard someone next to him speak.) Yes—yes—that's right. She's the one. This is the one. (To MRS. CHAUVENET.) He says he would have known you anywhere. (Then as a confused, bewildered look comes over MRS. CHAUVENET'S face and as she looks to L. and R. Of ELWOOD and cranes her neck to see behind him—ELWOOD not seeing her expression, crosses toward VETA and MYRTLE MAE.) YOU both look lovely. (Turns to the air next to him.) Come on in with me. Harvey—We must say hello to all of our friends—(Bows to MRS. CHAUVENET.) I beg your pardon. Aunt Ethel. If you'll excuse me for one moment—(Puts his hand gently on her arm, trying to turn her.)

 

 

 

Chase
Mary Chase (25 februari 1907 – 20 oktober 1981)

 

 

 

 

 

De Oekraïense dichteres, schrijfster en vertaalster Lesja Oekrajinka werd geboren op 25 februari 1871 in Novograd-Volynsky. In 1881 werd kreeg zij te lijden aan tbc en begon zij uitgebreide reizen te maken op zoek naar genezing. Met haar bundels Na krylakh pisen (1893; “Eng: On the Wings of Songs”), Dumy i mriyi (1899; “Eng: Thoughts and Dreams”), and Vidhuky (1902; “Eng: Echoes”) vestigde zij haar naam als dichteres. Zij was actief in de strijd tegen het tsarisme en vertaalde in 1902 het Communistisch Manifest van Marx. In 1907 werd zij gearresteerd. Vanaf 1906 richtte zij zich meer op het schrijven van poëtisch drama, met verschillende historische achtergronden. Ukrainka schreef opok korte verhalen en essays en vertaalde werk van Homerus, William Shakespeare, Lord Byron, Victor Hugo, en Ivan Toergenjev.

 

 

Contra spem spero (Hope against hope)

 

Hence, dark thoughts! Away, ye autumn mists!

Golden spring is here, she's here today!

Should my days of youth be spent in woe,

Drearily and sadly pass away?

 

Nay, through all my tears, I still will smile,

Sing my songs through troubles round me loom;

Hopeless, still hope on against all odds,

I will live! Away, ye thoughts of gloom!

 

On this hard and ingrate soil I'll sow

Flowers that shall bloom with colors rare;

Flowers will I plant where frost doth reign,

Water them with many a bitter tear.

 

And these burning tears will soften then

All that ground so crusted, chill, malign,

Flowers, then perhaps, will bloom and bring

Joyous spring e'en to this heart of mine.

 

Though the mountain side be rough and steep,

Onward will I bear the ponderous stone;

Struggling upwards 'neath the crushing load,

Still will I my joyous song intone.

 

Through the long, dark night inscrutable

Never will I close my wearied eyes,

Searching ever for guiding start -

Radiant empress of the midnight skies.

 

Yes, through all my tears, I still will smile,

Sing my songs through troubles round me loom;

Hopeless, still hope on against all odds,

I will live! Away, ye thoughts of gloom!

 

 

 

 

 

Lesya_Ukrainka_portrait
Lesja Oekrajinka (25 februari 1871 – 1 augustus 1913)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Karl May werd geboren op 25 februari 1842 in Hohenstein-Ernstthal. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007  en ook mijn blog van 25 februari 2008.

 

Uit: Kara Ben Nemsi im Reiche des Großherrn

 

"Es war Abend und wir lagerten am Rand eines Tschinarwaldes (Platenenwald). Über uns wölbte sich ein Himmel von solcher Reinheit, wie sie nur in diesen Gegenden zu beobachten ist. Wir befanden uns in der Nähe der persischen Grenze, und die Luft Persiens ist wegen ihrer Klarheit berühmt. Das Licht der Sterne war so stark, dass ich, obwohl der Mond nicht am Himmel stand, die Zeiger meiner Taschenuhr deutlich erkennen konnte. Zu lesen hätte ich, selbst bei kleiner Schrift, ganz gut vermocht. Sogar Gestirne, die gewöhnlich nur mit dem Fernrohr wahrgenommen werden können, kamen zum Vorschein. Der siebente Stern des Siebengestirns war ohne bedeutende Anstrengung des Auges zu erkennen. Die Klarheit eines solchen Sternenhimmels macht einen tiefen Eindruck auf das Gemüt, und ich begriff, warum Persien die Heimat der Astrologie ist, dieser unfrei geborenen Mutter der edlen Tochter, die uns mit den leuchtenden Welten vertraut macht." –

 

 

 

 

 

KarlMay
Karl May
(25 februari 1842 – 30 maart 1912)

Karl May als „Kara Ben Nemsi", rond 1896

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en filosoof Karl Wilhelm Rạmler werd geboren in Kolberg op 25 februari 1725. Vanaf 1798 washij hoogleraar logica aan de kadettenschool in Berlijn en vanaf 1790 theaterdirecteur van hhet Nationaltheater. Hij werd wegens zijn oden in antieke stijl wel de Duitse Horatius genoemd. Rạmler wordt gerekend tot de periode van de Verlichting, maar ook wel tot de Empfindsamkeit.

 

 

An den Frieden

 

Wo bist du hingeflohn, geliebter Friede?
Gen Himmel, in dein mütterliches Land?
Hast du dich, ihrer Ungerechtigkeiten müde,
Ganz von der Erde weggewandt?

 

Wohnst du nicht noch auf einer von den Fluren
Des Oceans, in Klippen tief versteckt,
Wohin kein Wuchrer, keine Missethäter fuhren,
Die kein Eroberer entdeckt?

 

Nicht, wo mit Wüsten rings umher bewehret,
Der Wilde sich in deinem Himmel dünkt?
Sich ruhig von den Früchten seines Palmbaums nähret?
Vom Safte seines Palmbaums trinkt?

 

O! wo du wohnst, laß endlich dich erbitten:
Komm wieder, wo dein süßer Feldgesang,
Auf heerdenvollen Hügeln und aus Weinbeerhütten
Und unter Kornaltären klang.

 

Sieh diese Schäfersitze, deine Freude,
Wie Städte lang, wie Rosengärten schön,
Nun sparsam, nun wie Bäumchen auf verbrannter Heide,
Wie Gras auf öden Mauern stehn.

 

Die Winzerinnen halten nicht mehr Tänze;
Die jüngst verlobte Garbenbinderin
Trägt, ohne Saitenspiel und Lieder, ihre Kränze

Zum Dankaltare weinend hin.

Denn ach! der Krieg verwüstet Saat und Reben
Und Korn und Most; vertilget Frucht und Stamm;
Erwürgt die frommen Mütter, die die Milch uns geben,

Erwürgt das kleine fromme Lamm.

Mit unsern Rossen fährt er Donnerwagen,
Mit unsern Sicheln mäht er Menschen ab;
Den Vater hat er jüngst, er hat den Mann erschlagen,

Nun fodert er den Knaben ab.

Erbarme dich des langen Jammers! rette
Von deinem Volk den armen Überrest!
Bind' an der Hölle Thor mit siebenfacher Kette
Auf ewig den Verderber fest.

 

 

 

 

 

Karl_Wilhelm_Ramler_2
Karl Wilhelm Rạmler (25 februari 1725 – 11 april 1798)

Portret door Gottfried Hempel

 

 

 

 

De Duitse jezuïet en dichter Friedrich von Spee werd op 25 februari 1591 in Kaiserswerth bij Düsseldorf geboren. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007 en ook mijn blog van 25 februari 2008.

 

 

Zu dir auß tieffem grunde

 

Zu dir auß tieffem grunde

Hab ich geruffen, Herr:

Ach höre mich zur-stunde,

Nit bleibe doch so ferr.

So du die zahl der sünden

Villeicht wolst schawen an,

Wer würd ohn schanden könden

Vor deinen augen stahn?

 

Ein gnaden Meer verschloßen

In deinem hertzen ligt,

Das komt mit hauff gefloßen,

Wan vns die noth anficht:

Drumb nie will ich verzagen,

Auff ihn will harren fäst,

Wan mich bey trüben tagen

Schon liecht, vnd glantz verläst.

 

Ach Israël mich höre,

Was dir von hertzen rath;

Kein vngemach dich störe,

Nit zage früh, noch spath:

Wan sich der tag entzündet

Zur ersten morgen-wacht,

Dein hoffnung sey gegründet

Auff Gott, biß in die nacht.

 

Auff ihn wer sich geleinet

Mit festem helden-mut,

Die gnad ihm bald erscheinet,

Der streit kompt ihm zu gut.

Dan vnser Gott so milde,

Voll süß- vnd gütigkeit,

All vnser schutz, vnd schilde

Verbleibt in Ewigkeit.

 

 

 

 

Friedrich-von-Spee-Denkmal
Friedrich von Spee (25 februari 1591 – 7 augustus 1635)

Standbeeld in Paderborn

 

 

 

 

 

De Italiaanse toneelschrijver Carlo Goldoni werd geboren in Venetië op 25 februari 1707. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007.

 

Uit: Der Diener zweier Herren

 

“Pandolfo, Doktor Lombardi, Tebaldo.

 

DOKTOR. Hier haben sie meine Hand – es bleibt dabei.

Sie schlagen ein.

PANDOLFO. Es bleibt dabei. – Heute Verlobung und morgen Hochzeit. Unser junges Volk ist so ineinander verliebt, daß sie uns gern die weitläufigen Vorbereitungen und Zeremonien schenken werden. – Sie sollen Zeuge sein, alter Krugvater!

TEBALDO. Viel Ehre!

PANDOLFO. Man kann wohl sagen, hier hat der Himmel seine Hand im Spiele gehabt. Ohne den plötzlichen Tod des jungen Rasponi wären wir wohl nie Schwäger geworden.

DOKTOR. Accidit in puncto –

TEBALDO. Was? der junge Rasponi ist tot?

PANDOLFO. Tot! – Er ist ermordet worden – in einer Gesellschaft wilder junger Leute – der Liebhaber seiner Schwester, den er nicht leiden konnte, war auch dabei. – Ich weiß die eigentliche Geschichte nicht; aber tot ist er.

TEBALDO. Der arme brave junge Mensch!

PANDOLFO. Haben Sie ihn gekannt?

TEBALDO. Wie das Mutterfäßchen in meinem Keller. Ich habe vier Jahre in Turin gewirtschaftet, und er war mein täglicher Gast. Ich hab' auch seine Schwester gekannt, ein prächtiges Mädchen! nur zu männlich erzogen. Sie trieb alle Übungen ihres Bruders. – Wer hätte das denken sollen!

PANDOLFO. Sie wird sich wohl trösten; des Bruders Tod macht sie zu einem sehr reichen, unabhängigen Mädchen. Aber daß wir nicht vergessen, warum ich Sie herbitten ließ. – Wir wollen das Hochzeitsmahl bei Ihnen einnehmen. Treffen Sie Anstalten! Nicht prächtig, aber gut.

 

 

 

Carlo_Goldoni
Carlo Goldoni (25 februari 1707 – 6 februari 1793)

Portret door Alessandro Longhi)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en mysticus Quirinus Kuhlmann werd geboren op 25 februari 1651 in Breslau. Hij studeerde rechten in Jena, maar leidde daarna een reizend leven omdat hij geloofde dat hij zijn door de Heilige Geest ingegeven visioenen moest openbaren. Zijn hoofdwerk Kühlpsalter (1684-1686) is een dichterlijke autobiografie waarin hij het einde van de wereld aankodigde. Op een reis naar Rusland werd hij gearresteerd en als ketter levend verbrand.

 

Uit: Der Kühlpsalter

 

Der 1. Gesang

 

Als er zum Davidisiren unter geistlicher Anfechtung getriben ward in Jehna, dahin er von Breslau den 20 Septemb. 1670 ausreisend, 15 Monden nach seinem Erleuchtungsmay 1669, über Lignitz, Buntzlaw, Görlitz, Leipzig, Lützeu, Naumburg im October ankommen.

 

1.

 

Libhold ging unlängst spatziren

Um zukleinern seinen schmertz:

Trauren wolte ihn berühren,

Hoch verwundet ward sein Hertz.

Ach wär ich aus Sünd und Erden!

Sang der seufftzervoller Mund:

Mus ich dann verschlungen werden

Von dem grausen Abgrundschlund?

 

2.

 

Seit mein Jesus weggeschiden,

Seit schid aller Segen hin.

Unruh küsset mich vor Friden:

Seelenschade stat Gewin.

Löse, Jesus, meine Banden,

Drein ich selber mich vernetzt!

Wo nicht Hülfe mir verhanden,

Leb ich ewiglich verletzt.

 

 

 

 

kuhlmann
Quirinus Kuhlmann (25 februari 1651 – 4 oktober 1689)

 

 

 

25-02-08

Anthony Burgess, Amin Maalouf, Friedrich von Spee, Karl May, Carlo Goldoni


De Britse schrijver Anthony Burgess werd geboren op 25 februari 1917 in Manchester, Engeland. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007.

 

Uit: A Clockwork Orange

 

“There was me, that is Alex, and my three droogs, that is Pete, Georgie, and Dim, Dim being really Dim, and we sat in the Korova Milkbar making up our rassoodocks what to do with the evening, a flip dark chill winter bastard though dry. The Korova Milkbar was a milk-plus mesto, and you may, O my brothers, have forgotten what these mestos were like, things changing so skorry these days and everybody very quick to forget, newspapers not being read much neither. Well, what they sold there was milk plus something else. They had no license for selling liquor, but there was no law yet against prodding some of the new veshches which they used to put into the old moloko, so you could peet it with vellocet or synthemesc or drencrom or one or two other veshches which would give you a nice quick horrorshow fifteen minutes admiring Bog And All His Holy Angels And Saints in your left shoe with lights bursting all over your mozg. Or you could peet milk with knives in it, as we used to say, and this would sharpen you up and make you ready for a bit of dirty twenty-to-one, and that was what we were peeting this evening I'm starting off the story with.”

 

 

 

burgess
Anthony Burgess (25 februari 1917 – 22 november 1993)

 

 

 

 

De Franstalige schrijver Amin Maalouf werd geboren in Beiroet, Libanon, op 25 februari 1949. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007.

 

Uit: Echelles du Levant

 

"Echelles du Levant", c'est le nom qu'on donnait autrefois à ces chapelets de cités marchandes par lesquelles les voyageurs d'Europe accédaient à l'Orient. De Constantinople à Alexandrie, en passant par Smyrne, Adana ou Beyrouth, ces villes ont longtemps été des lieux de brassage où se côtoyaient langues, coutumes et croyances. Des univers précaires que l'Histoire avait lentement façonnés, avant de les démolir. Brisant, au passage, d'innombrables vies. Le héros de ce roman, Ossyane, est l'un de ces hommes au destin détourné. De l'agonie de l'Empire ottoman aux deux guerres mondiales et aux tragédies qui, aujourd'hui encore, déchirent le Proche-Orient, sa vie ne pèsera guère plus qu'un brin de paille dans la tourmente. Patiemment, il se souvient, il raconte son enfance princière, sa grand-mère démente, son père révolté, son frère déchu, son séjour en France sous l'Occupation, sa rencontre avec sa bien-aimée fugitive, Clara, leurs moments de ferveur, d'héroïsme et de rêve ; puis la descente aux enfers. Dépossédé de son avenir, de sa dignité, privé des joires le plus simples, que lui reste-t-il ? Un amour en attente. Un amour tranquille, mais puissant. Peut-être, en fin de compte, plus puissant que l'Histoire.”

 

 

 

Malouf
Amin Maalouf (Beiroet, 25 februari 1949)

 

 

 

 

De Duitse jezuïet en dichter Friedrich von Spee werd op 25 februari 1591 in Kaiserswerth bij Düsseldorf geboren. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007.

 

Zur Osterzeit

 

Die ganze Welt, Herr Jesus Christ,
zur Osterzeit jetzt fröhlich ist.

 

Jetzt grünet, was nur grünen kann,
die Bäum` zu blühen fangen an.

 

So singen jetzt die Vögel all.
Jetzt singt und klingt die Nachtigall.

 

Der Sonnenschein jetzt kommt herein
und gibt der Welt ein` neuen Schein.

 

Die ganze Welt, Herr Jesus Christ,
zur Osterzeit jetzt fröhlich ist.

 

 

 

Frspee
Friedrich von Spee
  (25 februari 1591 – 7 augustus 1635)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Karl May werd geboren op 25 februari 1842 in Hohenstein-Ernstthal. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007.

 

Uit: Winnetou

 

Viel, sehr viel könnte ich von dem erzählen, was ich mit Harton erlebte; da es sich aber hier nur um Winnetou handelt, welcher nicht mit war, will ich nur sagen, daß wir, allerdings unter großen Mühen, Beschwerden und Kämpfen, so glücklich waren, eine Bonanza zu entdecken. Den Anteil, welchen ich an derselben zu beanspruchen hatte, persönlich auszubeuten, hatte ich nicht Lust; darum verkaufte ich ihn und erhielt eine Summe, welche mir den bei dem Schiffbruche erlittenen Verlust mehr als vollständig ersetzte. Dann ritt ich nach dem Rio Pecos, um das Apachen-Pueblo aufzusuchen. Ich wurde dort wie ein Bruder aufgenommen, fand aber Winnetou nicht vor; er befand sich auf einem Rundritte zu sämtlichen Unterabteilungen der Apachen.

Ich sollte bleiben und auf ihn warten; da dies aber einen Aufenthalt von einem halben Jahre bedeutet hätte, ließ ich mich nicht halten und unternahm einen Abstecher nach Kolorado, um dann durch Kansas nach St. Louis zurückzukehren. Unterwegs schloß sich mir der Engländer Emery Bothwell an, ein hochgebildeter, unternehmender und kühner Mann, den ich später, wie meine lieben Leser noch erfahren werden, in der Sahara wieder traf.

Alles, was ich vorher mit Winnetou und dann mit Fred Harton erlebt hatte und nun mit Bothwell erlebte, sprach sich schnell und immer weiter herum, und ich war, als ich nach St. Louis kam, ganz erstaunt, den Namen Old Shatterhand in Aller Mund zu finden. Als mein alter Mr. Henry diese meine Verwunderung bemerkte, sagte er in seiner eigenartigen Ausdrucksweise:

 

»Seid Ihr ein Kerl! Erlebt in einem Monate mehr Abenteuer als andere in zwanzig Jahren, geht durch alle Gefahren so glücklich hindurch wie eine Pistolenkugel durch ein Stück Löschpapier, nehmt es als junges Greenhorn mit dem erfahrensten Westläufer auf, werft alle die grausamen und blutigen Gesetze des wilden Westens über den Haufen, indem Ihr selbst den ärgsten Todfeind schont, und sperrt dann das Maul vor Erstaunen darüber auf, daß man von Euch redet! Ich sage Euch, Ihr habt in Beziehung auf Berühmtheit in dieser kurzen Zeit sogar den großen Old Firehand ausgestochen, weicher über noch einmal so alt ist, als Ihr seid. Ich habe meine helle Freude gehabt, wenn ich so von Euch hörte, denn ich bin es ja gewesen, der Euch diesen Weg gezeigt hat. Für diese Freude muß ich Euch dankbar sein. Seht einmal her, was ich da habe!«

 

 

 

 

Karl_May
Karl May
(25 februari 1842 – 30 maart 1912)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 25 februari 2007.

 

De Italiaanse toneelschrijver Carlo Goldoni werd geboren in Venetië op 25 februari 1707.

 

 

25-02-07

Karl May, Anthony Burgess, Amin Maalouf, Carlo Goldoni, Friedrich von Spee, Frans Kellendonk


De Duitse schrijver Karl May werd geboren op 25 februari 1842 in Hohenstein-Ernstthal, als vijfde van veertien kinderen van de wever Heinrich May en zijn echtgenote Wilhelmina Weise. Op 29 september 1856 begon hij zijn opleiding tot leraar in Waldheim, Saksen. Hier werd hij in 1860 veroordeeld wegens diefstal van zes kaarsstompjes. Toen hij zich in 1865 voor een vermogend arts uitgaf, werd hij betrapt en tot vier jaar arbeidshuis veroordeeld. Hij kwam voortijdig vrij in 1868. Hij beging hierna in verschillende betrekkingen nieuwe diefstallen, waarvoor hij van 1870 - 1874 in het tuchthuis in Waldheim gevangenisstraf uitzat. Zijn genezing kwam op gang toen hij de katholieke lekencatecheet Kochbar ontmoette.

De jaren 1881-1887 vertegenwoordigden een hoogtepunt in zijn schrijversbestaan. In het katholieke gezinsblad Der Deutsche Hausschatz verschenen de eerste versies van zijn reisavonturen als De doodskaravaan, Door Koerdistan. In 1888 kreeg May een vaste aanstelling als medewerker aan het Stuttgarter tijdschrift Spemann's Illustrirte Knabenzeitung: Der gute Kamerad. Vanaf 1892 verschenen Mays reisvertellingen in steeds grotere oplagen. De meeste van zijn Amerika-romans kenmerken zich door een christelijke, romantische inslag. Door de goede verkoop van zijn boeken ging het hem voor de wind. In 1899-1900 ondernam hij zijn eerste reis naar de Oriënt. Ook maakte hij een reis naar Amerika (1908), vanwaar hij veel originele souvenirs uit het dagelijks leven van verschillende indianen meenam. In 1904 werden de vroegere veroordelingen van May publiek, waardoor hij veel sympathie verloor. Er ontstond een anti-Karl May hetze, culminerend in, bijvoorbeeld, Lebius' brochure Karl May - ein Verderber der deutschen Jugend. Tijdens processen tegen het publiceren van zijn (eerst naar zijn uitgever genoemde) Münchmeyer-romans onder zijn eigen naam verloor hij veel van het geld dat hij met schrijven had verdiend. Toen hij in 1912 overleed, was hij een gebroken man.

 

Uit: Der Schatz im Silbersee

 

„Da,  wo  jenseits  des  Cumison  River  sich  die  Elk  Mountains  erheben,  ritten  vier  Männer  über  ein Hochplateau,  welches  mit  kurzem  Grase  bewachsen  war  und,  so  weit  das  Auge  reichte,  weder Sträucher noch Bäume zeigte. Obgleich man im fernen Westen daran gewöhnt ist, außergewöhnliche Gestalten  zu  sehen,  so  hätten  diese  vier  Reiter  einem  jeden,  der  ihnen  begegnet  wäre,  auffallen müssen.

 

Der  eine  von  ihnen,  dem  man  es  sofort  ansah,  daß  er  der  vornehmste  sei,  ritt  einen  prachtvollen Rapphengst von der Art, welche man bei gewissen Apachenstämmen züchtet. Seine Gestalt war nicht zu  hoch  und  breit,  und  dennoch  machte sie den Eindruck  großer  Kraft und Ausdauerfähigkeit. Sein sonnverbranntes Gesicht wurde von einem dunkelblonden Vollbart umrahmt. Er trug lederne Leggins, ein Jagdhemd aus demselben Stoffe und lange Stiefeln, welche er bis über das Knie heraufgezogen hatte. Auf  seinem  Kopfe saß  ein breitkrempiger Filzhut, in dessen Schnur rundum  die Ohrenspitzen des  Grizzlybären  steckten.  Der  breite,  aus  einzelnen  Lederriemen  geflochtene  Gürtel  schien  mit

Patronen gefüllt zu sein und enthielt außerdem zwei Revolver und ein Bowiemesser. Ferner hingen an demselben  zwei  Paar  Schraubenhufeisen  und  vier  fast kreisrunde, dicke Schilf-  und Strohgeflechte, welche mit Riemen und Schnallen versehen waren. Jedenfalls waren diese bestimmt, dem Pferde an die  Hufe  geschnallt  zu  werden,  falls  es  galt,  einen  Verfolger  irre  zu  führen.  Von der  linken Schulter nach  der  rechten  Hüfte  hing  ein  zusammengeschlungener  Lasso  und  um  den  Hals  an  einer  festen Seidenschnur eine mit Kolibribälgen verzierte Friedenspfeife. In der Rechten hielt er ein kurzläufiges Gewehr,  dessen  Schloß  von  einer  höchst  eigenartigen  Konstruktion  zu  sein  schien,  und  auf  dem Rücken trug er an einem breiten Riemen ein sehr langes und sehr starkes Doppelgewehr von der jetzt äußerst  seltenen  Art,  welche  man  früher  Bärentöter  nannte  und  aus  deren  Läufen  man  nur  Kugeln allergrößten Kalibers schoß. Dieser Mann war Old Shatterhand, der berühmte Jäger, welcher diesen Beinamen  dem  Umstande  verdankte,  daß  er  einen  Feind  mit  einem  bloßen  Hiebe  seiner  Faust  zu erlegen vermochte.“

 

 

 

Karl3
Karl May
(25 februari 1842 – 30 maart 1912)

 

Anthony Burgess is het pseudoniem van de Britse schrijver John Anthony Burgess Wilson.  Hij werd geboren op 25 februari 1917 in Manchester, Engeland. Burgess werkte als een onderwijsofficier in Brunei en Maleisië na de Tweede Wereldoorlog. In 1959 werd er een hersentumor bij hem geconstateerd, en hij had een levensverwachting van een paar maanden. Hij gaf het lesgeven op en werd een fulltime schrijver. In zijn carrière als schrijver publiceerde hij meer dan 50 boeken in verschillende genres waaronder fictie en sciencefiction. Ook schreef hij een James Joyce handboek met de titel Here comes everybody. Zijn beroemdste (of beruchtste) boek was A Clockwork Orange; dit werd verfilmd door Stanley Kubrick in 1971. De film werd in veel landen verboden, en blijft erg controversieel.

Uit: Earthly Powers

"We," he said, not without complacency, "are different. We attest the divine paradox. We are barren only to be fertile. We proclaim the primary reality of the world of the spirit which has an infinitude of mansions for an infinitude of human souls. And you too are different. Your destiny is of the rarest kind. You will live to proclaim the love of Christ for man and man for Christ in a figure of earthly love." Preacher's rhetoric; it would have been better in Italian, which thrives on melodious meaninglessness.

I said, with the same weariness as before, "My destiny is to live in a state of desire both church and state condemn and to grow sourly rich in the purveying of a debased commodity. I've just finished a novel which, when I'd read it through in typescript, made me feel sick to my stomach. And yet it's what people want -- the evocation of a past golden time when there was no Mussolini or Hitler or Franco, when gods were paid for with sovereigns, Elgar's Symphony Number One in A flat trumpeted noblimente a massive hope in the future, and the romantic love of a shopgirl and a younger son of the aristocracy portended a healthful inflection but not destruction of the inherited social pattern. Comic servants and imperious duchesses. Hansom cabs and racing at Ascot. Fascists and democrats alike will love it. My destiny is to create a kind of underliterature that lacks all whiff of the subversive."

"Don't," Carlo said, "underestimate yourself."

 

 

burgess
Anthony Burgess (25 februari 1917 – 22 november 1993)

 

De Franstalige schrijver Amin Maalouf werd geboren in Beiroet, Libanon, op 25 februari 1949. Hij studeerde sociologie en economie alvorens journalist te worden. In 1977 emigreerde hij naar Frankrijk, omwille van de burgeroorlog in Libanon. Na het succes van zijn boek De kruistochten gezien door de Arabieren (1983), stapte hij uit de journalistiek om voltijds te gaan schrijven. In 1993 won hij de Prix Goncourt voor zijn boek Le rocher de Tanios. In zijn essay Moordende identiteiten pleit hij voor het recht om tot meerdere culturen te behoren. Voorjaar 2005 verscheen bij De Geus een Nederlandse vertaling van zijn boek Origines, bekroond met de Prix Méditerranée 2004. De historische roman Leo Africanus gaat over een geleerde moslim die in handen van de Christenen valt en aan het pauselijke hof belandt. Het hoofdpersonage van de roman gaat terug op een historische persoon uit de 16e eeuw.

 

Uit: Leo Africanus

 

“I,   Hasan  the  son  of  Muhammad  the  weigh-master,  I,  Jean-Leon  de  Medici, circumcised  at  the  hand  of  a  barber  and  baptized  at  the  hand  of  a  pope,  I  am  now called the African, but I am not from Africa, nor from Europe, nor from Arabia. I am also called the Granadan, the Fassi, the Zayyati, but I come from no country, from no city, no tribe.  I am the son of the road. My country is the caravan. My life the most unexpected of voyages.

 

My wrists have experienced in turn the caresses of silk, the abuses of wool, the gold of princes and the chains of slaves. My fingers have parted a thousand veils, my lips have made a thousand virgins blush, and my eyes have seen cities die and empires perish.

 

From  my  mouth  you  will  hear  Arabic,  Turkish,  Castilian,  Berber,  Hebrew,  Latin and vulgar Italian, because all tongues and all prayers belong to me. But I belong to none of them. I belong only to God and to the earth, and it is to them that I will one day soon return.

 

But you will remain after me, my son. And you will carry the memory of me with you. And you will read my books. And this scene will come back to you: your father, dressed in the Neopolitan style, aboard this galley which is conveying him towards the African coast, scribbling to himself, like a merchant working out his accounts at the end of a long journey.

 

 

 

malouf
Amin Maalouf (Beiroet, 25 februari 1949)

 

De Italiaanse toneelschrijver Carlo Goldoni werd geboren in Venetië op 25 februari 1707.Als jongen liep hij van school om een reizende troep toneelspelers te volgen. Al op 8 jarige leeftijd schreef hij zijn eerste komedie, in totaal zouden het er ongeveer 150 worden. Hij studeerde rechten en filosofie te Pavia, maar moest in 1726 die stad verlaten als gevolg van een satire gericht tegen de plaatselijke dames. Uiteindelijk promoveerde hij in Padua en vestigde zich daar als advocaat. In 1734 werd hij verbonden aan de komische troep van Imer, die o.a. zijn bejubelde tragikomedie Belisario opvoerde, alsmede enige ‘comédies à sujet’, die hem de kans gaven te experimenteren met de hervorming die hem voor ogen stond:
het publiek behoedzaam te winnen voor een natuurgetrouwe, geheel ‘uitgeschreven’ komedie in plaats van de geïmproviseerde van de nog altijd gangbare Commedia dell'Arte.

Goldoni verafschuwde de stukken van de Commedia dell'Arte om hun vulgariteit, de scherts, het irreële en het gebrek aan zedelijke waarden. Hij verving de voorgaande elementen door humor, sentiment en realiteit. Zo ontstond de "Commedia Nuova".

Van 1741 tot 1743 was Goldoni in Venetië consul van de republiek Genua. Daarna vestigde hij zich als advocaat in Pisa. In 1748 werd hij door de theaterdirecteur Medebac verbonden aan het Teatro Sant’Angelo in Venetië, waarvoor hij een aantal van zijn beste stukken schreef. Goldoni was de schepper van het blijspel in Italië. Hij voerde het realisme in (maakte aan het echte leven gespiegelde komedies) en gaf blijk van democratisch voelen. Een bepaalde ontwikkeling van zijn talent, te toetsen aan de opeenvolging van de stukken, ontbreekt. Wel blijkt uit zijn latere werk zijn respect voor de midden- en lagere klassen en voor vrouwen in het bijzonder.

 

Uit: DER IMPRESSARIO VON SMYRNA

 

Annina:

Jetzt seien Sie kein Spielverderber.

Man interessiert sich halt für seine Mitberwerber-

und achtet drauf, daß man die Menschen kennt!

Wer ist sie?

 

Carluccio:

Mit hat nur ein Dirigent

von ihr sehr vorgeschwärmt und lobte dann vor allen Dingen

die Stellung ihres Gaumens.

 

Annina:

Und- kann sie auch singen?

Wo kommt sie her?

 

Carluccio:

Man sagt, Florenz.

 

Annina:

Aus der Provinz? Dann ist sie keine Konkurrenz.

stutzt Pardon- da bin ich wohl in´s Fettnäpfchen gesprungen.

Sie haben selbst doch letztens in Florenz gesungen?

 

Carluccio:

Ich sang! Doch geb ich Ihnen recht.

Florenz als Opernstadt ist schlecht.

Ein freches Publikum, kein Geld,

und wie man da die Sänger hält

ist wenig mehr als ein Skandal!

Man nehme nur mal meinen Fall;

Man hat mir schriftlich im Vertrag

markiertes Singen schlichtweg untersagt!

 

Für jeden nicht gesung´nen Ton

gab´s Abzug von der Provision,

und als ich einmal heiser war,

da gab es gar kein Honorar.

So wollte man mich wahrhaft zwingen

fast jeden Abend auszusingen!

Und das, wo mein Falsett noch besser klingt

als wenn ein anderer zehnmal singt.


 

 

goldoni
Carlo Goldoni (25 februari 1707 – 6 februari 1793)

 

De Duitse jezuïet en dichter Friedrich von Spee werd op 25 februari 1591 in Kaiserswerth bij Düsseldorf geboren. Behalve als dichter is hij bekend gebleven als moraaltheoloog en door zijn kritiek op de heksenprocessen. In zijn dichterlijke hoofdwerk „Trutznachtigall oder geistlich-poetisch Lustwäldlein“  liet hij zich kennen als een eigenzinnige en originele dichter van de Barok.

 

Welchen Jubel, welche Freude

 

Welchen Jubel, welche Freude
Bringt die schöne Weihnachtszeit!
Fröhlich sieht man alle Leute
In der ganzen Christenheit.

 

"Ehr' sei Gott", so lasst erschallen,
"und Fried' auf Erden, Menschen Wohlgefallen!
Euch ist ja der Heiland geboren,
Der Herr, in der Davidsstadt."

 

Wieder strahlt im Glanz der Kerzen
Funkelnd uns der Weihnachtsbaum,
Und es fassen unsre Herzen
All die Herrlichkeiten kaum.

 

"Ehr' sei Gott", so lasst erschallen,
"und Fried' auf Erden, Menschen Wohlgefallen!
Euch ist ja der Heiland geboren,
Der Herr, in der Davidsstadt."

 

Doch nur kurz sind solche Freuden,
Bald verlöscht der Kerzen Licht.
Jesus kann allein bereiten
Freuden, die vergehen nicht.

 

"Ehr' sei Gott", so lasst erschallen,
"und Fried' auf Erden, Menschen Wohlgefallen!
Euch ist ja der Heiland geboren,
Der Herr, in der Davidsstadt

 

 

 

Spree
Friedrich von Spee
  (25 februari 1591 – 7 augustus 1635)

 

(Nagekomen bericht)

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Naast zijn academische carrière als Engels taal- en letterkundige schreef Kellendonk enkele verhalen en romans die hem literaire faam opleverden Het tijdschrift De Revisor was Kellendonks literaire bakermat. Van 1978 tot 1983 was hij hoofdredacteur van dit blad. Hij debuteerde in mei 1977 met de verhalenbundel Bouwval waarvoor hij de in dat jaar ingestelde Anton Wachterprijs kreeg toegekend. De roman Mystiek Lichaam (1986) is waarschijnlijk zijn succesvolste, maar ook minst begrepen werk. Het boek werd lovend besproken, bekroond met de F. Bordewijkprijs en genomineerd voor de AKO Literatuurprijs maar het leverde Kellendonk ook beschuldigingen op van antisemitisme en homofobie. Kellendonk verweerde zich tegen deze aantijgingen met het klassieke argument dat een auteur niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de denkbeelden van zijn romanpersonages. Mystiek lichaam bevestigde zijn plaats in de Nederlandse literatuur. Al voor de publicatie van dat boek openbaarden zich bij Kellendonk de eerste verschijnselen van aids. Een boek over de affaire-Kerwin Duinmeijer dat hij in voorbereiding had, bleef daardoor onvoltooid.

 

Uit: Mystiek Lichaam

 

“Elke woensdagmiddag moest Broer op een gammele Corona schrijfmachine stapels brieven uittikken.. Die brieven besloten onveranderlijk met de zin: "Mocht u in gebreke blijven, zoo aarzel ik niet om een advocaat in den arm te nemen.' Gijselhart was ouderwets gul met woorden en spelling, die toch niets kostten.
Broer reed op een geconfisqueerde fiets. Wanneer hij de straat op ging was hij altijd bang dat hij de eigenaar zou tegenkomen. De tweedehands schaatsen die hij in november kreeg werden een maand later weer verkocht omdat zijn vader er een tientje winst op kon maken. Broer had het leer opgepoetst, de ijzers met staalwol spiegelglad gewreven en ingevet. De schaatsen werden van een brandende schoonheid toen ze weg waren. De wereld van zijn vader was er een waarin je niet genieten mocht, alleen beheren. Alles moest vroeg of laat en liefst vroeg worden geliquideerd tot geld. Hoe meer geld, des te beter rentmeester."

 

 

 

Kellendonk
Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)