25-02-18

Amin Maalouf, Aldo Busi, Gabriël Smit, Anthony Burgess, Robert Rius, Karl May, Lesja Oekrajinka, Karel Toman, Vittoria Colonna

 

De Libanese (Franstalige) schrijver Amin Maalouf werd geboren in Beiroet, Libanon, op 25 februari 1949. Zie ook alle tags voor Amin Maalouf op dit blog.

Uit: De rots van Tanios (Vertaald door Eef Gratama)

“In het dorp waar ik ben geboren hebben de rotsen een naam. Je hebt er het Schip, de Berekop, de Hinderlaag, de Muur en de Tweelingen, ook wel de Boezem van de Vampier genoemd. En vooral niet te vergeten de Soldatensteen; daar stond men vroeger op de uitkijk wanneer de achtervolging op rebellen werd ingezet; geen enkele plek wordt meer geëerd, is zwaarder beladen met legenden. Maar toch, als het landschap van mijn jeugd in mijn dromen opnieuw aan mij voorbijtrekt, zie ik een andere rots voor me. Hij ziet eruit als een vorstelijke zetel, uitgehold en als het ware ingesleten op het zitvlak, met een hoge, rechte rugleuning, die aan weerszijden als het ware met armsteunen afloopt — het is, geloof ik, de enige rots die de naam van een mens draagt, de Rots van Tanios. Ik heb deze stenen troon lange tijd aanschouwd zonder erop te durven klimmen. Het was niet uit angst voor gevaar; de rotsen bij het dorp waren ons geliefde speelterrein en reeds als kind had ik de gewoonte om grotere jongens tot de gevaarlijkste beklimmingen uit te dagen; onze blote handen en voeten vormden onze enige uitrusting, maar onze huid wist zich aan de huid van de steen vast te hechten en geen kolos kon ons weerstaan. Nee, het was niet de angst om te vallen die mij tegenhield. Het was een geloof, en het was een eed. Afgedwongen door mijn grootvader, enkele maanden voor zijn dood. 'Alle rotsen, maar nooit die!' De andere jongens bleven net als ik op afstand, uit dezelfde bijgelovige vrees. Ook zij hadden dat moeten beloven, met hun hand op het donzige haar van hun snor. En ook zij hadden dezelfde uitleg gekregen: 'Zijn bijnaam was Tanios-kichk. Hij was op die rots gaan zitten. Daarna is hij nooit meer teruggezien.'
Men had mij vaak verteld over deze figuur, held van talloze plaatselijke verzinsels, en telkens weer had zijn naam mij geïntrigeerd. Tanios, dat begreep ik goed, was een van de vele plaatselijke varianten van Anton, net als Antoun, Antonios, Mtanios, Tanos of Tannous ... Maar waarom die spottende bijnaam lichk'? Dat had mijn grootvader me niet willen vertellen. Hij heeft alleen maar gezegd wat hij tegen een kind meende te kunnen zeggen: Tanios was de zoon van Lamia. Je hebt vast en zeker van haar gehoord. Het was heel lang geleden,”

 

 
Amin Maalouf (Beiroet, 25 februari 1949)

Lees meer...

25-02-17

Karel Toman

 

De Tsjechische dichter, journalist en vertaler Karel Toman werd geboren 25 februari 1877 in Kokovice. Toman bezocht het gymnasium in Slaný en later het aartsbisschoppelijk seminarie in Příbram. Hij begon aan een studie rechten, maar brak deze af, ging werken als bediende in de archieven van de Nationale Assemblee, verhuisde naar Wenen, en reisde door Duitsland, Engeland, Frankrijk en Nederland. Zijn poëtische carrière begon in de literaire kring Moderne Revue rond Arnošt Procházka, Jiří Karásek ze Lvovic, Karel Hlaváček, František Gellner, Stanislav Kostka Neumann, Jiří Mahen, Fráňa Šrámek, Rudolf Těsnohlídek en Viktor Dyk. In 1917 werd hij redacteur van de krant Národní listy. Hij publiceerde ook in andere tijdschriften. Na de Eerste Wereldoorlog werkteToman met de Lidové noviny samen. Toman werd lid van de Tsjechische democratische literaire beweging en wordt gerekend tot de groep van de anarchistische rebellen. Als dichter debuteerde hij op 1 februari 1895 in het Moravische tijdschrift Niva. Hij beschreef de hedendaagse maatschappij met het oog op de socialistische beweging, de conflicten van mensen die hun traditionele omgeving verlaten, rebelleren tegen de maatschappij, lijden in de oorlog, of aan een onbeantwoorde liefde.

 

April

A joyous springtide shower of rain
And God's first rainbow o'er the countryside!
The sower lays the seed-cloth down

And trustfully
Paces the soil where he has sown.

Though frosts may come, yet shall the sacred tilth

Be never marred.

For its one statute is to burgeon and to thrive,
To thrive though storm and sleet befall,

Defying all.

The worthy grandsires warm them by the chimney-side
And ancient wisdom, ancient ways they ponder o'er
And ancient weather-lore.

 


Vertaald door P. Selver

 

 

September

My brother has finished his ploughing, unharnessed the horses;
and now, in the gathering darkness
has quietly laid his head on the mane of his comrade
smoothing the neck; and begins to listen
to the voice of the country around him.

Far away sound the bells for the peaceful Eve of the Festival.
Through chill evening air arises the prayer of the villagers,
and the soul of the earth is in song: all anguish and faith and sorrow
are blended in one great hymn, and are soaring
up to the eternal skies.

Wenceslas, Holy one,
do not leave it to die into silence
for ourselves, or for men hereafter.

 

Vertaald door O. Elton

 

 
Karel Toman (25 februari 1877 - 12 juni 1946)

12:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: karel toman, romenu |  Facebook |