12-01-18

Cees van der Pluijm, David Mitchell, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Kamiel Verwer, Jakob Lenz, Fatos Kongoli, Jack London, Ferenc Molnár

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Castanea sativa

Hij, die als vreemdeling hier binnenkwam
Als gast in dit ons koude Nederland
Uit streken rond de Middellandse Zee –
Die zich gehandhaafd heeft in weer en wind

Die eeuwen overziet – een fiere stam
Zijn rechte rug – hij werpt met gulle hand
Zijn bitterzoete vruchten naar beneê
Een herfstgeschenk voor wie zijn bolsters vindt

Die aangeplant door Kelten en Romeinen
Gekweekt voor hongerige legioenen
Soms stil verlangt naar Griekenland of Spanje –

Hij kwam en bleef om nooit meer te verdwijnen
Een allochtoon met wortels in zijn schoenen
Wel tam, maar trots en trouw; hij heet kastanje

 

 

De expositie
Sonsbeek 2008

Kijk, een tuinhuis waaruit harken, schoffels, spades, schepjes groeien
En waar binnenin de mooiste roze woekerschimmels bloeien
En wie ligt daar voor de Villa blinkend in het licht te zonnen?
’t Is de vadsig luie koning starend naar wat lome koeien

Als een luchtschip hangt organisch in het bos een tros ballonnen
Oude flessendoppen zijn tot rododendrondek gesponnen
En de Afrikaanse grijsaards zien hoe wij met afval knoeien
Waaruit zij zijn opgetrokken: roestig wijze dorpsbaronnen

Sonsbeek voert ons naar de wortels van ons alledagstheater
Waarin alles wat van waarde is, verzand lijkt in de sleur
Brengt ons weer naar de essentie tussen bomen, gras en water

Sonsbeek trekt in ons verstarde denken, voelen, zien een scheur:
Waar je loopt en om je heenkijkt, tot in elke uithoek staat er
Iets wat aanzet tot gepeinzen, tot verrukking en grandeur

 

 

Uit: Momenten

1966

Er trouwde iemand met een Duitse man
En in de hoofdstad brak het oproer uit
Een rookbom legde alle vreugde lam

Het was misschien wel zielig voor de bruid
Maar Nieuwe Tijden hè, dat krijg je dan
De hippies bleven slapen op de Dam

We waren hoopvol, opgetogen, blij
De jaren vijftig waren echt voorbij

Het rook naar anarchie, verlossing, mei
Kabouters preekten stoned de revolutie
Van flower power, hasj en popmuziek

Van afbraak van haast elke institutie –
Aquarius breekt aan en maakt ons vrij –
Maar toch werd Van het Reve katholiek

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

Lees meer...

12-01-17

Cees van der Pluijm, David Mitchell, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Kamiel Verwer, Jakob Lenz, Fatos Kongoli, Jack London, Ferenc Molnár

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Winterpark

Je ademt witte wolken uit
Het park spreidt als een winterbruid
Nog blinkend, haast onaangeraakt

Een wereld van gedempt geluid
Waarin je voetstap knisperkraakt
Waarin je kinderziel ontwaakt

Je weet dat het niet duren zal:
(Als al het ongerepte schoons)
Straks vliedt als water naar het dal
Wat uit de lucht viel als kristal

De wereld kreeg iets ongewoons
De vaders werden weer als zoons
Dit moest de sneeuw zijn van hun jeugd
O winterpark, o kindervreugd...

 

 

De cederallee

Zo moet het zijn: het tedere geweld
Van ceders in september, kopergroen
Als wachters in gelid, die heel het bos
Behoeden voor wat schuilt en spiedt en dreigt

Maar beuken zijn het: neigend naar het veld
En reikend naar de lucht, een legioen
Van overmoed dat zonder blik of blos
Ons voorhoudt dat het eeuwen overstijgt

En in oktobers late middagzon
Valt stofgoud van de droge bladerdos

November waait de eerste takken los
Het leven wijkt nu met de lichtval mee

Dan wordt voltooid wat eens als feest begon
Verloochend in een herfstige allee

 

 

Uit: Momenten

1957

Vijfhonderd meter was het hemelsbreed
Een handkar was voldoende voor het huisraad
En jij mocht zittend mee, wat zat je plat

Fijn bonkend op de bodem met je gat
Een kind van drie dat naar een ander huis gaat
En de gemeentegrens zelfs overschreed

't Was net iets groter; 't lag er bijna naast
't Was meer verplaatsen dan verhuizen haast

Maar Barneveld werd Apeldoorn die zomer
Je weet nog dat het warm was: almaar lomer
Werd ieder ritje hotsend uitgezeten

Ook wees men naar de hemel, stomverbaasd
Om wat je later nooit meer zou vergeten:
Zo'n Sputnik was wel kostje voor een dromer...

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

Lees meer...

12-01-16

Cees van der Pluijm, David Mitchell, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Jakob Lenz, Fatos Kongoli

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Uit: Momenten

1960

Je ging er eerst eens met je vader kijken
Naar het gebouw en naar de weg erheen
Je moest per slot maar zien dat je er kwam

Je kreeg een tas, wat geld, een boterham
Je was pas zes, moest haasten, mocht niet wijken
Een hele tippel voor een kind alleen

Je stapte uit de bus en koos je pad
Je wandelde parmantig door de stad

Het leek haast of het vanzelfsprekend was –
Maar eenzaam was het, en een bange reis
De wereld zou nog lang je vijand blijven

Je zou bij juffrouw Broenink leren schrijven
Gekortwiekt keurig zittend in de klas
Voorgoed verdreven uit het paradijs

 

 

Uit: Portretsonnetten

2
Hij voelt zich als een lang vergeten jas
Die aan een lege kapstok bleef, alleen
Steeds meer alleen en zelden nog eens beet
Bij 't sluitingsuur van deez' of gene tent

De jeugd werd almaar jonger om hem heen
En hij steeds meer een afgeleefd karkas

Hij heeft de barricaden nog gekend
Hij stond er bovenop destijds en streed
De goede strijd; er bleef hem bijna geen
Die weet wat vechten voor je rechten was

Hij rolt er nog maar een en kijkt absent
Met lege ogen naar het volle glas

Ze zeggen, op den duur, dat alles went
Zelfs hangen ja, wanneer je dat maar weet

 

4

Hij neemt nog steeds haar foto met zich mee
En telkens weer als hij zijn portemonnee
Gebruikt, kijkt zij hem stralend lachend aan:
Beschermengel en eeuwig goede fee

En thuis ziet hij haar oude spullen staan
Hij heeft er nog niet dát van weggedaan
Nog steeds dezelfde bril op de wc
Dat geeft een warm gevoel bij 't zitten gaan

Zijn vrienden zeggen: "Zet haar van je af
't Is ongezond, het leven gaat toch door?"
En dat is waar, maar staat hij bij haar graf
Dan klinkt haar stem weer dwingend in zijn oor:

"Mijn jongen laat zijn moeder niet alleen"
Blijf mij nabij staat smekend op haar steen

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)
Hier met Robert Long (links), eind jaren 1990

Lees meer...

12-01-15

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

PORTRETSONNETTEN 9

Je kunt met hem de humorberg beklimmen
Hij heeft voor iedereen altijd wel iets
Een kleine kwinkslag of een goede witz
Waar hij verschijnt, daar gaan de ogen glimmen

O al die keren dat we om hem lachten
Wat is die man toch vreselijk ad rem
Gebeurt er iets, dan kijken we naar hem
Je hoeft er nog geen oogwenk op te wachten

En heus, hij is nooit een seconde triest
Het lijkt wel alsof alles langs hem afglijdt
Waardoor hij nooit zijn goede zin verliest

Ik denk dat hij nog vrolijk naar zijn graf schrijdt
Waarop de hele stoet nog één keer briest
Om wat zijn laatste geintje wordt: zijn afscheid

 

 

PORTRETSONNETTEN 13

Ik vond mijn kind, hij waaide tot mij aan
Wat scheelt die vijfendertig jaar verschil?
Wanneer ik honderd word, is hij de spil
Daarna kan ik gerust ter ziele gaan

Nu ben ik nog ten vleze, het bestaan
Laveert weer tussen schreeuwstorm en windstil
Een mengeling van hoop, geloof en wil
Een innig rendez-vous van zon en maan

Twee kamers heeft het hart dat stadig klopt
Twee liefdes zijn het minste voor een man
Totdat de adem stokt, de motor stopt

Twee liefdes – veel voor wie niet veel verwacht
Meer dan waarop een zondaar hopen kan
De wind, de wind heeft mij een kind gebracht

 

 

Uit: Momenten

 

1978

Er was van dreiging helemaal geen sprake
Je kreeg een eigen huis, een flat met hem
Wat later kwam deed toen nog niet ter zake

Nog nergens dood als stimulans of rem
Wel engelen, maar niet nog die der wrake
Je zong je lied met ongebroken stem

Een zoete inval en een bruisend bad:
De tijd dat je nog geen ontvangstangst had

Het leven leek een feest vol zang en dans
Studeren? Ja, dat deed je er wel bij
Wat misging kreeg vanzelf een nieuwe kans

Dat eens het lied verstommen zou, dat jij
Er in zou tuinen als een domme gans –
Je was naïef, je leek maar frank en vrij

 

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)
Hier met Conny Palmen (l)

Lees meer...

12-01-14

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz


De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Sonnet voor Elisabeth Eybers

Er klinken kinderstemmen in 't portiek
Hun schel geluid weerkaatst aan alle kanten

Geen oude dromen meer; ik ben weer thuis
Bepaalde bomen kan men niet verplanten

Melancholie: herinneringen aan stilte
Voorafgaand aan een storm voorbije vreugd

Verdriet: besef dat elke dag je heugt
Hoe liefde langzaam overging in kilte

En Heimwee: willen ruiken aan het zilte
Van zeewind die je aanwaait uit je jeugd

Ik lees verdoofd de verse ochtendkranten
Met al het vale nieuws, de dood incluis

En zie hem staan, als één dier emigranten
En weet opeens. Mijn droom had geen abuis.

 

 

Exodus

Er was een droom van duizend mooie jongens
Op witte paarden rijdend door de nacht
Met wapperende zachtfluwelen kleren

Ze hadden heel het leven in hun macht
De aarde draaide door hun galopperen
En waar zij reden, werd het nooit meer licht

Hun schoonheid was alleen nog te bezweren
Door 't magisch ritueel van een gedicht:
Er was een droom van duizend mooie jongens

Maar niemand kreeg die woorden uit zijn mond
Want wie hen zag, versteende waar hij stond

 

 

Kennelijk

Hij heeft de mooiste ogen die ik ken
Van diep en prachtig glanzend donkerbruin
Als hij me aankijkt, raakt ik zo bewogen
Dat ik het eerste uur van slag af ben

Soms stoeien wij een beetje in de tuin
Dan komt hij los en wordt hij opgetogen
Vooral als ik hem kietel en hem jen
(Zo rolden wij het rozenperk in puin!)

Wij hebben een apart soort dialogen
Waarvan nog nooit een derde iets verstond:
Verliefden kunnen praten met hun ogen

Mijn moeder vindt de omgang ongezond
(Als het aan haar lag had het niet gemogen)
Maar ja, ik houd nu eenmaal van mijn hond.

 

 
Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

Lees meer...

12-01-13

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz, Fatos Kongoli

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

 

WINTER & HET WYLERBERGMEER

 

II

 

O Wylerbergmeer: vlies van ijs
Bedekt in tinten zwart en grijs
Je diepte die zo lokken kon -
Je lacht als was je niet goed wijs

 

En dan opeens: de winterzon
De sneeuw geeft al haar schitt'ring prijs
Ik voel opnieuw: dit is de bron
Van wat mijn hoofd aan lichtheid won

 

Hier lijkt een boom niet op een kruis
Of op een galg; hier stroomt wat komt
Hier staan de takken zelfs in knop

 

Hier slikt het water door de sluis
Terwijl die dwaze lach verstomt -
Van hier kan ik de berg weer op

 

 

 

1960


Je ging er eerst eens met je vader kijken
Naar het gebouw en naar de weg erheen
Je moest per slot maar zien dat je er kwam

Je kreeg een tas, wat geld, een boterham
Je was pas zes, moest haasten, mocht niet wijken
Een hele tippel voor een kind alleen

Je stapte uit de bus en koos je pad
Je wandelde parmantig door de stad

Het leek haast of het vanzelfsprekend was –
Maar eenzaam was het, en een bange reis
De wereld zou nog lang je vijand blijven

Je zou bij juffrouw Broenink leren schrijven
Gekortwiekt keurig zittend in de klas
Voorgoed verdreven uit het paradijs

 

 

 

SOS

 

De nacht is zonder jou zo onvertrouwd

Dat ik – alleen – de slaap niet vatten kan

Wij hebben ons een veilig nest gebouwd

Als alle vogels doen zo nu en dan

 

Wij woelden door de jaren van de strijd

Die liefde heet, een lange warme nacht

Nu slapen wij ons gaten in de tijd

En spelen slechts wanneer dat wordt verwacht

 

Ons spel als echo van een symfonie

Waarvan alleen de paukenslag nog klinkt

Een nagalm die allengs nog sterker slinkt

Van lepeltjes in stille harmonie

 

De nacht is zonder jou zo onvertrouwd

Wij liggen samen stil, van man tot man

Alleen maar met elkaar, zoals dat kan

Wanneer men droef is maar daar niet om rouwt.

 

 

 

Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

Hier met de Nicaraguaanse dichter Ernesto Cardenal (links)

 

Lees meer...

12-01-12

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz, Fatos Kongoli

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

 

1969


We lagen bij het avondlijke water
We waren 15, 16, en dan gaat er
Geen prikkeling voorbij aan jonge lijven

Wat loos gestoei en dan opeens, dan staat er
Iets strak, een bijna pijnlijk hard verstijven –
Iets wat voorbij moet gaan maar ook moet blijven

De zomeravond valt, je explodeert
Je hebt je teder aan elkaar bezeerd

Apollo daalde zachtjes naar de maan
Diezelfde nacht waarin jij had beslist
Dat jij die dag je zaad niet had verkwist

Wat daar begon, zou nooit meer overgaan
Jij kon de mensen en de toekomst aan
Je was geland en wist nu wat je wist

 

 

 

 

DE DOKTER EN DE DOOD


I

 

Awater was de naam die Nijhoff hoorde
Bij dokter Koch (de vader) op bezoek
Een naam die zich door diepe lagen boorde -
Als twee maal water was dit woord een bron

 

Een klein geschenk, uit onverwachte hoek
Awater was de naam, de man was ziek
Het ging niet goed, of dokter komen kon
Maar die had net de dichter bij hem thuis...

 

"Awater," dacht de dichter "hoe uniek
Een man met twee maal water in zijn naam
Met twee maal leven toch de dood in huis"

 

De dichter staarde peinzend uit het raam
En zag in Beek de allereerste geest
Van water dat de aanvang was geweest

 

 

 

DE NACHT


De nacht is maanloos, een gerezen kilte
Trekt langs je koude botten naar omhoog
Je stapt door nevelslierten. Hard als steen
Voelt aan je voet de aarde, hard en droog

Het kraakt nu en het krast, je hoort de stilte
Je kijkt met beide oren om je heen
Je proeft beweging, mist het katteoog
Maar tastbaar ben je meer dan niet alleen

Het park geeft zijn geheimen moeizaam prijs
Aan wie het duister niet als taal verstaat –
Toch hangt hier jachtlust, hunker en verlangen

En laat het prooidier zich gewillig vangen
Wanneer de roes het hazehart verslaat –
De nacht wordt dan trofee en eerbewijs

 

 

 

Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

 

Lees meer...

02-08-11

Félix Leclerc, Arnold Kübler, Adolf Friedrich von Schack, Kamiel Verwer, Zoltán Egressy

 

De Frans-Canadese dichter, schrijver, acteur, zanger en politiek activist Félix Leclerc werd geboren op 2 augustus 1914 in La Tuque, Quebec, Canada. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2007 en ook mijn blog van 2 augustus 2010

 

 

Le petit bonheur

 

C'est un petit bonheur que j'avais ramassé

Il était tout en pleurs sur le bord d'un fossé

Quand il m'a vu passer il s'est mis à crier

"Monsieur, ramassez-moi, chez vous emmenez-moi

Mes frères m'ont oublié, je suis tombé, je suis malade

Si vous ne me cueillez point, je vais mourir, quelle ballade

Je me ferai petit, tendre et soumis, je vous le jure

Monsieur, je vous en prie, délivrez-moi de ma torture"

 

J'ai pris le petit bonheur, l'ai mis sous mes haillons

J'ai dit: "Faut pas qu'il meurt, viens-t'en dans ma maison"

Alors le petit bonheur a fait sa guérison

Sur le bord de mon coeur, y'avait une chanson

Mes jours, mes nuits, mes peines, mes deuils, mon mal, tout fut oublié

Ma vie de désoeuvré, j'avais le dégoût de la recommencer

Quand il pleuvait dehors ou que mes amis me faisaient des peines

Je prenais mon petit bonheur et je lui disais: "C'est toi ma reine"

 

Mon bonheur a fleuri, il a fait des bourgeons

C'était le paradis, ça se voyait sur mon front

Or un matin joli que je sifflais ce refrain

Mon bonheur est parti sans me donner la main

J'eus beau le supplier, le cajoler, lui faire des scènes

Lui montrer le grand trou qu'il me faisait au fond du coeur

Il s'en allait toujours la tête haute, sans joie, sans haine

Comme s'il ne pouvait plus voir le soleil dans ma demeure

 

J'ai bien penser de mourir de chagrin et d'ennui

J'avais cessé de rire, c'était toujours la nuit

Il me restait l'oubli, il me restait le mépris

Enfin que je me suis dit, il me reste la vie
J'ai repris mon bâton, mes deuils, mes peines et mes guenilles

Et je bats la semelle dans des pays de malheureux

Aujourd'hui quand je vois une fontaine ou une fille

Je fais un grand détour ou bien je me ferme les yeux

Je fais un grand détour ou bien je me ferme les yeux

 

 

Félix Leclerc (2 augustus 1914 – 8 augustus 1988)

Lees meer...

12-01-11

Kamiel Verwer

 

De Nederlandse dichter en schrijver Kamiel Verwer werd op 12 januari 1979 in Tilburg geboren. Hij studeerde Informatica en Filosofie en behaalde twee opeenvolgende Masters diploma’s in 2002 en 2003. Na een dodelijk verkeersongeval van zijn moeder ging hij naar Berlijn en studeerde daar verder filosofie aan de Humboldt Universiteit. Deze studie sloot hij af met een Duits proefschrift over "vrijheid en verantwoordelijkheid in de filosofie van Hans Jonas". In de zomer van 2008 begon hij te reizen en tijdens deze reis kreeg hij het ​​idee van Charity Travel om de ideeën van zijn proefschrift in praktijk te brengen en om zijn passie voor reizen te combineren met gewoon iets goeds doen. Hij startte Charity Travel in 2009 en legde verbanden met kleinschalige goede doelen wereldwijd.

 

 

Entree met draaideur

 

Niets behalve die even aangename windvlaag

langs het tafeltje waaraan ik zat

en de kaars die even oplichtte

maar dan weer was zijn schijnsel

die onbewogen dans

als altijd in het glas van de deur

 

Nu draait hij weer

een meisje beweegt zich naar binnen

en die onbenullige kaars

hij verlicht haar gezichtje

als een duivel verlicht hij

de stilte naast haar mond

"deur, draai verdomme door"

dreunde keihard door me heen

het was de kaars, die

binnen in mij al vele jaren scheen.

 

Kamiel Verwer (Tilburg, 12 januari 1979)

09:46 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kamiel verwer, romenu |  Facebook |