27-04-13

Astrid Roemer, Hovhannes Shiraz, August Becker, Edwin Morgan, Jules Lemaître

 

De Surinaamse dichteres en schrijfster Astrid Roemer  werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog..

 

Uit: Maar een struisvogel kan hard lopen, mam

 

“Op straat gebeurde wat alle dagen onopgemerkt gebeurt: vrouwen, mannen en voertuigen in beweging - ze verdwenen net zo snel uit het zicht als zij er in schoven. Maar het raam gaf weinig uitzicht en de ramen van het huis waar ze tegenaan keek waren gesloten gebleven. Net als haar eigen ramen thuis. Dicht. Potdicht. En hermetisch gesloten zouden ze blijven ook tot ze lucht had gegeven aan haar eigen interieur. Het was een opslagruimte geworden. Ze had er zoveel opgestapeld al die jaren. Er waren zelfs dingen bij die ze totaal was vergeten ook al voelde ze hun gewicht toenemen. Bezwaren hadden haar binnenkant volledig gevuld.

De laatste tijd had ze ademhalingsmoeilijkheden, maagklachten, kuitkramp, buikloop en sinds kort steken in de borst. En zij was niet van plan zich door gekanker te laten overwoekeren - nooit. Daarom bleef ze in deze kamer zitten op dit ontwapenende uur van de donderdag.

Uitzonderlijk is het niet. Om haar heen kronkelden relaties troosteloos verder en werden er kinderen grootgebracht op stabiele puinhopen. Het echt-paren was met de tijd een serieus spel geworden: schaak, mat - schaak, mat en daartussen het geblokkeerde veld waar vooral de kinderen de hoofdrol in speelden - schaak, mat.

Haar eigen zoons bij voorbeeld. Soms vroeg ze zich verbijsterd af waar ze in 's hemelsnaam vandaan waren gekomen: de oudste, ogend als hij - alwetend en onverschillig en zijn vierjarig broertje dat haar lichaam nog niet was ontgroeid. En de abortus. Eenmaal. Tweemaal. Driemaal. Omdat zij geen zin had in nog meer kroost.

Omdat zij maar geen vat kon krijgen op zijn liefdesleven. De laatste keer had hij haar ronduit bespot omdat ze weer tegen haar zin en ondanks haar spiraaltje zwanger was geworden en hij had er manisch op gestaan zijn nakomeling te houden - desnoods alleen maar om aan wederzijdse vrienden en familie te bewijzen dat er nog vruchtbaar gevrijd wordt tussen ons, had hij gelachen.”

 

 

 

Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

In 1990

Lees meer...

27-04-12

Astrid Roemer, Hovhannes Shiraz, August Becker, Jules Lemaître, Edwin Morgan

 

De Surinaamse dichteres en schrijfster Astrid Roemer  werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog..

 

 

Hoeveel huid heb je
maagdelijk gehouden om te strelen
om ook mij te warmen
hoeveel zicht heb je nog
op de donkere kamer van je
 archief waarin sporen van ons en
reikt je gehoor ver genoeg om te ervaren
dat alles eindeloos beweegt van mij af
sinds ik naar jou

toe nou: ruik het bloed dat spat uit mijn
zevenmijlslaarzen
de verbloemde adem van nog een gloed-
nieuwe dag te lang
monddood

ach ik weet het, mijn lief: je hebt
de smaak te pakken gekregen van een bestaan
dat je tegen-
staat weiger
niet als slotstuk nog mij te
beproeven.

 

 

 

frustratie

 

spiraal van leven

maakt me

lang

doorzichtig

dun

ik glijd poreuze

vlakten

in

bloedrode misdaad

gelige liefde

zwarte wanhoop

zilveren

korruptie

poreus leven

ik

zonder bloed

zonder ziel

geen doel

gemaakt door

spiraal van leven

begrijp alles

kan leven

 

 

 

 

Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

Lees meer...

27-02-12

N. Scott Momaday, Peter De Vries, Jules Lemaître, Johannes Meinhold, Traugott Vogel

 

De Amerikaanse (native, Kiowa) schrijver N(avarre) Scott Momaday werd geboren op 27 februari 1934 in Lawton, Oklahoma. Zie ook alle tags voor N. Scott Momaday op dit blog.

 

 

Angle of Geese

 

How shall we adorn

Recognition with our speech?—

Now the dead firstborn

Will lag in the wake of words.

 

Custom intervenes;

We are civil, something more:

More than language means,

The mute presence mulls and marks.

 

Almost of a mind,

We take measure of the loss;

I am slow to find

The mere margin of repose.

 

And one November

It was longer in the watch,

As if forever,

Of the huge ancestral goose.

 

So much symmetry!—

Like the pale angle of time

And eternity.

The great shape labored and fell.

 

Quit of hope and hurt,

It held a motionless gaze

Wide of time, alert,

On the dark distant flurry.



 

N. Scott Momaday (Lawton, 27 februari 1934)

Lees meer...

27-04-11

Astrid Roemer, Hovhannes Shiraz, August Becker, Jules Lemaître, Mary Wollstonecraft, Hans Bemmann

 

De Surinaamse dichteres en schrijfster Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook mijn blog van 27 april 2007 en ook mijn blog van 27 april 2008 en ook mijn blog van 27 april 2009en ook mijn blog van 27 april 2010.

 

 

Mei-mijmering

 

Vaak was het een vogel
en soms een citroen
ook hele seizoenen van sneeuw tot
viooltjes in het groen. Ze zei vastberaden:
zo ontruim ik mijn tuin. En stukje bij stukje
verdween al haar puin.

 

Ook ik ben aanwezig in verzamelde
momenten. Ik lijk op de wereld van de oude
dame en haar prenten. Een engel. Een mens. Een beest.
Een bloem. Net als het heelal stroom
ik langs: ssst-pats-boem!
Precies als haar vergezichten bekoor ik het oog:
een geordende inval van blauw, groen en rood
van wit en van geel van licht en van donker
van vuur en van as
van zout en van zuur van goud
en van zilver van platina, lood:
zolang jij mij aankijkt ben ik nog niet dood...

 

Scheurend en plakkend duidt M. ons bestaan - hoewel
haar vingers verstijven - loepzuiver aan.

 

 

 

Septemberbries

 

Hier heeft ze geleefd.
Hier is ze gestorven.
Achter het hek is het allemaal gebeurd.
Nu wonen er mensen die mij niet kennen.
Geblinddoekt kan ik door hun kamers rennen.
De rozen. Kijk rozen: ik herken nog haar geur!

 

Een moeder blijft altijd. Dat wil je als kind. Want vader
die gaat en die komt als een vrind. Moeder is ziek
terwijl narcissen bloeien. Terwijl in de tuin paps
het gras loopt te snoeien. Kijk, daar lag een speel
veld. En daar stond mijn strandwagen. Beschilderd
met bloemen door mams mooie handen.

 

En hoe was het afscheid had ik van jou willen weten.
En of je haar ook een slotbrief hebt geschreven.

 

 

 

 

Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

 

 

Lees meer...

27-02-11

Peter De Vries, Jules Lemaître, Albert Kuyle, Johannes Meinhold, Traugott Vogel

 

De Amerikaanse schrijver Peter de Vries werd geboren op 27 februari 1910 in Chicago als zoon van Nederlandse immigranten. Zie eook mijn blog van 27 februari 2010.

 

Uit: The Last Hurrah

 

„Wednesday morning, 8.40 a.m. Tom has his overnight bag packed. He has on suit and tie.

“I'll miss you,” Kirralyn says, kissing him on the lips. “We'll miss you.” She places Tom's right hand on her protruding belly. “Kiss our baby good bye.”

Tom kneels down and kisses her tummy. “Bye bye little baby,” he sing-songs.

“I wish you didn't have to go.”

“I know,” Tom says. “But I do. This is an important client. He's insisting on a face-to-face, he likes to meet the people he's going to work with. And Derrick insisted I go.”

“Because you're the best,” Kirralyn says. Tom smiles. She has this unwavering faith in him. “You are going to be the best father in the world,” she says. “And husband.”

“You bet,” he says, and makes a concerted effort to look her in the eye.

A horn blasts outside. It's his taxi.

“See you tomorrow night then,” she says, kissing him on the cheek.

“You bet,” he says. “Love you.” And he's out the front door. She watches the taxi driver place his suitcase in the boot of the car. Then Tom's in the taxi and they're off.

“The airport, right?” says the driver.

“Change of plan,” Tom says. “The Cross.”

“The Cross?” says the driver, frowning, then raising his eyebrows, smiling. “Bit early, isn't it?”

Tom takes offence. “What do you mean? I'm going to work.”

“Whatever,” says the driver, turning his attention to the traffic.“

 

 



Peter De Vries (27 februari 1910 – 28 september 1993)

 

 

  

Lees meer...

27-04-10

Hovhannes Shiraz, August Becker, Astrid Roemer, Jules Lemaître, Mary Wollstonecraft, Hans Bemmann


De Armeense dichter Hovhannes Shiraz werd geboren op 27 april 1915 in Alexandropol in het toenmalige Russische rijk (tegenwoordig Gyumri). Zie ook mijn blog van 27 april 2009.

 

 

Will

 

My son, what shall I will you, what shall I will you, my dear,
That you may remember me in coming sorrow or cheer?
I've no treasures, what treasure, treasure's the light of my eyes,
Only you are my treasure, you treasure of my treasures.
I want to will such treasure for you as your father that
In any other country to will a father cannot;
I am willing that to you which in our great century
Small men have imprisoned and also chained in the clouds;
I will you our mountain so that you take it from black cloud
And bring it home carrying it with our spotless justice,
So that you may throw my dear, even with your poor small paw,
To our side our mountain that's your justice's sea of strength,
And when you bring it, my dear, take my heart out of my tomb,
And toward the free above rise and take with you my heart, 
And bury my heart under the snows of Mount Ararat,
So that in my tomb as well it won't be cold from the fire of longing for centuries.

 

I will you Mount Ararat, that you may keep for ever,
As our language and also as your father's home's pillar.

 

 

 

Vertaald door Shant Norashkharian

 

 

 

 

Shiraz
Hovhannes Shiraz (27 april 1915 – 14 maart 1984)

Boekomslag

 

 

 

 

De Duitse schrijver August Becker werd geboren op 27 april 1828 in Klingenmünster. Zie ook mijn blog van 27 april 2009.

 

Uit: Es geht um

 

»Hol' doch ein Glas Wein!« sagte Juliane zu ihrer Tochter. »Sie, Herr Kontrolleur, kennen ja den Herrn Doktor und werden doch nicht, ohne etwas genossen zu haben, fortgehen! Wollen die Herren einstweilen Platz nehmen?« Und während der Kontrolleur mit dem Doktor in der Tat der Einladung Folge leistete, eilte Susel mit dem Kellerschlüssel und einer reingeschwenkten Weinflasche hinunter, um am messingnen »Hahnen« des Zweifuderfasses einen feinen, gastlichen Trunk zu zapfen, indes auch die Mutter, mit Messer und Teller klappernd, sich an der Schublade des Eckschrankes zu schaffen machte und dann ein- und ausging, um etwas zum »Knuspern« für ihre Gäste zu besorgen, die nun auf eine kurze Weile allein in der Stube einander gegenübersaßen.

»Merkwürdig!« murmelte der Kontrolleur, während er wieder starr in die Ecke sah, wo der Uhrkasten stand, als ob er sich überzeugen wolle, wieviel Uhr es sei. »Sehr merkwürdig!«

Doktor Flax sah ihn an. Da er aber weder eine besondere Verwirrung noch Verlegenheit an seinem Gegenüber bemerkte, sondern nur eine fast erstarrende Verwunderung, die mit fortgesetztem Kopfzerbrechen über einen vorgekommenen befremdlichen Fall verbunden schien, fragte er: »Sie haben wohl unerwartet eine tiefsinnige Entdeckung gemacht, Herr Kontrolleur? He? Oder sollten Sie etwa mit einem Korbe bedacht worden sein?«

»Korb? Nein, von einem Korb kann doch im Grunde nicht die Rede sein. Ein wirklicher Korb war es nicht.«

»Bin überzeugt, kein Kartoffel- oder Waschkorb, bin überzeugt«, bemerkte Doktor Flax. »Drum getrost, lieber Kontrolleur, getrost – Ihren Freunden, dem Provisor und dem Schreiber, ging's auch nicht besser. Aber konnten Sie nicht vorher wissen, daß Sie abfahren? Na, nur nicht gleich aufgebraust! Ein anständiger junger, Mann, ein feiner junger Mann, ein gebildeter junger Mann, wie Sie...«

 

 

 

August_Becker_01
August Becker (27 april 1828 – 23 maart 1891)

 

 

 

 

De Surinaamse schrijfster Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook mijn blog van 27 april 2007 en ook mijn blog van 27 april 2008 en ook mijn blog van 27 april 2009.

 

Uit: Lola of het lied van de lente

 

„Met gesloten ogen luistert ze naar de stem van een man die probeert uit te leggen dat hij dringend hulp nodig heeft - ze kan horen dat hij in paniek is. Dat het geen landgenoot van haar is blijkt uit de schroom waarmee hij zijn kwestie probeert aan te geven. Ze slaat de agenda open en nodigt hem naar haar spreekuur uit; ze noteert zijn naam en het telefoonnummer van zijn werk. Dat geeft hem blijkbaar houvast want hij struikelt niet meer over zijn woorden en hangt in kreten die een groet moeten voorstellen op.

Met nog een blik naar de spreektafel en over de rest van het interieur - en met een volslagen niets betekenende zucht loopt ze naar de keuken. Ze zet water op. Ze rangschikt een paar kopjes en schotels op een koperen serveerblad. Ze hangt een theebuiltje van een overbekend merk in de vierkantige pot van helder glas. Dan gaat ze met de billen tegen een kast aan staan wachten tot de ketel zal fluiten.

Ze heeft tegen haar zoon gezegd dat ze wil ophouden met het vak - en of hij er misschien belangstelling voor heeft; tenslotte heeft hij jarenlang de leiding gehad over een stichting en in die hoedanigheid heel veel landgenoten echt uit de problemen geholpen. Maar Armand heeft haar helemaal laten uitpraten - en toen zij zweeg heeft hij het hoofd geschud; geen argument, geen verontschuldiging. Niets dan alleen het verbeten geschud van het hoofd waar zij haar kennis en vaardigheden aan wil overdragen. Een heel jaar is voorbijgegaan zonder dat hij zelfs één opmerking heeft gemaakt die sloeg op dat gesprek. En toen ze plannen maakte om naar Zanderij af te reizen, om in elk geval dáár de zaak te gaan afronden, heeft hij meteen voorgesteld de vliegreis te betalen -.“

 

 

 

Roemer
Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

 

 

 

 

De Franse schrijver en dichter Jules Lemaître werd geboren op 27 april 1853 in Vennecy, Loiret. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007 en ook mijn blog van 27 april 2009.

 

Uit: Les Contemporains (Horace)

 

La malchance d’Horace, c’est d'avoir été, pour quelques chansons bachiques et quelques développements de philosophie bourgeoise, accaparé par les chansonniers et par les vieux messieurs des académies provinciales de jadis.

Grâce à quoi, on l'a enfin pris lui-même tantôt pour un membre du Caveau et tantôt pour un vieux monsieur dans le genre du regretté Camille Doucet. Or cela est absurde, et jamais on ne vit maître plus différent des disciples qu'il eut à subir.

Car, d'abord rien n'est moins « artiste » qu'un membre de la Lice chansonnière et il se pourrait qu'Horace fût dans ses vers lyriques le plus purement artiste des poètes latins. Ses Odes sont, à la vérité, des odelettes parnassiennes. Savantes et serrées, d’une extrême beauté pittoresque et plastique, elles n’ont pas grand’chose de commun, à coup sûr avec les chansons de Béranger. Et les vers des Satires et des Epîtres ne ressemblent guère, davantage à ceux d'un Andrieux ou d'un Viennet. Ils rappelleraient plutôt, par la liberté et l'ingénieuse dislocation du rythme, les fantaisies prosodiques de Mardoche ou d'Albertus ; je parle sérieusement.

Joignez qu'Horace a, le premier, introduit dans la poésie latine les plus belles variétés de strophes grecques, sans compter certaines combinaisons de vers qui lui sont, je crois, personnelles. En sorte qu'il fait songer à Ronsard infiniment plus qu'à Boileau.

Secondement, il n'est pas d'animal plus timide ni plus esclave de la tradition qu'un chansonnier gaulois ou un retraité qui traduit Horace. Or le véritable Horace fut, en littérature, le plus hardi des révolutionnaires. Il traita les Ennius. les Lucilius et les Plaute comme Ronsard et ses amis traitèrent les Marot, les Saint-Gelais et les auteurs de « farces »et de « mystères. » D'esprit plus libre, d'ailleurs, que les poètes de la Pléiade, Horace fut, à tort ou à raison, ce que nous appellerions aujourd'hui un enragé moderniste. O imitatores, servum pecus! et Nullius addictus jurare in verba magistri, sont des mots essentiellement horatiens.“

 

 

 

jules-lemaitre
Jules Lemaître (27 april 1853 – 5 augustus 1914)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster en feministe Mary Wollstonecraft werd geboren in Hoxton (nu Londen) op 27 april 1759. Zie ook mijn blog van 27 april 2009.

 

Uit:  A Vindication of the Rights of Woman

 

The most perfect education, in my opinion, is such an exercise of the understanding as is best calculated to strengthen the body and form the heart. Or, in other words, to enable the individual to attain such habits of virtue as will render it independent. In fact, it is a farce to call any being virtuous whose virtues do not result from the exercise of its own reason. This was Rousseau's opinion respecting men: I extend it to women, and confidently assert that they have been drawn out of their sphere by false refinement, and not by an endeavor to acquire masculine qualities. Still the regal homage which they receive is so intoxicating, that till the manners of the times are changed, and formed on more reasonable principles, it may be impossible to convince them that the illegitimate power, which they obtain, by degrading themselves, is a curse, and that they must return to nature and equality, if they wish to secure the placid satisfaction that unsophisticated affections impart. But for this epoch we must wait—wait, perhaps, till kings and nobles, enlightened by reason, and, preferring the real dignity of man to childish state, throw off their gaudy hereditary trappings: and if then women do not resign the arbitrary power of beauty—they will prove that they have less mind than man.“

 

 

 

mwollstonecraft2

Mary Wollstonecraft (27 april 1759 – 10 september 1797)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 27 april 2009.

 

De Oostenrijkse schrijver Hans Bemmann werd geboren op 27 april 1922 in Groitzsch nabij Leipzig.

27-02-10

James T. Farrell, N. Scott Momaday, Peter De Vries, Jules Lemaître, Albert Kuyle, Johannes Meinhold, Traugott Vogel


De Amerikaanse schrijver James Thomas Farrell werd geboren op 27 februari 1904 in Chicago. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007 en ook mijn blog van 27 februari 2009.

 

Uit: An Honest Writer. The Life and Times of James T. Farrell (Biografie door Robert K. Landers)

 

James T. Farrell was once a literary titan, mentioned in the same breath with Hemingway, Faulkner and Dos Passos; and Studs Lonigan, his trilogy of novels about a swaggering young “tough guy” from a lower-middle-class Irish family on Chicago’s South Side, was considered a modern classic. But this powerful work has fallen into neglect, and a century after his birth in 1904, Farrell is a largely forgotten figure. He and his finest achievements—Studs Lonigan and his series of five novels about the O’Neills and the O’Flahertys—deserve better.

Studs Lonigan and other vivid characters in these works were rightly declared by the pioneering critic Joseph Warren Beach in 1941 to be “among the memorable people in English fiction.” But Farrell’s naturalistic novels provide more than memorable people. They afford a richly detailed picture of life in an American city as it was actually lived by ordinary people, particularly Irish-Americans, in the early decades of the twentieth century. “You forget that you are seeing this life through the eyes of a selecting novelist,” marveled critic Carl Van Doren. “It seems merely to be there before you.”

Whether in praise or in disparagement, it was often said of Farrell’s works that they were “sociology” as much as art. And indeed they were. Novelist Gerald Green, the author of The Last Angry Man, on learning in 1976 that he and Farrell shared the same publisher and editor, asked the editor to convey his admiration to the author of Studs Lonigan and the O’Neill-O’Flaherty novels. “Nothing in modern sociology, no journalism, including [Jimmy] Breslin’s, or [Daniel Patrick] Moynihan’s ‘Beyond the Melting Pot,’” said Green, “can ever tell us anything new or enriching about the urban Irish, once we have read James T. Farrell. A giant.”

 

 

 

 

Farell
James T. Farrell (27 februari 1904 – 22 augustus 1979)

 

 

 

De Amerikaanse (native, Kiowa) schrijver N(avarre) Scott Momaday werd geboren op 27 februari 1934 in Lawton, Oklahoma. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007 en ook mijn blog van 27 februari 2009.

 

 

Before an Old Painting of the Crucifixion 

 

I ponder how He died, despairing once.

I've heard the cry subside in vacant skies,

In clearings where no other was. Despair,

Which, in the vibrant wake of utterance,

Resides in desolate calm, preoccupies,

Though it is still. There is no solace there.

 

That calm inhabits wilderness, the sea,

And where no peace inheres but solitude;

Near death it most impends. It was for Him,

Absurd and public in His agony,

Inscrutably itself, nor misconstrued,

Nor metaphrased in art or pseudonym:

 

A vague contagion. Old, the mural fades...

Reminded of the fainter sea I scanned,

I recollect: How mute in constancy!

I could not leave the wall of palisades

Till cormorants returned my eyes on land.

The mural but implies eternity:

 

Not death, but silence after death is change.

Judean hills, the endless afternoon,

The farther groves and arbors seasonless

But fix the mind within the moment's range.

Where evening would obscure our sorrow soon,

There shines too much a sterile loveliness.

 

No imprecisions of commingled shade,

No shimmering deceptions of the sun,

Herein no semblances remark the cold

Unhindered swell of time, for time is stayed.

The Passion wanes into oblivion,

And time and timelessness confuse, I'm told.

 

These centuries removed from either fact

Have lain upon the critical expanse

And been of little consequence. The void

Is calendared in stone; the human act,

Outrageous, is in vain. The hours advance

Like flecks of foam borne landward and destroyed.

 

 

 

 

scottmomaday
N. Scott Momaday (Lawton, 27 februari 1934)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Peter de Vries werd geboren op 27 februari 1910 in Chicago als zoon van Nederlandse immigranten. De Vries was een zeer bekende Amerikaanse romanschrijver in de jaren ’60 en ’70, geroemd om zijn geestigheid. Hij verloor – net als Don Wanderhope in 'Het lam' uit 1961 – zijn dochtertje aan leukemie. Hij studeerde aan de Northwestern University en had een groot aantal baantjes, van karamelappelverkoper tot radioacteur enjournalist voor de New Yorker. Een aantal van zijn boeken zijn verfilmd. De Vries was een uiterst vruchtbaar schrijver. Hij publiceerde talrijke korte verhalen, essays, gedichten, toneelstukken en romans.

Uit: The Last Hurrah

 

“Tom had been putting aside $250 from his fortnightly pay packet over a two month period. He figured $1000 should just about cover it: his last hurrah. One afternoon/evening/night of debauchery. Living it up, trying everything he'd always meant to try.

The last hurrah. Before settling down and really doing the serious stuff.

That stuff: getting married to Kirralyn in a month's time; being there when she had their baby in three month's time; putting the deposit down on a house A.S.A.P. - as soon as they could both agree on a house.

He'd already selected the date for the last hurrah - Wednesday July 11. He had even made a booking at a hotel - a place in the centre of Kings Cross. He'd viewed it on the Internet. It looked classy. Nothing downmarket, not for the last hurrah.

The list of debauchery: room service food, drinking, drugs, and a prostitute.

Tom had experienced room service food before. Always with Kirralyn. They loved it. He also liked a drink - usually down the pub on a Friday afternoon after work. With the boys. The usual crowd. His mates.

Tom had never tried drugs. A couple of his mates had. They'd used marijuana, amphetamines, even cocaine (or so they said). Tom hadn't even smoked marijuana back at school. Back then he knew people who did smoke it, but he'd been too scared to touch it - thanks to all the anti-drug propaganda from his teachers and his parents.

Now he wanted to try marijuana. Just once. That's all. Get stoned, have a giggle.

Then there was the prostitute. He'd never been with one. In fact he'd only ever been with one girl apart from Kirralyn. Tom had never had a blow job. Kirralyn refused to perform that “act” (as she called it) on him.

He wanted one now. And he'd get one - from a professional. He didn't even think of it as cheating because he wouldn't actually be fucking, would he?

Kings Cross: debauchery capital of Sydney, of Australia. Drug and sex HOTSPOT. Tom had lived in Sydney all his life, but he'd only ever been to the Cross once. In the daytime, when the place was dead. He'd seen no drug dealers, no sex workers. Just ordinary people. But that was years ago.

Now things were different. Tom read the newspapers, he watched the current affairs shows on the TV. He knew about the place: drugs everywhere, sex everywhere. You walk down the main drag and they'd virtually shove it in your face.

So to Kings Cross Tom would go. For the last hurrah.

 

 

 

 

DeVries
Peter De Vries (27 februari 1910 – 28 september 1993)

 

 

 

 

De Franse schrijver en dichter Jules Lemaître werd geboren op 27 februari 1853 in Vennecy, Loiret. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007 en ook mijn blog van 27 februari 2008 en ook mijn blog van 27 februari 2009.

 

Uit: Ernest Renan

 

Par quel autre pourrais-je mieux commencer ? Nul écrivain  peut-être n'a tant occupé, hanté, troublé ou ravi les plus  délicats de ses contemporains. Qu'on cède ou qu'on résiste  à sa séduction, nul ne s'est mieux emparé de la pensée, ni  de façon plus enlaçante. Ce grand sceptique a dans la jeunesse d'aujourd'hui des fervents comme en aurait un  apôtre et un homme de doctrine. Et quand on aime les

gens, on veut les voir.

Les Parisiens excuseront l'ignorance et la naïveté d'un  provincial fraîchement débarqué de sa province, qui est   curieux de voir des hommes illustres et qui va faisant des  découvertes. Je suis un peu comme ces deux bons Espagnols  venus du fin fond de l'Ibérie pour voir Tite-Live et " cherchant dans Rome autre chose que Rome même." Le sentiment qui les amenait était naturel et touchant, enfantin si   l'on veut, c'est-à-dire doublement humain. Je suis donc  entré au Collège de France,^ dans la petite salle des langues  sémitiques.

A quoi on pourtant ? N'est-ce point par leurs livres, et par leurs livres seuls, qu'on connaît les écrivains et surtout  les philosophes et les critiques, ceux qui nous livrent directe-

ment leur pensée, leur conception du monde et, par là, tout leur esprit et toute leur âme ? Que peuvent ajouter les traits de leur visage et le son de leur voix à la connaissance que nous avons d'eux ? Qu'importe de savoir comment ils ont le nez fait ? ^ Et s'ils l'avaient mal fait par hasard ? ou seulement fait comme tout le monde ?“

 

 

 

jules-lemaitre
Jules Lemaître (27 februari 1853 – 5 augustus 1914)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Albert Kuyle werd geboren in Utrecht op 17 februari 1904. Albert Kuyle was een pseudoniem voor Louis Maria Albertus Kuitenbrouwer. Met zijn werk droeg Kuyle volgens Hendrik Marsman en andere jonge tijdgenoten bij aan de vernieuwing van het proza in het Interbellum. De techniek van met name zijn vroege proza is bijna filmisch van aard, waardoor Kuyle kan worden gezien als vertegenwoordiger van de Nieuwe Zakelijkheid. In 1924 was Kuyle één van de oprichters van het tijdschrift De Gemeenschap waarvan hij tot zijn vertrek in 1932 redactielid was. Aan het begin van de jaren 30 ontstond binnen de redactie van De Gemeenschap, dat indertijd het brandpunt vormde van de rooms-katholieke jongeren, onenigheid over de te volgen koers. Kuyle en de zijnen scheidden zich in 1933 af van De Gemeenschap, en richtten onder de naam De Nieuwe Gemeenschap (1934-1936) een concurrerend tijdschrift op. De redactie sympathiseerde allengs met het opkomende fascisme en met name Kuyle liet zich hierbij in toenemende mate uit in antisemitische bewoordingen.

 

Uit: Het kleinste hoofd

 

„Inspecteur Fernando Hernandez heeft een nieuwe hoed noodig. Deze week is het feest van San Lazaro, en hij hoort tot de notabelen van de parochie. Hij ziet een lichte grijze in de étalage die hem zou lijken, maar hij heeft geen tijd om nu te gaan passen. Passen is voor hem vervelend. Hij heeft, zoover hij weet, het kleinste hoofd van de stad. De dienst wacht. Er zijn vrouwen die de stadsfontein hebben verontreinigd. Vergrijp tegen artikel 268. De volgende morgen plast de zon; de inspecteur staat voor de toonbank, en vraagt om de hoed die hij gisteren zag. De hoed is verkocht. Een andere van dezelfde soort? Er was er maar één. Inspecteur Hernandez zal dan naar het feest van San Lazaro gaan met zijn oude hoed, want hij kan geen keus maken.
Om 3.10 's middags rijdt de inspecteur naar San Luigi. Een lijk op een bleekveldje; het moet met grove hagel uit een oud model jachtgeweer zijn gedaan, op vier pas afstand. Het gezicht is weggeschoten. De inspecteur ondervraagt twee uur lang. Een meisje heeft een man hard zien loopen met een lichte grijze hoed; een man die niet bekend is in San Luigi. Verder niets. De inspecteur weet intuïtief dat er een veete is beëindigd. Dat gebeurt meestal met grove hagel.
Het rapport is niet lang. De lijkschouwing zal morgen plaats vinden.
De volgende morgen. Er komt een boodschap van de hoedenwinkel. Inspecteur Hernandez zal toch geholpen kunnen worden. Hij is er om elf uur; op de toonbank ligt de hoed die eergisteren in de etalage stond. De man die hem kocht is hem komen ruilen. De inspecteur past de hoed: hij is te klein. Dan ontdekt hij de reep papier die onder de leeren band is geschoven. De man die hem een dag droeg, had nog een kleiner hoofd dan hij. Als het papier er uit is, betaalt de inspecteur en gaat met de nieuwe hoed naar huis.“

 

 

 

kuyle

Albert Kuyle (17 februari 1904 - 4 maart 1958)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Johannes Wilhelm Meinhold werd geboren op 27 februari 1797 in Netzelkow op Usedom. Zie ook mijn blog van 27 februari 2009.

 

Uit: Die Bernsteinhexe

 

“Unser Manuskript, in welchem die ansehnliche Zahl von sechs Kapiteln fehlt und welches auf den nächstvorhergegangenen Blättern unstreitig sich über den Ausbruch des Dreißigjährigen Krieges auf der Insel Usedom verbreitet hat, beginnt mit den Worten: »Kaiserliche gehauset« und fährt dann fort wie folgt:

... Koffer, Truhen, Schränke waren allesamt erbrochen und zerschlagen, auch mein Priesterhemd zerrissen, so daß ich in großen Ängsten und Nöten stande. Doch hatten sie mein armes Töchterlein nit gefunden, maßen ich sie in einem Stall, wo es dunkel war, verborgen, denn sonst, sorge ich, hätten sie mir noch mehr Herzeleid bereitet. Weil nun aber ich bittern Hunger litte, so schrieb an Se. Gestrengen, den Herrn Amtshauptmann Wittich von Appelmann auf Pudagla, daß er mir zukommen ließe, was Se. fürstliche Gnaden Philippus Julius mir vom Kloster zu Pudagla beigeleget, als nämlich 30 Scheffel Gerste und 25 Mark Silbers, welche Se. Gestrengen mir aber bis nunmehro geweigert, denn er war ein fast hart und unmenschlicher Mann. – Aber er antwortete mir nit, und ich wäre schier verschmachtet, wenn Hinrich Seden nicht für mich im Kapsel gebetet Almosen in der Kirchspielgemeinde eingesammelt.  Er wurde dazumalen auch schon alt und hatte viel Plage von seinem bösen Weibe Lise Kolken, angesehen sie im gemeinen Geschrei war, daß sie lange mit Wittich Appelmann in Unzucht gelebet, welcher von jeher ein rechter Erzschalk und absonderlich ein hitziger Schurzenjäger gewest, denn so etwas gesegnet der Herre nicht. Selbiger Seden nun brachte mir 5 Brote, 2 Würste und eine Gans, item eine Seite Speck. Möchte ihn aber vor seiner Frauen schützen, welche die Hälfte hätte vor ihr behalten wollen, und da er sich geweigert, hätte sie ihn vermaledeiet und die Kopfgicht angewünschet, so daß er gleich ein Ziehen in der rechten Wangen verspüret, welches jetzunder fast hart und schwer geworden.”

 

 

 

Meinold
Wilhelm Meinhold (27 februari 1797 – 30 november 1851)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

De Zwitserse schrijver Traugott Vogel werd op 27 februari 1894 als zoon van een groentehandelaar in Zürich geboren.

 

 

27-04-09

Edwin Morgan, Cecil Day Lewis, Astrid Roemer, August Wilson, Martin Gray, Fethullah Gülen, Hans Bemmann, Mary Wollstonecraft, Hovhannes Shiraz, August Becker, Jules Lemaître


De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook mijn blog van 27 april 2007 en ook mijn blog van 27 april 2008.

 

 

Strawberries

 

There were never strawberries

like the ones we had

that sultry afternoon

sitting on the step

of the open french window

facing each other

your knees held in mine

the blue plates in our laps

the strawberries glistening

in the hot sunlight

we dipped them in sugar

looking at each other

not hurrying the feast

for one to come

the empty plates

laid on the stone together

with the two forks crossed

and I bent towards you

sweet in that air

in my arms

abandoned like a child

from your eager mouth

the taste of strawberries

in my memory

lean back again

let me love you

 

let the sun beat

on our forgetfulness

one hour of all

the heat intense

and summer lightning

on the Kilpatrick hills

 

let the storm wash the plates

 

 

 

 

 

Glasgow Sonnet I

 

A mean wind wanders through the backcourt trash.

Hackles on puddles rise, old mattresses

puff briefly and subside. Play-fortresses

of brick and bric-a-brac spill out some ash.

Four storeys have no windows left to smash,

but the fifth a chipped sill buttresses

mother and daughter the last mistresses

of that black block condemned to stand, not crash.

Around them the cracks deepen, the rats crawl.

The kettle whimpers on a crazy hob.

Roses of mould grow from ceiling to wall.

The man lies late since he has lost his job,

smokes on one elbow, letting his coughs fall

thinly into an air too poor to rob.

 

 

 

 

 

Morgan
Edwin Morgan (Glasgow,  27 april 1920)

 

 

 

 

 

De Brits-Ierse dichter Cecil Day Lewis werd geboren in Ballintogher, Ierland, op 27 april 1904. Zie ook mijn blog van 27 april 2007 en ook mijn blog van 27 april 2008.

 

 

Come, live with me and be my love

 

Come, live with me and be my love,

And we will all the pleasures prove

Of peace and plenty, bed and board,

That chance employment may afford.

 

I’ll handle dainties on the docks

And thou shalt read of summer frocks:

At evening by the sour canals

We’ll hope to hear some madrigals.

 

Care on thy maiden brow shall put

A wreath of wrinkles, and thy foot

Be shod with pain: not silken dress

But toil shall tire thy loveliness.

 

Hunger shall make thy modest zone

And cheat fond death of all but bone –

If these delight thy mind may move,

Then live with me and be my love.

 

 

 

 

 

Where Are The War Poets ?

 

They who in folly or mere greed

Enslaved religion, markets, laws,

Borrow our language now and bid

Us to speak up in freedom’s cause.

 

It is the logic of our times,

No subject for immortal verse –

That we who lived by honest dreams

Defend the bad against the worse.

 

 

 

 

 

Lewis
Cecil Day Lewis
(27 april 1904 – 22 mei 1972)

 

 

 

 

 

De Surinaamse schrijfster Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook mijn blog van 27 april 2007 en ook mijn blog van 27 april 2008.

 

Uit: Over de gekte van een vrouw

 

„Ik ben Noenka, wat betekent: Niet Weer. Geboren uit twee tegenstellingen, een vrouw en een man die zelfs mijn dromen opentrekken. Ik ben vrouw, ook al weet ik niet waar het begint en waar het vrouw-zijn ophoudt, en in de ogen van anderen ben ik zwart en iedere keer wacht ik af wat dat betekent.”

(...)

 

Mama, mag ik houden van een vrouw. Mag ik een substituut zoeken voor de liefde die ik van jou kreeg? Moet ik het wezen ontwijken dat mij het meest vertrouwd is ? Moeder van me: ben ik de dochter die je gedroomd hebt of ben ik de dochter die droomt.? […..] Mama, nergens kan ik een substituut vinden voor jouw liefde dan in het hart van een andere vrouw. Ik weet het, er is geen vervanging voor het ware en het ware is geen vlees maar geest. Maar sinds Gabrielle deel is van mijn bestaan heb ik geen onvrede meer. Ik weet het: er zijn grenzen, maar zijn die er ook voor liefde.”

 

 

 

Roemer
Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

 

 

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver August Wilson (eig. Frederick August Kittel) werd geboren op 27 april 1945 in Pittsbugh. Zie ook mijn blog van 27 april 2008.

 

Uit: Joe Turner’s Come and Gone

 

“The roots is a powerful thing. I can fix it so one day he’ll walk out his front door . . . won’t be thinking of nothing. He won’t know whatit is. All he knows it that a powerful dissatisfaction done set in his bones and can’t nothing he do make him feel satisfied. He’ll set hisfoot down on the road and the wind in the trees be talking to him and everywhere he step on the road, that road’ll give back your nameand something will pull him right up to your doorstep. Now, I can do that. I can take my roots and fix that easy. But maybe he ain’tsupposed to come back. And if he ain’t supposed to come back . . . then he’ll be in your bed one morning and it’ll come up on him thathe’s in the wrong place. That he’s lost outside of time from his place that he’s supposed to be in. Then both of you be lost and trappedoutside of life and ain’t no way for you to get back into it. Cause you lost from yourselves and where the places come together, whereyou’re supposed to be alive, your heart kicking in your chest with a song worth singing.”

 

 

 

august-wilson
August Wilson (27 april 1945 – 2 oktober 2005)

 

 

 

 

 

De Turkse prediker, schrijver en dichter Fethullah Gülen werd geboren in Korucuk, Erzurum, op 27 april 1941. Zie ook mijn blog van 27 april 2008.

 

 

A Song for Spring

 

Time passes, you see all at once it is spring-time

With roses in bloom, nightingales singing, tulips cover all land.

 

Flowers breathe in profusion of color and fragrance,

Birds fly, insects spring enraptured with songs of spring.

 

Trees branch and leaf, swaying winds carry afar the perfumed air,

A dance of ecstasy rhythm animates all living things.

 

In such a setting death appears with a smile of hope:

for springtime is a light veil over the face of Paradise.

 

Whoever can raise this veil can find the Eternal One,

Transported within from this-to other-worldliness.

 

Let others complain how remote eternity is, how impossible to attain:

How can they be concerned who have attained it in themselves?

 

Let others complain how the world has shrunk and suffocates.

Those who believe will find everywhere spacious without space:

 

Whoever seeks peace can find it only in belief;

But only those moved by belief can understand this.

 

As the gaze moves on all those beauties of spring, themselves

Are drunk on messages contained in spring stroll at ease in Paradise.

 

What is death to them except dropping in soil like seeds,

To revive as sweet-blossoming, fruit-promised trees.

 

 

 

 

fethullah_gulen
Fethullah Gülen (
Korucuk, 27 april 1941)

 

 

 

 

 

De Poolse schrijver Martin Gray werd geboren als Mietek Grayewski in Warschauop 27 april 1922. Gray is in 1943, dus gedurende de Tweede Wereldoorlog, als één van de zeer weinigen er in geslaagd te ontsnappen uit het vernietigingskamp Treblinka. In zijn boek 'Au nom de tous les miens' beschrijft hij zijn leven. Het boek gaat over de Tweede Wereldoorlog, waar hij de concentratiekampen overleeft, en over het familiedrama dat hem later overkomt tijdens een bosbrand. In totaal schreef Gray 12 boeken. Zijn laatste boek heet Au nom de tous les hommes (Uit naam van alle mensen). Twee van de 12 boeken van Gray zijn autobiografieën. Het eerste boek Uit naam van al de mijnen beschrijft de tijdspanne: 1922 (geboorte) – 1970. Het tweede boek La vie renaitra de la nuit (Nederlandse vertaling: Na de nacht het leven) behandelt de tijdspanne: 1970 – 1977.

 

Uit: Au Nom de Tous les Miens

 

„Je suis né avec la guerre. Les sirènes ont hurlé, les bombardiers passaient au ras des toits, leur ombre glissait sur la chaussée, dans les rues les gens couraient prenant leur tête entre les mains.
Je suis né avec la guerre : nous dévalons l'escalier vers la cave, les murs tremblent et le plâtre par plaques blanches tombe sur nos cheveux. Ma mère est toute blanche, mes yeux brûlent, des femmes crient. Puis s'établit le silence précédant les klaxons des pompiers et à nouveau les cris des femmes.
C'est septembre 1939 : les mois de ma naissance véritable. Des quatorze années qui précèdent ces jours je ne sais presque plus rien. Je ne peux même pas fouiller en moi, je ne veux pas. A quoi bon rappeler ce temps de la douceur ? Nous courions dans les rues derrière les droshkas jusqu'à la place de la Vieille-Ville au coeur de Varsovie. Mon père me prenait par la main et nous allions jusqu'à l'usine. Les machines venaient d'Amérique : il me montrait, gravés dans l'acier, le nom de la firme et la ville, Manchester, Michigan. Je marchais fièrement près de mon père entre les machines. Mon père passait un bas ou un gant dans sa main. Il me faisait déchiffrer la marque, 7777, notre marque, et nous étions les associés d'une grande usine, nous vendions des bas, et des gants dans toute la Pologne, à l'étranger, et j'avais aussi des parents aux Etats-Unis, une grand-mère qui habitait New York.“

 

 

 

MartinGray
Martin Gray (Warschau, 27 april 1922)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Hans Bemmann werd geboren op 27 april 1922 in Groitzsch nabij Leipzig. Hij studeerde vanaf 1940 eerst medicijnen in Wenen, maar ruilde de studie na een tijd in voor germanistiek en muziekwetenschap. Daarna werkte hij jarenlang als lector bij verschillende uitgeverijen en als docent bij een bibliothecarisopleiding. In 1961 debuteerde hij onder het pseudoniem Hans Martinson met het verhaal Jäger im Park. In 1983 kwam de doorbraak met de sprookjesachtige roman Stein und Flöte, een jaar later gevolgd door de roman in brieven Erwins Badezimmer.

 

Uit: Stein und Flöte

 

"Man kann wohl sehen, dass es dein Kind ist", sagte sie, denn das Kind war am ganzen Körper mit einem pelzigen Flaum überzogen. "So", sagte der Große Brüller mit seiner dröhnenden Stimme und nahm den Sohn auf seine Arme. "Sieht man das ? Und warum brüllt er nicht ?" "Merkwürdig", sagte die Hebamme, "mir hat die ganze Zeit über etwas gefehlt. Jetzt weiß ich's, da du es sagst: er brüllt nicht. Sieh ihn doch an. Er schaut aus, als ob er lauscht." "Ein Kind muß brüllen" sagte der Vater befremdet. "Laß ihn doch", sagte die Hebamme- " Wer brüllt, hört nicht gut. Laß ihn nur lauschen."

 

 

 

 

bemman150
Hans Bemmann (27 april 1922 – 1 april 2003)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster en feministe Mary Wollstonecraft werd geboren in Hoxton (nu Londen) op 27 april 1759. Na een jeugd vol zorg voor diverse zieke familieleden en de dood van een goede vriendin (Fanny Blood), schreef zij, om de ouders van de laatste te ondersteunen, een kort geschrift, Thoughts on the Education of Daughters (1785), dat haar tien pond opleverde. Dit bracht haar op de gedachte meer te gaan schrijven om daarmee in haar levensonderhoud te voorzien. Ze werd gouvernante voor de dochters van de Ierse burggraaf Lord Kingsborough en schreef Mary, a Fiction, grotendeels gebaseerd op de herinneringen aan haar overleden vriendin. Terug in Londen nam ze het schrijven serieus ter hand, wat leidde tot de publicatie van een kinderboekje, Original Stories from Real Life. Voor haar uitgever deed ze ook vertaalwerk en maakte bewerkingen, stelde een bloemlezing samen, en schreef artikelen voor zijn tijdschrift 'Analytical Review'. In 1789 werd ze gegrepen door de revolutionaire ontwikkelingen in Frankrijk en in 1792 vertrok ze naar Parijs om de Franse Revolutie van nabij mee te maken. Haar vertrek was wellicht tevens het gevolg van de vernedering die ze opliep toen de schilder Johann Heinrich Füssli haar voorstel om een driehoeksverhouding (hij was immers getrouwd) te beginnen afwees. In dat jaar schreef ze haar bekende feministische werk A Vindication of the Rights of Woman. Mary Wollstonecraft stierf in 1797 na de geboorte van haar dochter Mary, de latere vrouw van de dichter Shelley en schrijfster van de klassiek geworden roman Frankenstein.

 

Uit:  A Vindication of the Rights of Woman

 

I now speak of women who are restrained by principle or prejudice; such women, though they would shrink from an intrigue with real abhorrence, yet, nevertheless, wish to be convinced by the homage of gallantry that they are cruelly neglected by their husbands; or, days and weeks are spent in dreaming of the happiness enjoyed by congenial souls till their health is undermined and their spirits broken by discontent. How then can the great art of pleasing be such a necessary study? it is only useful to a mistress; the chaste wife, and serious mother, should only consider her power to please as the polish of her virtues, and the affection of her husband as one of the comforts that render her task less difficult and her life happier. But, whether she be loved or neglected, her first wish should be to make herself respectable, and not to rely for all her happiness on a being subject to like infirmities with herself.

 

 

 

 

Wollstonecraft
Mary Wollstonecraft (27 april 1759 – 10 september 1797)

Kopie van John Keenan naar een schilderij van John Opie

 

 

 

 

 

De Armeense dichter Hovhannes Shiraz werd geboren op 27 april 1915 in Alexandropol in het toenmalige Russische rijk (tegenwoordig Gyumri). Zijn eerste werk Het begin van de lente werd gepubliceerd in 1935. Van de schrijver Atrpet kreeg hij de bijnaam "Shiraz". Hij studeerde aan de universiteit van Yerevan en aan het Gorki Instituut in Moskou.

 

 

MIRACLE NUMBER 1

 

In my dreams my door was knocked at,

"Who is it?" I asked from inside.

Some elderly lady from the outside

Answered and said, "I'd sacrifice myself for you."

 

"I've come to ask for a piece of bread as charity

I'm a poor orphan woman with no one to support me."

At this point I opened my door immediately,

Only to find a miracle; it was my deceased mother indeed!

 

I was shocked but fell into her arms;

And my mother said, "It's me, it's me,

I've come to try you and to check on you.

I hope life hasn't changed your spirit and also you?!"

 

I came in the form of a beggar

So that the whole world can be a witness

To see if your conscience, my dear son,

If your conscience also died along with me?!"

 

 

 

Vertaald door Daniel Janoyan

 

 

 

 

 

shiraz1
Hovhannes Shiraz (27 april 1915 – 14 maart 1984)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver August Becker werd geboren op 27 april 1828 in Klingenmünster. Na een studie geschiedenis in München werkte hij er voor verschillende kranten. Van 1859 tot 1864 was hij redacteur van de Münchner Isar-Zeitung. In 1868 trok hij naar Eisenach. Hij debuteerde in 1854 met het versepos Jung-Frieder der Spielmann.

 

Uit: Die Nonnensusel

 

Am anmutigsten entfaltet sich die Mitte dieser Landschaft, das Klingbachtal, durch das von der Hauptbahn aus ein Postomnibus bis in meinen Geburtsort führt. Wer aber eine besondere Fußwanderung antreten will, steige in Bergzabern aus dem Zuge der hier endenden Zweigbahn, und wandere hügelauf, hügelab nordwärts nach dem von den Ruinen Landeck, Madenburg und Neukastel überragten Flecken Klingenmünster. Es ist nur eine Stunde Weges durch Weinberge, kastanienumschattete Hohlwege, Fruchtfelder und Wiesengründe.

Viel tausendmal bin ich diese Straße hin und her gewandert; in jungen Jahren täglich zweimal mit dem Schulränzel auf dem Rücken, um in der Heimat des kräuterkundigen Tabernaemontanus, wo schon die Römer ihre Bergschenken hatten, in das Idiom Cäsars und Xenophons eingeweiht zu werden. Von jeder Höhe, über welche die Straße führt, hatte ich den Anblick des blauen Schwarzwaldes, der, aus dem dunklen Grenzforst der Rheinebene aufsteigend, den Horizont als hohe Gebirgsmauer abschließt. Die Goldammern auf den Schlehdornzweigen, die schnurrende Wachtel am Wiesengraben, der schmetternde Buchfink auf dem Mandelbaum, der oft schon unter Schneeflocken seine Blütenpracht in den kahlen Reben entfaltete, waren mir vertraute Erscheinungen. Kaum bückte ich mich mehr nach den Walnüssen im Straßenstaub, oder im falben Herbstlaub der Hohlwege nach den geplatzten Stachelhülsen der Edelkastanien, die man hier »Kästen« heißt.„

 

 

 

 

Becker
August Becker (27 april 1828 – 23 maart 1891)

Standbeeld in Klingenmünster

 

 

 

 

 

Rectificatie:

 

De Franse schrijver en dichter Jules Lemaître werd geboren op 27 april (en niet februari) 1853 in Vennecy, Loiret. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

Uit: Edmond et Jules de Goncourt

 

„Un tel genre de talent ne peut s'appliquer tout entier, on le comprend, qu'à la peinture des choses vues, de la vie moderne, surtout parisienne. Cinq des romans de MM. de Goncourt, sur six, sont des romans parisiens. Leur objet, c'est «la modernité», laquelle est visible surtout à Paris. Ce néologisme s'entend aisément ; mais ce qu'il représente n'est pas très facile à déterminer, car le moderne change insensiblement, et puis ce qui est moderne est toujours superposé ou mêlé à ce qui ne l'est point ou à ce qui ne l'est déjà plus. La modernité, c'est L d'abord, si l'on veut, dans l'ensemble et dans le détail de la vie extérieure, le genre de pittoresque qui est particulier à notre temps. C'est ce qui porte la date d'aujourd'hui dans nos maisons, dans nos rues, dans nos lieux de réunion. L'habit noir ou la jaquette des hommes, les chiffons des femmes, l'asphalte du boulevard, le petit journalisme, le bec de gaz et demain la lumière électrique, et une infinité d'autres choses en font partie. C'est ce qui fait qu'une rue, un café, un salon, une femme d'à présent ne ressemblent pas, extérieurement, à une femme, à un salon, à un café, à une rue du XVIIIe, ou même du temps de Louis-Philippe. La modernité, c'est encore ce qui, dans les cervelles, a l'empreinte du moment où nous sommes ; c'est une certaine fleur de culture extrême ou de perversion intellectuelle ; un tour d'esprit et de langage fait surtout d'outrance, de recherche et d'irrévérence, où domine le paradoxe, l'ironie et «la blague», où se trahit le fiévreux de l'existence, une expérience amère, une prétention à être revenu de tout, en même temps qu'une sensibilité excessive ; et c'est aussi, chez quelques personnes privilégiées, une bonté, une tendresse de cœur que les désillusions du blasé font plus désintéressé, et que l'intelligence du critique et de l'artiste fait plus intelligente et plus délicate… La modernité, c'est une chose à la fois très vague et très simple ; et l'on dira peut-être que la découverte de MM. de Goncourt n'est point si extraordinaire, qu'on avait inventé «le moderne» bien avant eux, qu'il n'y faut que des yeux.“

 

 

 

 

 

Lemaitre
Jules Lemaître (27 april 1853 – 5 augustus 1914)

 

 

27-02-09

John Steinbeck, Lawrence Durrell, Henry Longfellow, Elisabeth Borchers, Jules Lemaître, James T. Farrell, N. Scott Momaday, Irwin Shaw, Johannes Meinhold, Traugott Vogel


De Amerikaanse schrijver John Steinbeck werd geboren in Salinas, Californië, op 27 februari 1902. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007 en ook mijn blog van 27 februari 2008.

 

Uit: The Log from the Sea of Cortez

 

In the early morning before daylight we came into the harbor at San Diego, in through the narrow passage, and we followed the lights on a changing course to the pier. All about us war bustled, although we had no war; steel and thunder, powder and men--the men preparing thoughtlessly, like dead men, to destroy things. The planes roared over in formation and the submarines were quiet and ominous. There is no playfulness in a submarine. The military mind must limit its thinking to be able to perform its function at all. Thus, in talking with a naval officer who had won a target competition with big naval guns, we asked, 'have you thought what happens in a little street when one of your shells explodes, of the families torn to pieces, a thousand generations influenced when you signaled Fire?' 'Of course not,' he said. 'Those shells travel so far that you couldn't possibly see where they land.' And he was quite correct. if he could really see where they land and what they do, if he could really feel the power in his dropped hand and the waves radiating out from his gun, he would not be able to perform his function. He himself would be the weak point of his gun. But by not seeing, by insisting that it be a problem of ballistics and trajectory, he is a good gunnery officer. And he is too humble to take the responsibility for thinking. The whole structure of his world would be endangered if he permitted himself to think. The pieces must stick within their pattern or the whole thing collapses and the design is gone. We wonder whether in the present pattern the pieces are not straining to fall out of line; whether the paradoxes of our times are not finally mounting to a conclusion of ridiculousness that will make the whole structure collapse. For the paradoxes are becoming so great that leaders of a people must be less and less intelligent to stand their own leadership.”

 

 

 

 

Steinbeck
John Steinbeck (27 februari 1902 - 20 december 1968)

 

 

 

 

 

De Britse dichter en schrijver Lawrence George Durrell werd geboren op 27 februari 1912 in Jalandhar in India. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007 en ook mijn blog van 27 februari 2008.

 

Uit: Justine

 

“As for me I am neither happy nor unhappy; I lie suspended like a hair or a feather in the cloudy mixtures of memory. I spoke of the uselessness of art but added nothing truthful about its consolations. The solace of such work as I do with brain and heart lies in this—that only there, in the silences of the painter or the writer can reality be reordered, reworked and made to show its significant side. Our common actions in reality are simply the sackcloth covering which hides the cloth-of-gold—the meaning of the pattern. For us artists there waits the joyous compromise through art with all that wounded or defeated us in daily life; in this way not to evade destiny, as the ordinary people try to do, but to fulfil it in its true potential—the imagination. Otherwise why should we hurt one another? No, the remission I am seeking, and will be granted perhaps, is not one I shall ever see in the bright friendly eyes of Melissa or the sombre brow-dark gaze of Justine. We have all of us taken different paths now; but in this, the first great fragmentation of my maturity I feel the confines of my art and my living deepened immeasurably by the memory of them. In thought I achieve them anew; as if only here—this wooden table over the sea under an olive tree, only here can I enrich them as they deserve. So that the taste of this writing should have taken something from its living subjects—their breath, skin, voices—weaving them into the supple tissues of human memory. I want them to live again to the point where pain becomes art….Perhaps this is a useless attempt, I cannot say. But I must try.”

 

 

 

 

lawrence-durrell
Lawrence Durrell (27 februari 1912 – 7 november 1990)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Henry Wadsworth Longfellow werd geboren in Portland, Maine, op 27 februari 1807. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007 en ook mijn blog van 27 februari 2008.

 

 

Afternoon in February

  

The day is ending,

The night is descending;

The marsh is frozen,

The river dead.

 

Through clouds like ashes

The red sun flashes

On village windows

That glimmer red.

 

The snow recommences;

The buried fences

Mark no longer

The road o'er the plain;

 

While through the meadows,

Like fearful shadows,

Slowly passes

A funeral train.

 

The bell is pealing,

And every feeling

Within me responds

To the dismal knell;

 

Shadows are trailing,

My heart is bewailing

And tolling within

Like a funeral bell.

 

 

 

 

longfellow
Henry Longfellow (27 februari 1807 - 24 maart 1882)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007 en ook mijn blog van 27 februari 2008.

 

 

März

 

Es kommt eine Zeit,

da nimmt’s ein böses Ende

mit dem Schneemann.

 

Er verliert seinen schwarzen Hut,

er verliert seine rote Nase,

und der Besen fällt ihm aus der Hand.

Kleiner wird er von Tag

zu Tag.

 

Neben ihm wächst ein Grün

und noch ein Grün

und noch ein Grün.

 

Die Sonne treibt

Vögel vor sich her.

Die wünschen dem Schneemann

eine gute Reise.

 

 

 

Mai

 

Es kommt eine Zeit

da machen die Vögel Hochzeit

 

Nachtigall und Lerche

Zaunkönig und Sperling

Rotkehlchen und Amsel

 

Ein Lied fliegt zum andern

Die Bäume tragen weite Kleider

Der Wind läutet die Blumen

Die Bienen haben goldne Schuhe

 

Die Katze

die graue die schwarze die weiße

sie darf es nicht tun

Sie darf die Hochzeit

nicht stören

 

 

 

 

 

Borchers
Elisabeth Borchers (Homberg, 27 februari 1926)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en dichter Jules Lemaître werd geboren op 27 februari 1853 in Vennecy, Loiret. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007 en ook mijn blog van 27 februari 2008.

 

Uit: Edmond et Jules de Goncourt

 

„Un tel genre de talent ne peut s'appliquer tout entier, on le comprend, qu'à la peinture des choses vues, de la vie moderne, surtout parisienne. Cinq des romans de MM. de Goncourt, sur six, sont des romans parisiens. Leur objet, c'est «la modernité», laquelle est visible surtout à Paris. Ce néologisme s'entend aisément ; mais ce qu'il représente n'est pas très facile à déterminer, car le moderne change insensiblement, et puis ce qui est moderne est toujours superposé ou mêlé à ce qui ne l'est point ou à ce qui ne l'est déjà plus. La modernité, c'est L d'abord, si l'on veut, dans l'ensemble et dans le détail de la vie extérieure, le genre de pittoresque qui est particulier à notre temps. C'est ce qui porte la date d'aujourd'hui dans nos maisons, dans nos rues, dans nos lieux de réunion. L'habit noir ou la jaquette des hommes, les chiffons des femmes, l'asphalte du boulevard, le petit journalisme, le bec de gaz et demain la lumière électrique, et une infinité d'autres choses en font partie. C'est ce qui fait qu'une rue, un café, un salon, une femme d'à présent ne ressemblent pas, extérieurement, à une femme, à un salon, à un café, à une rue du XVIIIe, ou même du temps de Louis-Philippe. La modernité, c'est encore ce qui, dans les cervelles, a l'empreinte du moment où nous sommes ; c'est une certaine fleur de culture extrême ou de perversion intellectuelle ; un tour d'esprit et de langage fait surtout d'outrance, de recherche et d'irrévérence, où domine le paradoxe, l'ironie et «la blague», où se trahit le fiévreux de l'existence, une expérience amère, une prétention à être revenu de tout, en même temps qu'une sensibilité excessive ; et c'est aussi, chez quelques personnes privilégiées, une bonté, une tendresse de cœur que les désillusions du blasé font plus désintéressé, et que l'intelligence du critique et de l'artiste fait plus intelligente et plus délicate… La modernité, c'est une chose à la fois très vague et très simple ; et l'on dira peut-être que la découverte de MM. de Goncourt n'est point si extraordinaire, qu'on avait inventé «le moderne» bien avant eux, qu'il n'y faut que des yeux.“

 

 

 

lemaitre
Jules Lemaître (27 februari 1853 – 5 augustus 1914)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Thomas Farrell werd geboren op 27 februari 1904 in Chicago. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

Uit: Joyce and His First Self-Portrait

 

This race and this country and this life produced me," declares Stephen Dedalus--artistic image of James Joyce himself--in "A Portrait of the Artist as a Young Man." "A Portrait" is the story of how Stephen was produced, how he rejected that which produced him, how he discovered that his destiny was to become a lonely one of artistic creation. It is well to look into the life out of which Stephen came, to discuss the social and national background of this novel. In Ireland a major premise of any discussion of her culture and of her literature is an understanding of Irish nationalism. And it is at least arguable that Joyce was a kind of inverted nationalist--that the nationalism which he rejects runs through him like a central thread.

Ireland, when James Joyce was a boy, suffered from a profound political defeat, the fall of Parnell. In that, once again, she was set back in her long struggle to attain nationhood. The aftermath was marked by a deeply felt and pervasive bitterness, often expressed in feelings of personal betrayal. And "A Portrait" reflects such moods. The brilliantly written scene, early in this novel, of the Dedalus family pitilessly quarreling at the Christmas dinner table is a highly concentrated artistic representation of the magnitude of Parnell's fall in Ireland, of how it cut through families with a knifelike sharpness. The family argument is personal and its passionate anger seems to be in inverse proportion to the political impotence of those who are hurling insults at one another.

 

 

 

 

Farrell
James T. Farrell (27 februari 1904 – 22 augustus 1979)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse (native, Kiowa) schrijver N(avarre) Scott Momaday werd geboren op 27 februari 1934 in Lawton, Oklahoma. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

 

The Earth

  

Once in his life a man ought to concentrate his mind upon

the remembered earth, I believe. He ought to give himself up

to a particular landscape in his experience, to look at it from

as many angles as he can, to wonder about it, to dwell upon

it.

He ought to imagine that he touches it with his hands at

every season and listens to the sounds that are made upon

it. He ought to imagine the creatures there and all the faintest

motions of the wind. He ought to recollect the glare of noon and

all the colors of the dawn and dusk.

For we are held by more than the force of gravity to the earth.

It is the entity from which we are sprung, and that into which

we are dissolved in time. The blood of the whole human race

is invested in it. We are moored there, rooted as surely, as

deeply as are the ancient redwoods and bristlecones.

 



 

 

Momaday_N_Scott
N. Scott Momaday (Lawton, 27 februari 1934)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Irwin Shaw werd geboren op 27 februari 1913 als Irwin Gilbert Shamforoff in New York. Hij stamde uit een Russisch-joodse familie uit de Bronx, die na zijn geboorte naar Brooklyn verhuisde en de familienaam in Shaw veranderde. Tijdens zijn colletijd schreef hij al voor de schoolkrant. In 1935 begon hij romans voor de radio te schrijven (Dick Tracy). Zijn eerste theaterstuk werd in 1936 opgevoerd. In de jaren veertig schreef hij draaiboeken voor Hollywood. Gedurende WO II was hij als soldaat in Europa. Zijn ervaringen verwerkte hij in zijn eerste roman The Young Lions verscheen in 1949. Zijn tweede The Troubled Air, die de opkomst van het McCarthyisme beschreef, in 1951. Shaw werd ook zeer gewaardeerd als schrijver van short stories. Die verschenen in bladen als Collier's, Esquire, The New Yorker, Playboy, en The Saturday Evening Post. Een verzameling van 63 van zijn beste verhalen werd uitgevracht als Short Stories: Five Decades in 1978, herdrukt in 2000 als een 784-pagina dikke University of Chicago Press paperback.

 

Uit: The Climate Of Insomnia

 

„He awoke early, conscious that it was a sunny day outside. He lay in bed feeling warm and healthy. There was a noise from the next bed, and he looked across the little space. There was a woman in the next bed. She was middle-aged and wearing curlers and she was snoring and Hugh was certain he had never seen her before in his life. He got out of bed silently, dressed quickly, and went out into the sunny day.

Without thinking about it, he walked to the subway station. He watched the people hurrying toward the trains and he knew that he probably should join them. He had the feeling that somewhere in the city to the south, in some tall building on a narrow street, his arrival was expected. But he knew that no matter how hard he tried he would never be able to find the building. Buildings these days, it occurred to him suddenly, were too much like other buildings.

He walked briskly away from the subway station in the direction of the river. The river was shining in the sun and there was ice along the banks. A boy of about twelve, in a plaid mackinaw and a wool hat, was sitting on a bench and regarding the river. there were some schoolbooks, tied with a leather strap, on the frozen ground at his feet.

Hugh sat down next to the boy. ‘Good morning,’ he said pleasantly.

‘Good morning,’ said the boy.

‘What’re you doing?’ Hugh asked.

‘I’m counting the boats,’ the boy said. ‘Yesterday I counted thirty-two boats. Not counting ferries. I don’t count ferries.’

Hugh nodded. He put his hands in his pockets and looked down over the river. By five o’clock that afternoon he and the boy had counted forty-three boats, not including ferries. He couldn’t remember having had a nicer day.“

 

 

 

Shaw2
Irwin Shaw (27 februari 1913 – 16 mei 1984)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Johannes Wilhelm Meinhold werd geboren op 27 februari 1797 in Netzelkow op Usedom. Hij studeerde theologie, filosofie en filologie in Greifswald, maar moest die studie na twee jaar afbreken wegens gebrek aan geld. Hij werd huisleraar en ontwikkelde zich verder door zelfstudie. In 1817 slaagde hij alsnog voor zijn examen. In 1827 werd hij dominee in Krummin. In 1838 begon hij zijn novelle “Die Pfarrerstochter von Coserow“ om te werken tot de roman „Maria Schweidler, die Bernsteinhexe“, die hij in delen in 1841 en 1842 publiceerde. Het boek uit 1843 werd zijn succesvolste werk.

 

Uit: Die Bernsteinhexe

 

“Nach etzlichen Tagen, als unsere Nothdurft fast verzehret, fiel mir auch meine letzte Kuh umb (die andern hatten die Wülfe, wie oben bemeldet, allbereits zurissen) nicht ohne sonderlichen Verdacht, daß die Lise ihr etwas angethan, angesehen sie den Tag vorhero noch wacker gefressen. Doch lasse ich das in seinen Würden, dieweil ich Niemand nit verleumbden mag; kann auch geschehen sein durch die Schikkung des gerechten Gottes, deßen Zorn ich wohl verdienet hab' – Summa:

ich war wiederumb in großen Nöthen und mein Töchterlein Maria zuriß mir noch mehr das Herze durch ihr Seufzen, als das Geschreie anhub: daß abermals ein Trupp Kaiserlicher nach Uekeritze gekommen, und noch gräulicher denn die ersten gemarodiret, auch das halbe Dorf in Brand gestecket. Derohalben hielt ich mich nicht mehr sicher in meiner Hütten, sondern nachdem in einem brünstigen Gebet Alles dem Herrn empfohlen, machte mich mit meinem Töchterlein und der alten Ilsen auf, in den Streckelberg1 wo ich allbereits ein Loch, einer Höhlen gleich, und trefflich von Brommelbeeren verrancket uns ausersehen, wenn die Noth uns verscheuchen söllte. Nahmen daher mit, was uns an Nothdurft des Leibes geblieben, und rannten mit Seufzen und Weinen in den Wald, wohin uns aber bald die alten Greisen und das Weibsvolk mit den Kindern folgten, welche ein groß Hungergeschrei erhoben.”

 

 

 

meinhold
Johannes Meinhold (27 februari 1797 – 30 november 1851)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

De Zwitserse schrijver Traugott Vogel werd op 27 februari 1894 als zoon van een groentehandelaar in Zürich geboren.

 

 

27-02-08

John Steinbeck, Lawrence Durrell, Henry Longfellow, Elisabeth Borchers, Jules Lemaitre, James Thomas Farrell, N(avarre) Scott Momaday, Traugott Vogel


De Amerikaanse schrijver John Steinbeck werd geboren in Salinas, Californië, op 27 februari 1902. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

Uit: East Of Eden

 

I went along with them, marveling at the beauty of their proud clean brains. I began to love my race, and for the first time I wanted to be Chinese. Every two weeks I went to a meeting with them, and in my room here I covered pages with writing. I bought every known Hebrew dictionary. But the old gentlemen were always ahead of me. It wasn't long before they were ahead of our rabbi; he brought a colleague in. Mr. Hamilton, you should have sat through some of those nights of argument and discussion. The questions, the inspection, oh, the lovely thinking -- the beautiful thinking.  
 
"After two years we felt that we could approach your sixteen verses of the fourth chapter of Genesis. My old gentlemen felt that these words were very im­portant too -- 'Thou shalt' and 'Do thou.' And this was the gold from our mining: 'Thou mayest.' 'Thou mayest rule over sin.' The old gentlemen smiled and nodded and felt the years were well spent. It brought them out of their Chinese shells too, and right now they are studying Greek."  
Samuel said, "It's a fantastic story. And I've tried to follow and maybe I've missed somewhere. Why is this word so important?"  
 
Lee's hand shook as he filled the delicate cups. He drank his down in one gulp. "Don't you see?" he cried. "The American Standard translation orders men to triumph over sin, and you can call sin ignorance. The King James translation makes a promise in 'Thou shalt,' meaning that men will surely triumph over sin. But the Hebrew word, the word timshel -- 'Thou mayest' -- that gives a choice. It might be the most important word in the world. That says the way is open. That throws it right back on a man. For if 'Thou mayest' -- it is also true that 'Thou mayest not.' Don't you see?"  
"Yes, I see. I do see. But you do not believe this is divine law. Why do you feel its importance?"  
 
"Ah!" said Lee. "I've wanted to tell you this for a long time. I even anticipated your questions and I am well prepared. Any writing which has influenced the thinking and the lives of innumerable people is impor­tant. Now, there are many millions in their sects and churches who feel the order, 'Do thou,' and throw their weight into obedience. And there are millions more who feel predestination in 'Thou shalt.' Nothing they may do can interfere with what will be. But "Thou mayest'! Why, that makes a man great, that gives him stature with the gods, for in his weakness and his filth and his murder of his brother he has still the great choice. He can choose his course and fight it through and win." Lee's voice was a chant of triumph.”  

 

 

 

 

Steinbeck
John Steinbeck (27 februari 1902 - 20 december 1968)

 

 

 

 

De Britse dichter en schrijver Lawrence George Durrell werd geboren op 27 februari 1912 in Jalandhar in India. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

Strip-tease

 

Soft toys that make to seem girls
In cool whitewash with two coral
Valves of lip printing each others' grease ...
A clockwork Cupid's bow. Increase!
Their cherry-ripe hullo brims the open purse
Of eyes washed white by the marmoreal light;
So swaying as if on pyres they go
About the buried business of the night,
Cold witches of the elementary tease
Balanced on the horn of a supposed desire...
Trees shed their leaves like some of these.

 

 

 

Acropolis

 

The soft quem quam will be Scops the Owl
conjugation of nouns, a line of enquiry,
powdery stubble of the socratic prison
laurels crack like parchments in the wind.
who walks here in the violet dust at night
by the tower of the winds and water-clocks?
tapers smoke upon open coffins
surely the shattered pitchers must one day
revive in the gush of marble breathing up?
call again softly, and again.
the fresh spring empties like a vein
no children spit on their reflected faces
but from the blazing souk below the passive smells
bread urine cooking printing-ink
will tell you what the sullen races think
and among the tombs gnawing of mandolines
confounding sleep with carnage where
strangers arrive like sleepy gods
dismount at nightfall at desolate inns.

 

 

 

 

Durrell
Lawrence Durrell (27 februari 1912 – 7 november 1990)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Henry Wadsworth Longfellow werd geboren in Portland, Maine, op 27 februari 1807. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

The Day Is Done

 

The day is done, and the darkness
Falls from the wings of Night,
As a feather is wafted downward
From an eagle in his flight.

I see the lights of the village
Gleam through the rain and the mist,
And a feeling of sadness comes o'er me
That my soul cannot resist:

A feeling of sadness and longing,
That is not akin to pain,
And resembles sorrow only
As the mist resembles the rain.

Come, read to me some poem,
Some simple and heartfelt lay,
That shall soothe this restless feeling,
And banish the thoughts of day.

Not from the grand old masters,
Not from the bards sublime,
Whose distant footsteps echo
Through the corridors of Time.

For, like strains of martial music,
Their mighty thoughts suggest
Life's endless toil and endeavor;
And to-night I long for rest.

Read from some humbler poet,
Whose songs gushed from his heart,
As showers from the clouds of summer,
Or tears from the eyelids start;

Who, through long days of labor,
And nights devoid of ease,
Still heard in his soul the music
Of wonderful melodies.

Such songs have power to quiet
The restless pulse of care,
And come like the benediction
That follows after prayer.

Then read from the treasured volume
The poem of thy choice,
And lend to the rhyme of the poet
The beauty of thy voice.

And the night shall be filled with music
And the cares, that infest the day,
Shall fold their tents, like the Arabs,
And as silently steal away.

 

 

 

 

 

longfellow
Henry Longfellow (27 februari 1807 - 24 maart 1882)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

 

Was alles braucht’s zum Paradies

 

Ein Warten ein Garten

eine Mauer darum

ein Tor mit viel Schloß und viel Riegel

ein Schwert eine Schneide aus Morgenlicht

ein Rauschen aus Blättern und Bächen

ein Flöten ein Harfen ein Zirpen

ein Schnauben (von lieblicher Art)

Arzeneien aus Balsam und Düften

viel Immergrün und Nimmerschwarz

kein Plagen Klagen Hoffen

kein Ja kein Nein kein Widerspruch

ein Freudenlaut

ein allerlei Wiegen und Wogen

das Spielzeug eine Acht aus Gold

ein Heute und kein Morgen

der Zeitvertreib das Wunder

das Testament aus warmem Schnee

wer kommt wer ginge wieder

Wir werden es erfragen.

 

 

 

Elisabeth-Borchers-2

Elisabeth Borchers (Homberg, 27 februari 1926)

 

 

 

De Franse schrijver en dichter Jules Lemaître werd geboren op 27 februari 1853 in Vennecy, Loiret. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

Uit: En marge des vieux livres

 

“Télémaque venait d'atteindre sa vingtième année. Ses parents songeaient à le marier ; mais il n'était pas facile de lui trouver une femme dans la contrée, car toutes les jeunes princesses de Zanthe, de Zacynthe et de Dulichios étaient soeurs ou cousines des prétendants tués par le magnanime Ulysse, et l'on craignait qu'elles ne se fissent prier pour entrer dans sa famille.

Ulysse, alors, se souvint de Nausicaa, et de sa grâce, et de son bon caractère. C'était aux parents de Nausicaa qu'il devait d'avoir revu sa patrie. «Même, dit-il, je me souviens que le roi Alcinoos, me croyant célibataire, souhaita que je devinsse son gendre. J'étais un peu mûr pour sa fille. Je suis néanmoins persuadé qu'elle m'eût accepté pour mari. A plus forte raison, mon cher fils, agréerait-elle en toi un autre moi-même, plus jeune, de poil plus nouveau, et plus plaisant à voir. Peut-être n'est-elle pas encore mariée. Si tu m'en crois, dès que les vents seront favorables, tu équiperas un navire et tu iras rendre visite au roi Alcinoos, dans l'île des Phéaciens.

- Volontiers», dit Télémaque.

Or, le même jour, un messager de Ménélas, roi de Sparte, débarqua dans le port d'Ithaque, vint trouver Ulysse avec des présents, et lui dit :

- Voici le message dont je suis chargé pour toi. Le roi Ménélas et sa femme Hélène ont gardé le meilleur souvenir de ton fils Télémaque. Ils doivent recevoir prochainement dans leur maison le roi et la reine de Phéacie, dont tu fus l'hôte, et leur fille Nausicaa. Si donc il plaisait à ton fils de retourner à Sparte, il y rencontrerait cette aimable enfant. Le roi Ménélas ne m'en a pas dit davantage; mais, si Télémaque accepte son invitation, il pourrait profiter du vaisseau qui m'a conduit ici.”

 

 

 

 

lemaitre
Jules Lemaître (27 februari 1853 – 5 augustus 1914)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Thomas Farrell werd geboren op 27 februari 1904 in Chicago.

 

De Amerikaanse (native, Kiowa) schrijver N(avarre) Scott Momaday werd geboren op 27 februari 1934 in Lawton, Oklahoma.

 
De Zwitserse schrijver Traugott Vogel werd op 27 februari 1894 als zoon van een groentehandelaar in Zürich geboren.

 

 

27-02-07

John Steinbeck, Lawrence Durrell, James T. Farrell, Henry Longfellow, N. Scott Momaday, Elisabeth Borchers, Jules Lemaître, Traugott Vogel


De Amerikaanse schrijver John Steinbeck werd geboren in Salinas, Californië, op 27 februari 1902. Steinbeck schreef in een naturalistische/realistische stijl, vaak over arme mensen uit de arbeidersklasse. Zijn werk The Grapes of Wrath (De druiven der gramschap) vertelt het verhaal van de Joads, een arme familie uit de Amerikaanse staat Oklahoma tijdens de "Dust Bowl", en hun reis naar, en hun problemen in de staat Californië.  East of Eden is waarschijnlijk het belangrijkste werk van Steinbeck  John Ernst Steinbeck is van gemengde komaf. De familie van zijn vader was van Duitse afkomst en die van zijn moeder kwam van Noord Ierland. John Steinbeck bracht zijn jeugd door in Monterey County in de Salinas Valley.

In 1919 studeerde hij af aan de hoge school van Salinas. Hij ging naar Stanford universiteit, waar hij mariene biologie studeerde. Maar hij maakte zijn studies niet af. In 1925 ging hij naar New York City, waar hij werkte als journalist voor ‘The American’, om schrijver te worden. Maar hij kon zijn werkstukken niet gepubliceerd krijgen, waardoor hij uiteindelijk terugkeerde naar Californië.

In Californië bleef hij schrijven en in 1929 werd zijn eerste boek gepubliceerd, Cup of GoldTortilla Flat (1935) was het keerpunt in Steinbecks carrière. Hiervoor ontving hij een gouden medaille voor beste debuut van een Californische schrijverskring. In 1962 volgde de ultieme bekroning voor zijn schrijverscarrière, hij ontving de Nobelprijs voor de literatuur.

 

Uit: The Grapes of Wrath

 

“Then, with time, the squatters were no longer squatters, but owners; and their children grew up and had children on the land.  And the hunger was gone from them, the feral hunger, the gnawing, tearing hunger for land, for water and earth and the good sky over it, for the green thrusting grass, for the swelling roots.  They had these things so completely that they did not know about them any more. They had no more the stomach-tearing lust for a rich acre and a shining blade to plow it, for seed and a windmill beating its wings in the air.  They arose in the dark no more to hear the sleepy birds’ first chittering, and the morning wind around the house while they waited for the first light to go out to the dear acres.  These things were lost, and crops were reckoned in dollars, and land was valued by principal plus interest, and crops were bought and sold before they were planted.  Then crop failure, drought, and flood were no longer little deaths within life, but simple losses of money.  And all their love was thinned with money, and all their fierceness dribbled away in interest until they were no longer farmers at all, buy little shopkeepers of crops, little manufacturers who must sell before they can make, Then those farmers who were not good shopkeepers lost their land to good shopkeepers.  No matter how clever, how loving a man might be with earth and growing things, he could not survive if he were not also a good shopkeeper.  And as time went on, the business men had the farms, and the farms grew larger, but there were fewer of them.

 

Now farming became industry, and the owners followed Rome, although they did not know it.  They imported slaves, although they did not call them slaves: Chinese, Japanese, Mexicans, Filipinos.  They ice on rice and beans, the business men said.  They don’t need much.  They couldn’t know what to do with good wages.  Why, look how they live.  Why, look what they eat.  And if they get funny--deport them.”

 

 

 

STEINBECK
John Steinbeck (27 februari 1902 - 20 december 1968)

 

De Britse schrijver Lawrence George Durrell werd geboren op 27 februari 1912 in jalandhar in India. Zijn opleiding kreeg hij in Engeland waar hij nooit echt gelukkig was. Hij noemde zich zelf dan ook liever cosmopoliet. Zijn beroemdste werk is de romantetralogie The Alexandria Quartet. Het eerste deel ervan, “Justine”, verscheen in 1957. Daarna volgden “Balthazar" (1958), "Mountolive" (1959) and "Clea" (1960). Het werk beschrijft de gebeurtenissen in het Alexandrië  van voor de Tweede Wereldoorlog.

 

Uit: Balthazar (1958)

 

"The desert," said Narouz. "By the way, will you ride out with me to the tents of Abu Kar to-morrow? I have been promised an Arab and I want to break it myself. It would make a pleasant excursion." Nessim was at once delighted at the prospect. "Yes" he said. "But early, " said Narouz, "and we can pass the olive plantation for you to see what progress we're making. Will you? Please do! . . . Oh, Nessim! I wish you stayed here. Your place is here."
          Nessim as always was beginning to wish the same. That night they dined in the old-fashioned way--so different from the impertinent luxury of Alexandrian forms--each taking his napkin from the table and proceeding to the yard for the elaborate handwashing ceremony. . . . At last, when sweetmeats and fruit had been served, they returned once more to where the waiting servants stood and washed their hands again.
          . . . Smoking materials had been set out . . . [H]e sat with his chin in his hand wondering how he could impart his news, . . . and whether he should be frank about his motives in choosing for a wife a woman who was of a different faith from his own [Justine is Jewish. Eds.]. The night was hot and still, and the scent of magnolia blossom came up to the balcony in little drifts and eddies of air which made the candles flutter and dance; he was gnawed by irresolution.
          . . . The little viol scribbled its complaints upon the text reaching back into their childhood. And now suddenly the singer burst into the passionate pilgrim song which expresses so marvellously the Moslem's longing for Mecca and his adoration of the Prophet--and the melody fluttered inside the brothers' hearts, imprisoned like a bird with beating wings. Narouz, though a Copt, was repeating "All-ah, All-ah! in a rapture of praise.
          . . . As he stood in the doorway, Nessim said impulsively: "Narouz--I've something to tell you. . . . But it will keep until to-morrow. We shall be alone, shan't we?" Narouz nodded and smiled. "The desert is such torture for them that I always send them back at the fringe, the servants."
          "Yes." Nessim well knew that Egyptians believe the desert to be an emptiness populated entirely by the spirits of demons and other grotesque visitants from Eblis, the Moslem Satan.
          Nessim slept and awoke to find his brother, fully dressed, standing beside his bed with coffee and cigarettes.”
          .          .

 

durrell
Lawrence Durrell (27 februari 1912 – 7 november 1990)

 

De Amerikaanse schrijver James Thomas Farrell werd geboren op 27 februari 1904 in Chicago. Hij bezocht de Mt. Carmel High School en studeerde daarna aan de universiteit van Chicago. Hij begon met schrijven toen hij 21 jaar was. Hij is bekend voor zijn realistische beschrijvingen van de Ierse werkende klasse in Chicago Zuid. Zijn werk is autobiografisch van aard. Zijn meest bekende werk is de trilogie Studs Lonigan. Deze werd in 1960 verfilmd en in 1979 volgde er nog een tv-serie.

 

Uit: Judgment Day (Studs Lonigan)

 

“Grim-faced men in working clothes and overalls with an interspersing of women in their ranks marched slowly along a high fence surrounding a factory in a mid-western town, watched by special deputies who stood at regularly-spaced intervals with clubs and truncheons ready. Above the geometrically patterned factory windows, two chimneys smoked.

 

"When non-striking workers attempted to relieve the day shift at this factory, they were attacked by strikers. And look at this for a sample of some real serious rioting," the announcer called in the same tone as if he were describing a heroic hundred-yard run on a college gridiron, and simultaneously with his words the screen presented men struggling and grappling, tugging, wrestling, raising a cloud of dust, and howling and cursing as they fought, groups coming together amidst flying bricks and swinging clubs, policemen breaking groups apart shagging overalled men from the factory gates with raised clubs. A fleeing man in overalls was clubbed by a policeman, and as he fell groggily forward, a special deputy smashed him on the shoulder with a truncheon. He lay face forward in the center of the picture, blood oozing from his head, and the struggling crowd surged over his body.

 

Guarded by policemen with drawn guns, a sick-faced, injured, bleeding group of strikers sat dazed in the dusty street, and one full-faced policeman turned to smile into the camera.

 

"Poor bastards," Pat mumbled.

 

"This unfortunate riot resulted in the injury of scores. Two strikers and one deputy were taken to a local hospital in a critical condition with their skulls fractured. Not the best form of sport, I'd say, and it is to be regretted that such altercations occur and to be hoped that they are not repeated."

 

 

Farrell
James T. Farrell (27 februari 1904 – 22 augustus 1979)

 

De Amerikaanse dichter Henry Wadsworth Longfellow werd geboren in Portland, Maine, op 27 februari 1807. Longfellow studeerde in Harvard. Hij werd bibliothecaris. Na een reis door Europa (1826-1829) werd hij de eerste hoogleraar in de moderne talen. In 1831 trouwde hij met Mary Storer Potter, die in 1835, tijdens een nieuwe reis door Europa, in Rotterdam overleed. Hij huwde later met Frances Appleton. In 1854 verliet hij Harvard om zich volledig aan het schrijven te wijden. Hij ontving in 1859 een eredoctoraat. In 1861 verloor hij zijn vrouw door een brand. Aan die gebeurtenis wijdde hij het nog steeds veel gelezen sonnet The Cross of Snow.

In zijn tijd was zijn poëzie buitengewoon populair, maar slechts een klein deel van zijn omvangrijke oeuvre wordt nog gelezen. Longfellow maakte ook vele vertalingen en heeft daardoor veel Europese poëzie voor Amerikanen toegankelijk gemaakt.

 

A DAY OF SUNSHINE.

 

O GIFT of God! O perfect day :
Whereon shall no man work, but play ;
Whereon it is enough for me,
Not to be doing, but to be!

 

Through every fibre of my brain,
Through every nerve, through every vein,
I feel the electric thrill, the touch
Of life, that seems almost too much.

 

I hear the wind among the trees
Playing celestial symphonies ;
I see the branches downward bent,
Like keys of some great instrument.

 

And over me unrolls on high
The splendid scenery of the sky,
Where through a sapphire sea the sun
Sails like a golden galleon.

 

Towards yonder cloud-land in the West,
Towards yonder Islands of the Blest,
Whose steep sierra far uplifts
Its craggy summits white with drifts.

 

Blow, winds ! and waft through all the rooms
The snow-flakes of the cherry-blooms !
Blow, winds ! and bend within my reach
The fiery blossoms of the peach !

 

O Life and Love ! O happy throng
Of thoughts, whose only speech is song !
O heart of man ! canst thou not be
Blithe as the air is, and as free ?

 

 

 

Longfellow
Henry Longfellow (27 februari 1807 - 24 maart 1882)

 

De Amerikaanse (native, Kiowa) schrijver N(avarre) Scott Momaday werd geboren op 27 februari 1934 in Lawton, Oklahoma. Hij was de zoon van de schrijver Natachee Scott Momaday en de schilderes Al Momaday. Zijn roman House Made of Dawn betekende de doorbraak van de “native” literatuur in de mainstream literatuur. Momaday kreeg er de Pulitzer Prize for Fiction voor in 1969.

 

Uit: House Made of Dawn

 

"The Kiowas are a summer people; they abide the cold and keep to themselves, but when the season turns and the land becomes warm and vital they cannot hold still; an old love of going returns upon them. The old people have a fine sense of pageantry and a wonderful notion of decorum. The aged visitors who came to my grandmother's house when I was a child were men of immense character, full of wisdom and disdain. They dealt in a kind of infallible quiet and gave but one face away; it was enough. They were made of lean and leather, and they bore themselves upright. They wore great black hats and bright ample shirts that shook in the wind. They rubbed fat upon their hair and wound their braids with strips of colored cloth. Some of them painted their faces and carried the scars of old and cherished enmities. They were an old council of war lords, come to remind and be reminded of who they were...”

 

 

Momady
N. Scott Momaday (Lawton, 27 februari 1934)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Tijdens de oorlog verbleef zij bij haar grootouders in de Elzas. Van 1945 tot 1954 werkte Borchers als tolk voor de Franse bezettingsmacht. Van 1958 tot 1960 verbleef zij in de VS.  Van 1960 tot 1971 was zij lector voor de uitgeverij Luchterhand, daarna voor Suhrkamp en de Insel Verlag. Naast gedichten schreef zij ook talrijke kinderboeken.

 

April           

 

Es komnmt eine Zeit

mit Regen

mit Hagel

mit Schnee.

Mit Wind, der um die Ecke stürzt,

der nimmt dem Mann den Hut vom Kopf.

Ei, ruft der Mann, wo ist mein Hut?

Ei, ruft der Hut, wo ist mein Mann?

Und ist schon ganz weit oben.

Der Hahn auf goldner Kirchturmspitz,

der denkt:

Ich seh nicht recht.

Ein Hut ganz ohne Mann.

Ein Hut, der auch noch fliegen kann

und hat doch keine Flügel an.

Der Mann steht klein und dunkel da.

Der Wind ist längst vorbei.

 

 

September                 

 

Es kommt eine Zeit

da hat die Sonne

alle Arbeit getan

die Äpfel sind rot

die Birnen sind gelb

und die Marktfrauen rufen

Pflaumen schöne Pflaumen

 

Es kommt eine Zeit

da wird die Sonne müde

und immer kleiner

 

So klein wie eine Orange

die nach Afrika zurückrollt

wie ein Taler

der von einer Hand zu andern wandert

wie der Knopf

vom Matrosenkleid

 

So klein wird die Sonne, daß der Himmel sie nicht mehr halten kann

 

Sie rollt übers Dach

rollt hintern Berg

jetzt kann sie keiner mehr sehen

 

 

BORCHERS
Elisabeth Borchers (Homberg, 27 februari 1926)

 

De Franse schrijver en dichter Jules Lemaître werd geboren op 27 februari 1853 in Vennecy, Loiret. Hij schreef verhalen, komedies, gedichten, kritieken en levensbeschrijvingen. In 1895 werd hij lid van de Académie française. 1899–1904 Was hij oprichter en president van de Ligue de la Patrie française.

 

Uit: Chateaubriand

 

« Chateaubriand! Quelles images fait surgir aussitôt ce nom sonore? Une magnifique série d'attitudes et de costumes. Un enfant rêveur, dans les bruyères, autour d'un vieux château... Un jeune officier français chez les Peaux-Rouges, parmi des sauvagesses charmantes, dans la forêt vierge... Un livre qui fait rouvrir les églises et sortir les processions... Le clair de lune, la cime indéterminée des forêts, l'odeur d'ambre des crocodiles... Un écrivain jaloux de la gloire de Napoléon... Un royaliste qui sert le roi avec la plus dédaigneuse fidélité... Un vieillard sourd près du fauteuil d'une vieille dame, belle et aveugle... Un tombeau dans les rochers sur la mer...

Quoi encore? Il avait la plus belle tête du monde, et dont on ne conçoit les cheveux que fouettés par le vent. Il a su exprimer avec des mots plus de sensations qu'on n'avait fait avant lui. Il est l'homme qui a «renouvelé l'imagination française» (Faguet). Il est le père du romantisme et de presque toute la littérature du dix-neuvième siècle. Et il est l'inventeur d'une nouvelle façon d'être triste. »

 

 

 

Lemaitre
Jules Lemaître (27 februari 1853 – 5 augustus 1914)

 

De Zwitserse schrijver Traugott Vogel werd op 27 februari 1894 als zoon van een groentehandelaar in Zürich geboren. Na korte studies aan diverse universiteiten koos hij voor het beroep van leraar. Geïnspireerd door zijn beroep begon Vogel aan het begin van de jaren twintig jeugdboeken te schrijven. Maar zijn omvangrijke literaire bestaat  tevens uit romans, verhalen, hoorspelen entheaterstukken. Hij zette zich in voor het behoud van het dialect en stimuleerde en begeleidde jonge schrijvers.

Uit: Die Diebskirche 

„Aber mit einem Male reckte sie sich und spähte gegen den Eingang, der hinter den Geräten als abendliche Helligkeit zu erkennen war. Sie hielt den Zeigfinger gegen ihre schmalen, faltigen Lippen und sprach etwas ohne Laut: eine Warnung. Und schon zog sie mich in ein Versteck hinter Leitern und Wagenrädern, wo wir uns niederduckten und warteten.
Marco war vom Tale heimgekommen. Er stieg über Lumpen und Latten und blieb vor einer Sparkirche stehen. Zu beiden Seiten hielt er je ein grosses, vierpfündiges Brot unter den Arm geklemmt, und jeder Laib war tief angeknabbert: Das Weisse leuchtete wie eine Wunde in der dunklen Rinde.
Er warf die Brote hin und begann in seiner Tasche zu wühlen.
Ich konnte ihn zwischen den Speichen des Rades hindurch beobachten, sah aber nur einige schattenhafte Gebärden, nicht den Ausdruck seines Gesichtes, und stellte mir das Glühen seiner katzenhaft grünen Augen vor. Die Nacht kam aus den Winkeln unserer seltsamen, verwunschenen Bergkapelle gekrochen, und draussen war wohl der Abendhimmel am Erlöschen.
Ich begriff, dass es dem Burschen darum ging, den Ertrag des Tages auf diesem versteckten Altar abzuliefern. Zunächst war es wohl das Geldstück, das er als mein Träger verdient hatte, und das er nun in den Kirchturm einwarf. Ich hörte ein schabendes Geräusch, dann das Auffallen der Münze – und gleichzeitig schlug ein dünnes Glöcklein an. Bim, tönte es, wie zum Dank.
Er hielt still und lauschte dem silbernen Tönchen nach. Natalie neben mir presste ihre Fäuste gegen die Zähne. Sie schnaufte heftig. Hatte sie das Klingeln zu hören vermocht? Kaum.“

Vogel
Traugott Vogel
(27 februari 1894 – 31 januari 1975)

Boekomslag (Geen foto beschikbaar)