05-09-17

250 jaar August Wilhelm Schlegel, Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Margaretha Ferguson, Ward S. Just, Heimito von Doderer, Rachid Boudjedra, Peter Winnen

 

De Duitse literatuurcriticus, dichter, schrijver en verrtaler August Wilhelm Schlegel werd geboren in Hannover op 5 september 1767. Dat is vandaag precies 250 jaar geleden. Zie ook alle tags voor August Wilhelm Schlegel op dit blog

 

Zueignung des Trauerspiels Romeo und Julia

Nimm dieß Gedicht, gewebt aus Lieb' und Leiden,
Und drück' es sanft an deine zarte Brust.
Was dich erschüttert, regt sich in uns beiden,
Was du nicht sagst, es ist mir doch bewußt.
Unglücklich Paar! und dennoch zu beneiden;
Sie kannten ja des Daseins höchste Lust.
Laß süß und bitter denn uns Thränen mischen,
Und mit dem Thau der Treuen Grab erfrischen.

Den Sterblichen ward nur ein flüchtig Leben:
Dieß flücht'ge Leben, welch ein matter Traum!
Sie tappen, auch bei ihrem kühnsten Streben,
Im dunkel hin, und kennen selbst sich kaum.
Das Schicksal mag sie drücken oder heben:
Wo findet ein unendlich Sehnen Raum?
Nur Liebe kann den Erdenstaub beflügeln,
Nur sie allein der Himmel Thor entsiegeln.

Und ach! sie selbst, die Königin der Seelen,
Wie oft erfährt sie des Geschickes Neid!
Manch liebend Paar zu trennen und zu quälen
Ist Haß und Stolz verschworen und bereit.
Sie müßen schlau die Augenblicke stehlen,
Und wachsam lauschen in der Trunkenheit,
Und, wie auf wilder Well' in Ungewittern,
Vor Todesangst und Götterwonne zittern.

Doch der Gefahr kann Zagheit nur erliegen,
Der Liebe Muth erschwillt, je mehr sie droht.
Sich innig fest an den Geliebten schmiegen,
Sonst kennt sie keine Zuflucht in der Noth.
Entschloßen sterben, oder glücklich siegen
Ist ihr das erste, heiligste Gebot.
Sie fühlt, vereint, noch frei sich in den Ketten,
Und schaudert nicht bei Todten sich zu betten.

Ach! schlimmer droh'n ihr lächelnde Gefahren,
Wenn sie des Zufalls Tücken überwand.
Vergänglichkeit muß jede Blüth' erfahren:
Hat aller Blüthen Blüthe mehr Bestand?
Die wie durch Zauber fest geschlungen waren,
Löst Glück und Ruh und Zeit mit leiser Hand,
Und, jedem fremden Widerstand entronnen,
Ertränkt sich Lieb' im Becher eigner Wonnen.

Viel seliger, wenn seine schönste Habe
Das Herz mit sich in's Land der Schatten reißt,
Wenn dem Befreier Tod zur Opfergabe
Der süße Kelch, noch kaum gekostet, fleußt.
Ein Tempel wird aus der Geliebten Grabe,
Der schimmernd ihren heil'gen Bund umschleußt.
Sie sterben, doch im letzten Athemzuge
Entschwingt die Liebe sich zu höherm Fluge.

Dieß mildert dir die gern erregte Trauer,
Die Dichtung führt uns in uns selbst zurück.
Wie fühlen beid' in freudig stillem Schauer,
Wir sagen es mit schnell begriffnem Blick:
Wie unsers Werths ist unsers Bundes Dauer,
Ein schön Geheimniß sichert unser Glück.
Was auch die ferne Zukunft mag verschleiern,
Wir werden stets der Liebe Jugend feiern.

 

 
August Wilhelm Schlegel (5 september 1767 — 12 mei 1845)
Portret door Johann Friedrich August Tischbein, rond 1800

Lees meer...

05-09-16

Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer, Rachid Boudjedra, Peter Winnen

 

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957.Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

Uit:In Babylon (Vertaald door Stacey Knecht)

“The last time I ever saw Uncle Herman, he was lying on a king-size bed in the finest room at the Hotel Memphis, in the company of six people: the hotel manager, a doctor, two police officers with crackling walkie-talkies, a girl who couldn't have been more than eighteen, and me. The manager conferred with the policemen about how the matter might be settled as discreetly as possible, the doctor stood at the foot of the bed regarding my uncle with a look of mild disgust, and I did nothing. It was just past midnight and Herman lay stretched out, his white body sinewy and taut, on that crumpled white catafalque. He was naked and dead.
He had sent up for a woman. She had arrived, and less than an hour later his life was over. When I got there the young hooker, a small blond thing with crimped hair and childishly painted lips, sat hunched in one of the two white leather chairs next to the ubiquitous hotel writing table. She stared at the carpet, mumbling softly. Uncle Herman lay on his back on the big bed, his pubic hair still glistening with ... all right, with the juices of love, a condom rolled halfway down his wrinkled sex like a misplaced clown's nose. His pale, old man's body, the tanned face with the shock of grey hair and the large, slightly hooked nose evoked the image of a warrior fallen in battle and laid in state, here, on this dishevelled altar.
I stood in that room and thought of what Zeno, with a touch of bitterness in his voice, had once said, long ago, that you could plot family histories on a graph, as a line that rippled up and down, up and down, up and down; people madetheir fortune, their offspring benefited from that fortune, the third generation squandered it all, and the family returned to the bottom of the curve and began working its way back up. An endless cycle of profit and loss, wealth and poverty, rise and fall. Except for the history of our family, Zeno had said, that was a whole other thing. Our family history could best be compared to a railway timetable: one person left, and while he was on his way, another returned, and while he was busy arriving, others were setting out on a new journey. 'Normal families stay in the same place for centuries,' said Zeno. 'If they do ever leave it's a major historical event. In our family it would be a historical event if, even after just half a generation, we associated suitcases with a holiday instead of a new life.'

 

 
Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

Lees meer...

05-10-15

In Memoriam Jos Vandeloo

 

In Memoriam Jos Vandeloo

 

De Vlaamse auteur Jos Vandeloo is op 90-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn familie bekend gemaakt. Jos Vandeloo werd geboren op 5 september 1925 in Zonhoven, Belgisch-Limburg. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en eveneens alle tags voor Jos Vandeloo op dit blog.

Uit: De vijand

Het regent nog altijd. Net als op die dag, nu zes weken geleden, juist voor de Amerikanen kwamen.
Daarom moet ik altijd aan de vijand denken, omdat  het die dag zonder ophouden bleef regenen.
Maar wie is tenslotte de vijand? Iedereen is de vijand en niemand is de vijand.
Ik geloof dat vrienden en vijanden aan dezelfde tafel  zitten, soms op dezelfde stoel.
Misschien zijn wij onze eigen vijand?
Toen regende het ook, net als nu. Is het een toeval dat het vandaag ook regent zonder ophouden?”
(…)

“Misschien komt er een nieuwe zondvloed en wordt alles langzaam en geleidelijk één groot moeras, dat alles opslokt, de huizen en de mensen, de tanks, de bomen, de tent, en Bea en mij en de soldaten en Karl, vooral Karl.”
(…)

“We hadden een bijzonder scherp zicht in de duisternis. Onze zintuigen waren gescherpt door de omstandigheden waarin wij leefden, door het dierlijke waarmee wij dagelijks te maken hadden, de dood, de grond, het stro, de duisternis, de honger, de angst. Wij waren aan tal van dingen gewoon geraakt, wij hadden ons voortreffelijk aan de moeilijke omstandigheden aangepast. Zoals onze voorouders."

 

 
Jos Vandeloo (5 september 1925 - 5 oktober 2015)
 

22:09 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, jos vandeloo, romenu |  Facebook |

05-09-15

Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer

 

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957.Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

Uit: Dis

'En wat, mijnheer de Jood van Assen, zijn we hier aan het doen?'
'Vragen. Vragen,' zei de marskramer. 'We zijn hier, omdat het hier is begonnen.'
'Wat is hier begonnen?'
'Eigenlijk alles,' zei de Jood van Assen.
Noach zuchtte zo diep dat zijn metgezel er van leek te schrikken.
'Ik ben de man,' begon de marskramer te reciteren, 'ik ben de man die ellende gezien heeft door de roede Zijner verbolgenheid. Hij heeft mij geleid en gevoerd in de duisternis, en niet in het licht. Hij heeft Zich immers tegen mij gewend, Hij heeft Zijn hand den gansen dag veranderd. Hij heeft mijn vlees en mijn huid oud gemaakt, Hij heeft mijn beenderen gebroken. Hij heeft tegen mij gebouwd, en Hij heeft mij met galle en moeite omringd. Hij heeft mij gezet in duistere plaatsen, als degenen, die over lang dood zijn.'
'Oh mijn god! Kom mij niet met Klaagliederen drie aan, Jood van Assen. Bij iedereen, maar niet bij mij.'
De marskramer mompelde iets.
'Nee!' riep Noach. 'Ik zeg niet dat ik het alleenrecht heb op Klaagliederen drie, of een of twee, of vier of vijf. Integendeel. Ik zeg: bij mij werkt het niet.'
De marskramer boog zijn hoofd.
'Wat is hier begonnen?'
'Het is een lang verhaal,' zei de marskramer.
(...)

'Jood van Assen, besta jij echt of ...'
Het mannetje glimlachte. 'Oh ja. In het hier en het nu en het straks en het toen.' Een frons rimpelde over zijn gezicht. 'Hoewel ik niet zo goed weet of dit straks is of toen. Of misschien wel nu.'

 

 
Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

Lees meer...

05-09-14

Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer, Christoph Wieland, Peter Winnen

 

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957.Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

Uit: De hele wereld

“Tot mijn dertigste was mijn geheugen zo slecht dat de enige herinnering aan mijn vroege jeugd bestond uit het beeld van een wapperend gordijn voor een slaapkamerraam, het licht daarachter, de stem van mijn grootmoeder die opsteeg uit de keuken aan de binnenplaats en een flard muziek uit de transistorradio die door het raam met de bollende gordijnen naar binnen zweefde: ‘Let me tell you about the birds and the bees and the flowers and the trees and the moon up above and a thing called love...’ Ik wist welk huis het was – dat van de ouders van mijn moeder, op de dijk aan de haven van het Twente-Rijnkanaal –, ik wist dat ik mij in de grote slaapkamer bevond en dat liedje kende ik ook.
Waarom was dit het enige uit mijn gebrekkige geheugen wat niet gewekt hoefde te worden? Waarom was die herinnering er eigenlijk altijd geweest, als een ‘toen’ dat nooit was versteend, maar, integendeel, een bijna levend onderdeel van mijn ‘nu’ was, een plek waar ik altijd en zonder moeite heen kon gaan?
Toen en nu, hier en daar, waarom viel alles in die ene herinnering samen?
Ik wilde destijds op een plek geraken waar bruikbaar materiaal lag opgeslagen. Ik schreef een roman over een personage met een complete herinnering, dat lééfde in herinnering, voor wie tijd niet een stroom was met richting en snelheid, maar een gelaagdheid, eerder een plek dan een beweging, iemand wiens herinnering levend was in een nu dat soms werd opgeheven door het toen (of beter: daar). Maar ik had geen idee hoe ik mijn eigen geheugen kon verkennen, hoe dat werkte. Op een dag besloot ik in mijn herinnering te gaan wandelen, de omgeving te verkennen, dat gebied in te trekken, dat uit tijd en plaats bestond en waar ik, als mijn idee werkte, de tijd kon terugvinden als de plek waar zich alles afspeelde.”

 

 
Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

Lees meer...

05-09-13

Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Peter Winnen, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer

 

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

 

Uit: Louteringsberg.

 

“Becky was vijf toen we hier kwamen wonen. Het liep tegen het einde van de jaren tachtig en hoewel onze verhuizing naar een afgelegen huis op een heuvel te midden van uitgestrekte bossen het begin van iets nieuws betekende, was het tegelijkertijd een afsluiting.
Het huis had bijna tien jaar leeggestaan. Tijdens de bezichtiging had de makelaar, een kettingrokende vvd’er in blazer en grijze flanellen pantalon, ons druipend van scepsis rondgeleid in wat een halve ruïne leek. Op het dak lagen zeilen tegen het inregenen, er waren deuren weg, de trap was een wrak en overal hing de gronderige geur van schimmel en nat hout. We volgden de makelaar door de vertrekken, helemaal naar boven, waar het middengedeelte van de kap op de vloer van de zolder was gestort en de lichtblauwe lentelucht door de kieren van de dekzeilen zichtbaar was.
‘Van wie is het?’ vroeg ik, toen we weer beneden waren, in wat ooit een salon moest zijn geweest, maar door de laatste eigenaar blijkbaar als bibliotheek was gebruikt.
‘Een Amerikaan,’ zei de makelaar met tegenzin.
Ik keek hem vragend aan, maar hij leek er niet veel voor te voelen om het onderwerp diepgaander te behandelen.
‘En hij is...?’
‘...terug naar Amerika.’
We liepen naar buiten, waar onze auto’s tegen de bosrand stonden te wachten, zijn groene Jaguar en mijn oude rode Volvo station.
‘De vraagprijs is te hoog,’ zei ik. ‘Ik zal een bod uitbrengen.’ De makelaar meesmuilde.
‘Luister eens,’ zei ik. ‘Voor iemand die hier een aardige courtage aan over kan houden ben je niet erg enthousiast.’

 

 

 

Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

Lees meer...

05-09-12

Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Peter Winnen, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer

 

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

 

Uit: In Babylon (Vertaald door Stacey Knecht)

 

The last time I ever saw Uncle Herman, he was lying on a king-size bed in the finest room at the Hotel Memphis, in the company of six people: the hotel manager, a doctor, two police officers with crackling walkie-talkies, a girl who couldn't have been more than eighteen, and me. The manager conferred with the policemen about how the matter might be settled as discreetly as possible, the doctor stood at the foot of the bed regarding my uncle with a look of mild disgust, and I did nothing. It was just past midnight and Herman lay stretched out, his white body sinewy and taut, on that crumpled white catafalque. He was naked and dead.
He had sent up for a woman. She had arrived, and less than an hour later his life was over. When I got there the young hooker, a small blond thing with crimped hair and childishly painted lips, sat hunched in one of the two white leather chairs next to the ubiquitous hotel writing table. She stared at the carpet, mumbling softly. Uncle Herman lay on his back on the big bed, his pubic hair still glistening with ... all right, with the juices of love, a condom rolled halfway down his wrinkled sex like a misplaced clown's nose. His pale, old man's body, the tanned face with the shock of grey hair and the large, slightly hooked nose evoked the image of a warrior fallen in battle and laid in state, here, on this dishevelled altar.

I stood in that room and thought of what Zeno, with a touch of bitterness in his voice, had once said, long ago, that you could plot family histories on a graph, as a line that rippled up and down, up and down, up and down; people madetheir fortune, their offspring benefited from that fortune, the third generation squandered it all, and the family returned to the bottom of the curve and began working its way back up.”

 

 

Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

Lees meer...

05-09-11

Jos Vandeloo, Peter Winnen, Heimito von Doderer, Margaretha Ferguson, Goffredo Mameli

 

De Belgische schrijver Jos Vandeloo werd geboren op 5 september 1925 in Zonhoven, Belgisch-Limburg. Zie ook mijn blog van 5 september 2006  Zie ook mijn blog van 5 september 2008. en ook mijn blog van 5 september 2009 en ook mijn blog van 5 september 2010.

 

Uit: De vijand

 

Je voelt dat het nu stilaan naar zijn einde loopt. Er is alleen maar een penode van windstilte in het strijdgewoel. Weldra zal het geweld weer losbarsten. Vliegtuigen zullen laag en onheilspellend over de velden scheren, soldaten zullen angstig wegkruipen onder hun helmen, ales zal weer vol geraas zijn en vervuld van dood en verschrikking. Het is een eindeloze, helse herhaling van afschuwelijke gebeurtenissen, van dorp tot dorp, in de steden even haperend aan de puinhopen en dan weer naar voren springend over de grenzen heen. Ik blijf nog wat rondhangen en ga dan weer naar beneden.
'Voorzichtig,' zegt Paps vaderlijk, 'de ladder is erg glibberig.' Dat wist ik al maar het doet me goed, dat hij het nog eens speciaal zegt. Ik zal Karl nog even gaan groeten in de tent, dat zal hem zeker plezier doen. Misschien wandelt Bea met me terug naar huis, dan kan ik onderweg nog wat met haar praten. Als ik beneden kom, "zuigen mijn schoenen zich dadelijk vast in de modderen als ik voortstap laten ze telkens met een flappend geluid weer los. Ik ga naar de tent en trek het zeil opzij voor de ingang. Het is er donker. Een klad licht valt naar binnen en ik hoor Karl Ontstemd vloeken. Ik zie het meisje Bea op het veldbed. Haar schoenen liggen op de grond. Er liggen ook nog andere kledingstukken. De regenjas van haar moeder en de kap en nog meer. Haar rok is opgeschort. Ze heeft een heeft witte huid. Karl hangt gebogen over haar heen met zijn mager, ongezond lichaam. Haar buik is een zeldzame witte schelp, hij moet zeer zacht zijn, van fluweel. En hij is vooral zeer blank. Een glanzende vlek in het halve duister.
Karl maakt een boos gebaar omdat ik zo plots en onverwacht in de opening van de tent sta. Bea wendt het hoofd af. Ik laat het zeil voor de opening vallen. Het is een bliksemschicht geweest, een weerlicht, één ondeelbaar ogenblik. De onsplitsbare kern van de tijd. Nu is het binnen weer donker. Ik heb nog net gezien hoe Karl op haar neerstreek. Behoedzaam en geruisloos als een grote vogel. Buiten regent het nog altijd. Het verbaast me een beetje, dat het nog altijd regent. zo lang. zo zonder ophouden.”

 

 


Jos Vandeloo (Zonhoven, 5 september 1925)

Portret door Ann de Bode, 2006

Lees meer...

07-09-10

Marcel Möring, Herman Koch, Rachid Boudjedra, Christoph Wieland, Jos Vandeloo, Peter Winnen, Heimito von Doderer, Margaretha Ferguson, Goffredo Mameli

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 5e september mijn blog bij seniorennet.be 

  

Marcel Möring, Herman Koch, Rachid Boudjedra, Christoph Wieland

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 5e september ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag.  

 

Jos Vandeloo, Peter Winnen, Heimito von Doderer, Margaretha Ferguson, Goffredo Mameli

05-09-09

Jos Vandeloo, Peter Winnen, Heimito von Doderer, Margaretha Ferguson, Goffredo Mameli


De Belgische schrijver Jos Vandeloo werd geboren op 5 september 1925 in Zonhoven, Belgisch-Limburg. Zie ook mijn blog van 5 september 2006

 

Uit: De Engelse les

 

„Hij stond op en deed een paar stappen naar een openstaande dubbele zijdeur, die toegang verleende tot een tweede, veel bredere gang. Midden inde ruimte stond een knalgele eend geparkeerd. Een lelijke deuk in het linkerspatbord, Aan de straatkant was er een zware deur, eensoort poort, die als inrit voor de geïmproviseerde garage fungeerde. Buiten de onopvallende kleine auto was er werkelijk niet veel te zien in deze hoge, holle ruimte, ja, een paar oude olievlekken van de auto op de plavuizen, dat was alles. Wel kon je helemaal achteraan iets waarnemen van een totaal verwilderde tuin. Een Eden vol riet en varens, afgezoomd door een brokkelige muur, die iets weg had van een stoer overblijfsel van een Romeinse vesting. Al jarenlang had stellig geen mens meer een voet gezet in dit oerwoud. Alles was overwoekerd door brandnetels, takken en bloemrijk onkruid, een overdadige jungleachtige flora, zo maar midden inde stad.“

 

 

 

 

Vandeloo
Jos Vandeloo (Zonhoven, 5 september 1925)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Peter Winnen werd geboren op 5 september 1957 in Ysselsteyn. Zie ook mijn blog van 5 september 2006.

  

Uit:  Cultural Club (Column)

“Ik schrijf dit stukje op een hotelkamer van het Ethio Star hotel in Bahir Dar (spreek uit: Bai’dar). De zon schijnt, als ik over de rand van de laptop loer zie ik het bruine Tana meer. Op verzoek van mijn gastheer, de directeur van de Ethiopische wielerbond, heb ik de kamer vooraf geïnspecteerd en goed bevonden. Wat kan mij het nou schelen dat de gordijnen er telkens afvallen, dat het muskietennet gaten vertoont, het toilet spaarzaam spoelt en het afvoerputje van de douche verstopt zit. Ik heb andere dingen aan mijn hoofd. Als ik over een week terug vlieg naar Addis Abeba hoop ik de 25 wielrenners van dit land achter te laten met juist voldoende vaardigheden- tools worden ze in bepaalde kringen genoemd- om zichzelf naar een iets hoger plan te tillen.
.Er is een enorme behoefte aan kennis hier, zoveel is me intussen duidelijk. Net als aan geld, een geoliede infrastructuur en deugdelijk materiaal. De nationale wielerbond heeft een soort Rabo- wielerplan in gedachten, dat de sport vanaf dikke banden- tot Olympisch niveau bedient. Heeft het al jaren geduurd voordat er in Nederland een dergelijk plan tot uitvoer kwam, in Ethiopië zal men nog meer geduld moeten hebben. Hier zijn grote banken noch grote ondernemingen. Maar iets zal hier van grond komen, ik voel het aan mijn water. De grote lange afstand atleten hebben de vluchtroute uit perspectiefloosheid gebaand. Sport als methode tot zelfverheffing, het is een bekend verhaal, zelfs Europees verhaal.“

 

 

 

 

Peter_Winnen
Peter Winnen (Ysselsteyn, 5 september 1957)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Carl Heimito von Doderer werd geboren op 5 september 1896 in Weidlingau, Oostenrijk. Zie ook mijn blog van 5 september 2006.

  

Uit: Das Geheimnis des Reichs

 

„Dort außen Sonne und das Hinausgewürfel der Massen, die, mit zahllosen Geräuschen menschlicher Verrichtungen vermischt, gegen den Horizont regellos enteilen – nach herinnen zu aber, von irgendwo an beginnend, bin es dann ich selbst mit der Verschlossenheit und dem Purpur meines Innern.

Du schaust; was soll das alles. Ich lebe körperlich seit zweiunddreißig Jahren. Alles ist in mir eine einzige Qual und war nie anders. Sie leben. Er schaut. Du bist müde. In Ruhe betrachtet ist es – nichts.

Du gehst, und wir treffen uns. Dein Gesicht steht heran gegen mich, ein Jahr, einen Tag. Jeder Tag zerfällt in die Teile, die er gewinnt. Der Wind geht, man sieht ihn nicht, jetzt trifft er auf meine Wange, die ihn fühlt, oder auf Gebüsch, das rauscht. Einmal in diesem, einmal in jenem Zustande – und jeder ist stärker als die Übersicht über beide. – Süß, im Grauen des sinkenden Abends, vom äußersten Ende der Landschaft her, wo die Lichter zucken, die Flötenstimmen aufziehender Träume. Da setzt das Gras der Steppe an, läuft aus bis zu fernen Rändern mit dunklen Waldstreifen; gehäufelt drüben das Dorf mit Herden. Der braune Boden dürr, die Kuppen der Hügel spitz und fremd.

Die Waldberge heben sich. Der Himmel ist blau. Pferde werden an die Karren gespannt, der Stamm will mit all seinen Herden wieder wandern. Sprache mit trocken klappernden Lauten des fernen, gedehnten Ostens. In die strähnigen Mähnen der kleinen, zähen Pferde greift der Wind, der vom andern Himmelsrand her kommt, wo die Steppe mit ihren braunen Hügeln zu wandern beginnt, weit und tief in sich selbst hinein, von wo aus man auch keine Waldberge mehr sieht: da ist dieses Volk erst recht heimisch.

Die hölzerne Pflugschar in der Hand östlicher Völker, vom in die Fremde verschlagenen deutschen Bauer heimatstolz und mitleidig belächelt – und die Nöte der Schulzeit, denen das spätere

Leben so ähnlich ist; jene war in ein oder zwei Zimmern gefangen und dann weiterhin kreiselt das in Zimmern, Gassen, Menschenkreisen: nah steht ein Park, nah hängt mein Rock über der Stuhllehne.

Der Jüngling erzittert, denn die Geliebte ist ihm schon in den innersten Ring der Nähe getreten, so daß sie, riesengroß für das Auge, als Winziges doch den Horizont deckt: so auch Zorn oder Angst, als Winziges, oder die Kohlenrechnung, als Winziges.“

 

 

 

 

VonDoderer
Heimito von Doderer (5 september 1896 – 23 december 1966)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Margaretha Ferguson wered geboren op 5 september 1920 in Arnhem. Zie ook mijn blog van 5 september 2006.  

 

Uit: Angst op Java

 

“Aan mijn tafeltje voel ik mij niet alleen zoals ik mij in een nederlands restaurant alleen voel, uitgestoten, buitengehouden door onbarmhartig gladgeschuurd en van ondoordringbare lagen voorzien hout, of plastic, of formica. Hier is alles toegankelijk, het laat zich strelen, dat rotan, af en toe kronkelt een losgeraakt krulletje tegen je huid op. - In Indonesie raakt alles je aan. Geuren, geluiden, smaken - het komt op je af, soms ondraaglijk.”

 

 

 

Feruson
Margaretha Ferguson (5 september 1920 -  8 mei 1992)

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en patriot Goffredo Mameli werd geboren op 5 september 1827 in Genua.

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 5 september 2008.

 

05-09-08

Marcel Möring, Herman Koch, Christoph Wieland, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer, Peter Winnen, Jos Vandeloo, Goffredo Mameli


De Nederlandse schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Daar bezocht hij de Montessorischool. Eind jaren zestig verhuisde zijn familie naar Assen. Hij studeerde twee jaar MO-Nederlands, maar brak deze studie af, omdat hij zich toe wilde leggen op het schrijven. Hij had allerlei baantjes, onder meer als redacteur Theater en Beeldende Kunst bij de Drents-Groningse Persbladen.

Mörings boeken zijn in vertaling verschenen in meer dan vijftien landen. Voor het korte verhaal 'East Bergholt', vertaald door Stacey Knecht en gepubliceerd in 'The Paris Review' ontving hij als eerste niet Engelstalige schrijver de Aga Khan Prize. Zijn nieuwste en tot nu toe dikste roman, Dis, verscheen in november 2006 bij De Bezige Bij. Möring woont in Rotterdam en was een van de eerste Nederlandse schrijvers met een eigen website. Gedurende het studiejaar 2007-2008 is Möring 'schrijver op locatie' aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, een functie waarin hij Abdelkader Benali opvolgt.

 

Uit: Modelvliegen

 

“Ik verplaatste mij naar de juiste pit en braadde de koteletjes á point, zoals ik het geleerd had uit de vele kookboeken die ik de afgelopen jaren had gelezen. Ik was enigszins nerveus – de keuken was vreemd, de apparatuur anders en ik had nog nooit lamskoteletten gebraden – maar ik rekende erop dat mijn inlevingsvermogen mij zou helpen. Ik kon een gerecht analyseren door het te proeven, k kon koken zonder af te meten en ik kon elk gerecht aan als ik maar ten minste één keer een recept had gelezen dat iets soortgelijks beschreef. Het was geen talent, zoals Coe eerder tegen mijn vader had gezegd. Het was inlevingsvermogen, verbeelding, of misschien ook wel een talent, maar dan het talent om zoiets organisch en chaotisch als koken te abstraheren. Toen ik klaar was ging het bord de deur uit en liet Coe een hand op mijn schouder rusten. Zijn ronde gezicht weerspiegelde in het glimmende metaal van de achterwand van de kachel. De wenkbrauwen, die als rupsen boven de zwarte ogen leken te kronkelen, en de donkere baard gaven hem het uiterlijk van een smulgrage benedictijn. Hij begon de kok toe te spreken over wat hij smaaknivellering noemde, dat gerechten alleen nog maar een soort algemene oppervlaktesmaak hadden, maar niet meer in delen uiteen konden vallen. ‘Nederlandse koks,’ zei hij, ‘zijn bang om ons te laten proeven waaruit een gerecht is samengesteld. Als ik haas eet wil ik haas, wijn, tijm en bosuitjes proeven en niet de kruidenpot van restaurant x.’
De ober kwam de keuken weer in. Hij zag eruit als een grafdelver.
‘En?’ vroeg de man in pak.
‘Hij vroeg waar we in godsnaam mee bezig zijn .’
Ik merkte ineens hoe warm het in de keuken was.
‘Hoezo?’ zei de kok.
‘Hij zei: “Is dit een test dat ik eerst die tranige tinnef krijg voorgezet en daarna het juiste gerecht?”’

 

 

 

 

Moring
Marcel Möring
(Enschede, 5 september 1957)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en acteur Herman Koch werd geboren in Arnhem op 5 september 1953. Hij verhuisde met zijn ouders al op zijn tweede naar Amsterdam. Hij zat daar later op het Montessori Lyceum, maar werd van school gestuurd. Toch begon Koch daarna aan een studie. Hij studeerde drie maanden Russisch, en koppelde aan deze studie ook reizen. Zo werkte hij een jaar op een boerderij in Finland. Koch is bekend als acteur, voornamelijk van de televisieserie Jiskefet, maar is ook schrijver en columnist van de Volkskrant. In 2005 schreef hij het dictee voor het Groot Dictee der Nederlandse Taal.

 

Werk o.a. : De voorbijganger, verhalen (1985), Red ons, Maria Montanelli (1989), Eindelijk oorlog (1996), Denken aan Bruce Kennedy (2005)

 

 

Uit: Red ons, Maria Montanelli

 

"Midden in die zinderende distelwoestijn bleef hij plotseling doodstil staan, stak zijn vinger in de lucht en zei: ‘Hoor, dat is het grauwgebekte geelstaartje! Die is vroeg dit jaar. Vorig jaar juni had ik er nog geen een gehoord…’ Het bonte schreeuwkoetje, de gevlekte spekduiven, de klaaglijke roep van het lulmannetje, hij had ze allemaal uit zijn hoofd geleerd. ’s Nachts in bed droomde ik over de windbuks waarmee ik al zijn gevederde vrienden voor zijn ogen uit de lucht naar beneden zou schieten. Ik heb niets tegen vogels, maar ik hoef echt niet te weten hoe je ze bij hun naam moet noemen, en van planten zal het me helemaal een zorg zijn. Volgens mij zien die zogenaamde natuurliefhebbers gewoon nooit eens iets in zijn totaal, als een encyclopedie bladeren ze van de ene plant naar de andere, ze zien alleen de dingen vlak voor hun neus, ze zijn doodsbang om eens een keer helemaal tot aan de horizon te kijken."

 

 

 

 

Koch
Herman Koch (Arnhem, 5 september 1953)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christoph Martin Wieland werd geboren in Oberholzheim op 5 september 1733. Zie ook mijn blog van 5 september 2007.

 

Uit: Geschichte der Abderiten

 

“Das Altertum der Stadt Abdera in Thracien verliert sich in der fabelhaften Heldenzeit. Auch kann es uns sehr gleichgültig sein, ob sie ihren Namen von Abdera, einer Schwester des berüchtigten Diomedes, Königs der Bistonischen Thracier, - welcher ein so großer Liebhaber von Pferden war, und deren so viele hielt, daß er und sein Land endlich von seinen Pferden aufgefressen wurde Paläphatus in seinem Buche von Unglaublichen Dingen erklärt auf diese Weise die Fabel, daß dieser Fürst seine Pferde mit Menschenfleisch gefüttert habe, und ihnen endlich selbst von Herkules zur Speise vorgeworfen worden sei. , - oder von Abderus, einem Stallmeister dieses Königs, oder von einem andern Abderus, der ein Liebling des Herkules gewesen sein soll, empfangen habe.

Abdera war, einige Jahrhunderte nach ihrer ersten Gründung, vor Alter wieder zusammen gefallen: als Timesius von Klazomene, um die Zeit der einunddreißigsten Olympiade, es unternahm, sie wieder aufzubauen. Die wilden Thracier, welche keine Städte in ihrer Nachbarschaft aufkommen lassen wollten, ließen ihm nicht Zeit, die Früchte seiner Arbeit zu genießen. Sie trieben ihn wieder fort, und Abdera blieb unbewohnt und unvollendet, bis (ungefähr um das Ende der neunundfunfzigsten Olympiade) die Einwohner der Ionischen Stadt Teos - weil sie keine Lust hatten, sich dem Eroberer Cyrus zu unterwerfen - zu Schiffe gingen, nach Thracien segelten, und, da sie in einer der fruchtbarsten Gegenden desselben dieses Abdera schon gebauet fanden, sich dessen als einer verlassenen und niemanden zugehörigen Sache bemächtigten, auch sich darin gegen die Thracischen Barbaren so gut behaupteten, daß sie und ihre Nachkommen von nun an Abderiten hießen, und einen kleinen Freistaat ausmachten, der (wie die meisten Griechischen Städte) ein zweideutiges Mittelding von Demokratie und Aristokratie war, und regiert wurde - wie kleine und große Republiken von jeher regiert worden sind.

 

 

 

 

 

wieland2
Christoph Wieland (5 september 1733 - 20 januari 1813)

 

 

 

 

 

De Belgische schrijver Jos Vandeloo werd geboren op 5 september 1925 in Zonhoven, Belgisch-Limburg. Zie ook mijn blog van 5 september 2006.

 

Uit: De coladrinkers

 

“Misschien is de liefdesdaad, waar dit op uitdraait, een vlucht in de vergetelheid, zoals drank en droque, een poging om zich te verheffen naar toppen, die men normaal nooit kan bereiken. Een hoogte waarvan je kan neerkijken naar het kleine beneden. Zo klein is het geworden dat je niets of niemand meer onderscheiden kan, het bestaat dus niet mee, en dat schenkt een verlossend gevoel van bevrediging.”

 

 

 

 

Vandeloo
Jos Vandeloo
(Zonhoven, 5 september 1925)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Peter Winnen werd geboren op 5 september 1957 in Ysselsteyn. Zie ook mijn blog van 5 september 2006.

 

Uit: Ik ben wel aan een Leffe toe

 

Ik heb mijn kantoor maar verplaatst. Mijn laptop staat op een de leestafel in de kantine van de Verkadefabriek in Den Bosch. Bij het raam zit ik, het licht trekt weg uit de mensen en de dingen. “Oued Za” staat in grote rode letters geschilderd op een paneel boven een winkeletalage. Wat zou dat betekenen? Ik gok op iets als “Proef de zon”, want op het etalageraam staat in kleinere rode letters: “Tropische Levensmiddelen Markt”. Ik heb de indruk dat de mensen van Den Bosch niet voor de tropische smaken gaan. De winkel is donker, geen tropische vrucht te bekennen in de vitrine. Er stopt een bestelautootje, “A. Kente & Zoon, kantoorartikelen”, een tekst die op me een vreemde manier gelukkig maakt.
Iemand vertelde me dat de tegeltjes op de vloer authentieke Verkadefabriektegeltjes zijn. Een Pool is maanden bezig geweest ze schoon te schuren voordat ze opnieuw gelegd werden. Ik zit op historische bodem. Bovenop het sociale lief en leed van de productielijn.
Wat een gelul, kom eens to the point,makker!
Nog één dag tot de première. Ik ben een beetje leeg. Twee weken lang bezig geweest uit te leggen waar het stuk over gaat. Vroeg in de middag gesproken in de Varacamera van “Het Leven Draait Door”. Waar het stuk over gaat? Ik heb eigenlijk geen idee meer. Toen ik het schreef wist ik het nog. Gisteren wist ik het ook nog. Nu kan ik weinig meer zeggen dan: het is wat het is, en het is goed als het is, kom maar gewoon kijken, als de liefde waarmee Drie Ons het gemaakt heeft maar gezien wordt.”

 

 

 

 

Winnen
Peter Winnen (Ysselsteyn, 5 september 1957)

 

 

 

 

 

Franz Carl Heimito von Doderer werd geboren op 5 september 1896 in Weidlingau, Oostenrijk. Zie ook mijn blog van 5 september 2006.

 

Uit: Die Bresche

 

In dieser Erzählung treten vorzüglich drei Figuren auf um den Leser zu unterhalten so gut es ihnen gelingt: erstens die Magdalena Güllich (Güllich ist Nebensache; aber „Magdalena“, dieser

sanfte Name paßt; ihr ergeht es auch am schlechtesten) ferner der junge Herr Herzka (der die ärgsten Bocksprünge macht), die dritte Figur aber ist ein berühmter Mann, nämlich „kein Geringerer“ als S. A. Slobedeff, der russische Tondichter, der jungverstorbene,

herrlichen Angedenkens, am meisten wohl als Autor der „Abenteuerlichen Symphonie“ bekannt, zu seinen Lebzeiten auch als Träger des sonderbaren Beinamens „Fräulein Sascha“ zu dem

er offenbar durch seine äußere Erscheinung gekommen war. Von ihm braucht weiter nichts vorausgeschickt zu werden; die Personalien der Güllich und des Herzka aber sind diese: die Güllich war Inhaberin eines Ladens, in dem sie Karten für Konzerte, Theater u. dgl. verkaufte, überdies Rennprogramme, Sportzeitschriften und was sonst da herein gehört; es hieß „Kartenbüro Güllich“ und ging recht gut. Die Güllich saß dort schön und sanften

Gesichts hinter dem Ladentisch. Sie mochte im 28. Jahr sein und war unverheiratet. – Herzka (dieser hieß mit dem Taufnamen Jan) war nicht viel jünger als sie und stand zu ihr seit

längstem in wohlgeregelten Beziehungen, die ungetrübt fortliefen, aus dem einfachen Grunde weil beide Teile in Geldsachen voneinander unabhängig waren; es konnte also zwischen ihnen

nicht einmal zu einem ernsthaften und sachlichen Gespräch kommen, welcher Umstand die beste Friedensgewähr bot: blieben somit nur die empfindsamen Reibungsflächen, etwa daß sie dann und wann behauptete er „käme nur zu ihr um seine Gelüste zu befriedigen“, was sogleich von ihm in der zärtlichsten Weise bestritten und widerlegt wurde etc. etc. – Herzka selbst war aus der Gehschule und Umhegung einer wohlhabenden Bürgersfamilie ge- machsam in ein ziemlich regelmäßiges Leben der Pflichterfüllung und in den geldschweren Umgang seiner Gesellschaftsschichte hineingewachsen, konnte auch schwerlich mehr aus diesem Geleise

kommen, als Inhaber und Leiter des vom Vater ererbten Geschäftshauses: welche frühe Gewichtigkeit der Lebensstellung in Jan gewisse Grundlinien graviert hatte, deren er sich zwar

nicht klar bewußt war, die ihn aber umso nachhaltiger bestimmten, wenn es darauf ankam: Genauigkeit, Peinlichkeit und Vorsicht, beinahe Ängstlichkeit . . .

 

 

 

 

doderer
Heimito von Doderer (5 september 1896 – 23 december 1966)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse prozaschrijfster Margaretha Ferguson wered geboren op 5 september 1920 in Arnhem. Zie ook mijn blog van 5 september 2006.

 

Uit: Nu wonen daar andere mensen. Terug op Java

 

"Het klinkt misschien plat - maar ik voel me zo verscheurd. Ik wil niet zijn wie ik ben; niet joods, niet rooms, niet Hollands, niet Indisch - alles alleen maar gedeeltelijk. (…) Nergens voel ik mij werkelijk thuis. Ik ben een wortelloos persoon: nooit geworteld geweest. Thuis bij mijn ouders niet; in Indië niet; in Indonesië niet - overal waren kloven, afstanden." Dat zei de romancière en journaliste Margaretha Ferguson tegen Ischa Meijer in een interview voor Vrij Nederland in 1985. Ontworteld zijn, het klonk haast als een verontschuldiging voor een verscheurd leven. Maar wie haar geschiedenis kent, die ze voor een groot deel heeft opgetekend in boeken en columns, zal verbaasd de wenkbrauwen optrekken. Hoe kan dat, zo wankelend zijn en zulke uitgesproken opinies hebben?

"Het is zes uur in de ochtend. Om half twaalf gisteravond kwam het vliegtuig in Jakarta aan. Met mijn als altijd te omvangrijke en te onhandige bagage perste ik me door een smal gangetje, met moeite opengelaten door dicht opeen gedrukte afhalers en toeschouwers. We bevonden ons in een warme, ietwat benauwde maar ook kruidige geur. Ik stapte in een taxi. Met het pasar-Maleis uit mijn koloniale jeugd (…) kan ik me goed verstaanbaar maken. Ben ik al eerder in Indonesië geweest? vraagt de taxichauffeur onder de rit (wat is het hier stil en donker, de wegen zijn breed, hee, is dit niet het Waterlooplein?) ontwaar ik in die grote schaduw niet de vertrouwde vorm van de kathedraal?)
'Ja,'zeg ik, 'ik heb hier achttien jaar gewoond. Ik ben als meisje van negen jaar gekomen, en gebleven tot na het Jappenkamp. Tijdens de internering is mijn dochter geboren, in de Indonesische kliniek Budi Kemuliaän, bestaat die nog?' Ja, die bestaat nog."

 

 

 

 

Ferguson
Margaretha Ferguson (5 september 1920 -  8 mei 1992)

 

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en patriot Goffredo Mameli werd geboren op 5 september 1827 in Genua. Hij is een belangrijke vertegenwoordiger van het Risorgimento (Wedergeboorte), maar is vooral bekend gebleven als schrijver van Il Canto degli Italiani (Het lied van de Italianen). Il Canto degli Italiani is het Italiaanse nationale volkslied. Onder de Italianen staat het bekend als Inno di Mameli (Mameli's Hymne). Soms wordt er ook naar gerefereerd onder de naam Fratelli d'Italia (Broeders van Italië). De tekst werd geschreven in de herfst van 1847 in Genua, door de toen 20-jarige student Mameli, in een klimaat waarin het volk in opstand was voor de eenmaking en de onafhankelijkheid van Italië. Deze opstanden gingen vooraf aan de Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog tegen Oostenrijk.Twee maanden later werd de tekst op muziek gezet in Turijn door Michele Novaro.

 

Fratelli d'Italia, (fragment)

 

Fratelli d'Italia,
l'Italia s'è desta,
dell'elmo di Scipio
s'è cinta la testa.
Dov'è la vittoria?
Le porga la chioma,
ché schiava di Roma
Iddio la creò.

 

Stringiamci a coorte,
siam pronti alla morte,
l'Italia chiamò.

 

Noi siamo da secoli
calpesti, derisi,
perché non siam popolo,
perché siam divisi.
Raccolgaci un'unica
bandiera, una speme:
di fonderci insieme
già l'ora sonò.

 

 

 

Nederlandse vertaling

 

Broeders van Italië

 

Broeders van Italië,
Italië is opgestaan.
Met de helm van Scipio
het hoofd getooid
Waar is de overwinning?
Laat haar buigen;
Want als slaaf van Rome
is zij door God geschapen.

 

Sluit de rijen,
Wij zijn tot de dood bereid.
Italië roept.

 

Wij werden voor eeuwen
verschopt en vernederd,
Omdat wij geen volk waren,
Omdat wij verdeeld waren;
Laat ons samenkomen
onder één vaandel en één hoop;
Het uur onzer eenheid;
heeft reeds geslagen.

 

 

 

 

 

Mameli
Goffredo Mameli (5 september 1827 - 7 juli 1849)

 

 

 

05-09-07

Christoph Wieland, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer, Peter Winnen, Jos Vandeloo


De Duitse dichter en schrijver Christoph Martin Wieland werd geboren in Oberholzheim op 5 september 1733. Wieland werd streng piëtistisch opgevoed; hij leerde Latijn en ging in 1747 op internaat in Magdeburg. In 1749 verbleef hij een jaar in Erfurt, maar hij keerde in 1750 naar Zwaben terug, alwaar hij zich met zijn nicht, Sophie Gutermann, verloofde. Dit zou hem er voor het eerst toe hebben aangezet, gedichten te schrijven. Vervolgens studeerde hij nog twee jaar recht in Tübingen: tijdens die periode begon hij een grote productiviteit aan de dag te leggen. Hij schreef epen en oden, veelal in hexameters, duidelijk door de Messias van Klopstock beïnvloed. Deze gedichten wekten de interesse van Johann Jakob Bodmer: in 1752 nodigde Bodmer Wieland bij hem in Zürich uit. Rond 1760 kwam een drastische ommekeer in de opvattingen van Wieland, niet in het minst doordat hij geïnteresseerd raakte in de roman en de 'lichte' kunstvormen van het Rococo. Vanaf 1762 begon hij de stukken van Shakespeare naar het Duits te vertalen. In 1774 publiceerde hij, in afleveringen, de satire Die Abderiten, eine sehr wahrscheinliche Geschichte, die pas in 1780 voltooid was en in 1781 compleet gepubliceerd werd. Het is een ironische schildering van de antieke stadsstaat Abder, een provinciaal, kleinburgerlijk en geborneerd staatje, dat bevolkt wordt door dwaze, lichtgelovige mensen die hun eigen domheid niet inzien. De receptie van Wieland is sinds de Romantiek zeer slecht geweest. Pas na de WO II is zijn ironische gave gerehabiliteerd; men begrijpt hem nu als een belangrijk, pan-Europees exponent van een stroming waartoe ook Sterne behoorde en als de enige Duitse Rococo-auteur van betekenis.

 

Uit: Das Hexameron von Rosenhain

 

“Ein junger Mann, der, statt seines wahren Namens, einstweilen von Falkenberg heißen mag, wurde auf einer Reise nach W. durch einen Zufall in dem kleinen Marktflecken Erlebach aufgehalten. Glücklicherweise für ihn traf sich's, daß der jährliche Markt, der eben an diesem Tage gehalten wurde, dem unbedeutenden Orte eine ziemliche Lebhaftigkeit gab, zumal die schöne Jahreszeit und das günstigste Wetter eine Menge Personen allerlei Standes und Gewerbes aus der ganzen Gegend herbeigezogen hatte. Falkenberg liebte diese Art von Volksfesten, wo ihm, unter allen Rollen, so dabei gespielt werden, die des bloßen Zuschauers die unterhaltendste deuchte. Er befand sich gerade in der heitern Unbefangenheit und Leerheit, worin man bereit ist, sich, wie Tristram Shandy, sogar mit einem Esel in ein Gespräch einzulassen oder den Bewegungen einer Schnecke zuzusehen. In dieser Stimmung war er eine gute Weile von einer Bude zur andern herumgeschlendert und hatte die Bemerkungen, wozu ihm das Glücksrad, der Marktschreier, der Marmottenjunge und die um sie her schwärmenden Volksgruppen Gelegenheit gaben, ziemlich bald erschöpft, als er in der Tür eines Kramladens eine junge Frauensperson gewahr wurde, deren Gestalt und Gesichtsbildung einen so auffallenden Abstich von den Gestalten und Gesichtern des sich hinzudrängenden Gesindels machte, daß er dem Verlangen nicht widerstehen konnte, sich näher mit ihr bekannt zu machen. Ihrem sehr einfachen Anzug nach, und weil er sie mit vieler Munterkeit beschäftigt sah, allerlei Waren, die ihr in Päckchen und Schachteln herabgelangt wurden, auf den Ladentisch auszulegen, glaubte er nicht zu irren, wenn er sie, trotz ihrer vornehmen Miene und der Grazie, die alle ihre Bewegungen begleitete, für die Eigentümerin des Kramladens ansah. Er näherte sich dem Tisch, und nachdem er sie, ohne Zutun seines Willens, mit mehr Ehrerbietung gegrüßt hatte, als eine Person ihres Standes von seinesgleichen erwarten konnte, wollte er die Bekanntschaft damit anfangen, daß er sich durch Einkauf einiger ihm sehr überflüssiger Artikel in Gunst bei ihr setzte, und erkundigte sich, im Ton eines Käufers, der nicht lange zu feilschen gesonnen ist, nach dem Preise.”

 

 

 

wieland
Christoph Wieland (5 september 1733 - 20 januari 1813)

 

Zie voor onderstaande schrijvers mijn blog van 5 september 2006.

De Belgische schrijver Jos Vandeloo werd geboren op 5 september 1925 in Zonhoven, Belgisch-Limburg.

De Nederlandse schrijver Peter Winnen werd geboren op 5 september 1957 in Ysselsteyn.

 

Franz Carl Heimito von Doderer werd geboren op 5 september 1896 in Weidlingau, Oostenrijk.

 

De Nederlandse prozaschrijfster Margaretha Ferguson wered geboren op 5 september 1920 in Arnhem.