19-08-17

Marion Pauw, John Dryden, Samuel Richardson, Jerzy Andrzejewski, James Gould Cozzens, Claude Gauvreau, Inigo de Mendoza

 

De Nederlandse schrijfster Marion Pauw werd geboren in Tasmanië op 19 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Marion Pauw op dit blog.

Uit: Grijs gebied

Vanuit een raam ergens in het midden, op tweehoog, vulde de lucht zich met kleur. Groene, gele, blauwe en paarse vlekjes die samen een bonte mengeling vormden. Het duurde even voordat Albert doorhad wat hij zag: tientallen felgekleurde vogels die naar buiten kwamen gevlogen, als in een Alfred Hitchcock-film. Luid krijsend bleven ze ter hoogte van het raam rondfladderen, alsof ze er nog niet aan toe waren om afscheid te nemen. Opeens schoten ze met z’n allen in een schuine lijn naar boven. Gefixeerd bleef Albert naar de vogels staren, bevroren in het moment. Pas toen ze achter de volgende flat waren verdwenen, besefte hij dat hij al die tijd was vergeten te ademen.
(...)

‘Er komen hier zoveel klanten, weet u. Veel vogelliefhebbers. Vogels zijn mijn specialiteit. mensen komen hier van heinde en verre voor mijn sierduiven, kanaries, parkieten, dwergpapegaaien, fazantjes, vinken, kwarteltjes…’
‘Ja, stop maar,’ zei Albert. ‘Maar misschien kunt u even nadenken over een bepaalde klant die hier gisteren is geweest. Zelf nogal een vreemde vogel, als u woordgrappen kunt waarderen.’
‘U bent niet de eerste die die grap maakt,’ zei de man verveeld."

 

 
Marion Pauw (Tasmanië, 19 augustus 1973)

Lees meer...

19-08-16

Jonathan Coe, Li-Young Lee, Frederik Lucien De Laere, Louis Th. Lehmann, Ogden Nash, Frank McCourt, John Dryden

 

De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Jonathan Coe op dit blog.

Uit:Number 11

“The round tower soared up, black and glistening, against the slate grey of a late-October sky. As Rachel and her brother walked towards it across the moor, from the east, it was framed by two leafless, skeletal ash trees. It was the hour before dusk on a windless afternoon. When they reached the trees, they would be able to rest on the bench that stood between them, and look back towards Beverley in the near distance, the neat clusters of houses and, rising up in the midst of them, the monumental, answering greyish-cream towers of the Minster.
Nicholas flopped down on the bench. Rachel – then only six years old, eight years his junior – did not join him: she was impatient to run up towards the black tower, to get close to it. She left her brother to his rest and scurried onwards, squelching her way through the cow-trodden mud that surrounded the foot of the tower until she was right up against it, and could lay her hands upon the gleaming black brickwork. The flat of both hands upon the tower, she looked upwards and could not comprehend the size and scale of it, the perfect, lucid curve as it arched itself, like a sway back, against a threatening sky through which a pair of rooks were now skimming, cawing and circling endlessly.
'What did it use to be?' she asked.
Nicholas had joined her now. He shrugged. 'Dunno. Some kind of windmill, maybe.'
'Do you think we could get inside?'
'It's all bricked up.'
There was a circular wooden bench running all around the base of the tower, and when Nicholas sat there, Rachel sat beside him and stared up into his pale, unresponsive blue eyes, which for all their coldness only made her feel how lucky she was, how blessed, to have an older brother like this, so handsome and confident. She hoped that one day her hair would be as blonde as his, her mouth as shapely, her skin as downy and clear. She nestled against his shoulder, as close as she dared. She didn't want to be a drag upon him, didn't want him to become too aware that, in this strange and unfamiliar town, he was the only thing that made her feel safe.
'You cold or something?' he asked, looking down at her.
'A bit.' She inched away slightly. 'Will it be warm where they are, d'you think?'
'Course it will. There'd be no point going on holiday somewhere where it's cold, would there?'
'I wish they'd taken us with them,' said Rachel feelingly.
'Well, they didn't. So that’s that.'

 


Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

Bewaren

Lees meer...

19-08-15

Jonathan Coe, Li-Young Lee, Louis Th. Lehmann, Ogden Nash, Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, John Dryden

 

De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Jonathan Coe op dit blog.

Uit: Rain Before It Falls

“Let me see, now. The caravan itself is half-obscured, in this picture, by overhanging trees. It had been placed, for some reason, in one of the most remote corners of the grounds, and left there for many years. This photograph captures it just as I remember it: eerie, neglected, the woodwork starting to rot and the metalwork corroding into rust. It was tiny, as this image confirms. The shape, I think, is referred to as “teardrop”: that is to say, the rear end is rounded, describing a small, elegant curve, while the front seems to have been chopped off, and is entirely flat. It’s a curious shape: in effect, the caravan looks as though it is only half there. The trees hanging over its roof and trailing fingers down the walls are some kind of birch, I believe. The caravan had been placed on the outskirts of a wood: in fact the dividing line between this wood–presumably common land–and the furthest reaches of Uncle Owen’s property was difficult to determine. A more modern caravan might have had a picture window at the front; this one, I see, had only two small windows, very high up, and a similar window at the side. No surprise, then, that it was always dark inside. The door was solid and dark, and made of wood, like the whole of the bottom half of the caravan–even the towbar. That’s an odd feature, isn’t it?–but I’m sure that I am right. It rested on four wooden legs, and always sat closer to the ground than it should have done, because both the tyres were flat. The windows were filthy, too, and the whole thing gave the appearance of having been abandoned and fallen into irreversible decay. But to a child, of course, that simply made it all the more attractive. I can only imagine that Ivy and Owen had bought it many years ago–in the 1920s, perhaps, when they were first married–and had stopped using it as soon as they had children. Inside there were only two bunks, so it would have been quite useless for family holidays.
How many weeks was it, I wonder, before Beatrix and I set up camp there together? Or was it only a matter of days? They say that split seconds and aeons become interchangeable when you experience intense emotion, and after my arrival at Warden Farm I was soon feeling a sense of loneliness and homesickness which I find it impossible to describe. I was beside myself with unhappiness.”

 

 
Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

Lees meer...

19-08-14

Louis Th. Lehmann, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Ogden Nash, Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, John Dryden

 

De Nederlandse schrijver, dichter en vertaler Louis Th. Lehmann werd geboren op 19 augustus 1920 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Louis Th. Lehmann op dit blog.

 

Vogels

Zeevaarders wilden altijd vogels
Sumeriërs brachten naar de kaden
van Ur de pauwen van de Indus.

Zeevaarders willen altijd vogels;
dodo's groter dan pingewijnen,
de bonte vogels, pootloos vliegend,
die men nooit zien zal voor hun doodval,
en papegaaien, papegaaien,
het vlagvertoon van verre landen.

Al stelden vogels soms teleur;
de vogels van Virginia,
de whippoorwills en de kalkoenen,

liefst zou men thuisgevaren zijn
met rijen vogels op de raas,
geen alken, meeuwen, albatrossen;
de wachters van het eigen graf,
maar warme vogels van de wal.

 

 

Een gracht, waar eend en waterhoen

Een gracht, waar eend en waterhoen
voortdurend watertrappen
om voort te gaan, niet om te drijven
zoals de watervreemde mens.

Als zij vooruitgaan
maken zij een dubbelspoor
van kleine kolken,
en boegwater als de verticale
doorsnee van een pannendak,
negentig graden omgeklapt.

 

 

 
Louis Th. Lehmann (19 augustus 1920 – 23 december 2012)
Portret door Paul Citroen, 1949

Lees meer...

19-08-13

Louis Th. Lehmann, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Ogden Nash, Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, John Dryden

 

De Nederlandse schrijver, dichter en vertaler Louis Th. Lehmann werd geboren op 19 augustus 1920 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Louis Th. Lehmann op dit blog.

 

 

De zin van het leven en zo

 

Als aan de minimum eis:
onsterfelijkheid, eeuwige jeugd
zonder lichamelijke of geestelijke ongemakken
voldaan is,
zouden we er eens over kunnen praten
of het de moeite waard is
je ergens voor in te spannen.

 

 

 

Small Talk

 

Als verzen nog geen verzen zijn,
maar woorden in mijn hoofd,
dan lijken ze heel even fijn,
net iets dat wat belooft.

Ik word, als soms met een roman,
nieuwsgierig en haast blij.
Maar als ze op papier staan, dan
is dat gevoel voorbij.

En dus vergeet ik ze ook gauw,
kijk ik er nog eens naar,
dan denk ik: Hé schreef ik dat nou?
Wat handig, en wat raar.

 

 

 

 

Louis Th. Lehmann (19 augustus 1920 – 23 december 2012)

Lees meer...

19-08-11

Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, John Dryden, Samuel Richardson, Jerzy Andrzejewski, James Gould Cozzens, Claude Gauvreau, Inigo de Mendoza

 

De Iers-Amerikaanse schrijver Frank McCourt werd geboren op 19 augustus 1930 in New York. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frank McCourt op dit blog.

 

Uit: Angela's Ashes

 

She spat twice on my head.
Grandma, will you please stop spitting on my head.
If you have anything to say, shut up. A little spit won't kill you. Come on, we'll be late for the Mass.
We ran to the church. My mother panted along behind with Michael in her arms. We arrived at the church just in time to see the last of the boys leaving the altar rail where the priest stood with the chalice and the host, glaring at me. Then he placed on my tongue the wafer, the body and blood of Jesus. At last, at last.
It's on my tongue. I draw it back.
It stuck.
I had God glued to the roof of my mouth. I could hear the master's voice, Don't let that host touch your teeth for if you bite God in two you'll roast in hell for eternity. I tried to get God down with my tongue but the priest hissed at me, Stop that clucking and get back to your seat. God was good. He melted and I swallowed Him and now, at last, I was a member of the True Church, an official sinner.
When the Mass ended there they were at the door of the church, my mother with Michael in her arms, my grandmother. They each hugged me to their bosoms. They each told me it was the happiest day of my life. They each cried all over my head and after my grandmother's contribution that morning my head was a swamp.
Mam, can I go now and make The Collection?
She said, After you have a little breakfast.
No, said Grandma. You're not making no collection till you have a proper First Communion breakfast at my house. Come on.
We followed her. She banged pots and rattled pans and complained that the whole world expected her to be at their beck and call. I ate the egg, I ate the sausage, and when I reached for more sugar for my tea she slapped my hand away”.

 

 

 

Frank McCourt (19 augustus 1930 – 19 juli 2009)

Lees meer...

19-08-10

90 Jaar Louis Th. Lehmann, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Ogden Nash, Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, Jerzy Andrzejewski, James Gould Cozzens, John Dryden, Samuel Richardson, Claude Gauvreau, Inigo de Mendoza

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 19e augustus mijn blog bij seniorennet.be

  

90 Jaar Louis Th. Lehmann, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Ogden Nash

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 19e augustus ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag  

 

Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, Jerzy Andrzejewski, James Gould Cozzens

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 19e augustus ook bij seniorennet.be mijn eerste blog van vandaag. 

 

John Dryden, Samuel Richardson, Claude Gauvreau, Inigo de Mendoza

 

90 Jaar Louis Th. Lehmann, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Ogden Nash, Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, Jerzy Andrzejewski, James Gould Cozzens, John Dryden, Samuel Richardson, Claude Gauvreau, Inigo de Mendoza

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 19e augustus mijn blog bij seniorennet.be

  

90 Jaar Louis Th. Lehmann, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Ogden Nash

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 19e augustus ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag  

 

Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, Jerzy Andrzejewski, James Gould Cozzens

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 19e augustus ook bij seniorennet.be mijn eerste blog van vandaag. 

 

John Dryden, Samuel Richardson, Claude Gauvreau, Inigo de Mendoza

 

19-08-09

Frederik Lucien De Laere, Louis Th. Lehmann, John Dryden,Samuel Richardson, Claude Gauvreau, Jerzy Andrzejewski, Inigo de Mendoza


De Vlaamse dichter Frederik Lucien De Laere werd geboren in Brugge op 19 augustus 1971. Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 19 augustus 2008.

 

 

 

ZIEKENBEZOEK

Zij verzamelen zich
rond de zieke als vliegen.

In welk stadium zij ook zijn  
(dat van larve of volwassen dier),
zij willen het einde van haar lijden zien,
of beter: haar lijden tot het einde.

Tot hun consternatie
verschijnt op haar mond
een onverwachte glimlach.
Waarvoor zij vluchten
als vampieren voor een kruis.

Alleen ik blijf bij haar achter
in huis
waar ik haar troost met de woorden:
inderdaad moeder,
wie voor het laatst lacht
lacht het best.

 

 

 

 

DELAERE
Frederik Lucien De Laere
(Brugge, 19 augustus 1971)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en vertaler Louis Th. Lehmann, werd geboren op 19 augustus 1920 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

 

Uit: Antwoord op Vlaamse blaam en Stuivelings huivering

 

Zo bereikte ons dan de reactie van een kampioen slechtverstaander, en wel een Nederlander. Het is de heer Stuiveling, die blijkbaar een huivering kreeg bij de gedachte, dat mogelijkerwijs een teergevoelig Vlaming pijnlijk aangedaan zou worden. Volgens zijn schrijven hebben wij beweerd, dat het Vlaams een taal is, ‘geleerd uit een speciale, zij het zeer subtiele grammatica voor krompraten’. In ons artikel stond echter woordelijk: ‘zelfs bij schrijvers als Elsschot en Van Nijlen heeft nog altijd het gevoel, dat hun taal geleerd is uit een speciale, zij het zeer subtiele grammatica voor krompraten’. Dit is geen waarde-oordeel maar wijst er op dat deze schrijvers naar ons inzien in hun taalgebruik het Nederlands het dichtst benaderen. Als wij er nu bijzeggen, dat wij deze beide auteurs zeer bewonderen, zal men misschien gaan geloven, dat wij dit doen, omdat zij zo braaf hun best doen Nederlands te schrijven. Ons antwoord is dan: ‘geenszins, Elsschot en Van Nijlen hebben wel wat beters te doen; wat zij schrijven rechtvaardigt zich te allen tijde, ook al schreven zij een van die Vlaamse dialecten die men eerst moet leren.’ Het ‘zuivere Nederlands’ laten wij gaarne den schoolmeesters als prooi of ideaal.

Wat was nu het geval. Wij bespraken de indruk van onwezenlijkheid, die vele Belgische zaken op vele Nederlanders maken. Als persoonlijke voorbeelden willen wij hier geven de achterstevens van Belgische binnenschepen, de fantastische taarten die er op sommige plaatsen voor huizen doorgaan en de brede, vierkante tramwagens. Maar meer dan deze persoonlijke indrukken treft toch de taal van het Vlaamse deel van België, die voor een Nederlander vreemder is dan enige andere taal ter wereld. En dit is niet moeilijk te verklaren. Wij lezen Vlaams als Nederlands en juist daarom denken wij er automatisch het Nederlands naast, zodat het steeds lijkt alsof de auteur ‘er naast’ is. Bij meer afwijkende talen, die men leren moet bestaat dit parallel denken niet. Het lijkt ons echter onvermijdelijk zolang men of Vlaams of Nederlands tot moedertaal heeft.“

 

 

 

 

Lehmann
Louis Th. Lehmann (Rotterdam, 19 augustus 1920)

 

 

 

 

 

De Engels toneelschrijver, dichter en criticus John Dryden werd geboren op 19 augustus 1631.

 

 

One Happy Moment

 

NO, no, poor suff'ring Heart, no Change endeavour,

Choose to sustain the smart, rather than leave her;

My ravish'd eyes behold such charms about her,

I can die with her, but not live without her:

One tender Sigh of hers to see me languish,

Will more than pay the price of my past anguish:

Beware, O cruel Fair, how you smile on me,

'Twas a kind look of yours that has undone me.

 

Love has in store for me one happy minute,

And She will end my pain who did begin it;

Then no day void of bliss, or pleasure leaving,

Ages shall slide away without perceiving:

Cupid shall guard the door the more to please us,

And keep out Time and Death, when they would seize us:

Time and Death shall depart, and say in flying,

Love has found out a way to live, by dying.

 

 

 

 

 

Dryden
John Dryden (19 augustus 1631 – 12 mei 1700)

 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 19 augustus 2006 en ook mijn blog van 19 augustus 2008.

 

 

 

 

 

De Britse schrijver en drukker Samuel Richardson werd geboren op 19 augustus 1689 in Mackworth, Derbyshire. Richardson was de zoon van een meubelmaker en begon rond 1720 een drukkerij. Zijn vrienden vroegen hem een brievenboek samen te stellen voor ongeletterden. Hieruit kwam de eerste Engelse karakterroman voort, getiteld Pamela, or Virtue Rewarded (1740-1741). Richardson legde hiermee de basis voor de briefroman. Het boek werd een onmiddellijk succes en de opvolger, Clarissa, or the history of a young lady (1747-1748) was nog succesvoller. Richardson was een van de auteurs die op de Index librorum prohibitorum, een door de Paus vastgestelde lijst van boeken die katholieken niet mochten lezen, vermeld stonden.

 

Uit: Pamela; or, Virtue Rewarded

 

“Letter XXI

Now I will tell you what passed between Mrs Jervis and me. She hoped, she said, seeing me in a little hurry, on her coming in, that she was not unwelcome. She could not endure that I should be so much by myself.

“I always,” said I, “rejoice to see my dear Mrs Jervis.”

“I have had,” said she, “a world of talk with my master about you.””I am sorry,” said I, “that I am made of so much consequence as to be talked of by him.””O,” replied she, “I must not tell you all; but you are of more consequence to him than you think for—”

“Or wish for,” said I; “for the fruits of being of consequence to him, might be to make me of none to myself, or any body else.

“But I suppose,” proceeded I, “that I am of so much consequence to him as to vex him, if it be but to think, he can’t make a fool of such a one as I; and that is a rebuke to the pride of his high condition, which he did not expect, and knows not how to put up with.”

“There may be something in that,” said she; “but indeed, Pamela, he is very angry with you too; and calls you perverse; wonders at his own folly for having taken so much notice of you! He was willing to shew you the more favour, he says, because of his mother’s love for you, and recommendation; and he had thoughts of continuing it to you for your own sake, could you have known how to comport yourself as you ought to do. But he saw that too much notice—”

 

 

 

 

Richardson
Samuel Richardson (19 augustus 1689 – 4 juli 1761)

Geschilderd door Joseph Highmore, 1750

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver en dichter Claude Gauvreau werd geboren op 19 augustus 1925 in Montreal. Daar kwam hij als student in 1942 in contact met de groep van de Automatisten rondom de schilder Maler Paul-Émile Borduas, waarin hij als dichter, schrijver voor het toneel en vanaf 1945 als criticus actief was. In 1954 organiseerde hij de laatste tentoonstelling van de Automatisten onder de naam La matière chante. In 1958 bracht Janou Saint-Denis La jeune fille et la lune en Les grappes lucides aan de École des beaux-arts op het toneel. Het Théâtre du Nouveau Monde bracht in 1972 Les oranges sont vertes en in 1974 La charge de l'orignal épormyable.

 

Uit: Les oranges sont vertes

 

« IVULKA : Mais qu'est-ce que cette lettre? 

YVIRNIG : Je ne peux… Je ne peux… 

COCHEBENNE : C'est sûrement la demande d'article que la revue Zibur a envoyée à Yvirnig. Drouvoual vient de me mettre au courant. 

IVULKA : Un article sur la peinture? / COCHEBENNE : Sur la peinture actuelle, oui. 

IULKA : C'est-à-dire sur nous? / COCHEBENNE : Entre autres. 

YVIRNIG : Il faut… Il faut… se… se taire… 

IVULKA : Yvirnig a donc encore du prestige? 

COCHEBENNE : Bah, il peut à peine parler ; mais, puisqu'il ne fait plus aucun effort pour écrire, nous ne pouvons pas savoir s'il en est encore capable. Donnons-lui tout de même le bénéfice du doute… 

YVIRNIG : Un être… un être… doit se taire… quand… quand… sa puiss… sa puissance… est foud… foudroyée… »

 

 

 

 

Gauvreau
Claude Gauvreau (19 augustus 1925 – 7 juli 1971)

 

 

 

 

 

De Poolse schrijver Jerzy Andrzejewski werd geboren in Warschau op 19 augustus 1909. Nadat hij aanvankelijk overtuigd communist was, stapte hij in 1957 uit de Communistische partij en werd hij uiteindelijk lid van de anti-communistische vakbeweging Solidarność. Ook was hij één van de oprichters van de intellectuele oppositiegroep KOR ("Komitet Obrony Robotników", Comité voor Steun aan Arbeiders). Andrzejewski's literatuur is vaak politiek geladen met een moralistisch karakter. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste Poolse verzetschrijvers van de jaren 50.

Andrzejewski's boeken Tuhkaa ja timanttia ("As en Diamant"), over de naoorlogse situatie in Polen, en Wielki tydzien ("De stille week"), over de opstand in het getto van Warschau, zijn beide verfilmd door de Oscarwinnende Poolse filmmaker Andrzej Wajda. Zijn historische roman The Inquisitors ("Duisternis bedekt de aarde") werd in 1988 verfilmd tot een televisiefilm door Stanislav Barabas.

 

Uit: Asche und Diamant (Vertaald door Henryk Bereska)

 

"Weiter, weiter!" drängte Szczuka. "Wir haben keine Zeit." Podgórski bedeutete dem Posten durch eine Handbewegung seine Eile. Bald war er mit dem Wagen aus dem größten Gedränge heraus und bog in die erste Querstraße ein.
"Haben Sie die Gesichter der Leute beobachtet, als sie die Nachrichten hörten?"
Szczuka nickte.
"Keine Spur von Freude, haben Sie bemerkt?"
"Sie haben zu lange darauf warten müssen."
"Meinen Sie, es ist nur das?"
"Nicht allein", entgegnete Szczuka, auf den Weg starrend.
Podgórski drehte am Lenkrad.
"Ich weiß, woran Sie denken. Auch ich mache mir oft darüber Gedanken."
"Mir Recht."
"Aber haben wir schließlich nicht gesiegt?"
"Illusionen", brummte Szczuka. "Das ist erst der Anfang. Machen wir uns nichts vor."

 

 

 

 

Andrzejewski
Jerzy Andrzejewski (19 augustus 1909 – 19 april 1983)

 

 

 

 

 

De Spaanse dichter Iñigo López de Mendoza werd geboren op 19 augustus 1398 in Carrión de los Condes, Palencia. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

 

19-08-06

Lehmann, Nash, McCourt en Dryden


Louis Th. Lehmann, geboren op 19 augustus 1920 te Rotterdam is dichter, prozaïst, vertaler, meester in de rechten, archeoloog, doctor in de letteren en natuurlijk de swingende d.j. die elke vrijdagavond op VPRO Radio 5 het luistervolk vergast op fraaie muziek Op de HBS werkte hij met zijn vriend en klasgenoot Anton George Kloppers(1919-1974) mee aan de schoolkrant Confetti. Samen met hem kwam hij in contact met zijn stadgenoot Adriaan van der Veen, die in 1939 met Hoornik, Daisne en Schepens het nieuwe tijdschrift 'Werk' redigeerde, waar Lehmann in 1939 in debuteerde. In 1939 werd hij al tweemaal gebloemleesd: in Dichters van dezen tijd.

Zijn Verzamelde gedichten verschenen in 1947 bij de vermaarde uitgever Alexander Stols en een ge-update versie hiervan Gedichten 1939-1998 verscheen in december 2000 bij De Bezige Bij

Een gracht, waar eend en waterhoen

 

Een gracht, waar eend en waterhoenvoortdurend watertrappenom voort te gaan, niet om te drijvenzoals de watervreemde mens.  Als zij vooruitgaanmaken zij een dubbelspoorvan kleine kolken,en boegwater als de verticaledoorsnee van een pannendak,negentig graden omgeklapt.                         

 Een kind te zijn is triest zijn en ontgoocheld.Wanneer wij ons vervelen,zegt men ons te spelen;en wij weten niet wat spelen is. Als de padvindersfluit,waarvan gezegd is,dat hij echt is,die is beloofden daarom gevraagd,eindelijk is gegeven,wordt hij afgenomenom het geluid. Wij weten ook wel dat het maar één toon is,zo hard, zo koud,door geen manier van blazen te vermurwen. Maar wij zoeken muzieken blazen hoewel het haast pijn doet.Wij wachten tegen beter wetenop een melodie die komen moetzo maar vanzelf,zo licht en zwevend.                        

 Als ik in mijn tuin aan 't werk ben,met de heuvels achter mij,komen neer vanaf de heuvels:Bargaluut, met zijn drie harenen zijn stem als van een zaag;Schorkenool, die steeds wijdbeens looptom zijn buik te laten slepenachter hem over de grond;Kraddewimpel, met één oogen zijn manden vol met pruimen,die hij neerzet op de drempelsvan de huizen van zijn dochters.En daarachter nog de kleintjesmet hun puntmuts en hun hooivork,die vannacht mij komen prikken,

mij en iedereen in 't dorp.

   
Louis Th.
Lehmann (Rotterdam, 19 augustus 1920)   

 

Frederic Ogden Nash werd geboren in Rye, New York, op 19 augustus 1902. Zie ook het blog van 19 mei.

 

The Wasp

 

The wasp and all his numerous family
I look upon as a major calamity.
He throws open his nest with prodigality,
But I distrust his waspitality.
 

 

What's the use?

 

Sure, deck your limbs in pants,
Yours are the limbs, my sweeting.
You look divine as you advance . . .
Have you seen yourself retreating?

  

 


Ogden Nash (19 augustus 1902 – 19 mei 1971)

 

 

De Engels toneelschrijver, dichter en criticus John Dryden werd geboren op 19 augustus 1631. Met Astraea Redux (1660) maakte hij enige naam. Daarna volgden zijn gedichten Coronation (1661), To Lord Clarendon (1662), To Dr. Charleton (1663), To the Duchess of York (1665) en het zeer succesvolle Annus Mirabilis (1667), dat hoofdzakelijk gaat over de oorlog met de Verenigde Nederlanden en de Grote brand van Londen in 1666.

 

In Religio laici (1664) verdedigde hij de Anglicaanse Kerk, maar onder Jacobus II ging hij over tot de Rooms-Katholieke Kerk. Hij verdedigde zijn overstap in het allegorisch gedicht The hind and the panther uit 1687. Na de val van Jacobus in de Glorious Revolution van 1688 verloor Dryden het ambt van Poet Laureate.

 

Hidden flame

 

I feed a flame within, which so torments me

That it both pains my heart, and yet contains me: '

Tis such a pleasing smart, and I so love it,

That I had rather die than once remove it.  

 

Yet he, for whom I grieve, shall never know it;

My tongue does not betray, nor my eyes show it.

Not a sigh, nor a tear, my pain discloses,

But they fall silently, like dew on roses.  

 

Thus, to prevent my Love from being cruel,

My heart's the sacrifice, as 'tis the fuel;

And while I suffer this to give him quiet,

My faith rewards my love, though he deny it.  

 

On his eyes will I gaze, and there delight me;

While I conceal my love no frown can fright me.

To be more happy I dare not aspire,

Nor can I fall more low, mounting no higher.  

 

    


John Dryden (19 augustus 1631 – 12 mei 1700)

 

 

De Iers-Amerikaanse schrijver Frank McCourt werd geboren op 19 augustus 1930 in Brooklyn, New York. Hij werd wereldberoemd met het boek over zijn Ierse jeugd: Angela's Ashes. Het gaat om een autobiografisch verslag van een door katholicisme, armoede en vocht geteisterde jeugd. Als jonge Ierse jongen groeit Frank op in New York. Maar vanwege de crisisjaren en de dood van zijn zusje keert Frank met zijn Ierse familie terug naar het regenachtige Limerick in Ierland om het daar nog slechter te hebben. Zo blijft Franks vader (Robert Carlysle, o.a. Priest, The Full Monty) werkeloos en aan de drank. En zijn moeder lijdt, zoals alleen een moeder lijden kan. Met soms ironische, dan weer schrijnende ondertoon worden via scherpe observaties de wonderlijke, morele regels der volwassenen getoond. Frank intussen heeft de rest van zijn jeugd maar één droom: terugkeren naar Amerika.

Na zijn jeugd in Ierland te hebben doorgebracht keerde McCourt terug naar New York. Om les te geven. Hij was 27 jaar leraar op het Stuyvesant-college.

 

Uit: Hoofdstuk 1 van Angela’s Ashes

 

“My father and mother should have stayed in New York where they met and married and where I was born. Instead, they returned to Ireland when I was four, my brother, Malachy, three, the twins, Oliver and Eugene, barely one, and my sister, Margaret, dead and gone. When I look back on my childhood I wonder how I survived at all. It was, of course, a miserable childhood: the happy childhood is hardly worth your while. Worse than the ordinary miserable childhood is the miserable Irish childhood, and worse yet is the miserable Irish Catholic childhood. People everywhere brag and whimper about the woes of their early years, but nothing can compare with the Irish version: the poverty; the shiftless loquacious alcoholic father; the pious defeated mother moaning by the fire; pompous priests; bullying schoolmasters; the English and the terrible things they did to us for eight hundred long years. Above all -- we were wet.”   

   


Frank McCourt (New York, 19 augustus 1930)