24-08-17

John Green, Drs. P, Marion Bloem, Pepijn Lanen, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt, Sascha Anderson, Johan Fabricius

 

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Zie ook alle tags voor John Green op dit blog.

Uit:The Fault in Our Stars

“Late in the winter of my seventeenth year, my mother decided I was depressed, presumably because I rarely left the house, spent quite a lot of time in bed, read the same book over and over, ate infrequently, and devoted quite a bit of my abundant free time to thinking about death.
Whenever you read a cancer booklet or website or whatever, they always list depression among the side effects of cancer. But, in fact, depression is not a side effect of cancer. Depression is a side effect of dying. (Cancer is also a side effect of dying. Almost everything is, really.) But my mom believed I required treatment, so she took me to see my Regular Doctor Jim, who agreed that I was veritably swimming in a paralyzing and totally clinical depression, and that therefore my meds should be adjusted and also I should attend a weekly Support Group.
This Support Group featured a rotating cast of characters in various states of tumor-driven unwellness. Why did the cast rotate? A side effect of dying.
The Support Group, of course, was depressing as hell. It met every Wednesday in the basement of a stone-walled Episcopal church shaped like a cross. We all sat in a circle right in the middle of the cross, where the two boards would have met, where the heart of Jesus would have been.
I noticed this because Patrick, the Support Group Leader and only person over eighteen in the room, talked about the heart of Jesus every freaking meeting, all about how we, as young cancer survivors, were sitting right in Christ’s very sacred heart and whatever.
So here’s how it went in God’s heart: The six or seven or ten of us walked/wheeled in, grazed at a decrepit selection of cookies and lemonade, sat down in the Circle of Trust, and listened to Patrick recount for the thousandth time his depressingly miserable life story—how he had cancer in his balls and they thought he was going to die but he didn’t die and now here he is, a full-grown adult in a church basement in the 137th nicest city in America, divorced, addicted to video games, mostly friendless, eking out a meager living by exploiting his cancertastic past, slowly working his way toward a master’s degree that will not improve his career prospects, waiting, as we all do, for the sword of Damocles to give him the relief that he escaped lo those many years ago when cancer took both of his nuts but spared what only the most generous soul would call his life.
AND YOU TOO MIGHT BE SO LUCKY!
Then we introduced ourselves: Name. Age. Diagnosis. And how we’re doing today. I’m Hazel, I’d say when they’d get to me. Sixteen. Thyroid originally but with an impressive and long-settled satellite colony in my lungs. And I’m doing okay.”

 

 
John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

Lees meer...

24-08-14

Sascha Anderson, Linton Kwesi Johnson, Johan Fabricius, Paulo Coelho, Arthur West, Alexander McCall Smith

 

De Duitse dichter en schrijver Sascha Anderson werd geboren op 24 augustus 1953 in WeimarZie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Sascha Anderson op dit blog.

 

Eine Harzreise

gebettet in bulgarische tanzmusik
durchraste ich acht tode
floh nackt und leicht und pass pardon

für ungestellte fragen
erfand ich salomon nochmal
und leerte meinen magen
am nächsten morgen im zugigen klo
kotzte ich pfefferminz pur

unter die harzbahn auf die gleise
in die deutsche natur
was treibt mich immer wieder fort
aus mir und an die grenzen
das denken ist ein schwarzes loch

in meinen existenzen
so halt ich das thema und dieses den leib
am orte dem provinziellen
komposthaufen für das glück
das idiomaterielle

saatgut für den grossen vergleich
wer ist der schönste im grab
wer hat nach dieser nabelschnur
den endlich sichersten sarg
in eiche ulme stahlbeton

als asche in die vier winde
ein abdruck deiner 3. zähne
in einer verschimmelten rinde
ein fingerabdruck in der kartei
der kaffeesatz in der tasse

das bleibt ach ach ich geh komm mit
wenn ich uns jetzt verlasse
zwischen den dörfern elend und sorge
vergällts mir die dichterei ganz
die wirklichen grenzen bewirken nur

einen hängenden schwanz
erhebend ist die deutsche geschichte
so ineinandergekrallt
die grenze ein erleuchtendes zeichen
für den fliehenden wald

die da paarweise im sperrgebiet hocken
sich belauern beschützen bewahren
den heiligen familien winken
die sonntags harzquerbahn fahren
Was ist der Mensch? ein dudelsack

für den dialektischen marsch
der mit dem kopf nur wackeln kann
und brüllen mit dem arsch
die gleise fliehen südwärts den harz
da flieh ich mit ganz vorn

in nordhausen gibts einen guten schnaps
nordhäuser doppelkorn

 

 
Sascha Anderson (Weimar, 24 augustus 1953)

Lees meer...

24-08-13

Sascha Anderson, Linton Kwesi Johnson, Johan Fabricius, Paulo Coelho, Arthur West, Alexander McCall Smith

 

De Duitse dichter en schrijver Sascha Anderson werd geboren op 24 augustus 1953 in WeimarZie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Sascha Anderson op dit blog.

 

 

IWANOWO. ODER:

 

Sie trug ihr Kleid, wie alle tausend Rosen des Abends ihre Kleider

auch. Ich weiß,

Der Tag zieht aus, er macht sie nackt und stellt sie in die Vase,

allein, die Dunkelheit verhüllt die Nacht. Nur umgekehrt

Wird nichts daraus. Es klingt prosaisch,

auf dem falben Grund der von Blütenblättern übersäten Seide,

In die ich sie gewickelt sah, begegneten sich unvermittelt

früher Herbst und spätes Frühjahr.

 

Soviel zu Yin und Yang, zu den Problemen der Vielzahl

kinderloser Schwestern, zu Vätern und Söhnen, zum Antagonismus

Zwischen Oben und Unten, Morgen und Gestern

 

 

 

Wir schreiben nicht oft gedichte

 

wir schreiben nicht oft gedichte, die
mit niemandem sprechen. wir
schweigen mitunter ein leben
länger als gut
ist, ein gedicht, ist ein bild
das nichts von sich weiß
wie eine maske aus nektarinen
schalen, fleisch
und blutleeres gemäuer
frontal ins genick, so sahst du mich an.
ich weiß ich seh nichts als eine
demonstration gegen
uns, das wir, ist ein schwarzes schwitzendes
messer schärfer als deine augenbraue gezeichnet.

 

 

 

 

Sascha Anderson (Weimar, 24 augustus 1953)

Lees meer...

24-08-11

Johan Fabricius, Alexander McCall Smith, Paulo Coelho, Arthur West

 

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009 en ook mijn blog van 24 augustus 2010.

 

 

 

Uit: De wondere avonturen van Arretje Nof

 

“Sinds Arretje de zeven woudmannetjes in het donkere Uilenbosch vaarwel gezegd had en de richting naar Holland was ingeslagen, werden de dagen en de nachten kouder. Onze dreumes, die dat uit Perzië niet gewend was, bibberde wel eens als een natte poedel, wanneer hij zich in een tochtig schuurtje of onder een boom te slapen had gelegd, - maar een held keert nooit terug op een eenmaal ingeslagen weg, en Arretje deed het dus ook niet.

Ten slotte werd het zoo koud, dat Arretje zijn eigen adem zien kon; in die dagen gaf een medelijdend oud vrouwtje hem een wollen halsdoek present, en een reizend kleermakertje schonk hem van zijn eigen armoede een gelapten mantel, die onzen held wel een ridderlijk aanzien verleende, maar te dun was om hem goed tegen de kou te beschermen. Hij bibberde en klappertandde, en om jullie de waarheid te vertellen: hij waschte zich sochtends ook niet meer, streek alleen maar zoo even met den natten handdoek over het gezicht!

Op een héél kouden avond was Arretje, om toch maar warm te blijven, nog een eind in het donker doorgehold tot hij een onderdak had gevonden boven op een warmen hooiberg. En toen hij den volgenden morgen lekker uitgeslapen wakker werd en z'n oogen uitwreef .... toen zag hij, waarheen hij ook maar keek, Hollandsche watermolens, die hun blanke wieken vroolijk lieten rondscheren in den wind. Er liepen hooge vaarten door het lage, vlakke land, en daarin zeilden schepen voorbij met dartele wimpels in rood-wit-en-blauw en bolle zeilen, blinkend in 't vroege zonnetje. En de menschen liepen met witgeschuurde klompen over de dijken, en bij een hekje waren drie rakkers aan het kegelen met ronde Edammer kaasjes.”.

 

 

 

Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)

Hier met Yvonne Keuls 

 

Lees meer...

24-08-10

Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, Sascha Anderson, Linton Kwesi Johnson, A. S. Byatt, Arthur West, Johan Fabricius, Alexander McCall Smith, Paulo Coelho

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 24e augustus mijn blog bij seniorennet.be

  

90 Jaar Louis Th. Lehmann, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Ogden Nash

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 24e augustus ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag  

 

Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, Jerzy Andrzejewski, James Gould Cozzens

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 24e augustus ook bij seniorennet.be mijn eerste blog van vandaag. 

 

John Dryden, Samuel Richardson, Claude Gauvreau, Inigo de Mendoza

 

24-08-09

90 Jaar Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, Johan Fabricius, Alexander McCall Smith, Paulo Coelho


Negentig jaar Drs. P.

 

 

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Dat is vandaag dus precies 90 jaar geleden.

 

 

Kloosterlied

 

Papyrus de Tweede, het teder aanbeden en edele hoofd van de hierarchie

Had redelijke vrede met zedeloosheden als lederen koorhemd en pederastie

"De lust, na het werken", placht hij op te merken, "in kerken de perken te buiten te gaan

Is niet zo sinister, want niemand verliest er; wie kiest er ook anders het priesterbestaan?

Maar zie nu toch hier es, verzuchtte Papyrus, het kwalijke virus van den Tempelier

Het klooster, men proost er, men bloost er niet eens.Iedereen minnekoost er met Oosterse zwier

Al bouwen ze gothisch, ze zijn zo chaotisch exotisch, vooral op erotisch gebied...

Kannuniken gun ik een kans om te frunniken. Broeders zijn loeders, die gun ik het niet

 

O, kon ik een monnik een tonic zien drinken, een zuster beluster op koffie zien zijn

Dan liet ik hen zwieren, maar nee: deze klieren versieren maar bieren, likeuren en wijn

Voortdurend een kater en watergeklater van non en van pater, van abt en abdis

Dat moet zich wel wreken: men hoort nu al spreken door Brusselse leken van 'Monniken Pis'

De heilige vader werd kwader en kwader, en nam in dit kader een nader besluit:

'In kloostergebouwen geen slempen, geen sjouwen - wel stoken of brouwen, maar zonder geluid

Toch zijn ze me dierbaar, dus eens in de vier jaar doe ik hun plezier daar met een vrije dag

Dan duld ik inschikkelijk hun onverkwikkelijk prikkelgesmikkel en schrikkelgedrag'

 

 

 

 

Koude

 

Het absolute nulpunt

Is geen kermisattractie of flauwekulstunt

Het is de allerlaagst denkbare temperatuur

En dan mag men wel spreken van bijzonder guur

 

 

 

 

In het glaasje kijken

 

'Indien ik eens uit een vergrootglas mocht drinken

Hoe groot zou ik dan kunnen worden, papa?'

De vraag van de jongen mag achterlijk klinken

Correctie: Martijntje was heus bij de pinken

Wel vijf jaar oud slechts, dus gaat u maar na

 

De vader verklaarde, didactisch bevlogen

'Geenszins! Een vergrootglas, daar drinkt men niet uit

Uw groei ligt ook stellig niet in zijn vermogen

En als het vergroot is, is 't alleen in uw ogen'

'Hoe gaat zulks precies in zijn werk?' vroeg de guit

 

'Dat glas is een kijkglas, waardoor ge kunt kijken

En daar het glas bol is ontstaat het visioen

Dat letters of torretjes groter gaan lijken

Het komt doordat lichtstralen af moeten wijken'

En hier moest Martijntje het dan maar mee doen

 

 

 

 

 

 

drs_p
Drs. P (Thun, 24 augustus 1919)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem.

 

 

 

Ik was bij de een

 

Ik was bij de een
en dacht na over de
ander toen ik schreef
over de zon
Ik kan niet kiezen
tussen passie of
geluk. Lik mijn oor
Kus mijn schouder
Wees plat wees vloers
Bijt mijn hart
heb ik met potlood
in jouw oksels
gefluisterd
Maar je was blind
voor de regen
in mijn zon-
negedicht
Elke zin
is een traan die
het dansen
heeft gemist

 

 

 

 

Uit: In de kamer van mijn vroeger

 

 

Later is vroeger verdwenen.
Of nee, vroeger is later,
nee, vroeger is nu alweer weg,
terwijl later veel eerder dan
vroeger zal verdwijnen.
En vroeger dacht ik: later wordt het leuk,
maar later denk ik: vroeger was het leuker,
alleen wist ik dat vroeger over later nog niet.
en dat is ’t leuke van later, dat je weet
dat je vroeger nog niet wist wat je later zou weten,
terwijl je later, veel later, nou juist alles weer vergeet
wat je wist over vroeger, nu, en zelfs later, en zelfs
dat er ooit eens iets anders dan heden is geweest.

 

 

 

 

 

bloem
Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)

 

 

 

 

 

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957.

 

Uit: Moab Is My Washpot

 

“We are living in a statistically rare and improbable period of British life. The last twenty years are the only twenty years of our history in which children have not been beaten for misbehaviour. Every Briton you can think of, from Chaucer to Churchill, from Shakespeare to Shilton, was beaten as a child. If you are under thirty, then you are the exception. Maybe we are on the threshold of a brave new world of balanced and beautiful Britons. I hope so.

You won’t find me offering the opinion that beating is a good thing or recommending the return of the birch. I frankly regard corporal punishment as of no greater significance in the life of most human beings than bustles, hula-hoops, flared trousers, side-whiskers or any other fad. Until, that is, one says that it isn’t. Which is to say, the moment mankind decides that a practice like beating is of significance then it becomes of significance. I should imagine that were I a child now and found myself being beaten by schoolmasters I would be highly traumatised by the experience, for every cultural signal would tell me that beating is, to use the American description, a "cruel and unusual punishment" and I would feel singled out for injustice and smart and wail accordingly.”

 

 

 

 

Fry-stephen
Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges werd geboren op 24 augustus 1899  in Buenos Aires.

 

Uit: The Modesty of History (Vertaald door Ruth L. C. Simms)

 

“On September 20, 1792, Johann Wolfgang von Goethe (who had accompanied the Duke of Weimar on a military expedition to Paris) saw the finest army of Europe inexplicably repulsed at Valmy by some French militiamen, and said to his disconcerted friends: "In this place and on this day, a new epoch in the history of the world is beginning, and we shall be able to say that we have been present at its origin." Since that time historic days have been numerous, and one of the tasks of governments (especially in Italy, Germany, and Russia) has been to fabricate them or to simulate them with an abundance of preconditioning propaganda followed by relentless publicity. Such days, which reveal the influence of Cecil B. De Mille, are related less to history than to journalism. I have suspected that history, real history, is more modest and that its essential dates may be, for a long time, secret. A Chinese prose writer has observed that the unicorn, because of its own anomaly, will pass unnoticed. Our eyes see what they are accustomed to seeing. Tacitus did not perceive the Crucifixion, although his book recorded it.

 

Those thoughts came to me after a phrase happened to catch my eye as I leafed through a history of Greek literature. The phrase aroused my interest because of its enigmatic quality: "He brought in a second actor." I stopped; I found that the subject of that mysterious action was Aeschylus and that, as we read in the fourth chapter of Aristotle's Poetics, he "raised the number of actors from one to two." It is well known that the drama was an offshoot of the religion of Dionysus. Originally, a single actor, the hypokrites, elevated by the cothurnus, dressed in black or purple and with his face enlarged by a mask, shared the scene with the twelve individuals of the chorus. The drama was one of the ceremonies of the worship and, like all ritual, was in danger of remaining invariable. Aeschylus' innovation could have occurred on but one day, five hundred years before the Christian era; the Athenians saw with amazement and perhaps with shock (Victor Hugo thought the latter) the unannounced appearance of a second actor.”

 

 

 

 

borges
Jorge Luis Borges (24 augustus 1899 – 14 juni 1986)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren..

 

Uit: De scheepsjongens van Bontekoe

 

‘Satanse jongen, hou die bout vast!’

‘k Hou 'm toch vast, baas?’

‘Noem je dat vasthouden? Jij zult nooit een goeie smid worden!’

Peter Hajo zweeg even. ‘Wil ik ook niet,’ pruttelde hij toen.

‘W-wat zeg je? Wil jij geen smid worden?!’

‘Nee, baas. 'k Wil naar zee.’

Meester Wouter, de hoefsmid uit ‘De IJzeren Man’, liet de zware voorhamer, die hij juist had opgeheven, van verbazing een seconde lang in de lucht zweven. Toen dreunde een mokerslag; de vonken stoven meester en knecht om het gezicht. ‘Gekkenpraat!’ zei de hamer in zijn ijzeren taal.

Peter Hajo keek zwijgend naar het roodgloeiende bouteinde.

Hij verstond de taal van de voorhamer! Als hij in het halfdonker van de wintermorgen de rossig-schemerende smederij binnenkwam, had hij buiten al gehoord hoe zijn baas gemutst was.

‘Zou je niet eens trekken?’ gromde meester Wouter. ‘Het vuur is zowat uit! Op die manier zou ik de hamer platslaan en de bout zou rond blijven!’

‘Hoe kan ik trekken, baas, als ik...’

‘Ben jij een joffer, dat je die bout niet met één hand kunt vasthouden?’

Peter Hajo was geen joffer. Hij klemde zijn rechtervuist om de bout, trok met de linker de blaasbalg, liet het niet merken dat de slagen hem nu tot in de straffe spieren van zijn rug zeer deden. Een brede lach verscheen op zijn met roet overdekte jongenskop toen hij vroeg: ‘En als ik m'n neus moet krabben, baas?’

‘Leg 'm maar op het aambeeld, dan zal ik 'm met m'n hamer krabben! Wat moet je op zee! Haringvissen? Om te verdrinken, zoals je vader, of door de Duinkerkers naar de galeien te worden gebracht?’

‘Ik wil met de walvisvaarders mee, baas. Maar...’ Peter Hajo slikte wat weg. ‘Jongens van veertien willen ze niet hebben! Je moet zestien wezen. - Vis jij maar stekelbaars, zeggen ze!’

 

 

 

 

Fabricius_Johan_LM
Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)

 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 24 augustus 2006

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008.

 

 

 

De Schotse schrijver en jurist Alexander McCall Smith werd geboren in Bulayawo in het toenmalige Rhodesië (nu Zimbabwe) op 24 augustus 1948. Hij was professor in het medisch recht, maar is tegenwoordig vooral bekend als schrijver van de serie Het beste dames detectivebureau. In 2003 werd hij in Engeland gekozen tot schrijver van het jaar.

 

Uit: 44 Scotland Street

 

“Pat stood before the door at the bottom of the stair, reading the names underneath the buttons. Syme, Macdonald, Pollock, and then the name she was looking for: Anderson. That would be Bruce Anderson, the surveyor, the person to whom she had spoken on the telephone. He was the one who collected the rent, he said, and paid the bills. He was the one who had said that she could come and take a look at the place and see whether she wanted to live there.

"And we'll take a look at you," he had added. "If you don't mind."

So now, she thought, she would be under inspection, assessed for suitability for a shared flat, weighed up to see whether she was likely to play music too loudly or have friends who would damage the furniture. Or, she supposed, whether she would jar on anybody's nerves.

She pressed the bell and waited. After a few moments something buzzed and she pushed open the large black door with its numerals, 44, its lion's head knocker, and its tarnished brass plate above the handle. The door was somewhat shabby, needing a coat of paint to cover the places where the paintwork had been scratched or chipped away. Well, this was Scotland Street, not Moray Place or Doune Terrace; not even Drummond Place, the handsome square from which Scotland Street descended in a steep slope. This street was on the edge of the Bohemian part of the Edinburgh New Town, the part where lawyers and accountants were outnumbered - just - by others.”

 

 

 

 

 

mccall-smith
Alexander McCall Smith (Bulayawo, 24 augustus 1948)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver Paulo Coelho werd geboren in Rio de Janeiro op 24 augustus 1947. Coelho had al vroeg interesse in de literatuur, wat zijn vader beschouwde als een vorm van afwijkend gedrag. Pogingen om hem te "genezen" versterkten echter zijn artistieke belangstelling, die hij uitleefde in de hippie-beweging van Brazilië. Zijn studie rechten staakte hij in 1970 om te gaan reizen door het Latijnsamerikaanse continent, en naar Europa. Later in de jaren zeventig maakte hij met zijn vrouw een reis door Europa, waar het concentratiekamp Dachau grote indruk maakte. Hij had daar een visioen, waarin een man aan hem verscheen. Twee maanden later kwam hij die man in Amsterdam werkelijk tegen. De man raadde hem aan zich te bekeren tot het katholicisme, en een pelgrimsreis naar Santiago de Compostela te ondernemen. Dat leidde tot het boek De pelgrimstocht naar Santiago (1987). Een jaar later verscheen De Alchemist, wat zorgde voor Coelho's internationale doorbraak.

Paulo Coelho leeft met zijn vrouw Christina afwisselend in Rio de Janeiro en in Tarbes in de Franse Pyreneeën.

 

Uit: Eleven Minutes

 

Once upon a time, there was a prostitute called Maria. Wait a minute. "Once upon a time" is how all the best children's stories begin and "prostitute" is a word for adults. How can I start a book with this apparent contradiction? But since, at every moment of our lives, we all have one foot in a fairy tale and the other in the abyss, let's keep that beginning.

 

Once upon a time, there was a prostitute called Maria.

Like all prostitutes, she was born both innocent and a virgin, and, as an adolescent, she dreamed of meeting the man of her life (rich, handsome, intelligent), of getting married (in a wedding dress), having two children (who would grow up to be famous) and living in a lovely house (with a sea view). Her father was a travelling salesman, her mother a seamstress, and her hometown, in the interior of Brazil, had only one cinema, one nightclub and one bank, which was why Maria was always hoping that one day, without warning, her Prince Charming would arrive, sweep her off her feet and take her away with him so that they could conquer the world together.

While she was waiting for her Prince Charming to appear, all she could do was dream. She fell in love for the first time when she was eleven, en route from her house to school. On the first day of term, she discovered that she was not alone on her way to school: making the same journey was a boy who lived in her neighborhood and who shared the same timetable. They never exchanged a single word, but gradually Maria became aware that, for her, the best part of the day were those moments spent going to school: moments of dust, thirst and weariness, with the sun beating down, the boy walking fast, and with her trying her hardest to keep up.”

 

 

 

coelho
Paulo Coelho (Rio de Janeiro, 24 augustus 1947)

 

24-08-08

Drs. P, Jorge Luis Borges, Marion Bloem, Stephen Fry, Johan Fabricius


De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007.

 

Literatuur

 

Regenvlagen
Onbehagen
Het weer is uitgesproken guur
Ik zit binnen
Verzet mijn zinnen
Gooi een blokje in het vuur
Lekker stoken
Sigaartje roken
Onbekommerd schemeruur

Krachten sparen
Rust bewaren
Gaat vervelen op de duur
In alle hoeken
Liggen nog boeken
’t Word tijd dat ik daar eens in gluur
Dus ga ik lezen
Wat zal het wezen
Ik merk het al, ik voel het aan mijn tandglazuur 

Het is literatuur, ja het is literatuur
En dan is het nog niet eens gewoon maar literatuur
Het is een stroming
Een nieuwe stroming
Zoals ik  zeg, een nieuwe stroming in de literatuur
Een echte nieuwe stroming in de literatuur
Een hele echte nieuwe stroming in de literatuur

Een dichter heeft een aantal losse regels gepend
en toont het werk aan een bevriende koordirigent
Die in de stad een culturele ambtenaar kent
en deze heeft relaties met een boekrecensent
Die zegt; 'Het gaat niet om de vorm, het gaat om de vent
En dus is het literatuur'

De een is anecdotisch, da ander obscuur
De een is realistisch en de ander is puur
En dat stroomt maar
En dat symptoomt maar
Dat idioomt maar
In de literatuur

De eerste heeft de helderheid van griesmeelpap
De tweede vindt de eerste onvoorstelbaar knap
De derde schrijft uitsluitend voor de linkse hap
De eerste roemt de derde om zijn meesterschap
En deze gaat dan weer met nummer twee op stap
En zo bloeit de literatuur

Te koop of te huur, of te leen bij je buur, overal heb je literatuur
In theater en aether, in klooster en klas en ook aan de weg en de muur
Op het zakenadres van de buikendanseres en bij de Comtesse de Ségur

O, waar ik ook tuur zie ik literatuur
De li li li li literatuur
De liter, de liter, de liter, de liter, de liter, de liter, de literatuur
De litera titera tutera taterata
De literatuur

 

 

 

 

 

 

Drs P
Drs. P (Thun, 24 augustus 1919)

 

 

 

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges werd geboren op 24 augustus 1899  in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007.

 

Uit: The Library of Babel

 

The universe (which others call the Library) is composed of an indefinite, perhaps an infinite number of hexagonal galleries, with enormous ventilation shafts in the middle, encircled by very low railings. From any hexagon the upper or lower stories are visible, interminably. The distribution of the galleries is invariable. Twenty shelves--five long shelves per side--cover all sides except two; their height, which is that of each floor, scarcely exceeds that of an average librarian. One of the free sides gives upon a narrow entrance way, which leads to another gallery, identical to the first and to all the otehrs, To the left and to the right of the entrnce way are two miniature rooms. One allows standing room for leeping; the other, the satisfaction of fecal necessities. Through this section passes the spiral staircase, which plunges down into the abyss and rises up to the heights. In the entrance way hangs a mirror, which faithfully duplicates appearances. People are in the habit of inferring from this mirror that the Library is not infinite (if it really were, why this illusory duplication?); I prefer to dream that the polished surfaces feign and promise infinity. . . .

Light comes from spherical fruits called by the name of lamps. There are two, running transversally, in each hexagon. The light they emit is insufficient, incessant.

Like all men of the Library, I have traveled in my youth. I have journeyed in search of a book, perhaps of the catalogue of catalogues; now that my eyes can scarcely decipher what I write, I am preparing to die a few leagues from the hexagon in which I was born. Once dead, there will not lack pious hands to hurl me over the banister; my sepulchre shall be the unfathomable air: my body will sink lengthily and will corrupt and dissolve in the wind engendered by the fall, which is infinite. I affirm that the Library is interminable. the idealists argue that the hexagonal halls are a necessary form of absolute space or, at least, of our intuition of space. they contend that a triangular or pentagonal hall is inconceivable. (The mystics claim that to them ecstasy reveals a round chamber circling the walls of the room; but their testimony is suspect; their words, obscure. That cyclical book is God.) Let it suffice me, for the time being, to repeat the classic dictum: The Library is a sphere whose consummate center is any hexagon, and whose circumference is inacessible.”

 

 

 

 

borges
Jorge Luis Borges (24 augustus 1899 – 14 juni 1986)

 

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007.

 

 

Mijn Muze

 

Mijn muze is verhuisd naar een verpleegtehuis
De deur naar buiten zit op slot
Er is een tovercode

 

Vier cijfers die mijn muze niet meer weet
Naast de deurpost staat geschreven:
Het wachtwoord is het jaar waarin wij leven

 

Het heden wordt haar later nooit
Het vroeger is zij heden al vergeten
Later is reeds haar verleden tijd

 

Mijn muze zit gevangen
In de kamer van mijn vroeger
Kwijt is de vanzelfsprekendheid

 

 

 

 

Hollands landschap

 

Vanachter vervuilde ruiten -we reisden altijd
per trein- zag ik koeien, gras, en water
Kilometers lang luchten in duizend tinten
blauw. Ik had alleen 't kale gras van ons gazon nog
maar van héél dichtbij gezien. En als de trein
zonder reden opeens ergens stopte - de noodrem
misschien - bleven de deuren gesloten. De brug
deed de wagon rammelen als een blik
met toffee's die niemand nog lustte
wanneer ik huppelde, voldaan met mijn buit
van school naar huis. (Ze gingen nooit schoon op.)
Wij hadden geen koeien in de straat en 't
perk bij de huizen was verboden voor honden
Wij hadden geen sluizen geen rivieren of kanalen
door de achtertuin. Maar mijn moeder vulde de teil
met water als het zomer was en zette
hem op ons klein terras. Mijn vader leende
van de buurman zijn waterpas toen hijzelf
de tegels legde met wit zand, te koop per zak
Zand, van verre duinen, zei hij, gewoon
uit Nederland.

 

 

 

 

 

bloem
Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)

 

 

 

 

 

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007.

 

Uit: Ode Less Travelled

 

The Golden Rules

RULE ONE

In our age one of the glories of poetry is that it remains an art that demonstrates the virtues and pleasures of taking your time.You can never read a poem too slowly, but you can certainly read one too fast.

Please, and I am on my knees here, please read all the sample excerpts and fragments of poetry that I include in this book (usually in indented paragraphs) as slowly as you possibly can, constantly rereading them and feeling their rhythm and balance and shape. I'm referring to single lines here as much as to larger selections.

Poems are not read like novels. There is much pleasure to be had in taking the same fourteen-line sonnet to bed with you and reading it many times over for a week. Savour, taste, enjoy. Poetry is not made to be sucked up like a child's milkshake, it is much better sipped like a precious malt whisky.Verse is one of our last stands against the instant and the infantile. Even when it is simple and childlike it is be savoured.

Always try to read verse out loud: if you are in a place where such a practice would embarrass you, read out loud inside yourself (if possible,moving your lips).Among the pleasures of poetry is the sheer physical, sensual, textural, tactile pleasure of feeling the words on your lips, tongue, teeth and vocal cords.

It can take weeks to assemble and polish a single line of poetry. Sometimes, it is true, a lightning sketch may produce a wonderful effect too, but as a general rule, poems take time.As with a good painting, they are not there to be greedily taken in at once, they are to be lived with and endlessly revisited: the eye can go back and back and back, investigating new corners, new incidents and the new shapes that seem to emerge.We are perhaps too used to the kind of writing that contains a single message.We absorb the message and move on to the next sentence. Poetry is an entirely different way of using words and I cannot emphasise enough how much more pleasure is to be derived from a slow, luxurious engagement with its language and rhythms.”

 

 

 

 

Fry
Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007.

 

Uit: Jan Fabricius

 

Mijn vader, de toneelschrijver Jan Fabricius, groeide onder zeer eenvoudige omstandigheden op als de enige zoon - hij had vier zusters - van Johan Fabricius, corrector en meesterknecht bij de Provinciale Drentsche en Asser Courant. Als jongen moest hij thuis helpen verdienen; zijn Asser carrière van twaalf ambachten dertien ongelukken eindigde hij als letterzettersmaatje op de drukkerij waar zijn vader werkte. Daarna mocht hij voor de krant de Winschoter raadsvergaderingen verslaan en voor gemengde berichten zorgen: het eerste nog schuchtere bewijs dat zijn ‘pen’ gewaardeerd werd.

Als 20-jarige solliciteerde hij naar een betrekking van chef-d'atelier - een woord dat hij voor het eerst hoorde - bij Van Dorp & Co., een grote Bataviase drukkerij; hij moest met zijn leeftijd smokkelen om de betrekking te krijgen, die hem werd toegekend op grond van zijn opvallend gestelde sollicitatiebrief en zijn verschijning, die vertrouwen schijnt te hebben ingeboezemd.

In het toenmalige Nederlands-Indië maakte hij snel carrière; via de drukkerij vond hij zijn weg naar de redactie-kamer. Hij verhuisde naar Bandoeng, om daar de door hem mede-opgerichte Preanger-bode te redigeren. Hij kon nu ook zijn meisje - Minke Dornseiffen, voortgekomen uit een Friese domineesfamilie - als ‘handschoentje’ laten overkomen.

Na tien Indische jaren dwong een ernstige leveraandoening hem te repatriëren. Hij koos Haarlem als woonplaats en werd hoofdredacteur respectievelijk van De Wereldkroniek en De Spaarnebode. In 1908 verhuisde hij naar Den Haag, om het directeurschap van De Nieuwe Courant op zich te nemen.”

 

 

 

 

FABRICIUS
Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)

 

 

 

24-08-07

Drs. P, Johan Fabricius, Jorge Luis Borges, Stephen Fry, Marion Bloem


De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919 als zoon van een Nederlandse moeder en een Oostenrijkse vader. In zijn derde levensjaar, na de scheiding van zijn ouders, verhuisde hij met zijn moeder naar Nederland. Hoewel hij vrijwel zijn hele leven in Nederland heeft gewoond, en hij 'tot in de haarvaten' verweven is met de Nederlandse taal, heeft Polzer altijd zijn Zwitserse nationaliteit aangehouden. De artiestennaam Drs. P, bedacht door Willem Duys, verwijst naar de academische graad van doctorandus (afgekort: drs.) in de economie, die Polzer aan de Nederlandse Economische Hogeschool (nu Erasmus Universiteit) behaalde. Drs. P publiceerde talrijke dichtbundels en boeken over het 'dichten', over reclame en over reizen. Hij introduceerde de versvorm ollekebolleke in Nederland, een licht aangepaste variant van de Amerikaanse higgledy piggledy.

 

Dagelijks voorstelling!
Wreedheden! Bloedbaden!
Roofdieren! Christenen!
Actie! mimiek!

 

Ware juweeltjes van
Liefhebberijtoneel
Voor het geachte
Romeinse publiek!

 

 

 

Ank

 

Eens kende ik een meisje, en haar voornaam luidde Ank
Ze woonde heel gerieflijk, ze werkte op een bank
Haar uiterlijk was goed verzorgd, haar silhouet was rank
Haar tierenheid was goeder en haar moedigheid was lank
Toen kwam ze in contact met de gewoontedrinker Hank
Nu is ze uitgezakt en ze verspreidt een scherpe stank
Geen doel meer in het leven en geen brood meer op de plank
En mensen, dat komt alles ongetwijfeld van de drank

Horloges lopen achter en athleten lopen mank
En Groenevelt is rood maar het Oranjehuis is blank
Mijn buur houdt honden uit de slaap met klagelijk gejank
Een Duitser wordt malade en een Fransman voelt zich krank
Gazellen worden moddervet en varkens worden slank
Een vlieg lijdt soms aan kanker maar een vlieger heeft geen kank
Een panter is vaak pienter maar een pienk is nooit eens pank
En mensen, dat komt alles ongetwijfeld door de drank

Ik drink niet voor de aardigheid, dat zeg ik vrij en frank
Ik drink wel voor het middaguur, en tegen wil en dank
Ik wiegel en ik waggel en ik zwijmel en ik zwank
Van havenkroeg naar dorpscafe, van Brest naar Wildervank
De tranen stromen langs mijn wang en daarna langs mijn flank
Ik zie geen sprankje hoop meer, ja niet eens een hoopje sprank
En uit mijn geelkat komt nog slechts een kloeierige brank
En dat komt ongedrankeld van de twijf

 

 

 

 

 

Drs_P
Drs. P (Thun, 24 augustus 1919)

 

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006.

 

 

Uit: De scheepsjongens van Bontekoe

 

“Luister, Peter Hajo,’ zei de schipper. ‘Als je moeder geen bezwaren heeft, meld je dan morgen bij schipper Blok in de Jeroensteeg en zeg hem dat je overmorgen met de Hoornse Zon meegaat naar Texel, waar de Nieuw-Hoorn op goede wind wacht.’

‘Jawel, schipper...!!’ Het klonk als een juichkreet. En met zijn roetknuisten veegde Hajo haastig over het gezicht, dat straalde van onmetelijk geluk... en blonk van tranenvocht.

‘Doe dat niet,’ raadde Bontekoe. ‘Je zult er helemaal als een Moriaan gaan uitzien.’

Hajo trok snel zijn vuisten weg. ‘Schipper ik zal altijd...’

‘Daar twijfel ik niet aan, Peter Hajo. Kwajongens zijn goed voor de wal; op een Oostinjevaarder hebben we mannen nodig. Als je moeder geen bezwaren maakt, sta je van morgen af op mijn monsterrol. Denk er om dat van de bemanning van de Nieuw-Hoorn geen kwaad woord gezegd mag kunnen worden, en dat in de grote mast een vlag wappert die we tegenover de hele wereld moeten hooghouden. Verstaan?’

‘Verstaan, schipper’... Verdikkoppe, dat kwam er kranig uit!

En toen een groot ogenblik: schipper Bontekoe, gezagvoerder van de Nieuw-Hoorn, stak de scheepsjongen Peter Hajo de hand toe. Hajo voelde het door al zijn leden trillen. De hand van zijn schipper!

 Bij de voordeur, in de gang, wachtte hem de jongen die vanmiddag in zijn bijt had gevist. ‘Ik heet Rolf,’ zei die. ‘We moeten maar goeie vrienden worden, want aan boord is mijn oom niet mijn oom, maar de schipper, en ik scheepsjongen, dat snap je!’

‘Ben je dan niet nijdig op me?’ stamelde Hajo.

‘Nijdig??’ vroeg Rolf. En zijn gezicht stond ernstig als altijd toen hij er op liet volgen: ‘Dacht je dan dat ik er jou in had laten vissen als 't mijn bijt was geweest?”

 

 

 

 

Johan_Fabricius
Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)

 

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges werd geboren op 24 augustus 1899  in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007.

 

 

Uit: The Cruel Redeemer Lazarus Morell

 

THE MEN

 

“In the early nineteenth century (the period that interests us) the vast cotton plantations on the riverbanks were worked from sunup to sundown by Negro slaves. They slept in wooden cabins on dirt floors. Apart from the mother-child relationship, kinship was conventional and murky; the slaves had given names, but not always surname. They did not know how to read. Their soft falsetto voices sang an English of drawn-out vowels, They worked in rows, stooped under the overseer's lash. They would try to escape, and men with full beards would leap astride beautiful horses to hunt them down with baying dogs.

Onto an alluvium of beastlike hopefulness and African fear there had sifted the words of the Scripture; their faith, therefore, was Christian. Go down, Moses, they would sing, low and in unison. The Mississippi served them as a magnificent image of the sordid Jordan.

The owners of that hard-worked land and those bands of Negroes were idlers, greedy gentlemen with long hair who lived in wide-fronted mansions that looked out upon the river--their porches always pseudo-Greek with columns made of soft white pine. Good slaves cost a thousand dollars, but they didn't last long. Some were so ungrateful as to sicken and die. A man had to get the most he could out of such uncertain investments. That was why the slaves were in the fields from sunup to sundown; that was why the fields were made to yield up their cotton or tobacco or sugarcane every year. The female soil, worn and haggard from bearing that impatient culture's get, was left barren within a few years, and a formless, clayey desert crept into the plantations.”

 

 

 

Borges
Jorge Luis Borges (24 augustus 1899 – 14 juni 1986)

 

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Fry studeerde aan het Queens College in Cambridge. Hij woont tegenwoordig in Norfolk en New York City. Hij heeft veel samengewerkt met Hugh Laurie.

In 2006 maakte Stephen Fry de tweedelige BBC-documentaire "Stephen Fry - The Secret Life of the Manic Depressive", waarin hij uit de kast komt als lijder aan een bipolaire stoornis, ook wel manisch-depressieve stoornis genoemd. Hij interviewt bekende en minder bekende mensen die dezelfde ziekte hebben en vertelt over zijn extreme stemmingen aan de hand van voorbeelden uit zijn eigen leven. Hoe het begon toen hij een jaar of zeventien was met een manische periode en hoe hij pas op zijn zevenendertigste, naar aanleiding van een zware depressie, uiteindelijk bij de juiste arts terechtkwam waar hij te horen kreeg wat de diagnose was.

 

Uit: Revenge

 

“Anyway, a couple of hours after this "distressing scene," Pete knocked on my door with a cup of tea. Precision, Portia, precision-he knocked on my door with his knuckles, but you know what I mean. I thought he was going to give me grief, but in fact-well no in fact he did give me grief. That is exactly and literally what he gave me. He had just had a phone call from America. Apparently Pete's brother, my uncle Leo, had a heart attack in New York last night and was dead by the time an ambulance arrived. Too grim. Uncle Leo's wife Rose died of ovarian cancer in January and now he's gone, too. He was forty-eight. Forty-eight and dead from a heart attack. So my poor cousin Gordon is coming over to England to stay with us. He was the one who had to call the ambulance and everything. Imagine seeing your own father die in front of you. He's the only child, too. He must be in a terrible state, poor thing. I hope he'll like it with us. I think he was brought up quite orthodox, so what he'll make of family life here, I can't imagine. Our idea of kosher is a bacon bagel. I've never met him. I've always pictured him as having a black beard, which is insane of course, since he's about our age. Seventeen going on eighteen, that kind of thing.”

 

 

 

 

stephenfry
Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Nederlandse schrijfster Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006.

 

 

Mijn Muze

 

Mijn muze is verhuisd naar een verpleegtehuis
De deur naar buiten zit op slot
Er is een tovercode

 

]Vier cijfers die mijn muze niet meer weet
Naast de deurpost staat geschreven:
Het wachtwoord is het jaar waarin wij leven

 

Het heden wordt haar later nooit
Het vroeger is zij heden al vergeten
Later is reeds haar verleden tijd

 

Mijn muze zit gevangen
In de kamer van mijn vroeger
Kwijt is de vanzelfsprekendheid

 

 

 

 

bloem
Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)