18-09-16

Einar Már Gudmundsson, Gerrit Borgers, Doris Mühringer, William March, Jayne-Ann Igel, Jan Mens

 

De IJslandse dichter en schrijver Einar Már Gudmundsson werd op 18 september 1954 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Már Gudmundsson op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

I Think of You (Fragment)

I think of you
revolving through life
at 78 rpm
so scruffy
that the days no longer fit you
any more than the little anoraks
from our times at the swings
I think of you
amongst the brown sugardrops of memories
which I admit are often black as liquorice
of you
when the sandpit was hollywood
and the little plastic cars in the solemnity of a dream
drove us into the smart homes
from glossy magazine advertisements
that the dentist kept in his waiting-room
I owned
the orange villa on snob hill

I think of you
when we walked the beach
shyly looking at the used condoms
the broken ships
that would never sail again
on their oceanic bummers
and were at best
a refuge of smugglers
and acne-faced boys who wanked
in the rusty holds
mentally getting their first bit
and manky planks
and the yellow mental asylum
and the green island
where the monastery still awaits
the monks who have long since departed
and will never return
except sometimes
disguised as tourists

 

Vertaald door Bernard Scudder

 

 
Einar Már Gudmundsson (Reykjavík, 18 september 1954)

Lees meer...

18-09-11

Samuel Johnson, Omer Karel De Laey, Jan Mens, Tomás de Iriarte, Judite Maria de Carvalho

 

De Britse lexicograaf, dichter, essayist en criticusSamuel Johnson werd geboren in Lichfield op 18 september 1709. Zie ook mijn blog van 18 september 2008 en ookmijn blog van 18 september 2009 en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

 

A Short Song of Congratulation

 

LONG-EXPECTED one and twenty

Ling'ring year at last has flown,

Pomp and pleasure, pride and plenty

Great Sir John, are all your own.

 

Loosen'd from the minor's tether,

Free to mortgage or to sell,

Wild as wind, and light as feather

Bid the slaves of thrift farewell.

 

Call the Bettys, Kates, and Jenneys

Ev'ry name that laughs at care,

Lavish of your Grandsire's guineas,

Show the spirit of an heir.

 

All that prey on vice and folly

Joy to see their quarry fly,

Here the gamester light and jolly

There the lender grave and sly.

 

Wealth, Sir John, was made to wander,

Let it wander as it will;

See the jocky, see the pander,

Bid them come, and take their fill.

 

When the bonny blade carouses,

Pockets full, and spirits high,

What are acres? What are houses?

Only dirt, or wet or dry.


If the Guardian or the Mother

Tell the woes of willful waste,

Scorn their counsel and their pother,

You can hang or drown at last.

 

 

Samuel Johnson (18 september 1709 – 13 december 1784)

Portret door Joshua Reynolds

 

Lees meer...

18-09-09

Samuel Johnson, Omer Karel De Laey, Jan Mens


De Britse lexicograaf, dichter, essayist en criticus Samuel Johnson werd geboren in Lichfield op 18 september 1709. Zie ook mijn blog van 18 september 2008.

 

 

The Vanity Of Human Wishes (Fragment)

 

IN IMITATION OF THE TENTH SATIRE OF JUVENAL.

 

Let observation, with extensive view,

Survey mankind, from China to Peru;

Remark each anxious toil, each eager strife,

And watch the busy scenes of crowded life;

Then say, how hope and fear, desire and hate

O'erspread with snares the clouded maze of fate,

Where wav'ring man, betray'd by vent'rous pride

To tread the dreary paths, without a guide,

As treach'rous phantoms in the mist delude,

Shuns fancied ills, or chases airy good;

How rarely reason guides the stubborn choice,

Rules the bold hand, or prompts the suppliant voice.

How nations sink, by darling schemes oppress'd,

When vengeance listens to the fool's request.

Fate wings with ev'ry wish th' afflictive dart,

Each gift of nature, and each grace of art;

With fatal heat impetuous courage glows,

With fatal sweetness elocution flows,

Impeachment stops the speaker's pow'rful breath,

And restless fire precipitates on death.

But, scarce observ'd, the knowing and the bold

Fall in the gen'ral massacre of gold;

Wide wasting pest! that rages unconfin'd,

And crowds with crimes the records of mankind;

For gold his sword the hireling ruffian draws,

For gold the hireling judge distorts the laws;

Wealth heap'd on wealth, nor truth nor safety buys,

The dangers gather as the treasures rise.

Let hist'ry tell where rival kings command,

And dubious title shakes the madded land,

When statutes glean the refuse of the sword,

How much more safe the vassal than the lord;

Low sculks the hind beneath the rage of power,

And leaves the wealthy traitor in the Tower,

Untouch'd his cottage, and his slumbers sound,

Though confiscation's vultures hover round.

 

 

 

 

 

samuel_johnson
Samuel Johnson (18 september 1709 – 13 december 1784)

Portret door Joshua Reynolds

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, toneelschrijver en essayist Omer Karel De Laey werd geboren in Hooglede op 18 september 1876. Zie ook mijn blog van 18 september 2006 en ook mijn blog van 18 september 2008.

 

 

Fantaisie

 

Kent gij de vermaarde dichten

van den ouden Lessing niet,

die in alle dingen: Liebe und

Wein, of Wein und Liebe, ziet?

 

Trinken - van 't begin tot 't einde;

kijkt en leest: op ieder blad

is hij minstens, zonder liegen,

zes of zeven keeren zat.

 

'k Hoor u verontweerdigd roepen:

- zulke dorst is al te groot!

vader Lessing, ongetwijfeld,

vader Lessing dronk hem dood! -

 

Neen, pardon, geachte lezer,

neen! de Duitsche dichter heeft,

boven alle middenmate,

twee en vijftig jaar geleefd.

 

De uitleg hiervan is, dat Lessing

in de bekers die hij dronk,

Vele meer - het was voorzichtigst -

fantaisie dan Moezel schonk.

 

'k Ken er velen, hier te lande,

die, al spreken over wijn

of van ander zaken, zelve

Lessings... en nog erger zijn!

 

 

 

 

 

omer-karel-de-laey-dierensprookjes-gedichten
Omer Karel De Laey (18 september 1876 - 16 december 1909)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Mens werd geboren in Amsterdam op 18 september 1897. Zie ook mijn blog van 18 september 2008.

 

Uit: De kleine waarheid (Televisiserie met Willeke Alberti)

 

 

Sla, tomaten en radijsjes

 

Sla, tomaten en radijsjes

Jonge erwten, jonge meisjes

Jonge veulens, jonge lammetjes in de wei

En de zon op alle daken

Op de Amstel met zijn aken

Op Jordaan en Pijp en Vondelpark en IJ

 

Sla, tomaten en radijsjes

Westertoren speel je wijsjes

Munt en Dampaleis en Montelbaan kom erbij

Vier ons biefstuk, mals en mager

Bij de grinnikende slager

Iedereen is aardig, iedereen is blij

 

Sla, tomaten en radijsjes

Overal zijn paradijsjes

Alle dagen komt een stukje geluk voorbij

Maar omdat je 't deelt met velen

Moet je 'r krijgertje mee spelen

Of 't zegt 'iene-miene-mutte, af ben jij'...



Tekst: Willy van Hemert, Muziek: Harry de Groot

 

 

 

 

MENS
Jan Mens (18 september 1897 – 31 oktober 1967)

 

18-09-08

Ton Anbeek, Michaël Zeeman, Samuel Johnson, Omer Karel De Laey, Jan Mens, Armando


De Nederlandse schrijver en letterkundige Ton Anbeek werd geboren in Ede op 18 september 1944. Hij promoveerde in januari 1978 bij Sötemann in Utrecht, was daar ook korte tijd werkzaam, doceerde een jaar in de Verenigde Staten en aanvaardde vervolgens het ambt van hoogleraar aan de Universiteit Leiden in 1982 met de oratie In puinhopen voel ik mij prettig, ergens anders hoor ik niet thuis. Hij was hoogleraar in de Nederlandse letterkunde van de Romantiek tot nu. Anbeek ging in september 2005 vervroegd met emeritaat. Op 27 september 2005 hield hij zijn afscheidscollege over ‘De jaren Zestig en de literatuur of: Is cultuurgeschiedenis mogelijk?’. In het academisch jaar 2005-2006 heeft hij aan de universiteit van Padua (Italië) Nederlandse en Vlaamse letterkunde gedoceerd.

 

Uit: Doodknuffelen

 

“Op twee punten verschilt Bouazza van Sahar: zijn verhalen spelen bijna allemaal in Marokko en zijn taal is niet flitsend als rap, maar hoogst literair. Bij Sahar komt men een enkele keer een woordspeling tegen. Zo heet een hoofdstuk ‘Het vegende lijf’: een variant op ‘het vege lijf’ dat de hoofdpersoon in de vijandige wereld moet redden, maar tegelijkertijd is ‘vegen’ hier een platte uitdrukking voor copuleren (vergelijk het Italiaans ‘scopare’). Zo'n taalspel blijft bij Sahal uitzondering; bij Bouazza is het regel.

De tweede zin van het openingsverhaal in De voeten van Abdullah luidt:

‘De stilte ging ongemakkelijk verzitten als een schroomvallige vrouw in mannelijk gezelschap.’ Deze formulering is gelukkig, niet alleen omdat zij een duidelijk beeld oproept, maar vooral ook omdat zij indirect verwijst naar een samenleving waar vrouwen schroomvallig bij mannen gaan zitten: het dorp dat Bouazza in zijn verhalen evoceert.

Elke nostalgie ontbreekt in deze beschrijvingen. In feite is het leven op het platteland dat Bouazza oproept even rauw als de asfaltjungle waarin Sahars held ronddoolt. In het Marokkaanse dorp waar de verhalen uit De voeten van Abdullah zich afspelen, overheersen seksueel geweld en godsdienst. Die twee lijken elkaar uit te sluiten waar bijvoorbeeld een fanatieke imam (Bouazza schrijft in tegenstelling tot Sahar het woord met een m op het eind) de verkoop van komkommers en aubergines verbiedt omdat de vorm van die vruchten vrouwen op verkeerde gedachten zou kunnen brengen. Maar een godsdienstleraar kan ook de koranlessen gebruiken om jongens seksueel in te wijden. Bij Bouazza wordt net als bij Sahar het koranonderricht weinig aantrekkelijk voorgesteld.”

 

 

 

 

 

 

anbeek_200
Ton Anbeek (18 september 1944)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 12 september 1958.  Zeeman studeerde enkele jaren filosofie, in Utrecht en in Groningen. In 1974 begon hij te werken bij boekhandel De Tille in Leeuwarden. Hij schreef recensies voor de Leeuwarder Courant en later ook voor NRC Handelsblad. Hij nam vaak boeken mee naar huis ter recensie. In 1986 werd hij door de eigenaar van de boekhandel aangeklaagd wegens diefstal van boeken ter waarde van honderdduizenden guldens. In 1993 werd hij veroordeeld. Volgens Zeeman was er een afspraak dat hij de boeken mocht houden, maar volgens de eigenaar van De Tille was er geen probleem met het meenemen van boeken ter recensie, maar moesten ze wel worden teruggebracht.

In 1987 werd hij stafmedewerker letteren bij de Rotterdamse kunststichting en hij begon in 1991 te werken bij de Volkskrant, waar hij chef kunst werd. Twee jaar na die aanstelling werd hij wegens ernstige interne conflicten met collega's van de Volkskrant weer uit die functie ontheven en werd hij redacteur van het Boekenkatern. Nadat bekend werd dat hij in privécomputers van een collega van de Volkskrant had ingebroken, gaf de directie hem ontslag en veranderde het dienstverband in een freelancerdienstverband en werd hij freelance correspondent in Rome voor de krant.

Zeeman ontving in 1991 de C. Buddingh'-prijs voor het beste poëziedebuut voor de bundel Beeldenstorm. Vanaf 1995 presenteerde hij voor de VPRO Zeeman met boeken (onderdeel van het cultuurprogramma Laat op de avond na een korte wandeling onder eindredactie van George Brugmans) waarvoor hij in januari 2002 de Gouden Ganzenveer kreeg. In datzelfde jaar 2002 ging hij bij de VPRO weg en vestigde hij zich in Rome.

 

 

Bericht aan de laatkomers

 

U bent te laat: wij zijn vertrokken.

als u goed luistert is misschien

de echo van een laatste voetstap

nog te horen. De rest is stof:

't geluid van vallend puin lijkt

louter van een afstand nog op lachen.

 

Op u viel niet te wachten;

de lichten zijn gedoofd,

zie maar dat u ons vindt.

Wij werden data in uw boeken,

wat u van buiten leert, het

heeft ons uit de slaap gehouden.

 

Wij hebben u benijd: u zult de uitkomst

kennen van het spel dat wij begonnen.

Wij moesten voor de pauze weg: geen mens

speelt ooit een stuk van achteren naar voren.

 

Stoor u eens niet aan tijd,

en schrijf ons terug. Wij

zouden graag wat van u houden.

 

 

 

 

 

Uit: Halverwege, de liefde

 

En altijd moet, bijvoorbeeld, Troje dringend bevrijd,

moet Rome vandaag nog gesticht of tot de orde geroepen,

moet de boodschap beslist nu beantwoord, de oproep

gehoorzaamd, de groente gewassen en de was nog gedaan.

 

En terwijl ik nog maar net aan haar tepel proef

hoont op het nachtkastje een mobiele telefoon,

terwijl mijn hand nog pas zoekt in haar schoot,

sommeren rode cijfers zich en tellen de nacht af.

 

Wat hebben wij om ’s lichts wil op te staan,

die om het donker niet het bed in zijn gegaan?

Een beest, twee koppen, jawel, maar ook:

een borst met op zijn minst twee zielen -

 

dat is twee borsten met een legioen, het bed

een bijeenkomst, de nacht een agenda.

 

 

 

 

 

zeeman2
Michaël Zeeman (Marken, 18 september 1958)

 

 

 

 

De een Britse lexicograaf, dichter, essayist en criticus Samuel Johnson werd geboren in Lichfield op 18 september 1709. Johnson was de zoon van een boekverkoper, in zijn jeugd nogal ziekelijk. Hij deed niets liever dan lezen. Toen hij negentien was, verhuisde hij naar Oxford om daar te studeren. Johnson liep de eerste week nauwelijks college, maar zat boeken te lezen in zijn kamertje boven de poort. Samuel gaf de studie na anderhalf jaar op wegens geldgebrek en reisde terug naar zijn geboortestad, waar zijn vader op sterven lag. Een carrière in Lichfield als boekverkoper zag hij niet zitten; terwijl ook zijn publicaties in de plaatselijke courant niet aansloegen. Zijn leven veranderde toen hij een twintig jaar oudere weduwe, Elisabeth Porter trouwde. Johnson richtte een school op en David Garrick was een van zijn (weinige) leerlingen. In 1737 verhuisden alle drie naar Londen. Johnson schreef een aantal lange gedichten, essays en boeken, de meeste van nogal morele, stichtende strekking. Ze worden dan ook niet of nauwelijks meer gelezen. Johnson heeft zich echter vooral onsterfelijke roem verworven, omdat James Boswell, een jongere, maar na hun eerste ontmoeting in 1763 verder levenslange vriend, in 1791 een biografie over hem publiceerde The Life of Samuel Johnson, waarin zijn vlijmscherpe geest en briljante aforismen bewaard zijn gebleven. Samen maakten ze in 1773 een reis naar de westelijke eilanden van Schotland. Beide mannen publiceerden een verslag. Johnson hield van conversatie en goed eten en drinken, en een belangrijk deel van Boswell's biografie is gevuld met de tafelgesprekken die Johnson hield met andere vooraanstaande intellectuelen en kunstenaars van zijn tijd. In ieder Engels citatenwoordenboek heeft Johnson een aanzienlijk hoofdstuk voor zichzelf.

 

Uit: A Journey to the Western Islands of Scotland

                       

“Inverness was the last place which had a regular communication by high roads with the southern counties. All the ways beyond it have, I believe, been made by the soldiers in this century. At
Inverness therefore Cromwell, when he subdued Scotland,* stationed a garrison, as at the boundary of the Highlands. The soldiers seem to have incorporated afterwards with the inhabitants, and to have peopled the place with an English race; for the language of this town has been long considered as peculiarly elegant.

Here is a castle, called the castle of Macbeth, the walls of which are yet standing. It was no very capacious edifice, but stands upon a rock so high and steep, that I think it was once not accessible, but by the help of ladders, or a bridge. Over against it, on another hill, was a fort built by Cromwell, now totally demolished; for no faction of Scotland loved the name of Cromwell, or had any desire to continue his memory.

Yet what the Romans did to other nations, was in a great degree done by Cromwell to the Scots; he civilized them by conquests, and introduced by useful violence the arts of peace. I was told at Aberdeen that the people learned from Cromwell’s soldiers to make shoes and to plant kail.

How they lived without kail, it is not easy to guess. They cultivate hardly any other plant for common tables, and when they had not kail they probably had nothing. The numbers that go barefoot are still sufficient to show that shoes may be spared. They are not yet considered as necessaries of life; for tall boys, not otherwise meanly dressed, run without them in the streets; and in the islands the sons of gentlemen pass several of their first years with naked feet.”

 

 

 

 

 

Samuel_Johnson_by_Joshua_Reynolds_2
Samuel Johnson (18 september 1709 – 13 december 1784)

Portret door Joshua Reynolds

 

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, toneelschrijver en essayist Omer Karel De Laey werd geboren in Hooglede op 18 september 1876. Zie ook mijn blog van 18 september 2006.

 

Het boek des levens

 

Op 't agenda waar de cijfers

onzer levensdagen staan,

teekent Sinte Pieter nevens

vele dagen zero aan.

 

Slechts den schijn der waarheid vragen

in de dingen, of te wel

Als men zelf den weg kan vinden

zoeken eenen reisgezel;

 

Derschen, met gespannen spieren

op de terweschoven slaan,

en dan weerom 't kaf oprapen

in de plaatse van het graan;

 

Gaven krijgen en verachten

't gene er ons geschonken wordt,

Dat is alles aan te teeknen

langs den kant van het: te kort.

 

Zoo, de mensch die op den akker

zijner ziele al zweeten zwoegt,

vindt er, als 't gedaan is, enkel

eene brokke van geploegd.

 

 

 

 

DeLaey_oke
Omer Karel De Laey (18 september 1876 - 16 december 1909)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Mens werd geboren in Amsterdam op 18 september 1897 als zoon van Jan Mens, diamantslijper en Helena Elisabeth Falke. Hij groeide op in een sober milieu. Op 9-jarige leeftijd verloor hij zijn vader, en zijn moeder was gedwongen als schoonmaakster de kost voor het gezin te winnen. Jan ging naar de ambachtsschool om het meubelmakervak te leren, en kreeg in 1922 een vaste baan. Datzelfde jaar trouwde hij met Abeltje Stenhuis. In 1933 verloor Mens zijn baan, en hij begon te schrijven, eerst wat kinderboeken en verhalen. In 1934, onder het pseudoniem J. Rebel werd een selectie sociale schetsen uitgegeven met de titel Rafels. In 1935 kwam hij in contact met de schrijver en oud-schoolmeester Theo Thijssen, die hem van aanbevelingen voorzag en zijn manuscripten corrigeerde. In 1938 won Mens de Kosmos Eerstelingen Prijs voor jonge schrijvers met zijn manuscript van Mensen zonder geld, en dit was het begin van zijn doorbraak als schrijver. Begin jaren zestig, kort voor zijn dood, was hij de best verkochte schrijver van Nederland.

 

Uit: De Maasbode, 17 oktober 1953, aan de vooravond van de presentatie van zijn roman Elisabeth

 

“Nadien ben ik zelf gaan snuffelen in Betje's verleden - een fascinerende bezigheid, die tot gevolg had dat ik haar heel anders ben gaan zien dan voorheen. [...] Ik had altijd gedacht, dat ze een van die vervelende oude vrijsters was, waar de jeugd van onze middelbare scholen mee geplaagd wordt. Niets is minder waar! Betje Wolff was een ontzaglijk geestige en strijdbare vrouw, die na een amoureus avontuur te Vlissingen, haar geboortestad, op twintigjarige leeftijd met de anderhalf maal zo veel oudere dominee Wolff trouwde. Een roman in optima forma! “

 

 

 

 

Jan_Mens
Jan Mens (18 september 1897 – 31 oktober 1967)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 18 september 2006.

 

De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam.