02-08-17

Jussi Adler-Olsen, James Baldwin, Isabel Allende, Kristine Bilkau, Philippe Soupault, Ernest Dowson, Zoltán Egressy, Caleb Carr, Félix Leclerc

 

De Deense schrijver Carl Henry Valdemar Jussi Adler-Olsen werd geboren op 2 augustus 1950 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jussi Adler-Olsen op dit blog.

Uit: Selfies (Vertaald door Kor de Vries)

“Zoals altijd droeg haar gezicht de sporen van de voorbije nacht. Haar huid was een beetje uitgedroogd en de donkere kraters onder haar ogen leken dieper dan toen ze naar bed ging.
Denise trok grimassen naar haar spiegelbeeld. Nu was ze een uur bezig geweest om de schades te herstellen en het werd nooit goed genoeg.
‘Je ziet eruit als een hoer en zo stink je ook,’ aapte ze haar moeders stem na terwijl ze haar ogen nog wat extra aanzette.
Op de zit-slaapkamers om haar heen kondigde het lawaai aan dat de andere huurders eindelijk wakker werden en dat het snel weer avond was. Het was een bekende deken van geluid: het gerinkel van flessen, het bij elkaar aankloppen om sigaretten te bietsen, een continu rennen naar het versleten ‘toilet met douche’, dat in het huurcontract ‘luxueus’ werd genoemd.
Nu was de minisamenleving van de onderklasse Denen in een van de donkerder straten van Frederiksstaden eindelijk op gang gekomen, op weg naar een volgende avond zonder uitgesproken doel.
Na een ogenblik keren en draaien stapte ze naar de spiegel toe en bekeek haar gezicht van dichterbij.
‘Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land?’ zei ze met een verwaande glimlach terwijl ze haar spiegelbeeld met haar vingertoppen liefkoosde. Ze tuitte haar lippen, liet haar vingers langs haar heupen omhoog naar haar borsten glijden en verder langs haar nek door haar haar. Vervolgens plukte ze een paar pluisjes van haar angorablouse, bracht wat foundation aan op een paar plekjes die onvoldoende waren bedekt en stapte heel tevreden achteruit. Haar geëpileerde en omhoog gestreken wenkbrauwen hadden samen met de Neulash-versterkte wimpers haar ‘appearance’, zoals zij het noemde, verstevigd. Het had haar blik dieper en de gloed van haar iris intenser gemaakt en gaf haar met weinig middelen een extra snufje onbenaderbaarheid.
Kort gezegd was ze klaar om de wereld te betoveren.”

 

 
Jussi Adler-Olsen (Kopenhagen, 2 augustus 1950)

Lees meer...

02-08-16

Dolce far niente, Hugo von Hofmannsthal, Jussi Adler-Olsen, Kristine Bilkau, James Baldwin, Ernest Dowson

 

Dolce far niente

 

 
Na de regen door German Tatarinov, 1991

 

 

Regen in der Dämmerung

Der wandernde Wind auf den Wegen
War angefüllt mit süßem Laut,
Der dämmernde rieselnde Regen
War mit Verlangen feucht betaut.

Das rinnende rauschende Wasser
Berauschte verwirrend die Stimmen
Der Träume, die blasser und blasser
Im schwebenden Nebel verschwimmen.

Der Wind in den wehenden Weiden,
Am Wasser der wandernde Wind,
Berauschte die sehnenden Leiden,
Die in der Dämmerung sind.

Der Weg im dämmernden Wehen,
Er führte zu keinem Ziel,
Doch war er gut zu gehen
Im Regend, der rieselnd fiel.

 

 
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929) 
Regen in Wenen, waar Hugo von Hofmannsthal werd geboren.

Lees meer...

02-08-15

Dolce far niente, Albert Verwey, James Baldwin, Isabel Allende, Philippe Soupault

 

Dolce far niente

 

 
Zeelandschap in de morgen, Simon de Vlieger, 1640-45

 

 

De Noordzee

De Noordzee doet zijn gore golven dreunen
En laat ze op 't strand in lange lijnen breken.
Zijn voorjaarswater marmren groene streken
En schuim en zwart waaronder schelpen kreunen

Zie van 't balkon mij naar den einder leunen
Met ogen die sinds lang zo wijd niet keken:
Een droom in 't hart is me eer ik 't wist ontweken
En 't oog wil buiten me op iets komends steunen.

Hoe ben ik altijd weer vervuld, verlaten:
Vervuld van liefde en hoop en schoon geloven;
Verlaten als mijn dromen mij begeven.

Maar dan komt, o Natuur, langs alle straten,
Uw kracht, uw groei, uw dreiging, uw beloven -
Hoe klopt mijn hart van nieuw, van eeuwig leven.

 

 
Albert Verwey (15 mei 1865 - 8 maart 1937)
Zicht op de Montelbaanstoren te Amsterdam, gezien vanaf de Sint Antoniesluis
door Cornelis Vreedenburgh, 1920. Verwey werd geboren in Amsterdam

Lees meer...

02-08-14

Dolce far niente, Hendrik Marsman, Gerrit Komrij, Hans Warren, James Baldwin

 

Dolce far niente – Canal Parade

 

 
Gay Pride, Amsterdam

 

 

Twee vrienden

De maan maakt den nacht tot een sneeuwwit veld.
een man heeft zijn vriend van zijn leven verteld:

er is door dit spreken een wonder gebeurd:
hun harten zijn zoozeer eender gekleurd

dat de een als hij soms naar den ander ziet
bij zichzelven zegt: maar ben ìk dat niet?

een vrouw; nog een vrouw; een verterend gemis.
het is alsof alles ten einde is:

want één hart blijft thuis en één hart gaat op reis
maar geen van twee vindt het Paradijs.

 

 
Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940)
Met zijn vrouw in 1934

Lees meer...

02-08-12

Isabel Allende, James Baldwin, Philippe Soupault, Zoltán Egressy, Caleb Carr

 

De Chileense schrijfster Isabel Allende werd geboren in Lima op 2 augustus 1942. Zie ook alle tags voor Isabel Allende op dit blog en ook mijn blog van 2 augustus 2010.

 

Uit: Eva Luna (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

 

My name is Eva, which means "life," according to a book of names my mother consulted. I was born in the back room of a shadowy house, and grew up amidst ancient furniture, books in Latin, and human mummies, but none of those things made me melancholy, because I came into the world with a breath of the jungle in my memory. My father, an Indian with yellow eyes, came from the place where the hundred rivers meet; he smelled of lush growing things and he never looked directly at the sky, because he had grown up beneath a canopy of trees, and light seemed indecent to him. Consuelo, my mother, spent her childhood in an enchanted region where for centuries adventurers have searched for the city of pure gold the conquistadors saw when they peered into the abyss of their own ambitions. She was marked forever by that landscape, and in some way she managed to pass that sign on to me.
Missionaries took Consuelo in before she learned to walk; she appeared one day, a naked cub caked with mud and excrement, crawling across the footbridge from the dock like a tiny Jonah vomited up by some freshwater whale. When they bathed her, it was clear beyond a shadow of doubt that she was a girl, which must have caused no little consternation among them; but she was already there and it would not do to throw her into the river, so they draped her in a diaper to cover her shame, squeezed a few drops of lemon into her eyes to heal the infection that had prevented her from opening them, and baptized her with the first female name that came to mind. They then proceeded to bring her up, without fuss or effort to find out where she came from; they were sure that if Divine Providence had kept her alive until they found her, it would also watch over her physical and spiritual well-being, or, in the worst of cases, would bear her off to heaven along with the other innocents. Consuelo grew up without any fixed niche in the strict hierarchy of the Mission. She was not exactly a servant, but neither did she have the status of the Indian boys in the school, and when she asked which of the priests was her father, she was cuffed for her insolence. She told me that a Dutch sailor had set her adrift in a rowboat, but that was likely a story that she had invented to protect herself from the onslaught of my questions. I think the truth is that she knew nothing about her origins or how she had come to be where the missionaries found her.“

 

 

Isabel Allende (Lima, 2 augustus 1942)

Lees meer...

02-08-11

Isabel Allende, James Baldwin, Caleb Carr, Philippe Soupault

 

De Chileense schrijfster Isabel Allende werd geboren in Lima op 2 augustus 1942. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2007 en ook mijn blog van 2 augustus 2008 en ook mijn blog van 2 augustus 2009 en ook mijn blog van 2 augustus 2010.

 

Uit: Zorro (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

 

“Let us begin at the beginning, at an event without which Diego de la Vega would not have been born. It happened in Alta California, in the San Gabriel mission in the year 1790 of Our Lord. At that time the mission was under the charge of Padre Mendoza, a Franciscan who had the shoulders of a woodcutter and a much younger appearance than his forty well-lived years warranted. He was energetic and commanding, and the most difficult part of his ministry was to emulate the humility and sweet nature of Saint Francis of Assisi. There were other Franciscan friars in the region supervising the twenty-three missions and preaching the word of Christ among a multitude of Indians from the Chumash, Shoshone, and other tribes who were not always overly cordial in welcoming them. The natives of the coast of California had a network of trade and commerce that had functioned for thousands of years. Their surroundings were very rich in natural resources, and the tribes developed different specialties. The Spanish were impressed with the Chumash economy, so complex that it could be compared to that of China. The Indians had a monetary system based on shells, and they regularly organized fairs that served as an opportunity to exchange goods as well as contract marriages.
Those native peoples were confounded by the mystery of the crucified man the whites worshipped, and they could not understand the advantage of living contrary to their inclinations in this world in order to enjoy a hypothetical well-being in another. In the paradise of the Christians, they might take their ease on a cloud and strum a harp with the angels, but the truth was that in the afterworld most would rather hunt bears with their ancestors in the land of the Great Spirit. Another thing they could not understand was why the foreigners planted a flag in the ground, marked off imaginary lines, claimed that area as theirs, and then took offense if anyone came onto it in pursuit of a deer.”

 

 

Isabel Allende (Lima, 2 augustus 1942)

Lees meer...

02-08-10

Isabel Allende, James Baldwin, Zoltán Egressy, Caleb Carr, Philippe Soupault, Félix Leclerc, Arnold Kübler, Adolf Friedrich von Schack

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 2e augustus mijn blog bij seniorennet.be

  

Isabel Allende, James Baldwin, Zoltán Egressy, Caleb Carr

 

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 2e augustus ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag. 

 

Philippe Soupault, Félix Leclerc, Arnold Kübler, Adolf Friedrich von Schack

02-08-09

Isabel Allende, James Baldwin, Zoltán Egressy, Caleb Carr, Philippe Soupault, Félix Leclerc, Arnold Kübler, Adolf Friedrich von Schack


De Chileense schrijfster Isabel Allende werd geboren in Lima op 2 augustus 1942. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2007 en ook mijn blog van 2 augustus 2008.

 

Uit: Daughter of Fortune (Vertaald door Margaret Savers Peden)

 

Everyone is born with some special talent, and Eliza Sommers discovered early on that she had two: a good sense of smell and a good memory. She used the first to earn a living and the second to recall her life-if not in precise detail, at least with an astrologer's poetic vagueness. The things we forget may as well never have happened, but she had many memories, both real and illusory, and that was like living twice. She used to tell her faithful friend, the sage Tao Chi'en, that her memory was like the hold of the ship where they had come to know one another: vast and somber, bursting with boxes, barrels, and sacks in which all the events of her life were jammed. Awake it was difficult to find anything in that chaotic clutter, but asleep she could, just as Mama Fresia had taught her in the gentle nights of her childhood, when the contours of reality were as faint as a tracery of pale ink. She entered the place of her dreams along a much traveled path and returned treading very carefully in order not to shatter the tenuous visions against the harsh light of consciousness. She put as much store in that process as others put in numbers, and she so refined the art of remembering that she could see Miss Rose bent over the crate of Marseilles soap that was her first cradle.
"You cannot possibly remember that, Eliza. Newborns are like cats, they have no emotions and no memory," Miss Rose insisted the few times the subject arose.
Possible or not, that woman peering down at her, her topaz-colored dress, the loose strands from her bun stirring in the breeze were engraved in Eliza's mind, and she could never accept the other explanation of her origins.
"You have English blood, like us," Miss Rose assured Eliza when she was old enough to understand. "Only someone from the British colony would have thought to leave you in a basket on the doorstep of the British Import and Export Company, Limited. I am sure they knew how good-hearted my brother Jeremy is, and felt sure he would take you in. In those days I was longing to have a child, and you fell into my arms, sent by God to be brought up in the solid principles of the Protestant faith and the English language."

 

 

 

 

isabel-allende
Isabel Allende (Lima, 2 augustus 1942)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Baldwin werd op 2 augustus 1924 in Harlem, New York, geboren. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2006 en ook mijn blog van 2 augustus 2007  en ook mijn blog van 2 augustus 2008.

 

Uit: Another Country

 

HE WAS FACING Seventh Avenue, at Times Square. It was past midnight and he had been sitting in the movies, in the top row of the balcony, since two o'clock in the afternoon. Twice he had been awakened by the violent accents of the Italian film, once the usher had awakened him, and twice he had been awakened by caterpillar fingers between his thighs. He was so tired, he had fallen so low, that he scarcely had the energy to be angry; nothing of his belonged to him anymore—you took the best, so why not take the rest?—but he had growled in his sleep and bared the white teeth in his dark face and crossed his legs. Then the balcony was nearly empty, the Italian film was approaching a climax; he stumbled down the endless stairs into the street. He was hungry, his mouth felt filthy. He realized too late, as he passed through the doors, that he wanted to urinate. And he was broke. And he had nowhere to go.

The policeman passed him, giving him a look. Rufus turned, pulling up the collar of his leather jacket while the wind nibbled delightedly at him through his summer slacks, and started north on Seventh Avenue. He had been thinking of going downtown and waking up Vivaldo—the only friend he had left in the city, or maybe in the world—but now he decided to walk up as far as a certain jazz bar and night club and look in. Maybe somebody would see him and recognize him, maybe one of the guys would lay enough bread on him for a meal or at least subway fare. At the same time, he hoped that he would not be recognized.

The Avenue was quiet, too, most of its bright lights out. Here and there a woman passed, here and there a man; rarely, a couple. At corners, under the lights, near drugstores, small knots of white, bright, chattering people showed teeth to each other, pawed each other, whistled for taxis, were whirled away in them, vanished through the doors of drugstores or into the blackness of side streets. Newsstands, like small black blocks on a board, held down corners of the pavements and policemen and taxi drivers and others, harder to place, stomped their feet before them and exchanged such words as they both knew with the muffled vendor within.”

 

 

 

 

Baldwin
James Baldwin (2 augustus 1924 – 1 december 1987)

 

 

 

 

 

 

De Hongaarse dichter en schrijver Zoltán Egressy wird geboren in Boedapest op 2 augustus 1967. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2008.

 

Uit: DREI SÄRGE (Vertaald door Wilhelm Droste)

 

(Im Zimmer sieht man außer dem Bett – mit Emmi und Viktor – noch einen großen Tisch und zwei Stühle. Ein dritter Stuhl ist eng unter den Tisch geschoben. An der Wand hängen drei Bilder, auf dem einen ist ein betagter Mann, das andere zeigt ein Ehepaar mittleren Alters. Auf dem dritten ist Emmi als Kind mit ihrem Vater, dem männlichen Part des Ehepaares in mittleren Jahren. In der Ecke steht ein Klavier. Auf dem Tisch ist eine Tischdecke, darauf zwei Teller und zwei Gläser. Das Essen ist offensichtlich beendet. In der Mitte des Tisches steht eine Vase, darin vertrocknete Feldblumen. Emmi und Viktor nach dem Liebesakt. Sie liegen auf dem Rücken. Emmi ist schlecht gelaunt.)
VIKTOR: Das war gut.
EMMI: Dann ist ja gut.
VIKTOR: Du bist geschickt.
Es war gut.
EMMI: Dann ist ja gut.
VIKTOR: Für dich?
EMMI: Das ist das wichtigste.
(Sie zieht sich einen Bademantel an, steht auf, nimmt den trockenen Strauß aus der Vase.)
VIKTOR: Auch das Essen war gut.
EMMI: Das freut mich.
(Sie steht da mit den vertrockneten Blumen, dann geht sie hinaus. Viktor liegt befriedigt da.. Emmi kommt zurück.)
VIKTOR: So ist es doch besser. Wenn deine Mama da ist und die Veronka, dann achte ich immer darauf, ob sie vielleicht reinkommen.
EMMI: Die kommen nicht rein.
VIKTOR: Nein.
EMMI: Wenn sie wüßten…
VIKTOR: Würden sie dann reinkommen.
EMMI: So ist es besser.
VIKTOR: Besser. Wie lange noch?
EMMI: Drei Wochen.
(Stille)
VIKTOR: Gib mir noch was von dem Pflaumenschnaps.
EMMI: Bis wann kannst du bleiben?
VIKTOR: Ich mach mich auf, gib mir nur noch ein bißchen Schnaps.
EMMI: Früher bist du länger geblieben.
(Stille)
VIKTOR: In den nächsten Tagen kommt eine Division. Man sagt, in der Stadt würden dann Offiziere stationiert. Sie werden hier in die Häuser einziehen.”

 

 

 

 

 

egressy
Zoltán Egressy (Boedapest, 2 augustus 1967)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en historicus Caleb Carr werd  geboren op 2 augustus 1955 in New York. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2008.

 

Uit: Killing Time

 

“Somewhere in the Mitumba Mountain Range of Central Africa, September 2024

We leave at daylight, so I must write quickly. All reports indicate that my pursuers are now very close: the same scouts who for the last two days have reported seeing a phantom airship moving steadily down from the northeast, setting fire to the earth as it goes, now say that they have spotted the vessel near Lake Albert. My host, Chief Dugumbe, has at last given up his insistence that I allow his warriors to help me stand and fight, and instead offers an escort of fifty men to cover my escape. Although I'm grateful, I've told him that so large a group would be too conspicuous. I'll take only my good friend Mutesa, the man who first dragged my exhausted body out of this high jungle, along with two or three others armed with some of the better French and American automatic weapons. We'll make straight for the coast, where I hope to find passage to a place even more remote than these mountains.

It seems years since fate cast me among Dugumbe's tribe, though in reality it's been only nine months; but then reality has ceased to have much meaning for me. It was a desire to get that meaning back that originally made me choose this place to hide, this remote, beautiful corner of Africa that has been forever plagued by tribal wars. At the time the brutality of such conflicts seemed to me secondary to the fact that the ancient grievances fueling them had been handed down from generation to generation by word of mouth alone; I thought this a place where I might be at least marginally sure that the human behavior around me was not being manipulated by the unseen hands of those who, through mastery of the wondrous yet sinister technologies of our "information age," have obliterated the line between truth and fiction, between reality and a terrifying world in which one's eyes, ears, and heart can no longer be trusted.”

 

 

 

 

carrcaleb
Caleb Carr (New York, 2 augustus 1955)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Philippe Soupault werd geboren op 2 augustus 1897 in Chaville bij Parijs. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2007  en ook mijn blog van 2 augustus 2008.

 

 

 

C’est demain dimanche

 

Il faut apprendre à sourire

même quand le temps est gris

Pourquoi pleurer aujourd'hui

Quand le soleil brille

C'est demain la fête des amis

Des grenouilles et des oiseaux

des champignons des escargots

n'oublions pas les insectes

Les mouches et les coccinelles

Et surtout à l'heure à midi

j'attendrai l'arc-en-ciel

violet indigo bleu vert

jaune orange et rouge

et nous jouerons à la marelle

 

 

 

 

 

Le pirate

 

Et lui dort-il sous les voiles

il écoute le vent son complice

il regarde la terre ferme son ennemie sans envie

et la boussole est près de son cœur immobile

Il court sur les mers

à la recherche de l’axe invisible du monde

Il n’y a pas de cris

pas de bruit

des chiffres s’envolent

et la nuit les efface

Ce sont les étoiles sur l’ardoise du ciel

Elles surveillent les rivières qui coulent dans l’ombre

et les amis du silence les poissons

mais ses yeux fixent une autre étoile

perdue dans la foule

tandis que les nuages passent

doucement plus fort que lui

lui

lui

 

 

 

 

 

Soupault
Philippe Soupault (2 augustus 1897 – 12 maart 1990)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 2 augustus 2007.

 

De Frans-Canadese dichter, schrijver, acteur, zanger en politiek activist Félix Leclerc werd geboren op 2 augustus 1914 in La Tuque, Quebec, Canada.

 

De Zwitserse schrijver Arnold Kübler werd geboren op 2 augustus 1890 in Wiesendrangen.

 

De Duitse dichter, schrijver, kunst- en literatuurcriticus Adolf Friedrich von Schack werd geboren op 2 augustus 1815 in Brüsewitz bij Schwerin. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2008.

 

 

02-08-08

Isabel Allende, James Baldwin, Philippe Soupault, Zoltán Egressy, Caleb Carr, Adolf Friedrich von Schack, Félix Leclerc, Arnold Kübler


De Chileense schrijfster Isabel Allende werd geboren in Lima op 2 augustus 1942. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2007.

 

Uit: Of Law and Shadows

 

 

“Rivera remembered the first execution as clearly as if he were seeing it today. It had happened five years ago, a few days after the military takeover. It was still cold, and it had rained all night; the skies had opened and washed the world, leaving the barracks bright and clean and smelling of moss and moisture. By dawn, the rain had stopped, but everything was softened in the haze of its memory, and small pools of water glittered among the cobbles like slivers of glass. The firing squad was assembled at the far end of the patio, and two strides before them, deathly pale, stood Lieutenant Ramirez. The prisoner was brought in between two guards, who were holding him up by the arms because he couldn't stand on his own two feet.

“Position the prisoner against the wall, Corporal!”
“But, Lieutenant, he can't stand up.”
“Then sit him down!”
“Where, Lieutenant?”
“Well, bring a chair, goddammit,” and the lieutenant's voice had cracked.

Faustino Rivera turned to the man at his left, repeated the order, and the man departed. Why don't they pitch the prisoner on the ground and shoot him like a dog before it gets light and we can see everybody's face? Why drag it out like this? the corporal thought, uneasy because the patio was getting lighter by the second. The prisoner raised his eyes and looked at each of them with the astounded expression of the dying; he paused when he came to Faustino. He undoubtedly recognized him, because once they'd played soccer on the same field, and there he was now standing in the middle of icy pools of water, holding a rifle in his hands that weighed a ton, while the prisoner lay on the ground waiting. At this point the chair arrived and the lieutenant ordered them to tie the prisoner to the chairback because he was swaying like a scarecrow. The corporal stepped toward him with a kerchief.”

 

 

isabelallende

Isabel Allende (Lima, 2 augustus 1942)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Baldwin werd op 2 augustus 1924 in Harlem, New York, geboren. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2006 en ook mijn blog van 2 augustus 2007.

.

 Uit: If Beale Street Could Talk

 

“I look at myself in the mirror. I know that I was christened Clementine, and so it would make sense if people called me Clem, or even, come to think of it, Clementine, since that's my name: but they don't. People call me Tish. I guess that makes sense, too. I'm tired, and I'm beginning to think that maybe everything that happens makes sense. Like, if it didn't make sense, how could it happen? But that's really a terrible thought. It can only come out of trouble--trouble that doesn't make sense.

Today, I went to see Fonny. That's not his name, either, he was christened Alonzo: and it might make sense if people called him Lonnie. But, no, we've always called him Fonny. Alonzo Hunt, that's his name. I've known him all my life, and I hope I'll always know him. But I only call him Alonzo when I have to break down some real heavy shit to him.

Today, I said, "--Alonzo--?"

And he looked at me, that quickening look he has when I call him by his name.

He's in jail. So where we were, I was sitting on a bench in front of a board, and he was sitting on a bench in front of a board. And we were facing each other through a wall of glass between us. You can't hear anything through this glass, and so you both have a little telephone. You have to talk through that. I don't know why people always look down when they talk through a telephone, but they always do. You have to remember to look up at the person you're talking to.

I always remember now, because he's in jail and I love his eyes and every time I see him I'm afraid I'll never see him again. So I pick up the phone as soon as I get there and I just hold it and I keep looking up at him.

So, when I said, "--Alonzo--?" he looked down and then he looked up and he smiled and he held the phone and he waited.

I hope that nobody has ever had to look at anybody they love through glass.

And I didn't say it the way I meant to say it. I meant to say it in a very offhand way, so he wouldn't be too upset, so he'd understand that I was saying it without any kind of accusation in my heart.

You see: I know him. He's very proud, and he worries a lot, and, when I think about it, I know--he doesn't--that that's the biggest reason he's in jail. He worries too much already, I don't want him to worry about me. In fact, I didn't want to say what I had to say. But I knew I had to say it. He had to know.

And I thought, too, that when he got over being worried, when he was lying by himself at night, when he was all by himself, in the very deepest part of himself, maybe, when he thought about it, he'd be glad. And that might help him.

I said, "Alonzo, we're going to have a baby."

I looked at him. I know I smiled. His face looked as though it were plunging into water. I couldn't touch him. I wanted so to touch him. I smiled again and my hands got wet on the phone and then for a moment I couldn't see him at all and I shook my head and my face was wet and I said, "I'm glad. I'm glad. Don't you worry. I'm glad."

But he was far away from me now, all by himself. I waited for him to come back. I could see it flash across his face: my  baby? I knew that he would think that. I don't mean that he doubted me: but a man thinks that. And for those few seconds while he was out there by himself, away from me, the baby was the only real thing in the world, more real than the prison, more real than me.

I should have said already: we're not married. That means more to him than it does to me, but I understand how he feels. We were going to get married, but then he went to jail.

Fonny is twenty-two. I am nineteen.

He asked the ridiculous question: "Are you sure?"

"No. I ain't sure. I'm just trying to mess with your mind."

 

 

 

 

Baldwin

James Baldwin (2 augustus 1924 – 1 december 1987)

Richard Olney, Portrait of James Baldwin, 1954

 

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Philippe Soupault werd geboren op 2 augustus 1897 in Chaville bij Parijs. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2007.

 

Grammaire

Peut-être et toujours peut-être
adverbes que vous m'ennuyez
avec vos presque et presque pas
quand fleurissent les apostrophes

Et vous points et virgules
qui grouillez dans les viviers
où nagent les subjonctifs
je vous empaquette vous ficelle

Soyez maudits paragraphes
pour que les prophéties s'accomplissent
bâtards honteux des grammairiens
et mauvais joueurs de syntaxe

Sucez vos impératifs
et laissez-nous dormir
une bonne fois
c'est la nuit
et la canicule

 

 

C’est vrai

Sept veaux

c'est peu

sept œufs

c'est beaucoup

 

Mille huit cent quatre-vingt-douze

c'est sec

Mille huit cent quatre-vingt-dix-sept

c'est trop

 

Pomme poire et pendulette

c'est émouvant

 

Rien n'égale la satinette

c'est évident

 

N'essayez pas de m'arrêter

c'est décidé

 

la lune l'orage et le poirier

c'est lune.

 

 

 

soupaultabott
Philippe Soupault (2 augustus 1897 – 12 maart 1990)

 

 

 

 

 

 

De Hongaarse dichter en schrijver Zoltán Egressy wird geboren in Boedapest op 2 augustus 1967. Hij studeerde Hongaars, literatuur en geschiedenis aan de universiteit van Boedapest en sloot zijn stidie in 1990 af. In 1991 publiceerde hij een dichtbundel, Csókko, (in het Duits „Kusszeit“), vervolgens vertaalde hij werk van Pessoa en Quasimodo. In dezelfde tijd was hij ook zanger in een Underground band en schreef hij voor een theatertijdschrift. Sinds 1995 schrijft Egressy toneelstukken, hoorspelen en draaiboeken. Zijn eerswte stuk, Sóska, sült krumpli, wird opgevoerd het József-Katona-Theater in Boedapest en was een groot succes. Zijn tweede stuk, Portugál, wird door Andor Lukáts verfilmd. Egressy is getrouwd met de Hongaarse actrice Ágnes Bertalan en heeft twee kinderen.

 

 

 

Uit: 4 x 100 (Vertaald door Albert Koncsek)

 

“(Massageraum. In der Mitte die Massagebank, an den Wänden weitere Bänke. An den Wänden Kalender, Plakate. Ein Plakat informiert über Allergiesymptome (Pollenflug), ein anderes über die Dinosaurierarten, aber es gibt auch einige zur Athletik. Die Tür ist offen. Dali sitzt auf einer Bank an der Wand, packt seine Tasche aus, holt verschiedene Mittelchen hervor, stellt die Plastikflaschen und Salben kommod nebeneinander. Einige nimmt er sich genauer unter die Lupe, nicht ausgeschlossen, dass er sich das Verfallsdatum betrachtet. Er scheint müde und zerstreut zu sein. Von draußen ist Radau zu hören. Dali nervt der Lärm, er geht zur Tür und schließt sie. Er geht zurück an seinen Platz. Er seufzt. Es klopft, kurz darauf öffnet sich die Tür. Tante Judy steht da.) 

Tante Judy Du schon?... (Tritt ungezwungen und temperamentvoll ein.) Dein Harem kommt gleich, der Bus ist angekommen, hallo. (Lächelt, gibt ihm einen Wangenkuss.)

 

Dai: (Leise, bündig)

Oje, oje, wir müssen sterben.

Tante Judy

 Ich weiß im Übrigen nicht, warum man sie zusammensperren muss, wenn der Wettkampf eh hier stattfindet, alle sind aus Budapest, sie könnten auch von zu Hause kommen, nicht?

Dali

 Wir können uns nicht mehr selbst betrügen. Oje, oje, wir müssen sterben, wir müssen sterben.

Tante Judy

 Ich bin heute Vormittag nicht zu ihnen ins Trainigslager gegangen, die haben auch ohne mich genug Sorgen, hast du heute mit Piroschka gesprochen?

Dali 

Wir werden sterben, Judy. Wir werden sterben.

Tante Judy 

Ich liebe die Welt, Dali, sag mir nicht so was, vor allem nicht heute.

Dali 

Es ist auch heute ganz offensichtlich, dass wir sterben müssen.

Tante Judy 

Es muss gelingen.

Dali 

Es wird gelingen. Jedem irgendwann. Zwischen Herbst und Frühling oder zwischen Frühling und Herbst. Es ist ganz offensichtlich. (Ergreift Tante Judys Hand.) Du hast dort, wo dich niemand sieht, nicht geweint.

Tante Judy (Öffnet sich, versucht, das persönliche Thema zu meiden. Fröhlich.)

Als kleines Mädchen war ich mir sicher, dass man ein Mittel erfinden wird, und dann muss niemand mehr sterben.

Dali 

Man hat es aber nicht erfunden, Judy.

Tante Judy 

Ja ja.

Dali 

Ja ja.

      (Pause)

Tante Judy (Klatscht einmal, will vom Thema ablenken.)

Na dann...

Dali 

Du hast nicht geweint... Aber ich!... Es gibt keinen Film, bei dem ich nicht weinen muss.

      (Tante Judy geht hinaus auf den Flur. Das Klimpern von Geld und das Geräusch eines Kaffeeautomaten sind zu hören. Die Tür ist offen, Tante Judys Rücken ist zu sehen. Sie hört Dali, den es sichtlich nicht kümmert, ob die Trainerin ihm zuhört.)      

Es gibt keine Schnulze, bei der ich nicht weine. Gleichzeitig lache ich über mich. Weine aber dabei. Ein Witz. Da setzt im Film die Musik ein, damit der Bauer weint. Und wer weint - ich, ja. Oder bei irgendeiner Hochzeit. Wenn es nicht meine eigene ist. Wenn die sagen, in guten und in schlechten Zeiten, zum Beispiel.

(Tante Judy tritt ein, in der Hand der Kaffee.)

 Oder nur eine Melodie. Was weiß ich, nur eine Strophe. Und schon weine ich wie ein Trottel. Rollen die Tränen. Wie aus der Pistole geschossen. (Lacht dreckig.)

Tante Judy (Zeigt auf den Kaffee.)

Ein klein wenig nicht heiß.

Dali 

Mit geht’s nicht gut, Judy. (Lacht wieder gezwungen auf.)

Tante Judy 

Seit Tagen, Wochen, Monaten, Jahren geht es dir nicht gut.

Dali 

Seit dreiundzwanzig Jahren. Seither schwächele ich.

      (Pause)

Tante Judy 

Dieser Kaffee ist ein klein wenig schlecht. (Trinkt den Rest in einem Zug und wirft den Becher in einen Papierkorb.)

Dali (Ernsthaft nachdenkend)

Was ist heute? Ist Ostern schon vorbei?

Tante Judy 

Zwei Monate her. Vor zwei Monaten war Ostern, Dali. Es ist Sommer und alles lebt! Hast du schon mit Piroschka gesprochen?

Dali

 Wer liebt, ist wohl kaum schuldig.”

 

 

 

Egressy_Zoltan

Zoltán Egressy (Boedapest, 2 augustus 1967)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en historicus Caleb Carr werd  geboren op 2 augustus 1955 in New York. Zijn jeugd in een achtergestelde buurt van Manhatten werd gekenmerkt door chaotische familieverhoudingen. Zijn vader, een journalist, was alcoholist en veroordeeld wegens doodslag. Hij was wel bevriend met mensen als Jack Kerouac en Allen Ginsberg. Zijn ouders lieten zich al vroeg scheiden. Ook zijn nieuwe stiefvader was alcoholist. Toch rondde Carr zijn studie geschiedenis in New York met succes af. Hij begon zijn loopbaan als journalist. In 1994 volgde zijn doorbraak, internationaal,  met een in het Victoriaanse tijdperk spelende detective, The Alienist. De latere president van de VS, Theodore Roosevelt, speelt hierin een rol als leider van een politiecorps. In het in 1997 verschenen vervolg, The Angel of Darknes, kon Carr het hoge stilistische niveau handhaven. Andere boeken van hem, zoals The Italian Secretary en Killing Time waren minder succesvol.

 

 

Uit: The Alienist

 

The words as I write them make as little sense as did the sight of his coffin descending into a patch of sandy soil near Sagamore Hill, the place he loved more than any other on earth. As I stood there this afternoon, in the cold January wind that blew off Long Island Sound, I thought to myself: Of course it’s a joke. Of course he’ll burst the lid open, blind us all with that ridiculous grin and split our ears with a high-pitched bark of laughter. Then he’ll exclaim that there’s work to do—“action to get!”—and we’ll all be martialed to the task of protecting some obscure species of newt from the ravages of a predatory industrial giant bent on planting a fetid factory on the little amphipian’s breeding ground. I was not alone in such fantasies; everyone at the funeral expected something of the kind, it was plain on their faces. All reports indicate that most of the country and much of the world feel the same way. The notion of Theodore Roosevelt being gone is that—unacceptable. In truth, he’d been fading for longer than anyone wanted to admit, really since his son Quentin was killed in the last days of the Great Butchery. Cecil Spring-Rice once droned, in his best British blend of affection and needling, that Roosevelt was throughout his life “about six”; and Herm Hagedorn noted that after Quentin was shot out of the sky in the summer of 1918 “the boy in Theodore died.” I dined with Laszlo Kreizler at Delmonico’s tonight, and mentioned Hagedorn’s comment to him. For the remaining two courses of my meal I was treated to a long, typically passionate explanation of why Quentin’s death was more than simply heartbreaking for Theodore: he had felt profound guilt, too, guilt at having so instilled his philosophy of “the strenuous life” in all his children that they often placed themselves deliberately in harm’s way, knowing it would delight their beloved father. Grief was almost unbearable to Theodore, I’d always known that; whenever he had to come to grips with the death of someone close, it seemed he might not survive the struggle. But it wasn’t until tonight, while listening to Kreizler, that I understood the extent to which moral uncertainty was also intolerable to the twenty-sixth president, who sometimes seemed to think himself Justice personified. Kreizler . . . He didn’t want to attend the funeral, though Edith Roosevelt would have liked him to. She has always been truly partial to the man she calls “the enigma,” the brilliant doctor whose studies of the human mind have disturbed so many people so profoundly over the last forty years. Kreizler wrote Edith a note explaining that he did not much like the idea of a world without Theodore, and, being as he’s now sixty-four and has spent his life staring ugly realities full in the face, he thinks he’ll just indulge himself and ignore the fact of his friend’s passing. Edith told me today that reading Kreizler’s note moved her to tears, because she realized that Theodore’s boundless affection and enthusiasm—which revolted so many cynics and was, I’m obliged to say in the interests of journalistic integrity, sometimes difficult even for friends to tolerate—had been strong enough to touch a man whose remove from most of human society seemed to almost everyone else unbridgeable. Some of the boys from the Times wanted me to come to a memorial dinner tonight, but a quiet evening with Kreizler seemed much the more appropriate thing. It wasn’t out of nostalgia for any shared boyhood in New York that we raised our glasses, because Laszlo and Theodore didn’t actually meet until Harvard. No, Kreizler and I were fixing our hearts on the spring of 1896—nearly a quarter-century ago!—and on a series of events that still seems too bizarre to have occurred even in this city. By the end of our dessert and Madeira (and how poignant to have a memorial meal in Delmonico’s, good old Del’s, now on its way out like the rest of us, but in those days the bustling scene of some of our most important encounters), the two of us were laughing and shaking our heads, amazed to this day that we were able to get through the ordeal with our skins; and still saddened, as I could see in Kreizler’s face and feel in my own chest, by the thought of those who didn’t. There’s no simple way to describe it.”

 

 

 

carr

Caleb Carr (New York, 2 augustus 1955)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, kunst- en literatuurcriticus Adolf Friedrich von Schack werd geboren op 2 augustus 1815 in Brüsewitz bij Schwerin. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2007.

 

Der Brief

 

Nichts ist mir von dir geblieben

Als der Brief, den du geschrieben,

Meines Lebens höchstes Gut;

Mag das Auge mir erblinden,

Tröstung kann ich einzig finden,

Wenn es auf dem Blatte ruht.

 

Dann erstehn mir sel'ge Stunden

Mit den Wonnen, die geschwunden,

Wieder aus der Totengruft;

Und um meine wehmuttrunkne

Seele hauchen lang versunkne

Lenze ihren Blütenduft.

 

Ueber mir im Abendwinde

Rauscht das Wipfellaub der Linde

So wie ehmals wiederum,

Als wir Arm in Arm gelegen

Und nur mit des Herzens Schlägen

Zwiesprach hielten, wonnestumm.

 

Und dann ist mir, auf dem Blatte

Ruhe neben mir dein Schatte

In dem blassen Dämmerlicht;

O, an ihm im langen, langen

Kusse soll mein Mund noch hangen,

Wenn im Tod mein Auge bricht.

 

 

 

scackpor

Adolf Friedrich von Schack (2 augustus 1815 – 14 april 1894)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 2 augustus 2007.

 

De Frans-Canadese dichter, schrijver, acteur, zanger en politiek activist Félix Leclerc werd geboren op 2 augustus 1914 in La Tuque, Quebec, Canada.

 

De Zwitserse schrijver Arnold Kübler werd geboren op 2 augustus 1890 in Wiesendrangen.

 

 

02-08-07

Isabel Allende, James Baldwin, Félix Leclerc, Philippe Soupault, Arnold Kübler, Adolf Friedrich von Schack


De Chileense schrijfster Isabel Allende werd geboren in Lima op 2 augustus 1942. Haar vader, Tomás Allende, de neef van Salvador Allende, was diplomaat. In 1945 scheidden haar ouders en keerde haar moeder terug naar Chili met haar drie kinderen. Van 1953 tot 1958 woonde zij eerst in Bolivia en vervolgens in Libanon. Zij bezocht er privéscholen, eerst een Amerikaanse, later een Engelse. In 1958 keerde zij terug naar Chili en maakte er de middelbare school af. Zij ontmoette daar haar latere echtgenoot Miguel Frías. Van 1959 tot 1965 werkte Allende in Santiago voor de FAO, de wereldvoedselorganisatie van de VN. In 1962 trouwde zij en het jaar erna werd haar dochter Paula geboren. Allende verbleef geruime tijd (1964-1965) in Europa, waar zij in Brussel en in Zwitserland woonde. In 1966 keerde ze terug naar Chili en werd haar zoon Nicolás geboren. De staatsgreep van 11 september 1973 door generaal Pinochet, waarbij haar oom Salvador Allende zelfmoord pleegde, maakte Isabel Allendes toestand erg moeilijk en in 1975 vertrok zij naar haar familie in Venezuela. Zij zou er 13 jaar blijven en werkte er voor het dagblad El Nacional te Caracas. Na haar scheiding in 1978 leefde ze twee maanden in Spanje. Ze werkte op een middelbare school tot 1982. In 1981 hoorde Allende dat haar grootvader, inmiddels 99 jaar oud, op sterven lag. Ze begon hem een brief te schrijven die uiteindelijk in een manuscript voor een roman ontaardde: Het huis met de geesten (La casa de los espíritus). De publicatie was een groot succes en het boek werd later verfilmd door Bille August.

 

Uit: The House of the Spirits

 

“That was Marcos's longest trip. He returned with a shipment of enormous boxes that were piled in the far courtyard, between the chicken coop and the woodshed, until the winter was over. At the first signs of spring he had them transferred to the parade grounds, a huge park where people would gather to watch the soldiers file by on Independence Day, with the goosestep they had learned from the Prussians. When the crates were opened, they were found to contain loose bits of wood, metal, and painted cloth. Marcos spent two weeks assembling the contents according to an instruction manual written in English, which he was able to decipher thanks to this invincible imagination and a small dictionary. When the job was finished, it turned our to be a bird of prehistoric dimensions, with the face of a furious eagle, wings that moved, and a propeller on its back. It caused an uproar. The families of the oligarchy forgot all about the barrel organ, and Marcos became the star attraction of the season. People took Sunday outings to see the bird; souvenir vendors and strolling photographers made a fortune. Nonetheless, the public's interest quickly waned. But then Marcos announced that as soon as the weather cleared he planned to take off in his bird and cross the mountain range. The news spread, making this the most talked-about event of the year. The contraption lay with its stomach on terra firma, heavy and sluggish and looking more like a wounded duck than like one of those newfangled airplanes they were starting to produce in the United States. There was nothing in its appearance to suggest that it could move, much less take flight across the snowy peaks.“

 

 

 

isabel-allende
Isabel Allende (Lima, 2 augustus 1942)

 

De Amerikaanse schrijver James Baldwin werd op 2 augustus 1924 in Harlem, New York, geboren. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2006.

 

 

Uit: Tell Me How Long the Train's Been Gone

 

“The door to my maturity. This phrase floated to the top of my mind. The light that fell backward on that life of mine revealed a very frightened man--a very frightened boy. The light did not fall on me, on me were I lay now. I was left in darkness, my face could not be seen. In that darkness I encountered a scene from another nightmare I had had as a child. In this nightmare there is a book--a great, heavy book with an illustrated cover. The cover shows a dark, squalid alley, all garbage cans and dying cats, and windows like empty eyesockets. The beam of a flashlight shines down the alley, at the end of which I am fleeing, clutching something. the title of the book in my nightmare is, We Must Not Find Him, For He Is Lost.

When Caleb, my older brother, was taken from me and sent to prison, I watched, from the fire escape of our East Harlem tenement, the walls of an old and massive building, far, far away and set on a hill, and with green vines running up and down the walls, and with windows flashing like signals in the sunlight. I watched that building, I say, with a child's helpless and stricken attention, waiting for my brother to come out of there. I did not know how to get to the building. If I had I would have slept in the shadow of those walls, and I told no one of my vigil or of my certain knowledge that my brother was imprisoned in that place. I watched that building for many years. Sometimes, when the sunlight flashed on the windows, I was certain that my brother was signaling to me and I waved back. When we moved from that particular tenement (into another one) I screamed and cried because I was certain that now my brother would no longer be able to find me. Alas, he was not there; the building turned out to be City College; my brother was on a prison farm in the Deep South, working the fields.

I went down again. My heart and I went down again. I was aware of her hand. I was aware of my breathing. I could no longer see it, but I was aware of her face.”

 

 

 

 

Baldwin
James Baldwin (2 augustus 1924 – 1 december 1987)

 

De Frans-Canadese dichter, schrijver, acteur, zanger en politiek activist Félix Leclerc werd geboren op 2 augustus 1914 in La Tuque, Quebec, Canada. Hij begon een studie aan de universiteit van Ottawa, maar moest die in de depressiejaren afbreken. Leclerc speelde een belangrijke rol in het revitaliseren van chanson (de ‘folk song’) in Quebec. Verschillende parken, straten en scholen zijn naar hem genoemd.

 

 

La mer n'est pas la mer

 

La mer n'est pas la mer
C'est un gouffre sans fond
Qui avale les garçons
Par les matins trop clairs

L'amour n'est pas l'amour
C'est un faux carrefour
Où les filles entrent en chantant
En ressortent en pleurant

La vie n'est pas la vie
Mais triste comédie
Qu'il faut vite quitter
Avant que d'y goûter

Moi je sais un pays
Qui est bien loin d'ici
Où la mer et la vie
Et l'amour sont unis
Où la mer et la vie
Et l'amour sont unis

 

 

 

Leclerc
Félix Leclerc (2 augustus 1914 – 8 augustus 1988)

 

De Franse dichter en schrijver Philippe Soupault werd geboren op 2 augustus 1897 in Chaville bij Parijs. In zijn jonge jaren leerde hij Marcel Proust en Apollinaire kennen en via de laatste in 1917 André Breton en Louis Aragon. Samen richtten zij het tijdschrift Litterature op dat toen sterk onder invloed stond van dada. Daarin verschenen de eerste zogenoemde automatische teksten (ecriture automatique). Na het verval van het dadaïsme behoorde Soupault eerst tot de beweging van het surrealisme, raakte er meer en meer van vervreemd door zijn journalistieke werk en door zijn weigering hun politieke wending tot het communisme mee te voltrekken. Bovendien schreef hij romans, iets wat bij de surrealisten als verderfelijk gold.

 

 

AU TELEPHONE

A la porte des cafés les soirs de mai
Les petits pas des mouches
Les morts parisiens
On recherche les taches les tables
Vive le matin des sonneries
Je vends des poignées de racines
Les casinos des oasis
Tourments et serments des pêcheurs de perles
Les épaules les beaux fusils
Je n’aime pas les colliers de nuages
Une fenêtre s’ouvre
Les bruits des moteurs
C’est un grouillement de courants
Les trois les trois et vous en général
Table rase
On découvre les tramways électriques
Oreillers des villes
L’anémie des ruisseaux
Attendre
Etablissement chasse départ

 

 

 

 

HORIZON

"Toute la ville est entrée dans ma chambre
les arbres disparaissent
et le soir s'attache à mes doigts
Les maisons deviennent des transatlantiques
le bruit de la mer est monté jusqu'à moi.
Nous arriverons dans deux jours au Congo
j'ai franchi l'Equateur et le Tropique du Capricorne
je sais qu'il y a des collines innombrables
Notre-Dame cache le Gaurisankar et les aurores boréales
la nuit tombe goutte à goutte
j'attends les heures

Donnez-moi cette citronnade et la dernière cigarette
je reviendrai à Paris."

 

 

 

soupault
Philippe Soupault (2 augustus 1897 – 12 maart 1990)

 

De Zwitserse schrijver Arnold Kübler werd geboren op 2 augustus 1890 in Wiesendrangen. Hij volgde een opleiding tot beeldhouwer en een studie geologie. Beide brak hij af. Na WO I werkte hij als acteur in Berlijn en Dresden. Ook it werk moest hij vanwege een litteken in zijn gezicht na een operatie opgeven. In 1941 richtte hij, weer in Zwitserland, het cultuurtijdschrift du op. Op de meer dan 2100 pagina’s van zijn  Öppi-Romans deed hij op autobiografische wijze verslag van zijn leven.

 

Uit: Der verhinderte Schauspieler

 

„Die große Rolle Vier Anfänger hatte der Direktor der städtischen Bühnen in Zürich zu Anfang der Spielzeit verpflichtet, drei davon behielt er am Schluß, den vierten ließ er fallen. Das war Raben

Drahtzaun. Was sollte er tun? Wohin sich wenden? Fort aus Helvetien ziehen? Auf was sich berufen? Was hatte er gespielt? Wo sich ausgezeichnet? Als Esel im Weihnachtsmärchen vielleicht, aber auch nur darum, weil er den Kopf zwischen die Beine nehmen und auf den Vorderbeinen stehen konnte. Was konnte er sonst? Was versprach er? Wenig genug anscheinend, da man keinen Wert darauf legte, die Versuche mit ihm fortzusetzen. »Bestechen Sie einen Bühnenvermittler«, sagte der magere Bühnenwart. Drahtzaun folgte dem Rat. Der Erfolg war verblüffend. Das Örlewitzer Stadttheater verpflichtete ihn durch Drahtbescheid und ungesehen als ersten Männerspieler für den kommenden Winter. Das vereinbarte Gehalt war allerdings so, daß ein Kaufmann Drahtzauns Auftreten als schmutzigen Wettkampf bezeichnet hätte. Aus den Einkünften des vorausgesehenen halben Jahres konnte nicht einmal der bestochene Vermittler bezahlt werden. Zugleich mit der Vertragsbestätigung kam die erste Rolle: Herzog Alba im Egmont von Goethe. Ein Herzog!

Bis jetzt, wie gesagt, war er nur als Esel hervorgetreten. Im Märchen vom gestiefelten Kater und hatte I–a gebrüllt. Aber jetzt sollte er reden. Sätze! Der Sommer verging schnell. Drahtzaun war unruhig.“

 

 

 

kuebler
Arnold Kübler (2 augustus 1890 – 27 december 1983)

 

De Duitse dichter, schrijver, kunst- en literatuurcriticus Adolf Friedrich von Schack werd geboren op 2 augustus 1815 in Brüsewitz bij Schwerin. Vooral zijn werk Poesie und Kunst der Araber in Spanien und Sicilien geldt als een belangrijke bijdrage aan de kunst-en literatuurgeschiedenis. In 1886 werd een groot deel van zijn Verzamelde Werk uitgegeven. Onder de titel Ein halbes Jahrhundert, Erinnerungen und Aufzeichnungen verscheen een jaar later zijn autobiografie. In 1896 volgden postuum zijn Nachgelassene Dichtungen.

 

 

Wie sollten wir geheim sie halten

 

Wie sollten wir geheim sie halten,
Die Seligkeit, die uns erfüllt?
Nein, bis in seine tiefsten Falten
Sei Allen unser Herz enthüllt!

Wenn Zwei in Liebe sich gefunden,
Geht Jubel hin durch die Natur,
In längern wonnevollen Stunden
Legt sich der Tag auf Wald und Flur.

Selbst aus der Eiche morschem Stamme,
Die ein Jahrtausend überlebt,
Steigt neu des Wipfels grüne Flamme
Und rauscht, von Jugendluft durchbebt.

Zu höherm Glanz und Dufte brechen
Die Knospen auf beim Glück der Zwei,
Und süßer rauscht es in den Bächen,
Und reicher blüht und glänzt der Mai.

 

 

Wie lieblich ruht es sich in Sommernächten

Wie lieblich ruht es sich in Sommernächten,

Wenn durch das Laub, wo träumend Vögel singen,
Der Westwind rauscht, als ob auf Mondlichtschwingen
Von fernen Welten Geister Grüße brächten!

Adele wiegt mich sanft mit ihrer Rechten
Und, wie wir fest uns aneinander schlingen,
Umwallen uns mit schwarzen Lockenringen
Langfließend ihres Haars gelöste Flechten.

Schlaf, heil'ger Schlaf! laß deine Murmelquellen
Melodisch rauschend unser Haupt umspülen,
Und trag' uns fort auf ihren Schaukelwellen

Ins Meer des Traums, daß nach dem Tag, dem schwülen,
Wir uns in seinen frischen, dämmerhellen,
Von Mondenglanz erfüllten Grotten kühlen.

 

 

 

lenbach_schack
Adolf Friedrich von Schack (2 augustus 1815 – 14 april 1894)

Portret door Franz von Lenbach

 

 

02-08-06

Menno Wigman en James Baldwin


Nu we de warmste juli maand ooit achter ons hebben plaats ik hier een zomergedicht waarin Menno Wigman terugkijkt op een andere juli maand, uit de bundel Zomers stinken alle steden:

 

 

Bijna Dertig

Nee, die juli bracht bepaald geen
revolutie in mijn bed. Hoe de zomer
zich ook gaf, het leek te laat om nog
een nieuwe hartstocht op te lopen.

Dus dook ik onder voor het zwermen
van de lust en heulde vrolijk
met de slaap. Bijna dertig dacht ik,
wordt mij toch iets helder. En ik zag
hoe alle parken overbloeiden,
hoe de hitte uit de hemel sloeg,

hoe de horde joeg op ander bloed
en zich vergrijpen wilde aan
een blonde levensgloed. En ik zag af.
Versliep de revolutie in mijn bed.
Vergat alvast te leven.

 

 

 

 

 
Menno Wigman (Beverwijk, 10 oktober 1966)

 

De op 2 augustus 1924 in Harlem geboren James Arthur Baldwin was de stiefzoon van een priester en combineerde een levenslange interesse in het geloof met politiek en seksueel activisme. Zijn romandebuut uit 1953, Go Tell It on the Mountain (genoemd naar een beroemde 'negro spiritual'), was gebaseerd op zijn ervaringen als jeugdpriester in de Pinkstergemeente. Het was het verslag van twee dagen uit het leven van de veertienjarige John Grimes, die zoekt naar zijn identiteit in een door religieuze twist verscheurde familie. Zijn boek Giovanni's Room speelt zich af in Parijs, waar Baldwin zelf een tijd gewoond heeft.

 

 

 

Uit: Giovanni’s Room

“...

`You mean, I can't be at your mercy? But you can be at mine?' I laughed. `I'd like to see you at anyone’s mercy, Hella.'

`You may laugh,' she said, humorously, `but there s something in what I say. I began to realize it in Spain -- that I wasn't free, that I couldn't be free until was attached -- no, committed -- to someone.'

`To someone? Not something?'

She was silent. `I don't know,' she said at last, `but I'm beginning to think that women get attached to something really by default. They'd give it up, if they could, anytime, for a man. Of course they can't admit this, and neither can most of them let go of what they have. But I think it kills them – perhaps I only mean,' she added, after a moment, `that it would have killed me.'

`What do you want, Hella? What have you got now that makes such a difference?'

She laughed. `It isn't what I've got. It isn't even what I want. It's that you've got me. So now I can be -- your obedient and most loving servant.'

I felt cold. I shook my head in mock confusion. `I don't know what you're talking about.'

‘Why,' she said, `I'm talking about my life. I've got you to take care of and feed and torment and trick and love -- I've got you to put up with. From now on, I can have a wonderful time complaining about being a woman. But I won't be terrified that I'm not one.' She looked at my face, and laughed. `Oh, I'll be doing other things,' she cried. `I won't stop being intelligent. I'll read and argue and think and all that -- and I'll make a great point of not thinking your thoughts --and you'll be pleased because I'm sure the resulting confusion will cause you to see that I've only got a finite woman's mind, after all. And, if God is good, you'll love me more and more and we'll be quite happy.' She laughed again. `Don't bother your head about it, sweetheart. Leave it to me.'

...”

 

 

James Baldwin (2 augustus 1924 – 1 december 1987)

 

 

 

21:47 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: menno wigman, james baldwin |  Facebook |