09-02-17

John Coetzee, Thomas Bernhard, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Herman Pieter de Boer, Alice Walker, Jacques Schreurs, Amy Lowell, Maurits Sabbe

 

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook alle tags voor John Coetzee op dit blog.

Uit: De kinderjaren van Jezus (Vertaald door Peter Bergsma)

“De man bij de poort wijst hen op een laag, vormeloos gebouw halverwege. ‘Als jullie haast maken,’ zegt hij, ‘kunnen jullie je melden voordat ze hun deuren voor de rest van de dag sluiten.’
Ze maken haast. ‘Centro de Reubicación Novilla’ staat er op het bord. Reubicación: wat betekent dat? Geen woord dat hij heeft geleerd.
Het kantoor is groot en leeg. Warm ook – nog warmer dan buiten. Aan de andere kant strekt een houten balie zich uit over de hele breedte van het vertrek, opgedeeld door matglazen ruiten. Tegen de muur een rij archiefladen van gelakt hout.
Boven een van de hokjes tussen glas hangt een bord: Recién Llegados, zwart gesjabloneerde woorden op een rechthoekig stuk karton. De baliebediende, een jonge vrouw, begroet hem met een glimlach.
‘Goedendag,’ zegt hij. ‘Wij zijn nieuwkomers.’ Hij spreekt de woorden langzaam uit, in het Spaans dat hij met moeite onder de knie heeft gekregen. ‘Ik ben op zoek naar werk, ook naar een plek om te wonen.’ Hij pakt de jongen onder zijn oksels en tilt hem op zodat ze hem goed kan zien. ‘Ik heb een kind bij me.’
Het meisje pakt de hand van de jongen. ‘Hallo, jongeman!’ zegt ze. ‘Is hij uw kleinzoon?’
‘Niet mijn kleinzoon, niet mijn zoon, maar ik ben verantwoordelijk voor hem.’
‘Een plek om te wonen.’ Ze werpt een blik op haar papieren. ‘We hebben een kamer vrij hier in het Centrum die u kunt gebruiken terwijl u naar iets beters zoekt. Luxe is het niet, maar dat vindt u misschien niet erg. Wat werk betreft, laten we daar morgenochtend naar kijken – u ziet er moe uit, u wilt vast wel uitrusten. Komt u van ver?’
‘We zijn de hele week onderweg geweest. We komen uit Belstar, uit het kamp. Bent u bekend met Belstar?’
‘Ja, ik ken Belstar goed. Ik ben zelf via Belstar gekomen. Heeft u daar uw Spaans geleerd?’
‘We hebben zes weken lang elke dag les gehad.’
‘Zes weken? Dan boft u. Ik was drie maanden in Belstar. Ik ging er bijna dood van verveling. Het enige wat me op de been hield waren de Spaanse lessen. Had u toevallig les van señora Piñera?’
‘Nee, wij hadden les van een man.’ Hij aarzelt. ‘Mag ik iets anders te berde brengen? Mijn jongen’ – hij werpt een blik op het kind – ‘voelt zich niet goed. Dat komt deels doordat hij van streek is, van streek en in de war, en niet goed gegeten heeft. Hij vond het eten in het kamp vreemd, niet lekker. Kunnen we ergens een fatsoenlijke maaltijd krijgen?’

 

 
John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)
Cover

Lees meer...

25-12-16

Kerstmis op de 408 (Jacques Schreurs)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Nativité door Jean-Baptiste Marie Pierre, ca. 1760

 

 

Kerstmis op de 408

Een stille Sloveen had het uitgedacht
Zoo'n vreemde man die geen tijding wacht
In een doode gang van de 408.

Wat doet een zwerver al met zijn tijd,
Wat doet al een kind in de eenzaamheid
Met zijn smart, zijn hart en zijn handen.....?
De wereld blijft hem vreemd en ver,
Zijn hart een duizelende ster,
Die nergens zal belanden....

Maar luistert hoe het Kerstmis was:
Een Kindje onder een oude jas,
Sterren en schapen en groen mos en gras
En een krib voor het steenen Kindje,
Een os en een ezel in een hol,
De schapen waren van witte wol,
En een Engel met een banderol
Van Gloria de wangen bol,
Kwam zingend aangevlogen.

Het Meisje hield haar handjes gevouwd,
De Man één hand voor de oogen;
Zij was iets te jong en hij iets te oud:
Sint Jozef had een rok van goud,
Maria een parelgrijze......;
De beeldjes sneed hij zelf uit hout,
De herders en ook de Wijzen.

De herders keken schuin en zoet,
Eén koning was er zwart als roet
En allen wel moe van reizen:
De koningen stonden met hun staf
Van wichelaars en rijken,
Een beetje te veel nog en achteraf,
Naar het steenen Kindje te kijken.

Een mijnlamp en een lampion
Lichtte de kompels vóór,
Waar het allernachtelijkst feest begon
En het lied en het nachtelijk koor,
Wie vierden ooit kerstmis zoo dicht bij de hel? -
Zei een zwarte man tot zijn zwarte gezel.

Toen werden zij stil en hun stem werd zacht
Ze wisten niet recht wàt het was:
De stille Sloveen of de heilige nacht,
Of het kindeke onder de jas
Ze gaven elkander de hand op het Kind,
Daar stonden die donkere kolossen,
Met oogen van gruis en tranen blind;
En een dwaze man, die kuste het Kind,
Dat de wereld komt verlossen
En altijd weer ergens een kribbe vindt -
En hooi en stroo en de adem van haar ossen.

 


Jacques Schreurs (9 februari 1893 – 31 januari 1966)
Sittard, de kerk van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart. Jacques Schreurs werd geboren in Sittard.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

08:46 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kerstmis, jacques schreurs, romenu |  Facebook |

19-04-14

Paaszaterdag (Jacques Schreurs)

 

Bij Stille Zaterdag

 

 
Graflegging van Christus door Caravaggio, 1602

 

 

Paaszaterdag 

Nog is de stilte Gods volkomen 
En boven ons, ontbladerd, staat 
Het vruchtbaar hout: de Boom der bomen 
Omhangen met een dageraad. 

De rijp hangt in de meidoornhagen, 
De wachters waken bij het Graf; 
Maar ons geloof zal vruchten dragen, 
Groen lover reeds draagt onze staf. 

De duiven dalen naar de beken, 
Een kleine vrouw verlaat haar huis 
En schouwt den heuvel en het Teken 
En tekent zich met Christus' Kruis. 

Als gij de krekels in de grassen 
Het jong hoort piepen in de schaal, 
Zal u zijn heerlijkheid verrassen ! 
Want maatloos is zijn zegepraal.

 

 


Jacques Schreurs (9 februari 1893 – 31 januari 1966)
Sittard, oude ansichtkaart (Jacques Schreurs werd geboren in Sittard)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 19e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

09-02-14

John Coetzee, Thomas Bernhard, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Jacques Schreurs, Rainer Maria Gerhardt

 

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook alle tags voor John Coetzee op dit blog.

Uit: Summertime

“Well, cast your mind back to the books he wrote. What is the one theme that keeps recurring from book to book? It is that the woman doesn’t fall in love with the man. The man may or may not love the woman; but the woman never loves the man. What do you think that theme reflects? My guess, my highly informed guess, is that it reflects his life experience. Women didn’t fall for him—not women in their right senses. They inspected him, maybe they even tried him our. Then they moved on.”
(…)

“The path that leads through Latin and algebra is not the path to material success. But it may suggest much more: that understanding things is a waste of time; that if you want to succeed in the world and have a happy family and a nice home and a BMW you should not try to understand things but just add up the numbers or press the buttons or do whatever else it is that marketers are so richly rewarded for doing”
(…)

“What I call my philosophy of teaching is in fact a philosophy of learning. It comes out of Plato, modified. Before true learning can occur, I believe, there must be in the student's heart a certain yearning for the truth, a certain fire. The true student burns to know. In the teacher she recognizes, or apprehends, the one who has come closer than herself to the truth. So much does she desire the truth embodied in the teacher that she is prepared to burn her old self up to attain it. For his part, the teacher recognizes and encourages the fire in the student, and responds to it by burning with an intenser light. Thus together the two of them rise to a higher realm. So to speak.”

 

 
John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)

Lees meer...

09-02-13

John Coetzee, Thomas Bernhard, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Jacques Schreurs, Rainer Maria Gerhardt

 

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook alle tags voor John Coetzee op dit blog.

 

Uit: Youth

 

It is three o'clock on a Saturday afternoon. He has been in the Reading Room since opening time, reading Ford's Mr Humpty Dumpty, a novel so tedious that he has to fight to stay awake. In a short while the Reading Room will close for the day, the whole great Museum will close. On Sundays the Reading Room does not open; between now and next Saturday, reading will be a matter of an hour snatched here and there of an evening. Should he soldier on until closing time, though he is racked with yawns? What is the point of this enterprise anyway?

What is the good to a computer programmer, if computer programming is to be his life, to have an MA in English literature? And where are the unrecognised masterpieces that he was going to uncover? Mr Humpty Dumpty is certainly not one of them. He shuts the book, packs up.

Outside the daylight is already waning. Along Great Russell Street he trudges to Tottenham Court Road, then south toward Charing Cross. Of the throng on the sidewalks, most are young people. Strictly speaking he is their contemporary, but he does not feel like that. He feels middle-aged, prematurely middle-aged: one of those bloodless, high-domed, exhausted scholars whose skin flakes at the merest touch. Deeper than that he is still a child ignorant of his place in the world, frightened, indecisive. What is he doing in this huge, cold city where merely to stay alive means holding tight all the time, trying not to fall?

The bookshops on Charing Cross Road stay open until six. Until six he has somewhere to go. After that he will be adrift amid the Saturday-night fun-seekers. For a while he can follow the flow, pretending he too is seeking fun, pretending he has somewhere to go, someone to meet; but in the end he will have to give up and catch the train back to Archway station and the solitude of his room.”

 

 

John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)

Lees meer...

09-02-12

John Coetzee, Thomas Bernhard, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Jacques Schreurs, Rainer Maria Gerhardt,

 

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook alle tags voor John Coetzee op dit blog.

 

Uit: Dierenleven (Vertaald door Joop van Helmond en Frans van der Wiel)

 

“Hij staat bij de uitgang te wachten als haar vlucht binnenkomt. Er zijn twee jaar verstreken sinds hij zijn moeder voor het laatst heeft gezien: onwillekeurig schrikt hij dat ze zo oud is geworden. Haar haar, waarin grijze pieken zaten, is nu helemaal wit; haar schouders zijn gekromd; haar vlees is slap geworden. Ze zijn nooit een uitbundige familie geweest.
Een omarming, een paar gemompelde woorden en de begroeting is afgehandeld. Zwijgend volgen ze de stroom reizigers naar de bagagehal, halen haar koffer op en vangen de anderhalf uur durende autorit aan.
‘Een lange vlucht,’ merkt hij op. ‘Je zult wel doodmoe zijn.’
‘Ik zou zo kunnen slapen,’ zegt ze, en inderdaad valt ze onderweg even in slaap, met haar hoofd tegen het raam gezakt.
Om zes uur, bij invallend donker, stoppen ze voor zijn huis in de voorstad Waltham. Zijn vrouw Norma en de kinderen verschijnen op de veranda. In een demonstratie van genegenheid, die haar grote moeite moet kosten, spreidt Norma haar armen uit en zegt: ‘Elizabeth!’ De twee vrouwen omhelzen elkaar; daarna volgen de kinderen haar voorbeeld, welopgevoed, meer ingehouden.

Elizabeth Costello de romanschrijfster zal tijdens haar driedaagse bezoek aan de universiteit van Appleton bij hen logeren. Hij ziet tegen die paar dagen op. Zijn vrouw en zijn moeder kunnen niet met elkaar overweg. Het zou beter zijn als ze in een hotel logeerde, maar hij kan zich er niet toe brengen dat voor te stellen. De vijandelijkheden worden bijna onmiddellijk hervat. Norma heeft een licht avondmaal klaargemaakt. Zijn moeder ziet dat er maar voor drie is gedekt.”

 

 

 

John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)

Lees meer...

09-02-11

John Coetzee, Thomas Bernhard, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Jacques Schreurs, Rainer Maria Gerhardt

 

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook mijn blog van 9 februari 2007 en ook mijn blog van 9 februari 2008 en ook mijn blog van 9 februari 2009 en ook mijn blog van 9 februari 2010.

 

Uit: IJzeren tijd  (Vertaald door Peter Bergsma)

 

„Opzij van de garage loopt een steegje, misschien weet je het nog, jij en je vriendinnetjes speelden er weleens. Nu ligt het er doods bij, braak, nutteloos, met alleen nog hopen verwaaide, rottende bladeren.
Gisteren stuitte ik aan het eind van dat steegje op een huis van kartonnen dozen en lappen plastic, waarin met opgetrokken knieën een man lag, een man die ik wel kende van de straat: lang, mager, met een verweerde huid en lange, aangevreten tanden, gekleed in een grijs slobberpak en een hoed met een slappe rand. Ook nu, terwijl hij lag te slapen, had hij die hoed op, de rand onder zijn oor gevouwen. Een zwerver, een van de zwervers die op de parkeerterreinen langs de Molenstraat rondhangen om geld te bietsen bij het winkelpubliek, te drinken onder het viaduct en uit vuilnisbakken te eten. Een van de daklozen voor wie augustus, de regenmaand, de ergste maand is. Slapend in zijn doos, zijn benen gestrekt als die van een marionet, zijn mond wijd open. Hij verspreidde een onaangename geur: urine, zoete wijn, schimmelige kleren, en ook nog iets anders. Vies.
Ik bleef een poosje bij hem staan staren, staren en ruiken. Een bezoeker die mij uitgerekend op deze dag met zijn bezoek opscheepte.
 

Het was de dag dat ik de tijding van dokter Syfret kreeg. Het was geen goede tijding, maar het was de mijne, voor mij, alleen voor mij, weigeren was er niet bij. Ik moest haar in mijn armen nemen en aan mijn borst drukken en mee naar huis nemen, zonder hoofdschudden, zonder tranen.” 

 

 

 

John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)

 

Lees meer...