24-02-18

Leon de Winter, Alain Mabanckou, George Moore, Erich Loest, Herman Maas, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Friedrich Spielhagen, Jacques Presser

 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: God's gym

“Opnieuw knikte de man, met gebogen hoofd nu. Maar hij was zo lang dat Joop nog steeds onbelemmerd zijn gezicht kon zien. `Waar wacht je op! Weg! Wil je dat ik de politie bel!' `Het mag niet zo blijven,' zei de man terwijl hij naar zijn handen keek. 'Als mensen sterven hebben ze recht op een ritueel. Mirjam moet een graf krijgen. Ik bemoei me nergens mee, maar u reageert niet. U neemt de telefoon niet op. U haalt de post niet uit uw brievenbus. Ik moest iets doen. Ik zei maar dat ik namens u handelde. Doet u het dan alstublieft zelf. Doe 't voor haar. Ze heeft er recht op. Mister Koepm'n, ze heeft nog steeds rechten!' Het gezicht van de grote man trok opeens in een kramp en zijn ogen stroomden vol. Terwijl hij in zijn handen kneep, perste hij zijn lippen op elkaar en probeerde zijn tranen in te slikken. Maar de tranen bleven stromen en met diepe uithalen stond de man voor zijn deur te huilen. Zijn schouders schokten en hij opende zijn mond en haalde diep adem om de pijnscheuten van verdriet te kunnen weerstaan. De aanblik van de man was niet te verdragen. Joop deed een stap opzij en zocht steun bij de muur naast de kapstok, met zijn schouder tegen het rugzakje, en onttrok zich aan het uitzicht door het raam. Gedempt hoorde hij het gesnik van de man. De man had de motor bestuurd. Zijn dochter was gestorven, maar de man was ongedeerd, stond hier nu te janken alsof het zijn eigen kind was geweest. Hij had geen recht op medelijden. Niet van Joop. Niet hier. Joop wachtte tot er geen gesnik meer door de deur klonk. Na een paar minuten leek de man zijn huilende lijf onder controle te krijgen. Het gesnik stopte en Joop hoorde dat de man zijn neus snoot. `Mister Koepm'n, sir?' hoorde Joop vervolgens. 'Mister Koepm'n? Luistert u even naar me? Ik weet dat u me hoort. Mister Koepm'n, ik heb gisteren m'n zaak verkocht! U bent er geweest, pas geleden nog! Ik moet daar les blijven geven, maar ik heb het verkocht en ik heb er geld aan overgehouden! Real money! Mister Koepm'n, ik wil een gedenkteken voor haar oprichten! Een tempel, sir! Een beeld in een Griekse tempel met zuilen! Zoiets als de tempel van Artemis in Ephesus! Iets wat er eeuwig zal staan! Ik betaal alles, sir!”

 

 
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)
Cover

Lees meer...

24-02-17

Leon de Winter, Alain Mabanckou, George Moore, Erich Loest, Herman Maas, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Friedrich Spielhagen, Jacques Presser

 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: Geronimo (Vertaald door Hanni Ehlers)

„Usama bin Laden lebte fünf Jahre lang hinter den Mauern seines Verstecks, lautet die offizielle Geschichte.
Das ist unrichtig. Er ist nachts regelmäßig ins Freie gegangen.
Auch am frühen Morgen des 11.September 2010 – acht Monate vor Operation Neptune Spear - schlüpfte er aus seinem Haus und fuhr das Moped aus dem Lagerraum. Wie üblich steuerte er ein Lebensmittelgeschäft an, das nie die Türen schloss.
ln Abbottabad, Pakistan, war es Viertel nach zwei in der Nacht, und JBL - so die vom amerikanischen Geheimdienst für ihn benutzre Abkürzung, die seine jüngste Braut, Amal, ihm auch manchmal hcrausfordcrnd ins Ohr flüstcrte: »UBL, mein Scheich, kommst du?« - war ein glücklicher Mensch.
Jetzt bloß keine übereilten Schritte tun, sagte er sich.
Er durfte sich nicht von dem wunderbaren Gedanken verleiten lassen, dass er morgen schon erreichen konnte, worauf er dreißig Jahre lang hingearbeitet hatte; länger noch, eigentlich sein ganzes Leben lang, seit er das Licht der Welt erblickt hatte. Das Blatt würde sich wenden. Geduld, dachte er, Geduld. Es wäre dumm, wenn er seinen Trumpf nach Jahren der Isolation und der Rückschläge nun Hals über Kopf ausspielen würde. Mit dem, was er jetzt wusste, war er in der Lage, seine Gegner schachmatt zu setzen.
Allah belohnte seinen Glauben und seine Demut. Ihm war eine Waffe geschenkt worden, vor der sich niemand schützen konnte.
UBL hätte seine Freude am liebsten laut herausgeschrien und den stillen Straßen und schlafenden Häusern zugerufen: Ich weiß es, ich weiß es, ich habe es entdeckt, ich weiß, was niemand weiß! Grinsend fuhr er auf seinem klapprigen Moped dahin und dachte: Es ist wahr, um. wird sich die Welt wieder gefügig machen!“

 

 
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

Lees meer...

24-02-14

Leon de Winter, Alain Mabanckou, George Moore, Erich Loest, Jacques Presser, Friedrich Spielhagen

 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: VSV

“Father Joseph wendde zich tot de bejaarde vrouw. Rond haar benen waren vleeskleurige zwachtels gewikkeld, vocht was erdoorheen gelekt.
‘Ria, ik moet je aan iemand voorstellen.’
De vrouw knikte en keek hulpeloos op. De geestelijke wees op Kohn en zei: ‘Dit is de man die het hart van Jimmy heeft gekregen. Ik heb je over hem verteld. Het hart van Jimmy, je zoon, Jimmy,’ herhaalde hij, ‘deze man heeft zijn hart.’
Alsof hij Kohn al jaren kende, veroorloofde Father Joseph het zich om met een vinger op de zijden stropdas midden op Kohns borstkas te tikken.
Ria bewoog langzaam haar hoofd en probeerde zich te concentreren op de onbekende man.
‘Heeft u Jimmy gekend?’ vroeg ze met zachte stem.
‘Nee,’ antwoordde Kohn.
‘U heeft zijn hart,’ sprak ze toonloos.
‘Ja. Ik heb Jimmy’s hart.’
‘Hij was een heilige,’ zei Ria. ‘Mijn zoon was een heilige. Hij kreeg een gezwel in zijn hoofd. Dat doet God met de mensen die Hij liefheeft. Hij wil ze dicht bij Zijn troon.’ Ze stak zoekende vingers uit, alsof ze niet precies wist waar Kohn stond. Het drong tot hem door dat ze blind was. Diabetes. Hij had gelezen dat veel zwarten eraan leden. Ze had niet gezien dat Father Joseph op Kohns borstkas had getikt. Hij nam haar breekbare hand tussen zijn handen en voelde fijne botjes onder de perkamenten huid.
Ze vroeg: ‘Hoe voelt dat, het hart van een heilige?’
Kohn zocht in haar zwevende ogen naar een antwoord: ‘Een geschenk.’
‘Wat heeft u tot nu toe met uw leven gedaan?’
Kohn keek Father Joseph een moment om raad vragend aan. De geestelijke glimlachte welwillend.”

 

 
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

Lees meer...

24-02-13

Erich Loest, Jacques Presser, Friedrich Spielhagen, Erich Pawlu, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm

 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook alle tags voor Erich Loest op dit blog.

 

Uit: Prozesskosten

 

“Diese Aufgabe löste er mit der linken Hand; in wenigen Monaten würde es damit vorbei sein.

Im Literaturinstitut gratulierte Direktor Alfred Kurella. Er pries dieses wundersame Alter: Mit dreißig habe einer entscheidende Lebensweichen gestellt, jetzt bestünden alle Chancen rasanten Vorwärtsdrängens.

Und das in einer phantastischen Zeit politischen Aufschwungs auf der Seite des Marxismus- Leninismus im Bunde mit der ruhmreichen Sowjetunion, in der jungen Deutschen Demokratischen Republik. Er schenkte L. eine zweibändige Ausgabe des Briefwechsels zwischen Goethe und Schiller.

Fern in Moskau fand in diesen Tagen der XX. Parteitag der Kommunistischen Partei der Sowjetunion statt. Nikita Chruschtschow, der bullige Ukrainer, stand an der Spitze. Neues Deutschland meldete wie gewohnt: »Der Beifall steigerte sich zum Orkan, als N. A. Bulganin, N. S. Chruschtschow, L. M. Kaganowitsch, M. S. Saburow, M. A. Suslow und K. J. Woroschilow im Tagungsgebäude eintrafen«. Das Zentralorgan berichtete in der üblichen langatmigen Weise von Aufbauplänen und Siegen an allen Fronten. Überraschend immerhin: Der italienische Parteiführer Palmiro Togliatti stellte die These auf, unterschiedliche Länder könnten auf verschiedenen Wegen zum Sozialismus kommen, also nicht unbedingt durch Revolution, auch ein parlamentarischer Übergang sei möglich. Roch das nicht verdammt nach Revisionismus? Bot sich vielleicht doch ein deutscher Weg, was Anton Ackermann vermutet und nach harscher Kritik unterdessen weit von sich gewiesen hatte?”

 

 

Erich Loest (Mittweida, 24 februari 1926)

In 1955

Lees meer...

24-02-12

Erich Loest, Jacques Presser, Friedrich Spielhagen, Erich Pawlu, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm

 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook alle tags voor Erich Loest op dit blog.

 

Uit: Prozesskosten

 

Erzählt soll werden von politischen Umwälzungen in der Sowjetunion, in Polen und Ungarn und von Gerichtsverfahren in der tiefen DDR, in die ein Schriftsteller verwickelt war, Erich Loest, hier meist L. genannt, auch "Mark" in der Sprache des Ministeriums für Staatssicherheit, oder 23/59, so meldete er sich gegenüber dem Anstaltspersonal in seiner Zuchthauszeit. Dieses Wort erinnert an Fritz Reuters "Ut mine Festungstid"; nach Todesurteil und Begnadigung hatte er sieben verlorene Jahre zu beklagen. Karl May, L.s Landsmann, verfügte ebenfalls über sieben Jahre diesbezüglicher Erfahrung. Aus dem Bericht in der dritten Person wird nach zwei Jahrzehnten und einigen Buchkapiteln ein Zusammenfließen möglich sein: Der Chronist und sein Objekt vereinen sich zum schlichten ich. Von flankierenden Prozessen ist die Rede, von einer Phase, "Tauwetter" genannt nach einem schwachen Roman von Ilja Ehrenburg. Sie dauerte neun Monate und wurde von demselben Mann beendet, der sie ausgelöst hatte. Ein Bericht also aus einem Abstand von fünfzig Jahren - diese Spanne scheint nötig, um zu werten durch Vergessen. Andererseits wird es Zeit, denn allmählich geben die Letzten von damals den Löffel ab.
Am 24. Februar 1956 feierte L. seinen 30. Geburtstag. Er war verheiratet mit Annelies, die wie er aus Mittweida stammte, um sie waren ihre Kinder Thomas und Brigitta. Sie wohnten in Leipzig in der Oststraße auf 126 Quadratmetern mit Kachelöfen und hohen Türen, mit Parkett in den Zimmern zur Straße hin. Die Fenster hatten durch den Luftdruck von Kriegsbomben gelitten und schlossen miserabel. An der Rückfront bröckelte Putz ab, Nässe drang ein, Sturzwasser aus einer defekten Regenrinne spülte Ziegel frei. L. durfte sich Schriftsteller nennen mit zwei Romanen und drei Erzählungsbänden. Er hatte sich breitschlagen lassen, dem soeben gegründeten Literaturinstitut in Leipzig als namhafter Student ein Stück Fassade zur Verfügung zu stellen.”

 

 

Erich Loest (Mittweida, 24 februari 1926)

 

Lees meer...

24-02-11

Erich Loest, Irène Némirovsky, Jacques Presser, Friedrich Spielhagen, George Moore

 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2009 en ook mijn blog van 24 februari 2010. 

 

Uit: Durch die Erde ein Riß

 

»Dreinzwanzsch, komm Se!«

Der Strafgefangene 2.3/59 folgte dem Hauptwachtmeister über Galerien und Treppen hinunter. Es war ein beschaulicher Vormittag, die Brigaden steckten in der Arbeit, die Einzelhäftlinge liefen still und in Abständen über die Nordtreppe zur Freistunde ab, ein Kalfaktor fummelte am Geländer. 2.3/59 ließ die Augen huschen: Die Belegung auf Station IV war wie bisher, rote Nummern an den Türen, eine rote Eins bedeutete: ein Mann in Einzelhaft. Dort lag Harich, drei Zellen weiter Dertinger, der gewesene Außenminister.

Vor dem Saniraum wartete ein dicker Kerl, ein Neuer offenbar. Zwinkern wie nebenher, dabei rannen in 2.3/59 Gedanken ab: Verlegung oder Material zählen? Kabel abmessen? Oder der Quatsch mit der Zange ging wieder los, die seit letzter Woche nicht aufzutreiben war; er wußte von nichts und hatte das ziemlich schlüssig beweisen können; aber vielleicht suchten sie wieder und stellten die Zelle auf

den Kopf; irgendwas fanden sie ja immer, hoffentlich nicht die kostbare Bleistiftmine. Dann gäb es kein Kreuzworträtsellösen mehr.

Der Hauptwachtmeister schloß die Tür zur Materialaus- gabe auf. Er war ein kleiner, beweglicher Vierziger mit lauter Stimme, nicht der schlechteste. »Sie übernehm de Abrechnung un de Materialausgabe un's Werkzeug.«

»Möcht ich nich machn, Herr Hauptwachtmeister.«

Ungläubiger Blick. »Traun Se sichs nich zu?«

»Das schon. Aber ich möchts nich machn. «

Pause. Warten. Schlüsselklappern.

»Ich übernehm keine Funktion.« Das äußerte 13/59 so gelassen, wie er sichs vorgenommen hatte, und so fest wie möglich, er hatte Zeit gehabt, sich auf diese Situation vorzubereiten, vielleicht war sie unausweichlich, nun war sie da.“

 

 


Erich Loest (Mittweida, 24 februari 1926)

 

Lees meer...

24-02-10

Jacques Presser, Erich Pawlu, Vincent Voiture, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Rosalía de Castro


De Nederlandse historicus, schrijver en dichter Jacques (Jacob) Presser werd geboren in Amsterdam op 24 februari 1899. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008.

 

Uit: Ondergang

 

 “In de nacht van 9 op 10 mei 1940 overschreed het Duitse leger de Nederlandse grens. Dit feit, een nieuwe periode in de geschiedenis van ons volk inluidend, betekende zeker ook een wending in de geschiedenis van de Nederlandse Joden.

Een wending ten kwade; daaraan zal, toen reeds, in die meidagen, wel geen enkele Jood hebben getwijfeld, al stond hij nog maar pas aan het begin van een reeks gebeurtenissen, die wij, overlevenden, thans in hun geheel kunnen overzien. Men kan aannemen, dat vrijwel allerwegen grote angst en verslagenheid hebben geheerst onder de Joden, hier en daar oplopend tot radeloosheid, ja, tot paniek. Deze bij het gehele Nederlandse volk optredende reacties deden zich bij hen eveneens voor, niet zelden in verhevigde mate - men vergelijke daarvoor slechts aard en omvang van ontsnappingspogingen met die van het Nederlandse volk in zijn geheel, van hun vlucht op de twee opengebleven uitwegen, de uitweg in den vreemde, de uitweg in de dood.

In den vreemde, dat was de grenzen over. In de zuidelijke provincies hier en daar in evacuaties mee, waaruit men een paar dagen later meestal weer met de anderen terugkeerde, net als die anderen de ramen opengooide, de klok opwond, de straat opging. En precies als voor die anderen leek er niets veranderd:

‘En jullie nu?’ zei de buurman. Hij kwam wat dichterbij.

‘Wat doen jullie?’

‘Wij?’ zei mijn vader, ‘wij doen niets. Waarom zouden we?’ En wanneer diezelfde vader met zijn dochter de soldaten van het bezettingsleger op straat ziet passeren:

‘Zie je wel’, zei mijn vader, toen we al bijna thuis waren, ‘ze doen ons niets’. En terwijl we voorbij het hekje van de buurman liepen, mompelde hij nog eens: ‘Ze doen ons niets’. (De lezer heeft opgemerkt: de eerste maal sprak deze vader, de tweede maal mompelde hij).

Niet allen echter keerden terug. Dat geldt zeker van een aantal Nederlandse Joden, in België woonachtig, die via Frankrijk, Spanje en Portugal uit Europa ontsnapten: enkelen hunner kwamen zelfs in Amerika en nog verder terecht en bouwden daar een nieuw bestaan op. Van hun lotgevallen, niet passend in het kader van dit boek, hebben wij geen verdere studie gemaakt.

 

 

 

 

Presser
Jacques Presser (24 februari 1899 - 30 april 1970)

Boekomslag 

 

 

 

De Duitse schrijver Erich Pawlu werd geboren op 24 februari 1934 in Frankstadt, Mähren. Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.

 

Uit: Ein kleines bißchen Reife

 

Vater Rubikon, ein schwarzmähniger, etwas ölig wirkender Mann, unterschied sich in Aussehen und Auftreten von seinem Sohn in jeder Hinsicht. Wortreich war Herr Rubikon, gewandt und freundlich - ein Mensch also, der, abgesehen von seiner öligen Frisur und seinen stets eingefetteten Händen, gut ins zwanzigste Jahrhundert paßte. Allerdings trieb ihn eine unerklärliche Abneigung gegen jede Form der Seßhaftigkeit dazu an, in einem teuren Auto über Land zu fahren. Um seinen Traum von einem vagierenden Dasein verwirklichen zu können, erfand er die unglaublichsten Begründungen für weite Reisen. Die permanente Abwesenheit Herrn Rubikons hatte offenbar seinen Sohn Philipp weniger getroffen als seine Frau Emilie. Diese hatte sich nach einigen einsamen Ehejahren in die Arme ihrer in Stuttgart lebenden Mutter geflüchtet und ihrem Gatten das Erziehungsrecht für Philipp widerspruchslos überlassen. 
Herr Rubikon hätte am liebsten das Söhnchen schon als Wickelkind auf seine zeitraubenden Ausflüge mitgenommen. Aber zunächst ließ das Frau Emilie Rubikon nicht zu, und später verhinderte die lästige Schulpflicht allzu lange gemeinsame Reisen von Vater und Sohn. Allerdings scheute sich Herr Rubikon nicht, den heranwachsenden Jungen wenigstens an seinen strahlenförmig ins ganze Land führenden Kurzfahrten teilhaben zu lassen, wobei er nicht selten die Ausfertigung einer korrekten Entschuldigung vergaß oder aufgrund seiner fröhlichen Lebenshaltung verweigerte.” 

 

 

 

Pawlu_Frankstadt

Erich Pawlu (Frankstadt, 24 februari 1934)

Frankstadt (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Vincent Voiture werd geboren op 24 februari 1598 in Amiens. Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.

 

 

Pour vos beaux yeux et vostre beau visage

 

Pour vos beaux yeux et vostre beau visage,
Et la douceur de ce divin langage
Dont vous tenez tout le monde enchanté,
Cloris, on doit souffrir vostre fierté,
Et prés de vous avoir moins de courage.

Il est donc vray, que je ne fus pas sage,
De ne pouvoir endurer un outrage,
Moy que l'Amour tient si bien arresté
Pour vos beaux yeux.

A tout souffrir desormais je m'engage,
Et dans les fers d'un eternel servage,
Et les rigueurs de vostre cruauté,
Je chanteray vostre extrême beauté,
Et je ferois mille fois davantage
Pour vos beaux yeux.

 

 

 

 

Voiture
Vincent Voiture (24 februari 1598 – 26 mei 1648)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008 en ook mijn blog van 24 februari 2009.

 

 

 

Het wordt weer mei, Maria.

 

Het wordt weer mei, Maria.Witte bloemen bloeien
eenzaam, omheen de zuiverheid van Uw gelaat.
Het donker vuur, dat in de nacht ons kwam doorgloeien
is uitgedoofd. We worden als het rustig  zaad,

dat in de voren kiemt. Laat weer Uw licht ontwaken
in de verlaten tuinen van ons wachtend hart,
nu we de aardse kluisters om de polsen braken
en ' t ranke hert, sinds lang in ' t struikgewas verward

zich losmaakt met één ruk. O Moeder, zie we keren
- Uw roekeloze kinderen - eindelijk naar U weer
en naar de onberoerde rust van zuivere meren,
die vaak ons wild en stormend hart niet vond weleer.

Geef dan, dat deze vreê - o rijkdom dezer dagen -
ons eeuwig blijve nu, en wek in ons de kracht
om als een fiere toorts Uw zuiver licht te dragen
doorheen de duisternis van de volgroeide nacht.

 

 

 

 

Verbeke
Luc Verbeke (Wakken, 24 februari 1924)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.en ook  Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.

 

Uit: Sechse kommen durch die ganze Welt

 

“Es war einmal ein Mann, der verstand allerlei Künste, er diente im Krieg und hielt sich brav und tapfer, aber als der Krieg zu Ende war, bekam er den Abschied und drei Heller Zehrgeld auf den Weg. „ Wart, sprach er, mit mir geht man nicht so um! find ich die rechten Leute, so soll mir der König noch den Reichthum des ganzen Landes herausgeben.“ Da ging er voll Zorn in den Wald und sah einen darin stehen, der hatte sechs Bäume ausgerupft, als wärens Kornhalme. Sprach er zu ihm: [379] „willst du mein Diener seyn und mit mir ziehn?“ Ja, antwortete er, aber erst will ich meiner Mutter das Wellchen Holz heimbringen, und nahm einen von den Bäumen und wickelte ihn um die fünf andern, hob die Welle auf die Schulter und trug sie fort. Dann kam er wieder und ging mit seinem Herrn, der sprach: „wir zwei sollten wohl durch die ganze Welt kommen.“ Und als sie ein Weilchen gegangen waren, fanden sie einen Jäger, der lag auf den Knien, hatte die Büchse angelegt und zielte. Sprach der Herr zu ihm: „Jäger, was willst du schießen?“ Er antwortete: „zwei Meilen von hier sitzt eine Fliege auf einem Eichenästchen, der will ich das linke Auge herausschießen.“ „O, geh mit mir, sprach der Mann, wenn wir drei zusammen sind, sollten wir wohl durch die ganze Welt kommen.“

 

 

 

grimm
Wilhelm Grimm (24 februari 1786 – 16 december 1859)

Jakob (l) en Wilhelm Grimm

 

 

 

 

De Spaanse dichteres Rosalía de Castro werd geboren op 24 februari 1837 in  Santiago de Compostela. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008 en Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.

 

 

Black Shadow
 
When I think that you have left me,
Once again you rise and haunt me,
Overpowering black shadow
Prowling toward my bed to taunt me.

When again I dream you've vanished,
In the bare sun you astound me.
You're the shine of stars above me.
You're the howl of wind around me.

If they sing, I hear your singing.
If they mourn, I hear your mourning.
You're the murmur of the river
And the evening and the dawning.

You are all and all becomes you,
All about me, leaving never,
Living in me, living for me,
Shadow over me forever.

 

 

 

Vertaald door Sasha Foreman

 

 

 

 

Rosalio
Rosalía de Castro (24 februari 1837 – 15 juli 1885)

 

24-02-09

Paul Alfred Kleinert, Keto von Waberer, Erich Pawlu, Friedrich Spielhagen, Vincent Voiture, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Rosalía de Castro, Jacques Presser


De Duitse dichter en schrijver Paul Alfred Kleinert werd geboren op 24 februari 1960 in Leipzig. Hij studeerde Theologie en Kelologie in Oost en West Berlijn, Edinburgh en Dublin. Vanaf 1994 was hij werkzaam als uitgever.o.a. van de „Nordischen Reihe“. Kleinert publiceert voornamelijk edichten en vertalingen uit de klassieke talen.

 

tristia moderna, Budapest 1978

 

zurück von Constanţa, dem alten Tomi – erfrischt nun im Bad

auf der Insel der heiligen Margit mit einem Band

der tristiae Ovids – zu dieser unversehens geraten

in ein Gespräch mit einem von Leid gezeichneten Mann

jetzt ein Wärter des hiesigen Bades – einst doch ein Lehrer

für die Sprache Ovids an einem Gymnásion der Stadt;

im Anschluß ging das Gespräch über die Briefe ex ponto

(von dem ich gerade geschieden) und kam auf das Jahr  ´56;

er wies seine Zähne, die meisten verschandelt von billigen Plomben

´angebohrt jene für unbotmäßiges Tun: die Strafe

der Mächtigen in jenem düsteren Jahr´ – wie er erklärte

 

Aus Liebe zu diesem wollte er nicht verlassen das Land

(blando patriae retinebar amore klang auf die Sentenz)

ertrug so lieber Verbannung und Absatz vom lehrenden Amt

ward kundig denn wiederholt der nicht versiegenden Trauer

und dann, wie einer, der auch die Zeiten also überdauert

sprach er von Ovids Verbannung in seinem Wiener Deutsch

und: das Schreiben von Briefen sei heute wie damals gefährlich

vor allem, wenn sie dergleichen aufnehmen und sei’s im Gedicht...

 

Nach Jahren nun denk ich zurück an die Gestalt des Mannes

Was wohl geworden aus ihm und welcher Anteil am Geist

Seines Volkes ihm noch beschieden – tristia moderna

zurück, ex ponto, im Budapest des Jahres 1978

 

 

 

 

Paul_Kleinert
Paul Kleinert (Leipzig, 24 februari 1960)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en architekte Keto von Waberer werd geboren op 24 februari 1942 in Augsburg. Zij studeerde na het gymnasium kunst en architectuur in München en Mexiko-Stad. Na  haar terugkeer naar Duitsland werkte zij als architekte, galeriehoudster en journaliste. Sinds 1998 doceert zij aan de Hoge School voor Televisie en Film Creative Writing. Tegenwoordig is daarnaast zij zelfstandig schrijfster.

 

Uit: Umarmungen

 

“In der Nacht war Schnee gefallen, und wie immer, wenn Enno an dem Laden vorbeikam, blieb er vor dem schmalen Schaufenster stehen und sah sie sitzen, den Kopf über irgendeine Näharbeit gebeugt. Enno sah keine Kunden im Laden, da waren die Ständer, auf denen die Kleider hingen wie schlaffe Blüten, da waren die Hüte auf dem Tischchen, aufgerichtet wie Pilze, und natürlich stand im Fenster die kopf- und armlose Braut in ihrem glänzenden, mit winzigen Perlen bestickten Kleid. Ein kostbares Kleid, das konnte Enno sehen. Und er glaubte zu wissen, wie es der Frau zumute war, die dort im gelben Licht des schmalen Raumes saß und auf Leute wartete, die hereinkamen, in ihre Kleider schlüpften und sie kauften.

Im Frühling hatte sie den Laden eröffnet, und nun war es tiefer Winter und Schnee lag auf der Girlande über der Tür. Der Laden hatte lange Zeit leer gestanden nach Frau Bertas Tod: Zeitungen und Papier. Er lag zwischen der Fahrradwerkstatt und dem chinesischen Imbiss. »Alta Moda« stand in geschwungenen Goldbuchstaben an die Tür geschrieben und darunter klein »Raissa«. Sonst nichts.”

 

 

 

 

VonWaberer
Keto von Waberer (Augsburg, 24 februari 1942)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Erich Pawlu werd geboren op 24 februari 1934 in Frankstadt, Mähren. Van 1953 tot 1957 studeerde hij germanistiek, geschiedenis en geografie in München.Van 1959 tot 1996 was hij leraar in Dillingen a.d. Donau. Pawlu publiceerde satires, verhalen en short stories in verschillende kranten en tijdschriften als de Süddeutsche Zeitung, de Welt, de Neuen Zürcher Zeitung en de Frankfurter Rundschau.

 

Uit: Gestörte Spiele

 

“Daß es Frühling wurde, merkte man am Nachlassen des Schnupfens, an Schwellungen infolge erster Bienenstiche und an lehmverkrusteten Schuhen. Aber man merkte es alljährlich auch daran, daß der Kolich-Mann durchs Dorf fuhr.

Kaum standen die ersten Blumen in den Gärten, da kam es die Gasse herauf und näherte sich mit Glöckchengebimmel und Blechbüchsengeschepper, und auf einen meist verunglückten Trompetenstoß erfolgte der durchdringende Ruf: »Kooolich!« Das hieß nichts anderes, als daß hier ein reklamekundiger Geschäftsmann Kalk verkaufen wollte.

Ein schwarzes Pony, geschmückt wie ein Zirkusgaul, schüttelte im Eifer des Vorwärtsstrebens wohl ein Dutzend Glöckchen, die überall dort angebracht waren, wo an einem so kleinen Pferd ein Glöckchen zu befestigen war. Und selbst wenn es stehenzubleiben hatte, weil ein Käufer gefunden war, klingelte es noch am zuckenden Ohr oder im schlagenden Schweif des Tieres. Bunte Bänder wehten an beiden Flanken im Märzwind, und wer am Wegrand stand, freute sich über den farbigen, sichtbaren Einzug des Frühlings.

Am meisten lachte der Mann auf dem Wägelchen, der Kolich-Mann, selbst. Seine Freundlichkeit hatte ihm eine Stammkundschaft gesichert, so daß mancher Hausherr schon vorzeitig vor den abblätternden Kalkwänden seines Anwesens stand , in die Richtung blickte, aus der es klingelte und trompetete, und mit dem Geld in seiner Tasche dazu klimperte. Aber auch für den, der sich vergewissert hatte, daß der Hausputz noch ein Jahr aushalten würde, hatte der Kolich-Mann eine freundliche Geste, er winkte herüber und lachte wie jedes Jahr.”

 

 

 

boekomslagPawlu
Erich Pawlu (Frankstadt, 24 februari 1934)

Boekomslag (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Spielhagen werd geboren op 24 februari 1829 in Magdeburg. Van 1847 tot 1851 studeerde hij in Berlijn, Bonn en Greifswald rechten en filologie. Aaansluitend werkte hij als huisleraar, acteur, soldaat en redacteur en uitgever. Zijn literaire doorbraak kwam in 1861 met zijn roman Problematische Naturen.

 

Uit: Problematische Naturen

 

Es war an einem warmen Juniabend des Jahres 184*, als ein mit zwei schwerfälligen Braunen bespannter Stuhlwagen mühsam in dem tiefen Sandwege eines Tannenforstes dahinfuhr.

Wird dieser Wald denn nie ein Ende nehmen! rief der junge Mann, der allein in dem Hintersitze des Fuhrwerks saß, und richtete sich ungeduldig in die Höhe.

Der schweigsame Kutscher vor ihm klatschte statt aller Antwort mit der Peitsche. Die schwerfälligen Braunen machten einen verzweifelten Versuch, in Trab zu fallen, standen aber alsbald von einem Vorsatze ab, den ihr Temperament und der tiefe Sand so wenig begünstigten. Der junge Mann legte sich mit einem Seufzer in seine Ecke zurück und fing wieder an, auf die einförmige Musik des mühsam gleisenden Fuhrwerks zu horchen, und ließ wieder die dunklen Stämme der Tannen an sich vorübergleiten, auf die hier und da ein Streifen von dem Licht des Mondes fiel, der so eben über den Forst heraufstieg. Er begann von neuem, sich den Empfang, der seiner auf dem Schlosse harrte, und die so neue Situation, in die er treten sollte, auszumalen; aber die überdies verschwommenen Bilder einer unbekannten Zukunft wurden dunkler und dunkler; die schlummermüden Augen schlossen sich, und der erste Ton, den sein Ohr wieder vernahm, war der dumpfe Hufschlag der Pferde auf einer hölzernen Brücke, die zu einem mächtigen steinernen Thorweg führte. Endlich, rief der junge Mann, sich emporrichtend und neugierig um sich schauend, als der Wagen rascher durch eine dunkle Allee riesiger Bäume fuhr auf einem mit Kies bestreuten offenen Platze einen halben Bogen machte und jetzt vor dem Portale des Schlosses hielt, auf dessen dunklen Fenstern die Mondstrahlen glitzerten.”

 

 

 

 

spielhagen
Friedrich Spielhagen  (
24 februari 1829 – 25 februari 1911)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Vincent Voiture werd geboren op 24 februari 1598 in Amiens. Hij kreeg een opleiding in Parijs en maakte kennis met de oudere dichters François de Malherbe en Jean-Louis Guez de Balzac. In 1634 werd hij lid van de Académie française. Zijn lichtvoetige verzen en zijn geestige brieven spraken de leden van de Salon de Rambouillet zeer aan. In 1645 was hij een van de protagonisten in een literair duel van sonnetten. De strijd ging tussen de bewonderaars van Isaac de Benserade’s “Sonnet sur Job” en Voiture’s sonnet “L’Amour d’Uranie avec Philis. Voiture won maar de burgeroorlog van 1648-53 maakte kort daarop een einde aan de samenkonsten van Rambouillet.

 

 

Il faut finir mes jours en l'amour d'Uranie

 

Il faut finir mes jours en l'amour d'Uranie,

L'absence ni le temps ne m'en sauraient guérir,

Et je ne vois plus rien qui me pût secourir,

Ni qui sût r'appeler ma liberté bannie.

 

Dès long-temps je connais sa rigueur infinie,

Mais pensant aux beautés pour qui je dois périr,

Je bénis mon martyre, et content de mourir,

Je n'ose murmurer contre sa tyrannie.

 

Quelquefois ma raison, par de faibles discours,

M'incite à la révolte, et me promet secours,

Mais lors qu'à mon besoin je me veux servir d'elle ;

 

Après beaucoup de peine, et d'efforts impuissants,

Elle dit qu'Uranie est seule aimable et belle,

Et m'y r'engage plus que ne font tous mes sens.

 

 

 

 

Vincent_Voiture
Vincent Voiture (24 februari1598 – 26 mei 1648)

Portret door Philippe de Champaigne

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008.

 

 

Oktoberwolken

 

Oktoberwolken vluchten naar het noorden
en in de bomen klaagt en kreunt de wind
zijn dodenlied. Wat mij nog toebehoorde
aan schoonheid, weelde en wat ik heb bemind,

wat in de zomer oog en oor bekoorde,
de vogels en de bloemen, 't blozend ooft,
de witte zon die in de luchten gloorde,
het wassend groen, ' t wordt alles mij ontroofd.

Zo sta ik naakt, ontbladerd als de bomen,
verzoend met alles wat mijn lot mij bood,
het wentelen der seizoenen, ' t gaan en 't komen,
de eeuwige wet van leven en van dood;

van waan ontdaan, onware glans en logen,
zie ik gehard het wee van eeuwen aan,
wijl staag de wolken vluchten voor mijn ogen
en ook in mij het leven moet vergaan.

 

 

 

 

 

Verbeke
Luc Verbeke (Wakken, 24 februari 1924)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

Uit: Dornröschen

 

“Ein König u. eine Königin kriegten gar keine Kinder. Eines Tags war die Königin im Bad, da kroch ein Krebs aus dem Wasser ans Land u. sprach: du wirst bald eine Tochter bekommen. Und so geschah es auch und der König in der Freude hielt ein grosses Fest u. im Lande waren dreizehn Feen, er hatte aber nur zwölf goldne Teller und konnte also die dreizehnte nicht einladen. Die Feen begabten sie mit allen Tugenden und Schönheiten. Wie nun das Fest zu Ende ging, so kam die dreizehnte Fee u. sprach: ihr habt mich nicht gebeten u. ich verkündige euch, dass eure Tochter in ihrem funfzehnten Jahr sich an einer Spindel in den Finger stechen u. daran sterben wird. Die andern Feen wollten dies so gut noch machen, als sie konnten u. sagten: sie sollte nur hundert Jahre in Schlaf fallen.”

 

 

 

grimm_w
Wilhelm Grimm (24 februari 1786 – 16 december 1859)

 

 

 

 

 

Rectificatie: De Spaanse dichteres Rosalía de Castro werd geboren op 24 (en niet 21) februari 1837 in  Santiago de Compostela. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008.

 

 

Schwarzer Schatten

  

Als ich dachte, du wärst fort,

schwarzer Schatten, der mir folgt,

kehrtest spottend du zurück,

holtest mich aus meinem Schlaf.

 

Als ich glaubte, du wärst gegangen,

zeigst du dich im selben Schein,

wie ein strahlend' Stern,

wie des Windes wehender Hauch.

 

Und höre ich Gesang, so singst du,

und höre ich ein Weinen, so weinst doch du,

und du bist des Flusses Rauschen,

bist tiefe Nacht und Morgengrauen.

 

Du bist in Allem und bist alles für ich! -

Denn du wohnst in mir und niemals

wirst du mich verlassen. Du!

Schatten, der mir ständig folgt.

 

 

 

 

Castro
Rosalía de Castro (24 februari 1837 – 15 juli 1885)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008.

 

De Nederlandse historicus, schrijver en dichter Jacques (Jacob) Presser werd geboren in Amsterdam op 24 februari 1899.

 

 

 

24-02-08

Rosalia de Castro, Leon de Winter, Jacques Presser, Luc Verbeke, Yüksel Pazarkaya, Erich Loest, Wilhelm Karl Grimm


De Spaanse dichteres Rosalia de Castro werd geboren op 24 februari 1837 in Santiago de Compostela. Zij was dochter van een ongehuwde moeder (María Teresa de la Cruz de Castro) en behoorde tot de lagere adel. Haar vader was de pastoor en kapelaan Jose Martínez Viojo, die tot haar 10e levensjaar voor haar zorgde. Haar eerste verzen schreef Rosalía toen ze 12 jaar oud was, en op haar 17e was haar literaire talent al in verschillende kringen erkend. In 1856 verhuisde ze van Santiago de Compostela naar Madrid. In 1857 debuteerde ze met haar eerste dichtbundel in het Spaans, “La Flor” (De Bloem). Rosalía trouwde in 1858 met de schrijver en historicus Manuel Murguia, die zij in Madrid had leren kennen. In 1863 verscheen haar werk “Cantares Gallegos”, hetgeen in de literatuurgeschiedenis van het Galicisch zeer belangrijk is, omdat het wordt beschouwd als de basis van de Rexuridimento, de renaissance van de cultuur en taal van Galicië. Zie ook mijn blog van 21 februari 2007. 

 

I was born with nuts and bussoms,

 

In a mouth when gardens grew,

In a dawn so very gentle,

In a dawn of April dew.

That’s the reason why I’m Rosa,

Smiling lips made red by rue,

Bristling thorns for everybody

(Never, though, a thorn for you)

Since I fell in love (a thankless

Thing I did) life’s gone askew

And I let it go, believing

You my life and glory too.

Why then this complaining Mauro?

Why the rage? You know it’s true-

If my dying made you happy,

Happily I’d die for you.

Still you stab me with a dagger

Spiked with curses. Not a clue

What it was you really wanted,

Crazy deeds you made me do!

All I had to give I gave you

In my hungering for you.

Now at last my heart I send you,

You'll unlock it with this key.

I’ve got nothing left to give you,

You’ve no more to ask of me.

 

 

 

Vertaald door Sasha Foreman

 

 

 

 

Castro
Rosalia de Castro (24 februari 1837 – 15 juli 1885)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

Uit: De hemel van Hollywood

 

Je gelooft er niet in?” vroeg Jimmy Kage, bang voor Greens antwoord.
Green zag hem slikken en naar de verste verten van de boulevard staren. Gelukkig had Jimmy zijn sigaret, die hem een houding kon geven.
“Jij wel dan?”
“Ja,” antwoordde Jimmy droog.
Green zei: “Het spijt me dat ik je zo teleurstel.”
Het was even stil, Kage draaide zijn rug naar Green, zwaar ademend, en zei toen: “Je kunt er niks aan doen. Je bent gewoon een zak.”
“He is onzin, Jimmy. Tienduizend dollar? Echt niet. Niet op de manier die wij gewend waren. Jimmy, we zijn geen jonge honden van tweeëntwintig meer! Jij bent een senior citizen en ik ben een verdwaasde zak die zijn leeftijd ontkent en nog net genoeg geld heeft om een paar dagen te overleven! Dan moet ik gaan stelen.”
“We kunnen een film maken. Zelfs met maar tien mille.”
“Jimmy, ik geloof er niet in.”
Kage draaide zich naar hem toe, met betraande ogen: “Dit is je laatste kans, man! Er komt geen werk meer naar ons toe! We liggen eruit! Ik heb mijn fouten gemaakt en jij minstens zoveel! Voor ons zijn er honderden, duizenden anderen, want wij zijn een bedrijfsrisico dat niemand wil dragen! Ze vreten ons niet meer! En daarom vreten wij niet meer als dit nog langer duurt!”

 

 

 

DeWinter
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

 

 

 

 

De Nederlandse historicus, schrijver en dichter Jacques (Jacob) Presser werd geboren in Amsterdam op 24 februari 1899. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

De Achterblijver

 

Zo ver, zo laat en zo verloren:

Wie taalt naar aalmoes of beklag?

De doden kunnen 't niet meer horen,

De levenden staan om de vlag.

 

Zij hebben d'exodus verkozen,

Want heeft een Jood zichzelf verstaan,

Dan hunkert hij naar Saron's rozen

En boven Askalon de maan.

 

Dan weigert hij gedwee te wachten

Van oud pogrom tot nieuw pogrom

En slaat in, zonder wrok of klachten,

De weg naar huis en ziet niet om.

 

En ik blijf hier, alleen, gevangen,

Tot in de stilte dooft de stem,

Die vraagt naar 't doel van míjn verlangen:

Naar welk, naar wèlk Jeruzalem?

 

 

 

PresserOndergang
Jacques Presser (24 februari 1899 - 30 april 1970)

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

 

Noodkreet

                 Geschreven kort na de tweede wereldoorlog
                 in de blijvende sfeer van dood, vernieling en durend leed

Wild sloeg men de blinden dicht
en het werd ontzettend duister.
Hoop verzwond.Geen eeuwig Licht
spreidde nog zijn glans en luister

over afgrond en ravijnen,
over 's werelds diepe schoot
en des levens stage deinen
naar de monding van de dood.

Blijft er nog een toeverlaat,
waar de sterren nedervielen,
waar barbaar en waar piraat
werk van eeuwen weer vernielen

en voor afgoden gaan knielen?
Ach, lawinen storten neer
over lichamen en zielen.
Christus, keer op aarde weer.

 

 

 

 

Verbeke
Luc Verbeke (Wakken, 24 februari 1924)

 

 

 

 

 

De Turkse dichter, schrijver en vertaler Yüksel Pazarkaya werd geboren op 24 februari 1940 in Izmir. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

 

MEINE ZUNGE VEHEDDERT SICH BEI DEINEM NAMEN

 

Du bist der letzte Name meiner Heimat
Der Sehnsüchte Halde
Der Verbannungen Umkehr
Das Leid: die Verbannung von dir
Nur ein Ziel bleibt dem Verbannten
Fremd das Wort fremd die Luft
Richtet den in der Verbannung zu
Durchs Netz der Kränkungen
Durchs Sieb der Peinigungen
Hindurch Seihen ist Verbannung
Verschleppt verzerrt vernichtet
Zu ertragen nur mit deinem Namen
Meine Zunge verheddert um deinen Namen

 

Du bist das letzte Asyl dieses Seins
Kann es je ertragen die Verbannung von dir
Der Verbannung Folter
Wenn es keine Ankunft gäbe bei dir
Die Verbannung zieht sich hin endlos das Sehnen
Geballt der Brand des Verbannten
Die schlimmste aller Prüfungen
Der schmalste aller Pfade
Die Sehnsucht zieht sich hin endlos die Verbannung
Geballt das Leid geballt die Wehmut
Schrickt dennoch nicht zurück vom Weg zum letzten Heim
Möchte Ruhe finden bei dir
Meine Augen trübe, unsichtbar dein Heim

 

Du bist der letzte Halt der Hoffnungen
Endlos an Haltestellen des Trübsinns
Gestürzt in eine einzige Hoffnung
So fern wie schwarze Löcher
So wahr wie schwarze Löcher
So fern wie erloschene Sterne
So wahr wie ihre Strahlen die noch kommen
Wahr jedoch nicht selbst
Fern jedoch nicht entschwunden
Selbst und zugleich nichts
Des Trübsinns Lawine der Hoffnung Bündel
Des Seins erster und letzter Halt
Meine Füße schlingern, aussteigen kann ich nicht

 

 

 

 

 

pazarkaya
Yüksel Pazarkaya (Izmir,  24 februari 1940)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 24 februari 2007.

 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida.

 
De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786.

 

 

24-02-07

Leon de Winter, Jacques Presser, Luc Verbeke, Yüksel Pazarkaya, Erich Loest, Wilhelm Grimm


De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954.Toen De Winter elf jaar oud was stierf zijn vader op 52-jarige leeftijd aan een hartaanval. De Winter ging op zijn 20e naar de Filmacademie, waar hij bevriend raakte met de latere producent René Seegers en de latere regisseur Jean van de Velde. Het drietal verliet in 1978 zonder diploma de Filmacademie en richtte de Eerste Amsterdamse Filmassociatie op, die de televisiefilms Junkieverdriet en De (ver)wording van de jongere Dürer maakte. De Winter was al tijdens zijn periode aan de Filmacademie gaan schrijven. Hij debuteerde in 1976 met de verhalenbundel Over de leegte in de wereld. Zijn boeken Zoeken naar Eileen W, La place de la Bastille en De hemel van Hollywood werden verfilmd. Vooral na 11 september 2001 ontwikkelde hij zich als publicist en talkshowgast. Hij publiceert sindsdien regelmatig opinieartikelen in het dagblad Trouw en in de tijdschriften Elsevier, Die Welt en Der Spiegel. In Elsevier heeft de Winter een wekelijkse column en op internet een weblog.

 

Uit: De ruimte van Sokolov

 

“…Nieuwsgierig betrad hij de catacombe links naast de Klaagmuur, in de wand onder de gebouwen die langs de hoge noordzijde van het plein stonden. Hij belandde in een middeleeuwse galerij met nissen, kamertjes en aparte sjoeltjes achter traliedeuren, aan de duisternis ontrukt door lampen die mysterieus oranje licht verspreidden. Hij, vertegenwoordiger van de ruimte van de technologie, bevond zich nu in de ruimte van de God Zonder Handen en God Zonder Gezicht, de ruimte van magie en wonderen en de beleving van tijdloosheid. Hij kende die ruimte van zijn wodkareizen, en hij herkende wat de chassieden met hun ritmische gebeden wilde oproepen.”


Winter
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

 

Jacques (Jacob) Presser was een Nederlands historicus, schrijver en dichter die vooral bekend is geworden om zijn boek Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 over de geschiedenis van de Nederlandse Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Presser werd geboren op 24 februari 1899 in de vroegere Amsterdamse Jodenbuurt in een vrij arm, socialistisch Joods gezin dat zijn joodse wortels had afgeschud; zijn vader was diamantbewerker. Zelf was Presser tijdens zijn latere leven ook links van politieke opvatting. Tijdelijk woonde het gezin ook nog een poosje in Antwerpen daar zijn vader daar emplooi had gevonden nadat hij werkloos was geworden. Presser hield er een enigszins Vlaams accent aan over, waaraan hij zijn bijnaam De Belg dankte. Naast historisch werk heeft Presser ook literair werk geleverd. Bekend is zijn boek De nacht der Girondijnen, waarvoor hij ook een literaire prijs ontving en dat deels autobiografisch is wat betreft hij heeft meegemaakt tijdens de oorlog. Ook op het lichtere terrein van de detectiveromans heeft hij zich gewaagd; zijn meest bekende werk op dit gebied is Moord in Meppel. Daarnaast heeft hij ook wat poëzie geschreven.

 

Uit:  De nacht der Girondijnen

 

“Het duivelspact. Ik trek het woord in, het is niet echt, het is literatuur. Ik was geen Faust, hij geen Mephisto, en och, de Gretchen... Geen Mephisto was hij, zeker niet, maar een Duitser, bij wie ik al de eerste dag de beste moest denken aan Tucholsky's omschrijving: hij kocht zich een hondenzweep en een kleine, bijbehorende hond. Hij droeg inderdaad een karwats en liep, neen, schreed daarmee als een vorst over de grote middenstraat tussen de barakken, de Boulevard des Misères, daarbij religieus (dat is het woord) gegroet: de heer over leven en dood. Iets van die verering daalde natuurlijk ook af op mij, die achter hem aanliep, zijn adjudant. Zijn Sancho Panza? Ach nee, hoogstens een beetje zijn Leporello. Maar ik deed het; ik vond het niet onaangenaam. Je vond het lèkker, zegt Jacob, erken het maar. Inderdaad, het prikkelde me plezierig. Ik begon al man te worden, blijkbaar.
De O.D.: Cohn's meesterlijke organisatie. Een kleine honderd man, de joodse SS in de volksmond. Heel raak, want we waren èn Joden èn SS-ers, helemaal aangestoken door onze vijanden, die we in loop, in houding, in kleding, zelfs in manier van spreken, nadeden: ‘zackig’, ‘schneidig’. We bekten af, we duwden weg, we joegen op. Wij, een paar intellectuelen, kantoorbedienden, werklieden, handelsreizigers en venters, we waren voor de anderen ongetwijfeld het weerzinwekkendste tuig, dat God had geschapen, boeven en gangsters; ik voel me nu, nù, wee om mijn maag, als ik aan ons, aan mij, terugdenk. Het enige wat ik voor de tiende, voor de honderdste maal zou willen herhalen, is dat dit alles waar is, dat dit zo en niet anders is geweest. Vraag me dan verder niets meer, ik weet het niet. Ik ga nu, al schrijvend, immers steeds meer beseffen, dat ik mezelf hoogstens nog herken. Maar kennen, neen, mezelf kennen, doe ik niet, waarachtig niet.”
 

 

Presser
Jacques Presser (24 februari 1899 - 30 april 1970)

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924 en woont sedert zijn huwelijk met Maria Bossuyt in 1951 in Waregem. Beroepshalve was hij achtereenvolgens onderwijzer en schoolhoofd tot 1975, schooldirecteur tot 1984 en inspecteur tot hij in 1989 op rust ging. In 1947 stichtte hij, met André Demedts het Komitee voor Frans-Vlaanderen. Hij was gedurende een halve eeuw daarvan de secretaris en drijvende kracht. Van 1997 tot 2001 was hij voorzitter van KFV, nadien erevoorzitter.

Luc Verbeke is auteur van heel wat publicaties over Frans-Vlaanderen, o.m. het boek Vlaanderen in Frankrijk (1970), gebaseerd op een jarenlange artikelenreeks in het tijdschrift Ons Erfdeel, en de brochure De Nederlanden in Frankrijk en het Komitee voor Frans-Vlaanderen.  Luc Verbeke schreef zes poëziebundels.

 

 

Herfst 1949

 

Oktoberwolken vluchten naar het noorden
en in de bomen klaagt en kreunt de wind
zijn dodenlied. Wat mij nog toebehoorde
aan schoonheid, weelde en wat ik heb bemind,

wat in de zomer oog en oor bekoorde,
de vogels en de bloemen, 't blozend ooft,
de witte zon die in de luchten gloorde,
het wassend groen, ' t wordt alles mij ontroofd.

Zo sta ik naakt, ontbladerd als de bomen,
verzoend met alles wat mijn lot mij bood,
het wentelen der seizoenen, ' t gaan en 't komen,
de eeuwige wet van leven en van dood;

van waan ontdaan, onware glans en logen,
zie ik gehard het wee van eeuwen aan,
wijl staag de wolken vluchten voor mijn ogen
en ook in mij het leven moet vergaan.

                    

Uit debuutbundel "Gezangen in de deemstering " (1951)

 

 

Herfst 2004

 

Als de blaren bloeien
zien we herfst
in volle kleur
van groen en bruin
en goud
met rozerood:
de wilde wingerd
aan de muur,
de es, plataan
en beuk en berk
en populier,
de lijsterbes,
de vlier,
en heesters allerlei:
ze vieren hoge sier.
Mocht ook nog
onze herfst
wat langer duren
we konden 
rozerood
hoog
weer klimmen
als de wingerd
aan de muur.  

    
Uit " Ik leef in taal en tijd "
Herfst- en nieuwjaarsgedichten ( 2004 )

 

 

 

Verbeke1
Luc Verbeke (Wakken, 24 februari 1924)

 

De Turkse schrijver en vertaler Yüksel Pazarkaya werd geboren op 24 februari 1940 in Izmir. Na zijn middelbare schooltijd in Turkije kwam hij in Duitsland te wonen. Hij studeerde scheikunde in Stuttgart en begon daarna een studie germanistiek en filosofie en promoveerde in 1973 in de literatuurwetenschap. Sindsdien schrijft hij. Vanaf 1986 werkte hij ook als radioredacteur  bij de WDR in Keulen. Hij vertaalde o.a. werk van Orhan Veli, Nâzım Hikmet en Aziz Nesin. In zijn eigen werk houdt hij zich, hoewel zeker niet uitsluitend, bezig met de situatie rondom arbeidsmigratie en discriminatie.

 

Uit: Nur um der Liebenden willen dreht sich der Himmel

 

"Das Izmir meiner Kindheit und Jugendzeit ist noch immer eine Stadt bunten Treibens, eine urbane Kultur, offen für Landflüchtige, Saisonarbeiter, Einkaufs- und Vergnügungszentrum fürs Hinterland, vor allem nach der Tabak-, Trauben- und Feigenernte. Tabakarbeiterinnen in den Tabakmanufakturen sind echtes Frauenproletariat. Exporthafen, Messestadt, Handelszentrum, Universitätsstadt, Juden, Christen, Muslime, Türken, Kurden, Lasen, Bosnier, Albaner und nicht zuletzt Amerikaner. Izmir ist der Sitz des NATO-Südosthauptquartiers. Wieselleichte, gertenschlanke amerikanische Mädchen im mediterranen Frühling lassen dem grünen Gymnasiasten das Herz flattern.

Ich war damals ein türkischer Jüngling. Heute bin ich gewiss, dass türkisch die Bezeichnung für eine biochemische und psycho-sozio-kulturelle Verbindung ist. Darin bin ich Ionier, Lydi er, Trojaner, ja vor allem Trojaner, weiter bin ich in dieser Verbindung Lykier und Hethiter, Byzantiner, Seldschuke und Osmane, Schamane, Jude, Christ und Muslim, mal Bürger, mal Anarch, bin mal Bohemien, mal Asket. Und ein jeder Teil in dieser Verbindung ruft den anderen mit Yunus Emre, 13. Jahrhundert, zu:

"Der Hass ist unser Feind

Wir hassen niemanden

Die ganze Welt ist uns eins."

 

 

 

PAZARKAYA1
Yüksel Pazarkaya (Izmir,  24 februari 1940)

 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Hij wordt gezien als een belangrijke chroniqueur van de Duitse geschiedenis van de 20e eeuw. Tot zijn werk behoren o.a. de romans Völkerschlachtdenkmal, Zwiebelmuster, Froschkonzert en de door Frank Beyer verfilmde bestseller Nikolaikirche. In 1957 werd Loest om politieke redenen tot een zevenjarige gevangenisstraf veroordeeld. Aan het begin van de jaren tachtig verliet hij de DDR. Sinds 1990 woont hij weer in Leipzig.

 

Uit: Träumereien eines Grenzgängers.

 

Als ich anfangs der siebziger Jahre begann, über Karl May zu schreiben, war er in der DDR eine Unperson. Er war mir seit der Kindheit nicht nur durch seine Bücher nahe gewesen. Von Mittweida, meiner Geburtsstadt, ist es nach Hohenstein-Ernstthal und Waldenburg so nahe, daß ein Tagesausflug mit dem Fahrrad möglich war. Am Markt von Mittweida wurde er, mehrfach rückfällig geworden, zu vier Jahren Zuchthaus verurteilt. An der Handkette eines Gendarmen wanderte er über Ringethal und Hermsdorf nach Waldheim hinunter. Da war auf lange Zeit zum letzten Mal der Himmel über ihm hoch und weit. Dann Waldheim, dann Radebeul. Von einer Felsenbühne in der Sächsischen Schweiz hallte in meiner Kindheit das Kampfgeschrei der Apachen.
Ich wollte über Karl May schreiben, nicht für oder gegen ihn. Dazu, wußte ich, würde ich lange nachdenken und viel lesen müssen. Mein Held hatte sieben Jahre hinter Gittern verbracht, ich auch. Er hatte es geschafft, sich durch die Zellenwände hinauszuträumen, ich hatte mich ebenfalls in dieser Kunst geübt. Langsam schrieb ich mich gerade aus der Isolierung hinaus, ein Prozeß, den er nur zu gut gekannt hatte.
Das Urteil in der DDR schien endgültig zu sein: Chauvinist, angeblich der Lieblingsautor Hitlers. Frömmelnd, alles Geschriebene erstunken, Hochstapler in jeglicher Hinsicht. Und wir hätten doch unterdessen so viel bessere, nämlich marxistische Literatur über die Indianer!“

 

 

Loest
Erich Loest (Mittweida, 24 februari 1926)

 

Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786. Hij vormde samen met zijn één jaar oudere broer Jakob Grimm de Gebroeders Grimm. Vanaf 1806 verzamelden ze Märchen (volksverhalen en sprookjes) die zij publiceerden onder de titel Kinder- und Hausmärchen (1812-1822). Op verzoek van de koning Frederik Willem IV van Pruisen kwamen ze in 1841 naar Berlijn waar ze aan de Humboldt-Universität in Berlijn studeerden en werkten. In 1852 begonnen ze aan het Deutsches Wörterbuch, dat pas in 1961 werd voltooid. Wilhelm stierf in 1859 en zijn broer 4 jaar later.

 

Uit: Frau Holle

 

„Eine Witwe hatte zwei Töchter, davon war die eine schön und fleißig, die andere häßlich und faul. Sie hatte aber die häßliche und faule, weil sie ihre rechte Tochter war, viel lieber, und die andere mußte alle Arbeit tun und der Aschenputtel im Hause sein. Das arme Mädchen mußte sich täglich auf die große Straße bei einem Brunnen setzen und mußte so viel spinnen, daß ihm das Blut aus den Fingern sprang. Nun trug es sich zu, daß die Spule einmal ganz blutig war, da bückte es sich damit in den Brunnen und wollte sie abwaschen; sie sprang ihm aber aus der Hand und fiel hinab. Es weinte, lief zur Stiefmutter und erzählte ihr das Unglück. Sie schalt es aber so heftig und war so unbarmherzig, daß sie sprach: »Hast du die Spule hinunterfallen lassen, so hol sie auch wieder herauf. « Da ging das Mädchen zu dem Brunnen zurück und wußte nicht, was es anfangen sollte; und in seiner Herzensangst sprang es in den Brunnen hinein, um die Spule zu holen. Es verlor die Besinnung, und als es erwachte und wieder zu sich selber kam, war es auf einer schönen Wiese, wo die Sonne schien und vieltausend Blumen standen. Auf dieser Wiese ging es fort und kam zu einem Backofen, der war voller Brot; das Brot aber rief: »Ach, zieh mich raus, zieh mich raus, sonst verbrenn ich: ich bin schon längst aus gebacken.« Da trat es herzu und holte mit dem Brotschieber alles nacheinander heraus. Danach ging es weiter und kam zu einem Baum, der hing voll Äpfel, und rief ihm zu: »Ach, schüttel mich, schüttel mich, wir Äpfel sind alle miteinander reif. « Da schüttelte es den Baum, daß die Äpfel fielen, als regneten sie, und schüttelte, bis keiner mehr oben war; und als es alle in einen Haufen zusammengelegt hatte, ging es wieder weiter. Endlich kam es zu einem kleinen Haus, daraus guckte eine alte Frau, weil sie aber so große Zähne hatte, ward ihm angst, und es wollte fortlaufen. Die alte Frau aber rief ihm nach: »Was fürchtest du dich, liebes Kind? Bleib bei mir, wenn du alle Arbeit im Hause ordentlich tun willst, so soll dir's gut gehn. Du mußt nur achtgeben, daß du mein Bett gut machst und es fleißig aufschüttelst, daß die Federn fliegen, dann schneit es in der Welt; ich bin die Frau Holle.“

 

 

Grimm
Wilhelm Grimm (24 februari 1786 – 16 december 1859)