13-05-11

Alphonse Daudet, Theo van Baaren, Reinhold Schneider, Jacob Haafner

 

De Franse schrijver Alphonse Daudet werd geboren in Nîmes op 13 mei 1840. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008 en ook mijn blog van 13 mei 2009 en ook mijn blog van 13 mei 2010.

Uit: Le petit chose

 

„JE suis né le 13 mai 18..., dans une ville du Languedoc où l'on trouve, comme dans toutes les villes du Midi, beaucoup de soleil, pas mal de poussière, un couvent de carmélites et deux ou trois monuments romains.
Mon père, M. Eyssette, qui faisait à cette époque le commerce des foulards, avait, aux portes de la ville, une grande fabrique dans un pan de laquelle il s'était taillé une habitation commode, tout ombragée de platanes, et séparée des ateliers par un vaste jardin.
C'est là que je suis venu au monde et que j'ai passé les premières, les seules bonnes années de ma vie.
Aussi ma mémoire reconnaissante a-t-elle gardé du jardin, de la fabrique et des platanes un impérissable souvenir, et lorsque à la ruine de mes parents il m'a fallu me séparer de ces choses, je les ai positivement regrettées comme des êtres.
Je dois dire, pour commencer, que ma naissance ne porta pas bonheur à la maison Eyssette. La vieille Annou, notre cuisinière, m'a souvent conté depuis comme quoi mon père, en voyage à ce moment, reçut en même temps la nouvelle de mon apparition dans le monde et celle de la disparition d'un de ses clients de Marseille, qui lui emportait plus de quarante mille francs ; si bien que M. Eyssette, heureux et désolé du même coup, se demandait, comme l'autre, s'il devait pleurer pour la disparition du client de Marseille, ou rire pour l'heureuse arrivée du Petit Daniel... Il fallait pleurer, mon bon monsieur Eyssette, il fallait pleurer doublement.“

 

 

 


A
lphonse Daudet (13 mei 1840 - 17 december 1897)

„Alphonse Daudet et Sa Fille“ door Eugene Carriere, 1887

 

 

Lees meer...

13-05-10

Reinhold Schneider, Alphonse Daudet, Jacob Haafner, Koji Suzuki, Roch Carrier, Adolf Muschg, Franz Michael Felder


De Duitse dichter Reinhold Schneider werd op 13 mei 1903 geboren in Baden-Baden. Zie ook mijn blog van 13 mei 2006 en ook mijn blog van 13 mei 2009.

 

 

An den Turm des Freiburger Münsters 
 
Steh' unzerstörbar herrlich im Gemüte 
Du großer Beter glaubensmächtiger Zeit! 
Wie dich verklärt des Tages Herrlichkeit, 
Wenn längst des Tages Herrlichkeit verglühte: 

 

So will ich bitten, daß ich treulich hüte 
Das Heilige, das Du ausstrahlst in den Streit 
Und will ein Turm sein in der Dunkelheit, 
Des Lichtes Träger, das der Welt erblühte. 

 

Und sollt' ich fallen in dem großen Sturm,

So sei's zum Opfer,daß noch Türme ragen 
Und daß mein Volk der Wahrheit Fackel werde. 

 

Du wirst nicht fallen, mein geliebter Turm. 
Doch wenn des Richters Blitze Dich zerschlagen,

Steig' in Gebeten kühner aus der Erde. 

 

 

 

reinhold-schneider-briefmark

Reinhold Schneider (13 mei 1903 – 6 april 1958)

 

 

 

 

De Franse schrijver Alphonse Daudet werd geboren in Nîmes op 13 mei 1840. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008 en ook mijn blog van 13 mei 2009.

 

Uit: Le petit chose

 

“Il me restait bien encore une pièce de quarante sous,mais je la gardais précieusement pour le cas où, en arrivant à Paris, je ne trouverais pas l’ami Jacques à la gare, et malgré la faim j’eus le courage de n’y pas toucher. Le diable c’est qu’autour de moi on mangeait beaucoup dans le wagon. J’avais sous mes jambes un grand coquin de panier très lourd, d’où mon voisin l’infirmier tirait à tout moment des charcuteries variées qu’il partageait avec sa dame. Le voisinage de ce panier me rendit très malheureux, surtout le second jour.

(...)

 

Dieu ! qu’on était bien cette nuit-là dans la chambre de Jacques ! Quels joyeux reflets clairs la cheminée envoyait sur notre nappe ! Et ce vieux vin cacheté, comme il sentait les violettes ! Et ce pâté, quelle belle croûte en or bruni il vous avait ! Ah ! de ces pâtés-là, on n’en fait plus maintenant ; tu n’en boiras plus jamais de ces vins-là, mon pauvre Eyssette !

De l’autre côté de la table, en face, tout en face de moi, Jacques me versait à boire et, chaque fois que je levais les yeux, je voyais son regard tendre comme celui d’une mère, qui me riait doucement.Moi, j’étais si heureux d’être là que j’en avais positivement la fièvre. Je parlais, je parlais !

«Mange donc », me disait Jacques en me remplissant mon assiette ; mais je parlais toujours et je ne mangeais pas. Alors, pour me faire taire, il se mit à bavarder, lui aussi, et me narra longuement, sans prendre haleine, tout ce qu’il avait fait depuis plus d’un an que nous ne nous étions pas vus.”

 

 

 

Alphonse_daudet

Alphonse Daudet (13 mei 1840 - 17 december 1897)

Standbeeld in Nîmes

 

 

 

 

De Duits-Nederlandse schrijver Jacob Gottfried Haafner werd geboren op 13 mei (volgens anderen op 13 maart) 1754 in Halle an der Saale. Zie ook  mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2009.

 

Uit: Lotgevallen op eene reize van Madras over Tranquebaar naar het eiland Ceilon

 

„Een bijzonder toeval had mij, reeds in mijne vroegste jeugd, uit de armen mijner geliefde ouders gerukt, en in de wijde wereld geworpen. Hulpeloos en verlaaten, doorkruiste ik de Indische zeeën, van de eene plaats naar de andere, mijn vaderland scheen van mij te vlieden, en alle pogingen die ik deed, om bij de mijne te rug te keeren, mislukten, en waren te vergeefs.

Zoo had ik nu van mijn elfde, tot aan mijn achttiende jaar, bijna gansch Indiën rondgezworven; schipbreuken, ziektens, gebrek, doodsgevaaren en rampen van allerlei aard had ik geleeden en ondergaan; het verhaal mijner lotgevallen, geduurende deze omzwerving, zoude ongeloofelijk schijnen. Eindelijk gaf het noodlot aan mijnen levensloop eene andere rigting, en plaatste mij in eenen daar van gansch verschillenden kring.

Ik bevond mij te Bengalen, aan boord van een Hollandsch Compagnie's schip. Wij waren naar Nagapatnam gedestineerd, en lagen op de Volasche reede; doch konden wegens gebrek aan matroozen niet vertrekken. De meeste der onzen waren ziek naar het Hospitaal van Chinsura, de Hollandsche Logie op Bengalen, gegaan. Men zond ons dan van die plaats, een ploeg Lascars, zwarte matroozen van den Mahometaanschen Godsdienst, en met deze staken wij naar zee.

Nooit heeft eenig schip zoo veel met stroom en wind moeten kampen; alles liep ons tegen, bijzonder de kalmte; - wij konden niet vooruit komen, Bimilipatnam, Jaggernaikpoecam, Palliacatta, alle onze kantooren langs de kust, moesten wij aandoen, om ons op nieuws van water en levensmiddelen te voorzien. Wij waren over de vijf maanden onder weg, op eenen togt die men gemeenlijk anders in minder dan zoo veele weeken doet. - Het was eene vaderlandsche reize.“

 

 

 

haafner
Jacob Haafner
(13 mei 1754 – 4 september 1809)

Illustratie uit een van Haafners boeken

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 13 mei 2009.

 

De Japanse schrijver Koji Suzuki werd geboren op 13 mei 1957 in Hamamatsu.

 

De Canadese schrijver Roch Carrier werd geboren op 13 mei 1937 in Sainte-Justine, Quebec. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007.

 

De Zwitserse schrijver en literatuurwetenschapper Adolf Muschg werd geboren op 13 mei 1934 in Zollikon, kanton Zürich. Zie ook  mijn blog van 13 mei 2007.

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Michael Felder werd geboren op 13 mei 1839 in Schoppernau. Zie ook  mijn blog van 13 mei 2007.

 

13-05-09

Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Kōji Suzuki, Armistead Maupin, Gregor von Rezzori, Theo van Baaren, Reinhold Schneider, Adolf Muschg, Roch Carrier, Alphonse Daudet, Franz Michael Felder, Jacob Haafner


De Engelse schrijver Bruce Chatwin werd op 13 mei 1940 in Sheffield geboren. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008.

 

Uit: Was mache ich hier (Vertaald door Anaa Kamp)

 

Vor langer Zeit, als ich bei Sotheby's arbeitete, dem Kunst-Auktionshaus, brachten zwei undurchsichtig wirkende Schweizer einen prähistorischen Goldschatz: Halsketten, Armreifen, Haarspangen, Broschen. Sie behaupteten, daß er aus Mitteleuropa komme, aber ich wußte, daß er iberischen Ursprungs war. Wir gaben ihnen eine Empfangsbestätigung, und sie gingen davon.

In der Bibliothek hatten wir ein Buch über iberische Vorgeschichte. Ich fand mehrere der Objekte darin abgebildet, als Besitzer wurde eine Fundacion Don Juan de Valencia in Madrid angegeben. Mit Hilfe der internationalen Telefonvermittlung kam ich zu der Stiftung durch und fragte, ob ich den Kurator sprechen könne.

"Sie haben das Gold?" rief er mit erregter Stimme. "Das ist wunderbar! Es ist uns gestohlen worden. Bewahren Sie es auf. Wir werden Interpol benachrichtigen...Entschuldigen Sie, wie, sagten Sie, war ihr Name, Cha...? Cha...? Chatwin! Wir werden uns mit Ihnen in Verbindung setzen. Vielen Dank!"

Am nächsten Morgen gegen elf rief mich die Empfangsdame an und sagte, der Herzog von M**** warte auf mich.

Er war ein weißhaariger Grande der alten Schule. er trug den schwarzen Hut, den nur ein Grande tragen kann. Ich führte ihn in einen Warteraum und holte das Gold aus dem Safe.

Zitternd vor Aufregung nahm der Herzog von M**** die Objekte eines nach dem anderen in die Hand. Nichts fehlte.

"ich kann Ihnen nicht sagen, wie dankbar ich Ihnen bin", sagte er. "Sie können sich nicht vorstellen, was ich durchgemacht habe. Diese Schweizer gaben sich als Archäologen aus, und wir gestatteten ihnen, sich die Sammlung anzusehen. Sie haben sie gestohlen. Ich bin verantwortlich für die Stiftung. Ich wäre in eine schreckliche Lage geraten, wenn das Gold nicht gefunden worden wäre."

Wir kamen überein, den Schatz wieder in den Safe zu legen und die Anweisungen von Interpol abzuwarten.“

 

 

 

 

chatwin_bruce
Bruce Chatwin (13 mei 1940 – 18 januari 1989)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Daphne du Maurier werd geboren in Londen op 13 mei 1907. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008.

 

Uit: The Parasites

 

Someone from a newspaper had telephoned him the other day. ‘Mr Delaney, we are running a series shortly in our paper, “What Success has done for Me.” Can we have your contribution?’ No, they could not have his contribution. All success had done for him was to make it impossible to pay his super-tax. ‘But what is your recipe, Mr Delaney, for the short road to success?’ Mr Delaney had no recipe.

Success. Well, what did it mean, to him? Supposing he had answered the newspaper and spoken the truth? A song burning in his head for two days until he had written it down, when he was purged; when he was free again. Until the next pain came. And the performance was repeated. The disillusion came when the songs were plugged upon the air, moaned by crooners, whispered by wailing women, clanged by orchestras, hummed by housemaids; so that what had been once his little private pain became, to put it bluntly, everyone’s diarrhoea. Which was cheapening and intolerable. Negroes offered thousands for the rights to sing his songs. God! The cheques that had rolled in from coloured crooners. Too many cheques, all in one year. Niall had to attend conferences in the City with hard-faced men round desks, all because of some little song that had come into his head one afternoon, when lying on his back in the sun. How to escape? Travel. He could always travel.“

 

 

 

 

DuMaurier
Daphne du Maurier (13 mei 1907 – 19 april 1989)

 

 

 

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008.

 

 

Julian of Norwich

 

Everything I do I do for you.

Brute. You inform the dark

inside the stones, the winds draughting in

 

from this world and that to come,

but never touch me.

You took me on

 

but dart like a rabbit into holes

from the edges of my sense

when I turn, walk, turn.

 

*

 

I am the hermit whom you keep

at the garden’s end, but I wander.

I am wandering in your acres

 

where every step, were I

attuned to sense them,

would crush a thousand flowers.

 

(Hush, that’s not the attitude)

I keep prepared a room and no one comes.

(Love is the attitude.)

 

*

 

Canary that I am, caged and hung

from the eaves of the world

to trill your praise.

 

He will not come.

Poor bloodless hands, unclasp.

Stiffened, stone-cold knees, bear me up.

 

(And yet, and yet, I am suspended

in his joy, huge and helpless

as the harvest moon in a summer sky.)

 

 

 

 

 

jamie
Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver Koji Suzuki werd geboren op 13 mei 1957 in Hamamatsu. Hij studeerde af aan de Keio universiteit. Kôji Suzuki werd wereldberoemd door zijn bestseller Ring, tot tweemaal toe is verfilmd en waarvan wereldwijd meer dan 3 miljoen exemplaren zijn verkocht.

 

Uit: Ring

 

„A row of condominium buildings, each fourteen stories high, ran along the northern edge of the housing development next to the Sankeien garden. Although built only recently, nearly all the units were occupied. Nearly a hundred dwellings were crammed into each building, but most of the inhabitants had never even seen the faces of their neighbors. The only proof that people lived here came at night, when windows lit up.

Off to the south the oily surface of the ocean reflected the glittering lights of a factory. A maze of pipes and conduits crawled along the factory walls like blood vessels on muscle tissue. Countless lights played over the front wall of the factory like insects that glow in the dark; even this grotesque scene had a certain type of beauty. The factory cast a wordless shadow on the black sea beyond.

A few hundred meters closer, in the housing development, a single new two-story home stood among empty lots spaced at precise intervals. Its front door opened directly onto the street, which ran north and south, and beside it was a one-car garage. The home was ordinary, like those found in any new housing development anywhere, but there were no other houses behind or beside it. Perhaps owing to their inconvenience to mass transit, few of the lots had been sold, and For Sale signs could be seen here and there all along the street. Compared to the condos, which were completed at about the same time and which were immediately snapped up by buyers, the housing development looked quite lonely.“

 

 

 

 

koji_suzuki
Kōji Suzuki (Hamamatsu, 13 mei 1957)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Armistead Jones Maupin Jr. werd geboren op 13 mei 1944 in Washington. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008.

 

Uit: Tales of the City

 

“Mary Ann Singleton was twenty-five years old when she saw San Francisco for the first time.

She came to the city alone for an eight-day vacation. On the fifth night, she drank three Irish coffees at the Buena Vista, realized that her Mood Ring was blue, and decided to phone her mother in Cleveland.

"Hi, Mom. It's me."

"Oh, darling. Your daddy and I were just talking about you. There was this crazy man on McMillan and Wife who was strangling all these secretaries, and I just couldn't help thinking . . ."

"Mom .

"I know. just crazy ol' Mom, worrying herself sick over nothing. But you never can tell about those things. Look at that poor Patty Hearst, locked up in that closet with all those awful

"Mom ... long distance."

"Oh ... yes. You must be having a grand time."

"God ... you wouldn't believe it! The people here are so friendly I feel like I've ...

"Have you been to the Top of the Mark like I told you?" "Not yet."

"Well, don't you dare miss that! You know, your daddy took me there when he got back from the South Pacific. I remember he slipped the bandleader five dollars, so we could dance to 'Moonlight Serenade,' and I spilled Tom Collins all over his beautiful white Navy . . ."

"Mom, I want you to do me a favor."

"Of course, darling. Just listen to me. Oh ... before I forget it, I ran into Mr. Lassiter yesterday at the Ridgemont Mail, and he said the office isjust falling apart with you gone. They don't get many good secretaries at Lassiter Fertilizers."

"Mom, that's sort of why I called."

"Yes, darling?"

"I want you to call Mr. Lassiter and tell him I won't be in on Monday morning."

"Oh ... Mary Ann, I'm not sure you should ask for an extension on your vacation."

"It's not an extension, Mom."

 

 

 

 

maupin
Armistead Maupin ( Washington, 13 mei 1944)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver en acteur Gregor von Rezzori werd geboren op 13 mei 1914 in Czernowitz. In Wenen studeerde hij architectuur en medicijnen. Deze studies onderbrak hij om zijn dienstplicht in Roemenië te vervullen. Daarna bleef hij schilderend en tekenend vier jaar lang in Boekarest om vervolgens weer in Wenen een kunststudie te voltooien. In 1938 ging hij naar Berlijn waar hij begon te schrijven. Na de oorlog werkte hij als journalist en voor de radio. Bij de radio begon hij zijn Maghrebinischen Geschichten te schrijven en te vertellen, waarmee hij als schrijver beroemd werd.

 

Uit: Frankreich

 

„Immer noch scheint Frankreich der Hort aller musisch beflügelten abendländischen Kulturwerte zu sein. Zwar geht auch Frankreich mit der Zeit, sogar mit offenen Augen, die freilich von sehr bestimmt gestellten Scheuklappen vor allzu breitwinkeliger Sicht beschirmt sind. Die Franzosen, voran wie immer die Französinnen, stellen sich der Gegenwart - und damit der Zukunft - sozusagen in einem trotzigen Kulturstarrsinn (der freilich abzubröckeln beginnt). Immerhin, der Glaube der Franzosen - und der Französinnen - an die eigene Unfehlbarkeit ist so ehern, daß er die Vermutung gar nicht zuläßt, es könnte auch in Frankreich so steil bergab in die Barbarei der gegenwärtigen Weltzeit gehen wie bei uns. Es herrscht also in Frankreich auch nicht der leidige Pessimismus, der dem europäischen Geistesleben die Sauerstoffzufuhr abschnürt. Man atmet freier in Frankreich, wennglich doch ein wenig eingeschüchtert vom generellen Mißmut der Franzosen. Es ist der Mißmut der Alleingelassenen: Niemand ist so gescheit, so raffiniert und - eingebildet wie sie.“

 

 

 

 

rezori
Gregor von Rezzori (13 mei 1914 – 23 april 1998)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en godsdiensthistoricus Theo van  Baaren werd op 13 mei 1912 geboren in Utrecht. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008.

 

 

Groenplaats

 

Het wijde park van onze kinderdagen

waarin wij ruige beren konden jagen

en felle leeuwen in de zomerzon

is nu een grasveld tussen schrale struiken

waar enkel honden wat opwindens ruiken,

alsof er zoiets nog gebeuren kon.

 

Aan alle kanten kijk je op de daken

die toen nog niet boven het gras uitstaken

(als kinderen waren wij nog veel te klein),

maar gisteren is daar het lijk gevonden

van een van onze vriendjes door de honden

die altijd naar sensatie zoekend zijn.

 

 

 

 

VanBaaren
Theo van  Baaren
(13 mei 1912  -  4 mei 1989)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Reinhold Schneider werd op 13 mei 1903 geboren in Baden-Baden. Zie ook mijn blog van 13 mei 2006.

 

 

Lebenslauf

Die Nähe sah ich und die Ferne prangen,
Ich durfte Städte ohne Zahl durchmessen
Und habe viel des Herrlichsten besessen,
Allein am Süden hat mein Herz gehangen.

Doch hab ich mehr entbehrt noch als empfangen
Und nie im Glücke meinen Gram vergessen;
An mein erschauernd Herz ein Herz zu pressen,
Das sollt´ ich nie auf dieser Welt erlangen.

Hart war die Zeit; sie warf auf ihre Waage
Die Täter und die Träumer auch und rührte
Die Toten an mit kaltem Richterschwerte.

Ich dankte Gott für meine dunkeln Tage,
Und leichter atmend, seit das Licht ich spürte,
Verließ ich ohne Schmerzen diese Erde.

 

 

 

 

 

Schneider
Reinhold Schneider (13 mei 1903 – 6 april 1958)

Portret door Ewald Vetter

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en literatuurwetenschapper Adolf Muschg werd geboren op 13 mei 1934 in Zollikon, kanton Zürich. Zie ook  mijn blog van 13 mei 2007.

 

Uit: Mitgespielt

 

Unterwegs war von Herrn Weils Dissertation die Rede: er bearbeitet den Umstand, daß der Mensch am Morgen ein paar Millimeter größer ist als am Abend. Das ist eine Frage des Turgors, und es ist das wenigste, womit Herr Weil sich beschäftigt. Sein Feld ist die Parapsychologie; es kommt heraus, daß er selbst dies und das praktiziert, was Raoul den Atem stocken ließe, hätte er ihn zum Aufstieg nicht so nötig und läge ihm nicht noch etwas anderes schwer auf der Seele. Herr Weil schließt nicht aus, daß er in der Hütte Proben seiner Kunst ablegen wird. Vorläufig aber wirft er den Rucksack gegen einen Stein, läßt den Zug an seiner Gestalt auflaufen und bringt ihn so zum Stehen. Man verteilt sich ein wenig über die Blöcke hin. Nicht alle Blöcke eignen sich zum Sitzen, außerdem sind sie beschlagen, denn es ist eine sumpfige Stelle und nebelt gerade ein bißchen, was dem Eindruck von Herrn Weils Gestalt zustatten kommt. Der scheue Briner wirkt dagegen wie einer von den Schülern und benimmt sich auch so.
Andres schleppt seinen Sack noch ein paar Blöcke weiter zu einem Findling und läßt ihn dahinter ins Wollgras fallen. Ulrichs Brote liegen zuoberst; er hat sich nicht getäuscht, sie sind mit etwas leicht Ekligem beschmiert, das nur eine Delikatesse sein kann, Schnepfendreck oder Rebhuhnpastete; die Frischluft zwischen den Zähnen geht eine aparte Mischung damit ein. Andres hat Hunger. Er genießt es, ins Abseitige hinauszukauen, Brot mit Nebel abzubeißen ; die Stimmen der ändern Esser klingen nah, aber so ist das in den Bergen; sie könnten weit weg sein. Andres hört die Reden der Kameraden wie Stichworte eines absurden Theaters, zusammenhanglos, aber scharf herauspräpariert, von tröstlicher Gleichgültigkeit. Da tappt einer in der Nähe im Dunst herum; was will er? Pissen. Nein, er sucht etwas, er bleibt stehen, als er Andres hinter seinem Findling ausmacht, er kommt langsam herbei. Es ist Raoul.
»Entschuldige, Andres«, sagt Raoul und setzt sich.
Es gibt, wenn man nicht an Andres lehnen will, keinen Platz mehr am Findling; Raoul muß sich ins nasse Gras setzen, unter Wollgrasfusseln;...”

 

 

 

 

Muschg
Adolf Muschg (Zollikon
, 13 mei 1934)

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver Roch Carrier werd geboren op 13 mei 1937 in Sainte-Justine, Quebec. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007.

 

Uit: La guerre, yes sir!

 

"Joseph ne haletait pas. Il venait comme l'homme qui marche vers son travail. Sur la bûche, mettrait-il sa main droite ou sa gauche ? Sa main droite était plus forte, travaillait mieux. Sa main gauche était forte aussi. Joseph étendit les cinq doigts de sa main gauche sur la bûche. Il entendit une respiration derrière lui. Il se retourna. C'était la sienne. Ses autres doigts, son autre main, saisirent la hache. Elle s'abattit entre le poignet et la main qui bondit dans la neige et se noya lentement dans son sang."

(..)

 

— Comveau est plutôt notre premier enfant que les gros nous arrachent Les gros, moi, je leur chie dessus. Ils sont tous sem-blables et je leur chie dessus. Ils sont tous semblables : les Alle-mands, les Anglais, les Français, les Russes, les Chinois, les Japons ; ils se ressemblent tellement qu'ils doivent porter des costumes différents pour se distinguer avant de se lancer des grenades. Ils sont des gros qui veulent rester gros. Je chie sur tous les gros mais pas sur le bon Dieu, parce qu'il est plus gros que les gros. Mais il est gros. C'est tous des gros. C'est pourquoi je pense que cette guerre, c'est la guerre des gros contre les petits. Corriveau est mort. Les petits meurent. Les gros sont éternels."

 

 

 

 

Carrier_Roch1
Roch Carrier (Sainte-Justine, 13 mei 1937)

 

 

 

 

De Franse schrijver Alphonse Daudet werd geboren in Nîmes op 13 mei 1840. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008.

 

Uit:  Notes sur la vie

 

„Un Songe d’Alphonse Daudet

Le Calvaire dans les cerises. – Une montagne noire ; une aube blanche illuminant le haut ; sur ce fond blanc, à la cime extrême du mont, un grand cerisier, un cerisier sauvage, chargé de milliers de cerises, de ces petites cerises noires avec lesquelles on fait le kirsch. Et, de ces cerises, il y en avait des millions, des milliards de mille. Seulement, les oiseaux en mangeaient beaucoup, et les paysans, pour leur faire peur, avaient mis dans le cerisier trois croix, et, sur ces trois croix, des simulacres du Christ et des deux larrons, simulacres faits de haillons avec de grossiers visages en terre blanche.

Et les petites cerises pendaient par grappes sur ces croix, le vent les faisait danser en agitant les haillons. Mais les oiseaux n’avaient pas peur : il en venait, il en venait... le ciel en était criblé ; ils picoraient, et les cerises qu’ils becquetaient rendaient un suc d’un rouge noir, tellement que le Christ et les deux larrons étaient tout éclaboussés d’une lie, comme tachés de sang.

Et tout cela flottait, dansait sur le fond blafard du ciel, avec une horrible couleur vineuse qui me faisait peur, et cela s’appelait : le Calvaire dans les cerises.

Le jour, j’avais assisté à un enterrement avec musique noire, procession, Christ au fond du chœur dans les cierges. Le soir, j’avais causé au café avec B.... nous avions bu du kirsch, j’avais raconté mes voyages dans les Vosges, parlé des cerisiers sauvages et des myrtilles.“

 

 

 

 

daudet
A
lphonse Daudet (13 mei 1840 - 17 december 1897)

Buste in Fontvielle

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Michael Felder werd geboren op 13 mei 1839 in Schoppernau. Zie ook  mijn blog van 13 mei 2007.

 

Uit: Reich und arm

 

„Mit aller möglichen Pracht und Herrlichkeit ward am Karsamstag abends in der Auer Pfarrkirche die Auferstehung des Herrn gefeiert. Unzählige Lichter erhellten die überall verhängte Kirche und beleuchteten das unter Singen und Glockenläuten hinter dem Heiligen Grabe in die Höhe gezogene Auferstehungsbild. Kurz, es war himmlisch, göttlich, flüsterten hernach die aus der Kirche kommenden Weiber und Mädchen einander zu, während sie sich die von der Tageshelle erschreckten Augen rieben. Sogar die zarten, schneeweißen Hände der armen Stickerinnen legten rasch einen Taglohn auf den Teller, welcher zur Aufnahme freiwilliger Beiträge für das neuerrichtete Heilige Grab vor der Kirchentür angebracht war. Die roten Kupferkreuzer, die sich wie recht verdächtige Kerle hinter breiten Sechsbätzlern versteckten, waren wohl nur aus engen Lederhosentaschen herausgelangt worden. Wenigstens war nicht zu leugnen, daß fast alle Männer das »Schauspiel« etwas kühl aufnahmen; sogar einiges Kopfschütteln war zu bemerken. Auf dem Platz neben der Kirche stellten sie sich schweigend zusammen. Jeder schien warten zu wollen, bis das rechte Wort zur Beurteilung der etwas teuern »neuen Mode«, die zwar alles in die Kirche lockte, doch keine Andacht in derselben aufkommen ließ, gefunden sein würde. Lächelnd schauten sie hinauf zu den glühenden und leuchtenden Bergen oder hinaus über den schon etwas dunkeln, geheimnisvoll rauschenden Schnepfauer Wald, neben welchem die Ach den bereits zu Wasser gewordenen Winter laut scheltend hinaustrug. Rechts ob dem Wald erhob sich die stolze Liggsteinpyramide, die kühn emporragte zum blauen Himmel, welchen links neben der Ach die Kanisfluh zu tragen schien.“

 

 

 

 

Felder
Franz Michael Felder (13 mei 1839 – 26 april 1869)

Tentoonstelling in het museum van Schoppernau

 

 

 

 

 

De Duits-Nederlandse schrijver Jacob Gottfried Haafner werd geboren op 13 mei (volgens anderen op 13 maart) 1754 in Halle an der Saale. Zie ook  mijn blog van 13 mei 2007.

 

Uit: De werken van Jacob Haafner

 

Worden de beide Indiën niet al sedert lange tijd als het rasphuis van Europa aangemerkt en gebruikt? alle boeven, alle misdadigers, die het zwaard en de straffe van den regter ontvlugt zijn, of zich voor dezelve zoeken te verbergen, alle deugnieten, gevoegd bij luijaards, ledigloopers, vagebonden, avonturiers en bankeroutiers; allen ijlen zij derwaarts (vervuld met de hoop en de brandende begeerte om zich te verrijken) als naar een algemeenen roof; als verscheurende en uitgehongerde wolven, die de barre winter uit het gebergte jaagt, vallen zij onder de onschuldige en zachtzinnige Indianen. Niets is hun heilig, voor niets staan zij, alles zullen zij ondernemen, om maar hunne zakken te kunnen vullen. (-) Van de tien die vandaar rijk terugkomen, hebben er gewis negen hun buit op die manier verkregen. (-) En terwijl zij aan den eenen kant alle hunne boosheden en geweld tegen de ongelukkigen uitoefenen, zwerven aan de andere zijde hunne zendelingen bij deze volken rond, om hen tot het aannemen van het geloof en de gebruiken dezer wreede tirannen over te halen. Zag men ooit zulk eene tegenstrijdigheid? zulk eene huichelarij? zulk eene openbare bespotting van God en godsdienst?”

 

 

 

HAAFNER
Jacob Haafner
(13 mei 1754 – 4 september 1809)

 

 

13-05-07

Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Alphonse Daudet, Adolf Muschg, Kathleen Jamie, Franz Michael Felder, Jacob Haafner, Armistead Maupin, Roch Carrier, Theo van Baaren


De Engelse schrijver Bruce Chatwin werd op 13 mei 1940 in Sheffield geboren. In plaats van architectuur te gaan studeren werkte hij als achttienjarige als bode voor het veilibghuis Sotheby’s. Vier jaar later was hij al directeur van de afdeling impressionistische kunst. Wegens een oogkwaal gaf hij deze baan op. Hij studeerde korte tijdarcheologie, maar werd in 1973 medewerker van de Sunday Times, eerst als adviseur voor kunst. Al snel reisde hij voor interviews en raportages over de hele wereld. In 1974 nam hij ontslag met een telegram: „Voor vier maanden naar Patagonië.“ Tijdens die reis ontdekte hij dat vertellen en schrijven zijn roeping was

Uit: Gone to Timbuctoo

“There are two Timbuctoos. One is the administrative centre of the Sixth Region of the Republic of Mali, once French Sudan -- the tired caravan city where the Niger bends into the Sahara, "the meeting place of all who travel by camel or canoe," though the meeting was rarely amicable; the shadeless Timbuctoo that blisters in the sun, cut off by grey-green waterways for much of the year, and accessible by river, desert caravan or the Russian airplane that comes three times a week from Bamako.

And then there is the Timbuctoo of the mind -- a mythical city in a Never-Never Land, an antipodean mirage, a symbol for the back of beyond or a flat joke. "He has gone to Timbuctoo," they say, meaning "He is out of his mind" (or drugged); "He has left his wife" (or his creditors); "He has gone away indefinitely and will probably not return"; or "He can't think of anywhere better to go than Timbuctoo. I thought only American tourists went there."

"Was it lovely?" asked a friend on my return. No. It is far from lovely; unless you find mud walls crumbling to dust lovely -- walls of a spectral grey, as if all the colour has been sucked out by the sun.

To the passing visitor there are only two questions. "Where is my next drink coming from?" and "Why am I here at all?" And yet, as I write, I remember the desert wind whipping up the green waters; the thin hard blue of the sky; enormous women rolling round the town in pale indigo cotton boubous; the shutters on the houses the same hard blue against mud-grey walls; orange bower-birds that weave their basket nests in feathery acacias; gleaming black gardeners sluicing water from leather skins, lovingly, on rows of blue-green onions; lean aristocratic Touaregs, of super-natural appearance, with coloured leather shields and shining spears, their faces encased in indigo veils, which, like carbon paper, dye their skin a thunder-cloud blue; wild Moors with corkscrew curls; firm-breasted Bela girls of the old slave caste, stripped to the waist, pounding at their mortars and keeping time with monotonous tunes; and monumental Songhai ladies with great basket-shaped earrings like those worn by the Queen of Ur over four thousand years ago.”

 

 

Chatwin
Bruce Chatwin (13 mei 1940 – 18 januari 1989)

 

De Britse schrijfster Daphne du Maurier werd geboren in Londen op 13 mei 1907. Haar bekendste werk, Rebecca (1938), is een klassieker geworden en vormde de basis voor een met een Oscar bekroonde film. Haar eerste roman, The Loving Spirit, werd uitgegeven in 1931.

Hoewel zij jarenlang getrouwd was met luitenant-generaal Sir Frederick Browning, en zij moeder was van een zoon en twee dochters, had zij ongetwijfeld lesbische gevoelens en intieme relaties met verschillende vrouwen, onder wie Gertrude Lawrence. Haar werk won in de loop van de jaren aan kwaliteit. Bekend is het al genoemde Rebecca. Daarnaast werd een aantal van haar andere werken verfilmd, zoals het spannende in Cornwall spelende Jamaica Inn (1936), Frenchman's Creek (1942), and My Cousin Rachel (1951). De Alfred Hitchcock film The Birds is gebaseerd op een van haar korte verhalen, evenals de film Don't Look Now. Zij schreef ook non-fictie. In The Glass-Blowers beschrijft zij haar Franse voorgeslacht. Zij werd Dame of the British Empire en stierf in 1989 in haar huis in Cornwall, waar vele van haar werken zich afspeelden. Haar lichaam werd gecremeerd en de as verstrooid over de rotsen van Cornwall.

 

Uit: Rebecca

 

“Last night I dreamt I went to Manderley again. It seemed to me I stood by the iron gate leading to the drive, and for a while I could not enter, for the way was barred to me. There was a padlock and a chain upon the gate. I called in my dream to the lodge keeper, and had no answer, and peering closer through the rusted spokes of the gate I saw that the lodge was uninhabited.

No smoke came from the chimney, and the little lattice windows gaped forlorn. Then, like all dreamers, I was possessed of a sudden with supernatural powers and passed like a spirit through the barrier before me. The drive wound away in front of me, twisting and turning as it had always done, but as I advanced I was aware that a change had come upon it; it was narrow and unkept, not the drive that we had known. At first I was puzzled and did not understand, and it was only when I bent my head to avoid the low swinging branch of a tree that I realised what had happened. Nature had come into her own again and, little by, little, in her stealthy, insidious way had encroached upon the drive with long tenacious fingers. The woods, always a menace even in the part, had triumphed in the end. They crowded, dark and uncontrolled, to the borders of the drive. The beeches with white, naked limbs leant close to one another, their branches interested in a strange embrace, making a vault above my head like the archway of a church. And there were other trees as well, trees that I did not recognize, squat oaks and tortured elms that straggled cheek by jowl with the beeches, and had thrust themselves out of the quiet earth, along with monster shrubs and plants, none of which I remembered.”

 

 

 

Maurier
Daphne du Maurier (13 mei 1907 – 19 april 1989)

 

De Franse schrijver Alphonse Daudet werd geboren in Nîmes op 13 mei 1840. Toen hij zeven jaar oud was, verhuisde hij om tragische redenen naar noord-Frankrijk. Hij heeft er gewoond aan het Place des Vosges 8 in Parijs. Door zijn gedwongen vertrek uit het zuiden op jonge leeftijd heeft Daudet waarschijnlijk altijd een geromantiseerde hang gehouden naar de zuid-Franse Provence. Daudet raakte bevriend met de zuid-Franse schrijver Frédéric Mistral en trad toe tot diens Félibrige, een genootschap van schrijvers en dichters, die gezamenlijk het Occitaans, de oude zuid-Franse taal, nieuw leven wilden inblazen. Daudet heeft niet de grote bekendheid en populariteit gekend als zijn vriend Mistral. Toch wordt Daudet wel de ambassadeur van de Provence genoemd, en zijn ook naar hem in Frankrijk straten en scholen genoemd.

 

Uit: Lettres de Mon Moulin

 

« Le soleil déjà très bas, descendait vers l'eau de plus en plus vite, entraînant tout l'horizon après lui. Le vent fraîchissait, l'île devenait violette. dans le ciel, près de moi un gros oiseau passait lourdement : c'était l'aigle de la tour génoise qui rentrait... Peu à peu la brume de mer montait. Bientôt on ne voyait plus que l'ourlet blanc de l'écume autour de l'île... Tout à coup, au-dessus de ma tête, jaillissait un grand flot de lumière douce.. Le phare était allumé. Laissant toute l'île dans l'ombre, le clair rayon allait tomber au large sur la mer, et j'étais là perdu dans la nuit, sous ces grandes ondes lumineuses qui m'éclaboussaient à peine en passant... Mais le vent fraîchissait encore. Il fallait rentrer. »

 

 

Daudet
Alphonse Daudet (13 mei 1840 - 17 december 1897)

 

De Zwitserse schrijver en literatuurwetenschapper Adolf Muschg werd geboren op 13 mei 1934 in Zollikon, kanton Zürich.  Hij studeerde germanistiek, filosofie en Engels in Zürich en Cambridge. Daarna was hij op diverse plaatsen docent aan gymnasia en hogescholen, o.a. in Duitsland, Japan en de VS. Van 1970 tot 1999 was hij hoogleraar Duitse Taal- en Literatuur aan de Eidgenössischen Technischen Hochschule Zürich.

 

Uit: Der Zusenn oder das Heimat

 

„Ich wusste es ja selbst nicht, dass ich als 57-Jähriger nochmals geplagt würde, und war es auch ein kalter Morgen. Ich wollte zum Füttern und sah, dass sie [Lina] noch kein Feuer gemacht hatte, sondern die Küche leer war, und der Atem blieben Ihnen vor der Nase stehen. Ich war erschrocken, liebes Untersuchungsgericht, denn kann nur sagen, dass so etwas in 10 Jahren noch nicht passiert war, auch wenn sie Bauchweh hatte, sie schleppte sich hinunter und stellte den Kaffee auf den Herd. Alle Fenster waren gefroren und alles wie in einem Friedhof, da hätte ich Sie sehen sollen, denn so still war es seit dem Tod meiner Frau nie mehr gewesen.“

 

 

MUSCHG
Adolf Muschg (Zollikon
, 13 mei 1934)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zij behaalde een graad in filosofie aan de University of Edinburgh. Haar eerste bundel, Black Spiders, verscheen in 1982. On 2004 won zij de Forward Poetry Prize voor The Tree House. Andere bundels van haar zijn The Queen of Sheba, (1994), The Way We Live (1987), Jizzen (1999), A Flame In Your Heart

 

 

Mr and Mrs Scotland Are Dead

On the civic amenity landfill site,
the coup, the dump beyond the cemetery
and the 30-mile-an-hour sign, her stiff
old ladies’ bags, open mouthed, spew
postcards sent from small Scots towns
in 1960: Peebles, Largs, the rock-gardens
of Carnoustie, tinted in the dirt.
Mr and Mrs Scotland, here is the hand you were dealt:
fair but cool, showery but nevertheless,
Jean asks kindly; the lovely scenery;
in careful school-room script –
The Beltane Queen was crowned today.
But Mr and Mrs Scotland are dead.

Couldn’t he have burned them? Released
in a grey curl of smoke
this pattern for a cable knit? Or this:
tossed between a toppled fridge
and sweet-stinking anorak: Dictionary for Mothers
M:- Milk, the woman who worries…;
And here, Mr Scotland’s John Bull Puncture Repair Kit;
those days when he knew intimately
the thin roads of his country, hedgerows
hanged with small black brambles’ hearts;
and here, for God’s sake, his last few joiners’ tools,
SCOTLAND, SCOTLAND, stamped on their tired handles.

Do we take them? Before the bulldozer comes
to make more room, to shove aside
his shaving brush, her button tin.
Do we save this toolbox, these old-fashioned views
addressed, after all, to Mr and Mrs Scotland?
Should we reach and take them? And then?
Forget them, till that person enters
our silent house, begins to open
to the light our kitchen drawers,
and performs for us this perfunctory rite:
the sweeping up, the turning out.

 

 

 

Jamie
Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Michael Felder werd geboren op 13 mei 1839 in Schoppernau. Ondanks zijn vroege dood heeft hij nog een behoorlijk oeuvre achtergelaten. Zijn sociaalkritische romans en verhalen richtten zich op de dorpsgeschiedenis, vergenwoordigen echter ook het poëtisch realisme.

 

Uit: Aus meinem Leben

 

Der Frühling zog wieder warm und prächtig ins Land. Er kam ziemlich spät und schien jetzt zeigen zu wollen, daß er in der Welt draußen denn doch noch nicht alle seine Herrlichkeiten

vertan habe. Früher schien mir das manchesmal der Fall – vielleicht gerade darum, weil ich’s ihm nicht verargt und an seinem Platze so gemacht hätte. Dachte ich mir doch Herrliches und Großes nur in die Welt hinaus, von der unsere Berge mich abschlossen. Jetzt aber war’s anders. Ich las ja täglich Zimmermanns Klagen über die Welt, ihre vergängliche, auch an und für sich elende Herrlichkeit, deren Schein nur oberflächliche Menschen zu blenden vermochte.

Selbst Wielanden – ich kannte nur seine »Sympathien« und ähnliche fromme Schriften – sah ich eine geistige Gemeinde um sich versammeln, gerade wie ich es nicht nur in schlaflosen Nächten, sondern zuweilen auch in lauter Gesellschaft versuchte, wo ich mich allein und unverstanden sah. Ich war also doch nicht ein ganzer Sonderling. Andere hatten ähnliche Gefühle. Ich begann mich für etwas zu halten, gönnte meinen Altersgenossen ihre lärmenden Vergnügungen und fühlte mich in meiner Welt des Herzens, die ich mit Klopstock jetzt Wingolf nannte, glücklich und groß. Ins Wirtshaus kam ich schon darum nie, als wenn es durchaus sein mußte, weil das Geld immer zu Büchern gespart wurde.“

 

 

FELDER
Franz Michael Felder (13 mei 1839 – 26 april 1869)

 

De Duits-Nederlandse schrijver Jacob Gottfried Haafner werd geboren op 13 mei (volgens anderen op 13 maart) 1754 in Halle an der Saale. Haafner beschreef als eerste uitvoerig in het Nederlands zijn liefde voor een vrouw uit een ander werelddeel. Zijn levendige, leesbare proza wordt gedreven door zijn overtuiging: de aanwezigheid van de Europeanen in de tropen heeft vaak een fatale invloed op de plaatselijke mensen. Haafner was tot voor kort een `vergeten' schrijver van `vergeten' boeken; sinds 1992 worden zijn Werken heruitgegeven. De reisverhalen van Jacob Gotfried Haafner behoren tot de meest enerverende lectuur die in de jaren rond 1800 in Nederland is voortgebracht. Haafner woonde ruim dertien jaar in India en op Ceylon.  Zijn avontuurlijke leven en zijn directe schrijfstijl maakten dat zijn boeken ogenblikkelijk populair werden. Toen Multatuli later in de negentiende eeuw werd gevraagd om een oordeel te geven over een bloemlezing van de Nederlandse literatuur, vond hij alleen Haafners werk de moeite van het lezen waard.

 

Uit: Werken

 

“Kotzebue in zijne reize naar Napels, roept gansch Europa tot getuigen, dat er op zekeren dag eene vrouw van honger in die stad is gestorven, terwijl de koning met wel gevoede en gemeste honden ter jagt ging. Ik nu verklaar dat er in 1782 dagelijks 500 menschen te Madras van honger stierven, terwijl de Engelschen in dien stad hunne pakhuizen vol graanen hadden, en dagelijks feesten en danspartijen gaven.”

 

 

Haafner
Jacob Haafner
(13 mei 1754 – 4 september 1809)

 

De Amerikaanse schrijver Armistead Jones Maupin Jr. werd geboren op 13 mei 1944 in Washington, groeide op in North Carolina en bezocht als rechtenstudent de Universiteit van North Carolina. Hij maakte zijn studie niet af. Hij meldde zich aan bij de U.S. Navy en werd verschillende malen uitgezonden, onder meer naar Vietnam. Na jaren van omzwervingen komt hij uiteindelijk terecht in Californië, waar hij in 1976 gaat werken voor de San Francisco Chronicle. In deze krant publiceerde hij jarenlang het feuilleton Tales of the City. De wekelijkse afleveringen werden later in boekvorm uitgegeven. Alleen het zesde en laatste deel van de reeks verscheen nooit in de krant, maar werd direct als bundel uitgegeven. Zijn bekendste werk is de zesdelige reeks Tales of the City. De eerste drie delen zijn bewerkt tot een televisieserie. De reeks vormt een uniek historisch document van de ontwikkelingen van de homogemeenschap in de Verenigde Staten: van de seksuele revolutie van de jaren zeventig, de impact van de AIDS-epidemie tot de verovering van een plaats in de maatschappij. Na zijn zes Tales-boeken publiceerde hij tot op heden twee losstaande romans, getiteld Maybe the Moon (1992) en The Night Listener (2001)

 

Uit: The Night Listener

 

“I know how it sounds when I call him my son. There's something a little precious about it, a little too wishful to be taken seriously. I've noticed the looks on people's faces, those dim, indulgent smiles that vanish in a heartbeat. It's easy enough to see how they've pegged me: an unfulfilled man on the shady side of fifty, making a last grasp at fatherhood with somebody else's child. That's not the way it is. Frankly, I've never wanted a kid. Never once believed that nature's whim had robbed me of my manly destiny. Pete and I were an accident, pure and simple, a collision of kindred spirits that had nothing to do with paternal urges, latent or otherwise. That much I can tell you for sure.
Son isn't the right word, of course.
Just the only one big enough to describe what happened.
I'm a fabulist by trade, so be forewarned: I've spent years looting my life for fiction. Like a magpie, I save the shiny stuff and discard the rest; it's of no use to me if it doesn't serve the geometry of the story. This makes me less than reliable when it comes to the facts. Ask Jess Carmody, who lived with me for ten years and observed this affliction firsthand. He even had a name for it 'The Jewelled Elephant Syndrome' after a story I once told him about an old friend from college.
My friend, whose name was Boyd, joined the Peace Corps in the late sixties. He was sent to a village in India where he fell in love with a local girl and eventually proposed to her. But Boyd's blue-blooded parents back in South Carolina were so aghast at the prospect of dusky grandchildren that they refused to attend the wedding in New Delhi.”

 

 

Maupin
Armistead Maupin ( Washington, 13 mei 1944)

 

De Canadese schrijver Roch Carrier werd geboren op 13 mei 1937 in Sainte-Justine, Quebec. Hij studeerde aan het Collège St-Louis in New Brunswick, de Université de Montréal in Quebec en de Sorbonne in Parijs, waar hij een graad behaalde in literatuur. Carrier schrijft romans en vooral zogenaamde “contes”, een zeer korte versie van de short story. Een fragment van "Le chandail de hockey" ("The Hockey Sweater"), een van zijn beroemdste “contes” staat gedrukt op de rug van het Canadese vijfdollar biljet.

Uit: The Hockey Sweater

“The winters of my childhood were long, long seasons. We Iived in three places - the school, the church and the skating-rink - but our real life was on the skating-rink. Real battles were won on the skating-rink. Real strength appeared on the skating-rink. The real leaders showed themselves on the skating-rink. School was a sort of punishment. Parents always want to punish children and school is :heir most natural way of punishing us. However, school was also a quiet place where we could prepare for the next hockey game, lay out our next strategies. As for church, we found there the tranquility of God: there we forgot school and dreamed about the next hockey game. Through our daydreams it might happen that we would recite a prayer: we would ask God to help us play as well as Maurice Richard.

We all wore the same uniform as he, the red white and blue uniform of the Montreal Canadiens, the best hockey team in the world; we all combed our hair in the same style as Maurice Richard, and to keep it in place we used a sort of glue - a great deal of glue. We laced our skates like Maurice Richard, we taped our sticks like Maurice Richard. We cut all his pictures out of the papers. Truly, we knew everything about him.

On the ice, when the referee blew his whistle the two teams would rush at the puck; we were five Maurice Richards taking it away from five other Maurice Richards; we were ten players, all of us wearing with the same blazing enthusiasm the uniform of the Montreal Canadiens. On our backs, we all wore the famous number 9”.

 

 

carrier
Roch Carrier (Sainte-Justine, 13 mei 1937)

 

De Nederlandse dichter en godsdiensthistoricus Theo van  Baaren werd op 13 mei 1912 geboren in Utrecht. Behalve gedichten schreef Van Baaren toneel, romans en een aantal godsdiensthistorische publicaties. Op het gebied van de beeldende kunst maakte hij collages.

Hij studeerde egyptologie en theologie in Utrecht, waar hij ook promoveerde. Van 1952 tot 1980 was hij hoogleraar geschiedenis der godsdiensten en de Egyptische taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. In de oorlogsjaren brachten Van Baaren en zijn latere echtgenote Gertrude Pape het tijdschrift De schone zakdoek uit. Dit had een oplage van één exemplaar en verscheen in de periode april 1941 tot maart 1944. Met een aantal andere schrijvers en dichters experimenteerden zij met verschillende vormen van poëzie en schrijftechnieken. Ook werden foto's en collages ingeplakt. Het is het enige surrealistische tijdschrift dat in Nederland is verschenen. In de periode 1952 tot 1976 verscheen geen literair werk van zijn hand. In 1976 bracht hij weer een dichtbundel uit. Zijn poëzie is verwant met het surrealisme.

 

Utrecht

 

De grachten kruipen door de dode stad
als evenvele volgevreten slangen
en de barok verzakte huizen hangen
moe op elkaar, de kelders altijd nat

 

van grondrig water, bruin en slijmig, dat
de smaak heeft van bedorven minverlangen;
onder de straten lopen lage gangen

het zwart domein van basilisk en rat.

 

Want hield een draak niet deze stad in stand,

in ’t bannet van zijn ogen ingesloten
(bestaat ze soms alleen nog in zijn blik?)

 

dan was Utrecht allang slechts puin en zand,
waar ieder fundament op graven stoot en
schedels slingren in het singelslik.

 

 

 

VANBAAREN
Theo van  Baaren
(13 mei 1912  -  4 mei 1989)