28-01-12
Peter Verhelst, Ramsey Nasr,Maik Lippert, Ismail Kadare
De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook alle tags voor Peter Verhelst op dit blog.
Intensive care
Als liepen er bloemen uit mijn aders.
een boeket laaiende amarylissen. Aan slangetjes -
een angstpil onder mijn tong - droomde ik van rode
pijn: hoe die op mij bloeide als een mooie wonde;
vrouw met maanwit vlees in zwarte lingerie
en lakleer, knielt voor mij en bijt) een afrosidiacum.
Mijn zuurstofmasker en haar ouwevleeskleur.
Pompgeluiden. In mijn achterhoofd roert muziek
het potje slaap open. Zuiggeluidjes;
bloed smaakt zoet en lacht zoals beloofd,
de loop der dingen loopt.
Geef mij Thaise massage, Griekse beurt en blow job.
(Wat er van mij blijft? een boekje zwart
en liefde liefde liefde
uit de ghettoblaster van mijn hart.)
Geef mij de definitie van de dood.
Boomhut
Kongo onder het bladerdek
overtrokken met een tijgervel
of malachiet:
boven hijg ik op een tak
in mezelf zingend met een lastig gezicht over mijn vrouw
(Vanilla) die mij treiterde door te verschijnen (handgroot,
slechts benaderbaar met lepels) in een wolkje.
Voorbijdrijvend.
Vertakt het groen van de jaloersheid zich hier?
Met transparante pootjes houvast zoekend?
Het hijst zich zeker aan mijn uitgestoken arm omhoog.
Het is niet goed alleen te zijn.
Het hurkt als een mond die al kauwt.
het netwerk gloeide
het netwerk gloeide
aan de hemel
waren opwellingen te zien
uitlopende kiemen
waar je ook ging liggen
flonkerde het
er ontstonden gebaren
uit een rafelige flits
van een vrouw
die lam van de hitte
aan de rand van het water
bij elke ademhaling
zichzelf leek te beademen
als houtskool
drie zwarte vlammen
nu ze de handen in de nek legt
terwijl ze in het water stapt
en je eindelijk het besluit neemt
in de onmogelijkheid
van die blauwig oplichtende herinnering
op haar af te waden

Peter Verhelst (Brugge, 28 januari 1962)
19:27 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: peter verhelst, ramsey nasr, maik lippert, ismail kadare, romenu |
Facebook |
28-01-11
Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Ismail Kadare
De Palestijns-Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.
Richtingwijzers
Je moet onthouden
Dat oude meisjes soms een bel
Onder hun losgekomen vel
Opblazen. Alsof wereldbollen
Onder mijn handen doorrolden
Kwamen hun gladde lijven langs.
Der gladheid egels vol van angst.
Je moet onthouden
Hoe stiekem een nijlpaard stond
Te huilen aan de Vlaamse Kaai.
Zijn hoedje was hem afgewaaid.
Zijn bek lag heel lang op de grond.
Van suiker hield hij zeker niet.
Ik dacht niet dat hij me verstond.
Je moet onthouden
Dat iemands oude ogen breken
Als oud glazuur. Het bleken
Haar wimpers zelf die toeklapten
Vastkleefden en haar uitpakte.
Ik ben de weg kwijt en ik weet
Niet waar op ik mijn pijlen schiet.
I - hudson’s shortcut
in wezen lagen jullie in de weg
wij kwamen meegevaren op de droom
van een malloot: die hudson had gezegd
dat hij een shortcut kende naar den oost
immer gerade aus langs de noordpool
dan kwam je snel in indië terecht
en wij geloofden deze vent, we volgden
zelfs toen hij ijskoud polste: ‘of naar west…?’
kapitein hudson was al eens ontslagen
en toen hij aan een vreemde baai bezwoer
dat we om in azië te raken slechts nog
dwars door amerika heen moesten varen
toen voeren we al niet meer – rotsvast geklemd
van kop tot kont in ’t nieuwe continent
II - nieuw amsterdam
de baai lag als een uitgestrekte vinger
vanaf het vaderland op ons te wachten
wij gingen er op pad, we stampten rond
wegwijzend in een leeg maar vruchtbaar gat
wellicht dat enkel uit ons lijf, dat nimmer
één volk, één god voor zich had kunnen winnen
dat zelf oprees uit schuim van minderheden
een babelstad als dit zich kon ontspinnen
wie leerde u hier het ware smelten? wie
zei: handel vrij, wees anders, wees gelijken
dat dromen zich als aandelen verspreiden?
de wereldkampioen in immigreren
dat waren wij, een verre vonk van vrijheid
amerika een holland in het klein

Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)
17:31 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: ramsey nasr, peter verhelst, maik lippert, ismail kadare, romenu |
Facebook |
28-01-10
Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Ismail Kadare, Miguel Barnet, José Martí
Deze gedichtendag is tevens de verjaardag van de Nederlandse Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr. De Palestijns-Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009.
da capo
treed binnen allerzwartste
met je gezandstraalde ziel
gerangschikte tranen
treed binnen en brul als een dame
schreeuw onder een houten doek
opnieuw cadenza na cadenza
sterf in een lijf dat niet van jou is
zing tot bloedens toe
ik wacht
beuk open de rode zaal
ik heb haar schoon en stil gemaakt
en smeek je wees mijn opera
da capo
kus dit lege hart
In het land der koningen
ik leef in een land
waar de dierenvriend besluit
uit goedheid een andere mens neer te knallen
ik leef in een land
waar de vrome gelovige besluit
uit eerbied het mes in de ketter te planten
ik leef in een land
waar onze jongens uit gekkigheid soms
de conducteur in elkaar stampen
ik leef in een land
waar een keurige man, achtendertig, blond
de vrijheid neemt om door anderen heen te rammen
en in dit rood, rood schemerland
waar de grenzen totaal werden opgeheven
waar de mondigheid totterdood wordt beleden
en waar zestien miljoen koningen leven
daar ontstaat vanzelf een nieuwe orde
daar zal langs feestelijk afgezette lanen
een laatste koningin haar laatste onderdanen
als beesten overreden zien worden
nieuw nederland
o bron van humanisme, blakend lichtpunt
o bakermat van zeldzaam burgerschap
wie luistert nog naar ons? dat zijn dan leiders
ze schallen hier hun christennormen rond
hangen fraai de morele misthoorn uit
maar in amerika (en nooit prime time)
doen ze het glimmend in hun broek van trots
stelen we tijd in het koelwitte huis
wat is een gidsland nog in zo’n positie?
wij varen braaf achter de grote baas
’t is imposant: een vloot van vijftig staten
plus nog een luchtbed om hen op te jagen
GEZOCHT: grote malloten met een visie
die dromen kunnen en de zee doen kraken

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009.
Luna
Alsof het was bedekt met hevig licht
bleef haar lichaam mij weerkaatsen,
even zinloos dreigend
zoals de glans aan messen hangt.
Ik bedroog haar met geweld:
mijn lichaam liet haar voor de liefde leven,
haren werden touw toen ik ze opbond,
een verwonding opsmuk, een gevlamde tatoeage.
Voor mijn schoonheid moest zij dood.
Uit haar schreeuwden tegenstrijdige bevelen.
Vuistgroot trilde ik boven haar uit.
Vallen was genade.
Sol invictus
Daar zit de vrouw juist, in een preutse jurk
die brandbaar is. (Ik ben haar man[p. 38] maar heeft ze iets?) Niet dat ik niet weet
dat er hoge liedjes spelen in haar hoofd,
maar ik lig nu in een gouden blouse van organza,
paarse lippen met een rode tong ertussen, dan
breng ik witte vingers halverwege naar mijn kapsel.
Het geklik van de viewmaster:
te veel licht en chemicaliën; rare pluisjes en krassen
voor mijn ogen, als zit daar een stekelige hand tussen
mij en mijn plaatjes. Staat Hij me naar het leven
met Zijn kleine foto's die opengaan, in mij verschieten?
Ik,
de diamanten man vierstralig, omcirkeld door stemmen,
vliegjes en constellaties
tolererend omdat elke maan mijn schittering weerkaatst.
Life On Mars
Was zo graag samen
gevallen
maar iedereen viel
apart
was zo graag samen gevallen
maar iedereen viel apart
alleen
wij
was zo graag samengevallen
maar iedereen viel apart
alleen wij
sprongen naar de sterren.

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009.
mein vater
sah gern chaplin
der große organisator
trug stets perlonbeutel und stichsäge bei sich
wenn er ins möbelkombinat ging
arbeiten fürs restholz
nannte er das
baute barhocker mit rotem knautschlackbezug
sommers in kurzen hosen schmatzten
die schenkel darauf
noch heute
finde ich in schubläden unberührte
großpackungen
rasierklingen und interhotelseife
nur im eckschrank in der küche
wo der korn deponiert war
für blaue stunden
steht die flasche
nicht mehr
gicht
mondgewicht
in den knochen
gezeiten
in den gelenkkapseln
ein an und ab
schwellen
im hirn
der bleiche gesang
einer schmerztablette

De Albanese dichter en schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009.
Poetry
Poetry,
How did you find your way to me?
My mother does not know Albanian well,
She writes letters like Aragon, without commas and periods,
My father roamed the seas in his youth,
But you have come,
Walking down the pavement of my quiet city of stone,
And knocked timidly at the door of my three-storey house,
At Number 16.
There are many things I have loved and hated in life,
For many a problem I have been an 'open city',
But anyway...
Like a young man returning home late at night,
Exhausted and broken by his nocturnal wanderings,
Here too am I, returning to you,
Worn out after another escapade.
And you,
Not holding my infidelity against me,
Stroke my hair tenderly,
My last stop,
Poetry.
Vertaald door Robert Elsie

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009.
Death’s Like That
Fatso has died who could inflate
bicycle tires with his lungs
he used to get drunk in front of the Castillo de la Punte
hiding from daylight
Patricio has died his small dry hands
clasping a final lottery ticket to his breast
Tente, from Palmira, has died in his filthy bed of straw
poor old santero
He died at midnight while pouring aguardiente
for Oggún Arere his protector
I don’t know why I’m so sad about Tente
Israel has died who sold cloth wholesale
and filled with nostalgia would announce
‘I’d like to eat figs in Poland’
Susanita has died, the old hotel keeper, worn out from weeping
in the courtyard armchair
her keys at her waist and her thick nose...ah, Susanita!
The hustler died — I can’t recall his eyes —
who used to lounge for hours
against the post with the streamers
on the Paseo del Prado
Oscar the bookie has died, but more slowly,
soaked to the ears in violet water
weighing at the end no more than a husk
The gypsy organ grinder is dead
whose monkey danced its tender dance
at the end of its leash all over town
Lucía, or was it Lucrecia, is also dead
my mother’s seamstress
who sweated over her sewing machine day and night
to support Humberto, her eternal husband
Those eyes of hers pierce his body now
Jesús is dead — I wish this was over —
the mulatto from the library
They told me to read a lot. I don’t know anything.
Picasso is dead, hung
from a bar of chocolate
That Picasso
did amazing things
at the circus!
Dead. This is awful
God
Once again I don’t know why I say the name
I wish I could flow like a river
Vertaald door Mark Weiss

De Cubaanse dichter en schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2009.
I dream awake (from Ismaelillo)
Day and night
I always dream with open eyes
And on top of the foaming waves
Of the wide turbulent sea,
And on the rolling
Desert sands,
And merrily riding on the gentle neck
Of a mighty lion,
Monarch of my heart,
I always see a floating child
Who is calling me!
If you've seen a mount of sea foam
If you've seen a mount of sea foam,
It is my verse you have seen:
My verse a mountain has been
And a feathered fan become.
My verse is like a dagger
At whose hilt a flower grows:
My verse is a fount which flows
With a sparkling coral water.
My verse is a gentle green
And also a flaming red:
My verse is a deer wounded
Seeking forest cover unseen.
My verse is brief and sincere,
And to the brave will appeal:
With all the strength of the steel
With which the sword will appear.
Vertaald door Esther Allen

Standbeeld in New York
Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn vorige blog van vandaag.
20:18 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (1) | Email dit | Tags: peter verhelst, ramsey nasr, ismail kadare, jose marti, miguel barnet, maik lippert |
Facebook |
28-01-09
Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Ismail Kadare, Miguel Barnet, José Martí, David Lodge, Wies Moens, Maik Lippert, Manfred Jendryschik, Hermann Kesten, Colette, Mo Rocca, Christian Felix Weiße, Hermann Peter Piwitt
De Palestijns-Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008.
wonderbaarlijke maand
dat was in de wonderbaarlijke maand
van bloesemingen en overvloed
toen mijn borstkas opstoof als papaver
ribben in sierpennen uitwaaierden
mei mijn magere taal openbrak
vergelijkingen vrat als vuur water
ik schaamde mij diep naar poldergewoonte
in loden jas tussen druppel en wind
ongevoelig bij takken struikgewas doornen
had ik licht opgevat
ik wreef haar in
en doorzichtig vernederend fonkelniezen
kwam over mij o wonder daar ging ik
men zou van minder uit schamen gaan
maar dit was mijn ziekte baarlijke liefde
Wie weet mij eindelijk
Wie weet mij eindelijk, welke dodentolk,
Te doen bedaren in gezworen haat.
Ik volg de vaderen om vroeg en laat
Mijn land te zien. Ik leef tegen een volk
dat zebrapaden aanlegt over wonden,
Dat boven onze botten steen op steen
Bewoont, dat leven wil voor zich alleen.
Leeft dan in angst. Ons bloed wordt niet geronnen.
Op hoeveel scherven vlees weerkeert het recht.
En opgeblazen domme wraak en gal
Is wat er rest, als hersenen gaan denken.
'Men mag een mens een leven niet ontschenken.
Ik hoop dat ik geen bommen maken zal.'

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook mijn blog van 28 januari 2008.
Broken Nose
Onhandelbaar gezicht
op een sokkel op de schouders van een jongen
verdunnend tot een neus in een rare hoek.
De foto glanst onwezenlijk, een scherp been
in X-raykleuren met een streepje zwart
als een slechte zenuw. Alsof een meisje
in mijn hoofd eet tot ze me op heeft,
haar nagels over ijzer haalt en giechelt.
Jongetje op knalgeel schommelpaard
tegen de muur. (Mike Tyson-
Sint-Sebastiaan.)
Viewmaster en lucifer
Met sneeuwlippen en ijsblauwe ogen
je cold song baby, (God heeft de kleur
van de rook van mijn sigaret, evenzo giftig)
in catsuit voor je heupwiegend. Uit de hemel
daal ik aan een koord. Als ik dan zing gaat mijn mond
dood denk is soms; ik stel me voor dat hij
als vacuüm het gezongene terug inhaleert
zodat hij tenslotte vol gestorven muziek
als een doosje zonder gestolen spiegeltjes nutteloos
tussen mijn vingers op vuur wacht. (God is warm
als de askegel in mijn handpalm afgetikt) Erboven
klikt de master; ik met het gezicht van de vrouw
die op mijn hand zit als een dier in hypnose,
ik en Angst in gesprek, ik en Brutaal in een tongkus,
ik en Christus, ik Doodsogig, ik Emanatie... -
tot een flakkerende tong de minuscule
foto's uit het kaartje weglikt.
(en de vuurpunt in mijn ogen doodduwt.)
Als niks.

De Albanese schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008.
Uit: The Siege
“As winter fell away and the Sultan’s envoys departed, we realised that war was our ineluctable fate. They had pressured us in every way to accept being vassals of the Sultan. First they used flattery, promising us a part in governing their vast empire. Then they accused us of being renegades in the pay of the Frankish knights, that is to say, slaves of Europe. Finally, as was to be expected, they made threats.
You seem mighty sure of your fortresses, they said to us, but even if they are as sturdy as you think, we’ll throttle you with an altogether more fearsome iron band – hunger and thirst. At each season of harvest and threshing, the only seeded field you’ll see will be the sky, and your only sickle the moon.
And then they left. All through March their couriers galloped as fast as the wind bearing messages to the Sultan’s Balkan vassals, telling them either to persuade us to give in, or else to cut off all relations with us. As was to be expected, all were obliged to take the latter course.
We were alone and knew that sooner or later they would come. Many times in the past we had faced attacks from our enemies, but lying in wait of the mightiest army the world had ever known was a different matter. Our own minds were perpetually abuzz, but our prince, George Castrioti, was preoccupied beyond easy imagining. The inland castles and coastal keeps were ordered to repair their watchtowers and above all to build up stocks of arms and supplies. We did not yet know from which direction they would come, but in early June we heard that they had begun to march along the old Roman road, the Via Egnatia, so they were heading straight towards us.
One week later, as fate decreed that our castle would be the first defence against the invasion, the icon of the Virgin from the great church at Shkodër was brought to us. A hundred years before it had given the defenders of Durrës the strength to repulse the Normans. We all gave thanks to Our Immaculate Lady and felt calmer and stronger for it“.

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008.
On Cat’s Feet
The wind has scorched my fur
the cold wind, the leveler
On cat’s feet I glide through the dark.
Carefully, with a wild beast’s caution,
I approach your heart,
your scent and the night my compass.
As if you don’t know that I exist you expose yourself
to helplessness and fright.
After all you are weaker
than a ball of yarn
and you haven’t learned to run away.
Only the rain silvering your arms
hovers between us.
You can’t see me, my path hidden beneath trees
The night, prodigal with dreams, plays again
its dirty trick on me.
Fiercely I drink your nakedness until my lips
dry out or forget.
God grant that an arrow pierce your heart
to remake you as I see you, to revive you.
Not for its apparition do I blame the night
but for its ghosts.
Vertaald door Mark Weiss

De Cubaanse schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007.
No. 5 from Simple Verses
If you see a hill of foam
It is my poetry that you see:
My poetry is a mountain
And is also a feather fan.
My poems are like a dagger
Sprouting flowers from the hilt;
My poetry is like a fountain
Sprinkling streams of coral water.
My poems are light green
And flaming red;
My poetry is a wounded deer
Looking for the forest's sanctuary.
My poems please the brave:
My poems, short and sincere,
Have the force of steel
Which forges swords.

De Engelse schrijver en literatuurwetenschapper David Lodge werd geboren op 28 januari 1935 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008.
Uit: Consciousness and the Novel
„Lyric poetry, however, uses language in such a way that the description of qualia does not seem partial, imprecise, and only comprehensible when put in the context of the poet's personal life. In my novel Thinks..., the heroine Helen Reed makes this point to a cognitive science conference, quoting from Andrew Marvell's poem "The Garden":
The Luscious Clusters of the Vine
Upon my Mouth do crush their Wine;
The Nectaren, and curious Peach,
Into my hands themselves do reach;
Stumbling on Melons, as I pass,
Insnar'd with Flow'rs, I fall on Grass.
Helen says: "Let me point to a paradox about Marvell's verse, which applies to lyric poetry in general. Although he speaks in the first person, Marvell does not speak for himself alone. In reading this stanza we enhance our own experience of the qualia of fruit and fruitfulness. We see the fruit, we taste it and smell it and savour it with what has been called 'the thrill of recognition' and yet it is not there, it is the virtual reality of fruit, conjured up by the qualia of the poem which I could try to analyse if there were world enough and time, to quote another poem of Marvell's - but there is not" .
There are lyrical descriptions of qualia in prose fiction as well as verse. "My task, which I am trying to achieve," Joseph Conrad wrote in the Preface to one of his tales, "is by the power of the written word to make you hear, to make you feel - it is before all, to make you see. That - and no more, and it is everything."

De Vlaamse schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898. Van 1916 tot 1918 studeerde hij Germaanse filologie aan de Universiteit van Gent. Hij werd lid van de Vlaamse Beweging, en werd na de Eerste Wereldoorlog wegens zijn rol als activist tot gevangenisstraf veroordeeld. De Vereniging van Vlaamse letterkundigen verzocht om zijn vrijlating, en Vlaamse intellectuelen stuurden een petitie rond. In maart 1921 kwam Moens vrij. Hij vervulde zijn dienstplicht en trad in 1922 in het huwelijk. Zijn expressionistische gedichten verschenen in het tijdschrift Ruimte waarin ook Paul van Ostaijen publiceerde.Tijdens WO II werd Moens directeur van de nationaalsocialistische Zender Brussel. Eind 1943 diende hij zijn ontslag in omdat de zender steeds meer onder invloed kwam van de Algemeene SS-Vlaanderen en DeVlag. In 1947 werd hij bij verstek ter dood veroordeeld wegens collaboratie met Duitsland. Hij vluchtte naar Nederland waar hij de rest van zijn leven doorbracht.
Uit: Celbrieven
„Mijn goeie, waarde vriend!
‘Vijgen na Pasen’ hoor ik je al mompelen! Waarachtig ik kom wat laat met mijn Paasbrief aandragen, maar het is heus mijn schuld niet... ik heb het de laatste dagen zo biezonder druk gehad, - ik ben op reis geweest! Over mijn tegenwoordigheid als getuige op het proces Jacob c.s. zal de krant je wel geïnformeerd hebben. Ik meen dat het mijn plicht
[p. 13]was, als oud-student van Dr. Jacob aan de Vlaamse Hogeschool, ‘zonder haat en zonder vrees’ mijn herinneringen aan zijn professoraat voor het Assiesenhof te gaan uitspreken. Deze herinneringen zullen steeds zo levend en fris blijven, als dit professoraat uitmuntend was.
De reis naar Antwerpen is in mijn eentonig gevangenisleven (de 11e maand voorarrest is begonnen!) een zeer gewenst intermezzo geweest: dat kan je je voorstellen! En om je nu niet eeuwig met mijn al te dorre cel-filosofie om de oren te zaniken, zal ik je wat over die reis vertellen.
Het was een mottige dag toen wij naar Antwerpen spoorden; wat niet belet dat ik de lucht, en de bomen en het land die dropen van triestige regen, als een goddelike veropenbaring van ongekend, verholen geluk zat toe te knikken door het raampje, de hele reis lang! En de mensen dan! Maar zij keken zo schuw naar mij.“

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Van 1986 toto 1991 studeerde hij in Moskou economie. Hij debuteerde in 1995 met Suizid wird nicht länger strafrechtlich verfolgt, een uitgave in eigen beheer. Sinds 2003 werkt hij als docent in Berlijn.
engelsposaune
jeden morgen der kelch
das gelb von gummihandschuhen
ein fingerzeig gottes
liegt auf dir
beim vorbeigehen am vorgarten
zur haltestelle
lukas stöbert
in den abfallkörben
den krumen nach
wandert am packpapier
die geäderte stierzunge
wie ein blatt
vom nachtschatten
noch bleich die geliebte
in der hand
das buch mit blauem einband
monologe über engelarten
und du denkst
an zierliche schulterblätter
rippenzählen
ich kam zu dir
rippenzählen
was hatte ich mehr
als deinen rücken
nach der schicht
rauchtest du erstmal
bis dein kopf ganz
porzellan war

De Duitse dichter en schrijver en uitgever Manfred Jendryschik werd geboren op 28 januari 1943 in Dessau. Van 1962 tot 1967 studeerde hij germanistiek en kunstgeschiedenis aan de universiteit van Rostock. Vervolgens werd hij lector bij een uitgeverij in Halle. Sinds 1976 is hij zelfstandig schrijver. Jendryschik schrijft vooral gedichten, essays en verhalen. In 1987 ontving hij de Heinrich-Heine-Preis van het ministerie van cultuur van de DDR.
Uit: Der feurige Gaukler auf dem Eis
“Ach diese Stimme, thüringisch eingefärbt, jetzt wohnt sie in Leipzig, das gibt eine Mischung, jedenfalls zart, ein Mädchen, dass du die Worte beschützen möchtest, auch ihr Gesicht hat diese Röte, die kindliche, manchmal erzählt sie eifrig, die Lippen vollführen Sprünge, und sitzt dann auf fliegendem Teppich, sie gleitet uns weg aus dem Haus, aus den Straßen, der Stadt, ist schon unter südlicher Sonne zum Beispiel, das könnte die Camargue sein, um Aix en Provence usw., wo noch die wildesten Pferde traben, und zum Marienfest treffen sich Europas Zigeuner, da fällt sie gar nicht mehr auf, nie war sie anders, und es ist deutlich zu sehen, wie sie in buntschillerndem Röckchen tanzt, das Tamburin in der Hand, der Atem in Stößen, schneller die Schritte, verrückter, verrückter, jetzt sollte, erst mal, ein Semikolon her; einer hat doch gesagt, sie wäre einst Staatsanwalt gewesen, das muss ein Irrtum sein, auf alle Fälle geht die Legende, es hätten die Angeklagten viel Mitleid mit ihr gehabt; oder ich sag: ein Kind, das ist, zu plötzlich, unter diese Erwachsnen gefallen, das hört mit dem Staunen nun nicht mehr auf; oder sie erzählt nichts, sie steht nur so da, im Garten, im Mai oder Juli, und lächelt gegen den Regen, wandelt mit dieser Stimme Tropfen zu Schmetterlingen auf ihrer Nase, in dieser Luft, es könnten auch Blaumeisen sein, und wird gegen Abend ein Baum, so ist sie im Grün, ein Fliederbusch, der wächst über alle Zäune.“

De Duitse schrijver Hermann Kesten werd geboren op 28 januari 1900 in Podwoloczyska (tegenwoordig Oekraïne) en groeide op in Nürnberg. Hij studeerde rechten en economie, later germanistiek, geschiedenis, filosofie en theaterwetenschappen. In 1927 werd hij lector bij een uitgeverij in Berlijn. In 1933 vluchtte hij voor de nazi’s en leefde in Parijs, Nice, Oostende, Brussel en Amsterdam, waar hij voor uitgeverij Albert de Lange werkte. In 1940 vluchtte hij naar de VS. Daar werd hij – samen met Thomas Mann - Honorary Advisor" van de "Emergency Rescue Committee", een organisatie voor de redding van kunstenaars en intellectuelen. In 1949 werd hij Amerikaans staatsburger, maar hij keerde in 1952 terug naar Europa en woonde in Parijs, Rome en in Zwitseland.
Uit: Die fremden Götter
"Junger Mann! Wollen Sie andeuten, in meiner Familie gehe es schlimmer zu als in Ihrer Familie? Oder in anderen guten Familien? Haben Sie nie Geschichte und Literatur studiert? Nie in der Schule von einer gewissen Iphigenie gehört? Das arme Kind ward zu Aulis vom eigenen Vater aus propagandistischen und religiösen Motiven geopfert. Und kennen Sie ihre Familie? Iphigeniens Urgroßvater Tantalus servierte seinen eigenen Sohn Pelops den Göttern zum Mahle, um sie auf die Probe zu stellen; er büßte es im Tartarus. Der Großvater Atreus, ein König von Mykene, rächte sich an seinem Bruder Thyestes. Indem er dessen Söhne tranchierte und dem Vater zum Mahle servierte; dafür tötete in sein Neffe Aegisthes. Die Mutter Klytämnestra erschlug mit Hilfe ihres Liebhabers Aegisthes ihren Mann Agamemnon im Bad nach dessen glücklicher Heimkehr vom Trojanischen Krieg. Der Onkel Menelaus war ein Hahnrei, der, um seine Hörner zu rächen, den Trojanischen Krieg entflammte. Ihre Tante Helena war die hübscheste Hure der Welt. Ihr Bruder Orestes war ein Muttermörder. Und ihre Schwester Elektra dessen Helfershelferin. Und doch stammte Iphigenia aus bester Familie, von hochbeliebten Atriden. Und lasen Sie nie die Bibel von Loth und seinen Töchtern? Und lasen Sie nicht kürzlich in der Zeitung vom Prozeß Laval, ich meine den Metzger Aristide Laval aus Juan-les-Pins, der seine Töchter jeweils an ihrem siebzehnten Geburtstag geschlachtet, zerlegt, durch seine Wurstmaschine getrieben hat als Charcuteriewaren in seinem Laden verkauft hat, die drei letzten armen Mädchen sogar auf dem schwarzen Markt?”

De Amerikaanse schrijver, satiricus en komiek Mo Rocca werd geboren op 28 januari 1969 in Washington, DC. Hij werd bekend als correspondent voor The Daily Show van Jon Stewart. In 2004 was hij de on-the-floor correspondent voor Larry King bij de Democratische Conventie en vormde hij het komische tegenwicht voor de serieuze presentator.
Uit: All the Presidents' Pets
„Lesley quickly changed the subject—she must have been shooting for 48 Hours. She looked up at the menu. “Mo, sweetie, tell me about this Maine lobster wrap ‘enhanced with lemon mustard aioli, complemented by crisp cabbage slaw.’ Very fancy-sounding.” By the time she finished reading she was leaning almost over the counter, one leg, bent at the knee, sexily kicked up behind her.
“Well, let’s see,” I said, fumbling with one of the sandwiches. “It looks like the lobster is wrapped in some sort of a fennel tortilla with—”
“Why am I asking you?” she kidded, grabbing my collar and pulling my ear right up to her lips. “You’re not a food reporter, Maurice,” she cooed, using my birth name. “You’re an investigative reporter!” I’d just about had it with Lesley’s Mrs. Robinson routine when her cell phone rang and she pushed me away to grab it. “It’s Andrew calling! Must be important.” She wanted me to believe it was CBS News president Andrew Heyward, but of course I knew it was Andy Rooney. She covered the phone for a second. “Sorry, boys, but I have to take this. It’s the network.” And she was gone in an instant, the clicking of her heels receding down the aisle of the café car.
“Isn’t she amazing?” Phil said dreamily.
“Amazing,” I said, through clenched teeth.

De Franse schrijfster Colette werd geboren op 28 januari 1873 in Saint-Sauveur-en-Puisaye. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007.
Uit: La femme caché
“La brune est jolie, et charmante est la blonde oxygénée. Mais la brune, toute velours gris à panneau de perles couleur de flamme, colletée de renards argentés, chaussée de paillettes, de plumes d'oiseaux et de strass, gantée d'entonnoirs brodés, coiffée d'une nue aux aigrettes qui suspend, au-dessus de deux astres, une menace d'orage, la brune resplendit de l'élégance un peu brutale qui plaît aujourd'hui ... Les gourmandes et les bavardes se sont tues à son entrée. On la contemple, et les regards d'envie l'embellissent comme une pluie d'été lustre l'émail d'un martin pêcheur. Elle a chaud, boit en pigeonne, le cou tendu et le jabot penché. Elle a deux gestes, aussi fréquents que des tics, mais qui ressortissent à une coquetterie raisonnée : de l'index, elle chasse au-dessus de son sourcil une boucle brune très légère, et l'on voit briller, près de l'oeil allongé, l'ongle en amande ; elle enfonce, sur sa nuque, un trident d'écaille, et l'oeil suit, quand son bras se lève, la rondeur de son sein qui remonte, bien suspendu, en même temps que le bras.
La blonde ... la blonde est charmante à sa façon. Ce n'est qu'une blonde en crêpe marocain et cape de panne, une blonde à l'encolure courte, à la bouche carnassière. Ses tics ne l'embellissent pas. Elle lance le menton en avant, d'une façon doguine, et elle fronce le nez comme un petit phoque qui sort de l'eau, en clignant des yeux. Ce n'est pas joli ... Je voudrais le lui dire ... A la bonne heure ! Voici qu'elle imite, sous le feu des regards, le jeu de son amie. Elle bombe le buste, tapote d'une main son chignon bas tout en or. Ainsi une soeur cadette imite, inconsciemment, l'aînée déjà sûre de séduire. Quel plaisir pour les yeux que ces deux paonnes bien apprises !

De Duitse dichter en schrijver Christian Felix Weiße werd geboren op 28 januari 1726 in Annaberg, in het Erzgebergte. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007.
Der Knabe
Mich will der Informator schlagen?
Nein, nein, das geht nicht weiter an:
Als Knabe must ich es ertragen,
Doch jetzt bin ich schon halb ein Mann.
Ist er nicht klüger dieß zu wissen?
So hör er nur, was Hannchen spricht;
Will ich die kleine Närrin küssen:
So spricht sie, geh, dein Bart, der sticht

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 28 januari 2007.
De Duitse schrijver Hermann Peter Piwitt werd geboren op 28 januari 1935 in Wohldorf bij Hamburg.
20:03 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: peter verhelst, ramsey nasr, colette, ismail kadare, jose marti, miguel barnet, david lodge, hermann peter piwitt, romenu, wies moens, maik lippert, manfred jendryschik, hermann kesten, mo rocca, christian felix wei e |
Facebook |
28-01-08
Peter Verhelst, Ramsey Nasr, Ismail Kadare, Miguel Barnet, David Lodge, Colette, José Martí, Christian Felix Weiße, Hermann Peter Piwitt
De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Later volgde hij de lerarenopleiding in de vakken Nederlands, Engels en geschiedenis waarna hij les gaf in algemene vakken aan het Instituut voor Voeding in Brugge. In 1999 stapte hij uit het onderwijs om zich voltijds op het schrijven te storten. Zijn eerste dichtbundel, Obsidiaan (1987) werd bekroond met de Prijs voor Letterkunde van de provincie West-Vlaanderen en de Paul Snoekprijs. Na Obsidiaan volgden nog zes poëziebundels, waarna hij zich in 1997 in het tijdschrift De Revisor als dichter dood verklaarde. Desondanks verscheen van hem in 2003 een nieuwe gedichtenbundel, Alaska. Naast poëzie schrijft Verhelst ook proza en theater. Sinds kort is hij ook als vaste werkkracht verbonden aan het theaterhuis NTGent.
Fassbinder Rex
Matroos in Brest onder de rosse gloed van de maan.
De accordeon kriept in mijn borst. Wie die vuist in mijn rug
priemt tijdens tango's en me plots daar grijpt is het beest
dat me vooroverdrukt op tafel en als speeksel openwolkt,
in mijn hoofd de kermende touwen losknipt zodat ik
een schip op drift ben - speeltje met zijn onweegbuik over me heen -
tot ik begeef onder Herr Kuiper
en er mesjes uit zijn vingers klappen
graaiend naar mijn hart. Die snijbloem.
(Andy is dood, Nico is dood, Nomi is dood,
Rainer die vergaat is de Dom die brandt
en boven zitten twee aapjes in een kooi
ook al in elkaars vlees vast.)
Jean Genet
Man met sigaret. Man met Russisch gezicht, gemillimeterd.
Wat denk je zal bewegen uit de telefoon naar me toe;
neonletters, de zalmroze vinger van de liefde of jouw tong
die wartaal in mijn hoofd brengt als een bloedende vork?
De kamer riekt, de muren zijn oud vlees.
In de sofa zie ik in een flits een uiteenvallend skelet.
(Zijn bloed zit vast. Genet en zijn verbijstering,
in zijn linkerhand het lichaam, in zijn rechter de hoorn,
maar het snoer is stuk. Daar zit hij als geschilderd
op bed, een knie omhoog, luisterend naar de zee
in de hoorn. De mond van de latrine. Zwarte keel.
Jean luistert.)

De Palestijns-Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007.
het complot
wetenschap we lachen er wel om
maar het is natuurlijk
om ten hemel te schreien
nooit klikte het tussen ons
de dichter
en jou
afgemeten man plus chemische vrouw
laboratoire tweeling der vooruitgang
samen petrischalen vullen jaja
leg het maar uit
op witte gangen heb ik anders gehoord
wisselen jullie in smetvrije jassen
onderling eiwitten uit kan dat
nucleotide basenparen zoiets
dan smiespelen jullie samen
en waarom doen jullie dat en voor wie
zeg op! wat zijn jullie in godsnaam!
o mijn god met ons van plan
dit heb ik allemaal gehoord
onlangs uit vertrouwde bronnen
maar let op mijn woord
en - lees - lippen - knul
of ook wij begaan ongelukken
via titanendonder en weerlicht
hou je vast aan schalen van richter
hoogachtend hou me vast
hou me vast
uw dichter
Een minimum
lees me dan
luister dan zacht
ik ben de muur
en muurvaste man
jarenlang zitten
mijn lief en ik stil
tegen dit plafond
van gitzwarte kas
en vanaf ons vel
begint de bodem
en daar is geen rek
om haar te omarmen
zij zit ertussen
ik zit eronder
en ja ik heb niks
jazeker ik ben niks
maar godmiljaar
ik kan overleven
ik knok tot nu
de jaren rond
van beens af aan
tot aan mijn dood
zal ik tegen u
dit plafond
en alle ogen
in uw mond
opknokken
ik zal uit mijn pree
tevoorschijn komen
meewandelen onder haar
met mijn kansarme zon
en rondbazuinen
hier staan wij
klein en fier
lijk een mens
op een plein
en ik zou met u niet willen ruilen
ik zou er geld voor willen geven
om net als u
mezelf te zijn

De Albanese schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007.
Uit: Agamemnon's Daughter
“In early winter, the sightless suddenly began congregating on sidewalks and in cafés. Their fumbling steps caused passersby to stop and stare in disbelief. Although citizens had lived for months in fear of the qorrfirman, the sight of its results rooted them to the ground, petrified them.
For some time people had allowed themselves to think that the victims of that notorious order had been swallowed up in the dark night of oblivion, that the only people you would come across in the street or the square were the formerly blind, with their unchanging appearance, the peaceful tap-tap-tap of their sticks— the kind of blind people everyone’s eyes and ears were long accustomed to. But now the first winter freeze had brought with it innumerable blind folk of a new and far more lugubrious kind.
There was something specific about them that distinguished them from the traditionally unsighted. They had a disturbing swagger, and their sticks made a menacing knock-knock-knock on the cobblestones.
They’ve not yet grown used to their new condition, some argued. Blindness came to them at a stroke, not gradually, as is usually the case, so they haven’t yet acquired the necessary reflexes . . . But those who heard such remarks shook their heads, clearly not convinced. Could that be the only reason?
What was most striking was their collective reappearance. It was probably not a coincidence, nor could it have been the result of secret collusion among them, contrary to the rumors that were being circulated by people who saw anti-state conspiracies in everything and anything. It came from the simple fact that the time needed for most of them to recover — either from the physical wounds caused by disoculation or from its attendant psychological trauma — had now elapsed.”

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007.
Walking the City
I, too, am among the privileged
of the age.
I was nurtured on high, slender walls,
a melancholy child,
in spite of a taste for shiny shoes
and the tears of Deborah Kerr and Cary Grant.
My eyes would melt in silence
in Vedado’s shady places.
In my celluloid seat
I dreamed unspeakable things,
black women, naked
in a foamy landscape.
I myself invented all the stories of the city
and I built my castles of fear
upon the schemes of the penniless Chinese.
If I knocked at the doors of the great
it wasn’t to beg for a crust or a star,
but to leave an open, perfumed flower.
Believe me, I have been among the privileged of my time,
without time to lament my personal sorrows.
There are things that they show me with a corroded shine
and I look at them —
what’s to do!
I will walk these streets
without fear of whatever unforeseen
may lunge at me when I’m lost in thought.
Child of the minstrel and his guitar,
like a dream beast
I will pluck the strings of my invention.
I continue walking the city,
it throbs in my skin,
and if by accident I knock at your door,
fear not, Lezama, that I’m the ghost
of a poem by Baudelaire
nor will I refrain from telling you that you are still among us,
you, and those with whom we surround you,
like a tree of dark signals,
a fountain of enameled fish.
I write this only
to tell you that my feet have not wearied
of going through these streets that were once mud,
through these palaces that Julián del Casal*
saw covered with snow
and that I carry in my pockets not stones
but the sons* of Teodora Ginés*
to distribute among solitary wanderers
and sleepers in the parks
I lean against the Malecón*
nervous about poisonous octopi and empty bottles tossing in the water.
A noisy truck passes
carrying men and women
volunteers for the harvest.
Why am I reminded of a chorus of medieval lutes.
I expose my heart to wind and salt.
I have crossed the threshold of my house of shadows
And I know now that I’ve become my own reflection.
Vertaald door Mark Weiss

De Engelse schrijver en literatuurwetenschapper David Lodge werd geboren op 28 januari 1935 in Londen.
Uit: Love and the Master
“When he congratulated his friend on the splendid way the wedding had gone off, Du Maurier sighed and shook his head. It was not that he had anything to object to in Trixy's choice of partner. "He's a fine, clean-cut, upstanding young man, " he said. "I'm sure he loves her and will take care of her. But it's a wrench you know, when the little girl you've been nourishing and tending and protecting for years, is suddenly a woman, and doesn't want your protection any more."
"I understand," said Henry sympathetically, "But that's life, my dear chap. How else would the race be renewed?"
"Yes, it's life," said Du Maurier gloomily. "Ce n'est pas gai." It was one of his favourite expressions.
"After all, you took Emma away from her father - and you told me yourself he put up quite a struggle."
"That's true," Du Maurier admitted. "But I believe the old devil's motives were entirely selfish - and her mother's. He'd lost a lot of money, you know, and they were counting on Emma to look after them in their old age. They couldn't see much prospect of that if she married me"
"Well, I daresay your mother shed a genuine tear when you married."
"Maman?" Du Maurier was evidently amused at the thought. "The old lady wasn't sentimental about such things. D'you know, when I was making myself ill with anxiety and frustration over our long engagement, she advised me to take a mistress - some little grisette, or the Cockney equivalent."
"You mean - instead of marrying?" Henry was startled by this disclosure.
"No - while I was waiting to be married." said Du Maurier, an idea which Henry found no less shocking. "Of course I told her it was out of the question," Du Maurier added quickly. "I told her - which was perfectly true - that I had made a vow in my heart of total fidelity to Pem, on the day we were engaged." Henry had the sense, which he had experienced once or twice before, that his friend had inadvertently opened a cabinet drawer on contents slightly compromising to the owner, and quickly slammed it shut. A woman who could make such a cheerfully amoral suggestion to her son shattered all received notions of maternal love; and the vow Du Maurier referred to implied a less than chaste existence up to that point in his life - which wasn't perhaps altogether surprising in someone who had been an art student in the Quartier Latin, but not the kind of behaviour one would have inferred from the irreproachable respectability of domestic life at New Grove House. The two men maintained a thoughtful silence as Du Maurier lit a cigarette.”

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 januari 2007.
De Franse schrijfster Colette werd geboren op 28 januari 1873 in Saint-Sauveur-en-Puisaye.
De Cubaanse schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna.
De Duitse dichter en schrijver Christian Felix Weiße werd geboren op 28 januari 1726 in Annaberg, in het Erzgebergte.
De Duitse schrijver Hermann Peter Piwitt werd geboren op 28 januari 1935 in Wohldorf bij Hamburg.
20:21 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: peter verhelst, ramsey nasr, ismail kadare, miguel barnet, david lodge, colette, jose marti, hermann peter piwitt, romenu, christian felix weisse |
Facebook |
28-01-07
Ramsey Nasr, Colette, Ismail Kadare, José Martí, Miguel Barnet, David Lodge, Christian Felix Weiße, Hermann Peter Piwitt
De Palestijns-Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Als dichter geniet hij de meeste bekendheid, hij was de tweede stadsdichter van Antwerpen. Nasr groeide op in Rotterdam, waar hij onderwijs volgde aan het Erasmiaans Gymnasium. Na de toneelacademie Studio Herman Teirlinck te hebben gevolgd, sloot hij zich aan bij het Zuidelijk Toneel. Na een korte toneelcarrière debuteerde hij in 2000 als dichter. Hij heeft van 27 januari 2005 tot 26 januari 2006 de functie van stadsdichter van de stad Antwerpen bekleed.
MAAK MIJN MOEDER
maak van mijn moeder een sneeuwende tuin om te planten
witte jasmijn en de theeroos wordt wit
voller geluid komt vanuit binnenkanten
zoals de vrucht in de pit
maak van mijn moeder twee kameleons zonder ogen
groen gokte hij en hij streelde haar buik
die zij dieprood naar hem toe had gebogen
waarna iets mooiers ontluikt
maak van mijn moeder een lichtkathedraal in een kistje
open het elleke ochtend en hoor
hoe zich daarbinnen een meerstemmig misje
opent om wat het verloor
maak van mijn moeder hetzelfde maar ijzeren meisje
breng haar met krachtige vuistslagen groot
breng haar wat troost of een slim toverwijsje
want in dit lijf gaat zij dood
de zuivere minnaar
de roos de lelie de duif de zon
de aap saturnus de waterstofbom
liefdesroes omvat allerlei zaken
groot en tastbaar passen ze
met gemak in de knuistjes
van allesverkruimende minnaars
daar is het:
a. koffietje theetje
b. koetsji-moetsji
c. lepeltje-lepeltje poepjeliefje
d. dag schattie dag beertje
minnaars kleineren de elementen
een beetje
stappen als gepantserd kind
samen het vervoer in
zitten in hun holderdebolderend treintje
dat voor de tweede keer deze week
tot stilstand komt
vanwege het gekke meneertje eronder
ook hij vol liefde
had de taal met zijn handen
willen verbrijzelen als hen
alleen op andere wijze
hij had ingegrepen
blies zichzelf van element
tot immens vertragende chaos
werd plotse dooi en ijzel ineen
mensenroes kleeft aan sterren en stuifmeel
geen wonder groot of klein genoeg
voor blinden met wilskracht
is aap roos duif zon
voor de zuivere minnaar bestaat geen verschil
tussen lelie en waterstofbom

Colette wordt geboren op 28 januari 1873 als Sidonie Gabrielle Colette in Saint-Sauveur-en-Puisaye waar haar vader belastingontvanger is. Ze kent een gelukkige jeugd met liefhebbende ouders en vooral haar moeder Sido heeft een enorme invloed op haar.Door slecht beheer verliest haar vader gaandeweg het niet onaanzienlijke familiebezit. In 1891 moeten zelfs meubels verkocht worden. Op 20 jarige leeftijd trouwt ze met een Parijse playboy Henri Gauthier-Villars, beter bekend als Monsieur Willy. Haar echtgenoot is een bekend journalist, maar in feite schrijft hij niet zelf: hij heeft verscheidene ‘ghostwriters’ ter beschikking. Na een jaar huwelijk, op een ogenblik dat ze geldgebrek hebben, suggereert hij dat Colette schoolherinneringen zou schrijven, liefst met zoveel mogelijk pikante details. Het resultaat bevalt hem niet, maar een jaar of vijf later herneemt hij de tekst, vult hem aan en geeft hem uit onder zijn naam als ‘Claudine à l’école’. Dit is het begin van een reeks, voor die tijd alleszins, ‘gewaagde’ boeken, geschreven door Colette en ondertekend door Willy. In 1911 wordt ze verliefd op Henri de Jouvenel en ze trouwen eind 1912, twee maanden na de dood van haar moeder. Zes maand later wordt haar dochter Colette (Bel-Gazou) geboren. Zijzelf is dan 40 jaar.Colette blijft schrijven, niet alleen over de Parijse Belle Epoque, maar ook over haar geliefde natuur, de dieren en de planten uit haar geboortestreek. Tijdens de 1e wereldoorlog is ze ook journaliste aan het front.In 1920 krijgt ze het Légion d’honneur voor haar verdienste als auteur. In 1923 verschijnt ‘Le blé en herbe’ haar eerste roman die ze alleen met Colette ondertekent (daarvoor ondertekende ze met Willy Colette).
Uit: CHÉRI« Elle se recoucha sur le dos et constata que Chéri avait jeté, la veille,
ses chaussettes sur la cheminée, son petit caleçon sur le bonheur-du-
jour, sa cravate au cou d'un buste de Léa. Elle sourit malgré elle à ce
chaud désordre masculin et referma à demi ses grands yeux tranquilles
d'un bleu jeune et qui avaient gardé tous leurs cils châtains. A
quarante-neuf ans, Léonie Vallon, dite Léa de Lonval, finissait une
carrière heureuse de courtisane bien rentée, et de bonne fille à qui la
vie a épargné les catastrophes flatteuses et les nobles chagrins. Elle
cachait la date de sa naissance; mais elle avouait volontiers, en
laissant tomber sur Chéri un regard de condescendance voluptueuse,
qu'elle atteignait l'âge de s'accorder quelques petites douceurs. Elle
aimait l'ordre, le beau linge, les vins mûris, la cuisine réfléchie. Sa
jeunesse de blonde adulée, puis sa maturité de demi-mondaine riche
n'avaient accepté ni l'éclat fâcheux, ni l'équivoque, et ses amis se
souvenaient d'une journée de Drags, vers 1895, où Léa répondit au
secrétaire du _Gil Blas_ qui la traitait de "chère artiste" :
"Artiste? Oh! vraiment, cher ami, mes amants sont bien bavards...."
Ses contemporaines jalousaient sa santé imperturbable, les jeunes femmes,
que la mode de 1912 bombait déjà du dos et du ventre, raillaient le
poitrail avantageux de Léa,--celles-ci et celles-là lui enviaient
également Chéri.”

De Albanese schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Hij is sinds de verschijning van zijn roman De generaal van het dode leger in 1963 internationaal de bekendste Albanese schrijver. In 2005 was hij de eerste laureaat van de internationale versie van de Booker Prize, de Man Booker International Prize. Kadare woont afwisselend in Tirana en in Parijs. Zijn werk is buiten Albanië vooral via zijn Franse vertalingen bekend geworden. Van zijn talrijke romans werden er vele in het Nederlands vertaald, in eerste instantie uit het Frans en later direct uit het Albanees.
Uit: Leven, spel en dood van Florian Mazrek (vertaald door Roel Schuyt)
"Hij begon te vertellen dat het geklets van de hoeren, met alle verdraaiingen, onvolledigheden, leugens en onduidelijkheden die erin zaten, een oneindige informatiebron vormde waaruit de staat de meest waardevolle gegevens kon putten. Iedereen, van hoog tot laag, kreeg op een dag, of hij dat nu wilde of niet, met die donkere diepe poel van hele en halve waarheden en leugens te maken. Beroemde kunstenaars, dieven, sportmensen, regeringsfunctionarissen, epileptici, gerespecteerde dames, nietsnutten en types waar zelfs de gevangenis de neus voor ophaalde, het maakte niets uit. Net als alle onderaardse stromen en rivieren stond alles en iedereen met elkaar in een duister contact. Of het nu ging om een alledaags voorvalletje of om een geraffineerd complot, er kon niets gebeuren of het moest in die smerige, duistere diepte wel een of ander spoor nalaten. Daarom waren er dag en nacht honderden mensen bezig om daarin alle bruikbare gegevens op te sporen. En als de staat zich in zijn bestaan bedreigd voelde, kwamen er nog eens honderden anderen bij."

De Cubaanse schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna. Hij heeft zich ingespannen voor de Cubaanse onafhankelijkheid van het Spaanse regime. Op 11 april, 1895 leidde José Martí een landing van Cubaanse bannelingen en voegde hij zich bij de troepen van de rebelse generaal Máximo Gómez. José Martí kwam om in de veldslag met de Spaanse troepen in de slag om Dos Ríos op 19 mei 1895. Vanwege zijn rol in deze strijd en zijn grote waarde voor de Cubaanse literatuur en cultuur, wordt hij soms "de apostel van de Cubaanse republiek" genoemd. Een van zijn gedichten uit de bundel "Versos Sencillos" is later op muziek gezet als "Guantanamera", een van Cuba's bekendste en meest patriottistische liedjes. Hier een Duitse vertaling van de strofen.
„Guantanamera“ is een vrouwelijk adjectief en betekent zoveel als „komend uit Guantanamero“. „Guajira“ staat voor een muzikale stijl uit Cuba, maar kan ook zoiets betekenen als „witte boerin“, waarbij „wit““ staat voor „van Spaanse komaf“.
Guantanamera
Guantanamera
Guajira Guantanamera
Guantanamera
Guajira Guantanamera
Ich bin ein aufrichtiger Mensch
von da, wo die Palme wächst,
und bevor ich sterbe, möchte ich
mir diese Verse von der Seele singen.
Refr.
Mein Vers ist von hellem Grün
und von entflammtem Rot
Mein Vers ist ein verwundeter Hirsch
der im Gebirge Zuflucht sucht
Refr
Ich ziehe eine weiße Rose heran,
im Juli wie im Januar,
für den ehrlichen Freund
der mir seine offene Hand reicht.
Refr
Mit den Ärmsten der Erde
will ich mein Schicksal teilen.
Der Bach im Gebirge
erfreut mich mehr als das Meer.
I Cultivate a White Rose
I cultivate a white rose
In July as in January
For the sincere friend
Who gives me his hand frankly.
And for the cruel person who tears out
the heart with which I live,
I cultivate neither nettles nor thorns:
I cultivate a white rose.

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Hij is een van Cuba’s toonaangevende etnografen. Hij was medeoprichter van de Cubaanse Academie van Wetenschappen en van de Fundación Fernando Ortiz, Cuba’s etnografische instituut, waar hij sinds 1994 leiding aan heeft gegeven. Hij schreef talrijke studies, maar ook vijf etnografische romans en zeven gedichtenbundels. In 2000 kreeg hij de Nationale Prijs voor Literatuur. Barnet vertegenwoordigt Cuba bij de UNESCO.
In Chinatown
I wait for you
beneath the wrecked marquee
of the Chinese movie
in the yellow smoke
of an extinct dynasty
I wait for you
by the gutter
where black ideograms
that no longer say anything
float
I wait for you at the door
of a restaurant
on the Paramount lot
where they shoot the same film every day
Anticipating your arrival
I allow the rain to cover me
with its broken lines
Accompanied by a choir of eunuchs
and Li Tai Po’s
violin with just one string
I wait for you
But don’t ever come
what I want in truth
is to wait for you
Vertaald door Mark Weiss

De Engelse schrijver en literatuurwetenschapper David Lodge werd geboren op 28 januari 1935 in Londen. Hij geldt als een meester van de campus novel. Hij heeft echter ook door satirisch en humoristisch werk over andere onderwerpen naam gemaakt. Lodge was van 1960 tot 1987 universitair docent Engels aan de universiteit van Birmingham en leeft daar sindsdien als zelfstandig schrijver.
Uit: Nice Work
“A typical instance of this was the furious argument they had about the Silk Cut advertisement... Every few miles, it seemed, they passed the same huge poster on roadside hoardings, a photographic depiction of a rippling expanse of purple silk in which there was a single slit, as if the material had been slashed with a razor. There were no words in the advertisement, except for the Government Health Warning about smoking. This ubiquitous image, flashing past at regular intervals, both irritated and intrigued Robyn, and she began to do her semiotic stuff on the deep structure hidden beneath its bland surface.
It was in the first instance a kind of riddle. That is to say, in order to decode it, you had to know that there was a brand of cigarettes called Silk Cut. The poster was the iconic representation of a missing name, like a rebus. But the icon was also a metaphor. The shimmering silk, with its voluptous curves and sensuous texture, obviously symbolized the female body, and the elliptical slit, foregrounded by a lighter colour showing through, was still more obviously a vagina. The advert thus appealed to both sensual and sadistic impulses, the desire to mutilate as well as penetrate the female body.
Vic Wilcox spluttered with outraged derision as she expounded this interpretation. He smoked a different brand himself, but it was as if he felt his whole philosophy of life was threatened by Robyn’s analysis of the advert. ‘You must have a twisted mind to see all that in a perfectly harmless bit of cloth,’ he said.
‘What’s the point of it, then?’ Robyn challenged him. ‘Why use cloth to advertise cigarettes?’
‘Well, that’s the name of ‘em, isn’t it? Silk Cut. It’s a picture of the name. Nothing more or less.’
‘Suppose they’d used a picture of a roll of silk cut in half - would that do just as well?’
‘I suppose so. Yes, why not?’
‘Because it would look like a penis cut in half, that’s why.’

De Duitse dichter en schrijver Christian Felix Weiße werd geboren op 28 januari 1726 in Annaberg, in het Erzgebergte. Hij is een belangrijke vertegenwoordiger van de Verlichting. Behalve met zijn gedichten en toneelstukken had Weiße veel succes met zijn tijdschrift Der Kinderfreund dat van 1775 tot 1782 verscheen en dat beschouwd wordt als Duitslands eerste tijdschrift voor kinderen.
Die Zufriedenheit
Wie sanft, wie ruhig fühl' ich hier
Des Lebens Freuden ohne Sorgen!
Und sonder Ahnung leuchtet mir
Willkommen jeder Morgen.
Mein frohes, mein zufried'nes Herz
Tanzt nach der Melodie der Haine,
Und angenehm ist selbst mein Schmerz,
Wenn ich vor Liebe weine.
Wie sehr lach' ich die Großen aus,
Die Blutvergießer, Helden, Prinzen!
Denn mich beglückt ein kleines Haus,
Sie nicht einmal Provinzen.
Wie wüten sie nicht wider sich,
Die göttergleichen Herr'n der Erden!
Doch brauchen sie mehr Raum als ich,
Wenn sie begraben werden?

De Duitse schrijver Hermann Peter Piwitt werd geboren op 28 januari 1935 in Wohldorf bij Hamburg. Hij groeide op in Frankfurt am Main. Piwitt studeerde sociologie, filosofie en literatuurwetenschap in Frankfurt am Main, Berlijn en München. 1967 – 1968 Werkte hij als lector bij de Rowohlt Verlag in Hamburg. In 1968 begon zijn medewerking aan het tijdschrift „konkret“. Zijn verhalend werk belicht vooral de toestand in Duitsland en Italië. De maatschappijcriticus Piwitt komt naar voren in zijn essays over politieke thema’s.
Uit: Ein unversöhnlich sanftes Ende (1988)
„An einem Frühjahrsmorgen zwei Jahre später rückte der Feind ein, der Krieg war aus, und am Nachmittag spielten wir Fußball, nicht wie bisher auf der Straße, denn die war inzwischen gesperrt und voll von Panzern und Militärfahrzeugen, sondern auf einer Wiese nebenan. Eines Tages tauchte ein schlaksiger Junge mit einer brillantinegestärkten Schmachtlocke in der Stirn am Rand des Spielfelds auf. Er stand eine Weile so da in weißen Turnschuhen, die er dann "Badeschuhe" nannte. Und wenn ein Ball ins Aus ging, schnappte er ihn sich mit der Spitze und gab, nein, ditschte ihn ins Feld zurück. So wie das eben einer macht, der einem sagen will: Ich will mitspielen. Wir ließen ihn. Er wirkte weich in seinen Bewegungen und hatte Übergewicht; und doch ging er locker, fast federnd. Und dabei paddelte er über den großen Zeh. Und so spielte er und zog ab. Mit dem Außenrist. In seinen Badeschuhen. Ditschi, wie er dann hieß, zeigte uns den Schalker Kreisel: den Ball nicht direkt zuspielen, sondern in den freien Raum, in den dann der Mitspieler lief. Hepp, rief Ditschi, und: Cheerio!
Wir wählten damals vor jedem Spiel die Mannschaften neu. So, daß jeder mal, auch der Kleinste und Schlechteste, zusammen mit den Besten gewinnen und verlieren konnte. Aber einmal passierte es, daß die einen unerwartet hoch verloren, und die anderen setzten einen Kopfball nach dem anderen ins Tor, das aus zwei Mützen bestand und dem Jüngsten, der es sauber zu halten hatte, und das war ich. Wir hatten damals den Tick, jedes Wort mit 'o' enden zu lassen. Das hörte sich dann so an: Hasto duo eino Knallo? Und so hießen die beiden Mannschaften schnell "Glatzomanno" und "Müdomanno". Mit den "Müdomanno" blieb ich offenbar zusammen auch, als ich später im Verein spielte. Mit dem Kreisel traten wir gegen die Bauernjungen der umliegenden Dörfer an. Aber sie husteten uns was und droschen uns zusammen.”

20:37 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: christian felix weisse, ramsey nasr, colette, ismail kadare, jose marti, miguel barnet, david lodge, hermann peter piwitt |
Facebook |













