22-02-18

Arnon Grunberg, Rob Schouten, Ruben van Gogh, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kis, Sean O'Faolain, Ishmael Reed, Edna St. Vincent Millay

 

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit:Aan nederlagen geen gebrek

„Aan Jan Ritsema Amsterdam, 25 februari 1991
Geachte heer Jan Ritsema,
Ons gesprek van verleden week in Scheltema heeft mij met de neus op de feiten gedrukt, of was althans de katalysator daarvoor. Dat mijn tekstjes emotionele interrupties zouden zijn gaat nog niet ver genoeg, afscheidingen van een zieke zijn het. En was die ziekte nog maar iets verhevens, maar het is de meest triviale, banale ziekte die een mens zich kan indenken. Als tussen de mieren de handen waren, die mij langdurig zouden verdoven, die mij uiteen zouden rijten, geloof me, ik zou dat armzalige geploeter laten voor wat het is en tussen de mieren gaan wonen. Hierbij een kort tekstje van mij, niet naar jou gestuurd in enige functie of hoedanigheid. Meer om als wij elkaar weer eens ontmoeten in smoezelige cafés, braakliggende etablissementen, wij naast de belangrijke dingen van het leven 't een en ander de revue kunnen laten passeren. Intussen hoop ik dat de helse depressiviteit, die zo ik weet, ook jouw megalomane stemmingen met een satanisch genoegen afbreekt en doet omslaan in walging en nog eens walging, uit is gebleven.
Morgen reis ik weer af naar Rotterdam en 's avonds zal ik in café Scheltema Johanna ter Steegem treffen. Of ik daar dan werkelijk gewichtig moet doen over een of andere monoloog die ik nog moet gaan schrijven of bij gebrek aan iets beters Baudelaire zal citeren (dronken moet je zijn, dronken van de poëzie, het leven, de liefde, maar dronken moet je zijn) weet ik nog niet. Het zal wel weer bij een hoop grote woorden blijven.
Ik houd je op de hoogte, een groet en sterkte,
Arnon

 

 
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)
Cover

Lees meer...

22-02-17

Arnon Grunberg, Rob Schouten, Ruben van Gogh, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kis, Sean O'Faolain, Ishmael Reed, Edna St. Vincent Millay

 

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Moedervlekken

“Kadoke wil aanbellen, maar het gras doet hem aarzelen. Hij pakt de tuinslang en begint de voortuin water te geven, de bomen, de planten, het gazon. De zoon die, zoals dat van hem werd verwacht, psychiater is geworden verzorgt de tuin. Vroeger speelde hij weleens badminton met zijn vader in de voortuin. Die tijd is voorbij, er wordt nu voornamelijk naar het gras gekeken als naar een vertrouwd en toch nog altijd mooi schilderij. Het heeft al bijna tien dagen niet geregend, op het gras zijn gele plekken ontstaan. Jarenlang is het hier goed onderhouden, met liefde is aan deze tuin gewerkt, in elk geval met een volharding en een verantwoordelijkheidsgevoel die niet van liefde te onderscheiden zijn. Doorzettingsvermogen is ook liefde – de weigering om op te geven, de weerzin om te verliezen, om te sterven, allemaal vormen van liefde. Tragisch dat een korte periode van droogte zo’n ravage aanricht.
Het is vroeg in de ochtend maar nu al warm. Een buurvrouw staart naar hem, maar Kadoke doet alsof hij haar niet ziet. Er is niets merkwaardigs aan dit tafereel: de zoon geeft de verdorde tuin water, de goede zoon, de zich om alles en nog wat bekommerende zoon, de zoon die leeft opdat anderen niet hoeven te sterven.
Maar hij kan zich nu juist niet om alles bekommeren, of beter gezegd: zijn zorg leidt niet altijd tot het gewenste resultaat. Dát is het probleem. Hij heeft de meisjes instructies gegeven, sommige heeft hij in het Engels opgeschreven en in de keuken op een kast gehangen en terwijl hij het gras water geeft, begint hij zich af te vragen waarom zijn simpele instructies niet zijn opgevolgd. ‘Please, water the garden when the lawn is dry’; zo moeilijk is dat toch niet te begrijpen? De jonge vrouwen die zijn moeder verzorgen kunnen best tussendoor de tuin besproeien. Zo intensief hoeft moeder ook weer niet in de gaten te worden gehouden, dat er geen tijd meer is voor het gras.
Kadoke weet wie hij is: Otto Kadoke, kalm, toegewijd maar niet té empathisch, dat is slecht voor de kalmte, slecht voor de behandeling, de arts moet niet te nabij komen. De nadruk ligt op de derde lettergreep, het is Kadoké, maar als mensen zijn naam verkeerd uitspreken corrigeert hij hen niet. Wat is een naam? Hooguit een geschiedenis waartoe je je moet verhouden. Ze mogen hem ook ‘dokter’ noemen. Officiële papieren ondertekent hij met O. Kadoke.”

 

 
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

Lees meer...

22-02-16

Arnon Grunberg, Ruben van Gogh, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Ki¨, Sean O'Faolain, Ishmael Reed, Edna St. Vincent Millay

 

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: De asielzoeker

“In minder dan een kwartier staan ze weer op straat. De vrouwelijke getuige deelt nog wat amandelcake uit die Beck, vooral uit beleefdheid, staand op het trottoir opeet. Dan moet ze weg. Ze heeft haast. Ook bij het afscheid kan hij haar naam niet verstaan. Hij kijkt haar na, met in zijn hand een tot een propje zilverpapier.
'Misschien wilt u even met ons meekomen voor een kopje thee?' zegt Beck tegen de asielzoeker. 'Dan kunt u zien hoe we wonen.'
'Graag,' zegt de asielzoeker, 'maar niet te lang.'
Beck duwt de rolstoel, de asielzoeker loopt ernaast. Af en toe, als hij stilstaat bij een stoplicht, stopt Beck zijn neus in de hals van zijn vrouw om haar te ruiken. Meer dan zijn vrouw ruikt hij ziekenhuis.
Bij hun woning aangekomen helpt Beck zijn vrouw uit de rolstoel. Ze moeten twee trappen op. Dat kan ze net.
'Ik draag haar wel,' zegt de asielzoeker. Hij neemt Becks vrouw op zijn rug, ze klampt zich aan hem vast en Beck klapt de rolstoel in.
'Gaat het?' vraagt Beck voor de zekerheid.
'Ja,' zegt zijn vrouw, 'het gaat, dit gaat uitstekend.' Ze heeft zich met al haar kracht aan de nek van de asielzoeker geklampt.
Beck vindt het een grappig, misschien zelfs ontroerend gezicht, al is hij even bang dat ze zullen vallen. Het herinnert hem aan iets, hoe zijn vrouw daar hangt, maar hij weet niet waaraan. Voor ze aan de beklimming beginnen knijpt hij haar zachtjes en vriendschappelijk in de billen. Ze gaan de twee trappen naar boven, de asielzoeker met Becks vrouw, Beck zelf met haar rolstoel.
Even later zitten ze in de woonkamer, alleen Beck blijft staan.
'Dat ben ik door de drukte helemaal vergeten,' zegt hij, 'ik heb jullie nog niet gefeliciteerd.' Hij geeft de asielzoeker een hand en kust zijn vrouw. Hij blijft bij haar staan en zegt: 'Willen jullie wat drinken? Er is niet veel, maar wat er is kunnen we opmaken. Dit is een mooie dag, vinden jullie niet? Dit moet wel een mooie dag zijn.'
 

 
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

Lees meer...

22-02-15

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Ki¨, Sean O'Faolain, Jane Bowles, Ishmael Reed

 

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Apocalyps

“Als kind heb ik veel in de zon gezeten. Mijn vader runde een vakantiepark (met bungalows, zwembad, restaurant en disco) aan het Gardameer. De zomers bracht ik door bij het zwembad. Toen ik oud genoeg was werkte ik in de keuken of ik hielp mee ijs te verkopen aan de bar naast het zwembad, waar we ook cocktails verkochten en snacks, maar ijs scheppen vond ik het leukst. Ik ontdekte al vroeg mijn commerciële talenten, de verkoop lag mij. Mijn ouders stimuleerden mijn commerciële talenten, zij het op speelse wijze. Er lag geen grote druk op mij. Als ik veel ijs had verkocht kreeg ik een cadeautje, een autootje, een voetbal, of ik mocht extra lang opblijven. Ik heb veel geknikkerd.
Vooral mijn vader was gelovig, hij was een fanatieke kerkganger, maar toen ik hem vertelde dat ik echt geen misdienaar meer wilde zijn knikte hij, verder zei hij niets. Ik heb een jongere broer. Met hem had ik weinig contact, hij hield niet van de zon, hij zat veel binnen. We gingen elkaar uit de weg.
Ik werd naar een internationale school gestuurd. In feite ben ik drietalig opgevoed: Nederlands, de taal van mijn ouders, Engels, de taal die op de internationale school werd gesproken, en Italiaans, de taal van het land waar ik mijn jeugd doorbracht en waar ik mijn commerciële talenten heb kunnen ontwikkelen.
Voor zover een jeugd zorgeloos kan zijn was de mijne zorgeloos. Mijn moeder overleed vrij jong, op mijn zestiende, toen was mijn jeugd feitelijk al voorbij.
Het lag voor de hand dat ik mijn commerciële talenten zou uitbuiten en in de verkoop zou gaan, maar ik besloot fysiotherapeut te worden. Het werken met lichamen trok me uiteindelijk meer dan de verkoop. Mijn halve jeugd heb ik halfnaakte mensen gezien, ik heb de mens leren kennen in zwemkleding. De scheiding tussen lichaam en ziel ervaar ik als iets onnatuurlijks, het lichaam ís de ziel. De fysiotherapie leek mij een natuurlijk vervolg op mijn jeugd aan het Gardameer. Stiekem was ik altijd al fysiotherapeut geweest.
In de winter ging het vakantiepark dicht, mijn vader richtte zich dan op het exporteren van Italiaanse olijfolie en wijnen naar Nederland. Ook hij had commerciële aanleg. Om van je naaste te kunnen houden als van jezelf moest je volgens mijn vader voldoende geld op je bankrekening hebben staan. Voor mij waren de winters een wachtkamer. Het leven begon pas weer als ik in mijn zwembroek langs de badgasten kon paraderen en als ik ze hoorde fluisteren: ‘Dat is de zoon van de eigenaar,’ dan was ik gelukkig.”

 

 
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

Lees meer...

22-02-14

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Sean O'Faolain, Jane Bowles, Ishmael Reed

 

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Huid en haar

'Waar wacht je op?' vraagt Lea.
Ze draagt een zwarte wollen jas met een bontkraag, tweedehands gekocht. Ze kan zich zulke jassen niet nieuw permitteren. Lea reist lichtbepakt. Een rugzak, meer heeft ze niet nodig voor vijf dagen. Met een föhn krijg je de meeste kreukels uit je kleren.
Op haar knie ligt een hand. Maar een hand op een knie is nog geen intimiteit.
'Waarvan bent u precies een kenner?' had een professor haar die avond tijdens een staande receptie gevraagd terwijl hij schijnbaar terloops haar bovenarm aanraakte. Ze had het onprettig gevonden. De vraag en de aanraking.
Een uur daarvoor had ze haar jurk in de badkamer opgehangen aan de rail waaraan ook het douchegordijn was bevestigd en hem met de föhn behandeld. De kreukels gingen er minder goed uit dan ze had gehoopt. Morgenochtend gaat ze naar huis, dan kan ze haar jurk laten stomen.
Kenner. Een belachelijk woord. Je kunt het eigenlijk alleen ontkennend gebruiken, als in: 'Ik ben geen kenner van porseleinwerk.' Ze is een kenner van Rudolf Höss, dat moest ze toegeven.
'Höss,' had ze geantwoord. Vervolgens had ze zich geëxcuseerd met de woorden: 'Even kijken of hier nog meer mensen zijn die ik ken.'
In de verte, ingeklemd tussen een pilaar en een gesticule- rende man met een baard, had ze Roland Oberstein zien staan. Ze had de behoefte gevoeld om op hem af te stappen en zonder verdere plichtplegingen tegen hem te zeggen: 'Red mij.'
Pathetisch natuurlijk. Maar is hoop op redding niet per definitie pathetisch? Hebben we leren leven zonder hoop? Als we al redding zoeken, mogen we dan alleen diep in onszelf graven?
Ze weigert dit te aanvaarden.
De professor was achter haar aangelopen. 'Höss,' had hij gezegd, 'de commandant van Auschwitz. Boeiend. Had hij niet een verhouding met een gevangene in het kamp?”

 

 
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

Lees meer...

22-02-13

Danilo Kiš, Sean O'Faolain, Jane Bowles, Ishmael Reed

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook alle tags voor Danilo Kiš op dit blog.

 

Uit: Garden, Ashes (Vertaald door William J. Hannaher)

 

“The little jars and glasses were just samples, specimens of the new lands at which the foolish barge of our days would be putting ashore on those summer mornings. Fresh water glistened in the glass, and we would drink it down expertly, in tiny sips, clucking like experienced tasters. We would sometimes express dissatisfaction by grimacing and coughing: the water was tasteless, greasy like rainwater, and full of autumnal sediment, while the honey had lost its color and turned thick and turbid, showing the first signs of crystallization. On rainy days, cloudy and gloomy, our fingerprints would stay on the teaspoon handle. Then, sad and disappointed, hating to get up, we would back under the covers to sleep through a day that had started out badly.

The branches of the wild chestnut trees on our street reached out to touch each other. Vault overgrown with ivylike leafage thrust in between these tall arcades. On ordinary windless days, this whole architectural structure would stand motionless, solid in its daring. From time to time the sun would hurtle its futile rays through the dense leafage. Once they had penetrated the slanting, intertwined branches, these rays would quiver for a while before melting and dripping onto the Turkish cobblestones like liquid silver. We pass underneath these solemn arches, grave and deserted, and hurry down the arteries of the city. Silence is everywhere, the dignified solemnity of a holiday morning. The postmen and salesclerks are still asleep behind the closed, dusty shutters.s we move along past the low one-story houses, we glance at each other and smile, filled with respect: the wheezings of the last sleepers are audible through the dark swaying curtains and accordion shutters. The great ships of sleep are sailing the dark Styx. At times it seems as though the engines will run down, that we are on the verge of a catastrophic failure. One engine starts to rattle, to lose its cadence, to falter, as if the ship has run aground on some underwater reef. But the damage has apparently been repaired, or possibly there had never been any damage at all. We are sailing downstream, at thirty knots.”

 

 

Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)

Lees meer...

22-02-12

Danilo Kiš, Sean O'Faolain, Ishmael Reed

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook alle tags voor Danilo Kiš op dit blog.

 

Uit: Garden, Ashes (Vertaald door William J. Hannaher)

 

Late in the morning on summer days, my mother would come into the room softly, carrying that tray of hers. The tray was beginning to lose its thin nickelized glaze. Along the edges where its level surface bent upward slightly to form a raised rim, traces of its former splendor were still present in flaky patches of nickel that looked like tin foil pressed out under the fingernails. The narrow, flat rim ended in an oval trough that bent downward and was banged in and misshapen. Tiny decorative protuberances – a whole chain of little metallic grapes – had been impressed on the upper edge of the rim. Anyone holding the tray (usually my mother) was bound to feel at least three or four of these semicylindrical protuberances, like Braille letters, under the flesh of the thumb. Right there, around those grapes, ringlike layers of grease had collected, barely visible, like shadows cast by little cupolas. These small rings, the color of dirt under fingernails were the remnants of coffee grounds, cod-liver oil, honey sherbet. Thin crescents on the smooth, shiny surface of the tray showed where glasses had just been removed. Without opening my eyes, I knew from the crystal tinkling of teaspoons against glasses that my mother had set down the tray for a moment and was moving toward the window, the picture of determination, to push the dark curtain aside. Then the room would come aglow in the dazzling light of the morning, and I would shut my eyes tightly as the spectrum alternated from yellow to blue to red. On her tray, with her jar of honey and her bottle of cod-liver oil, my mother carried to us the amber hues of sunny days, thick concentrates full of intoxicating aromas.“

 

 

Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)

Lees meer...

22-02-11

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Jane Bowles, Ishmael Reed

 

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008 en ook mijn blog van 22 februari 2009 en ook mijn blog van 22 februari 2010.

 

Uit: De asielzoeker

 

„Beck kijkt omhoog naar de asielzoeker, en die knikt hem welwillend toe. Zo van, houd je maar koest, we maken nog wel een echte man van je. Dit is waanzin, denkt Beck, mijn vrouw is waanzinnig, ik ben waanzinnig, de asielzoeker is waanzinnig, mijn leven is honderd procent waanzin geworden. Maar dan verwerpt hij die gedachte. Als je je geluk eenmaal terzijde hebt geschoven veranderen de categorieën, je houdt op je steeds af te vragen wat je eraan hebt, wat je eraan overhoudt, in plaats daarvan onderga je, je leeft voor een doel dat groter is dan je eigen geluk, en daarmee krijgt bijna elke vraag een antwoord, elke situatie zin: voor jou, voor jou, en nog eens voor jou.

Hij noemt het gelatenheid, maar zijn vrouw heeft iets tegen die term, ze vindt hem te negatief. 'Je laat gaan,' heeft Beck vaak gezegd, 'dat is gelatenheid, je legt je neer bij de kracht van het toeval. Er is geen rede, er bestaat geen verband.'

De getuige van de asielzoeker arriveert zonder kloppen. Het is een vrouw, een ondefinieerbaar iemand eigenlijk, Beck kan niet eens haar naam verstaan. Ze heeft cake bij zich, amandelcake in zilverpapier, die ze uitdeelt. Erg vriendelijk, maar Beck had het liever zonder amandelcake doorstaan.

'Bent u ook een,' begint de ambtenaar te vragen, maar dan onderbreekt hij zichzelf, kucht even en zegt: 'U bent ook niet van hier, neem ik aan?'

De vogel knabbelt aan haar stuk cake, maar moet die na een paar happen laten staan. Misselijk is ze de laatste weken, alsof ze zwanger is. Beck klopt de kruimels van haar schoot en legt ze op tafel. Hij wil haar mond schoonvegen, maar ze rukt hem het servet uit handen.

'Laten we beginnen,' zegt de ambtenaar. 'We hebben allemaal nog meer te doen vandaag.'

Beck veegt de nu vrijwel onzichtbare kruimels van de schoot van zijn vrouw. Overbodig, volstrekt overbodig. In de toewijding waarmee hij iedere dag zijn overbodige handelingen verricht schuilt zijn waardigheid.

De ceremonie is kort, maar redelijk aangenaam. De ambtenaar glimlacht een paar keer. Tot Becks verbazing zijn er zelfs ringen. Ze blijken uit een automaat te komen.“

 

 


Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

Lees meer...

22-02-10

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Jane Bowles, Ishmael Reed


De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008 en ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

Uit: Tirza

 

De gasten druppelen later binnen dan Hofmeester verwachtte. Het is half acht en er is nog niemand. Daarom eet hij de eerste portie gebakken sardines zelf maar op. Eigenlijk had hij pas later op de avond willen beginnen met het bakken van de sardines, maar hij had zich niet in kunnen houden. Drie sardines heeft hij al op. Hij eet de graat mee. Je merkt er weinig van, het zijn zulke kleine visjes.
Hij loopt naar Tirza’s kamer om haar een versgebakken sardientje aan te bieden. Ze heeft een zwarte jurk aan die al jaren in haar kast hangt, niet de jurk die hij samen met haar voor dit feest heeft aangeschaft. Een van driehonderd euro met bijpassende schoenen van bijna hetzelfde bedrag.
Hij moet teleurgesteld hebben gekeken, want ze slaat een arm om hem heen en zegt: ‘Ik doe hem nog weleens aan, pap, maar vanavond staat hij me niet.Vanavond gaat echt niet. Ik ben er niet voor in de stemming. Het is gewoon niet de jurk die bij deze avond hoort.’
Hij glimlacht grootmoedig met het bord sardientjes in zijn hand. ‘Maar we hebben hem voor deze avond gekocht, Tirza, speciaal voor jouw feest,’ zou hij willen zeggen. Hij zwijgt. Zijn teleurstellingen zijn zijn zaak. Ze moeten onzichtbaar blijven voor de wereld. Als Tirza zich omdraait, glimlacht haar vader nog steeds, schijnbaar onaangedaan. ‘Jou staat alles,’ zegt hij en laat haar alleen.
Hofmeester opent de badkamerdeur. Ibi is in bad gaan liggen met de Elle, het soort damestijdschrift dat ze vroeger verachtte.
‘Papa,’ roept ze, ‘kun je niet kloppen?’
Hij laat zijn blik gedachteloos over haar lichaam glijden, een paar seconden staart hij naar haar buik.‘Sorry,’ zegt hij,‘ben je zwanger?’
‘Papa,’ roept ze, ‘stel niet dat soort rare vragen en laat me alleen.’
Hij sluit de badkamerdeur en gaat zijn slaapkamer binnen. De echtgenote weet nog altijd niet wat ze zal aantrekken. Om de moeilijke beslissing uit te stellen – misschien schiet haar plotseling iets te binnen – föhnt ze eerst haar haren.Vrijwel naakt zit ze voor de spiegel in de slaapkamer, de föhn losjes in haar handen. Een nasmeulende peuk in een asbak.Kennelijk heeft ze de asbakken ergens gevonden.“


 

arnon-grunberg300

Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008 en ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

 

 

VORST

 

Is Vorst

         breken scherp en helder de stenen rijen

         wegen scheuren

Schel schelt de schel

         van de trem in de duizelruimte

         hoge hoepel

         staalhemel   staalhelm

Naar klare spanbanen strammen stappen

         laarzen slaan de straat tot luide ruimte

 

Is Vorst

         breken stenen scherp

         slaan laarzen klaar

         schellen de schellen schel

         helder

 

                  helder

                            helder

         duizelruimte luidt

 

 

 

 

 

ARCHAÏSCHE PASTORALE

 

Ter kerk ging

de kleine jonkvrouw

                   in haar linkerhand draagt zij

                   voor de kleinsten suiker en zoethout

 

                   in haar rechter   haar hart

                   roza suikergoed

                               voor Onze Lieve Vrouw

 

en heel wit

           kaarswit

zo is zij

           simpele zang

           in haar oranje franjeskleed

           het blauwe lint is blauw toch

Blauw

 

 

 

 

Avondgeluiden


Er moeten witte hoeven achter de zoom staan

van de blauwe velden langs de maan

's avonds hoort gij aan de verre steenwegen

paardehoeven

dan hoort gij alles stille waan

van verre maanfonteinen zijpelt plots water

-gij hoort plots het zijpelen

van avondlik water -

de paarden drinken haastig

en hinniken

dan hoort men weer hun draven stalwaarts

 

 

 

 

 

van_ostaijen
Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008 en ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

 

Ich liebte nicht

 

Ich liebte nicht die Totenkopfhusaren

Und nicht die Mörser mit den Mädchennamen

Und als am End die großen Tage kamen,

Da bin ich unauffällig weggefahren.

 

Gott sei's geklagt und ihnen, meine Damen:

Gleich Absalom blieb ich an langen Haaren,

Dieweil sie schluchzten über Totenbahren

Im Wehbaum hängen aller ihrer Dramen.

 

Sie werden auch in diesen Versen finden

Manch Marterspiel und stürzend Abenteuer.

Man stirbt nicht nur durch Minen und durch Flinten.

 

Man wird nicht von Granaten nur zerrissen.

In meine Nächte drangen Ungeheuer,

Die mich die Hölle wohl empfinden ließen.

 

 

 

 

Cabaret

 

Der Exhibitionist stellt sich gespreizt am Vorhang auf

und Pimpronella reizt ihn mit den roten Unterröcken.

Koko der grüne Gott klatscht laut im Publikum.

Da werden geil die ältesten Sündenböcke.

 

Tsingtara! Da ist ein langes Blasinstrument.

Daraus fährt eine Speichelfahne. Darauf steht: »Schlange«.

Da packen alle ihre Damen in die Geigenkästen ein

und verziehen sich. Da wird ihnen bange.

 

Am Eingang sitzt die ölige Camödine.

Die schlägt sich die Goldstücke als Flitter in die Schenkel.

Der sticht einer Bogenlampe die Augen aus.

Und das brennende Dach fällt herunter auf ihren Enkel.

 

 

 

 

Hugo_Ball
Hugo Ball (22 februari 1886 – 14 september 1927)

 

 

 

 

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008 en ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

Uit: Ein Grabmal für Boris Dawidowitsch (Vertaald door Ilma Rakusa)

 

»Mögen die Angaben über seine früheste Kindheit noch so nichtssagend sein – sie beschwören deutlich genug die provinzielle Grisaille mitteleuropäischer Kleinstädte zu Beginn dieses Jahrhunderts: die ebenerdigen grauen Häuser mit ihren Höfen, welche von der langsam vorbeiziehenden Sonne durch eine klare Demarkationslinie in Quadrate von tödlicher Helligkeit und von modrigem, finsterem Schatten zerteilt werden; die Akazienalleen, die im Frühling widerlich duften, wie die nach Kinderkrankheiten riechenden Hustensirupe und Hustenbonbons; den kühlen Barockglanz der Apotheke mit ihren strahlendweißen gotischen Porzellangefäßen; das düstere gimnázium mit dem gepflasterten Schulhof (Bänke von abgeblättertem Grün, galgenähnliche verlassene Schaukeln, weißgetünchte Holzklosette); das Rathaus in Mariatheresiagelb, der Farbe welker Blätter und herbstlicher Rosen, wie’s in den Romanzen heißt, welche die Zigeunerkapelle allabendlich im Garten des Grandhotels zum besten gibt.
Karl Taube, der Sohn des Apothekers, träumte – wie viele Kinder der Provinz – von jenem glücklichen Tag, da er durch seine dicken Brillengläser zum letzten Mal, aus der Vogelperspektive des Abschieds, auf seine Stadt blicken würde – mit der gleichen Trauer und Abscheu, die man empfindet, wenn man im Album der Gymnasiumszeit mit der Lupe die abgeschmackten gelben Schmetterlingsleichen betrachtet. Im Herbst 1920 bestieg er im Budapester Ostbahnhof den Erste-KlasseWagen des Schnellzugs Budapest-Wien; als der Zug sich in Bewegung setzte, winkte der junge Karl noch einmal seinem Vater zu (der mit wehendem Seidentaschentuch wie ein kleiner dunkler Fleck in der Ferne verschwand), dann trug er seine Ledertasche eilig in den Dritte-Klasse- Wagen und setzte sich zwischen die Arbeiter.«

 

 

 

 

Danilo_Kis_az_Alternativ_kulturalis_forumon
Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)

Hier samen met Susan Sontag

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jane Bowles werd als Jane Auer geboren op 22 februari 1917 in New York. Zie ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

Uit:  Jane und Paul Bowles. Leben ohne anzuhalten (Dubbelbiografie van Jens Rosteck)

 

„Die höchst unkonventionelle Verbindung zweier der wichtigsten amerikanischen Schriftsteller ihrer Ära nahm im Vorkriegs- New York der späten Dreißiger ihren Anfang, führte das Duo auf Abenteuerreisen nach Mittelamerika und Paris, zum Inselkauf nach Sri Lanka und schließlich in einen jahrzehntelang

währenden (Alp-) »Traum am Ende der Welt«, in das Tanger der Nachkriegszeit.

Dort, im Grenzland zwischen Europa, Afrika und Atlantik, im ästhetischen, gesellschaftlichen wie erotischen Freiraum der »Internationalen Zone«, kamen sie Hippies, Drogenabhängigen und Aussteigern zuvor, hielten bereits ab den frühen Fünfzigern Hof, standen im Zentrum mondäner Parties, erweiterten ihre Kreativität und erprobten neue Schreibtechniken durch ungehemmten Kif-Konsum, spürten den Musiktraditionen des Maghrebs nach, erkundeten die Wüste, nahmen an rituellen Trance-Zeremonien teil, wurden Zeugen innenpolitischer Unruhen. Und lockten bald die Vertreter der beat generation – mit der sie nicht allzuviel gemein hatten, aber schleunigst von ihr

vereinnahmt wurden – in ihr Refugium an diesem geheimnisvollen, abgründigen und gefährlichen äußersten Zipfel Nordwestafrikas voller Verheißung, in die dream city.

Beide wurden in und um New York geboren. Beide verweigerten sich frühzeitig tradierten Vorstellungen von Familienleben und Männer- oder Frauenrolle. Jane wuchs vaterlos mit einer dominanten Mutter auf, erlitt einen schweren Reitunfall und wurde zu Pflegeaufenthalten in schweizerische Sanatorien eingewiesen. Nach unwirklichen Monaten in alpinem Ambiente kehrte sie auf einem Atlantikdampfer in die Staaten zurück, wo sie einem enfant maudit der französischen Literatur, dem Romancier Céline, begegnete – ein Schlüsselerlebnis. Janes augenblicklichen Entschluß, selbst Schriftstellerin zu werden, krönte ein abgeschlossener Roman

der Jugendlichen in französischer Sprache. Noch nicht volljährig, lebte sie mit älteren Gefährtinnen zusammen, führte ein Bohème-Dasein in Manhattan und wurde zum Dauergast so mancher Lesbenlokale. Die kettenrauchende Trinkerin, Exzentrikerin und Vielrednerin laborierte jahrelang an Romanen (Two Serious Ladies) und Fragmenten, bei deren mühseligem Abschluß ihr Paul willkommene Hilfestellung leistete.“

 

 

 

JaneBowles
Jane Bowles (22 februari 1917 – 4 mei 1973)

Hier met Truman Capote

 

 

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee. Zie ook mijn blog van 22 februari 2009.

 

 

beware : do not read this poem

 

tonite, thriller was
abt an ol woman, so vain she
surrounded herself w /
many mirrors

 

it got so bad that finally she
locked herself indoors & her
whole life became the
mirrors

 

one day the villagers broke
into her house , but she was too
swift for them . she disappeared
into a mirror
each tenant who bought the house
after that , lost a loved one to

 

the ol woman in the mirror :
first a little girl
then a young woman
then the young woman/s husband

 

the hunger of this poem is legendary
it has taken in many victims
back off from this poem
it has drawn in yr feet
back off from this poem
it has drawn in yr legs

 

back off from this poem
it is a greedy mirror
you are into this poem . from
the waist down
nobody can hear you can they ?
this poem has had you up to here
belch
this poem aint got no manners
you cant call out frm this poem
relax now & go w / this poem

move & roll on to this poem

do not resist this poem
this poem has yr eyes
this poem has his head
this poem has his arms
this poem has his fingers
this poem has his fingertips

 

this poem is the reader & the
reader this poem

 

statistic : the us bureau of missing persons re-
ports that in 1968 over 100,000 people
disappeared leaving no solid clues
nor trace only
a space in the lives of their friends

 

 

 

 

IshmaelReed
Ishmael Reed (Chattanooga, 22 februari 1938)


Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

22-02-09

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Jane Bowles, Ishmael Reed, Morley Callaghan, Jules Renard, Sean O'Faolain, James Russell Lowell, Edna St. Vincent Millay, Ottilie Wildermuth


De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008.

 

Uit: Onze Oom

 

De aangebrande korsten van een stoofschotel? Rijst met restjes vlees? Hij was uit de slaapkamer gekomen om te kijken wat er aan de hand was, waar het geluid vandaan kwam, wat dat geluid te betekenen had, hoewel dat een overbodige vraag was – wat kon zo’n geluid betekenen? – en daarop had hij haar voor het eerst gevoeld. Hoewel ze enkele meters van hem vandaan stond, had hij het idee dat ze hem aanraakte. Nog voor hij haar had gezien, nog voor het licht van zijn zaklantaarn op haar gezicht was gevallen, meende hij dat ze hem betastte zoals een blinde dat doet.
Hij was zijn carrière begonnen als verkenner. Hij rook de ander voor hij hem zag. En hoewel die alertheid was verdwenen, ze had hem verlaten zoals een geliefde je verlaat, was ze er deze nacht weer. Sterker dan vroeger. Even had hij de zekerheid terug dat het leven niets anders was dan de concentratie waarmee je je omgeving observeerde.
Hij had haar beschenen met zijn zaklantaarn, hij had haar vlechten gezien, niet voor lang, maar lang genoeg om te besluiten dat hij meer licht nodig had. Ze had op dezelfde plek gestaan waar ze nu nog steeds stond.
Hij bleef haar aankijken terwijl zijn ondergeschikten elders zwijgend door het huis liepen en hij de zaklantaarn op de grond richtte om haar niet te verblinden. Een ogenblik had hij zich afgevraagd of ze wist wat er in de slaapkamer met haar ouders was gebeurd, maar toen had hij zich weer geconcentreerd op haar vlechten, de langste vlechten die hij ooit had gezien.“

 

 

 

Grunberg
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008.

 

 

 

Verlangen

 

Meenge mooie meid heeft door de domme, lange nacht,

naar het naakte bijzijn van de minnaar smartelik getracht,

zij heeft in de grote leegte van haar wit bed, de peluw gekust,

als wilde ze zijn matte hoofd in rust gesust.

 

Haar hoofd was ongerust te midden van de wilde haregeur,

haar armen grepen, bang begeren, om't onzekere genot

dat zich niet bieden wou, als een wrang gebod

aan haar verlangen, door de nacht, - 'n weerstandloze deur. -

 

Haar vingren koesterden de naaktheid van het eigen lijf en rilden;

het eigen lijf dat onvoldaan bleef en vermoeid, onder het geheim

van deze koestering; de nacht, als één levende adem, trilde.

 

Haar adem ging opgelost in de nachtelike adem,

haar verlangen tot de eindelike slaap gesmacht.

Meenge mooie meid door de zware, zwoele nacht.

 

 

 

 

Else Lasker-Schüler

 

Dauwkorrels vingen mijn handen als ogen

 en mij zoende de klare ziel.

 

Witte straten, massaal leger dat naar de rustplaats,

- o, Ik centrum van de wereld, - marsjeert.

 

Woorden zijn wegvallende gordijnen:

o ontwaken van de schone prinses en het zwemmen

van haar ogen in het onvatbare water.

 

Uw verzen zijn als sterren die de onmetelikheid van de hemel

   beduiden.

Blauw: papier van de magiërster: mijn onschuld.

 

De wereld is boordevol goedheid,

doch een nieuwe drup doet de kelk niet overvloeien.

Dat is het stille, goede wonder. Het diepe wonder van de

   werkelikheid.

 

 

 

 

 

Melopee

Voor Gaston Burssens

 

Onder de maan schuift de lange rivier

Over de lange rivier schuift moede de maan

Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee

 

Langs het hoogriet

langs de laagwei

schuift de kano naar zee

schuift met de schuivende maan de kano naar zee

Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man

Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee

 

 

 

 

VanOstaijen
Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008.

 

 

Ein und kein Frühlingsgedicht

 

Ein Doppeldecker steigt aus jeder Flasche

Und stößt sich heulend seinen Kopf kaputt.

Der Übermensch verzehrt die Paprikagoulasche,

Zerbröselnd Semmeln, rülpsend in den Kälberschutt.

 

Den Gästen hängt der Kiefer bis zur Treppe,

Dort hinterlist'ge Fallen tätlich legend.

Aus dem Aburte schlitzt Lolô die Tangoschneppe,

Verpestend mit dem Lockendampf die Absinthgegend.

 

Denn siehe, ich bin bei euch alle Tage

Und meine schmettergelbe Lusttrompete packt euch an.

Der umgekippten Erektionen Frühlingsklage

Buhlt veilchenblau im Bidet mit dem Schwan(n).

 

 

 

 

 

Die Erfindung

 

Als ich zum ersten Male diesen Narren

Mein neues Totenwäglein vorgeführt,

War alle Welt im Leichenhaus gerührt

Von ihren Selbstportraits und anderen Schmarren.

 

Sie sagten mir: nun wohl, das sei ein Karren,

Jedoch die Räder seien nicht geschmiert,

Auch sei es innen nicht genug verziert

Und schließlich wollten sie mich selbst verscharren.

 

Sie haben von der Sache nichts begriffen,

Als daß es wurmig zugeht im Geliege

Und wenn ich mich vor Lachen jetzt noch biege,

 

So ist es, weil sie drum herum gestanden,

Die Pfeife rauchten und den Mut nicht fanden,

Hineinzusteigen in die schwarze Wiege.

 

 

 

 

ballhpor
Hugo Ball (22 februari 1886 – 14 september 1927)

 

 

 

 

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008.

 

Uit: A Tomb for Boris Davidovich (Vertaald door Duska Mikic-Mitchell)

 

Miksha didn’t become a master craftsman. For two more years he sewed on buttons at Reb Mendel’s listening to his Talmudic reasonings, and then was forced to leave, sent off with a curse. One day in the spring of the notable year 1925, Reb Mendel complained that one of his Cochin hens had disappeared. “Reb Mendel,” said Miksha, “look for the thief among the Jews.” Reb Medel understood the force of the insult and for some time didn’t mention his Cochin hen. Miksha was also silent; he was waiting for Reb Mendel to conquer his pride. The old man struggled within himself, each day sacrificing a hen on the altar of this Talmudic haughtiness. With a stick in his hand, he kept vigil in the chicken coop until dawn, frightening away a skunk by barking like a dog. At dawn he fell asleep, and another hen disappeared from the chicken coop. “Let the great Righteous One smite me, He who said that all living creatures are equally worthy of His care and mercy,” said Reb Mendel on this ninth day. “Is it possible that one Cochin hen worth at least five chevronets is equal to a skunk who robs the poor and stinks far and wide?” “It isn’t, Reb Mendel,” said Miksha. “A Cochin hen worth at least five chevronets can’t be compared with a stinking skunk.” He said no more. He waited for the skunk to destroy what it could destroy, and to prove to Reb Mendel that his Talmudic prattle about the equality of all God’s creatures was worthless until justice was achieved on earth by earthly means. On the eleventh day Reb Mendel, exhausted by futile vigils, swollen and red-eyed, his hair full of feathers, stood in front of Miksha and began to beat his breast. “Herr Micksat, help me!” “All right, Reb Mendel,” said Miksha. “Brush off your caftan and take the feathers out of your hair. Leave this matter to me.”

 

 

 

 

Danilo_Kis1nw
Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jane Bowles werd als Jane Auer geboren op 22 februari 1917 in New York. Zij bracht het grootste deel van haar jeugd door in Woodmere op Long Island. Op 15-jarige leeftijd kreeg zij tuberculose. Zij werd daarvoor in een sanatorium in Zwitserland behandeld, maar zou haar hele leven daar last van blijven houden. Na dit verblijf in Europa keerde zij in 1934 terug naar New York. Hier begon zij te experimenteren met biseksualiteit. Zij trouwde met de schrijver en componist Paul Bowles in 1938. Het echtpaar Bowles woonde in New York tot 1947. Daarna verhuisde Paul naar Tanger (Marokko) waar Jane een jaar later ook naartoe trok. Bowles wordt gezien als een writers' writer en is onbekend bij het grote publiek. Tennessee Williams, Truman Capote en John Ashbery beschouwden haar als een van de beste en meest onderschatte Amerikaanse schrijfsters aller tijden. Als gevolg van overmatig drankgebruik, kreeg zij een beroerte in 1957, toen zij 40 was. Haar gezondheid ging daarna steeds verder achteruit. Jane Bowles stierf op 56-jarige leeftijd in een Spaanse kliniek.

 

Uit: Zwei sehr ernsthafte Damen (Vertaald door Adelheid Dormagen)

 

In Andys Wohnung war es zum Ersticken heiß. Die Möbel waren braun, und keines der Kissen passte richtig zu den Stühlen.
"So, Endstation", sagte Andy. "Machen Sie's sich bequem. Ich ziehe mir bloß was aus." Einen Augenblick später kam er in einem Bademantel aus billigstem Material zurück. Die Enden des Gürtels waren teilweise abgekaut.
"Was ist denn mit Ihrem Gürtel passiert?", fragte Miss Goering.
"Mein Hund hat das verbrochen."
"Oh, Sie haben einen Hund?", fragte sie.
"Früher htte ich mal einen Hund, eine Zukunft und ein Mädchen", sagte er, "aber das hat sich alles geändert."

(...)

 

"Sie halten nicht viel von Gesprächen, oder?", sagte sie.
"Sie meinen 'reden'?"
"Ja."
"Nein, tu ich nicht."
"Warum denn nicht?"
"Man sagt zuviel, wenn man redet", antwortete er geistesabwesend.
"Aber interessiert es Sie denn nicht herauszufinden, wie die Menschen sind?"
Er schüttelte den Kopf. "Nein, hab keinen Bedarf, was über andere rauszufinden; und was viel wichtiger ist, die brauchen nichts über mich rauszufinden."

 

 

 

jane2
Jane Bowles (22 februari 1917 – 4 mei 1973)

Jane en Paul Bowles

 

 

 

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee, maar groeide op in Buffalo, New York, waar hij de  University of Buffalo bezocht. Reed schreef o.a. The Free-Lance Pallbearers (1967, zijn eerste roman), Yellow Back Radio Broke-Down (1969), Mumbo Jumbo (1972), Flight to Canada (1976), The Last Days of Louisiana Red (1974), Reckless Eyeballing (1986), en Japanese By Spring (1993). Ook doceerde hij 35 jaar lang aan de University of California, Berkeley,

 

 

Jacket Notes

 

Being a colored poet

Is like going over

Niagara Falls in a

Barrel

 

An 8 year old can do what

You do unaided

The barrel maker doesn't

The you can cut it

 

The gawkers on the bridge

Hope you fall on your

Face

 

The tourist bus full of

Paying customers broke-down

Just out of Buffalo

 

Some would rather dig

The postcards than

Catch your act

 

Amile from the drink

It begins to storm

 

But what really hurts is

You're bigger than the

Barrel

 

 

 

 

Reed
Ishmael Reed (Chattanooga, 22 februari 1938)

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver Morley Callaghan werd geboren op 22 februari 1903 in Toronto. Hij studeerde rechten, maar ging vervolgens als journalist voor de Toronto Daily Star werken, waarbij hij Ernest Hemingway leerde kennen. Net als Hemingway schreef Callaghan korte verhalen en trok hij naar Parijs. Tot zijn eerste werken behoren Strange Fugitive 1928, A Native Argosy 1929, A Broken Journey 1928 en Such is my Beloved 1934. Als zijn meesterwerk geldt de roman The Loved and the Lost uit 1951. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

 

Uit: Such Is My Beloved

 

„Father Dowling took off his hat and looked around slowly as if it were most important that he find a proper place to put it. He saw the room with the faded blue flowers on the wall-paper, the thick blue curtains on the window, the wide iron bed, painted white but chipped badly at the posts, and the copper-colored carpet that had a spot worn thin near the side of the bed. There were two chairs in the room. A door led into the next room. While he was looking around, the tall fair girl, who was wearing a loose blue dress that concealed the angularity of her body, assumed a ready smile, came over beside him and began to help him off with his coat with a dreadful efficiency. And the little, dark one with the round brown eyes and the smooth soft skin and a big bunch of black hair at the nape of her neck, jumped up from her chair with the same impressive efficiency, and in the affected manner of a great lady, extended her left hand with the elbow crooked as if he would be permitted just to touch the tips of her fingers. "How do you do, Sweetie. We are so mighty pleased to see you. You can't go wrong in coming here to see me."
"Who said he was coming to you?"
"He'll want to come to me. Won't you want to come to me?"
"Take it easy, Midge. Don't be so pushing. He doesn't want you. Why, he first spoke to me. You heard him speak to me. Hell, though, if Rosy Cheeks wants you, it's all the same to me."
"I'm not trying to rush him. Let him suit himself."

 

 

 

 

callaghan5
Morley Callaghan (22 februari 1903 – 25 augustus 1990)

 

 

 

 

 

De Ierse schrijver Sean O'Faolain werd geboren op 22 februari 1900 in Cork. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

 

The Heavenly Banquet

Ascribed to St Brigid

 

I would like to have the men of Heaven

in my own house;

with vats of good cheer

laid out for them.

I would like to have the three Marys,

their fame is so great.

I would like people

from every corner of Heaven.

 

I would like them to be cheerful

in their drinking.

I would like to have Jesus, too,

here amongst them.

 

I would like a great lake of beer

for the King of Kings.

I would like to be watching Heaven's family

drinking it through all eternity.

 

 

 

Vertaald door Sean O'Faolain

 

 

 

 

Sean O'Faolain
Sean O'Faolain (22 februari 1900 – 20 april 1991)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Jules Renard werd geboren op 22 februari 1864 in Châlons-du-Maine. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

Uit: La Galette

 

„C'est une espèce de galette qu'on appelle brûlée. C'est une galette plate et sèche que ma cousine Nanette fait, le jour qu'elle cuit, avec ce qu'elle gratte de pâte collée au fond de l'arche, quand elle a préparé tous ses pains de ménage. Et il faut encore, pour qu'elle se décide à faire sa galette, qu'il lui reste un morceau de beurre de la semaine. Mais j'aurais tort de m'imaginer que cette brûlée est pour moi. Nanette ne se préoccupe de personne. Elle utilise seulement les miettes de son arche.

Si je lui dis que j'aime la brûlée et que je ne connais rien de meilleur qu'un bout de brûlée chaude avec un verre de vin blanc, elle me répond :

— Moque-toi des pauvres gens comme nous. Va, mange tes gâteaux ; tu n'auras pas de notre galette de malheureux.

Voilà comme elle me répond, et le lendemain matin, de bonne heure, elle arrive portant sa brûlée dans une serviette. Elle le pose sur ma table et dit :

— Je t'apporte tout de même un quartier de brûlée. Si tu la veux, tu la prendras. Si tu ne la veux pas, tu la laisseras.

Je ne dis ni oui ni non.

— Je parie, dit-elle, que tu vas la donner à ton chien.

Je ne lève même pas les épaules.

— Et peut-être, dit-elle, que c'est trop grossier pour la fine gueule de ton chien, et qu'aussitôt que je serai partie, tu jetteras ma brûlée dans tes ordures.

J'ai l'air de ne plus entendre.“ 

 

 

 

Renard
Jules Renard (22 februari 1864 – 22 mei 1910)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, essayist, uitgever en diplomaat James Russell Lowell werd geboren op 22 februari 1819 in Cambridge, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

May is a pious fraud

 

May is a pious fraud of the almanac.

A ghastly parody of real Spring

Shaped out of snow and breathed with eastern wind;

Or if, o'er-confident, she trust the date,

And, with her handful of anemones,

Herself as shivery, steal into the sun,

The season need but turn his hour-glass round,

And Winter suddenly, like crazy Lear,

Reels back, and brings the dead May in his arms,

Her budding breasts and wan dislustred front

With frosty streaks and drifts of his white beard

All overblown. Then, warmly walled with books,

While my wood-fire supplies the sun's defect,

Whispering old forest-sagas in its dreams,

I take my May down from the happy shelf

Where perch the world's rare song-birds in a row,

Waiting my choice to upen with full breast,

And beg an alms of springtime, ne'er denied

Indoors by vernal Chaucer, whose fresh woods

Throb thick with merle and mavis all the years.

 

 

 

 

James-Russell-Lowell
James Russell Lowell (22 februari 1819 – 12 augustus 1891)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edna St. Vincent Millay werd geboren op 22 februari 1892 in Rockland, Maine. Toen zij acht jaar was scheidden haar ouders en Edna ging met haar moeder en zusters in Camden, Maine, wonen. In 1917, na haar opleiding, vestigde zij zich in New York en begon zij te schrijven om in haar onderhoud te voorzien. Haar eerste bundel Renascence and Other Poems verscheen. Onder het pseudoniem Nancy Boyd schreef zij ook korte verhalen.  In 1923 trouwde zij met de tijke Nederlander Eugen Jan Boissevain. Ook kreeg zij dat jaar voor haar bundel The Harp Weaver and Other Poems de Pulitzer Prize

 

 

 

Ashes Of Life

  

Love has gone and left me and the days are all alike;

Eat I must, and sleep I will,—and would that night were here!

But ah!—to lie awake and hear the slow hours strike!

Would that it were day again!—with twilight near!

 

Love has gone and left me and I don't know what to do;

This or that or what you will is all the same to me;

But all the things that I begin I leave before I'm through,—

There's little use in anything as far as I can see.

 

Love has gone and left me,—and the neighbors knock and borrow,

And life goes on forever like the gnawing of a mouse,—

And to-morrow and to-morrow and to-morrow and to-morrow

There's this little street and this little house.

 

 

 

 

City Trees

  

The trees along this city street,

Save for the traffic and the trains,

Would make a sound as thin and sweet

As trees in country lanes.

 

And people standing in their shade

Out of a shower, undoubtedly

Would hear such music as is made

Upon a country tree.

 

Oh, little leaves that are so dumb

Against the shrieking city air,

I watch you when the wind has come,—

I know what sound is there.

 

 

 

 

Edna_millay
Edna St. Vincent Millay (22 februari 1892 – 19 oktober 1950)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Ottilie Wildermuth werd geboren op 22 februari 1817 in Rottenburg am Neckar. In 1847 stuurde zij voor het eerste een verhaal (Eine alte Jungfer) op voor publicatie in het Morgenblatt. Toen het was aangenomen ging zij door met het schrijven van verhalen, novellen, familie-en jeugdverhalen. Zij werd een van de bekendste schrijfsters van haar tijd. In 1871 kreeg zij de grote gouden medaille voor kunst en wetenschap.

 

Uit: Eine alte Jungfer

 

In der Vorstadt des Städtchens, wo ich meine Jugend verlebt, stand ein gar freundliches Häuschen, das aus seinen vier Fenstern recht hell in die Welt hinausschaute; daneben ein Garten, nicht eben kunstvoll angelegt noch zierlich gepflegt, sondern zum Teil mit Küchengewächsen, zum größeren aber mit lustigem Gras und mit Obstbäumen bestanden. Dicht neben dem Häuschen breitete ein stattlicher Nußbaum seine dunkelgrünen Zweige aus und warf seinen Schatten und zur Herbstzeit seine Früchte gastlich weit in die Straße hinein, ein geschätzter Sammelplatz für die liebe Jugend der ganzen Vorstadt. Minder freundlich und einladend erschien ein Paar kleiner fetter Möpse, die sich abwechselnd oder gemeinsam auf der Gartenmauer sehen ließen und die obbemeldete Jugend und die Vorübergehenden beharrlich anbellten, ohne jedoch die mindeste Furcht zu erregen, da ihre beschwerliche Leibesbeschaffenheit ihnen nicht gestattet hätte, ihre Drohungen auszuführen.

Wer nun erwartet, an den Fenstern des Häuschens einen lockigen Mädchenkopf zu erblicken, wie das in ländlichen Novellen der Fall zu sein pflegt, der täuscht sich. Nein, so oft die Hausglocke gezogen wurde, und das geschah sehr oft, erschien am Fenster das allzeit freundliche, aber sehr runzelvolle Angesicht der Jungfer Mine, der unumschränkten Herrin und Besitzerin des Häuschens. Und doch wurde dieses gealterte Antlitz von jung und alt so gern gesehen wie nur je eine blühende Mädchenrose, und ihre Beliebtheit stieg noch von Jahr zu Jahr, was bei jungen Schönheiten gar selten der Fall ist.“

 

 

 

Ottilie_Wildermuth_von_Sophie_Pilgrem
Ottilie Wildermuth (22 februari 1817 – 12 juli 1877)

Portret door Sophie Pilgrem, rond 1835