19-08-17

Marion Pauw, John Dryden, Samuel Richardson, Jerzy Andrzejewski, James Gould Cozzens, Claude Gauvreau, Inigo de Mendoza

 

De Nederlandse schrijfster Marion Pauw werd geboren in Tasmanië op 19 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Marion Pauw op dit blog.

Uit: Grijs gebied

Vanuit een raam ergens in het midden, op tweehoog, vulde de lucht zich met kleur. Groene, gele, blauwe en paarse vlekjes die samen een bonte mengeling vormden. Het duurde even voordat Albert doorhad wat hij zag: tientallen felgekleurde vogels die naar buiten kwamen gevlogen, als in een Alfred Hitchcock-film. Luid krijsend bleven ze ter hoogte van het raam rondfladderen, alsof ze er nog niet aan toe waren om afscheid te nemen. Opeens schoten ze met z’n allen in een schuine lijn naar boven. Gefixeerd bleef Albert naar de vogels staren, bevroren in het moment. Pas toen ze achter de volgende flat waren verdwenen, besefte hij dat hij al die tijd was vergeten te ademen.
(...)

‘Er komen hier zoveel klanten, weet u. Veel vogelliefhebbers. Vogels zijn mijn specialiteit. mensen komen hier van heinde en verre voor mijn sierduiven, kanaries, parkieten, dwergpapegaaien, fazantjes, vinken, kwarteltjes…’
‘Ja, stop maar,’ zei Albert. ‘Maar misschien kunt u even nadenken over een bepaalde klant die hier gisteren is geweest. Zelf nogal een vreemde vogel, als u woordgrappen kunt waarderen.’
‘U bent niet de eerste die die grap maakt,’ zei de man verveeld."

 

 
Marion Pauw (Tasmanië, 19 augustus 1973)

Lees meer...

19-08-11

Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, John Dryden, Samuel Richardson, Jerzy Andrzejewski, James Gould Cozzens, Claude Gauvreau, Inigo de Mendoza

 

De Iers-Amerikaanse schrijver Frank McCourt werd geboren op 19 augustus 1930 in New York. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frank McCourt op dit blog.

 

Uit: Angela's Ashes

 

She spat twice on my head.
Grandma, will you please stop spitting on my head.
If you have anything to say, shut up. A little spit won't kill you. Come on, we'll be late for the Mass.
We ran to the church. My mother panted along behind with Michael in her arms. We arrived at the church just in time to see the last of the boys leaving the altar rail where the priest stood with the chalice and the host, glaring at me. Then he placed on my tongue the wafer, the body and blood of Jesus. At last, at last.
It's on my tongue. I draw it back.
It stuck.
I had God glued to the roof of my mouth. I could hear the master's voice, Don't let that host touch your teeth for if you bite God in two you'll roast in hell for eternity. I tried to get God down with my tongue but the priest hissed at me, Stop that clucking and get back to your seat. God was good. He melted and I swallowed Him and now, at last, I was a member of the True Church, an official sinner.
When the Mass ended there they were at the door of the church, my mother with Michael in her arms, my grandmother. They each hugged me to their bosoms. They each told me it was the happiest day of my life. They each cried all over my head and after my grandmother's contribution that morning my head was a swamp.
Mam, can I go now and make The Collection?
She said, After you have a little breakfast.
No, said Grandma. You're not making no collection till you have a proper First Communion breakfast at my house. Come on.
We followed her. She banged pots and rattled pans and complained that the whole world expected her to be at their beck and call. I ate the egg, I ate the sausage, and when I reached for more sugar for my tea she slapped my hand away”.

 

 

 

Frank McCourt (19 augustus 1930 – 19 juli 2009)

Lees meer...

19-08-09

Frederik Lucien De Laere, Louis Th. Lehmann, John Dryden,Samuel Richardson, Claude Gauvreau, Jerzy Andrzejewski, Inigo de Mendoza


De Vlaamse dichter Frederik Lucien De Laere werd geboren in Brugge op 19 augustus 1971. Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 19 augustus 2008.

 

 

 

ZIEKENBEZOEK

Zij verzamelen zich
rond de zieke als vliegen.

In welk stadium zij ook zijn  
(dat van larve of volwassen dier),
zij willen het einde van haar lijden zien,
of beter: haar lijden tot het einde.

Tot hun consternatie
verschijnt op haar mond
een onverwachte glimlach.
Waarvoor zij vluchten
als vampieren voor een kruis.

Alleen ik blijf bij haar achter
in huis
waar ik haar troost met de woorden:
inderdaad moeder,
wie voor het laatst lacht
lacht het best.

 

 

 

 

DELAERE
Frederik Lucien De Laere
(Brugge, 19 augustus 1971)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en vertaler Louis Th. Lehmann, werd geboren op 19 augustus 1920 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

 

Uit: Antwoord op Vlaamse blaam en Stuivelings huivering

 

Zo bereikte ons dan de reactie van een kampioen slechtverstaander, en wel een Nederlander. Het is de heer Stuiveling, die blijkbaar een huivering kreeg bij de gedachte, dat mogelijkerwijs een teergevoelig Vlaming pijnlijk aangedaan zou worden. Volgens zijn schrijven hebben wij beweerd, dat het Vlaams een taal is, ‘geleerd uit een speciale, zij het zeer subtiele grammatica voor krompraten’. In ons artikel stond echter woordelijk: ‘zelfs bij schrijvers als Elsschot en Van Nijlen heeft nog altijd het gevoel, dat hun taal geleerd is uit een speciale, zij het zeer subtiele grammatica voor krompraten’. Dit is geen waarde-oordeel maar wijst er op dat deze schrijvers naar ons inzien in hun taalgebruik het Nederlands het dichtst benaderen. Als wij er nu bijzeggen, dat wij deze beide auteurs zeer bewonderen, zal men misschien gaan geloven, dat wij dit doen, omdat zij zo braaf hun best doen Nederlands te schrijven. Ons antwoord is dan: ‘geenszins, Elsschot en Van Nijlen hebben wel wat beters te doen; wat zij schrijven rechtvaardigt zich te allen tijde, ook al schreven zij een van die Vlaamse dialecten die men eerst moet leren.’ Het ‘zuivere Nederlands’ laten wij gaarne den schoolmeesters als prooi of ideaal.

Wat was nu het geval. Wij bespraken de indruk van onwezenlijkheid, die vele Belgische zaken op vele Nederlanders maken. Als persoonlijke voorbeelden willen wij hier geven de achterstevens van Belgische binnenschepen, de fantastische taarten die er op sommige plaatsen voor huizen doorgaan en de brede, vierkante tramwagens. Maar meer dan deze persoonlijke indrukken treft toch de taal van het Vlaamse deel van België, die voor een Nederlander vreemder is dan enige andere taal ter wereld. En dit is niet moeilijk te verklaren. Wij lezen Vlaams als Nederlands en juist daarom denken wij er automatisch het Nederlands naast, zodat het steeds lijkt alsof de auteur ‘er naast’ is. Bij meer afwijkende talen, die men leren moet bestaat dit parallel denken niet. Het lijkt ons echter onvermijdelijk zolang men of Vlaams of Nederlands tot moedertaal heeft.“

 

 

 

 

Lehmann
Louis Th. Lehmann (Rotterdam, 19 augustus 1920)

 

 

 

 

 

De Engels toneelschrijver, dichter en criticus John Dryden werd geboren op 19 augustus 1631.

 

 

One Happy Moment

 

NO, no, poor suff'ring Heart, no Change endeavour,

Choose to sustain the smart, rather than leave her;

My ravish'd eyes behold such charms about her,

I can die with her, but not live without her:

One tender Sigh of hers to see me languish,

Will more than pay the price of my past anguish:

Beware, O cruel Fair, how you smile on me,

'Twas a kind look of yours that has undone me.

 

Love has in store for me one happy minute,

And She will end my pain who did begin it;

Then no day void of bliss, or pleasure leaving,

Ages shall slide away without perceiving:

Cupid shall guard the door the more to please us,

And keep out Time and Death, when they would seize us:

Time and Death shall depart, and say in flying,

Love has found out a way to live, by dying.

 

 

 

 

 

Dryden
John Dryden (19 augustus 1631 – 12 mei 1700)

 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 19 augustus 2006 en ook mijn blog van 19 augustus 2008.

 

 

 

 

 

De Britse schrijver en drukker Samuel Richardson werd geboren op 19 augustus 1689 in Mackworth, Derbyshire. Richardson was de zoon van een meubelmaker en begon rond 1720 een drukkerij. Zijn vrienden vroegen hem een brievenboek samen te stellen voor ongeletterden. Hieruit kwam de eerste Engelse karakterroman voort, getiteld Pamela, or Virtue Rewarded (1740-1741). Richardson legde hiermee de basis voor de briefroman. Het boek werd een onmiddellijk succes en de opvolger, Clarissa, or the history of a young lady (1747-1748) was nog succesvoller. Richardson was een van de auteurs die op de Index librorum prohibitorum, een door de Paus vastgestelde lijst van boeken die katholieken niet mochten lezen, vermeld stonden.

 

Uit: Pamela; or, Virtue Rewarded

 

“Letter XXI

Now I will tell you what passed between Mrs Jervis and me. She hoped, she said, seeing me in a little hurry, on her coming in, that she was not unwelcome. She could not endure that I should be so much by myself.

“I always,” said I, “rejoice to see my dear Mrs Jervis.”

“I have had,” said she, “a world of talk with my master about you.””I am sorry,” said I, “that I am made of so much consequence as to be talked of by him.””O,” replied she, “I must not tell you all; but you are of more consequence to him than you think for—”

“Or wish for,” said I; “for the fruits of being of consequence to him, might be to make me of none to myself, or any body else.

“But I suppose,” proceeded I, “that I am of so much consequence to him as to vex him, if it be but to think, he can’t make a fool of such a one as I; and that is a rebuke to the pride of his high condition, which he did not expect, and knows not how to put up with.”

“There may be something in that,” said she; “but indeed, Pamela, he is very angry with you too; and calls you perverse; wonders at his own folly for having taken so much notice of you! He was willing to shew you the more favour, he says, because of his mother’s love for you, and recommendation; and he had thoughts of continuing it to you for your own sake, could you have known how to comport yourself as you ought to do. But he saw that too much notice—”

 

 

 

 

Richardson
Samuel Richardson (19 augustus 1689 – 4 juli 1761)

Geschilderd door Joseph Highmore, 1750

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver en dichter Claude Gauvreau werd geboren op 19 augustus 1925 in Montreal. Daar kwam hij als student in 1942 in contact met de groep van de Automatisten rondom de schilder Maler Paul-Émile Borduas, waarin hij als dichter, schrijver voor het toneel en vanaf 1945 als criticus actief was. In 1954 organiseerde hij de laatste tentoonstelling van de Automatisten onder de naam La matière chante. In 1958 bracht Janou Saint-Denis La jeune fille et la lune en Les grappes lucides aan de École des beaux-arts op het toneel. Het Théâtre du Nouveau Monde bracht in 1972 Les oranges sont vertes en in 1974 La charge de l'orignal épormyable.

 

Uit: Les oranges sont vertes

 

« IVULKA : Mais qu'est-ce que cette lettre? 

YVIRNIG : Je ne peux… Je ne peux… 

COCHEBENNE : C'est sûrement la demande d'article que la revue Zibur a envoyée à Yvirnig. Drouvoual vient de me mettre au courant. 

IVULKA : Un article sur la peinture? / COCHEBENNE : Sur la peinture actuelle, oui. 

IULKA : C'est-à-dire sur nous? / COCHEBENNE : Entre autres. 

YVIRNIG : Il faut… Il faut… se… se taire… 

IVULKA : Yvirnig a donc encore du prestige? 

COCHEBENNE : Bah, il peut à peine parler ; mais, puisqu'il ne fait plus aucun effort pour écrire, nous ne pouvons pas savoir s'il en est encore capable. Donnons-lui tout de même le bénéfice du doute… 

YVIRNIG : Un être… un être… doit se taire… quand… quand… sa puiss… sa puissance… est foud… foudroyée… »

 

 

 

 

Gauvreau
Claude Gauvreau (19 augustus 1925 – 7 juli 1971)

 

 

 

 

 

De Poolse schrijver Jerzy Andrzejewski werd geboren in Warschau op 19 augustus 1909. Nadat hij aanvankelijk overtuigd communist was, stapte hij in 1957 uit de Communistische partij en werd hij uiteindelijk lid van de anti-communistische vakbeweging Solidarność. Ook was hij één van de oprichters van de intellectuele oppositiegroep KOR ("Komitet Obrony Robotników", Comité voor Steun aan Arbeiders). Andrzejewski's literatuur is vaak politiek geladen met een moralistisch karakter. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste Poolse verzetschrijvers van de jaren 50.

Andrzejewski's boeken Tuhkaa ja timanttia ("As en Diamant"), over de naoorlogse situatie in Polen, en Wielki tydzien ("De stille week"), over de opstand in het getto van Warschau, zijn beide verfilmd door de Oscarwinnende Poolse filmmaker Andrzej Wajda. Zijn historische roman The Inquisitors ("Duisternis bedekt de aarde") werd in 1988 verfilmd tot een televisiefilm door Stanislav Barabas.

 

Uit: Asche und Diamant (Vertaald door Henryk Bereska)

 

"Weiter, weiter!" drängte Szczuka. "Wir haben keine Zeit." Podgórski bedeutete dem Posten durch eine Handbewegung seine Eile. Bald war er mit dem Wagen aus dem größten Gedränge heraus und bog in die erste Querstraße ein.
"Haben Sie die Gesichter der Leute beobachtet, als sie die Nachrichten hörten?"
Szczuka nickte.
"Keine Spur von Freude, haben Sie bemerkt?"
"Sie haben zu lange darauf warten müssen."
"Meinen Sie, es ist nur das?"
"Nicht allein", entgegnete Szczuka, auf den Weg starrend.
Podgórski drehte am Lenkrad.
"Ich weiß, woran Sie denken. Auch ich mache mir oft darüber Gedanken."
"Mir Recht."
"Aber haben wir schließlich nicht gesiegt?"
"Illusionen", brummte Szczuka. "Das ist erst der Anfang. Machen wir uns nichts vor."

 

 

 

 

Andrzejewski
Jerzy Andrzejewski (19 augustus 1909 – 19 april 1983)

 

 

 

 

 

De Spaanse dichter Iñigo López de Mendoza werd geboren op 19 augustus 1398 in Carrión de los Condes, Palencia. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

 

19-08-08

Jonathan Coe, Frederik Lucien De Laere, Ogden Nash, Li-Young Lee, Frank McCourt, James Gould Cozzens, Louis Th. Lehmann, Inigo de Mendoza


De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

Uit: The Rotters Club

           

Thursday, March 7th, 1974 was an important day, a memorable day. It was the day Philip made his first foray into journalism, and it was the day Benjamin found God. Two events which were to have far-reaching consequences.

It was also the day on which Benjamin's worst nightmare seemed about to come true.

For many days now, Philip had been hard at work on an article which he hoped to see published in the school newspaper. The Bill Board appeared once a week, on Thursday mornings, and he was one of its most avid readers. The title betrayed its humble origins as a loose collection of typewritten essays and notices which used to be posted on a bulletin board in one of the upper corridors; but this had proved an inconvenient format, in most respects, and the previous year an enterprising young English master called Mr. Serkis had overseen its transition into print. The paper now extended to eight stapled sheets of A4, put together on Tuesdays by a cartel of sixth-formers in the glamorous secrecy of an office tucked away in the rafters above The Carlton Club. It was rare, very rare, for someone as young as Philip to have anything accepted by this uncompromising crew; but today, somehow, he had managed it.

Shortly before nine o'clock that morning he was to be found sitting in the school library, reading his article for the twelfth time through eyes misty with pride and excitement. The front page of the paper contained a long editorial penned by Burrell, of the upper-sixth, lamenting the indecisive outcome of last week's general election, and the reappointment of Harold Wilson as Prime Minister. Philip couldn't possibly aspire to writing such a piece, at this stage; the front half of the paper would remain unreachable, beyond imagination. But at least his review came before the sports results, and Gilligan's cartoons. And how comfortably it nestled on the page, between Hilary Turner's magisterial discussion of The Caucasian Chalk Circle, which had just opened at the Birmingham Rep, and a few lines of appreciation—penned by Mr. Fletcher himself—about the poet Francis Piper, in advance of his keenly anticipated visit to King William's (a visit scheduled for that very morning, Philip almost-registered in his trancelike state). To see his own efforts slotted in between the work of these senior practitioners was more than he would have dared hope for.“

 

 

 

 

 

Coe
Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

 

 

De Vlaamse dichter Frederik Lucien De Laere werd geboren in Brugge op 19 augustus 1971. Hij publiceerde de dichtbundels ‘Paniek in het circus’ en ‘De martelgang’ bij uitgeverij PoëzieCentrum. Werk van hem verscheen in verschillende literaire tijdschriften (o.a. De Brakke Hond, Deus ex Machina, Poëziekrant) en enkele bloemlezingen, waaronder Hotel New Flandres, de Dikke Komrij, en de Vette Breukers. De Laere staat met zijn poëzie regelmatig op het podium en is stichtend lid van de dichtersgroep Het Venijnig Gebroed. Hij was te gast op o.m. Versmacht in de Nacht, Theater aan Zee, Lowlands-festival, Dichter aan huis, Poetry International en Crossing Border. In 2007 en 2008 was hij stadsdichter van Damme. Momenteel is hij werkzaam als leraar geschiedenis en aardrijkskunde.

 

 

De ventilator 

 

Zij zit met haar snoer
in de muur van het onderaardse
en zet met haar staart
het vuur om
in wind
waardoor zij in mijn kamer
een koel heelal creëert. 

 

Zij is mijn verloofde.
Zij is de elektrische bloem
die haar schoonheid over mij waait
en mij toedekt met een nachtbries. 

 

Wanneer zij mij ’s anderendaags wekt
sta ik op, verfrist,
uit de kist
waarin toevallig ook mijn dood huist.

 

 

 

 

 

frederikluciendelaere
Frederik Lucien De Laere
(Brugge, 19 augustus 1971)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Frederic Ogden Nash werd geboren in Rye, New York, op 19 augustus 1902. Zie ook mijn blog van 19 mei en mijn blog van 19 augustus 2006 en ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

 

 

A Lady Who Thinks She Is Thirty

 

Unwillingly Miranda wakes,
Feels the sun with terror,
One unwilling step she takes,
Shuddering to the mirror.

Miranda in Miranda's sight
Is old and gray and dirty;
Twenty-nine she was last night;
This morning she is thirty.

Shining like the morning star,
Like the twilight shining,
Haunted by a calendar,
Miranda is a-pining.

Silly girl, silver girl,
Draw the mirror toward you;
Time who makes the years to whirl
Adorned as he adored you.

Time is timelessness for you;
Calendars for the human;
What's a year, or thirty, to
Loveliness made woman?

Oh, Night will not see thirty again,
Yet soft her wing, Miranda;
Pick up your glass and tell me, then--
How old is Spring, Miranda?

 

 

 

 

 

A Word to Husbands

 

To keep your marriage brimming
With love in the loving cup,
Whenever you’re wrong, admit it;
Whenever you’re right, shut up.

 

 

 

 

 

 

Nash
Ogden Nash (19 augustus 1902 – 19 mei 1971)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

 

Immigrant Blues

 

People have been trying to kill me since I was born,

a man tells his son, trying to explain

the wisdom of learning a second tongue.

 

It's the same old story from the previous century

about my father and me.

 

The same old story from yesterday morning

about me and my son.

 

It's called "Survival Strategies

and the Melancholy of Racial Assimilation."

 

It's called "Psychological Paradigms of Displaced Persons,"

 

called "The Child Who'd Rather Play than Study."

 

Practice until you feel

the language inside you, says the man.

 

But what does he know about inside and outside,

my father who was spared nothing

in spite of the languages he used?

 

And me, confused about the flesh and soul,

who asked once into a telephone,

Am I inside you?

 

You're always inside me, a woman answered,

at peace with the body's finitude,

at peace with the soul's disregard

of space and time.

 

Am I inside you? I asked once

lying between her legs, confused

about the body and the heart.

 

If you don't believe you're inside me, you're not,

she answered, at peace with the body's greed,

at peace with the heart's bewilderment.

 

It's an ancient story from yesterday evening

 

called "Patterns of Love in Peoples of Diaspora,"

 

called "Loss of the Homeplace

and the Defilement of the Beloved,"

 

called "I Want to Sing but I Don’t Know Any Songs."

 

 

 

 

The Hour and What Is Dead

 

Tonight my brother, in heavy boots, is walking

through bare rooms over my head,

opening and closing doors.

What could he be looking for in an empty house?

What could he possibly need there in heaven?

Does he remember his earth, his birthplace set to torches?

His love for me feels like spilled water

running back to its vessel.


At this hour, what is dead is restless

and what is living is burning.


Someone tell him he should sleep now.


My father keeps a light on by our bed

and readies for our journey.

He mends ten holes in the knees

of five pairs of boy's pants.

His love for me is like sewing:

various colors and too much thread,

the stitching uneven. But the needle pierces

clean through with each stroke of his hand.


At this hour, what is dead is worried

and what is living is fugitive.

 

Someone tell him he should sleep now.


God, that old furnace, keeps talking

with his mouth of teeth,

a beard stained at feasts, and his breath

of gasoline, airplane, human ash.

His love for me feels like fire,

feels like doves, feels like river-water.

 

At this hour, what is dead is helpless, kind

and helpless. While the Lord lives.


Someone tell the Lord to leave me alone.

I've had enough of his love

that feels like burning and flight and running away.

 

 

 

 

 

lee4
Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

 

 

 

 

De Iers-Amerikaanse schrijver Frank McCourt werd geboren op 19 augustus 1930 in New York. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2007  en ook mijn blog van 19 augustus 2006 .

 

Uit: Teacher Man

 

If I knew anything about Sigmund Freud and psychoanalysis I'd be able to trace all my troubles to my miserable childhood in Ireland. That miserable childhood deprived me of self-esteem, triggered spasms of self pity, paralyzed my emotions, made me cranky, envious and disrespectful of authority, retarded my development, crippled my doings with the opposite sex, kept me from rising in the world and made me unfit, almost, for human society. How I became a teacher at all and remained one is a miracle and I have to give myself full marks for surviving all those years in the classrooms of New York. There should be a medal for people who survive miserable childhoods and become teachers, and I should be first in line for the medal and whatever bars might be appended for ensuing miseries.

I could lay blame. The miserable childhood doesn't simply happen. It is brought about. There are dark forces. If I am to lay blame it is in a spirit of forgiveness. Therefore, I forgive the following: Pope Pius XII; the English in general and King George VI in particular; Cardinal MacRory, who ruled Ireland when I was a child; the bishop of Limerick, who seemed to think everything was sinful; Eamonn De Valera, former prime minister (Taoiseach) and president of Ireland. Mr. De Valera was a half-Spanish Gaelic fanatic (Spanish onion in an Irish stew) who directed teachers all over Ireland to beat the native tongue into us and natural curiosity out of us. He caused us hours of misery. He was aloof and indifferent to the black and blue welts raised by schoolmaster sticks on various parts of our young bodies. I forgive, also, the priest who drove me from the confessional when I admitted to sins of self-abuse and self-pollution and penny thieveries from my mother's purse. He said I did not show a proper spirit of repentance, especially in the matter of the flesh. And even though he had hit that nail right on the head, his refusal to grant me absolution put my soul in such peril that if I had been flattened by a truck outside the church he would have been responsible for my eternal damnation. I forgive various bullying schoolmasters for pulling me out of my seat by the sideburns, for walloping me regularly with stick, strap and cane when I stumbled over answers in the catechism or when in my head I couldn't divide 937 by 739. I was told by my parents and other adults it was all for my own good. I forgive them for those whopping hypocrisies and wonder where they are at this moment. Heaven? Hell? Purgatory (if it still exists)?”

 

 

 

 

 

frank_mccourt
Frank
McCourt (New York, 19 augustus 1930)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Gould Cozzens werd geboren op 19 augustus 1903 in Chicago. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

Uit: Guard of Honor

 

Colonel Ross did not have the facts on whatever other troubles Colonel Woodman had or thought he had; but he knew all about this episode of the AT-7–perhaps more than Woody thought. It was really all you needed to know. A routine order had gone from Washington to Fort Worth and from Fort Worth to Sellers Field; give an AT-7 to General Beal. Understandably, Colonel Woodman didn’t like giving away planes; but anyone not obsessed with a persecution complex need only look at a map to figure it out. The finger was put on Sellers Field because it was the point nearest Ocanara to which AT-7’s were then being delivered. Moreover, Sellers Field, as Woody so loudly protested, was not scheduled to be, and was not, ready to use all its planes. Still, standard operating procedure would be to query the order. Fort Worth grasped, at least as well as Colonel Woodman did, that basic principle of military management: always have on hand more of everything than you can ever conceivably need. If Colonel Woodman in the normal way queried Fort Worth, Fort Worth could be counted on to query Washington.”

 

 

 

 

Cozzens
James Gould Cozzens (19 augustus 1903 – 9 augustus 1978)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en vertaler Louis Th. Lehmann, werd geboren op 19 augustus 1920 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2006 en ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

 

Denford Mill House

 

The next lock will not see the writing

the waterhen, tripping in flight

imprints upon the rushing river's schoulders.

A water mill is not a home,

the stream passes through

like time through me.

 

 

 I

 

De kleine bomen, helder in de heggen

sturen hun takken doelbewust

en sierlijker dan armen of ook vingers

door het misleidend spel der bladeren.

Zij dwingen ons met redelijke tekentaal

het wijde land rondom hen te vergeten.

 

 

II

 

In deze stad is het alleen de wind die leeft

want er zijn teveel dingen zonder vorm,

en zelfs wanneer jij bij me bent,

voelen wij nog het huis dat voor

de slagen van de wind

wankelt als een moede bokser.

 

 

 

 

 

lehmann
Louis Th. Lehmann (Rotterdam, 19 augustus 1920)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 
De Spaanse dichter Iñigo López de Mendoza werd geboren op 19 augustus 1398 in Carrión de los Condes, Palencia.

 

 

 

19-08-07

Jonathan Coe, Ogden Nash, Li-Young Lee, Frank McCourt, James Gould Cozzens, Louis Th. Lehmann, Inigo de Mendoza


Voor meer schrijfsters en schrijvers kunt u nog steeds terecht op mijn alternatieve blog adres en hiernaast bij Romenu II. 

 

De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Coe studeerde aan de King Edward's School en aan Trinity College, Cambridge. Zijn romans, waarin hij vaak sociale en politike thema’s aansnijdt,  kenmerken zich door humor en satire. Zijn roman The Rotter´s Club uit 2001 is autobiografisch getint. Het boek werd zowel voor de radio als voor de televisie bewerkt.

 

Werk o.a: The Accidental Woman (1987), A Touch of Love (1989), What a Carve Up! (1994), The Closed Circle (2004)

 

Uit: The House of Sleep (1997)

 

“It was their final quarrel, that much was clear. But although he had been anticipating it for days, perhaps even for weeks, nothing could quell the tide of anger and resentment which now rose up inside him. She had been in the wrong, and had refused to admit it. Every argument he had attempted to put forward, every attempt to be conciliatory and sensible, had been distorted, twisted around and turned back against him. How dare she bring up that perfectly innocent evening he had spent in The Half Moon with Jennifer? How dare she call his gift 'pathetic', and claim that he was looking 'shifty' when he gave it to her? And how dare she bring up his mother--his mother, of all people--and accuse him of seeing her too often? As if that were some sort of comment on his maturity; on his masculinity, even...

He stared blindly ahead, unconscious of his surroundings or of his fellow pedestrians. 'Bitch,' he thought to himself, as her words came back to him. And then out loud, through clenched teeth, he shouted, 'BITCH!'

After that, he felt slightly better.

Huge, grey and imposing, Ashdown stood on a headland, some twenty yards from the sheer face of the cliff, where it had stood for more than a hundred years. All day, the gulls wheeled around its spires and tourelles, keening themselves hoarse. All day and all night, the waves threw themselves dementedly against their rocky barricade, sending an endless roar like heavy traffic through the glacial rooms and mazy, echoing corridors of the old house. Even the emptiest parts of Ashdown--and most of it was now empty--were never silent. The most habitable rooms huddled together on the first and second floors, overlooking the sea, and during the day were flooded with chill sunlight. The kitchen, on the ground floor, was long and L-shaped, with a low ceiling; it had only three tiny windows, and was swathed in permanent shadow. Ashdown's bleak, element-defying beauty masked the fact that it was, essentially, unfit for human occupation. Its oldest and nearest neighbours could remember, but scarcely believe, that it had once been a private residence, home to a family of only eight or nine. But two decades ago it had been acquired by the new university, and it now housed about two dozen students: a shifting population, as changeful as the ocean which lay at its feet, stretched towards the horizon, sickly green and heaving with endless disquiet.”

 

 

 

coe
Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

 

De Amerikaanse dichter Frederic Ogden Nash werd geboren in Rye, New York, op 19 augustus 1902. Zie ook mijn blog van 19 mei en mijn blog van 19 augustus 2006.

 

 

Goody for Our Side and Your Side Too

 

Foreigners are people somewhere else,
Natives are people at home;
If the place you’re at
Is your habitat,
You’re a foreigner, say in Rome.
But the scales of Justice balance true,
And tit leads into tat,
So the man who’s at home
When he stays in Rome
Is abroad when he’s where you’re at.

When we leave the limits of the land in which
Our birth certificates sat us,
It does not mean
Just a change of scene,
But also a change of status.
The Frenchman with his fetching beard,
The Scot with his kilt and sporran,
One moment he
May a native be,
And the next may find him foreign.

There’s many a difference quickly found
Between the different races,
But the only essential
Differential
Is living different places.
Yet such is the pride of prideful man,
From Austrians to Australians,
That wherever he is,
He regards as his,
And the natives there, as aliens.

Oh, I’ll be friends if you’ll be friends,
The foreigner tells the native,
And we’ll work together for our common ends
Like a preposition and a dative.
If our common ends seem mostly mine,
Why not, you ignorant foreigner?
And the native replies
Contrariwise;
And hence, my dears, the coroner.

So mind your manners when a native, please,
And doubly when you visit
And between us all
A rapport may fall
Ecstatically exquisite.
One simple thought, if you have it pat,
Will eliminate the coroner:
You may be a native in your habitat,
But to foreigners you’re just a foreigner.

 

 

 

 

 

ogden_nash
Ogden Nash (19 augustus 1902 – 19 mei 1971)

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Hij stamt uit een Chinese familie. In 1959 ontvluchtte zijn familie het land vanwege de anti Chinese stemming en kwam via Hongkong, Macau en Japan uiteindelijk in 1964 in de VS terecht. Lee bezocht o.a. de universiteit van Oittsburgh, waar hij zijn liefde voor het schrijven ontwikkelde. Daarna doceerde hij zelf aan verschillende universiteiten, waaronder Northwestern en de University of Iowa. Terukerende thema’s in zijn poëzie zijn ballingschap en de moed om te rebelleren.

 

The Gift

 

To pull the metal splinter from my palm
my father recited a story in a low voice.
I watched his lovely face and not the blade.
Before the story ended, he'd removed
the iron sliver I thought I'd die from.

 

I can't remember the tale,
but hear his voice still, a well
of dark water, a prayer.
And I recall his hands,
two measures of tenderness
he laid against my face,
the flames of discipline
he raised above my head.

 

Had you entered that afternoon
you would have thought you saw a man
planting something in a boy's palm,
a silver tear, a tiny flame.
Had you followed that boy
you would have arrived here,
where I bend over my wife's right hand.

 

Look how I shave her thumbnail down
so carefully she feels no pain.
Watch as I lift the splinter out.
I was seven when my father
took my hand like this,
and I did not hold that shard
between my fingers and think,
Metal that will bury me,
christen it Little Assassin,
Ore Going Deep for My Heart.
And I did not lift up my wound and cry,
Death visited here!
I did what a child does
when he's given something to keep.
I kissed my father.

 

 

 

Li-Young-Lee
Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

De Iers-Amerikaanse schrijver Frank McCourt werd geboren op 19 augustus 1930 in New York als zoon van een immigrantenfamilie. Toen hij vier jaar was keerde zijn familie naar Ierland terug. Daar groeide hij in armoedige omstandigheden op in het katholieke Limerick. Zijn vader was werkloos en gaf het meeste van zijn uitkering aan drank uit. In 1949 had McCourt genoeg geld om een ticket naar New York te kunnen betalen. Daar werkte hij in hotels en ging hij in het leger. Na zijn diensttijd verdiende hij het geld om een studie te betalen in pakhuizen en op doks. Hij werd leraar en doceerde tenslotte op de gerenommeerde Stuyvesant High School in New York. Na zijn oensionering verwerkte McCourt zijn moeilijke jeugd in de autobiografische roman Angela's Ashes. Het werd met zes miljoen verkochte exemplaren een internationale bestseller en leverde hem in 1997 de Pulitzer prijs op. Ook werd het boek in 1999 door Alan Parker verfilmd. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2006.

 

Uit: Angela's Ashes

 

“First Communion day is the happiest day of your life because of The Collection and James Cagney at the Lyric Cinema. The night before I was so excited I couldn't sleep till dawn. I'd still be sleeping if my grandmother hadn't come banging at the door.

Get up! Get up! Get that child outa the bed. Happiest day of his life an' him snorin' above in the bed.

I ran to the kitchen. Take off that shirt, she said. I took off the shirt and she pushed me into a tin tub of icy cold water. My mother scrubbed me, my grandmother scrubbed me. I was raw, I was red.

They dried me. They dressed me in my black velvet First Communion suit with the white frilly shirt, the short pants, the white stockings, the black patent leather shoes. Around my arm they tied a white satin bow and on my lapel they pinned the Sacred Heart of Jesus, a picture with blood dripping from it, flames erupting all around it and on top a nasty-looking crown of thorns.

Come here till I comb your hair, said Grandma. Look at that mop, it won't lie down. You didn't get that hair from my side of the family. That's that North of Ireland hair you got from your father. That's the kind of hair you see on Presbyterians. If your mother had married a proper decent Limerick man you wouldn't have this standing up, North of Ireland, Presbyterian hair.”

 

 

 

 

FrankMcCourt
Frank
McCourt (New York, 19 augustus 1930)

 

De Amerikaanse schrijver James Gould Cozzens werd geboren op 19 augustus 1903 in Chicago. Hij studeerde twee jaar aan de universiteit van Harvard, waar hij in 1924 zijn eerste roman Confusion publiceerde. Een paar maanden later, ziek en geplaagd door schulden, verliet hij Harvard, ging naar New Brunswick in Canada en schreef zijn tweede roman Michael Scarlett. Geen van de boeken verkocht goed. Cozzens vertrok naar Cuba om les te geven aan kinderen van Amerikanen. Hij begon korte verhalen te schrijven en verzamelde materiaal voor Cock Pit (1928) en The Son of Perdition (1929). Tijdens WO II diende hij bij de Amerikaanse luchtmacht. Zijn ervaringen daar vormden de basis voor Guard of Honor, zijn romaqn uit 1948 die hem in 1949 de Pulitzer prijs opleverde. Verrassenderwijs werd By Love Possessed in 1957 een enorm succes. Het boek stond vierendertig weken op de The New York Times Best Seller list.

 

Uit: Snow Falling on Cedars

 

At the intersection of Center Valley Road and South Beach Drive Ishmael spied, ahead of him in the bend, a car that had failed to negotiate the grade as it coiled around a grove of snow-hung cedars. Ishmael recognized it as the Willys station wagon that belonged to Fujiko and Hisao Imada; in fact, Hisao was working with a shovel at its rear right wheel, which had dropped into the roadside drainage ditch.
Hisao Imada was small enough most of the time, but he looked even smaller bundled up in his winter clothes, his hat pulled low and his scarf across his chin so that only his mouth, nose, and eyes showed. Ishmael knew he would not ask for help, in part because San Piedro people never did, in part because such was his character. Ishmael decided to park at the bottom of the grade beside Gordon Ostrom's mailbox and walk the fifty yards up South Beach Drive, keeping his DeSoto well out of the road while he convinced Hisao Imada to accept a ride from him.
Ishmael had known Hisao a long time. When he was eight years old he'd seen the Japanese man trudging along behind his swaybacked white plow horse: a Japanese man who carried a machete at his belt in order to cut down vine maples. His family lived in two canvas tents while they cleared their newly purchased property. They drew water from a feeder creek and warmed themselves at a slash pile kept burning by his children--girls in rubber boots, including Hatsue--who dragged branches and brought armfuls of brush to it.”

 

 

 

Cozzens
James Gould Cozzens (19 augustus 1903 – 9 augustus 1978)

 

De Nederlandse schrijver, dichter en vertaler Louis Th. Lehmann, werd geboren op 19 augustus 1920 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2006.

 

 

Als 'k dood ben

 

Als 'k dood ben zijn mijn kleren rare dingen.
De overhemden, nieuw of dragensbroos,
de pakken hangend waar ze altijd hingen,
steeds wijzend naar omlaag, besluiteloos.

Ik was ze, ik alleen droeg hen altoos.
En omdat ze mij vaak vervingen,
of omdat ik hen uit hun winkel koos;
zij tonen iets van mijn herinneringen.

Oh, vrienden, enigszins van mijn formaat,
ik roep U als de dood te wachten staat,
(maak ik het sterven bij bewustzijn mee)
'k Geef U of leen, 't zou niet de eerste keer zijn
mijn pakken, vormt met hen die mij niet meer zijn
dan langs mijn kist een onzwart defilé.

 

 

 

 

louisthlehmann
Louis Th. Lehmann (Rotterdam, 19 augustus 1920)

 

De Spaanse dichter Iñigo López de Mendoza werd geboren op 19 augustus 1398 in Carrión de los Condes, Palencia. Mendoza was van adelijke afkomst en diende aan het hof van Johan II van Kastilië en onderscheidde zich in militaire dienst. In zijn laatste levensjaren wijdde hij zich aan de literatuur. Zijn gedichten ontstonden onder invloed van de Italiaanse Renaissance.

 

 

SERRANILLA

 

From Calatrava as I took my way

At holy Mary's shrine to kneel and pray,

And sleep upon my eyelids heavy lay,

There where the ground was very rough and wild,

I lost my path and met a peasant child:

From Finojosa, with the herds around her,

There in the fields I found her.

 

Upon a meadow green with tender grass,

With other rustic cowherds, lad and lass,

So sweet a thing to see I watched her pass:

My eyes could scarce believe her what they found her,

There with the herds around her.

 

I do not think that roses in the Spring

Are half so lovely in their fashioning:

My heart must needs avow this secret thing,

That had I known her first as then I found her,

From Finojosa, with the herds around her,

I had not strayed so far her face to see

That it might rob me of my liberty.

 

I questioned her, to know what she might say:

"Has she of Finojosa passed this way?"

She smiled and answered me: "In vain you sue,

Full well my heart discerns the hope in you:

But she of whom you speak, and have not found her.

Her heart is free, no thought of love has bound her,

Here with the herds around her."

 

 

Vertaald door  John Pierrepont Rice

 

 

 

inigolopezmendoza
Iñigo López de Mendoza (19 augustus 1398 – 25 maart 1458)