11-04-17

Leonard Nolens, Glenway Wescott, Mark Strand, Silvia Avallone, Walid Soliman, Dorothy Allison, Hubert Nyssen, Barbara Köhler, Rolf Schilling

 

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog.

 

Kier

Laat dit niet alles zijn, dit leven stil en donker
Als het maandelijks bloeden van de vrouwen.
Laat mij van iemand zijn, maar ook niet zo volstrekt
Dat ik verdwijn, in haar, in hem, of weg moet gaan
Omdat geen mens mijn menselijk gewicht kan tillen.
Uit schrik voor mijn gezicht schrijf ik dit op.

Altijd ben ik onderweg. Ik vind geen rust
Bij mij, ben bang als jij mijn trage stap hoort branden
Op de koude tegels in de gang naar jou.
De deur gaat open. En zoenend en stom onderzoeken je lippen
De sombere man die jou zwijgend staat aan te blaffen
Met liefdesgedichten. Geef hem je bed. Laat alle deuren

Op een kier.

 

 

Noordkant

Als zij thuis is kan ik hier het zuiden horen.
Zij is het licht dat mij zijn kern te eten geeft
En straalt tot in de koudste hoeken van mijn leven.
Alle warmte die ik ben komt hier van haar.

Dat ooit een mens mij zo brutaal, zo helemaal
Heeft aangekeken, met een blauw dat ging en gaat
Tot op het botste van mijn mannelijke leegte,
Dat ooit twee handen hier zo gruwelijk intiem

Mijn bloed gingen betasten, elke blote zenuw
Van het kind dat er onvindbaar in mij sliep,
Dat doet mijn oude dood nog pijn, dat maakt mij ziek
Van geluk dat ik met haar niet delen kan.

Als zij weg is blijf ik achter met de schaamte
Van de jongen die zijn moeder wil bezitten, hurk ik
Neer onder de rok van haar afwezigheid en neurie
Onverstaanbaar de zoete ellende van mijn geboorte.

 

 

Stof

Vier vrouwen hebben mij gebaard en gezoogd en gewiegd.
Ze droegen me 's middags en 's avonds naar de hemel
Van mijn kamer en wasten mijn vleugels en kleedden me uit.
Ze kleden me uit en ze bidden me niet meer in slaap.
Doe dat maar zelf! Doe dat voortaan maar zelf!

Vier vrouwen lagen op hun knieën voor mijn bed te zingen.
De enkele vader zit beneden, overstemt de bovenwereld
Met zijn stilte, pent er zijn hartgrondige verslagen
Over de herkomst en erfeniskwesties van de aardbol neer.
Zijn moegezworven dood verkavelt alle slijk onder mijn voet.

Op alle plaatsen waar hij jaar na jaar begraven wordt
Veeg ik zijn stof bijeen en spuw erin
En kneed mezelf weer heel
En vloek dat ik hem lief moet hebben als de mond
Waarmee ik dit leven bedenk en mijn kinderen kus.

 

 
Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)

Lees meer...

11-04-16

Leonard Nolens, Mark Strand, Silvia Avallone, Walid Soliman, Dorothy Allison, Hubert Nyssen, Barbara Köhler, Rolf Schilling

 

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog.

 

Verklärte nacht

We zitten er naakt aan tafel. je ogen verlichten de kamer.
Je fosforescerende vlinderhanden verschikken de lucht
Als je tegen me praat of slapen op het zwarte kleed.
Ik raak ze dagelijks aan. Hun levenslijn weet hoe ik heet.
Hun doorzichtige aders verbergen de loop van mijn lot, de vlucht
Van ons bloed dat het wit van je wangen verandert in vlekkend verlangen.

De tuindeur waait open. Beginnende regen doorritselt de bomen,
Besproeit het rukkende raam waarin jij zit te blinken,
Licht waarin ik me zie, in wie ik misschien verdwijn.

Je stapelt borden, verwijdert de kruimels en schenkt nog wat wijn.
Ik hoor in de keuken het blauw porselein en de messen tinken,
Ver. Mijn benen doen pijn van het niet naar je toe kunnen komen.

 

 

Klein

Leer het me, Herman, ik ben nog zo klein.
Leer me daar vallen, en zonder te huilen,
dwars door de stoep van een wildvreemde stad.

Ook ik moet mijn gezicht vergeten.
Ook ik moet met geen vorm en geen gewicht
het diep in van een ander land.

Ook ik moet met geen oor de gond aftasten,
moet met geen hand de bron vastpakken
die jij nu al maanden de hoogte in steekt,

die jij nu al maanden hier op laat borrelen
onder mijn tafel, hier drukt tegen mijn mond.
Leer het me, Herman, ik ben nog zo klein.

 

 

Zonder mij

Wat kan ik voor je doen, ik heb alleen maar woorden.
Met die muziek heb ik ons huis gebouwd, mijn leven
Vernield om toe te zien of dood de moeite waard is,
Of ik daar weg mee kan zonder te moeten sterven.

Wat kan ik voor je doen, ik moet toch van je blijven.
Ik heb je toch op mij genomen zonder je te nemen,
Zonder me te geven want ik ben alleen maar jij.
Ik ben alleen maar jij geweest om niet te moeten zijn.

Ik ben alleen maar jij geworden om niet ik te zijn.
Dat is een laffe liefde, Zoet, vergeef het mij.
Wat kan ik voor je doen, ik ben alleen maar woorden,
Wou je worden, wou ons worden zonder mij.

 

 
Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)

Lees meer...

11-04-15

Dorothy Allison, Hubert Nyssen, Hartmut Barth-Engelbart, Barbara Köhler, Antoine Blondin, Marlen Haushofer, David Westheimer

 

De Amerikaanse schrijfster Dorothy Allison werd geboren op 11 april 1949 in Greenville, South Carolina. Zie ook Zie ook alle tags voor Dorothy Allison op dit blog.

Uit: Trash

“And of course these days I feel like there is a nation of us - displaced southerners and children of the working class. We listen to Steve Earle, Mary J. Blige, and k.d. lang. We devour paperback novels and tell evil mean stories, value stubbornness above patience and a sense of humor more than a college education. We claim our heritage with a full appreciation of how often it has been disdained.
And let me promise you, you do not want to make us angry.”
(…)

“When my mama was twenty-five she already had an old woman's hands, and I feared them. I did not know then what it was that scared me so. I've come to understand since that it was the thought of her growing old, of her dying and leaving me alone. I feared those brown spots, those wrinkles and cracks that lined her wrists, ankles, and the soft shadowed sides of her eyes.”
(…)

“I could not stand it, neither the words on the page nor what they told me about myself. My neck and teeth began to ache, and I was not at all sure I really wanted to live with that stuff inside me. But holding onto them, reading them over again, became a part of the process of survival, of deciding once more to live--and clinging to that decision.”

 

 
Dorothy Allison (Greenville, 11 april 1949)

Lees meer...

11-04-12

Dorothy Allison, Hubert Nyssen, Rolf Schilling, Hartmut Barth-Engelbart, Barbara Köhler, Antoine Blondin

 

De Amerikaanse schrijfster Dorothy Allison werd geboren op 11 april 1949 in Greenville, South Carolina. Zie ook Zie ook alle tags voor Dorothy Allison op dit blog.

 

Uit: Bastard Out of Carolina

“Family is family, but even love can't keep people from eating at each other. Mama's pride, Granny's resentment that there should even be anything to consider shameful, my aunts' fear and bitter humor, my uncles' hard-mouthed contempt for anything that could not be handled with a shotgun or a two-by-four --all combined to grow my mama up fast and painfully. There was only one way to fight off the pity and hatefulness. Mama learned to laugh with them, before they could laugh at her, and to do it so well no one could be sure what she really thought or felt. She got a reputation for an easy smile and a sharp tongue, and using one to balance the other, she seemed friendly but distant. No one knew that she cried in the night for Lyle and her lost happiness, that under that biscuit-crust exterior she was all butter grief and hunger, that more than anything else in the world she wanted someone strong to love her like she loved her girls.“

 

 

Dorothy Allison (Greenville, 11 april 1949)

 

Lees meer...

11-04-11

Attila József, Dorothy Allison, Hubert Nyssen, Rolf Schilling

 

De Hongaarse dichter Attila József werd geboren op 11 april 1905 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 11 april 2007 en ook mijn blog van 11 april 2008 en ook mijn blog van 11 april 2009 en ook mijn blog van 11 april 2010.

 

 

There was a beauty

 

There was a beauty. There was sweetness.
I contemplated
a delicate rose.
And reality smashed down on me
like a loose boulder.

 

The boulder is just an image.
It'll be best to
tell everything.
The daily grind's edifying
and has the whip-hand.

 

My instinct followed the right track.
When that man came in
it boomed like breakers:
"I know him. Electricity.
He'll switch off the mains."

 

I was sharpening my pencil
the knife in my hand.
If I stab this man
I know that I shall be at peace,
at last reconciled.

 

I was embittered. Well, all right.
The whole flat will be
dark and depressing.
An animal can protect its home.
This war's different.

 

Violence will just be futile.
I'll get beaten up,
turn sick and twisted.
And no light. Where there's rule of law
cash is armament.

 

The technology of war's changed.
The splendid hero
needn't draw his sword.
Five pound notes are bomb explosions,
pennies are shrapnel.

 

That's the way I reasoned it out.
So I said: "Hallo"
and stepped aside.
At nightfall the generous moon
smiled at the outcome.

 

 

 

Vertaald door Nicolas Krasso en Lucien Rey.

 

 

 

Attila József (11 april 1905 – 3 december 1937)

 

 

Lees meer...

11-04-10

Leonard Nolens, Mark Strand, Walid Soliman, Attila József, Dorothy Allison, Hubert Nyssen, Rolf Schilling


De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook mijn blog van 11 april 2008 en ook mijn blog van 11 april 2009.

 

 

Wandeling

 

's Zomers sta ik soms onder dat open raam
In februari, maan en sterren schaatsen langzaam
Door de bocht van de rivier, het blauwe ijs
In brand weerkaatst de kus, het huis, de winterreis
Van twee wier levens aan elkaar zijn vastgevroren.

Het is ondraaglijk heet. Ik hoor ze beiden boven
Strelen, hijgen, namen krijgen, zwellen groot
En vochtig liggen zij te zoenen en te bijten, geluiden
Die schaduwen zoal maken in bed. Ik sta erbuiten
En zie ons hangen uit dat raam, gearmd en dood.

 

 

 

 

Zestig

 

Dagelijks liggen twee vijftigers jonger dan ik vandaag
In een rouwkapel gonzend van Nederduits en kerklatijn.

Dagelijks schrijf ik een kus op hun marmeren voorhoofd.
Dagelijks neem ik dat breekbare dubbelportret in mijn armen

En draag het omzichtig naar buiten, ik mag niet bezwijken
onder dat paar, ik mag met mijn paar niet verdwalen.

Hoe breng ik het veilig naar huis? Ik ben dat mijn vrijheid
Verschuldigd, mijn gouden erfdeel met stomheid geslagen.

Geen afkomst is gekist. Mijn naam ligt in de bloemen
Te verwelken op hun steen en hij verzwijgt mijn naam.

Dagelijks dertig jaar heb ik de plek niet meer bezocht
Waar ik ben blijven staan. Ik kan er niet vandaan.

 

 

 

 

Gedicht 6

 

Het schrijven pakt mijn handen vast.

 

Ieder uur het kijkend wit en de horende leegte.
Ik voel wat mij is aangeleerd.

 

Ik schrijf en doe mijn vierentwintig uren met geduld.
Ik schrijf en verwar elke zin met de zin van het leven.

 

Ik schrijf om na mijn dood met je te blijven praten,
Om bij jou te blijven als ik weg moet gaan.

 

 

 

 

Nolens

Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark  Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook mijn blog van 11 april 2007 en ook mijn blog van 11 april 2008 en ook mijn blog van 11 april 2009.

 

 

 De tuin

 

Het glanst in de tuin,

in het witte loof van de kastanje,

in de rand van de hoed van mijn vader

die loopt op het krakende pad.

 

De tuin is gestaakt in de tijd.

Mijn moeder zit in een leunstoel.

Licht vult de lucht,

de vouwen van haar jurk,

de warrige rozen naast haar.

 

En wanneer mijn vader zich buigt

om haar iets toe te fluisteren

en ze opstaan om te vertrekken

en de zwaluwen scheren

en de maan en de sterren

samen zijn weggedwaald, glanst het.

 

Zelfs nu je over deze bladzijde leunt,

laat en alleen, glanst het, zelfs nu

in het ogenblik voor het verdwijnt.

 

 

 

Vertaald door Esther Jansma, Wiljan van den Akker

 

 

 

 

So You Say

 

It is all in the mind, you say, and has
nothing to do with happiness. The coming of cold,
the coming of heat, the mind has all the time in the world.
You take my arm and say something will happen,
something unusual for which we were always prepared,
like the sun arriving after a day in Asia,
like the moon departing after a night with us.

 

 

 

Courtship

 

There is a girl you like so you tell her
your penis is big, but that you cannot get yourself
to use it. Its demands are ridiculous, you say,
even self-defeating, but to be honored, somehow,
briefly, inconspicuously in the dark.

When she closes her eyes in horror,
you take it all back. You tell her you're almost
a girl yourself and can understand why she is shocked.
When she is about to walk away, you tell her
you have no penis, that you don't

know what got into you. You get on your knees.
She suddenly bends down to kiss your shoulder and you know
you're on the right track. You tell her you want
to bear children and that is why you seem confused.
You wrinkle your brow and curse the day you were born.

She tries to calm you, but you lose control.
You reach for her panties and beg forgiveness as you do.
She squirms and you howl like a wolf. Your craving
seems monumental. You know you will have her.
Taken by storm, she is the girl you will marry.

 

 

 

 

mark_strand

Mark Strand (Summerside, 11 april 1934)

 

 

 

 

 

De Tunesische dichter, schrijver, essayist en vertaler Walid Soliman werd geboren op 11 april 1975 in Tunis. Zie ook mijn blog van 11 april 2007 en ook mijn blog van 11 april 2008 en ook mijn blog van 11 april 2009.

 

Uit: Three hours in Fiumicino (Vertaald door Jason Casper)

 

“I was engrossed in reading a magazine when I heard the stewardess ask over the loudspeaker if there was a doctor among the passengers of the plane.

About an hour had passed since the takeoff of our Boeing 747, on our trip to Brussels. I put my magazine to the side and asked the lady sitting next to the window, on the right of the plane, what was happening. Without any sign of excitement, she replied, “It seems there is a very sick woman onboard, whose situation is critical.”

After a few minutes, I heard the stewardess inquire again if there was a doctor onboard, but no one answered.

Most of the passengers were elderly Belgians, and without a doubt most of them were enrolled with one of the agencies that organize cheap flights for retirees. The lady beside the window was Belgian also, as was clear from her accent. She was ugly and quite fat, to the extent one would wonder if she would be able to rise from her seat without assistance. She had not stopped eating since the flight began.

A few minutes later she addressed me, and that as if we had known each other for a long time. “It appears the husband of the woman works in the diplomatic corps. I heard the stewardess say so.”

I looked over my shoulder trying to catch a glimpse of the sick woman, but I couldn’t get a clear view, for she was all the way in the rear of the plane, and the seatbacks were blocking my vision. Just then the stewardess was making her way past us toward the cockpit, and the fat lady stopped her, and rained down her questions.”

 

 

 

Soliman
Walid Soliman (Tunis, 11 april 1975)

 

 

 

 

De Hongaarse dichter Attila József werd geboren op 11 april 1905 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 11 april 2007 en ook mijn blog van 11 april 2008 en ook mijn blog van 11 april 2009.

 

 

Lente

 

In de straten op het plein en op het land

Gutst de regen neer.

Het kanaal kolkt de sloot loopt over

Van oude huizen laat de pleister los

Het sap stroomt langs de leden van de paarden

Zalig zuiver sap

Ook op de daken

Water en modder water en modder

De grond is warme zachte modder

De paarden de huizen de hemel

Zijn zachte warme modder.

Kinderen staan in de ramen

Te kijken te luisteren het regent het regent

Hun hart is ook

Van zachte warme modder.

Nu heerst de vrede van het zaad

In de huizen de paarden de mensen

De vrede die neerdaalt

Waar alles een is en eeuwig

Zachte warme modder.

 

Wat is het goed om ook blind achter

Mijn verkwiste kussen aan te rennen.

 

 

 

Vertaald door Kees Bakker

 

 

 

Mother

 

For a week now, again and again,
Thoughts of my mother have racked my brain.
Gripping a basket of washing fast,
On, and up to the attic she passed.

 

And I was frank and released my feeling
In stamps and yells to bring down the ceiling.
Let someone else have the bulging jackets,
Let her take me with her up to the attic.

 

She just, giving me no look or thrashing,
Went on, and in silence spread out the washing,
And the kneaded clothes, rustling brightly,
Were twisting and billowing up lightly.

 

I should not have cried but it's too late for this.
Now I can see what a giant she is.
Across the sky her grey hair flickers through;
In the sky's waters she is dissolving blue.

 

 

 

Vertaald door Vernon Watkins

 

 

 

Bed-rock

 

In China swings the mandarin.
New death from cocaine poisoning.
With rustling straw and so to sleep.
New death from cocaine poisoning.

 

Though shop windows be dressed to kill,
poor men see right through to the till.
With rustling straw and so to sleep.
Poor men see right through to the till.

 

Help yourself to sausage and bread.
Guard well your life and keep your head.
With rustling straw and so to sleep.
Guard well your life and keep your head.

 

And then one day by hook or crook
You'll find a wife who'll kiss and cook.
With rustling straw and so to sleep.
You'll find a wife who'll kiss and cook.

 

 

 

Vertaald door Michael Beevor

 

 

 

 

Attila_József
Attila József (11 april 1905 – 3 december 1937)

Standbeeld bij de universiteit  van Szeged

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Dorothy Allison werd geboren op 11 april 1949 in Greenville, South Carolina. Ze bezocht in de vroege jaren 1970 het Florida Presbyterian College. Gedurende deze tijd sloot zij zich aan bij de vrouwenbeweging in de context van een feministische collectief. Ze studeerde vervolgens antropologie aan de Florida State University en de New School for Social Research. De eerste roman van Allison, Bastard Out of Carolina, een semi-autobiografisch werk, werd in 1992 gepubliceerd. In het boek hield zij zich bezig met de problematiek van kindermishandeling, verkrachting en machtsverhoudingen in de Amerikaanse samenleving. Het boek was een van de vijf finalisten voor de National Book Award in de Verenigde Staten. De roman won de Ferro Grumley Award en de Bay Area Recensenten Award.  Allison's tweede roman (Cavedweller) werd gepubliceerd in 1998 en werd een bestseller.

 

Uit: Skin

 

"I WEAR MY SKIN as thinly as I have to, armor myself only as much as seems absolutely necessary. I try to live naked in the world, unashamed even under attack, unafraid even though I know how much there is to fear. What I have always feared is being what people have thought me--my stepfather's willing toy, my mother's betrayer, my lover's faithless tease, my family's ultimate shame, the slutty, racist, stupid cracker dyke who doesn't know what she is doing. Trying always to know what I am doing and why, choosing to be known as who I am--feminist, queer, working class, and proud of the work I do--is as tricky as it ever was. I tell myself that life is the long struggle to understand and love fully. That to keep faith with those who have literally saved my life and made it possible for me to imagine more than survival, I have to try constantly to understand more, love more fully, go more naked in order to make others as safe as I myself want to be. I want to live past my own death, as my mother does, in what I have made possible for others--my sisters, my son, my lover, my community--the people I believe in absolutely, men and women whom death does not stop, who honor the truth of each other's stories."

 

 

 

Dorothy-Allison
Dorothy Allison (Greenville, 11 april 1949)

 

 

 

 

De Franse schrijver, essayist en uitgever Hubert Nyssen werd geboren Boendael aan de rand van Brussel op 11 april 1925. Van zijn grootmoeder van vaderskant erfde hij zijn passie voor lezen. Van invloed waren verder  twee leraren, Charles Hoffman, een schilder, en Albert Clerckx, die schreef onder de naam Albert Ayguesparse, die hem bleef aamoedigen en door een lerares die hij aanbad. Ze hielp het verzet tijdens WO II en zou later worden gearresteerd, gedeporteerd en vermoord. Deze gebeurtenissen werden verwerkt in zijn eerste roman, Le Nom de l'arbre, die dertig jaar later verscheen. Nyssen bleef schrijven, maar in het geheim. Toen hij trouwde en een gezin stichtte onderbrak hij zijn studie en ging hij in de reclame werken.  "Plans" werd een van de meest dynamische agentschappen in Brussel. Nadat hij de Franse nationaliteit had verkregen in 1976, richtte hij in 1978 de prestigieuze uitgeverij Actes Sud, Arles. Literaire grootheden als Paul Auster, of Nancy Huston werden ontdekt door Nyssen.

 

Uit: Les Déchirements

 

„J'ai beau avoir été élevé en français, c'était dans une ville flamande où les deux langues se frottaient l'une à l'autre avec l'air de se dire que bientôt il n'en resterait qu'une, et il m'en est venu de la prudence dans l'usage du français.J'essaie d'être attentif aux pièges, je suis méfiant avec les adjectifs qui couvrent de leur cape l'infirmité de certains substantifs, et circonspect devant les adverbes qui servent d'arc-boutants à des propositions ambiguës.

(...)

 

Elle était installée dans un angle, derrière une fenêtre, comme un personnage de Hopper, et je l'ai observée. Dans les volutes de fumée d'une cigarette elle tournait avec lenteur les pages d'un livre. Il m'était impossible de voir quelle sorte de tenue elle avait choisie pour la circonstance, ses avant-bras et ses mains émergeaient d'un flot de longues soies ou d'indiennes aux multiples couleurs qui entouraient ses épaules, couvraient sa poitrine et disparaissaient sous la table. Ce qu'elle portait dessous, robe ou deux-pièces, impossible de le dire. Au cou elle avait deux ou trois rangs de grosses perles, terre, bois ou céramique. Et de travers sur la tête une énorme casquette de velours dont la coiffe, s'affalant dans la nuque, lui donnait un petit air voyou des beaux quartiers. Du brun, du roux, du noir et de-ci de-là, ai-je noté, une touche de rouge et des ors. Ni Rembrandt ni Vermeer, plutôt genre vénitien. Pendant quelques instantsj'ai pu l'observer avant qu'elle ne me repère et je me suis demandé ce que déjà cherchait à me dire une femme qui s'était choisi pareil accoutrement.“

 

 

 

hubert_nyssen
Hubert Nyssen (Boendael, 11 april 1925)

 

 

 

 

De Duitse dichter Rolf Schilling werd geboren in Nordhausen in de Harz op 11 april 1950. Zie ook mijn blog van 11 april 2007 en ook mijn blog van 11 april 2009.

 

 

 

Die Gaben Arabiens

I

Die mit dem Haschisch und der Algebra
Des Reims Geflecht, Ghaselen und Sonett
Uns offenbart und vor der Kaaba
Die Palme pflanzten und das Minarett -

Sie brachten uns den Gral, die Mandorla,
Und vierundsechzig Felder hat das Brett,
Wo manches Ungemach dem Schah geschah,
Bevor der Schenk ihn tränkte mit Scherbett.

Wo im Serail sich über Säulen glatt
Ein Saum von Spitzen kräuselt, weiß wie Schnee,
Sei du der Springer, setz den König matt,

Und bis die Rose bleicht vor der Moschee,
Wirst du verweilen in der Messingstadt
Und rauchst das Kraut des Traums im Nargileh.


II

Der Sterne Namen kamen uns von da,
Atair, Deneb und Aldebaran,
Es zehrt von deinem Glanz, Arabia,
Der Schwan auf dem west-östlichen Divan.

Fata morgana, wer dich strahlen sah,
Traut in der Wüste falschem Talisman,
Doch bläst der Chamsin aus der Hammada,
Wird Wasser Sand und Wiederkehr ein Wahn.

Weit besser ists, bei Wein und Spezerein
Zu wähnen, daß der Derwisch dich erseh
Zum Tanz, und Huri lädt den Dichter ein,

Im Schatten von Jasmin und Aloe
Zur Mitternacht ihr Haremsgast zu sein,
Mit Gold im Haar und Ambra im Kaffee.

 

 

 

schilling

Rolf Schilling (Nordhausen, 11 april 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.