28-07-17

Remco Campert, Malcolm Lowry, Herman Stevens, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders, Angélica Gorodischer, Shahyar Ghanbari, John Ashbery, Drew Karpyshyn

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

Den Haag

Overal bevuilde daken
groen koper van kerken
brakke lucht uitgebeten huizen
afgegraasd grasland verwaarloosde zee.
O en de trieste trage gele trams
en het kippevel van de verwaaide straten.
Heel Den Haag was één Panorama Mesdag
elke dag een verregende koninginnedag.

Mijn grootvader ongeschoren
dwaalde als Strindberg door het huis
gevangen in zijn eigen kamerjas.

En zo speelziek en verlegen als ik was
met mijn kleine rubberdolk
beheerste dolleman
pleegde ik sluipmoord op een schemerlamp
of op zolder het oude lila kussen.

 

 

Bandrecorder, eenvoudig

Je hoeft niet te praten
ook geknisper van kranten komt duidelijk over
of als je slikt keelschraapt
een schoen uitschopt

het suizen van het gas
de tik van het licht uit
de telefoon buiten de auto's
mijn korte adem

maar als je toch iets zegt
zeg dan liever iets aardigs
iets dat i nog eens af kan draaien
als je weg bent.

 

 

Zo lag ik wel

(Zo lag ik wel
en lig ik nog: liefde
vernieuwt en en verdiept zich.

Steeds meer huiden wierp ik af-
nu eindelijk in mijn eigen
laatste vel,

ben ik kwetsbaarder dan ooit)

 

 
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Lees meer...

28-07-16

Herman Stevens

 

De Nederlandse schrijver, literair criticus en columnist Herman Stevens werd geboren in Rotterdam op 28 juli 1955. In de jaren tachtig studeerde hij klassieke talen in Leiden, waar hij met een studiegenoot tussen 1983 en 1986 het literaire tijdschriftje “Wildgroei“ leidde, waarin onder meer vroege gedichten van Joost Zwagerman en Piet Gerbrandy verschenen. Vanaf 1985 schreef Herman Stevens in De Revisor en Maatstaf. De dag na zijn afstuderen begon Stevens aan zijn debuutroman “Mindere goden” die in april 1990 door De Arbeiderspers werd uitgegeven. Aan het eind van het jaar werd “Mindere goden” bekroond met de Anton Wachterprijs. Toen Stevens’ tweede roman “Een schone slaap” in oktober 1991 uitkwam, zat de schrijver in Amerika, als writer-in-residence aan de universiteit van Michigan. Tot eind 1996 zou hij veel tijd in Amerika doorbrengen. In 1997 verscheen bij Prometheus Stevens’ afscheid van Amerika, de roman “Het vrouwelijk halfrond”. Intussen schreef Stevens geregeld over Engelstalige literatuur in Het Parool en HP De Tijd. In NRC Handelsblad en De Volkskrant schreef Stevens columns over de toenemende vercommercialisering van de Nederlandse literatuur, lang voor het woord 'bestselleritis' gemeengoed was geworden. In 2001 verscheen Stevens' Rotterdamse roman “Gouden bergen”, waarin de desillusie met het materialisme van de jaren negentig wordt belichaamd in de cynische loner Leo Donker. In 2004 herzag Stevens zijn debuutroman “Mindere goden”. In januari 2007 verscheen “Moederziel”, een roman die zich opnieuw grotendeels in Rotterdam afspeelt, beginnend in het revoltejaar 1968. In mei 2010 verscheen “Vaderland”, een roman over een wijnschrijver die rond zijn vijftigste nog vader wordt, waarna zijn huwelijk strandt. In deze roman keren twee vrouwelijke personages uit eerder werk van Stevens terug, vele jaren ouder. In september 2012 verscheen Stevens' zevende roman “Gloriejaren”, een literaire avonturenroman over een groepje jongeren dat eind jaren zeventig van school komt. Opnieuw is het thema verloren illusies, maar ditmaal is de helft van het boek geschreven vanuit het oogpunt van een jonge vrouw.

Uit: Gloriejaren

“Tegen middernacht klom Erik op een tafel om een speech te houden, net als de vorige avond, en de avond daarvoor. Het was elke keer dezelfde speech, hij werd alleen steeds langer, en als Erik iets vergat, was er wel iemand die hem hielp. In de krant had een artikel gestaan over de generatie die nu van school kwam. Een generatie zonder toekomst. De economie was ingezakt, het ging nog jaren duren voor er weer banen waren en de wereld werd nooit meer hetzelfde. Een uitkering was eigenlijk het beste waar een achttienjarige op kon hopen. Of een studiebeurs. Het hoogtepunt van de speech was iedere keer hetzelfde. Erik vouwde het krantenknipsel open, met een foto van een verregende fietsenstalling die het lot van hun generatie moest verbeelden. Wilden zij een toekomst? Iedereen riep hard van nee. Alleen sukkels waren met hun toekomst bezig. Wat Erik wilde was een verleden. Dat waren de gloriejaren. “
(…)

“De volgende ochtend werd hij leeg wakker. Hij had onder water kunnen liggen en het had niets uitgemaakt. Niemand zat op hem te wachten. zijn leven was leeg. Zijn werk was leeg. Het was een trucje. Hij moest zo langzamerhand voor klanten bedanken omdat er te veel waren. Iedereen moest op het internet. Anders bestond je niet. Alleen daaraan zag je al dat het niets voorstelde. Het was allemaal namaak. Hij was namaak. Zelfs zakkenrollers maakten hun handen niet aan hem vuil. Nog even en er zaten drie nullen in het jaar en ging het hele internet onderuit, hackers namen het universum over en als het ooit nog goed kwam, was het tijd voor een nieuwe generatie. Wiels dagen waren geteld.”

 

 
Herman Stevens (Rotterdam, 28 juli 1955)

16:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: herman stevens, romenu |  Facebook |