24-02-18

Leon de Winter, Alain Mabanckou, George Moore, Erich Loest, Herman Maas, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Friedrich Spielhagen, Jacques Presser

 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: God's gym

“Opnieuw knikte de man, met gebogen hoofd nu. Maar hij was zo lang dat Joop nog steeds onbelemmerd zijn gezicht kon zien. `Waar wacht je op! Weg! Wil je dat ik de politie bel!' `Het mag niet zo blijven,' zei de man terwijl hij naar zijn handen keek. 'Als mensen sterven hebben ze recht op een ritueel. Mirjam moet een graf krijgen. Ik bemoei me nergens mee, maar u reageert niet. U neemt de telefoon niet op. U haalt de post niet uit uw brievenbus. Ik moest iets doen. Ik zei maar dat ik namens u handelde. Doet u het dan alstublieft zelf. Doe 't voor haar. Ze heeft er recht op. Mister Koepm'n, ze heeft nog steeds rechten!' Het gezicht van de grote man trok opeens in een kramp en zijn ogen stroomden vol. Terwijl hij in zijn handen kneep, perste hij zijn lippen op elkaar en probeerde zijn tranen in te slikken. Maar de tranen bleven stromen en met diepe uithalen stond de man voor zijn deur te huilen. Zijn schouders schokten en hij opende zijn mond en haalde diep adem om de pijnscheuten van verdriet te kunnen weerstaan. De aanblik van de man was niet te verdragen. Joop deed een stap opzij en zocht steun bij de muur naast de kapstok, met zijn schouder tegen het rugzakje, en onttrok zich aan het uitzicht door het raam. Gedempt hoorde hij het gesnik van de man. De man had de motor bestuurd. Zijn dochter was gestorven, maar de man was ongedeerd, stond hier nu te janken alsof het zijn eigen kind was geweest. Hij had geen recht op medelijden. Niet van Joop. Niet hier. Joop wachtte tot er geen gesnik meer door de deur klonk. Na een paar minuten leek de man zijn huilende lijf onder controle te krijgen. Het gesnik stopte en Joop hoorde dat de man zijn neus snoot. `Mister Koepm'n, sir?' hoorde Joop vervolgens. 'Mister Koepm'n? Luistert u even naar me? Ik weet dat u me hoort. Mister Koepm'n, ik heb gisteren m'n zaak verkocht! U bent er geweest, pas geleden nog! Ik moet daar les blijven geven, maar ik heb het verkocht en ik heb er geld aan overgehouden! Real money! Mister Koepm'n, ik wil een gedenkteken voor haar oprichten! Een tempel, sir! Een beeld in een Griekse tempel met zuilen! Zoiets als de tempel van Artemis in Ephesus! Iets wat er eeuwig zal staan! Ik betaal alles, sir!”

 

 
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)
Cover

Lees meer...

24-02-17

Leon de Winter, Alain Mabanckou, George Moore, Erich Loest, Herman Maas, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Friedrich Spielhagen, Jacques Presser

 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: Geronimo (Vertaald door Hanni Ehlers)

„Usama bin Laden lebte fünf Jahre lang hinter den Mauern seines Verstecks, lautet die offizielle Geschichte.
Das ist unrichtig. Er ist nachts regelmäßig ins Freie gegangen.
Auch am frühen Morgen des 11.September 2010 – acht Monate vor Operation Neptune Spear - schlüpfte er aus seinem Haus und fuhr das Moped aus dem Lagerraum. Wie üblich steuerte er ein Lebensmittelgeschäft an, das nie die Türen schloss.
ln Abbottabad, Pakistan, war es Viertel nach zwei in der Nacht, und JBL - so die vom amerikanischen Geheimdienst für ihn benutzre Abkürzung, die seine jüngste Braut, Amal, ihm auch manchmal hcrausfordcrnd ins Ohr flüstcrte: »UBL, mein Scheich, kommst du?« - war ein glücklicher Mensch.
Jetzt bloß keine übereilten Schritte tun, sagte er sich.
Er durfte sich nicht von dem wunderbaren Gedanken verleiten lassen, dass er morgen schon erreichen konnte, worauf er dreißig Jahre lang hingearbeitet hatte; länger noch, eigentlich sein ganzes Leben lang, seit er das Licht der Welt erblickt hatte. Das Blatt würde sich wenden. Geduld, dachte er, Geduld. Es wäre dumm, wenn er seinen Trumpf nach Jahren der Isolation und der Rückschläge nun Hals über Kopf ausspielen würde. Mit dem, was er jetzt wusste, war er in der Lage, seine Gegner schachmatt zu setzen.
Allah belohnte seinen Glauben und seine Demut. Ihm war eine Waffe geschenkt worden, vor der sich niemand schützen konnte.
UBL hätte seine Freude am liebsten laut herausgeschrien und den stillen Straßen und schlafenden Häusern zugerufen: Ich weiß es, ich weiß es, ich habe es entdeckt, ich weiß, was niemand weiß! Grinsend fuhr er auf seinem klapprigen Moped dahin und dachte: Es ist wahr, um. wird sich die Welt wieder gefügig machen!“

 

 
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

Lees meer...

24-02-16

Alain Mabanckou, Leon de Winter, George Moore, Erich Loest, Herman Maas, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm

 

De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Zie ook alle tags voor Alain Mabanckou op dit blog.

Uit: Black Bazaar (Vertaald door Sarah Ardizzone)

“I told Roger the French-Ivorian I didn’t like sheep and that I had never seen any that colour.
“You mean there aren’t any sheep in your district, over there in the Congo?”
“Well yes, you will find some among the traders in Trois-Cents, but their sheep aren’t even white, they are all black, with patches sometimes, and you can’t go telling credible stories with sheep like that. And another thing, the traders chop them up and sell them as kebabs at night in the streets.”
“Fine, all right then, but in these stories of yours, have you at least got a sea and an old man who goes fishing with a young boy?”
I said no because the sea frightens me especially since, like a lot of people in our country, I went to see Jaws and had to leave The Rex before the end of the film.
Roger the French-Ivorian signalled to Willy for two more Pelforts.
“Fine, all right then,” he went on, “but in these stories of yours, have you at least got an old man who reads love stories in the middle of the bush?”
“Oh no, and anyway how would we get love stories to the heart of the bush? Back home it would be mission impossible, our interior is closed off. There is only one road that goes there, and it dates back to colonial times.”
“You have been independent for nearly half a century and you’re telling me there’s only one road? What the hell have you been doing in all that time? You’ve got to stop blaming those settlers for everything! The Whites cleared off and they left you everything including colonial homes, electricity, a railway, drinking water, a river, an Atlantic Ocean, a seaport, Nivaquine, antiseptic and a town centre!”
“It’s nothing to do with me, it’s our governments who are to blame. If they had at least resurfaced the road the settlers left us, then today your old man could be sent his love stories. But let me tell you, that colonial road is a scandal …”
“What is the matter, eh? Why is it a scandal? Are you against the settlers or what? I say we owe the settlers respect! Me, I’ve had enough of people talking through their hats when those settlers conscientiously got on with their job of delivering us from the darkness and bringing us civilisation. Did they have to do all that, eh? You do realise that they worked like lunatics? There were mosquitoes, devils, sorcerers, cannibals and green mambas, there was sleeping sickness, yellow fever, blue fever, orange fever, rainbow fever and goodness knows what else.”

 

 
Alain Mabanckou (Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)

Lees meer...

24-02-15

Herman Maas

 

De Nederlandse schrijver en journalist Herman Hubertus Joannes (Herman) Maas werd geboren in Venray op 24 februari 1877. Maas huwde in 1903 met Henriette Braem uit Arcen. Het echtpaar kreeg drie kinderen. Maas begon zijn carrière als onderwijzer op lagere scholen in Oirlo en Ospel. Vervolgens werkte hij vier jaar als verzekeringsagent. In 1915 werd hij leraar aan de kweekschool te Venlo. Maas schreef zijn eerste stuk in 1896 in het Venrayse weekblad Peel en Maas en gebruikte daarbij de schuilnaam Peter van Venrode. Gedurende zijn hele leven bleef zijn geboortestreek De Peel een belangrijke bron van inspiratie In 1900 begon Maas met literaire bijdragen met een kritische boodschap. Wat later werden deze ook politiek van aard. Zijn eerste roman uit 1901 kan exemplarisch geacht worden voor het latere werk. Maas kaart daarin sociale wantoestanden, kleinburgerlijkheid en wanbestuur aan. Zijn roman “Verstooteling” uit 1907 levert Maas dermate veel problemen op dat hij op zoek moest naar een andere baan. Van 1915 tot 1923 was hij leraar aan de Rijksnormaalschool te Venlo. Hij combineerde deze baan met zijn werk als journalist voor het blad Limburgs Belang en zijn deelname aan de plaatselijke politiek in zijn woonplaats Roermond. Maas is zich altijd blijven verzetten tegen de vergaande invloed van de confessionele coalitie op de maatschappelijke ontwikkelingen. Vanaf 1933 had hij door langdurige werkloosheid met slechts een klein wachtgeld te kampen met miserabele levensomstandigheden. Zijn echtgenote werd in dat jaar met een chronische depressie blijvend opgenomen op de gesloten afdeling van een psychiatrische inrichting. Mede onder invloed van zijn oudste zoon raakte hij steeds meer betrokken bij de fascistische wereldbeschouwing. Hij werd ook lid van de Kultuurkamer. Maas bleef tot op zijn 80e levensjaar als schrijver actief, hij had als bijnaam de Limburgse Zola.

Uit: Landelijke eenvoud

“Op de ‘groes’, onder een breedkruinigen appelboom, stonden Nel en Driek bij elkaar. Hij leunde met den schouder tegen den stam, het eene been over 't andere geslagen, in loom-hangerige houding. Nel stond voor hem, plukte aan haar blauw schort, de oogen gericht naar den grond, waar zij toch niets zag.
Terwijl haar eene klomp al maar door grasspieren neertrapte onder haar onbewust beweeg van den voet, vertelde zij, hoe vader en moeder 's avonds van te voren weer opgespeeld hadden, omdat zij het met Driek niet uitmaken wilde. Ze hadden haar uitgescholden voor al wat leelijk was, totdat zij eindelijk van kwaadheid naar bed was geloopen. Maar zij had gezegd, dat ze het niet deed, nooit. Ze ‘ging’ met Driek, als ze zelf wilde, en niemand had zich daarmee te bemoeien. Wat dachten ze wel?....
Toen ze in haar bed lag, had ze zich niet meer kunnen inhouden. Ze had wel een uur lang liggen schreien....
Telkens na eenige oogenblikken vlug vertellen, daalde een zwijging tusschen hen neer, alleen onderbroken door haar zuchten: ‘'t Is toch wat te zegge....’
Driek wist weinig of niets te antwoorden. Hij hoorde haar aan zonder blijken te geven, dat hij getroffen werd door haar verhaal.
Toch was hem dat lang niet onverschillig. En al had hij datzelfde dikwijls al gehoord, het verveelde hem ook nu niet. Maar het kwam niet in zijn gedachten op, dat hij haar zou moeten troosten, of haar moest verzekeren, dat niemand in staat zou zijn tusschen hen tweeën iets te veranderen. Ook verlangde zij dat niet. 't Was haar genoeg hem weer eens gezegd te hebben, wat zij thuis moest uitstaan.
Vader en moeder hadden zoo als altijd gekeven, dat de ouders van Driek hèn al jaren lang geplaagd en gesard hadden. En Driek was óók niks, een vent, dien ze voor hun oogen niet zien konden.
En als zij vroeg, wàt ze dan tegen Dirk hadden, of hij niet goed oppaste, en zoo, dan werden ze nog véél kwader en riepen maar, dat 't er niets op aankwam, zij wilden met Driek niks uit te staan hebben, en daarmee uit!...."

 


Herman Maas (24 februari 1877 - 27 januari 1958)

19:07 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: herman maas, romenu |  Facebook |