07-09-17

Merijn de Boer, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

 

De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

Uit:'t Jagthuys

“Binnert stond achter het gordijn terwijl ik kennismaakte met zijn moeder. Ze wist niet dat hij daar stond en ik had het aanvankelijk ook niet door.
`Hoelang doe je dit werk al?' vroeg ze.
Door de bizarre situatie duurde het even voordat ik een antwoord kon formuleren.
`Twee jaar,' antwoordde ik afwezig, terwijl ik niet naar haar maar naar het gordijn keek. De zoom kwam tot zijn kuiten: hij droeg een gele broek, rode sokken en bruinrode brogues. Waardoor het leek alsof het gordijn voeten had. Want ook het velours was geel, okerachtig, met een patroon erop van rode bloemen en sierlijke groene bladeren.
Hij had zich zo opgesteld, precies achter de grote, lichtpaarse fauteuil waarin zijn moeder zat, dat ik hem wel kon zien en zij niet.
Ze keek me belangstellend aan en vroeg: 'Mag ik vragen waarom je dit werk doet?'
`Uit idealisme,' antwoordde ik. En uit cynisme, maar dat zei ik er niet bij. Idealisme en cynisme waren een verbond met elkaar aangegaan.
`Ja, het is bijzonder dat zoiets bestaat,' zei de WOUW. Ik had er nog nooit van gehoord. Tot er op het journaal aandacht aan werd besteed. En ik dacht: dat is misschien wel iets voor mijn Binnert.'
Achter het gordijn werd een keel geschraapt maar ze hoorde het niet.
`Kan ik jou nog wat thee inschenken, Vera?' Zonder dat ik iets had geantwoord, stond ze al op.
Ondanks de warmte in de kamer droeg ze een wijde wollen jurk, die de contouren van haar lichaam haast volledig verborg. Ze had grote zware borsten, dat zag ik wel, maar waar haar heupen zich precies bevonden en of er een dikke buik onder die borsten hing, dat kon ik niet uitmaken. Waarschijnlijk wel, want anders droeg je natuurlijk niet zo'n soepjurk.
Ze duwde haar paarse bril tegen haar voorhoofd en kwam, een beetje log, met in haar hand een vergeelde theepot naar me toe. Snel hield ik mijn halfvolle kopje thee omhoog, zodat ze me makkelijker kon bijschenken. 'Ik vrees dat ik een beetje verslaafd ben aan zoethoutthee,' vertelde ze. 'Mijn dokter zegt dat het slecht is voor mijn bloeddruk maar ik drink al decennia meerdere koppen per dag en ik heb nergens last van. Heb ik nou op je mouw gemorst?"

 

 
Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

Lees meer...

07-09-16

Dolce far niente, Jo Govaerts, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

 

Dolce far niente

 

 
Resting by the Riverbank door Richard Emil Miller,1910-11

 

 

Waar ik naar verlang vandaag

Waar ik naar verlang vandaag
een frisse zomerjurk te dragen
met blote schouders, een uitgesneden
hals en rug en vooral goed
los om de heupen

waarmee ik dan de tuin in loop
de zon schijnt warm, maar de wind
houdt het draaglijk en brengt
de jurk in beweging en dan

ben jij er natuurlijk ook die
de jurk al even mooi vindt en samen
trekken we hem uit en hangen hem
aan een tak

en liggen te kijken in het gras naar
zo’n frisse zomerjurk in een boom, daar
verlang ik het meest naar vandaag.

 

 
Jo Govaerts (Leuven, 23 juni 1972)
Leuven

Bewaren

Lees meer...

07-09-15

Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

 

De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Anton Haakman op dit blog.

Uit: Tieck en zijn Runenberg

“Ludwig Tieck schreef Der Runenberg in 1802. In één nacht, lezen we in Was ich erleble van Henrik Steffens, een Noorse natuurkundige en schrijver, die Tieck in 1799 in Berlijn had ontmoet. Zij voerden gesprekken over Jakob Böhme en het dualisme van organische en anorganische natuur. Steffens vertelt hoe bij de aanblik van de bergen in Zuidoost-Noorwegen de tranen in zijn ogen sprongen: ‘Het was alsof het binnenste der aarde zijn geheime werkplaats voor mij had geopend; alsof de vruchtbare aarde met haar bloemen en haar bossen niet meer was dan een bekoorlijke maar dunne deken die geheime schatten verborg, en dat die deken hier was opengeslagen, afgestroopt, om mij omlaag te trekken in de wonderbaarlijke diepte die zich voor mij opende. Het maakte een ronduit fantastische indruk op mij, en het is mogelijk dat mijn levendige beschrijving voor Tieck aanleiding is geweest, zijn novelle* Der Runenberg te schrijven, over iemand die gedreven door een stil verlangen naar de verborgen geheimen van het woeste gebergte, de vruchtbare vlakte verlaat en die, op demonische wijze verlokt en tot waanzin gedreven, denkt dat hij grote schatten heeft ontdekt, terwijl hij moeizaam met een zak vol waardeloze stenen sleept. Tieck heeft toegegeven dat hij bij het schrijven van deze novelle aan mij heeft gedacht.’
Behalve door de gesprekken met Steffens moet Tieck ook zijn beïnvloed door Schellings Ideeen zu einer Philosophie der Natur, 1799 en Von der Weltseele, 1798. De natuur is bij de jonge Tieck een symbool voor, of een afspiegeling van de gemoedsaandoeningen van zijn personages. Hij schildert stemmingen door landschappen te beschrijven. De ruisende beek, de bomen, de stenen, ze leiden een bijna even menselijk leven als degene die ze ervaart. Steffens zag in Tieck een ‘Ästhetiker der Seele’.
De ‘novelle’ begint als een sprookje. Christian, een tuinderszoon, trekt de wijde wereld in omdat de vlakte, het dorp, de omheinde tuin en het huis van zijn vader hem te benepen zijn geworden. Hij trekt als jager het gebergte in en ontmoet, of droomt, daar het Waldweib, een verschijning van een bovenmenselijke en verschrikkelijke schoonheid en gestalte. Zij is een personificatie van het gebergte, Tiecks beschrijving maakt dat duidelijk. Haar lied heeft de klank van het metaal, het gesteente en het kristal dat haar omringt, haar reusachtige lichaam is als marmer. Zij overhandigt Christian plechtig, Antichristelijk zelfs, een wonderlijk stenen tablet met runetekens: ‘Neem dit te mijner gedachtenis’.

 

 
Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)
Carl Christian Vogel von Vogelstein,: De beeldhouwer David D`Angers portretteert Ludwig Tieck, 1834

Bewaren

Lees meer...

07-09-14

Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

 

De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Anton Haakman op dit blog.

Uit: Byron als vampier

“Polidori kende Byron van zeer nabij. Hij had hem, als lijfarts, vergezeld op diens reis door de Nederlanden, Duitsland en Zwitserland, en hij was goed op de hoogte van de uitspattingen van deze elegante verleider. Op verzoek van Byrons uitgever hield hij een dagboek bij van Byrons doen en laten. Het verscheen postuum in gekuiste, verminkte vorm. Polidori was grenzeloos jaloers op Byron. ‘Wat kan jij beter dan ik?’ vroeg hij toen ze door Duitsland reisden, langs de Rijn. Byron antwoordde: ‘Ik kan die rivier zwemmend oversteken, ik kan die kaars op twintig pas afstand snuiten met een pistoolschot, en ik heb een gedicht geschreven waarvan op één dag 14.000 exemplaren zijn verkocht.’ (The Corsair). Daarop wilde Polidori vergif uit zijn medicijnkist innemen, maar Byron verhinderde dat. Toen Byron in Zwitserland had kennisgemaakt met Shelley, was Polidori zo jaloers vanwege hun vriendschap dat hij Shelley uitdaagde voor een duel en Byron sloeg met een pook. Byron schreef later aan Murray: ‘Ik heb nog nooit zo gewalgd van een menselijk produkt als van die eeuwige onzin, die pesterijtjes, die leeghoofdigheid, dat slechte humeur en de ijdelheid van die jongeman.’ Wel gaf hij toe dat Polidori gevoel voor humor had, en talent.
Talloos zijn de overeenkomsten tussen Polidori en zijn personage Aubrey. Zo was Polidori door zijn familie gewaarschuwd voor Byron, die Engeland in 1816 vanwege zijn zeer slechte reputatie en zijn schulden voorgoed verliet. Eén overeenkomst was profetisch: Polidori is op zijn vijfentwintigste krankzinnig gestorven.
Polidori's verhaal, waarin de motieven van de vampier altijd sexueel bepaald zijn, is gemodelleerd naar Byron - de slachtoffers zijn allen vrouwen - maar tegelijk naar de adelstand waar deze toe behoorde, met haar recht op de dochters van onderdanen, en haar belangstelling voor het blauwe bloed, en voor het rode bloed dat werd vergoten in oorlogen. Een stand die in die tijd dood was, maar toch niet dood, ‘ondood’ zoals dat heet in de latere vampierliteratuur, en bijna legendarisch. Een stand die nog over een sexuele macht en privileges beschikte waar de burger tegen opzag en over fantaseerde. Aubrey fantaseert over Ruthven, maakt van hem een droom-object, een vampier, dat wil zeggen een symbool van extreme losbandigheid.”

 

 
Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)
Byron als Don Juan door Alexandre-Marie Colin, 1831

Lees meer...

07-09-13

Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

 

De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Anton Haakman op dit blog.

 

Uit: Herfsttaferelen

 

“Het seizoen is geopend. Sint Maarten hebben we gehad, Sint Nicolaas werpt dreigend zijn schaduw vooruit, en dan krijgen we ook nog het kerstfeest en Oud en Nieuw, dagen van Jamin en wild en gevogelte en bezinning.

Het jachtseizoen is open. De man die in de altijd gure Sint Maartensavond eerst bijna onhoorbaar gezang heeft gehoord en ver weg wiebelende lichtjes heeft gezien, betreedt een huiskamer vol kinderen en hoort het kraken onder zijn lompe, nu al winterse laarzen. Met een schok komt hij tot het besef dat hij op een kinderziel trapt. Pepernoten zijn het die daar kraken - nu al, en een koetjesreep, een bounty. Want de kinderen hebben op kranten op de vloer tableau gemaakt, na de grote jacht op snoep.

Tableau: gerangschikte groep van het op een jachtpartij geschoten wild. Tableau maken, het is altijd een schilderachtige gebeurtenis geweest waarvan het resultaat doorgaans niet werd geschilderd en ook niet noodzakelijk hoeft te worden gefotografeerd.

Het schouwspel heeft iets van een tableau vivant: een groep mensen beeldt, onbeweeglijk als een wassenbeeldengroep, een historisch tafereel uit. Napoleon zet zichzelf de keizerskroon op het hoofd. Yje Wijkstra schiet vier veldwachters neer; roerloos, en toch niet voor de eeuwigheid bedoeld. Wanneer het doek valt maken de spelers snel een paar kniebuigingen om uit hun verstijving te geraken.

Het tableau is een ongeschilderd stilleven, en tegelijk een groepsfoto waar geen camera aan te pas komt. Nature morte, tableau vivant. Leven en dood te zamen niet-vereeuwigd. Herfst. “

 

 

 

Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)

Lees meer...

07-09-11

Edith Sitwell, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Anton Haakman, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Henry Morton Robinson

 

De Engelse dichteres en schrijfster Edith Sitwell werd geboren op 7 september 1887 in Scarborough. Zie ook mijn blog van 7 september 2008 en ook mijn blog van 7 september 2009 en ook mijn blog van 7 september 2010.

 

 

Clowns' Houses

 

BENEATH the flat and paper sky
The sun, a demon's eye,
Glowed through the air, that mask of glass;
All wand'ring sounds that pass

Seemed out of tune, as if the light
Were fiddle-strings pulled tight.
The market-square with spire and bell
Clanged out the hour in Hell;

The busy chatter of the heat
Shrilled like a parakeet;
And shuddering at the noonday light
The dust lay dead and white

As powder on a mummy's face,
Or fawned with simian grace
Round booths with many a hard bright toy
And wooden brittle joy:

The cap and bells of Time the Clown
That, jangling, whistled down
Young cherubs hidden in the guise
Of every bird that flies;

And star-bright masks for youth to wear,
Lest any dream that fare
--Bright pilgrim--past our ken, should see
Hints of Reality.

Upon the sharp-set grass, shrill-green,
Tall trees like rattles lean,
And jangle sharp and dissily;
But when night falls they sign

Till Pierrot moon steals slyly in,
His face more white than sin,
Black-masked, and with cool touch lays bare
Each cherry, plum, and pear.

Then underneath the veiled eyes
Of houses, darkness lies--
Tall houses; like a hopeless prayer
They cleave the sly dumb air.

Blind are those houses, paper-thin
Old shadows hid therein,
With sly and crazy movements creep
Like marionettes, and weep.

Tall windows show Infinity;
And, hard reality,
The candles weep and pry and dance
Like lives mocked at by Chance.

The rooms are vast as Sleep within;
When once I ventured in,
Chill Silence, like a surging sea,
Slowly enveloped me.

 

 

 

Edith Sitwell (7 september 1887 - 9 december 1964)

Portret door Stanley Lench, 1960

Lees meer...

07-09-10

Edith Sitwell, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Anton Haakman, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Henry Morton Robinson

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 7e september mijn blog bij seniorennet.be

  

Edith Sitwell, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Anton Haakman, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Henry Morton Robinson