12-01-18

Cees van der Pluijm, David Mitchell, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Kamiel Verwer, Jakob Lenz, Fatos Kongoli, Jack London, Ferenc Molnár

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Castanea sativa

Hij, die als vreemdeling hier binnenkwam
Als gast in dit ons koude Nederland
Uit streken rond de Middellandse Zee –
Die zich gehandhaafd heeft in weer en wind

Die eeuwen overziet – een fiere stam
Zijn rechte rug – hij werpt met gulle hand
Zijn bitterzoete vruchten naar beneê
Een herfstgeschenk voor wie zijn bolsters vindt

Die aangeplant door Kelten en Romeinen
Gekweekt voor hongerige legioenen
Soms stil verlangt naar Griekenland of Spanje –

Hij kwam en bleef om nooit meer te verdwijnen
Een allochtoon met wortels in zijn schoenen
Wel tam, maar trots en trouw; hij heet kastanje

 

 

De expositie
Sonsbeek 2008

Kijk, een tuinhuis waaruit harken, schoffels, spades, schepjes groeien
En waar binnenin de mooiste roze woekerschimmels bloeien
En wie ligt daar voor de Villa blinkend in het licht te zonnen?
’t Is de vadsig luie koning starend naar wat lome koeien

Als een luchtschip hangt organisch in het bos een tros ballonnen
Oude flessendoppen zijn tot rododendrondek gesponnen
En de Afrikaanse grijsaards zien hoe wij met afval knoeien
Waaruit zij zijn opgetrokken: roestig wijze dorpsbaronnen

Sonsbeek voert ons naar de wortels van ons alledagstheater
Waarin alles wat van waarde is, verzand lijkt in de sleur
Brengt ons weer naar de essentie tussen bomen, gras en water

Sonsbeek trekt in ons verstarde denken, voelen, zien een scheur:
Waar je loopt en om je heenkijkt, tot in elke uithoek staat er
Iets wat aanzet tot gepeinzen, tot verrukking en grandeur

 

 

Uit: Momenten

1966

Er trouwde iemand met een Duitse man
En in de hoofdstad brak het oproer uit
Een rookbom legde alle vreugde lam

Het was misschien wel zielig voor de bruid
Maar Nieuwe Tijden hè, dat krijg je dan
De hippies bleven slapen op de Dam

We waren hoopvol, opgetogen, blij
De jaren vijftig waren echt voorbij

Het rook naar anarchie, verlossing, mei
Kabouters preekten stoned de revolutie
Van flower power, hasj en popmuziek

Van afbraak van haast elke institutie –
Aquarius breekt aan en maakt ons vrij –
Maar toch werd Van het Reve katholiek

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

Lees meer...

12-01-17

Cees van der Pluijm, David Mitchell, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Kamiel Verwer, Jakob Lenz, Fatos Kongoli, Jack London, Ferenc Molnár

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Winterpark

Je ademt witte wolken uit
Het park spreidt als een winterbruid
Nog blinkend, haast onaangeraakt

Een wereld van gedempt geluid
Waarin je voetstap knisperkraakt
Waarin je kinderziel ontwaakt

Je weet dat het niet duren zal:
(Als al het ongerepte schoons)
Straks vliedt als water naar het dal
Wat uit de lucht viel als kristal

De wereld kreeg iets ongewoons
De vaders werden weer als zoons
Dit moest de sneeuw zijn van hun jeugd
O winterpark, o kindervreugd...

 

 

De cederallee

Zo moet het zijn: het tedere geweld
Van ceders in september, kopergroen
Als wachters in gelid, die heel het bos
Behoeden voor wat schuilt en spiedt en dreigt

Maar beuken zijn het: neigend naar het veld
En reikend naar de lucht, een legioen
Van overmoed dat zonder blik of blos
Ons voorhoudt dat het eeuwen overstijgt

En in oktobers late middagzon
Valt stofgoud van de droge bladerdos

November waait de eerste takken los
Het leven wijkt nu met de lichtval mee

Dan wordt voltooid wat eens als feest begon
Verloochend in een herfstige allee

 

 

Uit: Momenten

1957

Vijfhonderd meter was het hemelsbreed
Een handkar was voldoende voor het huisraad
En jij mocht zittend mee, wat zat je plat

Fijn bonkend op de bodem met je gat
Een kind van drie dat naar een ander huis gaat
En de gemeentegrens zelfs overschreed

't Was net iets groter; 't lag er bijna naast
't Was meer verplaatsen dan verhuizen haast

Maar Barneveld werd Apeldoorn die zomer
Je weet nog dat het warm was: almaar lomer
Werd ieder ritje hotsend uitgezeten

Ook wees men naar de hemel, stomverbaasd
Om wat je later nooit meer zou vergeten:
Zo'n Sputnik was wel kostje voor een dromer...

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

Lees meer...

12-01-16

Cees van der Pluijm, David Mitchell, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Jakob Lenz, Fatos Kongoli

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Uit: Momenten

1960

Je ging er eerst eens met je vader kijken
Naar het gebouw en naar de weg erheen
Je moest per slot maar zien dat je er kwam

Je kreeg een tas, wat geld, een boterham
Je was pas zes, moest haasten, mocht niet wijken
Een hele tippel voor een kind alleen

Je stapte uit de bus en koos je pad
Je wandelde parmantig door de stad

Het leek haast of het vanzelfsprekend was –
Maar eenzaam was het, en een bange reis
De wereld zou nog lang je vijand blijven

Je zou bij juffrouw Broenink leren schrijven
Gekortwiekt keurig zittend in de klas
Voorgoed verdreven uit het paradijs

 

 

Uit: Portretsonnetten

2
Hij voelt zich als een lang vergeten jas
Die aan een lege kapstok bleef, alleen
Steeds meer alleen en zelden nog eens beet
Bij 't sluitingsuur van deez' of gene tent

De jeugd werd almaar jonger om hem heen
En hij steeds meer een afgeleefd karkas

Hij heeft de barricaden nog gekend
Hij stond er bovenop destijds en streed
De goede strijd; er bleef hem bijna geen
Die weet wat vechten voor je rechten was

Hij rolt er nog maar een en kijkt absent
Met lege ogen naar het volle glas

Ze zeggen, op den duur, dat alles went
Zelfs hangen ja, wanneer je dat maar weet

 

4

Hij neemt nog steeds haar foto met zich mee
En telkens weer als hij zijn portemonnee
Gebruikt, kijkt zij hem stralend lachend aan:
Beschermengel en eeuwig goede fee

En thuis ziet hij haar oude spullen staan
Hij heeft er nog niet dát van weggedaan
Nog steeds dezelfde bril op de wc
Dat geeft een warm gevoel bij 't zitten gaan

Zijn vrienden zeggen: "Zet haar van je af
't Is ongezond, het leven gaat toch door?"
En dat is waar, maar staat hij bij haar graf
Dan klinkt haar stem weer dwingend in zijn oor:

"Mijn jongen laat zijn moeder niet alleen"
Blijf mij nabij staat smekend op haar steen

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)
Hier met Robert Long (links), eind jaren 1990

Lees meer...

12-01-15

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

PORTRETSONNETTEN 9

Je kunt met hem de humorberg beklimmen
Hij heeft voor iedereen altijd wel iets
Een kleine kwinkslag of een goede witz
Waar hij verschijnt, daar gaan de ogen glimmen

O al die keren dat we om hem lachten
Wat is die man toch vreselijk ad rem
Gebeurt er iets, dan kijken we naar hem
Je hoeft er nog geen oogwenk op te wachten

En heus, hij is nooit een seconde triest
Het lijkt wel alsof alles langs hem afglijdt
Waardoor hij nooit zijn goede zin verliest

Ik denk dat hij nog vrolijk naar zijn graf schrijdt
Waarop de hele stoet nog één keer briest
Om wat zijn laatste geintje wordt: zijn afscheid

 

 

PORTRETSONNETTEN 13

Ik vond mijn kind, hij waaide tot mij aan
Wat scheelt die vijfendertig jaar verschil?
Wanneer ik honderd word, is hij de spil
Daarna kan ik gerust ter ziele gaan

Nu ben ik nog ten vleze, het bestaan
Laveert weer tussen schreeuwstorm en windstil
Een mengeling van hoop, geloof en wil
Een innig rendez-vous van zon en maan

Twee kamers heeft het hart dat stadig klopt
Twee liefdes zijn het minste voor een man
Totdat de adem stokt, de motor stopt

Twee liefdes – veel voor wie niet veel verwacht
Meer dan waarop een zondaar hopen kan
De wind, de wind heeft mij een kind gebracht

 

 

Uit: Momenten

 

1978

Er was van dreiging helemaal geen sprake
Je kreeg een eigen huis, een flat met hem
Wat later kwam deed toen nog niet ter zake

Nog nergens dood als stimulans of rem
Wel engelen, maar niet nog die der wrake
Je zong je lied met ongebroken stem

Een zoete inval en een bruisend bad:
De tijd dat je nog geen ontvangstangst had

Het leven leek een feest vol zang en dans
Studeren? Ja, dat deed je er wel bij
Wat misging kreeg vanzelf een nieuwe kans

Dat eens het lied verstommen zou, dat jij
Er in zou tuinen als een domme gans –
Je was naïef, je leek maar frank en vrij

 

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)
Hier met Conny Palmen (l)

Lees meer...

12-01-14

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz


De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Sonnet voor Elisabeth Eybers

Er klinken kinderstemmen in 't portiek
Hun schel geluid weerkaatst aan alle kanten

Geen oude dromen meer; ik ben weer thuis
Bepaalde bomen kan men niet verplanten

Melancholie: herinneringen aan stilte
Voorafgaand aan een storm voorbije vreugd

Verdriet: besef dat elke dag je heugt
Hoe liefde langzaam overging in kilte

En Heimwee: willen ruiken aan het zilte
Van zeewind die je aanwaait uit je jeugd

Ik lees verdoofd de verse ochtendkranten
Met al het vale nieuws, de dood incluis

En zie hem staan, als één dier emigranten
En weet opeens. Mijn droom had geen abuis.

 

 

Exodus

Er was een droom van duizend mooie jongens
Op witte paarden rijdend door de nacht
Met wapperende zachtfluwelen kleren

Ze hadden heel het leven in hun macht
De aarde draaide door hun galopperen
En waar zij reden, werd het nooit meer licht

Hun schoonheid was alleen nog te bezweren
Door 't magisch ritueel van een gedicht:
Er was een droom van duizend mooie jongens

Maar niemand kreeg die woorden uit zijn mond
Want wie hen zag, versteende waar hij stond

 

 

Kennelijk

Hij heeft de mooiste ogen die ik ken
Van diep en prachtig glanzend donkerbruin
Als hij me aankijkt, raakt ik zo bewogen
Dat ik het eerste uur van slag af ben

Soms stoeien wij een beetje in de tuin
Dan komt hij los en wordt hij opgetogen
Vooral als ik hem kietel en hem jen
(Zo rolden wij het rozenperk in puin!)

Wij hebben een apart soort dialogen
Waarvan nog nooit een derde iets verstond:
Verliefden kunnen praten met hun ogen

Mijn moeder vindt de omgang ongezond
(Als het aan haar lag had het niet gemogen)
Maar ja, ik houd nu eenmaal van mijn hond.

 

 
Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

Lees meer...

12-01-13

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz, Fatos Kongoli

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

 

WINTER & HET WYLERBERGMEER

 

II

 

O Wylerbergmeer: vlies van ijs
Bedekt in tinten zwart en grijs
Je diepte die zo lokken kon -
Je lacht als was je niet goed wijs

 

En dan opeens: de winterzon
De sneeuw geeft al haar schitt'ring prijs
Ik voel opnieuw: dit is de bron
Van wat mijn hoofd aan lichtheid won

 

Hier lijkt een boom niet op een kruis
Of op een galg; hier stroomt wat komt
Hier staan de takken zelfs in knop

 

Hier slikt het water door de sluis
Terwijl die dwaze lach verstomt -
Van hier kan ik de berg weer op

 

 

 

1960


Je ging er eerst eens met je vader kijken
Naar het gebouw en naar de weg erheen
Je moest per slot maar zien dat je er kwam

Je kreeg een tas, wat geld, een boterham
Je was pas zes, moest haasten, mocht niet wijken
Een hele tippel voor een kind alleen

Je stapte uit de bus en koos je pad
Je wandelde parmantig door de stad

Het leek haast of het vanzelfsprekend was –
Maar eenzaam was het, en een bange reis
De wereld zou nog lang je vijand blijven

Je zou bij juffrouw Broenink leren schrijven
Gekortwiekt keurig zittend in de klas
Voorgoed verdreven uit het paradijs

 

 

 

SOS

 

De nacht is zonder jou zo onvertrouwd

Dat ik – alleen – de slaap niet vatten kan

Wij hebben ons een veilig nest gebouwd

Als alle vogels doen zo nu en dan

 

Wij woelden door de jaren van de strijd

Die liefde heet, een lange warme nacht

Nu slapen wij ons gaten in de tijd

En spelen slechts wanneer dat wordt verwacht

 

Ons spel als echo van een symfonie

Waarvan alleen de paukenslag nog klinkt

Een nagalm die allengs nog sterker slinkt

Van lepeltjes in stille harmonie

 

De nacht is zonder jou zo onvertrouwd

Wij liggen samen stil, van man tot man

Alleen maar met elkaar, zoals dat kan

Wanneer men droef is maar daar niet om rouwt.

 

 

 

Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

Hier met de Nicaraguaanse dichter Ernesto Cardenal (links)

 

Lees meer...

12-01-12

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz, Fatos Kongoli

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

 

1969


We lagen bij het avondlijke water
We waren 15, 16, en dan gaat er
Geen prikkeling voorbij aan jonge lijven

Wat loos gestoei en dan opeens, dan staat er
Iets strak, een bijna pijnlijk hard verstijven –
Iets wat voorbij moet gaan maar ook moet blijven

De zomeravond valt, je explodeert
Je hebt je teder aan elkaar bezeerd

Apollo daalde zachtjes naar de maan
Diezelfde nacht waarin jij had beslist
Dat jij die dag je zaad niet had verkwist

Wat daar begon, zou nooit meer overgaan
Jij kon de mensen en de toekomst aan
Je was geland en wist nu wat je wist

 

 

 

 

DE DOKTER EN DE DOOD


I

 

Awater was de naam die Nijhoff hoorde
Bij dokter Koch (de vader) op bezoek
Een naam die zich door diepe lagen boorde -
Als twee maal water was dit woord een bron

 

Een klein geschenk, uit onverwachte hoek
Awater was de naam, de man was ziek
Het ging niet goed, of dokter komen kon
Maar die had net de dichter bij hem thuis...

 

"Awater," dacht de dichter "hoe uniek
Een man met twee maal water in zijn naam
Met twee maal leven toch de dood in huis"

 

De dichter staarde peinzend uit het raam
En zag in Beek de allereerste geest
Van water dat de aanvang was geweest

 

 

 

DE NACHT


De nacht is maanloos, een gerezen kilte
Trekt langs je koude botten naar omhoog
Je stapt door nevelslierten. Hard als steen
Voelt aan je voet de aarde, hard en droog

Het kraakt nu en het krast, je hoort de stilte
Je kijkt met beide oren om je heen
Je proeft beweging, mist het katteoog
Maar tastbaar ben je meer dan niet alleen

Het park geeft zijn geheimen moeizaam prijs
Aan wie het duister niet als taal verstaat –
Toch hangt hier jachtlust, hunker en verlangen

En laat het prooidier zich gewillig vangen
Wanneer de roes het hazehart verslaat –
De nacht wordt dan trofee en eerbewijs

 

 

 

Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

 

Lees meer...

12-01-11

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook mijn blog van 12 januari 2007 en ook mijn blog van 12 januari 2008 en ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

 

1954


Je was er pas een week of vier
De ouderwetse winterkou
Sloeg bikkelhard de kamer in

Je was de spil van het gezin
De wereld draaide nog om jou
Je leefde, gulzig als een dier

Je moeder in het kraambed lag
Te wachten op de laatste dag

Er werd gebeefd van kou en angst
Je vader was misschien het bangst
Want Oma voerde het gezag

Hij wierp wat plankjes toe naar haar:
Mijn luiers, van de vrieskou zwaar –
Zij brak haar armen bij de vangst

 

 

 

 

ST. JOZEFSSCHOOL


I

Je kunt de bel nog horen als je wilt
Hij staat nog immer in de hoge deur:
Die strenge man, driedelig in het pak
-
Hij luidt de bel, de kinderschaar verstilt

 

En schuifelt met een zweem van ongemak
En achting voor hem langs: hij is het Hoofd
Der School (het Hoofd, nog lang geen directeur)
In wiens gezag men moeiteloos gelooft

 

't Is winter en de grote kachel brandt
Met af en toe een plof. Je ruikt de geur
Van toen: van ijver, angst en kinderzweet

 

Zelfs nog in dit verbouwd gebouw; dit pand
Waar werd gezwoegd, gerekend, gedicteet
-
Men speelt er nu verantwoord interieur

 

 

 

 

LENTE IN 'T LAAG EN 'T HOOG 

 

II

Van bloesem wit de oevers van de beek
Waar pas nog sneeuw de koude grond bedekte;
En waar het uit de bomen constant lekte
Ontsprong het groen terwijl je net niet keek

 

De specht beukt elke ochtend op de bast
Van oud kastanjehout en alles zingt
Als jij het wakker worden nog bedwingt
En slaperig je ochtendplasje plast

 

Het kriekend licht komt daag'lijks vroeger binnen
En al wat leeft, is spoorslags buiten zinnen
De morgenstond is ongeremd Bacchantisch

 

En alles bloeit en lonkt en kwinkeleert
Terwijl jij Morpheus' armen prefereert
Natuur is onverdragelijk romantisch

 

 

 

 

Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

 

 

Lees meer...

12-01-10

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz


De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook mijn blog van 12 januari 2007 en ook mijn blog van 12 januari 2008 en ook mijn blog van 12 januari 2009.

 

 

Voorlopige bestemming 8


Er was een lied in jou, pathetisch wel
Maar toch, je zong je groot: je ging door roeien
En door ruiten, tot beide oren tuitten
En tot het glas uit elke sponning sprong

Vanuit de diepten kwam je, hard en fel
Een joch dat zich met alles ging bemoeien
En zich steeds onbewimpelder ging uiten
En diepte zocht in alles wat hij zong

Totdat het deksel haast je neusbeen brak
Jouw wereld bleek opeens de jouwe niet
Niets was van jou waar jij je neus in stak

De
ander was je plotseling, je liet
Je overbluffen met het grootst gemak
Verstomd doorproefde je een oud verdriet

 

 

 

 

Uit: Portretsonnetten

 

17


Hij gaat niet meer naar feestjes of recepties
En als hij gaat, is hij als eerste weg
Bespaart zich hoogtepunten en decepties
Ontloopt vergadering en overleg

Begrafenis, verjaardag, presentatie
Als 't even kan, dan weigert hij beslist
Bij voorkeur mijdt hij iedere roulatie
Vermoedend dat hij toch niet wordt gemist

Thuis vindt hij wat hij liefheeft op de tast
Zijn vrienden staan geordend in de kast
Hij kent in deze wereld heg en steg

Maar zelden heeft hij zich in hen vergist
Hij deelt zijn zelfgewild isolement
Alleen met hen, slechts aan zichzelf gewend

 

 

 

 

De Apostelenberg


Eens waren het er twaalf naar men beweert
Toen elf. En nu? En morgen? Volgend jaar?
Waar werd de norse Judas om gerooid
Die nu gemist wordt in de stille kring?

De berg, verraden voor de zilverling
Die Belvédère heet en het park nu tooit
Als hoger uitzichtpunt – als middelaar
Die dichter bij het hemelse verkeert –

Zwijgt nu in stille trots en telt zijn linden
Weet dat de Belvédère ook achterhaald
Is door de tijd en door de hoge bomen

Dat wie, met veel gehijg ten top gekomen
En later moeizaam weer ter aarde daalt
Zijn rust bij vrome linden kan hervinden

 

 

 

 

 

VanDerPluijm_DrsP

Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

Hier met Drs P. (rechts)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacques Hamelink werd geboren op 12 januari 1939 in Driewegen, bij Terneuzen. Zie ook mijn blog van 12 januari 2007  en ook mijn blog van 12 januari 2008 en ook mijn blog van 12 januari 2009.

 

 

De Amstel buiten Amsterdam

 

De vlakke boordevolle breedgespreide vloeirivier
van bleekallure heeft een luider en een stiller zijde.

Bedden met Monetlelies bloeiend eierdooiergeel, langs
de geschoren grasoever rietgaten zonder witvisvissertjes.

In het lichtmidden van de waterweg rugbuigingen der halende
roeiers. Hof Vredelust zal zijn. Minikasteel. 17e-eeuws werk.

Het bric á brac voorbij aldoor het vlakke blinkende dat over
het plein van paardeweidjes, van tuinerijen door Ouderkerk voert.

 

 

 

 

Zintuigen

 

Na dagreizen slaap komt denken vermurwend
een diep mes langs achter in mijn ruggemerg
en haastig breek ik je binnen

en word geboren genezen gedragen hersteld
in een oogwenk

reuk: een lichtende ingeving
mijn huid wordt bevleugeld met tastzin

smaak komt als bloed in mijn mond staan

gehoor breekt door het netvlies van mijn oren
de morgen

en stijgt naar mijn ogen
tot ik niet meer tot ik bijna zien kan.

 

 

 

 

hamelink
Jacques Hamelink (Terneuzen, 12 januari 1939)

 

 

 

 

De Japanse schrijver en vertaler Haruki Murakami werd geboren op 12 januari 1949 in Kioto. Zie ook mijn blog van 1 maart 2007  en ook mijn blog van 12 januari 2008 en ook mijn blog van 12 januari 2009.

 

Uit: Kafka on The Shore

 

“Cash isn't the only thing I take from my father's study when I leave home. I take a small, old gold lighter--I like the design and feel of it--and a folding knife with a really sharp blade. Made to skin deer, it has a five-inch blade and a nice heft. Probably something he bought on one of his trips abroad. I also take a sturdy, bright pocket flashlight out of a drawer. Plus sky blue Revo sunglasses to disguise my age.

I think about taking my father's favorite Sea-Dweller Oyster Rolex. It's a beautiful watch, but something flashy will only attract attention. My cheap plastic Casio watch with an alarm and stopwatch will do just fine, and might actually be more useful. Reluctantly, I return the Rolex to its drawer.

From the back of another drawer I take out a photo of me and my older sister when we were little, the two of us on a beach somewhere with grins plastered across our faces. My sister's looking off to the side so half her face is in shadow and her smile is neatly cut in half. It's like one of those Greek tragedy masks in a textbook that's half one idea and half the opposite. Light and dark. Hope and despair. Laughter and sadness. Trust and loneliness. For my part I'm staring straight ahead, undaunted, at the camera. Nobody else is there at the beach. My sister and I have on swimsuits--hers a red floral-print one-piece, mine some baggy old blue trunks. I'm holding a plastic stick in my hand. White foam is washing over our feet.

Who took this, and where and when, I have no clue. And how could I have looked so happy? And why did my father keep just that one photo? The whole thing is a total mystery. I must have been three, my sister nine. Did we ever really get along that well? I have no memory of ever going to the beach with my family. No memory of going anywhere with them. No matter, though--there is no way I'm going to leave that photo with my father, so I put it in my wallet. I don't have any photos of my mother. My father had thrown them all away.

After giving it some thought I decide to take the cell phone with me. Once he finds out I've taken it, my father will probably get the phone company to cut off service. Still, I toss it into my backpack, along with the adapter. Doesn't add much weight, so why not. When it doesn't work anymore I'll just chuck it.”

 

 

 

 

HarukiMurakami
Haruki Murakami (Kioto, 12 januari 1949)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en schilder Alain Teister (eig. Jacob Martinus Boersma werd geboren in Amsterdam op 12 januari 1932. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009.

 

 

Poëzie

 

Poëzie is, voor mij althans,
niet het vermoeid, roerdompig
droevig geroep om de gemiste kans.
Het is meer iets van op klompen
lopen, knarsen op het grint.
Wie dit vindt zal niet
mee kunnen komen met lome
en oude symbolen:
de bleke maan voor 't bleke lief
is eerder week dan apocrief.
Meer dan op 't volkje dat betreurt
en klankrijk zeurt
als grond tussen gelieven splijt
hou ik het op wat bijt,
en wel om 't hardst.
Poëzie is meer
die barst zien, verifiëren,
en dat dan zeggen. Barst.

 

 

 

 

Teister_zevenluik

Alain Teister (12 januari 1932 – 6 februari 1979)

Zevenluik met bed, door Alain Teister (geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jakob Michael Reinhold Lenz werd geboren op 12 januari 1751 in Seßwegen. Zie ook mijn blog van 12 januari 2008 en ook mijn blog van 12 januari 2009.

 

 

 

Süße Schmerzen meiner Seele

 

Süße Schmerzen meiner Seele,

Angenehme Pein!

Und doch muß bey dem Gequäle

Diese Seele heiter seyn,

Muß geliebt von allem, was auf Erden

Liebenswerth und heilig ist,

Seiner Sehnsucht Opfer werden

Wie mein Bruder! du es bist.

 

 

 

 

Ein Mädele jung

 

Ein Mädele jung ein Würfel ist,

Wohl auf den Tisch gelegen:

Das kleine Rösel aus Hennegau

Wird bald zu Gottes Tisch gehen.

 

Was lächelst so froh mein liebes Kind,

Dein Kreuz wird dir'n schon kommen.

Wenns heißt, das Rösel aus Hennegau

Hab nun einen Mann genommen.

 

O Kindlein mein, wie thuts mir so weh,

Wie dir dein Äugelein lachen,

Und wenn ich die tausend Thränlein seh,

Die werden dein Bäckelein waschen.

 

 

 

 

lenz

Jakob Michael Reinhold Lenz (12 januari 1751- 24 mei 1792)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

12-01-09

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz, Florian Havemann, Fatos Kongoli, William Nicholson, Ferenc Molnár, Jack London, Charles Perrault


De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook mijn blog van 12 januari 2007 en ook mijn blog van 12 januari 2008.

 

Uit: Sonsbeeksonnetten

 

 

HET PAVILJOEN

Een warme zomeravond, als het meezit
Hoort wie goed luistert verre echo’s klinken:
Beschaafde zang, orkestmuziek, gerinkel
Van glazen, fluisterstemmen in de nacht

Geen schlagers of de laatste Doris-Day-hit
Maar wel weemoedig koper; kijk: ze drinken
Champagnewijn waarin het speels getwinkel
Van maan en kaarslicht dreigend leed verzacht

Geen tekens van geweld nog, slechts geruis
Van zomerjurken, schuldeloos vermaak

Maar dan: je knippert en het is voorbij

Wat rest: het hedendaags verkeersgesuis
Een populaire wok- en afhaalzaak

Geen schim meer van de oude schenkerij

 

 

 

Uit: Portretsonnetten

 

1

 

Van borst tot buik een strakke rechte lijn
Slechts rib of tepel bieden wat reliëf
Een lichaam zonder angst of schuldbesef

Ik ben hem zelf, ik ben hem eens geweest
Hij is nu zoals ik misschien wel was
Beloftevol, maar verder groen als gras
Een beetje engel en een beetje beest

Blondborstig zit hij in dezelfde trein
Een tors, met haartjes haast onzichtbaar nog
Een aaibaar en toch onaanraakbaar joch

Ik kijk naar buiten, quasi onbespied
Hij ziet mij aan, hij kijkt, verraadt zich niet
Lijkt opgelucht en blij, maar blij het meest:
Zo blij dat hij nog mij niet hoeft te zijn

 

 

 

12

Haast niemand die van meer belang voor mij is
Die machtiger en krachtiger dan hij is
Zo prachtig met zijn lange blonde haren
Zijn geest die ongebonden, sterk en vrij is

Ik kan soms uren naar zijn aanblik staren
Dan voel ik dat hij meer dan zeer nabij is
En zo passeren dagen, maanden, jaren
Van hartstocht, passie, niet te evenaren

Ik heb hem vaak naast mij in bed gelegd
Hoewel dat volgens velen slecht en fout is

Hoe fel brandt onze liefde, hoe oprecht
Terwijl het in de wereld om ons koud is

En hoe betreur ik dat zijn kruis van hout is
Maar ja, hij is er nogal aan gehecht

 

 

 

 

cees_van_der_pluijm
Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacques Hamelink werd geboren op 12 januari 1939 in Driewegen, bij Terneuzen. Zie ook mijn blog van 12 januari 2007  en ook mijn blog van 12 januari 2008.

 

 

 

Betrekkende mens

 

Langzaam neemt de mens

de schutkleur aan

van de aarde

die hem in steeds trager

welsprekende velden

en wegen van wolken betrekt

en ook de blaasbalg lucht

zijn piepend draaiorgel geworden

 

dan alom bekroond

met koude honger

met poriën voor regen en slaap

zijn ereteken zijn schamperste vuurslag

voldoende om de sterren ruwweg te ontbinden

 

verbergt hij taal en teken

in landschappen

die savonds dichtklappen

als een deur.

 

 

 

 

 

Werkelijk

 

Werkelijk,
men moest de steen
met menselijke waardigheid
bekleden, zijn woord
voor menswaardig
aannemen.

Men moest, om nog
in de mens
te kunnen geloven, zijn oor
te luister leggen
bij de steen of met de stem
spreken
van een steen.

Men moest,
om de eerste de beste
steen te citeren,
uit de steenrots een geheel
nieuwe mens
slaan.

 

 

 

 

 

 

JacquesHamelink
Jacques Hamelink (Terneuzen, 12 januari 1939)

 

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver en vertaler Haruki Murakami werd geboren op 12 januari 1949 in Kioto. Zie ook mijn blog van 1 maart 2007  en ook mijn blog van 12 januari 2008.

 

Uit: After Dark Vertaald door Jay Rubin)

 

Eyes mark the shape of the city.
Through the eyes of a high-flying night bird, we take in the scene from midair. In our broad sweep, the city looks like a single gigantic creature—or more like a single collective entity created by many intertwining organisms. Countless arteries stretch to the ends of its elusive body, circulating a continuous supply of fresh blood cells, sending out new data and collecting the old, sending out new consumables and collecting the old, sending out new contradictions and collecting the old. To the rhythm of its pulsing, all parts of the body flicker and flare up and squirm. Midnight is approaching, and while the peak of activity has passed, the basal metabolism that maintains life continues undiminished, producing the basso continuo of the city’s moan, a monotonous sound that neither rises nor falls but is pregnant with foreboding.
Our line of sight chooses an area of concentrated brightness and, focusing there, silently descends to it—a sea of neon colors. They call this place an “amusement district.” The giant digital screens fastened to the sides of buildings fall silent as midnight approaches, but loudspeakers on storefronts keep pumping out exaggerated hip-hop bass lines. A large game center crammed with young people; wild electronic sounds; a group of college students spilling out from a bar; teenage girls with brilliant bleached hair, healthy legs thrusting out from micromini skirts; dark-suited men racing across diagonal crosswalks for the last trains to the suburbs. Even at this hour, the karaoke club pitchmen keep shouting for customers. A flashy black station wagon drifts down the street as if taking stock of the district through its black-tinted windows. The car looks like a deep-sea creature with specialized skin and organs. Two young policemen patrol the street with tense expressions, but no one seems to notice them. The district plays by its own rules at a time like this. The season is late autumn. No wind is blowing, but the air carries a chill. The date is just about to change.“

 

 

 

 

Haruki_Murakami
Haruki Murakami (Kioto, 12 januari 1949)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en schilder Alain Teister (eig. Jacob Martinus Boersma werd geboren in Amsterdam op 12 januari 1932. Teister debuteerde in 1964 met de poëziebundel De huisgod spreekt. Daarna volgden nog diverse romans en poëziebundels. Zijn 'Zevenluik met bed en bezoekers', een installatie met bed, paspoppen, stoel, hout en verf' (1973-1974) werd aangekocht door het Centraal Museum Utrecht en de Rijksdienst voor Beeldende Kunsten. Hij was voorts de drijvende kracht achter de oprichting in 1975 van Theater de Engelenbak, een professioneel theater uitsluitend gericht op amateurvoorstellingen.

 

 

Toekomst

Als die mij nogal lief zijn
- vrouw, bomen, vrienden - van mij heen zijn
wil ik een snaterende grijsaard worden,
wonend op het Maliebaan-station
en in de zon.
Gekleed in conducteurscostuum
van Engels laken
een goede indruk voor de spiegel maken,
en zachtjes krijsen op het zoveelste perron:
'honnepon,
honnepon ...'

 

 

 

 

Teister_Boekomslag
Alain Teister (12 januari 1932 – 6 februari 1979)

Boekomslag (Geen portret beschikbaar) 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jakob Michael Reinhold Lenz werd geboren op 12 januari 1751 in Seßwegen. Zie ook mijn blog van 12 januari 2008.

 

 

Urania

Du kennst mich nicht,
Wirst nie mich kennen
Wirst nie mich nennen
Mit Flammen im Gesicht.

Ich kenne dich
Und kann dich missen –
Ach mein Gewissen
Was peinigest du mich?

Dich missen? Nein,
Für mich geboren –
Für mich verloren?
Bei Gott es kann nicht sein.

Sei hoch dein Freund
Und groß und teuer –
Doch ist er treuer
Als dieser, der hier weint?

Und dir mißfällt – –
O Nachtgedanken!!
Kenn ihn, den Kranken,
Sein Herz ist eine Welt.

 

 

 

 

lenz
Jakob Michael Reinhold Lenz (12 januari 1751- 24 mei 1792)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, schilder en componist Florian Havemann werd geboren op 12 januari 1952 in Oost-Berlijn. Hij is een zoon van de bekende DDR-criticus Robert Havemann. In 1971 vluchtte hij naar het westen. Wolf Biermann, die zelf toen nog zijn uitburgering probeerde te voorkomen,  schreef naar aanleiding daarvan het lied Enfant perdu, waarin hij de vlucht bekritiseert. Havemann studeerde in West-Berlijn vervolgens Scenografie aan de Hochschule der Künste. Hij schreef diverse stukken voor het toneel, o.a. over Albert Speer en Rosa Luxemburg en componeerde ook muziek voor het theater.  Sinds 2005 publiceert hij op het internet de Zeitschrift für unfertige Gedanken. Onder de titel Havemann schreef hij een 1100 pagina’s tekllende, zogenaamde „Tatsachenroman“ over zijn grootvader, zijn vader en zichzelf. Al voor het verschijnen leidde het werk tot controverses, o.a. omdat hij erin suggereerde dat Wolf Biermann sexuele contacten had met Margot Honecker, de vrouw van partijleider Erich Honecker. Het boek werd door de uitgeverij later uit de handel genomen en in een verkorte vorm vorig jaar opnieuw uitgebracht.

 

Uit: Havemann

 

Havemann, das beginnt mit einem Saathändler. Für mich beginnt Havemann mit einem Saathändler, aber natürlich weiß ich, daß es vor diesem Saathändler andere Havemänner gegeben haben muß, Havemänner, von denen dieser Saathändler abstammt und mit ihm dann wir, mein Großvater,

mein Vater und ich, und natürlich auch noch die vielen anderen, die zur Sippschaft gehören. Vielleicht waren das Bauern, Saatgüterproduzenten, die sich eines Tages auf den Handel mit Saatgut allein verlegt haben, vielleicht aber waren das lange und immer schon Havemänner, to have Männer, Männer und ihre Familien, die was hatten, Besitz, vielleicht aber auch waren das Hafenmänner, diese Havemänner, und damit schon Händler von alters her, Leute, die im Hafen ankommende Ware kauft en und dann weiterverkauft en, in andere Städte, ins Hinterland.

Hamburger Hafenmänner zum Beispiel, denn die habe ich mir immer als unsere Vorfahren vorgestellt, von denen dann einer auf der halben Strekke zwischen Hamburg und Berlin hängengeblieben ist, in Grabow, der kleinen Stadt Grabow. Besser ein großer Händler sein in Grabow als ein kleiner Hafenmann in Hamburg. Besser ein to-have-Mann in einem kleinen Nest wie Grabow sein, ein Habenmann, ein Habemann dort als von der Hamburger Hafenkonkurrenz erdrückt werden – an irgendwelche Bauern, die Saatgut produzierten und dann zu Saatguthändlern wurden, habe ich nie geglaubt, denn das ist für mich nicht Havemann. Havemann, das ist für mich: eine Gelegenheit ergreifen, die sich einem bietet. Den Saatguthandel in einer kleinen Provinzstadt wie Grabow zum Beispiel.

Havemann, das ist: lieber in einem kleinen Nest ein König zu sein als sich in einer Weltstadt, in einer Hafenstadt mit Verbindung in die ganze Welt, der Konkurrenz der ganzen Welt ausgesetzt, abmühen zu müssen.

Havemann, das ist: DDR und im doofen Rest der Klügste sein zu wollen.”

 

 

 

 

Havemann
Florian Havemann (Oost-Berlijn,12 januari 1952)

 

 

 

 

 

De Albanese schrijver Fatos Kongoli werd geboren op 12 januari 1944 in Elbasan. In zijn kinderjaren verhuisde zijn familie naar Tirana. Hij studeerde wiskunde in Tirana, maar ook in China. Vanaf 1970 werkte hij als cultuurredacteur bij uitgeverijen, tijdschriften en kranten.

 

Uit: Die albanische Braut (Vertaald door Joachim Roehm)

 

„Natürlich wußte ich, daß Vilma im Labor arbeitete. Ich hatte sie n weißen Leinenhosen und im weißen Arbeitsmantel hinten aus er Fabrik kommen sehen, auf dem Kopf die unvermeidliche nd gleichfalls weiße Haube. Allerdings immer nur von weitem.

In der Hölle, in der ich mich bewegte, bewies mir ihre Erscheinung, aß es irgendwo noch ein anderes Leben gab als das, das ir alltäglich in Gestalt sündiger Teufel entgegentrat. Jemand, er von solch unglückseligen Bevölkerern der Hölle umgeben ar, konnte nicht anders, als ein paradiesisches Wesen in ihr u sehen. Darauf war es wahrscheinlich auch zurückzuführen, aß ich meinte, das Reich der Schatten in Richtung Garten den zu verlassen, als Dori einen ehemaligen Studenten der industriellen

Chemie im dritten Semester für geeignet hielt, den latz der jählings entführten Laborantin zu besetzen. In Wahrheit andelte es sich dabei um einen absolut gewöhnlichen aum mit absolut gewöhnlichen Geräten, in dem Tag und Nacht in ohrenbetäubender Lärm herrschte. Von einem Paradies war

wirklich nichts zu spüren. Die einzige Veränderung in meinem eben war die, daß ich auf meinem Weg ins Labor keine in Zeitungspapier ingewickelte Pausenzehrung bei mir führte. Und aß ich nicht mehr mit Teufeln zu tun hatte, sondern den Tag n Gesellschaft zweier von Kopf bis Fuß in Weiß gehüllter Wesen erbrachte. Eines davon war Vilma.

Das gütige Geschick führte mich in Vilmas Labor auf dem mweg über ein Büro, in dem es weder Staub noch Lärm gab.

Es war darin weder besonders hell noch besonders dunkel, und as einzige Fenster war vergittert. Wollte man hineingelangen, ußte man erst an einer mit emailliertem Blech beschlagenen

Tür anklopfen. Wenn man sie dann öffnete, stand man verdutzt or einem Käfig: von einer Wand zur anderen erstreckte sich in deckenhohes Eisengitter. Es war, als würde man eine Gefängniszelle

betreten. Doch es handelte sich um kein Verlies, ondern um das Kaderbüro. In dem eisernen Käfig saß zwischen egalen und Tresoren ein Mensch.“

 

 

 

Fatos_kongoli
Fatos Kongoli (Elbasan, 12 januari 1944)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver William Nicholson werd geboren op 12 januari 1948 in Tunbridge Wells, Kent. Hij bezocht de Downside School, Somerset, en  Christ's College, Cambridge. Zijn vrouw Virginia is eveneens schrijfster en kan beroemde voorgangsters als Vanessa Bell en Virginia Woolf tot haar familie rekenen. Nicholson werkte jarenlang voor de BBC en maakte documentaire films. Hij werd bekend als schrijver toen het eerste deel van zijn Wind On Fire trilogie hem de Blue Peter best book award opleverde in 2000.

 

Uit: The Society of Others

 

„On this random day from all that time ago, longer ago than yesterday, I'msitting alone in my room, the blind down over the window and the door locked.There's music playing to which I am not listening. The television is on, with nosound. I'm not watching. It's just there like the crack of light on thewindowsill and the pressure in my bladder that tells me I need to piss. MaybeI'll go soon. I'm doing nothing in particular. I do nothing most days. You couldsay it's what I do, like it's my occupation. This is not a problem. I don't wantanything. I have the animal needs like you do, to eat and excrete, to mate andto sleep, but as soon as the needs are met they go away, and everything's theway it was before. That stuff is necessary. We're not talking desire.
I don't even want money. What's the point? You see something you want to buy,you get excited about having it, you buy it, the excitement fades. Everything'sthe way it was before. I've seen through that game. They make you want things sothey get your money. Then they take your money and then they've got it, and whatdo they do? They use it to buy things someone else has made them want. For a fewmoments they think they're happy, and then it all fades and everything's the wayit was before. How stupid can you get? It's like fish. Fish swim about all dayfinding food to give them energy to swim about all day. It makes me laugh. Thesepeople who hurry about all day making money to sell each other things. Anyonewith eyes to see could tell them their lives are meaningless and they aren'tgetting any happier.“
 

 

 

William_Nicholson
William Nicholson (Tunbridge Wells,12 januari 1948)

 

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver Ferenc Molnár werd op 12 januari 1878 in een burgerlijk-joods gezin van Duitse afkomst geboren. Tussen 1887 en 1895 bezocht hij het Gereformeerde Gymnasium in Boedapest. In 1895 studeerde hij rechten in Boedapest en Genf en daarna ging hij naar Parijs. In 1896 kwam hij terug naar Boedapest, maar voltooide zijn studie niet. Zijn eerste verhaalbundel is in 1898 verschenen. Zijn eerste roman kwam in 1901 uit en zijn eerste drama werd in 1902 opgevoerd. Zijn hele leven leefde Molnar onder bijzonder goede omstandigheden. Hij werd heel snel de meest populaire Hongaarse (toneel)schrijver. Zijn werken werden in veel talen vertaald en in de hele wereld opgevoerd. Zijn artistieke en persoonlijke beoordeling zijn echter tegenstrijdig, zelfs extreem verschillend. In 1906 werd hij tot mederedacteur van de krant Budapesti Napló gekozen. Zijn snelle succes bracht de klassieke jeugdroman A Pál utcai fiúk (De jongens van de Paulstraat) (1907) die in veertien talen vertaald en in meerdere landen verfilmd werd. Dit boek is ook tegenwoordig bijzonder populair. Het succes werd bekroond door de toneelstukken Liliom en A testõr (1910).

 

Uit: A Matter Of Husbands (Vertaald door Benjamin Glazer)

 

„ FAMOUS ACTRESS: You wished to see me?

EARNEST YOUNG WOMAN: [She gulps emotionally] Yes.

FAMOUS ACTRESS: What can I do for you?

EARNEST YOUNG WOMAN: [Extends her arms in a beseeching gesture] Give me back my husband!

FAMOUS ACTRESS: Give you back your husband!

EARNEST YOUNG WOMAN: Yes. [The FAMOUS ACTRESS only stares at her in speechless bewilderment.] You are wondering which one he is.... He is a blond man, not very tall, wears spectacles. He is a lawyer, your manager's lawyer. Alfred is his first name.

FAMOUS ACTRESS: Oh! I have met him--yes.

EARNEST YOUNG WOMAN: I know you have. I implore you, give him back to me.

[There is a long pause.]

FAMOUS ACTRESS: You mustn't mistake my silence for embarrassment. I am at a loss because--I don't quite see how I can give you back your husband when I haven't got him to give.

EARNEST YOUNG WOMAN: You just admitted that you knew him.

FAMOUS ACTRESS: That scarcely implies that I have taken him from you. Of course I know him. He drew up my last contract. And it seems to me I have seen him once or twice since then--backstage. A rather nice-spoken, fair-haired man. Did you say he wore spectacles?

EARNEST YOUNG WOMAN: Yes.

FAMOUS ACTRESS: I don't remember him with spectacles.

EARNEST YOUNG WOMAN: He probably took them off. He wanted to look his best to you. He is in love with you. He never takes them off when I'm around. He doesn't care how he looks when I'm around. He doesn't love me. I implore you, give him back to me!“

 

 

 

Molnar
Ferenc Molnár (12 januari 1878 – 1 april 1952)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jack London (eig. John Griffith Chaney) werd geboren op 12 januari 1876 in San Francisco, Californië. Al vanaf zijn jonge jaren had hij het moeilijk om rond te komen. Hij nam allerlei baantjes aan. In 1893 kreeg hij  een gevangenisstraf voor landloperij. Daarna - hij was toen 17 - besloot hij alsnog een opleiding te volgen. Met succes, in een jaar, rondde hij een programma af dat normaal 6 jaar duurde. Een universiteitsopleiding maakte hij niet af omdat hij deelnam aan de Alaska goldrush. In Alaska begon hij met schrijven. Boeken als 'The Call of the Wild' (Roep van de Wildernis), 'White Fang' (Witte Hoektand) en 'Martin Eden' maaktem hem wereldberoemd.

 

Uit: The Call of the Wild

 

But his strength ebbed, his eyes glazed, and he knew nothing when the train was flagged and the two men threw him into the baggage car.

The next he knew, he was dimly aware that his tongue was hurting and that he was being jolted along in some kind of a conveyance. The hoarse shriek of a locomotive whistling a crossing told him where he was. He had travelled too often with the Judge not to know the sensation of riding in a baggage car. He opened his eyes, and into them came the unbridled anger of a kidnapped king. The man sprang for his throat, but Buck was too quick for him. His jaws closed on the hand, nor did they relax till his senses were choked out of him once more.

"Yep, has fits," the man said, hiding his mangled hand from the baggageman, who had been attracted by the sounds of struggle. "I'm takin' 'm up for the boss to 'Frisco. A crack dog-doctor there thinks that he can cure 'm."

 

 

 

London
Jack London (12 januari 1876 - 22 november 1916)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Charles Perrault werd geboren op 12 januari 1628 in Parijs uit een rijke familie. Zie ook mijn blog van 12 januari 2008.

 

Uit: Le chat botté (De gelaarsde kat)

 

Un meunier ne laissa pour tous biens à trois enfants qu'il avait, que son moulin, son âne et son chat. Les partages furent bientôt faits, ni le notaire, ni le procureur n'y furent point appelés. Ils auraient eu bientôt mangé tout le pauvre patrimoine. L'aîné eut le moulin, le second eut l'âne, et le plus jeune n'eut que le chat. Ce dernier ne pouvait se consoler d'avoir un si pauvre lot :
-"Mes frères, disait-il, pourront gagner leur vie honnêtement en se mettant ensemble; quant à moi, lorsque j'aurai mangé mon chat, et que je me serai fait un manchon de sa peau, il faudra que je meure de faim."

Le chat qui entendait ce discours, mais qui n'en fit pas semblant, lui dit d'un air posé et sérieux :
-"Ne vous affligez point, mon maître, vous n'avez qu'à me donner un sac, et me faire faire une paire de bottes pour aller dans les broussailles, et vous verrez que vous n'êtes pas si mal partagé que vous croyez."

Quoique le maître du chat n'y croyait guère, il lui avait vu faire tant de tours de souplesse, pour prendre des rats et des souris, comme quand il se pendait par les pieds, ou qu'il se cachait dans la farine pour faire le mort, qu'il ne désespéra pas d'en être secouru dans sa misère.

 

 

 

 

Charles_Perrault
Charles Perrault (12 januari 1628 – 16 mei 1703)

 

12-01-08

Jacques Hamelink, Cees van der Pluijm, Haruki Murakami, Jakob M. R. Lenz, Charles Perrault


De Nederlandse dichter en schrijver Jacques Hamelink werd geboren op 12 januari 1939 in Driewegen, bij Terneuzen. Zie ook mijn blog van 12 januari 2007.

 

 

Grijsaard

Een koel masker van water
heeft hij opgezet en hij schaterlacht als dorre blaren
in november

heuvels zijn heksachtige schaduw
legenden zijn meest barse reservebronnen

zijn onontgonnen
gevoelens doen hem huiveren

zelfs als hij zich voor zijn kinderen vermomt
hoort hij hun beenetende bekken
het vlees wegrukken dat rest van zijn lachwekkende valleien

alleen als beneveling opkomt uit de diepte des avonds
en zijn struisvogelzonen weeklagend hun kop in het zand verstoppen
trekt hij oudere registers open

bast hij boosaardig en slapeloos
van gedwongen onthouding
naar de blote kikvorskwakende maan

die hem onder reusachtig gegrinnik van aardgeesten en eliksers
tenslotte haar aars toedraait waarop hij als de bliksem
zijn dorre winderig geworden voetstappen in de struiken wegbergt.

 

 

 

De bomen werden sinds eeuwen

 

De bomen werden sinds eeuwen terneergedrukt.

De lucht is te dun voor vuur. Geen stad

Tornt als onweer tegen de hellingen op.

Geen vleugel, geen vin verroert zich hier. Niemand

Graaft zich in, niets vermenigvuldigt.

 

Zilverkoud spat soms schitterende regen uiteen.

Kontinenten schaven onafgebroken aan de schaal van het water

Dat inscheurt als bij het baren.

In de holle stapelplaatsen van kelp en witkalk

Vreten dodende planten elkaar aan.

 

Het enige dier is de mens, in zijn teken -

Een breekbare regenboog - bedrijft hij vogelvlug liefde

En huist in zichzelf verdeeld in vliesdun geworden kathedralen en schelpen.

De stilte hangt ademloos in ontbinding.

De aarde klinkt steeds verder in.

 

 

 

 

 

hamelink
Jacques Hamelink (Terneuzen, 12 januari 1939)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook mijn blog van 12 januari 2007.

 

 

II  Saudade

 

Er loopt hier elke dag een jongen door mijn uitzicht
Hij wandelt door het klare noorderlicht, rechtop
Het kerkhof over naar het bos toe, zijn gezicht
Staat ernstig, bijna streng, hij heeft een haakse kop

 

Met stugge Beekse, bijna boerse stoere trekken
Ik zie hem ook wanneer ik in de Plusmarkt ben
Dan duwt hij winkelwagens weg of vult hij rekken
Hij wandelt in zijn pauze
- 't is of ik hem ken

 

Soms knikt hij als ik schielijk langs hem heen loop
Met een pak melk of een fles wijn of een stuk kaas
Hij heeft het altijd zichtbaar druk, rent als een haas

 

Zichzelf en mij voorbij, een stormwolk aan de lucht...
Hij is mijn jeugd: niet meer te leen, te huur, te koop
Maar uitzichtloos voorbij, voorbij en op de vlucht

 

 

 

Uit: BEEK-UBBERGSE TANGO'S

 

 

 

I

O taaie januaridagen
Die traag in duisternis vergaan
Terwijl de bomen roerloos staan
En kaal geen blad of vrucht meer dragen

 

Je paden zijn zo vet als traan:
Door zware mist, die neergeslagen
Weer water wordt, en regenvlagen
Tot modderpoelen aangedaan

 

Je bos een boek - ik lees erin
Met tegenzin. Steeds stokt mijn hand
Zodat ik nog maar eens begin

 

Die bladzij die niet om wil slaan
Zij wijst het allerlaatste land
Vol taaie januaridagen

 

 

 

Uit: WINTER & HET WYLERBERGMEER

 

 

DE WATERVAL


Zo eindeloos als schaterlachend water
Is weinig in dit brekelijke leven:
Ononderbroken stroom, alleen gestold
Op foto's van toeristen die voor later

Dit ene ogenblik gestalte geven
Waarin de tijd niet haastig verder holt
Maar stremt in dit voorgoed gekiekt geklater
Voor eeuwig stil, maar eeuwig duurt slechts even

Zo lang als de beschouwer is vergund
De eeuwigheid in water te ervaren
En kinderstemmen in de val te horen

Niets kan dit ruisend glaswerk evenaren:
Attractie door de jaren heen gemunt
Die iedere seconde wordt herboren

 

 

Uit: SONSBEEKSONNETTEN

 

 

 

 

 

Cees_vd_Pluijm
Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver en vertaler Haruki Murakami werd geboren op 12 januari 1949 in Kioto en groeide op in Kobe. Zijn vader was de zoon van een Boeddhistische priester. Zijn moeder was de dochter van een koopman uit Osaka. Beiden gaven les in Japanse literatuur. Murakami was echter altijd meer geïnteresseerd in de Amerikaanse literatuur, waardoor hij zich een westerse schrijfstijl eigen maakte, waarmee hij zich onderscheidde van zijn Japanse tijdgenoten. Murakami schreef geen fictie tot na zijn dertigste. In 1987 kwam zijn echte doorbraak bij de publicatie van Norwegian Wood, een nostalgisch verhaal over verlies en seksueel opgroeien. Van dit boek werden miljoenen exemplaren gekocht door Japanse jongeren, waarmee hij een nationale beroemdheid werd. In 1986 verliet hij Japan en reisde door Europa, waarna hij zich vestigde in de Verenigde Staten. Hij gaf daar onderwijs aan de universiteit van Princeton (New Jersey) en daarna aan de William Howard Taft University in Santa Ana, Cal. In deze periode schreef hij Dance, Dance, Dance en South of the Border, West of the Sun. Zie ook mijn blog van 1 maart 2007. 

 

Uit: Norwegian Wood
 

Folding her arms and closing her eyes, Hatsumi sank back into the corner of the seat. Her small gold earrings caught the light as the taxi swayed. Her midnight blue dress seemed to have been made to match the darkness of the cab. Every now and then her thinly daubed, beautifully formed lips would quiver slightly as if she had caught herself on the verge of talking to herself. Watching her, I could see why Nagasawa had chosen her as his special companion. There were any number of women more beautiful than Hatsumi, and Nagasawa could have made any of them his. But Hatsumi had some quality that could send a tremor through your heart. It was nothing forceful. The power she exerted was a subtle thing, but it called forth deep resonances. I watched her all the way to Shibuya, and wondered, without ever finding an answer, what this emotional reverberation that I was feeling could be.

It finally hit me some dozen or so years later. I had come to Santa Fe to interview a painter and was sitting in a local pizza parlor, drinking beer and eating pizza and watching a miraculously beautiful sunset. Everything was soaked in brilliant red—my hand, the plate, the table, the world—as if some special kind of fruit juice had splashed down on everything. In the midst of this overwhelming sunset, the image of Hatsumi flashed into my mind, and in that moment I understood what that tremor of the heart had been. It was a kind of childhood longing that had always remained—and would forever remain—unfulfilled. I had forgotten the existence of such innocent, all-but-seared-in longing: forgotten for years to remember what such feelings had ever existed inside of me. What Hatsumi had stirred in me was a part of my very self that had long lain dormant. And when the realization struck me, it aroused such sorrow I almost burst into tears. She had been an absolutely special woman. Someone should have done something—anything—to save her.”

 

 

 

Murakami
Haruki Murakami (Kioto, 12 januari 1949)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 12 januari 2007.

 

De Duitse schrijver Jakob Michael Reinhold Lenz werd geboren op 12 januari 1751 in Seßwegen.

 
De Franse schrijver Charles Perrault werd geboren op 12 januari 1628 in Parijs.

 

 

01-03-07

Lytton Strachey, Ralph Ellison, Robert Lowell, Howard Nemerov, Richard Wilbur, Mercedes de Acosta, Steven Barnes, Franzobel, Haruki Murakami


De Britse schrijver Giles Lytton Strachey werd geboren op 1 maart 1880 in Londen. Hij studeerde geschiedenis in Cambridge waar hij lid was van het Apostles dispuut. Zo maakte hij kennis met de filosoof G.E. Moore, John Maynard Keynes and Leonard Woolf. Hij raakte ook bevriend met Thoby Stephen and Clive Bell. Na 1905 zou zich rond deze figuren en Stephens zusters Vanessa Bell en Virginia Woolf de Bloomsbury Groep vormen.Tussen 1904 en 1914 schreef Strachey literaire- en theaterkritieken voor het weekblad The Spectator. Hij publiceerde gedichten en bundelde een aantal kritieken in Landmarks in French Literature (1912). Gedurende de Eerste Wereldoorlog was Strachey een gewetensbezwaarde en verkeerde hij veel in anti-oorlogskringen als die van Lady Ottoline Morrell.Veel succes had hij in 1918 met Eminent Victorians, een viertal korte biografieën van vooraanstaande Victoriaanse figuren: kardinaal Manning, Florence Nightingale, Thomas Arnold en generaal Gordon. Het boek trok de aandacht door de droge humor waarmee Strachey de menselijke zwakheden van deze bewonderde iconen beschreef. Zijn uitbeelding van de hypocrisie van de Victoriaanse moraal had veel invloed op beoordeling van het tijdperk. In dezelfde stijl publiceerde hij in 1921 een biografie van koningin Victoria zelf.Strachey was homoseksueel en had relaties met o.a. Duncan Grant en John Maynard Keynes. Veel details over Stracheys leven werden bekend door de publicatie van Michael Holroyds biografie (1967) en die van Stracheys correspondentie, geredigeerd door Paul Levy (2005).

 

Uit: Queen Victoria

 

“After a year at Bonn, the time had come for a foreign tour, and Baron Stockmar arrived from England to accompany the Prince on an expedition to Italy. The Baron had been already, two years previously, consulted by King Leopold as to his views upon the proposed marriage of Albert and Victoria. His reply had been remarkable. With a characteristic foresight, a characteristic absence of optimism, a characteristic sense of the moral elements in the situation, Stockmar had pointed out what were, in his opinion, the conditions essential to make the marriage a success. Albert, he wrote, "was a fine young fellow, well grown for his age, with agreeable and valuable qualities; and it was probable that in a few years he would turn out a strong handsome man, of a kindly, simple, yet dignified demeanour. Thus, externally, he possesses all that pleases the sex, and at all times and in all countries must please." Supposing, therefore, that Victoria herself was in favour of the marriage, the further question arose as to whether Albert's mental qualities were such as to fit him for the position of husband of the Queen of England. On this point, continued the Baron, one heard much to his credit; the Prince was said to be discreet and intelligent; but all such judgments were necessarily partial, and the Baron preferred to reserve his opinion until he could come to a trustworthy conclusion from personal observation. And then he added: "But all this is not enough. The young man ought to have not merely great ability, but a right ambition, and great force of will as well. To pursue for a lifetime a political career so arduous demands more than energy and inclination—it demands also that earnest frame of mind which is ready of its own accord to sacrifice mere pleasure to real usefulness. If he is not satisfied hereafter with the consciousness of having achieved one of the most influential positions in Europe, how often will he feel tempted to repent his adventure! If he does not from the very outset accept it as a vocation of grave responsibility, on the efficient performance of which his honour and happiness depend, there is small likelihood of his succeeding."

 

 

Strachey
Lytton Strachey (1 maart 1880 – 21 januari 1932)

Geschilderd door Vanessa Bell

 

De Afro-Amerikaanse schrijver Ralph (Waldo) Ellison werd geboren in Oklahoma City op 1 maart 1913. Zijn vader vernoemde hem naar Ralph Waldo Emerson. Ellisons ambitie was componist te worden en met dat doel studeerde hij van 1933 tot 1936 muziek aan het Tuskegee Institute, maar vanwege financiële problemen moest hij deze studie na drie jaar opgeven. In 1936 ontmoette hij de zwarte Amerikaanse schrijver Richard Wright, die hem ertoe overhaalde zich te richten op schrijven. Vanaf 1939 publiceerde Ellison vele artikelen, kritieken en korte verhalen. Tijdens WO II diende hij bij de Amerikaanse koopvaardij.

In 1952 publiceerde Ellison zijn succesvolle roman Invisible Man. Dit werk bezorgde hem wereldwijde roem als een van de meest indrukwekkende Amerikaanse romans sinds de oorlog.

 

Uit: Invisible Man

 

“With things going so well I distributed my letters in the mornings, and saw the city during the afternoons. Walking about the streets, sitting on subways beside whites, eating with them in the same cafeterias (although I avoided their tables) gave me the eerie, out-of-focus sensation of a dream. My clothes felt ill-fitting; and for all my letters to men of power, I was unsure of how I should act. For the first time, as I swung along the streets, I thought consciously of how I had conducted myself at home. I hadn't worried too much about whites as people. Some were friendly and some were not, and you tried not to offend either. But here they all seemed impersonal; and yet when most impersonal they startled me by being polite, by begging my pardon after brushing against me in a crowd. Still I felt that even when they were polite they hardly saw me, that they would have begged the pardon of Jack the Bear, never glancing his way if the bear happened to be walking along minding his business. It was confusing. I did not know if it was desirable or undesirable...”

 

 

ellison
Ralph (Waldo) Ellison (1 maart 1913 –  16 april 1994)

 

De Amerikaanse dichter Robert Traill Spence Lowell werd geboren op 1 maart 1917 in Boston. Hij werd bekend als een "Confessionalist" dichter. Hij stamde uit een beroemde familie uit Massachusetts, maar studeerde vrijwillig aan Kenyon College, een kleine universiteit in Ohio. De relatie met zijn familie bleef zijn hele leven ambivalent. Als dienstweigeraar zat hij een jaar in de gevangenis tijdens WO II. Zijn tweede dichtbundel Lord Weary's Castle kreeg in 1946 de Pulitzerprijs. Twee bundels, Life Studies en For the Union Dead, bevatten zijn bekendste werk en verschenen in 1959 en 1964. De gedichten vormen een uitdrukking van zijn persoonlijke strijd en zijn politieke overtuiging. Voor de bundel The Dolphin kreeg hij in 1973 voor de tweede keer de Pulitzerprijs.

 

 

The Drunken Fisherman 

Wallowing in this bloody sty,
I cast for fish that pleased my eye
(Truly Jehovah's bow suspends
No pots of gold to weight its ends);
Only the blood-mouthed rainbow trout
Rose to my bait. They flopped about
My canvas creel until the moth
Corrupted its unstable cloth.

A calendar to tell the day;
A handkerchief to wave away
The gnats; a couch unstuffed with storm
Pouching a bottle in one arm;
A whiskey bottle full of worms;
And bedroom slacks: are these fit terms
To mete the worm whose molten rage
Boils in the belly of old age?

Once fishing was a rabbit's foot--
O wind blow cold, O wind blow hot,
Let suns stay in or suns step out:
Life danced a jig on the sperm-whale's spout--
The fisher's fluent and obscene
Catches kept his conscience clean.
Children, the raging memory drools
Over the glory of past pools.

Now the hot river, ebbing, hauls
Its bloody waters into holes;
A grain of sand inside my shoe
Mimics the moon that might undo
Man and Creation too; remorse,
Stinking, has puddled up its source;
Here tantrums thrash to a whale's rage.
This is the pot-hole of old age.

Is there no way to cast my hook
Out of this dynamited brook?
The Fisher's sons must cast about
When shallow waters peter out.
I will catch Christ with a greased worm,
And when the Prince of Darkness stalks
My bloodstream to its Stygian term . . .
On water the Man-Fisher walks.

 

 

 

 

Lowell
Robert Lowell (1 maart 1917 - 12 September 1977)

 

Howard Nemerov werd geboren op 1 maart 1920 in New York. Afgestudeerd in 1937 vertrok hij naar Harvard waar hij een Baccalaureaat in de Letteren verwierf. Hij diende eerst als piloot van de “RAF-coastal Command” die ingezet werd voor het bombarderen van Duitse schepen in de Noordzee tijdens WO II. Later werd hij overgeplaatst naar een Amerikaanse eenheid van de Royal Canadian Air Force. In 1944 huwde hij met een Engelse met wie hij zich na de oorlog vestigde in New York. In die tijd verscheen zijn eerste dichtbundel “The Image and the Law”.  In 1946 werd hij leraar Engels aan het Hamilton College, Clinton, New York.  In 1948 verhuisde hij in die functie naar Bennington College in Vermont waar hij bleef onderwijzen tot 1966, jaar waarin hij ging doceren aan de Brandeis Universiteit in Waltham, Massachusetts en de Universiteit van Washington.  De dichter ontving talrijke bekroningen voor zijn werk. Hij werd opgenomen als lid van de Academie van Amerikaanse dichters in 1976 en benoemd tot “Poet Laureate” van de U.S.A.van  1988 tot 1990. De auteur stierf aan kanker in 1991 in University City, Missouri.

Insomnia I

 

Some nights it's bound to be your best way out,
When nightmare is the short end of the stick,
When sleep is a part of town where it's not safe
To walk at night, when waking is the only way
You have of distancing your wretched dead,
A growing crowd, and escaping out of their
Time into yours for another little while;

Then pass ghostly, a planet in the house
Never observed, among the sleeping rooms
Where children dream themselves, and thence go down
Into the empty domain where daylight reigned;
Reward yourself with drink and a book to read,
A mystery, for its elusive gift
Of reassurance against the hour of death.
Order your heart about: Stop doing that!
And get the world to be secular again.

Then, when you know who done it, turn out the light,
And quietly in darkness, in moonlight, or snowlight
Reflective, listen to the whistling earth
In its backspin trajectory around the sun
That makes the planets sometimes retrograde
And brings the cold forgiveness of the dawn
Whose light extinguishes all stars but one.

 

 

 

nemerov
Howard Nemerov (New York, 1 maart 1920)

 

De Amerikaanse dichter Richard Wilbur werd geboren op 1 maart 1921 in New York en studeerde aan Amherst College en Harvard. Van 1943 tot 1945 diende hij in het Amerikaanse leger. Dertig jaar lang werkte hij als docent aan de Wesleyan University en aan Smith College. Zijn eerste bundel The Beautiful Changes and Other Poems verscheen in 1947. Er volgden meer bundels, waaronder New and Collected Poems in 1989. Wilbur is ook vertaler, gespecialiseerd in de 17e eeuwse werken van Molière en Racine. Hij ontving o.a. twee maal de Pulitzerprijs en ook de National Book Award.

 

 

June Light
 

Your voice, with clear location of June days,
Called me outside the window.You were there,
Light yet composed, as in the just soft stare
Of uncontested summer all things raise
Plainly their seeming into seamless air.

Then your love looked as simple and entire
As that picked pear you tossed me, and your face
As legible as pearskin's fleck and trace,
Which promise always wine, by mottled fire
More fatal fleshed than ever human grace.

And your gay gift—Oh when I saw it fall
Into my hands, through all that naïve light,
It seemed as blessed with truth and new delight
As must have been the first great gift of all.

 

 

In the Smoking Car
 

The eyelids meet. He'll catch a little nap.
The grizzled, crew-cut head drops to his chest.
It shakes above the briefcase on his lap.
Close voices breathe, "Poor sweet, he did his best."

"Poor sweet, poor sweet," the bird-hushed glades repeat,
Through which in quiet pomp his litter goes,
Carried by native girls with naked feet.
A sighing stream concurs in his repose.

Could he but think, he might recall to mind
The righteous mutiny or sudden gale
That beached him here; the dear ones left behind . . .
So near the ending, he forgets the tale.

Were he to lift his eyelids now, he might
Behold his maiden porters, brown and bare.
But even here he has no appetite.
It is enough to know that they are there.

Enough that now a honeyed music swells,
The gentle, mossed declivities begin,
And the whole air is full of flower-smells.
Failure, the longed-for valley, takes him in.

 

 

wilbur
Richard Wilbur (New York, 1 maart 1921)

 

De Spaans-Amerikaanse schrijfster en dichteres Mercedes de Acosta werd geboren op 1 maart 1893 in New York. In 1920 verscheen haar eerste roman. Zij werd ontdekt door theateragente Bessie Marbury die haar contracten bezorgd met MGM en andere grote studio’s in Hollywood, waar zij Marlene Dietrich en Greta Garbo leerde kennen. In 1960 verscheen haar autobiografie „Here lies the heart“. Meer dan door haar literaire werk is de Acosta bekend geworden door haar (vermeende) affaires met Isadora Duncan, Anna Pawlowa, Eva Le Gallienne, Salka Viertel, Greta Garbo en Marlene Dietrich.

 

 

Uit: Here Lies The Heart

 

“When we left Bombay, Consuelo and I kept our promise to Baba and went on quite an extensive tour of India. Among the many places we saw I was most charmed, in a worldly sense, by the little city of Jaipur built entirely of pink stone. Here was a fairy tale world--a world from a Bakst ballet. In front of the pink palace with its ornate door of gold stood Indian guards wearing only short white skirts and white jaipurs, and the most beautiful green turbans draped in a very special manner. I saw a string of elephants belonging to the Maharajah sauntering past the palace. Thrown over their backs were blankets of the most exquisite gold material, while on their heads sat naked boys in the Buddha posture wearing brilliantly colored turbans, and directing the elephants with sharp cries. 

 

Because of the paintings and photographs I had seen of the Taj Mahal I had expected to dislike it. But we had the good fortune to arrive in Agra by full moon, and as I stood in front of the Taj I was overcome by its white beauty. It seemed to me a living thing, and when I touched it the stone was warm and lifelike. The heat of the sun on the stone did not cool off at night.”

 

 

acosta
Mercedes de Acosta
(1 maart 1893 – 9 mei 1968)

 

De Amerikaanse schrijver Steven Barnes werd geboren op 1 maart 1952 in Los Angeles. Steven Barnes, veelzijdig auteur en scriptschrijver die onder meer schreef voor de tv-series Twilight Zone, Andromeda en Stargate werd voor zijn fantasyromans genomineerd voor de Hugo Award en mag zich met De Cestus deceptie scharen tussen de auteurs die de Star Wars-sage hebben opgebouwd

 

Uit: Zulu Heart

The day had been glorious. The southern sun gilded the sparse clouds as they frolicked in a fair wind. It was a time of slow delicious sweltering. Now, at last, the day drew to a close. The past seventy-two hours had provided recreation and renewal for the family of Bilalistan's youngest Wakil, Kai of Dar Kush. For those precious hours, duty no longer deviled him.

For now, Kai could release the tension from body and mind, allowing both to dwell only in the fathomless crystal blue of the waters, hands and spirit stretching out for the rainbow of tropical fish fluttering just beyond reach.

He dove deep, suspended as if by the hand of an invisible djinn, hovering above the twisted wreck of a triple-master that had foundered fifty years before his birth. That there was another ship, far more recently scuttled, in the waters east of the islands, he knew too well. The sight of this wreck sobered rather than enthralled. It reminded him of the carnage that his father's gold had, if not wrought, endorsed after the fact.

The sailors' bones scattered in its shattered hull were not the first, nor would they be the last to drift in the depths of the Songhai. The deceptive tranquility of these islands had concealed fierce and deadly battle as the nations of Africa contested for the New World.”

 

 

Barnes
Steven Barnes (Los Angeles, 1 maart 1952)

 

 

Franzobel is het pseudoniem van de Oostenrijkse schrijver, dichter en schilder Stefan Griebl. Hij werd geboren op 1 maart 1967 in Vöcklabruck. Griebl studeerde germanistiek en geschiedenis. Hij publiceert zijn werk via eigen uitgaven, kleine uitgeverijen of via „Mail-Art“ projecten. Van 1994 tot 1998 leidde hij de kleine uitgeverij Edition ch. In 1995 ontving hij de Ingeborg-Bachmann-Preis. Zijn werd bestaat uit talrijke toneelstukken, proza en poëzie, waarin hij het experiment niet schuwt. Hij woont afwisselend in Wenen, Pichlwang en Buenos Aires.

 

Gerätschaft. Ein Lied

 

Stell dir einmal vor, du bist ein Fußballtor,

so maschig, breit und dick, das wäre nicht sehr schick,

denke dir jetzt nur, du wärst eine Springschnur,

so ach wie lang und dünn, auch das ist nicht so schön,

jetzt glaube erst einmal, du bist so ein Turnsaal,

hölzern, groß und mit Geruch, das wäre doch ein Huch,

da lobe ich mir doch, das Holz aus dem ich Stoff,

gerne bin ich also weiter, die Latte einer Sprossenleiter.

 

 

Paragleiten

 

Par excellence und pars pro toto

Paroli bieten, nein Partei, pardon,

in lautlich gleicher Weise Paradigma,

Partykiller mit von der kredenzten,

eine gute ist im Parameter,

Partie, die Parenthese ist sie selbst,

dazu der Bräutigam im Parka,

in der Parallele Parasol und fährt

sich selbst in die Parade, leider,

in lautlich gleicher Weise Partisan,

sein Schwert, es heißt schon Kuh

und Ende für den Drachenflieger

 

 

FRANZOBEL
Franzobel (
Vöcklabruck, 1 maart 1967)

 

(Nagekomen bericht)

 

Aanstaande zondag zendt de NPS op Nederland 2 om 19.00 uur de documentaire Dinner with Murakami uit in het programma Het uur van de wolf.

 

De japanse schrijver Haruki Murakami werd geboren in Kyoto op 12 januari 1949. Zijn vader was een Boeddhistische priester, zijn moeder een koopmansdochter. Beide ouders gaven les in Japanse literatuur, maar daarnaast heeft Murakami zich altijd voor Amerikaanse literatuur geïnteresseerd en onderscheidde zich daarmee al snel van andere Japanse auteurs. In Tokyo volgde hij een opleiding toneel aan de Waseda universiteit in Tokyo. Na zijn studie opende Murakami een jazz-bar in Tokyo. Veel van zijn boeken (zoals 'Dance, dance, dance' 1988) die later verschenen, behandelen niet voor niets een muzikaal thema. Als auteur beleeft Murakami zijn echte doorbraak in 1987 met 'Norwegian Wood'. Andere romans van Murakami zijn onder andere 'South of the Border, West of the Sun' (1992), 'Sputnik Sweetheart' (1999) en 'After Dark' (2004).

 

 

Uit: Hunting knife

 

“Two rafts were anchored offshore like twin islands. They were the perfect distance to swim to from the beach—exactly fifty strokes out to one of them, then thirty strokes from one to the other. About fourteen feet square, each raft had a metal ladder, and a carpet of artificial grass covering its surface. The water, ten or twelve feet deep at this point, was so transparent you could follow the chains attached to the rafts all the way down to the concrete anchors at the bottom. The swimming area was enclosed by a coral reef, and there were hardly any waves, so the rafts barely bobbed in the water. They seemed resigned to being anchored in that spot with the intense sun beating down on them day after day.

 

I liked to stand out there and look back at the shore, at the long white beach, the red lifeguard tower, the green row of palm trees—it was a gorgeous scene, maybe a little too picture-postcard perfect. Off to the right, the beach ended in a line of dark craggy rocks that led to the hotel cottages where my wife and I were staying. It was the end of June, still early in the tourist season, and there weren’t many people at the hotel or on the beach.

 

There was an American military base nearby, and the rafts lay right in the flight path of the helicopters returning to it. The planes would appear offshore, bisect the space between the rafts, then zoom over the palm trees and disappear. They flew so low you could almost make out the expressions on the faces of the pilots. Still, except for those helicopters swooping overhead, the beach was a sleepy, quiet place—the perfect spot to be left alone on vacation.”

Vertaald door  Philip Gabriel

 

 

murakami
Haruki Murakami (Kyoto, op 12 januari 1949)